Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 11 december 2000, houdende nieuwe regels over het toekennen van bijdragen aan lagere inkomensgroepen ten behoeve van het verkrijgen en kunnen blijven bewonen van een eigen woning (Wet bevordering eigenwoningbezit)
38 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2025-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2024-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2023-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2022-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2021-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2020-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2019-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2018-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2017-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2016-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2015-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
Wijzigingen op 2015-01-01
@@ -20,7 +20,7 @@
- c. bijdragejaar: jaar dat begint met de eerste volle kalendermaand waarin degene die de eigenwoningbijdrage aanvraagt de woning in eigendom heeft verkregen en loopt tot en met de elfde daaropvolgende kalendermaand, en de direct daarop aansluitende jaren;
- d. eigenaar-bewoner: natuurlijke persoon die, alleen of gezamenlijk met een persoon als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2014-01-06&g=2014-01-06), een woning volledig in eigendom verkrijgt en daarin zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben;
- d. eigenaar-bewoner: natuurlijke persoon die, alleen of gezamenlijk met een persoon als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2015-01-01&g=2015-01-01), een woning volledig in eigendom verkrijgt en daarin zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben;
- e. eigenwoningbijdrage: financiële bijdrage krachtens deze wet;
@@ -36,23 +36,23 @@
- k. opslagpercentage: percentage waarmee de financieringslastnorm ten hoogste kan worden vermeerderd;
- l. peildatum: eerste dag van het vijfjaarstijdvak, respectievelijk in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=5&artikel=40&z=2014-01-06&g=2014-01-06), eerste dag die volgt op het derde vijfjaarstijdvak;
- l. peildatum: eerste dag van het vijfjaarstijdvak, respectievelijk in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=5&artikel=40&z=2015-01-01&g=2015-01-01), eerste dag die volgt op het derde vijfjaarstijdvak;
- m. peiljaar: kalenderjaar dat voorafgaat aan het bijdragejaar;
- n. primaire toekenning: toekenning van de eigenwoningbijdrage voor het eerste vijfjaarstijdvak;
- o. toetsinkomen: toetsinkomen, bepaald volgens [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2014-01-06&g=2014-01-06);
- o. toetsinkomen: toetsinkomen, bepaald volgens [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2015-01-01&g=2015-01-01);
- p. toetsrente: rentetarief waartegen een hypothecaire lening kan worden afgesloten;
- q. toetsvermogen: toetsvermogen, bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2014-01-06&g=2014-01-06);
- q. toetsvermogen: toetsvermogen, bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2015-01-01&g=2015-01-01);
- r. vijfjaarstijdvak: aaneengesloten periode van vijf bijdragejaren;
- s. woning: gebouwde onroerende zaak voor zover deze bestemd is om als zelfstandige woonruimte te worden gebruikt alsmede de onroerende aanhorigheden.
2. In deze wet, behoudens [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=20&z=2014-01-06&g=2014-01-06), en de daarop berustende bepalingen wordt onder bestaande woning, nieuwbouwwoning en woning mede verstaan de daarbij behorende grond.
2. In deze wet, behoudens [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=20&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en de daarop berustende bepalingen wordt onder bestaande woning, nieuwbouwwoning en woning mede verstaan de daarbij behorende grond.
##### Artikel 1a. Inkomens- en loonbegrippen
@@ -110,7 +110,7 @@
- a. drie maal een eigenwoningbijdrage toe over drie achtereenvolgende vijfjaarstijdvakken, en vervolgens
- b. een maal een eigenwoningbijdrage toe over ten hoogste de 15 bijdragejaren die direct volgen op het derde vijfjaarstijdvak, overeenkomstig [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=5&z=2014-01-06&g=2014-01-06).
- b. een maal een eigenwoningbijdrage toe over ten hoogste de 15 bijdragejaren die direct volgen op het derde vijfjaarstijdvak, overeenkomstig [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=5&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
2. Ten aanzien van een bepaalde eigenaar-bewoner kan slechts één maal van een primaire toekenning sprake zijn.
@@ -118,7 +118,7 @@
4. [Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) is, met uitzondering van [afdeling 4.2.2 van die titel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=4.2.2), niet van toepassing op eigenwoningbijdragen krachtens deze wet.
5. De [hoofdstukken 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2&z=2014-01-06&g=2014-01-06) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&z=2014-01-06&g=2014-01-06) van deze wet zijn uitsluitend van toepassing op eigenwoningbijdragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, tenzij [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=5&z=2014-01-06&g=2014-01-06) van deze wet anders bepaalt.
