Wet van 19 oktober 1998, houdende regels inzake de telecommunicatie (Telecommunicatiewet)
Hoofdstuk 6a. Verplichtingen voor ondernemingen die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht
Hoofdstuk 5a. Medegebruik voorzieningen en coördinatie van civiele werken
Hoofdstuk 6b. Consultatie
§ 8.1. Verplichtingen in verband met het uitzenden van programma's
§ 8.3. Systemen voor voorwaardelijke toegang
§ 6a.3. Verplichtingen op eindgebruikersniveau
Hoofdstuk 5b. Colocatie en gedeeld gebruik
Hoofdstuk 6b. Consultatie
Titel 10.1. Algemene bepalingen voor apparaten
§ 6a.5. Het minimumpakket van huurlijnen
Titel 10.2. Bijzondere bepalingen
§ 8.2. Systemen voor voorwaardelijke toegang, applicatieprogramma-interfaces, elektronische programmagidsen en toegang tot programma-aanbod
§ 6a.5. Het minimumpakket van huurlijnen
§ 10.1. Europese bepalingen voor uitrusting
§ 11.3. Ontheffing
§ 11.3. Ontheffing
§ 12.2.1. Geschillen tussen marktpartijen
§ 12.2.2. Geschillen tussen consumenten en aanbieders of ondernemingen
§ 12.3. Geschilbeslechting door minister
Hoofdstuk 13. Bevoegd aftappen
Hoofdstuk 11. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
Hoofdstuk 14. Buitengewone omstandigheden
§ 8.1. Verplichtingen in verband met het uitzenden van programma's
§ 15.2. Boete en last onder dwangsom
Hoofdstuk 9. Universele dienstverlening
Hoofdstuk 10. Uitrusting en radioapparaten
Artikel 18.16a
Vervallen
Artikel 18.17a
Onze Minister kan een of meer instellingen aanwijzen die zijn belast met het beoordelen van de overeenstemming van een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen of elektronische zegels met de eisen bedoeld in bijlage II van de eidas-verordening en het daartoe afgeven van verklaringen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake:
- a. de indiening van een aanvraag voor een aanwijzing;
- b. de eisen waaraan instellingen moeten voldoen om voor een aanwijzing in aanmerking te komen, voor zover niet in die eisen door de eidas-verordening is voorzien;
- c. voorschriften welke aan een aanwijzing kunnen worden verbonden, waaronder de duur waarvoor de aanwijzing geldt.
Onze Minister trekt een aanwijzing in indien de aangewezen instelling niet meer voldoet aan de haar gestelde eisen om voor een aanwijzing in aanmerking te komen en de instelling niet binnen een door Onze Minister gestelde termijn heeft aangetoond aan de eisen te voldoen.
Indien de aangewezen instelling aantoont redelijkerwijs niet binnen de gestelde termijn aan de gestelde eisen te kunnen voldoen, kan Onze Minister op verzoek van de aangewezen instelling de termijn bedoeld in het derde lid verlengen waarbinnen aan de criteria of voorschriften moet zijn voldaan.
Onze Minister kan een aanwijzing intrekken indien de aangewezen instelling de bij of krachtens deze wet gestelde regels, dan wel de aan een aanwijzing verbonden voorschriften niet nakomt.
Een aangewezen instelling informeert Onze Minister over een gebleken overeenstemming als bedoeld in het eerste lid uiterlijk binnen twee weken na afronding van de beoordeling daarvan.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van het zesde lid regels worden gesteld over de door een aangewezen instelling aan Onze Minister te verstrekken gegevens en over de wijze van verstrekking daarvan.
Hoofdstuk 17. Beroep
Hoofdstuk 16. Vergoedingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 3.8. Antenne-opstelpunten, antennesystemen en antennes
§ 5.1.1. Algemene bepalingen
§ 5.1.2. Openbare gronden
§ 5.1.2. Openbare gronden
§ 5.2. Schadevergoeding in verband met gedoogplicht
§ 5.2. Schadevergoeding in verband met gedoogplicht
Artikel 5.12
Vervallen
Artikel 5.13
De kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement, waarin de onroerende zaak waarin, waarop of waarboven de kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk worden aangelegd, instandgehouden of opgeruimd, zich geheel of grotendeels bevindt, is, ongeacht de hoogte van de vordering, bevoegd geschillen inzake een eis tot schadevergoeding op grond van dit hoofdstuk te beslissen, alsmede geschillen inzake de hoogte van de kosten van het nemen van maatregelen, bedoeld in de artikelen 5.8 en 5.9.
Van de uitspraak van de kantonrechter is hoger beroep toegelaten.
De bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van toepassing op de geschillen, bedoeld in het eerste lid, voor zover daarvan in de voorgaande leden van dit artikel niet is afgeweken.
Ook voordat omtrent de schadevergoeding of de hoogte van de kosten overeenstemming verkregen of uitspraak gedaan is, kan tot uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 5.2, 5.8, 5.9 en 5.11, worden overgegaan.
Artikel 5.14
Indien een gemeente openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten aanbiedt, of een belang of zeggenschap heeft in een onderneming die dit doet, zijn de personen die besluiten voorbereiden als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder b, daarbij niet betrokken.
Het voornemen om direct of indirect betrokken te zijn bij het aanbieden van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten wordt bekend gemaakt. Artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Bij de bekendmaking van het voornemen wordt de redengeving ervan vermeld. Tevens wordt bekendgemaakt waar en wanneer nadere informatie over het voornemen van de te nemen beslissing kan worden verkregen.
Bij de toepassing van artikel 5.4, tweede lid, bevoordelen burgemeester en wethouders geen ondernemingen die openbare elektronische communicatienetwerken aanbieden waarin de gemeente direct of indirect bij betrokken is.
Een gemeente die direct of indirect betrokken is bij het aanbieden van een openbaar elektronisch communicatienetwerk bevordert open en non-discriminatoire toegang tot dit netwerk.
Artikel 5.15
Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op de aanleg, instandhouding en opruiming van ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken waarin of waarop geen fysieke geleidingsdraden bestemd voor de rechtstreekse overdracht van signalen tussen punten zijn aangebracht, en die aangelegd worden of zijn met het oogmerk deel uit te gaan maken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk van degene in wiens naam wordt aangelegd of een derde.
Artikel 5.16
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt gelijkgesteld met een openbaar elektronisch communicatienetwerk een door Onze Minister aangewezen elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk gebruikt wordt voor publieke taken.
