Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 21 december 2000, houdende vaststelling van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
28 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 12, 18, 21 y 5 más
2025-12-12
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 12, 18, 21 y 5 más
2025-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
2023-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
2021-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 12, 12, 17 y 17 más
2020-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 12, 12, 17 y 17 más
2018-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 12, 12, 17 y 17 más
2017-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 12, 12, 17 y 18 más
2016-09-20
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
2016-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 12, 12, 17 y 17 más
2014-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 12, 12, 17 y 17 más
2013-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 12, 12, 17 y 17 más
2012-10-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
2012-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
2011-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 12, 12, 12 y 60 más
2010-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
2009-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
2008-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 12, 12, 17 y 49 más
2007-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
2006-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 12, 12, 17 y 53 más
2005-04-22
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 9, 9, 9 y 87 más
2005-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 9, 9, 9 y 157 más
2004-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 9, 9, 9 y 117 más
2003-04-23
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 9, 9, 10 y 77 más
Wijzigingen op 2003-04-23
@@ -118,11 +118,11 @@
6. In afwijking in zoverre van het eerste lid behoren door een belastingplichtige verkregen voordelen en inkomsten uit het door de belastingplichtige of een ander als artiest of sportbeoefenaar verrichten van persoonlijke werkzaamheden binnen het gebied van de andere Mogendheid, niet tot het buitenlandse inkomen uit werk en woning uit die Mogendheid.
7. Indien de belastingplichtige de onderneming van een vennootschap waarvan hij aandelen of winstbewijzen houdt, in het kader van de ontbinding van die vennootschap met toepassing van [artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=14c), voortzet of mede voortzet, wordt op het tijdstip van voortzetting mede als winst uit buitenlandse onderneming uit een Mogendheid aangemerkt 35/50 deel van het aan het aandeel van de belastingplichtige in de vennootschap toe te rekenen deel van het volgens [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=34&z=2002-08-29&g=2003-01-02) vastgestelde bedrag aan winst uit buitenlandse onderneming uit die Mogendheid van de vennootschap na toepassing van genoemd artikel 14c, tweede lid. De vorige volzin vindt overeenkomstige toepassing bij volgens [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=35&z=2002-08-29&g=2003-01-02) vastgestelde bedragen aan negatieve buitenlandse winst van de vennootschap.
7. Indien de belastingplichtige de onderneming van een vennootschap waarvan hij aandelen of winstbewijzen houdt, in het kader van de ontbinding van die vennootschap met toepassing van [artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=14c), voortzet of mede voortzet, wordt op het tijdstip van voortzetting mede als winst uit buitenlandse onderneming uit een Mogendheid aangemerkt 35/50 deel van het aan het aandeel van de belastingplichtige in de vennootschap toe te rekenen deel van het volgens [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=34&z=2003-04-23&g=2003-04-23) vastgestelde bedrag aan winst uit buitenlandse onderneming uit die Mogendheid van de vennootschap na toepassing van genoemd artikel 14c, tweede lid. De vorige volzin vindt overeenkomstige toepassing bij volgens [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=35&z=2003-04-23&g=2003-04-23) vastgestelde bedragen aan negatieve buitenlandse winst van de vennootschap.
##### Artikel 10. Vermindering belasting bij buitenlands inkomen uit werk en woning
1. De in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=8&z=2002-08-29&g=2003-01-02) bedoelde vrijstelling voor buitenlands inkomen uit werk en woning wordt voor elke Mogendheid waaruit de belastingplichtige zodanig inkomen geniet afzonderlijk toegepast door een vermindering te verlenen op de verschuldigde inkomstenbelasting.
1. De in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=8&z=2003-04-23&g=2003-04-23) bedoelde vrijstelling voor buitenlands inkomen uit werk en woning wordt voor elke Mogendheid waaruit de belastingplichtige zodanig inkomen geniet afzonderlijk toegepast door een vermindering te verlenen op de verschuldigde inkomstenbelasting.
2. De in het eerste lid bedoelde vermindering is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) over het belastbare inkomen uit werk en woning verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het buitenlands inkomen uit werk en woning uit een Mogendheid staat tot het noemerinkomen.
@@ -138,15 +138,19 @@
##### Artikel 11. Doorschuifregeling
1. Voorzover het gezamenlijke bedrag aan vrij te stellen buitenlands inkomen uit werk en woning – per Mogendheid berekend met inachtneming van de verrekening volgens [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=12&z=2002-08-29&g=2003-01-02) – groter is dan het noemerinkomen, wordt het overgebracht naar het volgend jaar. Deze overbrenging vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. In het jaar waarnaar de overbrenging plaatsvindt, wordt voor de berekening van de vermindering van [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2002-08-29&g=2003-01-02) het buitenlands inkomen uit werk en woning verhoogd met het over te brengen bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning. Het noemerinkomen wordt niet verhoogd.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de toedeling van het vrij te stellen buitenlands inkomen uit werk en woning per Mogendheid aan de te verlenen vermindering volgens [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2002-08-29&g=2003-01-02) en de overbrenging van buitenlands inkomen uit werk en woning naar een volgend jaar van het eerste lid.
1. Voorzover het gezamenlijke bedrag aan vrij te stellen buitenlands inkomen uit werk en woning – per Mogendheid berekend met inachtneming van de verrekening volgens [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=12&z=2003-04-23&g=2003-04-23) – groter is dan het noemerinkomen, wordt het overgebracht naar het volgend jaar. Deze overbrenging vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. In het jaar waarnaar de overbrenging plaatsvindt, wordt voor de berekening van de vermindering van [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2003-04-23&g=2003-04-23) het buitenlands inkomen uit werk en woning verhoogd met het over te brengen bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning. Het noemerinkomen wordt niet verhoogd.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de toedeling van het vrij te stellen buitenlands inkomen uit werk en woning per Mogendheid aan de te verlenen vermindering volgens [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2003-04-23&g=2003-04-23) en de overbrenging van buitenlands inkomen uit werk en woning naar een volgend jaar van het eerste lid.
4. Indien een binnenlandse belastingplichtige beloningen geniet als bedoeld in een compensatieregeling voor grensarbeiders in een andere regeling ter voorkoming van dubbele belasting, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing.
5. Bij ministeriële regeling kan onder daarbij te stellen voorwaarden worden bepaald dat het vierde lid geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is.
##### Artikel 12. Inhaalregeling
Indien het buitenlands inkomen uit werk en woning uit een Mogendheid – berekend met inachtneming van de overbrenging per Mogendheid volgens [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=11&z=2002-08-29&g=2003-01-02) – negatief is, wordt het voor de toepassing van de vermindering van [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2002-08-29&g=2003-01-02) aangemerkt als negatief bestanddeel van het buitenlandse inkomen uit werk en woning van het volgend jaar uit die Mogendheid. De inspecteur stelt het naar het volgend jaar over te brengen negatieve buitenlands inkomen uit werk en woning vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Indien het buitenlands inkomen uit werk en woning uit een Mogendheid – berekend met inachtneming van de overbrenging per Mogendheid volgens [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=11&z=2003-04-23&g=2003-04-23) – negatief is, wordt het voor de toepassing van de vermindering van [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2003-04-23&g=2003-04-23) aangemerkt als negatief bestanddeel van het buitenlandse inkomen uit werk en woning van het volgend jaar uit die Mogendheid. De inspecteur stelt het naar het volgend jaar over te brengen negatieve buitenlands inkomen uit werk en woning vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
#### Paragraaf 2. Verrekening
@@ -160,17 +164,21 @@
- b. het bedrag dat tot de belasting die in het desbetreffende jaar zonder de toepassing van dit besluit volgens de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) over het belastbare inkomen uit werk en woning verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het bedrag van de in dat jaar volgens het eerste lid in aanmerking te nemen voordelen en inkomsten, verminderd met de daarmee verband houdende kosten, staat tot het noemerinkomen.
3. [Artikel 10, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2002-08-29&g=2003-01-02), is van overeenkomstige toepassing.
4. De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2002-08-29&g=2003-01-02), ten hoogste het bedrag aan berekende belasting op het belastbaar inkomen uit werk en woning.