5. De [hoofdstukken 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2&z=2015-01-01&g=2015-01-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&z=2015-01-01&g=2015-01-01) van deze wet zijn uitsluitend van toepassing op eigenwoningbijdragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, tenzij [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=5&z=2015-01-01&g=2015-01-01) van deze wet anders bepaalt.
6. Bij ministeriële regeling:
@@ -134,11 +134,11 @@
##### Artikel 7. Inschrijving basisregistratie personen
1. Behoudens in gevallen als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=13&z=2014-01-06&g=2014-01-06) wordt een eigenwoningbijdrage slechts toegekend als degenen die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoren, op de peildatum als ingezetene in de basisregistratie personen zijn ingeschreven met als adres het adres van de woning in verband met welke de eigenwoningbijdrage is aangevraagd.
1. Behoudens in gevallen als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=13&z=2015-01-01&g=2015-01-01) wordt een eigenwoningbijdrage slechts toegekend als degenen die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoren, op de peildatum als ingezetene in de basisregistratie personen zijn ingeschreven met als adres het adres van de woning in verband met welke de eigenwoningbijdrage is aangevraagd.
2. In afwijking van het eerste lid kan een eigenwoningbijdrage worden toegekend als de betrokkene met een ander adres in de basisregistratie personen is ingeschreven en dit niet aan hem kan worden toegerekend.
3. Behoudens in gevallen als bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=13&z=2014-01-06&g=2014-01-06), wordt een eigenwoningbijdrage slechts toegekend als de eigenaar-bewoner op de peildatum woont in de woning in verband met welke de eigenwoningbijdrage is aangevraagd.
3. Behoudens in gevallen als bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=13&z=2015-01-01&g=2015-01-01), wordt een eigenwoningbijdrage slechts toegekend als de eigenaar-bewoner op de peildatum woont in de woning in verband met welke de eigenwoningbijdrage is aangevraagd.
##### Artikel 8. Maximaal toegestaan inkomen
@@ -152,7 +152,7 @@
1. Een eigenwoningbijdrage wordt slechts toegekend als, tot zekerheid van de nakoming door de eigenaar-bewoner van de verplichtingen uit hetzij de hypothecaire lening hetzij een daaropvolgende lening of daaropvolgend krediet in rekening-courant ter financiering van het in eigendom verkrijgen van een woning met als zekerheid hypotheek op die woning, voor die lening of dat krediet een garantie is afgegeven door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen.
2. De af te geven garantie is de garantie, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2014-01-06&g=2014-01-06). De in dat artikellid bedoelde voorwaarden en normen voor die garantie zijn van toepassing, tenzij deze wet anders bepaalt.
2. De af te geven garantie is de garantie, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2015-01-01&g=2015-01-01). De in dat artikellid bedoelde voorwaarden en normen voor die garantie zijn van toepassing, tenzij deze wet anders bepaalt.
#### § 3. Eisen die slechts gelden voor primaire toekenningen
@@ -168,7 +168,7 @@
##### Artikel 13. Latere inschrijving basisregistratie personen/bewoning
1. Op een primaire toekenning is [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=7&z=2014-01-06&g=2014-01-06) niet van toepassing, voorzover de bewoning of de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is uitgesteld:
1. Op een primaire toekenning is [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=7&z=2015-01-01&g=2015-01-01) niet van toepassing, voorzover de bewoning of de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is uitgesteld:
- a. omdat een nieuwbouwwoning nog niet bewoonbaar is;
@@ -188,11 +188,11 @@
1. Voor een primaire toekenning is vereist dat:
- a. de koopsom van de woning niet hoger is dan € 174.925, en
- a. de koopsom van de woning niet hoger is dan € 177.975, en
- b. het bedrag van de hypothecaire lening niet hoger is dan het bedrag, genoemd onder a, vermeerderd met 8 procent.
2. Het in het eerste lid, onder a, genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2014-01-06&g=2014-01-06).
2. Het in het eerste lid, onder a, genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
##### Artikel 16. Differentiatie op basis van regionale woningmarkt
@@ -234,9 +234,9 @@
1. Onze Minister kan ambtshalve of op verzoek van de eigenaar-bewoner, als in een bepaald geval de onverkorte toepassing van de desbetreffende bepalingen, gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden:
- a. bij de toepassing van de [artikelen 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2014-01-06&g=2014-01-06), en [4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2014-01-06&g=2014-01-06), een persoon als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2014-01-06&g=2014-01-06), buiten beschouwing laten;
- b. bij de toepassing van [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2014-01-06&g=2014-01-06), bepaalde inkomsten of vermogensbestanddelen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten.
