Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 11 december 2000, houdende nieuwe regels over het toekennen van bijdragen aan lagere inkomensgroepen ten behoeve van het verkrijgen en kunnen blijven bewonen van een eigen woning (Wet bevordering eigenwoningbezit)
38 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2025-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2024-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2023-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2022-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2021-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2020-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2019-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2018-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2017-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2016-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2015-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2014-01-06
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2014-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 7
2013-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 7
2012-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 7
2011-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 7
2010-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 7
2009-07-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 7
2009-03-25
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 7, 51
2009-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 7, 51
2008-09-02
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 7, 51
2008-06-13
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 7, 51
2007-07-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 7, 51
2007-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit
2006-07-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 1, 5, 7 y 8 más
2006-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 33
2005-12-29
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 33
2005-12-28
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 33
2005-07-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 33, 33, 48 y 3 más
Wijzigingen op 2005-07-01
@@ -16,15 +16,15 @@
- a. bestaande woning: woning die al voor de eigendomsoverdracht werd bewoond;
- b. burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woning is gelegen waarop de eigenwoningbijdrage of de bijzondere bijdrage, bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=34&z=2004-07-01&g=2004-07-01), betrekking heeft;
- b. burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woning is gelegen waarop de eigenwoningbijdrage of de bijzondere bijdrage, bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=34&z=2005-07-01&g=2005-07-01), betrekking heeft;
- c. bijdragejaar: jaar dat begint met de eerste volle kalendermaand waarin degene die de eigenwoningbijdrage aanvraagt de woning in eigendom heeft verkregen en loopt tot en met de elfde daaropvolgende kalendermaand, en de direct daarop aansluitende jaren;
- d. driejaarstijdvak: aaneengesloten periode van drie bijdragejaren;
- e. eigenaar-bewoner: natuurlijke persoon die, alleen of gezamenlijk met een persoon als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2004-07-01&g=2004-07-01), een woning volledig in eigendom verkrijgt en daarin zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben;
- f. eigenwoningbijdrage: financiële bijdrage krachtens deze wet, met uitzondering van de bijzondere bijdrage, bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=34&z=2004-07-01&g=2004-07-01);
- e. eigenaar-bewoner: natuurlijke persoon die, alleen of gezamenlijk met een persoon als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2005-07-01&g=2005-07-01), een woning volledig in eigendom verkrijgt en daarin zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben;
- f. eigenwoningbijdrage: financiële bijdrage krachtens deze wet, met uitzondering van de bijzondere bijdrage, bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=34&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- g. financier: financiële instelling die de hypothecaire lening verstrekt;
@@ -42,13 +42,13 @@
- n. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
- o. peildatum: eerste dag van het driejaarstijdvak, respectievelijk, in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=5&artikel=40&z=2004-07-01&g=2004-07-01), eerste dag die volgt op het vijfde driejaarstijdvak;
- o. peildatum: eerste dag van het driejaarstijdvak, respectievelijk, in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=5&artikel=40&z=2005-07-01&g=2005-07-01), eerste dag die volgt op het vijfde driejaarstijdvak;
- p. peiljaar: kalenderjaar dat voorafgaat aan het bijdragejaar, of, als dat kalenderjaar minder dan een half jaar voor het bijdragejaar eindigt, het kalenderjaar dat voorafgaat aan dat kalenderjaar;
- q. primaire toekenning: toekenning van de eigenwoningbijdrage voor het eerste driejaarstijdvak;
- r. rekeninkomen, rekenvermogen: het rekeninkomen en het rekenvermogen, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2004-07-01&g=2004-07-01) respectievelijk [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2004-07-01&g=2004-07-01);
- r. rekeninkomen, rekenvermogen: het rekeninkomen en het rekenvermogen, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2005-07-01&g=2005-07-01) respectievelijk [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- s. standplaats: standplaats als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onder h, van de Woningwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&artikel=1);
@@ -162,7 +162,7 @@
- a. als de woning een nieuwbouwwoning is: de koopsom, de aanneemsom van de woning en de kosten van werkzaamheden die niet in de aanneemsom begrepen zijn, vermeerderd met 8 procent van de som van deze kostenposten en van kostenposten als bedoeld in het tweede lid, of
- b. als de woning een bestaande woning is: de koopsom tot ten hoogste de getaxeerde onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik als vastgelegd in het taxatierapport, bedoeld in [artikel 18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=18&z=2004-07-01&g=2004-07-01), welke verkoopwaarde bij het treffen van voorzieningen wordt gesteld op die verkoopwaarde na voltooiing daarvan, of, bij achterstallig onderhoud, wordt vermeerderd met de kosten van herstel van achterstallig onderhoud als vastgelegd in het bouwkundig rapport, bedoeld in [artikel 19, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=19&z=2004-07-01&g=2004-07-01), waarbij wordt uitgegaan van uitvoering van dat onderhoud door anderen dan de eigenaar-bewoner, waarna de aldus vermeerderde verkoopwaarde wordt vermeerderd met 12 procent van de som van die verkoopwaarde en van kostenposten als bedoeld in het tweede lid.
- b. als de woning een bestaande woning is: de koopsom tot ten hoogste de getaxeerde onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik als vastgelegd in het taxatierapport, bedoeld in [artikel 18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-07-01), welke verkoopwaarde bij het treffen van voorzieningen wordt gesteld op die verkoopwaarde na voltooiing daarvan, of, bij achterstallig onderhoud, wordt vermeerderd met de kosten van herstel van achterstallig onderhoud als vastgelegd in het bouwkundig rapport, bedoeld in [artikel 19, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=19&z=2005-07-01&g=2005-07-01), waarbij wordt uitgegaan van uitvoering van dat onderhoud door anderen dan de eigenaar-bewoner, waarna de aldus vermeerderde verkoopwaarde wordt vermeerderd met 12 procent van de som van die verkoopwaarde en van kostenposten als bedoeld in het tweede lid.
2. Tot de kosten van het in eigendom verkrijgen van de woning, bedoeld in deze wet en de daarop berustende bepalingen, kunnen behoren:
@@ -182,55 +182,55 @@
- a. vijf maal een eigenwoningbijdrage toe over vijf achtereenvolgende driejaarstijdvakken, en vervolgens
- b. een maal een eigenwoningbijdrage toe over ten hoogste de 15 bijdragejaren die direct volgen op het vijfde driejaarstijdvak, overeenkomstig [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=5&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
- b. een maal een eigenwoningbijdrage toe over ten hoogste de 15 bijdragejaren die direct volgen op het vijfde driejaarstijdvak, overeenkomstig [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=5&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
2. Ten aanzien van een bepaalde eigenaar-bewoner kan slechts één maal van een primaire toekenning sprake zijn.
3. Een eigenwoningbijdrage wordt slechts toegekend ten behoeve van het in eigendom verkrijgen en vervolgens kunnen blijven bewonen van een woning.
4. Bij verhuizing van de eigenaar-bewoner na de primaire toekenning blijft het in het eerste lid bedoelde recht op een eigenwoningbijdrage in stand, mits hij de woning naar welke hij verhuist in eigendom verkrijgt en vervolgens bewoont en de situatie, bedoeld in [artikel 25, eerste lid, onder a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=25&z=2004-07-01&g=2004-07-01), zich niet voordoet.
4. Bij verhuizing van de eigenaar-bewoner na de primaire toekenning blijft het in het eerste lid bedoelde recht op een eigenwoningbijdrage in stand, mits hij de woning naar welke hij verhuist in eigendom verkrijgt en vervolgens bewoont en de situatie, bedoeld in [artikel 25, eerste lid, onder a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=25&z=2005-07-01&g=2005-07-01), zich niet voordoet.
5. [Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) is niet van toepassing op eigenwoningbijdragen krachtens deze wet.
6. De [hoofdstukken 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2&z=2004-07-01&g=2004-07-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&z=2004-07-01&g=2004-07-01) van deze wet zijn uitsluitend van toepassing op eigenwoningbijdragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, tenzij [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&z=2004-07-01&g=2004-07-01) of [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=5&z=2004-07-01&g=2004-07-01) van deze wet anders bepaalt.
6. De [hoofdstukken 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2&z=2005-07-01&g=2005-07-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&z=2005-07-01&g=2005-07-01) van deze wet zijn uitsluitend van toepassing op eigenwoningbijdragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, tenzij [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01) of [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=5&z=2005-07-01&g=2005-07-01) van deze wet anders bepaalt.
#### § 2. Eisen die gelden voor elke toekenning
##### Artikel 7. Inschrijving gba
1. Behoudens in gevallen als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=13&z=2004-07-01&g=2004-07-01) wordt een eigenwoningbijdrage slechts toegekend als degenen die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoren, zich op de peildatum hebben ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, op het adres van de woning in verband met welke de eigenwoningbijdrage is aangevraagd.
1. Behoudens in gevallen als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=13&z=2005-07-01&g=2005-07-01) wordt een eigenwoningbijdrage slechts toegekend als degenen die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoren, zich op de peildatum hebben ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, op het adres van de woning in verband met welke de eigenwoningbijdrage is aangevraagd.
2. In afwijking van het eerste lid kan een eigenwoningbijdrage worden toegekend als de onjuiste inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens niet aan de eigenaar-bewoner kan worden toegerekend.