Artikel 5.17
De artikelen 17, eerste lid, onder k, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, 20, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, 36, vierde lid, Kadasterwet en 78, derde en vierde lid, en 155 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing op ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken als bedoeld in artikel 5.15.
Hoofdstuk 6. Interoperabiliteit van diensten en vertrouwelijkheid van informatie
Hoofdstuk 6a. Verplichtingen voor ondernemingen die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht
§ 5.3. Overige bepalingen
§ 6a.3. Verplichtingen op eindgebruikersniveau
§ 6a.3. Verplichtingen op eindgebruikersniveau
§ 6a.5. Het minimumpakket van huurlijnen
§ 6a.2. Met toegang verband houdende verplichtingen
§ 2. Medegebruik
Artikel 6a.21
De Autoriteit Consument en Markt bepaalt in overeenstemming met de beginselen van het algemene Europese mededingingsrecht relevante markten voor het aanbieden van programmadiensten waarvan de kenmerken zodanig zijn dat het opleggen van de in de artikelen 6a.12, 6a.13, eerste en tweede lid, 6a.14, eerste lid, en 6a.22 bedoelde verplichtingen passend kan zijn.
De Autoriteit Consument en Markt onderzoekt de overeenkomstig het eerste lid bedoelde markten zo spoedig mogelijk. Het onderzoek is er in ieder geval op gericht om vast te stellen:
- a. of de desbetreffende markt al dan niet voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 6a.1, vijfde lid, onderdeel a, en of hierop ondernemingen die programmadiensten aanbieden actief zijn die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht, en
- b. welke verplichtingen als bedoeld in de artikelen 6a.12, 6a.13, eerste en tweede lid, 6a.14, eerste lid, en 6a.22 passend zijn voor de onder a bedoelde ondernemingen.
Indien uit een onderzoek, bedoeld in tweede lid, blijkt dat de desbetreffende markt voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 6a.1, vijfde lid, onderdeel a, stelt de Autoriteit Consument en Markt vast welke ondernemingen die programmadiensten aanbieden, beschikken over een aanmerkelijke marktmacht, en:
- a. legt zij ieder van hen, voor zover passend, verplichtingen als bedoeld in de artikelen 6a.12, 6a.13, eerste en tweede lid, 6a.14, eerste lid, en 6a.22 op;
- b. houdt zij eerder opgelegde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op deze markt, in stand indien zij nog steeds passend zijn, of
- c. trekt zij eerder opgelegde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op deze markt, in, indien zij niet langer passend zijn.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder «eindgebruiker», bedoeld in de artikelen 6a.12 tot en met 6a.14, verstaan: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die gebruik maakt of verzoekt om een programmadienst.
De artikelen 6a.1, zesde, zevende en achtste lid, 6a.2, derde lid, 6a.3, eerste en tweede lid, 6a.4, 6a.5, 6a.13, derde, vierde en vijfde lid, 6a.14, tweede tot en met zevende lid, 6b.1, 6b.3 en 6b.6 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6a.22
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere verplichtingen dan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 6a.12 tot en met 6a.14, worden aangewezen die de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 6a.21, derde lid, kan opleggen aan ondernemingen die een aanmerkelijke marktmacht hebben bij het aanbieden van programmadiensten.
Hoofdstuk 6b. Consultatie
Hoofdstuk 7. Eindgebruikersbelangen
§ 8.1. Verplichtingen in verband met het uitzenden van programma's
Hoofdstuk 9. Universele dienstverlening
Titel 10.1. Algemene bepalingen voor apparaten
§ 10.1. Europese bepalingen voor uitrusting
§ 10.1.2. Uitzonderingsbepalingen
Titel 10.2. Bijzondere bepalingen
§ 6a.7. Verplichtingen voor aanbieders van programmadiensten die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht
Hoofdstuk 11. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
§ 12.1. Geschilbeslechting door geschillencommissie
§ 8.1. Verplichtingen in verband met het uitzenden van programma's
Hoofdstuk 11. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
§ 8.2. Systemen voor voorwaardelijke toegang, applicatieprogramma-interfaces, elektronische programmagidsen en toegang tot programma-aanbod
§ 8.2. Systemen voor voorwaardelijke toegang, applicatieprogramma-interfaces, elektronische programmagidsen en toegang tot programma-aanbod
§ 12.2.2. Geschillen tussen consumenten en aanbieders of ondernemingen
§ 12.2.2. Geschillen tussen consumenten en aanbieders of ondernemingen
§ 11.1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 15. Handhaving
Hoofdstuk 11. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
§ 8.3. Systemen voor voorwaardelijke toegang
§ 15.3. Uit de handel nemen van uitrusting
Hoofdstuk 18. Verdere bepalingen
Hoofdstuk 17. Beroep
Hoofdstuk 13. Bevoegd aftappen en toepassing van andere bevoegdheden op grond van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 in verband met telecommunicatie
Hoofdstuk 16. Vergoedingen
Hoofdstuk 14. Buitengewone omstandigheden
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 4.2b
In de gevallen waarin samenwerking tussen nummerhouders noodzakelijk is voor het kunnen gebruiken van een nummer dat aan twee of meer nummerhouders is toegekend, sluiten de nummerhouders binnen een periode van ten hoogste zes weken nadat het nummer aan hen is toegekend een overeenkomst betreffende de voorwaarden tot gezamenlijk gebruik van dat nummer.