3. [Artikel 10, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2003-04-23&g=2003-04-23), is van overeenkomstige toepassing.
4. De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2003-04-23&g=2003-04-23), ten hoogste het bedrag aan berekende belasting op het belastbaar inkomen uit werk en woning.
##### Artikel 14. Voortwenteling niet verrekende belasting artiesten en sporters
Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=13&z=2002-08-29&g=2003-01-02) dat door de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, of het vierde lid, van dat artikel niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
1. Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=13&z=2003-04-23&g=2003-04-23) dat door de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, of het vierde lid, van dat artikel niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. Indien een binnenlandse belastingplichtige beloningen geniet als bedoeld in een compensatieregeling voor grensarbeiders in een andere regeling ter voorkoming van dubbele belasting, is het eerste lid niet van toepassing.
3. Bij ministeriële regeling kan onder daarbij te stellen voorwaarden worden bepaald dat het tweede lid geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is.
##### Artikel 15. Verrekening buitenlandse belasting op dividenden, interest en royalty's
1. Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van inkomstenbelasting verleend voor in het inkomen uit werk en woning, maar niet in enig in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=9&z=2002-08-29&g=2003-01-02) bedoeld buitenlands inkomen uit werk en woning, begrepen dividenden, interest en royalty's, indien:
1. Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van inkomstenbelasting verleend voor in het inkomen uit werk en woning, maar niet in enig in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=9&z=2003-04-23&g=2003-04-23) bedoeld buitenlands inkomen uit werk en woning, begrepen dividenden, interest en royalty's, indien:
- a. de vennootschap die de dividenden uitdeelt of de schuldenaar van de rente en royalty's in een ontwikkelingsland is gevestigd of woont, en
@@ -186,13 +194,13 @@
4. Bij de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, worden dividenden en interest verminderd met de daarmee verband houdende kosten, en worden royalty's verminderd met de daarop rechtstreeks drukkende kosten.
5. [Artikel 10, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2002-08-29&g=2003-01-02), is van overeenkomstige toepassing.
6. De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2002-08-29&g=2003-01-02) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=13&z=2002-08-29&g=2003-01-02), ten hoogste het bedrag aan berekende belasting op het belastbaar inkomen uit werk en woning.
5. [Artikel 10, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2003-04-23&g=2003-04-23), is van overeenkomstige toepassing.
6. De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2003-04-23&g=2003-04-23) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=13&z=2003-04-23&g=2003-04-23), ten hoogste het bedrag aan berekende belasting op het belastbaar inkomen uit werk en woning.
##### Artikel 16. Uiteindelijk gerechtigde
1. Bij de toepassing van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=15&z=2002-08-29&g=2003-01-02) wordt geen vermindering verleend indien de belastingplichtige niet de uiteindelijk gerechtigde is tot de dividenden, interest of royalty's waarop door een andere Mogendheid belasting is geheven. Niet als uiteindelijk gerechtigde wordt beschouwd de belastingplichtige die in samenhang met de ontvangen opbrengst een tegenprestatie heeft verricht als onderdeel van een samenstel van transacties waarbij aannemelijk is dat:
1. Bij de toepassing van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=15&z=2003-04-23&g=2003-04-23) wordt geen vermindering verleend indien de belastingplichtige niet de uiteindelijk gerechtigde is tot de dividenden, interest of royalty's waarop door een andere Mogendheid belasting is geheven. Niet als uiteindelijk gerechtigde wordt beschouwd de belastingplichtige die in samenhang met de ontvangen opbrengst een tegenprestatie heeft verricht als onderdeel van een samenstel van transacties waarbij aannemelijk is dat:
- a. de opbrengst geheel of gedeeltelijk direct of indirect ten goede is gekomen aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die in mindere mate gerechtigd is tot vermindering van Nederlandse belasting dan de belastingplichtige die de tegenprestatie heeft verricht; en
@@ -206,11 +214,11 @@
##### Artikel 17. Voortwenteling niet verrekende belasting dividenden, interest en royalty's
Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting, bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=15&z=2002-08-29&g=2003-01-02), dat door de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, of het vijfde lid, van dat artikel niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting, bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=15&z=2003-04-23&g=2003-04-23), dat door de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, of het vijfde lid, van dat artikel niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
##### Artikel 18. Kostenaftrek
Op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige blijft [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=15&z=2002-08-29&g=2003-01-02) buiten toepassing voor de in een jaar genoten dividenden, interest en royalty's, bedoeld in dat artikel en voor de daarover vanwege ontwikkelingslanden geheven belasting.
Op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige blijft [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=15&z=2003-04-23&g=2003-04-23) buiten toepassing voor de in een jaar genoten dividenden, interest en royalty's, bedoeld in dat artikel en voor de daarover vanwege ontwikkelingslanden geheven belasting.
### Afdeling 3. Inkomen uit aanmerkelijk belang
@@ -228,7 +236,7 @@
- b. het bedrag dat tot de belasting die in het desbetreffende jaar zonder de toepassing van dit besluit volgens de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) over het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het bedrag van de in dat jaar volgens het eerste lid in aanmerking te nemen dividenden staat tot het noemerinkomen.
3. [Artikel 15, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=15&z=2002-08-29&g=2003-01-02), en [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=16&z=2002-08-29&g=2003-01-02) vinden overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 15, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=15&z=2003-04-23&g=2003-04-23), en [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=16&z=2003-04-23&g=2003-04-23) vinden overeenkomstige toepassing.
4. Onder de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) verschuldigd zou zijn over het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang, bedoeld in [artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.7).
@@ -240,11 +248,11 @@
##### Artikel 20. Voortwenteling niet verrekende belasting
Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting als bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=19&z=2002-08-29&g=2003-01-02) dat door de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting als bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=19&z=2003-04-23&g=2003-04-23) dat door de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
##### Artikel 21. Kostenaftrek
Op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige blijft [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=19&z=2002-08-29&g=2003-01-02) buiten toepassing voor de in een jaar genoten dividenden als bedoeld in dat artikel en voor de daarover vanwege ontwikkelingslanden geheven belasting.
Op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige blijft [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=19&z=2003-04-23&g=2003-04-23) buiten toepassing voor de in een jaar genoten dividenden als bedoeld in dat artikel en voor de daarover vanwege ontwikkelingslanden geheven belasting.
### Afdeling 4. Inkomen uit sparen en beleggen
@@ -270,13 +278,13 @@
##### Artikel 24. Vermindering belasting bij buitenlands voordeel uit sparen en beleggen
1. De in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=4¶graaf=1&artikel=22&z=2002-08-29&g=2003-01-02)‘21’ moet zijn ‘22’. bedoelde vrijstelling voor buitenlands voordeel uit sparen en beleggen wordt toegepast door een vermindering te verlenen op de verschuldigde inkomstenbelasting.
1. De in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=4¶graaf=1&artikel=22&z=2003-04-23&g=2003-04-23)‘21’ moet zijn ‘22’. bedoelde vrijstelling voor buitenlands voordeel uit sparen en beleggen wordt toegepast door een vermindering te verlenen op de verschuldigde inkomstenbelasting.
2. De in het eerste lid bedoelde vermindering is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het gemiddelde van de rendementsgrondslag in het buitenland aan het begin van het jaar (begindatum) en aan het einde van het jaar (einddatum) staat tot het gemiddelde van de rendementsgrondslag aan het begin en aan het einde van het jaar. De vermindering kan, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting, niet meer bedragen dan de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn.
3. Indien de belastingplichtige niet het gehele jaar binnenlands belastingplichtige is, wordt de naar tijdsgelang herleide waarde van de rendementsgrondslag in het buitenland over de periode dat hij in Nederland woonde in aanmerking genomen. Gedeelten van kalendermaanden worden hierbij verwaarloosd. Als rendementsgrondslag geldt de som van de naar tijdsgelang herleide rendementsgrondslag over de periode dat de belastingplichtige in Nederland woonde en de naar tijdsgelang herleide rendementsgrondslag in Nederland over de periode dat hij niet in Nederland woonde. De derde volzin vindt geen toepassing bij de belastingplichtige die volgens [artikel 2.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.5) kiest voor toepassing van de regels van die [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) voor binnenlandse belastingplichtigen.