3. Behoudens in gevallen als bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=13&z=2004-07-01&g=2004-07-01), wordt een eigenwoningbijdrage slechts toegekend als de eigenaar-bewoner op de peildatum woont in de woning in verband met welke de eigenwoningbijdrage is aangevraagd.
3. Behoudens in gevallen als bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=13&z=2005-07-01&g=2005-07-01), wordt een eigenwoningbijdrage slechts toegekend als de eigenaar-bewoner op de peildatum woont in de woning in verband met welke de eigenwoningbijdrage is aangevraagd.
##### Artikel 8. Maximaal toegestaan inkomen
1. Een eigenwoningbijdrage wordt niet toegekend als het rekeninkomen meer bedraagt dan:
- a. € 16 948,69 Per 1 juli 2004: € 18 700bij een eenpersoonshuishouden;
- b. € 22 711,70 Per 1 juli 2004: € 25 075bij een tweepersoonshuishouden;
- c. € 15 042,81Per 1 juli 2004: € 16 625 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
- d. € 19 625,99 Per 1 juli 2004: € 21 675bij een tweepersoonsouderenhuishouden.
2. De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
- a. € 16 948,69 Per 1 juli 2005: € 18 925bij een eenpersoonshuishouden;
- b. € 22 711,70 Per 1 juli 2005: € 25 375bij een tweepersoonshuishouden;
- c. € 15 042,81Per 1 juli 2005: € 16 825 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
- d. € 19 625,99 Per 1 juli 2005: € 21 925bij een tweepersoonsouderenhuishouden.
2. De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
##### Artikel 9. Maximaal toegestaan vermogen
1. Een eigenwoningbijdrage wordt niet toegekend als het rekenvermogen meer bedraagt dan:
- a. € 18 378,10 Per 1 juli 2004: € 20 300bij een eenpersoonshuishouden, als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak jonger is dan 65 jaar;
- a. € 18 378,10 Per 1 juli 2005: € 20 550bij een eenpersoonshuishouden, als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak jonger is dan 65 jaar;
- b. € 35 200 bij een tweepersoonshuishouden, als de eigenaar-bewoner en degene die tot diens huishouden behoort op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak jonger zijn dan 65 jaar;
- c. € 31 424,28 Per 1 juli 2004: € 34 725bij een eenpersoonshuishouden of een eenpersoonsouderenhuishouden, als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak 65 jaar of ouder is;
- d. € 43 517,52 Per 1 juli 2004: € 48 050bij een tweepersoonshuishouden of een tweepersoonsouderenhuishouden, als de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak 65 jaar of ouder is.
2. De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
- c. € 31 424,28 Per 1 juli 2005: € 35 125bij een eenpersoonshuishouden of een eenpersoonsouderenhuishouden, als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak 65 jaar of ouder is;
- d. € 43 517,52 Per 1 juli 2005: € 48 625bij een tweepersoonshuishouden of een tweepersoonsouderenhuishouden, als de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak 65 jaar of ouder is.
2. De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
##### Artikel 10. Hypotheekgarantie
@@ -266,13 +266,13 @@
##### Artikel 13. Latere inschrijving gba/bewoning
1. Op een primaire toekenning is [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=7&z=2004-07-01&g=2004-07-01) niet van toepassing, voorzover de bewoning of de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is uitgesteld:
1. Op een primaire toekenning is [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=7&z=2005-07-01&g=2005-07-01) niet van toepassing, voorzover de bewoning of de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is uitgesteld:
- a. omdat een nieuwbouwwoning nog niet bewoonbaar is;
- b. omdat een bestaande woning nog door de vorige bewoner wordt bewoond, of
- c. omdat in een bestaande woning achterstallig onderhoud wordt verricht als bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=19&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
- c. omdat in een bestaande woning achterstallig onderhoud wordt verricht als bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=19&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
2. In een geval als bedoeld in het eerste lid kan de eigenwoningbijdrage worden ingetrokken als de inschrijving of de bewoning niet heeft plaatsgevonden binnen negen maanden na de peildatum. De intrekking vindt plaats met ingang van de eerste dag van de kalendermaand die volgt na de afloop van die termijn van negen maanden.
@@ -290,15 +290,15 @@
1. Voor een primaire toekenning is vereist dat:
- a. de kosten van het verkrijgen in eigendom van de woning niet hoger zijn dan f 259 800per 1 juli 2004: € 131 950 en
- b. het bedrag van de hypothecaire lening niet hoger is dan f 207 800. per 1 juli 2004: € 105 550
2. De in het eerste lid genoemde bedragen kunnen worden aangepast overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
- a. de kosten van het verkrijgen in eigendom van de woning niet hoger zijn dan f 259 800per 1 juli 2005: € 133 275 en
- b. het bedrag van de hypothecaire lening niet hoger is dan f 207 800. per 1 juli 2005: € 106 600
2. De in het eerste lid genoemde bedragen kunnen worden aangepast overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
##### Artikel 16. Differentiatie op basis van regionale woningmarkt
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan, gelet op de ontwikkeling van de regionale woningmarkt, voor ten hoogste zes provincies worden bepaald dat de maximale kosten van het verkrijgen in eigendom en de maximale hypothecaire lening, bedoeld in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2004-07-01&g=2004-07-01), in afwijking van dat artikellid hoger worden vastgesteld, mits bij die maatregel tevens voor een gelijk aantal andere provincies, eveneens gelet op de ontwikkeling van de regionale woningmarkt, de maximale kosten van verkrijging in eigendom en de maximale hypothecaire lening met dienovereenkomstige bedragen lager worden vastgesteld.
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan, gelet op de ontwikkeling van de regionale woningmarkt, voor ten hoogste zes provincies worden bepaald dat de maximale kosten van het verkrijgen in eigendom en de maximale hypothecaire lening, bedoeld in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2005-07-01&g=2005-07-01), in afwijking van dat artikellid hoger worden vastgesteld, mits bij die maatregel tevens voor een gelijk aantal andere provincies, eveneens gelet op de ontwikkeling van de regionale woningmarkt, de maximale kosten van verkrijging in eigendom en de maximale hypothecaire lening met dienovereenkomstige bedragen lager worden vastgesteld.
2. In een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald op welke wijze de daarin opgenomen bedragen worden of kunnen worden aangepast.
@@ -314,7 +314,7 @@
- b. dat is opgemaakt met inachtneming van het laatst uitgegeven terzake relevante model van de betrokken beroepsverenigingen;
- c. dat op het tijdstip van acceptatie van de offerte, bedoeld in [artikel 42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2004-07-01&g=2004-07-01), niet ouder is dan een jaar.
- c. dat op het tijdstip van acceptatie van de offerte, bedoeld in [artikel 42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2005-07-01&g=2005-07-01), niet ouder is dan een jaar.
2. In geval van achterstallig onderhoud wordt bij de vaststelling van de taxatiewaarde verondersteld dat dat onderhoud volledig is verricht.
@@ -322,7 +322,7 @@
Indien bij een aanvraag ten behoeve van een bestaande woning uit het taxatierapport blijkt dat de kosten van het verrichten van achterstallig onderhoud aan de woning ten minste ééntiende deel bedragen van de waarde van de woning na het verrichten van het achterstallig onderhoud, is voor een primaire toekenning vereist:
- a. dat bij dat taxatierapport een bouwkundig rapport is gevoegd dat is opgesteld door de gemeente waar de woning gelegen is, een bouwkundig bedrijf dat als zodanig is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, of een andere instantie die in het kader van de toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=10&z=2004-07-01&g=2004-07-01), daartoe bevoegd is, en
- a. dat bij dat taxatierapport een bouwkundig rapport is gevoegd dat is opgesteld door de gemeente waar de woning gelegen is, een bouwkundig bedrijf dat als zodanig is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, of een andere instantie die in het kader van de toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=10&z=2005-07-01&g=2005-07-01), daartoe bevoegd is, en
- b. dat de kosten van het verrichten van het achterstallig onderhoud kunnen worden voldaan, en de daartoe benodigde financiële middelen bij de financier in depot blijven tot het achterstallig onderhoud is verricht.
@@ -374,7 +374,7 @@
- b. wordt afgesloten in een bij ministeriële regeling te bepalen vorm en voor een bij die regeling te bepalen rentevaste periode en
- c. niet strekt tot financiering van andere bedragen en kosten dan die, genoemd in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=5&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
- c. niet strekt tot financiering van andere bedragen en kosten dan die, genoemd in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=5&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
#### § 4. Hardheid, overgang ewb bij verlies eigendom
@@ -382,9 +382,9 @@
1. Onze Minister kan ambtshalve of op aanvraag van de eigenaar-bewoner, als in een bepaald geval de onverkorte toepassing van de desbetreffende bepalingen, gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden:
- a. bij de toepassing van de [artikelen 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2004-07-01&g=2004-07-01), en [4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2004-07-01&g=2004-07-01), een persoon als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2004-07-01&g=2004-07-01), buiten beschouwing laten;
- b. bij de toepassing van de [artikelen 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2004-07-01&g=2004-07-01), of [4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2004-07-01&g=2004-07-01), bepaalde inkomsten of vermogensbestanddelen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten.
