Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 24 april 1997, houdende voorziening tegen geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid voor jonggehandicapten (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten)
72 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 6
2025-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 6
2024-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 6
2023-10-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 6
2023-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 6
2022-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 6
2021-12-21
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 6
2021-11-15
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 2
2021-07-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 6
2021-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2020-09-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2020-03-19
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 6
2020-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 6
2019-07-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 6
2019-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 6
2018-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 6
2017-10-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 3
2017-07-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2017-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2016-08-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 3
2016-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 2
2015-12-11
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2015-07-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 2
2015-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2014-07-16
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2014-07-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2014-04-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 2
2014-01-06
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 2
2014-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2013-07-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 2
2013-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2012-12-28
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 2
2012-07-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 2
2012-04-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 2
2012-03-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 2
2012-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 3, 3
2011-07-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 2
2011-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2010-10-11
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 2
2010-10-10
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 2
2010-07-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 2
2010-06-23
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 2
2010-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2009-12-22
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Wijzigingen op 2009-12-22
@@ -30,7 +30,7 @@
- i. reïntegratiebedrijf: een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert;
- j. resterende verdiencapaciteit: datgene dat de jonggehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet nog met arbeid kan verdienen en dat bij of krachtens [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2009-12-01&g=2009-12-01) is vastgesteld;
- j. resterende verdiencapaciteit: datgene dat de jonggehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet nog met arbeid kan verdienen en dat bij of krachtens [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2009-12-22&g=2009-12-22) is vastgesteld;
- k. werknemer: een werknemer in de zin van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057);
@@ -218,17 +218,17 @@
1. De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt herzien wanneer de jonggehandicapte, aan wie zij is toegekend, op grond van deze wet voor een hogere of lagere uitkering in aanmerking komt.
2. Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering plaats met inachtneming van de [artikelen 12 tot en met 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=12&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
3. De arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte die deelneemt aan een voor hem gewenste opleiding of scholing, wordt gedurende deze opleiding of scholing niet herzien in verband met een daaruit voortvloeiende afneming van de arbeidsongeschiktheid. Indien de jonggehandicapte tijdens de opleiding of scholing inkomsten uit arbeid verwerft, is [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50&z=2009-12-01&g=2009-12-01), van overeenkomstige toepassing.
2. Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering plaats met inachtneming van de [artikelen 12 tot en met 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=12&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
3. De arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte die deelneemt aan een voor hem gewenste opleiding of scholing, wordt gedurende deze opleiding of scholing niet herzien in verband met een daaruit voortvloeiende afneming van de arbeidsongeschiktheid. Indien de jonggehandicapte tijdens de opleiding of scholing inkomsten uit arbeid verwerft, is [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50&z=2009-12-22&g=2009-12-22), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12. Herziening bij minder dan 45% arbeidsongeschiktheid
1. Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, onverminderd de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=14&z=2009-12-01&g=2009-12-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=15&z=2009-12-01&g=2009-12-01), plaats zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken 52 weken heeft geduurd.
1. Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, onverminderd de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=14&z=2009-12-22&g=2009-12-22) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=15&z=2009-12-22&g=2009-12-22), plaats zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken 52 weken heeft geduurd.
2. De in het eerste lid bedoelde herziening vindt niet plaats, indien de toeneming kennelijk is voortgekomen uit een andere oorzaak dan die waaruit de ongeschiktheid ter zake waarvan uitkering wordt genoten, is voortgekomen.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op de persoon die in het jaar onmiddellijk voorafgaande aan de dag van het intreden van de toeneming van de arbeidsongeschiktheid zes of meer maanden studerende was als bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
3. Het tweede lid is niet van toepassing op de persoon die in het jaar onmiddellijk voorafgaande aan de dag van het intreden van de toeneming van de arbeidsongeschiktheid zes of meer maanden studerende was als bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
4. Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van [artikel 3:7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:7), [3:8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:8), [3:10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:10), [3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:18) of [3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:30) wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van het tijdvak van 52 weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van [artikel 3:7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:7), [3:8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:8), [3:10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:10), [3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:18) of [3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:30) wordt genoten, buiten beschouwing.
@@ -258,7 +258,7 @@
2. Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering werd toegekend, onderscheidenlijk wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid werd herzien dan wel is herleefd, met toepassing van artikel 29, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 31, tweede lid, geldt voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a en b, als dag met ingang waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering werd toegekend, onderscheidenlijk werd herzien dan wel is herleefd, de dag, met ingang waarvan die uitkering zou zijn toegekend, onderscheidenlijk zou zijn herzien dan wel zou zijn herleefd, indien artikel 29, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 31, tweede lid, geen toepassing zou hebben gevonden.
3. Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van een herbeoordeling als bedoeld in [artikel 28, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=28&z=2009-12-01&g=2009-12-01), plaats met ingang van 22 februari 2007.
3. Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van een herbeoordeling als bedoeld in [artikel 28, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=28&z=2009-12-22&g=2009-12-22), plaats met ingang van 22 februari 2007.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor gevallen waarbij direct herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering plaatsvindt. Op grond van deze regels kan bedoelde herziening slechts plaatsvinden ten behoeve van de jonggehandicapte die bij hervatting van de arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven inkomsten geniet, die minder bedragen dan evenredig is aan zijn nog bestaande arbeidsgeschiktheid.
@@ -270,7 +270,7 @@
2. Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van [artikel 3:7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:7), [3:8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:8), [3:10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:10), [3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:18) of [3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:30) wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van de eerstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van [artikel 3:7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:7), [3:8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:8), [3:10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:10), [3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:18) of [3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:30) wordt genoten, buiten beschouwing.
3. Dit artikel vindt geen toepassing, indien recht bestaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=13&z=2009-12-01&g=2009-12-01) of [14, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=14&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
3. Dit artikel vindt geen toepassing, indien recht bestaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=13&z=2009-12-22&g=2009-12-22) of [14, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=14&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
4. Perioden van wonen buiten Nederland, waarin de arbeidsongeschiktheid is toegenomen worden mede in aanmerking genomen voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste lid.
@@ -278,17 +278,17 @@
1. Onverminderd hetgeen overigens in deze wet is bepaald ter zake van herziening of intrekking van een beschikking tot toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering, alsook ter zake van een weigering van een zodanige uitkering, herziet het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een dergelijke beschikking of trekt het deze in:
- a. ter uitvoering van een beslissing als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=10&z=2009-12-01&g=2009-12-01);
- b. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=37&z=2009-12-01&g=2009-12-01), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=38&z=2009-12-01&g=2009-12-01) of [62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-01&g=2009-12-01) heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van een uitkering;
- a. ter uitvoering van een beslissing als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=10&z=2009-12-22&g=2009-12-22);
- b. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=37&z=2009-12-22&g=2009-12-22), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=38&z=2009-12-22&g=2009-12-22) of [62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-22&g=2009-12-22) heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van een uitkering;
- c. indien anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;
- d. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=37&z=2009-12-01&g=2009-12-01), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=38&z=2009-12-01&g=2009-12-01) of [62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-01&g=2009-12-01) ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op uitkering bestaat.
- d. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=37&z=2009-12-22&g=2009-12-22), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=38&z=2009-12-22&g=2009-12-22) of [62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-22&g=2009-12-22) ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op uitkering bestaat.
2. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking als bedoeld in het eerste lid af te zien.
3. Een besluit tot toekenning van een voorziening als bedoeld in [artikel 59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-01&g=2009-12-01), een besluit tot toekenning van loonsuppletie als bedoeld in [artikel 59f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59f&z=2009-12-01&g=2009-12-01) en van inkomenssuppletie als bedoeld in [artikel 59g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59g&z=2009-12-01&g=2009-12-01) wordt ingetrokken of herzien indien die voorzieningen ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn vastgesteld.
3. Een besluit tot toekenning van een voorziening als bedoeld in [artikel 59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-22&g=2009-12-22), een besluit tot toekenning van loonsuppletie als bedoeld in [artikel 59f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59f&z=2009-12-22&g=2009-12-22) en van inkomenssuppletie als bedoeld in [artikel 59g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59g&z=2009-12-22&g=2009-12-22) wordt ingetrokken of herzien indien die voorzieningen ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn vastgesteld.
##### Artikel 17. Einde van het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering
@@ -300,11 +300,11 @@
- c. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de jonggehandicapte buiten Nederland is gaan wonen.
2. De arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte die deelneemt aan een voor hem gewenste opleiding of scholing, wordt gedurende deze opleiding of scholing niet ingetrokken in verband met een daaruit voortvloeiende afneming van de arbeidsongeschiktheid. Indien de jonggehandicapte tijdens de opleiding of scholing inkomsten uit arbeid verwerft, is [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50&z=2009-12-01&g=2009-12-01), van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide scholing of opleiding, gaat deze intrekking niet eerder in dan een jaar na voltooiing van die scholing of opleiding. Indien de jonggehandicapte eerder inkomsten uit arbeid verwerft, is [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50&z=2009-12-01&g=2009-12-01), tot uiterlijk het einde van dat jaar van overeenkomstige toepassing.
4. Het eerste lid, onderdeel c, is tevens van toepassing op de jonggehandicapte die buiten Nederland is gaan wonen en op wie [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2009-12-01&g=2009-12-01), van toepassing is.
2. De arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte die deelneemt aan een voor hem gewenste opleiding of scholing, wordt gedurende deze opleiding of scholing niet ingetrokken in verband met een daaruit voortvloeiende afneming van de arbeidsongeschiktheid. Indien de jonggehandicapte tijdens de opleiding of scholing inkomsten uit arbeid verwerft, is [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50&z=2009-12-22&g=2009-12-22), van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide scholing of opleiding, gaat deze intrekking niet eerder in dan een jaar na voltooiing van die scholing of opleiding. Indien de jonggehandicapte eerder inkomsten uit arbeid verwerft, is [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50&z=2009-12-22&g=2009-12-22), tot uiterlijk het einde van dat jaar van overeenkomstige toepassing.
4. Het eerste lid, onderdeel c, is tevens van toepassing op de jonggehandicapte die buiten Nederland is gaan wonen en op wie [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2009-12-22&g=2009-12-22), van toepassing is.
5. Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt, indien de jonggehandicapte rechtens zijn vrijheid is ontnomen, vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming één maand heeft geduurd.
@@ -320,45 +320,45 @@
1. Indien de jonggehandicapte:
- a. wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens afneming van arbeidsongeschiktheid op grond van [artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=17&z=2009-12-01&g=2009-12-01), is ingetrokken; of
- b. die aan het einde van de wachttijd, bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=6&z=2009-12-01&g=2009-12-01), ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling, maar geen recht had op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat hij niet arbeidsongeschikt was; binnen vijf jaar na de datum van die intrekking dan wel binnen vijf jaar na het bereiken van die wachttijd arbeidsongeschikt wordt en deze arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak als die waaruit de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan de ingetrokken uitkering werd genoten dan wel als die op grond waarvan hij ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling voortkomt, vindt toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats, zodra die arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd.
- a. wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens afneming van arbeidsongeschiktheid op grond van [artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=17&z=2009-12-22&g=2009-12-22), is ingetrokken; of
- b. die aan het einde van de wachttijd, bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=6&z=2009-12-22&g=2009-12-22), ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling, maar geen recht had op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat hij niet arbeidsongeschikt was; binnen vijf jaar na de datum van die intrekking dan wel binnen vijf jaar na het bereiken van die wachttijd arbeidsongeschikt wordt en deze arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak als die waaruit de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan de ingetrokken uitkering werd genoten dan wel als die op grond waarvan hij ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling voortkomt, vindt toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats, zodra die arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd.
2. Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van [artikel 3:7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:7), [3:8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:8), [3:10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:10), [3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:18) of [3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:30) wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van de eerstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van [artikel 3:7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:7), [3:8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:8), [3:10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:10), [3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:18) of [3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:30) wordt genoten, buiten beschouwing.
3. Dit artikel vindt geen toepassing:
- a. indien op grond van [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=20&z=2009-12-01&g=2009-12-01) aanspraak bestaat op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering; of
- a. indien op grond van [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=20&z=2009-12-22&g=2009-12-22) aanspraak bestaat op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering; of
- b. indien [artikel 29b van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29b) toepassing kan vinden, tenzij de toe te kennen arbeidsongeschiktheidsuitkering het ziekengeld overtreft.
