Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 6 december 2002, houdende regels ter uitvoering van de Mijnbouwwet (Mijnbouwbesluit)

27 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 25, 27, 29 y 34 más
2025-10-01
2024-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 25, 27, 29 y 38 más
2023-07-01
2022-01-01
2017-07-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 44 más
2017-04-01

Wijzigingen op 2017-04-01

@@ -32,7 +32,15 @@
- f. inspecteur-generaal der mijnen: inspecteur-generaal der mijnen als bedoeld in [artikel 126, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=126);
- g. veiligheids- en milieukritische elementen: onderdelen van een installatie, met inbegrip van computerprogramma’s, die tot doel hebben zware ongevallen te voorkomen of de gevolgen ervan te beperken, of waarvan het uitvallen een zwaar ongeval zou kunnen veroorzaken of substantieel zou kunnen bijdragen tot het ontstaan van een zwaar ongeval.
- g. veiligheids- en milieukritische elementen: onderdelen van een installatie, met inbegrip van computerprogramma’s, die tot doel hebben zware ongevallen te voorkomen of de gevolgen ervan te beperken, of waarvan het uitvallen een zwaar ongeval zou kunnen veroorzaken of substantieel zou kunnen bijdragen tot het ontstaan van een zwaar ongeval;
- g. brijn: water met een verhoogde mineralenconcentratie dat overblijft na de onttrekking van water aan gewonnen brak grondwater;
- h. Kustwacht Nederland: een door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister van Defensie opgerichte organisatie die door deze ministers als Kustwacht Nederland is aangeduid;
- i. Kustwachtcentrum: het voor de uitvoering van kustwachttaken opgerichte informatiecentrum van de Kustwacht Nederland;
- j. stimuleren: het bewerken van een voorkomen om de productiviteit of injectiviteit te verbeteren.
##### Artikel 2
@@ -46,7 +54,9 @@
- 1°. water ten behoeve van het opslaan van warmte of koude op een diepte van ten hoogste van 500 meter;
- 2°. water ten behoeve van drinkwatervoorziening als bedoeld in de [Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338);
- 2°. water ten behoeve van openbare drinkwatervoorziening als bedoeld in de [Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338);
- 3°. grondwater en brijn dat zonder toevoeging van stoffen wordt teruggevoerd in hetzelfde gebied waarin het is gewonnen naar een diepte van ten hoogste 500 meter;
- d. werken voor het bewerken van gewonnen delfstoffen of aardwarmte voor het punt van aflevering aan de afnemer;
@@ -80,7 +90,7 @@
##### Artikel 5
De bescheiden en de gegevens, bedoeld bij of krachtens dit besluit, worden door een uitvoerder, een onderzoeker als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=9&z=2017-01-01&g=2017-01-01), een beheerder als bedoeld in [artikel 92, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=92&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en een vergunninghouder als bedoeld in de [artikelen 152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=152&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [157](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.4&artikel=157&z=2017-01-01&g=2017-01-01) op deugdelijke wijze opgesteld en bijgehouden. Zij worden, voor zover bij of krachtens dit besluit niet anders is bepaald, gedurende ten minste een jaar bewaard.
De bescheiden en de gegevens, bedoeld bij of krachtens dit besluit, worden door een uitvoerder, een onderzoeker als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=9&z=2017-04-01&g=2017-04-01), een beheerder als bedoeld in [artikel 92, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=92&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en een vergunninghouder als bedoeld in de [artikelen 152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=152&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [157](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.4&artikel=157&z=2017-04-01&g=2017-04-01) op deugdelijke wijze opgesteld en bijgehouden. Zij worden, voor zover bij of krachtens dit besluit niet anders is bepaald, gedurende ten minste een jaar bewaard.
##### Artikel 6
@@ -118,7 +128,7 @@
1. Indien bij mijnbouwactiviteiten op het continentaal plat een archeologisch monument als bedoeld in [artikel 1.1 van de Erfgoedwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037521&artikel=1.1) of een vermoedelijk archeologisch monument wordt gevonden of een archeologische vondst als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt aangetroffen, is [artikel 5.10 van de Erfgoedwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037521&artikel=5.10) van toepassing en zijn de [artikelen 56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=56), [58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=58), en [59 van de Monumentenwet 1988](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=59), zoals die [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471) luidde voor inwerkingtreding van de [Erfgoedwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037521), van overeenkomstige toepassing.
2. De uitvoerder onderscheidenlijk de beheerder stelt de onderzoeksgegevens, bedoeld in [artikel 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=48&z=2017-01-01&g=2017-01-01), onderscheidenlijk de gegevens voortvloeiend uit onderzoek naar de aanleg en ligging van een pijpleiding als bedoeld in [artikel 92, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=92&z=2017-01-01&g=2017-01-01), ter beschikking aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, voor zover die gegevens informatie kunnen verschaffen over de aanwezigheid van archeologische monumenten dan wel vermoedelijke archeologische monumenten in of op de bodem van de territoriale zee of het continentaal plat.
2. De uitvoerder onderscheidenlijk de beheerder stelt de onderzoeksgegevens, bedoeld in [artikel 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=48&z=2017-04-01&g=2017-04-01), onderscheidenlijk de gegevens voortvloeiend uit onderzoek naar de aanleg en ligging van een pijpleiding als bedoeld in [artikel 92, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=92&z=2017-04-01&g=2017-04-01), ter beschikking aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, voor zover die gegevens informatie kunnen verschaffen over de aanwezigheid van archeologische monumenten dan wel vermoedelijke archeologische monumenten in of op de bodem van de territoriale zee of het continentaal plat.
### Hoofdstuk 2. Verkenningsonderzoek
@@ -138,11 +148,23 @@
- b. een kaart waarop is aangegeven het gebied waarin en de lijnen waarlangs het verkenningsonderzoek zal worden verricht en de naam van de opdrachtnemer;
- c. de data waarop het verkenningsonderzoek zal worden verricht, en
- d. indien bij het verkenningsonderzoek op zee gebruik gemaakt zal worden van vaartuigen: de namen, nationaliteit en registratiekenmerken van die vaartuigen.
2. De onderzoeker doet de inspecteur-generaal der mijnen onmiddellijk mededeling van wijzigingen in de in het eerste lid bedoelde gegevens.
- c. de data waarop het verkenningsonderzoek zal worden verricht;
- d. indien bij het verkenningsonderzoek op zee gebruik gemaakt zal worden van vaartuigen: de namen, nationaliteit en registratiekenmerken van die vaartuigen;
- e. indien het verkenningsonderzoek wordt verricht in oppervlaktewater dat matig of druk wordt bevaren als bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=16&z=2017-04-01&g=2017-04-01), respectievelijk [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=17&z=2017-04-01&g=2017-04-01):
- 1°. informatie over de bekwaamheid en ervaring van de persoon die contact houdt met de overige scheepvaart in en om het onderzoeksgebied;
- 2°. informatie over het vaartuig en de uitrusting van het vaartuig met betrekking tot radar-, navigatie- en telecommunicatieapparatuur, waarop de persoon, bedoeld onder 1°, zich bevindt, en
- f. indien het verkenningsonderzoek wordt verricht in oppervlaktewater dat druk wordt bevaren wordt tevens informatie als bedoeld in onderdeel e verstrekt over de persoon en de vaartuigen die de persoon, bedoeld in onderdeel e, onder 1°, bijstaan.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef, kan de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e en f, na instemming van Onze Minister op een later tijdstip voorafgaande aan het verkenningsonderzoek worden verstrekt.
3. De onderzoeker doet de inspecteur-generaal der mijnen onmiddellijk mededeling van wijzigingen in de in het eerste lid bedoelde gegevens.
4. Indien een onderzoeker het verkenningsonderzoek in oppervlaktewater uitvoert, kan de inspecteur-generaal der mijnen een onderzoeker verplichten door de inspecteur-generaal aangewezen ambtenaren te vervoeren met een daartoe geschikt vervoermiddel naar door deze ambtenaren aan te duiden plaatsen waar een verkenningsonderzoek wordt of zal worden uitgevoerd.
#### § 2.2. Algemene regels voor verkenningsonderzoek in oppervlaktewater
@@ -192,11 +214,11 @@
2. Het verbod geldt niet indien:
- a. is voldaan aan de bij of krachtens [artikel 16, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=16&z=2017-01-01&g=2017-01-01), gestelde regels;
- b. het verkenningsvaartuig wordt begeleid door ten minste twee vaartuigen die tot taak hebben de persoon, bedoeld in [artikel 16, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=16&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bij te staan bij de begeleiding of het op afstand houden van de overige scheepvaart en daartoe zijn uitgerust met radar-, navigatie- en telecommunicatieapparatuur alsmede voldoende pyrotechnische middelen.
3. Op de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde uitrusting is [artikel 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=15&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van overeenkomstige toepassing.
- a. is voldaan aan de bij of krachtens [artikel 16, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=16&z=2017-04-01&g=2017-04-01), gestelde regels;
- b. het verkenningsvaartuig wordt begeleid door ten minste twee vaartuigen die tot taak hebben de persoon, bedoeld in [artikel 16, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=16&z=2017-04-01&g=2017-04-01), bij te staan bij de begeleiding of het op afstand houden van de overige scheepvaart en daartoe zijn uitgerust met radar-, navigatie- en telecommunicatieapparatuur alsmede voldoende pyrotechnische middelen.
3. Op de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde uitrusting is [artikel 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=15&z=2017-04-01&g=2017-04-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 18
@@ -216,7 +238,7 @@
##### Artikel 20
Het is verboden verkenningsonderzoek te verrichten in of boven de delen van de territoriale zee en het continentaal plat, bekend als de rede van Hoek van Holland en bij ministeriële regeling zijn aangegeven.
Het is verboden verkenningsonderzoek te verrichten in gebieden die deel uit maken van de territoriale zee en het continentaal plat, die bij ministeriële regeling zijn aangewezen als aanloopgebied Hoek van Holland.
#### § 2.4. Gebruik ontplofbare stoffen bij verkenningsonderzoek
@@ -268,7 +290,7 @@
- b. een opgaaf van de gegevens met betrekking tot de structuur van het voorkomen, onderverdeeld naar reservoirlaag en reservoircompartiment, met bijbehorende geologische, geofysische en petrofysische studies en de daarbij gehanteerde onzekerheidsanalyses;
- c. een beschrijving van de wijze van de winning;
- c. een beschrijving van een wijze van winning die niet in strijd is met de bij of krachtens dit besluit geldende wettelijke voorschriften inzake winning van koolwaterstoffen;
- d. een beschrijving van het mijnbouwwerk en de ligging ervan;
@@ -322,7 +344,7 @@
- f. een beschrijving van de wijze waarop de holruimte na beëindiging van de winning buiten gebruik wordt gesteld.
2. [Artikel 24, eerste lid, onderdelen c tot en met g, en l tot en met s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [artikel 24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 24, eerste lid, onderdelen c tot en met g, en l tot en met s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en [artikel 24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2017-04-01&g=2017-04-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 3.2. Het opslaan van stoffen
@@ -344,13 +366,13 @@
- g. een risico-analyse omtrent bodembeweging als gevolg van de opslag.
2. [Artikel 24, eerste lid, onderdelen d tot en met g, en onderdelen l, q, r en s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), alsmede [artikel 24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het [eerste lid, onderdeel g, en de onderdelen q, r en s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet van toepassing zijn op voorkomens die gelegen zijn aan de zeezijde van de lijn die in de [bijlage bij de wet](onbekend) is vastgelegd.
3. Dit artikel is niet van toepassing indien [§ 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van dit besluit van toepassing is.
2. [Artikel 24, eerste lid, onderdelen d tot en met g, en onderdelen l, q, r en s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2017-04-01&g=2017-04-01), alsmede [artikel 24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2017-04-01&g=2017-04-01), zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het [eerste lid, onderdeel g, en de onderdelen q, r en s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2017-04-01&g=2017-04-01) niet van toepassing zijn op voorkomens die gelegen zijn aan de zeezijde van de lijn die in de [bijlage bij de wet](onbekend) is vastgelegd.
3. Dit artikel is niet van toepassing indien [§ 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&z=2017-04-01&g=2017-04-01) van dit besluit van toepassing is.
##### Artikel 27
In geval de opslag van stoffen van tijdelijke aard is, bevat het plan voor het opslaan van stoffen als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=26&z=2017-01-01&g=2017-01-01), tevens:
In geval de opslag van stoffen van tijdelijke aard is, bevat het plan voor het opslaan van stoffen als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=26&z=2017-04-01&g=2017-04-01), tevens:
- a. beschrijving van de wijze waarop de stoffen die zijn opgeslagen, worden teruggehaald en van de stoffen die daarbij gebruikt worden, en
@@ -378,13 +400,15 @@
- e. water dat wordt gebruikt voor het opslaan van warmte of koude op een diepte van ten hoogste 500 meter;
- f. water ten behoeve van drinkwatervoorziening als bedoeld in de [Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246).
- f. water ten behoeve van openbare drinkwatervoorziening als bedoeld in de [Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338);
- g. grondwater en brijn dat zonder toevoeging van stoffen wordt teruggevoerd in hetzelfde gebied waarin het is gewonnen naar een diepte van ten hoogste 500 meter.
#### § 3.4. Nadere regelen
##### Artikel 29
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inhoud van het winningsplan, bedoeld in de [artikelen 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=25&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en het plan voor het opslaan van stoffen als bedoeld in [artikelen 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=26&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=27&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inhoud van het winningsplan, bedoeld in de [artikelen 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=25&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en het plan voor het opslaan van stoffen als bedoeld in [artikelen 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=26&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=27&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
### Hoofdstuk 4. Het meten van bodembeweging
@@ -420,7 +444,7 @@
1. De uitvoerder draagt ervoor zorg dat de metingen op een zorgvuldige en betrouwbare wijze plaatsvinden.
2. De uitvoerder overlegt de resultaten van de eerste meting, bedoeld in [artikel 30, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=30&z=2017-01-01&g=2017-01-01), uiterlijk twee weken voor de aanvang van de winning aan de inspecteur-generaal der mijnen.
2. De uitvoerder overlegt de resultaten van de eerste meting, bedoeld in [artikel 30, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=30&z=2017-04-01&g=2017-04-01), uiterlijk twee weken voor de aanvang van de winning aan de inspecteur-generaal der mijnen.
3. De uitvoerder overlegt de resultaten van de metingen alsmede een analyse van die resultaten twaalf weken na het verrichten van de metingen aan de inspecteur-generaal der mijnen.
@@ -428,13 +452,13 @@
##### Artikel 32
De [artikelen 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=30&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=31&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de opslag van stoffen.
De [artikelen 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=30&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=31&z=2017-04-01&g=2017-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de opslag van stoffen.
#### § 4.2. Zoutholten
##### Artikel 33
1. In geval van zoutwinning en opslag van stoffen in een door zoutwinning ontstane holruimte bevat het meetplan, bedoeld in [artikel 30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=30&z=2017-01-01&g=2017-01-01), tevens een beschrijving van:
1. In geval van zoutwinning en opslag van stoffen in een door zoutwinning ontstane holruimte bevat het meetplan, bedoeld in [artikel 30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=30&z=2017-04-01&g=2017-04-01), tevens een beschrijving van:
- a. de tijdstippen waarop metingen in de holruimte worden uitgevoerd, en
@@ -546,9 +570,9 @@
##### Artikel 42
1. [Artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.1&artikel=35&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing op mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken.
2. [Artikel 37, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.2&artikel=37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing op mijnbouwinstallaties.
1. [Artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.1&artikel=35&z=2017-04-01&g=2017-04-01) is van overeenkomstige toepassing op mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken.
2. [Artikel 37, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.2&artikel=37&z=2017-04-01&g=2017-04-01), is van overeenkomstige toepassing op mijnbouwinstallaties.
#### § 5.2.2. Het ontwerpen, plaatsen en gebruiken van mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken
@@ -562,15 +586,19 @@
2. Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Defensie ontheffing verlenen van het verbod. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend of daaraan kunnen voorschriften worden verbonden.
3. Een ontheffing wordt slechts geweigerd in het belang van de landsverdediging.
3. Een ontheffing wordt slechts geweigerd in het belang van de landsverdediging of veiligheid.
4. Met toepassing van [artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026759&artikel=28) is [paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&paragraaf=4.1.3.3) niet van toepassing op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het tweede lid.
##### Artikel 45
1. Het is verboden een mijnbouwinstallatie te plaatsen in gebieden die druk worden bevaren en bij ministeriële regeling zijn aangegeven.
1. Het is verboden een mijnbouwinstallatie, daaronder mede begrepen een veiligheidszone als bedoeld in [artikel 43 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=43), te plaatsen in gebieden die druk worden bevaren en bij ministeriële regeling zijn aangegeven.
2. Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu ontheffing verlenen van het verbod. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend of daaraan kunnen voorschriften worden verbonden.
3. Een ontheffing wordt slechts geweigerd in het belang van de scheepvaart.
3. Een ontheffing wordt slechts geweigerd in het belang van de scheepvaart of veiligheid.
4. Met toepassing van [artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026759&artikel=28) is [paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&paragraaf=4.1.3.3) niet van toepassing op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het tweede lid.
##### Artikel 46
@@ -582,12 +610,14 @@
##### Artikel 48
Voorafgaande aan het plaatsen van een mijnbouwinstallatie verricht de uitvoerder onderzoek naar:
1. Voorafgaande aan het plaatsen van een mijnbouwinstallatie verricht de uitvoerder onderzoek naar:
- a. de gesteldheid van de bodem waar de mijnbouwinstallatie geplaatst zal worden met het oog op de stabiliteit van de installatie, en
- b. de aanwezigheid van obstakels in de onmiddellijke omgeving van de locatie waar de mijnbouwinstallatie geplaatst zal worden.
2. De uitvoerder meldt twee weken voor de uitvoering van het onderzoek dit voornemen aan de directeur Kustwacht.
##### Artikel 49
1. Onmiddellijk na het plaatsen van de mijnbouwinstallatie, verstrekt de uitvoerder aan de inspecteur-generaal der mijnen nauwkeurige gegevens omtrent de locatie van de mijnbouwinstallatie.
@@ -678,7 +708,7 @@
1. Het is verboden zonder instemming van Onze Minister een uitsluitend voor de winning bestemde mijnbouwinstallatie te plaatsen. Het verzoek tot instemming wordt uiterlijk acht weken voor aanvang van de beoogde plaatsing van de mijnbouwinstallatie ingediend.
2. De instemming wordt geweigerd indien de mijnbouwinstallatie niet voldoet aan de eisen en normen, vastgelegd in de [artikelen 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=46&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=47&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=50&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=51&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=52&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. De instemming wordt geweigerd indien de mijnbouwinstallatie niet voldoet aan de eisen en normen, vastgelegd in de [artikelen 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=46&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=47&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=50&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=51&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=52&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
3. De instemming kan slechts worden geweigerd in verband met risico op schade of in verband met de opwekking van elektriciteit.
@@ -694,11 +724,11 @@
##### Artikel 56
1. Bij het verzoek om instemming als bedoeld in [artikel 55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=55&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden in ieder geval overgelegd:
1. Bij het verzoek om instemming als bedoeld in [artikel 55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=55&z=2017-04-01&g=2017-04-01), worden in ieder geval overgelegd:
- a. gegevens omtrent de aanwezigheid van leidingen en kabels in de nabijheid van de beoogde plaats van plaatsing;
- b. gegevens omtrent de gesteldheid van de bodem en de aanwezigheid van obstakels als bedoeld in [artikel 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=48&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. gegevens omtrent de gesteldheid van de bodem en de aanwezigheid van obstakels als bedoeld in [artikel 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=48&z=2017-04-01&g=2017-04-01);
- c. bij een voor de winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie: het ontwerp van de dragende constructie alsmede een beschrijving van de wijze van plaatsing en een opgave van de herkenningstekens, geluidsbakens, lichtbakens en, voor zover Onze Minister van Infrastructuur en Milieu zulks bepaalt, elektronische bakens of radarreflectoren van de mijnbouwinstallatie;
@@ -706,13 +736,13 @@
- 1°. overlegging niet noodzakelijk is indien de verklaring niet ouder is dan vijf jaar en de verklaring reeds eerder is verstrekt;
- 2°. [artikel 53a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=53a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van overeenkomstige toepassing is;
- e. bij een voor de winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie: een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat naar zijn voorlopige oordeel de te plaatsen mijnbouwinstallatie voldoet aan [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=50&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
- 2°. [artikel 53a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=53a&z=2017-04-01&g=2017-04-01), van overeenkomstige toepassing is;
- e. bij een voor de winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie: een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat naar zijn voorlopige oordeel de te plaatsen mijnbouwinstallatie voldoet aan [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=50&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de in de onderdelen d en e bedoelde verklaring.