- a. bij de toepassing van de [artikelen 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2005-07-01&g=2005-07-01), en [4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01), een persoon als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2005-07-01&g=2005-07-01), buiten beschouwing laten;
- b. bij de toepassing van de [artikelen 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2005-07-01&g=2005-07-01), of [4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01), bepaalde inkomsten of vermogensbestanddelen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten.
2. Een daling van het inkomen, of een daling van het vermogen na de 1 januari die voorafgaat aan de peildatum, kan niet leiden tot toepassing van het eerste lid.
@@ -398,15 +398,15 @@
- c. die woning blijft bewonen.
2. Bij een verlies van de eigendom van de woning als bedoeld in het eerste lid zonder dat daarvoor de eigendom van een andere woning in de plaats komt, en waarbij voorts niet wordt voldaan aan onderdeel a, b of c van dat lid, is [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=50&z=2004-07-01&g=2004-07-01), van toepassing.
2. Bij een verlies van de eigendom van de woning als bedoeld in het eerste lid zonder dat daarvoor de eigendom van een andere woning in de plaats komt, en waarbij voorts niet wordt voldaan aan onderdeel a, b of c van dat lid, is [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=50&z=2005-07-01&g=2005-07-01), van toepassing.
### Hoofdstuk 3. De hoogte van de eigenwoningbijdrage
##### Artikel 26. Bepaling normrente
1. Het percentage van de normrente wordt bij ministeriële regeling vastgesteld met inachtneming van de hypotheekrente die wordt gehanteerd bij het verstrekken van hypothecaire leningen in een vorm als bedoeld in [artikel 23, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
2. Als in de ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 23, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2004-07-01&g=2004-07-01), is bepaald dat de hypothecaire lening wordt afgesloten in de vorm van een spaarhypotheek, wordt in de regeling, bedoeld in het eerste lid, tevens een normbedrag voor de per maand te betalen spaarpremie vastgesteld, uitgaande van een hypothecaire lening van € 50 000.
1. Het percentage van de normrente wordt bij ministeriële regeling vastgesteld met inachtneming van de hypotheekrente die wordt gehanteerd bij het verstrekken van hypothecaire leningen in een vorm als bedoeld in [artikel 23, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
2. Als in de ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 23, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2005-07-01&g=2005-07-01), is bepaald dat de hypothecaire lening wordt afgesloten in de vorm van een spaarhypotheek, wordt in de regeling, bedoeld in het eerste lid, tevens een normbedrag voor de per maand te betalen spaarpremie vastgesteld, uitgaande van een hypothecaire lening van € 50 000.
3. Het percentage, bedoeld in het eerste lid, en het normbedrag, bedoeld in het tweede lid, kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd als daartoe aanleiding bestaat als gevolg van de ontwikkeling van de hypotheekrente, bedoeld in het eerste lid.
@@ -418,7 +418,7 @@
- b. voor eenpersoonsouderenhuishoudens en tweepersoonsouderenhuishoudens: 0,16.
2. De in het eerste lid genoemde factoren kunnen worden aangepast overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
2. De in het eerste lid genoemde factoren kunnen worden aangepast overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
##### Artikel 28. Bepaling minimum-inkomensijkpunt
@@ -436,21 +436,21 @@
1. De normlasten per maand bedragen de uitkomst van de formule:
€ 101,65 [per 1 juli 2004: € 111,92] + s ( (Ir - lm) / (12) )
€ 101,65 [per 1 juli 2005: € 113,27] + s ( (Ir - lm) / (12) )
in welke formule voorstelt:
s: een factor waarmee wordt aangegeven in welke mate de normlasten stijgen in verhouding tot een stijging van het rekeninkomen, en die 0,25 bedraagt;
Ir: het rekeninkomen, of, als dat in geval van een andere dan een primaire toekenning hoger is, het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=28&z=2004-07-01&g=2004-07-01);
Im: het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=28&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
2. Het in het eerste lid, in de daarin opgenomen formule, genoemde bedrag wordt met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2004-07-01&g=2004-07-01). De in het eerste lid, onder s:, genoemde factor kan worden aangepast overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
Ir: het rekeninkomen, of, als dat in geval van een andere dan een primaire toekenning hoger is, het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=28&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
Im: het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=28&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
2. Het in het eerste lid, in de daarin opgenomen formule, genoemde bedrag wordt met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2005-07-01&g=2005-07-01). De in het eerste lid, onder s:, genoemde factor kan worden aangepast overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
##### Artikel 30. Berekening hoogte ewb
1. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2004-07-01&g=2004-07-01), bestaat uit:
1. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2005-07-01&g=2005-07-01), bestaat uit:
- a. een maandelijkse tegemoetkoming in de hypotheekrente en
@@ -466,21 +466,21 @@
Po: het percentage, genoemd in [artikel 14, eerste lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002740&artikel=14), doch 0 indien niet de overdrachtsbelasting, bedoeld in [artikel 2 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002740&artikel=2), verschuldigd is;
Rp: het percentage, bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=26&z=2004-07-01&g=2004-07-01), dat geldt op het tijdstip van acceptatie van de offerte, bedoeld in [artikel 42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2004-07-01&g=2004-07-01), of, als dat lager is, het percentage dat geldt op het tijdstip van het uitbrengen van die offerte;
f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=27&z=2004-07-01&g=2004-07-01), die geldt op de peildatum;
Rp: het percentage, bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=26&z=2005-07-01&g=2005-07-01), dat geldt op het tijdstip van acceptatie van de offerte, bedoeld in [artikel 42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2005-07-01&g=2005-07-01), of, als dat lager is, het percentage dat geldt op het tijdstip van het uitbrengen van die offerte;
f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=27&z=2005-07-01&g=2005-07-01), die geldt op de peildatum;
Nm: de normlasten per maand over het driejaarstijdvak, die het gemiddelde bedragen van:
- (a). de normlasten die gelden op de peildatum, berekend overeenkomstig [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2004-07-01&g=2004-07-01);
- (a). de normlasten die gelden op de peildatum, berekend overeenkomstig [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- (b). de normlasten, bedoeld onder (a), vermeerderd met de in een percentage uitgedrukte ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het peiljaar, als in januari volgend op het peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt, en
- (c). de normlasten als berekend onder (b), vermeerderd op dezelfde wijze als bedoeld onder (b).
3. Er wordt slechts een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2004-07-01&g=2004-07-01), toegekend als de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, een positief bedrag is.
4. Als het bedrag dat overeenkomstig het tweede lid is berekend voor het tweede of een volgend driejaarstijdvak waarover een eigenwoningbijdrage wordt toegekend, hoger is dan het bedrag, genoemd in [artikel 31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=31&z=2004-07-01&g=2004-07-01), dat bij de primaire toekenning geldt op de peildatum, wordt eerstbedoeld bedrag voor de berekening van de hoogte van die bijdrage gesteld op dat eertijds in dat lid genoemde bedrag.
3. Er wordt slechts een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2005-07-01&g=2005-07-01), toegekend als de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, een positief bedrag is.
4. Als het bedrag dat overeenkomstig het tweede lid is berekend voor het tweede of een volgend driejaarstijdvak waarover een eigenwoningbijdrage wordt toegekend, hoger is dan het bedrag, genoemd in [artikel 31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=31&z=2005-07-01&g=2005-07-01), dat bij de primaire toekenning geldt op de peildatum, wordt eerstbedoeld bedrag voor de berekening van de hoogte van die bijdrage gesteld op dat eertijds in dat lid genoemde bedrag.
5. De toeslag, bedoeld in het eerste lid, onder b, bedraagt de uitkomst van de formule:
@@ -488,23 +488,23 @@
in welke formule voorstelt:
Hm: het maximumbedrag dat bij de primaire toekenning geldt op de peildatum, genoemd in [artikel 15, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2004-07-01&g=2004-07-01), dan wel, bij toepassing van [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=16&z=2004-07-01&g=2004-07-01), het betrokken maximumbedrag dat bij de primaire toekenning geldt op de peildatum, genoemd in de in dat artikellid bedoelde algemene maatregel van bestuur;
Hm: het maximumbedrag dat bij de primaire toekenning geldt op de peildatum, genoemd in [artikel 15, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2005-07-01&g=2005-07-01), dan wel, bij toepassing van [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=16&z=2005-07-01&g=2005-07-01), het betrokken maximumbedrag dat bij de primaire toekenning geldt op de peildatum, genoemd in de in dat artikellid bedoelde algemene maatregel van bestuur;
Po: het percentage, bij de primaire toekenning op de peildatum genoemd in [artikel 14, eerste lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002740&artikel=14);
Rp: het percentage, bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=26&z=2004-07-01&g=2004-07-01), dat geldt op het tijdstip van ondertekening van de offerte, bedoeld in [artikel 42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2004-07-01&g=2004-07-01), of, als dat lager is, het percentage dat geldt op het tijdstip van het uitbrengen van die offerte;
f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=27&z=2004-07-01&g=2004-07-01), die bij de primaire toekenning geldt op de peildatum.
