Wijzigingsgeschiedenis
Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden
4 versions
· 2009-04-05
2009-04-05
Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden — arts. 5, 6
Wijzigingen op 2009-04-05
@@ -12,7 +12,7 @@
##### Artikel 2
1. Voor de openbare lichamen wordt het percentage, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet als volgt vastgesteld:
1. Voor de openbare lichamen wordt het percentage, als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011987&artikel=3) als volgt vastgesteld:
- a. voor de provincies: 7,0%;
@@ -20,21 +20,17 @@
- c. voor de waterschappen: 23%;
- d. voor de gemeenschappelijke regelingen: 8,2%;
- d. voor de gemeenschappelijke regelingen: 8,2%.
- e. voor de in artikel 21, eerste lid, van de Politiewet 1993 bedoelde regio's: 6,2%.
2. Voor de openbare lichamen wordt het in artikel 5 van de wet genoemde percentage als volgt vastgesteld:
2. Voor de openbare lichamen wordt het in [artikel 5 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011987&artikel=5) genoemde percentage als volgt vastgesteld:
- a. voor de provincies: 20%;
- b. voor de gemeenten: 20%;
- c. voor de waterschappen: 20%;
- c. voor de waterschappen: 30%;
- d. voor de gemeenschappelijke regelingen: 20%;
- e. voor de in artikel 21, eerste lid, van de Politiewet 1993 bedoelde regio's: 20%.
- d. voor de gemeenschappelijke regelingen: 20%.
3. Voor de renterisiconorm geldt een minimumbedrag van 2.500.000 euro.
@@ -48,31 +44,27 @@
- a. Jaarlijks tezamen met het jaarverslag een opgave van:
- 1°. Het begrotingstotaal bij aanvang van het voorgaande jaar;
- 1°. Het begrotingstotaal bij aanvang van het voorgaande jaar en het komende jaar;
- 2°. De kasgeldlimiet bij aanvang van het voorgaande jaar;
- 3°. De gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van het voorgaande jaar;
- 4°. De stand van de vaste schuld bij aanvang van het voorgaande jaar;
- 4°. De renterisiconorm bij aanvang van het komende jaar;
- 5°. De renterisiconorm bij aanvang van het voorgaande jaar;
- 5°. Het renterisico op de vaste schuld over de komende vier jaren.
- 6°. Het renterisico op de vaste schuld over het voorgaande jaar.
- b. Aan het einde van ieder kwartaal een opgave van de laatst berekende gemiddelde netto-vlottende schuld en de kasgeldlimiet voor het desbetreffende kalenderjaar.
2. De openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, lid a, van de wet zenden aan het Centraal bureau voor de statistiek driemaandelijks een opgave van de stand van het EMU-saldo op een door het Centraal Bureau voor de Statistiek te bepalen wijze.
2. De openbare lichamen als bedoeld in [artikel 1, lid a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011987&artikel=1) zenden aan het Centraal bureau voor de statistiek driemaandelijks een opgave van de stand van het EMU-saldo op een door het Centraal Bureau voor de Statistiek te bepalen wijze.
3. Een openbaar lichaam kan toezending van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde gegevens aan de toezichthouder achterwege laten, indien de kasgeldlimiet van deze openbare lichamen gelijk is aan het wettelijke minimumbedrag.
##### Artikel 5
Het Centraal Bureau voor de Statistiek zendt iedere drie maanden voor het einde van het eerstvolgende kwartaal verzamelopgaven van de in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012075&artikel=4&z=2004-12-12&g=2009-01-01), bedoelde gegevens aan Onze Minister van Financiën.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek zendt iedere drie maanden voor het einde van het eerstvolgende kwartaal verzamelopgaven van de in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012075&artikel=4&z=2009-04-05&g=2009-04-05), bedoelde gegevens aan Onze Minister van Financiën.
##### Artikel 6
De opgaven bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012075&artikel=4&z=2004-12-12&g=2009-01-01), worden verstrekt overeenkomstig de als bijlage bij deze regeling gevoegde modelstaten.
De opgaven bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012075&artikel=4&z=2009-04-05&g=2009-04-05), worden verstrekt overeenkomstig de als bijlage bij deze regeling gevoegde modelstaten.
##### Artikel 7
@@ -88,4 +80,64 @@
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden.
## Bijlage A
## Bijlage
- •. **Liquiditeitspositie** over het ..... kwartaal van het jaar .....
- •. Van de decentrale overheid: Provincie ..... Gemeente ..... Waterschap ..... Gemeenschappelijke regeling .....
- •. In de provincie: .....