4. Indien de in [artikel 23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=4¶graaf=1&artikel=23&z=2002-08-29&g=2003-01-02), genoemde zaken, rechten en schulden niet het gehele jaar tot de rendementsgrondslag van de belastingplichtige behoren, wordt zowel op de begindatum als op de einddatum de naar tijdsgelang herleide waarde hiervan als rendementsgrondslag in het buitenland in aanmerking genomen, waarbij gedeelten van kalendermaanden als volle maand worden beschouwd. Behoort de zaak, het recht of de schuld op de begindatum of de einddatum tot de rendementsgrondslag van de belastingplichtige dan wordt de waarde op dat tijdstip als basis genomen voor de toepassing van de eerste volzin. Behoort de zaak, het recht of de schuld op geen van die tijdstippen tot de rendementsgrondslag van de belastingplichtige, dan wordt uitgegaan van de waarde op het tijdstip waarop de zaak, het recht of de schuld niet meer tot de rendementsgrondslag behoort.
4. Indien de in [artikel 23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=4¶graaf=1&artikel=23&z=2003-04-23&g=2003-04-23), genoemde zaken, rechten en schulden niet het gehele jaar tot de rendementsgrondslag van de belastingplichtige behoren, wordt zowel op de begindatum als op de einddatum de naar tijdsgelang herleide waarde hiervan als rendementsgrondslag in het buitenland in aanmerking genomen, waarbij gedeelten van kalendermaanden als volle maand worden beschouwd. Behoort de zaak, het recht of de schuld op de begindatum of de einddatum tot de rendementsgrondslag van de belastingplichtige dan wordt de waarde op dat tijdstip als basis genomen voor de toepassing van de eerste volzin. Behoort de zaak, het recht of de schuld op geen van die tijdstippen tot de rendementsgrondslag van de belastingplichtige, dan wordt uitgegaan van de waarde op het tijdstip waarop de zaak, het recht of de schuld niet meer tot de rendementsgrondslag behoort.
5. Onder de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) verschuldigd zou zijn over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, bedoeld in [artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.7).
@@ -294,27 +302,27 @@
2. Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is gelijk aan het bedrag van de in het desbetreffende jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting. De belasting die vanwege andere Mogendheden is geheven over dividenden, interest en royalty's wordt tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan tot 25% van de desbetreffende dividenden, interest en royalty's.
3. [Artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=16&z=2002-08-29&g=2003-01-02) is van overeenkomstige toepassing.
4. De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=4¶graaf=1&artikel=24&z=2002-08-29&g=2003-01-02), ten hoogste het bedrag aan berekende belasting op het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.
3. [Artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=16&z=2003-04-23&g=2003-04-23) is van overeenkomstige toepassing.
4. De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=4¶graaf=1&artikel=24&z=2003-04-23&g=2003-04-23), ten hoogste het bedrag aan berekende belasting op het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.
##### Artikel 25a. Voortwenteling niet verrekende belasting
Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting, bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=4¶graaf=2&artikel=25&z=2002-08-29&g=2003-01-02), dat door de toepassing van het vierde lid van dat artikel niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting, bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=4¶graaf=2&artikel=25&z=2003-04-23&g=2003-04-23), dat door de toepassing van het vierde lid van dat artikel niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
### Afdeling 5. Formele en overige bepalingen
##### Artikel 26. Beschikkingen doorschuifregeling
1. De inspecteur stelt het bedrag van het volgens [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=11&z=2002-08-29&g=2003-01-02) naar een volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning per Mogendheid vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Deze vaststelling gebeurt gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over dat jaar. Het bedrag van het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning wordt op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld.
1. De inspecteur stelt het bedrag van het volgens [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=11&z=2003-04-23&g=2003-04-23) naar een volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning per Mogendheid vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Deze vaststelling gebeurt gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over dat jaar. Het bedrag van het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning wordt op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld.
2. Rechtsmiddelen tegen een beschikking als bedoeld in het eerste lid kunnen uitsluitend betrekking hebben op:
- a. de grootte van het over te brengen bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning voorzover dat niet eerder is vastgesteld, en
- b. de toepassing van de ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=11&z=2002-08-29&g=2003-01-02).
3. Het bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning dat volgens [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=11&z=2002-08-29&g=2003-01-02), naar het volgend jaar wordt overgebracht, kan worden herzien of alsnog worden vastgesteld, indien:
- b. de toepassing van de ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=11&z=2003-04-23&g=2003-04-23).
3. Het bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning dat volgens [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=11&z=2003-04-23&g=2003-04-23), naar het volgend jaar wordt overgebracht, kan worden herzien of alsnog worden vastgesteld, indien:
- a. een aanslag wordt verminderd wegens de verrekening van verliezen uit andere jaren;
@@ -324,31 +332,31 @@
- d. enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat het bedrag van het over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning te hoog is vastgesteld, waarbij de herziening alleen kan plaatsvinden voor in de beschikking opgenomen buitenlands inkomen uit werk en woning dat is genoten in een van de twaalf voorafgaande jaren.
4. In afwijking in zoverre van [artikel 11, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=11&z=2002-08-29&g=2003-01-02), wordt, indien het derde lid toepassing vindt, het herziene of het alsnog vastgestelde bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning dat naar het volgend jaar wordt overgebracht, in het volgend jaar in aanmerking genomen zonder dat dit bedrag vooraf door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld. De vorige volzin vindt overeenkomstige toepassing voorzover de herziening gevolgen heeft voor bedragen die worden overgebracht naar jaren waarvoor al een aanslag is vastgesteld.
4. In afwijking in zoverre van [artikel 11, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=11&z=2003-04-23&g=2003-04-23), wordt, indien het derde lid toepassing vindt, het herziene of het alsnog vastgestelde bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning dat naar het volgend jaar wordt overgebracht, in het volgend jaar in aanmerking genomen zonder dat dit bedrag vooraf door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld. De vorige volzin vindt overeenkomstige toepassing voorzover de herziening gevolgen heeft voor bedragen die worden overgebracht naar jaren waarvoor al een aanslag is vastgesteld.
##### Artikel 27. Beschikkingen inhaalregeling
1. De inspecteur stelt het bedrag van het volgens [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=12&z=2002-08-29&g=2003-01-02) naar een volgend jaar over te brengen negatieve buitenlands inkomen uit werk en woning per Mogendheid vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. [Artikel 26, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede lid, derde lid en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=5&artikel=26&z=2002-08-29&g=2003-01-02) is van overeenkomstige toepassing.
1. De inspecteur stelt het bedrag van het volgens [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=12&z=2003-04-23&g=2003-04-23) naar een volgend jaar over te brengen negatieve buitenlands inkomen uit werk en woning per Mogendheid vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. [Artikel 26, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede lid, derde lid en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=5&artikel=26&z=2003-04-23&g=2003-04-23) is van overeenkomstige toepassing.
3. Indien het negatieve buitenlands inkomen uit werk en woning niet bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld, wordt het bedrag in het volgende jaar toch in aanmerking genomen als negatief bestanddeel van het buitenlands inkomen uit werk en woning. Het bedrag wordt niet meer in aanmerking genomen indien de termijn waarbinnen de inspecteur bevoegd is om een aanslag vast te stellen over het eerste jaar waarin een lager naar het volgend jaar over te brengen bedrag aan negatief buitenlands inkomen uit werk en woning bij voor bezwaar vatbare beschikking had moeten worden vastgesteld, met meer dan twee jaar is overschreden.
##### Artikel 28. Beschikkingen verrekening
1. De inspecteur stelt de volgens de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=14&z=2002-08-29&g=2003-01-02), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=17&z=2002-08-29&g=2003-01-02), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=20&z=2002-08-29&g=2003-01-02) en [25a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=4¶graaf=2&artikel=25a&z=2002-08-29&g=2003-01-02) over te brengen bedragen aan vanwege andere Mogendheden geheven belasting per artikel vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. [Artikel 26, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede lid, derde lid en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=5&artikel=26&z=2002-08-29&g=2003-01-02), is van overeenkomstige toepassing.