Rp: het percentage, bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=26&z=2005-07-01&g=2005-07-01), dat geldt op het tijdstip van ondertekening van de offerte, bedoeld in [artikel 42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2005-07-01&g=2005-07-01), of, als dat lager is, het percentage dat geldt op het tijdstip van het uitbrengen van die offerte;
f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=27&z=2005-07-01&g=2005-07-01), die bij de primaire toekenning geldt op de peildatum.
6. De som van de overeenkomstig het tweede tot en met vijfde lid berekende bedragen wordt naar boven afgerond op hele eurocenten.
##### Artikel 31. Maximale ewb
1. Voor een primaire toekenning is vereist dat het bedrag dat voor het eerste driejaarstijdvak is berekend met toepassing van [artikel 30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2004-07-01&g=2004-07-01), ten hoogste € 152,47 per 1 juli 2004: € 168,14 is.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=16&z=2004-07-01&g=2004-07-01), wordt in de in dat artikellid bedoelde algemene maatregel van bestuur tevens bepaald welk bedrag in plaats van het in het eerste lid van dit artikel genoemde bedrag in de betrokken provincies zal gelden, en bepaald op welke wijze eerstbedoeld bedrag wordt of kan worden toegepast.
3. Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
1. Voor een primaire toekenning is vereist dat het bedrag dat voor het eerste driejaarstijdvak is berekend met toepassing van [artikel 30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2005-07-01&g=2005-07-01), ten hoogste € 152,47 per 1 juli 2005: € 170,16 is.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=16&z=2005-07-01&g=2005-07-01), wordt in de in dat artikellid bedoelde algemene maatregel van bestuur tevens bepaald welk bedrag in plaats van het in het eerste lid van dit artikel genoemde bedrag in de betrokken provincies zal gelden, en bepaald op welke wijze eerstbedoeld bedrag wordt of kan worden toegepast.
3. Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
##### Artikel 32. Toeslagen
@@ -518,29 +518,29 @@
- a. actueel inkomen: het gezamenlijk inkomen van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner, dat wordt berekend door het netto inkomen over de eerste kalendermaand van het desbetreffende bijdragetijdvak te herrekenen naar een gecorrigeerd verzamelinkomen over het peiljaar;
- b. bijzondere bijdrage: bijzondere bijdrage als bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=34&z=2004-07-01&g=2004-07-01);
- b. bijzondere bijdrage: bijzondere bijdrage als bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=34&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- c. bijdragetijdvak: het tijdvak waarvoor telkens een bijzondere bijdrage kan worden toegekend;
- d. meetinkomen:
- 1. e. als de eigenaar-bewoner een eigenwoningbijdrage ontvangt, dan wel geen eigenwoningbijdrage ontvangt omdat een daartoe strekkende en overeenkomstig [artikel 42, tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2004-07-01&g=2004-07-01), ingediende aanvraag niet tot een toekenning daarvan heeft geleid om andere redenen dan het niet voldoen aan [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=8&z=2004-07-01&g=2004-07-01): het bij de toekenning of afwijzing van die aanvraag gehanteerde rekeninkomen;
- 2. e. als de eigenaar-bewoner geen eigenwoningbijdrage ontvangt omdat een daartoe strekkende en overeenkomstig [artikel 42, tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2004-07-01&g=2004-07-01), ingediende aanvraag uitsluitend of onder meer wegens het niet voldoen aan [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=8&z=2004-07-01&g=2004-07-01), niet tot een toekenning daarvan heeft geleid: het bedrag, genoemd in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=8&z=2004-07-01&g=2004-07-01), dat van toepassing was bij de aanvang van het driejaarstijdvak waarop die aanvraag betrekking had.
2. [Artikel 3, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2004-07-01&g=2004-07-01), is van overeenkomstige toepassing op de bepaling van het actueel inkomen.
- 1. e. als de eigenaar-bewoner een eigenwoningbijdrage ontvangt, dan wel geen eigenwoningbijdrage ontvangt omdat een daartoe strekkende en overeenkomstig [artikel 42, tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2005-07-01&g=2005-07-01), ingediende aanvraag niet tot een toekenning daarvan heeft geleid om andere redenen dan het niet voldoen aan [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=8&z=2005-07-01&g=2005-07-01): het bij de toekenning of afwijzing van die aanvraag gehanteerde rekeninkomen;
- 2. e. als de eigenaar-bewoner geen eigenwoningbijdrage ontvangt omdat een daartoe strekkende en overeenkomstig [artikel 42, tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2005-07-01&g=2005-07-01), ingediende aanvraag uitsluitend of onder meer wegens het niet voldoen aan [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=8&z=2005-07-01&g=2005-07-01), niet tot een toekenning daarvan heeft geleid: het bedrag, genoemd in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=8&z=2005-07-01&g=2005-07-01), dat van toepassing was bij de aanvang van het driejaarstijdvak waarop die aanvraag betrekking had.
2. [Artikel 3, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2005-07-01&g=2005-07-01), is van overeenkomstige toepassing op de bepaling van het actueel inkomen.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de wijze waarop de herrekening plaatsvindt die is bedoeld in het eerste lid, onder a. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ook overigens regels worden gesteld omtrent de bepaling van het actueel inkomen.
4. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het derde lid, laatste volzin, kunnen regels worden gesteld omtrent het bij de bepaling van het actueel inkomen in bepaalde gevallen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten van een persoon als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2004-07-01&g=2004-07-01), of van inkomensbestanddelen.
4. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het derde lid, laatste volzin, kunnen regels worden gesteld omtrent het bij de bepaling van het actueel inkomen in bepaalde gevallen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten van een persoon als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2005-07-01&g=2005-07-01), of van inkomensbestanddelen.
##### Artikel 34. Het recht op een bijzondere bijdrage
1. Onze Minister kent op aanvraag aan een eigenaar-bewoner een bijzondere bijdrage toe ter tegemoetkoming in de kosten van het in eigendom verkrijgen van een woning, indien voor het einde van het driejaarstijdvak blijkt dat het actueel inkomen ten minste 20 procent lager ligt dan het meetinkomen.
2. De hoogte van de bijzondere bijdrage wordt bepaald door, op de wijze die is bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2004-07-01&g=2004-07-01), het bedrag te berekenen van de eigenwoningbijdrage dat behoort bij het actueel inkomen, en dit bedrag te verminderen met het bedrag van de eigenwoningbijdrage dat behoort bij het meetinkomen.
3. De [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=5&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [6, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=7&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [9 tot en met 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2004-07-01&g=2004-07-01) en [25 tot en met 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=25&z=2004-07-01&g=2004-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deze artikelen, voorzover ze slechts gelden voor primaire toekenningen, niet van toepassing zijn indien de eigenaar-bewoner reeds een eigenwoningbijdrage of een bijzondere bijdrage is toegekend.
2. De hoogte van de bijzondere bijdrage wordt bepaald door, op de wijze die is bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2005-07-01&g=2005-07-01), het bedrag te berekenen van de eigenwoningbijdrage dat behoort bij het actueel inkomen, en dit bedrag te verminderen met het bedrag van de eigenwoningbijdrage dat behoort bij het meetinkomen.
3. De [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=5&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [6, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=7&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [9 tot en met 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2005-07-01&g=2005-07-01) en [25 tot en met 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=25&z=2005-07-01&g=2005-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deze artikelen, voorzover ze slechts gelden voor primaire toekenningen, niet van toepassing zijn indien de eigenaar-bewoner reeds een eigenwoningbijdrage of een bijzondere bijdrage is toegekend.
4. Voor de toepassing van het begrip «bijdragetijdvak», genoemd in het eerste lid, wordt de eigenaar-bewoner geacht tevens een eigenwoningbijdrage te hebben aangevraagd.
@@ -558,13 +558,13 @@
5. De bijzondere bijdrage wordt steeds over een tijdvak van ten hoogste zes maanden uitbetaald, na afloop van dat tijdvak, onder verrekening van de betaalde voorschotten.
6. De [artikelen 42, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [44, eerste lid, derde en vijfde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=44&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [45 tot en met 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=45&z=2004-07-01&g=2004-07-01) en [54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=9&artikel=54&z=2004-07-01&g=2004-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in [artikel 48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=48&z=2004-07-01&g=2004-07-01), voor «bij de aanvraag» steeds wordt gelezen: bij de aanvragen, gedurende het driejaarstijdvak, die een eigenaar-bewoner heeft gedaan tot toekenning van een bijzondere bijdrage.
6. De [artikelen 42, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [44, eerste lid, derde en vijfde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=44&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [45 tot en met 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=45&z=2005-07-01&g=2005-07-01) en [54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=9&artikel=54&z=2005-07-01&g=2005-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in [artikel 48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=48&z=2005-07-01&g=2005-07-01), voor «bij de aanvraag» steeds wordt gelezen: bij de aanvragen, gedurende het driejaarstijdvak, die een eigenaar-bewoner heeft gedaan tot toekenning van een bijzondere bijdrage.
##### Artikel 36. Verrekening en terugvordering
1. In bij algemene maatregel van bestuur te bepalen categorieën van gevallen waarin bijzondere bijdragen zijn toegekend in afwijking van dit hoofdstuk of de daarop berustende bepalingen, dan wel [artikel 35, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=35&z=2004-07-01&g=2004-07-01), juncto [artikel 46, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=46&z=2004-07-01&g=2004-07-01), niet wordt nageleefd, besluit Onze Minister dat de ten onrechte of tot een te hoog bedrag toegekende bijdragen, dan wel de voorschotten daarop, worden teruggevorderd dan wel verrekend.