4. [Artikel 6b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=6b&z=2009-12-01&g=2009-12-01) en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing.
4. [Artikel 6b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=6b&z=2009-12-22&g=2009-12-22) en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 20. Heropening van de uitkering
1. De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, in verband met [artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=17&z=2009-12-01&g=2009-12-01), is ingetrokken, heeft, indien hij binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan de uitkering is ingetrokken, weer arbeidsongeschikt wordt, aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
2. Het eerste lid is mede van toepassing ten aanzien van de jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45% in verband met [artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=17&z=2009-12-01&g=2009-12-01), is ingetrokken, indien hij weer arbeidsongeschikt wordt binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan die uitkering, die voordien was berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, wegens afneming van de arbeidsongeschiktheid is herzien naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%.
3. De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, in verband met [artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=17&z=2009-12-01&g=2009-12-01), is ingetrokken met ingang van een dag, gelegen binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan die uitkering werd toegekend of wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid werd herzien, heeft, indien hij binnen die vier weken weer arbeidsongeschikt wordt, aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. [Artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=14&z=2009-12-01&g=2009-12-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, in verband met [artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=17&z=2009-12-01&g=2009-12-01), is ingetrokken, heeft, onverminderd het tweede en het derde lid, indien hij binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan de uitkering is ingetrokken, weer arbeidsongeschikt wordt, niet kennelijk uit een andere oorzaak dan die, waaruit de arbeidsongeschiktheid, ter zake waarvan de ingetrokken uitkering werd genoten, is voortgekomen, aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
5. Ten aanzien van de jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met [artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=17&z=2009-12-01&g=2009-12-01), is ingetrokken, en die weer arbeidsongeschikt is geworden op grond van een herbeoordeling als bedoeld in [artikel 28, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=28&z=2009-12-01&g=2009-12-01), vindt heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering plaats met ingang van 22 februari 2007.
1. De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, in verband met [artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=17&z=2009-12-22&g=2009-12-22), is ingetrokken, heeft, indien hij binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan de uitkering is ingetrokken, weer arbeidsongeschikt wordt, aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
2. Het eerste lid is mede van toepassing ten aanzien van de jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45% in verband met [artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=17&z=2009-12-22&g=2009-12-22), is ingetrokken, indien hij weer arbeidsongeschikt wordt binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan die uitkering, die voordien was berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, wegens afneming van de arbeidsongeschiktheid is herzien naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%.
3. De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, in verband met [artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=17&z=2009-12-22&g=2009-12-22), is ingetrokken met ingang van een dag, gelegen binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan die uitkering werd toegekend of wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid werd herzien, heeft, indien hij binnen die vier weken weer arbeidsongeschikt wordt, aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. [Artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=14&z=2009-12-22&g=2009-12-22), is van overeenkomstige toepassing.
4. De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, in verband met [artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=17&z=2009-12-22&g=2009-12-22), is ingetrokken, heeft, onverminderd het tweede en het derde lid, indien hij binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan de uitkering is ingetrokken, weer arbeidsongeschikt wordt, niet kennelijk uit een andere oorzaak dan die, waaruit de arbeidsongeschiktheid, ter zake waarvan de ingetrokken uitkering werd genoten, is voortgekomen, aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
5. Ten aanzien van de jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met [artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=17&z=2009-12-22&g=2009-12-22), is ingetrokken, en die weer arbeidsongeschikt is geworden op grond van een herbeoordeling als bedoeld in [artikel 28, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=28&z=2009-12-22&g=2009-12-22), vindt heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering plaats met ingang van 22 februari 2007.
6. De heropening vindt plaats naar de mate van arbeidsongeschiktheid op de dag, waarop de heropening ingaat.
7. Voor de toepassing van het eerste tot en met vijfde lid wordt niet als arbeidsongeschikt beschouwd degene die minder dan 25% arbeidsongeschikt is.
8. [Artikel 6b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=6b&z=2009-12-01&g=2009-12-01) en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing.
8. [Artikel 6b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=6b&z=2009-12-22&g=2009-12-22) en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 20a. Heropening van de uitkering na afloop vrijheidsontneming
1. De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met [artikel 17, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=17&z=2009-12-01&g=2009-12-01), is geëindigd, heeft vanaf de dag dat hij in vrijheid wordt gesteld met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is. [Artikel 6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=6&z=2009-12-01&g=2009-12-01), is van overeenkomstige toepassing.
1. De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met [artikel 17, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=17&z=2009-12-22&g=2009-12-22), is geëindigd, heeft vanaf de dag dat hij in vrijheid wordt gesteld met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is. [Artikel 6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=6&z=2009-12-22&g=2009-12-22), is van overeenkomstige toepassing.
2. Aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, die op de in dat lid bedoelde dag niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak.
3. De [artikelen 6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=6&z=2009-12-01&g=2009-12-01), [29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=29&z=2009-12-01&g=2009-12-01) en [30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=30&z=2009-12-01&g=2009-12-01) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in dit artikel.
3. De [artikelen 6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=6&z=2009-12-22&g=2009-12-22), [29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=29&z=2009-12-22&g=2009-12-22) en [30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=30&z=2009-12-22&g=2009-12-22) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in dit artikel.
4. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële inrichting plaatsvindt.
@@ -372,7 +372,7 @@
1. De vakantie-uitkering bedraagt acht procent van het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering, waarop recht bestond in het tijdvak van twaalf maanden, voorafgaande aan de maand mei.
2. Indien [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50&z=2009-12-01&g=2009-12-01), [51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=51&z=2009-12-01&g=2009-12-01) of [51a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=51a&z=2009-12-01&g=2009-12-01) is toegepast, wordt onder het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in het eerste lid, verstaan het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, nadat dat artikel toepassing heeft gevonden.
2. Indien [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50&z=2009-12-22&g=2009-12-22), [51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=51&z=2009-12-22&g=2009-12-22) of [51a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=51a&z=2009-12-22&g=2009-12-22) is toegepast, wordt onder het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in het eerste lid, verstaan het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, nadat dat artikel toepassing heeft gevonden.
3. Indien het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in [artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002638&artikel=15), wordt gewijzigd, treedt dit gewijzigde percentage in de plaats van het in het eerste lid genoemde percentage. Het gewijzigde percentage wordt in aanmerking genomen over de uitkering waarop recht bestaat over het tijdvak aanvangende met de dag waarop de wijziging ingaat.
@@ -402,7 +402,7 @@
##### Artikel 27. Melding gedurende wachttijd
1. Ten einde een recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering geldend te kunnen maken meldt de jonggehandicapte zijn arbeidsongeschiktheid binnen dertien weken na de dag waarop hij 17 jaar is geworden dan wel binnen dertien weken na de in [artikel 5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2009-12-01&g=2009-12-01), bedoelde dag aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
1. Ten einde een recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering geldend te kunnen maken meldt de jonggehandicapte zijn arbeidsongeschiktheid binnen dertien weken na de dag waarop hij 17 jaar is geworden dan wel binnen dertien weken na de in [artikel 5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2009-12-22&g=2009-12-22), bedoelde dag aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
2. Voor het bepalen van het tijdvak van dertien weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van [artikel 3:7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:7), [3:8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:8), [3:10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:10), [3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:18) of [3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:30) wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van het tijdvak van dertien weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van [artikel 3:7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:7), [3:8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:8), [3:10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:10), [3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:18) of [3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:30) wordt genoten, buiten beschouwing.
@@ -412,9 +412,9 @@
1. De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt op aanvraag toegekend.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt de jonggehandicapte schriftelijk in kennis van de mogelijkheid van het doen van een aanvraag uiterlijk vier maanden voor de datum waarop het in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=6&z=2009-12-01&g=2009-12-01), genoemde tijdvak van 52 weken eindigt.
3. Het tweede lid is niet van toepassing, indien de jonggehandicapte de melding, bedoeld in [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=27&z=2009-12-01&g=2009-12-01), niet of niet tijdig heeft gedaan. Indien de jonggehandicapte deze melding niet tijdig heeft gedaan, geldt de in het tweede lid bedoelde verplichting voor het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uiterlijk drie maanden nadat de jonggehandicapte de melding heeft gedaan.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt de jonggehandicapte schriftelijk in kennis van de mogelijkheid van het doen van een aanvraag uiterlijk vier maanden voor de datum waarop het in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=6&z=2009-12-22&g=2009-12-22), genoemde tijdvak van 52 weken eindigt.
3. Het tweede lid is niet van toepassing, indien de jonggehandicapte de melding, bedoeld in [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=27&z=2009-12-22&g=2009-12-22), niet of niet tijdig heeft gedaan. Indien de jonggehandicapte deze melding niet tijdig heeft gedaan, geldt de in het tweede lid bedoelde verplichting voor het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uiterlijk drie maanden nadat de jonggehandicapte de melding heeft gedaan.
4. De jonggehandicapte die in aanmerking wenst te komen voor toekenning van de uitkering, doet zijn aanvraag binnen negen maanden na aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid.
@@ -464,13 +464,13 @@
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, telkens wanneer het dat nodig oordeelt, oproepen of doen oproepen en op een door of namens hem te bepalen plaats ondervragen of doen ondervragen:
- a. de jonggehandicapte, die de wachttijd van 52 weken, bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=6&z=2009-12-01&g=2009-12-01), doormaakt;
- a. de jonggehandicapte, die de wachttijd van 52 weken, bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=6&z=2009-12-22&g=2009-12-22), doormaakt;
- b. de jonggehandicapte, die aanspraak maakt op of recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering;
- c. de jonggehandicapte ten aanzien van wie of ten behoeve van wie een reïntegratie-instrument als bedoeld in [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59a&z=2009-12-01&g=2009-12-01) of [59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-01&g=2009-12-01) is toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen;
- d. de ingezetene die de leeftijd van 17 jaar nog niet heeft bereikt en ten aanzien van wie of ten behoeve van wie een reïntegratie-instrument als bedoeld in [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59a&z=2009-12-01&g=2009-12-01) of [59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-01&g=2009-12-01) is toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen.
- c. de jonggehandicapte ten aanzien van wie of ten behoeve van wie een reïntegratie-instrument als bedoeld in [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59a&z=2009-12-22&g=2009-12-22) of [59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-22&g=2009-12-22) is toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen;
- d. de ingezetene die de leeftijd van 17 jaar nog niet heeft bereikt en ten aanzien van wie of ten behoeve van wie een reïntegratie-instrument als bedoeld in [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59a&z=2009-12-22&g=2009-12-22) of [59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-22&g=2009-12-22) is toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de in het eerste lid bedoelde personen op een door of namens hem te bepalen plaats door een of meer daartoe door hem aangewezen deskundigen doen onderzoeken.
@@ -482,9 +482,9 @@
##### Artikel 35. Voorschriften van medische of administratieve aard
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de door hem daartoe aangewezen deskundige kunnen de personen, bedoeld in [artikel 33, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=33&z=2009-12-01&g=2009-12-01), voorschriften geven in het belang van een behandeling of van genezing of tot behoud, herstel en bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan voorschrijven dat personen, bedoeld in [artikel 33, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=33&z=2009-12-01&g=2009-12-01), zich laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de door hem daartoe aangewezen deskundige kunnen de personen, bedoeld in [artikel 33, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=33&z=2009-12-22&g=2009-12-22), voorschriften geven in het belang van een behandeling of van genezing of tot behoud, herstel en bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan voorschrijven dat personen, bedoeld in [artikel 33, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=33&z=2009-12-22&g=2009-12-22), zich laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt niet als arbeid beschouwd arbeid op grond van een dienstbetrekking als bedoeld in [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&hoofdstuk=2) of [3 van de Wet sociale werkvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&hoofdstuk=3).
