Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 14 december 2000, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet personenvervoer 2000 (Besluit personenvervoer 2000)

54 versions · 2025-07-01
2025-07-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 1, 2
2024-01-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 1, 2
2022-01-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 15, 19, 29 y 9 más
2021-01-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 15, 19, 29 y 9 más
2019-10-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 1, 1
2019-06-16
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 15, 19, 29 y 9 más
2019-01-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 15, 19, 29 y 9 más
2018-07-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 15, 19, 29 y 9 más
2018-01-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 15, 19, 29 y 9 más
2017-04-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 15, 19, 29 y 9 más
2016-04-20
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 15, 19, 29 y 9 más
2016-02-02
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 15, 19, 29 y 9 más
2016-01-18
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 15, 15, 19 y 21 más
2015-06-20
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 15, 19, 29 y 9 más
2015-01-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 15, 19, 29 y 9 más
2014-01-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 15, 19, 29 y 9 más
2013-06-29
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 1, 1
2013-01-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 15, 19, 29 y 9 más
2012-07-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 15, 19, 29 y 10 más
2012-06-06
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 5, 15, 19 y 11 más
2011-12-03
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 5, 15, 19 y 12 más
2011-10-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 1, 1
2011-07-15
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 5, 15, 19 y 13 más
2011-07-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 1, 2
2011-06-18
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 5, 15, 19 y 13 más
2011-01-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 5, 15, 19 y 13 más
2010-07-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 5, 15, 19 y 13 más
2010-02-04
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 5, 15, 19 y 16 más
2010-02-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 5, 15, 19 y 16 más
2010-01-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 1, 1
2009-05-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 15 y 19 más
2009-04-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 15 y 20 más
2008-07-04
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 15 y 20 más
2007-04-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 15 y 20 más
2007-01-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 15 y 20 más
2006-12-21
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 1, 1

Wijzigingen op 2006-12-21

@@ -72,7 +72,7 @@
##### Artikel 4
1. De [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=9), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=12), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=13) en [14, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=14) en de [artikelen 21 tot en met 30 van dit besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=21&z=2006-12-08&g=2006-12-08) zijn niet van toepassing op besloten busvervoer dat wordt verricht als nevenactiviteit ten behoeve van een hoofdactiviteit die niet bestaat uit het vervoer van personen dan wel dat niet commercieel van aard is, en dat een geringe weerslag heeft op de vervoersmarkt.
1. De [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=9), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=12), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=13) en [14, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=14) en de [artikelen 21 tot en met 30 van dit besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=21&z=2006-12-21&g=2006-12-21) zijn niet van toepassing op besloten busvervoer dat wordt verricht als nevenactiviteit ten behoeve van een hoofdactiviteit die niet bestaat uit het vervoer van personen dan wel dat niet commercieel van aard is, en dat een geringe weerslag heeft op de vervoersmarkt.
2. Onder besloten busvervoer als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval begrepen busvervoer dat voor eigen rekening en risico wordt verricht:
@@ -82,11 +82,11 @@
##### Artikel 5
De [artikelen 41 tot en met 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=41&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [45, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=45&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=46&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [47, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=47&z=2006-12-08&g=2006-12-08), en [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=50&z=2006-12-08&g=2006-12-08) zijn niet van toepassing op openbaar vervoer per trein.
De [artikelen 41 tot en met 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=41&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [45, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=45&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=46&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [47, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=47&z=2006-12-21&g=2006-12-21), en [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=50&z=2006-12-21&g=2006-12-21) zijn niet van toepassing op openbaar vervoer per trein.
##### Artikel 6
1. De [artikelen 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=4), [5 tot en met 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=5), [11 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=11), [70 tot en met 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=70), [87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=87), [88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=88), [89 tot en met 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=89), [97 tot en met 99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=97), [101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=101) en [103 tot en met 106 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=103) en de [artikelen 12 tot en met 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=12&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=26&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [28 tot en met 30, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=28&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&z=2006-12-08&g=2006-12-08) met uitzondering van de [artikelen 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=41&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=42&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=43&z=2006-12-08&g=2006-12-08) en [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=50&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [hoofdstuk 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&z=2006-12-08&g=2006-12-08) met uitzondering van de [artikelen 73](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=73&z=2006-12-08&g=2006-12-08) en [74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=74&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=9&artikel=118&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=120&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [121](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=121&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [124](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=124&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=126&z=2006-12-08&g=2006-12-08) en [127, eerste lid, onderdelen d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=127&z=2006-12-08&g=2006-12-08) van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op voor een ieder openstaand personenvervoer per auto dat niet volgens een dienstregeling wordt verricht:
1. De [artikelen 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=4), [5 tot en met 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=5), [11 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=11), [70 tot en met 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=70), [87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=87), [88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=88), [89 tot en met 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=89), [97 tot en met 99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=97), [101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=101) en [103 tot en met 106 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=103) en de [artikelen 12 tot en met 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=12&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=26&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [28 tot en met 30, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=28&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&z=2006-12-21&g=2006-12-21) met uitzondering van de [artikelen 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=41&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=42&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=43&z=2006-12-21&g=2006-12-21) en [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=50&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [hoofdstuk 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&z=2006-12-21&g=2006-12-21) met uitzondering van de [artikelen 73](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=73&z=2006-12-21&g=2006-12-21) en [74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=74&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=9&artikel=118&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=120&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [121](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=121&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [124](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=124&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=126&z=2006-12-21&g=2006-12-21) en [127, eerste lid, onderdelen d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=127&z=2006-12-21&g=2006-12-21) van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op voor een ieder openstaand personenvervoer per auto dat niet volgens een dienstregeling wordt verricht:
- a. krachtens een door een bestuursorgaan als bedoeld in [artikel 20 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20), met een vervoerder gesloten overeenkomst, welke tot stand is gekomen na een aanbestedingsprocedure krachtens de [Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005937) voor het plaatsen van opdrachten voor dienstverlening,
@@ -94,7 +94,7 @@
- c. in de plaats van een opgeheven of in aanvulling op een bestaande openbaar vervoervoorziening.
2. De [artikelen 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=27), [28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=28), [31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=31), [32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=32) en [44 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=44) en de [artikelen 31 tot en met 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=3&paragraaf=1&artikel=31&z=2006-12-08&g=2006-12-08) van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op vervoer als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat wordt gelezen voor:
2. De [artikelen 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=27), [28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=28), [31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=31), [32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=32) en [44 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=44) en de [artikelen 31 tot en met 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=3&paragraaf=1&artikel=31&z=2006-12-21&g=2006-12-21) van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op vervoer als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat wordt gelezen voor:
- a. concessie: in artikel 6, eerste lid, van het besluit bedoelde overeenkomst;
@@ -110,13 +110,13 @@
##### Artikel 7
1. De [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=12), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=13), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=14), [70 tot en met 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=70), [87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=87), [88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=88), [89 tot en met 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=89), [97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=97), [98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=98), [101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=101), [102](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=102), [105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=105) en [106 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=106), en de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=1&paragraaf=3&artikel=10&z=2006-12-08&g=2006-12-08) en [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=1&paragraaf=3&artikel=11&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&z=2006-12-08&g=2006-12-08) met uitzondering van de [artikelen 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=41&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=42&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=43&z=2006-12-08&g=2006-12-08) en [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=50&z=2006-12-08&g=2006-12-08), van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling per passagiersschip dat wordt verricht:
1. De [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=12), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=13), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=14), [70 tot en met 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=70), [87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=87), [88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=88), [89 tot en met 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=89), [97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=97), [98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=98), [101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=101), [102](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=102), [105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=105) en [106 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=106), en de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=1&paragraaf=3&artikel=10&z=2006-12-21&g=2006-12-21) en [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=1&paragraaf=3&artikel=11&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&z=2006-12-21&g=2006-12-21) met uitzondering van de [artikelen 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=41&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=42&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=43&z=2006-12-21&g=2006-12-21) en [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=50&z=2006-12-21&g=2006-12-21), van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling per passagiersschip dat wordt verricht:
- a. krachtens een door een bestuursorgaan als bedoeld in [artikel 20 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) met een vervoerder gesloten overeenkomst voor ten hoogste zes jaar of voor een langere duur, voor zover Onze Minister met die duur heeft ingestemd op grond van aanzienlijke investeringen door de vervoerder in voor het te verrichten vervoer noodzakelijke materieel, en
- b. waarbij de overeenkomst tot stand is gekomen na een procedure van aanbesteding voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening krachtens de [Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005937) voor het plaatsen van opdrachten voor dienstverlening.
2. De [artikelen 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=27), [28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=28), [31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=31), [32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=32) en [44 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=44) en de [artikelen 31 tot en met 34 van dit besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=3&paragraaf=1&artikel=31&z=2006-12-08&g=2006-12-08) zijn van overeenkomstige toepassing op vervoer als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat wordt gelezen voor:
2. De [artikelen 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=27), [28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=28), [31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=31), [32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=32) en [44 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=44) en de [artikelen 31 tot en met 34 van dit besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=3&paragraaf=1&artikel=31&z=2006-12-21&g=2006-12-21) zijn van overeenkomstige toepassing op vervoer als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat wordt gelezen voor:
- a. concessie: in artikel 7, eerste lid, van het besluit bedoelde overeenkomst;
@@ -138,7 +138,7 @@
##### Artikel 8
In afwijking van [artikel 2, aanhef en onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=2&z=2006-12-08&g=2006-12-08), zijn de [artikelen 73](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=73), [74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=74), [87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=87), [88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=88), [89 tot en met 91](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=89), [93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=93), [97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=97), [98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=98),[105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=105) en [106 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=106) en de [artikelen 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=3&artikel=52&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=3&artikel=53&z=2006-12-08&g=2006-12-08), van dit besluit van overeenkomstige toepassing op door of vanwege de werkgever verzorgd vervoer van werknemers:
In afwijking van [artikel 2, aanhef en onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=2&z=2006-12-21&g=2006-12-21), zijn de [artikelen 73](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=73), [74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=74), [87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=87), [88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=88), [89 tot en met 91](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=89), [93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=93), [97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=97), [98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=98),[105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=105) en [106 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=106) en de [artikelen 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=3&artikel=52&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=3&artikel=53&z=2006-12-21&g=2006-12-21), van dit besluit van overeenkomstige toepassing op door of vanwege de werkgever verzorgd vervoer van werknemers:
- a. naar en van de werkplek, voorafgaand aan onderscheidenlijk na afloop van de werkzaamheden,
@@ -168,7 +168,7 @@
- e. de door de vervoerder gehanteerde tarieven en de daarbij behorende zone-indeling.
2. Een vervoerder die vervoer verricht als bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=6&z=2006-12-08&g=2006-12-08), verstrekt aan de exploitant van een reisinformatiesysteem op diens verzoek ten minste gegevens inzake:
2. Een vervoerder die vervoer verricht als bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=6&z=2006-12-21&g=2006-12-21), verstrekt aan de exploitant van een reisinformatiesysteem op diens verzoek ten minste gegevens inzake:
- a. het gebied waarbinnen en de tijdstippen waartussen vervoer wordt verricht;
@@ -236,11 +236,11 @@
##### Artikel 15
1. Onverminderd [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=14&z=2006-12-08&g=2006-12-08) worden in de vergunning vermeld:
1. Onverminderd [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=14&z=2006-12-21&g=2006-12-21) worden in de vergunning vermeld:
- a. het vervoer waarvoor de vergunning is verleend en
- b. het adres van de vervoerder aan wie de vergunning is verleend of, indien [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=14&z=2006-12-08&g=2006-12-08), toepassing heeft gevonden, de adressen van de natuurlijke personen, bedoeld in dat artikel, dan wel het gezamenlijk adres van deze personen.
- b. het adres van de vervoerder aan wie de vergunning is verleend of, indien [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=14&z=2006-12-21&g=2006-12-21), toepassing heeft gevonden, de adressen van de natuurlijke personen, bedoeld in dat artikel, dan wel het gezamenlijk adres van deze personen.
2. In de vergunning worden, voor zover van toepassing, de voorschriften vermeld die aan de vergunning zijn verbonden en de beperkingen waaronder de vergunning is verleend.
@@ -274,9 +274,9 @@
2. Op het vergunningbewijs worden voorts voor zover van toepassing vermeld:
- a. de naam van de personen, bedoeld in [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=14&z=2006-12-08&g=2006-12-08), dan wel de naam waaronder zij gezamenlijk als vervoerder optreden,
- b. de adressen van de personen, bedoeld in [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=14&z=2006-12-08&g=2006-12-08), dan wel het gezamenlijk adres van deze personen,
- a. de naam van de personen, bedoeld in [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=14&z=2006-12-21&g=2006-12-21), dan wel de naam waaronder zij gezamenlijk als vervoerder optreden,
- b. de adressen van de personen, bedoeld in [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=14&z=2006-12-21&g=2006-12-21), dan wel het gezamenlijk adres van deze personen,
- c. de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden en de beperkingen waaronder de vergunning is verleend voorzover van belang voor het toezicht op de rechtmatigheid van het verrichte vervoer, en
@@ -286,7 +286,7 @@
1. Een vergunningbewijs is niet geldig vanaf het tijdstip waarop de vergunning is ingetrokken, gedurende de periode waarin de op het vergunningbewijs vermelde gegevens niet overeenstemmen met de feitelijke situatie en gedurende de periode waarin een vergunning is geschorst.
2. Met uitzondering van de periode waarin een vergunning is geschorst en met uitzondering van het geval dat de geldigheidstermijn, bedoeld in [artikel 18, tweede lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=18&z=2006-12-08&g=2006-12-08), is verlopen, levert de vervoerder binnen vier weken na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, het vergunningbewijs in bij Onze Minister.
2. Met uitzondering van de periode waarin een vergunning is geschorst en met uitzondering van het geval dat de geldigheidstermijn, bedoeld in [artikel 18, tweede lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=18&z=2006-12-21&g=2006-12-21), is verlopen, levert de vervoerder binnen vier weken na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, het vergunningbewijs in bij Onze Minister.