#### § 5.2.3. Het buiten gebruik stellen en verwijderen van mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken
#### § 5.2.2. Het ontwerpen, plaatsen en gebruiken van mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken
##### Artikel 57
@@ -774,15 +804,15 @@
##### Artikel 64
De [artikelen 44 tot en met 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=44&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=58&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op een mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=63&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
De [artikelen 44 tot en met 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=44&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=58&z=2017-04-01&g=2017-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing op een mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=63&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
##### Artikel 65
De uitvoerder doet acht weken voor plaatsing van een mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=63&z=2017-01-01&g=2017-01-01), mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen. Bij de mededeling worden het ontwerp van de constructie, de gegevens bedoeld in [artikel 56, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=56&z=2017-01-01&g=2017-01-01), alsmede een beschrijving van de wijze van plaatsing gevoegd.
De uitvoerder doet acht weken voor plaatsing van een mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=63&z=2017-04-01&g=2017-04-01), mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen. Bij de mededeling worden het ontwerp van de constructie, de gegevens bedoeld in [artikel 56, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=56&z=2017-04-01&g=2017-04-01), alsmede een beschrijving van de wijze van plaatsing gevoegd.
##### Artikel 66
1. Een mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=63&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt na beëindiging van de activiteiten ervan buiten gebruik gesteld en verwijderd, overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels.
1. Een mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=63&z=2017-04-01&g=2017-04-01), wordt na beëindiging van de activiteiten ervan buiten gebruik gesteld en verwijderd, overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels.
2. De uitvoerder informeert de inspecteur-generaal der mijnen tenminste vierentwintig uren voor het tijdstip van verwijdering van de mijnbouwinstallatie.
@@ -794,13 +824,13 @@
##### Artikel 67
1. Bij het aanleggen, gebruiken, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat worden maatregelen genomen ter voorkoming van schade.
2. Het aanleggen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat geschiedt onder verantwoordelijkheid en in aanwezigheid van de uitvoerder. Het gebruiken van een boorgat geschiedt onder verantwoordelijkheid van de uitvoerder.
1. Bij het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, gebruiken, testen, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat alsmede het stimuleren van een voorkomen via een boorgat worden maatregelen genomen ter voorkoming van schade.
2. Het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, testen, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat alsmede het stimuleren van een voorkomen via een boorgat geschiedt onder verantwoordelijkheid en in aanwezigheid van de uitvoerder. Het gebruiken van een boorgat geschiedt onder verantwoordelijkheid van de uitvoerder.
##### Artikel 68
De activiteiten, bedoeld in [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.1&artikel=67&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden slechts verricht indien de desbetreffende stoffen uit de ondergrondse formaties onder controle worden gehouden.
De activiteiten, bedoeld in [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.1&artikel=67&z=2017-04-01&g=2017-04-01), worden slechts verricht indien de desbetreffende stoffen uit de ondergrondse formaties onder controle worden gehouden.
##### Artikel 69
@@ -838,17 +868,17 @@
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent:
- a. de in [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.1&artikel=70&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde beveiligingen en oefeningen in het gebruik van de beveiligingen;
- b. de in [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.1&artikel=71&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde inrichting van een boorgat en de beveiligingen ervan, en
- c. het in [artikel 72](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.1&artikel=72&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde buiten werking stellen.
- a. de in [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.1&artikel=70&z=2017-04-01&g=2017-04-01) bedoelde beveiligingen en oefeningen in het gebruik van de beveiligingen;
- b. de in [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.1&artikel=71&z=2017-04-01&g=2017-04-01) bedoelde inrichting van een boorgat en de beveiligingen ervan, en
- c. het in [artikel 72](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.1&artikel=72&z=2017-04-01&g=2017-04-01) bedoelde buiten werking stellen.
#### § 5.3.2. Informatievoorziening in verband met boorgaten
##### Artikel 74
1. Het aanleggen, onderhouden, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat geschiedt overeenkomstig een door de uitvoerder opgesteld werkprogramma.
1. Het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat alsmede het stimuleren van een voorkomen via een boorgat geschiedt overeenkomstig een door de uitvoerder opgesteld werkprogramma.
2. De uitvoerder informeert de inspecteur-generaal der mijnen ten minste zeven dagen voor het tijdstip waarop met onderhoudswerkzaamheden van een boorgat wordt aangevangen.
@@ -864,7 +894,7 @@
##### Artikel 76
1. De uitvoerder maakt dagelijks een rapport op van het aanleggen, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat en brengt het rapport onmiddellijk ter kennis van de inspecteur-generaal der mijnen.
1. De uitvoerder maakt dagelijks een rapport op van het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat alsmede het stimuleren van een voorkomen via een boorgat en brengt het rapport onmiddellijk ter kennis van de inspecteur-generaal der mijnen.
2. De uitvoerder brengt binnen vier weken na het voltooien van de in het eerste lid bedoelde activiteiten een desbetreffend eindrapport ter kennis van de inspecteur-generaal der mijnen.
@@ -872,9 +902,9 @@
Bij ministeriële regeling worden regels dan wel nadere regels gesteld omtrent:
- a. de inhoud van het in [artikel 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.2&artikel=74&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde werkprogramma, voor zover het betreft het aanleggen, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat, en het tijdstip waarop het werkprogramma aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt gezonden alsmede de gegevens en bescheiden die daarbij worden overgelegd;
- b. de inhoud van de in [artikel 76](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.2&artikel=76&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde rapporten en de wijze waarop deze rapporten ter kennis van de inspecteur-generaal der mijnen worden gebracht.
- a. de inhoud van het in [artikel 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.2&artikel=74&z=2017-04-01&g=2017-04-01) bedoelde werkprogramma, voor zover het betreft het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat alsmede het stimuleren van een voorkomen via een boorgat, en het tijdstip waarop het werkprogramma aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt gezonden alsmede de gegevens en bescheiden die daarbij worden overgelegd;
- b. de inhoud van de in [artikel 76](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.2&artikel=76&z=2017-04-01&g=2017-04-01) bedoelde rapporten en de wijze waarop deze rapporten ter kennis van de inspecteur-generaal der mijnen worden gebracht.
### Afdeling 5.4. Milieu en rampenbestrijdingsplan op mijnbouwinstallaties
@@ -940,7 +970,7 @@
##### Artikel 81
1. Op een mijnbouwinstallatie worden met betrekking tot het met het normale gebruik van de installatie samenhangende of daaruit voortvloeiende lozingen van andere dan in [artikel 80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.1&artikel=80&z=2017-01-01&g=2017-01-01) genoemde stoffen of andere verontreinigende dan wel schadelijke stoffen zodanige maatregelen genomen dat verontreiniging van oppervlaktewater zoveel mogelijk wordt voorkomen.
1. Op een mijnbouwinstallatie worden met betrekking tot het met het normale gebruik van de installatie samenhangende of daaruit voortvloeiende lozingen van andere dan in [artikel 80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.1&artikel=80&z=2017-04-01&g=2017-04-01) genoemde stoffen of andere verontreinigende dan wel schadelijke stoffen zodanige maatregelen genomen dat verontreiniging van oppervlaktewater zoveel mogelijk wordt voorkomen.
2. Het is verboden stoffen of preparaten te lozen als bedoeld in het derde lid, onderdeel a.
@@ -956,7 +986,7 @@
##### Artikel 82
1. De uitvoerder neemt onmiddellijk passende maatregelen in geval van lozingen waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan als bedoeld in de [artikelen 80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.1&artikel=80&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [81](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.1&artikel=81&z=2017-01-01&g=2017-01-01). De bedoelde passende maatregelen houden in het voorkomen, bestrijden of beperken van de bedoelde nadelige gevolgen.
1. De uitvoerder neemt onmiddellijk passende maatregelen in geval van lozingen waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan als bedoeld in de [artikelen 80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.1&artikel=80&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [81](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.1&artikel=81&z=2017-04-01&g=2017-04-01). De bedoelde passende maatregelen houden in het voorkomen, bestrijden of beperken van de bedoelde nadelige gevolgen.
2. De uitvoerder meldt het voorval zo spoedig mogelijk aan het Kustwachtcentrum en de inspecteur-generaal der mijnen.
@@ -1024,27 +1054,27 @@
##### Artikel 87
1. Indien zich een voorval als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.2&artikel=86&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voordoet op een mijnbouwwerk, wordt onmiddellijk uitvoering gegeven aan het rampenbestrijdingsplan.
1. Indien zich een voorval als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.2&artikel=86&z=2017-04-01&g=2017-04-01), voordoet op een mijnbouwwerk, wordt onmiddellijk uitvoering gegeven aan het rampenbestrijdingsplan.
2. Zodra daartoe de mogelijkheid bestaat, meldt de uitvoerder het voorval aan de inspecteur-generaal der mijnen en bij een voorval op een mijnbouwinstallatie, aan het Kustwachtcentrum.
##### Artikel 88
1. Indien zich een voorval als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.2&artikel=86&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voordoet in de omgeving van een mijnbouwwerk, meldt de uitvoerder het voorval onmiddellijk aan de inspecteur-generaal der mijnen en bij een voorval op een mijnbouwinstallatie, aan het Kustwachtcentrum.
1. Indien zich een voorval als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.2&artikel=86&z=2017-04-01&g=2017-04-01), voordoet in de omgeving van een mijnbouwwerk, meldt de uitvoerder het voorval onmiddellijk aan de inspecteur-generaal der mijnen en bij een voorval op een mijnbouwinstallatie, aan het Kustwachtcentrum.
2. De uitvoerder verleent op aanwijzing van Onze Minister zoveel mogelijk hulp en bijstand bij het bestrijden van het voorval of het beperken van de gevolgen ervan.
##### Artikel 89
De werkzaamheden ter bestrijding van voorvallen als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.2&artikel=86&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of ter beperking van de gevolgen ervan geschieden onder toezicht van een daartoe aangewezen deskundig persoon en door vakkundig personeel, dat daartoe voldoende geoefend en geïnstrueerd is.
De werkzaamheden ter bestrijding van voorvallen als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.2&artikel=86&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of ter beperking van de gevolgen ervan geschieden onder toezicht van een daartoe aangewezen deskundig persoon en door vakkundig personeel, dat daartoe voldoende geoefend en geïnstrueerd is.
##### Artikel 90
Onze Minister kan bepalen dat een of meer door hem aangewezen uitvoerders al dan niet gezamenlijk op daarbij aangegeven plaatsen en in een daarbij aangegeven omvang voor onmiddellijk gebruik ter beschikking hebben vaartuigen, helikopters of ander materieel ter bestrijding van voorvallen als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.2&artikel=86&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of ter beperking van de gevolgen ervan.
Onze Minister kan bepalen dat een of meer door hem aangewezen uitvoerders al dan niet gezamenlijk op daarbij aangegeven plaatsen en in een daarbij aangegeven omvang voor onmiddellijk gebruik ter beschikking hebben vaartuigen, helikopters of ander materieel ter bestrijding van voorvallen als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.2&artikel=86&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of ter beperking van de gevolgen ervan.
##### Artikel 91
Onze Minister kan ten aanzien van het bestrijden van een voorval als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.2&artikel=86&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of het beperken van de gevolgen ervan:
Onze Minister kan ten aanzien van het bestrijden van een voorval als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.2&artikel=86&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of het beperken van de gevolgen ervan:
- a. aanwijzingen geven op welke wijze de desbetreffende werkzaamheden worden verricht en welke bestrijdingsmiddelen daarbij worden aangewend;
@@ -1070,7 +1100,7 @@
- d. beheerder: degene voor wiens rekening en risico een pijpleiding of kabel wordt aangelegd, gebruikt dan wel in stand gehouden;
- e. vergunning: vergunning als bedoeld in [artikel 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
- e. vergunning: vergunning als bedoeld in [artikel 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
##### Artikel 93
@@ -1084,9 +1114,9 @@
##### Artikel 94
1. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een pijpleiding in de territoriale zee of op het continentaal plat aan te leggen. Indien de pijpleiding zal worden aangelegd in een gebied als bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=44&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=45&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt de vergunning verleend door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie respectievelijk Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
2. De vergunning wordt geweigerd indien de pijpleiding niet voldoet aan de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=93&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde eisen.
1. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een pijpleiding in de territoriale zee of op het continentaal plat aan te leggen. Indien de pijpleiding zal worden aangelegd in een gebied als bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=44&z=2017-04-01&g=2017-04-01) of [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=45&z=2017-04-01&g=2017-04-01) wordt de vergunning verleend door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie respectievelijk Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
2. De vergunning wordt geweigerd indien de pijpleiding niet voldoet aan de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=93&z=2017-04-01&g=2017-04-01) gestelde eisen.
3. De vergunning kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden in verband met risico op schade.
@@ -1098,13 +1128,13 @@
##### Artikel 95
[Artikel 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing op een pijpleiding waarvan het aanleggen zal plaatsvinden in of op een ander gebied dan bedoeld in het [eerste lid, eerste volzin, van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en waarvoor op grond van het [Besluit milieueffectrapportage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006788) het maken van een milieueffectrapport verplicht is.
[Artikel 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-04-01&g=2017-04-01) is van overeenkomstige toepassing op een pijpleiding waarvan het aanleggen zal plaatsvinden in of op een ander gebied dan bedoeld in het [eerste lid, eerste volzin, van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en waarvoor op grond van het [Besluit milieueffectrapportage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006788) het maken van een milieueffectrapport verplicht is.
##### Artikel 96
1. Onze Minister beslist over de aanvraag om een vergunning binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag en, in geval [artikel 94, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=95&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van toepassing is, binnen de in [artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18) gestelde termijn.
2. Met toepassing van [artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026759&artikel=28) is [paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&paragraaf=4.1.3.3) niet van toepassing op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in [artikel 94, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
1. Onze Minister beslist over de aanvraag om een vergunning binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag en, in geval [artikel 94, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of [95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=95&z=2017-04-01&g=2017-04-01) van toepassing is, binnen de in [artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18) gestelde termijn.
2. Met toepassing van [artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026759&artikel=28) is [paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&paragraaf=4.1.3.3) niet van toepassing op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in [artikel 94, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
#### § 5.4.1a. Rapport inzake grote gevaren en overige documenten
@@ -1114,11 +1144,11 @@
2. De beheerder doet het verzoek, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk twee weken voordat hij de pijpleiding in gebruik wil nemen. Daarbij verstrekt de beheerder aan Onze Minister:
- a. een verklaring van een onafhankelijke deskundige, waarin wordt beoordeeld of de eigenschappen en de aanleg van de pijpleiding voldoen aan de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=93&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde eisen, en
- b. gegevens waaruit blijkt dat de ligging van de pijpleiding die is aangelegd in de territoriale zee of het continentaal plat voldoet aan de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=93&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde eisen en, voor zover van toepassing, aan de desbetreffende vergunningvoorschriften.
3. De instemming tot ingebruikname is van rechtswege gegeven, indien Onze Minister niet binnen twee weken na ontvangst van het verzoek de in het eerste lid bedoelde mededeling heeft gedaan, tenzij zich een geval voordoet als bedoeld in [artikel 98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.3&artikel=98&z=2017-01-01&g=2017-01-01). De instemming van rechtswege wordt voor de mogelijkheid van bezwaar en beroep gelijkgesteld met een besluit als bedoeld in [artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=1:3).
- a. een verklaring van een onafhankelijke deskundige, waarin wordt beoordeeld of de eigenschappen en de aanleg van de pijpleiding voldoen aan de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=93&z=2017-04-01&g=2017-04-01) gestelde eisen, en
- b. gegevens waaruit blijkt dat de ligging van de pijpleiding die is aangelegd in de territoriale zee of het continentaal plat voldoet aan de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=93&z=2017-04-01&g=2017-04-01) gestelde eisen en, voor zover van toepassing, aan de desbetreffende vergunningvoorschriften.
3. De instemming tot ingebruikname is van rechtswege gegeven, indien Onze Minister niet binnen twee weken na ontvangst van het verzoek de in het eerste lid bedoelde mededeling heeft gedaan, tenzij zich een geval voordoet als bedoeld in [artikel 98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.3&artikel=98&z=2017-04-01&g=2017-04-01). De instemming van rechtswege wordt voor de mogelijkheid van bezwaar en beroep gelijkgesteld met een besluit als bedoeld in [artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=1:3).
##### Artikel 98
@@ -1128,7 +1158,7 @@
##### Artikel 99
1. Gedurende het gebruik of de instandhouding van een pijpleiding onderzoekt de beheerder periodiek de eigenschappen, en tevens de ligging van de pijpleiding voor zover deze is aangelegd in de territoriale zee of het continentaal plat, aan de hand van de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=93&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde eisen en, voor zover van toepassing, aan de desbetreffende vergunningvoorschriften.
1. Gedurende het gebruik of de instandhouding van een pijpleiding onderzoekt de beheerder periodiek de eigenschappen, en tevens de ligging van de pijpleiding voor zover deze is aangelegd in de territoriale zee of het continentaal plat, aan de hand van de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=93&z=2017-04-01&g=2017-04-01) gestelde eisen en, voor zover van toepassing, aan de desbetreffende vergunningvoorschriften.
2. De beheerder verstrekt slechts die resultaten van het onderzoek aan de inspecteur-generaal der mijnen, waarbij afwijkingen worden geconstateerd van de eisen, bedoeld in het eerste lid.
@@ -1168,7 +1198,7 @@
1. Een herstelde pijpleiding, of het betrokken deel ervan, wordt niet eerder opnieuw in gebruik genomen, dan nadat Onze Minister aan de beheerder op diens verzoek heeft medegedeeld daarmee in te stemmen.
2. De [artikelen 97, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.3&artikel=97&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.3&artikel=98&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De [artikelen 97, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.3&artikel=97&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en [98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.3&artikel=98&z=2017-04-01&g=2017-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 102
@@ -1188,7 +1218,7 @@
3. Onze Minister kan de beheerder verplichten de ligging van de achtergelaten pijpleiding periodiek te controleren en kan zo nodig herstelmaatregelen voorschrijven.
#### § 6.5. Kabels
#### § 5.4.1b. Kennisgevingen
##### Artikel 105
@@ -1200,11 +1230,11 @@
##### Artikel 106
De [artikelen 94 tot en met 104](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op een kabel, met dien verstande dat waar in de genoemde artikelen wordt verwezen naar [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=93&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in plaats daarvan gelezen wordt: [artikel 105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.5&artikel=105&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
De [artikelen 94 tot en met 104](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-04-01&g=2017-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing op een kabel, met dien verstande dat waar in de genoemde artikelen wordt verwezen naar [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=93&z=2017-04-01&g=2017-04-01) in plaats daarvan gelezen wordt: [artikel 105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.5&artikel=105&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
##### Artikel 107
Op een samenstel van een pijpleiding en een kabel zijn de [paragrafen 6.1 tot en met 6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), respectievelijk [paragraaf 6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van toepassing.
Op een samenstel van een pijpleiding en een kabel zijn de [paragrafen 6.1 tot en met 6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&z=2017-04-01&g=2017-04-01), respectievelijk [paragraaf 6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.5&z=2017-04-01&g=2017-04-01) van toepassing.
### Hoofdstuk 7. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens
@@ -1212,7 +1242,7 @@
##### Artikel 108
Degene in wiens opdracht verkenningsonderzoek wordt verricht, dan wel, bij afwezigheid van een opdrachtgever, degene die het verkenningsonderzoek verricht, verstrekt Onze Minister desgevraagd en binnen een door de minister te bepalen termijn de volgende gegevens die bij het verkenningsonderzoek zijn verkregen:
1. Degene in wiens opdracht verkenningsonderzoek wordt verricht, dan wel, bij afwezigheid van een opdrachtgever, degene die het verkenningsonderzoek verricht, dan wel een latere verkrijger van gegevens uit het verkenningsonderzoek, verstrekt Onze Minister de volgende gegevens:
- a. de resultaten van verricht geofysisch onderzoek;
@@ -1220,6 +1250,8 @@
- c. de resultaten van verricht geologisch onderzoek.
2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gegevens, binnen welke termijn en in welke gevallen aan Onze Minister worden verstrekt.
##### Artikel 109
1. De uitvoerder verstrekt Onze Minister de volgende gegevens die bij het aanleggen, gebruiken, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van het boorgat zijn verkregen:
@@ -1278,7 +1310,7 @@
##### Artikel 113
1. De uitvoerder verstrekt Onze Minister per voorkomen, waarin koolwaterstoffen zijn aangetroffen, jaarlijks voor 15 maart de volgende gegevens:
1. De uitvoerder verstrekt Onze Minister per voorkomen, waarin koolwaterstoffen zijn aangetroffen, jaarlijks voor 1 maart de volgende gegevens:
- a. de door de uitvoerder voor het voorkomen gebezigde naam;
@@ -1298,15 +1330,15 @@
- i. het feitelijk gebruik van de in het voorkomen aanwezige boorgaten, en
- j. de gegevens, bedoeld in [artikel 24, eerste lid, onderdelen b en k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voor zover de gegevens wezenlijk afwijken van het ingediende winningsplan.
- j. de gegevens, bedoeld in [artikel 24, eerste lid, onderdelen b, c en k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=24&z=2017-04-01&g=2017-04-01), voor zover de gegevens wezenlijk afwijken van het ingediende winningsplan.
2. De uitvoerder verstrekt Onze Minister daarnaast jaarlijks de verwachte hoeveelheden winbare delfstoffen per vermoedelijk voorkomen in het vergunningsgebied dat niet door middel van opsporing is aangetoond, alsmede de daarbij behorende structuurkaarten.
