Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 15 april 2002 tot uitvoering van de artikelen 21 en 23 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap)

11 versions · 2017-03-01
2017-03-01
Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap
2015-01-01
Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap — arts. 5, 60
2014-01-06
Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap — arts. 5, 60
2012-03-28
Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap — arts. 5, 59, 60
2010-10-10
Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap — arts. 5, 31, 59, 60
2010-10-01
Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap
2009-03-01
Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap — arts. 5, 6, 9 y 16 má
2007-04-01
Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap — arts. 5, 6, 9 y 16 má
2006-10-01
Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap
2003-04-01
Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap — arts. 1, 2, 3 y 85 má

Wijzigingen op 2003-04-01

@@ -777,163 +777,3 @@
2. Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst.
##### Artikel 60a
1. Tenzij anders bepaald, treedt de bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap als bedoeld in de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&hoofdstuk=II&paragraaf=2&artikel=11&z=2006-10-01&g=2006-10-01), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=17&z=2006-10-01&g=2006-10-01), [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&hoofdstuk=II&paragraaf=4&artikel=23&z=2006-10-01&g=2006-10-01) en [29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=29&z=2006-10-01&g=2006-10-01), in werking door de uitreiking ervan aan de optant door of namens de tot bevestiging bevoegde autoriteit. De bevestiging werkt terug tot de dag van de dagtekening.
2. De in het eerste lid genoemde autoriteit roept de optant tezamen met de personen die in de verkrijging zullen delen en die ten tijde van het afleggen van de optieverklaring zestien jaar of ouder waren, tijdig voor de uitreiking op te verschijnen. Was de optant ten tijde van het afleggen van de optieverklaring jonger dan zestien jaar dan wordt zijn wettelijke vertegenwoordiger opgeroepen te verschijnen.
3. Indien de optant en de personen die in de verkrijging delen, verplicht zijn voorafgaand aan de uitreiking van de bevestiging een verklaring af te leggen, vindt de uitreiking niet plaats dan nadat deze verklaring is afgelegd. Indien niet alle in de bevestiging genoemde personen die een verklaring dienen af te leggen, daartoe bereid of in staat zijn, wordt de uitreiking aangehouden.
4. De uitreiking vindt plaats binnen negen weken nadat is vastgesteld dat de optant heeft voldaan aan de vereisten, die aan de optie zijn gesteld. Wegens bijzondere omstandigheden kan deze termijn met een redelijke periode worden verlengd.
5. De bevestiging wordt aan de optant in persoon of, indien hij ten tijde van het afleggen van de optieverklaring jonger dan zestien jaar is, aan zijn wettelijke vertegenwoordiger uitgereikt.
6. Indien om zwaarwegende redenen van een op grond van het tweede lid opgeroepen persoon niet kan worden verlangd dat hij de bevestiging in persoon in ontvangst neemt of de in het derde lid bedoelde verklaring in persoon aflegt, kan hij zich laten vertegenwoordigen door een daartoe schriftelijk gemachtigde meerderjarige persoon. Onder zwaarwegende redenen wordt in ieder geval gerekend de fysieke of psychische onmogelijkheid te verschijnen. Om dezelfde redenen kan de in het eerste lid genoemde autoriteit tot een andere wijze van bekendmaking of verklaring besluiten.
7. Indien de op grond van het tweede lid opgeroepen personen bij de uitreiking niet aanwezig zijn, worden zij opnieuw opgeroepen. Zo nodig wordt de oproeping vervolgens eenmaal bij aangetekende brief herhaald.
8. De bevestiging die niet binnen een jaar na de dag waarop zij is gedagtekend aan de optant is bekendgemaakt, vervalt ten aanzien van de erin genoemde personen, tenzij bij rechterlijke beslissing het besluit omtrent de wijze van bekendmaking is vernietigd.
9. De autoriteit die de bevestiging heeft bekendgemaakt, zendt daarvan onverwijld bericht aan Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.
##### Artikel 60b
1. Tenzij anders bepaald, treedt het besluit tot verlening van het Nederlanderschap voor een daarin genoemde persoon in werking door de uitreiking aan hem van het hem betreffend uittreksel van het besluit. Het besluit werkt terug tot de dag van de dagtekening.
2. Binnen zes weken na de dag van dagtekening van het naturalisatiebesluit en tijdig voor de uitreiking roept de autoriteit van de woonplaats van de betrokken persoon die ten tijde van de indiening van het verzoek tot naturalisatie zestien jaar of ouder was, deze op te verschijnen. Was de betrokkene ten tijde van de indiening van het verzoek tot naturalisatie jonger dan zestien jaar dan wordt zijn wettelijke vertegenwoordiger opgeroepen te verschijnen. Wegens bijzondere omstandigheden kan deze termijn met een redelijke periode worden verlengd.
