Wijzigingsgeschiedenis
Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000
8 versions
· 2016-01-01
2016-01-01
Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 — arts. 2, 3, 7 y 2 más
Wijzigingen op 2016-01-01
@@ -60,7 +60,7 @@
- d. Cu < 0,20%.
4. De retroreflectiewaarden van gelakte platen en retroreflecterend materiaal moeten voldoen aan [Bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=1&z=2014-04-01&g=2014-04-01), onderscheidenlijk [Bijlage 1A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=1a&z=2014-04-01&g=2014-04-01).
4. De retroreflectiewaarden van gelakte platen en retroreflecterend materiaal moeten voldoen aan [Bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), onderscheidenlijk [Bijlage 1A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=1a&z=2016-01-01&g=2016-01-01).
5. Het materiaal van de kunststof tekens dient te behoren tot een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde soort, bestand te zijn tegen zonlicht, kunstlicht, water, zouten, benzine, olie, hoge en lage temperaturen en tevens kleurbestendig te zijn.
@@ -68,9 +68,9 @@
1. De trichromatische componenten van de kleuren moeten zijn gelegen binnen het voor elk der kleuren afzonderlijk aangegeven kleurenvlak.
2. Het kleurenvlak wordt gevormd uit de voor elk der kleuren vastgestelde vier hoekpunten, aangegeven door de trichromatische componenten x en y, een en ander overeenkomstig [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2014-04-01&g=2014-04-01).
3. De waarde van de luminantiefactor van de kleur moet voldoen aan de voor die kleur vastgestelde waarde van de luminantiefactor ß ([bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2014-04-01&g=2014-04-01)).
2. Het kleurenvlak wordt gevormd uit de voor elk der kleuren vastgestelde vier hoekpunten, aangegeven door de trichromatische componenten x en y, een en ander overeenkomstig [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2016-01-01&g=2016-01-01).
3. De waarde van de luminantiefactor van de kleur moet voldoen aan de voor die kleur vastgestelde waarde van de luminantiefactor ß ([bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2016-01-01&g=2016-01-01)).
##### Artikel 4. Laklaag
@@ -106,7 +106,7 @@
- a. door persing in de plaat te zijn aangebracht, of
- b. door middel van losse tekens op de plaat te zijn aangebracht; deze tekens dienen deugdelijk aan de plaat te zijn bevestigd, een en ander overeenkomstig [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=4&z=2014-04-01&g=2014-04-01).
- b. door middel van losse tekens op de plaat te zijn aangebracht; deze tekens dienen deugdelijk aan de plaat te zijn bevestigd, een en ander overeenkomstig [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=4&z=2016-01-01&g=2016-01-01).
2. De tekens van het kenteken dienen zodanig in de plaat te zijn aangebracht dat deze tekens zich aan de voorzijde van de kentekenplaat bevinden.
@@ -116,7 +116,7 @@
1. Van elke soort gelakte kentekenplaat waarvoor door de fabrikant daarvan goedkeuring en erkenning voor het aanbrengen van het keurmerk op kentekenplaten wordt aangevraagd, dienen twee respectievelijk twee x twee monsters (1 x model 500 x 105 - 1 x model 275 x 195 respectievelijk 1 x model 500 x 105 - 1 x model 275 x 195 - 1 x model 350 x 80 - 1 x model 200 x 145) voor onderzoek te worden overgelegd.
2. De in het eerste lid bedoelde monsters worden voor het uitvoeren van de in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&hoofdstuk=3&artikel=9&z=2014-04-01&g=2014-04-01) bedoelde proeven gebezigd.
2. De in het eerste lid bedoelde monsters worden voor het uitvoeren van de in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&hoofdstuk=3&artikel=9&z=2016-01-01&g=2016-01-01) bedoelde proeven gebezigd.
