Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 16 november 1995, houdende het opnieuw vaststellen van de Wet toezicht effectenverkeer in verband met de uitvoering van de richtlijn betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten en van de richtlijn betreffende de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen
24 versions
· 2022-10-01
2022-10-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 2, 4, 48
2022-05-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 2, 4, 48
2021-07-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 2, 4, 48
2017-09-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 2, 4, 48
2013-01-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 2, 4, 48
2010-01-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 2, 4, 48
2007-10-28
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 2, 4, 48
2007-01-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 2, 4, 48
2006-12-31
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 2, 4, 48
2006-11-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 1, 2 y 9 más
2006-01-20
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 3, 48
2006-01-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 3, 48
2005-10-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 2, 1 y 9 más
2005-07-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 1, 2 y 8 más
2005-03-15
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 4
2004-09-15
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 4
2004-03-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 4
2003-12-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 1, 1 y 8 más
2003-08-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 1, 1 y 7 más
2003-01-15
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 1, 1, 1 y 6 más
2002-09-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — art. 1
2002-07-19
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — art. 1
2002-01-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995 — arts. 2, 3, 4 y 37 más
Wijzigingen op 2002-01-01
@@ -1163,541 +1163,3 @@
**Tabel 2**
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 15a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 15b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### § 3. Gekwalificeerde deelnemingen in effecteninstellingen
### Hoofdstuk IV. Intrekkingsbepalingen
### Hoofdstuk VI. Effectenbeurzen
### Hoofdstuk VII. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 28c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk VIII. Controle, uitvoering en samenwerking
##### Artikel 29a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk X. Beroep
### Hoofdstuk XI. Betrekkingen met derde landen
### Hoofdstuk XII. Gebruik van voorwetenschap en publieksmisleiding
### Hoofdstuk XIIA. Onderzoek door onze minister
### Hoofdstuk XII B. Dwangsom en bestuurlijke boete
### Hoofdstuk XIIC. Openbaarmaking van overtredingen
### Hoofdstuk XIII. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk XIV. Slotbepalingen
## Bijlage. bedoeld in artikel 48d, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995
### Artikel 1
### Artikel 2
**Categorie III:** natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 272 300 maar minder dan € 453 800; Factor: 3;
3. Indien de gegevens omtrent het eigen vermogen niet aan Onze Minister beschikbaar zijn gesteld, kan Onze Minister aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door hem te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.
### Artikel 3
Op grond van [artikel 48f, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII_B&artikel=48f&z=2003-01-15&g=2003-01-15), behoeft de betrokkene niet in de gelegenheid te worden gesteld om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 of 2 is vastgesteld.
**Tabel 1**
**Tabel 2**
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Hoofdstuk V. Register
### Hoofdstuk VI. Effectenbeurzen
### Hoofdstuk VII. Bijzondere bepalingen
### Hoofdstuk VIII. Controle, uitvoering en samenwerking
##### Artikel 33c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk IX. Overdracht van toezicht
### Hoofdstuk X. Beroep
### Hoofdstuk XII. Gebruik van voorwetenschap en publieksmisleiding
### Hoofdstuk XII B. Dwangsom en bestuurlijke boete
### Hoofdstuk XIIC. Openbaarmaking van overtredingen
### Hoofdstuk XIII. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk XIV. Slotbepalingen
## Bijlage. bedoeld in artikel 48d, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995
### Artikel 2
2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, bedoeld in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2003-08-01&g=2003-08-01), te vermenigvuldigen met de factor behorende bij de categorie naar eigen vermogen, bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 3
**Tabel 1**
**Tabel 2**
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 18a
1. Een instelling als bedoeld in [artikel 7, tweede lid, onder a, f, k of l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=7&z=2003-12-01&g=2003-12-01), of een kredietinstelling of financiële instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, onderscheidenlijk onderdeel c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1), niet zijnde een instelling als bedoeld in [artikel 7, tweede lid, onder h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=7&z=2003-12-01&g=2003-12-01), houdt zich aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen effectentypische gedragsregels. Deze regels hebben in elk geval betrekking op het omgaan met koersgevoelige informatie, privé beleggingstransacties van bestuurders en personeelsleden, het tegengaan van koersmanipulatie, het voorkomen van belangenverstrengeling, voor zover dit te maken heeft met effectentransacties, en het vastleggen van relevante gedragscodes en andere voorzieningen die met het oog op het bovenstaande zijn getroffen, in de administratieve organisatie en interne controle.
2. De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen voor de onderscheiden groepen instellingen verschillend zijn.
##### Artikel 18b
1. Onze Minister kan vrijstelling of, op verzoek, ontheffing verlenen van [artikel 18a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=III_A&artikel=18a&z=2003-12-01&g=2003-12-01).