##### Artikel 20
@@ -316,7 +316,7 @@
1. Aan de eis van betrouwbaarheid wordt niet of niet langer voldaan indien:
- a. een persoon als bedoeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=21&z=2006-12-08&g=2006-12-08) geen verklaring omtrent het gedrag overlegt,
- a. een persoon als bedoeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=21&z=2006-12-21&g=2006-12-21) geen verklaring omtrent het gedrag overlegt,
- b. de vervoerder of een persoon als bedoeld in artikel 21 in een aaneengesloten periode van vijf jaar, al dan niet met toepassing van [artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=51), onherroepelijk is veroordeeld wegens het, naar het oordeel van Onze Minister in ernstige mate, overtreden van:
@@ -328,13 +328,13 @@
- 4°. [artikel 2, eerste of tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2),
- 5°. de [artikelen 79](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=79&z=2006-12-08&g=2006-12-08) en [80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=80&z=2006-12-08&g=2006-12-08) of
- 5°. de [artikelen 79](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=79&z=2006-12-21&g=2006-12-21) en [80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=80&z=2006-12-21&g=2006-12-21) of
- 6°. [artikel 5.3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006746&artikel=5.3.15) of [5.1.1, eerste lid, onderdeel c, van het Voertuigreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006746&artikel=5.1.1).
- c. tegen de vervoerder binnen een aaneengesloten periode van vijf jaar onherroepelijk vonnis is gewezen wegens het, naar het oordeel van Onze Minister in ernstige mate, niet nakomen van verplichtingen die voortvloeien uit een door hem aangegane arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht tot het verrichten van arbeid.
2. Indien ingevolge [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=21&z=2006-12-08&g=2006-12-08) de plicht tot het voldoen aan de eis van betrouwbaarheid rust op verschillende personen, wordt niet langer aan deze plicht voldaan indien een van hen voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid.
2. Indien ingevolge [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=21&z=2006-12-21&g=2006-12-21) de plicht tot het voldoen aan de eis van betrouwbaarheid rust op verschillende personen, wordt niet langer aan deze plicht voldaan indien een van hen voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid.
3. Het verplaatsen van een leeg vervoermiddel wordt voor de toepassing van het eerste gelijkgesteld met het verrichten van personenvervoer.
@@ -398,13 +398,13 @@
##### Artikel 29
1. Indien de vervoerder door overlijden, wettelijke of lichamelijke onbekwaamheid van degene die op grond van [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=26&z=2006-12-08&g=2006-12-08) voldeed aan de eis van vakbekwaamheid in een onderneming, dienst of bedrijf van een gemeente, niet langer aan deze eis voldoet, kan Onze Minister, te rekenen vanaf dit moment, de belanghebbende die het vervoer wenst voort te zetten, onverminderd het vereiste van een vergunning, op verzoek voor ten hoogste een jaar ontheffing verlenen van deze eis in die onderneming of die dienst of dat bedrijf van een gemeente.
1. Indien de vervoerder door overlijden, wettelijke of lichamelijke onbekwaamheid van degene die op grond van [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=26&z=2006-12-21&g=2006-12-21) voldeed aan de eis van vakbekwaamheid in een onderneming, dienst of bedrijf van een gemeente, niet langer aan deze eis voldoet, kan Onze Minister, te rekenen vanaf dit moment, de belanghebbende die het vervoer wenst voort te zetten, onverminderd het vereiste van een vergunning, op verzoek voor ten hoogste een jaar ontheffing verlenen van deze eis in die onderneming of die dienst of dat bedrijf van een gemeente.
2. Onze Minister neemt een aanvraag om verlening van een ontheffing in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen.
3. De periode, bedoeld in het eerste lid, kan in bijzondere gevallen met maximaal zes maanden worden verlengd.
4. Indien de vervoerder door overlijden, wettelijke of lichamelijke onbekwaamheid van degene die op grond van [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=27&z=2006-12-08&g=2006-12-08) voldeed aan de eis van vakbekwaamheid in een onderneming, dienst of bedrijf van een gemeente, niet langer aan deze eis voldoet, kan Onze Minister, te rekenen vanaf dit moment, degene die beschikt over een praktische ervaring van ten minste drie jaar in de dagelijkse leiding van die onderneming, die dienst of dat bedrijf, in bijzondere gevallen op verzoek voor bepaalde tijd ontheffing verlenen van deze eis in die onderneming, die dienst of dat bedrijf.
4. Indien de vervoerder door overlijden, wettelijke of lichamelijke onbekwaamheid van degene die op grond van [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=27&z=2006-12-21&g=2006-12-21) voldeed aan de eis van vakbekwaamheid in een onderneming, dienst of bedrijf van een gemeente, niet langer aan deze eis voldoet, kan Onze Minister, te rekenen vanaf dit moment, degene die beschikt over een praktische ervaring van ten minste drie jaar in de dagelijkse leiding van die onderneming, die dienst of dat bedrijf, in bijzondere gevallen op verzoek voor bepaalde tijd ontheffing verlenen van deze eis in die onderneming, die dienst of dat bedrijf.
5. Aan de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kan het voorschrift worden verbonden dat de belanghebbende binnen de periode waarvoor een ontheffing geldt, alsnog zal voldoen aan de eis van vakbekwaamheid.
@@ -412,13 +412,13 @@
##### Artikel 30
1. De vervoerder die openbaar vervoer of besloten busvervoer verricht, overlegt elke vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop de vergunning is verleend, aan Onze Minister een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=22&z=2006-12-08&g=2006-12-08), en toont aan dat hij voldoet aan de eis van kredietwaardigheid als bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=25&z=2006-12-08&g=2006-12-08) en de eis van vakbekwaamheid als bedoeld in [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=27&z=2006-12-08&g=2006-12-08).
2. De vervoerder die taxivervoer verricht overlegt elke vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop de vergunning is verleend, aan Onze Minister een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=22&z=2006-12-08&g=2006-12-08), en toont aan dat hij voldoet aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=28&z=2006-12-08&g=2006-12-08).
1. De vervoerder die openbaar vervoer of besloten busvervoer verricht, overlegt elke vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop de vergunning is verleend, aan Onze Minister een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=22&z=2006-12-21&g=2006-12-21), en toont aan dat hij voldoet aan de eis van kredietwaardigheid als bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=25&z=2006-12-21&g=2006-12-21) en de eis van vakbekwaamheid als bedoeld in [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=27&z=2006-12-21&g=2006-12-21).
2. De vervoerder die taxivervoer verricht overlegt elke vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop de vergunning is verleend, aan Onze Minister een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=22&z=2006-12-21&g=2006-12-21), en toont aan dat hij voldoet aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=28&z=2006-12-21&g=2006-12-21).
3. Onze Minister kan de vervoerder, bedoeld in het eerste lid, ten hoogste een jaar uitstel verlenen ten behoeve van de vaststelling van het voldoen aan de eis van kredietwaardigheid indien de vervoerder heeft aangetoond dat het op grond van de algemene bedrijfseconomische situatie van zijn onderneming aannemelijk is dat hij voor afloop van het verleende uitstel zal voldoen aan de eis van kredietwaardigheid.
4. Indien Onze Minister vermoedt dat een persoon als bedoeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=21&z=2006-12-08&g=2006-12-08) niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, kan Onze Minister verlangen dat, in afwijking van het eerste lid, die persoon binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt.
4. Indien Onze Minister vermoedt dat een persoon als bedoeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=21&z=2006-12-21&g=2006-12-21) niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, kan Onze Minister verlangen dat, in afwijking van het eerste lid, die persoon binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt.
### Hoofdstuk 3. Concessies en aanbesteding
@@ -440,7 +440,7 @@
##### Artikel 33
1. De onderwerpen, bedoeld in [artikel 31, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=31)waarover de concessiehouder krachtens de concessie ten minste eenmaal per jaar advies vraagt aan consumentenorganisaties als bedoeld in [artikel 31 van dit besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=3&paragraaf=1&artikel=31&z=2006-12-08&g=2006-12-08) betreffen, voor zover de concessiehouder ten aanzien van die onderwerpen maatregelen heeft getroffen:
1. De onderwerpen, bedoeld in [artikel 31, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=31)waarover de concessiehouder krachtens de concessie ten minste eenmaal per jaar advies vraagt aan consumentenorganisaties als bedoeld in [artikel 31 van dit besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=3&paragraaf=1&artikel=31&z=2006-12-21&g=2006-12-21) betreffen, voor zover de concessiehouder ten aanzien van die onderwerpen maatregelen heeft getroffen:
- a. de uitvoering van de dienstregeling,
@@ -468,7 +468,7 @@
##### Artikel 34
De concessieverlener informeert consumentenorganisaties als bedoeld in [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=3&paragraaf=1&artikel=31&z=2006-12-08&g=2006-12-08) ten minste over resultaten van maatregelen ten aanzien van:
De concessieverlener informeert consumentenorganisaties als bedoeld in [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=3&paragraaf=1&artikel=31&z=2006-12-21&g=2006-12-21) ten minste over resultaten van maatregelen ten aanzien van:
- a. de mate van bereikbaarheid van het concessiegebied en
@@ -480,7 +480,7 @@
##### Artikel 36
1. De duur van een concessie voor openbaar vervoer per trein bedraagt ten hoogste vijf jaar. Indien de concessie tevens wordt verleend voor het verrichten van openbaar vervoer anders dan per trein, bedraagt de duur van de concessie ten hoogste zes jaar.
1. De duur van een concessie voor openbaar vervoer per trein bedraagt ten hoogste vijf jaar. Indien de concessie tevens wordt verleend voor het verrichten van openbaar vervoer anders dan per trein, bedraagt de duur van de concessie ten hoogste acht jaar.
2. In afwijking van het eerste lid kan de duur van een concessie voor openbaar vervoer per trein op ten hoogste tien jaar worden vastgesteld, indien dit naar het oordeel van de concessieverlener wordt gerechtvaardigd door het bestaan van commerciële overeenkomsten, specifieke investeringen of bijzondere risico’s.
@@ -496,7 +496,7 @@
##### Artikel 38
Het besluit tot concessieverlening geschiedt op grond van gunningscriteria nadat de geschiktheid van de vervoerders die niet uit hoofde van de wet, [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=37&z=2006-12-08&g=2006-12-08) of andere door de concessieverlener bij de aanbesteding gestelde voorwaarden zijn uitgesloten, door de concessieverlener is vastgesteld.
Het besluit tot concessieverlening geschiedt op grond van gunningscriteria nadat de geschiktheid van de vervoerders die niet uit hoofde van de wet, [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=37&z=2006-12-21&g=2006-12-21) of andere door de concessieverlener bij de aanbesteding gestelde voorwaarden zijn uitgesloten, door de concessieverlener is vastgesteld.
##### Artikel 39
@@ -584,7 +584,7 @@
##### Artikel 47
1. De reiziger is met uitzondering van de gevallen, bedoeld in [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=45&z=2006-12-08&g=2006-12-08), en met uitzondering van de door de vervoerder bepaalde gevallen, verplicht zich van een geldig elektronisch vervoerbewijs te voorzien:
1. De reiziger is met uitzondering van de gevallen, bedoeld in [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=45&z=2006-12-21&g=2006-12-21), en met uitzondering van de door de vervoerder bepaalde gevallen, verplicht zich van een geldig elektronisch vervoerbewijs te voorzien:
- a. voordat hij, hetzij het vervoermiddel betreedt, hetzij een gedeelte van een station of halte betreedt waar hij blijkens duidelijke aanwijzingen van de vervoerder in het bezit moet zijn van een geldig elektronisch vervoerbewijs of
@@ -608,7 +608,7 @@
2. Onverminderd het eerste lid, is de reiziger op vordering van de vervoerder een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag verschuldigd indien hij:
- a. niet voldoet aan de in [artikel 47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=47&z=2006-12-08&g=2006-12-08), bedoelde verplichting,
- a. niet voldoet aan de in [artikel 47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=47&z=2006-12-21&g=2006-12-21), bedoelde verplichting,
- b. het vervoerbewijs waarvan hij moet zijn voorzien desgevraagd niet toont of overhandigt,
@@ -746,620 +746,842 @@
Vervallen
#### § 3. Besteding en bevoorschotting van de bijdrage
##### Artikel 67
Vervallen
##### Artikel 68
Vervallen
##### Artikel 69
Vervallen
##### Artikel 70
Vervallen
##### Artikel 71
Vervallen
#### § 5. Experimentenregeling
##### Artikel 72
Vervallen
### Hoofdstuk 6. Eisen te stellen aan vervoerders, bestuurders en materieel
#### § 5. Experimentenregeling
##### Artikel 73
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de verplichting voor de vervoerder om het ten tijde van het aanbieden van het taxivervoer te hanteren tarief duidelijk leesbaar te tonen zowel aan de buitenzijde van als binnen in de auto waarmee dat vervoer wordt verricht of dit tarief op een andere wijze kenbaar te maken.
##### Artikel 74
1. Met het besturen van een bus wordt slechts diegene belast, die in het bezit is van een niet ouder dan vijf jaar zijnde geneeskundige verklaring waaruit blijkt dat hij geen lichamelijke of geestelijke afwijkingen heeft welke hem zouden kunnen beletten een bus naar behoren te besturen en dat hij beschikt over voldoende gehoor- en gezichtsvermogen. De geneeskundige verklaring wordt afgegeven door een deskundige persoon als bedoeld in [artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010346&artikel=14) die belast is met de taken, bedoeld in de onderdelen b of c, van dat lid, of een arts die deel uitmaakt van een arbodienst als bedoeld in [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010346).
2. Indien Onze Minister vermoedt dat de bestuurder van een bus, werkzaam in het openbaar vervoer of besloten busvervoer, niet meer voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister verlangen dat die bestuurder zich binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn aan een nieuw geneeskundig onderzoek onderwerpt. Indien dit onderzoek daartoe aanleiding geeft, kan de geneeskundige verklaring worden ingetrokken.
3. De bestuurder van een bus is verplicht de geneeskundige verklaring bij zich te hebben.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de afgifte van een geneeskundige verklaring en een geneeskundig onderzoek.
##### Artikel 75
1. Met het besturen van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, wordt slechts diegene belast, die in het bezit is van een geldige, behoorlijk leesbare, door Onze Minister verstrekte chauffeurspas, volgens het bij ministeriële regeling vast te stellen model.
2. Voor bij ministeriële regeling aan te wijzen soorten taxidiensten waarbij gedurende een bepaalde periode meermalen taxivervoer wordt verricht volgens een schriftelijke overeenkomst waarin tarieven zijn vastgelegd, kan in plaats van de in het eerste lid bedoelde chauffeurspas volstaan worden met een chauffeurspas onder beperkingen, volgens het bij ministeriële regeling vast te stellen model.
3. De bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, is in het bezit van een geldige, behoorlijk leesbare chauffeurspas en houdt deze zichtbaar voor de consument aanwezig in die auto.