@@ -508,19 +508,19 @@
##### Artikel 38. Gevolgen niet-naleving voorschriften
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen handelt overeenkomstig [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=37&z=2009-12-01&g=2009-12-01), indien de jonggehandicapte:
- a. de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de door hem daartoe aangewezen deskundige krachtens [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=35&z=2009-12-01&g=2009-12-01) in het belang van een behandeling of genezing of tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid en tot registratie als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gegeven voorschriften zonder deugdelijke grond niet opvolgt;
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen handelt overeenkomstig [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=37&z=2009-12-22&g=2009-12-22), indien de jonggehandicapte:
- a. de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de door hem daartoe aangewezen deskundige krachtens [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=35&z=2009-12-22&g=2009-12-22) in het belang van een behandeling of genezing of tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid en tot registratie als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gegeven voorschriften zonder deugdelijke grond niet opvolgt;
- b. zich niet, zolang als het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de door hem daartoe aangewezen deskundige te kennen heeft gegeven dit noodzakelijk te achten, onder geneeskundige behandeling stelt of indien hij de voorschriften van de behandelende arts niet opvolgt;
- c. zich schuldig maakt aan gedragingen, waardoor zijn genezing wordt belemmerd of nalaat voldoende mee te werken om aanpassing aan zijn ziekte of gebrek te verkrijgen;
- d. de controlevoorschriften, bedoeld in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=36&z=2009-12-01&g=2009-12-01), of de verplichting, bedoeld in [artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=55), niet of niet behoorlijk is nagekomen dan wel de verplichting, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-01&g=2009-12-01), niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen;
- d. de controlevoorschriften, bedoeld in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=36&z=2009-12-22&g=2009-12-22), of de verplichting, bedoeld in [artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=55), niet of niet behoorlijk is nagekomen dan wel de verplichting, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-22&g=2009-12-22), niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen;
- e. zijn arbeidsongeschiktheid opzettelijk heeft veroorzaakt;
- f. zich niet houdt aan het voorschrift, bedoeld in [artikel 28, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=28&z=2009-12-01&g=2009-12-01);
- f. zich niet houdt aan het voorschrift, bedoeld in [artikel 28, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=28&z=2009-12-22&g=2009-12-22);
- g. zonder redelijke gronden niet meewerkt aan een scholing of opleiding die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid;
@@ -536,21 +536,21 @@
##### Artikel 39. Afstemming maatregel op ernst gedraging
1. Een maatregel als bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=37&z=2009-12-01&g=2009-12-01) of [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=38&z=2009-12-01&g=2009-12-01) wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de jonggehandicapte de gedraging kan worden verweten. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-01&g=2009-12-01), indien het niet tijdig nakomen van de verplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, of ter zake van het zich niet houden aan het voorschrift, bedoeld in [artikel 28, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=28&z=2009-12-01&g=2009-12-01), tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting of het zich niet houden aan het voorschrift plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jonggehandicapte een zodanige waarschuwing is gegeven.
1. Een maatregel als bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=37&z=2009-12-22&g=2009-12-22) of [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=38&z=2009-12-22&g=2009-12-22) wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de jonggehandicapte de gedraging kan worden verweten. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-22&g=2009-12-22), indien het niet tijdig nakomen van de verplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, of ter zake van het zich niet houden aan het voorschrift, bedoeld in [artikel 28, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=28&z=2009-12-22&g=2009-12-22), tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting of het zich niet houden aan het voorschrift plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jonggehandicapte een zodanige waarschuwing is gegeven.
3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
4. Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=40&z=2009-12-01&g=2009-12-01) wordt opgelegd.
4. Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=40&z=2009-12-22&g=2009-12-22) wordt opgelegd.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid.
##### Artikel 40. Bestuurlijke boete bij niet-nakoming inlichtingenverplichting
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 2 269 ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de jonggehandicapte of zijn wettelijke vertegenwoordiger of de werkgever van de verplichting, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de jonggehandicapte of zijn wettelijk vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-01&g=2009-12-01), indien dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jonggehandicapte of zijn wettelijke vertegenwoordiger een zodanige waarschuwing is gegeven.
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 2 269 ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de jonggehandicapte of zijn wettelijke vertegenwoordiger of de werkgever van de verplichting, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de jonggehandicapte of zijn wettelijk vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-22&g=2009-12-22), indien dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jonggehandicapte of zijn wettelijke vertegenwoordiger een zodanige waarschuwing is gegeven.
3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
@@ -586,7 +586,7 @@
3. De in [artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=479g) aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van [artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:123), door middel van toezending per post aan de persoon aan wie de boete is opgelegd.
4. Zolang de jonggehandicapte of zijn wettelijke vertegenwoordiger zijn verplichting, bedoeld in [artikel 40, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=40&z=2009-12-01&g=2009-12-01), niet of niet behoorlijk nakomt:
4. Zolang de jonggehandicapte of zijn wettelijke vertegenwoordiger zijn verplichting, bedoeld in [artikel 40, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=40&z=2009-12-22&g=2009-12-22), niet of niet behoorlijk nakomt:
- a. is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in afwijking van [artikel 4.93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:93) bevoegd tot verrekening van de bestuurlijke boete voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn;
@@ -604,7 +604,7 @@
- b. recht op een lagere uitkering bestaat;
- c. de jonggehandicapte of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=37&z=2009-12-01&g=2009-12-01), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=38&z=2009-12-01&g=2009-12-01) of [62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-01&g=2009-12-01) niet of niet behoorlijk is nagekomen.
- c. de jonggehandicapte of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=37&z=2009-12-22&g=2009-12-22), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=38&z=2009-12-22&g=2009-12-22) of [62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-22&g=2009-12-22) niet of niet behoorlijk is nagekomen.
3. Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering in het buitenland wordt uitbetaald:
@@ -634,13 +634,13 @@
##### Artikel 50. Inkomsten uit arbeid tijdens uitkering
1. Indien de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering inkomsten uit arbeid geniet, wordt die arbeid gedurende een aaneengesloten tijdvak van vijf jaar, vanaf de eerste dag waarover de inkomsten uit arbeid worden genoten, niet aangemerkt als arbeid, bedoeld in [artikel 2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2009-12-01&g=2009-12-01), en wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien, doch wordt de uitkering:
- a. niet betaald, indien de inkomsten uit arbeid zodanig zijn, dat als die arbeid wel arbeid als bedoeld in [artikel 2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2009-12-01&g=2009-12-01), zou zijn, niet langer sprake zou zijn van arbeidsongeschiktheid van ten minste 25%; of
- b. indien onderdeel a niet van toepassing is, betaald tot een bedrag ter grootte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, zoals deze zou zijn vastgesteld, indien die arbeid wel arbeid als bedoeld in [artikel 2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2009-12-01&g=2009-12-01), zou zijn.
Na afloop van het in de eerste zin genoemde tijdvak wordt de arbeid aangemerkt als arbeid, bedoeld in [artikel 2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
1. Indien de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering inkomsten uit arbeid geniet, wordt die arbeid gedurende een aaneengesloten tijdvak van vijf jaar, vanaf de eerste dag waarover de inkomsten uit arbeid worden genoten, niet aangemerkt als arbeid, bedoeld in [artikel 2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2009-12-22&g=2009-12-22), en wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien, doch wordt de uitkering:
- a. niet betaald, indien de inkomsten uit arbeid zodanig zijn, dat als die arbeid wel arbeid als bedoeld in [artikel 2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2009-12-22&g=2009-12-22), zou zijn, niet langer sprake zou zijn van arbeidsongeschiktheid van ten minste 25%; of
- b. indien onderdeel a niet van toepassing is, betaald tot een bedrag ter grootte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, zoals deze zou zijn vastgesteld, indien die arbeid wel arbeid als bedoeld in [artikel 2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2009-12-22&g=2009-12-22), zou zijn.
Na afloop van het in de eerste zin genoemde tijdvak wordt de arbeid aangemerkt als arbeid, bedoeld in [artikel 2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
2. Het in het eerste lid genoemde tijdvak van vijf jaar:
@@ -672,9 +672,9 @@
1. Indien zowel recht bestaat op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als op een uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057), wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald, voorzover deze de uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) overtreft.
2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien ter zake van arbeidsongeschiktheid recht ontstaat op een uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) en in verband daarmee geen herziening op grond van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=12&z=2009-12-01&g=2009-12-01) plaatsvindt van de voordien toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering.
3. Indien ter zake van arbeidsongeschiktheid zowel recht ontstaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met de [artikelen 11 tot en met 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=11&z=2009-12-01&g=2009-12-01) als op een uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057), wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald voorzover deze de uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) overtreft, doch in elk geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening.
2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien ter zake van arbeidsongeschiktheid recht ontstaat op een uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) en in verband daarmee geen herziening op grond van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=12&z=2009-12-22&g=2009-12-22) plaatsvindt van de voordien toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering.
3. Indien ter zake van arbeidsongeschiktheid zowel recht ontstaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met de [artikelen 11 tot en met 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=11&z=2009-12-22&g=2009-12-22) als op een uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057), wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald voorzover deze de uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) overtreft, doch in elk geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening.
4. Indien na toepassing van het derde lid zowel de arbeidsongeschiktheidsuitkering als gevolg van toe- of afneming van de arbeidsongeschiktheid wordt herzien als de uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) wijzigt, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering in afwijking van het eerste lid, uitbetaald voorzover deze het bedrag van de uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) overtreft, doch in elk geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening als bedoeld in het derde lid.
@@ -690,7 +690,7 @@
- b. ter voorkoming van beperking of samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering met arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van andere wetten.
9. Voor de toepassing van het eerste en derde tot en met vijfde lid wordt als arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte op wie [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50&z=2009-12-01&g=2009-12-01) van toepassing is, in aanmerking genomen het bedrag van die uitkering nadat bedoeld artikel toepassing heeft gevonden.
9. Voor de toepassing van het eerste en derde tot en met vijfde lid wordt als arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte op wie [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50&z=2009-12-22&g=2009-12-22) van toepassing is, in aanmerking genomen het bedrag van die uitkering nadat bedoeld artikel toepassing heeft gevonden.
10. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter voorkoming of beperking van samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de sociale wetgeving van de Nederlandse Antillen, Aruba of een andere Mogendheid.
@@ -728,7 +728,7 @@
##### Artikel 55. Terugvordering
1. De uitkering de loonsuppletie, bedoeld in [artikel 59f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59f&z=2009-12-01&g=2009-12-01), de inkomenssuppletie, bedoeld in [artikel 59g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59g&z=2009-12-01&g=2009-12-01) en de voorziening of de kosten van de voorziening, bedoeld in [artikel 59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-01&g=2009-12-01), die als gevolg van een besluit als bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=16&z=2009-12-01&g=2009-12-01) onverschuldigd is verstrekt, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen teruggevorderd.
1. De uitkering de loonsuppletie, bedoeld in [artikel 59f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59f&z=2009-12-22&g=2009-12-22), de inkomenssuppletie, bedoeld in [artikel 59g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59g&z=2009-12-22&g=2009-12-22) en de voorziening of de kosten van de voorziening, bedoeld in [artikel 59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-22&g=2009-12-22), die als gevolg van een besluit als bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=16&z=2009-12-22&g=2009-12-22) onverschuldigd is verstrekt, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen teruggevorderd.
2. In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien degene van wie wordt teruggevorderd:
@@ -744,7 +744,7 @@
- a. het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de [artikelen 475c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=475c) en [475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=475d) niet te boven is gegaan; en
- b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
- b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
4. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
@@ -754,7 +754,7 @@
##### Artikel 56. Invordering bij dwangbevel
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de onverschuldigd betaalde uitkering, bedoeld in [artikel 36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=36&z=2009-12-01&g=2009-12-01), invorderen bij dwangbevel.
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de onverschuldigd betaalde uitkering, bedoeld in [artikel 36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=36&z=2009-12-22&g=2009-12-22), invorderen bij dwangbevel.
2. Artikel 46 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de [artikelen 475c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=475c) en [475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=475d) niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt.
