Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 6 december 2002, houdende regels ter uitvoering van de Mijnbouwwet (Mijnbouwbesluit)
27 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 25, 27, 29 y 34 más
2025-10-01
Mijnbouwbesluit
2024-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 25, 27, 29 y 38 más
2023-07-01
Mijnbouwbesluit
2022-01-01
Mijnbouwbesluit
2017-07-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 44 más
2017-04-01
Mijnbouwbesluit
2017-01-01
Mijnbouwbesluit
2016-07-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 47 más
2016-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 47 más
2013-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 47 más
2012-12-07
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 47 más
2012-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 48 más
2011-09-10
Mijnbouwbesluit
2011-07-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 49 más
2011-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 49 más
2010-07-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 57 más
Wijzigingen op 2010-07-01
@@ -76,7 +76,7 @@
##### Artikel 5
De bescheiden en de gegevens, bedoeld bij of krachtens dit besluit, worden door een uitvoerder, een onderzoeker als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=9&z=2009-12-28&g=2009-12-28), een beheerder als bedoeld in [artikel 92, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=92&z=2009-12-28&g=2009-12-28), en een vergunninghouder als bedoeld in de [artikelen 152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=152&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [157](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=157&z=2009-12-28&g=2009-12-28) op deugdelijke wijze opgesteld en bijgehouden. Zij worden, voor zover bij of krachtens dit besluit niet anders is bepaald, gedurende ten minste een jaar bewaard.
De bescheiden en de gegevens, bedoeld bij of krachtens dit besluit, worden door een uitvoerder, een onderzoeker als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=9&z=2010-07-01&g=2010-07-01), een beheerder als bedoeld in [artikel 92, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=92&z=2010-07-01&g=2010-07-01), en een vergunninghouder als bedoeld in de [artikelen 152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=152&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [157](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=157&z=2010-07-01&g=2010-07-01) op deugdelijke wijze opgesteld en bijgehouden. Zij worden, voor zover bij of krachtens dit besluit niet anders is bepaald, gedurende ten minste een jaar bewaard.
##### Artikel 6
@@ -112,7 +112,7 @@
1. Indien bij mijnbouwactiviteiten op het continentaal plat een monument dan wel een vermoedelijk monument in de zin van de [Monumentenwet 1988](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471) wordt gevonden, zijn de [artikelen 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=53), [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=56), [58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=58), en [59 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=59) van overeenkomstige toepassing.
2. De uitvoerder onderscheidenlijk de beheerder stelt de onderzoeksgegevens, bedoeld in [artikel 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=48&z=2009-12-28&g=2009-12-28), onderscheidenlijk de gegevens voortvloeiend uit onderzoek naar de aanleg en ligging van een pijpleiding als bedoeld in [artikel 92, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=92&z=2009-12-28&g=2009-12-28), ter beschikking aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, voor zover die gegevens informatie kunnen verschaffen over de aanwezigheid van archeologische monumenten dan wel vermoedelijke archeologische monumenten in of op de bodem van de territoriale zee of het continentaal plat.
2. De uitvoerder onderscheidenlijk de beheerder stelt de onderzoeksgegevens, bedoeld in [artikel 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=48&z=2010-07-01&g=2010-07-01), onderscheidenlijk de gegevens voortvloeiend uit onderzoek naar de aanleg en ligging van een pijpleiding als bedoeld in [artikel 92, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=92&z=2010-07-01&g=2010-07-01), ter beschikking aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, voor zover die gegevens informatie kunnen verschaffen over de aanwezigheid van archeologische monumenten dan wel vermoedelijke archeologische monumenten in of op de bodem van de territoriale zee of het continentaal plat.
### Hoofdstuk 2. Verkenningsonderzoek
@@ -186,11 +186,11 @@
2. Het verbod geldt niet indien:
- a. is voldaan aan de bij of krachtens [artikel 16, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=16&z=2009-12-28&g=2009-12-28), gestelde regels;
- b. het verkenningsvaartuig wordt begeleid door ten minste twee vaartuigen die tot taak hebben de persoon, bedoeld in [artikel 16, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=16&z=2009-12-28&g=2009-12-28), bij te staan bij de begeleiding of het op afstand houden van de overige scheepvaart en daartoe zijn uitgerust met radar-, navigatie- en telecommunicatieapparatuur alsmede voldoende pyrotechnische middelen.