4. De chauffeurspas is geldig voor een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de datum van verstrekking.
5. Ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens het tweede lid, is in een auto waarmee een in het tweede lid bedoelde taxidienst wordt verricht, het deel van de administratie aanwezig waarmee kan worden aangetoond dat daadwerkelijk de in het tweede lid bedoelde soort taxidienst wordt verricht.
6. Bij ministeriële regeling kunnen eisen gesteld worden aan het deel van de administratie, bedoeld in het vijfde lid.
##### Artikel 76
1. Bij de aanvraag voor de chauffeurspas worden de volgende documenten overgelegd:
- a. een rijbewijs als bedoeld in de [Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622) dan wel een door het bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs, dat geldig is voor het besturen van het motorrijtuig waarmee wordt gereden,
- b. een geneeskundige verklaring die niet ouder is dan twee maanden, die voldoet aan de eisen, bedoeld in [artikel 74, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=74&z=2006-12-21&g=2006-12-21),
- c. een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur verleende verklaring omtrent het gedrag overeenkomstig de bepalingen van de [Wet justitiële gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194), die niet ouder is dan twee maanden,
- d. een door Onze Minister erkend getuigschrift van met goed gevolg afgelegde examens waarbij ten minste de kennis is vastgesteld van de door Onze Minister vastgestelde onderwerpen, waarbij onderscheid gemaakt kan worden tussen verschillende soorten taxidiensten.
2. Op de aanvrager die woonachtig is in een andere lidstaat dan Nederland dan wel een andere staat die partij is bij de EER, is voor wat betreft de verklaring omtrent het gedrag, [artikel 22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=22&z=2006-12-21&g=2006-12-21), van overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister neemt een aanvraag om verlening van een chauffeurspas in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen.
4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald van welke onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, onder d, vrijstelling kan worden verleend aan houders van in die regeling genoemde diploma's.
##### Artikel 77
1. Indien Onze Minister vermoedt dat de bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, niet meer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een geneeskundige verklaring of een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in [artikel 76, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=76&z=2006-12-21&g=2006-12-21), kan Onze Minister verlangen dat die bestuurder zich binnen een door hem vast te stellen termijn aan een nieuw geneeskundig onderzoek onderwerpt, respectievelijk opnieuw verzoekt om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag. De bestuurder overlegt binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn de nieuwe geneeskundige verklaring of de nieuwe verklaring omtrent het gedrag.
2. Onze Minister kan de chauffeurspas intrekken indien:
- a. niet langer wordt voldaan aan de eisen op grond waarvan deze eerder werd verstrekt,
- b. na verstrekking van een chauffeurspas blijkt dat deze is verkregen op grond van door de aanvrager verstrekte onjuiste gegevens,
- c. indien de bestuurder niet of niet tijdig een nieuwe geneeskundige verklaring of een nieuwe verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in het eerste lid overlegt,
- d. de chauffeurspas door toedoen van de bestuurder wordt misbruikt,
- e. is gehandeld in strijd met het bij of krachtens dit besluit bepaalde omtrent de chauffeurspas.
3. Degene aan wie een chauffeurspas is verstrekt, levert deze binnen vier weken na intrekking of na verloop van de geldigheidstermijn in bij Onze Minister.
##### Artikel 78
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld over de aanvraag, verstrekking, intrekking en inlevering van de chauffeurspas alsmede over de uitvoering van [artikel 77, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=77&z=2006-12-21&g=2006-12-21).
#### § 2. Eisen te stellen aan materieel
##### Artikel 79
Met het oog op de herkenbaarheid en toegankelijkheid van het vervoer van personen kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld inzake de inrichting en uitrusting van trein, metro, tram, bus en auto.
##### Artikel 80
1. Het is verboden openbaar vervoer met een bus of besloten busvervoer te verrichten indien op het kentekenbewijs een aanduiding als bedoeld in [artikel 28, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=28) ontbreekt. Het is verboden taxivervoer of openbaar vervoer met een auto te verrichten indien op het kentekenbewijs een aanduiding als bedoeld in [artikel 29, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=29) juncto [artikel 28, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=28) ontbreekt.
2. Een keuringsbewijs als bedoeld in [artikel 72 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=72), dat is afgegeven voor het verrichten van openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer met een bus of auto, verliest zijn geldigheid indien hieruit niet blijkt dat is voldaan aan de eisen, bedoeld in het derde lid, onderdeel b.
3. Bij ministeriële regeling kunnen, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de [Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622), regels worden gesteld inzake de inrichting, uitrusting en keuring van bussen en auto's, alsmede de voor de keuring verschuldigde vergoedingen, ten behoeve van de afgifte van:
- a. de aanduiding op het kentekenbewijs, bedoeld in het eerste lid,
- b. het keuringsbewijs, bedoeld in [artikel 72 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=72).
##### Artikel 81
1. Op het kentekenbewijs wordt het hoogste aantal personen, buiten de bestuurder, dat met een bus of auto mag worden vervoerd, vermeld, waarbij rekening kan worden gehouden met het soort vervoer dat wordt verricht en met de wijze waarop wordt plaats genomen in de bus of auto.
2. Het is verboden met een bus of auto meer personen te vervoeren, dan wel deze voor ander vervoer te gebruiken dan blijkens het kentekenbewijs is toegestaan.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld omtrent de wijze waarop het aantal personen, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald.
##### Artikel 82
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 83
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk 7. Cabotagevervoer
##### Artikel 84
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. [verordening (EG) nr. 12/98](31998R0012): [verordening (EG) nr. 12/98](31998R0012) van de Raad van de Europese Unie van 11 december 1997 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder vervoersondernemers worden toegelaten tot binnenlands personenvervoer over de weg in een lidstaat waar zij niet gevestigd zijn (PbEG L 4),
- b. cabotagevervoer: het verrichten van binnenlands personenvervoer met touringcars en met autobussen over de weg in een lidstaat, dan wel in een andere staat die partij is bij de EER, door een onderneming die is gevestigd in een andere lidstaat dan wel in een andere staat die partij is bij de EER.
##### Artikel 85
Op het cabotagevervoer dat in Nederland op grond van [verordening (EG) nr. 12/98](31998R0012) is toegestaan, is [hoofdstuk I, paragraaf 3, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&paragraaf=3), niet van toepassing.
##### Artikel 86
Het is verboden cabotagevervoer te verrichten in strijd met het bepaalde bij of krachtens [verordening (EG) nr. 12/98](31998R0012).
##### Artikel 87
1. Reisbladenboekjes als bedoeld in artikel 6, derde lid, van [verordening (EG) nr. 12/98](31998R0012) worden voor Nederland afgegeven door Onze Minister nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van de afgifte van een dergelijk reisbladenboekje, is ontvangen.
2. De gebruikte reisbladen als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van [verordening (EG) nr. 12/98](31998R0012) worden teruggezonden aan Onze Minister.
##### Artikel 88
De in Nederland gevestigde vervoerder die cabotagevervoer verricht als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van [verordening (EG) nr. 12/98](31998R0012), verstrekt aan Onze Minister binnen een maand na ieder kalenderkwartaal de gegevens over dit cabotagevervoer dat tijdens het betreffende kwartaal door hem is verricht.
### Hoofdstuk 8. Internationaal vervoer per bus en auto
#### § 1. Definities
##### Artikel 89
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. **verordening (EEG) nr. 684/92**: [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684) van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 maart 1992 houdende gemeenschappelijke regels voor het internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen (PbEG 1992 L 74),
- b. **verordening (EG) nr. 2121/98**: [verordening (EG) nr. 2121/98](31998R2121) van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 oktober 1998 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordeningen van de Raad (EEG) nr. 684/92 en (EG) nr. 12/98 aangaande de documenten voor het personenvervoer met touringcars en autobussen (PbEG L 268),
- c. **ASOR**: Overeenkomst betreffende internationaal ongeregeld personenvervoer over de weg met autobussen als bedoeld in Besluit 82/505/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen houdende afsluiting van deze overeenkomst (PbEG L 230),
- d. **Interbus-overeenkomst**: Overeenkomst betreffende het ongeregeld internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen als bedoeld in Besluit 2002/917/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 oktober 2002 houdende goedkeuring van deze overeenkomst (PbEG L 321),
- e. **Beneluxbeschikking**: Beschikking van het Comité van Ministers van 20 december 1994 M(94)7, houdende de vaststelling van additionele bepalingen inzake het reizigersvervoer met touringcars en met autobussen op het grondgebied van een Beneluxstaat,
- f. **derde land**: overeenkomstsluitende partij bij de ASOR, niet zijnde de Europese Gemeenschappen, een lidstaat dan wel een staat die partij is bij de EER of bij de Interbus-overeenkomst,
- g. **ander land**: land, niet zijnde een lidstaat, land dat partij is bij de Interbus-overeenkomst of een derde land,
- h. **geregeld vervoer**:
- 1°. in de relatie met andere lidstaten en met staten die partij zijn bij de EER: geregeld vervoer in de zin van artikel 2, eerste lid van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684), met uitzondering van een bijzondere vorm van geregeld vervoer, voor zover dat vervoer beantwoordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 1 van die verordening,
- 2°. in de relatie met derde landen: geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de ASOR,
- 3°. in de relatie met andere landen: geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de ASOR, tenzij anders bepaald in de met deze landen gesloten overeenkomsten,
- 4°. in de relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Interbus-overeenkomst,
- i. **een bijzondere vorm van geregeld vervoer**:
- 1°. in de relatie met andere lidstaten en met staten die partij zijn bij de EER: een bijzondere vorm van geregeld vervoer in de zin van artikel 2, eerste lid, punt 2, onder a tot en met c, van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684), voor zover dat vervoer beantwoordt aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 1, van die verordening,
- 2°. in de relatie met derde landen: een bijzondere vorm van geregeld vervoer in de zin van artikel 3, tweede lid, van de ASOR,
- 3°. in de relatie met andere landen: een bijzondere vorm van geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de ASOR, tenzij anders bepaald in de met deze landen gesloten overeenkomsten,
- 4°. in de relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: een bijzondere vorm van geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Interbus-overeenkomst,
- j. **pendelvervoer**:
- 1°. in de relatie met derde landen: pendelvervoer als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de ASOR,
- 2°. in de relatie met andere landen: pendelvervoer als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de ASOR, tenzij anders bepaald in de met deze landen gesloten overeenkomsten,
- 3°. in de relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: pendelvervoer als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de Interbus-overeenkomst,
- k. **ongeregeld vervoer**:
- 1°. in de relatie met andere Beneluxlanden: ongeregeld vervoer in de zin van artikel 4 van de Beneluxbeschikking,
- 2°. in de relatie met andere lidstaten en met staten die partij zijn bij de EER: ongeregeld vervoer als bedoeld in artikel 2, derde lid, van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684), voor zover dat voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 1 van die verordening,
- 3°. in de relatie met derde landen: ongeregeld vervoer in de zin van artikel 2, eerste lid, van de ASOR voor zover dat vervoer beantwoordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst,
- 4°. in de relatie met andere landen: het grensoverschrijdend vervoer van personen met autobussen dat noch aan de definitie van geregeld vervoer in de onderdeel i, noch aan de definitie van pendelvervoer in onderdeel i voldoet, omvattende:
- –. het vervoer in gesloten rondritten, daaronder begrepen vervoer met hetzelfde voertuig dat dezelfde groep reizigers over het gehele traject vervoert en naar de plaats van vertrek terugbrengt,
- –. het vervoer waarbij de heenreis met en de terugreis zonder reizigers plaatsvindt,
- –. alle andere vormen van vervoer.
- 5°. in relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: ongeregeld internationaal vervoer als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Interbusovereenkomst,
- l. vervoer voor eigen rekening: vervoer voor eigen rekening als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=4&z=2006-12-21&g=2006-12-21).
#### § 2. Algemene bepalingen
##### Artikel 90
Op vervoer van personen dat in Nederland wordt verricht door een vervoerder die niet in Nederland is gevestigd en waarbij voor dat vervoer ten minste een grens tussen landen wordt overschreden, is de wet slechts van toepassing voor zover voorzien in dit hoofdstuk.
##### Artikel 91
1. Onze Minister beslist op een aanvraag om een vergunning, een attest of een bewijs van toelating voor internationaal vervoer als bedoeld in dit hoofdstuk. Hij kan ambtshalve of op verzoek de vergunning, het attest of het bewijs van toelating vernieuwen, wijzigen of intrekken. De vergunning kan tevens ambtshalve worden geschorst.
2. Reisbladenboekjes als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684) en artikel 7, eerste lid, van de ASOR, alsmede in artikel 11 van de Interbus-overeenkomst worden voor Nederland afgegeven door Onze Minister.
3. Een kopie van het reisblad als bedoeld in artikel 2 van [verordening (EG) nr. 2121/98](31998R2121) en in artikel 13 van de ASOR, alsmede in artikel 13 van de Interbus-overeenkomst wordt op het hoofdkantoor van de desbetreffende vervoerder tenminste twee jaar bewaard.
##### Artikel 92
Een communautaire vergunning als bedoeld in artikel 3bis van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684) wordt aan de in Nederland gevestigde vervoerder slechts verleend indien hem een vergunning voor collectief personenvervoer is verleend als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=4).
##### Artikel 93
Het is verboden een bewerkt gewaarmerkt afschrift van een vergunning te gebruiken.
##### Artikel 94
Hoofdstuk 2, paragrafen 1, 2 en 3, zijn van overeenkomstige toepassing op de verlening, wijziging of intrekking van vergunningen en documenten als bedoeld in dit hoofdstuk.
#### § 3. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar andere lidstaten en staten die partij zijn bij de EER
##### Artikel 95
Het is verboden in strijd met het bepaalde bij of krachtens [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684) geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer te verrichten van en naar andere lidstaten en van en naar staten die partij zijn bij de EER.
##### Artikel 96
De vervoerder die geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer verricht van en naar andere lidstaten dan wel van en naar staten die partij zijn bij de EER, draagt zorg dat in de bus waarmee het vervoer wordt verricht, een gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning aanwezig is en:
- a. indien het geregeld vervoer betreft: de vergunning krachtens welke het vervoer wordt verricht of een door Onze Minister gewaarmerkt afschrift van deze vergunning,
- b. indien het een bijzondere vorm van geregeld vervoer betreft: de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684) of het door Onze Minister gewaarmerkt afschrift van de vergunning.
##### Artikel 97
1. De in Nederland gevestigde vervoerder die geregeld vervoer verricht van en naar andere lidstaten dan wel staten die partij zijn bij de EER, verstrekt aan Onze Minister binnen twee maanden na afloop van ieder kalenderjaar, de gegevens in een vervoerverslag van elk in dat jaar per kwartaal verricht vervoer.