@@ -768,17 +768,17 @@
- a. de arbeidsongeschiktheidsuitkering;
- b. de verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=9&z=2009-12-01&g=2009-12-01);
- b. de verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=9&z=2009-12-22&g=2009-12-22);
- c. de vakantie-uitkering;
- d. de loonsuppletie, bedoeld in [artikel 59f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59f&z=2009-12-01&g=2009-12-01);
- e. de inkomenssuppletie, bedoeld in [artikel 59g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59g&z=2009-12-01&g=2009-12-01);
- f. de voorzieningen, bedoeld in [artikel 59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-01&g=2009-12-01);
- g. de tegemoetkoming, bedoeld in [artikel 9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=9a&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
- d. de loonsuppletie, bedoeld in [artikel 59f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59f&z=2009-12-22&g=2009-12-22);
- e. de inkomenssuppletie, bedoeld in [artikel 59g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59g&z=2009-12-22&g=2009-12-22);
- f. de voorzieningen, bedoeld in [artikel 59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-22&g=2009-12-22);
- g. de tegemoetkoming, bedoeld in [artikel 9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=9a&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
2. Volmacht tot ontvangst van een uitkering onder welke vorm of welke benaming ook verleend, is steeds herroepelijk.
@@ -788,11 +788,11 @@
Niet vatbaar voor beslag zijn:
- a. de verhoging, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=9&z=2009-12-01&g=2009-12-01);
- b. de overlijdensuitkering, bedoeld in [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=53&z=2009-12-01&g=2009-12-01);
- c. de voorzieningen, bedoeld in [artikel 59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
- a. de verhoging, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=9&z=2009-12-22&g=2009-12-22);
- b. de overlijdensuitkering, bedoeld in [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=53&z=2009-12-22&g=2009-12-22);
- c. de voorzieningen, bedoeld in [artikel 59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
### Hoofdstuk 3. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
@@ -812,11 +812,11 @@
##### Artikel 62. Verplichting tot verstrekken van inlichtingen
1. De jonggehandicapte, diens wettelijke vertegenwoordiger alsmede de instelling bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=49&z=2009-12-01&g=2009-12-01), waaraan arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt betaald, zijn verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten of omstandigheden, waarvan het hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, de hoogte van de uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering of op het bedrag van de uitkering, dat wordt betaald. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.
2. Op de jonggehandicapte die aanspraak maakt op of recht heeft op een vakantie-uitkering dan wel een tegemoetkoming als bedoeld in [artikel 9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=9a&z=2009-12-01&g=2009-12-01), en diens wettelijke vertegenwoordiger rusten overeenkomstige verplichtingen als omschreven in het eerste lid.
3. De jonggehandicapte aan wie een reïntegratie-instrument als bedoeld in [hoofdstuk 2A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&z=2009-12-01&g=2009-12-01) is verstrekt of toegekend, of aan wie verstrekking of toekenning daarvan wordt overwogen, alsmede diens wettelijk vertegenwoordiger, en de werkgever ten behoeve van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid, op grond van [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59a&z=2009-12-01&g=2009-12-01), heeft verminderd, zijn verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verstrekking of toekenning of op de duur of de hoogte van het reïntegratie-instrument.
1. De jonggehandicapte, diens wettelijke vertegenwoordiger alsmede de instelling bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=49&z=2009-12-22&g=2009-12-22), waaraan arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt betaald, zijn verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten of omstandigheden, waarvan het hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, de hoogte van de uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering of op het bedrag van de uitkering, dat wordt betaald. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.
2. Op de jonggehandicapte die aanspraak maakt op of recht heeft op een vakantie-uitkering dan wel een tegemoetkoming als bedoeld in [artikel 9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=9a&z=2009-12-22&g=2009-12-22), en diens wettelijke vertegenwoordiger rusten overeenkomstige verplichtingen als omschreven in het eerste lid.
3. De jonggehandicapte aan wie een reïntegratie-instrument als bedoeld in [hoofdstuk 2A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&z=2009-12-22&g=2009-12-22) is verstrekt of toegekend, of aan wie verstrekking of toekenning daarvan wordt overwogen, alsmede diens wettelijk vertegenwoordiger, en de werkgever ten behoeve van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid, op grond van [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59a&z=2009-12-22&g=2009-12-22), heeft verminderd, zijn verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verstrekking of toekenning of op de duur of de hoogte van het reïntegratie-instrument.
### Hoofdstuk 2A. Reïntegratie-instrumenten
@@ -830,11 +830,11 @@
- a. het Rijk;
- b. de bedragen, bedoeld in [artikel 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=48&z=2009-12-01&g=2009-12-01);
- c. de bestuurlijke boeten, bedoeld in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=40&z=2009-12-01&g=2009-12-01);
- d. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt met toepassing van verhaal als bedoeld in [artikel 61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=3&artikel=61&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
- b. de bedragen, bedoeld in [artikel 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=48&z=2009-12-22&g=2009-12-22);
- c. de bestuurlijke boeten, bedoeld in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=40&z=2009-12-22&g=2009-12-22);
- d. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt met toepassing van verhaal als bedoeld in [artikel 61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=3&artikel=61&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
##### Artikel 65. Uitgaven ten laste van Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten
@@ -844,496 +844,532 @@
- b. de op grond van enige wet over de uitkeringen op grond van deze wet door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies of vergoedingen als bedoeld in [artikel 46 van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=46) die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
- c. het op grond van [artikel 50, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50&z=2009-12-01&g=2009-12-01), aan 's Rijks kas af te dragen bedrag;
- c. het op grond van [artikel 50, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50&z=2009-12-22&g=2009-12-22), aan 's Rijks kas af te dragen bedrag;
- d. het op grond van [artikel 2.8 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019058&artikel=2.8) aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedrag;
- e. de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten;
- f. de subsidies, bedoeld in [artikel 50a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50a&z=2009-12-01&g=2009-12-01), en de kosten in verband met de uitvoering van [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50a&z=2009-12-01&g=2009-12-01);
- f. de subsidies, bedoeld in [artikel 50a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50a&z=2009-12-22&g=2009-12-22), en de kosten in verband met de uitvoering van [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=50a&z=2009-12-22&g=2009-12-22);
- g. de reïntegratie-instrumenten op grond van deze wet;
- h. de kosten verband houdende met de uitvoering van [artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=30) ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het [zesde lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=30), een uitkering ontvangt ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten;
- i. de tegemoetkomingen, bedoeld in [artikel 9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=9a&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
- i. de tegemoetkomingen, bedoeld in [artikel 9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=9a&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan nadere regels stellen omtrent het eerste lid.
### Hoofdstuk 2A. Reïntegratie-instrumenten
##### Artikel 66a. Werkzaamheden verricht door de uitvoeringsinstelling bij herziening
Vervallen
##### Artikel 66b. Werkzaamheden verricht door de uitvoeringsinstelling bij heropening en herleving
Vervallen
##### Artikel 66c. Werkzaamheden verricht door de uitvoeringsinstelling bij toekenning binnen vijf jaar na intrekking of niet-toekenning
Vervallen
##### Artikel 67. Verlening subsidies
Vervallen
### Hoofdstuk 7. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
##### Artikel 68. Begrip belanghebbende
Vervallen
##### Artikel 69. Beslistermijnen
1. Beschikkingen op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.
2. De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan.
3. Indien een beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
4. Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid een in het buitenland wonende persoon is opgeroepen en om die reden de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
5. In afwijking van de in het tweede tot en met vierde lid genoemde termijn van acht weken, geldt tot en met 31 december 2011, of tot een eerder, bij koninklijk besluit te bepalen, tijdstip, een termijn van veertien weken.
##### Artikel 69a. Bijzondere beslistermijnen
Vervallen
##### Artikel 70. Beslistermijn Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij bezwaarschrift
1. In afwijking van [artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10) beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
2. Indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt, beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in afwijking van [artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10), binnen zeventien weken of, indien het advies vraagt aan een deskundige die niet onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam is binnen een en twintig weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
3. Indien in verband met het geven van een beslissing op bezwaar een in het buitenland wonende persoon is opgeroepen en om die reden de beslissing op bezwaar niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn gegeven kan worden, wordt de beslissing, in afwijking van [artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10), verdaagd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verdaging schriftelijk in kennis gesteld.
##### Artikel 71. Medische bezwaarschriftprocedure
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten, waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.
##### Artikel 72. Beroep in cassatie
1. Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, derde tot en met zevende lid, en 3 en de op die artikelen berustende bepalingen.
2. Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof.
### Hoofdstuk 3. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
##### Artikel 73. Strafbepaling
Een gedraging die in strijd is met een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
##### Artikel 73a. Strafbepaling inzake artikel 62
Vervallen
##### Artikel 73b. Strafbepaling inzake valse opgave/opzettelijke verzwijging
Vervallen
##### Artikel 73c. Strafbepaling inzake opzettelijke opgave in strijd met waarheid
Vervallen
##### Artikel 74. Verval van recht tot strafvordering
Vervallen
##### Artikel 75. Overtredingen
De in [artikel 73](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=8&artikel=73&z=2009-12-22&g=2009-12-22) bedoelde strafbare feiten worden als overtredingen beschouwd.
### Hoofdstuk 6. Vervallen
##### Artikel 76. Overgangsbepaling in verband met [artikel 61, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=3&artikel=61&z=2009-12-22&g=2009-12-22)
In gedingen aangevangen voor het van toepassing worden van [artikel 61, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=3&artikel=61&z=2009-12-22&g=2009-12-22), bepaalt de rechter op verzoek van een van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan [artikel 61, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=3&artikel=61&z=2009-12-22&g=2009-12-22). Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open.
##### Artikel 77. Buiten toepassingverklaring van [Algemene termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448)
De [Algemene termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) is niet van toepassing op de tijdvakken van vier weken, genoemd in de artikelen 6, tweede en derde lid, 12, derde lid, 13, 14, eerste lid, 15, 19 en 20.
##### Artikel 78. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
##### Artikel 79. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 76a. Overgangsbepaling in verband met de Wet wijziging systematiek herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten
Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn toegekend voor de inwerkingtreding van de Wet wijziging systematiek herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten worden geacht te zijn toegekend voor onbepaalde tijd.
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 50a. Scholing jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen
1. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot door het UWV te verstrekken subsidie aan een rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf door scholing de inschakeling van jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen in de arbeid bevordert.
2. Bij de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, kunnen aan de subsidie-ontvanger verplichtingen worden opgelegd omtrent het hanteren van een registratiesysteem waaruit blijkt of het doel van de subsidie is bereikt.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt niet als arbeid beschouwd arbeid op grond van een dienstbetrekking als bedoeld in [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&hoofdstuk=2) of [3 van de Wet sociale werkvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&hoofdstuk=3).
### Hoofdstuk 3. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
### Hoofdstuk 3. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
### Hoofdstuk 2A. Reïntegratie-instrumenten
### Hoofdstuk 6. Vervallen
### Hoofdstuk 3. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
### Hoofdstuk 3. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
### Hoofdstuk 7. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 46a. In kennisstellen reïntegratiebedrijf van sanctie-oplegging
Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de jonggehandicapte de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk heeft geweigerd dan wel hem een bestuurlijke boete heeft opgelegd, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het reïntegratiebedrijf dat ten behoeve van die jonggehandicapte werkzaamheden gericht op vergroting van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid of op inschakeling in arbeid verricht, van die beschikking in kennis voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden door het reïntegratiebedrijf.
### Afdeling 3. De betaling van de uitkering
##### Artikel 51a. Samenloop met WAO-uitkering en andere uitkeringen
1. Indien zowel recht bestaat op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of op grond van de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656), wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald, voor zover deze de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of op grond van de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) overtreft.
2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien ter zake van arbeidsongeschiktheid recht ontstaat op een uitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of op grond van de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) en in verband daarmee geen herziening op grond van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=12&z=2009-12-22&g=2009-12-22) plaatsvindt van de voordien toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering.
3. Indien ter zake van arbeidsongeschiktheid zowel recht bestaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met de [artikelen 11 tot en met 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=11&z=2009-12-22&g=2009-12-22) als op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656), wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald voor zover deze de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) overtreft, doch in ieder geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening.
4. Indien na toepassing van het derde lid zowel de arbeidsongeschiktheidsuitkering als de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) als gevolg van toe- of afneming van de arbeidsongeschiktheid wordt herzien, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van het eerste lid, uitbetaald voor zover deze het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) overtreft, doch in elk geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening als bedoeld in het derde lid.