- a. bij de toepassing van de [artikelen 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en [4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2015-01-01&g=2015-01-01), een persoon als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2015-01-01&g=2015-01-01), buiten beschouwing laten;
- b. bij de toepassing van [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2015-01-01&g=2015-01-01), bepaalde inkomsten of vermogensbestanddelen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten.
2. Een daling van het inkomen, of een daling van het vermogen na het peiljaar, kan niet leiden tot toepassing van het eerste lid.
@@ -250,7 +250,7 @@
- c. die woning blijft bewonen.
2. Bij een verlies van de eigendom van de woning als bedoeld in het eerste lid zonder dat daarvoor de eigendom van een andere woning in de plaats komt, en waarbij voorts niet wordt voldaan aan onderdeel a, b of c van dat lid, is [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=50&z=2014-01-06&g=2014-01-06), van toepassing.
2. Bij een verlies van de eigendom van de woning als bedoeld in het eerste lid zonder dat daarvoor de eigendom van een andere woning in de plaats komt, en waarbij voorts niet wordt voldaan aan onderdeel a, b of c van dat lid, is [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=50&z=2015-01-01&g=2015-01-01), van toepassing.
### Hoofdstuk 3. De hoogte van de eigenwoningbijdrage
@@ -272,7 +272,7 @@
- d. voor eenpersoonsouderenhuishoudens en tweepersoonsouderenhuishoudens, indien het toetsinkomen meer bedraagt dan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij [artikel 2.10, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.10), zoals dit luidt in het bijdragejaar: 0,16.
2. De in het eerste lid genoemde factoren kunnen worden gewijzigd overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2014-01-06&g=2014-01-06).
2. De in het eerste lid genoemde factoren kunnen worden gewijzigd overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
##### Artikel 28. Bepaling minimum-inkomensijkpunt
@@ -284,13 +284,13 @@
2. Bij ministeriële regeling wordt een opslagpercentage vastgesteld. Dat percentage wordt:
- a. bij toetsinkomens van € 33.350 of meer zodanig vastgesteld dat met gebruikmaking daarvan een hypothecaire lening in de vorm van een annuïteitenhypotheek kan worden afgesloten ter hoogte van het bedrag, bedoeld in [artikel 15, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2014-01-06&g=2014-01-06), dan wel
- b. bij toetsinkomens van minder dan € 33.350 zodanig vastgesteld dat dit percentage overeenkomt met het ingevolge onderdeel a vastgestelde percentage dat geldt bij een toetsinkomen van € 33.350.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde percentages kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd als daartoe aanleiding bestaat als gevolg van de ontwikkeling van het rentetarief, bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=26&z=2014-01-06&g=2014-01-06).
4. Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2014-01-06&g=2014-01-06).
- a. bij toetsinkomens van € 34.175 of meer zodanig vastgesteld dat met gebruikmaking daarvan een hypothecaire lening in de vorm van een annuïteitenhypotheek kan worden afgesloten ter hoogte van het bedrag, bedoeld in [artikel 15, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2015-01-01&g=2015-01-01), dan wel
- b. bij toetsinkomens van minder dan € 34.175 zodanig vastgesteld dat dit percentage overeenkomt met het ingevolge onderdeel a vastgestelde percentage dat geldt bij een toetsinkomen van € 34.175.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde percentages kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd als daartoe aanleiding bestaat als gevolg van de ontwikkeling van het rentetarief, bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=26&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
4. Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
5. Met het oog op de uitvoering van het eerste en tweede lid worden bij ministeriële regeling de toetsinkomens in inkomensklassen verdeeld, waarbij de toetsrente, de maximale hypothecaire lening, de daarbij behorende financieringslastnorm en het daarbij behorende percentage, bedoeld in het tweede lid, worden vermeld.
@@ -300,7 +300,7 @@
##### Artikel 30. Berekening hoogte ewb
1. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2014-01-06&g=2014-01-06), bestaat uit een maandelijkse tegemoetkoming in de financieringslast.
1. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2015-01-01&g=2015-01-01), bestaat uit een maandelijkse tegemoetkoming in de financieringslast.
2. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt de uitkomst van de formule:
@@ -308,13 +308,13 @@
H: het bedrag van het toetsinkomen;
Rx: de uitkomst van de berekening van de financieringslast die uit de hypothecaire lening volgt bij toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2014-01-06&g=2014-01-06), uitgedrukt in een percentage;
Ro: het percentage, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2014-01-06&g=2014-01-06);
f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=27&z=2014-01-06&g=2014-01-06), die geldt op de peildatum.
3. Er wordt slechts een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2014-01-06&g=2014-01-06), toegekend als de uitkomst van de formule, bedoeld in het tweede lid, een positief bedrag is en het verschil tussen Rx en Ro als bedoeld in het tweede lid niet groter is dan het opslagpercentage.
Rx: de uitkomst van de berekening van de financieringslast die uit de hypothecaire lening volgt bij toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2015-01-01&g=2015-01-01), uitgedrukt in een percentage;
Ro: het percentage, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2015-01-01&g=2015-01-01);
f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=27&z=2015-01-01&g=2015-01-01), die geldt op de peildatum.
3. Er wordt slechts een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2015-01-01&g=2015-01-01), toegekend als de uitkomst van de formule, bedoeld in het tweede lid, een positief bedrag is en het verschil tussen Rx en Ro als bedoeld in het tweede lid niet groter is dan het opslagpercentage.
4. De overeenkomstig het tweede lid berekende tegemoetkoming wordt naar boven afgerond op hele eurocenten.
@@ -356,27 +356,27 @@
##### Artikel 39. Vereisten voor ewb na 15 jaar
1. Bij ministeriële regeling kan een rentevaste periode worden bepaald, waarvoor de lening of het krediet in rekening-courant ter financiering van het in eigendom verkrijgen van een woning met als zekerheid hypotheek op die woning dient te zijn afgesloten, om in aanmerking te komen voor een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2014-01-06&g=2014-01-06).
2. Op een toekenning van een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2014-01-06&g=2014-01-06), zijn de [artikelen 6, derde, vierde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2014-01-06&g=2014-01-06), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=7&z=2014-01-06&g=2014-01-06), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2014-01-06&g=2014-01-06), [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2014-01-06&g=2014-01-06), [24 tot en met 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=24&z=2014-01-06&g=2014-01-06) en [29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2014-01-06&g=2014-01-06) van overeenkomstige toepassing.
1. Bij ministeriële regeling kan een rentevaste periode worden bepaald, waarvoor de lening of het krediet in rekening-courant ter financiering van het in eigendom verkrijgen van een woning met als zekerheid hypotheek op die woning dient te zijn afgesloten, om in aanmerking te komen voor een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
2. Op een toekenning van een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2015-01-01&g=2015-01-01), zijn de [artikelen 6, derde, vierde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=7&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [24 tot en met 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=24&z=2015-01-01&g=2015-01-01) en [29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2015-01-01&g=2015-01-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 40. Berekening hoogte van de ewb na 15 jaar
1. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2014-01-06&g=2014-01-06), bestaat uit:
1. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2015-01-01&g=2015-01-01), bestaat uit:
- a. een maandelijkse tegemoetkoming in de financieringslast, en
- b. een tegemoetkoming in verband met het financieel risico voor de eigenaar-bewoner bij een stijging van het percentage, bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=26&z=2014-01-06&g=2014-01-06).
2. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt berekend met gebruikmaking van de formule, bedoeld in [artikel 30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2014-01-06&g=2014-01-06), met dien verstande dat in die formule wordt verstaan onder:
- b. een tegemoetkoming in verband met het financieel risico voor de eigenaar-bewoner bij een stijging van het percentage, bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=26&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
2. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt berekend met gebruikmaking van de formule, bedoeld in [artikel 30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2015-01-01&g=2015-01-01), met dien verstande dat in die formule wordt verstaan onder:
H: het bedrag van het toetsinkomen op de peildatum, gewijzigd met de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens), zoals die naar redelijke verwachting zal plaatsvinden;
Rx: de uitkomst van de berekening van de op de peildatum geldende financieringslast die uit de hypothecaire lening volgt bij toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2014-01-06&g=2014-01-06), uitgedrukt in een percentage;
Ro: het percentage, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2014-01-06&g=2014-01-06), dat geldt op de peildatum.