2. Onze Minister stelt het model vast voor het vervoerverslag.
#### § 3. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar andere lidstaten en staten die partij zijn bij de EER
##### Artikel 98
1. Het is verboden geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning.
2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aan de in Nederland gevestigde vervoerder slechts verleend indien hem een vergunning voor collectief personenvervoer is verleend.
##### Artikel 99
1. Indien de vervoerder, aan wie een vergunning is verleend voor het verrichten van geregeld vervoer, het voornemen heeft de exploitatie te beëindigen voordat de vergunning haar geldigheid heeft verloren, stelt hij uiterlijk drie maanden vóór het tijdstip waarop hij zich voorstelt de exploitatie te beëindigen, Onze Minister schriftelijk in kennis van dit voornemen onder opgave van de redenen.
2. De vervoerder maakt zijn voornemen op zodanige wijze kenbaar, dat de betrokken reizigers en overige belanghebbenden ervan kunnen kennis nemen.
##### Artikel 100
De vervoerder die geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen verricht, draagt zorg dat in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht aanwezig is:
- a. de vergunning krachtens welke het vervoer wordt verricht of het door Onze Minister gewaarmerkt afschrift van deze vergunning,
- b. indien het vervoer door een in Nederland gevestigde vervoerder betreft: het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer.
##### Artikel 101
1. De in Nederland gevestigde vervoerder die geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen verricht, verstrekt aan Onze Minister binnen twee maanden na afloop van ieder kalenderjaar van elk in dat jaar per kwartaal verricht vervoer de gegevens in een vervoerverslag.
2. Onze Minister stelt het model vast voor het vervoerverslag.
#### § 5. Pendelvervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
##### Artikel 102
1. Het is verboden pendelvervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, tenzij met een land is overeengekomen dat geen vergunning is vereist.
2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aan de in Nederland gevestigde vervoerder slechts verleend indien hem een vergunning voor collectief personenvervoer is verleend.
##### Artikel 103
De vervoerder die pendelvervoer verricht van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen, draagt zorg dat in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht aanwezig is:
- a. de vergunning krachtens welke het vervoer wordt verricht of het door Onze Minister gewaarmerkt afschrift van deze vergunning,
- b. indien het vervoer door een in Nederland gevestigde vervoerder betreft: het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer.
#### § 5. Pendelvervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
##### Artikel 104
1. Het is vervoerders die in Nederland, België of Luxemburg zijn gevestigd, verboden ongeregeld vervoer te verrichten in strijd met de Beneluxbeschikking.
2. Onverminderd het eerste lid, is het verboden met bussen die blijkens het kenteken zijn ingeschreven in lidstaten dan wel in staten die partij zijn bij de EER, ongeregeld vervoer te verrichten in strijd met het bepaalde bij of krachtens [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684).
3. Het is verboden met bussen die blijkens het kenteken zijn ingeschreven in derde landen, ongeregeld vervoer te verrichten in strijd met de ASOR.
4. Het is verboden met bussen die blijkens het kenteken zijn ingeschreven in landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst ongeregeld vervoer te verrichten in strijd met de Interbus-overeenkomst.
##### Artikel 105
1. Het is verboden ongeregeld vervoer als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de ASOR, van en naar derde landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, met uitzondering van het vervoer, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van die overeenkomst.
2. Het is verboden ongeregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Interbus-overeenkomst te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning als bedoeld in artikel 15 van de Interbus-overeenkomst, met uitzondering van het vervoer bedoeld in artikel 6 van die overeenkomst.
##### Artikel 106
Het is verboden met bussen die blijkens het kenteken zijn ingeschreven in een andere staat, ongeregeld vervoer te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, tenzij met een staat is overeengekomen dat geen vergunning is vereist.
##### Artikel 107
De in Nederland gevestigde vervoerder die ongeregeld vervoer als bedoeld in deze paragraaf verricht, is houder van een vergunning voor collectief personenvervoer.
##### Artikel 108
De vervoerder die ongeregeld vervoer verricht met bussen van en naar lidstaten dan wel staten die partij zijn bij de EER of de Interbus-overeenkomst dan wel derde landen, draagt zorg dat in de bus waarmee het vervoer wordt verricht aanwezig is:
- a. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 2, derde lid, punt 1, eerste alinea van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684) van en naar lidstaten dan wel staten die partij zijn bij de EER: het reisblad en het gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning,
- b. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, van de ASOR van en naar derde landen en het wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: het reisblad en het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer,
- c. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 5, derde lid, van de ASOR van en naar derde landen en het wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: een gewaarmerkt afschrift van de vergunning en het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer,
- d. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 6 van de Interbus-overeenkomst van en naar landen die partij zijn bij die overeenkomst en het vervoer wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: het reisblad en het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer,
- e. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 7 van de Interbus-overeenkomst van en naar landen die partij zijn bij die overeenkomst en het vervoer wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: een gewaarmerkt afschrift van de vergunning en het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer.
##### Artikel 109
De vervoerder die ongeregeld vervoer verricht van en naar andere landen, draagt zorg dat:
- a. in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht, indien het vervoer betreft waarvoor op grond van [artikel 105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=6&artikel=105&z=2006-12-21&g=2006-12-21) een vergunning is vereist, de vergunning aanwezig is krachtens welke het vervoer wordt verricht of het door Onze Minister gewaarmerkt afschrift daarvan,
- b. in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht, indien het vervoer door een in Nederland gevestigde vervoerder betreft, het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer aanwezig is.
#### § 7. Vervoer voor eigen rekening
##### Artikel 110
Het is verboden in strijd met het bepaalde bij of krachtens [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684) vervoer voor eigen rekening te verrichten van en naar andere lidstaten dan wel staten die partij zijn bij de EER.
##### Artikel 111
Voor het verrichten van vervoer voor eigen rekening van en naar andere lidstaten wordt aan de in Nederland gevestigde vervoerder slechts een attest afgegeven indien hem een vergunning voor collectief personenvervoer als bedoeld in [artikel 4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=4) is verleend.
##### Artikel 112
De vervoerder die vervoer voor eigen rekening verricht van en naar andere lidstaten dan wel staten die partij zijn bij de EER, draagt zorg dat in de bus waarmee het vervoer wordt verricht aanwezig is:
- a. indien het vervoer voor eigen rekening betreft als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684): een attest als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684),
- b. indien het vervoer door een in Nederland gevestigde vervoerder betreft: het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer.
##### Artikel 113
1. Het is verboden vervoer voor eigen rekening van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, tenzij met een land is overeengekomen dat geen vergunning is vereist.
2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aan de in Nederland gevestigde ondernemer slechts verleend indien hem een vergunning voor collectief personenvervoer als bedoeld in [artikel 4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=4) is verleend.
##### Artikel 114
De vervoerder die vervoer voor eigen rekening verricht van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen draagt zorg dat in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht aanwezig is:
- a. de vergunning krachtens welke het vervoer wordt verricht of een door Onze Minister gewaarmerkt afschrift van deze vergunning,
- b. indien het vervoer door een in Nederland gevestigde vervoerder betreft: het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer, behorende bij een vergunning voor collectief personenvervoer als bedoeld in [artikel 4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=4).
#### § 8. Internationaal taxivervoer
##### Artikel 115
1. [Artikel 4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=4) is niet van toepassing op taxivervoer met een auto die blijkens het kenteken buiten Nederland is geregistreerd, mits het betreft:
- a. vervoer in gesloten rondritten, dat wil zeggen vervoer dat begint en eindigt in het land waar de auto is ingeschreven en dat wordt uitgevoerd met dezelfde auto waarbij over het gehele traject dezelfde reizigers worden vervoerd,
- b. vervoer waarbij de heenreis met reizigers en de terugreis naar het land waar de auto is ingeschreven, zonder reizigers geschiedt,
- c. vervoer waarbij de heenreis zonder reizigers geschiedt teneinde reizigers op te nemen die de auto hadden besteld voor hun aankomst in Nederland, met een bestemming buiten Nederland.
2. [Artikel 4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=4) is evenmin van toepassing op taxivervoer met een auto die blijkens het kenteken is geregistreerd in België of Luxemburg, waarbij de heenreis zonder reizigers geschiedt teneinde reizigers op te nemen die de auto hadden besteld voordat de auto Nederland was binnengekomen.
3. De vervoerder, bedoeld in het eerste en tweede lid, beschikt over een vergunning voor het verrichten van taxivervoer van het land waar de auto is geregistreerd.
##### Artikel 116
1. Voor het verrichten van ander taxivervoer dan het vervoer, bedoeld in [artikel 115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=115&z=2006-12-21&g=2006-12-21), met een auto die blijkens het kenteken buiten Nederland is geregistreerd, is een bewijs van toelating van vervoer vereist.
2. Onze Minister verleent een bewijs van toelating van vervoer indien de vervoerder beschikt over een vergunning voor het verrichten van taxivervoer van het land waar de auto is geregistreerd.
3. Een bewijs van toelating wordt voor ten hoogste een jaar verleend.
##### Artikel 117
De vervoerder, bedoeld in de [artikelen 115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=115&z=2006-12-21&g=2006-12-21) en [116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=116&z=2006-12-21&g=2006-12-21), draagt er zorg voor dat in de auto aanwezig is:
- a. een vergunning als bedoeld in [artikel 115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=115&z=2006-12-21&g=2006-12-21) of een gewaarmerkt afschrift hiervan, dan wel een bewijs van toelating als bedoeld in artikel 116,
- b. een volledig en naar waarheid voor de aanvang van de rit ingevuld, bij ministeriële regeling vastgesteld controledocument waarop tenminste is aangeven naam en adres van de vervoerder, naam van de bestuurder, datum, kenteken en zo nodig plaatsnummer van de auto, plaats en tijdstip van vertrek van de rit en plaats en tijdstip van instappen en uitstappen van reizigers.
### Hoofdstuk 9. Strafbepalingen
##### Artikel 118
Overtreding van elk van de voorschriften, vervat in de [artikelen 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=14&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=16&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=19&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=20&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [26, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=26&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [74, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=74&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [75, eerste, tweede, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=75&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [77, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=77&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=7&artikel=86&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [87, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=7&artikel=87&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=7&artikel=88&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [91, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=2&artikel=91&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=2&artikel=93&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=3&artikel=95&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=3&artikel=96&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [97, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=3&artikel=97&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [98, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=4&artikel=98&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=4&artikel=99&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=4&artikel=100&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [101, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=4&artikel=101&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [102, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=5&artikel=102&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [103 tot en met 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=5&artikel=103&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=7&artikel=112&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [113, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=7&artikel=113&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=7&artikel=114&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [115, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=115&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [116, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=116&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [117](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=117&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [127, eerste lid, onderdelen d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=127&z=2006-12-21&g=2006-12-21), vormt een strafbaar feit als bedoeld in [artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002063&artikel=1).
### Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 1. Overgangsbepalingen
##### Artikel 119
1. [Artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=6&z=2006-12-21&g=2006-12-21) is van toepassing op vervoer als bedoeld in artikel 5b van het Besluit personenvervoer, waarvan de overeenkomst op het moment van inwerkingtreding van dit besluit nog niet was beëindigd.
2. [Artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=7&z=2006-12-21&g=2006-12-21) is van toepassing op vervoer als bedoeld in artikel 5c van het Besluit personenvervoer, waarvan de overeenkomst op het moment van inwerkingtreding van dit besluit nog niet was beëindigd
##### Artikel 120
In afwijking van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=12&z=2006-12-21&g=2006-12-21) geldt voor een beslissing op een aanvraag om verlening van een vergunning voor het verrichten van taxivervoer een termijn van zes maanden, voorzover deze aanvraag is gedaan voor 1 januari 2001.
##### Artikel 121
1. Gedurende de periode dat vergunningen die krachtens de Wet personenvervoer zijn verleend, overeenkomstig [artikel 112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=112) of [113 van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=113) geldig blijven, behouden ook de op deze vergunningen verstrekte vergunningbewijzen hun geldigheid, behoudens het bepaalde in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=14&z=2006-12-21&g=2006-12-21).
2. [Artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=16&z=2006-12-21&g=2006-12-21) is niet van toepassing op vergunningen als bedoeld in het eerste lid, die zijn verleend voor het verrichten van openbaar vervoer.
##### Artikel 122
Wijzigt dit besluit..
##### Artikel 123
Wijzigt dit besluit.
##### Artikel 124
Degene die in het bezit is van een verklaring die voor 1 oktober 1999 overeenkomstig artikel 10 van [richtlijn nr. 96/26/EG](31996L0026) is afgegeven door Onze Minister of door een andere lidstaat dan Nederland, dan wel door een andere staat die partij is bij de EER, voldoet aan de eis van vakbekwaamheid.
##### Artikel 125
Tot 1 juli 2001, wordt, in afwijking van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=28&z=2006-12-21&g=2006-12-21), aan de eis van vakbekwaamheid voor het verrichten van taxivervoer voldaan indien:
- a. een vervoerder die taxivervoer verricht bij de aanvraag van een vergunning voor het verrichten van taxivervoer ten genoegen van Onze Minister aantoont in de periode van 1 juli 1999 tot 1 december 1999 gemiddeld minimaal 30 uur per week per auto taxivervoer te hebben verricht, waarbij is voldaan aan de eisen, gesteld bij of krachtens de artikelen 62 en 63 van de Wet personenvervoer en artikel 159 van het Besluit personenvervoer, zoals deze golden tot 1 januari 2000 en
- b. voor 1 juli 2001 aan [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=28&z=2006-12-21&g=2006-12-21), wordt voldaan, dan wel voor die datum, blijkens een door Onze Minister afgegeven verklaring wordt aangetoond dat een persoon als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=26&z=2006-12-21&g=2006-12-21), de laatste 5 jaar belast is geweest met het dagelijks beheer van een onderneming met als hoofdactiviteit taxivervoer krachtens een geldige vergunning.
##### Artikel 126
Degene aan wie op grond van artikel 29 van het Besluit personenvervoer, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=29&z=2006-12-21&g=2006-12-21), een ontheffing is verleend van de eis van vakbekwaamheid, blijft vanaf de inwerkingtreding van dit besluit ontheven van de eis van vakbekwaamheid onder de voorwaarden waaronder en gedurende de periode waarvoor die ontheffing is verleend.