5. Indien ter zake van arbeidsongeschiktheid zowel recht bestaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) in verband met de [artikelen 36 tot en met 40 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&artikel=36) of op herziening op grond van de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) in verband met de [artikelen 12 tot en met 16 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656&artikel=12) als op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze de herziene arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) overtreft.
6. Voor de toepassing van het eerste tot en met het vijfde lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering en arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) en de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) tevens verstaan de vakantie-uitkering waarop uit hoofde van die arbeidsongeschiktheidsuitkeringen recht bestaat, voor zover die vakantie-uitkeringen over dezelfde periode zijn berekend.
7. Het eerste tot en met het zesde lid zijn niet van toepassing op degene die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op grond van de vrijwillige verzekering als bedoeld in [hoofdstuk VI van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&hoofdstuk=VI).
8. Voor de toepassing van het eerste en derde tot en met vijfde lid wordt als arbeidsongeschiktheidsuitkering onderscheidenlijk uitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524), onderscheidenlijk uitkering op grond van de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) van de jonggehandicapte op wie [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&artikel=50), onderscheidenlijk [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&artikel=44) of [65 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&artikel=65), onderscheidenlijk [artikel 58 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656&artikel=58) van toepassing is, in aanmerking genomen het bedrag van die uitkeringen nadat bedoelde artikelen toepassing hebben gevonden.
9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld:
met betrekking tot het eerste lid.
### Hoofdstuk 4. Het verstrekken van inlichtingen
### Hoofdstuk 6. Vervallen
### Hoofdstuk 3. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
##### Artikel 69b. Afzien van horen belanghebbende
In afwijking van [artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:3) kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gestelde redelijke termijn, verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord.
##### Artikel 72a. [Titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2)
[Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) is niet van toepassing op aanspraken op grond van [artikel 59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
### Hoofdstuk 5. Financiering
##### Artikel 66a. Werkzaamheden verricht door de uitvoeringsinstelling bij herziening
Vervallen
##### Artikel 66b. Werkzaamheden verricht door de uitvoeringsinstelling bij heropening en herleving
Vervallen
##### Artikel 66c. Werkzaamheden verricht door de uitvoeringsinstelling bij toekenning binnen vijf jaar na intrekking of niet-toekenning
Vervallen
##### Artikel 67. Verlening subsidies
Vervallen
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 76b. Overgangsbepaling in verband met intrekken [Wet REA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565)
1. Een beschikking tot vermindering van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid op grond van [artikel 7 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=7), aan de jonggehandicapte die op de dag voorafgaand aan de dag waarop [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=7) op grond van [artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019058&artikel=2.10), vervalt, de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt dan wel recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet wordt voor de duur van het tijdvak waarvoor die aanspraak op grond van de [Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565) is verminderd aangemerkt als een beschikking tot vermindering van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid als bedoeld in [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59a&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
2. Een beschikking tot toekenning van een voorziening op grond van [artikel 31, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=31), aan de jonggehandicapte die op de dag voorafgaand aan de dag waarop [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=31) op grond van [artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019058&artikel=2.10), vervalt, dag de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt dan wel recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt voor de duur van het tijdvak waarvoor die voorziening op grond van de [Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565) is toegekend aangemerkt als een beschikking tot toekenning van een voorziening als bedoeld in [artikel 35, eerste lid juncto tweede lid, onderdeel d, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=35).
3. Een beschikking tot toekenning van loonsuppletie op grond van [artikel 32 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=32), aan de jonggehandicapte die op de dag voorafgaand aan de dag waarop [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=32) op grond van [artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019058&artikel=2.10), vervalt, de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt dan wel recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt voor de duur waarvoor die loonsuppletie was toegekend aangemerkt als een beschikking tot toekenning van loonsuppletie als bedoeld in [artikel 59f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59f&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
4. Een beschikking tot toekenning van inkomenssuppletie op grond van [artikel 29 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=29), aan de jonggehandicapte die op de dag voorafgaand aan de dag waarop [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=29) op grond van [artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019058&artikel=2.10), vervalt, de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt dan wel recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt voor de duur waarvoor die inkomenssuppletie was toegekend aangemerkt als inkomenssuppletie als bedoeld in [artikel 59g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59g&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
##### Artikel 76c. Overgangsbepaling subsidiëring REA-scholingsinstituten
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt tot en met het jaar 2008 jaarlijks ten laste van het Reïntegratiefonds, genoemd in [artikel 2.8 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019058&artikel=2.8), aan door Onze Minister aan te wijzen scholingsinstituten die ten doel hebben de arbeidsintegratie van arbeidsgehandicapten te bevorderen, een subsidie ter hoogte van een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag waarbij regels kunnen worden gesteld omtrent de wijze van berekening van dat bedrag.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan bij de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, aan de subsidie-ontvanger verplichtingen opleggen omtrent vermogensvorming, het hanteren van een registratiesysteem waaruit blijkt of het doel van de subsidie is bereikt en de vergoeding van met subsidie behaald vermogensvoordeel.
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9a. Tegemoetkoming in aanvulling op arbeidsongeschiktheidsuitkering
1. De jonggehandicapte die behoort tot een bij ministeriële regeling te bepalen categorie heeft recht op een tegemoetkoming.
2. De tegemoetkoming wordt verstrekt in aanvulling op de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
3. Bij ministeriële regeling worden in ieder geval regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de tegemoetkoming en de betaling van de tegemoetkoming.
4. De tegemoetkoming wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
5. De betaling van de tegemoetkoming vindt plaats binnen een maand nadat het recht op de tegemoetkoming is vastgesteld en geschiedt vervolgens in dezelfde termijnen als die waarin de betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering plaatsvindt.
#### § 2. Vakantie-uitkering
#### § 3
### Afdeling 2. Het geldend maken van het recht op uitkering
#### § 1. Melding
#### § 1. Melding
#### § 3. Maatregelen en boeten
### Afdeling 3. De betaling van de uitkering
##### Artikel 52a. Betaling van de tegemoetkoming
De [artikelen 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32&z=2009-12-22&g=2009-12-22), [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=47&z=2009-12-22&g=2009-12-22), [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=49&z=2009-12-22&g=2009-12-22), [55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=55&z=2009-12-22&g=2009-12-22), [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=56&z=2009-12-22&g=2009-12-22) en [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=57&z=2009-12-22&g=2009-12-22) zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in [artikel 9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=9a&z=2009-12-22&g=2009-12-22), voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald.
##### Artikel 59a. Loondispensatie
1. Indien de arbeidsprestatie van een werknemer die:
- a. recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering; of
- b. de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt,
in een bepaalde functie, maar geen functie waarin hij werkzaam is als werknemer in de zin van de Wet sociale werkvoorziening of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van die wet, ten gevolge van ziekte of gebrek duidelijk minder is dan de arbeidsprestatie die een geldelijke beloning van het voor hem geldende wettelijk minimumloon rechtvaardigt, vermindert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op verzoek van de betrokken werkgever of werknemer de hoogte van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid naar evenredigheid, in afwijking van hetgeen bij en krachtens de [Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002638) is bepaald.
2. Elk beding waarbij een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid wordt overeengekomen die lager is dan de beloning, vastgesteld op grond van het eerste lid is nietig.
3. Vanaf de dag waarop de werknemer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, de leeftijd van achttien jaar bereikt en recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt de op grond van onderdeel b verstrekte vermindering van de hoogte van de aanspraak op een geldelijke beloning, geacht te zijn gebaseerd op het eerste lid, onderdeel a, tenzij de werknemer niet aan de overige voorwaarden van het eerste lid voldoet.
##### Artikel 59b. Voorzieningen ter ondersteuning van toeleiding naar arbeid als zelfstandige
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld op grond waarvan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op aanvraag van de jonggehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, in het kader van de bevordering en ondersteuning bij de inschakeling in de arbeid als zelfstandige aan die jonggehandicapte voorzieningen kan verstrekken.
##### Artikel 59c. Experimenteerartikel
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan bij wijze van experiment, met het oog op het onderzoeken van mogelijkheden om deze wet met betrekking tot de inschakeling in de arbeid van jonggehandicapten die recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben, doeltreffender uit te voeren, worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens de artikelen van deze wet. Bij toepassing van de eerste zin wordt bij algemene maatregel van bestuur geregeld op welke wijze van welke artikelen wordt afgeweken.
2. Een experiment als bedoeld in het eerste lid duurt ten hoogste vier jaar. Indien, voor een experiment is afgelopen, een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling, kan het experiment worden verlengd tot het tijdstip waarop het voorstel van wet in werking treedt. Het eerste lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van een experiment en voorzieningen worden getroffen voor zich gedurende een experiment voordoende onvoorziene gevallen.
4. Onze Minister meldt aan de Staten-Generaal hoe het experiment in de praktijk is verlopen, alsmede zijn standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment.
5. De voordracht voor krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregelen van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 59d. Recht op ondersteuning bij arbeidsinschakeling van UWV
1. De jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft recht op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen, op de naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor personen die blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking tot de doelgroep behoren van de [Wet sociale werkvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903) onder een voorziening gericht op arbeidsinschakeling mede verstaan een voorziening gericht op het verkrijgen van arbeid in een dienstbetrekking als bedoeld in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&artikel=2) en [7 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&artikel=7).
##### Artikel 59e
Vervallen
##### Artikel 59f. Loonsuppletie
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de jonggehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en die arbeid in dienstbetrekking aanvaardt of verricht op aanvraag loonsuppletie toekennen, indien het loon lager is dan zijn resterende verdiencapaciteit.
2. De loonsuppletie wordt verstrekt over perioden waarin loon uit dienstbetrekking wordt ontvangen, doch ten hoogste over een periode van vier jaar te rekenen vanaf de dag met ingang waarvan voor de eerste maal loonsuppletie is toegekend.
3. Als perioden waarin loon uit dienstbetrekking wordt ontvangen als bedoeld in het tweede lid worden eveneens aangemerkt, perioden waarin een uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) of op grond van [hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008¶graaf=1) wordt ontvangen, tenzij de dienstbetrekking is geëindigd.
4. De loonsuppletie wordt voor de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake premieheffing aangemerkt als een uitkering op grond van deze wet.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte van de loonsuppletie.
##### Artikel 59g. Inkomenssuppletie
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de jonggehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, die arbeid als zelfstandige verricht of gaat verrichten op aanvraag inkomenssuppletie toekennen, indien zijn inkomen uit het bedrijf of beroep lager is dan zijn resterende verdiencapaciteit.
2. De inkomenssuppletie wordt verstrekt over perioden waarin het bedrijf of beroep wordt uitgeoefend, doch ten hoogste over een periode van vier jaar te rekenen vanaf de dag met ingang waarvan voor de eerste maal inkomenssuppletie is toegekend.
3. De inkomenssuppletie wordt voor de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake premieheffing aangemerkt als een uitkering op grond van de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656).
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte van de inkomenssuppletie.
##### Artikel 59h. Proefplaatsing
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, in het kader van de bevordering van de inschakeling in de arbeid, toestemming verlenen aan de jonggehandicapte, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering om op een proefplaats bij een werkgever gedurende maximaal drie maanden onbeloonde werkzaamheden te verrichten.
2. Tijdens het verrichten van werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste lid wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien.
3. De onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste lid zijn:
- a. werkzaamheden, waartoe de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
- b. werkzaamheden, waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, heeft afgesloten;
- c. werkzaamheden, die de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht; en
- d. werkzaamheden, waarbij er, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, een reëel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste 6 maanden.
4. Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt de periode waarin een uitkering bij ziekte wordt ontvangen, voor de toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit artikel.