##### Artikel 9. Proeven ten aanzien van de hechting van de laklaag
@@ -172,9 +172,9 @@
- f. de afrondingsstraal van de hoekpunten van de kunststof tekens niet meer dan 1,5 mm te bedragen,
- g. het kunststof teken te zijn voorzien van bevestigingspennen zoals aangegeven in [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=6&z=2014-04-01&g=2014-04-01) of [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=7&z=2014-04-01&g=2014-04-01),
- h. de diameter van de bevestigingspennen ten minste 3,5 mm en ten hoogste 5 mm te bedragen,
- g. het kunststof teken te zijn voorzien van bevestigingspennen zoals aangegeven in de [bijlagen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=6&z=2016-01-01&g=2016-01-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=7&z=2016-01-01&g=2016-01-01) of [7A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=7a&z=2016-01-01&g=2016-01-01),
- h. de diameter van de bevestigingspennen ten minste 3,0 mm en ten hoogste 5 mm te bedragen,
- i. de bevestiging van de kunststof tekens door middel van koudvervormen van de bevestigingspennen aan de achterzijde van de plaat te geschieden, en wel zodanig dat bij ieder bevestigingspunt teruggeklonken of geperst dient te worden waardoor de randen van alle bevestigingspennen kwalitatief goed worden omgewelsd,
@@ -226,7 +226,7 @@
5. Ten aanzien van het versneld verkleuren wordt de volgende proef genomen:
Het proefstuk IX van de kentekenplaat dient te worden beproefd op een wijze die overeenkomt met het terzake bepaalde in de Internationale Standaard ISO R 105/V van 1 maart 1969, part. 2. Het proefstuk en het standaard kleurmonster dienen daarbij zolang te worden belicht tot de verkleuring van de kleurstandaard 7 (solubilised vat blue 5) begint. Na de proef dient het beproefde gedeelte van het proefstuk voor wat betreft kleur, luminantiefactor en gerichte reflectie nog te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2014-04-01&g=2014-04-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2014-04-01&g=2014-04-01) (na beproeving bij eerste onderzoek) en het bepaalde in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2014-04-01&g=2014-04-01).
Het proefstuk IX van de kentekenplaat dient te worden beproefd op een wijze die overeenkomt met het terzake bepaalde in de Internationale Standaard ISO R 105/V van 1 maart 1969, part. 2. Het proefstuk en het standaard kleurmonster dienen daarbij zolang te worden belicht tot de verkleuring van de kleurstandaard 7 (solubilised vat blue 5) begint. Na de proef dient het beproefde gedeelte van het proefstuk voor wat betreft kleur, luminantiefactor en gerichte reflectie nog te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2016-01-01&g=2016-01-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2016-01-01&g=2016-01-01) (na beproeving bij eerste onderzoek) en het bepaalde in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2016-01-01&g=2016-01-01).
6. Ten aanzien van de veroudering
@@ -242,7 +242,7 @@
- d. gericht naar het zuiden;
- e. gedurende 12 maanden. Na de proef dient de kentekenplaat voor wat betreft kleur, luminantiefactor en gerichte reflectie te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2014-04-01&g=2014-04-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2014-04-01&g=2014-04-01) en [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2014-04-01&g=2014-04-01), en mogen de laklagen geen sporen vertonen van barstvorming, afschilfering, putjes en bladders, alsmede geen verkrijting groter dan beoordeling 2 volgens methode verfinstituut TNO (standaard uitrusting voor het afpoederen).
- e. gedurende 12 maanden. Na de proef dient de kentekenplaat voor wat betreft kleur, luminantiefactor en gerichte reflectie te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2016-01-01&g=2016-01-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2016-01-01&g=2016-01-01) en [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2016-01-01&g=2016-01-01), en mogen de laklagen geen sporen vertonen van barstvorming, afschilfering, putjes en bladders, alsmede geen verkrijting groter dan beoordeling 2 volgens methode verfinstituut TNO (standaard uitrusting voor het afpoederen).