##### Artikel 114
1. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gegevens, bedoeld in de [artikelen 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=108&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=110&z=2017-01-01&g=2017-01-01) alsmede de wijze waarop deze worden verstrekt.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels worden gesteld omtrent de gegevens, bedoeld in de [artikelen 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=109&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [111 tot en met 113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=111&z=2017-01-01&g=2017-01-01) alsmede de wijze waarop deze worden verstrekt.
1. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gegevens, bedoeld in de [artikelen 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=108&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=110&z=2017-04-01&g=2017-04-01) alsmede de wijze waarop deze worden verstrekt.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels worden gesteld omtrent de gegevens, bedoeld in de [artikelen 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=109&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [111 tot en met 113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=111&z=2017-04-01&g=2017-04-01) alsmede de wijze waarop deze worden verstrekt.
#### § 7.2. Vertrouwelijkheid, beheer, gebruik en ter inzage legging van gegevens
@@ -1314,21 +1346,27 @@
1. De in [artikel 123, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=123) bedoelde instellingen beheren de op grond van
[paragraaf 7.1.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) verstrekte gegevens zorgvuldig. De instellingen zijn verplicht de gegevens in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren.
[paragraaf 7.1.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&z=2017-04-01&g=2017-04-01) verstrekte gegevens zorgvuldig. De instellingen zijn verplicht de gegevens in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren.
2. Bij ministeriële regeling kunnen omtrent het eerste lid nadere regels worden gesteld.
##### Artikel 116
1. De gegevens, bedoeld in de [artikelen 111](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=111&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=112&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [113, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=113&z=2017-01-01&g=2017-01-01), zijn openbaar, zodra vier weken zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
2. Op de gegevens en de monsters, bedoeld in de [artikelen 108 tot en met 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=108&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is [artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van toepassing, totdat vijf jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
3. Op de gegevens en de monsters, bedoeld in [artikel 113, eerste lid, onderdelen c tot en met j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=113&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is [artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van toepassing, totdat tien jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
1. De gegevens, bedoeld in de [artikelen 111](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=111&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=112&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [113, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=113&z=2017-04-01&g=2017-04-01), zijn openbaar, zodra vier weken zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
2. Op de gegevens en de monsters, bedoeld in de [artikelen 108 tot en met 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=108&z=2017-04-01&g=2017-04-01), is [artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van toepassing, totdat vijf jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
3. In afwijking van het tweede lid is [artikel 10, eerste lid, onder c, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van toepassing op de gegevens, bedoeld in [artikel 108, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=108&z=2017-04-01&g=2017-04-01), totdat een termijn van tien jaren is verstreken, indien:
- a. het verkenningsonderzoek niet is uitgevoerd door of in opdracht van een uitvoerder die voor het desbetreffende gebied over een vergunning beschikt om delfstoffen op te sporen, te winnen of op te slaan en
- b. de resultaten gedurende de termijn van tien jaren, bedoeld in de aanhef, tegen een redelijke vergoeding voor eenieder ter beschikking worden gesteld.
4. Op de gegevens, bedoeld in [artikel 113, eerste lid, onderdelen c tot en met j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=113&z=2017-04-01&g=2017-04-01), is [artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van toepassing, totdat tien jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
##### Artikel 117
Onze Minister kan, zolang de termijnen van [artikel 116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=116&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet zijn verlopen, de in dat artikel bedoelde gegevens ter beschikking stellen aan de Mijnraad, de Technische commissie bodembeweging en de in [artikel 81, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=81) bedoelde vennootschap bedoelde vennootschap, voor zover deze gegevens worden gebruikt voor de volgende doeleinden:
Onze Minister kan, zolang de termijnen van [artikel 116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=116&z=2017-04-01&g=2017-04-01) niet zijn verlopen, de in dat artikel bedoelde gegevens ter beschikking stellen aan de Mijnraad, de Technische commissie bodembeweging en de in [artikel 81, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=81) bedoelde vennootschap bedoelde vennootschap, voor zover deze gegevens worden gebruikt voor de volgende doeleinden:
- a. het adviseren van Onze Minister inzake verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte en het opslaan van stoffen in de ondergrond;
@@ -1338,7 +1376,7 @@
##### Artikel 118
1. De gegevens, bedoeld in [artikel 116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=116&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden na afloop van de aldaar genoemde termijnen ter inzage gelegd op de plaats van beheer.
1. De gegevens, bedoeld in [artikel 116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=116&z=2017-04-01&g=2017-04-01), worden na afloop van de aldaar genoemde termijnen ter inzage gelegd op de plaats van beheer.
2. Onze Minister verstrekt op verzoek tegen kostprijs aan derden afschrift van de gegevens, bedoeld in het eerste lid. Monsters worden uitsluitend ter inzage gelegd.
@@ -1348,9 +1386,9 @@
##### Artikel 119
1. De [artikelen 109 tot en met 111](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=109&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [115 tot en met 118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=115&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing in geval van opsporing of winning van aardwarmte.
2. De [artikelen 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=109&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=110&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [115 tot en met 118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=115&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing in geval van het gebruik van boorgaten als bedoeld in [artikel 49, eerste lid, onderdeel e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=49).
1. De [artikelen 109 tot en met 111](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=109&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [115 tot en met 118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=115&z=2017-04-01&g=2017-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing in geval van opsporing of winning van aardwarmte.
2. De [artikelen 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=109&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=110&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [115 tot en met 118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=115&z=2017-04-01&g=2017-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing in geval van het gebruik van boorgaten als bedoeld in [artikel 49, eerste lid, onderdeel e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=49).
### Hoofdstuk 8. Waarborgfonds mijnbouwschade
@@ -1370,7 +1408,7 @@
- e. schadevergoeding: schadevergoeding als bedoeld in [artikel 137 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=137);
- f. verkenningsonderzoek: onderzoek als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=1), met uitzondering van onderzoek door of in opdracht van een mijnbouwondernemer die behoort tot een van de eerste drie in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=121&z=2017-01-01&g=2017-01-01), drie genoemde sectoren;
- f. verkenningsonderzoek: onderzoek als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=1), met uitzondering van onderzoek door of in opdracht van een mijnbouwondernemer die behoort tot een van de eerste drie in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=121&z=2017-04-01&g=2017-04-01), drie genoemde sectoren;
- g. voorschot: voorschot als bedoeld in [artikel 140 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=140).
@@ -1397,9 +1435,9 @@
##### Artikel 122
1. De bijdrage die een mijnbouwondernemer, behorende tot een van de eerste drie in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=121&z=2017-01-01&g=2017-01-01), genoemde sectoren, verschuldigd is, omvat een bedrag ter grootte van de voorschotten die in het voorafgaande kalenderjaar ten laste van het fonds in verband met zijn mijnbouwactiviteiten zijn betaald.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met een bedrag ter dekking van het aandeel van de sector in het tekort, berekend overeenkomstig [artikel 121, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=121&z=2017-01-01&g=2017-01-01). De mijnbouwondernemers die tot dezelfde sector behoren, doen Onze Minister voor 1 maart gezamenlijk een gemotiveerd voorstel toekomen omtrent het in de eerste volzin als laatste genoemde bedrag. Hierbij wordt rekening gehouden met:
1. De bijdrage die een mijnbouwondernemer, behorende tot een van de eerste drie in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=121&z=2017-04-01&g=2017-04-01), genoemde sectoren, verschuldigd is, omvat een bedrag ter grootte van de voorschotten die in het voorafgaande kalenderjaar ten laste van het fonds in verband met zijn mijnbouwactiviteiten zijn betaald.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met een bedrag ter dekking van het aandeel van de sector in het tekort, berekend overeenkomstig [artikel 121, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=121&z=2017-04-01&g=2017-04-01). De mijnbouwondernemers die tot dezelfde sector behoren, doen Onze Minister voor 1 maart gezamenlijk een gemotiveerd voorstel toekomen omtrent het in de eerste volzin als laatste genoemde bedrag. Hierbij wordt rekening gehouden met:
- a. de aard en omvang van de mijnbouwactiviteiten van elke mijnbouwondernemer in de vijf voorafgaande kalenderjaren;
@@ -1411,13 +1449,13 @@
##### Artikel 123
Het [tweede, derde en vierde lid van artikel 122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.3&artikel=122&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de verdeling van het aandeel van een sector in de eenmalige vorming van het initiële vermogen van het fonds, bedoeld in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=121&z=2017-01-01&g=2017-01-01), over de mijnbouwondernemers die tot die sector behoren, met dien verstande dat voor onderdeel b van het tweede lid wordt gelezen de hoogte van de schadevergoedingen die elke mijnbouwondernemer in de vijf kalenderjaren voorafgaande aan de inwerkingtreding van de wet aan natuurlijke personen heeft betaald in verband met zijn mijnbouwactiviteiten.
Het [tweede, derde en vierde lid van artikel 122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.3&artikel=122&z=2017-04-01&g=2017-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de verdeling van het aandeel van een sector in de eenmalige vorming van het initiële vermogen van het fonds, bedoeld in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=121&z=2017-04-01&g=2017-04-01), over de mijnbouwondernemers die tot die sector behoren, met dien verstande dat voor onderdeel b van het tweede lid wordt gelezen de hoogte van de schadevergoedingen die elke mijnbouwondernemer in de vijf kalenderjaren voorafgaande aan de inwerkingtreding van de wet aan natuurlijke personen heeft betaald in verband met zijn mijnbouwactiviteiten.
##### Artikel 124
1. De bijdrage die een mijnbouwondernemer, behorende tot de laatste in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=121&z=2017-01-01&g=2017-01-01), genoemde sector, verschuldigd is, omvat een bedrag ter grootte van de voorschotten die in het voorafgaande kalenderjaar ten laste van het fonds zijn betaald in verband met zijn verkenningsonderzoeken.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met een bedrag ter dekking van het aandeel van de sector in een tekort, berekend overeenkomstig [artikel 121, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=121&z=2017-01-01&g=2017-01-01). Het in de eerste volzin als laatste genoemde bedrag wordt bepaald door het aandeel van de sector in het tekort te verdelen over de mijnbouwondernemers die in het voorafgaande kalenderjaar verkenningsonderzoek hebben verricht, naar evenredigheid van het aantal onderzoeken dat ieder van hen in dat jaar heeft verricht. Onze Minister stelt de bijdrage voor 1 april vast.
1. De bijdrage die een mijnbouwondernemer, behorende tot de laatste in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=121&z=2017-04-01&g=2017-04-01), genoemde sector, verschuldigd is, omvat een bedrag ter grootte van de voorschotten die in het voorafgaande kalenderjaar ten laste van het fonds zijn betaald in verband met zijn verkenningsonderzoeken.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met een bedrag ter dekking van het aandeel van de sector in een tekort, berekend overeenkomstig [artikel 121, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=121&z=2017-04-01&g=2017-04-01). Het in de eerste volzin als laatste genoemde bedrag wordt bepaald door het aandeel van de sector in het tekort te verdelen over de mijnbouwondernemers die in het voorafgaande kalenderjaar verkenningsonderzoek hebben verricht, naar evenredigheid van het aantal onderzoeken dat ieder van hen in dat jaar heeft verricht. Onze Minister stelt de bijdrage voor 1 april vast.
3. Indien in het voorafgaande kalenderjaar geen verkenningsonderzoek is verricht, is de bijdrage verschuldigd door de mijnbouwondernemers die in het aan dat kalenderjaar voorafgaande tijdvak van vijf kalenderjaren verkenningsonderzoek hebben verricht. De tweede en derde volzin van het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.
@@ -1551,13 +1589,13 @@
##### Artikel 142
1. Met toepassing van [paragraaf 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9&paragraaf=9.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) verleende vergunningen vervangen met ingang van het tijdstip waarop zij in werking treden, de te splitsen vergunning. De te splitsen vergunning vervalt op het tijdstip waarop de met toepassing van [paragraaf 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9&paragraaf=9.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) verleende vergunningen onherroepelijk worden.
2. De met toepassing van [paragraaf 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9&paragraaf=9.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) verleende vergunning vervangt met ingang van het tijdstip waarop zij in werking treedt, de samen te voegen vergunningen. De samen te voegen vergunningen vervallen op het tijdstip waarop de met toepassing van [paragraaf 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9&paragraaf=9.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) verleende vergunning onherroepelijk wordt.
1. Met toepassing van [paragraaf 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9&paragraaf=9.2&z=2017-04-01&g=2017-04-01) verleende vergunningen vervangen met ingang van het tijdstip waarop zij in werking treden, de te splitsen vergunning. De te splitsen vergunning vervalt op het tijdstip waarop de met toepassing van [paragraaf 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9&paragraaf=9.2&z=2017-04-01&g=2017-04-01) verleende vergunningen onherroepelijk worden.
2. De met toepassing van [paragraaf 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9&paragraaf=9.3&z=2017-04-01&g=2017-04-01) verleende vergunning vervangt met ingang van het tijdstip waarop zij in werking treedt, de samen te voegen vergunningen. De samen te voegen vergunningen vervallen op het tijdstip waarop de met toepassing van [paragraaf 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9&paragraaf=9.3&z=2017-04-01&g=2017-04-01) verleende vergunning onherroepelijk wordt.
##### Artikel 143
1. Indien ten aanzien van de te splitsen vergunning of één van de samen te voegen vergunningen een overeenkomst als bedoeld in [artikel 81, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=81), respectievelijk artikel 81, onderdeel e, van de wet tot stand is gekomen, verleent de in artikel 81, onderdeel a, bedoelde vennootschap en de vergunninghouders van de op grond van [artikel 135](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9&paragraaf=9.2&artikel=135&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [137](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9&paragraaf=9.3&artikel=137&z=2017-01-01&g=2017-01-01) te verlenen vergunning of vergunningen medewerking aan de totstandkoming van een overeenkomst waarvan de voorwaarden gelijkluidend zijn aan die van eerder bedoelde overeenkomst.
1. Indien ten aanzien van de te splitsen vergunning of één van de samen te voegen vergunningen een overeenkomst als bedoeld in [artikel 81, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=81), respectievelijk artikel 81, onderdeel e, van de wet tot stand is gekomen, verleent de in artikel 81, onderdeel a, bedoelde vennootschap en de vergunninghouders van de op grond van [artikel 135](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9&paragraaf=9.2&artikel=135&z=2017-04-01&g=2017-04-01) of [137](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9&paragraaf=9.3&artikel=137&z=2017-04-01&g=2017-04-01) te verlenen vergunning of vergunningen medewerking aan de totstandkoming van een overeenkomst waarvan de voorwaarden gelijkluidend zijn aan die van eerder bedoelde overeenkomst.
2. De in het eerste lid laatstbedoelde overeenkomst behoeft de instemming van Onze Minister.
@@ -1571,1064 +1609,1136 @@
### Hoofdstuk 10. De veiligheid van groeven
#### § 8.2. Het vermogen van het fonds
##### Artikel 145
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. het winnen van kalksteen: het met gebruikmaking van een boorgat, tunnel, schacht of ander ondergronds werk onttrekken van kalksteen aan de ondergrond;
- b. groeve: ondergrondse ruimte ontstaan door het winnen van kalksteen;
- c. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie waarin een groeve geheel of voor het grootste deel is gelegen.
#### § 8.3. De bijdrage aan het fonds
##### Artikel 145
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. het winnen van kalksteen: het met gebruikmaking van een boorgat, tunnel, schacht of ander ondergronds werk onttrekken van kalksteen aan de ondergrond;
- b. groeve: ondergrondse ruimte ontstaan door het winnen van kalksteen;
- c. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie waarin een groeve geheel of voor het grootste deel is gelegen.
##### Artikel 146
1. Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten kalksteen te winnen.
2. Een vergunning kan slechts worden geweigerd ter bescherming van de veiligheid met het oog op instorting.
3. Gedeputeerde staten kunnen in het belang van de veiligheid met het oog op instorting aan een vergunning voorschriften verbinden of een vergunning onder beperkingen verlenen.
##### Artikel 147
1. In een vergunning als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-04-01&g=2017-04-01) wordt bepaald voor welk tijdvak en welk gebied zij geldt. Het tijdvak waarvoor de vergunning geldt, kan op aanvraag van de vergunninghouder worden verlengd.
2. In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften worden gesteld of beperkingen opgenomen omtrent:
- a. de wijze van winning;
- b. de ligging, hoogte en breedte van de tunnels, schachten of andere ondergrondse werken;
- c. de afmeting van de pilaren;
- d. de maatregelen bij het aantreffen van aardpijpen;
- e. de maatregelen bij het kruisen van tunnels, schachten of andere ondergrondse werken, en
- f. de wijze waarop en frequentie waarmee metingen naar de gesteentemechanische veiligheid van de groeve worden gedaan en de resultaten daarvan worden verstrekt.
##### Artikel 148
Vervallen
##### Artikel 149
Indien een vergunning als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-04-01&g=2017-04-01) wordt overgedragen of anders dan door overdracht overgaat op een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, doet deze persoon binnen vier weken na de verkrijging ervan mededeling aan gedeputeerde staten.
##### Artikel 150
1. De houder van een vergunning als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-04-01&g=2017-04-01) verstrekt jaarlijks aan gedeputeerde staten een geactualiseerde kaart van de groeve.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde kaart.
#### § 8.4. Verzoeken om uitkeringen ten laste van het fonds
##### Artikel 151
1. Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een groeve, die niet langer in gebruik is voor het winnen van kalksteen, voor een ander doeleinde te gebruiken of daaraan enige wijziging aan te brengen.
2. [Artikel 146, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-04-01&g=2017-04-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 152
1. In een vergunning als bedoeld in [artikel 151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=151&z=2017-04-01&g=2017-04-01) wordt bepaald voor welk doeleinde, welk tijdvak en welk gebied zij geldt. Het tijdvak waarvoor de vergunning geldt, kan op aanvraag van de vergunninghouder worden verlengd.
2. In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften worden gesteld of beperkingen opgenomen omtrent:
- a. de maatregelen ter voorkoming dat gedeelten van de groeve, die buiten het vergunningsgebied vallen, worden betreden;
- b. de wijze waarop en frequentie waarmee de metingen naar de gesteentemechanische veiligheid van de groeve worden gedaan en de resultaten daarvan worden verstrekt, en
- c. de plaatsen van de groeve waaraan wijzigingen worden aangebracht, de omvang van die wijzigingen en de wijze waarop deze tot stand worden gebracht.
##### Artikel 153
Het verbod van [artikel 146, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-04-01&g=2017-04-01), is niet van toepassing op wijziging van een groeve voor het gebruik voor een ander doeleinde.
##### Artikel 154
[Artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=149&z=2017-04-01&g=2017-04-01) is van overeenkomstige toepassing.
#### § 10.4. Veiligheid
##### Artikel 155
Het is verboden in een groeve ontplofbare stoffen voorhanden te hebben of te gebruiken.
##### Artikel 156
1. Een groeve is zo ingericht en van beveiligingen voorzien dat gevaar voor instorting zoveel mogelijk is uitgesloten.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inrichting en beveiligingen.
##### Artikel 157
1. De houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=151&z=2017-04-01&g=2017-04-01) neemt bij het winnen van kalksteen respectievelijk het gebruik voor een ander doeleinde alle nodige maatregelen ter voorkoming van instorting van een groeve, alsmede ter beperking van de gevolgen van een instorting.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde maatregelen.
##### Artikel 158
De houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=151&z=2017-04-01&g=2017-04-01) verricht periodiek metingen naar de gesteentemechanische veiligheid van een groeve en verstrekt daarvan de resultaten aan gedeputeerde staten.
##### Artikel 159
1. Wanneer de veiligheid van een groeve wordt bedreigd door instortingsgevaar, doet de houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=151&z=2017-04-01&g=2017-04-01) hiervan onmiddellijk mededeling aan gedeputeerde staten.
2. De houder van de vergunning doet onmiddellijk mededeling van een instorting aan gedeputeerde staten.
#### § 10.5. Het buiten gebruik stellen van een groeve
##### Artikel 160
1. De houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=151&z=2017-04-01&g=2017-04-01) doet tijdig van het voornemen tot het buitengebruik stellen van een groeve, of een gedeelte ervan, mededeling aan gedeputeerde staten. De houder verstrekt daarbij een geactualiseerde kaart van de groeve.
2. Bij het buiten gebruik stellen van de groeve, of een gedeelte ervan, worden alle nodige maatregelen genomen ter beperking van het gevaar voor instorting.
3. De toegangen tot de groeve worden behoorlijk afgesloten.
##### Artikel 161
Indien een groeve tijdelijk buiten gebruik wordt gesteld, is [artikel 160, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.5&artikel=160&z=2017-04-01&g=2017-04-01), van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen
##### Artikel 162
1. Van de aan een opsporingvergunning als bedoeld in [artikel 143, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=143) verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in de volgende met een Romeinse cijfer aangeduide artikelen van het koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 12 van de Mijnwet continentaal plat van 27 januari 1967 (Stb. 24):
- a. artikel II, uitgezonderd artikel 21, eerste lid,
- b. artikel IX, en
- c. artikel X.