Hoofdstuk 4. Nummerbeleid en nummerbeheer
§ 5.1. De gedoogplicht
§ 5.1.1. Algemene bepalingen
§ 5.1.2. Openbare gronden
§ 5.1.3. Ernstige belemmeringen en storingen
§ 3.9. Elektromagnetische velden
§ 5.2. Schadevergoeding in verband met gedoogplicht
Hoofdstuk 6. Interoperabiliteit van diensten en vertrouwelijkheid van informatie
§ 6a.1. Vaststellen van aanmerkelijke marktmacht
§ 6a.5. Het minimumpakket van huurlijnen
§ 6a.6. Verticaal geïntegreerde openbare ondernemingen die beschikken over een economische machtspositie als bedoeld in artikel 82 van het EG-verdrag
§ 6a.1. Vaststellen van aanmerkelijke marktmacht
Hoofdstuk 6b. Consultatie
Hoofdstuk 7. Eindgebruikersbelangen
§ 8.1. Verplichtingen in verband met het uitzenden van programma's
Hoofdstuk 7. Eindgebruikersbelangen
Hoofdstuk 9. Universele dienstverlening
Titel 10.1. Algemene bepalingen voor apparaten
Titel 10.2. Bijzondere bepalingen
§ 8.1. Verplichtingen in verband met het uitzenden van programma's
§ 11.1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 10. Uitrusting
§ 10.1. Europese bepalingen voor uitrusting en radioapparaten
§ 11.2. Nummeridentificatie
Hoofdstuk 11. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
§ 11.1. Algemene bepalingen
§ 12.2. Geschilbeslechting door het college
§ 12.2.2. Geschillen tussen consumenten en aanbieders of ondernemingen
§ 12.2.2. Geschillen tussen consumenten en aanbieders of ondernemingen
§ 10.1. Europese bepalingen voor uitrusting en radioapparaten
Hoofdstuk 14. Buitengewone omstandigheden
§ 8.4. Aanwijzingsbevoegdheden
§ 8.3. Systemen voor voorwaardelijke toegang
§ 15.3. Uit de handel nemen van uitrusting
Hoofdstuk 16. Vergoedingen
Hoofdstuk 17. Beroep
Hoofdstuk 11a. Continuïteit
Hoofdstuk 17. Beroep
Hoofdstuk 20. Algemene overgangs- en slotbepalingen
Artikel 20.15a
Dit artikel is van toepassing op aanvragen, samenwerkingsprotocollen, archiefbescheiden en registergegevens, die tot onderwerp hebben certificatiedienstverleners of gekwalificeerde certificaten als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I van de Wet van 21 december 2016 tot wijziging van de Telecommunicatiewet, de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene wet bestuursrecht, alsmede daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten in verband met de uitvoering van EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (uitvoering EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten) (Stb. 2017, 13).
Aanvragen ingediend bij de Autoriteit Consument en Markt, waarop nog geen besluit is genomen op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de wet, aangehaald in het eerste lid, worden vanaf het tijdstip van inwerkingtreding aangemerkt als aanvragen, ingediend bij Onze Minister.
In samenwerkingsprotocollen treedt op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de wet, aangehaald in het eerste lid, Onze Minister in de plaats van de Autoriteit Consument en Markt.
Archiefbescheiden van de Autoriteit Consument en Markt en aanvragen als bedoeld in het tweede lid, worden overgedragen aan Onze Minister, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
Gegevens in het register, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, zoals die luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I van de wet, aangehaald in het eerste lid, worden overgedragen aan Onze Minister.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 18.2a
De Autoriteit Consument en Markt is de nationale regelgevende instantie, bedoeld in de roamingverordening en de netneutraliteitsverordening. In afwijking op de eerste volzin is Onze Minister de nationale regelgevende instantie ten aanzien van de bevoegdheid tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften op grond van de in de eerste volzin bedoelde verordeningen.
Onze Minister is voor Nederland het toezichthoudend orgaan, bedoeld in artikel 46 ter, eerste lid, van de eidas-verordening.
Onze Minister van Veiligheid en Justitie is het bevoegde nationale orgaan voor informatieveiligheid, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de eidas-verordening.
Hoofdstuk 17. Beroep
Hoofdstuk 12. Geschillen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 10.1.1. Conformiteiteisen en wederzijdse erkenning van conformiteit
§ 10.1.1. Conformiteiteisen en wederzijdse erkenning van conformiteit
§ 10.2. Bepalingen van nationale oorsprong
Hoofdstuk 11. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
§ 11.4. Uitzonderingen
§ 10.1.2. Digitale televisie
§ 12.2.2. Geschillen tussen consumenten en aanbieders of ondernemingen
Hoofdstuk 14. Buitengewone omstandigheden
§ 15.1. Algemeen
§ 8.4. Aanwijzingsbevoegdheden
Artikel 15.17
In afwijking van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht worden voorafgaand aan de beslissing tot toepassing van bestuursdwang waarbij uitrusting uit de handel wordt genomen die niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 10.9, onderdeel a, b, c, e, h en i gestelde eisen, belanghebbenden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen naar voren te brengen.
Hoofdstuk 16. Vergoedingen
Hoofdstuk 13. Bevoegd aftappen en toepassing van andere bevoegdheden op grond van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 in verband met telecommunicatie
Hoofdstuk 16. Vergoedingen
Hoofdstuk 14. Buitengewone omstandigheden
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7.3a
De Autoriteit Consument en Markt kan aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten een aanwijzing geven de betaling die gerelateerd is aan het gebruik van bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van nummers op te schorten voor een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen periode, indien de Autoriteit Consument en Markt een aanwijzing heeft dat de nummergebruiker niet voldoet aan het gestelde bij of krachtens deze wet of een gedraging verricht als bedoeld in artikel 4.4.
De aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst die een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, van de Autoriteit Consument en Markt heeft ontvangen, schort de betaling onverwijld op.
De in het eerste lid genoemde periode is maximaal vier weken en kan door de Autoriteit Consument en Markt eenmalig met maximaal vier weken worden verlengd.
De Autoriteit Consument en Markt stelt de nummergebruiker, voorzover deze bij de Autoriteit Consument en Markt bekend is, van de aanwijzing op de hoogte.
Artikel 7.3b
De Autoriteit Consument en Markt kan aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten een aanwijzing geven de aankiesbaarheid van een nummer uit bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van nummers op te schorten voor een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen periode, indien de Autoriteit Consument en Markt een aanwijzing heeft dat de nummergebruiker niet voldoet aan het gestelde bij of krachtens deze wet of een gedraging verricht als bedoeld in artikel 4.4.
De aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst die een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, van de Autoriteit Consument en Markt heeft ontvangen, schort de aankiesbaarheid onverwijld op.
De in het eerste lid genoemde periode is maximaal vier weken en kan door de Autoriteit Consument en Markt eenmalig met maximaal vier weken worden verlengd.
De Autoriteit Consument en Markt stelt de nummergebruiker, voorzover deze bij de Autoriteit Consument en Markt bekend is, van de aanwijzing op de hoogte.
Artikel 7.3c
Indien de Autoriteit Consument en Markt heeft vastgesteld dat de nummergebruiker met betrekking tot een nummer gedurende een bepaalde periode niet heeft voldaan aan het gestelde bij of krachtens deze wet of een gedraging heeft verricht als bedoeld in artikel 4.4, kan de Autoriteit Consument en Markt hiervan mededeling doen in de Staatscourant.
De aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst verlangt geen betaling van consumenten voor oproepen naar nummers indien:
- a. de nummers zijn genoemd in een mededeling als bedoeld in het eerste lid, en
- b. de oproepen hebben plaatsgevonden gedurende de periode waarop die mededeling betrekking heeft.
Indien de consument reeds heeft betaald voor oproepen naar nummers als bedoeld in het tweede lid, betaalt de aanbieder de bedragen binnen twee maanden na publicatie van de mededeling als bedoeld in het eerste lid, terug.
Hoofdstuk 8. Regels met betrekking tot het verspreiden van programma's, systemen voor voorwaardelijke toegang, applicatieprogramma-interfaces en elektronische programmagidsen
§ 8.1. Verplichtingen in verband met het uitzenden van programma's
Hoofdstuk 7. Eindgebruikersbelangen
§ 10.1.1. Conformiteiteisen en wederzijdse erkenning van conformiteit
§ 10.1.2. Digitale televisie
Hoofdstuk 11. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
Hoofdstuk 12. Geschillen
§ 10.1. Europese bepalingen voor uitrusting en radioapparaten
§ 12.2.2. Geschillen tussen consumenten en aanbieders of ondernemingen
§ 8.3. Systemen voor voorwaardelijke toegang
Hoofdstuk 9. Universele dienstverlening
Hoofdstuk 14. Buitengewone omstandigheden
Hoofdstuk 7a. Toegankelijkheidsvoorschriften / consumentenbelangen
§ 8.2. Systemen voor voorwaardelijke toegang, applicatieprogramma-interfaces, elektronische programmagidsen en toegang tot programma-aanbod
§ 12.2. Geschilbeslechting door de Autoriteit Consument en Markt
Hoofdstuk 13. Bevoegd aftappen en toepassing van andere bevoegdheden op grond van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 in verband met telecommunicatie
Hoofdstuk 16. Vergoedingen
Hoofdstuk 10. Uitrusting en radioapparaten
Hoofdstuk 16. Vergoedingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 3.14
In het belang van een optimale verdeling en een doelmatig gebruik van frequentieruimte kan een vergunning onder beperkingen worden verleend en kunnen er voorschriften aan worden verbonden.
Onverminderd het eerste lid kan aan een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten behoeve van elektronische communicatienetwerken en- diensten het voorschrift worden verbonden dat de frequentieruimte waarop de vergunning betrekking heeft, moet worden gebruikt voor de verzorging van bij de vergunning aan te wijzen diensten, voor zover dat nodig is voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang. In dat geval kunnen de in het eerste lid bedoelde beperkingen en voorschriften tevens betrekking hebben op het belang van een goede dienstverlening.
Als redenen van algemeen belang als bedoeld in het tweede lid, worden in ieder geval aangemerkt:
- a. de veiligheid van het menselijk leven;
- b. het bevorderen van de sociale, regionale of territoriale samenhang;
- c. het doelmatig gebruik van frequentieruimte;
- d. de bevordering van culturele en taalkundige diversiteit en pluralisme van de media.
Onverminderd het eerste lid kan aan een vergunning het voorschrift worden verbonden dat de frequentieruimte waarop de vergunning betrekking heeft moet worden gebruikt voor de toepassing van bij de vergunning aan te wijzen technologieën, indien dat nodig is om:
- a. schadelijke interferentie te vermijden;
- b. de volksgezondheid te beschermen tegen elektromagnetische velden;
- c. de technische kwaliteit van de dienst te garanderen;
- d. te zorgen voor zoveel mogelijk gedeeld gebruik van de radiofrequenties;
- e. een doelmatige gebruik van frequentieruimte te waarborgen;
- f. een doelstelling van algemeen belang zoals bedoeld in het derde lid, te verwezenlijken.
Indien een voorschrift als bedoeld in het tweede en vierde lid is opgelegd, onderzoekt Onze Minister geregeld of het voorschrift nog noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een van de in het tweede en vierde lid genoemde doelstellingen. Hij maakt het resultaat van dit onderzoek bekend en past zo nodig de vergunning aan.
Hoofdstuk 4. Nummerbeleid en nummerbeheer
Hoofdstuk 5. Aanleg, instandhouding en opruiming van kabels
§ 5.1. De gedoogplicht
§ 5.1.1. Algemene bepalingen
§ 5.1.2. Openbare gronden
§ 5.1.3. Ernstige belemmeringen en storingen
Hoofdstuk 6. Interoperabiliteit van diensten en vertrouwelijkheid van informatie
Hoofdstuk 6a. Verplichtingen voor ondernemingen die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht
§ 6a.1. Vaststellen van aanmerkelijke marktmacht
§ 6a.3. Verplichtingen op eindgebruikersniveau
§ 1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 7. Eindgebruikersbelangen
Hoofdstuk 8. Regels met betrekking tot het verspreiden van programma's, systemen voor voorwaardelijke toegang, applicatieprogramma-interfaces en elektronische programmagidsen
Hoofdstuk 10. Uitrusting
§ 10.1.1. Conformiteiteisen en wederzijdse erkenning van conformiteit
§ 10.1.2. Digitale televisie
Hoofdstuk 11. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
§ 8.4. Aanwijzingsbevoegdheden
§ 11.3. Ontheffing
§ 10.2. Bepalingen van nationale oorsprong
Hoofdstuk 10. Uitrusting en radioapparaten
§ 12.2. Geschilbeslechting door het college
§ 12.2.1. Geschillen tussen marktpartijen
§ 8.4. Aanwijzingsbevoegdheden
Hoofdstuk 14. Buitengewone omstandigheden
Hoofdstuk 11a. Continuïteit
§ 10.2. Bepalingen van nationale oorsprong
§ 8.1. Verplichtingen in verband met het uitzenden van programma's
§ 10.1. Europese bepalingen voor uitrusting en radioapparaten
Hoofdstuk 17. Beroep
Hoofdstuk 13. Bevoegd aftappen en toepassing van andere bevoegdheden op grond van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 in verband met telecommunicatie
Hoofdstuk 19. Overgangsrecht in verband met de implementatie van het Europese geharmoniseerde regelgevende kader voor de elektronische communicatiesector 2002
Hoofdstuk 16. Vergoedingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7.2a
De overeenkomst tussen een aanbieder en een eindgebruiker met betrekking tot de levering van een elektronische communicatiedienst of programmadienst, kan worden aangegaan voor bepaalde of onbepaalde duur.