3. Op de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde uitrusting is [artikel 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=15&z=2009-12-28&g=2009-12-28), van overeenkomstige toepassing.
- a. is voldaan aan de bij of krachtens [artikel 16, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=16&z=2010-07-01&g=2010-07-01), gestelde regels;
- b. het verkenningsvaartuig wordt begeleid door ten minste twee vaartuigen die tot taak hebben de persoon, bedoeld in [artikel 16, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=16&z=2010-07-01&g=2010-07-01), bij te staan bij de begeleiding of het op afstand houden van de overige scheepvaart en daartoe zijn uitgerust met radar-, navigatie- en telecommunicatieapparatuur alsmede voldoende pyrotechnische middelen.
3. Op de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde uitrusting is [artikel 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=15&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 18
@@ -316,7 +316,7 @@
- f. een beschrijving van de wijze waarop de holruimte na beëindiging van de winning buiten gebruik wordt gesteld.
2. [Artikel 24, eerste lid, onderdelen c tot en met g, en l tot en met s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=24&z=2009-12-28&g=2009-12-28), en [artikel 24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=24&z=2009-12-28&g=2009-12-28), zijn van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 24, eerste lid, onderdelen c tot en met g, en l tot en met s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=24&z=2010-07-01&g=2010-07-01), en [artikel 24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=24&z=2010-07-01&g=2010-07-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 3.2. Het opslaan van stoffen
@@ -338,11 +338,11 @@
- g. een risico-analyse omtrent bodembeweging als gevolg van de opslag.
2. [Artikel 24, eerste lid, onderdelen d tot en met g, en onderdelen l, q, r en s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=24&z=2009-12-28&g=2009-12-28), alsmede [artikel 24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=24&z=2009-12-28&g=2009-12-28), zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het [eerste lid, onderdeel g, en de onderdelen q, r en s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=24&z=2009-12-28&g=2009-12-28) niet van toepassing zijn op voorkomens die gelegen zijn aan de zeezijde van de lijn die in de [bijlage bij de wet](onbekend) is vastgelegd.
2. [Artikel 24, eerste lid, onderdelen d tot en met g, en onderdelen l, q, r en s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=24&z=2010-07-01&g=2010-07-01), alsmede [artikel 24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=24&z=2010-07-01&g=2010-07-01), zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het [eerste lid, onderdeel g, en de onderdelen q, r en s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=24&z=2010-07-01&g=2010-07-01) niet van toepassing zijn op voorkomens die gelegen zijn aan de zeezijde van de lijn die in de [bijlage bij de wet](onbekend) is vastgelegd.
##### Artikel 27
In geval de opslag van stoffen van tijdelijke aard is, bevat het plan voor het opslaan van stoffen als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=26&z=2009-12-28&g=2009-12-28), tevens:
In geval de opslag van stoffen van tijdelijke aard is, bevat het plan voor het opslaan van stoffen als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=26&z=2010-07-01&g=2010-07-01), tevens:
- a. beschrijving van de wijze waarop de stoffen die zijn opgeslagen, worden teruggehaald en van de stoffen die daarbij gebruikt worden, en
@@ -376,7 +376,7 @@
##### Artikel 29
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inhoud van het winningsplan, bedoeld in de [artikelen 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=24&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=25&z=2009-12-28&g=2009-12-28), en het plan voor het opslaan van stoffen als bedoeld in [artikelen 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=26&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=27&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inhoud van het winningsplan, bedoeld in de [artikelen 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=24&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=25&z=2010-07-01&g=2010-07-01), en het plan voor het opslaan van stoffen als bedoeld in [artikelen 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=26&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=27&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
### Hoofdstuk 4. Het meten van bodembeweging
@@ -412,7 +412,7 @@
1. De uitvoerder draagt ervoor zorg dat de metingen op een zorgvuldige en betrouwbare wijze plaatsvinden.
2. De uitvoerder overlegt de resultaten van de eerste meting, bedoeld in [artikel 30, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=30&z=2009-12-28&g=2009-12-28), uiterlijk twee weken voor de aanvang van de winning aan de inspecteur-generaal der mijnen.