2. Van de aan de in het eerste lid bedoelde opsporingvergunning verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in de volgende met een Romeinse cijfer aangeduide artikelen van het koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 12 van de Mijnwet continentaal plat van 6 februari 1976 (Stb. 102):
- a. [artikel II](onbekend), uitgezonderd [artikel 21, eerste lid](onbekend),
- b. [artikel IX](onbekend),
- c. artikel X, en
- d. artikel Xa.
3. Van de aan de in het eerste lid bedoelde opsporingvergunning verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in [artikel 2.1 van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007962&artikel=2.1) (Stb. 212).
4. Van de aan de in het eerste lid bedoelde opsporingvergunning verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in de volgende artikelen van de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 (Stcrt. 93):
- a. artikel 4.1, uitgezonderd het in artikel 4.2 opgenomen voorschrift,
- b. artikel 4.12,
- c. artikel 4.14, en
- d. artikel 4.16.
5. De voorschriften die krachtens artikel 4.1 van de Regeling vergunningen en concessies delfstoffen Nederlands territoir 1996 aan een vergunning als bedoeld in [artikel 143, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=143) zijn verbonden, vervallen.
6. De aan de in het eerste lid bedoelde opsporingsvergunning verbonden voorschriften die betrekking hebben op het lozen vanaf een mijnbouwinstallatie vervallen.
##### Artikel 163
1. Van de aan een winningsvergunning als bedoeld in [artikel 143, tweede lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=143) verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in de volgende met een Romeinse cijfer aangeduide artikelen van het koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 12 van de Mijnwet continentaal plat van 27 januari 1967 (Stb. 24):
- a. artikel III, onderdeel a,
- b. artikel III, onderdeel b, uitgezonderd artikel 31, eerste lid,
- c. artikel V, uitgezonderd de artikelen 6 en 7,
- d. artikel VIII,
- e. artikel IX, en
- f. artikel X.
2. Van de aan de in het eerste lid bedoelde winningsvergunning verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in de volgende met een Romeinse cijfer aangeduide artikelen van het koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 12 van de Mijnwet continentaal plat van 6 februari 1976 (Stb. 102):
- a. artikel III, onderdeel a,
- b. artikel III, onderdeel b, uitgezonderd artikel 31, eerste lid,
- c. artikel V, uitgezonderd de artikelen 6 en 7,
- d. artikel VIII,
- e. artikel IX,
- f. artikel X, en
- g. artikel Xa.
3. Van de aan de in het eerste lid bedoelde winningsvergunning verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in [artikel 3.1 van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007962&artikel=3.1) (Stb. 212).
4. Van de aan de in het eerste lid bedoelde winningsvergunning verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in de volgende artikelen van de Regeling vergunningen continentaal plat 1996 (Stcrt. 93):
- a. artikel 5.1,
- b. artikel 5.7,
- c. artikel 5.8, en
- d. artikel 5.9.
5. De voorschriften die krachtens artikel 5.1 van de Regeling vergunningen en concessies delfstoffen Nederlands territoir 1996 aan een vergunning als bedoeld in [artikel 143, tweede lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=143) zijn verbonden, vervallen.
6. De aan de in het eerste lid bedoelde winningsvergunning verbonden voorschriften die betrekking hebben op het lozen vanaf een mijnbouwinstallatie vervallen.
##### Artikel 164
1. Vergunningen als bedoeld in de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=1) en [28, tweede lid, van het Groevenreglement 1947](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=28) voor ontginning van kalksteen gelden als vergunningen als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
2. Vergunningen als bedoeld in de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=1) en [28, tweede lid, van het Groevenreglement 1947](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=28) voor andere doeleinden dan ontginning van kalksteen gelden als vergunningen als bedoeld in [artikel 151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=151&z=2017-04-01&g=2017-04-01), met dien verstande dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit de voorschriften of beperkingen verbonden aan deze vergunningen vervallen voor zover deze geen betrekking hebben op de gesteentemechanische veiligheid van de groeve.
3. Gedeputeerde staten kunnen aan de vergunningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, beperkingen en voorschriften verbinden als bedoeld in [artikel 147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=147&z=2017-04-01&g=2017-04-01) respectievelijk [152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=152&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
##### Artikel 165
1. Een vergunning als bedoeld in [artikel 168 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=168) geldt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) gedurende zes maanden als een vergunning als bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=22&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
2. Indien een uitvoerder voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn een aanvraag om een vergunning als bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=22&z=2017-04-01&g=2017-04-01) bij Onze Minister heeft ingediend en niet voor de afloop van die termijn de beslissing van Onze Minister onherroepelijk vaststaat, kan het gebruik van ontplofbare stoffen worden voortgezet tot het laatstbedoelde tijdstip.
##### Artikel 166
De aan een opsporingsvergunning als bedoeld in [artikel 143, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=143) ter bescherming van het milieu verbonden voorwaarden, beperkingen of voorschriften gelden als te zijn verbonden aan een mijnbouwmilieuvergunning of milieuvergunning als bedoeld in [artikel 143, vijfde of zesde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=143) of te zijn vervallen indien de laatste of voorlaatste vergunning ontbreekt.
##### Artikel 167
1. Toestemming om verkenningsonderzoek in te stellen op de delen van het continentaal plat als bedoeld in de artikelen 4.12 tot en met 4.17 van de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 geldt als een vergunning als bedoeld in de [artikelen 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=18&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=20&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
2. Toestemming om opsporingsonderzoek of winningsonderzoek te verrichten op de delen van het continentaal plat als bedoeld in de artikelen 4.12 tot en met 4.17 respectievelijk de artikelen 5.7 tot en met 5.10 van de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 geldt als een ontheffing als bedoeld in de [artikelen 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=44&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=45&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een in de territoriale zee of het continentaal plat gelegen mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=63&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
##### Artikel 168
Op een voor de winning of de opsporing bestemde mijnbouwinstallatie die geplaatst is voor het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) is [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=55&z=2017-04-01&g=2017-04-01) niet van toepassing.
##### Artikel 169
Op een pijpleiding die voor 1 januari 2003 is aangelegd:
- a. is [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=93&z=2017-04-01&g=2017-04-01) van overeenkomstige toepassing, voor zover bij de in [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=93&z=2017-04-01&g=2017-04-01) genoemde ministeriële regeling niet anders is bepaald;
- b. zijn niet van toepassing de [artikelen 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=95&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.3&artikel=97&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
##### Artikel 170
1. Een inspectieplan als bedoeld in [artikel 34, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.1&artikel=34&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en een verklaring als bedoeld in het [zesde lid van dat artikel van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=34) geldt als een onderzoeksprogramma als bedoeld in [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=53&z=2017-04-01&g=2017-04-01) respectievelijk een verklaring als bedoeld in [artikel 56, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=56&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
2. Een rampenbestrijdingsplan als bedoeld in [artikel 96a van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=96a) geldt als een rampenbestrijdingsplan als bedoeld in [artikel 85](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.2&artikel=85&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
##### Artikel 171
Een werkplan als bedoeld in [artikel 20 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=20) of [28 van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=28) dat is opgesteld voor het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) geldt gedurende het eerste kalenderjaar waarin [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) in werking is getreden als een werkplan als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=4&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
##### Artikel 172
1. Gedurende twaalf maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit kan de opslag van stoffen zonder een opslagplan als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=26&z=2017-04-01&g=2017-04-01) worden voortgezet.
2. Indien een houder van een opslagvergunning voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn een opslagplan bij Onze Minister heeft ingediend en niet voor de afloop van die termijn de beslissing van Onze Minister onherroepelijk vaststaat, kan de opslag in elk geval worden voortgezet tot het laatstbedoelde tijdstip.
##### Artikel 173
1. Een meetregister als bedoeld in [artikel 134 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=134) geldt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) gedurende zes maanden als een meetplan als bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=30&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
2. Indien een uitvoerder voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn een aanvraag om instemming als bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=30&z=2017-04-01&g=2017-04-01) bij Onze Minister heeft ingediend en niet voor de afloop van die termijn de beslissing van Onze Minister onherroepelijk vaststaat, kan het gebruik van het meetregister worden voortgezet tot het laatstbedoelde tijdstip.
##### Artikel 174
1. Een ontheffing als bedoeld in [artikel 40, vierde lid, van het Mijnreglement continentaal plat](onbekend) geldt als een in [artikel 51, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=51&z=2017-04-01&g=2017-04-01), bedoelde ontheffing.
2. Een verklaring als bedoeld in [36ja, eerste lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=36ja) of [40, derde lid, van het Mijnreglement continentaal plat](onbekend) blijft geldig tot het tijdstip waarop de geldigheid van de verklaring verloopt.
3. Een ontheffing als bedoeld in de [artikelen 36k, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=36k), en [36l, zesde lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=36l) of [41, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=41), en [42, vijfde lid, van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=42) geldt als een in [artikel 52, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=52&z=2017-04-01&g=2017-04-01), bedoelde ontheffing.
##### Artikel 175
1. Een boorprogramma als bedoeld in de [artikelen 27, eerste lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=27) of [59, eerste lid, van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=59) en een werkprogramma als bedoeld in de [artikelen 32b, tweede lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=32b) of [63b, tweede lid, van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=63b) gelden als een werkprogramma als bedoeld in [artikel 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.2&artikel=74&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
2. Een boorregister en een boorprofiel als bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=25) respectievelijk [34, tweede lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=34) of in [artikel 64 van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=64) gelden als een boorregister en een boorprofiel als bedoeld in [artikel 75, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.2&artikel=75&z=2017-04-01&g=2017-04-01), respectievelijk [109, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=109&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
##### Artikel 176
1. Gedurende vier maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit kan een mijnbouwwerk als bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.1&artikel=34&z=2017-04-01&g=2017-04-01) zonder een sluitingsplan als bedoeld in [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.4&artikel=39&z=2017-04-01&g=2017-04-01) geheel of gedeeltelijk buiten gebruik worden gesteld, met dien verstande dat gedurende die periode de [artikelen 136](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=136) en [138 tot en met 143 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=138) van toepassing blijven op het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van het mijnbouwwerk.
2. Gedurende vier maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit kan een mijnbouwinstallatie zonder een verwijderingsplan als bedoeld in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=60&z=2017-04-01&g=2017-04-01) buiten gebruik worden gesteld en verwijderd, met dien verstande dat gedurende die periode de [artikelen 137a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=137a) en [137b van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=137b) respectievelijk de [artikelen 68 tot en met 70 van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=68) van toepassing blijven op het buiten gebruik stellen en verwijderen van de mijnbouwinstallatie.
##### Artikel 177
Gegevens, bescheiden en monsters als bedoeld in de [artikelen 108 tot en met 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=108&z=2017-04-01&g=2017-04-01), waarop [artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van toepassing is, en aan Onze Minister zijn verstrekt voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, verliezen in afwijking van [artikel 116, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=116&z=2017-04-01&g=2017-04-01), hun vertrouwelijk karakter niet dan nadat tien jaren zijn verstreken met ingang van het tijdstip waarop de uitvoerder de betreffende gegevens, bescheiden en monsters of degene die de bedoelde onderwerpen heeft verstrekt, heeft verkregen.
##### Artikel 178
Een zekerheid die is gesteld voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit voor de nakoming van hetgeen verschuldigd zal worden, ingeval Onze Minister bestuursdwang toepast ter handhaving van de bij of krachtens de [Mijnwet continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002504) gestelde verplichtingen ten aanzien van het verwijderen of achterlaten, dan wel het na verwijderen slopen of hergebruiken van niet meer in gebruik zijnde mijnbouwinstallaties, berust op [artikel 47 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=47).
##### Artikel 179
1. De staat verstrekt het fonds, bedoeld in [artikel 135, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=135) het eerste jaar na de inwerkingtreding van [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) alle geldelijke middelen die het fonds nodig heeft om aan zijn verplichtingen in dat jaar te kunnen voldoen.
2. Het fonds betaalt de geldelijke middelen, bedoeld in het eerste lid, terug aan de staat in het jaar dat volgt op het jaar van inwerkingtreding van [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168), onmiddellijk nadat het de bijdragen heeft ontvangen die de mijnbouwondernemers op grond van de [artikelen 122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.3&artikel=122&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [124](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.3&artikel=124&z=2017-04-01&g=2017-04-01), in het eerstgenoemde jaar verschuldigd zijn.
##### Artikel 180
Een voor het tijdstip van de inwerkingtreding van dit besluit verleende ontheffing op grond van het [Lozingenbesluit bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009092) blijft na dat tijdstip van kracht, met inbegrip van alle daaraan verbonden voorschriften en beperkingen.
##### Artikel 181
In afwijking van de [artikelen 146, eerste lid, derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=146), voor zover de verschuldigdheid is ontstaan voor de inwerkingtreding van [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168), en [155, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=155) blijven op de heffing en invordering van een bonus, een oppervlakterecht, een cijns of een aandeel in de winst de [artikelen 72](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=72), voor zover daarbij [artikel 11, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=11), [artikel 20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=20), en [hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA) van overeenkomstige toepassing zijn verklaard, en [73 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=73) buiten toepassing.
### Hoofdstuk 12. Wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur
#### § 10.3. Vergunning voor gebruik voor andere doeleinden
##### Artikel 182
Wijzigt het Besluit op de lijkbezorging.
#### § 10.3. Vergunning voor gebruik voor andere doeleinden
##### Artikel 183
Wijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000.
#### § 12.3. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
##### Artikel 184
Wijzigt het Arbeidstijdenbesluit.
##### Artikel 185
Wijzigt het Arbeidstijdenbesluit vervoer.
##### Artikel 186
Wijzigt het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen.
##### Artikel 187
Wijzigt het Besluit stralingsbescherming.
#### § 12.4. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
##### Artikel 188
Wijzigt het Besluit inrichting en gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen.
##### Artikel 189
Wijzigt het Rijksreglement ontgrondingen.
#### § 12.5. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
##### Artikel 190
Wijzigt het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.
##### Artikel 191
Wijzigt het Besluit milieu-effectrapportage 1994.
##### Artikel 192
Wijzigt het Besluit risico's zware ongevallen 1999.
##### Artikel 193
Wijzigt het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994.
##### Artikel 194
Wijzigt het Lozingenbesluit bodembescherming.
### Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen
##### Artikel 195
Vervallen
##### Artikel 196
Vervallen
##### Artikel 197
Dit besluit wordt aangehaald als: Mijnbouwbesluit.
##### Artikel 198
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) in werking treedt, met dien verstande dat [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=4&z=2017-04-01&g=2017-04-01) in werking treedt op 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin die wet in werking is getreden.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 53a
1. De uitvoerder verstrekt aan de inspecteur-generaal der mijnen uiterlijk twee dagen voordat een voor de winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie in gebruik wordt genomen:
- a. een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat de technische integriteit van de mijnbouwinstallatie gewaarborgd is gezien het ontwerp, de bouw en de plaatsing;
- b. een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat het onderzoeksprogramma, bedoeld in [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=53&z=2017-04-01&g=2017-04-01), voor de mijnbouwinstallatie voldoet.
2. Nadat de mijnbouwinstallatie in gebruik is genomen verstrekt de uitvoerder voorts de in het eerste lid bedoelde gegevens telkens een maand voor de afloop van een periode van vijf jaar, waarvan de eerste periode ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op die van de ingebruikneming.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde verklaringen.
#### § 5.2.3. Het buiten gebruik stellen en verwijderen van mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken
#### § 5.2.4. Het ontwerpen, plaatsen en buiten gebruik stellen alsmede verwijderen van mijnbouwinstallaties geheel onder oppervlaktewater gelegen
### Afdeling 5.3. Boorgaten
#### § 5.3.1. Algemeen
#### § 5.2.4. Het ontwerpen, plaatsen en buiten gebruik stellen alsmede verwijderen van mijnbouwinstallaties geheel onder oppervlaktewater gelegen
### Afdeling 5.3. Boorgaten
#### § 5.3.1. Algemeen
#### § 5.3.2. Informatievoorziening in verband met boorgaten
### Hoofdstuk 6. Pijpleidingen en kabels
#### § 5.4.1. Algemeen
#### § 6.2. Vergunningplicht pijpleidingen
#### § 6.3. Het gebruik van een pijpleiding
#### § 5.4.1b. Kennisgevingen
#### § 6.2. Vergunningplicht pijpleidingen
### Hoofdstuk 7. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens
#### § 5.4.2. Rampenbestrijdingsplan
#### § 7.2. Vertrouwelijkheid, beheer, gebruik en ter inzage legging van gegevens
#### § 7.3. Gegevens in verband met aardwarmte en boorgaten
### Hoofdstuk 8. Waarborgfonds mijnbouwschade
#### § 6.3. Het gebruik van een pijpleiding
#### § 6.3. Het gebruik van een pijpleiding
#### § 8.3. De bijdrage aan het fonds
#### § 6.5. Kabels
#### § 8.2. Het vermogen van het fonds
### Hoofdstuk 9. Splitsen en samenvoegen van vergunningen
#### § 9.1. Algemeen
#### § 9.2. Splitsen van vergunningen
#### § 7.2. Vertrouwelijkheid, beheer, gebruik en ter inzage legging van gegevens
#### § 7.3. Gegevens in verband met aardwarmte en boorgaten
### Hoofdstuk 10. De veiligheid van groeven
#### § 9.2. Splitsen van vergunningen
#### § 10.2. Vergunning voor winning van kalksteen
##### Artikel 146
1. Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten kalksteen te winnen.
2. Een vergunning kan slechts worden geweigerd ter bescherming van de veiligheid met het oog op instorting.
3. Gedeputeerde staten kunnen in het belang van de veiligheid met het oog op instorting aan een vergunning voorschriften verbinden of een vergunning onder beperkingen verlenen.
##### Artikel 147
1. In een vergunning als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt bepaald voor welk tijdvak en welk gebied zij geldt. Het tijdvak waarvoor de vergunning geldt, kan op aanvraag van de vergunninghouder worden verlengd.
2. In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften worden gesteld of beperkingen opgenomen omtrent:
- a. de wijze van winning;
- b. de ligging, hoogte en breedte van de tunnels, schachten of andere ondergrondse werken;
- c. de afmeting van de pilaren;
- d. de maatregelen bij het aantreffen van aardpijpen;
- e. de maatregelen bij het kruisen van tunnels, schachten of andere ondergrondse werken, en
- f. de wijze waarop en frequentie waarmee metingen naar de gesteentemechanische veiligheid van de groeve worden gedaan en de resultaten daarvan worden verstrekt.
##### Artikel 148
Vervallen
##### Artikel 149
Indien een vergunning als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt overgedragen of anders dan door overdracht overgaat op een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, doet deze persoon binnen vier weken na de verkrijging ervan mededeling aan gedeputeerde staten.
##### Artikel 150
1. De houder van een vergunning als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-01-01&g=2017-01-01) verstrekt jaarlijks aan gedeputeerde staten een geactualiseerde kaart van de groeve.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde kaart.
#### § 9.4. Overige regels
#### § 8.5. Het beheer van het fonds
#### § 9.2. Splitsen van vergunningen
### Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen
### Hoofdstuk 12. Wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur
#### § 12.1. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
#### § 12.2. Ministerie van Justitie
#### § 10.4. Veiligheid
#### § 12.4. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
#### § 10.5. Het buiten gebruik stellen van een groeve
### Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 3.5. Aanvullende bepalingen voor permanent opslaan en transport van CO2
##### Artikel 29a
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a. **lekkage:** het weglekken van CO2 uit het CO2-opslagvoorkomen;
- b. **significant risico:** een combinatie van een waarschijnlijkheid van het zich voordoen van schade en een omvang van schade die niet kan worden genegeerd;
- c. **significante onregelmatigheid:** een onregelmatigheid bij de injectie- of opslagwerkzaamheden of in de toestand van het CO2-opslagcomplex zelf die het risico van lekkage doet ontstaan of een risico voor het milieu of de volksgezondheid oplevert;
- d. **richtlijn nr. 2009/31/EG:** richtlijn nr. 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en verordening (EG) nr. 1013/2006 (PbEG L 140) van het Europese Parlement en de Raad.
##### Artikel 29b
Bij ministeriële regeling kunnen voor een vergunning voor permanent opslaan van CO2 regels worden gesteld omtrent:
- a. het tijdvak van injectie van CO2 en het gebied;
- b. de ligging en begrenzing van het opslagvoorkomen en het gebied van het opslagcomplex;
- c. gegevens met betrekking tot de hydraulische eenheid;
- d. voorschriften voor het opslagproces;
- e. de totale hoeveelheid CO2 die overeenkomstig de vergunning ten hoogste kan worden opgeslagen;
- f. de grenswaarden van de druk van de opgeslagen CO2;
- g. de maximum toelaatbare snelheid en druk bij injectie van CO2 en de maximaal toelaatbare druk van het opgeslagen CO2.
##### Artikel 29c
1. Onze Minister verbindt aan de vergunning voor permanent opslaan van CO2 het voorschrift risicobeheer als bedoeld in [artikel 31d, eerste lid, onderdeel h, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31d), op te nemen in een risicobeheerplan.