Een aanbieder biedt een eindgebruiker de mogelijkheid een overeenkomst voor een bepaalde duur met een looptijd van ten hoogste twaalf maanden aan te gaan.
Indien de eindgebruiker een consument, micro-onderneming, kleine onderneming of organisatie zonder winstoogmerk is, bedraagt de looptijd van een overeenkomst voor een bepaalde duur ten hoogste 24 maanden, indien die de levering van een elektronische communicatiedienst betreft, niet zijnde een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst of een transmissiedienst voor het verlenen van intermachinale diensten.
In afwijking van het derde lid kunnen de eindgebruiker en de aanbieder een overeenkomst met een duur langer dan 24 maanden aangaan in de volgende gevallen:
- a. de eindgebruiker, niet zijnde een consument, heeft uitdrukkelijk ingestemd met deze afwijking;
- b. de overeenkomst heeft betrekking op een fysieke aansluiting op een elektronisch communicatienetwerk die geen eindapparatuur omvat.
Indien de eindgebruiker een consument is, biedt een aanbieder van een spraakcommunicatiedienst hem de mogelijkheid een overeenkomst aan te gaan:
- a. waarbij geen starttarief in rekening wordt gebracht;
- b. waarbij de gespreksduur in seconden in rekening wordt gebracht, en
- c. waarbij, indien de aanbieder ook abonnementen aanbiedt waarbij de gespreksduur niet in seconden in rekening wordt gebracht, het tarief, gezien de overige voorwaarden van de overeenkomst, vergelijkbaar is met het tarief bij de andere door de aanbieder aangeboden abonnementen.
De overeenkomst die is aangegaan voor een onbepaalde duur kan door de eindgebruiker te allen tijde kosteloos worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van ten hoogste een maand.
In afwijking van het zesde lid kunnen de eindgebruiker, niet zijnde een consument, en de aanbieder, op uitdrukkelijk verzoek van de eindgebruiker, een opzegtermijn van ten hoogste drie maanden overeenkomen.
Hoofdstuk 6b. Consultatie
Hoofdstuk 10. Uitrusting
§ 8.3. Systemen voor voorwaardelijke toegang
§ 10.1.2. Digitale televisie
Hoofdstuk 8. Regels met betrekking tot het verspreiden van programma's, systemen voor voorwaardelijke toegang, applicatieprogramma-interfaces en elektronische programmagidsen
Hoofdstuk 10. Uitrusting en radioapparaten
§ 12.2.1. Geschillen tussen marktpartijen
§ 8.3. Systemen voor voorwaardelijke toegang
§ 12.2. Geschilbeslechting door de Autoriteit Consument en Markt
§ 15.1. Algemeen
Hoofdstuk 14. Buitengewone omstandigheden
Hoofdstuk 15. Handhaving
Hoofdstuk 17. Beroep
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 13.9
Onze Minister van Veiligheid en Justitie zendt in overeenstemming met Onze Minister binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na drie jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de wijziging van de artikelen 13.2a, 13.4 en 13.5 in de praktijk, voor zover die wijzigingen betrekking hebben op de implementatie van Richtlijn nr 2006/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie.
Artikel 13.10
Na de ondertekening van deze wet wordt de Bijlage behorende bij artikel 13.2a van de Telecommunicatiewet opgenomen.
§ 11.2. Nummeridentificatie
§ 12.3. Geschilbeslechting door minister
Hoofdstuk 13. Bevoegd aftappen en toepassing van andere bevoegdheden op grond van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 in verband met telecommunicatie
Hoofdstuk 11a. Continuïteit
Bijlage. behorende bij artikel 13.2a van de Telecommunicatiewet
In deze bijlage wordt verstaan onder:
- a. telefoondienst: oproepen (met inbegrip van spraak, voicemail, conference call of call-gegevens), aanvullende diensten (met inbegrip van call forwarding en call transfer), messaging- en multimediadiensten (met inbegrip van short message service (SMS), enhanced media service (EMS) en multimedia service (MMS);
- b. gebruikersidentificatie: een unieke identificatie die aan een persoon wordt toegewezen wanneer deze zich abonneert op of registreert bij een internettoegangsdienst of internetcommunicatiedienst;
- c. celidentiteit (Cell ID): de unieke code van een cel van waaruit een mobiele telefoonoproep werd begonnen of beëindigd.
In deze bijlage worden als gegevens, bedoeld in artikel 13.2a van de wet, aangewezen de volgende gegevens:
- A. Bij telefonie over een mobiel of een vast netwerk:
- a. het telefoonnummer van de oproeper en het telefoonnummer (de telefoonnummers) die werden opgeroepen en, in het geval van aanvullende diensten zoals call forwarding of call transfer, het nummer (de nummers) waarnaar de verbinding is doorgeleid.
- b. namen en adressen van de betrokken abonnees of geregistreerde gebruikers;
- c. datum en tijdstip van aanvang en einde van de verbinding;
- d. de gebruikte telefoondienst;
- e. bij mobiele telefonie:
- –. de International Mobile Subscriber Identity (IMSI) van de oproepende en van de opgeroepen deelnemer;
- –. de International Mobile Equipment Identity (IMEI) van de oproepende en de opgeroepen deelnemer;
- –. in geval van vooraf betaalde anonieme diensten, datum en tijdstip van de eerste activering van de dienst en aanduiding (Cell ID) van de locatie waaruit de dienst is geactiveerd;
- –. de locatieaanduiding bij het begin van de verbinding;
- –. gegevens voor het identificeren van de geografische locatie van cells middels referentie aan hun locatieaanduidingen gedurende de periode dat communicatiegegevens worden bewaard.
