Wet van 19 oktober 1998, houdende regels inzake de telecommunicatie (Telecommunicatiewet)

Type Wet
Publication 2026-08-15
State In force
Source BWB
artikelen 742
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Autoriteit Consument en Markt monitort, in overleg met Onze Minister, de ontwikkeling en het niveau van de retailprijzen van de diensten, genoemd artikel 9.1, eerste lid, onderdelen b en c, en houdt daarbij met name rekening met de binnenlandse prijzen en het nationaal inkomen van de consument.

Artikel 10.11a

Een autoradio-ontvanger die wordt ingebouwd in een nieuw voertuig van de voertuigcategorie M als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen dat op de markt wordt aangeboden voor verkoop of verhuur bevat een ontvanger die voldoet aan de eisen die in bijlage XI bij richtlijn (EU) 2018/1972 zijn opgenomen ten aanzien van de interoperabiliteit voor radio-ontvangers.

Artikel 10.11b

Het is verboden in strijd te handelen met bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van EU-verordeningen of EU-besluiten die dienen ter uitvoering van de in dit hoofdstuk genoemde richtlijnen.

§ 11.2. Nummeridentificatie

§ 11.3. Ontheffing

Artikel 11a.2a

Vervallen

§ 11.4. Uitzonderingen

§ 12.1. Geschilbeslechting door geschillencommissie

§ 12.2.1. Geschillen tussen marktpartijen

§ 12.2.1. Geschillen tussen marktpartijen

Artikel 12.10a
1.

Indien er een geschil is ontstaan over de krachtens artikel 6.3a, eerste lid, opgelegde verplichting tussen de aanbieder aan wie de verplichting is opgelegd en de door die verplichting begunstigde aanbieder, kan Onze Minister op aanvraag van een bij dat geschil betrokken partij het geschil beslechten.

2.

In het kader van de geschilbeslechting, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister met het oog op een doelmatig gebruik van frequentieruimte een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte verlenen of wijzigen voor het bewerkstelligen van gedeeld gebruik van frequentieruimte waarvoor de begunstigde aanbieder een vergunning heeft.

3.

De artikelen 12.2, tweede lid, 12.3, 12.5, eerste tot en met derde lid, 12.6 en 12.7 zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 13. Bevoegd aftappen en toepassing van andere bevoegdheden op grond van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 in verband met telecommunicatie

Hoofdstuk 14a. Ongewenste zeggenschap in telecommunicatiepartijen

Hoofdstuk 15. Handhaving

§ 15.1. Algemeen

§ 15.1. Algemeen

§ 15.3. Uit de handel nemen van uitrusting

Hoofdstuk 16. Vergoedingen

Artikel 18.21a

Het is verboden hogere tarieven voor gespreksafgifte te hanteren dan de tarieven, vastgesteld in een door de Europese Commissie vastgestelde gedelegeerde handeling met betrekking tot maximumtarieven voor mobiele of vaste gespreksafgifte als bedoeld in artikel 75, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/1972.

Hoofdstuk 19. Overgangsrecht in verband met de implementatie van het Europese geharmoniseerde regelgevende kader voor de elektronische communicatiesector 2002

Hoofdstuk 19. Overgangsrecht in verband met de implementatie van het Europese geharmoniseerde regelgevende kader voor de elektronische communicatiesector 2002

Artikel 20.7

Artikel 11.7, vierde lid, onderdeel a, is niet van toepassing op contactgegevens die de verzender heeft verzameld vóór de inwerkingtreding van de wet van 10 februari 2021 tot wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met het invoeren van een opt-in-systeem voor het overbrengen van communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan natuurlijke personen.

Bijlage. behorende bij artikel 13.2a van de Telecommunicatiewet

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • a. telefoondienst: oproepen (met inbegrip van spraak, voicemail, conference call of call-gegevens), aanvullende diensten (met inbegrip van call forwarding en call transfer), messaging- en multimediadiensten (met inbegrip van short message service (SMS), enhanced media service (EMS) en multimedia service (MMS);
  • b. gebruikersidentificatie: een unieke identificatie die aan een persoon wordt toegewezen wanneer deze zich abonneert op of registreert bij een internettoegangsdienst of internetcommunicatiedienst;
  • c. celidentiteit (Cell ID): de unieke code van een cel van waaruit een mobiele telefoonoproep werd begonnen of beëindigd.