2. De uitvoerder overlegt de resultaten van de eerste meting, bedoeld in [artikel 30, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=30&z=2010-07-01&g=2010-07-01), uiterlijk twee weken voor de aanvang van de winning aan de inspecteur-generaal der mijnen.
3. De uitvoerder overlegt de resultaten van de metingen twaalf weken na het verrichten van de metingen aan de inspecteur-generaal der mijnen.
@@ -420,13 +420,13 @@
##### Artikel 32
De [artikelen 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=30&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=31&z=2009-12-28&g=2009-12-28) zijn van overeenkomstige toepassing op de opslag van stoffen.
De [artikelen 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=30&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=31&z=2010-07-01&g=2010-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de opslag van stoffen.
#### § 4.2. Zoutholten
##### Artikel 33
1. In geval van zoutwinning en opslag van stoffen in een door zoutwinning ontstane holruimte bevat het meetplan, bedoeld in [artikel 30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=30&z=2009-12-28&g=2009-12-28), tevens een beschrijving van:
1. In geval van zoutwinning en opslag van stoffen in een door zoutwinning ontstane holruimte bevat het meetplan, bedoeld in [artikel 30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=30&z=2010-07-01&g=2010-07-01), tevens een beschrijving van:
- a. de tijdstippen waarop metingen in de holruimte worden uitgevoerd, en
@@ -538,9 +538,9 @@
##### Artikel 42
1. [Artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1¶graaf=5.1.1&artikel=35&z=2009-12-28&g=2009-12-28) is van overeenkomstige toepassing op mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken.
2. [Artikel 37, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1¶graaf=5.1.2&artikel=37&z=2009-12-28&g=2009-12-28), is van overeenkomstige toepassing op mijnbouwinstallaties.
1. [Artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1¶graaf=5.1.1&artikel=35&z=2010-07-01&g=2010-07-01) is van overeenkomstige toepassing op mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken.
2. [Artikel 37, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1¶graaf=5.1.2&artikel=37&z=2010-07-01&g=2010-07-01), is van overeenkomstige toepassing op mijnbouwinstallaties.
#### § 5.2.2. Het ontwerpen, plaatsen en gebruiken van mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken
@@ -668,7 +668,7 @@
1. Het is verboden zonder instemming van Onze Minister een uitsluitend voor de winning bestemde mijnbouwinstallatie te plaatsen. Het verzoek tot instemming wordt uiterlijk acht weken voor aanvang van de beoogde plaatsing van de mijnbouwinstallatie ingediend.
2. De instemming wordt geweigerd indien de mijnbouwinstallatie niet voldoet aan de eisen en normen, vastgelegd in de [artikelen 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=46&z=2009-12-28&g=2009-12-28), [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=47&z=2009-12-28&g=2009-12-28), [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=50&z=2009-12-28&g=2009-12-28), [51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=51&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=52&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
2. De instemming wordt geweigerd indien de mijnbouwinstallatie niet voldoet aan de eisen en normen, vastgelegd in de [artikelen 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=46&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=47&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=50&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=51&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=52&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
3. De instemming kan slechts worden geweigerd in verband met risico op schade of in verband met de opwekking van elektriciteit.