##### Artikel 59i
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanvraag van loonsuppletie, bedoeld in [artikel 59f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59f&z=2009-12-22&g=2009-12-22), van inkomenssuppletie, bedoeld in [artikel 59g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59g&z=2009-12-22&g=2009-12-22), de termijn waarbinnen die aanvraag wordt ingediend, alsmede omtrent de rechtsgevolgen die aan overschrijding van die termijn zijn verbonden, en met betrekking tot de aanvraag van voorzieningen, bedoeld in [artikel 59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-22&g=2009-12-22) en van toestemming als bedoeld in [artikel 59h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59h&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
### Hoofdstuk 5. Financiering
### Hoofdstuk 4. Het verstrekken van inlichtingen
### Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
### Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 66. Beschikking over financiële middelen
[Artikel 120 van de Wet financiering sociale verzekeringen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=120) is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 4. Het verstrekken van inlichtingen
### Hoofdstuk 7. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
##### Artikel 68. Begrip belanghebbende
Vervallen
##### Artikel 69. Beslistermijnen
1. Beschikkingen op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.
2. De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan.
3. Indien een beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
4. Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
5. Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid een in het buitenland wonende persoon is opgeroepen en om die reden de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
##### Artikel 69a. Bijzondere beslistermijnen
Vervallen
##### Artikel 70. Beslistermijn Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij bezwaarschrift
1. In afwijking van [artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10) beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
2. Indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt, beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in afwijking van [artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10), binnen zeventien weken of, indien het advies vraagt aan een deskundige die niet onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam is binnen een en twintig weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
3. Indien in verband met het geven van een beslissing op bezwaar een in het buitenland wonende persoon is opgeroepen en om die reden de beslissing op bezwaar niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn gegeven kan worden, wordt de beslissing, in afwijking van [artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10), verdaagd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verdaging schriftelijk in kennis gesteld.
##### Artikel 71. Medische bezwaarschriftprocedure
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten, waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.
##### Artikel 72. Beroep in cassatie
1. Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, derde tot en met zevende lid, en 3 en de op die artikelen berustende bepalingen.
2. Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof.
### Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
### Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 10a. Niet meewerken aan medisch onderzoek vóór recht op uitkering
Indien voor het vaststellen van het recht op uitkering op grond van deze wet, in het kader van een aanvraag voor de toekenning van een uitkering op grond van deze wet, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een medisch onderzoek nodig is en de betrokkene niet meewerkt aan dat onderzoek, blijven eventuele uit deze wet voortvloeiende aanspraken op een uitkering op grond van deze wet buiten beschouwing, voor zolang het recht op uitkering niet kan worden vastgesteld.
#### § 2. Vakantie-uitkering
#### § 3
### Afdeling 2. Het geldend maken van het recht op uitkering
#### § 2. Toekenning
#### § 3. Maatregelen en bestuurlijke boeten
### Afdeling 3. De betaling van de uitkering
### Hoofdstuk 3. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
##### Artikel 73. Strafbepaling
Een gedraging die in strijd is met een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
##### Artikel 73a. Strafbepaling inzake artikel 62
Vervallen
##### Artikel 73b. Strafbepaling inzake valse opgave/opzettelijke verzwijging
Vervallen
##### Artikel 73c. Strafbepaling inzake opzettelijke opgave in strijd met waarheid
Vervallen
##### Artikel 74. Verval van recht tot strafvordering
Vervallen
##### Artikel 75. Overtredingen
De in [artikel 73](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=8&artikel=73&z=2009-12-01&g=2009-12-01) bedoelde strafbare feiten worden als overtredingen beschouwd.
### Hoofdstuk 4. Het verstrekken van inlichtingen
### Hoofdstuk 5. Financiering
### Hoofdstuk 6. Vervallen
##### Artikel 76. Overgangsbepaling in verband met [artikel 61, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=3&artikel=61&z=2009-12-01&g=2009-12-01)
In gedingen aangevangen voor het van toepassing worden van [artikel 61, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=3&artikel=61&z=2009-12-01&g=2009-12-01), bepaalt de rechter op verzoek van een van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan [artikel 61, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=3&artikel=61&z=2009-12-01&g=2009-12-01). Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open.
##### Artikel 77. Buiten toepassingverklaring van [Algemene termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448)
De [Algemene termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) is niet van toepassing op de tijdvakken van vier weken, genoemd in de artikelen 6, tweede en derde lid, 12, derde lid, 13, 14, eerste lid, 15, 19 en 20.
##### Artikel 78. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
##### Artikel 79. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
### Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 76a. Overgangsbepaling in verband met de Wet wijziging systematiek herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten
Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn toegekend voor de inwerkingtreding van de Wet wijziging systematiek herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten worden geacht te zijn toegekend voor onbepaalde tijd.
##### Artikel 57a. Schuldregeling
1. In afwijking van [artikel 55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=55&z=2009-12-22&g=2009-12-22), kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op verzoek van de jonggehandicapte, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien door medewerking aan een schuldregeling, indien:
- a. redelijkerwijs te voorzien is dat de jonggehandicapte niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen;
- b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen;
- c. de vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wegens onverschuldigd betaalde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang;
- d. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betrouwbare schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in [artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&artikel=48);
- e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt; en
- f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig [artikel 349 van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=349).
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is ontstaan door het niet nakomen door de jonggehandicapte van de verplichting, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-22&g=2009-12-22), en hiervoor een boete als bedoeld in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=40&z=2009-12-22&g=2009-12-22) is opgelegd, dan wel indien hiervoor aangifte is gedaan op grond van het [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854).
3. Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de jonggehandicapte gewijzigd indien:
- a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid;
- b. de jonggehandicapte zijn schuld aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of
- c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.
4. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te werken aan schuldregelingen.
##### Artikel 57b. Preferentie
Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=55&z=2009-12-22&g=2009-12-22) en [57a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=57a&z=2009-12-22&g=2009-12-22) van deze wet is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen uit [artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=288).
### Hoofdstuk 2A. Reïntegratie-instrumenten
### Hoofdstuk 5. Financiering
### Hoofdstuk 7. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
### Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 50a. Scholing jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen
1. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot door het UWV te verstrekken subsidie aan een rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf door scholing de inschakeling van jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen in de arbeid bevordert.
2. Bij de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, kunnen aan de subsidie-ontvanger verplichtingen worden opgelegd omtrent het hanteren van een registratiesysteem waaruit blijkt of het doel van de subsidie is bereikt.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt niet als arbeid beschouwd arbeid op grond van een dienstbetrekking als bedoeld in [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&hoofdstuk=2) of [3 van de Wet sociale werkvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&hoofdstuk=3).
### Hoofdstuk 3. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
### Hoofdstuk 3. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
### Hoofdstuk 2A. Reïntegratie-instrumenten
##### Artikel 59j. Loonkostensubsidie
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan de werkgever die met een jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en die een indicatiebeschikking heeft als bedoeld in het derde lid, een dienstbetrekking, niet zijnde een dienstbetrekking als bedoeld in [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&hoofdstuk=2) of [3 van de Wet sociale werkvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&hoofdstuk=3), aangaat of is aangegaan na de inwerkingtreding van de [Wet stimulering arbeidsparticipatie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025045), subsidie voor loonkosten verlenen indien de dienstbetrekking een overeengekomen duur van ten minste twaalf maanden heeft. De subsidie kan slechts worden verstrekt indien de jonggehandicapte op de eerste dag van de dienstbetrekking de leeftijd van 50 jaar niet heeft bereikt.
2. Indien de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, een uitzendovereenkomst als bedoeld in [artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=690) betreft, verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen slechts subsidie indien de derde, in wiens opdracht de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering ter beschikking wordt gesteld om arbeid te verrichten, zich jegens de werkgever verplicht die jonggehandicapte tenminste twaalf maanden arbeid te laten verrichten. Indien de uitzendovereenkomst binnen deze twaalf maanden wordt gevolgd door een dienstbetrekking bij de derde, voor ten minste de resterende duur van de twaalf maanden, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op aanvraag aan die derde loonkostensubsidie verstrekken voor maximaal de resterende duur van de twaalf maanden.
3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan van de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering vaststellen dat hij in aanmerking komt voor toepassing van het eerste lid, indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van oordeel is dat met het oog op de inschakeling in de arbeid geen andere voorziening of instrument meer geschikt is. De vaststelling, bedoeld in de eerste zin, geschiedt bij indicatiebeschikking.
4. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt de subsidie slechts:
- a. indien naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen reële behoefte bestaat aan de arbeid die op grond van de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, zal worden verricht en die arbeid geen additionele arbeid betreft;
- b. indien er naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een reëel uitzicht is op continuering van de dienstbetrekking voor ten minste zes maanden na afloop van de periode waarover de loonkostensubsidie wordt verstrekt, dan wel op een op die dienstbetrekking aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste zes maanden;
- c. indien ten behoeve van de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering in de vijf jaar voorafgaand aan de indicatiebeschikking, bedoeld in het derde lid, niet eerder loonkostensubsidie op grond van dit artikel of het [Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023551) is verstrekt; en
- d. indien de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering in de zes maanden voorafgaand aan de indicatiebeschikking, bedoeld in het derde lid, geen werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in [artikel 59h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59h&z=2009-12-22&g=2009-12-22) of [artikel 76a van de WW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=76a) heeft verricht.
5. Onder additionele arbeid als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, wordt verstaan primair op de arbeidsinschakeling gerichte arbeid of het naast of in aanvulling op reguliere arbeid verrichten van werkzaamheden die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
6. De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van het wettelijk minimumloon, bedoeld in [artikel 8, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002638&artikel=8) of, indien het een werknemer jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon, bedoeld in [artikel 7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=7&z=2009-12-22&g=2009-12-22), en [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=8&z=2009-12-22&g=2009-12-22), van deze wet. Het bedrag, bedoeld in de eerste zin, wordt naar evenredigheid verminderd, indien de overeengekomen arbeidsduur korter is dan de normale arbeidsduur, bedoeld in [artikel 12 van laatstgenoemde wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002638&artikel=12). Indien ten behoeve van de betrokken werknemer [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59a&z=2009-12-22&g=2009-12-22) van deze wet toepassing vindt, bedraagt de subsidie, zo nodig in afwijking van de eerste zin, ten hoogste de aanspraak op een geldelijke beloning voor verrichte arbeid die krachtens dat [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59a&z=2009-12-22&g=2009-12-22) is vastgesteld.
7. De subsidie kan voor maximaal twaalf maanden worden verstrekt.
8. Indien de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, ziekengeld ontvangt op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) wordt het, naar werkdagen herleide, aan de werkgever verstrekte subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, verminderd met dit ziekengeld.
9. Indien de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, is aangegaan alvorens een aanvraag om subsidie voor loonkosten met betrekking tot die dienstbetrekking wordt ingediend, wordt de aanvraag om subsidie uiterlijk binnen drie maanden na de eerste dag van het verrichten van arbeid ingediend.
10. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel, welke regels betrekking kunnen hebben op:
- a. nadere subsidievoorwaarden; en
- b. een subsidieplafond.
##### Artikel 59k. Loonkostensubsidie niet-uitkeringsgerechtigde herbeoordeelden
1. In afwijking van [artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=7) en [artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=30) is [artikel 59j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59j&z=2009-12-22&g=2009-12-22) van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de persoon:
- a. wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingetrokken als gevolg van de toepassing van artikel 28, vijfde lid, alsmede de persoon op wie dat artikel, op grond van [artikel 2, tweede lid, van het Besluit eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017207&artikel=2), niet van toepassing is en wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingetrokken;
- b. die op de dag voorafgaand aan de eerste dag van de dienstbetrekking met betrekking waartoe loonkostensubsidie wordt aangevraagd, geen uitkering ontvangt op grond van een wet waaraan uitvoering wordt gegeven door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de [Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703); en
- c. die op de dag voorafgaand aan de eerste dag van de dienstbetrekking met betrekking waartoe loonkostensubsidie wordt aangevraagd geen tegemoetkoming ontvangt op grond van de [Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017646).
2. De leeftijdsgrens, bedoeld in [artikel 59j, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59j&z=2009-12-22&g=2009-12-22), is niet van toepassing op deze persoon.
##### Artikel 59l
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de jonggehandicapte, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, en voor wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering is en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt, onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten gedurende maximaal twee jaar. [Artikel 10a, tweede tot en met tiende lid, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=10a) is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 7. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 76d. Mogelijkheid vervallen loonkostensubsidie
1. [Artikel 59j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59j&z=2009-12-22&g=2009-12-22) vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2. [Artikel 59k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59k&z=2009-12-22&g=2009-12-22) vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 76e. Overgangsrecht [Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023551)
De loonkostensubsidie die voor de dag van inwerkingtreding van de [Wet stimulering arbeidsparticipatie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025045), op grond van het [Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023551), is verstrekt aan een werkgever ten behoeve van een persoon die op de dag voor aanvang van die gesubsidieerde dienstbetrekking recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt aangemerkt als loonkostensubsidie als bedoeld in [artikel 59j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59j&z=2009-12-22&g=2009-12-22).
