Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 23 november 2000, houdende vaststelling van de regeling inzake de bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren (Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren)

18 versions · 2017-01-01
2017-01-01
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2016-12-31
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2015-07-01
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a

Wijzigingen op 2015-07-01

@@ -16,7 +16,7 @@
1. In dit besluit wordt verstaan onder
- a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
- a. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
- b. betrokkene:
@@ -28,13 +28,13 @@
- 4°. de voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar die ten gevolge van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, werkloos is geworden in de zin van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045).
- c. aanvullende uitkering: de aanvullende uitkering, bedoeld in [Hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=2&z=2016-12-31&g=2015-01-01);
- d. aansluitende uitkering: de aansluitende uitkering, bedoeld in [Hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=3&z=2016-12-31&g=2015-01-01);
- c. aanvullende uitkering: de aanvullende uitkering, bedoeld in [Hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01);
- d. aansluitende uitkering: de aansluitende uitkering, bedoeld in [Hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=3&z=2015-07-01&g=2015-07-01);
- e. bovenwettelijke uitkering: aanvullende en aansluitende uitkering;
- f. dagloon: het dagloon, bedoeld in de [artikelen 44 tot en met 46 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=44), evenwel zonder toepassing van de maximum loongrens, bedoeld in [artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=17) met betrekking tot een loontijdvak van een dag, verminderd met de tegemoetkoming van de werkgever strekkende tot betaling van de premie van een door of voor de betrokkene afgesloten particuliere ziektekostenverzekering;
- f. dagloon: het dagloon, bedoeld in de [artikelen 1b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=1b) en [44 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=44), evenwel zonder toepassing van de maximum loongrens, bedoeld in [artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=17) met betrekking tot een loontijdvak van een dag, verminderd met de tegemoetkoming van de werkgever strekkende tot betaling van de premie van een door of voor de betrokkene afgesloten particuliere ziektekostenverzekering;
- g. pensioenreglement: het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP;
@@ -50,7 +50,7 @@
- 3°. bedoeld in artikel 5.4 van het pensioenreglement;
- k. arbeidsongeschiktheidsuitkering: een ingevolge de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) of de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) toegekende uitkering.
- k. arbeidsongeschiktheidsuitkering: een ingevolge de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&wetgeving) of de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&wetgeving) toegekende uitkering.
2. Indien op het salaris van de betrokkene op de dag voorafgaande aan het ontslag een korting wordt toegepast op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&artikel=6), [8d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&artikel=8d) of [8e van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&artikel=8e), wordt voor het dagloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, uitgegaan van het dagloon zoals dat zou zijn vastgesteld indien geen sprake was geweest van bedoelde korting.
@@ -66,9 +66,9 @@
1. De betrokkene heeft gedurende de periode dat recht bestaat op een uitkering krachtens de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), recht op een aanvullende uitkering, met dien verstande dat het recht op een aanvullende uitkering niet eerder ingaat dan op de dag waarop het ontslag in werking treedt.
2. Op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid, zijn [hoofdstuk II, paragrafen 1 tot en met 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&paragraaf=1), alsmede de [artikelen 47, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=47), [75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=75), [76](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=76), [76a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=76a), [77a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=77a) en [78 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=78) van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het tweede lid, is [artikel 41 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=41) niet van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid, en zijn de [artikelen 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=34), [35a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=35a) en [35aa van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=35aa) slechts van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering voor zover de hoogte van de in mindering te brengen inkomsten de uitkering krachtens de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) overstijgen.
2. Op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid, zijn [hoofdstuk II, paragrafen 1 tot en met 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&paragraaf=1), alsmede de [artikelen 75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=75), [76](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=76), [76a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=76a), [77a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=77a) en [78 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=78) van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het tweede lid, is [artikel 41 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=41) niet van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid, en is [artikel 47a van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=47a) slechts van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering voor zover de hoogte van de in mindering te brengen inkomsten de uitkering krachtens de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) overstijgen.
##### Artikel 4. Hoogte van de aanvullende uitkering
@@ -78,9 +78,9 @@
##### Artikel 5. Aanvullende uitkering bij ziekte
1. Indien de betrokkene gedurende de periode dat hij recht heeft op een uitkering krachtens de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), wegens ziekte verhinderd wordt arbeid te verrichten en deswege een uitkering geniet krachtens de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) wordt de uitkering krachtens de Ziektewet zolang een uitkering krachtens de Ziektewet wordt genoten, aangevuld tot de percentages van het dagloon bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2016-12-31&g=2015-01-01), met inachtneming van de daaraan voorafgaande termijn waarover betrokkene recht op een aanvullende uitkering heeft gehad.