@@ -684,11 +684,11 @@
##### Artikel 56
1. Bij het verzoek om instemming als bedoeld in [artikel 55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=55&z=2009-12-28&g=2009-12-28), worden in ieder geval overgelegd:
1. Bij het verzoek om instemming als bedoeld in [artikel 55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=55&z=2010-07-01&g=2010-07-01), worden in ieder geval overgelegd:
- a. gegevens omtrent de aanwezigheid van leidingen en kabels in de nabijheid van de beoogde plaats van plaatsing;
- b. gegevens omtrent de gesteldheid van de bodem en de aanwezigheid van obstakels als bedoeld in [artikel 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=48&z=2009-12-28&g=2009-12-28);
- b. gegevens omtrent de gesteldheid van de bodem en de aanwezigheid van obstakels als bedoeld in [artikel 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=48&z=2010-07-01&g=2010-07-01);
- c. bij een voor de winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie: het ontwerp van de dragende constructie alsmede een beschrijving van de wijze van plaatsing en een opgave van de herkenningstekens, geluidsbakens, lichtbakens en, voor zover Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zulks bepaalt, elektronische bakens of radarreflectoren van de mijnbouwinstallatie;
@@ -696,9 +696,9 @@
- 1°. overlegging niet noodzakelijk is indien de verklaring niet ouder is dan vijf jaar en de verklaring reeds eerder is verstrekt;
- 2°. [artikel 53a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=53a&z=2009-12-28&g=2009-12-28), van overeenkomstige toepassing is;
- e. bij een voor de winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie: een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat naar zijn voorlopige oordeel de te plaatsen mijnbouwinstallatie voldoet aan [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=50&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
- 2°. [artikel 53a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=53a&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van overeenkomstige toepassing is;
- e. bij een voor de winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie: een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat naar zijn voorlopige oordeel de te plaatsen mijnbouwinstallatie voldoet aan [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=50&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de in de onderdelen d en e bedoelde verklaring.
@@ -762,15 +762,15 @@
##### Artikel 64
De [artikelen 44 tot en met 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=44&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.3&artikel=58&z=2009-12-28&g=2009-12-28) zijn van overeenkomstige toepassing op een mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.4&artikel=63&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
De [artikelen 44 tot en met 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=44&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.3&artikel=58&z=2010-07-01&g=2010-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing op een mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.4&artikel=63&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
##### Artikel 65
De uitvoerder doet acht weken voor plaatsing van een mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.4&artikel=63&z=2009-12-28&g=2009-12-28), mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen. Bij de mededeling worden het ontwerp van de constructie, de gegevens bedoeld in [artikel 56, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=56&z=2009-12-28&g=2009-12-28), alsmede een beschrijving van de wijze van plaatsing gevoegd.
De uitvoerder doet acht weken voor plaatsing van een mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.4&artikel=63&z=2010-07-01&g=2010-07-01), mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen. Bij de mededeling worden het ontwerp van de constructie, de gegevens bedoeld in [artikel 56, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=56&z=2010-07-01&g=2010-07-01), alsmede een beschrijving van de wijze van plaatsing gevoegd.
##### Artikel 66
1. Een mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.4&artikel=63&z=2009-12-28&g=2009-12-28), wordt na beëindiging van de activiteiten ervan buiten gebruik gesteld en verwijderd, overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels.
1. Een mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.4&artikel=63&z=2010-07-01&g=2010-07-01), wordt na beëindiging van de activiteiten ervan buiten gebruik gesteld en verwijderd, overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels.
2. De uitvoerder informeert de inspecteur-generaal der mijnen tenminste vierentwintig uren voor het tijdstip van verwijdering van de mijnbouwinstallatie.
@@ -788,7 +788,7 @@
##### Artikel 68
De activiteiten, bedoeld in [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.1&artikel=67&z=2009-12-28&g=2009-12-28), worden slechts verricht indien de desbetreffende stoffen uit de ondergrondse formaties onder controle worden gehouden.
De activiteiten, bedoeld in [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.1&artikel=67&z=2010-07-01&g=2010-07-01), worden slechts verricht indien de desbetreffende stoffen uit de ondergrondse formaties onder controle worden gehouden.
##### Artikel 69
@@ -824,11 +824,11 @@
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent:
- a. de in [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.1&artikel=70&z=2009-12-28&g=2009-12-28) bedoelde beveiligingen en oefeningen in het gebruik van de beveiligingen;
- b. de in [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.1&artikel=71&z=2009-12-28&g=2009-12-28) bedoelde inrichting van een boorgat en de beveiligingen ervan, en
- c. het in [artikel 72](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.1&artikel=72&z=2009-12-28&g=2009-12-28) bedoelde buiten werking stellen.