2. Het risicobeheerplan bevat ten minste een beschrijving van maatregelen te nemen om het risico van een significante onregelmatigheid en de mogelijke gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken en voldoet aan Bijlage I, fase 3.3. van de richtlijn nr. 2009/31/EG.
##### Artikel 29d
1. Onze Minister verbindt aan de vergunning voor permanent opslaan van CO2 het voorschrift corrigerende maatregelen als bedoeld in [artikel 31d, eerste lid, onderdeel k, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31d) uit te voeren volgens een plan.
2. Het plan bevat ten minste een beschrijving van maatregelen om tijdens de injectie van CO2 en gedurende de verdere opslag significante onregelmatigheden te corrigeren of lekken te dichten teneinde lekkage te voorkomen of te doen ophouden.
##### Artikel 29e
1. De uitvoerder neemt onmiddellijk passende maatregelen op basis van het plan, bedoeld in [artikel 29d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=29d&z=2017-04-01&g=2017-04-01), zodra zich een lekkage of significante onregelmatigheid voordoet.
2. Zodra zich een significante onregelmatigheid of lekkage voordoet, meldt de uitvoerder dit onmiddellijk bij de inspecteur-generaal der mijnen en verstrekt hem zo spoedig mogelijk gegevens over:
- a. de oorzaken van de significante onregelmatigheid of lekkage;
- b. de aard en de ernst van de gevolgen van de significante onregelmatigheid of lekkage;
- c. de maatregelen die zijn genomen of worden overwogen om de significante onregelmatigheid of lekkage te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken;
- d. de maatregelen die worden overwogen om te voorkomen dat een significante onregelmatigheid of een lekkage zich nogmaals kan voordoen.
3. In geval van een lekkage of significante onregelmatigheid die een lekkagerisico inhoudt, stelt de uitvoerder de Nederlandse emissieautoriteit daarvan onmiddellijk op de hoogte.
##### Artikel 29f
1. Onze Minister verbindt aan de vergunning voor permanent opslaan van CO2 het voorschrift monitoring als bedoeld in [artikel 31d, eerste lid, onderdeel i, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31d) uit te voeren volgens het monitoringsplan.
2. Het monitoringsplan omvat de wijze van de monitoring van:
- a. de injectiefaciliteiten,
- b. het opslagcomplex en
- c. het milieu in de directe nabijheid van het opslagcomplex, en is in overeenstemming met Bijlage II, onderdeel 1.1., van de richtlijn nr. 2009/31/EG.
3. Het monitoringsplan heeft betrekking op de periode die aanvangt op het tijdstip van inwerkingtreding van een vergunning voor het permanent opslaan van CO2 en eindigt op het tijdstip waarop de vergunning op grond van [artikel 31j van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31j) wordt ingetrokken.
4. De keuze van de monitoringstechnologie in het monitoringsplan wordt gebaseerd op de beste praktijken die bij het opstellen van de ontwerp-vergunning beschikbaar zijn.
5. Voorts wordt aan de vergunning het voorschrift verbonden het monitoringsplan drie maanden voor aanvang van de injectie van CO2 te actualiseren en om de vijf jaar te actualiseren op basis van wijzigingen in het beoordeelde lekkagerisico, wijzigingen in de beoordeelde risico’s voor het milieu en de volksgezondheid, nieuwe wetenschappelijk kennis en verbeteringen inzake de beste beschikbare techniek. Het geactualiseerde monitoringsplan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan Onze Minister. De monitoring wordt uitgevoerd volgens het goedgekeurde monitoringsplan.
##### Artikel 29g
1. Het document, bedoeld in [artikel 31i, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31i) met betrekking tot afsluiting bevat ten minste:
- 1°. voor zover het mijnbouwwerken, niet zijnde mijnbouwinstallaties, betreft:
- a. een werkprogramma voor het buiten gebruik stellen van de boorgaten;
- b. een beschrijving van de wijze waarop bij het mijnbouwwerk behorend materiaal zal worden afgevoerd;
- c. een beschrijving van op het mijnbouwwerk aanwezige afvalstoffen en de bestemming ervan;
- d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen ter voorkoming van schade;
- e. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om het terrein waarop het mijnbouwwerk is opgericht in de oorspronkelijke staat terug te brengen.
- 2°. voor zover het mijnbouwinstallaties betreft:
- a. een werkprogramma voor het buiten gebruik stellen van de boorgaten;
- b. de wijze waarop het verwijderen van de mijnbouwinstallatie en van schroot en ander materiaal als bedoeld in [artikel 44, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=44) plaats zal vinden;
- c. de wijze waarop zal worden aangetoond dat de plaats waarop de mijnbouwinstallatie op de zeebodem stond vrij van schroot en ander materiaal is;
- d. de wijze waarop de mijnbouwinstallatie en het schroot en ander materiaal zal worden afgevoerd;
- e. de eindbestemming van de mijnbouwinstallatie, de onderdelen ervan en schroot en ander materiaal en
- f. de op de mijnbouwinstallatie aanwezige afvalstoffen en andere stoffen en de eindbestemming daarvan.
2. Voorts bevat het plan gegevens omtrent de tijdstippen waarop de onderdelen van de afsluiting worden uitgevoerd.
##### Artikel 29h
1. Onze Minister verbindt aan de vergunning voor permanent opslaan van CO2 het voorschrift activiteiten ter voorkoming of beperking van schade door bodembeweging als bedoeld in [artikel 31d, eerste lid, onderdeel l, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31d) uit te voeren volgens een plan.
2. Het plan omvat ten minste:
- a. een kaart met daarop de contouren van de verwachte uiteindelijke mate van bodemdaling of -stijging,
- b. een overzicht met het verloop van de verwachte mate van bodemdaling of -stijging in de tijd,
- c. een opgaaf van de onzekerheid omtrent de verwachte mate van bodembeweging als bedoeld in de onderdelen b en c,
- d. een risico-analyse omtrent bodemtrillingen als gevolg van de opslag,
- e. een beschrijving van de mogelijk omvang en verwachte aard van de schade door bodembeweging,
- f. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om bodembeweging te voorkomen of te beperken, en
- g. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om schade door bodembeweging te voorkomen of te beperken.
3. Dit artikel is niet van toepassing op opslagvoorkomens die gelegen zijn aan de zeezijde van de lijn die in de [bijlage bij de wet](onbekend)is vastgelegd.
##### Artikel 29i
1. Het is verboden bij het permanent opslaan van CO2 en het transporteren van CO2 door een transportnetwerk als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=32)naast CO2 andere stoffen op te slaan en te transporteren dan:
- a. incidentele aanverwante stoffen, afkomstig uit de CO2-bron of het afvang- of injectieproces,
- b. stoffen die nodig zijn voor transport of opslag in het opslagvoorkomen of
- c. spoorelementen die aan het CO2 zijn toegevoegd als hulpmiddel bij het monitoren en het controleren van de beweging van CO2 binnen het CO2-opslagcomplex.
2. De concentratie van de stoffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, mag geen niveaus overschrijden die de integriteit van het opslagvoorkomen of het relevante transportnetwerk in het gedrang brengen of een significant risico voor het milieu of de volksgezondheid vormen.
3. Het CO2 en de stoffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, worden niet eerder opgeslagen dan nadat de uitvoerder heeft vastgesteld dat deze voldoen aan het tweede lid.
##### Artikel 29j
1. De vergunning bepaalt het bedrag waarvoor financiële zekerheid wordt gesteld voor het jaar waarin injectie volgens de aanvraag zal aanvangen en voor elk van de daaropvolgende vier jaren. Het bedrag voor het vierde jaar blijft voor opvolgende jaren van toepassing zolang het niet is aangepast.
2. Het bedrag wordt per jaar vastgesteld op het totaal van:
- a. een raming van de kosten van verwerving van broeikasgasemissierechten als bedoeld in [artikel 1.1 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=1.1), uitgaande van emissie als gevolg van ongecontroleerde uitstroom van CO2 gedurende de laatste drie maanden van het desbetreffende jaar;
- b. een raming van de kosten van de uitvoering van het risicobeheerplan, genoemd in [artikel 29c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=29c&z=2017-04-01&g=2017-04-01), uitgaande van uitvoering gedurende twee jaar;
- c. een raming van de kosten van het nemen van de maatregel of maatregelen uit het plan met betrekking tot corrigerende maatregelen, bedoeld in [artikel 29d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=29d&z=2017-04-01&g=2017-04-01), uitgaande van de meest ingrijpende in het plan voorziene maatregel of maatregelen;
- d. een raming van de tot intrekking van de vergunning nog te maken kosten van uitvoering van het monitoringsplan, genoemd in [artikel 29f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=29f&z=2017-04-01&g=2017-04-01), uitgaande van intrekking van de vergunning twintig jaar na afsluiting;
- e. een raming van de kosten van uitvoering van het afsluitingsplan, bedoeld in [artikel 29g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=29g&z=2017-04-01&g=2017-04-01);
- f. een raming van de financiële bijdrage, bedoeld in [artikel 31j, eerste lid, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31j).
3. De vorm waarin de zekerheid wordt gesteld behoeft de voorafgaande instemming van Onze Minister. De vergunninghouder doet hiertoe ten minste zes maanden voordat de zekerheid gesteld zal worden een aanvraag. Met toepassing van [artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026759&artikel=28) is [paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&paragraaf=4.1.3.3) niet van toepassing op de aanvraag.
4. Onze Minister stemt in indien de zekerheid in zodanige vorm is gesteld dat naar het oordeel van Onze Minister vaststaat dat de Staat daarmee gedurende de gehele periode alle verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, zo nodig ook zelf kan nakomen ten laste van de vergunninghouder. Onder financiële zekerheid in dit artikel wordt eveneens verstaan een uit oogpunt van zekerheid voor de Staat gelijkwaardige voorziening.
5. Voor aanvang van injectie van CO2 toont de vergunninghouder Onze Minister aan dat de zekerheid in overeenstemming met de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)en dit artikel is gesteld.
6. Onverminderd [artikel 31h, eerste lid, onder d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31h), beziet Onze Minister op de voet van het tweede lid telkens na vijf jaar gerekend vanaf verlening van de vergunning de hoogte van het bedrag voor de eerstkomende vijf jaar. Het bedrag dat voor het laatste jaar in de vergunning is vastgesteld blijft voor opvolgende jaren van toepassing zolang het niet is aangepast. De vergunninghouder verstrekt Onze Minister uiterlijk drie maanden voor afloop van een vijfjaarstermijn de voor de ramingen, bedoeld in het tweede lid, benodigde gegevens vergezeld van adequate cijfermatige onderbouwing en toelichting.
7. De vergunninghouder staakt injectie van CO2 zodra voortgaande injectie zou leiden tot een hoeveelheid opgeslagen CO2 die meer dan 15% hoger is dan de hoeveelheid die betrokken is in de raming, bedoeld in het tweede lid onder a, voor de vaststelling van de hoogte van het bedrag waarvoor op dat moment zekerheid is gesteld.
8. Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere maatstaven voor raming van kosten als bedoeld in het tweede lid vaststellen.
##### Artikel 29k
De uitvoerder verstrekt Onze Minister jaarlijks voor 1 april:
- a. de resultaten van de monitoring van het opgeslagen CO2 over het daaraan voorafgaande kalenderjaar met vermelding van de gebruikte technologie,
- b. het bewijs dat financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening is gesteld en aangehouden en
- c. wijzigingen in de financiële en technische mogelijkheden van de vergunninghouder.
##### Artikel 29l
1. Indien de uitvoerder een verzoek doet om het intrekken van een vergunning voor permanent opslaan van CO2 als bedoeld in [artikel 31j van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31j) overlegt hij aan Onze Minister:
- a. gegevens waaruit blijkt dat het opgeslagen CO2 volledig en permanent ingesloten blijft,
- b. een voorstel voor een financiële bijdrage als bedoeld in [artikel 31j, eerste lid, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31j) die de uitvoerder zal betalen bij de intrekking van de vergunning.
2. De financiële bijdrage, bedoeld in het eerste lid, houdt rekening met de in bijlage I van de richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en verordening (EG) nr. 1013/2006 (PbEG L 140) van het Europese Parlement en de Raad bedoelde parameters en elementen inzake de voorgeschiedenis van de opslag van CO2 die relevant zijn voor het bepalen van de verplichtingen die na de overdracht gelden en dekt tenminste de geraamde monitoringskosten voor een periode van 30 jaar na het intrekken van de vergunning.
##### Artikel 29m
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de [artikelen 29c tot en met 29h, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=29c&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en [29i tot en met 29l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=29i&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
### Hoofdstuk 4. Het meten van bodembeweging
#### § 4.2. Zoutholten
### Hoofdstuk 5. Mijnbouwwerken
### Afdeling 5.1. Mijnbouwwerken, uitgezonderd mijnbouwinstallaties
#### § 5.1.1. Algemeen
#### § 5.1.2. Regels over het gebruik van mijnbouwwerken
#### § 5.1.3. Milieu
#### § 5.1.4. Regels over het buiten gebruik stellen van mijnbouwwerken
### Afdeling 5.2. Mijnbouwinstallaties
#### § 5.2.1. Algemeen
#### § 5.2.2. Het ontwerpen, plaatsen en gebruiken van mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken
#### § 5.2.3. Het buiten gebruik stellen en verwijderen van mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken
### Afdeling 5.4. Milieu en rampenbestrijdingsplan op mijnbouwinstallaties
#### § 5.4.1. Algemeen
#### § 5.4.2. Rampenbestrijdingsplan
### Hoofdstuk 6. Pijpleidingen en kabels
#### § 6.4. Het beëindigen van het gebruik van een pijpleiding
#### § 6.1. Algemeen
### Hoofdstuk 7. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens
#### § 6.2. Vergunningplicht pijpleidingen
#### § 7.2. Vertrouwelijkheid, beheer, gebruik en ter inzage legging van gegevens
### Hoofdstuk 8. Waarborgfonds mijnbouwschade
#### § 8.1. Begripsbepalingen
#### § 8.3. De bijdrage aan het fonds
#### § 8.4. Verzoeken om uitkeringen ten laste van het fonds
##### Artikel 151
1. Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een groeve, die niet langer in gebruik is voor het winnen van kalksteen, voor een ander doeleinde te gebruiken of daaraan enige wijziging aan te brengen.
2. [Artikel 146, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 152
1. In een vergunning als bedoeld in [artikel 151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=151&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt bepaald voor welk doeleinde, welk tijdvak en welk gebied zij geldt. Het tijdvak waarvoor de vergunning geldt, kan op aanvraag van de vergunninghouder worden verlengd.
2. In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften worden gesteld of beperkingen opgenomen omtrent:
- a. de maatregelen ter voorkoming dat gedeelten van de groeve, die buiten het vergunningsgebied vallen, worden betreden;
- b. de wijze waarop en frequentie waarmee de metingen naar de gesteentemechanische veiligheid van de groeve worden gedaan en de resultaten daarvan worden verstrekt, en
- c. de plaatsen van de groeve waaraan wijzigingen worden aangebracht, de omvang van die wijzigingen en de wijze waarop deze tot stand worden gebracht.
##### Artikel 153
Het verbod van [artikel 146, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is niet van toepassing op wijziging van een groeve voor het gebruik voor een ander doeleinde.
##### Artikel 154
[Artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=149&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 9. Splitsen en samenvoegen van vergunningen
#### § 9.1. Algemeen
#### § 9.3. Samenvoegen van vergunningen
### Hoofdstuk 10. De veiligheid van groeven
#### § 10.1. Algemeen
#### § 10.2. Vergunning voor winning van kalksteen
#### § 9.2a. Afsplitsen van winningsvergunningen
#### § 10.4. Veiligheid
##### Artikel 155
Het is verboden in een groeve ontplofbare stoffen voorhanden te hebben of te gebruiken.
##### Artikel 156
1. Een groeve is zo ingericht en van beveiligingen voorzien dat gevaar voor instorting zoveel mogelijk is uitgesloten.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inrichting en beveiligingen.
##### Artikel 157
1. De houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=151&z=2017-01-01&g=2017-01-01) neemt bij het winnen van kalksteen respectievelijk het gebruik voor een ander doeleinde alle nodige maatregelen ter voorkoming van instorting van een groeve, alsmede ter beperking van de gevolgen van een instorting.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde maatregelen.
##### Artikel 158
De houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=151&z=2017-01-01&g=2017-01-01) verricht periodiek metingen naar de gesteentemechanische veiligheid van een groeve en verstrekt daarvan de resultaten aan gedeputeerde staten.
##### Artikel 159
1. Wanneer de veiligheid van een groeve wordt bedreigd door instortingsgevaar, doet de houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=151&z=2017-01-01&g=2017-01-01) hiervan onmiddellijk mededeling aan gedeputeerde staten.
2. De houder van de vergunning doet onmiddellijk mededeling van een instorting aan gedeputeerde staten.
#### § 10.5. Het buiten gebruik stellen van een groeve
##### Artikel 160
1. De houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=151&z=2017-01-01&g=2017-01-01) doet tijdig van het voornemen tot het buitengebruik stellen van een groeve, of een gedeelte ervan, mededeling aan gedeputeerde staten. De houder verstrekt daarbij een geactualiseerde kaart van de groeve.
2. Bij het buiten gebruik stellen van de groeve, of een gedeelte ervan, worden alle nodige maatregelen genomen ter beperking van het gevaar voor instorting.
3. De toegangen tot de groeve worden behoorlijk afgesloten.
##### Artikel 161
Indien een groeve tijdelijk buiten gebruik wordt gesteld, is [artikel 160, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.5&artikel=160&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen
##### Artikel 162
1. Van de aan een opsporingvergunning als bedoeld in [artikel 143, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=143) verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in de volgende met een Romeinse cijfer aangeduide artikelen van het koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 12 van de Mijnwet continentaal plat van 27 januari 1967 (Stb. 24):
- a. artikel II, uitgezonderd artikel 21, eerste lid,
- b. artikel IX, en
- c. artikel X.
2. Van de aan de in het eerste lid bedoelde opsporingvergunning verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in de volgende met een Romeinse cijfer aangeduide artikelen van het koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 12 van de Mijnwet continentaal plat van 6 februari 1976 (Stb. 102):
- a. [artikel II](onbekend), uitgezonderd [artikel 21, eerste lid](onbekend),
- b. [artikel IX](onbekend),
- c. artikel X, en
- d. artikel Xa.
3. Van de aan de in het eerste lid bedoelde opsporingvergunning verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in [artikel 2.1 van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007962&artikel=2.1) (Stb. 212).
4. Van de aan de in het eerste lid bedoelde opsporingvergunning verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in de volgende artikelen van de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 (Stcrt. 93):
- a. artikel 4.1, uitgezonderd het in artikel 4.2 opgenomen voorschrift,
- b. artikel 4.12,
- c. artikel 4.14, en
- d. artikel 4.16.
5. De voorschriften die krachtens artikel 4.1 van de Regeling vergunningen en concessies delfstoffen Nederlands territoir 1996 aan een vergunning als bedoeld in [artikel 143, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=143) zijn verbonden, vervallen.
6. De aan de in het eerste lid bedoelde opsporingsvergunning verbonden voorschriften die betrekking hebben op het lozen vanaf een mijnbouwinstallatie vervallen.
##### Artikel 163
1. Van de aan een winningsvergunning als bedoeld in [artikel 143, tweede lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=143) verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in de volgende met een Romeinse cijfer aangeduide artikelen van het koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 12 van de Mijnwet continentaal plat van 27 januari 1967 (Stb. 24):
- a. artikel III, onderdeel a,
- b. artikel III, onderdeel b, uitgezonderd artikel 31, eerste lid,
- c. artikel V, uitgezonderd de artikelen 6 en 7,
- d. artikel VIII,
- e. artikel IX, en
- f. artikel X.
2. Van de aan de in het eerste lid bedoelde winningsvergunning verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in de volgende met een Romeinse cijfer aangeduide artikelen van het koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 12 van de Mijnwet continentaal plat van 6 februari 1976 (Stb. 102):
- a. artikel III, onderdeel a,
- b. artikel III, onderdeel b, uitgezonderd artikel 31, eerste lid,
- c. artikel V, uitgezonderd de artikelen 6 en 7,
- d. artikel VIII,
- e. artikel IX,
- f. artikel X, en
- g. artikel Xa.
3. Van de aan de in het eerste lid bedoelde winningsvergunning verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in [artikel 3.1 van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007962&artikel=3.1) (Stb. 212).
4. Van de aan de in het eerste lid bedoelde winningsvergunning verbonden voorschriften vervallen die voorschriften die overeenkomen met het bepaalde in de volgende artikelen van de Regeling vergunningen continentaal plat 1996 (Stcrt. 93):
- a. artikel 5.1,
- b. artikel 5.7,
- c. artikel 5.8, en
- d. artikel 5.9.
5. De voorschriften die krachtens artikel 5.1 van de Regeling vergunningen en concessies delfstoffen Nederlands territoir 1996 aan een vergunning als bedoeld in [artikel 143, tweede lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=143) zijn verbonden, vervallen.