3. Er wordt slechts een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2014-01-06&g=2014-01-06), toegekend als de uitkomst van de formule, bedoeld in het tweede lid, voor het 16e bijdragejaar een positief bedrag is en het verschil tussen Rx en Ro als bedoeld in het tweede lid niet groter is dan het opslagpercentage.
Rx: de uitkomst van de berekening van de op de peildatum geldende financieringslast die uit de hypothecaire lening volgt bij toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2015-01-01&g=2015-01-01), uitgedrukt in een percentage;
Ro: het percentage, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2015-01-01&g=2015-01-01), dat geldt op de peildatum.
3. Er wordt slechts een eigenwoningbijdrage als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2015-01-01&g=2015-01-01), toegekend als de uitkomst van de formule, bedoeld in het tweede lid, voor het 16e bijdragejaar een positief bedrag is en het verschil tussen Rx en Ro als bedoeld in het tweede lid niet groter is dan het opslagpercentage.
4. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, onder b, bedraagt de uitkomst van de formule:
@@ -384,13 +384,13 @@
H: het bedrag van het toetsinkomen dat geldt op de peildatum;
Rx: de uitkomst van de berekening van de op de peildatum geldende financieringslast die uit de hypothecaire lening volgt bij toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2014-01-06&g=2014-01-06), uitgedrukt in een percentage;
Ro: het percentage, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2014-01-06&g=2014-01-06);
f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=27&z=2014-01-06&g=2014-01-06), die geldt op de peildatum.
5. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2014-01-06&g=2014-01-06), is de helft van de netto contante waarde van de bedragen die overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid zijn berekend over die bijdragejaren met betrekking tot welke de uitkomst van de formule, bedoeld in het tweede lid, een positief bedrag is.
Rx: de uitkomst van de berekening van de op de peildatum geldende financieringslast die uit de hypothecaire lening volgt bij toepassing van de voorwaarden en normen, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2015-01-01&g=2015-01-01), uitgedrukt in een percentage;
Ro: het percentage, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2015-01-01&g=2015-01-01);
f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=27&z=2015-01-01&g=2015-01-01), die geldt op de peildatum.
5. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2015-01-01&g=2015-01-01), is de helft van de netto contante waarde van de bedragen die overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid zijn berekend over die bijdragejaren met betrekking tot welke de uitkomst van de formule, bedoeld in het tweede lid, een positief bedrag is.
6. De volgens het vijfde lid toe te kennen eigenwoningbijdrage wordt naar boven afgerond op hele eurocenten.
@@ -398,11 +398,11 @@
##### Artikel 41. Wijziging
1. Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 januari, het bedrag, genoemd in [artikel 15, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2014-01-06&g=2014-01-06) (maximale koopsom), gewijzigd met de ontwikkeling van het prijsindexcijfer voor de bouwkosten.
2. Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 januari, het bedrag, genoemd in [artikel 29, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2014-01-06&g=2014-01-06), gewijzigd met de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het jaar voorafgaand aan het peiljaar, als in januari van dat peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt.
3. Bij ministeriële regeling kunnen de factoren, bedoeld in [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=27&z=2014-01-06&g=2014-01-06) (fiscaal effect), worden gewijzigd als daartoe aanleiding bestaat vanwege wijziging van de belastingwetgeving.
1. Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 januari, het bedrag, genoemd in [artikel 15, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2015-01-01&g=2015-01-01) (maximale koopsom), gewijzigd met de ontwikkeling van het prijsindexcijfer voor de bouwkosten.
2. Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 januari, het bedrag, genoemd in [artikel 29, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2015-01-01&g=2015-01-01), gewijzigd met de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het jaar voorafgaand aan het peiljaar, als in januari van dat peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt.
3. Bij ministeriële regeling kunnen de factoren, bedoeld in [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=27&z=2015-01-01&g=2015-01-01) (fiscaal effect), worden gewijzigd als daartoe aanleiding bestaat vanwege wijziging van de belastingwetgeving.
4. De bedragen en de factoren worden als volgt afgerond:
@@ -426,29 +426,29 @@
- a. dat de op het aanvraagformulier vermelde, hem betreffende, gegevens inzake het inkomen juist zijn, en
- b. dat ermee wordt ingestemd dat de inspecteur der rijksbelastingen of Onze Minister terzake van deze gegevens inlichtingen inwint bij, en informatie verschaft aan, de eigenaar-bewoner, zo daartoe bij de toepassing van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2014-01-06&g=2014-01-06), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2014-01-06&g=2014-01-06), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2014-01-06&g=2014-01-06) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2014-01-06&g=2014-01-06) aanleiding mocht zijn.