- a. de in [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.1&artikel=70&z=2010-07-01&g=2010-07-01) bedoelde beveiligingen en oefeningen in het gebruik van de beveiligingen;
- b. de in [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.1&artikel=71&z=2010-07-01&g=2010-07-01) bedoelde inrichting van een boorgat en de beveiligingen ervan, en
- c. het in [artikel 72](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.1&artikel=72&z=2010-07-01&g=2010-07-01) bedoelde buiten werking stellen.
#### § 5.3.2. Informatievoorziening in verband met boorgaten
@@ -856,9 +856,9 @@
Bij ministeriële regeling worden regels dan wel nadere regels gesteld omtrent:
- a. de inhoud van het in [artikel 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.2&artikel=74&z=2009-12-28&g=2009-12-28) bedoelde werkprogramma, voor zover het betreft het aanleggen, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat, en het tijdstip waarop het werkprogramma aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt gezonden alsmede de gegevens en bescheiden die daarbij worden overgelegd;
- b. de inhoud van de in [artikel 76](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.2&artikel=76&z=2009-12-28&g=2009-12-28) bedoelde rapporten en de wijze waarop deze rapporten ter kennis van de inspecteur-generaal der mijnen worden gebracht.
- a. de inhoud van het in [artikel 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.2&artikel=74&z=2010-07-01&g=2010-07-01) bedoelde werkprogramma, voor zover het betreft het aanleggen, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat, en het tijdstip waarop het werkprogramma aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt gezonden alsmede de gegevens en bescheiden die daarbij worden overgelegd;
- b. de inhoud van de in [artikel 76](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.2&artikel=76&z=2010-07-01&g=2010-07-01) bedoelde rapporten en de wijze waarop deze rapporten ter kennis van de inspecteur-generaal der mijnen worden gebracht.
### Afdeling 5.4. Milieu en rampenbestrijdingsplan op mijnbouwinstallaties
@@ -924,7 +924,7 @@
##### Artikel 81
1. Op een mijnbouwinstallatie worden met betrekking tot het met het normale gebruik van de installatie samenhangende of daaruit voortvloeiende lozingen van andere dan in [artikel 80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.1&artikel=80&z=2009-12-28&g=2009-12-28) genoemde stoffen of andere verontreinigende dan wel schadelijke stoffen zodanige maatregelen genomen dat verontreiniging van oppervlaktewater zoveel mogelijk wordt voorkomen.
1. Op een mijnbouwinstallatie worden met betrekking tot het met het normale gebruik van de installatie samenhangende of daaruit voortvloeiende lozingen van andere dan in [artikel 80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.1&artikel=80&z=2010-07-01&g=2010-07-01) genoemde stoffen of andere verontreinigende dan wel schadelijke stoffen zodanige maatregelen genomen dat verontreiniging van oppervlaktewater zoveel mogelijk wordt voorkomen.
2. Het is verboden stoffen of preparaten te lozen als bedoeld in het derde lid, onderdeel a.
@@ -940,7 +940,7 @@
##### Artikel 82
1. De uitvoerder neemt onmiddellijk passende maatregelen in geval van lozingen waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan als bedoeld in de [artikelen 80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.1&artikel=80&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [81](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.1&artikel=81&z=2009-12-28&g=2009-12-28). De bedoelde passende maatregelen houden in het voorkomen, bestrijden of beperken van de bedoelde nadelige gevolgen.
1. De uitvoerder neemt onmiddellijk passende maatregelen in geval van lozingen waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan als bedoeld in de [artikelen 80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.1&artikel=80&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [81](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.1&artikel=81&z=2010-07-01&g=2010-07-01). De bedoelde passende maatregelen houden in het voorkomen, bestrijden of beperken van de bedoelde nadelige gevolgen.