1. De inspecteur stelt de volgens de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=14&z=2003-04-23&g=2003-04-23), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=17&z=2003-04-23&g=2003-04-23), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=3&artikel=20&z=2003-04-23&g=2003-04-23) en [25a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=4¶graaf=2&artikel=25a&z=2003-04-23&g=2003-04-23) over te brengen bedragen aan vanwege andere Mogendheden geheven belasting per artikel vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. [Artikel 26, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede lid, derde lid en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=5&artikel=26&z=2003-04-23&g=2003-04-23), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 29. Emigratie en terugkeer
Ingeval de belastingplichtige in een jaar anders dan door overlijden ophoudt binnenlands belastingplichtige te zijn, en binnen een termijn van acht jaren na afloop van dit jaar wederom binnenlands belastingplichtige wordt, worden de over het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de binnenlandse belastingplicht is geëindigd volgens de [artikelen 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=5&artikel=26&z=2002-08-29&g=2003-01-02), [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=5&artikel=27&z=2002-08-29&g=2003-01-02) en [28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=5&artikel=28&z=2002-08-29&g=2003-01-02) vastgestelde bedragen aan over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning, negatief buitenlands inkomen uit werk en woning en vanwege andere Mogendheden geheven belasting, aangemerkt als bedragen die in het jaar voorafgaande aan het opnieuw binnenlands belastingplichtig worden, zijn vastgesteld.
Ingeval de belastingplichtige in een jaar anders dan door overlijden ophoudt binnenlands belastingplichtige te zijn, en binnen een termijn van acht jaren na afloop van dit jaar wederom binnenlands belastingplichtige wordt, worden de over het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de binnenlandse belastingplicht is geëindigd volgens de [artikelen 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=5&artikel=26&z=2003-04-23&g=2003-04-23), [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=5&artikel=27&z=2003-04-23&g=2003-04-23) en [28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=5&artikel=28&z=2003-04-23&g=2003-04-23) vastgestelde bedragen aan over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning, negatief buitenlands inkomen uit werk en woning en vanwege andere Mogendheden geheven belasting, aangemerkt als bedragen die in het jaar voorafgaande aan het opnieuw binnenlands belastingplichtig worden, zijn vastgesteld.
### Hoofdstuk III. Loonbelasting
##### Artikel 30. Vrijstelling van loonbelasting
Een in Nederland wonende werknemer is vrijgesteld van de loonbelasting die betrekking heeft op door hem genoten loon waarop [artikel 9, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=9&z=2002-08-29&g=2003-01-02), van toepassing is, en dat is onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege de andere Mogendheid als in dat artikel bedoeld wordt geheven.
Een in Nederland wonende werknemer is vrijgesteld van de loonbelasting die betrekking heeft op door hem genoten loon waarop [artikel 9, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=9&z=2003-04-23&g=2003-04-23), van toepassing is, en dat is onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege de andere Mogendheid als in dat artikel bedoeld wordt geheven.
### Hoofdstuk IV. Vennootschapsbelasting
@@ -372,15 +380,15 @@
- d. werkzaamheden die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 30 dagen in, op of boven het winningsgebied van de andere Mogendheid worden verricht.
3. [Artikel 9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=9&z=2002-08-29&g=2003-01-02), is van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=9&z=2003-04-23&g=2003-04-23), is van overeenkomstige toepassing.
4. Het winningsgebied van de andere Mogendheid bestaat uit de territoriale zee van de andere Mogendheid alsmede het buiten de territoriale zee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voorzover de andere Mogendheid daar op grond van het internationale recht rechten mag uitoefenen op het gebied van de exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen.
5. In afwijking van het eerste lid wordt winst uit buitenlandse onderneming behaald met een onderneming waarvan de werkzaamheden grotendeels bestaan uit beleggen of uit financieringswerkzaamheden als bedoeld in [artikel 13, tweede lid, laatste volzin, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=13), niet tot de buitenlandse winst uit een andere Mogendheid gerekend. De eerste volzin vindt geen toepassing indien de werkzaamheden volgens genoemd [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=13&z=2002-08-29&g=2003-01-02) kunnen worden aangemerkt als actieve financieringswerkzaamheden.
5. In afwijking van het eerste lid wordt winst uit buitenlandse onderneming behaald met een onderneming waarvan de werkzaamheden grotendeels bestaan uit beleggen of uit financieringswerkzaamheden als bedoeld in [artikel 13, tweede lid, laatste volzin, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=13), niet tot de buitenlandse winst uit een andere Mogendheid gerekend. De eerste volzin vindt geen toepassing indien de werkzaamheden volgens genoemd [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=13&z=2003-04-23&g=2003-04-23) kunnen worden aangemerkt als actieve financieringswerkzaamheden.
##### Artikel 33. Vermindering belasting bij buitenlandse winst
1. De in [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=31&z=2002-08-29&g=2003-01-02) bedoelde vrijstelling voor buitenlandse winst wordt voor elke Mogendheid waarin de belastingplichtige zodanige winst behaalt afzonderlijk toegepast door een vermindering te verlenen op de verschuldigde vennootschapsbelasting.
1. De in [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=31&z=2003-04-23&g=2003-04-23) bedoelde vrijstelling voor buitenlandse winst wordt voor elke Mogendheid waarin de belastingplichtige zodanige winst behaalt afzonderlijk toegepast door een vermindering te verlenen op de verschuldigde vennootschapsbelasting.
2. De in het eerste lid bedoelde vermindering is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de [Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672) verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als de buitenlandse winst uit een Mogendheid staat tot noemerwinst.
@@ -390,15 +398,15 @@
##### Artikel 34. Doorschuifregeling
1. Voorzover het gezamenlijke bedrag aan vrij te stellen buitenlandse winst – per Mogendheid berekend met inachtneming van de verrekening volgens [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=35&z=2002-08-29&g=2003-01-02) – groter is dan de noemerwinst, wordt het overgebracht naar het volgend jaar. Deze overbrenging vindt alleen plaats indien de naar het volgend jaar over te brengen buitenlandse winst door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. In het jaar waarnaar de overbrenging plaatsvindt, wordt voor de berekening van de vermindering van [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2002-08-29&g=2003-01-02) de buitenlandse winst verhoogd met het over te brengen bedrag aan buitenlandse winst. De noemerwinst wordt niet verhoogd.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de toedeling van de vrij te stellen buitenlandse winst per Mogendheid aan de te verlenen vermindering volgens [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2002-08-29&g=2003-01-02) en de overbrenging van buitenlandse winst naar een volgend jaar van het eerste lid.
1. Voorzover het gezamenlijke bedrag aan vrij te stellen buitenlandse winst – per Mogendheid berekend met inachtneming van de verrekening volgens [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=35&z=2003-04-23&g=2003-04-23) – groter is dan de noemerwinst, wordt het overgebracht naar het volgend jaar. Deze overbrenging vindt alleen plaats indien de naar het volgend jaar over te brengen buitenlandse winst door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. In het jaar waarnaar de overbrenging plaatsvindt, wordt voor de berekening van de vermindering van [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2003-04-23&g=2003-04-23) de buitenlandse winst verhoogd met het over te brengen bedrag aan buitenlandse winst. De noemerwinst wordt niet verhoogd.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de toedeling van de vrij te stellen buitenlandse winst per Mogendheid aan de te verlenen vermindering volgens [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2003-04-23&g=2003-04-23) en de overbrenging van buitenlandse winst naar een volgend jaar van het eerste lid.