##### Artikel 15. Proeven retroreflecterende kentekenplaten
@@ -334,7 +334,7 @@
7. Ten aanzien van het versneld verkleuren wordt de volgende proef genomen:
Het proefstuk IX van het halffabrikaat dient te worden beproefd op een wijze die overeenkomt met het terzake bepaalde in de Internationale Standaard ISO R 105/V van 1 maart 1969, part. 2. Het proefstuk en het standaard kleurmonster dienen daarbij zolang te worden belicht tot de verkleuring van de kleurstandaard 7 (solubilised vat blue 5) begint. Na de proef dient het beproefde gedeelte van het proefstuk nog voor wat betreft kleur, luminantiefactor en gerichte reflectie te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2014-04-01&g=2014-04-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2014-04-01&g=2014-04-01) (na beproeving bij eerste onderzoek) en het bepaalde in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2014-04-01&g=2014-04-01).
Het proefstuk IX van het halffabrikaat dient te worden beproefd op een wijze die overeenkomt met het terzake bepaalde in de Internationale Standaard ISO R 105/V van 1 maart 1969, part. 2. Het proefstuk en het standaard kleurmonster dienen daarbij zolang te worden belicht tot de verkleuring van de kleurstandaard 7 (solubilised vat blue 5) begint. Na de proef dient het beproefde gedeelte van het proefstuk nog voor wat betreft kleur, luminantiefactor en gerichte reflectie te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2016-01-01&g=2016-01-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2016-01-01&g=2016-01-01) (na beproeving bij eerste onderzoek) en het bepaalde in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2016-01-01&g=2016-01-01).
8. Ten aanzien van de veroudering bij buitenopstelling wordt de volgende proef genomen:
@@ -348,7 +348,7 @@
- d. gericht naar het zuiden;
- e. gedurende 12 maanden. Na de proef dient de kentekenplaat voor wat betreft kleur, luminantiefactor en gerichte reflectie te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2014-04-01&g=2014-04-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2014-04-01&g=2014-04-01) en [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2014-04-01&g=2014-04-01), en mogen de laklagen geen sporen vertonen van barstvorming, afschilfering, putjes en bladders, alsmede geen verkrijting groter dan beoordeling 2 volgens methode Verfinstituut TNO (standaard uitrusting voor het afpoederen).
- e. gedurende 12 maanden. Na de proef dient de kentekenplaat voor wat betreft kleur, luminantiefactor en gerichte reflectie te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2016-01-01&g=2016-01-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2016-01-01&g=2016-01-01) en [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2016-01-01&g=2016-01-01), en mogen de laklagen geen sporen vertonen van barstvorming, afschilfering, putjes en bladders, alsmede geen verkrijting groter dan beoordeling 2 volgens methode Verfinstituut TNO (standaard uitrusting voor het afpoederen).
##### Artikel 17. Proeven retroreflecterend materiaal (halffabrikaat)
@@ -386,7 +386,7 @@
9. Ten aanzien van het versneld verkleuren wordt de volgende proef genomen:
Het proefstuk VIII van het retroreflecterende materiaal dient te worden beproefd op een wijze die overeenkomt met het terzake bepaalde in de Internationale Standaard ISO R 105/V van 1 maart 1969, part 2. Het proefstuk en het standaard kleurmonster dienen daarbij zolang te worden belicht tot de verkleuring van de kleurstandaard 7 (solubilised vat blue 5) begint. Na de proef dient het beproefde gedeelte van het proefstuk voor wat betreft kleur, luminantiefactor en retroreflectie nog te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=1&z=2014-04-01&g=2014-04-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2014-04-01&g=2014-04-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2014-04-01&g=2014-04-01) (na beproeving bij eerste onderzoek).
Het proefstuk VIII van het retroreflecterende materiaal dient te worden beproefd op een wijze die overeenkomt met het terzake bepaalde in de Internationale Standaard ISO R 105/V van 1 maart 1969, part 2. Het proefstuk en het standaard kleurmonster dienen daarbij zolang te worden belicht tot de verkleuring van de kleurstandaard 7 (solubilised vat blue 5) begint. Na de proef dient het beproefde gedeelte van het proefstuk voor wat betreft kleur, luminantiefactor en retroreflectie nog te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2016-01-01&g=2016-01-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2016-01-01&g=2016-01-01) (na beproeving bij eerste onderzoek).