2. Aan een vrijstelling en aan een ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de beleggers op die markten.
### Hoofdstuk VI. Effectenbeurzen
### Hoofdstuk VIII. Controle, uitvoering en samenwerking
### Hoofdstuk X. Beroep
### Hoofdstuk XII B. Dwangsom en bestuurlijke boete
### Hoofdstuk XIIC. Openbaarmaking van overtredingen
##### Artikel 48n
1. Onze Minister kan, in afwijking van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=VIII&artikel=31&z=2003-12-01&g=2003-12-01), teneinde de naleving van deze wet te bevorderen ter openbare kennis brengen:
- a. zijn weigering om een aangevraagde vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar te verlenen, wanneer deze weigering niet meer in beroep kan worden getroffen en de aanvrager handelt als was hem de vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar verleend;
- b. het feit dat degene die bij uitgifte effecten aanbiedt en op wie naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2003-12-01&g=2003-12-01), van toepassing is, in strijd handelt met dat verbod;
- c. het feit dat een effecteninstelling waarop naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=7&z=2003-12-01&g=2003-12-01), van toepassing is, niet over een vergunning beschikt;
- d. het feit dat degene waarop een vrijstelling als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=10&z=2003-12-01&g=2003-12-01) van toepassing is, zich niet houdt aan de voorschriften die aan die vrijstelling zijn verbonden;
- e. het feit dat de houder van een effectenbeurs waarop naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=VI&artikel=22&z=2003-12-01&g=2003-12-01), van toepassing is, niet over een erkenning of ontheffing beschikt; of
- f. het feit dat de houder van een effectenbeurs waarop een vrijstelling als bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=VI&artikel=25&z=2003-12-01&g=2003-12-01) van toepassing is, zich niet houdt aan de voorschriften die aan die vrijstelling zijn verbonden;
- g. zijn aanwijzing als bedoeld in [artikel 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=VII&artikel=28&z=2003-12-01&g=2003-12-01), terzake van het niet naleven van de regels gesteld bij of krachtens de [artikelen 6a, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=II_A&artikel=6a&z=2003-12-01&g=2003-12-01), [6b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=II_A&artikel=6b&z=2003-12-01&g=2003-12-01)[18a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=III_A&artikel=18a&z=2003-12-01&g=2003-12-01), of [18b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=III_A&artikel=18b&z=2003-12-01&g=2003-12-01).
##### Artikel 48o
Degene jegens wie door Onze Minister een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat Onze Minister zijn handelen of nalaten op grond van [artikel 48n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XIIC&artikel=48n&z=2003-12-01&g=2003-12-01) ter openbare kennis zal brengen, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.
##### Artikel 48p
1. Onze Minister geeft, indien hij voornemens is op grond van [artikel 48n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XIIC&artikel=48n&z=2003-12-01&g=2003-12-01) een feit ter openbare kennis te brengen, de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.
2. In aanvulling op [artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8), is Onze Minister niet gehouden de betrokkene in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.
##### Artikel 48q
De beschikking om op grond van [artikel 48n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XIIC&artikel=48n&z=2003-12-01&g=2003-12-01) een feit ter openbare kennis te brengen vermeldt in ieder geval:
- het feit dat ter openbare kennis wordt gebracht;
- de wijze waarop het feit ter openbare kennis wordt gebracht; en
- de termijn waarna het feit ter openbare kennis wordt gebracht.
##### Artikel 48r
Tenzij de bevordering van de naleving van deze wet geen uitstel toelaat, wordt de werking van de beschikking om op grond van [artikel 48n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XIIC&artikel=48n&z=2003-12-01&g=2003-12-01) een feit ter openbare kennis te brengen opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
##### Artikel 48s
In afwijking van [artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:40) treedt de beschikking in werking op de dag waarop het feit ter openbare kennis is gebracht zonder dat de werking voor de duur van de beroepstermijn of, indien beroep is ingesteld, van het beroep wordt opgeschort, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.
##### Artikel 48t
1. De bevoegdheid om op grond van [artikel 48n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XIIC&artikel=48n&z=2003-12-01&g=2003-12-01) een feit ter openbare kennis te brengen vervalt indien ter zake van het feit een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge [artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=74).
2. Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een feit als bedoeld in [artikel 48m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII_B&artikel=48m&z=2003-12-01&g=2003-12-01) vervalt, indien Onze Minister het feit reeds ter openbare kennis heeft gebracht.
##### Artikel 48u
1. De bevoegdheid om op grond van [artikel 48n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XIIC&artikel=48n&z=2003-12-01&g=2003-12-01) een feit ter openbare kennis te brengen vervalt drie jaren na de dag waarop het feit heeft plaats gehad.