De modelstaten A over de kwartalen van het voorafgaande jaar worden normaliter eenmaal per jaar als onderdeel van de financieringsparagraaf bij de begroting en het jaarverslag naar de toezichthouder verzonden. De liquiditeitspositie heeft betrekking op de financiering met een rentetypische looptijd van korter dan een jaar. Een derivaat kan daarbij de looptijd van de financiering veranderen. Zo kan een derivaat vaste schuld omzetten in een korte schuld met variabele rente. De liquiditeitspositie is het saldo van (a) de vlottende of korte schulden, zoals schulden in rekening-courant en in bewaring zijnde kasgelden van derden en (b) de vlottende middelen zoals kasgelden en tegoeden in rekening-courant. De liquiditeitspositie heeft betrekking op het gehele openbaar lichaam, alsmede op de gemeentelijke kredietbank en op diensten zoals het grondbedrijf, exclusief interne schuldverhoudingen. De gemiddelde liquiditeitspositie van de drie kwartaalmaanden wordt getoetst aan het bedrag van de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet heeft betrekking op het totaal van de begroting van het lopende jaar naar de stand van 1 januari. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, dan dient de betrokken decentrale overheid de drie kwartaalrapportages toe te zenden aan de toezichthouder, met daarbij een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet.
| **Stappen (1–4)** | **(1) Vlottende schuld** | **(2) Vlottende middelen** | **(3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (–)** |
| --- | --- | --- | --- |
| (1) – (2) = (3) | | | |
| ultimo maand 1 | | | |
| ultimo maand 2 | | | |
| ultimo maand 3 | | | |
| | | | |
| **(4) gemiddelde van (3)** | | | |
| | | | |
| **Stappen (5–9)** | **Variabelen** | **Variabelen** | **Bedragen** |
| | | | |
| **(5)** | **kasgeldlimiet** | **kasgeldlimiet** | |
| (6a) = (5>4) | ruimte onder de kasgeldlimiet | ruimte onder de kasgeldlimiet | |
| (6b) = (4>5) | overschrijding van de kasgeldlimiet | overschrijding van de kasgeldlimiet | |
| | | | |
| **Berekening kasgeldlimiet (5)** | | | |
| | | | |
| (7) | Begrotingstotaal | Begrotingstotaal | |
| (8) | Percentage regeling | Percentage regeling | |
| | | | |
| **(5) = (7) x (8) / 100** | **Kasgeldlimiet** | **Kasgeldlimiet** | |
- •. Renterisico vaste schuld over de jaren .....
- •. Van de decentrale overheid: Provincie ..... Gemeente ..... Waterschap ..... Gemeenschappelijke regeling .....
- •. In de provincie: .....
Modelstaat B wordt eenmaal per jaar als onderdeel van de financierings-paragraaf bij de begroting en het jaarverslag naar de toezichthouder verzonden. Op deze staat wordt over het renterisico van de komende vier jaren gerapporteerd. Het renterisico heeft betrekking op de vaste schuld en op het bedrag waarover renterisico wordt gelopen. Naast de renteherzieningen zijn hiervoor ook de aflossingen van belang, want het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. Het renterisico heeft betrekking op het gehele openbaar lichaam, op de gemeentelijke kredietbank en op diensten zoals het grondbedrijf. Het renterisico wordt getoetst aan het bedrag van de renterisiconorm. De renterisiconorm heeft betrekking op het totaal van de begroting van uitsluitend het komende jaar. Het komende jaar is jaar T in de tabel hierna.
| Stap | Variabelen Renterisico(norm) | Jaar T: | Jaar T+1: | Jaar T+2: | Jaar T+3: |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| (1) | Renteherzieningen | | | | |
| (2) | Aflossingen | | | | |
| | | | | | |
| **(3)** | **Renterisico (1+2)** | | | | |
| | | | | | |
| **(4)** | **Renterisiconorm** | | | | |
| | | | | | |
| (5a) = (4>3 ) | Ruimte onder renterisiconorm | | | | |
| (5b) = (3>4) | Overschrijding renterisiconorm | | | | |
| | | | | | |
| | **Renterisiconorm** | | | | |
| | | | | | |
| **Berekening** | Begrotingstotaal jaar T | | | | |
| (4a) | Percentage | | | | |
| (4b) | Regeling | | | | |
| | | | | | |
| | **Renterisiconorm (van alleen jaar T)** | | | | |
| | | | | | |
| **(4) = (4a x 4b/100)** | | | | | |
2009-01-01
Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden — arts. 5, 5, 6,
2004-12-12
Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden — arts. 5, 6
2003-02-28
Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden — versión orig
original version
Tekst op deze datum