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 6c. Geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering na inwerkingtreding van de wet van 3 december 2009 tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten in verband met het bevorderen van de participatie van jonggehandicapten door werk en arbeidsondersteuning (Stb. 580)
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### § 2. Vakantie-uitkering
#### § 3
### Afdeling 2. Het geldend maken van het recht op uitkering
#### § 2. Toekenning
#### § 3. Maatregelen en bestuurlijke boeten
### Afdeling 3. De betaling van de uitkering
### Hoofdstuk 6. Vervallen
### Hoofdstuk 3. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
### Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
### Hoofdstuk 7. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 77a. Overgangsrecht in verband met artikel 5.7.2, 5.7.3 en 5.7.4
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 77b. Overgangsrecht in verband met [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59a&z=2009-12-22&g=2009-12-22)
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 77c. Bij recht op arbeidsondersteuning geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 46a. In kennisstellen reïntegratiebedrijf van sanctie-oplegging
Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de jonggehandicapte de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk heeft geweigerd dan wel hem een bestuurlijke boete heeft opgelegd, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het reïntegratiebedrijf dat ten behoeve van die jonggehandicapte werkzaamheden gericht op vergroting van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid of op inschakeling in arbeid verricht, van die beschikking in kennis voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden door het reïntegratiebedrijf.
### Afdeling 3. De betaling van de uitkering
##### Artikel 51a. Samenloop met WAO-uitkering en andere uitkeringen
1. Indien zowel recht bestaat op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of op grond van de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656), wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald, voor zover deze de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of op grond van de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) overtreft.
2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien ter zake van arbeidsongeschiktheid recht ontstaat op een uitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of op grond van de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) en in verband daarmee geen herziening op grond van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=12&z=2009-12-01&g=2009-12-01) plaatsvindt van de voordien toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering.
3. Indien ter zake van arbeidsongeschiktheid zowel recht bestaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met de [artikelen 11 tot en met 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=11&z=2009-12-01&g=2009-12-01) als op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656), wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald voor zover deze de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) overtreft, doch in ieder geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening.
4. Indien na toepassing van het derde lid zowel de arbeidsongeschiktheidsuitkering als de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) als gevolg van toe- of afneming van de arbeidsongeschiktheid wordt herzien, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van het eerste lid, uitbetaald voor zover deze het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) overtreft, doch in elk geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening als bedoeld in het derde lid.
5. Indien ter zake van arbeidsongeschiktheid zowel recht bestaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) in verband met de [artikelen 36 tot en met 40 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&artikel=36) of op herziening op grond van de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) in verband met de [artikelen 12 tot en met 16 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656&artikel=12) als op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze de herziene arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) overtreft.
6. Voor de toepassing van het eerste tot en met het vijfde lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering en arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) en de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) tevens verstaan de vakantie-uitkering waarop uit hoofde van die arbeidsongeschiktheidsuitkeringen recht bestaat, voor zover die vakantie-uitkeringen over dezelfde periode zijn berekend.
7. Het eerste tot en met het zesde lid zijn niet van toepassing op degene die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op grond van de vrijwillige verzekering als bedoeld in [hoofdstuk VI van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&hoofdstuk=VI).
8. Voor de toepassing van het eerste en derde tot en met vijfde lid wordt als arbeidsongeschiktheidsuitkering onderscheidenlijk uitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524), onderscheidenlijk uitkering op grond van de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) van de jonggehandicapte op wie [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&artikel=50), onderscheidenlijk [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&artikel=44) of [65 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&artikel=65), onderscheidenlijk [artikel 58 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656&artikel=58) van toepassing is, in aanmerking genomen het bedrag van die uitkeringen nadat bedoelde artikelen toepassing hebben gevonden.
9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld:
met betrekking tot het eerste lid.
### Hoofdstuk 4. Het verstrekken van inlichtingen
### Hoofdstuk 6. Vervallen
### Hoofdstuk 3. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
##### Artikel 69b. Afzien van horen belanghebbende
In afwijking van [artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:3) kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gestelde redelijke termijn, verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord.
##### Artikel 72a. [Titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2)
[Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) is niet van toepassing op aanspraken op grond van [artikel 59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
### Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 76b. Overgangsbepaling in verband met intrekken [Wet REA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565)
1. Een beschikking tot vermindering van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid op grond van [artikel 7 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=7), aan de jonggehandicapte die op de dag voorafgaand aan de dag waarop [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=7) op grond van [artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019058&artikel=2.10), vervalt, de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt dan wel recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet wordt voor de duur van het tijdvak waarvoor die aanspraak op grond van de [Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565) is verminderd aangemerkt als een beschikking tot vermindering van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid als bedoeld in [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59a&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
2. Een beschikking tot toekenning van een voorziening op grond van [artikel 31, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=31), aan de jonggehandicapte die op de dag voorafgaand aan de dag waarop [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=31) op grond van [artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019058&artikel=2.10), vervalt, dag de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt dan wel recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt voor de duur van het tijdvak waarvoor die voorziening op grond van de [Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565) is toegekend aangemerkt als een beschikking tot toekenning van een voorziening als bedoeld in [artikel 35, eerste lid juncto tweede lid, onderdeel d, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=35).
3. Een beschikking tot toekenning van loonsuppletie op grond van [artikel 32 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=32), aan de jonggehandicapte die op de dag voorafgaand aan de dag waarop [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=32) op grond van [artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019058&artikel=2.10), vervalt, de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt dan wel recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt voor de duur waarvoor die loonsuppletie was toegekend aangemerkt als een beschikking tot toekenning van loonsuppletie als bedoeld in [artikel 59f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59f&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
4. Een beschikking tot toekenning van inkomenssuppletie op grond van [artikel 29 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=29), aan de jonggehandicapte die op de dag voorafgaand aan de dag waarop [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=29) op grond van [artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019058&artikel=2.10), vervalt, de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt dan wel recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt voor de duur waarvoor die inkomenssuppletie was toegekend aangemerkt als inkomenssuppletie als bedoeld in [artikel 59g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59g&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
##### Artikel 76c. Overgangsbepaling subsidiëring REA-scholingsinstituten
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt tot en met het jaar 2008 jaarlijks ten laste van het Reïntegratiefonds, genoemd in [artikel 2.8 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019058&artikel=2.8), aan door Onze Minister aan te wijzen scholingsinstituten die ten doel hebben de arbeidsintegratie van arbeidsgehandicapten te bevorderen, een subsidie ter hoogte van een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag waarbij regels kunnen worden gesteld omtrent de wijze van berekening van dat bedrag.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan bij de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, aan de subsidie-ontvanger verplichtingen opleggen omtrent vermogensvorming, het hanteren van een registratiesysteem waaruit blijkt of het doel van de subsidie is bereikt en de vergoeding van met subsidie behaald vermogensvoordeel.
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9a. Tegemoetkoming in aanvulling op arbeidsongeschiktheidsuitkering
1. De jonggehandicapte die behoort tot een bij ministeriële regeling te bepalen categorie heeft recht op een tegemoetkoming.
2. De tegemoetkoming wordt verstrekt in aanvulling op de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
3. Bij ministeriële regeling worden in ieder geval regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de tegemoetkoming en de betaling van de tegemoetkoming.
4. De tegemoetkoming wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
5. De betaling van de tegemoetkoming vindt plaats binnen een maand nadat het recht op de tegemoetkoming is vastgesteld en geschiedt vervolgens in dezelfde termijnen als die waarin de betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering plaatsvindt.
#### § 2. Vakantie-uitkering
#### § 3
### Afdeling 2. Het geldend maken van het recht op uitkering
#### § 1. Melding
#### § 2. Toekenning
#### § 3. Maatregelen en boeten
### Afdeling 3. De betaling van de uitkering
##### Artikel 52a. Betaling van de tegemoetkoming
De [artikelen 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32&z=2009-12-01&g=2009-12-01), [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=47&z=2009-12-01&g=2009-12-01), [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=49&z=2009-12-01&g=2009-12-01), [55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=55&z=2009-12-01&g=2009-12-01), [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=56&z=2009-12-01&g=2009-12-01) en [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=57&z=2009-12-01&g=2009-12-01) zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in [artikel 9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=9a&z=2009-12-01&g=2009-12-01), voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald.
##### Artikel 59a. Loondispensatie
1. Indien de arbeidsprestatie van een werknemer die:
- a. recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering; of
- b. de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt,
in een bepaalde functie, maar geen functie waarin hij werkzaam is als werknemer in de zin van de Wet sociale werkvoorziening of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van die wet, ten gevolge van ziekte of gebrek duidelijk minder is dan de arbeidsprestatie die een geldelijke beloning van het voor hem geldende wettelijk minimumloon rechtvaardigt, vermindert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op verzoek van de betrokken werkgever of werknemer de hoogte van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid naar evenredigheid, in afwijking van hetgeen bij en krachtens de [Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002638) is bepaald.
2. Elk beding waarbij een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid wordt overeengekomen die lager is dan de beloning, vastgesteld op grond van het eerste lid is nietig.
3. Vanaf de dag waarop de werknemer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, de leeftijd van achttien jaar bereikt en recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt de op grond van onderdeel b verstrekte vermindering van de hoogte van de aanspraak op een geldelijke beloning, geacht te zijn gebaseerd op het eerste lid, onderdeel a, tenzij de werknemer niet aan de overige voorwaarden van het eerste lid voldoet.
##### Artikel 59b. Voorzieningen ter ondersteuning van toeleiding naar arbeid als zelfstandige
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld op grond waarvan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op aanvraag van de jonggehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, in het kader van de bevordering en ondersteuning bij de inschakeling in de arbeid als zelfstandige aan die jonggehandicapte voorzieningen kan verstrekken.
##### Artikel 59c. Experimenteerartikel
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan bij wijze van experiment, met het oog op het onderzoeken van mogelijkheden om deze wet met betrekking tot de inschakeling in de arbeid van jonggehandicapten die recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben, doeltreffender uit te voeren, worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens de artikelen van deze wet. Bij toepassing van de eerste zin wordt bij algemene maatregel van bestuur geregeld op welke wijze van welke artikelen wordt afgeweken.
2. Een experiment als bedoeld in het eerste lid duurt ten hoogste vier jaar. Indien, voor een experiment is afgelopen, een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling, kan het experiment worden verlengd tot het tijdstip waarop het voorstel van wet in werking treedt. Het eerste lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van een experiment en voorzieningen worden getroffen voor zich gedurende een experiment voordoende onvoorziene gevallen.
4. Onze Minister meldt aan de Staten-Generaal hoe het experiment in de praktijk is verlopen, alsmede zijn standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment.
5. De voordracht voor krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregelen van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 59d. Recht op ondersteuning bij arbeidsinschakeling van UWV
1. De jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft recht op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen, op de naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor personen die blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking tot de doelgroep behoren van de [Wet sociale werkvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903) onder een voorziening gericht op arbeidsinschakeling mede verstaan een voorziening gericht op het verkrijgen van arbeid in een dienstbetrekking als bedoeld in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&artikel=2) en [7 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&artikel=7).
##### Artikel 59e
Vervallen
##### Artikel 59f. Loonsuppletie
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de jonggehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en die arbeid in dienstbetrekking aanvaardt of verricht op aanvraag loonsuppletie toekennen, indien het loon lager is dan zijn resterende verdiencapaciteit.
2. De loonsuppletie wordt verstrekt over perioden waarin loon uit dienstbetrekking wordt ontvangen, doch ten hoogste over een periode van vier jaar te rekenen vanaf de dag met ingang waarvan voor de eerste maal loonsuppletie is toegekend.
3. Als perioden waarin loon uit dienstbetrekking wordt ontvangen als bedoeld in het tweede lid worden eveneens aangemerkt, perioden waarin een uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) of op grond van [hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008¶graaf=1) wordt ontvangen, tenzij de dienstbetrekking is geëindigd.