2. De termijn bedoeld in het eerste lid wordt gestuit door de bekendmaking van de beschikking waarbij het feit ter openbare kennis wordt gebracht.
##### Artikel 48v
De werkzaamheden in verband met het op grond van [artikel 48n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XIIC&artikel=48n&z=2003-12-01&g=2003-12-01) ter openbare kennis brengen van een feit worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van het feit en het daaraan voorafgaande onderzoek.
### Hoofdstuk XIV. Slotbepalingen
## Bijlage. bedoeld in [artikel 48d, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII_B&artikel=48d&z=2003-12-01&g=2003-12-01)
### Artikel 1
### Artikel 2
**Categorie I:** natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van minder dan € 136 100; Factor: 1;
**Categorie II:** natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 136 100 maar minder dan € 272 300; Factor: 2;
**Categorie III:** natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 272 300 maar minder dan € 453 800; Factor: 3;
**Categorie IV:** natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 453 800 maar minder dan € 4 538 000; Factor: 4;
**Categorie V:** natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschapppen met een eigen vermogen van ten minste € 4 538 000; Factor: 5.
2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, bedoeld in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2003-12-01&g=2003-12-01), te vermenigvuldigen met de factor behorende bij de categorie naar eigen vermogen, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien de gegevens omtrent het eigen vermogen niet aan Onze Minister beschikbaar zijn gesteld, kan Onze Minister aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door hem te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.
4. Indien een boete wordt opgelegd voor het overtreden van [artikel 18b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=III_A&artikel=18b&z=2003-12-01&g=2003-12-01), is in afwijking van het eerste lid de volgende categorie-indeling met de daarbij behorende factoren van toepassing:
5. Voor de toepassing van het tweede en derde lid wordt voor instellingen als bedoeld in het vierde lid, onder a, c en d, onder «eigen vermogen» verstaan «balanstotaal».
### Artikel 3
Op grond van [artikel 48f, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII_B&artikel=48f&z=2003-12-01&g=2003-12-01), behoeft de betrokkene niet in de gelegenheid te worden gesteld om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 of 2 is vastgesteld.
**Tabel 1**
**Tabel 2**
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 3a
1. Onze Minister maakt na ontvangst van een aanvraag van goedkeuring zijn besluit omtrent de goedkeuring binnen een termijn van tien werkdagen bekend aan de aanvrager.
2. De in het eerste lid bedoelde termijn bedraagt ten hoogste twintig werkdagen indien sprake is van een aanbieding van effecten van een instelling waarvan nog geen effecten zijn aangeboden.
3. Indien de door de aanvrager ingediende documenten onvolledig zijn of onder toepassing van artikel 3, derde alinea, 22, eerste lid, derde alinea, 23, eerste lid of derde lid, tweede alinea, van de prospectusverordening aanvullende informatie nodig is voor de beoordeling van het vermogen, de financiële positie, het resultaat of de vooruitzichten van de instelling of de aan de effecten verbonden rechten en plichten, stelt Onze Minister de aanvrager hiervan binnen de termijn, bedoeld in het eerste of, indien van toepassing, het tweede lid op de hoogte en stelt hij hem in de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen. Indien de aanvrager niet binnen de gestelde termijn de aanvraag heeft aangevuld, kan Onze Minister besluiten de aanvraag niet verder te behandelen.
4. Ingeval het derde lid, eerste volzin, wordt toegepast gaan de termijnen, bedoeld in het eerste en tweede lid, opnieuw in, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de aanvrager de aanvullende informatie heeft verstrekt.
5. [Artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5) blijft buiten toepassing.
##### Artikel 3b
1. Het verbod, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2005-07-01&g=2005-07-01), is van overeenkomstige toepassing op een aanbieding van effecten ter zake waarvan het prospectus overeenkomstig [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2005-07-01&g=2005-07-01) is goedgekeurd, indien zich voorafgaand aan de afsluiting van de aanbieding van effecten een belangrijke nieuwe ontwikkeling, materiële vergissing of onjuistheid voordoet of door de aanvrager geconstateerd wordt die verband houdt met de informatie in het prospectus en van invloed kan zijn op de beoordeling van de aangeboden effecten, tenzij een document ter aanvulling van het prospectus door Onze Minister is goedgekeurd en algemeen verkrijgbaar is.