3. Indien de opgeroepen persoon verplicht is voorafgaand aan de uitreiking een verklaring af te leggen, vindt de uitreiking van het uittreksel van het besluit niet plaats dan nadat deze verklaring is afgelegd.
4. De uitreiking vindt door of namens de autoriteit, die de betrokkene heeft opgeroepen, plaats binnen zes weken na de verzending van de oproeping.
5. Het hem betreffend uittreksel van het besluit wordt aan de betrokkene in persoon of, indien hij ten tijde van de indiening van het verzoek tot naturalisatie jonger dan zestien jaar is, aan zijn wettelijke vertegenwoordiger uitgereikt.
6. Indien om zwaarwegende redenen van een op grond van het tweede lid opgeroepen persoon niet kan worden verlangd dat hij het hem betreffende uittreksel van het besluit in persoon in ontvangst neemt of de in het derde lid bedoelde verklaring in persoon aflegt, kan hij zich laten vertegenwoordigen door een daartoe schriftelijk gemachtigde meerderjarige persoon. Onder zwaarwegende redenen wordt in ieder geval gerekend de fysieke of psychische onmogelijkheid te verschijnen. Om dezelfde redenen kan de in het tweede lid genoemde autoriteit tot een andere wijze van bekendmaking of verklaring besluiten.
7. Indien de betrokkene bij de in het vierde lid bedoelde uitreiking niet aanwezig is, wordt hij opnieuw opgeroepen. Zo nodig wordt de oproeping vervolgens eenmaal bij aangetekende brief herhaald.
8. Het besluit tot verlening van het Nederlanderschap vervalt ten aanzien van een erin genoemde persoon indien het hem betreffend uittreksel van dit besluit niet binnen een jaar na de dag waarop het besluit is gedagtekend aan hem is bekendgemaakt, tenzij bij rechterlijke beslissing het besluit omtrent de wijze van bekendmaking is vernietigd.
9. De autoriteit die het uittreksel van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap heeft bekendgemaakt, zendt daarvan onverwijld een bericht aan Onze Minister. Hij bericht ook welke uittreksels hij na herhaalde oproepingen niet heeft kunnen uitreiken. Hij zendt de uittreksels betreffende de personen voor wie een besluit is vervallen, terug aan Onze Minister.
10. De autoriteit die het uittreksel van het naturalisatiebesluit heeft uitgereikt, zendt daarvan onverwijld bericht aan de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.
### Hoofdstuk IV. – Bewijs van Nederlanderschap
### Hoofdstuk V. – Verlies van het Nederlanderschap
#### Paragraaf 1. Verlies door een verklaring van afstand
#### Paragraaf 2. Verlies door intrekking van het Nederlanderschap
#### Paragraaf 3. Procedure van intrekking van het Nederlanderschap
### Hoofdstuk VI. – Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst.
#### Paragraaf 6. Administratieve handelingen inzake de afstandsverplichting
##### Artikel 30a
Bij ministeriële regeling kan na overleg met de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen en de Minister van Algemene Zaken van Aruba worden bepaald in welke gevallen het doen van afstand, bedoeld in [artikel 6a, eerste lid, van de Rijkswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=6a) niet zal worden verlangd.
##### Artikel 30b
1. Indien een optant verplicht is om na de totstandkoming van de optie het mogelijke te zullen doen om zijn andere nationaliteit of nationaliteiten te verliezen, wordt hem na de optie door Onze Minister bericht dat hij binnen een termijn van drie maanden een verzoek moet doen tot afstand van die andere nationaliteit of nationaliteiten. Van dit bericht wordt een afschrift gezonden aan de autoriteit die de optieverklaring in ontvangst heeft genomen.
2. Heeft de optant het verzoek tot afstand dan wel een verklaring van afstand bij de autoriteiten van het land of de landen van zijn andere nationaliteit of nationaliteiten ingediend of aangeboden en is daarover door deze nog geen beslissing genomen, dan verzoekt Onze Minister na zes maanden de betrokkene hem te informeren over de stand van zaken met betrekking tot het verlies van de andere nationaliteit of nationaliteiten.
3. Verlenen de autoriteiten van het land van de andere nationaliteit geen of onvoldoende medewerking aan het verzoek of de verklaring van afstand, dan beslist Onze Minister over de gevolgen daarvan voor de afstandsverplichting.
##### Artikel 30c
1. Wordt Onze Minister het bewijs overgelegd dat de andere nationaliteit of een der andere nationaliteiten is verloren, dan zendt hij een gewaarmerkt afschrift daarvan aan de autoriteit die de optieverklaring in ontvangst heeft genomen.