4. De loonsuppletie wordt voor de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake premieheffing aangemerkt als een uitkering op grond van deze wet.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte van de loonsuppletie.
##### Artikel 59g. Inkomenssuppletie
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de jonggehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, die arbeid als zelfstandige verricht of gaat verrichten op aanvraag inkomenssuppletie toekennen, indien zijn inkomen uit het bedrijf of beroep lager is dan zijn resterende verdiencapaciteit.
2. De inkomenssuppletie wordt verstrekt over perioden waarin het bedrijf of beroep wordt uitgeoefend, doch ten hoogste over een periode van vier jaar te rekenen vanaf de dag met ingang waarvan voor de eerste maal inkomenssuppletie is toegekend.
3. De inkomenssuppletie wordt voor de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake premieheffing aangemerkt als een uitkering op grond van de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656).
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte van de inkomenssuppletie.
##### Artikel 59h. Proefplaatsing
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, in het kader van de bevordering van de inschakeling in de arbeid, toestemming verlenen aan de jonggehandicapte, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering om op een proefplaats bij een werkgever gedurende maximaal drie maanden onbeloonde werkzaamheden te verrichten.
2. Tijdens het verrichten van werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste lid wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien.
3. De onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste lid zijn:
- a. werkzaamheden, waartoe de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
- b. werkzaamheden, waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, heeft afgesloten;
- c. werkzaamheden, die de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht; en
- d. werkzaamheden, waarbij er, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, een reëel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste 6 maanden.
4. Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt de periode waarin een uitkering bij ziekte wordt ontvangen, voor de toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit artikel.
##### Artikel 59i
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanvraag van loonsuppletie, bedoeld in [artikel 59f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59f&z=2009-12-01&g=2009-12-01), van inkomenssuppletie, bedoeld in [artikel 59g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59g&z=2009-12-01&g=2009-12-01), de termijn waarbinnen die aanvraag wordt ingediend, alsmede omtrent de rechtsgevolgen die aan overschrijding van die termijn zijn verbonden, en met betrekking tot de aanvraag van voorzieningen, bedoeld in [artikel 59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59b&z=2009-12-01&g=2009-12-01) en van toestemming als bedoeld in [artikel 59h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59h&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
### Hoofdstuk 5. Financiering
### Hoofdstuk 4. Het verstrekken van inlichtingen
### Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
### Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 66. Beschikking over financiële middelen
[Artikel 120 van de Wet financiering sociale verzekeringen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=120) is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 6. Vervallen
### Hoofdstuk 7. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
### Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 10a. Niet meewerken aan medisch onderzoek vóór recht op uitkering
Indien voor het vaststellen van het recht op uitkering op grond van deze wet, in het kader van een aanvraag voor de toekenning van een uitkering op grond van deze wet, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een medisch onderzoek nodig is en de betrokkene niet meewerkt aan dat onderzoek, blijven eventuele uit deze wet voortvloeiende aanspraken op een uitkering op grond van deze wet buiten beschouwing, voor zolang het recht op uitkering niet kan worden vastgesteld.
#### § 2. Vakantie-uitkering
#### § 3
### Afdeling 2. Het geldend maken van het recht op uitkering
#### § 2. Toekenning
#### § 3. Maatregelen en bestuurlijke boeten
### Afdeling 3. De betaling van de uitkering
### Hoofdstuk 3. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
### Hoofdstuk 4. Het verstrekken van inlichtingen
### Hoofdstuk 5. Financiering
### Hoofdstuk 6. Vervallen
### Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 57a. Schuldregeling
1. In afwijking van [artikel 55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=55&z=2009-12-01&g=2009-12-01), kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op verzoek van de jonggehandicapte, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien door medewerking aan een schuldregeling, indien:
- a. redelijkerwijs te voorzien is dat de jonggehandicapte niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen;
- b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen;
- c. de vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wegens onverschuldigd betaalde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang;
- d. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betrouwbare schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in [artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&artikel=48);
- e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt; en
- f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig [artikel 349 van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=349).
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is ontstaan door het niet nakomen door de jonggehandicapte van de verplichting, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=4&artikel=62&z=2009-12-01&g=2009-12-01), en hiervoor een boete als bedoeld in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=3&artikel=40&z=2009-12-01&g=2009-12-01) is opgelegd, dan wel indien hiervoor aangifte is gedaan op grond van het [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854).
3. Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de jonggehandicapte gewijzigd indien:
- a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid;
- b. de jonggehandicapte zijn schuld aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of
- c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.
4. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te werken aan schuldregelingen.
##### Artikel 57b. Preferentie
Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=55&z=2009-12-01&g=2009-12-01) en [57a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=57a&z=2009-12-01&g=2009-12-01) van deze wet is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen uit [artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=288).
### Hoofdstuk 2A. Reïntegratie-instrumenten
### Hoofdstuk 5. Financiering
### Hoofdstuk 7. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
### Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 59j. Loonkostensubsidie
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan de werkgever die met een jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en die een indicatiebeschikking heeft als bedoeld in het derde lid, een dienstbetrekking, niet zijnde een dienstbetrekking als bedoeld in [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&hoofdstuk=2) of [3 van de Wet sociale werkvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&hoofdstuk=3), aangaat of is aangegaan na de inwerkingtreding van de [Wet stimulering arbeidsparticipatie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025045), subsidie voor loonkosten verlenen indien de dienstbetrekking een overeengekomen duur van ten minste twaalf maanden heeft. De subsidie kan slechts worden verstrekt indien de jonggehandicapte op de eerste dag van de dienstbetrekking de leeftijd van 50 jaar niet heeft bereikt.
2. Indien de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, een uitzendovereenkomst als bedoeld in [artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=690) betreft, verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen slechts subsidie indien de derde, in wiens opdracht de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering ter beschikking wordt gesteld om arbeid te verrichten, zich jegens de werkgever verplicht die jonggehandicapte tenminste twaalf maanden arbeid te laten verrichten. Indien de uitzendovereenkomst binnen deze twaalf maanden wordt gevolgd door een dienstbetrekking bij de derde, voor ten minste de resterende duur van de twaalf maanden, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op aanvraag aan die derde loonkostensubsidie verstrekken voor maximaal de resterende duur van de twaalf maanden.
3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan van de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering vaststellen dat hij in aanmerking komt voor toepassing van het eerste lid, indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van oordeel is dat met het oog op de inschakeling in de arbeid geen andere voorziening of instrument meer geschikt is. De vaststelling, bedoeld in de eerste zin, geschiedt bij indicatiebeschikking.
4. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt de subsidie slechts:
- a. indien naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen reële behoefte bestaat aan de arbeid die op grond van de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, zal worden verricht en die arbeid geen additionele arbeid betreft;
- b. indien er naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een reëel uitzicht is op continuering van de dienstbetrekking voor ten minste zes maanden na afloop van de periode waarover de loonkostensubsidie wordt verstrekt, dan wel op een op die dienstbetrekking aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste zes maanden;
- c. indien ten behoeve van de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering in de vijf jaar voorafgaand aan de indicatiebeschikking, bedoeld in het derde lid, niet eerder loonkostensubsidie op grond van dit artikel of het [Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023551) is verstrekt; en
- d. indien de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering in de zes maanden voorafgaand aan de indicatiebeschikking, bedoeld in het derde lid, geen werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in [artikel 59h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59h&z=2009-12-01&g=2009-12-01) of [artikel 76a van de WW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=76a) heeft verricht.
5. Onder additionele arbeid als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, wordt verstaan primair op de arbeidsinschakeling gerichte arbeid of het naast of in aanvulling op reguliere arbeid verrichten van werkzaamheden die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
6. De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van het wettelijk minimumloon, bedoeld in [artikel 8, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002638&artikel=8) of, indien het een werknemer jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon, bedoeld in [artikel 7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=7&z=2009-12-01&g=2009-12-01), en [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2&afdeling=1¶graaf=1&artikel=8&z=2009-12-01&g=2009-12-01), van deze wet. Het bedrag, bedoeld in de eerste zin, wordt naar evenredigheid verminderd, indien de overeengekomen arbeidsduur korter is dan de normale arbeidsduur, bedoeld in [artikel 12 van laatstgenoemde wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002638&artikel=12). Indien ten behoeve van de betrokken werknemer [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59a&z=2009-12-01&g=2009-12-01) van deze wet toepassing vindt, bedraagt de subsidie, zo nodig in afwijking van de eerste zin, ten hoogste de aanspraak op een geldelijke beloning voor verrichte arbeid die krachtens dat [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59a&z=2009-12-01&g=2009-12-01) is vastgesteld.
7. De subsidie kan voor maximaal twaalf maanden worden verstrekt.
8. Indien de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, ziekengeld ontvangt op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) wordt het, naar werkdagen herleide, aan de werkgever verstrekte subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, verminderd met dit ziekengeld.
9. Indien de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, is aangegaan alvorens een aanvraag om subsidie voor loonkosten met betrekking tot die dienstbetrekking wordt ingediend, wordt de aanvraag om subsidie uiterlijk binnen drie maanden na de eerste dag van het verrichten van arbeid ingediend.
10. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel, welke regels betrekking kunnen hebben op:
- a. nadere subsidievoorwaarden; en
- b. een subsidieplafond.
##### Artikel 59k. Loonkostensubsidie niet-uitkeringsgerechtigde herbeoordeelden
1. In afwijking van [artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=7) en [artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=30) is [artikel 59j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59j&z=2009-12-01&g=2009-12-01) van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de persoon:
- a. wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingetrokken als gevolg van de toepassing van artikel 28, vijfde lid, alsmede de persoon op wie dat artikel, op grond van [artikel 2, tweede lid, van het Besluit eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017207&artikel=2), niet van toepassing is en wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingetrokken;
- b. die op de dag voorafgaand aan de eerste dag van de dienstbetrekking met betrekking waartoe loonkostensubsidie wordt aangevraagd, geen uitkering ontvangt op grond van een wet waaraan uitvoering wordt gegeven door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de [Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703); en
- c. die op de dag voorafgaand aan de eerste dag van de dienstbetrekking met betrekking waartoe loonkostensubsidie wordt aangevraagd geen tegemoetkoming ontvangt op grond van de [Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017646).
2. De leeftijdsgrens, bedoeld in [artikel 59j, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59j&z=2009-12-01&g=2009-12-01), is niet van toepassing op deze persoon.
##### Artikel 59l
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de jonggehandicapte, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, en voor wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering is en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt, onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten gedurende maximaal twee jaar. [Artikel 10a, tweede tot en met tiende lid, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=10a) is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 7. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 76d. Mogelijkheid vervallen loonkostensubsidie
1. [Artikel 59j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59j&z=2009-12-01&g=2009-12-01) vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2. [Artikel 59k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59k&z=2009-12-01&g=2009-12-01) vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 76e. Overgangsrecht [Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023551)
De loonkostensubsidie die voor de dag van inwerkingtreding van de [Wet stimulering arbeidsparticipatie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025045), op grond van het [Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023551), is verstrekt aan een werkgever ten behoeve van een persoon die op de dag voor aanvang van die gesubsidieerde dienstbetrekking recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt aangemerkt als loonkostensubsidie als bedoeld in [artikel 59j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2A&artikel=59j&z=2009-12-01&g=2009-12-01).
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2009-12-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 17, 75
2009-10-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 17, 75
2009-08-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 17, 75
2009-07-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 17, 75
2009-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2008-12-19
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2008-06-13
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 3, 57
2008-05-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 3, 57
2008-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 3, 57
2007-12-28
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 3, 57
2007-07-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 3, 3, 5
2007-02-22
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 3, 3, 5
2007-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 3, 57
2006-12-23
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2006-05-10
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 3, 3, 5
2006-03-08
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 3, 3, 5
2006-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2005-12-29
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2005-12-14
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2005-09-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2
2005-07-29
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2005-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 2, 2, 6
2004-10-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 3, 3, 5
2004-08-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2004-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 3, 57
2002-09-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 3, 3, 5
2002-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — arts. 1, 4, 2
2002-01-01
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten — versión or
original version
Tekst op deze datum