2. Indien het recht op uitkering krachtens de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) na afloop van de periode, waarin de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) op betrokkene van toepassing is geweest, herleeft, tellen zowel de termijn waarover betrokkene voorafgaand aan deze periode recht heeft gehad op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet als de termijn waarin de Ziektewet op hem van toepassing is geweest met inachtneming van hetgeen hieromtrent in [artikel 43, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=43) is bepaald, mee voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende uitkering, bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2016-12-31&g=2015-01-01).
1. Indien de betrokkene gedurende de periode dat hij recht heeft op een uitkering krachtens de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), wegens ziekte verhinderd wordt arbeid te verrichten en deswege een uitkering geniet krachtens de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) wordt de uitkering krachtens de Ziektewet zolang een uitkering krachtens de Ziektewet wordt genoten, aangevuld tot de percentages van het dagloon bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2015-07-01&g=2015-07-01), met inachtneming van de daaraan voorafgaande termijn waarover betrokkene recht op een aanvullende uitkering heeft gehad.
2. Indien het recht op uitkering krachtens de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) na afloop van de periode, waarin de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) op betrokkene van toepassing is geweest, herleeft, tellen zowel de termijn waarover betrokkene voorafgaand aan deze periode recht heeft gehad op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet als de termijn waarin de Ziektewet op hem van toepassing is geweest met inachtneming van hetgeen hieromtrent in [artikel 43, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=43) is bepaald, mee voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende uitkering, bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2015-07-01&g=2015-07-01).
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) steeds geacht onverminderd door de betrokkene te zijn genoten.
@@ -98,7 +98,7 @@
##### Artikel 8. Recht op aansluitende uitkering
1. Indien op het moment van ontslag de duur van de uitkering berekend op basis van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2016-12-31&g=2015-01-01), langer is dan de duur van de uitkering berekend op basis van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), heeft de betrokkene, die het einde van de uitkeringsduur krachtens de Werkloosheidswet heeft bereikt, met ingang van dat moment recht op een aansluitende uitkering, met dien verstande dat de verloren arbeidsuren waarvoor hij geen betrokkene is, geen aanspraak geven op een uitkering krachtens dit besluit.
1. Indien op het moment van ontslag de duur van de uitkering berekend op basis van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), langer is dan de duur van de uitkering berekend op basis van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), heeft de betrokkene, die het einde van de uitkeringsduur krachtens de Werkloosheidswet heeft bereikt, met ingang van dat moment recht op een aansluitende uitkering, met dien verstande dat de verloren arbeidsuren waarvoor hij geen betrokkene is, geen aanspraak geven op een uitkering krachtens dit besluit.
2. Op de aansluitende uitkering zijn [hoofdstuk II, paragrafen 1 tot en met 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&paragraaf=1) en de [artikelen 75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=75), [76](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=76), [76a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=76a), [77a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=77a) en [78 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=78) van overeenkomstige toepassing.
@@ -110,19 +110,19 @@
- c. niet beschikbaar is om arbeid te aanvaarden in verband met een situatie als bedoeld in onderdeel a of b.
4. In afwijking van het tweede lid zijn de [artikelen 19, eerste lid, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=19), en [20, eerste lid, onderdeel e, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=20) niet van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering, bedoeld in het eerste lid.
4. In afwijking van het tweede lid zijn de [artikelen 19, eerste lid, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=19), en [20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=20) niet van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering, bedoeld in het eerste lid.
5. Het recht op een aansluitende uitkering eindigt na ommekomst van de duur van de aansluitende uitkering, doch uiterlijk op de eerste dag van de kalendermaand waarin betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt.
##### Artikel 9. Duur van de aansluitende uitkering
De duur van de aansluitende uitkering is de op het moment van ontslag berekende uitkeringsduur op basis van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2016-12-31&g=2015-01-01), verminderd met de ter zake van dat ontslag berekende uitkeringsduur krachtens de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045).
De duur van de aansluitende uitkering is de op het moment van ontslag berekende uitkeringsduur op basis van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), verminderd met de ter zake van dat ontslag berekende uitkeringsduur krachtens de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045).
##### Artikel 10. Hoogte van de aansluitende uitkering
1. De aansluitende uitkering bedraagt 70% van het voor betrokkene geldende dagloon.
2. Ten aanzien van de hoogte van de aansluitende uitkering zijn de [artikelen 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=45) en [47, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=47) van toepassing.
2. Ten aanzien van de hoogte van de aansluitende uitkering is [artikel 1b, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=1b) van toepassing.