2. Onze Minister keurt het in het eerste lid bedoelde aanvullende document goed indien wordt voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels en maakt zijn besluit omtrent goedkeuring van dit document binnen een termijn van zeven werkdagen bekend aan de aanvrager. Het [vijfde lid van artikel 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=II&artikel=3a&z=2005-07-01&g=2005-07-01) is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk II A. Openbaar bod op effecten
### Hoofdstuk III. Effecteninstellingen
#### § 1. Vereisten voor een vergunning
#### § 2. Regels voor vergunninghouders
#### § 3. Gekwalificeerde deelnemingen in effecteninstellingen
### Hoofdstuk III A. Financiële instellingen, niet zijnde vergunningplichtige effecteninstellingen
##### Artikel 20a
1. Onze Minister houdt een register bij waarin zijn opgenomen de prospectussen die zijn goedgekeurd op grond van [artikel 3, eerste of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
2. Onze Minister houdt de gegevens in het register voor een ieder kosteloos ter inzage.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de inrichting en de werking van het register en de wijze waarop wijzigingen in het register worden aangebracht.
### Hoofdstuk VI. Effectenbeurzen
### Hoofdstuk VIII. Controle, uitvoering en samenwerking
### Hoofdstuk XI. Betrekkingen met derde landen
### Hoofdstuk XII. Gebruik van voorwetenschap en publieksmisleiding
### Hoofdstuk XIIA. Onderzoek door onze minister
### Hoofdstuk XII B. Dwangsom en bestuurlijke boete
### Hoofdstuk XIII. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk XIV. Slotbepalingen
## Bijlage. bedoeld in [artikel 48d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII_B&artikel=48d&z=2005-07-01&g=2005-07-01), van de Wet toezicht effectenverkeer 1995
### Artikel 1
### Artikel 2
3. Indien de gegevens omtrent het eigen vermogen niet aan Onze Minister beschikbaar zijn gesteld, kan Onze Minister aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door hem te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.
### Artikel 3
Op grond van [artikel 48f, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII_B&artikel=48f&z=2005-07-01&g=2005-07-01), behoeft de betrokkene niet in de gelegenheid te worden gesteld om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 of 2 is vastgesteld.
**Tabel 1**
**Tabel 2**
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 1. Algemeen
##### Artikel 45a
Voor de toepassing van dit hoofdstuk:
- 1°. wordt onder effecten mede verstaan: rente-, valuta- of aandelenswaps of soortgelijke overeenkomsten;
- 2°. wordt onder gereglementeerde markt verstaan: een markt als bedoeld in artikel 1, onder 13, van de richtlijn beleggingsdiensten of een effectenbeurs, niet zijnde een markt als hiervoor bedoeld, waarvan de houder ingevolge [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=VI&artikel=22&z=2005-10-01&g=2005-10-01) een erkenning heeft verkregen.
##### Artikel 45b
Indien een overheidsinstantie in een andere lid-staat dan wel een instantie die in een andere lid-staat van overheidswege is aangewezen als bevoegde autoriteit in de zin van [richtlijn nr. 2003/6/EG](32003L0006) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (PbEU L 96) Onze Minister met het oog op het toezicht op de naleving van ter uitvoering van die richtlijn gestelde regels verzoekt om gegevens of inlichtingen als bedoeld in [artikel 33, eerste lid, aanhef](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=VIII&artikel=33&z=2005-10-01&g=2005-10-01), verstrekt Onze Minister die gegevens of inlichtingen onverwijld, tenzij:
- a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is;
- b. het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet past in het kader van het in de aanhef bedoelde toezicht;
- c. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de Nederlandse wet, de nationale veiligheid of de openbare orde;
- d. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd;
- e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; of
- f. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.
##### Artikel 45c
Overtreding van [artikel 46, eerste, derde of negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01), [46a, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46a&z=2005-10-01&g=2005-10-01), of [46b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46b&z=2005-10-01&g=2005-10-01), is een misdrijf.
##### Artikel 45d
Ten aanzien van strafbare feiten als bedoeld in de [artikelen 46, eerste, derde en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01), [46a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46a&z=2005-10-01&g=2005-10-01), [46b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46b&z=2005-10-01&g=2005-10-01), [47, eerste en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=3&artikel=47&z=2005-10-01&g=2005-10-01) en [47c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=3&artikel=47c&z=2005-10-01&g=2005-10-01), is de rechtbank van Amsterdam in eerste aanleg bij uitsluiting bevoegd.