- b. dat ermee wordt ingestemd dat de inspecteur der rijksbelastingen of Onze Minister terzake van deze gegevens inlichtingen inwint bij, en informatie verschaft aan, de eigenaar-bewoner, zo daartoe bij de toepassing van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2015-01-01&g=2015-01-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2015-01-01&g=2015-01-01) aanleiding mocht zijn.
4. De aanvraag voor een toekenning dient ten minste te vermelden:
- a. het huishouden, bedoeld in [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2014-01-06&g=2014-01-06);
- b. het toetsinkomen, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2014-01-06&g=2014-01-06);
- c. het toetsvermogen, bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2014-01-06&g=2014-01-06).
- a. het huishouden, bedoeld in [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=2&z=2015-01-01&g=2015-01-01);
- b. het toetsinkomen, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2015-01-01&g=2015-01-01);
- c. het toetsvermogen, bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=4&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
5. Bij de aanvraag voor een primaire toekenning worden ten minste afschriften van de navolgende stukken gevoegd:
- a. de koopovereenkomst;
- b. de offerte, bedoeld in het eerste lid, waarin is aangegeven dat de hypothecaire lening wordt verstrekt onder de garantie, bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=10&z=2014-01-06&g=2014-01-06);
- c. de gegevens betreffende het toetsinkomen in de zin van de voorwaarden en normen, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2014-01-06&g=2014-01-06).
- b. de offerte, bedoeld in het eerste lid, waarin is aangegeven dat de hypothecaire lening wordt verstrekt onder de garantie, bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=10&z=2015-01-01&g=2015-01-01);
- c. de gegevens betreffende het toetsinkomen in de zin van de voorwaarden en normen, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=1¶graaf=2&artikel=3&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
6. Bij de aanvraag voor een andere toekenning dan een primaire worden ten minste de gegevens, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, gevoegd.
7. De aanvraag wordt ingediend bij Onze Minister, bij een aanvraag voor een primaire toekenning mogelijk door tussenkomst van de financier, de personen of de instanties, bedoeld in het eerste lid. Onze Minister stelt die financier, de personen of de instanties terstond in kennis van de ontvangst van de aanvraag.
8. Een verzoek als bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=24&z=2014-01-06&g=2014-01-06) maakt deel uit van de aanvraag, bedoeld in dit artikel.
8. Een verzoek als bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=24&z=2015-01-01&g=2015-01-01) maakt deel uit van de aanvraag, bedoeld in dit artikel.
##### Artikel 43. Beslistermijnen, aanvulling aanvraag voor een primaire toekenning
@@ -466,13 +466,13 @@
- b. een afschrift van de geldleningsovereenkomst.
4. Onze Minister stelt de financier, bedoeld in [artikel 42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2014-01-06&g=2014-01-06), terstond in kennis van een beslissing als bedoeld in het derde lid en van de ontvangst van de stukken, bedoeld onder a en b van dat lid.
4. Onze Minister stelt de financier, bedoeld in [artikel 42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2015-01-01&g=2015-01-01), terstond in kennis van een beslissing als bedoeld in het derde lid en van de ontvangst van de stukken, bedoeld onder a en b van dat lid.
##### Artikel 44. Uitbetaling
1. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2014-01-06&g=2014-01-06), wordt steeds over een tijdvak van een maand uitbetaald, direct na afloop van dat tijdvak. De eerste uitbetaling vindt plaats over de eerste kalendermaand van het vijfjaarstijdvak. Uitbetaling geschiedt doordat Onze Minister de eigenwoningbijdrage uitbetaalt aan de eigenaar-bewoner. Met de uitbetaling over het eerste vijfjaarstijdvak wordt niet begonnen, zolang Onze Minister de bescheiden, genoemd in [artikel 43, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=43&z=2014-01-06&g=2014-01-06), niet heeft ontvangen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop zodanige uitbetaling plaatsvindt.
2. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2014-01-06&g=2014-01-06), wordt ineens uitbetaald aan de financier, bedoeld in [artikel 42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2014-01-06&g=2014-01-06), in de maand die volgt op de maand waarin de laatste betaling volgens het eerste lid is geschied. Onze Minister stelt de eigenaar-bewoner hiervan schriftelijk in kennis.
1. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2015-01-01&g=2015-01-01), wordt steeds over een tijdvak van een maand uitbetaald, direct na afloop van dat tijdvak. De eerste uitbetaling vindt plaats over de eerste kalendermaand van het vijfjaarstijdvak. Uitbetaling geschiedt doordat Onze Minister de eigenwoningbijdrage uitbetaalt aan de eigenaar-bewoner. Met de uitbetaling over het eerste vijfjaarstijdvak wordt niet begonnen, zolang Onze Minister de bescheiden, genoemd in [artikel 43, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=43&z=2015-01-01&g=2015-01-01), niet heeft ontvangen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop zodanige uitbetaling plaatsvindt.
2. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=6&z=2015-01-01&g=2015-01-01), wordt ineens uitbetaald aan de financier, bedoeld in [artikel 42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2015-01-01&g=2015-01-01), in de maand die volgt op de maand waarin de laatste betaling volgens het eerste lid is geschied. Onze Minister stelt de eigenaar-bewoner hiervan schriftelijk in kennis.
##### Artikel 45. Beschikken over bijdrage
@@ -490,7 +490,7 @@
##### Artikel 47. Informatieplicht financier
1. De financier, bedoeld in [artikel 42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2014-01-06&g=2014-01-06), is verplicht aan Onze Minister op diens verzoek onmiddellijk inlichtingen met betrekking tot de hypothecaire lening te verstrekken waarover hij redelijkerwijs kan beschikken, en die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de vaststelling van het recht op en de hoogte van de eigenwoningbijdrage.
1. De financier, bedoeld in [artikel 42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=42&z=2015-01-01&g=2015-01-01), is verplicht aan Onze Minister op diens verzoek onmiddellijk inlichtingen met betrekking tot de hypothecaire lening te verstrekken waarover hij redelijkerwijs kan beschikken, en die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de vaststelling van het recht op en de hoogte van de eigenwoningbijdrage.
2. Onze Minister stelt de eigenaar-bewoner in kennis van elke gegevensverstrekking als bedoeld in het eerste lid.
@@ -510,23 +510,23 @@
- b. als de toekenning heeft plaatsgevonden in afwijking van deze wet of de daarop berustende bepalingen, of
- c. als [artikel 43, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=43&z=2014-01-06&g=2014-01-06), of [46, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=46&z=2014-01-06&g=2014-01-06), niet wordt nageleefd.
- c. als [artikel 43, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=43&z=2015-01-01&g=2015-01-01), of [46, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=46&z=2015-01-01&g=2015-01-01), niet wordt nageleefd.
2. Aan een besluit als bedoeld in het eerste lid kan terugwerkende kracht worden verleend over ten hoogste vijf bijdragejaren, voorafgaande aan het lopende bijdragejaar:
- a. als gegevens die zijn verstrekt door degene die behoort tot het huishouden van de eigenaar-bewoner zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn geweest, dat een ander besluit zou zijn genomen indien de juiste of volledige gegevens bij Onze Minister bekend zouden zijn geweest;
- b. als [artikel 43, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=43&z=2014-01-06&g=2014-01-06), of [46, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=46&z=2014-01-06&g=2014-01-06), niet wordt nageleefd, of
- b. als [artikel 43, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=7&artikel=43&z=2015-01-01&g=2015-01-01), of [46, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=46&z=2015-01-01&g=2015-01-01), niet wordt nageleefd, of
- c. als de eigenaar-bewoner redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de eigenwoningbijdrage ten onrechte of tot een te hoog bedrag is toegekend.
3. Als het eerste lid toepassing vindt, is Onze Minister bevoegd tot terugvordering van de ten onrechte of teveel uitbetaalde eigenwoningbijdrage van de eigenaar-bewoner, of tot verrekening van die eigenwoningbijdrage met aanspraken op eigenwoningbijdragen van de eigenaar-bewoner.
4. Onze Minister kan, als de herziening haar grond vindt in het feit dat het aanvraagformulier niet naar waarheid is ingevuld, dan wel [artikel 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=46&z=2014-01-06&g=2014-01-06) niet is nageleefd, het terug te vorderen bedrag verhogen met 25 procent, met dien verstande dat deze verhoging niet meer mag bedragen dan € 225 per bijdragejaar, waarover ten onrechte een eigenwoningbijdrage werd genoten. De verhoging kan worden betrokken bij een verrekening als bedoeld in het derde lid.