2. De uitvoerder meldt het voorval zo spoedig mogelijk aan het Kustwachtcentrum en de inspecteur-generaal der mijnen.
@@ -1014,27 +1014,27 @@
##### Artikel 87
1. Indien zich een voorval als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.2&artikel=86&z=2009-12-28&g=2009-12-28), voordoet op een mijnbouwinstallatie, wordt onmiddellijk uitvoering gegeven aan het rampenbestrijdingsplan.
1. Indien zich een voorval als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.2&artikel=86&z=2010-07-01&g=2010-07-01), voordoet op een mijnbouwinstallatie, wordt onmiddellijk uitvoering gegeven aan het rampenbestrijdingsplan.
2. Zodra daartoe de mogelijkheid bestaat, meldt de uitvoerder het voorval aan de inspecteur-generaal der mijnen en het Kustwachtcentrum.
##### Artikel 88
1. Indien zich een voorval als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.2&artikel=86&z=2009-12-28&g=2009-12-28), voordoet in de omgeving van een mijnbouwinstallatie, meldt de uitvoerder het voorval onmiddellijk aan de inspecteur-generaal der mijnen en het Kustwachtcentrum.
1. Indien zich een voorval als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.2&artikel=86&z=2010-07-01&g=2010-07-01), voordoet in de omgeving van een mijnbouwinstallatie, meldt de uitvoerder het voorval onmiddellijk aan de inspecteur-generaal der mijnen en het Kustwachtcentrum.
2. De uitvoerder verleent op aanwijzing van Onze Minister zoveel mogelijk hulp en bijstand bij het bestrijden van het voorval of het beperken van de gevolgen ervan.
##### Artikel 89
De werkzaamheden ter bestrijding van voorvallen als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.2&artikel=86&z=2009-12-28&g=2009-12-28), of ter beperking van de gevolgen ervan geschieden onder toezicht van een daartoe aangewezen deskundig persoon en door vakkundig personeel, dat daartoe voldoende geoefend en geïnstrueerd is.
De werkzaamheden ter bestrijding van voorvallen als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.2&artikel=86&z=2010-07-01&g=2010-07-01), of ter beperking van de gevolgen ervan geschieden onder toezicht van een daartoe aangewezen deskundig persoon en door vakkundig personeel, dat daartoe voldoende geoefend en geïnstrueerd is.
##### Artikel 90
Onze Minister kan bepalen dat een of meer door hem aangewezen uitvoerders al dan niet gezamenlijk op daarbij aangegeven plaatsen en in een daarbij aangegeven omvang voor onmiddellijk gebruik ter beschikking hebben vaartuigen, helikopters of ander materieel ter bestrijding van voorvallen als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.2&artikel=86&z=2009-12-28&g=2009-12-28), of ter beperking van de gevolgen ervan.
Onze Minister kan bepalen dat een of meer door hem aangewezen uitvoerders al dan niet gezamenlijk op daarbij aangegeven plaatsen en in een daarbij aangegeven omvang voor onmiddellijk gebruik ter beschikking hebben vaartuigen, helikopters of ander materieel ter bestrijding van voorvallen als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.2&artikel=86&z=2010-07-01&g=2010-07-01), of ter beperking van de gevolgen ervan.
##### Artikel 91
Onze Minister kan ten aanzien van het bestrijden van een voorval als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.2&artikel=86&z=2009-12-28&g=2009-12-28), of het beperken van de gevolgen ervan:
Onze Minister kan ten aanzien van het bestrijden van een voorval als bedoeld in [artikel 86, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.2&artikel=86&z=2010-07-01&g=2010-07-01), of het beperken van de gevolgen ervan:
- a. aanwijzingen geven op welke wijze de desbetreffende werkzaamheden worden verricht en welke bestrijdingsmiddelen daarbij worden aangewend;
@@ -1060,7 +1060,7 @@
- d. beheerder: degene voor wiens rekening en risico een pijpleiding of kabel wordt aangelegd, gebruikt dan wel in stand gehouden;
- e. vergunning: vergunning als bedoeld in [artikel 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=94&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
- e. vergunning: vergunning als bedoeld in [artikel 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=94&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
##### Artikel 93
@@ -1074,13 +1074,13 @@
##### Artikel 94
1. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een pijpleiding in de territoriale zee of op het continentaal plat aan te leggen. Indien de pijpleiding zal worden aangelegd in een gebied als bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=44&z=2009-12-28&g=2009-12-28) of [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=45&z=2009-12-28&g=2009-12-28) wordt de vergunning verleend door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie respectievelijk Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
2. De vergunning wordt geweigerd indien de pijpleiding niet voldoet aan de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=93&z=2009-12-28&g=2009-12-28) gestelde eisen.
1. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een pijpleiding in de territoriale zee of op het continentaal plat aan te leggen. Indien de pijpleiding zal worden aangelegd in een gebied als bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=44&z=2010-07-01&g=2010-07-01) of [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=45&z=2010-07-01&g=2010-07-01) wordt de vergunning verleend door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie respectievelijk Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
2. De vergunning wordt geweigerd indien de pijpleiding niet voldoet aan de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=93&z=2010-07-01&g=2010-07-01) gestelde eisen.
3. De vergunning kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden in verband met risico op schade.
4. Indien de vergunning betrekking heeft op een pijpleiding waarvoor op grond van het [Besluit milieu-effectrapportage 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006788) het maken van een milieu-effectrapport verplicht is, zijn:
4. Indien de vergunning betrekking heeft op een pijpleiding waarvoor op grond van het [Besluit milieueffectrapportage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006788) het maken van een milieueffectrapport verplicht is, zijn:
- a. [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7) en [afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&afdeling=13.2) van overeenkomstige toepassing, en
@@ -1088,11 +1088,11 @@
##### Artikel 95
[Artikel 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=94&z=2009-12-28&g=2009-12-28) is van overeenkomstige toepassing op een pijpleiding waarvan het aanleggen zal plaatsvinden in of op een ander gebied dan bedoeld in het [eerste lid, eerste volzin, van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=94&z=2009-12-28&g=2009-12-28), en waarvoor op grond van het [Besluit milieu-effectrapportage 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006788) het maken van een milieu-effectrapport verplicht is.
[Artikel 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=94&z=2010-07-01&g=2010-07-01) is van overeenkomstige toepassing op een pijpleiding waarvan het aanleggen zal plaatsvinden in of op een ander gebied dan bedoeld in het [eerste lid, eerste volzin, van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=94&z=2010-07-01&g=2010-07-01), en waarvoor op grond van het [Besluit milieueffectrapportage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006788) het maken van een milieueffectrapport verplicht is.
##### Artikel 96
Onze Minister beslist over de aanvraag om een vergunning binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag en, in geval [artikel 94, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=94&z=2009-12-28&g=2009-12-28), of [95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=95&z=2009-12-28&g=2009-12-28) van toepassing is, binnen de in [artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18) gestelde termijn.
Onze Minister beslist over de aanvraag om een vergunning binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag en, in geval [artikel 94, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=94&z=2010-07-01&g=2010-07-01), of [95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=95&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van toepassing is, binnen de in [artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18) gestelde termijn.
#### § 6.3. Het gebruik van een pijpleiding
@@ -1102,11 +1102,11 @@
2. De beheerder doet het verzoek, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk twee weken voordat hij de pijpleiding in gebruik wil nemen. Daarbij verstrekt de beheerder aan Onze Minister:
- a. een verklaring van een onafhankelijke deskundige, waarin wordt beoordeeld of de eigenschappen en de aanleg van de pijpleiding voldoen aan de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=93&z=2009-12-28&g=2009-12-28) gestelde eisen, en
- b. gegevens waaruit blijkt dat de ligging van de pijpleiding die is aangelegd in de territoriale zee of het continentaal plat voldoet aan de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=93&z=2009-12-28&g=2009-12-28) gestelde eisen en, voor zover van toepassing, aan de desbetreffende vergunningvoorschriften.