In deze bijlage worden als gegevens, bedoeld in artikel 13.2a van de wet, aangewezen de volgende gegevens:

  • A. Bij telefonie over een mobiel of een vast netwerk:
  • a. het telefoonnummer van de oproeper en het telefoonnummer (de telefoonnummers) die werden opgeroepen en, in het geval van aanvullende diensten zoals call forwarding of call transfer, het nummer (de nummers) waarnaar de verbinding is doorgeleid.
  • b. namen en adressen van de betrokken abonnees of geregistreerde gebruikers;
  • c. datum en tijdstip van aanvang en einde van de verbinding;
  • d. de gebruikte telefoondienst;
  • e. bij mobiele telefonie:
  • –. de International Mobile Subscriber Identity (IMSI) van de oproepende en van de opgeroepen deelnemer;
  • –. de International Mobile Equipment Identity (IMEI) van de oproepende en de opgeroepen deelnemer;
  • –. in geval van vooraf betaalde anonieme diensten, datum en tijdstip van de eerste activering van de dienst en aanduiding (Cell ID) van de locatie waaruit de dienst is geactiveerd;
  • –. de locatieaanduiding bij het begin van de verbinding;
  • –. gegevens voor het identificeren van de geografische locatie van cells middels referentie aan hun locatieaanduidingen gedurende de periode dat communicatiegegevens worden bewaard.
  • B. Bij internettoegang, e-mail over het internet en internettelefonie:
  • a. de toegewezen gebruikersidentificatie(s) en de gebruikersidentificatie of telefoonnummer van de beoogde ontvanger(s) van een internettelefoonoproep;
  • b. de gebruikersidentificatie en het telefoonnummer toegewezen aan elke communicatie die het publieke telefoonnetwerk binnenkomt;
  • c. naam en adres van de abonnee of de geregistreerde gebruiker aan wie het IP-adres, de gebruikersidentificatie of het telefoonnummer was toegewezen op het tijdstip van de communicatie en naam (namen) en adres (adressen) van de abonnee(s) of de geregistreerde gebruiker(s) en de gebruikersidentificatie van de beoogde ontvanger van communicatie;
  • d. datum en tijdstip van de log-in en log-off van een internetsessie gebaseerd op een bepaalde tijdzone, samen met het IP-adres, hetzij statisch, hetzij dynamisch, dat door de aanbieder van een internettoegangsdienst aan een communicatie is toegewezen, en de gebruikersidentificatie van de abonnee of geregistreerde gebruiker;
  • e. datum en tijdstip van de log-in en log-off van een e-maildienst over het internet of internettelefoniedienst gebaseerd op een bepaalde tijdzone;
  • f. de gebruikte internetdienst;
  • g. het inbellende nummer voor een inbelverbinding;
  • h. de digital subscriber line (DSL) of ander eindpunt van de initiatiefnemer van de communicatie.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 10.11c
1.

Het is een ieder verboden uitrusting of radioapparaten waar verordening (EU) 2019/1020 op van toepassing is, in de handel te brengen in strijd met artikel 4, eerste lid, van die verordening.

2.

Het is ten aanzien van uitrusting of radioapparaten waar verordening (EU) 2019/1020 op van toepassing is, de fabrikant, de importeur, de gemachtigde, die is aangewezen om de in artikel 4, derde lid, van die verordening vermelde taken namens de fabrikant te verrichten of de fulfilmentdienstverlener verboden te handelen in strijd met artikel 4, derde en vierde lid, van die verordening.

3.

Het is de gemachtigde, bedoeld in het tweede lid, verboden te handelen in strijd met artikel 5, tweede lid, van verordening (EU) 2019/1020.

Artikel 10.11d
1.

Het is een marktdeelnemer en een fulfilmentdienstverlener ten aanzien van uitrusting of radioapparaten waar verordening (EU) 2019/1020 op van toepassing is, verboden te handelen in strijd met artikel 7, eerste lid, van die verordening.