##### Artikel 35. Inhaalregeling
1. Indien de buitenlandse winst uit een Mogendheid – berekend met inachtneming van de overbrenging per Mogendheid volgens [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=34&z=2002-08-29&g=2003-01-02) – negatief is, wordt deze voor de toepassing van de vermindering van [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2002-08-29&g=2003-01-02) aangemerkt als negatief bestanddeel van de buitenlandse winst van het volgend jaar uit die Mogendheid. De inspecteur stelt de naar het volgend jaar over te brengen negatieve buitenlandse winst vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
1. Indien de buitenlandse winst uit een Mogendheid – berekend met inachtneming van de overbrenging per Mogendheid volgens [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=34&z=2003-04-23&g=2003-04-23) – negatief is, wordt deze voor de toepassing van de vermindering van [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2003-04-23&g=2003-04-23) aangemerkt als negatief bestanddeel van de buitenlandse winst van het volgend jaar uit die Mogendheid. De inspecteur stelt de naar het volgend jaar over te brengen negatieve buitenlandse winst vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. Het eerste lid vindt geen toepassing voorzover met het negatieve bedrag al rekening is gehouden bij de toepassing van [artikel 13c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=13c).
@@ -406,7 +414,7 @@
##### Artikel 36. Verrekening buitenlandse belasting op dividenden, interest en royalty's
1. Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van vennootschapsbelasting verleend voor in de winst, maar niet in enige in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=32&z=2002-08-29&g=2003-01-02) bedoelde buitenlandse winst, begrepen dividenden, interest en royalty's, indien:
1. Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van vennootschapsbelasting verleend voor in de winst, maar niet in enige in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=32&z=2003-04-23&g=2003-04-23) bedoelde buitenlandse winst, begrepen dividenden, interest en royalty's, indien:
- a. de vennootschap die de dividenden uitdeelt of de schuldenaar van de rente en royalty's in een ontwikkelingsland woont of gevestigd is, en
@@ -422,41 +430,41 @@
4. Bij de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, worden dividenden en interest verminderd met de daarmee verband houdende kosten, en worden royalty's verminderd met de daarop rechtstreeks drukkende kosten.
5. [Artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=16&z=2002-08-29&g=2003-01-02) en [artikel 33, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2002-08-29&g=2003-01-02), zijn van overeenkomstige toepassing.
6. De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2002-08-29&g=2003-01-02), ten hoogste het bedrag aan belasting dat volgens de [Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672) verschuldigd is.
5. [Artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=2&artikel=16&z=2003-04-23&g=2003-04-23) en [artikel 33, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2003-04-23&g=2003-04-23), zijn van overeenkomstige toepassing.
6. De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2003-04-23&g=2003-04-23), ten hoogste het bedrag aan belasting dat volgens de [Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672) verschuldigd is.
##### Artikel 37. Voortwenteling niet verrekende belasting dividenden, interest en royalty's
Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting als bedoeld in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=36&z=2002-08-29&g=2003-01-02) dat door de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, of het zesde lid, van dat artikel niet leidt tot een vermindering van vennootschapsbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting als bedoeld in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=36&z=2003-04-23&g=2003-04-23) dat door de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, of het zesde lid, van dat artikel niet leidt tot een vermindering van vennootschapsbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
##### Artikel 38. Kostenaftrek
Op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige blijft [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=36&z=2002-08-29&g=2003-01-02) buiten toepassing voor de in een jaar genoten dividenden, interest en royalty's als bedoeld in dat artikel en voor de daarover vanwege ontwikkelingslanden geheven belasting.
Op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige blijft [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=36&z=2003-04-23&g=2003-04-23) buiten toepassing voor de in een jaar genoten dividenden, interest en royalty's als bedoeld in dat artikel en voor de daarover vanwege ontwikkelingslanden geheven belasting.
##### Artikel 39. Verrekening buitenlandse belasting bij passieve winst uit buitenlandse onderneming
1. Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van vennootschapsbelasting verleend voor door hem behaalde passieve winst uit buitenlandse onderneming als bedoeld in [artikel 32, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=32&z=2002-08-29&g=2003-01-02), indien deze winst is onderworpen aan een belasting naar de winst die vanwege een andere Mogendheid wordt geheven.
1. Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van vennootschapsbelasting verleend voor door hem behaalde passieve winst uit buitenlandse onderneming als bedoeld in [artikel 32, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=32&z=2003-04-23&g=2003-04-23), indien deze winst is onderworpen aan een belasting naar de winst die vanwege een andere Mogendheid wordt geheven.
2. Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is het laagste van de volgende bedragen:
- a. 50% van het in [artikel 22 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=22) eerstgenoemde percentage maal het, met inachtneming van de overbrenging volgens [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=41&z=2002-08-29&g=2003-01-02) berekende, positieve gezamenlijke bedrag van de in het eerste lid bedoelde winst uit buitenlandse onderneming;
- a. 50% van het in [artikel 22 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=22) eerstgenoemde percentage maal het, met inachtneming van de overbrenging volgens [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=41&z=2003-04-23&g=2003-04-23) berekende, positieve gezamenlijke bedrag van de in het eerste lid bedoelde winst uit buitenlandse onderneming;
- b. het bedrag dat tot de belasting die in het desbetreffende jaar zonder de toepassing van dit besluit volgens de [Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672) verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het gezamenlijke bedrag van de in dat jaar volgens het eerste lid in aanmerking te nemen winst uit buitenlandse onderneming, staat tot de noemerwinst.
3. Op verzoek van de belastingplichtige wordt het volgens het tweede lid, onderdeel a, te bepalen bedrag gesteld op het bedrag van de in het desbetreffende jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting. In een jaar waarnaar een negatief bedrag als bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=41&z=2002-08-29&g=2003-01-02) is overgebracht, wordt van de in de vorige volzin bedoelde belasting niet meer in aanmerking genomen dan het bedrag dat tot die belasting in dezelfde verhouding staat als het in het tweede lid bedoelde gezamenlijke bedrag – berekend met inachtneming van de overbrenging volgens [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=41&z=2002-08-29&g=2003-01-02) – staat tot dat gezamenlijke bedrag berekend zonder toepassing van de overbrenging volgens [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=41&z=2002-08-29&g=2003-01-02), vermeerderd met het volgens [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=40&z=2002-08-29&g=2003-01-02) naar dat jaar overgebrachte bedrag van vanwege andere Mogendheden geheven belasting.
4. [Artikel 33, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2002-08-29&g=2003-01-02), is van overeenkomstige toepassing.
5. De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2002-08-29&g=2003-01-02) en [36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=36&z=2002-08-29&g=2003-01-02), ten hoogste het bedrag aan verschuldigde vennootschapsbelasting.
3. Op verzoek van de belastingplichtige wordt het volgens het tweede lid, onderdeel a, te bepalen bedrag gesteld op het bedrag van de in het desbetreffende jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting. In een jaar waarnaar een negatief bedrag als bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=41&z=2003-04-23&g=2003-04-23) is overgebracht, wordt van de in de vorige volzin bedoelde belasting niet meer in aanmerking genomen dan het bedrag dat tot die belasting in dezelfde verhouding staat als het in het tweede lid bedoelde gezamenlijke bedrag – berekend met inachtneming van de overbrenging volgens [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=41&z=2003-04-23&g=2003-04-23) – staat tot dat gezamenlijke bedrag berekend zonder toepassing van de overbrenging volgens [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=41&z=2003-04-23&g=2003-04-23), vermeerderd met het volgens [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=40&z=2003-04-23&g=2003-04-23) naar dat jaar overgebrachte bedrag van vanwege andere Mogendheden geheven belasting.
4. [Artikel 33, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2003-04-23&g=2003-04-23), is van overeenkomstige toepassing.
5. De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2003-04-23&g=2003-04-23) en [36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=36&z=2003-04-23&g=2003-04-23), ten hoogste het bedrag aan verschuldigde vennootschapsbelasting.