6. De aan de in het eerste lid bedoelde winningsvergunning verbonden voorschriften die betrekking hebben op het lozen vanaf een mijnbouwinstallatie vervallen.
##### Artikel 164
1. Vergunningen als bedoeld in de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=1) en [28, tweede lid, van het Groevenreglement 1947](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=28) voor ontginning van kalksteen gelden als vergunningen als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=146&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Vergunningen als bedoeld in de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=1) en [28, tweede lid, van het Groevenreglement 1947](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=28) voor andere doeleinden dan ontginning van kalksteen gelden als vergunningen als bedoeld in [artikel 151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=151&z=2017-01-01&g=2017-01-01), met dien verstande dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit de voorschriften of beperkingen verbonden aan deze vergunningen vervallen voor zover deze geen betrekking hebben op de gesteentemechanische veiligheid van de groeve.
3. Gedeputeerde staten kunnen aan de vergunningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, beperkingen en voorschriften verbinden als bedoeld in [artikel 147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.2&artikel=147&z=2017-01-01&g=2017-01-01) respectievelijk [152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10&paragraaf=10.3&artikel=152&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 165
1. Een vergunning als bedoeld in [artikel 168 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=168) geldt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) gedurende zes maanden als een vergunning als bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=22&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Indien een uitvoerder voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn een aanvraag om een vergunning als bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=22&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bij Onze Minister heeft ingediend en niet voor de afloop van die termijn de beslissing van Onze Minister onherroepelijk vaststaat, kan het gebruik van ontplofbare stoffen worden voortgezet tot het laatstbedoelde tijdstip.
##### Artikel 166
De aan een opsporingsvergunning als bedoeld in [artikel 143, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=143) ter bescherming van het milieu verbonden voorwaarden, beperkingen of voorschriften gelden als te zijn verbonden aan een mijnbouwmilieuvergunning of milieuvergunning als bedoeld in [artikel 143, vijfde of zesde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=143) of te zijn vervallen indien de laatste of voorlaatste vergunning ontbreekt.
##### Artikel 167
1. Toestemming om verkenningsonderzoek in te stellen op de delen van het continentaal plat als bedoeld in de artikelen 4.12 tot en met 4.17 van de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 geldt als een vergunning als bedoeld in de [artikelen 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=18&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=20&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Toestemming om opsporingsonderzoek of winningsonderzoek te verrichten op de delen van het continentaal plat als bedoeld in de artikelen 4.12 tot en met 4.17 respectievelijk de artikelen 5.7 tot en met 5.10 van de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 geldt als een ontheffing als bedoeld in de [artikelen 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=44&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=45&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een in de territoriale zee of het continentaal plat gelegen mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=63&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 168
Op een voor de winning of de opsporing bestemde mijnbouwinstallatie die geplaatst is voor het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) is [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=55&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet van toepassing.
##### Artikel 169
Op een pijpleiding die voor 1 januari 2003 is aangelegd:
- a. is [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=93&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van overeenkomstige toepassing, voor zover bij de in [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.1&artikel=93&z=2017-01-01&g=2017-01-01) genoemde ministeriële regeling niet anders is bepaald;
- b. zijn niet van toepassing de [artikelen 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=95&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.3&artikel=97&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 170
1. Een inspectieplan als bedoeld in [artikel 34, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.1&artikel=34&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en een verklaring als bedoeld in het [zesde lid van dat artikel van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=34) geldt als een onderzoeksprogramma als bedoeld in [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=53&z=2017-01-01&g=2017-01-01) respectievelijk een verklaring als bedoeld in [artikel 56, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=56&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Een rampenbestrijdingsplan als bedoeld in [artikel 96a van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=96a) geldt als een rampenbestrijdingsplan als bedoeld in [artikel 85](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.2&artikel=85&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 171
Een werkplan als bedoeld in [artikel 20 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=20) of [28 van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=28) dat is opgesteld voor het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) geldt gedurende het eerste kalenderjaar waarin [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) in werking is getreden als een werkplan als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=4&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 172
1. Gedurende twaalf maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit kan de opslag van stoffen zonder een opslagplan als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=26&z=2017-01-01&g=2017-01-01) worden voortgezet.
2. Indien een houder van een opslagvergunning voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn een opslagplan bij Onze Minister heeft ingediend en niet voor de afloop van die termijn de beslissing van Onze Minister onherroepelijk vaststaat, kan de opslag in elk geval worden voortgezet tot het laatstbedoelde tijdstip.
##### Artikel 173
1. Een meetregister als bedoeld in [artikel 134 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=134) geldt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) gedurende zes maanden als een meetplan als bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=30&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Indien een uitvoerder voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn een aanvraag om instemming als bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=30&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bij Onze Minister heeft ingediend en niet voor de afloop van die termijn de beslissing van Onze Minister onherroepelijk vaststaat, kan het gebruik van het meetregister worden voortgezet tot het laatstbedoelde tijdstip.
##### Artikel 174
1. Een ontheffing als bedoeld in [artikel 40, vierde lid, van het Mijnreglement continentaal plat](onbekend) geldt als een in [artikel 51, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=51&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde ontheffing.
2. Een verklaring als bedoeld in [36ja, eerste lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=36ja) of [40, derde lid, van het Mijnreglement continentaal plat](onbekend) blijft geldig tot het tijdstip waarop de geldigheid van de verklaring verloopt.
3. Een ontheffing als bedoeld in de [artikelen 36k, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=36k), en [36l, zesde lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=36l) of [41, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=41), en [42, vijfde lid, van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=42) geldt als een in [artikel 52, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=52&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde ontheffing.
##### Artikel 175
1. Een boorprogramma als bedoeld in de [artikelen 27, eerste lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=27) of [59, eerste lid, van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=59) en een werkprogramma als bedoeld in de [artikelen 32b, tweede lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=32b) of [63b, tweede lid, van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=63b) gelden als een werkprogramma als bedoeld in [artikel 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.2&artikel=74&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Een boorregister en een boorprofiel als bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=25) respectievelijk [34, tweede lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=34) of in [artikel 64 van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=64) gelden als een boorregister en een boorprofiel als bedoeld in [artikel 75, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.2&artikel=75&z=2017-01-01&g=2017-01-01), respectievelijk [109, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=109&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 176
1. Gedurende vier maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit kan een mijnbouwwerk als bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.1&artikel=34&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zonder een sluitingsplan als bedoeld in [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.4&artikel=39&z=2017-01-01&g=2017-01-01) geheel of gedeeltelijk buiten gebruik worden gesteld, met dien verstande dat gedurende die periode de [artikelen 136](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=136) en [138 tot en met 143 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=138) van toepassing blijven op het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van het mijnbouwwerk.
2. Gedurende vier maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit kan een mijnbouwinstallatie zonder een verwijderingsplan als bedoeld in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=60&z=2017-01-01&g=2017-01-01) buiten gebruik worden gesteld en verwijderd, met dien verstande dat gedurende die periode de [artikelen 137a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=137a) en [137b van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=137b) respectievelijk de [artikelen 68 tot en met 70 van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=68) van toepassing blijven op het buiten gebruik stellen en verwijderen van de mijnbouwinstallatie.
##### Artikel 177
Gegevens, bescheiden en monsters als bedoeld in de [artikelen 108 tot en met 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=108&z=2017-01-01&g=2017-01-01), waarop [artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van toepassing is, en aan Onze Minister zijn verstrekt voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, verliezen in afwijking van [artikel 116, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=116&z=2017-01-01&g=2017-01-01), hun vertrouwelijk karakter niet dan nadat tien jaren zijn verstreken met ingang van het tijdstip waarop de uitvoerder de betreffende gegevens, bescheiden en monsters of degene die de bedoelde onderwerpen heeft verstrekt, heeft verkregen.
##### Artikel 178
Een zekerheid die is gesteld voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit voor de nakoming van hetgeen verschuldigd zal worden, ingeval Onze Minister bestuursdwang toepast ter handhaving van de bij of krachtens de [Mijnwet continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002504) gestelde verplichtingen ten aanzien van het verwijderen of achterlaten, dan wel het na verwijderen slopen of hergebruiken van niet meer in gebruik zijnde mijnbouwinstallaties, berust op [artikel 47 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=47).
##### Artikel 179
1. De staat verstrekt het fonds, bedoeld in [artikel 135, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=135) het eerste jaar na de inwerkingtreding van [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) alle geldelijke middelen die het fonds nodig heeft om aan zijn verplichtingen in dat jaar te kunnen voldoen.
2. Het fonds betaalt de geldelijke middelen, bedoeld in het eerste lid, terug aan de staat in het jaar dat volgt op het jaar van inwerkingtreding van [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168), onmiddellijk nadat het de bijdragen heeft ontvangen die de mijnbouwondernemers op grond van de [artikelen 122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.3&artikel=122&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [124](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8&paragraaf=8.3&artikel=124&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in het eerstgenoemde jaar verschuldigd zijn.
##### Artikel 180
Een voor het tijdstip van de inwerkingtreding van dit besluit verleende ontheffing op grond van het [Lozingenbesluit bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009092) blijft na dat tijdstip van kracht, met inbegrip van alle daaraan verbonden voorschriften en beperkingen.
##### Artikel 181
In afwijking van de [artikelen 146, eerste lid, derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=146), voor zover de verschuldigdheid is ontstaan voor de inwerkingtreding van [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168), en [155, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=155) blijven op de heffing en invordering van een bonus, een oppervlakterecht, een cijns of een aandeel in de winst de [artikelen 72](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=72), voor zover daarbij [artikel 11, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=11), [artikel 20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=20), en [hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA) van overeenkomstige toepassing zijn verklaard, en [73 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=73) buiten toepassing.
### Hoofdstuk 10. De veiligheid van groeven
### Hoofdstuk 10a. Retributies
#### § 12.1. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
#### § 12.2. Ministerie van Justitie
#### § 12.3. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
#### § 12.4. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
#### § 12.5. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
### Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 44a
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aanvraag voor een ontheffing, als bedoeld in [artikel 43, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=43) en omtrent de wijziging of intrekking van deze ontheffing.
#### § 5.2.3. Het buiten gebruik stellen en verwijderen van mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken
#### § 5.2.4. Het ontwerpen, plaatsen en buiten gebruik stellen alsmede verwijderen van mijnbouwinstallaties geheel onder oppervlaktewater gelegen
### Afdeling 5.3. Boorgaten
#### § 5.3.1. Algemeen
#### § 5.3.2. Informatievoorziening in verband met boorgaten
### Afdeling 5.4. Milieu en rampenbestrijdingsplan
#### § 5.4.1. Algemeen
##### Artikel 84a
Deze paragraaf is van toepassing op mijnbouwwerken die gebruikt worden voor de opsporing of winning van koolwaterstoffen.
##### Artikel 84b
1. Een rapport inzake grote gevaren voor een productie-installatie bevat naast de documenten bedoeld in [artikel 45c van de wet](onbekend), de volgende gegevens:
- a. een veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in [artikel 2.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42) en [2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42f);
- b. een intern rampenplan, bedoeld in [artikel 84d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.1a&artikel=84d&z=2017-04-01&g=2017-04-01);
- c. overige informatie.
2. Een exploitant van een productie-installatie raadpleegt een ondernemingsraad als bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747&artikel=2) of een personeelsvertegenwoordiging als bedoeld in [artikel 35b van de Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747&artikel=35b) bij het opstellen van het rapport inzake grote gevaren voor een productie-installatie. Bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, voert een exploitant van een productie-installatie overleg met de belanghebbende werknemers. Over het rapport wordt tevens overleg gevoerd met de werknemers van andere werkgevers, die op basis van een langlopende overeenkomst tot aanneming van werk mede in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn.
3. De exploitant van een productie-installatie voldoet aan de maatregelen die zijn vastgesteld in het rapport inzake grote gevaren voor de betreffende installatie.
4. Het rapport inzake grote gevaren is aanwezig op het mijnbouwwerk.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de overige informatie, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 84c
1. Een rapport inzake grote gevaren voor een niet-productie-installatie bevat naast de documenten bedoeld in [artikel 45g van de wet](onbekend), de volgende gegevens:
- a. een veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in [artikel 2.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42) en [2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42f);
- b. een intern rampenplan, bedoeld in [artikel 84d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.1a&artikel=84d&z=2017-04-01&g=2017-04-01);
- c. overige informatie.
2. Een eigenaar van een niet-productie-installatie raadpleegt een ondernemingsraad als bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747&artikel=2) of een personeelsvertegenwoordiging als bedoeld in [artikel 35b van de Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747&artikel=35b) bij het opstellen van het rapport inzake grote gevaren voor een niet-productie-installatie. Bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, voert een eigenaar overleg met de belanghebbende werknemers. Over het rapport wordt tevens overleg gevoerd met de werknemers van andere werkgevers, die op basis van een langlopende overeenkomst tot aanneming van werk mede in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn.
3. De eigenaar van een niet-productie-installatie voldoet aan de maatregelen die zijn vastgesteld in het rapport inzake grote gevaren voor de betreffende installatie.
4. Het rapport inzake grote gevaren is aanwezig op het mijnbouwwerk.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de overige informatie, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 84d
1. Een intern rampenplan bevat de volgende gegevens:
- a. een noodplan als bedoeld in [artikel 3.37v van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=3.37);
- b. een op grond van [artikel 2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42f), op te stellen brandbestrijdingsplan;
- c. een rampenbestrijdingsplan als bedoeld in [artikel 85](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.2&artikel=85&z=2017-04-01&g=2017-04-01);
- d. een analyse van de doeltreffendheid van de respons op olielekken.
2. Bij het opstellen van het intern rampenplan als bedoeld in het eerste lid wordt rekening gehouden met de risicobeoordeling van zware ongevallen die tijdens het opstellen van het meest recente rapport inzake grote gevaren is uitgevoerd.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over een intern rampenplan.
4. Een exploitant van een productie-installatie of een eigenaar van een niet-productie-installatie stelt bij een zwaar ongeval het intern rampenplan onverwijld in werking.
5. Een exploitant van een productie-installatie of een eigenaar van een niet-productie-installatie beschikt over de noodzakelijke apparatuur en deskundigheid ter uitvoering van het intern rampenplan.
##### Artikel 84e
1. Een regeling voor onafhankelijke verificatie voor boorgatactiviteiten als bedoeld in artikel 45l van de wet, waarborgt op onafhankelijke wijze dat het ontwerp en de controlemaatregelen voor de boorgaten te allen tijde geschikt zijn voor de verwachte boorgatomstandigheden.
2. Een onafhankelijke verificateur dient voldoende onafhankelijk en deskundig te zijn.
3. Bij ministeriële regeling worden ten aanzien van de regeling als bedoeld in het eerste lid nadere regels gesteld over de selectie van de onafhankelijke verificateur, over het ontwerp van de regeling alsmede welke informatie moet worden voorgelegd over de regeling.
##### Artikel 84f
1. Een regeling voor onafhankelijke verificatie voor installaties als bedoeld in [artikel 45l van de wet](onbekend), waarborgt op onafhankelijke wijze dat de veiligheids- en milieukritische elementen die worden vermeld in de risicobeoordeling voor de installatie als beschreven in het rapport inzake grote gevaren, geschikt zijn en dat de planning van inspecties en testen van de veiligheids- en milieukritische elementen geschikt en bijgewerkt zijn en verlopen zoals voorzien.
2. Een onafhankelijke verificateur dient voldoende onafhankelijk en deskundig te zijn.
3. De regeling voor onafhankelijke verificatie wordt voor een productie-installatie getroffen voordat het ontwerp is voltooid.
4. De regeling voor onafhankelijke verificatie wordt voor een niet- productie-installatie getroffen voordat de activiteiten worden gestart.
5. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de selectie van de onafhankelijke verificateur, over het ontwerp van de regeling alsmede welke informatie moet worden voorgelegd over de regeling.
##### Artikel 84g
1. Een eigenaar van een niet-productie-installatie en een exploitant van een productie-installatie nemen binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn op basis van het advies van de onafhankelijke verificateur passende maatregelen en reageren op het advies van de onafhankelijke verificateur.
2. Een eigenaar van een niet-productie-installatie en een exploitant van een productie-installatie stellen het Staatstoezicht op de Mijnen in kennis van het advies van de onafhankelijke verificateur en de reactie op het advies, binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn.
##### Artikel 84h
Deze paragraaf is van toepassing op mijnbouwwerken die gebruikt worden voor de opsporing of winning van koolwaterstoffen.
##### Artikel 84i
1. Een kennisgeving als bedoeld in [artikel 45m van de wet](onbekend), bevat de volgende informatie:
- a. een op basis van [artikel 2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42f) op te stellen veiligheids- en gezondheidsdocument voor een voorgenomen installatie;
- b. overige informatie.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de kennisgeving.
##### Artikel 84j
1. Een kennisgeving als bedoeld in [artikel 45n van de wet](onbekend), bevat de volgende informatie:
- a. gegevens van het ontwerp van de boorgat;
- b. de voorgestelde boorgatactiviteiten;
- c. het werkprogramma, bedoeld in [artikel 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.2&artikel=74&z=2017-04-01&g=2017-04-01);
- d. een op basis van [artikel 2.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42) en [2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42f) op te stellen veiligheids- en gezondheidsdocument voor werkzaamheden;
- e. de bevindingen en opmerkingen van de onafhankelijke verificateur en de reactie van de exploitant en de door hem genomen maatregelen ten gevolge daarvan;
- f. overige informatie.
2. De exploitant voldoet in geval van een boorgatactiviteit aan de maatregelen die zijn vastgesteld in de kennisgeving van de boorgatactiviteit.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de kennisgeving.
##### Artikel 84k
1. Een kennisgeving, bedoeld in [artikel 45p van de wet](onbekend), bevat de volgende informatie:
- a. een op basis van [artikel 2.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42) en [2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42f) op te stellen veiligheids- en gezondheidsdocument voor gelijktijdig uit te voeren werkzaamheden;
- b. overige informatie.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de kennisgeving.
##### Artikel 84l
1. Een exploitant van een productie-installatie en eigenaren van niet-productie-installaties voldoen aan de maatregelen die zijn vastgesteld in de kennisgevingen als bedoeld in de [artikelen 84j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.1b&artikel=84j&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [84k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.1b&artikel=84k&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
2. Een exploitant van een voorgenomen productie-installatie houdt rekening met de opmerkingen van het Staatstoezicht op de mijnen ten aanzien van de kennisgeving van het ontwerp voor deze installatie, in het rapport inzake grote gevaren voor de productie-installatie.
#### § 5.4.2. Rampenbestrijdingsplan
##### Artikel 84m
Deze paragraaf is van toepassing op mijnbouwwerken.
##### Artikel 88a
De exploitant van een productie-installatie die in Nederland is gevestigd of diens dochteronderneming doet op verzoek van het Staatstoezicht op de mijnen verslag over de omstandigheden van elk zwaar ongeval dat zich buiten de Europese Unie heeft voltrokken en waar deze bij betrokken is geweest.
### Hoofdstuk 6. Pijpleidingen en kabels
#### § 6.4. Het beëindigen van het gebruik van een pijpleiding
#### § 6.5. Kabels
### Hoofdstuk 7. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens
#### § 7.2. Vertrouwelijkheid, beheer, gebruik en ter inzage legging van gegevens
#### § 7.3. Gegevens in verband met aardwarmte en boorgaten
### Hoofdstuk 8. Waarborgfonds mijnbouwschade
#### § 8.1. Begripsbepalingen
#### § 8.1. Begripsbepalingen
#### § 8.5. Het beheer van het fonds
### Hoofdstuk 9. Splitsen, afsplitsen en samenvoegen van vergunningen
#### § 9.1. Algemeen
#### § 9.1. Algemeen
#### § 9.2a. Afsplitsen van winningsvergunningen
##### Artikel 136a
1. Op een aanvraag als bedoeld in [artikel 143, achtste lid, eerste volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=143) van de houder van een winningsvergunning wijzigt Onze Minister de winningsvergunning door van het gebied waarop die vergunning betrekking heeft, af te splitsen een gebiedsdeel dat de vergunninghouder wil doen overgaan op een ander en verleent Onze Minister aan deze vergunninghouder een winningsvergunning voor het afgesplitste gebiedsdeel.
2. De op grond van het eerste lid verleende winningsvergunning voor een afgesplitst gebiedsdeel geldt tezamen met de winningsvergunning waarvan dat deel is afgesplitst voor hetzelfde gebied als waarvoor de winningsvergunning voorafgaand aan de afsplitsing geldt.
3. Het tijdvak waarvoor de op grond van het eerste lid te verlenen vergunning geldt, eindigt op het tijdstip waarop het tijdvak van de winningsvergunning waarvan dat deel is afgesplitst eindigt.
##### Artikel 136b
Een aanvraag om afsplitsing van een winningsvergunning wordt niet ingewilligd indien dat ertoe leidt dat een voorkomen van delfstoffen of aardwarmte dan wel een voorkomen voor het opslaan van stoffen in het oorspronkelijke vergunningsgebied zich door deze afsplitsing in twee of meer verschillende vergunningsgebieden zal bevinden.