2.

Het is een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij ten aanzien van uitrusting of radioapparaten waar verordening (EU) 2019/1020 op van toepassing is, verboden te handelen in strijd met artikel 7, tweede lid, van die verordening.

Hoofdstuk 11. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer

§ 11.1. Algemene bepalingen

§ 11.2. Nummeridentificatie

§ 11.4. Uitzonderingen

Hoofdstuk 11a. Continuïteit

§ 12.2.1. Geschillen tussen marktpartijen

§ 12.2.2. Geschillen tussen consumenten en aanbieders of ondernemingen

§ 12.3. Geschilbeslechting door minister

Hoofdstuk 13. Bevoegd aftappen en toepassing van andere bevoegdheden op grond van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 in verband met telecommunicatie

Hoofdstuk 14a. Ongewenste zeggenschap in telecommunicatiepartijen

Artikel 14a.16

Artikel 34, eerste lid, derde tot en met zevende lid, negende tot en met elfde lid en dertiende en veertiende lid, van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames, is van overeenkomstige toepassing op dit hoofdstuk.

Hoofdstuk 15. Handhaving

§ 15.1. Algemeen

§ 15.2. Bestuurlijke boete en last onder dwangsom

Artikel 15.7a
1.

De ambtenaren, bedoeld in artikel 15.1, eerste lid, zijn in afwijking van artikel 5:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdelen a, d en e, van verordening (EU) 2019/1020.

2.

Voor het uitoefenen van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

3.

Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het tweede lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht.

4.
5.

Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing voor zover de ambtenaren, bedoeld in artikel 15.1, eerste lid, bijstand verlenen aan een markttoezichtautoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van verordening (EU) 2019/1020 uit een andere lidstaat van de Europese Unie op grond van artikel 22 of artikel 23 van die verordening.

Artikel 15.7b
1.

De ambtenaren, bedoeld in artikel 15.1, eerste lid, zijn bevoegd om, ter uitvoering van verordening (EU) 2019/1020, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit en hoedanigheid, uitrusting of radioapparaten te verkrijgen en de hieraan gerelateerde handelingen te verrichten voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is. Artikel 5:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

2.

De ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op waarin hij vermeldt:

  • a. zijn naam of nummer en hoedanigheid;
  • b. de motivering van de noodzaak tot uitoefening van de bevoegdheid;
  • c. de voorschriften op de naleving waarvan wordt toegezien;
  • d. het adres, waaronder indien van toepassing, het elektronische adres, waar de uitrusting of het radioapparaat is verkregen en, voor zover bekend, de omschrijving van de betrokken marktdeelnemer;
  • e. de onjuiste of onvolledige gegevens die bij de handelingen ten behoeve van het verkrijgen van de uitrusting of het radioapparaat zijn verstrekt;
  • f. de wijze waarop en het tijdvak waarin de handelingen hebben plaatsgevonden;
  • g. hetgeen tijdens het onderzoek van de uitrusting of het radioapparaat is verricht, gebleken en overigens is voorgevallen.
Artikel 15.7c
1.

Ter uitvoering van verordening (EU) 2019/1020 kan Onze Minister, indien er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om uitrusting die, of een radioapparaat dat, een risico vormt waarvoor, op basis van een risicobeoordeling en rekening houdend met het normale en voorzienbare gebruik van de uitrusting of het radioapparaat, de combinatie van de waarschijnlijkheid dat zich een gevaar voordoet dat schade veroorzaakt en de ernst van die schade, een snel ingrijpen noodzakelijk wordt geacht, met inbegrip van de gevallen waarin de gevolgen van het risico zich niet onmiddellijk voordoen, een zelfstandige last opleggen aan degene die daartoe in staat is, om inhoud te verwijderen van of de toegang te beperken tot een online interface of opdracht te geven tot de duidelijke weergave van een waarschuwing voor eindgebruikers wanneer zij zich toegang verschaffen tot een online interface.

2.

Indien niet binnen de daarvoor gestelde termijn aan een last als bedoeld in het eerste lid is voldaan, kan Onze Minister een zelfstandige last opleggen aan een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij om alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de toegang tot een online interface te beperken, onder meer door een daarvoor in aanmerking komende derde te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren.