- B. Bij internettoegang, e-mail over het internet en internettelefonie:
- a. de toegewezen gebruikersidentificatie(s) en de gebruikersidentificatie of telefoonnummer van de beoogde ontvanger(s) van een internettelefoonoproep;
- b. de gebruikersidentificatie en het telefoonnummer toegewezen aan elke communicatie die het publieke telefoonnetwerk binnenkomt;
- c. naam en adres van de abonnee of de geregistreerde gebruiker aan wie het IP-adres, de gebruikersidentificatie of het telefoonnummer was toegewezen op het tijdstip van de communicatie en naam (namen) en adres (adressen) van de abonnee(s) of de geregistreerde gebruiker(s) en de gebruikersidentificatie van de beoogde ontvanger van communicatie;
- d. datum en tijdstip van de log-in en log-off van een internetsessie gebaseerd op een bepaalde tijdzone, samen met het IP-adres, hetzij statisch, hetzij dynamisch, dat door de aanbieder van een internettoegangsdienst aan een communicatie is toegewezen, en de gebruikersidentificatie van de abonnee of geregistreerde gebruiker;
- e. datum en tijdstip van de log-in en log-off van een e-maildienst over het internet of internettelefoniedienst gebaseerd op een bepaalde tijdzone;
- f. de gebruikte internetdienst;
- g. het inbellende nummer voor een inbelverbinding;
- h. de digital subscriber line (DSL) of ander eindpunt van de initiatiefnemer van de communicatie.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 3.7a
Indien een van de gronden, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, van toepassing is, kan Onze Minister in plaats van intrekken of wijzigen van een vergunning, de houder van een vergunning verplichten om die vergunning overeenkomstig de in het zevende lid, onderdeel a, bedoelde procedure binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn geheel of gedeeltelijk over te dragen aan een natuurlijke of rechtspersoon die een toestemming heeft verkregen van Onze Minister. De houder van de vergunning deelt Onze Minister binnen zeven dagen na afloop van de in de eerste volzin bedoelde periode mede aan wie de vergunning is overgedragen.
Indien na afloop van de in het eerste lid, bedoelde periode overdracht van de vergunning uitblijft, neemt Onze Minister de in het zevende lid, onderdeel a, bedoelde procedure tot overdracht ter hand en draagt Onze Minister die vergunning geheel of gedeeltelijk over aan de natuurlijke of rechtspersoon die overeenkomstig die bedoelde procedure, de hoogste prijs of de minimumprijs heeft geboden voor die vergunning. In het geval meerdere natuurlijke of rechtspersonen de hoogste of de minimumprijs hebben geboden, wordt door middel van loting bepaald aan wie van die personen de vergunning wordt overgedragen.
Aan de in het zevende lid, onderdeel a, bedoelde procedure kunnen uitsluitend natuurlijke of rechtspersonen deelnemen die op grond van het bepaalde op grond van het zevende lid, onderdeel b, een toestemming als bedoeld in het eerste lid, hebben verkregen.
Artikel 3.8, tweede en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
De houder van een vergunning aan wie Onze minister kenbaar heeft gemaakt dat hij voornemens is om de in het eerste lid, bedoelde verplichting op te leggen, kan uiterlijk binnen een bij ministeriële regeling gestelde periode na de datum van kennisgeving van het ontwerpbesluit verzoeken om:
- a. intrekking van de vergunning op grond van artikel 3.7, eerste lid, onderdeel a,
- b. wijziging van de vergunning op grond van artikel 3.7, derde lid, of
- c. toestemming voor overdracht op grond van artikel 3.8, eerste lid.
Onze minister wijst een verzoek dat wordt ingediend na afloop van deze periode af.
Gedurende de procedure, bedoeld in het zevende lid, onderdeel a, en gedurende acht weken na het tijdstip waarop de procedure is afgerond, zijn artikel 3:7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, tweede en derde lid, en artikel 3.8, eerste lid, eerste volzin, niet van toepassing op de vergunning waarop het ontwerpbesluit, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van:
- a. de door de houder van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, of door Onze Minister te volgen procedure om te bepalen aan welke natuurlijke of rechtspersoon als bedoeld in het derde lid, de vergunning wordt overgedragen;
- b. de eisen die worden gesteld aan natuurlijke personen of rechtspersonen, de aanvraag en de procedure om een toestemming als bedoeld in het eerste lid te verkrijgen;
- c. de wijze waarop bepaald wordt welke natuurlijke of rechtspersoon die een toestemming heeft verkregen de vergunning verkrijgt;
- d. de bepaling en betaling van de prijs voor de vergunning.
§ 3.2. Toewijzing van frequentieruimte voor publieke taken
§ 3.3. Vergunningen voor de publieke mediadienst
Hoofdstuk 4. Nummerbeleid en nummerbeheer
Hoofdstuk 5. Aanleg, instandhouding en opruiming van kabels
§ 5.1. De gedoogplicht
§ 5.1.1. Algemene bepalingen
§ 5.1.3. Ernstige belemmeringen en storingen
§ 5.3. Overige bepalingen
Hoofdstuk 5. Aanleg, instandhouding en opruiming van kabels
Hoofdstuk 6a. Verplichtingen voor ondernemingen die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht
Artikel 6a.4a
Indien naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt na het opleggen van een verplichting als bedoeld in de artikelen 6a.6 tot en met 6a.10, voor zover deze passend zijn, die verplichtingen ontoereikend zijn gebleken om daadwerkelijke en duurzame op infrastructuur gegronde concurrentie te verwezenlijken op een relevante markt onderscheidenlijk een transnationale markt, kan de Autoriteit Consument en Markt die onderneming de verplichting opleggen om de activiteiten die verband houden met het aanbieden van door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen vormen van toegang in een zelfstandig opererende bedrijfseenheid te plaatsen en deze activiteiten te leveren aan alle ondernemingen onder dezelfde voorwaarden en prijzen en door middel van dezelfde systemen en processen.
De Autoriteit Consument en Markt gaat in het besluit, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval in op de volgende elementen:
- a. de exacte aard en het niveau van de scheiding, waarbij met name de rechtsstatus van de zelfstandig opererende bedrijfseenheid wordt vermeld;
- b. de identificatie van de activa van de zelfstandig opererende bedrijfseenheid en de producten of diensten die door deze bedrijfseenheid worden geleverd;
- c. bestuursregelingen om te zorgen voor de onafhankelijkheid van het personeel dat in dienst is bij de afzonderlijke bedrijfseenheid, en de dienovereenkomstige stimulerende structuur;
- d. de voorschriften om te zorgen voor naleving van de wetgeving;
- e. de voorschriften om te zorgen voor transparantie van de operationele procedures;
- f. een instrument om de mate van naleving van het besluit, bedoeld in het eerste lid, jaarlijks te meten, en
- g. publicatie in het jaarverslag van de resultaten van de meting, bedoeld in onderdeel f.
De Autoriteit Consument en Markt kan in het besluit, bedoeld in het eerste lid, verplichtingen opleggen ten aanzien van de elementen, bedoeld in het tweede lid, voor zover dat nodig is om te waarborgen dat de zelfstandige bedrijfseenheid de activiteiten die verband houden met het aanbieden van door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen vormen van toegang aan alle ondernemingen onder dezelfde voorwaarden en prijzen levert.