#### § 2. Verbodsbepalingen
#### § 3. Openbaarmakings- en meldingsverplichtingen
##### Artikel 47a
1. Een ieder die:
- a. het dagelijks beleid bepaalt of mede bepaalt van een rechtspersoon, vennootschap of instelling met statutaire zetel in Nederland die effecten als bedoeld in [artikel 46, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01), heeft uitgegeven of zal uitgeven of van een rechtspersoon, vennootschap of instelling met statutaire zetel in een staat die niet een lid-staat is die effecten als bedoeld in [artikel 46, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01), heeft uitgegeven of zal uitgeven;
- b. toezicht houdt op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in een rechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld onder a, en de daarmee verbonden onderneming;
- c. een leidinggevende functie heeft en uit dien hoofde de bevoegdheid heeft om besluiten te nemen die gevolgen hebben voor de toekomstige ontwikkelingen en bedrijfsvooruitzichten van een rechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld onder a en die regelmatig kennis kan hebben van informatie als bedoeld in [artikel 46, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01); of
- d. behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie van personen die nauw gelieerd zijn met een onder a, b of c bedoelde persoon,
doet uiterlijk op de vijfde werkdag na de transactiedatum melding van voor eigen rekening verrichte of bewerkstelligde transacties in aandelen die betrekking hebben op de onder a, b, onderscheidenlijk c bedoelde rechtspersoon, vennootschap of instelling, of in effecten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van deze aandelen. De melding wordt, indien het een rechtspersoon, vennootschap of instelling met statutaire zetel in Nederland betreft, gedaan aan Onze Minister of, indien van toepassing, aan de rechtspersoon waaraan ingevolge [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=IX&artikel=40&z=2005-10-01&g=2005-10-01) taken en bevoegdheden zijn overgedragen, of, indien het een rechtspersoon, vennootschap of instelling betreft waarvan de statutaire zetel zich niet in een lid-staat bevindt, aan de toezichthouder van de lid-staat waarin de rechtspersoon, vennootschap of instelling gehouden is de jaarlijkse informatie in verband met aandelen te verstrekken overeenkomstig artikel 10 van [richtlijn nr. 2003/71/EG](32003L0071) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten van het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van [richtlijn nr. 2001/34/EG](32001L0034) (PbEU L 345).
2. De melding kan worden uitgesteld tot het tijdstip waarop de voor eigen rekening verrichte transacties door personen als bedoeld in het eerste lid, onder a, b of c, per persoon in het desbetreffende kalenderjaar een bedrag van € 5 000 of meer bedragen of waarop de voor eigen rekening verrichte transacties door een persoon als bedoeld onder a, b of c, opgeteld bij de voor eigen rekening verrichte transacties van de met hem gelieerde personen als bedoeld onder d, in het desbetreffende kalenderjaar een bedrag van € 5 000 of meer bedragen.
3. De melding voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
4. De melding kan worden gedaan door tussenkomst van een door de rechtspersoon, vennootschap of instelling waarop de effecten betrekking hebben aan te wijzen persoon.
5. Ten aanzien van de melding kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat indien op grond van daarbij aan te wijzen andere wettelijke bepalingen reeds bepaalde gegevens aan Onze Minister dan wel, indien van toepassing, aan de rechtspersoon aan wie ingevolge [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=IX&artikel=40&z=2005-10-01&g=2005-10-01) taken en bevoegdheden zijn overgedragen, zijn gemeld, daardoor aan de verplichting tot melding op grond van het eerste lid is voldaan.
6. Dit artikel is niet van toepassing op transacties die zijn verricht of bewerkstelligd in het kader van het monetaire beleid, het valutabeleid of het beheer van de overheidsschuld. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere categorieën transacties worden aangewezen waarop dit artikel niet van toepassing is.
##### Artikel 47b
1. Onze Minister verwerkt de in een melding op grond van [artikel 47a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=3&artikel=47a&z=2005-10-01&g=2005-10-01), opgenomen gegevens, met uitzondering van de adresgegevens van de meldingsplichtige, onverwijld in het in [artikel 47, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=3&artikel=47&z=2005-10-01&g=2005-10-01), bedoelde register. Onze Minister houdt de gegevens, met uitzondering van de adresgegevens van de meldingsplichtige, voor een ieder gedurende tenminste vijf jaren kosteloos ter inzage in het register.
2. Indien een melding naar het oordeel van Onze Minister onjuist is en de melding na verzoek daartoe van Onze Minister niet is hersteld, neemt hij in plaats van de gemelde gegevens de juiste gegevens in het register op.
3. Onze Minister kan met het oog op een onderzoek naar de juistheid van een melding, opneming van de melding in het register voor de duur van het onderzoek opschorten. Hij stelt degene die de melding heeft gedaan van de opschorting in kennis.