#### § 9.3. Samenvoegen van vergunningen
#### § 9.4. Overige regels
##### Artikel 143a
1. Voor zover het niet verenigbaar is met het bij of krachtens de wet bepaalde om aan de winningsvergunning voor een afgesplitst gebiedsdeel de beperkingen en voorschriften te verbinden, die zijn verbonden aan de winningsvergunning waarvan dat gebiedsdeel is afgesplitst, kan Onze Minister aan de winningsvergunning voor het afgesplitste gebiedsdeel aangepaste voorschriften en beperkingen verbinden.
2. Onze Minister kan voorschriften en beperkingen aanpassen als bedoeld in het eerste lid, mede met het oog op:
- a. het planmatig beheer of gebruik van delfstoffen, aardwarmte en andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater;
- b. mogelijkheden tot het opslaan van stoffen.
### Hoofdstuk 10. De veiligheid van groeven
#### § 10.1. Algemeen
#### § 10.1. Algemeen
#### § 10.5. Het buiten gebruik stellen van een groeve
##### Artikel 161a
1. De bedragen, verschuldigd op grond van [artikel 133, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=133) zijn vaste bedragen.
2. De bedragen, bedoeld in [artikel 133, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=133) worden in rekening gebracht voor het op aanvraag verlenen, wijzigen of intrekken van:
- a. een vergunning als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=6);
- b. een instemming met een winningsplan als bedoeld in [artikel 34, derde lid, van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=34);
- c. een omgevingsvergunning als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1) met betrekking tot een inrichting of mijnbouwwerk als bedoeld in [artikel 3.3, vierde lid, van het Besluit omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027464&artikel=3.3);
- d. een vergunning en ontheffing als bedoeld in [artikel 40, tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40), respectievelijk, [artikel 43, vierde lid, van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=43);
- e. een vergunning als bedoeld in [artikel 94, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-04-01&g=2017-04-01), van het Mijnbouwbesluit;
- f. een instemming als bedoeld in de [artikelen 39, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.4&artikel=39&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en [55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=55&z=2017-04-01&g=2017-04-01), van het Mijnbouwbesluit;
- g. een ontheffing krachtens dit besluit of een krachtens dit besluit vastgestelde ministeriële regeling, die betrekking heeft op een productie-installatie, een niet-productie-installatie, een pijpleiding of een gastransportnet als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011440&artikel=1);
- h. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- i. een melding als bedoeld in de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023771&artikel=7) en [8 van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023771&artikel=8);
- j. een maatwerkvoorschrift als bedoeld in [artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022762&artikel=1.2).
3. De bedragen die krachtens [artikel 133, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=133) in rekening worden gebracht voor de uitvoering van taken door de inspecteur-generaal der mijnen en de bedragen die krachtens het eerste lid in rekening worden gebracht worden onderscheiden:
- a. per exploitant, eigenaar of netbeheerder, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen actieve en niet-actieve exploitanten of eigenaren;
- b. per activiteit, en
- c. afhankelijk van de locatie op land of op zee, de eigenschappen en de grootte van de productie- installatie, de niet-productie-installatie, de pijpleiding of het gastransportnet, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011440&artikel=1).
4. Onze Minister brengt de bedragen in rekening en verzendt een beschikking daartoe aan de desbetreffende exploitant, eigenaar of netbeheerder.
### Hoofdstuk 10a. Retributies
### Hoofdstuk 12. Wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur
#### § 10.3. Vergunning voor gebruik voor andere doeleinden
##### Artikel 182
Wijzigt het Besluit op de lijkbezorging.
#### § 12.1. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
#### § 12.1. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
#### § 12.2. Ministerie van Justitie
##### Artikel 183
Wijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000.
#### § 12.4. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
#### § 12.5. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
### Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 40a
1. De uitvoerder doet binnen een termijn van een jaar nadat de opsporing is beëindigd, melding aan de inspecteur-generaal der mijnen van het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van een voor opsporing bestemd mijnbouwwerk.
2. In afwijking van het eerste lid begint de termijn, bedoeld in het eerste lid, indien een aanvraag om een winningsvergunning is ingediend, nadat op deze aanvraag onherroepelijk is beslist tot het niet verlenen van een winningsvergunning.
3. Bij de melding overlegt de uitvoerder een beschrijving als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdelen a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.4&artikel=40&z=2017-04-01&g=2017-04-01), met betrekking tot de maatregelen die zijn uitgevoerd.
### Afdeling 5.2. Mijnbouwinstallaties
#### § 5.2.1. Algemeen
##### Artikel 45a
1. Het is verboden een mijnbouwinstallatie, daaronder mede begrepen een veiligheidszone als bedoeld in [artikel 43 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=43), te plaatsen in een gebied, dat is aangewezen in een kavelbesluit of een voorbereidingsbesluit als bedoeld in de [artikelen 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=3), respectievelijk [9, eerste lid, van de Wet windenergie op zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036752&artikel=9).
2. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het verbod. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend of daaraan kunnen voorschriften worden verbonden.
3. Een ontheffing wordt slechts geweigerd in het belang van de elektriciteitsopwekking of de veiligheid.
4. Met toepassing van [artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026759&artikel=28) is [paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&paragraaf=4.1.3.3) niet van toepassing op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het tweede lid.
#### § 5.2.3. Het buiten gebruik stellen en verwijderen van mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken
#### § 5.2.4. Het ontwerpen, plaatsen en buiten gebruik stellen alsmede verwijderen van mijnbouwinstallaties geheel onder oppervlaktewater gelegen
### Afdeling 5.3. Boorgaten
#### § 5.3.1. Algemeen
#### § 5.3.2. Informatievoorziening in verband met boorgaten
### Afdeling 5.4. Milieu en rampenbestrijdingsplan
#### § 5.4.1a. Rapport inzake grote gevaren en overige documenten
### Hoofdstuk 6. Pijpleidingen en kabels
#### § 6.1. Algemeen
#### § 6.4. Het beëindigen van het gebruik van een pijpleiding
### Hoofdstuk 7. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens
#### § 7.1. Verstrekking gegevens
### Hoofdstuk 8. Waarborgfonds mijnbouwschade
#### § 8.4. Verzoeken om uitkeringen ten laste van het fonds
### Hoofdstuk 9. Splitsen, afsplitsen en samenvoegen van vergunningen
#### § 9.3. Samenvoegen van vergunningen
#### § 9.4. Overige regels
#### § 10.2. Vergunning voor winning van kalksteen
#### § 10.4. Veiligheid
### Hoofdstuk 12. Wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur
#### § 12.3. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
##### Artikel 184
Wijzigt het Arbeidstijdenbesluit.
##### Artikel 185
Wijzigt het Arbeidstijdenbesluit vervoer.
##### Artikel 186
Wijzigt het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen.
##### Artikel 187
Wijzigt het Besluit stralingsbescherming.
#### § 12.4. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
##### Artikel 188
Wijzigt het Besluit inrichting en gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen.
##### Artikel 189
Wijzigt het Rijksreglement ontgrondingen.
#### § 12.5. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
##### Artikel 190
Wijzigt het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.
##### Artikel 191
Wijzigt het Besluit milieu-effectrapportage 1994.
##### Artikel 192
Wijzigt het Besluit risico's zware ongevallen 1999.
##### Artikel 193
Wijzigt het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994.
##### Artikel 194
Wijzigt het Lozingenbesluit bodembescherming.
### Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
##### Artikel 195
Vervallen
##### Artikel 196
Vervallen
##### Artikel 197
Dit besluit wordt aangehaald als: Mijnbouwbesluit.
##### Artikel 198
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) in werking treedt, met dien verstande dat [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=4&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in werking treedt op 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin die wet in werking is getreden.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 53a
1. De uitvoerder verstrekt aan de inspecteur-generaal der mijnen uiterlijk twee dagen voordat een voor de winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie in gebruik wordt genomen:
- a. een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat de technische integriteit van de mijnbouwinstallatie gewaarborgd is gezien het ontwerp, de bouw en de plaatsing;
- b. een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat het onderzoeksprogramma, bedoeld in [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=53&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voor de mijnbouwinstallatie voldoet.
2. Nadat de mijnbouwinstallatie in gebruik is genomen verstrekt de uitvoerder voorts de in het eerste lid bedoelde gegevens telkens een maand voor de afloop van een periode van vijf jaar, waarvan de eerste periode ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op die van de ingebruikneming.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde verklaringen.
#### § 5.2.3. Het buiten gebruik stellen en verwijderen van mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken
#### § 5.2.4. Het ontwerpen, plaatsen en buiten gebruik stellen alsmede verwijderen van mijnbouwinstallaties geheel onder oppervlaktewater gelegen
### Afdeling 5.3. Boorgaten
#### § 5.3.1. Algemeen
#### § 5.2.4. Het ontwerpen, plaatsen en buiten gebruik stellen alsmede verwijderen van mijnbouwinstallaties geheel onder oppervlaktewater gelegen
### Afdeling 5.3. Boorgaten
#### § 5.3.1. Algemeen
#### § 5.3.2. Informatievoorziening in verband met boorgaten
### Hoofdstuk 6. Pijpleidingen en kabels
#### § 6.1. Algemeen
#### § 6.2. Vergunningplicht pijpleidingen
#### § 6.3. Het gebruik van een pijpleiding
#### § 5.4.1b. Kennisgevingen
#### § 6.2. Vergunningplicht pijpleidingen
### Hoofdstuk 7. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens
#### § 7.1. Verstrekking gegevens
#### § 7.2. Vertrouwelijkheid, beheer, gebruik en ter inzage legging van gegevens
#### § 7.3. Gegevens in verband met aardwarmte en boorgaten
### Hoofdstuk 8. Waarborgfonds mijnbouwschade
#### § 6.3. Het gebruik van een pijpleiding
#### § 8.2. Het vermogen van het fonds
#### § 8.3. De bijdrage aan het fonds
#### § 8.4. Verzoeken om uitkeringen ten laste van het fonds
#### § 8.2. Het vermogen van het fonds
### Hoofdstuk 9. Splitsen en samenvoegen van vergunningen
#### § 9.1. Algemeen
#### § 9.2. Splitsen van vergunningen
#### § 9.3. Samenvoegen van vergunningen
#### § 8.5. Het beheer van het fonds
### Hoofdstuk 10. De veiligheid van groeven
#### § 9.2. Splitsen van vergunningen
#### § 10.2. Vergunning voor winning van kalksteen
#### § 9.4. Overige regels
#### § 10.4. Veiligheid
#### § 10.5. Het buiten gebruik stellen van een groeve
### Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen
### Hoofdstuk 12. Wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur
#### § 12.1. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
#### § 12.2. Ministerie van Justitie
#### § 10.4. Veiligheid
#### § 12.4. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
#### § 12.5. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
### Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 3.5. Aanvullende bepalingen voor permanent opslaan en transport van CO2
##### Artikel 29a
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a. **lekkage:** het weglekken van CO2 uit het CO2-opslagvoorkomen;
- b. **significant risico:** een combinatie van een waarschijnlijkheid van het zich voordoen van schade en een omvang van schade die niet kan worden genegeerd;
- c. **significante onregelmatigheid:** een onregelmatigheid bij de injectie- of opslagwerkzaamheden of in de toestand van het CO2-opslagcomplex zelf die het risico van lekkage doet ontstaan of een risico voor het milieu of de volksgezondheid oplevert;
- d. **richtlijn nr. 2009/31/EG:** richtlijn nr. 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en verordening (EG) nr. 1013/2006 (PbEG L 140) van het Europese Parlement en de Raad.
##### Artikel 29b
Bij ministeriële regeling kunnen voor een vergunning voor permanent opslaan van CO2 regels worden gesteld omtrent:
- a. het tijdvak van injectie van CO2 en het gebied;
- b. de ligging en begrenzing van het opslagvoorkomen en het gebied van het opslagcomplex;
- c. gegevens met betrekking tot de hydraulische eenheid;
- d. voorschriften voor het opslagproces;
- e. de totale hoeveelheid CO2 die overeenkomstig de vergunning ten hoogste kan worden opgeslagen;
- f. de grenswaarden van de druk van de opgeslagen CO2;
- g. de maximum toelaatbare snelheid en druk bij injectie van CO2 en de maximaal toelaatbare druk van het opgeslagen CO2.
##### Artikel 29c
1. Onze Minister verbindt aan de vergunning voor permanent opslaan van CO2 het voorschrift risicobeheer als bedoeld in [artikel 31d, eerste lid, onderdeel h, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31d), op te nemen in een risicobeheerplan.
2. Het risicobeheerplan bevat ten minste een beschrijving van maatregelen te nemen om het risico van een significante onregelmatigheid en de mogelijke gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken en voldoet aan Bijlage I, fase 3.3. van de richtlijn nr. 2009/31/EG.
##### Artikel 29d
1. Onze Minister verbindt aan de vergunning voor permanent opslaan van CO2 het voorschrift corrigerende maatregelen als bedoeld in [artikel 31d, eerste lid, onderdeel k, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31d) uit te voeren volgens een plan.
2. Het plan bevat ten minste een beschrijving van maatregelen om tijdens de injectie van CO2 en gedurende de verdere opslag significante onregelmatigheden te corrigeren of lekken te dichten teneinde lekkage te voorkomen of te doen ophouden.
##### Artikel 29e
1. De uitvoerder neemt onmiddellijk passende maatregelen op basis van het plan, bedoeld in [artikel 29d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=29d&z=2017-01-01&g=2017-01-01), zodra zich een lekkage of significante onregelmatigheid voordoet.
2. Zodra zich een significante onregelmatigheid of lekkage voordoet, meldt de uitvoerder dit onmiddellijk bij de inspecteur-generaal der mijnen en verstrekt hem zo spoedig mogelijk gegevens over:
- a. de oorzaken van de significante onregelmatigheid of lekkage;
- b. de aard en de ernst van de gevolgen van de significante onregelmatigheid of lekkage;
- c. de maatregelen die zijn genomen of worden overwogen om de significante onregelmatigheid of lekkage te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken;
- d. de maatregelen die worden overwogen om te voorkomen dat een significante onregelmatigheid of een lekkage zich nogmaals kan voordoen.
3. In geval van een lekkage of significante onregelmatigheid die een lekkagerisico inhoudt, stelt de uitvoerder de Nederlandse emissieautoriteit daarvan onmiddellijk op de hoogte.
##### Artikel 29f
1. Onze Minister verbindt aan de vergunning voor permanent opslaan van CO2 het voorschrift monitoring als bedoeld in [artikel 31d, eerste lid, onderdeel i, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31d) uit te voeren volgens het monitoringsplan.
2. Het monitoringsplan omvat de wijze van de monitoring van:
- a. de injectiefaciliteiten,
- b. het opslagcomplex en
- c. het milieu in de directe nabijheid van het opslagcomplex, en is in overeenstemming met Bijlage II, onderdeel 1.1., van de richtlijn nr. 2009/31/EG.
3. Het monitoringsplan heeft betrekking op de periode die aanvangt op het tijdstip van inwerkingtreding van een vergunning voor het permanent opslaan van CO2 en eindigt op het tijdstip waarop de vergunning op grond van [artikel 31j van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31j) wordt ingetrokken.
4. De keuze van de monitoringstechnologie in het monitoringsplan wordt gebaseerd op de beste praktijken die bij het opstellen van de ontwerp-vergunning beschikbaar zijn.
5. Voorts wordt aan de vergunning het voorschrift verbonden het monitoringsplan drie maanden voor aanvang van de injectie van CO2 te actualiseren en om de vijf jaar te actualiseren op basis van wijzigingen in het beoordeelde lekkagerisico, wijzigingen in de beoordeelde risico’s voor het milieu en de volksgezondheid, nieuwe wetenschappelijk kennis en verbeteringen inzake de beste beschikbare techniek. Het geactualiseerde monitoringsplan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan Onze Minister. De monitoring wordt uitgevoerd volgens het goedgekeurde monitoringsplan.
##### Artikel 29g
1. Het document, bedoeld in [artikel 31i, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31i) met betrekking tot afsluiting bevat ten minste:
- 1°. voor zover het mijnbouwwerken, niet zijnde mijnbouwinstallaties, betreft:
- a. een werkprogramma voor het buiten gebruik stellen van de boorgaten;
- b. een beschrijving van de wijze waarop bij het mijnbouwwerk behorend materiaal zal worden afgevoerd;
- c. een beschrijving van op het mijnbouwwerk aanwezige afvalstoffen en de bestemming ervan;
- d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen ter voorkoming van schade;
- e. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om het terrein waarop het mijnbouwwerk is opgericht in de oorspronkelijke staat terug te brengen.
- 2°. voor zover het mijnbouwinstallaties betreft:
- a. een werkprogramma voor het buiten gebruik stellen van de boorgaten;
- b. de wijze waarop het verwijderen van de mijnbouwinstallatie en van schroot en ander materiaal als bedoeld in [artikel 44, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=44) plaats zal vinden;
- c. de wijze waarop zal worden aangetoond dat de plaats waarop de mijnbouwinstallatie op de zeebodem stond vrij van schroot en ander materiaal is;
- d. de wijze waarop de mijnbouwinstallatie en het schroot en ander materiaal zal worden afgevoerd;
- e. de eindbestemming van de mijnbouwinstallatie, de onderdelen ervan en schroot en ander materiaal en
- f. de op de mijnbouwinstallatie aanwezige afvalstoffen en andere stoffen en de eindbestemming daarvan.
2. Voorts bevat het plan gegevens omtrent de tijdstippen waarop de onderdelen van de afsluiting worden uitgevoerd.
##### Artikel 29h
1. Onze Minister verbindt aan de vergunning voor permanent opslaan van CO2 het voorschrift activiteiten ter voorkoming of beperking van schade door bodembeweging als bedoeld in [artikel 31d, eerste lid, onderdeel l, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31d) uit te voeren volgens een plan.
2. Het plan omvat ten minste:
- a. een kaart met daarop de contouren van de verwachte uiteindelijke mate van bodemdaling of -stijging,
- b. een overzicht met het verloop van de verwachte mate van bodemdaling of -stijging in de tijd,
- c. een opgaaf van de onzekerheid omtrent de verwachte mate van bodembeweging als bedoeld in de onderdelen b en c,
- d. een risico-analyse omtrent bodemtrillingen als gevolg van de opslag,
- e. een beschrijving van de mogelijk omvang en verwachte aard van de schade door bodembeweging,
- f. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om bodembeweging te voorkomen of te beperken, en
- g. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om schade door bodembeweging te voorkomen of te beperken.
3. Dit artikel is niet van toepassing op opslagvoorkomens die gelegen zijn aan de zeezijde van de lijn die in de [bijlage bij de wet](onbekend)is vastgelegd.
##### Artikel 29i
1. Het is verboden bij het permanent opslaan van CO2 en het transporteren van CO2 door een transportnetwerk als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=32)naast CO2 andere stoffen op te slaan en te transporteren dan:
- a. incidentele aanverwante stoffen, afkomstig uit de CO2-bron of het afvang- of injectieproces,
- b. stoffen die nodig zijn voor transport of opslag in het opslagvoorkomen of
- c. spoorelementen die aan het CO2 zijn toegevoegd als hulpmiddel bij het monitoren en het controleren van de beweging van CO2 binnen het CO2-opslagcomplex.
2. De concentratie van de stoffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, mag geen niveaus overschrijden die de integriteit van het opslagvoorkomen of het relevante transportnetwerk in het gedrang brengen of een significant risico voor het milieu of de volksgezondheid vormen.
3. Het CO2 en de stoffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, worden niet eerder opgeslagen dan nadat de uitvoerder heeft vastgesteld dat deze voldoen aan het tweede lid.
##### Artikel 29j
1. De vergunning bepaalt het bedrag waarvoor financiële zekerheid wordt gesteld voor het jaar waarin injectie volgens de aanvraag zal aanvangen en voor elk van de daaropvolgende vier jaren. Het bedrag voor het vierde jaar blijft voor opvolgende jaren van toepassing zolang het niet is aangepast.
2. Het bedrag wordt per jaar vastgesteld op het totaal van:
- a. een raming van de kosten van verwerving van broeikasgasemissierechten als bedoeld in [artikel 1.1 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=1.1), uitgaande van emissie als gevolg van ongecontroleerde uitstroom van CO2 gedurende de laatste drie maanden van het desbetreffende jaar;
- b. een raming van de kosten van de uitvoering van het risicobeheerplan, genoemd in [artikel 29c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=29c&z=2017-01-01&g=2017-01-01), uitgaande van uitvoering gedurende twee jaar;
- c. een raming van de kosten van het nemen van de maatregel of maatregelen uit het plan met betrekking tot corrigerende maatregelen, bedoeld in [artikel 29d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=29d&z=2017-01-01&g=2017-01-01), uitgaande van de meest ingrijpende in het plan voorziene maatregel of maatregelen;
- d. een raming van de tot intrekking van de vergunning nog te maken kosten van uitvoering van het monitoringsplan, genoemd in [artikel 29f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=29f&z=2017-01-01&g=2017-01-01), uitgaande van intrekking van de vergunning twintig jaar na afsluiting;
- e. een raming van de kosten van uitvoering van het afsluitingsplan, bedoeld in [artikel 29g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=29g&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- f. een raming van de financiële bijdrage, bedoeld in [artikel 31j, eerste lid, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31j).