2. [Artikel 50, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=50&z=2004-07-01&g=2004-07-01), is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot terugvordering of verrekening als bedoeld in het eerste lid.
1. In bij algemene maatregel van bestuur te bepalen categorieën van gevallen waarin bijzondere bijdragen zijn toegekend in afwijking van dit hoofdstuk of de daarop berustende bepalingen, dan wel [artikel 35, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-07-01), juncto [artikel 46, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=46&z=2005-07-01&g=2005-07-01), niet wordt nageleefd, besluit Onze Minister dat de ten onrechte of tot een te hoog bedrag toegekende bijdragen, dan wel de voorschotten daarop, worden teruggevorderd dan wel verrekend.
2. [Artikel 50, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=50&z=2005-07-01&g=2005-07-01), is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot terugvordering of verrekening als bedoeld in het eerste lid.
3. Onze Minister kan besluiten te verrekenen met aanspraken op een bijzondere bijdrage van de eigenaar-bewoner.
@@ -584,11 +584,11 @@
##### Artikel 38. Hardheid
1. Onze Minister past [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=24&z=2004-07-01&g=2004-07-01), toe overeenkomstig het bepaalde in [artikel 34, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=34&z=2004-07-01&g=2004-07-01), in gevallen waarin, hoewel het inkomen is gedaald, geen bijzondere bijdrage als bedoeld in dit hoofdstuk wordt toegekend omdat:
- a. niet is voldaan aan de vereisten die zijn gesteld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=11&z=2004-07-01&g=2004-07-01) juncto [artikel 34, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=34&z=2004-07-01&g=2004-07-01), of
- b. het rekenvermogen hoger is dan het relevante bedrag, genoemd in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2004-07-01&g=2004-07-01) juncto [artikel 34, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=34&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
1. Onze Minister past [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=24&z=2005-07-01&g=2005-07-01), toe overeenkomstig het bepaalde in [artikel 34, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=34&z=2005-07-01&g=2005-07-01), in gevallen waarin, hoewel het inkomen is gedaald, geen bijzondere bijdrage als bedoeld in dit hoofdstuk wordt toegekend omdat:
- a. niet is voldaan aan de vereisten die zijn gesteld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=11&z=2005-07-01&g=2005-07-01) juncto [artikel 34, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=34&z=2005-07-01&g=2005-07-01), of
- b. het rekenvermogen hoger is dan het relevante bedrag, genoemd in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2005-07-01&g=2005-07-01) juncto [artikel 34, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=34&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
2. Een aanvraag om het eerste lid toe te passen wordt ingediend binnen zes maanden na het einde van het bijdragetijdvak waarop de aanvraag tot toekenning van een bijzondere bijdrage als bedoeld in dit hoofdstuk betrekking heeft.
@@ -596,27 +596,27 @@
##### Artikel 39. Vereisten voor ewb na 15 jaar
1. Bij ministeriële regeling kan een rentevaste periode worden bepaald, waarvoor de lening of het krediet in rekening-courant ter financiering van het in eigendom verkrijgen van een woning met als zekerheid hypotheek op die woning dient te zijn afgesloten, om in aanmerking te komen voor een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
2. Op een toekenning van een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2004-07-01&g=2004-07-01), zijn de [artikelen 6, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=7&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=8&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [23, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2004-07-01&g=2004-07-01), en [24 tot en met 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=24&z=2004-07-01&g=2004-07-01) van overeenkomstige toepassing.
1. Bij ministeriële regeling kan een rentevaste periode worden bepaald, waarvoor de lening of het krediet in rekening-courant ter financiering van het in eigendom verkrijgen van een woning met als zekerheid hypotheek op die woning dient te zijn afgesloten, om in aanmerking te komen voor een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
2. Op een toekenning van een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2005-07-01&g=2005-07-01), zijn de [artikelen 6, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=7&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=8&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [23, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2005-07-01&g=2005-07-01), en [24 tot en met 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=24&z=2005-07-01&g=2005-07-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 40. Berekening hoogte ewb na 15 jaar
1. De eigenwoningbijdrage per maand, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2004-07-01&g=2004-07-01), bestaat uit:
1. De eigenwoningbijdrage per maand, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2005-07-01&g=2005-07-01), bestaat uit:
- a. een tegemoetkoming in de hypotheekrente, voorzover met de hypothecaire lening niet de verschuldigde overdrachtsbelasting, bedoeld in [artikel 2 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002740&artikel=2), is gefinancierd;
- b. een tegemoetkoming in verband met het financieel risico voor de eigenaar-bewoner bij een stijging van het percentage, bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=26&z=2004-07-01&g=2004-07-01), en
- b. een tegemoetkoming in verband met het financieel risico voor de eigenaar-bewoner bij een stijging van het percentage, bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=26&z=2005-07-01&g=2005-07-01), en
- c. een toeslag in verband met de overdrachtsbelasting, bedoeld in [artikel 2 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002740&artikel=2).
2. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt berekend met gebruikmaking van de formule, bedoeld in [artikel 30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2004-07-01&g=2004-07-01), met dien verstande dat in die formule wordt verstaan onder:
2. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt berekend met gebruikmaking van de formule, bedoeld in [artikel 30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2005-07-01&g=2005-07-01), met dien verstande dat in die formule wordt verstaan onder:
Nm: (a) in het 16e bijdragejaar: de normlasten die gelden op de peildatum, (b) in het 17e bijdragejaar: de normlasten die gelden op de peildatum vermeerderd met de in een percentage uitgedrukte ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het peiljaar, als in januari volgend op het peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt, en (c) in het 18e en volgende bijdragejaren tot en met ten hoogste het 30e bijdragejaar: de dienovereenkomstig vermeerderde normlasten in het 17e bijdragejaar respectievelijk voorgaande bijdragejaren.
3. Er wordt slechts een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2004-07-01&g=2004-07-01), toegekend als de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, voor het 16e bijdragejaar een positief bedrag is.
4. Als het bedrag dat overeenkomstig het tweede lid is berekend voor het 16e of een volgend bijdragejaar waarover een eigenwoningbijdrage wordt toegekend, hoger is dan het bedrag, genoemd in [artikel 31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=31&z=2004-07-01&g=2004-07-01), dat bij de primaire toekenning geldt op de peildatum, wordt eerstbedoeld bedrag voor de berekening van de hoogte van die bijdrage gesteld op dat eertijds in dat lid genoemde bedrag.
3. Er wordt slechts een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2005-07-01&g=2005-07-01), toegekend als de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, voor het 16e bijdragejaar een positief bedrag is.
4. Als het bedrag dat overeenkomstig het tweede lid is berekend voor het 16e of een volgend bijdragejaar waarover een eigenwoningbijdrage wordt toegekend, hoger is dan het bedrag, genoemd in [artikel 31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=31&z=2005-07-01&g=2005-07-01), dat bij de primaire toekenning geldt op de peildatum, wordt eerstbedoeld bedrag voor de berekening van de hoogte van die bijdrage gesteld op dat eertijds in dat lid genoemde bedrag.
5. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt berekend met gebruikmaking van de formule:
@@ -626,19 +626,19 @@
Rm: de normrente op de peildatum;
Rmt: de normrente die ten aanzien van de betrokken eigenaar-bewoner is gehanteerd bij de eerste toepassing van [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2004-07-01&g=2004-07-01);
f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=27&z=2004-07-01&g=2004-07-01), die geldt op de peildatum;
Pm: de maandelijkse spaarpremie op de peildatum, welke premie wordt berekend door het op de peildatum krachtens [artikel 26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=26&z=2004-07-01&g=2004-07-01), geldende normbedrag te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het bedrag van de hypothecaire lening te delen door € 50 000;
Pmt: de maandelijkse spaarpremie ten tijde van de eerste toepassing van [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2004-07-01&g=2004-07-01), welke premie wordt berekend door het ten tijde van die toepassing krachtens [artikel 26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=26&z=2004-07-01&g=2004-07-01), geldende normbedrag te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het bedrag van de hypothecaire lening te delen door € 50 000.
Rmt: de normrente die ten aanzien van de betrokken eigenaar-bewoner is gehanteerd bij de eerste toepassing van [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=27&z=2005-07-01&g=2005-07-01), die geldt op de peildatum;
Pm: de maandelijkse spaarpremie op de peildatum, welke premie wordt berekend door het op de peildatum krachtens [artikel 26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=26&z=2005-07-01&g=2005-07-01), geldende normbedrag te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het bedrag van de hypothecaire lening te delen door € 50 000;
Pmt: de maandelijkse spaarpremie ten tijde van de eerste toepassing van [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2005-07-01&g=2005-07-01), welke premie wordt berekend door het ten tijde van die toepassing krachtens [artikel 26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=26&z=2005-07-01&g=2005-07-01), geldende normbedrag te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het bedrag van de hypothecaire lening te delen door € 50 000.
6. Als de uitkomst van de berekening, bedoeld in het vijfde lid, een negatief bedrag is, wordt de uitkomst van die berekening op nul gesteld.