##### Artikel 40. Voortwenteling niet verrekende belasting bij passieve winst uit buitenlandse onderneming
Voorzover het volgens [artikel 39, tweede lid, onderdeel a, of het derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=39&z=2002-08-29&g=2003-01-02), berekende bedrag door de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, of het vijfde lid niet leidt tot een vermindering van vennootschapsbelasting over dat jaar, wordt dit bedrag overgebracht naar het volgende jaar en in dat jaar bij de berekening van de vermindering in aanmerking genomen. Deze overbrenging vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Voorzover het volgens [artikel 39, tweede lid, onderdeel a, of het derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=39&z=2003-04-23&g=2003-04-23), berekende bedrag door de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, of het vijfde lid niet leidt tot een vermindering van vennootschapsbelasting over dat jaar, wordt dit bedrag overgebracht naar het volgende jaar en in dat jaar bij de berekening van de vermindering in aanmerking genomen. Deze overbrenging vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
##### Artikel 41. Inhaal negatieve bedragen
1. Indien het gezamenlijke bedrag bedoeld in [artikel 39, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=39&z=2002-08-29&g=2003-01-02), negatief is, wordt dit bedrag overgebracht naar het volgend jaar en bij de berekening van het gezamenlijke bedrag van dat jaar als negatief bedrag in aanmerking genomen. De inspecteur stelt het naar het volgend jaar over te brengen bedrag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
1. Indien het gezamenlijke bedrag bedoeld in [artikel 39, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=39&z=2003-04-23&g=2003-04-23), negatief is, wordt dit bedrag overgebracht naar het volgend jaar en bij de berekening van het gezamenlijke bedrag van dat jaar als negatief bedrag in aanmerking genomen. De inspecteur stelt het naar het volgend jaar over te brengen bedrag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. Het eerste lid vindt geen toepassing voorzover met het negatieve bedrag al rekening is gehouden bij de toepassing van [artikel 13c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=13c).
@@ -464,15 +472,15 @@
##### Artikel 42. Beschikkingen doorschuifregeling
1. De inspecteur stelt het bedrag van de volgens [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=34&z=2002-08-29&g=2003-01-02) naar een volgend jaar over te brengen buitenlandse winst per mogendheid vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Deze vaststelling gebeurt gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over dat jaar. Het bedrag van de naar het volgend jaar over te brengen buitenlandse winst wordt op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld.
1. De inspecteur stelt het bedrag van de volgens [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=34&z=2003-04-23&g=2003-04-23) naar een volgend jaar over te brengen buitenlandse winst per mogendheid vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Deze vaststelling gebeurt gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over dat jaar. Het bedrag van de naar het volgend jaar over te brengen buitenlandse winst wordt op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld.
2. Rechtsmiddelen tegen een beschikking als bedoeld in het eerste lid kunnen uitsluitend betrekking hebben op:
- a. de grootte van het over te brengen bedrag aan buitenlandse winst voorzover dat niet eerder is vastgesteld, en
- b. de toepassing van de ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 34, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=34&z=2002-08-29&g=2003-01-02).
3. Het bedrag aan buitenlandse winst dat volgens [artikel 34, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=34&z=2002-08-29&g=2003-01-02), naar het volgend jaar wordt overgebracht, kan worden herzien of alsnog worden vastgesteld, indien:
- b. de toepassing van de ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 34, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=34&z=2003-04-23&g=2003-04-23).
3. Het bedrag aan buitenlandse winst dat volgens [artikel 34, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=34&z=2003-04-23&g=2003-04-23), naar het volgend jaar wordt overgebracht, kan worden herzien of alsnog worden vastgesteld, indien:
- a. een aanslag wordt verminderd wegens de verrekening van verliezen uit andere jaren;
@@ -482,35 +490,35 @@
- d. enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat het bedrag van de over te brengen buitenlandse winst te hoog is vastgesteld, waarbij de herziening alleen kan plaatsvinden voor in de beschikking opgenomen buitenlandse winst die is genoten in een van de twaalf voorafgaande jaren.
4. In afwijking in zoverre van [artikel 34, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=34&z=2002-08-29&g=2003-01-02), wordt, indien het derde lid toepassing vindt, het herziene of het alsnog vastgestelde bedrag aan buitenlandse winst dat naar het volgend jaar wordt overgebracht, in het volgend jaar in aanmerking genomen zonder dat dit bedrag vooraf door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld. De vorige volzin vindt overeenkomstige toepassing voorzover de herziening gevolgen heeft voor bedragen die worden overgebracht naar jaren waarvoor al een aanslag is vastgesteld.
4. In afwijking in zoverre van [artikel 34, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=34&z=2003-04-23&g=2003-04-23), wordt, indien het derde lid toepassing vindt, het herziene of het alsnog vastgestelde bedrag aan buitenlandse winst dat naar het volgend jaar wordt overgebracht, in het volgend jaar in aanmerking genomen zonder dat dit bedrag vooraf door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld. De vorige volzin vindt overeenkomstige toepassing voorzover de herziening gevolgen heeft voor bedragen die worden overgebracht naar jaren waarvoor al een aanslag is vastgesteld.
##### Artikel 43. Beschikkingen inhaalregeling en inhaal negatieve bedragen
1. De inspecteur stelt het bedrag van de volgens [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=35&z=2002-08-29&g=2003-01-02) naar een volgend jaar over te brengen negatieve buitenlandse winst per Mogendheid vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. De inspecteur stelt het volgens [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=41&z=2002-08-29&g=2003-01-02) naar een volgend jaar over te brengen negatieve gezamenlijke bedrag aan buitenlandse winst als bedoeld in [artikel 39, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=39&z=2002-08-29&g=2003-01-02), vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
3. [Artikel 42, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede lid, derde lid en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=42&z=2002-08-29&g=2003-01-02) is van overeenkomstige toepassing.
1. De inspecteur stelt het bedrag van de volgens [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=35&z=2003-04-23&g=2003-04-23) naar een volgend jaar over te brengen negatieve buitenlandse winst per Mogendheid vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. De inspecteur stelt het volgens [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=41&z=2003-04-23&g=2003-04-23) naar een volgend jaar over te brengen negatieve gezamenlijke bedrag aan buitenlandse winst als bedoeld in [artikel 39, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=39&z=2003-04-23&g=2003-04-23), vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
3. [Artikel 42, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede lid, derde lid en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=42&z=2003-04-23&g=2003-04-23) is van overeenkomstige toepassing.
4. Indien de negatieve buitenlandse winst niet bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld, wordt het bedrag in het volgende jaar toch in aanmerking genomen als negatief bestanddeel van de buitenlandse winst. Het bedrag wordt niet meer in aanmerking genomen indien de termijn waarbinnen de inspecteur bevoegd is om een aanslag vast te stellen over het eerste jaar waarin een lager naar het volgend jaar over te brengen bedrag aan negatieve buitenlandse winst bij voor bezwaar vatbare beschikking had moeten worden vastgesteld, met meer dan twee jaar is overschreden. De vorige volzin vindt overeenkomstige toepassing voor het volgens het tweede lid vastgestelde bedrag.
##### Artikel 44. Beschikkingen verrekening
1. De inspecteur stelt het volgens [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=37&z=2002-08-29&g=2003-01-02) over te brengen bedrag aan vanwege andere Mogendheden geheven belasting vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. De inspecteur stelt het volgens [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=40&z=2002-08-29&g=2003-01-02) over te brengen bedrag aan belasting vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
3. [Artikel 42, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede lid, derde lid en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=42&z=2002-08-29&g=2003-01-02), is van overeenkomstige toepassing.
1. De inspecteur stelt het volgens [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=37&z=2003-04-23&g=2003-04-23) over te brengen bedrag aan vanwege andere Mogendheden geheven belasting vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. De inspecteur stelt het volgens [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=40&z=2003-04-23&g=2003-04-23) over te brengen bedrag aan belasting vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
3. [Artikel 42, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede lid, derde lid en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=42&z=2003-04-23&g=2003-04-23), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 45. Emigratie en terugkeer
Ingeval de belastingplichtige in een jaar anders dan door liquidatie ophoudt binnenlands belastingplichtige te zijn, en binnen een termijn van acht jaren na afloop van dit jaar wederom binnenlands belastingplichtige wordt, worden de over het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de binnenlandse belastingplicht is geëindigd volgens de [artikelen 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=42&z=2002-08-29&g=2003-01-02), [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=43&z=2002-08-29&g=2003-01-02) en [44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=44&z=2002-08-29&g=2003-01-02) vastgestelde bedragen aan over te brengen buitenlandse winst, negatieve buitenlandse winst en vanwege andere Mogendheden geheven belasting, aangemerkt als bedragen die in het jaar voorafgaande aan het opnieuw binnenlands belastingplichtig worden, zijn vastgesteld.