##### Artikel 127
1. Tot het tijdstip van inwerkingtreding van de [artikelen 82](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=82&z=2006-12-21&g=2006-12-21) en [83](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=83&z=2006-12-21&g=2006-12-21), gelden de volgende bepalingen:
- a. in een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, is een taxameter aanwezig die zichtbaar voor de reiziger de vervoerprijs overeenkomstig de kenbaar gemaakte tarieven aangeeft,
- b. de taxameter voldoet aan de regels die bij en krachtens de [Metrologiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019517) zijn gesteld,
- c. behoudens in geval schriftelijk in een overeenkomst tarieven zijn vastgelegd voor gedurende een bepaalde periode meermalen te verrichten taxivervoer, wordt taxivervoer slechts verricht indien de in de auto aanwezige taxameter wordt gebruikt,
- d. de vervoerder die taxivervoer verricht draagt er voor zorg dat terstond voor aanvang en terstond na beëindiging van de rit volledig en naar waarheid een controledocument wordt ingevuld met daarop, voorzover van toepassing, de volgende gegevens:
- 1°. de naam en het adres van de vervoerder,
- 2°. de naam van de bestuurder,
- 3°. het kenteken van de auto,
- 4°. de datum en het tijdstip van aankomst en vertrek per rit, vertrek- en aankomstplaats per rit en de kilometerstand per dienst,
- 5°. aanvang en einde, en afstand en prijs van het vervoer per rit in beladen en onbeladen staat,
- 6°. de rij- en rusttijden van de bestuurder,
- e. de gegevens, bedoeld in onderdeel d, worden ten minste twee jaar door de vervoerder bewaard, en
- f. bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de instelling van de taxameter en de tijdvakken waarop een controle van de taxameter moet plaatsvinden tegen de in onderdeel b bedoelde eisen voor een in gebruik genomen taxameter. De [artikelen 15, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019897&artikel=15), en [20 van het Meetinstrumentenbesluit I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019897&artikel=20) zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.
2. Het eerste lid, onderdelen a en b, is niet van toepassing indien de auto uitsluitend wordt gebruikt voor gedurende een bepaalde periode meermalen te verrichten vervoer waarvoor schriftelijk in een overeenkomst tarieven zijn vastgelegd en in door Onze Minister te bepalen gevallen waarbij de auto uitsluitend wordt gebruikt voor vervoer tegen eenheidsprijzen.
3. Gedurende de periode dat vergunningen nog gelden voor een beperkt gebied, is het eerste lid, onderdeel c, niet van toepassing op taxivervoer dat zich niet beperkt tot het gebied waarvoor de vergunning is verleend.
##### Artikel 128
Een geneeskundige verklaring die voor de inwerkingtreding van dit besluit op grond van artikel 157 van het Besluit personenvervoer is afgegeven en zijn geldigheid niet heeft verloren, wordt vanaf de inwerkingtreding van dit besluit gelijkgesteld met de verklaring, bedoeld in [artikel 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=74&z=2006-12-21&g=2006-12-21).
##### Artikel 129
Een wijziging van [richtlijn nr. 96/26/EG](31996L0026) en [richtlijn nr. 92/50/EEG](31992L0050) gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
#### § 2. Aanpassing en intrekking van andere besluiten
##### Artikel 130
Wijzigt het Arbeidstijdenbesluit vervoer.
##### Artikel 131
Wijzigt het Besluit bedragen aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.
##### Artikel 132
Wijzigt het Wijzigingsbesluit Wet op de rechterlijke organisatie en andere wetten in verband met de opheffing van de functie van verkeersschout (Stb. 155), en aanpassing van lagere regelgeving aan die wet.
##### Artikel 133
Wijzigt het Besluit gevonden voorwerpen.
##### Artikel 134
Wijzigt het Besluit goederenvervoer over de weg.
##### Artikel 135
Wijzigt het Besluit infrastructuurfonds.
##### Artikel 136
Wijzigt het Interimbesluit capaciteitstoewijzing spoorwegen.
##### Artikel 137
Wijzigt het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
##### Artikel 138
Wijzigt het Transactiebesluit 1994.
##### Artikel 139
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992.
##### Artikel 140
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994.
##### Artikel 141
Wijzigt het Voertuigreglement.
##### Artikel 142
Wijzigt het Vreemdelingenbesluit.
##### Artikel 143
Na de inwerkingtreding van dit besluit berusten de hierna genoemde ministeriële regelingen op de daarbij vermelde artikelen van dit besluit:
- a. de Regeling aanwijzing instanties afgifte legitimatiebewijs voor gehandicapten berust op [artikel 45, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=45&z=2006-12-21&g=2006-12-21),
- b. de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer berust op de [artikelen 54 tot en met 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=5&paragraaf=1&artikel=54&z=2006-12-21&g=2006-12-21),
- c. het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 27 maart 2000, nr. CDJZ/WVW/2000-343 (Stcrt. 77) berust op [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=5&paragraaf=4&artikel=71&z=2006-12-21&g=2006-12-21),
- d. de Regeling experiment meerjarenafspraken openbaar vervoer 2000 berust op [artikel 72](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=5&paragraaf=5&artikel=72&z=2006-12-21&g=2006-12-21).
- e. de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer berust mede op [artikel 73](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=73&z=2006-12-21&g=2006-12-21),
- f. de Regeling chauffeurspas taxivervoer berust op de [artikelen 75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=75&z=2006-12-21&g=2006-12-21), [76](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=76&z=2006-12-21&g=2006-12-21) en [78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=78&z=2006-12-21&g=2006-12-21),
- g. de Regeling permanente eisen bussen berust op [artikel 80, derde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=80&z=2006-12-21&g=2006-12-21),
- h. de Regeling permanente eisen taxi's berust op [artikel 80, derde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=80&z=2006-12-21&g=2006-12-21),
- i. de Regeling vaststelling regels voor de keuring van auto's berust op [artikel 80, derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=80&z=2006-12-21&g=2006-12-21),
- j. de Regeling vaststelling regels voor de keuring van bussen berust op [artikel 80, derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=80&z=2006-12-21&g=2006-12-21),
- k. de Regeling vaststelling controledocument internationaal taxivervoer berust op [artikel 117, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=117&z=2006-12-21&g=2006-12-21).
#### § 3. Slotbepalingen
##### Artikel 144
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
##### Artikel 145
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit personenvervoer 2000.
## Bijlage. behorende bij artikel 35 van het Besluit personenvervoer 2000
### 1. **openbaar vervoer per bus***
* exclusief openbare wegen en uitsluitend voor openbaar vervoer openstaande wegen voor zover die onderdeel uitmaken van openbare wegen (bij voorbeeld busstroken op wegen, businhammen bij bushaltes)
### § 2. **openbaar vervoer per tram of metro**
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 72a
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de verplichting voor de vervoerder die taxivervoer verricht om in of op de auto waarmee taxivervoer wordt verricht dan wel anderszins duidelijk kenbaar te maken op welke wijze een klacht als bedoeld in [artikel 13, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=13) kan worden ingediend en op welke wijze deze wordt behandeld.
#### § 2. Eisen te stellen aan materieel
### Hoofdstuk 7. Cabotagevervoer
### Hoofdstuk 8. Internationaal vervoer per bus en auto
#### § 1. Definities
#### § 1. Definities
#### § 3. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar andere lidstaten en staten die partij zijn bij de EER
#### § 4. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
#### § 5. Pendelvervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
#### § 5. Pendelvervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
#### § 7. Vervoer voor eigen rekening
#### § 8. Internationaal taxivervoer
### Hoofdstuk 9. Strafbepalingen
### Hoofdstuk 9. Strafbepalingen
#### § 1. Overgangsbepalingen
#### § 2. Aanpassing en intrekking van andere besluiten
#### § 3. Slotbepalingen
## Bijlage. behorende bij artikel 35 van het Besluit personenvervoer 2000
### 1. **openbaar vervoer per bus***
* exclusief openbare wegen en uitsluitend voor openbaar vervoer openstaande wegen voor zover die onderdeel uitmaken van openbare wegen (bij voorbeeld busstroken op wegen, businhammen bij bushaltes)
### 1. **openbaar vervoer per bus***
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 4a
[Artikel 32, tweede lid, onderdelen i, j en k, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=32) is niet van toepassing op openbaar vervoer anders dan per trein.
#### § 3. Reisinformatie
### Hoofdstuk 2. Vergunningen
#### § 1. Verlening, wijziging, schorsing of intrekking
#### § 2. Vereisten aan vergunningen
#### § 3. Vergunningbewijzen
#### § 4. Eis van betrouwbaarheid
#### § 5. Eis van kredietwaardigheid
#### § 6. Eis van vakbekwaamheid
#### § 7. Periodieke toetsing van de eisen van betrouwbaarheid, kredietwaardigheid en vakbekwaamheid
### Hoofdstuk 3. Concessies en aanbesteding
#### § 1. Concessies
##### Artikel 36a
1. Een concessie voor openbaar vervoer per trein als bedoeld in [artikel 20, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) kan bij wijze van overgangsmaatregel worden verleend zonder dat een aanbesteding is gehouden:
- a. in afwachting van tot stand te brengen infrastructuur;
- b. in afwachting van de vorming van nieuwe concessiegebieden, of
- c. gedurende een periode waarin aanbesteding wordt voorbereid.
2. De duur van een concessie die wordt verleend conform het eerste lid bedraagt ten hoogste drie jaar. Na afloop van die concessie vindt voor het openbaar vervoer in het gebied waarop de desbetreffende concessie betrekking had, niet opnieuw concessieverlening plaats conform het eerste lid, behoudens goedkeuring van Onze Minister.
3. Een opdracht voor het openbaar vervoer per regionale treindienst die voor de inwerkingtreding van dit besluit is aanbesteed of onderhands verleend op grond van [artikel 5, eerste lid, van de Regeling experimenten regionale treindiensten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009697&artikel=5), kan na inwerkingtreding van dit besluit worden omgezet in een concessie voor openbaar vervoer per trein zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden.
#### § 2. Aanbesteding
### Hoofdstuk 4. Vervoervoorwaarden en bepalingen voor de reiziger
#### § 1. Nationale vervoerbewijzen
#### § 2. Bepalingen voor de reiziger
#### § 3. Bepalingen over verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang
### Hoofdstuk 5. Rijksbijdrage voor exploitatie van openbaar vervoer
#### § 1. Berekening van de bijdrage en de vervoeropbrengsten
#### § 2. Gewijzigd vaststellen van de bijdrage
#### § 3. Besteding en bevoorschotting van de bijdrage
#### § 4. Controle, verantwoording en administratie van de besteding van de bijdrage
##### Artikel 67
Vervallen
##### Artikel 68
Vervallen
##### Artikel 69
Vervallen
##### Artikel 70
Vervallen
##### Artikel 71
Vervallen
#### § 5. Experimentenregeling
##### Artikel 72
Vervallen
### Hoofdstuk 6. Eisen te stellen aan vervoerders, bestuurders en materieel
#### § 1. Eisen te stellen aan vervoerders en bestuurders
##### Artikel 73
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de verplichting voor de vervoerder om het ten tijde van het aanbieden van het taxivervoer te hanteren tarief duidelijk leesbaar te tonen zowel aan de buitenzijde van als binnen in de auto waarmee dat vervoer wordt verricht of dit tarief op een andere wijze kenbaar te maken.
##### Artikel 74
1. Met het besturen van een bus wordt slechts diegene belast, die in het bezit is van een niet ouder dan vijf jaar zijnde geneeskundige verklaring waaruit blijkt dat hij geen lichamelijke of geestelijke afwijkingen heeft welke hem zouden kunnen beletten een bus naar behoren te besturen en dat hij beschikt over voldoende gehoor- en gezichtsvermogen. De geneeskundige verklaring wordt afgegeven door een deskundige persoon als bedoeld in [artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010346&artikel=14) die belast is met de taken, bedoeld in de onderdelen b of c, van dat lid, of een arts die deel uitmaakt van een arbodienst als bedoeld in [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010346).
2. Indien Onze Minister vermoedt dat de bestuurder van een bus, werkzaam in het openbaar vervoer of besloten busvervoer, niet meer voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister verlangen dat die bestuurder zich binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn aan een nieuw geneeskundig onderzoek onderwerpt. Indien dit onderzoek daartoe aanleiding geeft, kan de geneeskundige verklaring worden ingetrokken.
3. De bestuurder van een bus is verplicht de geneeskundige verklaring bij zich te hebben.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de afgifte van een geneeskundige verklaring en een geneeskundig onderzoek.
##### Artikel 75
1. Met het besturen van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, wordt slechts diegene belast, die in het bezit is van een geldige, behoorlijk leesbare, door Onze Minister verstrekte chauffeurspas, volgens het bij ministeriële regeling vast te stellen model.
2. Voor bij ministeriële regeling aan te wijzen soorten taxidiensten waarbij gedurende een bepaalde periode meermalen taxivervoer wordt verricht volgens een schriftelijke overeenkomst waarin tarieven zijn vastgelegd, kan in plaats van de in het eerste lid bedoelde chauffeurspas volstaan worden met een chauffeurspas onder beperkingen, volgens het bij ministeriële regeling vast te stellen model.
3. De bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, is in het bezit van een geldige, behoorlijk leesbare chauffeurspas en houdt deze zichtbaar voor de consument aanwezig in die auto.
4. De chauffeurspas is geldig voor een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de datum van verstrekking.
5. Ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens het tweede lid, is in een auto waarmee een in het tweede lid bedoelde taxidienst wordt verricht, het deel van de administratie aanwezig waarmee kan worden aangetoond dat daadwerkelijk de in het tweede lid bedoelde soort taxidienst wordt verricht.
6. Bij ministeriële regeling kunnen eisen gesteld worden aan het deel van de administratie, bedoeld in het vijfde lid.
##### Artikel 76
1. Bij de aanvraag voor de chauffeurspas worden de volgende documenten overgelegd:
- a. een rijbewijs als bedoeld in de [Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622) dan wel een door het bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs, dat geldig is voor het besturen van het motorrijtuig waarmee wordt gereden,
- b. een geneeskundige verklaring die niet ouder is dan twee maanden, die voldoet aan de eisen, bedoeld in [artikel 74, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=74&z=2006-12-08&g=2006-12-08),
- c. een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur verleende verklaring omtrent het gedrag overeenkomstig de bepalingen van de [Wet justitiële gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194), die niet ouder is dan twee maanden,
- d. een door Onze Minister erkend getuigschrift van met goed gevolg afgelegde examens waarbij ten minste de kennis is vastgesteld van de door Onze Minister vastgestelde onderwerpen, waarbij onderscheid gemaakt kan worden tussen verschillende soorten taxidiensten.