De Autoriteit Consument en Markt legt het ontwerp van het besluit, bedoeld in het eerste lid, en de gronden die aan het ontwerpbesluit ten grondslag liggen voor aan de Europese Commissie, en voegt het volgende bij:
- a. het bewijs dat het ontwerpbesluit is gerechtvaardigd;
- b. een gemotiveerde evaluatie waaruit blijkt dat er binnen een redelijke termijn weinig of geen kans is op daadwerkelijke en duurzame op infrastructuur gegronde concurrentie;
- c. een analyse van de verwachte impact van het ontwerpbesluit op de Autoriteit Consument en Markt, de onderneming, de werknemers van de onderneming, de elektronische communicatiesector als geheel en de stimuli om in deze sector als een geheel te investeren, de sociale en territoriale cohesie, en op andere belanghebbenden alsmede de verwachte impact op de mededinging op het gebied van infrastructuur en gevolgen voor de consument, en
- d. een analyse van de redenen waarom deze verplichting het efficiëntste middel zou zijn om de geïdentificeerde mededingingsproblematiek of markttekortkomingen op te lossen.
De Autoriteit Consument en Markt kan de verplichting tot functionele scheiding pas opleggen nadat de Europese Commissie ten aanzien van het ontwerpbesluit, bedoeld in het eerste lid, een besluit heeft genomen dat de Autoriteit Consument en Markt toestaat een verplichting tot functionele scheiding op te leggen. De Autoriteit Consument en Markt stelt in dit besluit tevens vast of ingevolge de in het eerste lid bedoelde verplichting op de betrokken relevante markt tevens verplichtingen als bedoeld in de artikelen 6a.6 tot en met 6a.10, op grond van:
- a. artikel 6a.2, eerste lid, onderdeel a, worden opgelegd,
- b. artikel 6a.2, eerste lid, onderdeel b, in stand gehouden worden, of
- c. de artikelen 6a.2, eerste lid, onderdeel c, ingetrokken worden.
De Autoriteit Consument en Markt stelt voorts vast of ingevolge het in het eerste lid bedoelde besluit tevens op aan het toegangsnetwerk verbonden markten verplichtingen, bedoeld in de artikelen 6a.6 tot en met 6a.10 en 6a.12 tot en met 6a.15, op grond van:
- a. artikel 6a.2, eerste lid, onderdeel a, worden opgelegd,
- b. artikel 6a.2, eerste lid, onderdeel b, in stand gehouden worden, of
- c. de artikelen 6a.2, eerste lid, onderdeel c, of 6a.3, ingetrokken worden.
Artikel 6a.4b
Een onderneming waarvan de Autoriteit Consument en Markt overeenkomstig artikel 6a.2, eerste lid, heeft vastgesteld dat die beschikt over een aanmerkelijke marktmacht, informeert de Autoriteit Consument en Markt over het voornemen van het bestuur van de onderneming om de activiteiten die verband houden met het aanbieden van vormen van toegang op groothandelsniveau:
- a. geheel of grotendeels over te dragen aan een onafhankelijke juridische eenheid met een andere eigenaar, of
- b. voor een belangrijk deel in een zelfstandig opererende bedrijfseenheid te plaatsen, teneinde aan alle ondernemingen gelijkwaardige vormen van toegang aan te bieden onder dezelfde voorwaarden en prijzen.
Hierbij overlegt de onderneming de voorgenomen beslissing van het bestuur ten minste drie maanden voordat dat voornemen wordt gerealiseerd, alsmede alle informatie die de Autoriteit Consument en Markt nodig heeft voor het besluit, bedoeld in het tweede lid.
Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee jaar na ontvangst van een beslissing van het bestuur als bedoeld in het eerste lid, stelt de Autoriteit Consument en Markt in een ontwerpbesluit vast of de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 6a.6 tot en met 6a.10 of 6a.12 tot en met 6a.15 op de betrokken markt en op de aan het toegangsnetwerk verbonden markten op grond van:
- a. artikel 6a.2, eerste lid, onderdeel a, worden opgelegd,
- b. artikel 6a.2, eerste lid, onderdeel b, in stand gehouden worden, of
- c. de artikelen 6a.2, eerste lid, onderdeel c, of 6a.3, ingetrokken worden.
De onderneming die de Autoriteit Consument en Markt heeft geïnformeerd over een beslissing, bedoeld in het eerste lid, informeert de Autoriteit Consument en Markt tevens zo spoedig mogelijk over wijzigingen van die beslissing en over het tijdstip waarop de beslissing is uitgevoerd. Voorts verstrekt de onderneming desgevraagd alle informatie die de Autoriteit Consument en Markt nodig heeft voor het nemen van het besluit, bedoeld in het tweede lid.
Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na vaststelling van het ontwerpbesluit als bedoeld in het tweede lid, beslist de Autoriteit Consument en Markt of de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 6a.6 tot en met 6a.10 of 6a.12 tot en met 6a.15 op de betrokken markt en op de aan het toegangsnetwerk verbonden markten op grond van:
- a. artikel 6a.2, eerste lid, onderdeel a, worden opgelegd
- b. artikel 6a.2, eerste lid, onderdeel b, in stand gehouden worden, of
- c. de artikelen 6a.2, eerste lid, onderdeel c, of 6a.3, ingetrokken worden.
Indien de onderneming voor het einde van de in het vierde lid genoemde termijn geen uitvoering heeft gegeven aan de beslissing van het bestuur als bedoeld in het eerste lid, stelt de Autoriteit Consument en Markt het besluit als bedoeld in het vierde lid eerst vast uiterlijk binnen vier weken nadat de onderneming uitvoering heeft gegeven aan die beslissing van het bestuur.
§ 5.3. Overige bepalingen
Artikel 6a.21a
Vervallen
Hoofdstuk 6b. Consultatie
Hoofdstuk 7. Eindgebruikersbelangen
Artikel 7.3d
In aanvulling op de artikelen 7.3a tot en met 7.3c kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld voor aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten inzake het blokkeren van de toegang tot een nummer of dienst en het opschorten van de aan dat nummer of die dienst gerelateerde betaling indien niet voldaan is aan het gestelde bij of krachtens deze wet of een gedraging als bedoeld in artikel 4.4 verricht is.
Bij de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan de Autoriteit Consument en Markt.