7. De toeslag, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt berekend met gebruikmaking van de formule, bedoeld in [artikel 30, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2004-07-01&g=2004-07-01), met dien verstande dat de uitkomst van die berekening wordt vermenigvuldigd met twaalf maal het aantal bijdragejaren met betrekking tot welke de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, een positief bedrag is, onverminderd [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
8. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2004-07-01&g=2004-07-01), is de netto contante waarde van de bedragen die overeenkomstig het tweede tot en met zevende lid zijn berekend over die bijdragejaren met betrekking tot welke de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, een positief bedrag is.
7. De toeslag, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt berekend met gebruikmaking van de formule, bedoeld in [artikel 30, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2005-07-01&g=2005-07-01), met dien verstande dat de uitkomst van die berekening wordt vermenigvuldigd met twaalf maal het aantal bijdragejaren met betrekking tot welke de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, een positief bedrag is, onverminderd [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
8. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2005-07-01&g=2005-07-01), is de netto contante waarde van de bedragen die overeenkomstig het tweede tot en met zevende lid zijn berekend over die bijdragejaren met betrekking tot welke de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, een positief bedrag is.
9. Het volgens het achtste lid toe te kennen bedrag wordt naar boven afgerond op hele eurocenten.
@@ -646,13 +646,13 @@
##### Artikel 41. Aanpassing
1. Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 juli, de bedragen die zijn genoemd in de [artikelen 8, eerste lid (maximaal toegestaan inkomen)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=8&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [9, eerste lid (maximaal toegestaan vermogen)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [29, eerste lid, formule (minimum normlasten)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2004-07-01&g=2004-07-01), en [31, eerste lid (maximale ewb)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=31&z=2004-07-01&g=2004-07-01), aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het peiljaar, als in januari volgend op het peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt. Het maximaal toegestaan inkomen kan, naast de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast ter voorkoming van onbedoelde gevolgen van maatregelen met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=28&z=2004-07-01&g=2004-07-01). De minimum normlasten kunnen, in plaats van de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in [artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=21) is aangepast.
2. Bij ministeriële regeling kunnen de bedragen, genoemd in [artikel 15, eerste lid, onder a (maximale koopsom) en b (maximale hypothecaire lening)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2004-07-01&g=2004-07-01), worden aangepast aan de ontwikkeling van het prijsindexcijfer voor de bouwkosten. Bij toepassing van de eerste volzin wordt het bedrag, genoemd in [artikel 63a, onderdeel e, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=10¶graaf=2&artikel=63a&z=2004-07-01&g=2004-07-01), zodanig aangepast dat het gelijk is aan het verschil tussen de in die volzin bedoelde bedragen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen de factoren, genoemd in [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=27&z=2004-07-01&g=2004-07-01) (fiscaal effect), worden aangepast als daartoe aanleiding bestaat vanwege wijziging van de belastingwetgeving.
4. Bij ministeriële regeling wordt jaarlijks, na overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de hoogte vastgesteld van de bedragen die vanaf 1 juli krachtens [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=28&z=2004-07-01&g=2004-07-01) als minimum-inkomensijkpunt zullen gelden.
1. Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 juli, de bedragen die zijn genoemd in de [artikelen 8, eerste lid (maximaal toegestaan inkomen)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=8&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [9, eerste lid (maximaal toegestaan vermogen)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [29, eerste lid, formule (minimum normlasten)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2005-07-01&g=2005-07-01), en [31, eerste lid (maximale ewb)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=31&z=2005-07-01&g=2005-07-01), aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het peiljaar, als in januari volgend op het peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt. Het maximaal toegestaan inkomen kan, naast de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast ter voorkoming van onbedoelde gevolgen van maatregelen met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=28&z=2005-07-01&g=2005-07-01). De minimum normlasten kunnen, in plaats van de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in [artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=21) is aangepast.
2. Bij ministeriële regeling kunnen de bedragen, genoemd in [artikel 15, eerste lid, onder a (maximale koopsom) en b (maximale hypothecaire lening)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2005-07-01&g=2005-07-01), worden aangepast aan de ontwikkeling van het prijsindexcijfer voor de bouwkosten. Bij toepassing van de eerste volzin wordt het bedrag, genoemd in [artikel 63a, onderdeel e, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=10¶graaf=2&artikel=63a&z=2005-07-01&g=2005-07-01), zodanig aangepast dat het gelijk is aan het verschil tussen de in die volzin bedoelde bedragen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen de factoren, genoemd in [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=27&z=2005-07-01&g=2005-07-01) (fiscaal effect), worden aangepast als daartoe aanleiding bestaat vanwege wijziging van de belastingwetgeving.
4. Bij ministeriële regeling wordt jaarlijks, na overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de hoogte vastgesteld van de bedragen die vanaf 1 juli krachtens [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=28&z=2005-07-01&g=2005-07-01) als minimum-inkomensijkpunt zullen gelden.
5. De bedragen en factoren worden als volgt afgerond:
@@ -666,7 +666,7 @@
7. Bij een volgende aanpassing van deze bedragen en factoren wordt uitgegaan van de bedragen en factoren zoals die waren, voordat zij werden afgerond.
8. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in de [artikelen 11, eerste lid, onder b,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=11&z=2004-07-01&g=2004-07-01) 3e en 4e, en [28, onder c en d (ouderentoeslag bij minimum-inkomensijkpunt)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=28&z=2004-07-01&g=2004-07-01), en de factor, genoemd in [artikel 29, eerste lid, onder s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2004-07-01&g=2004-07-01), hoger of lager worden gesteld.
8. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in de [artikelen 11, eerste lid, onder b,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=11&z=2005-07-01&g=2005-07-01) 3e en 4e, en [28, onder c en d (ouderentoeslag bij minimum-inkomensijkpunt)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=28&z=2005-07-01&g=2005-07-01), en de factor, genoemd in [artikel 29, eerste lid, onder s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2005-07-01&g=2005-07-01), hoger of lager worden gesteld.
### Hoofdstuk 7. Aanvraag, toekenning en betaling
@@ -680,25 +680,25 @@
- a. dat de op het aanvraagformulier vermelde, hem betreffende, gegevens inzake het inkomen juist zijn, en
- b. dat ermee wordt ingestemd dat de inspecteur der rijksbelastingen of Onze Minister terzake van deze gegevens inlichtingen inwint bij, en informatie verschaft aan, de eigenaar-bewoner, zo daartoe bij de toepassing van de [artikelen 2 tot en met 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2004-07-01&g=2004-07-01) aanleiding mocht zijn.
4. Bij de aanvraag voor een primaire toekenning wordt een verklaring van de eigenaar-bewoner gevoegd dat wordt voldaan aan [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2004-07-01&g=2004-07-01). Bij die aanvraag worden voorts ten minste afschriften van de navolgende stukken gevoegd, met dien verstande dat dit voor de onderdelen d, e en f slechts geldt voorzover de desbetreffende eis van toepassing is:
- b. dat ermee wordt ingestemd dat de inspecteur der rijksbelastingen of Onze Minister terzake van deze gegevens inlichtingen inwint bij, en informatie verschaft aan, de eigenaar-bewoner, zo daartoe bij de toepassing van de [artikelen 2 tot en met 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2005-07-01&g=2005-07-01) aanleiding mocht zijn.
4. Bij de aanvraag voor een primaire toekenning wordt een verklaring van de eigenaar-bewoner gevoegd dat wordt voldaan aan [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2005-07-01&g=2005-07-01). Bij die aanvraag worden voorts ten minste afschriften van de navolgende stukken gevoegd, met dien verstande dat dit voor de onderdelen d, e en f slechts geldt voorzover de desbetreffende eis van toepassing is:
- a. de koopovereenkomst;
- b. de offerte, bedoeld in het eerste lid, waarin is aangegeven dat de hypothecaire lening wordt verstrekt onder de garantie, bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=10&z=2004-07-01&g=2004-07-01);
- b. de offerte, bedoeld in het eerste lid, waarin is aangegeven dat de hypothecaire lening wordt verstrekt onder de garantie, bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=10&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- c. een of meer verklaringen van de inspecteur der rijksbelastingen, waarin hij aangeeft welke voor het rekeninkomen van belang zijnde gegevens bij de ontvanger van de rijksbelastingen bekend zijn;
- d. het garantiecertificaat, bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=17&z=2004-07-01&g=2004-07-01);
- e. het taxatierapport, bedoeld in [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=18&z=2004-07-01&g=2004-07-01);
- f. het bouwkundig rapport, bedoeld in [artikel 19, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=19&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
- d. het garantiecertificaat, bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=17&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- e. het taxatierapport, bedoeld in [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- f. het bouwkundig rapport, bedoeld in [artikel 19, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=19&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
5. De aanvraag wordt ingediend bij Onze Minister, bij een aanvraag voor een primaire toekenning door tussenkomst van de financier, de personen of de instanties, bedoeld in het eerste lid. Onze Minister stelt die financier, de personen of de instanties terstond in kennis van de ontvangst van de aanvraag.
6. Een aanvraag als bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=24&z=2004-07-01&g=2004-07-01) maakt deel uit van de aanvraag, bedoeld in dit artikel.