2. Op de aanvrager die woonachtig is in een andere lidstaat dan Nederland dan wel een andere staat die partij is bij de EER, is voor wat betreft de verklaring omtrent het gedrag, [artikel 22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=22&z=2006-12-08&g=2006-12-08), van overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister neemt een aanvraag om verlening van een chauffeurspas in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen.
4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald van welke onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, onder d, vrijstelling kan worden verleend aan houders van in die regeling genoemde diploma's.
##### Artikel 77
1. Indien Onze Minister vermoedt dat de bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, niet meer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een geneeskundige verklaring of een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in [artikel 76, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=76&z=2006-12-08&g=2006-12-08), kan Onze Minister verlangen dat die bestuurder zich binnen een door hem vast te stellen termijn aan een nieuw geneeskundig onderzoek onderwerpt, respectievelijk opnieuw verzoekt om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag. De bestuurder overlegt binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn de nieuwe geneeskundige verklaring of de nieuwe verklaring omtrent het gedrag.
2. Onze Minister kan de chauffeurspas intrekken indien:
- a. niet langer wordt voldaan aan de eisen op grond waarvan deze eerder werd verstrekt,
- b. na verstrekking van een chauffeurspas blijkt dat deze is verkregen op grond van door de aanvrager verstrekte onjuiste gegevens,
- c. indien de bestuurder niet of niet tijdig een nieuwe geneeskundige verklaring of een nieuwe verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in het eerste lid overlegt,
- d. de chauffeurspas door toedoen van de bestuurder wordt misbruikt,
- e. is gehandeld in strijd met het bij of krachtens dit besluit bepaalde omtrent de chauffeurspas.
3. Degene aan wie een chauffeurspas is verstrekt, levert deze binnen vier weken na intrekking of na verloop van de geldigheidstermijn in bij Onze Minister.
##### Artikel 78
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld over de aanvraag, verstrekking, intrekking en inlevering van de chauffeurspas alsmede over de uitvoering van [artikel 77, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=77&z=2006-12-08&g=2006-12-08).
#### § 2. Eisen te stellen aan materieel
##### Artikel 79
Met het oog op de herkenbaarheid en toegankelijkheid van het vervoer van personen kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld inzake de inrichting en uitrusting van trein, metro, tram, bus en auto.
##### Artikel 80
1. Het is verboden openbaar vervoer met een bus of besloten busvervoer te verrichten indien op het kentekenbewijs een aanduiding als bedoeld in [artikel 28, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=28) ontbreekt. Het is verboden taxivervoer of openbaar vervoer met een auto te verrichten indien op het kentekenbewijs een aanduiding als bedoeld in [artikel 29, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=29) juncto [artikel 28, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=28) ontbreekt.
2. Een keuringsbewijs als bedoeld in [artikel 72 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=72), dat is afgegeven voor het verrichten van openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer met een bus of auto, verliest zijn geldigheid indien hieruit niet blijkt dat is voldaan aan de eisen, bedoeld in het derde lid, onderdeel b.
3. Bij ministeriële regeling kunnen, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de [Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622), regels worden gesteld inzake de inrichting, uitrusting en keuring van bussen en auto's, alsmede de voor de keuring verschuldigde vergoedingen, ten behoeve van de afgifte van:
- a. de aanduiding op het kentekenbewijs, bedoeld in het eerste lid,
- b. het keuringsbewijs, bedoeld in [artikel 72 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=72).
##### Artikel 81
1. Op het kentekenbewijs wordt het hoogste aantal personen, buiten de bestuurder, dat met een bus of auto mag worden vervoerd, vermeld, waarbij rekening kan worden gehouden met het soort vervoer dat wordt verricht en met de wijze waarop wordt plaats genomen in de bus of auto.
2. Het is verboden met een bus of auto meer personen te vervoeren, dan wel deze voor ander vervoer te gebruiken dan blijkens het kentekenbewijs is toegestaan.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld omtrent de wijze waarop het aantal personen, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald.
##### Artikel 82
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 83
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk 7. Cabotagevervoer
##### Artikel 84
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. [verordening (EG) nr. 12/98](31998R0012): [verordening (EG) nr. 12/98](31998R0012) van de Raad van de Europese Unie van 11 december 1997 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder vervoersondernemers worden toegelaten tot binnenlands personenvervoer over de weg in een lidstaat waar zij niet gevestigd zijn (PbEG L 4),
- b. cabotagevervoer: het verrichten van binnenlands personenvervoer met touringcars en met autobussen over de weg in een lidstaat, dan wel in een andere staat die partij is bij de EER, door een onderneming die is gevestigd in een andere lidstaat dan wel in een andere staat die partij is bij de EER.
##### Artikel 85
Op het cabotagevervoer dat in Nederland op grond van [verordening (EG) nr. 12/98](31998R0012) is toegestaan, is [hoofdstuk I, paragraaf 3, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&paragraaf=3), niet van toepassing.
##### Artikel 86
Het is verboden cabotagevervoer te verrichten in strijd met het bepaalde bij of krachtens [verordening (EG) nr. 12/98](31998R0012).
##### Artikel 87
1. Reisbladenboekjes als bedoeld in artikel 6, derde lid, van [verordening (EG) nr. 12/98](31998R0012) worden voor Nederland afgegeven door Onze Minister nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van de afgifte van een dergelijk reisbladenboekje, is ontvangen.
2. De gebruikte reisbladen als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van [verordening (EG) nr. 12/98](31998R0012) worden teruggezonden aan Onze Minister.
##### Artikel 88
De in Nederland gevestigde vervoerder die cabotagevervoer verricht als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van [verordening (EG) nr. 12/98](31998R0012), verstrekt aan Onze Minister binnen een maand na ieder kalenderkwartaal de gegevens over dit cabotagevervoer dat tijdens het betreffende kwartaal door hem is verricht.
### Hoofdstuk 8. Internationaal vervoer per bus en auto
#### § 2. Algemene bepalingen
#### § 3. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar andere lidstaten en staten die partij zijn bij de EER
#### § 4. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
#### § 6. Ongeregeld vervoer met bussen uit lidstaten, derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
#### § 7. Vervoer voor eigen rekening
#### § 8. Internationaal taxivervoer
### Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 1. Overgangsbepalingen
#### § 2. Aanpassing en intrekking van andere besluiten
#### § 3. Slotbepalingen
## Bijlage. behorende bij artikel 35 van het Besluit personenvervoer 2000
* exclusief openbare wegen en uitsluitend voor openbaar vervoer openstaande wegen voor zover die onderdeel uitmaken van openbare wegen (bij voorbeeld busstroken op wegen, businhammen bij bushaltes)
### § 2. **openbaar vervoer per tram of metro**
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 36b
1. Met ingang van 1 januari 2007 wordt een concessie voor openbaar vervoer, anders dan per trein, slechts verleend nadat daartoe een aanbesteding is gehouden.
2. In afwijking van het eerste lid wordt een concessie voor openbaar vervoer verricht door een vervoerder waarop de gemeente Amsterdam, Den Haag, Rotterdam of Utrecht op basis van feitelijke of juridische omstandigheden beslissende invloed uitoefent of door een vervoerder die in een van deze gemeenten op grond van een concessie openbaar vervoer verricht zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, slechts verleend nadat daartoe een aanbesteding is gehouden:
- a. met ingang van 1 januari 2009 voorzover het openbaar vervoer per bus betreft, en
- b. met ingang van 1 januari 2017 voorzover het openbaar vervoer per metro of tram betreft, of
- c. met ingang van 1 januari 2012 voorzover het openbaar vervoer per bus alsmede per metro of tram betreft, met dien verstande dat uiterlijk vanaf 1 januari 2007 de werkzaamheden die de vervoerder in het kader van concessies voor openbaar vervoer verricht, overgedragen zijn aan een privaatrechtelijke rechtspersoon.
3. Indien uiterlijk vanaf 1 januari 2007 niet langer sprake is van een beslissende invloed als bedoeld in het tweede lid, is het in het tweede lid, onder a, bedoelde tijdstip 1 januari 2012.
4. Indien uiterlijk vanaf 1 januari 2007 de gemeente Nijmegen niet langer op basis van feitelijke of juridische omstandigheden beslissende invloed uitoefent op een vervoerder die openbaar vervoer verricht in deze gemeente, is het in het eerste lid bedoelde tijdstip 1 januari 2010 voorzover het openbaar vervoer betreft dat in deze gemeente wordt verricht.
#### § 2. Aanbesteding
### Hoofdstuk 4. Vervoervoorwaarden en bepalingen voor de reiziger
#### § 1. Nationale vervoerbewijzen
#### § 2. Bepalingen voor de reiziger
#### § 3. Bepalingen over verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang
### Hoofdstuk 5. Rijksbijdrage voor exploitatie van openbaar vervoer
#### § 1. Berekening van de bijdrage en de vervoeropbrengsten
#### § 2. Gewijzigd vaststellen van de bijdrage
#### § 4. Controle, verantwoording en administratie van de besteding van de bijdrage
### Hoofdstuk 6. Eisen te stellen aan vervoerders, bestuurders en materieel
#### § 1. Eisen te stellen aan vervoerders en bestuurders
#### § 2. Eisen te stellen aan materieel
### Hoofdstuk 7. Cabotagevervoer
### Hoofdstuk 8. Internationaal vervoer per bus en auto
#### § 1. Definities
##### Artikel 89
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. **verordening (EEG) nr. 684/92**: [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684) van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 maart 1992 houdende gemeenschappelijke regels voor het internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen (PbEG 1992 L 74),
- b. **verordening (EG) nr. 2121/98**: [verordening (EG) nr. 2121/98](31998R2121) van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 oktober 1998 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordeningen van de Raad (EEG) nr. 684/92 en (EG) nr. 12/98 aangaande de documenten voor het personenvervoer met touringcars en autobussen (PbEG L 268),
- c. **ASOR**: Overeenkomst betreffende internationaal ongeregeld personenvervoer over de weg met autobussen als bedoeld in Besluit 82/505/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen houdende afsluiting van deze overeenkomst (PbEG L 230),
- d. **Interbus-overeenkomst**: Overeenkomst betreffende het ongeregeld internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen als bedoeld in Besluit 2002/917/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 oktober 2002 houdende goedkeuring van deze overeenkomst (PbEG L 321),
- e. **Beneluxbeschikking**: Beschikking van het Comité van Ministers van 20 december 1994 M(94)7, houdende de vaststelling van additionele bepalingen inzake het reizigersvervoer met touringcars en met autobussen op het grondgebied van een Beneluxstaat,
- f. **derde land**: overeenkomstsluitende partij bij de ASOR, niet zijnde de Europese Gemeenschappen, een lidstaat dan wel een staat die partij is bij de EER of bij de Interbus-overeenkomst,
- g. **ander land**: land, niet zijnde een lidstaat, land dat partij is bij de Interbus-overeenkomst of een derde land,
- h. **geregeld vervoer**:
- 1°. in de relatie met andere lidstaten en met staten die partij zijn bij de EER: geregeld vervoer in de zin van artikel 2, eerste lid van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684), met uitzondering van een bijzondere vorm van geregeld vervoer, voor zover dat vervoer beantwoordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 1 van die verordening,
- 2°. in de relatie met derde landen: geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de ASOR,
- 3°. in de relatie met andere landen: geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de ASOR, tenzij anders bepaald in de met deze landen gesloten overeenkomsten,
- 4°. in de relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Interbus-overeenkomst,
- i. **een bijzondere vorm van geregeld vervoer**:
- 1°. in de relatie met andere lidstaten en met staten die partij zijn bij de EER: een bijzondere vorm van geregeld vervoer in de zin van artikel 2, eerste lid, punt 2, onder a tot en met c, van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684), voor zover dat vervoer beantwoordt aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 1, van die verordening,
- 2°. in de relatie met derde landen: een bijzondere vorm van geregeld vervoer in de zin van artikel 3, tweede lid, van de ASOR,
- 3°. in de relatie met andere landen: een bijzondere vorm van geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de ASOR, tenzij anders bepaald in de met deze landen gesloten overeenkomsten,
- 4°. in de relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: een bijzondere vorm van geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Interbus-overeenkomst,
- j. **pendelvervoer**:
- 1°. in de relatie met derde landen: pendelvervoer als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de ASOR,
- 2°. in de relatie met andere landen: pendelvervoer als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de ASOR, tenzij anders bepaald in de met deze landen gesloten overeenkomsten,
- 3°. in de relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: pendelvervoer als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de Interbus-overeenkomst,
- k. **ongeregeld vervoer**:
- 1°. in de relatie met andere Beneluxlanden: ongeregeld vervoer in de zin van artikel 4 van de Beneluxbeschikking,
- 2°. in de relatie met andere lidstaten en met staten die partij zijn bij de EER: ongeregeld vervoer als bedoeld in artikel 2, derde lid, van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684), voor zover dat voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 1 van die verordening,
- 3°. in de relatie met derde landen: ongeregeld vervoer in de zin van artikel 2, eerste lid, van de ASOR voor zover dat vervoer beantwoordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst,
- 4°. in de relatie met andere landen: het grensoverschrijdend vervoer van personen met autobussen dat noch aan de definitie van geregeld vervoer in de onderdeel i, noch aan de definitie van pendelvervoer in onderdeel i voldoet, omvattende:
- –. het vervoer in gesloten rondritten, daaronder begrepen vervoer met hetzelfde voertuig dat dezelfde groep reizigers over het gehele traject vervoert en naar de plaats van vertrek terugbrengt,
- –. het vervoer waarbij de heenreis met en de terugreis zonder reizigers plaatsvindt,
- –. alle andere vormen van vervoer.
- 5°. in relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: ongeregeld internationaal vervoer als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Interbusovereenkomst,
- l. vervoer voor eigen rekening: vervoer voor eigen rekening als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=4&z=2006-12-08&g=2006-12-08).
#### § 2. Algemene bepalingen
##### Artikel 90
Op vervoer van personen dat in Nederland wordt verricht door een vervoerder die niet in Nederland is gevestigd en waarbij voor dat vervoer ten minste een grens tussen landen wordt overschreden, is de wet slechts van toepassing voor zover voorzien in dit hoofdstuk.
##### Artikel 91
1. Onze Minister beslist op een aanvraag om een vergunning, een attest of een bewijs van toelating voor internationaal vervoer als bedoeld in dit hoofdstuk. Hij kan ambtshalve of op verzoek de vergunning, het attest of het bewijs van toelating vernieuwen, wijzigen of intrekken. De vergunning kan tevens ambtshalve worden geschorst.