Ingeval de belastingplichtige in een jaar anders dan door liquidatie ophoudt binnenlands belastingplichtige te zijn, en binnen een termijn van acht jaren na afloop van dit jaar wederom binnenlands belastingplichtige wordt, worden de over het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de binnenlandse belastingplicht is geëindigd volgens de [artikelen 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=42&z=2003-04-23&g=2003-04-23), [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=43&z=2003-04-23&g=2003-04-23) en [44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=44&z=2003-04-23&g=2003-04-23) vastgestelde bedragen aan over te brengen buitenlandse winst, negatieve buitenlandse winst en vanwege andere Mogendheden geheven belasting, aangemerkt als bedragen die in het jaar voorafgaande aan het opnieuw binnenlands belastingplichtig worden, zijn vastgesteld.
##### Artikel 46. Wijziging gerechtigdheid tot lichaam
1. Indien aannemelijk is dat in vergelijking met het begin van het oudste jaar waarvan een naar het volgend jaar over te brengen bedrag aan buitenlandse winst als bedoeld in artikel 34 in een later jaar nog niet volledig tot een vermindering heeft geleid, het uiteindelijke belang in de belastingplichtige in belangrijke mate is gewijzigd, wordt met ingang van het jaar waarin de wijziging heeft plaatsgevonden, het over te brengen bedrag aan buitenlandse winst van het daaraan voorafgaande jaar niet meer bij de berekening van de vermindering als bedoeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2002-08-29&g=2003-01-02) in aanmerking genomen.
2. Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot naar een volgend jaar over te brengen bedragen aan vanwege andere Mogendheden geheven belasting als bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=37&z=2002-08-29&g=2003-01-02) en over te brengen bedragen aan belasting als bedoeld in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=40&z=2002-08-29&g=2003-01-02).
1. Indien aannemelijk is dat in vergelijking met het begin van het oudste jaar waarvan een naar het volgend jaar over te brengen bedrag aan buitenlandse winst als bedoeld in artikel 34 in een later jaar nog niet volledig tot een vermindering heeft geleid, het uiteindelijke belang in de belastingplichtige in belangrijke mate is gewijzigd, wordt met ingang van het jaar waarin de wijziging heeft plaatsgevonden, het over te brengen bedrag aan buitenlandse winst van het daaraan voorafgaande jaar niet meer bij de berekening van de vermindering als bedoeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=33&z=2003-04-23&g=2003-04-23) in aanmerking genomen.
2. Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot naar een volgend jaar over te brengen bedragen aan vanwege andere Mogendheden geheven belasting als bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=37&z=2003-04-23&g=2003-04-23) en over te brengen bedragen aan belasting als bedoeld in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=40&z=2003-04-23&g=2003-04-23).
3. [Artikel 20a, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, achtste, negende en tiende lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=20a) is van overeenkomstige toepassing.
@@ -518,7 +526,7 @@
##### Artikel 47. Vermindering recht van successie bij daadwerkelijk of fictief in Nederland wonende erflater
1. Bij een verkrijging krachtens erfrecht door het overlijden van iemand die ten tijde van dat overlijden in Nederland woonde, wordt ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting een vermindering verleend van het recht van successie voor de in de verkrijging begrepen bezittingen behorende tot een door hem gedreven buitenlandse onderneming als bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=9&z=2002-08-29&g=2003-01-02), en voor de in de verkrijging begrepen onroerende zaken die binnen het gebied van een andere Mogendheid zijn gelegen en rechten waaraan deze zijn onderworpen, voorzover de verkrijging van vorenbedoelde bezittingen aan een gelijksoortige belasting is onderworpen die vanwege een andere Mogendheid als daar bedoeld wordt geheven.
1. Bij een verkrijging krachtens erfrecht door het overlijden van iemand die ten tijde van dat overlijden in Nederland woonde, wordt ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting een vermindering verleend van het recht van successie voor de in de verkrijging begrepen bezittingen behorende tot een door hem gedreven buitenlandse onderneming als bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=9&z=2003-04-23&g=2003-04-23), en voor de in de verkrijging begrepen onroerende zaken die binnen het gebied van een andere Mogendheid zijn gelegen en rechten waaraan deze zijn onderworpen, voorzover de verkrijging van vorenbedoelde bezittingen aan een gelijksoortige belasting is onderworpen die vanwege een andere Mogendheid als daar bedoeld wordt geheven.
2. Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is het laagste van de volgende bedragen:
@@ -528,13 +536,13 @@
3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt:
- a. de waarde van de in het eerste lid bedoelde bezittingen verminderd met de waarde van de tot een buitenlandse onderneming als bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=9&z=2002-08-29&g=2003-01-02), behorende schulden, daaronder begrepen schulden voortspruitende uit een medegerechtigdheid anders dan als aandeelhouder tot een zodanige onderneming, en met de waarde van de niet tot een zodanige onderneming behorende schulden verzekerd door hypotheek op een binnen het gebied van een andere Mogendheid gelegen onroerende zaak of een recht waaraan deze is onderworpen;
- a. de waarde van de in het eerste lid bedoelde bezittingen verminderd met de waarde van de tot een buitenlandse onderneming als bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=9&z=2003-04-23&g=2003-04-23), behorende schulden, daaronder begrepen schulden voortspruitende uit een medegerechtigdheid anders dan als aandeelhouder tot een zodanige onderneming, en met de waarde van de niet tot een zodanige onderneming behorende schulden verzekerd door hypotheek op een binnen het gebied van een andere Mogendheid gelegen onroerende zaak of een recht waaraan deze is onderworpen;
- b. de waarde van alle verkregen bezittingen verminderd met de waarde van de tot een onderneming behorende schulden, daaronder begrepen schulden voortspruitende uit een medegerechtigdheid anders dan als aandeelhouder, en met de waarde van de niet tot een onderneming behorende schulden verzekerd door hypotheek op een onroerende zaak of een recht waaraan deze is onderworpen.
##### Artikel 48. Vermindering recht van successie bij fictief in Nederland wonende erflater
1. Bij een verkrijging krachtens erfrecht door het overlijden van iemand die op grond van [artikel 3, eerste lid, van de Successiewet 1956](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226&artikel=3) geacht wordt ten tijde van het overlijden in Nederland te hebben gewoond, wordt voorts, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van het recht van successie verleend voor in die verkrijging begrepen bezittingen andere dan die bedoeld in [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=V&artikel=47&z=2002-08-29&g=2003-01-02), voorzover ter zake van de verkrijging van die bezittingen vanwege een andere Mogendheid een gelijksoortige belasting is geheven omdat de erflater aldaar ten tijde van het overlijden zijn daadwerkelijke woonplaats had. Deze vermindering is niet van toepassing ten aanzien van die bezittingen over de verkrijging waarvan op de voet van [artikel 5 van de Successiewet 1956](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226&artikel=5) recht van overgang zou zijn verschuldigd, indien [artikel 3, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226&artikel=3) niet van toepassing zou zijn.
1. Bij een verkrijging krachtens erfrecht door het overlijden van iemand die op grond van [artikel 3, eerste lid, van de Successiewet 1956](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226&artikel=3) geacht wordt ten tijde van het overlijden in Nederland te hebben gewoond, wordt voorts, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van het recht van successie verleend voor in die verkrijging begrepen bezittingen andere dan die bedoeld in [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=V&artikel=47&z=2003-04-23&g=2003-04-23), voorzover ter zake van de verkrijging van die bezittingen vanwege een andere Mogendheid een gelijksoortige belasting is geheven omdat de erflater aldaar ten tijde van het overlijden zijn daadwerkelijke woonplaats had. Deze vermindering is niet van toepassing ten aanzien van die bezittingen over de verkrijging waarvan op de voet van [artikel 5 van de Successiewet 1956](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226&artikel=5) recht van overgang zou zijn verschuldigd, indien [artikel 3, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226&artikel=3) niet van toepassing zou zijn.
2. Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is het laagste van de volgende bedragen:
@@ -544,17 +552,17 @@
##### Artikel 49. Buitenlandse gelijksoortige belasting als boedelschuld
Indien een verkrijging van een erflater die ten tijde van het overlijden in Nederland woonde, bezittingen omvat welke zich binnen het gebied van een andere Mogendheid bevinden en niet op grond van de [artikelen 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=V&artikel=47&z=2002-08-29&g=2003-01-02) en [48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=V&artikel=48&z=2002-08-29&g=2003-01-02) aanspraak bestaat op een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting, wordt bij het bepalen van de waarde van die verkrijging een vanwege die andere Mogendheid over deze bezittingen geheven gelijksoortige belasting in mindering gebracht op die verkrijging.
Indien een verkrijging van een erflater die ten tijde van het overlijden in Nederland woonde, bezittingen omvat welke zich binnen het gebied van een andere Mogendheid bevinden en niet op grond van de [artikelen 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=V&artikel=47&z=2003-04-23&g=2003-04-23) en [48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=V&artikel=48&z=2003-04-23&g=2003-04-23) aanspraak bestaat op een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting, wordt bij het bepalen van de waarde van die verkrijging een vanwege die andere Mogendheid over deze bezittingen geheven gelijksoortige belasting in mindering gebracht op die verkrijging.
##### Artikel 50. Vermindering per verkrijger
De verminderingen bedoeld in de [artikelen 47 tot en met 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=V&artikel=47&z=2002-08-29&g=2003-01-02) worden per verkrijger berekend.
De verminderingen bedoeld in de [artikelen 47 tot en met 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=V&artikel=47&z=2003-04-23&g=2003-04-23) worden per verkrijger berekend.
##### Artikel 51. Schenkingsrecht
1. De [artikelen 47 tot en met 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=V&artikel=47&z=2002-08-29&g=2003-01-02) vinden overeenkomstige toepassing met betrekking tot het recht van schenking.
2. [Artikel 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=V&artikel=48&z=2002-08-29&g=2003-01-02) is van overeenkomstige toepassing op schenkingen door een schenker die op grond van [artikel 3, tweede lid, van de Successiewet 1956](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226&artikel=3) geacht wordt ten tijde van de schenking in Nederland te hebben gewoond.
1. De [artikelen 47 tot en met 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=V&artikel=47&z=2003-04-23&g=2003-04-23) vinden overeenkomstige toepassing met betrekking tot het recht van schenking.
2. [Artikel 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=V&artikel=48&z=2003-04-23&g=2003-04-23) is van overeenkomstige toepassing op schenkingen door een schenker die op grond van [artikel 3, tweede lid, van de Successiewet 1956](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002226&artikel=3) geacht wordt ten tijde van de schenking in Nederland te hebben gewoond.
### Hoofdstuk VI. Kansspelbelasting
@@ -568,31 +576,31 @@
##### Artikel 53. Overgangsbepaling doorschuifregeling inkomstenbelasting
1. Een volgens artikel 3, derde lid, van het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989, zoals dat luidde op 31 december 2000, naar een volgend jaar over te brengen bedrag aan buitenlands onzuiver inkomen van het jaar 2000 wordt voor de toepassing van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2002-08-29&g=2003-01-02) en [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=11&z=2002-08-29&g=2003-01-02) aangemerkt als een naar het jaar 2001 over te brengen bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning.
1. Een volgens artikel 3, derde lid, van het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989, zoals dat luidde op 31 december 2000, naar een volgend jaar over te brengen bedrag aan buitenlands onzuiver inkomen van het jaar 2000 wordt voor de toepassing van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2003-04-23&g=2003-04-23) en [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=11&z=2003-04-23&g=2003-04-23) aangemerkt als een naar het jaar 2001 over te brengen bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning.
2. Het eerste lid vindt alleen toepassing indien het over te brengen buitenlands onzuiver inkomen door de inspecteur volgens artikel 3a van het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989, zoals dat luidde op 31 december 2000, is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
##### Artikel 54. Overgangsbepaling inhaalregeling inkomstenbelasting
1. Een volgens artikel 3, vierde lid, van het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989, zoals dat luidde op 31 december 2000, naar een volgend jaar over te brengen bedrag aan negatief buitenlands onzuiver inkomen van het jaar 2000 wordt voor de toepassing van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2002-08-29&g=2003-01-02), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=11&z=2002-08-29&g=2003-01-02) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=12&z=2002-08-29&g=2003-01-02) aangemerkt als een naar het jaar 2001 over te brengen bedrag aan negatief buitenlands inkomen uit werk en woning.
1. Een volgens artikel 3, vierde lid, van het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989, zoals dat luidde op 31 december 2000, naar een volgend jaar over te brengen bedrag aan negatief buitenlands onzuiver inkomen van het jaar 2000 wordt voor de toepassing van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2003-04-23&g=2003-04-23), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=11&z=2003-04-23&g=2003-04-23) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=12&z=2003-04-23&g=2003-04-23) aangemerkt als een naar het jaar 2001 over te brengen bedrag aan negatief buitenlands inkomen uit werk en woning.
2. Het eerste lid vindt alleen toepassing indien het over te brengen negatieve buitenlands onzuiver inkomen door de inspecteur volgens artikel 3a van het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989, zoals dat luidde op 31 december 2000, is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het vijfde lid, tweede en derde volzin, van genoemd artikel 3a vinden hierbij overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 55. Overgangsbepaling voortwenteling buitenlandse bronbelasting inkomstenbelasting
1. Een volgens artikel 5, vierde lid, van het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989, zoals dat luidde op 31 december 2000, naar een volgend jaar over te brengen bedrag aan vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het jaar 2000 wordt voor de toepassing van [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=4¶graaf=2&artikel=25&z=2002-08-29&g=2003-01-02) aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het jaar 2001.
1. Een volgens artikel 5, vierde lid, van het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989, zoals dat luidde op 31 december 2000, naar een volgend jaar over te brengen bedrag aan vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het jaar 2000 wordt voor de toepassing van [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=4¶graaf=2&artikel=25&z=2003-04-23&g=2003-04-23) aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het jaar 2001.
2. Het eerste lid vindt alleen toepassing indien het over te brengen bedrag aan belasting door de inspecteur volgens artikel 3a van het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989, zoals dat luidde op 31 december 2000, is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
##### Artikel 56. Overgangsregeling bijzonder tarief
1. Indien op of na 1 januari 2001 een onder het inkomen uit werk en woning vallend inkomensbestanddeel wordt belast tegen een bijzonder tarief, vindt bij de bepaling van de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting volgens [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2002-08-29&g=2003-01-02) in het desbetreffende jaar artikel 3, tweede lid, van het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989, zoals dat luidde op 31 december 2000, overeenkomstige toepassing.
1. Indien op of na 1 januari 2001 een onder het inkomen uit werk en woning vallend inkomensbestanddeel wordt belast tegen een bijzonder tarief, vindt bij de bepaling van de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting volgens [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=2&afdeling=2¶graaf=1&artikel=10&z=2003-04-23&g=2003-04-23) in het desbetreffende jaar artikel 3, tweede lid, van het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989, zoals dat luidde op 31 december 2000, overeenkomstige toepassing.
2. Bij ministeriële regeling kunnen per groep van gevallen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het eerste lid.
##### Artikel 57. Overgangsregeling vennootschapsbelasting; wijziging gerechtigdheid tot lichaam
1. Voor de toepassing van [artikel 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=46&z=2002-08-29&g=2003-01-02) blijft een wijziging van het uiteindelijke belang in de belastingplichtige die voor 1 januari 2001 heeft plaatsgevonden buiten aanmerking, mits
1. Voor de toepassing van [artikel 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=46&z=2003-04-23&g=2003-04-23) blijft een wijziging van het uiteindelijke belang in de belastingplichtige die voor 1 januari 2001 heeft plaatsgevonden buiten aanmerking, mits
- a. artikel 10, achtste lid, van het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989, zoals dat luidde op 31 december 2000, indien dit zou zijn blijven gelden op de belastingplichtige niet van toepassing zou zijn,
2003-01-02
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 9, 9, 9 y 123 más
2002-08-29
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 9, 9, 10 y 81 más
2002-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — arts. 20, 1, 1 y 111 más
2002-01-01
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
original version
Tekst op deze datum