3.

Degene tot wie een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of tweede lid is gericht, handelt overeenkomstig die last.

4.

Op grond van het eerste of tweede lid kan geen zelfstandige last worden opgelegd die leidt tot het blokkeren of filteren van internetverkeer.

5.

Voor een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of tweede lid is voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

6.

Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het vijfde lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht.

7.

Onze Minister maakt de machtiging van de rechter-commissaris gelijktijdig met de zelfstandige last, bedoeld in het eerste of tweede lid, bekend.

§ 15.3. Uit de handel nemen van uitrusting

Hoofdstuk 16. Vergoedingen

Hoofdstuk 17. Beroep

Hoofdstuk 18. Verdere bepalingen

Hoofdstuk 19. Overgangsrecht in verband met de implementatie van het Europese geharmoniseerde regelgevende kader voor de elektronische communicatiesector 2002

Hoofdstuk 20. Algemene overgangs- en slotbepalingen

Artikel 20.7

Artikel 11.7, vierde lid, onderdeel a, is niet van toepassing op contactgegevens die de verzender heeft verzameld vóór de inwerkingtreding van de wet van 10 februari 2021 tot wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met het invoeren van een opt-in-systeem voor het overbrengen van communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan natuurlijke personen.

Bijlage. behorende bij artikel 13.2a van de Telecommunicatiewet

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • a. telefoondienst: oproepen (met inbegrip van spraak, voicemail, conference call of call-gegevens), aanvullende diensten (met inbegrip van call forwarding en call transfer), messaging- en multimediadiensten (met inbegrip van short message service (SMS), enhanced media service (EMS) en multimedia service (MMS);
  • b. gebruikersidentificatie: een unieke identificatie die aan een persoon wordt toegewezen wanneer deze zich abonneert op of registreert bij een internettoegangsdienst of internetcommunicatiedienst;
  • c. celidentiteit (Cell ID): de unieke code van een cel van waaruit een mobiele telefoonoproep werd begonnen of beëindigd.

In deze bijlage worden als gegevens, bedoeld in artikel 13.2a van de wet, aangewezen de volgende gegevens:

  • A. Bij telefonie over een mobiel of een vast netwerk:
  • a. het telefoonnummer van de oproeper en het telefoonnummer (de telefoonnummers) die werden opgeroepen en, in het geval van aanvullende diensten zoals call forwarding of call transfer, het nummer (de nummers) waarnaar de verbinding is doorgeleid.
  • b. namen en adressen van de betrokken abonnees of geregistreerde gebruikers;
  • c. datum en tijdstip van aanvang en einde van de verbinding;
  • d. de gebruikte telefoondienst;
  • e. bij mobiele telefonie:
  • –. de International Mobile Subscriber Identity (IMSI) van de oproepende en van de opgeroepen deelnemer;
  • –. de International Mobile Equipment Identity (IMEI) van de oproepende en de opgeroepen deelnemer;
  • –. in geval van vooraf betaalde anonieme diensten, datum en tijdstip van de eerste activering van de dienst en aanduiding (Cell ID) van de locatie waaruit de dienst is geactiveerd;
  • –. de locatieaanduiding bij het begin van de verbinding;
  • –. gegevens voor het identificeren van de geografische locatie van cells middels referentie aan hun locatieaanduidingen gedurende de periode dat communicatiegegevens worden bewaard.
  • B. Bij internettoegang, e-mail over het internet en internettelefonie:
  • a. de toegewezen gebruikersidentificatie(s) en de gebruikersidentificatie of telefoonnummer van de beoogde ontvanger(s) van een internettelefoonoproep;
  • b. de gebruikersidentificatie en het telefoonnummer toegewezen aan elke communicatie die het publieke telefoonnetwerk binnenkomt;
  • c. naam en adres van de abonnee of de geregistreerde gebruiker aan wie het IP-adres, de gebruikersidentificatie of het telefoonnummer was toegewezen op het tijdstip van de communicatie en naam (namen) en adres (adressen) van de abonnee(s) of de geregistreerde gebruiker(s) en de gebruikersidentificatie van de beoogde ontvanger van communicatie;
  • d. datum en tijdstip van de log-in en log-off van een internetsessie gebaseerd op een bepaalde tijdzone, samen met het IP-adres, hetzij statisch, hetzij dynamisch, dat door de aanbieder van een internettoegangsdienst aan een communicatie is toegewezen, en de gebruikersidentificatie van de abonnee of geregistreerde gebruiker;
  • e. datum en tijdstip van de log-in en log-off van een e-maildienst over het internet of internettelefoniedienst gebaseerd op een bepaalde tijdzone;
  • f. de gebruikte internetdienst;
  • g. het inbellende nummer voor een inbelverbinding;
  • h. de digital subscriber line (DSL) of ander eindpunt van de initiatiefnemer van de communicatie.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 7a.1