4. Onze Minister kan, als de herziening haar grond vindt in het feit dat het aanvraagformulier niet naar waarheid is ingevuld, dan wel [artikel 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=46&z=2015-01-01&g=2015-01-01) niet is nageleefd, het terug te vorderen bedrag verhogen met 25 procent, met dien verstande dat deze verhoging niet meer mag bedragen dan € 225 per bijdragejaar, waarover ten onrechte een eigenwoningbijdrage werd genoten. De verhoging kan worden betrokken bij een verrekening als bedoeld in het derde lid.
##### Artikel 51. Invorderen
1. Een bedrag als bedoeld in [artikel 50, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=50&z=2014-01-06&g=2014-01-06), wordt ingevorderd door Onze Minister.
1. Een bedrag als bedoeld in [artikel 50, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=8&artikel=50&z=2015-01-01&g=2015-01-01), wordt ingevorderd door Onze Minister.
2. Als de eigenaar-bewoner in gebreke blijft, kan de invordering van het verschuldigde bedrag, vermeerderd met de kosten van invordering, geschieden bij dwangbevel.
@@ -612,9 +612,9 @@
2. Met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze wet worden, als die dag 1 juli 2000 of een latere datum is, gewijzigd:
- a. de bedragen, genoemd in de [artikelen 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=8&z=2014-01-06&g=2014-01-06), en [9, eerste lid, onderdelen a, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2014-01-06&g=2014-01-06): overeenkomstig de wijzigingen die op 1 juli 2000 en nadien hebben plaatsgevonden of plaatsvinden ingevolge [artikel 27 van de Huursubsidiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008659&artikel=27), en
- b. de bedragen, genoemd in de [artikelen 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2014-01-06&g=2014-01-06), [29, eerste lid, formule](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2014-01-06&g=2014-01-06), en [31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=31&z=2014-01-06&g=2014-01-06): overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2014-01-06&g=2014-01-06), met als uitgangspunt dat de laatste wijziging daarvan per 1 januari 2000 heeft plaatsgevonden.
- a. de bedragen, genoemd in de [artikelen 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=8&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en [9, eerste lid, onderdelen a, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=9&z=2015-01-01&g=2015-01-01): overeenkomstig de wijzigingen die op 1 juli 2000 en nadien hebben plaatsgevonden of plaatsvinden ingevolge [artikel 27 van de Huursubsidiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008659&artikel=27), en
- b. de bedragen, genoemd in de [artikelen 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [29, eerste lid, formule](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en [31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=3&artikel=31&z=2015-01-01&g=2015-01-01): overeenkomstig [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=6&artikel=41&z=2015-01-01&g=2015-01-01), met als uitgangspunt dat de laatste wijziging daarvan per 1 januari 2000 heeft plaatsgevonden.
##### Artikel 66. Citeertitel
@@ -624,7 +624,7 @@
##### Artikel 23a. Vereisten voor ewb na 10 jaar
Op een toekenning van een eigenwoningbijdrage na het tweede vijfjaarstijdvak is [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2014-01-06&g=2014-01-06) van overeenkomstige toepassing.
Op een toekenning van een eigenwoningbijdrage na het tweede vijfjaarstijdvak is [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&hoofdstuk=2¶graaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2015-01-01&g=2015-01-01) van overeenkomstige toepassing.
#### § 4. Hardheid, overgang ewb bij verlies eigendom
2014-01-06
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 25, 39, 47, 23
2014-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 7
2013-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 7
2012-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 7
2011-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 7
2010-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 7
2009-07-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 7
2009-03-25
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 7, 51
2009-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 7, 51
2008-09-02
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 7, 51
2008-06-13
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 7, 51
2007-07-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 7, 51
2007-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit
2006-07-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 1, 5, 7 y 8 más
2006-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 33
2005-12-29
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 33
2005-12-28
Wet bevordering eigenwoningbezit — art. 33
2005-07-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 33, 33, 48 y 3 más
2004-07-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 33, 33, 48 y 3 más
2004-03-26
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 33, 33, 48 y 3 más
2004-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 33, 33, 33 y 6 más
2003-07-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 33, 33, 33 y 6 más
2003-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 33, 33, 33 y 6 más
2002-07-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 33, 33, 33 y 6 más
2002-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit — arts. 1, 3, 4 y 8 más
2002-01-01
Wet bevordering eigenwoningbezit
original version
Tekst op deze datum