##### Artikel 47c
1. Een effecteninstelling die een redelijk vermoeden heeft dat een transactie of een opdracht tot een transactie terzake waarvan zij in of vanuit Nederland bemiddelt in strijd is met [artikel 46, eerste of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01), of [artikel 46b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46b&z=2005-10-01&g=2005-10-01), meldt dit vermoeden onverwijld aan Onze Minister dan wel, indien van toepassing, aan de rechtspersoon aan wie ingevolge [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=IX&artikel=40&z=2005-10-01&g=2005-10-01) taken en bevoegdheden zijn overgedragen.
2. Onze Minister meldt een overeenkomstig het eerste lid gemeld vermoeden onverwijld aan iedere overheidsinstantie of van overheidswege aangewezen instantie die belast is met het toezicht op een gereglementeerde markt waar de effecten waarop de melding betrekking heeft tot de handel zijn toegelaten of waarvoor toelating van die effecten tot de handel is aangevraagd.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald wanneer sprake is van een redelijk vermoeden als bedoeld in het eerste lid en kunnen regels worden gesteld waaraan de melding dient te voldoen en op welke wijze deze dient plaats te vinden.
##### Artikel 47d
1. Een effecteninstelling die ingevolge [artikel 47c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=3&artikel=47c&z=2005-10-01&g=2005-10-01), te goeder trouw een melding heeft gedaan is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt.
2. Gegevens of inlichtingen die op grond van [artikel 47c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=3&artikel=47c&z=2005-10-01&g=2005-10-01), zijn verstrekt, kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens overtreding van de [artikelen 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01) of [46b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46b&z=2005-10-01&g=2005-10-01) ten aanzien van een effecteninstelling die ingevolge [artikel 47c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=3&artikel=47c&z=2005-10-01&g=2005-10-01), gegevens of inlichtingen heeft verstrekt.
3. Een effecteninstelling die ingevolge [artikel 47c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=3&artikel=47c&z=2005-10-01&g=2005-10-01), een melding heeft gedaan is verplicht tot geheimhouding daarvan.
##### Artikel 47e
1. Een effecteninstelling of persoon als bedoeld in het tweede lid, die voor het publiek bestemde informatie als bedoeld in dat lid openbaar maakt, houdt zich aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels met betrekking tot:
- a. het openbaar maken van de identiteit van degene die de in de aanhef bedoelde informatie heeft opgesteld of naar buiten brengt;
- b. het waarborgen dat de in de aanhef bedoelde informatie een juiste voorstelling van zaken biedt; en
- c. het openbaar maken van informatie waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat deze informatie afbreuk kan doen aan de objectiviteit van de in de aanhef bedoelde informatie.
2. Het eerste lid is van toepassing op:
- a. effecteninstellingen die:
- 1°. in of vanuit Nederland of een staat die geen lidstaat is voor het publiek bestemde informatie openbaar maken, waarin rechtstreeks of middellijk een beleggingsaanbeveling wordt gedaan met betrekking tot effecten als bedoeld in [artikel 46, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01), of met betrekking tot een rechtspersoon, vennootschap of instelling die effecten als bedoeld in dat onderdeel heeft uitgegeven of zal uitgeven;
- 2°. in of vanuit Nederland voor het publiek bestemde informatie openbaar maken, waarin rechtstreeks of middellijk een beleggingsaanbeveling wordt gedaan met betrekking tot effecten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt die gelegen is of werkzaam is in een andere lid-staat, of met betrekking tot een rechtspersoon, vennootschap of instelling die deze effecten heeft uitgegeven of zal uitgeven;
- b. met een effecteninstelling, of met een persoon als bedoeld onder c, gelieerde rechtspersonen die:
- 1°. in of vanuit Nederland of een staat die geen lidstaat is voor het publiek bestemde informatie openbaar maken waarin rechtstreeks een beleggingsaanbeveling wordt gedaan met betrekking tot effecten als bedoeld in [artikel 46, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01);
- 2°. in of vanuit Nederland voor het publiek bestemde informatie openbaar maken, waarin rechtstreeks een beleggingsaanbeveling wordt gedaan met betrekking tot effecten als bedoeld in onderdeel a, onder 2°;
- c. personen, niet zijnde effecteninstellingen, wier hoofdactiviteit bestaat uit het:
- 1°. in of vanuit Nederland of een staat die geen lidstaat is openbaar maken van voor het publiek bestemde informatie waarin rechtstreeks of middellijk een beleggingsaanbeveling wordt gedaan met betrekking tot effecten als bedoeld in [artikel 46, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01), of met betrekking tot een rechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld in onderdeel a, onder 1°;