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • consument: natuurlijke persoon die een elektronische communicatiedienst afneemt voor andere doeleinden dan zijn handels-, bedrijfs-, ambachts-, of beroepsactiviteit;
  • dienstverlener: natuurlijke of rechtspersoon die een elektronische communicatiedienst verleent op de markt van de Unie of aanbiedt consumenten in de Unie een dienst te verlenen;
  • elektronische communicatiedienst: dienst voor elektronische communicatie in de zin van artikel 2, punt 4, van richtlijn (EU) 2018/1972, met uitzondering van transmissiediensten die voor de levering van machine-to-machinediensten worden gebruikt;
  • richtlijn (EU) 2019/882: Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten (PbEU 2019, L 151).
Artikel 7a.2
1.

Het is verboden elektronische communicatiediensten te verlenen die niet voldoen aan toegankelijkheidsvoorschriften van bijlage I, afdelingen III en IV, onderdeel a, van richtlijn (EU) 2019/882.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met de bij of krachtens de artikelen 7a.4 en 7a.5 gestelde eisen.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op dienstverleners die een onderneming voeren met minder dan tien werknemers en een jaaromzet of jaarlijks balanstotaal van ten hoogste € 2.000.000,–.

4.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voor zover de naleving daarvan:

  • a. een ingrijpende wijziging van de elektronische communicatiedienst vereist, resulterend in een fundamentele wijziging van de wezenlijke aard daarvan; of
  • b. een onevenredige last voor de betrokken dienstverlener oplevert en de dienstverlener niet uit andere bronnen dan eigen middelen financiering ontvangt ter verbetering van de toegankelijkheid, ongeacht of het om publieke of particuliere financiering gaat.
5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:

  • a. de toegankelijkheidsvoorschriften, bedoeld in het eerste lid;
  • b. de beoordelingscriteria of sprake is van een fundamentele wijziging of een onevenredige last als bedoeld in het vierde lid.
Artikel 7a.3
1.

De bevoegde nationale autoriteit, bedoeld in artikel 13, vierde en vijfde lid, van richtlijn (EU) 2019/882, is de Autoriteit Consument en Markt.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van richtlijn (EU) 2019/882, is de Autoriteit Consument en Markt.

Artikel 7a.4
1.

Dienstverleners voldoen aan artikel 13 van richtlijn (EU) 2019/882.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verplichtingen voor dienstverleners, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 7a.5

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter implementatie van richtlijn (EU) 2019/882 regels worden gesteld inzake de conformiteitsbeoordeling voor het verlenen van een elektronische communicatiedienst.

§ 11.1. Algemene bepalingen

§ 11.2. Nummeridentificatie

§ 11.3. Ontheffing

§ 12.1. Geschilbeslechting door geschillencommissie

§ 12.2. Geschilbeslechting door de Autoriteit Consument en Markt

§ 12.2.2. Geschillen tussen consumenten en aanbieders of ondernemingen

Hoofdstuk 13. Bevoegd aftappen en toepassing van andere bevoegdheden op grond van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 in verband met telecommunicatie

Hoofdstuk 14. Buitengewone omstandigheden

Hoofdstuk 14a. Ongewenste zeggenschap in telecommunicatiepartijen

Hoofdstuk 15. Handhaving

§ 15.2. Bestuurlijke boete en last onder dwangsom

§ 15.3. Uit de handel nemen van uitrusting

Hoofdstuk 16. Vergoedingen

Hoofdstuk 20. Algemene overgangs- en slotbepalingen

Artikel 20.7

Artikel 11.7, vierde lid, onderdeel a, is niet van toepassing op contactgegevens die de verzender heeft verzameld vóór de inwerkingtreding van de wet van 10 februari 2021 tot wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met het invoeren van een opt-in-systeem voor het overbrengen van communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan natuurlijke personen.