2. Reisbladenboekjes als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684) en artikel 7, eerste lid, van de ASOR, alsmede in artikel 11 van de Interbus-overeenkomst worden voor Nederland afgegeven door Onze Minister.
3. Een kopie van het reisblad als bedoeld in artikel 2 van [verordening (EG) nr. 2121/98](31998R2121) en in artikel 13 van de ASOR, alsmede in artikel 13 van de Interbus-overeenkomst wordt op het hoofdkantoor van de desbetreffende vervoerder tenminste twee jaar bewaard.
##### Artikel 92
Een communautaire vergunning als bedoeld in artikel 3bis van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684) wordt aan de in Nederland gevestigde vervoerder slechts verleend indien hem een vergunning voor collectief personenvervoer is verleend als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=4).
##### Artikel 93
Het is verboden een bewerkt gewaarmerkt afschrift van een vergunning te gebruiken.
##### Artikel 94
Hoofdstuk 2, paragrafen 1, 2 en 3, zijn van overeenkomstige toepassing op de verlening, wijziging of intrekking van vergunningen en documenten als bedoeld in dit hoofdstuk.
#### § 3. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar andere lidstaten en staten die partij zijn bij de EER
##### Artikel 95
Het is verboden in strijd met het bepaalde bij of krachtens [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684) geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer te verrichten van en naar andere lidstaten en van en naar staten die partij zijn bij de EER.
##### Artikel 96
De vervoerder die geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer verricht van en naar andere lidstaten dan wel van en naar staten die partij zijn bij de EER, draagt zorg dat in de bus waarmee het vervoer wordt verricht, een gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning aanwezig is en:
- a. indien het geregeld vervoer betreft: de vergunning krachtens welke het vervoer wordt verricht of een door Onze Minister gewaarmerkt afschrift van deze vergunning,
- b. indien het een bijzondere vorm van geregeld vervoer betreft: de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684) of het door Onze Minister gewaarmerkt afschrift van de vergunning.
##### Artikel 97
1. De in Nederland gevestigde vervoerder die geregeld vervoer verricht van en naar andere lidstaten dan wel staten die partij zijn bij de EER, verstrekt aan Onze Minister binnen twee maanden na afloop van ieder kalenderjaar, de gegevens in een vervoerverslag van elk in dat jaar per kwartaal verricht vervoer.
2. Onze Minister stelt het model vast voor het vervoerverslag.
#### § 4. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
##### Artikel 98
1. Het is verboden geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning.
2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aan de in Nederland gevestigde vervoerder slechts verleend indien hem een vergunning voor collectief personenvervoer is verleend.
##### Artikel 99
1. Indien de vervoerder, aan wie een vergunning is verleend voor het verrichten van geregeld vervoer, het voornemen heeft de exploitatie te beëindigen voordat de vergunning haar geldigheid heeft verloren, stelt hij uiterlijk drie maanden vóór het tijdstip waarop hij zich voorstelt de exploitatie te beëindigen, Onze Minister schriftelijk in kennis van dit voornemen onder opgave van de redenen.
2. De vervoerder maakt zijn voornemen op zodanige wijze kenbaar, dat de betrokken reizigers en overige belanghebbenden ervan kunnen kennis nemen.
##### Artikel 100
De vervoerder die geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen verricht, draagt zorg dat in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht aanwezig is:
- a. de vergunning krachtens welke het vervoer wordt verricht of het door Onze Minister gewaarmerkt afschrift van deze vergunning,
- b. indien het vervoer door een in Nederland gevestigde vervoerder betreft: het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer.
##### Artikel 101
1. De in Nederland gevestigde vervoerder die geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen verricht, verstrekt aan Onze Minister binnen twee maanden na afloop van ieder kalenderjaar van elk in dat jaar per kwartaal verricht vervoer de gegevens in een vervoerverslag.
2. Onze Minister stelt het model vast voor het vervoerverslag.
#### § 5. Pendelvervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
##### Artikel 102
1. Het is verboden pendelvervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, tenzij met een land is overeengekomen dat geen vergunning is vereist.
2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aan de in Nederland gevestigde vervoerder slechts verleend indien hem een vergunning voor collectief personenvervoer is verleend.
##### Artikel 103
De vervoerder die pendelvervoer verricht van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen, draagt zorg dat in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht aanwezig is:
- a. de vergunning krachtens welke het vervoer wordt verricht of het door Onze Minister gewaarmerkt afschrift van deze vergunning,
- b. indien het vervoer door een in Nederland gevestigde vervoerder betreft: het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer.
#### § 5. Pendelvervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
##### Artikel 104
1. Het is vervoerders die in Nederland, België of Luxemburg zijn gevestigd, verboden ongeregeld vervoer te verrichten in strijd met de Beneluxbeschikking.
2. Onverminderd het eerste lid, is het verboden met bussen die blijkens het kenteken zijn ingeschreven in lidstaten dan wel in staten die partij zijn bij de EER, ongeregeld vervoer te verrichten in strijd met het bepaalde bij of krachtens [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684).
3. Het is verboden met bussen die blijkens het kenteken zijn ingeschreven in derde landen, ongeregeld vervoer te verrichten in strijd met de ASOR.
4. Het is verboden met bussen die blijkens het kenteken zijn ingeschreven in landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst ongeregeld vervoer te verrichten in strijd met de Interbus-overeenkomst.
##### Artikel 105
1. Het is verboden ongeregeld vervoer als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de ASOR, van en naar derde landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, met uitzondering van het vervoer, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van die overeenkomst.
2. Het is verboden ongeregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Interbus-overeenkomst te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning als bedoeld in artikel 15 van de Interbus-overeenkomst, met uitzondering van het vervoer bedoeld in artikel 6 van die overeenkomst.
##### Artikel 106
Het is verboden met bussen die blijkens het kenteken zijn ingeschreven in een andere staat, ongeregeld vervoer te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, tenzij met een staat is overeengekomen dat geen vergunning is vereist.
##### Artikel 107
De in Nederland gevestigde vervoerder die ongeregeld vervoer als bedoeld in deze paragraaf verricht, is houder van een vergunning voor collectief personenvervoer.
##### Artikel 108
De vervoerder die ongeregeld vervoer verricht met bussen van en naar lidstaten dan wel staten die partij zijn bij de EER of de Interbus-overeenkomst dan wel derde landen, draagt zorg dat in de bus waarmee het vervoer wordt verricht aanwezig is:
- a. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 2, derde lid, punt 1, eerste alinea van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684) van en naar lidstaten dan wel staten die partij zijn bij de EER: het reisblad en het gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning,
- b. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, van de ASOR van en naar derde landen en het wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: het reisblad en het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer,
- c. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 5, derde lid, van de ASOR van en naar derde landen en het wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: een gewaarmerkt afschrift van de vergunning en het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer,
- d. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 6 van de Interbus-overeenkomst van en naar landen die partij zijn bij die overeenkomst en het vervoer wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: het reisblad en het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer,
- e. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 7 van de Interbus-overeenkomst van en naar landen die partij zijn bij die overeenkomst en het vervoer wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: een gewaarmerkt afschrift van de vergunning en het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer.
##### Artikel 109
De vervoerder die ongeregeld vervoer verricht van en naar andere landen, draagt zorg dat:
- a. in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht, indien het vervoer betreft waarvoor op grond van [artikel 105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=6&artikel=105&z=2006-12-08&g=2006-12-08) een vergunning is vereist, de vergunning aanwezig is krachtens welke het vervoer wordt verricht of het door Onze Minister gewaarmerkt afschrift daarvan,
- b. in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht, indien het vervoer door een in Nederland gevestigde vervoerder betreft, het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer aanwezig is.
#### § 6. Ongeregeld vervoer met bussen uit lidstaten, derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
#### § 7. Vervoer voor eigen rekening
##### Artikel 110
Het is verboden in strijd met het bepaalde bij of krachtens [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684) vervoer voor eigen rekening te verrichten van en naar andere lidstaten dan wel staten die partij zijn bij de EER.
##### Artikel 111
Voor het verrichten van vervoer voor eigen rekening van en naar andere lidstaten wordt aan de in Nederland gevestigde vervoerder slechts een attest afgegeven indien hem een vergunning voor collectief personenvervoer als bedoeld in [artikel 4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=4) is verleend.
##### Artikel 112
De vervoerder die vervoer voor eigen rekening verricht van en naar andere lidstaten dan wel staten die partij zijn bij de EER, draagt zorg dat in de bus waarmee het vervoer wordt verricht aanwezig is:
- a. indien het vervoer voor eigen rekening betreft als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684): een attest als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van [verordening (EEG) nr. 684/92](31992R0684),
- b. indien het vervoer door een in Nederland gevestigde vervoerder betreft: het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer.
##### Artikel 113
1. Het is verboden vervoer voor eigen rekening van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, tenzij met een land is overeengekomen dat geen vergunning is vereist.
2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aan de in Nederland gevestigde ondernemer slechts verleend indien hem een vergunning voor collectief personenvervoer als bedoeld in [artikel 4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=4) is verleend.
##### Artikel 114
De vervoerder die vervoer voor eigen rekening verricht van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen draagt zorg dat in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht aanwezig is:
- a. de vergunning krachtens welke het vervoer wordt verricht of een door Onze Minister gewaarmerkt afschrift van deze vergunning,
- b. indien het vervoer door een in Nederland gevestigde vervoerder betreft: het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer, behorende bij een vergunning voor collectief personenvervoer als bedoeld in [artikel 4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=4).
#### § 8. Internationaal taxivervoer
##### Artikel 115
1. [Artikel 4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=4) is niet van toepassing op taxivervoer met een auto die blijkens het kenteken buiten Nederland is geregistreerd, mits het betreft:
- a. vervoer in gesloten rondritten, dat wil zeggen vervoer dat begint en eindigt in het land waar de auto is ingeschreven en dat wordt uitgevoerd met dezelfde auto waarbij over het gehele traject dezelfde reizigers worden vervoerd,
- b. vervoer waarbij de heenreis met reizigers en de terugreis naar het land waar de auto is ingeschreven, zonder reizigers geschiedt,
- c. vervoer waarbij de heenreis zonder reizigers geschiedt teneinde reizigers op te nemen die de auto hadden besteld voor hun aankomst in Nederland, met een bestemming buiten Nederland.
2. [Artikel 4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=4) is evenmin van toepassing op taxivervoer met een auto die blijkens het kenteken is geregistreerd in België of Luxemburg, waarbij de heenreis zonder reizigers geschiedt teneinde reizigers op te nemen die de auto hadden besteld voordat de auto Nederland was binnengekomen.
3. De vervoerder, bedoeld in het eerste en tweede lid, beschikt over een vergunning voor het verrichten van taxivervoer van het land waar de auto is geregistreerd.
##### Artikel 116
1. Voor het verrichten van ander taxivervoer dan het vervoer, bedoeld in [artikel 115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=115&z=2006-12-08&g=2006-12-08), met een auto die blijkens het kenteken buiten Nederland is geregistreerd, is een bewijs van toelating van vervoer vereist.
2. Onze Minister verleent een bewijs van toelating van vervoer indien de vervoerder beschikt over een vergunning voor het verrichten van taxivervoer van het land waar de auto is geregistreerd.
3. Een bewijs van toelating wordt voor ten hoogste een jaar verleend.
##### Artikel 117
De vervoerder, bedoeld in de [artikelen 115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=115&z=2006-12-08&g=2006-12-08) en [116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=116&z=2006-12-08&g=2006-12-08), draagt er zorg voor dat in de auto aanwezig is:
- a. een vergunning als bedoeld in [artikel 115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=115&z=2006-12-08&g=2006-12-08) of een gewaarmerkt afschrift hiervan, dan wel een bewijs van toelating als bedoeld in artikel 116,
- b. een volledig en naar waarheid voor de aanvang van de rit ingevuld, bij ministeriële regeling vastgesteld controledocument waarop tenminste is aangeven naam en adres van de vervoerder, naam van de bestuurder, datum, kenteken en zo nodig plaatsnummer van de auto, plaats en tijdstip van vertrek van de rit en plaats en tijdstip van instappen en uitstappen van reizigers.
### Hoofdstuk 9. Strafbepalingen
##### Artikel 118
Overtreding van elk van de voorschriften, vervat in de [artikelen 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=14&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=16&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=19&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=20&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [26, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=26&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [74, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=74&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [75, eerste, tweede, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=75&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [77, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=77&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=7&artikel=86&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [87, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=7&artikel=87&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=7&artikel=88&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [91, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=2&artikel=91&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=2&artikel=93&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=3&artikel=95&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=3&artikel=96&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [97, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=3&artikel=97&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [98, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=4&artikel=98&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=4&artikel=99&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=4&artikel=100&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [101, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=4&artikel=101&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [102, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=5&artikel=102&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [103 tot en met 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=5&artikel=103&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=7&artikel=112&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [113, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=7&artikel=113&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=7&artikel=114&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [115, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=115&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [116, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=116&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [117](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=117&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [127, eerste lid, onderdelen d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=127&z=2006-12-08&g=2006-12-08), vormt een strafbaar feit als bedoeld in [artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002063&artikel=1).
### Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 1. Overgangsbepalingen
##### Artikel 119
1. [Artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=6&z=2006-12-08&g=2006-12-08) is van toepassing op vervoer als bedoeld in artikel 5b van het Besluit personenvervoer, waarvan de overeenkomst op het moment van inwerkingtreding van dit besluit nog niet was beëindigd.
2. [Artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=1&paragraaf=2&artikel=7&z=2006-12-08&g=2006-12-08) is van toepassing op vervoer als bedoeld in artikel 5c van het Besluit personenvervoer, waarvan de overeenkomst op het moment van inwerkingtreding van dit besluit nog niet was beëindigd
##### Artikel 120
In afwijking van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=12&z=2006-12-08&g=2006-12-08) geldt voor een beslissing op een aanvraag om verlening van een vergunning voor het verrichten van taxivervoer een termijn van zes maanden, voorzover deze aanvraag is gedaan voor 1 januari 2001.
##### Artikel 121
1. Gedurende de periode dat vergunningen die krachtens de Wet personenvervoer zijn verleend, overeenkomstig [artikel 112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=112) of [113 van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=113) geldig blijven, behouden ook de op deze vergunningen verstrekte vergunningbewijzen hun geldigheid, behoudens het bepaalde in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=14&z=2006-12-08&g=2006-12-08).
2. [Artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=16&z=2006-12-08&g=2006-12-08) is niet van toepassing op vergunningen als bedoeld in het eerste lid, die zijn verleend voor het verrichten van openbaar vervoer.