- 2°. in of vanuit Nederland openbaar maken van voor het publiek bestemde informatie waarin rechtstreeks of middellijk een beleggingsaanbeveling wordt gedaan met betrekking tot effecten als bedoeld in onderdeel a, onder 2°, of met betrekking tot een rechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld in onderdeel a, onder 2°;
- d. andere personen dan genoemd onder a tot en met c die in het kader van hun beroeps- of bedrijfsuitoefening:
- 1°. in of vanuit Nederland of een staat die geen lidstaat is voor het publiek bestemde informatie openbaar maken, waarin rechtstreeks een beleggingsaanbeveling wordt gedaan met betrekking tot effecten als bedoeld in [artikel 46, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01);
- 2°. in of vanuit Nederland voor het publiek bestemde informatie openbaar maken, waarin rechtstreeks een beleggingsaanbeveling wordt gedaan met betrekking tot effecten als bedoeld in onderdeel a, onder 2°;
- e. personen die in het kader van een arbeidsovereenkomst of anderszins, voor een persoon als bedoeld onder a of c, werkzaam zijn en als hoofdactiviteit:
- 1°. in of vanuit Nederland of een staat die geen lidstaat is voor het publiek bestemde informatie openbaar maken, waarin rechtstreeks of middellijk een beleggingsaanbeveling wordt gedaan met betrekking tot effecten als bedoeld in [artikel 46, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01), of met betrekking tot een rechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld in onderdeel a, onder 1°;
- 2°. in of vanuit Nederland voor het publiek bestemde informatie openbaar maken, waarin rechtstreeks of middellijk een beleggingsaanbeveling wordt gedaan met betrekking tot effecten als bedoeld in onderdeel a, onder 2°, of met betrekking tot een rechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld in onderdeel a, onder 2° en die bij het opstellen van de informatie betrokken waren;
- f. personen die in het kader van een arbeidsovereenkomst of anderszins, voor een persoon als bedoeld onder a of c, werkzaam zijn en niet als hoofdactiviteit:
- 1°. in of vanuit Nederland of een staat die geen lidstaat is voor het publiek bestemde informatie openbaar maken, waarin rechtstreeks een beleggingsaanbeveling wordt gedaan met betrekking tot effecten als bedoeld in [artikel 46, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01), en die bij het opstellen van de aanbeveling betrokken waren;
- 2°. in of vanuit Nederland voor het publiek bestemde informatie openbaar maken, waarin rechtstreeks een beleggingsaanbeveling wordt gedaan met betrekking tot effecten als bedoeld in onderdeel a, onder 2°, en die bij het opstellen van de aanbeveling betrokken waren;
- g. andere personen dan genoemd in de overige onderdelen van dit lid, die:
- 1°. in of vanuit Nederland of een staat die geen lidstaat is voor het publiek bestemde informatie openbaar maken, waarin rechtstreeks een beleggingsaanbeveling wordt gedaan met betrekking tot effecten als bedoeld in [artikel 46, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01);
- 2°. in of vanuit Nederland voor het publiek bestemde informatie openbaar maken, waarin rechtstreeks een beleggingsaanbeveling wordt gedaan met betrekking tot effecten als bedoeld in onderdeel a, onder 2°.
3. Een effecteninstelling als bedoeld in het tweede lid, onder a, of een persoon als bedoeld in het tweede lid, onder e of f, vermeldt in de in het tweede lid bedoelde informatie wie de bevoegde toezichthoudende autoriteit is. Een ieder die niet een effecteninstelling is en op wie ingevolge zelfregulering normen of gedragsregels met betrekking tot de in het eerste lid, onder a tot en met c, bedoelde onderwerpen van toepassing zijn, vermeldt deze in de in het tweede lid bedoelde informatie.
4. Een effecteninstelling als bedoeld in het tweede lid, die transacties in effecten verricht, maakt de door haar getroffen organisatorische en administratieve maatregelen om belangenconflicten ten aanzien van aanbevelingen te voorkomen in algemene bewoordingen openbaar.
5. Een persoon die in het kader van zijn beroeps- of bedrijfsuitoefening door een derde uitgebrachte, voor het publiek bestemde informatie als bedoeld in het tweede lid voor eigen verantwoordelijkheid openbaar maakt, vermeldt duidelijk en opvallend wijzigingen die hij in de informatie heeft aangebracht of vermeldt dat deze informatie ongewijzigd is overgenomen en voldoet aan de ingevolge het eerste lid bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Het derde lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing.
6. Een ieder die in of vanuit Nederland een samenvatting van door een derde opgestelde, voor het publiek bestemde informatie als bedoeld in het tweede lid openbaar maakt, draagt ervoor zorg dat deze samenvatting duidelijk, niet misleidend en direct en gemakkelijk toegankelijk is. Tevens maakt hij daarbij melding van de plaats waar de informatie die in de samenvatting wordt weergegeven toegankelijk is, indien deze informatie openbaar is.