3. De vorm waarin de zekerheid wordt gesteld behoeft de voorafgaande instemming van Onze Minister. De vergunninghouder doet hiertoe ten minste zes maanden voordat de zekerheid gesteld zal worden een aanvraag. Met toepassing van [artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026759&artikel=28) is [paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&paragraaf=4.1.3.3) niet van toepassing op de aanvraag.
4. Onze Minister stemt in indien de zekerheid in zodanige vorm is gesteld dat naar het oordeel van Onze Minister vaststaat dat de Staat daarmee gedurende de gehele periode alle verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, zo nodig ook zelf kan nakomen ten laste van de vergunninghouder. Onder financiële zekerheid in dit artikel wordt eveneens verstaan een uit oogpunt van zekerheid voor de Staat gelijkwaardige voorziening.
5. Voor aanvang van injectie van CO2 toont de vergunninghouder Onze Minister aan dat de zekerheid in overeenstemming met de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)en dit artikel is gesteld.
6. Onverminderd [artikel 31h, eerste lid, onder d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31h), beziet Onze Minister op de voet van het tweede lid telkens na vijf jaar gerekend vanaf verlening van de vergunning de hoogte van het bedrag voor de eerstkomende vijf jaar. Het bedrag dat voor het laatste jaar in de vergunning is vastgesteld blijft voor opvolgende jaren van toepassing zolang het niet is aangepast. De vergunninghouder verstrekt Onze Minister uiterlijk drie maanden voor afloop van een vijfjaarstermijn de voor de ramingen, bedoeld in het tweede lid, benodigde gegevens vergezeld van adequate cijfermatige onderbouwing en toelichting.
7. De vergunninghouder staakt injectie van CO2 zodra voortgaande injectie zou leiden tot een hoeveelheid opgeslagen CO2 die meer dan 15% hoger is dan de hoeveelheid die betrokken is in de raming, bedoeld in het tweede lid onder a, voor de vaststelling van de hoogte van het bedrag waarvoor op dat moment zekerheid is gesteld.
8. Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere maatstaven voor raming van kosten als bedoeld in het tweede lid vaststellen.
##### Artikel 29k
De uitvoerder verstrekt Onze Minister jaarlijks voor 1 april:
- a. de resultaten van de monitoring van het opgeslagen CO2 over het daaraan voorafgaande kalenderjaar met vermelding van de gebruikte technologie,
- b. het bewijs dat financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening is gesteld en aangehouden en
- c. wijzigingen in de financiële en technische mogelijkheden van de vergunninghouder.
##### Artikel 29l
1. Indien de uitvoerder een verzoek doet om het intrekken van een vergunning voor permanent opslaan van CO2 als bedoeld in [artikel 31j van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31j) overlegt hij aan Onze Minister:
- a. gegevens waaruit blijkt dat het opgeslagen CO2 volledig en permanent ingesloten blijft,
- b. een voorstel voor een financiële bijdrage als bedoeld in [artikel 31j, eerste lid, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=31j) die de uitvoerder zal betalen bij de intrekking van de vergunning.
2. De financiële bijdrage, bedoeld in het eerste lid, houdt rekening met de in bijlage I van de richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en verordening (EG) nr. 1013/2006 (PbEG L 140) van het Europese Parlement en de Raad bedoelde parameters en elementen inzake de voorgeschiedenis van de opslag van CO2 die relevant zijn voor het bepalen van de verplichtingen die na de overdracht gelden en dekt tenminste de geraamde monitoringskosten voor een periode van 30 jaar na het intrekken van de vergunning.
##### Artikel 29m
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de [artikelen 29c tot en met 29h, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=29c&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [29i tot en met 29l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=29i&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
### Hoofdstuk 4. Het meten van bodembeweging
#### § 4.2. Zoutholten
### Hoofdstuk 5. Mijnbouwwerken
### Afdeling 5.1. Mijnbouwwerken, uitgezonderd mijnbouwinstallaties
#### § 5.1.1. Algemeen
#### § 5.1.2. Regels over het gebruik van mijnbouwwerken
#### § 5.1.3. Milieu
#### § 5.1.4. Regels over het buiten gebruik stellen van mijnbouwwerken
### Afdeling 5.2. Mijnbouwinstallaties
#### § 5.2.1. Algemeen
#### § 5.2.2. Het ontwerpen, plaatsen en gebruiken van mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken
#### § 5.2.3. Het buiten gebruik stellen en verwijderen van mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken
### Afdeling 5.4. Milieu en rampenbestrijdingsplan op mijnbouwinstallaties
#### § 5.4.1. Algemeen
#### § 5.4.2. Rampenbestrijdingsplan
### Hoofdstuk 6. Pijpleidingen en kabels
#### § 6.4. Het beëindigen van het gebruik van een pijpleiding
#### § 6.1. Algemeen
### Hoofdstuk 7. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens
#### § 7.1. Verstrekking gegevens
#### § 7.2. Vertrouwelijkheid, beheer, gebruik en ter inzage legging van gegevens
### Hoofdstuk 8. Waarborgfonds mijnbouwschade
#### § 8.1. Begripsbepalingen
#### § 8.3. De bijdrage aan het fonds
#### § 8.4. Verzoeken om uitkeringen ten laste van het fonds
### Hoofdstuk 9. Splitsen en samenvoegen van vergunningen
#### § 9.1. Algemeen
#### § 9.3. Samenvoegen van vergunningen
### Hoofdstuk 10. De veiligheid van groeven
#### § 10.1. Algemeen
#### § 10.2. Vergunning voor winning van kalksteen
#### § 10.3. Vergunning voor gebruik voor andere doeleinden
#### § 10.4. Veiligheid
#### § 10.5. Het buiten gebruik stellen van een groeve
### Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen
### Hoofdstuk 10a. Retributies
#### § 12.1. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
#### § 12.2. Ministerie van Justitie
#### § 12.3. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
#### § 12.4. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
#### § 12.5. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
### Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 44a
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aanvraag voor een ontheffing, als bedoeld in [artikel 43, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=43) en omtrent de wijziging of intrekking van deze ontheffing.
#### § 5.2.3. Het buiten gebruik stellen en verwijderen van mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken
#### § 5.2.4. Het ontwerpen, plaatsen en buiten gebruik stellen alsmede verwijderen van mijnbouwinstallaties geheel onder oppervlaktewater gelegen
### Afdeling 5.3. Boorgaten
#### § 5.3.1. Algemeen
#### § 5.3.2. Informatievoorziening in verband met boorgaten
### Afdeling 5.4. Milieu en rampenbestrijdingsplan
#### § 5.4.1. Algemeen
##### Artikel 84a
Deze paragraaf is van toepassing op mijnbouwwerken die gebruikt worden voor de opsporing of winning van koolwaterstoffen.
##### Artikel 84b
1. Een rapport inzake grote gevaren voor een productie-installatie bevat naast de documenten bedoeld in [artikel 45c van de wet](onbekend), de volgende gegevens:
- a. een veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in [artikel 2.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42) en [2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42f);
- b. een intern rampenplan, bedoeld in [artikel 84d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.1a&artikel=84d&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- c. overige informatie.
2. Een exploitant van een productie-installatie raadpleegt een ondernemingsraad als bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747&artikel=2) of een personeelsvertegenwoordiging als bedoeld in [artikel 35b van de Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747&artikel=35b) bij het opstellen van het rapport inzake grote gevaren voor een productie-installatie. Bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, voert een exploitant van een productie-installatie overleg met de belanghebbende werknemers. Over het rapport wordt tevens overleg gevoerd met de werknemers van andere werkgevers, die op basis van een langlopende overeenkomst tot aanneming van werk mede in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn.
3. De exploitant van een productie-installatie voldoet aan de maatregelen die zijn vastgesteld in het rapport inzake grote gevaren voor de betreffende installatie.
4. Het rapport inzake grote gevaren is aanwezig op het mijnbouwwerk.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de overige informatie, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 84c
1. Een rapport inzake grote gevaren voor een niet-productie-installatie bevat naast de documenten bedoeld in [artikel 45g van de wet](onbekend), de volgende gegevens:
- a. een veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in [artikel 2.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42) en [2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42f);
- b. een intern rampenplan, bedoeld in [artikel 84d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.1a&artikel=84d&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- c. overige informatie.
2. Een eigenaar van een niet-productie-installatie raadpleegt een ondernemingsraad als bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747&artikel=2) of een personeelsvertegenwoordiging als bedoeld in [artikel 35b van de Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747&artikel=35b) bij het opstellen van het rapport inzake grote gevaren voor een niet-productie-installatie. Bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, voert een eigenaar overleg met de belanghebbende werknemers. Over het rapport wordt tevens overleg gevoerd met de werknemers van andere werkgevers, die op basis van een langlopende overeenkomst tot aanneming van werk mede in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn.
3. De eigenaar van een niet-productie-installatie voldoet aan de maatregelen die zijn vastgesteld in het rapport inzake grote gevaren voor de betreffende installatie.
4. Het rapport inzake grote gevaren is aanwezig op het mijnbouwwerk.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de overige informatie, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 84d
1. Een intern rampenplan bevat de volgende gegevens:
- a. een noodplan als bedoeld in [artikel 3.37v van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=3.37);
- b. een op grond van [artikel 2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42f), op te stellen brandbestrijdingsplan;
- c. een rampenbestrijdingsplan als bedoeld in [artikel 85](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.2&artikel=85&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- d. een analyse van de doeltreffendheid van de respons op olielekken.
2. Bij het opstellen van het intern rampenplan als bedoeld in het eerste lid wordt rekening gehouden met de risicobeoordeling van zware ongevallen die tijdens het opstellen van het meest recente rapport inzake grote gevaren is uitgevoerd.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over een intern rampenplan.
4. Een exploitant van een productie-installatie of een eigenaar van een niet-productie-installatie stelt bij een zwaar ongeval het intern rampenplan onverwijld in werking.
5. Een exploitant van een productie-installatie of een eigenaar van een niet-productie-installatie beschikt over de noodzakelijke apparatuur en deskundigheid ter uitvoering van het intern rampenplan.
##### Artikel 84e
1. Een regeling voor onafhankelijke verificatie voor boorgatactiviteiten als bedoeld in artikel 45l van de wet, waarborgt op onafhankelijke wijze dat het ontwerp en de controlemaatregelen voor de boorgaten te allen tijde geschikt zijn voor de verwachte boorgatomstandigheden.
2. Een onafhankelijke verificateur dient voldoende onafhankelijk en deskundig te zijn.
3. Bij ministeriële regeling worden ten aanzien van de regeling als bedoeld in het eerste lid nadere regels gesteld over de selectie van de onafhankelijke verificateur, over het ontwerp van de regeling alsmede welke informatie moet worden voorgelegd over de regeling.
##### Artikel 84f
1. Een regeling voor onafhankelijke verificatie voor installaties als bedoeld in [artikel 45l van de wet](onbekend), waarborgt op onafhankelijke wijze dat de veiligheids- en milieukritische elementen die worden vermeld in de risicobeoordeling voor de installatie als beschreven in het rapport inzake grote gevaren, geschikt zijn en dat de planning van inspecties en testen van de veiligheids- en milieukritische elementen geschikt en bijgewerkt zijn en verlopen zoals voorzien.
2. Een onafhankelijke verificateur dient voldoende onafhankelijk en deskundig te zijn.
3. De regeling voor onafhankelijke verificatie wordt voor een productie-installatie getroffen voordat het ontwerp is voltooid.
4. De regeling voor onafhankelijke verificatie wordt voor een niet- productie-installatie getroffen voordat de activiteiten worden gestart.
5. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de selectie van de onafhankelijke verificateur, over het ontwerp van de regeling alsmede welke informatie moet worden voorgelegd over de regeling.
##### Artikel 84g
1. Een eigenaar van een niet-productie-installatie en een exploitant van een productie-installatie nemen binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn op basis van het advies van de onafhankelijke verificateur passende maatregelen en reageren op het advies van de onafhankelijke verificateur.
2. Een eigenaar van een niet-productie-installatie en een exploitant van een productie-installatie stellen het Staatstoezicht op de Mijnen in kennis van het advies van de onafhankelijke verificateur en de reactie op het advies, binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn.
##### Artikel 84h
Deze paragraaf is van toepassing op mijnbouwwerken die gebruikt worden voor de opsporing of winning van koolwaterstoffen.
##### Artikel 84i
1. Een kennisgeving als bedoeld in [artikel 45m van de wet](onbekend), bevat de volgende informatie:
- a. een op basis van [artikel 2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42f) op te stellen veiligheids- en gezondheidsdocument voor een voorgenomen installatie;
- b. overige informatie.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de kennisgeving.
##### Artikel 84j
1. Een kennisgeving als bedoeld in [artikel 45n van de wet](onbekend), bevat de volgende informatie:
- a. gegevens van het ontwerp van de boorgat;
- b. de voorgestelde boorgatactiviteiten;
- c. het werkprogramma, bedoeld in [artikel 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3&paragraaf=5.3.2&artikel=74&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- d. een op basis van [artikel 2.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42) en [2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42f) op te stellen veiligheids- en gezondheidsdocument voor werkzaamheden;
- e. de bevindingen en opmerkingen van de onafhankelijke verificateur en de reactie van de exploitant en de door hem genomen maatregelen ten gevolge daarvan;
- f. overige informatie.
2. De exploitant voldoet in geval van een boorgatactiviteit aan de maatregelen die zijn vastgesteld in de kennisgeving van de boorgatactiviteit.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de kennisgeving.
##### Artikel 84k
1. Een kennisgeving, bedoeld in [artikel 45p van de wet](onbekend), bevat de volgende informatie:
- a. een op basis van [artikel 2.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42) en [2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=2.42f) op te stellen veiligheids- en gezondheidsdocument voor gelijktijdig uit te voeren werkzaamheden;
- b. overige informatie.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de kennisgeving.
##### Artikel 84l
1. Een exploitant van een productie-installatie en eigenaren van niet-productie-installaties voldoen aan de maatregelen die zijn vastgesteld in de kennisgevingen als bedoeld in de [artikelen 84j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.1b&artikel=84j&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [84k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4&paragraaf=5.4.1b&artikel=84k&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Een exploitant van een voorgenomen productie-installatie houdt rekening met de opmerkingen van het Staatstoezicht op de mijnen ten aanzien van de kennisgeving van het ontwerp voor deze installatie, in het rapport inzake grote gevaren voor de productie-installatie.
#### § 5.4.2. Rampenbestrijdingsplan
##### Artikel 84m
Deze paragraaf is van toepassing op mijnbouwwerken.
##### Artikel 88a
De exploitant van een productie-installatie die in Nederland is gevestigd of diens dochteronderneming doet op verzoek van het Staatstoezicht op de mijnen verslag over de omstandigheden van elk zwaar ongeval dat zich buiten de Europese Unie heeft voltrokken en waar deze bij betrokken is geweest.
### Hoofdstuk 6. Pijpleidingen en kabels
#### § 6.4. Het beëindigen van het gebruik van een pijpleiding
#### § 6.5. Kabels
### Hoofdstuk 7. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens
#### § 7.2. Vertrouwelijkheid, beheer, gebruik en ter inzage legging van gegevens
#### § 7.3. Gegevens in verband met aardwarmte en boorgaten
### Hoofdstuk 8. Waarborgfonds mijnbouwschade
#### § 8.1. Begripsbepalingen
#### § 8.2. Het vermogen van het fonds
#### § 8.5. Het beheer van het fonds
### Hoofdstuk 9. Splitsen, afsplitsen en samenvoegen van vergunningen
#### § 9.1. Algemeen
#### § 9.2. Splitsen van vergunningen
#### § 9.2a. Afsplitsen van winningsvergunningen
##### Artikel 136a
1. Op een aanvraag als bedoeld in [artikel 143, achtste lid, eerste volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=143) van de houder van een winningsvergunning wijzigt Onze Minister de winningsvergunning door van het gebied waarop die vergunning betrekking heeft, af te splitsen een gebiedsdeel dat de vergunninghouder wil doen overgaan op een ander en verleent Onze Minister aan deze vergunninghouder een winningsvergunning voor het afgesplitste gebiedsdeel.
2. De op grond van het eerste lid verleende winningsvergunning voor een afgesplitst gebiedsdeel geldt tezamen met de winningsvergunning waarvan dat deel is afgesplitst voor hetzelfde gebied als waarvoor de winningsvergunning voorafgaand aan de afsplitsing geldt.
3. Het tijdvak waarvoor de op grond van het eerste lid te verlenen vergunning geldt, eindigt op het tijdstip waarop het tijdvak van de winningsvergunning waarvan dat deel is afgesplitst eindigt.
##### Artikel 136b
Een aanvraag om afsplitsing van een winningsvergunning wordt niet ingewilligd indien dat ertoe leidt dat een voorkomen van delfstoffen of aardwarmte dan wel een voorkomen voor het opslaan van stoffen in het oorspronkelijke vergunningsgebied zich door deze afsplitsing in twee of meer verschillende vergunningsgebieden zal bevinden.
#### § 9.3. Samenvoegen van vergunningen
#### § 9.4. Overige regels
##### Artikel 143a
1. Voor zover het niet verenigbaar is met het bij of krachtens de wet bepaalde om aan de winningsvergunning voor een afgesplitst gebiedsdeel de beperkingen en voorschriften te verbinden, die zijn verbonden aan de winningsvergunning waarvan dat gebiedsdeel is afgesplitst, kan Onze Minister aan de winningsvergunning voor het afgesplitste gebiedsdeel aangepaste voorschriften en beperkingen verbinden.
2. Onze Minister kan voorschriften en beperkingen aanpassen als bedoeld in het eerste lid, mede met het oog op:
- a. het planmatig beheer of gebruik van delfstoffen, aardwarmte en andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater;
- b. mogelijkheden tot het opslaan van stoffen.
### Hoofdstuk 10. De veiligheid van groeven
#### § 10.1. Algemeen
#### § 10.2. Vergunning voor winning van kalksteen
#### § 10.5. Het buiten gebruik stellen van een groeve
##### Artikel 161a
1. De bedragen, verschuldigd op grond van [artikel 133, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=133) zijn vaste bedragen.
2. De bedragen, bedoeld in [artikel 133, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=133) worden in rekening gebracht voor het op aanvraag verlenen, wijzigen of intrekken van:
- a. een vergunning als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=6);
- b. een instemming met een winningsplan als bedoeld in [artikel 34, derde lid, van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=34);
- c. een omgevingsvergunning als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1) met betrekking tot een inrichting of mijnbouwwerk als bedoeld in [artikel 3.3, vierde lid, van het Besluit omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027464&artikel=3.3);
- d. een vergunning als bedoeld in [artikel 40, tweede lid, eerste volzin, van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40);
- e. een vergunning als bedoeld in [artikel 94, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6&paragraaf=6.2&artikel=94&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van het Mijnbouwbesluit;
- f. een instemming als bedoeld in de [artikelen 39, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.4&artikel=39&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=55&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van het Mijnbouwbesluit;
- g. een ontheffing krachtens dit besluit of een krachtens dit besluit vastgestelde ministeriële regeling, die betrekking heeft op een productie-installatie, een niet-productie-installatie, een pijpleiding of een gastransportnet als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011440&artikel=1);
- h. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- i. een melding als bedoeld in de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023771&artikel=7) en [8 van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023771&artikel=8);
- j. een maatwerkvoorschrift als bedoeld in [artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022762&artikel=1.2).
3. De bedragen die krachtens [artikel 133, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=133) in rekening worden gebracht voor de uitvoering van taken door de inspecteur-generaal der mijnen en de bedragen die krachtens het eerste lid in rekening worden gebracht worden onderscheiden:
- a. per exploitant, eigenaar of netbeheerder, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen actieve en niet-actieve exploitanten of eigenaren;
- b. per activiteit, en
- c. afhankelijk van de locatie op land of op zee, de eigenschappen en de grootte van de productie- installatie, de niet-productie-installatie, de pijpleiding of het gastransportnet, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011440&artikel=1).
4. Onze Minister brengt de bedragen in rekening en verzendt een beschikking daartoe aan de desbetreffende exploitant, eigenaar of netbeheerder.
### Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen
### Hoofdstuk 12. Wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur
#### § 12.1. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
#### § 12.2. Ministerie van Justitie
#### § 12.3. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
#### § 12.4. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
#### § 12.5. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
### Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
2017-01-01
2016-07-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 47 más
2016-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 47 más
2013-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 47 más
2012-12-07
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 47 más
2012-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 48 más
2011-09-10
2011-07-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 49 más
2011-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 49 más
2010-07-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 57 más
2009-12-28
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 58 más
2009-11-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 58 más
2009-07-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 58 más
2007-09-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 58 más
2007-07-11
2007-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 8, 17 y 70 más
2005-07-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 8, 17 y 70 más
2004-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 4, 5, 8 y 74 más
2003-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 1, 1, 1 y 263 más
2003-01-01
Mijnbouwbesluit
original version Tekst op deze datum