6. Een aanvraag als bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=24&z=2005-07-01&g=2005-07-01) maakt deel uit van de aanvraag, bedoeld in dit artikel.
##### Artikel 43. Beslistermijnen, aanvulling aanvraag voor een primaire toekenning
@@ -714,13 +714,13 @@
- b. de geldleningsovereenkomst.
3. Onze Minister stelt de financier, bedoeld in [artikel 42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2004-07-01&g=2004-07-01), terstond in kennis van een beslissing als bedoeld in het tweede lid en van de ontvangst van de stukken, bedoeld onder a en b van dat lid.
3. Onze Minister stelt de financier, bedoeld in [artikel 42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2005-07-01&g=2005-07-01), terstond in kennis van een beslissing als bedoeld in het tweede lid en van de ontvangst van de stukken, bedoeld onder a en b van dat lid.
##### Artikel 44. Uitbetaling
1. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2004-07-01&g=2004-07-01), wordt steeds over een tijdvak van een maand uitbetaald, direct na afloop van dat tijdvak. De eerste uitbetaling vindt plaats over de eerste kalendermaand van het driejaarstijdvak. Uitbetaling geschiedt doordat Onze Minister de eigenwoningbijdrage, zo nodig in de vorm van een voorschot, uitbetaalt aan de eigenaar-bewoner. Met de uitbetaling over het eerste driejaarstijdvak wordt niet begonnen, zolang Onze Minister de bescheiden, genoemd in [artikel 43, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=43&z=2004-07-01&g=2004-07-01), niet heeft ontvangen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop zodanige uitbetaling plaatsvindt.
2. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2004-07-01&g=2004-07-01), wordt ineens uitbetaald aan de eigenaar-bewoner in de maand die volgt op de maand waarin de laatste betaling volgens het eerste lid is geschied.
1. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2005-07-01&g=2005-07-01), wordt steeds over een tijdvak van een maand uitbetaald, direct na afloop van dat tijdvak. De eerste uitbetaling vindt plaats over de eerste kalendermaand van het driejaarstijdvak. Uitbetaling geschiedt doordat Onze Minister de eigenwoningbijdrage, zo nodig in de vorm van een voorschot, uitbetaalt aan de eigenaar-bewoner. Met de uitbetaling over het eerste driejaarstijdvak wordt niet begonnen, zolang Onze Minister de bescheiden, genoemd in [artikel 43, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=43&z=2005-07-01&g=2005-07-01), niet heeft ontvangen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop zodanige uitbetaling plaatsvindt.
2. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2005-07-01&g=2005-07-01), wordt ineens uitbetaald aan de eigenaar-bewoner in de maand die volgt op de maand waarin de laatste betaling volgens het eerste lid is geschied.
##### Artikel 45. Beschikken over bijdrage
@@ -744,39 +744,39 @@
##### Artikel 48. Controle vermogen
1. De inspecteur der rijksbelastingen onderzoekt de juistheid van de bij de aanvraag verstrekte gegevens inzake het vermogen van degenen die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoren. Als de inspecteur vaststelt dat het vermogen van de eigenaar-bewoner of van een persoon die tot zijn huishouden behoort afwijkt van het bij de aanvraag opgegeven vermogen, en dat ten gevolge hiervan de krachtens [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2004-07-01&g=2004-07-01) toepasselijke vermogensgrens zou worden overschreden, stelt hij het rekenvermogen vast bij voor bezwaar vatbare beschikking, en maakt hij deze bekend aan de eigenaar-bewoner en aan Onze Minister.
2. Ten aanzien van het onderzoek en de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, zijn de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2004-07-01&g=2004-07-01) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2004-07-01&g=2004-07-01) en de [hoofdstukken V](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V) en [VIII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII), met uitzondering van de [artikelen 47a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=47a), [52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=52), [53, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=53), [54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=54), [63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=63) en [66, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=66) van overeenkomstige toepassing.
1. De inspecteur der rijksbelastingen onderzoekt de juistheid van de bij de aanvraag verstrekte gegevens inzake het vermogen van degenen die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoren. Als de inspecteur vaststelt dat het vermogen van de eigenaar-bewoner of van een persoon die tot zijn huishouden behoort afwijkt van het bij de aanvraag opgegeven vermogen, en dat ten gevolge hiervan de krachtens [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2005-07-01&g=2005-07-01) toepasselijke vermogensgrens zou worden overschreden, stelt hij het rekenvermogen vast bij voor bezwaar vatbare beschikking, en maakt hij deze bekend aan de eigenaar-bewoner en aan Onze Minister.
2. Ten aanzien van het onderzoek en de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, zijn de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2005-07-01&g=2005-07-01) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01) en de [hoofdstukken V](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V) en [VIII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII), met uitzondering van de [artikelen 47a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=47a), [52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=52), [53, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=53), [54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=54), [63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=63) en [66, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=66) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 49. Opschorten
Onze Minister kan de uitbetaling van de eigenwoningbijdrage geheel of gedeeltelijk opschorten als hij redelijkerwijs kan vermoeden dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag een eigenwoningbijdrage is toegekend of dat niet langer is voldaan aan een eis, met uitzondering van de in [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=31&z=2004-07-01&g=2004-07-01) genoemde eis, voor de primaire toekenning.
Onze Minister kan de uitbetaling van de eigenwoningbijdrage geheel of gedeeltelijk opschorten als hij redelijkerwijs kan vermoeden dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag een eigenwoningbijdrage is toegekend of dat niet langer is voldaan aan een eis, met uitzondering van de in [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=31&z=2005-07-01&g=2005-07-01) genoemde eis, voor de primaire toekenning.
##### Artikel 50. Herzien en terugvorderen
1. Onze Minister kan de toekenning herzien:
- a. als niet langer wordt voldaan aan een eis, met uitzondering van de in [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=31&z=2004-07-01&g=2004-07-01) genoemde eis, voor de primaire toekenning;
- a. als niet langer wordt voldaan aan een eis, met uitzondering van de in [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=31&z=2005-07-01&g=2005-07-01) genoemde eis, voor de primaire toekenning;
- b. als de toekenning heeft plaatsgevonden in afwijking van deze wet of de daarop berustende bepalingen, of
- c. als [artikel 43, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=43&z=2004-07-01&g=2004-07-01), of [46, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=46&z=2004-07-01&g=2004-07-01), niet wordt nageleefd.
- c. als [artikel 43, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=43&z=2005-07-01&g=2005-07-01), of [46, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=46&z=2005-07-01&g=2005-07-01), niet wordt nageleefd.
2. Aan een besluit als bedoeld in het eerste lid kan terugwerkende kracht worden verleend over ten hoogste vijf bijdragejaren, voorafgaande aan het lopende bijdragejaar:
- a. als gegevens die zijn verstrekt door degene die behoort tot het huishouden van de eigenaar-bewoner zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn geweest, dat een ander besluit zou zijn genomen indien de juiste of volledige gegevens bij Onze Minister bekend zouden zijn geweest;
- b. als [artikel 43, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=43&z=2004-07-01&g=2004-07-01), of [46, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=46&z=2004-07-01&g=2004-07-01), niet wordt nageleefd, of
- b. als [artikel 43, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=43&z=2005-07-01&g=2005-07-01), of [46, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=46&z=2005-07-01&g=2005-07-01), niet wordt nageleefd, of
- c. als de eigenaar-bewoner redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de eigenwoningbijdrage ten onrechte of tot een te hoog bedrag is toegekend.
3. Als het eerste lid toepassing vindt kan de ten onrechte of te veel uitbetaalde eigenwoningbijdrage van de eigenaar-bewoner worden teruggevorderd, of worden verrekend met aanspraken op eigenwoningbijdragen van de eigenaar-bewoner. Onze Minister stelt de hoogte van het terug te vorderen of te verrekenen bedrag en de wijze van terugvordering of verrekening vast.
4. Onze Minister kan, als de herziening haar grond vindt in het feit dat het aanvraagformulier niet naar waarheid is ingevuld, dan wel [artikel 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=46&z=2004-07-01&g=2004-07-01) niet is nageleefd, het terug te vorderen bedrag verhogen met 25 procent, met dien verstande dat deze verhoging niet meer mag bedragen dan € 225 per bijdragejaar, waarover ten onrechte een eigenwoningbijdrage werd genoten. De verhoging kan worden betrokken bij een verrekening als bedoeld in het derde lid.
4. Onze Minister kan, als de herziening haar grond vindt in het feit dat het aanvraagformulier niet naar waarheid is ingevuld, dan wel [artikel 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=46&z=2005-07-01&g=2005-07-01) niet is nageleefd, het terug te vorderen bedrag verhogen met 25 procent, met dien verstande dat deze verhoging niet meer mag bedragen dan € 225 per bijdragejaar, waarover ten onrechte een eigenwoningbijdrage werd genoten. De verhoging kan worden betrokken bij een verrekening als bedoeld in het derde lid.
##### Artikel 51. Invorderen
1. Een bedrag als bedoeld in [artikel 50, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=50&z=2004-07-01&g=2004-07-01), wordt ingevorderd door Onze Minister.