Bijlage. behorende bij artikel 13.2a van de Telecommunicatiewet

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • a. telefoondienst: oproepen (met inbegrip van spraak, voicemail, conference call of call-gegevens), aanvullende diensten (met inbegrip van call forwarding en call transfer), messaging- en multimediadiensten (met inbegrip van short message service (SMS), enhanced media service (EMS) en multimedia service (MMS);
  • b. gebruikersidentificatie: een unieke identificatie die aan een persoon wordt toegewezen wanneer deze zich abonneert op of registreert bij een internettoegangsdienst of internetcommunicatiedienst;
  • c. celidentiteit (Cell ID): de unieke code van een cel van waaruit een mobiele telefoonoproep werd begonnen of beëindigd.

In deze bijlage worden als gegevens, bedoeld in artikel 13.2a van de wet, aangewezen de volgende gegevens:

  • A. Bij telefonie over een mobiel of een vast netwerk:
  • a. het telefoonnummer van de oproeper en het telefoonnummer (de telefoonnummers) die werden opgeroepen en, in het geval van aanvullende diensten zoals call forwarding of call transfer, het nummer (de nummers) waarnaar de verbinding is doorgeleid.
  • b. namen en adressen van de betrokken abonnees of geregistreerde gebruikers;
  • c. datum en tijdstip van aanvang en einde van de verbinding;
  • d. de gebruikte telefoondienst;
  • e. bij mobiele telefonie:
  • –. de International Mobile Subscriber Identity (IMSI) van de oproepende en van de opgeroepen deelnemer;
  • –. de International Mobile Equipment Identity (IMEI) van de oproepende en de opgeroepen deelnemer;
  • –. in geval van vooraf betaalde anonieme diensten, datum en tijdstip van de eerste activering van de dienst en aanduiding (Cell ID) van de locatie waaruit de dienst is geactiveerd;
  • –. de locatieaanduiding bij het begin van de verbinding;
  • –. gegevens voor het identificeren van de geografische locatie van cells middels referentie aan hun locatieaanduidingen gedurende de periode dat communicatiegegevens worden bewaard.
  • B. Bij internettoegang, e-mail over het internet en internettelefonie:
  • a. de toegewezen gebruikersidentificatie(s) en de gebruikersidentificatie of telefoonnummer van de beoogde ontvanger(s) van een internettelefoonoproep;
  • b. de gebruikersidentificatie en het telefoonnummer toegewezen aan elke communicatie die het publieke telefoonnetwerk binnenkomt;
  • c. naam en adres van de abonnee of de geregistreerde gebruiker aan wie het IP-adres, de gebruikersidentificatie of het telefoonnummer was toegewezen op het tijdstip van de communicatie en naam (namen) en adres (adressen) van de abonnee(s) of de geregistreerde gebruiker(s) en de gebruikersidentificatie van de beoogde ontvanger van communicatie;
  • d. datum en tijdstip van de log-in en log-off van een internetsessie gebaseerd op een bepaalde tijdzone, samen met het IP-adres, hetzij statisch, hetzij dynamisch, dat door de aanbieder van een internettoegangsdienst aan een communicatie is toegewezen, en de gebruikersidentificatie van de abonnee of geregistreerde gebruiker;
  • e. datum en tijdstip van de log-in en log-off van een e-maildienst over het internet of internettelefoniedienst gebaseerd op een bepaalde tijdzone;
  • f. de gebruikte internetdienst;
  • g. het inbellende nummer voor een inbelverbinding;
  • h. de digital subscriber line (DSL) of ander eindpunt van de initiatiefnemer van de communicatie.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)