10. Ten aanzien van de veroudering bij buitenopstelling wordt de volgende proef genomen:
@@ -400,7 +400,7 @@
- d. gericht naar het zuiden;
- e. gedurende 12 maanden. Na de proef dient het retroreflecterende materiaal voor wat betreft kleur, luminantiefactor en retroreflectie te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=1&z=2014-04-01&g=2014-04-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2014-04-01&g=2014-04-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2014-04-01&g=2014-04-01) en mag het re-troreflecterende materiaal geen sporen vertonen van barstvorming, zichtbare corrosie of loslaten van het aluminium materiaal.
- e. gedurende 12 maanden. Na de proef dient het retroreflecterende materiaal voor wat betreft kleur, luminantiefactor en retroreflectie te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2016-01-01&g=2016-01-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2016-01-01&g=2016-01-01) en mag het re-troreflecterende materiaal geen sporen vertonen van barstvorming, zichtbare corrosie of loslaten van het aluminium materiaal.
11. Het Europese embleem en landenindicator vormen bij de in dit artikel bedoelde proeven een integraal onderdeel van het retroreflecterend materiaal.
@@ -438,7 +438,7 @@
8. Ten aanzien van het versneld verkleuren wordt de volgende proef genomen:
Het proefstuk VIII van het retroreflecterende materiaal dient te worden beproefd op een wijze die overeenkomt met het terzake bepaalde in de Internationale Standaard ISO R 105/V van 1 maart 1969, part. 2. Het proefstuk en het standaard kleurmonster dienen daarbij zolang te worden belicht tot de verkleuring van de kleurstandaard 7 (solubilised vat blue 5) begint. Na de proef dient het beproefde gedeelte van het proefstuk voor wat betreft kleur, luminantiefactor en retroreflectie nog te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=1&z=2014-04-01&g=2014-04-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2014-04-01&g=2014-04-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2014-04-01&g=2014-04-01) (na beproeving bij eerste onderzoek).
Het proefstuk VIII van het retroreflecterende materiaal dient te worden beproefd op een wijze die overeenkomt met het terzake bepaalde in de Internationale Standaard ISO R 105/V van 1 maart 1969, part. 2. Het proefstuk en het standaard kleurmonster dienen daarbij zolang te worden belicht tot de verkleuring van de kleurstandaard 7 (solubilised vat blue 5) begint. Na de proef dient het beproefde gedeelte van het proefstuk voor wat betreft kleur, luminantiefactor en retroreflectie nog te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2016-01-01&g=2016-01-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2016-01-01&g=2016-01-01) (na beproeving bij eerste onderzoek).
9. Ten aanzien van de veroudering bij buitenopstelling wordt de volgende proef genomen:
@@ -452,7 +452,7 @@
- d. gericht naar het zuiden;
- e. gedurende 12 maanden. Na de proef dient het retroreflecterende materiaal voor wat betreft kleur, luminantiefactor en retroreflectie te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=1&z=2014-04-01&g=2014-04-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2014-04-01&g=2014-04-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2014-04-01&g=2014-04-01) en mag het retroreflecterende materiaal geen sporen vertonen van barstvorming, zichtbare corrosie of loslaten van het aluminium materiaal.
- e. gedurende 12 maanden. Na de proef dient het retroreflecterende materiaal voor wat betreft kleur, luminantiefactor en retroreflectie te voldoen aan het gestelde daaromtrent in de [bijlagen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=2&z=2016-01-01&g=2016-01-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=3&z=2016-01-01&g=2016-01-01) en mag het retroreflecterende materiaal geen sporen vertonen van barstvorming, zichtbare corrosie of loslaten van het aluminium materiaal.