1. Een bedrag als bedoeld in [artikel 50, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=50&z=2005-07-01&g=2005-07-01), wordt ingevorderd door Onze Minister.
2. Als de eigenaar-bewoner in gebreke blijft het door hem verschuldigde bedrag te voldoen binnen de daarvoor gestelde termijn, zendt Onze Minister hem een aanmaning om binnen een vastgestelde termijn van ten minste vier weken na dagtekening van de aanmaning het verschuldigde bedrag te voldoen.
@@ -814,7 +814,7 @@
##### Artikel 56. Afwijking bij algemene maatregel van bestuur
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden afgeweken van de [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=5&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=18&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=19&z=2004-07-01&g=2004-07-01) en [23, aanhef en onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2004-07-01&g=2004-07-01).
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden afgeweken van de [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=5&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=19&z=2005-07-01&g=2005-07-01) en [23, aanhef en onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
##### Artikel 57. Voorlichting
@@ -844,9 +844,9 @@
##### Artikel 62. Voorhangprocedures
1. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=16&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=9&artikel=56&z=2004-07-01&g=2004-07-01) of [61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=10¶graaf=2&artikel=61&z=2004-07-01&g=2004-07-01), wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd en sedert die overlegging acht, acht, onderscheidenlijk vier weken zijn verstreken.
2. Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 22, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2004-07-01&g=2004-07-01), wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal. Binnen een termijn van vier weken na de overlegging kan door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen worden gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
1. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=16&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=9&artikel=56&z=2005-07-01&g=2005-07-01) of [61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=10¶graaf=2&artikel=61&z=2005-07-01&g=2005-07-01), wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd en sedert die overlegging acht, acht, onderscheidenlijk vier weken zijn verstreken.
2. Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 22, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2005-07-01&g=2005-07-01), wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal. Binnen een termijn van vier weken na de overlegging kan door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen worden gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
##### Artikel 63. Overgangsrecht
@@ -856,29 +856,29 @@
Voorzover de peildatum is gelegen voor 1 juli 2002, wordt:
- a. voor de toepassing van [artikel 3, derde lid, onderdeel a, onder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2004-07-01&g=2004-07-01) het gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan het belastbare inkomen, bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964;
- b. voor de toepassing van [artikel 3, derde lid, onderdeel b,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2004-07-01&g=2004-07-01) onder het aldaar genoemde loon verstaan het loon, bedoeld in de [Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471), verminderd met het krachtens [artikel 17, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=17), aftrekbare percentage of bedrag;
- c. voor de toepassing van [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2004-07-01&g=2004-07-01), en van onderdeel e van dit artikel onder rekenvermogen verstaan het gezamenlijk vermogen op 1 januari 2000 van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner;
- d. voor de toepassing van [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2004-07-01&g=2004-07-01), en van onderdeel e van dit artikel onder vermogen verstaan het vermogen, bedoeld in hoofdstuk II, met uitzondering van artikel 5, van de Wet op de vermogensbelasting 1964, met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur:
- a. voor de toepassing van [artikel 3, derde lid, onderdeel a, onder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2005-07-01&g=2005-07-01) het gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan het belastbare inkomen, bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964;
- b. voor de toepassing van [artikel 3, derde lid, onderdeel b,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2005-07-01&g=2005-07-01) onder het aldaar genoemde loon verstaan het loon, bedoeld in de [Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471), verminderd met het krachtens [artikel 17, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=17), aftrekbare percentage of bedrag;
- c. voor de toepassing van [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01), en van onderdeel e van dit artikel onder rekenvermogen verstaan het gezamenlijk vermogen op 1 januari 2000 van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner;
- d. voor de toepassing van [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01), en van onderdeel e van dit artikel onder vermogen verstaan het vermogen, bedoeld in hoofdstuk II, met uitzondering van artikel 5, van de Wet op de vermogensbelasting 1964, met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur:
- 1°. waarderingsgrondslagen kunnen worden vastgesteld met betrekking tot motorrijtuigen, en
- 2°. regels kunnen worden vastgesteld met betrekking tot de waardering van een aandeel in een vermogen waarover de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort kon beschikken;
- e. voor de bepaling van het rekenvermogen, naast toepassing van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2004-07-01&g=2004-07-01) :
- 1.°. in afwijking van [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2004-07-01&g=2004-07-01), de waarde, verminderd met de daarop rustende hypothecaire schuld, van een eigen woning als bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de Wet op de vermogensbelasting 1964, ten behoeve waarvan een eigenwoningbijdrage of een bijzondere bijdrage als bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=34&z=2004-07-01&g=2004-07-01), is of wordt toegekend, slechts onder vermogen verstaan voorzover die aldus verminderde waarde hoger is dan f 52 000, en
- 2°. indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=16&z=2004-07-01&g=2004-07-01), in de in dat artikellid bedoelde algemene maatregel van bestuur tevens bepaald welk bedrag in plaats van het onder 1° genoemde bedrag in de betrokken provincies zal gelden, en bepaald op welke wijze eerstbedoeld bedrag wordt of kan worden aangepast;
- f. voor de toepassing van [artikel 9, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2004-07-01&g=2004-07-01), voor «€ 35 200» gelezen: € 27 090,68;
- g. voor de toepassing van [artikel 33, eerste lid, onderdeel a, onder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=33&z=2004-07-01&g=2004-07-01) een gecorrigeerd verzamelinkomen verstaan: een belastbaar inkomen, en
- h. voor de toepassing van [artikel 41, eerste lid, onder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2004-07-01&g=2004-07-01) inkomens verstaan belastbare inkomens.
- e. voor de bepaling van het rekenvermogen, naast toepassing van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01) :
- 1.°. in afwijking van [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01), de waarde, verminderd met de daarop rustende hypothecaire schuld, van een eigen woning als bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de Wet op de vermogensbelasting 1964, ten behoeve waarvan een eigenwoningbijdrage of een bijzondere bijdrage als bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=34&z=2005-07-01&g=2005-07-01), is of wordt toegekend, slechts onder vermogen verstaan voorzover die aldus verminderde waarde hoger is dan f 52 000, en
- 2°. indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=16&z=2005-07-01&g=2005-07-01), in de in dat artikellid bedoelde algemene maatregel van bestuur tevens bepaald welk bedrag in plaats van het onder 1° genoemde bedrag in de betrokken provincies zal gelden, en bepaald op welke wijze eerstbedoeld bedrag wordt of kan worden aangepast;
- f. voor de toepassing van [artikel 9, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2005-07-01&g=2005-07-01), voor «€ 35 200» gelezen: € 27 090,68;
- g. voor de toepassing van [artikel 33, eerste lid, onderdeel a, onder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=4&artikel=33&z=2005-07-01&g=2005-07-01) een gecorrigeerd verzamelinkomen verstaan: een belastbaar inkomen, en
- h. voor de toepassing van [artikel 41, eerste lid, onder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2005-07-01&g=2005-07-01) inkomens verstaan belastbare inkomens.
##### Artikel 64. Evaluatie
@@ -892,9 +892,9 @@
2. Met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze wet worden, als die dag 1 juli 2000 of een latere datum is, aangepast:
- a. de bedragen, genoemd in de [artikelen 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=8&z=2004-07-01&g=2004-07-01), en [9, eerste lid, onderdelen a, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2004-07-01&g=2004-07-01): overeenkomstig de aanpassingen die op 1 juli 2000 en nadien hebben plaatsgevonden of plaatsvinden ingevolge [artikel 27 van de Huursubsidiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008659&artikel=27), en
- b. de bedragen, genoemd in de [artikelen 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2004-07-01&g=2004-07-01), [29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2004-07-01&g=2004-07-01), formule, [31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=31&z=2004-07-01&g=2004-07-01), en [63a, onderdeel e, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=10¶graaf=2&artikel=63a&z=2004-07-01&g=2004-07-01): overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2004-07-01&g=2004-07-01), met als uitgangspunt dat de laatste aanpassing daarvan per 1 januari 2000 heeft plaatsgevonden.
- a. de bedragen, genoemd in de [artikelen 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=8&z=2005-07-01&g=2005-07-01), en [9, eerste lid, onderdelen a, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2005-07-01&g=2005-07-01): overeenkomstig de aanpassingen die op 1 juli 2000 en nadien hebben plaatsgevonden of plaatsvinden ingevolge [artikel 27 van de Huursubsidiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008659&artikel=27), en
- b. de bedragen, genoemd in de [artikelen 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2005-07-01&g=2005-07-01), formule, [31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=31&z=2005-07-01&g=2005-07-01), en [63a, onderdeel e, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=10¶graaf=2&artikel=63a&z=2005-07-01&g=2005-07-01): overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2005-07-01&g=2005-07-01), met als uitgangspunt dat de laatste aanpassing daarvan per 1 januari 2000 heeft plaatsgevonden.
##### Artikel 66. Citeertitel
2004-07-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 33, 33, 48 y 3 más
2004-03-26
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 33, 33, 48 y 3 más
2004-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 33, 33, 33 y 6 más
2003-07-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 33, 33, 33 y 6 más
2003-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 33, 33, 33 y 6 más
2002-07-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 33, 33, 33 y 6 más
2002-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 1, 3, 4 y 8 más
2002-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit
original version
Tekst op deze datum