##### Artikel 122
Wijzigt dit besluit..
##### Artikel 123
Wijzigt dit besluit.
##### Artikel 124
Degene die in het bezit is van een verklaring die voor 1 oktober 1999 overeenkomstig artikel 10 van [richtlijn nr. 96/26/EG](31996L0026) is afgegeven door Onze Minister of door een andere lidstaat dan Nederland, dan wel door een andere staat die partij is bij de EER, voldoet aan de eis van vakbekwaamheid.
##### Artikel 125
Tot 1 juli 2001, wordt, in afwijking van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=28&z=2006-12-08&g=2006-12-08), aan de eis van vakbekwaamheid voor het verrichten van taxivervoer voldaan indien:
- a. een vervoerder die taxivervoer verricht bij de aanvraag van een vergunning voor het verrichten van taxivervoer ten genoegen van Onze Minister aantoont in de periode van 1 juli 1999 tot 1 december 1999 gemiddeld minimaal 30 uur per week per auto taxivervoer te hebben verricht, waarbij is voldaan aan de eisen, gesteld bij of krachtens de artikelen 62 en 63 van de Wet personenvervoer en artikel 159 van het Besluit personenvervoer, zoals deze golden tot 1 januari 2000 en
- b. voor 1 juli 2001 aan [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=28&z=2006-12-08&g=2006-12-08), wordt voldaan, dan wel voor die datum, blijkens een door Onze Minister afgegeven verklaring wordt aangetoond dat een persoon als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=26&z=2006-12-08&g=2006-12-08), de laatste 5 jaar belast is geweest met het dagelijks beheer van een onderneming met als hoofdactiviteit taxivervoer krachtens een geldige vergunning.
##### Artikel 126
Degene aan wie op grond van artikel 29 van het Besluit personenvervoer, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=29&z=2006-12-08&g=2006-12-08), een ontheffing is verleend van de eis van vakbekwaamheid, blijft vanaf de inwerkingtreding van dit besluit ontheven van de eis van vakbekwaamheid onder de voorwaarden waaronder en gedurende de periode waarvoor die ontheffing is verleend.
##### Artikel 127
1. Tot het tijdstip van inwerkingtreding van de [artikelen 82](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=82&z=2006-12-08&g=2006-12-08) en [83](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=83&z=2006-12-08&g=2006-12-08), gelden de volgende bepalingen:
- a. in een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, is een taxameter aanwezig die zichtbaar voor de reiziger de vervoerprijs overeenkomstig de kenbaar gemaakte tarieven aangeeft,
- b. de taxameter voldoet aan de regels die bij en krachtens de [Metrologiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019517) zijn gesteld,
- c. behoudens in geval schriftelijk in een overeenkomst tarieven zijn vastgelegd voor gedurende een bepaalde periode meermalen te verrichten taxivervoer, wordt taxivervoer slechts verricht indien de in de auto aanwezige taxameter wordt gebruikt,
- d. de vervoerder die taxivervoer verricht draagt er voor zorg dat terstond voor aanvang en terstond na beëindiging van de rit volledig en naar waarheid een controledocument wordt ingevuld met daarop, voorzover van toepassing, de volgende gegevens:
- 1°. de naam en het adres van de vervoerder,
- 2°. de naam van de bestuurder,
- 3°. het kenteken van de auto,
- 4°. de datum en het tijdstip van aankomst en vertrek per rit, vertrek- en aankomstplaats per rit en de kilometerstand per dienst,
- 5°. aanvang en einde, en afstand en prijs van het vervoer per rit in beladen en onbeladen staat,
- 6°. de rij- en rusttijden van de bestuurder,
- e. de gegevens, bedoeld in onderdeel d, worden ten minste twee jaar door de vervoerder bewaard, en
- f. bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de instelling van de taxameter en de tijdvakken waarop een controle van de taxameter moet plaatsvinden tegen de in onderdeel b bedoelde eisen voor een in gebruik genomen taxameter. De [artikelen 15, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019897&artikel=15), en [20 van het Meetinstrumentenbesluit I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019897&artikel=20) zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.
2. Het eerste lid, onderdelen a en b, is niet van toepassing indien de auto uitsluitend wordt gebruikt voor gedurende een bepaalde periode meermalen te verrichten vervoer waarvoor schriftelijk in een overeenkomst tarieven zijn vastgelegd en in door Onze Minister te bepalen gevallen waarbij de auto uitsluitend wordt gebruikt voor vervoer tegen eenheidsprijzen.
3. Gedurende de periode dat vergunningen nog gelden voor een beperkt gebied, is het eerste lid, onderdeel c, niet van toepassing op taxivervoer dat zich niet beperkt tot het gebied waarvoor de vergunning is verleend.
##### Artikel 128
Een geneeskundige verklaring die voor de inwerkingtreding van dit besluit op grond van artikel 157 van het Besluit personenvervoer is afgegeven en zijn geldigheid niet heeft verloren, wordt vanaf de inwerkingtreding van dit besluit gelijkgesteld met de verklaring, bedoeld in [artikel 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=74&z=2006-12-08&g=2006-12-08).
##### Artikel 129
Een wijziging van [richtlijn nr. 96/26/EG](31996L0026) en [richtlijn nr. 92/50/EEG](31992L0050) gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
#### § 2. Aanpassing en intrekking van andere besluiten
##### Artikel 130
Wijzigt het Arbeidstijdenbesluit vervoer.
##### Artikel 131
Wijzigt het Besluit bedragen aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.
##### Artikel 132
Wijzigt het Wijzigingsbesluit Wet op de rechterlijke organisatie en andere wetten in verband met de opheffing van de functie van verkeersschout (Stb. 155), en aanpassing van lagere regelgeving aan die wet.
##### Artikel 133
Wijzigt het Besluit gevonden voorwerpen.
##### Artikel 134
Wijzigt het Besluit goederenvervoer over de weg.
##### Artikel 135
Wijzigt het Besluit infrastructuurfonds.
##### Artikel 136
Wijzigt het Interimbesluit capaciteitstoewijzing spoorwegen.
##### Artikel 137
Wijzigt het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
##### Artikel 138
Wijzigt het Transactiebesluit 1994.
##### Artikel 139
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992.
##### Artikel 140
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994.
##### Artikel 141
Wijzigt het Voertuigreglement.
##### Artikel 142
Wijzigt het Vreemdelingenbesluit.
##### Artikel 143
Na de inwerkingtreding van dit besluit berusten de hierna genoemde ministeriële regelingen op de daarbij vermelde artikelen van dit besluit:
- a. de Regeling aanwijzing instanties afgifte legitimatiebewijs voor gehandicapten berust op [artikel 45, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=45&z=2006-12-08&g=2006-12-08),
- b. de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer berust op de [artikelen 54 tot en met 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=5&paragraaf=1&artikel=54&z=2006-12-08&g=2006-12-08),
- c. het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 27 maart 2000, nr. CDJZ/WVW/2000-343 (Stcrt. 77) berust op [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=5&paragraaf=4&artikel=71&z=2006-12-08&g=2006-12-08),
- d. de Regeling experiment meerjarenafspraken openbaar vervoer 2000 berust op [artikel 72](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=5&paragraaf=5&artikel=72&z=2006-12-08&g=2006-12-08).
- e. de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer berust mede op [artikel 73](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=73&z=2006-12-08&g=2006-12-08),
- f. de Regeling chauffeurspas taxivervoer berust op de [artikelen 75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=75&z=2006-12-08&g=2006-12-08), [76](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=76&z=2006-12-08&g=2006-12-08) en [78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=78&z=2006-12-08&g=2006-12-08),
- g. de Regeling permanente eisen bussen berust op [artikel 80, derde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=80&z=2006-12-08&g=2006-12-08),
- h. de Regeling permanente eisen taxi's berust op [artikel 80, derde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=80&z=2006-12-08&g=2006-12-08),
- i. de Regeling vaststelling regels voor de keuring van auto's berust op [artikel 80, derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=80&z=2006-12-08&g=2006-12-08),
- j. de Regeling vaststelling regels voor de keuring van bussen berust op [artikel 80, derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=80&z=2006-12-08&g=2006-12-08),
- k. de Regeling vaststelling controledocument internationaal taxivervoer berust op [artikel 117, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&hoofdstuk=8&paragraaf=8&artikel=117&z=2006-12-08&g=2006-12-08).
#### § 3. Slotbepalingen
##### Artikel 144
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
##### Artikel 145
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit personenvervoer 2000.
## Bijlage. behorende bij artikel 35 van het Besluit personenvervoer 2000
### 1. **openbaar vervoer per bus***
@@ -1369,149 +1591,3 @@
### § 2. **openbaar vervoer per tram of metro**
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 72a
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de verplichting voor de vervoerder die taxivervoer verricht om in of op de auto waarmee taxivervoer wordt verricht dan wel anderszins duidelijk kenbaar te maken op welke wijze een klacht als bedoeld in [artikel 13, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=13) kan worden ingediend en op welke wijze deze wordt behandeld.
#### § 2. Eisen te stellen aan materieel
### Hoofdstuk 7. Cabotagevervoer
### Hoofdstuk 8. Internationaal vervoer per bus en auto
#### § 1. Definities
#### § 1. Definities
#### § 3. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar andere lidstaten en staten die partij zijn bij de EER
#### § 4. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
#### § 5. Pendelvervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
#### § 6. Ongeregeld vervoer met bussen uit lidstaten, derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
#### § 7. Vervoer voor eigen rekening
#### § 8. Internationaal taxivervoer
### Hoofdstuk 9. Strafbepalingen
### Hoofdstuk 9. Strafbepalingen
#### § 1. Overgangsbepalingen
#### § 2. Aanpassing en intrekking van andere besluiten
#### § 3. Slotbepalingen
## Bijlage. behorende bij artikel 35 van het Besluit personenvervoer 2000
### 1. **openbaar vervoer per bus***
* exclusief openbare wegen en uitsluitend voor openbaar vervoer openstaande wegen voor zover die onderdeel uitmaken van openbare wegen (bij voorbeeld busstroken op wegen, businhammen bij bushaltes)
### 1. **openbaar vervoer per bus***
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 4a
[Artikel 32, tweede lid, onderdelen i, j en k, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=32) is niet van toepassing op openbaar vervoer anders dan per trein.
#### § 3. Reisinformatie
### Hoofdstuk 2. Vergunningen
#### § 1. Verlening, wijziging, schorsing of intrekking
#### § 2. Vereisten aan vergunningen
#### § 3. Vergunningbewijzen
#### § 4. Eis van betrouwbaarheid
#### § 5. Eis van kredietwaardigheid
#### § 6. Eis van vakbekwaamheid
#### § 7. Periodieke toetsing van de eisen van betrouwbaarheid, kredietwaardigheid en vakbekwaamheid
### Hoofdstuk 3. Concessies en aanbesteding
#### § 1. Concessies
##### Artikel 36a
1. Een concessie voor openbaar vervoer per trein als bedoeld in [artikel 20, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) kan bij wijze van overgangsmaatregel worden verleend zonder dat een aanbesteding is gehouden:
- a. in afwachting van tot stand te brengen infrastructuur;
- b. in afwachting van de vorming van nieuwe concessiegebieden, of
- c. gedurende een periode waarin aanbesteding wordt voorbereid.
2. De duur van een concessie die wordt verleend conform het eerste lid bedraagt ten hoogste drie jaar. Na afloop van die concessie vindt voor het openbaar vervoer in het gebied waarop de desbetreffende concessie betrekking had, niet opnieuw concessieverlening plaats conform het eerste lid, behoudens goedkeuring van Onze Minister.
3. Een opdracht voor het openbaar vervoer per regionale treindienst die voor de inwerkingtreding van dit besluit is aanbesteed of onderhands verleend op grond van [artikel 5, eerste lid, van de Regeling experimenten regionale treindiensten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009697&artikel=5), kan na inwerkingtreding van dit besluit worden omgezet in een concessie voor openbaar vervoer per trein zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden.
#### § 2. Aanbesteding
### Hoofdstuk 4. Vervoervoorwaarden en bepalingen voor de reiziger
#### § 1. Nationale vervoerbewijzen
#### § 2. Bepalingen voor de reiziger
#### § 3. Bepalingen over verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang
### Hoofdstuk 5. Rijksbijdrage voor exploitatie van openbaar vervoer
#### § 1. Berekening van de bijdrage en de vervoeropbrengsten
#### § 2. Gewijzigd vaststellen van de bijdrage
#### § 3. Besteding en bevoorschotting van de bijdrage
#### § 4. Controle, verantwoording en administratie van de besteding van de bijdrage
#### § 5. Experimentenregeling
### Hoofdstuk 6. Eisen te stellen aan vervoerders, bestuurders en materieel
#### § 1. Eisen te stellen aan vervoerders en bestuurders
#### § 2. Eisen te stellen aan materieel
### Hoofdstuk 7. Cabotagevervoer
### Hoofdstuk 8. Internationaal vervoer per bus en auto
#### § 2. Algemene bepalingen
#### § 3. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar andere lidstaten en staten die partij zijn bij de EER
#### § 4. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
#### § 6. Ongeregeld vervoer met bussen uit lidstaten, derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
#### § 7. Vervoer voor eigen rekening
#### § 8. Internationaal taxivervoer
### Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 1. Overgangsbepalingen
#### § 2. Aanpassing en intrekking van andere besluiten
#### § 3. Slotbepalingen
## Bijlage. behorende bij artikel 35 van het Besluit personenvervoer 2000
* exclusief openbare wegen en uitsluitend voor openbaar vervoer openstaande wegen voor zover die onderdeel uitmaken van openbare wegen (bij voorbeeld busstroken op wegen, businhammen bij bushaltes)
### § 2. **openbaar vervoer per tram of metro**
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
2006-12-08
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 15 y 20 más
2006-11-29
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 15 y 21 más
2005-09-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 15 y 22 más
2005-08-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 15 y 22 más
2005-07-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 15 y 23 más
2005-05-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 15 y 23 más
2005-04-06
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 15 y 23 más
2005-03-16
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 4, 5 y 67 más
2005-01-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 1, 1
2004-11-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 1, 1
2004-07-07
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 8 y 33 más
2004-07-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 6 y 39 más
2004-04-30
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 6 y 39 más
2004-04-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 4, 5 y 83 más
2004-01-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 4, 5 y 85 más
2002-10-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 4, 5, 6 y 41 más
2002-01-01
Besluit personenvervoer 2000 — arts. 1, 1, 1 y 182 más
2002-01-01
Besluit personenvervoer 2000
original version Tekst op deze datum