##### Artikel 19. Keurmerk
@@ -476,7 +476,7 @@
1. Elk halffabrikaat, met uitzondering van witte folie en blanco kentekenplaten met een witte achtergrond, dient te zijn voorzien van een onuitwisbaar en leesbaar waarmerk.
2. Het waarmerk dient overeen te komen met het model volgens [bijlage 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=5&z=2014-04-01&g=2014-04-01) of [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=8&z=2014-04-01&g=2014-04-01).
2. Het waarmerk dient overeen te komen met het model volgens [bijlage 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=5&z=2016-01-01&g=2016-01-01) of [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&bijlage=8&z=2016-01-01&g=2016-01-01).
3. Het waarmerk van het halffabrikaat dient:
@@ -552,14 +552,16 @@
##### Artikel 21a
[Artikel 12, tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&hoofdstuk=4&artikel=12&z=2014-04-01&g=2014-04-01), is van overeenkomstige toepassing op kentekenplaten volgens model 18.2 van de [bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten](onbekend) zoals deze bijlage luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet van 12 mei 2005 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en enkele andere wetten in verband met de invoering van een kentekenregistratiesysteem voor bromfietsen alsmede vaststelling van overgangsbepalingen in verband daarmee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018326) (Stb. 281), die zijn afgegeven na 31 augustus 2002 doch voor 1 september 2005.
[Artikel 12, tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&hoofdstuk=4&artikel=12&z=2016-01-01&g=2016-01-01), is van overeenkomstige toepassing op kentekenplaten volgens model 18.2 van de [bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten](onbekend) zoals deze bijlage luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet van 12 mei 2005 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en enkele andere wetten in verband met de invoering van een kentekenregistratiesysteem voor bromfietsen alsmede vaststelling van overgangsbepalingen in verband daarmee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018326) (Stb. 281), die zijn afgegeven na 31 augustus 2002 doch voor 1 september 2005.
##### Artikel 21b
In afwijking van [artikel 19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&hoofdstuk=4&artikel=19&z=2014-04-01&g=2014-04-01), mag bij kentekenplaten volgens model 18.2 van de [bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten](onbekend) zoals deze bijlage luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet van 12 mei 2005 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en enkele andere wetten in verband met de invoering van een kentekenregistratiesysteem voor bromfietsen alsmede vaststelling van overgangsbepalingen in verband daarmee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018326) (Stb. 281, indien de ruimte boven de tweede streep onvoldoende is, het keurmerk onder de tweede streep zijn aangebracht.
In afwijking van [artikel 19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012172&hoofdstuk=4&artikel=19&z=2016-01-01&g=2016-01-01), mag bij kentekenplaten volgens model 18.2 van de [bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten](onbekend) zoals deze bijlage luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet van 12 mei 2005 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en enkele andere wetten in verband met de invoering van een kentekenregistratiesysteem voor bromfietsen alsmede vaststelling van overgangsbepalingen in verband daarmee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018326) (Stb. 281, indien de ruimte boven de tweede streep onvoldoende is, het keurmerk onder de tweede streep zijn aangebracht.
## Bijlage 6. Bevestigingspennen kunststoftekens
## Bijlage 7. Bevestigingspennen kunststof tekens behorende bij Model C.1 uit Regeling kentekens en kentekenplaten
## Bijlage 7a. Bevestigingspennen kunststof tekens behorende bij model C.2 uit de Regeling kentekens en kentekenplaten
## Bijlage 8. Waarmerk fabrikanten van halffabrikaten
2014-04-01
Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 — arts. 2, 3, 7 y 2 más
2008-09-22
Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 — arts. 2, 3, 7 y 2 más
2008-01-01
Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 — arts. 2, 3, 7 y 2 más
2005-09-01
Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 — arts. 2, 3, 7 y 7 más
2003-09-01
Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 — arts. 2, 3, 7 y 3 más
2002-09-01
Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 — arts. 1, 1, 2 y 31 más
2002-09-01
Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000
original version
Tekst op deze datum