7. Met betrekking tot het openbaarmaken van informatie als bedoeld in het tweede lid door journalisten of andere beroepsbeoefenaren kunnen bij de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur afwijkende regels worden gesteld.
##### Artikel 47f
Een rechtspersoon, vennootschap of instelling met statutaire zetel in Nederland die effecten als bedoeld in [artikel 46, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01), heeft uitgegeven of zal uitgeven, met uitzondering van effecten die zijn uitgegeven of zullen worden uitgegeven in het kader van het monetaire beleid, het valutabeleid of het beheer van de overheidsschuld, alsmede een rechtspersoon, vennootschap of instelling met statutaire zetel in een staat die niet een lid-staat is die effecten als bedoeld in [artikel 46, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-10-01&g=2005-10-01), heeft uitgegeven of zal uitgeven, met uitzondering van effecten die zijn uitgegeven of zullen worden uitgegeven in het kader van het monetaire beleid, het valutabeleid of het beheer van de overheidsschuld, stelt een reglement vast waarin regels worden gesteld ten aanzien van het bezit van en transacties in op haar betrekking hebbende aandelen of in effecten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van deze aandelen door haar werknemers en de personen, bedoeld in [artikel 47a, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII¶graaf=3&artikel=47a&z=2005-10-01&g=2005-10-01). Het reglement voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
#### § 4. Aanvullende toezichtsbevoegdheden
### Hoofdstuk XII B. Dwangsom en bestuurlijke boete
### Hoofdstuk XIIC. Openbaarmaking van overtredingen
### Hoofdstuk XIII. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk XIV. Slotbepalingen
## Bijlage. bedoeld in [artikel 48d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII_B&artikel=48d&z=2005-10-01&g=2005-10-01), van de Wet toezicht effectenverkeer 1995
### Artikel 1
**Categorie II:** natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 136 100 maar minder dan € 272 300; Factor: 2;
**Categorie III:** natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 272 300 maar minder dan € 453 800; Factor: 3;
**Categorie IV:** natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 453 800 maar minder dan € 4 538 000; Factor: 4;
**Categorie V:** natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschapppen met een eigen vermogen van ten minste € 4 538 000; Factor: 5.
2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, bedoeld in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2005-10-01&g=2005-10-01), te vermenigvuldigen met de factor behorende bij de categorie naar eigen vermogen, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien de gegevens omtrent het eigen vermogen niet aan Onze Minister beschikbaar zijn gesteld, kan Onze Minister aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door hem te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.
4. Indien een boete wordt opgelegd voor het overtreden van [artikel 18b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=III_A&artikel=18b&z=2005-10-01&g=2005-10-01), is in afwijking van het eerste lid de volgende categorie-indeling met de daarbij behorende factoren van toepassing:
5. Voor de toepassing van het tweede en derde lid wordt voor instellingen als bedoeld in het vierde lid, onder a, c en d, onder «eigen vermogen» verstaan «balanstotaal».
### Artikel 3
Op grond van [artikel 48f, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII_B&artikel=48f&z=2005-10-01&g=2005-10-01), behoeft de betrokkene niet in de gelegenheid te worden gesteld om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 of 2 is vastgesteld.
**Tabel 1**
**Tabel 2**
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 5a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk II A. Openbaar bod op effecten
### Hoofdstuk III. Effecteninstellingen
#### § 1. Vereisten voor een vergunning
#### § 2. Regels voor vergunninghouders
#### § 3. Gekwalificeerde deelnemingen in effecteninstellingen
### Hoofdstuk V. Register
### Hoofdstuk VIII. Controle, uitvoering en samenwerking
### Hoofdstuk X. Beroep
#### § 1. Algemeen
#### § 2. Verbodsbepalingen
#### § 3. Openbaarmakings- en meldingsverplichtingen
#### § 4. Aanvullende toezichtsbevoegdheden
### Hoofdstuk XIIA. Onderzoek door onze minister
### Hoofdstuk XIIC. Openbaarmaking van overtredingen
### Hoofdstuk XIII. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk XIV. Slotbepalingen
## Bijlage. bedoeld in [artikel 48d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&hoofdstuk=XII_B&artikel=48d&z=2006-11-01&g=2006-11-01), van de Wet toezicht effectenverkeer 1995
### Artikel 1
### Artikel 2
5. Voor de toepassing van het tweede en derde lid wordt voor instellingen als bedoeld in het vierde lid, onder a, c en d, onder «eigen vermogen» verstaan «balanstotaal».
### Artikel 3
**Tabel 2**
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2002-01-01
Wet toezicht effectenverkeer 1995
original version
Tekst op deze datum