Artikel 7.4a
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van een achteruitgang van de dienstverlening en een belemmering of vertraging van het verkeer over openbare elektronische communicatienetwerken, nadere minimumvoorschriften inzake de kwaliteit van openbare elektronische communicatiediensten worden gesteld aan aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ter uitvoering van de netneutraliteitsverordening regels gesteld ten aanzien van aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten, met inbegrip van aanbieders van internettoegangsdiensten. Deze regels zien in ieder geval op:
- a. de voorkoming van nakende netwerkcongestie en de beperking van de effecten van uitzonderlijke of tijdelijke netwerkcongestie als bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c, van de netneutraliteitsverordening, en
- b. andere aan te bieden diensten als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de netneutraliteitsverordening.
De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 7.6a
Een aanbieder van een internettoegangsdienst aan een eindgebruiker kan de levering van deze dienst slechts geheel of gedeeltelijk beëindigen of opschorten:
- a. op verzoek van de abonnee;
- b. bij een tekortkoming in de nakoming van de betalingsverplichting door de abonnee of faillissement van de abonnee;
- c. bij bedrog in de zin van artikel 3:44 van het Burgerlijk Wetboek door de abonnee;
- d. wanneer de looptijd van de overeenkomst van bepaalde duur tot levering van de internettoegangsdienst afloopt en de overeenkomst met instemming van de abonnee niet wordt verlengd of vernieuwd;
- e. ter uitvoering van een wettelijk voorschrift of rechterlijk bevel;
- f. bij overmacht en onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 van het Burgerlijk Wetboek,
- g. voor zover dit noodzakelijk is ter bescherming van de integriteit en de veiligheid van het netwerk en de dienst van de betrokken aanbieder, of het randapparaat van de eindgebruiker, of
- h. voor zover dit ten gevolge van het gedrag van de abonnee noodzakelijk is ter bescherming van de veiligheid van een natuurlijk persoon die, al dan niet op grond van een arbeidsovereenkomst, arbeid verricht voor de aanbieder van de internettoegangsdienst.
In aanvulling op het eerste lid kan een aanbieder van een internettoegangsdienst de levering van deze dienst met ten hoogste een maand opschorten ter voorkoming van een ongebruikelijk hoge rekening, op voorwaarde dat de internettoegangsaanbieder de abonnee vooraf op de hoogte heeft gesteld van zijn voornemen de levering van de internettoegangsdienst op te schorten en de abonnee daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt binnen een door de aanbieder gestelde redelijke termijn.
De aanbieder gaat niet over tot een maatregel als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, dan nadat hij de abonnee schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van het voornemen om tot deze maatregel over te gaan, voorzien van een schriftelijke motivering omtrent het gestelde bedrog, en hij de abonnee een redelijke termijn heeft geboden om op het voornemen en het gestelde bedrog te reageren.
Voorafgaand aan het nemen van een maatregel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, doet de aanbieder melding aan de betrokken abonnee, en geeft de abonnee daarbij de gelegenheid de in dit onderdeel bedoelde bedreiging van de integriteit en veiligheid van netwerk, dienst of randapparaat weg te nemen. Wanneer dit wegens de vereiste spoed niet voorafgaand aan het nemen van de maatregel mogelijk is, doet de aanbieder zo snel mogelijk melding van de maatregel.
Artikel 7.7a
Onverminderd artikel 11.9, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld ter uitvoering van bijlage VI van richtlijn (EU) 2018/1972/EU. Deze regels hebben betrekking op het door aanbieders van internettoegangsdiensten of voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten aan hun eindgebruikers beschikbaar stellen van faciliteiten als bedoeld in de in de eerste volzin bedoelde bijlage VI.
Een krachtens het eerste lid opgelegde verplichting die strekt tot uitvoering van bijlage VI, deel B, van richtlijn (EU) 2018/1972, geldt niet indien deze technisch niet haalbaar is.
§ 8.4. Aanwijzingsbevoegdheden
Artikel 9.5
Indien ingevolge artikel 9.4 aan degene die is aangewezen als universeledienstverlener, een vergoeding wordt toegekend, is eenieder die openbare elektronische communicatiediensten, openbare elektronische communicatienetwerken of bijbehorende faciliteiten aanbiedt, en die in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de te betalen vergoeding betrekking heeft, daaruit in Nederland een hogere omzet realiseert dan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag, aan de Autoriteit Consument en Markt een bijdrage verschuldigd.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald hoe de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend en wanneer deze verschuldigd is.
Artikel 9.6
Degene die op grond van een aanwijzing als bedoeld in artikel 9.2, eerste lid, openbare elektronische communicatiediensten of voorzieningen verzorgt, draagt gedurende de looptijd van de aanwijzing niet een belangrijk deel of het geheel van zijn aansluitnetwerk over aan een afzonderlijke rechtspersoon met een andere eigenaar dan nadat daartoe toestemming van Onze Minister is verkregen. Onze Minister verleent toestemming tenzij hij verwacht dat een dergelijke overdracht een nadelige invloed heeft op de levering van de in artikel 9.1, eerste lid, onderdelen b en c, genoemde diensten. Onze Minister kan voorwaarden opleggen overeenkomstig artikel 13, tweede lid, van richtlijn (EU) 2018/1972.
§ 10.1.1. Conformiteiteisen en wederzijdse erkenning van conformiteit
§ 10.1.2. Digitale televisie
§ 8.3. Systemen voor voorwaardelijke toegang
Artikel 11.2a
Onverminderd het Wetboek van Strafrecht en het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde, dragen de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk en de aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst zorg voor het vertrouwelijke karakter van de communicatie en de daarmee verband houdende gegevens via hun netwerken onderscheidenlijk hun diensten.
De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk en de aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst onthouden zich van het aftappen, afluisteren of anderszins onderscheppen of controleren van de communicatie via een openbaar elektronisch communicatienetwerk of openbare elektronische communicatiedienst en de daarmee verband houdende gegevens tenzij en voor zover:
- a. de betrokken abonnee voor deze handelingen zijn uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven;
- b. deze handelingen noodzakelijk zijn om de integriteit en de veiligheid van de netwerken en diensten van de betrokken aanbieder te waarborgen;
- c. deze handelingen noodzakelijk zijn voor het overbrengen van informatie via de netwerken en diensten van de betrokken aanbieder, of
- d. deze handelingen noodzakelijk zijn ter uitvoering van een wettelijk voorschrift of rechterlijk bevel.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)