##### Artikel 11. Overlijdensuitkering
@@ -140,7 +140,7 @@
1. De betrokkene, die recht heeft op een uitkering krachtens de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524), berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer dan wel een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, of ingevolge [hoofdstuk 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&hoofdstuk=6) of [7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&hoofdstuk=7), heeft recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit op het moment dat de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld dan 80% waardoor recht ontstaat op een uitkering krachtens de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045). Indien de in de eerste volzin bedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering is ontstaan uit twee of meer dienstbetrekkingen wordt het recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit toegerekend aan de dienstbetrekking ter zake waarvan hij betrokkene is in de zin van dit besluit, naar rato van de feitelijk genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende dienstbetrekkingen.
2. Ter bepaling van de duur van de bovenwettelijke uitkering krachtens [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2016-12-31&g=2015-01-01) wordt uitgegaan van de datum van het ontslag, bedoeld in het eerste lid.
2. Ter bepaling van de duur van de bovenwettelijke uitkering krachtens [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01) wordt uitgegaan van de datum van het ontslag, bedoeld in het eerste lid.
3. De hoogte van de bovenwettelijke uitkering wordt vastgesteld te rekenen vanaf de datum van het ontslag, bedoeld in het eerste lid.
@@ -174,7 +174,7 @@
##### Artikel 18. Afwijkende percentages
In afwijking van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2016-12-31&g=2015-01-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=3&artikel=10&z=2016-12-31&g=2015-01-01) bedraagt het percentage 67% in plaats van 70% van het dagloon, zolang de [Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003739) (Stb. 657) op de betrokkene van toepassing is.
In afwijking van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2015-07-01&g=2015-07-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=3&artikel=10&z=2015-07-01&g=2015-07-01) bedraagt het percentage 67% in plaats van 70% van het dagloon, zolang de [Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003739) (Stb. 657) op de betrokkene van toepassing is.
##### Artikel 19. Neerwaartse wijzigingen
@@ -196,7 +196,7 @@
1. Ontslaguitkeringen die aan de betrokkene zijn toegekend krachtens [artikel 39, tweede lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&artikel=39) zoals dat luidde vóór het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in [artikel 53 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009267&artikel=53), blijven gehandhaafd voor de duur van de uitkering.
2. De rechterlijk ambtenaar die voor of op 31 december 1999 in tijdelijke dienst is aangesteld en die tot de datum van ontslag, die ligt op of na 1 januari 2001, onafgebroken in tijdelijke dienst is geweest, heeft recht op een aanvullende uitkering overeenkomstig de bepalingen van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=2&z=2016-12-31&g=2015-01-01).
2. De rechterlijk ambtenaar die voor of op 31 december 1999 in tijdelijke dienst is aangesteld en die tot de datum van ontslag, die ligt op of na 1 januari 2001, onafgebroken in tijdelijke dienst is geweest, heeft recht op een aanvullende uitkering overeenkomstig de bepalingen van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01).
##### Artikel 23
@@ -212,7 +212,7 @@
1. Indien de betrokkene gedurende de periode dat zij recht heeft op een uitkering krachtens de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), in verband met zwangerschap en bevalling, adoptie onderscheidenlijk het opnemen van een pleegkind in het genot komt van een uitkering krachtens de [Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008), wordt de uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg gedurende de periode waarin de betrokkene in het genot hiervan is, aangevuld tot 100% van het voor de betrokkene geldende dagloon.
2. Indien het recht op uitkering krachtens de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) na afloop van de periode waarin de betrokkene in het genot van een uitkering krachtens de [Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008) is geweest, herleeft, tellen zowel de termijn waarover betrokkene voorafgaand aan die periode recht heeft gehad op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet als de termijn gedurende welke krachtens de Wet arbeid en zorg een uitkering is genoten, mee voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende uitkering, bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2016-12-31&g=2015-01-01).
2. Indien het recht op uitkering krachtens de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) na afloop van de periode waarin de betrokkene in het genot van een uitkering krachtens de [Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008) is geweest, herleeft, tellen zowel de termijn waarover betrokkene voorafgaand aan die periode recht heeft gehad op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet als de termijn gedurende welke krachtens de Wet arbeid en zorg een uitkering is genoten, mee voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende uitkering, bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2015-07-01&g=2015-07-01).
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de [Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008) steeds geacht onverminderd door de betrokkene te zijn genoten.
2015-01-01
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2014-02-21
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2011-02-11
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2010-07-01
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2007-05-01
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2007-01-01
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2006-10-01
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2006-07-01
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2006-01-01
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2005-12-29
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2005-01-12
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2005-01-01
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2003-11-19
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2003-10-01
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke a
2002-01-01
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijk
original version Tekst op deze datum