2. De autoriteit die de optieverklaring in ontvangst heeft genomen, aan wie het bewijs van het verlies van een andere nationaliteit wordt overgelegd, zendt een gewaarmerkt afschrift daarvan aan Onze Minister.
3. Onze Minister dan wel de in het tweede lid bedoelde autoriteit zendt tevens een gewaarmerkt afschrift aan de autoriteit van de plaats waar de personen wier verlies van die andere nationaliteit het betreft, in de basisadministratie zijn ingeschreven.
4. De in het derde lid bedoelde autoriteit bevordert, voor zover van toepassing, dat het verlies van de andere nationaliteit of nationaliteiten in de desbetreffende basisadministratie wordt verwerkt.
##### Artikel 30d
Tenzij hij wegens de omstandigheden van het geval anders beslist, gaat Onze Minister na verloop van de in het eerste lid van [artikel 30b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&hoofdstuk=II&paragraaf=6&artikel=30b&z=2010-10-01&g=2010-10-01) bepaalde termijn over tot de intrekking van het besluit waarbij het Nederlanderschap is verkregen.
### Hoofdstuk III. – Administratieve behandeling van naturalisatieverzoeken
#### Paragraaf 1. Indiening van naturalisatieverzoeken – algemene bepalingen
#### Paragraaf 2. Administratieve behandeling van naturalisatieverzoeken in Nederland
#### Paragraaf 3. Administratieve behandeling van naturalisatieverzoeken in de Nederlandse Antillen
#### Paragraaf 4. Administratieve behandeling van naturalisatieverzoeken in Aruba.
#### Paragraaf 5. Administratieve behandeling van naturalisatieverzoeken in het buitenland
#### Paragraaf 6. Administratieve handelingen inzake de afstandsverplichting
### Hoofdstuk IV. – Bewijs van Nederlanderschap
### Hoofdstuk V. – Verlies van het Nederlanderschap
#### Paragraaf 1. Verlies door een verklaring van afstand
#### Paragraaf 2. Verlies door intrekking van het Nederlanderschap
#### Paragraaf 3. Procedure van intrekking van het Nederlanderschap
### Hoofdstuk VI. – Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst.
##### Artikel 68a
Bij zijn besluit tot intrekking van het Nederlanderschap op grond van [artikel 14, tweede lid, van de Rijkswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=14) houdt Onze Minister onder meer rekening met:
- a. de gevolgen van het verlies van Unieburgerschap, indien dit ten gevolge van de intrekking van het Nederlanderschap optreedt;
- b. zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden van de betrokkene, voor zover deze relevant zijn voor het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap.
##### Artikel 68b
Bij zijn besluit tot intrekking van het Nederlanderschap op grond van [artikel 14, derde lid, van de Rijkswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=14) houdt Onze Minister rekening met:
- a. de gevolgen van het verlies van Unieburgerschap, indien dit ten gevolge van de intrekking van het Nederlanderschap optreedt;
- b. de eventuele minderjarigheid van betrokkene en zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden van de betrokkene, voor zover deze relevant zijn voor het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap.
##### Artikel 68c
1. Bij zijn besluit tot intrekking van het Nederlanderschap op grond van [artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=14) houdt Onze Minister onder meer rekening met:
- a. de proportionaliteit van de maatregel, mede gelet op de rol die betrokkene vervult bij de in [artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=14) bedoelde organisatie en de daarmee samenhangende mate van dreiging voor de nationale veiligheid die van betrokkene uitgaat;
- b. het eventuele belang van opsporing, vervolging en berechting van betrokkene en de mogelijkheid van tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf;
- c. de gevolgen van het verlies van Unieburgerschap, indien dit ten gevolge van de intrekking van het Nederlanderschap optreedt; en
- d. de eventuele minderjarigheid van betrokkene en zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden van betrokkene, voor zover deze relevant zijn voor het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap.
2. Intrekking van het Nederlanderschap vindt niet plaats indien de met de intrekking verband houdende ongewenstverklaring in strijd zou zijn met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
##### Artikel 70a
Het bevoegd orgaan, bedoeld in [artikel 22B, vijfde lid, van de Rijkswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=22b) is:
- a. **in het Europese deel van Nederland:** het bestuur van de raad voor rechtsbijstand;
- b. **in een openbaar lichaam:** de Minister van Veiligheid en Justitie van Nederland;
- c. **in Aruba:** de Minister van Sociale zaken, Jeugd en Arbeid;
- d. **in Curaçao:** de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn;
- e. **in Sint Maarten:** de Minister van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid.
### Hoofdstuk VI. – Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst.
2003-04-01
Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap
original version Tekst op deze datum