3. De instemming tot ingebruikname is van rechtswege gegeven, indien Onze Minister niet binnen twee weken na ontvangst van het verzoek de in het eerste lid bedoelde mededeling heeft gedaan, tenzij zich een geval voordoet als bedoeld in [artikel 98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=98&z=2009-12-28&g=2009-12-28). De instemming van rechtswege wordt voor de mogelijkheid van bezwaar en beroep gelijkgesteld met een besluit als bedoeld in [artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=1:3).
- a. een verklaring van een onafhankelijke deskundige, waarin wordt beoordeeld of de eigenschappen en de aanleg van de pijpleiding voldoen aan de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=93&z=2010-07-01&g=2010-07-01) gestelde eisen, en
- b. gegevens waaruit blijkt dat de ligging van de pijpleiding die is aangelegd in de territoriale zee of het continentaal plat voldoet aan de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=93&z=2010-07-01&g=2010-07-01) gestelde eisen en, voor zover van toepassing, aan de desbetreffende vergunningvoorschriften.
3. De instemming tot ingebruikname is van rechtswege gegeven, indien Onze Minister niet binnen twee weken na ontvangst van het verzoek de in het eerste lid bedoelde mededeling heeft gedaan, tenzij zich een geval voordoet als bedoeld in [artikel 98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=98&z=2010-07-01&g=2010-07-01). De instemming van rechtswege wordt voor de mogelijkheid van bezwaar en beroep gelijkgesteld met een besluit als bedoeld in [artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=1:3).
##### Artikel 98
@@ -1116,7 +1116,7 @@
##### Artikel 99
1. Gedurende het gebruik of de instandhouding van een pijpleiding onderzoekt de beheerder periodiek de eigenschappen, en tevens de ligging van de pijpleiding voor zover deze is aangelegd in de territoriale zee of het continentaal plat, aan de hand van de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=93&z=2009-12-28&g=2009-12-28) gestelde eisen en, voor zover van toepassing, aan de desbetreffende vergunningvoorschriften.
1. Gedurende het gebruik of de instandhouding van een pijpleiding onderzoekt de beheerder periodiek de eigenschappen, en tevens de ligging van de pijpleiding voor zover deze is aangelegd in de territoriale zee of het continentaal plat, aan de hand van de bij of krachtens [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=93&z=2010-07-01&g=2010-07-01) gestelde eisen en, voor zover van toepassing, aan de desbetreffende vergunningvoorschriften.
2. De beheerder verstrekt slechts die resultaten van het onderzoek aan de inspecteur-generaal der mijnen, waarbij afwijkingen worden geconstateerd van de eisen, bedoeld in het eerste lid.
@@ -1156,7 +1156,7 @@
1. Een herstelde pijpleiding, of het betrokken deel ervan, wordt niet eerder opnieuw in gebruik genomen, dan nadat Onze Minister aan de beheerder op diens verzoek heeft medegedeeld daarmee in te stemmen.
2. De [artikelen 97, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=97&z=2009-12-28&g=2009-12-28), en [98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=98&z=2009-12-28&g=2009-12-28) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De [artikelen 97, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=97&z=2010-07-01&g=2010-07-01), en [98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=98&z=2010-07-01&g=2010-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 102
@@ -1188,11 +1188,11 @@
##### Artikel 106
De [artikelen 94 tot en met 104](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=94&z=2009-12-28&g=2009-12-28) zijn van overeenkomstige toepassing op een kabel, met dien verstande dat waar in de genoemde artikelen wordt verwezen naar [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=93&z=2009-12-28&g=2009-12-28) in plaats daarvan gelezen wordt: [artikel 105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.5&artikel=105&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
De [artikelen 94 tot en met 104](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=94&z=2010-07-01&g=2010-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing op een kabel, met dien verstande dat waar in de genoemde artikelen wordt verwezen naar [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=93&z=2010-07-01&g=2010-07-01) in plaats daarvan gelezen wordt: [artikel 105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.5&artikel=105&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
##### Artikel 107
Op een samenstel van een pijpleiding en een kabel zijn de [paragrafen 6.1 tot en met 6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&z=2009-12-28&g=2009-12-28), respectievelijk [paragraaf 6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.5&z=2009-12-28&g=2009-12-28) van toepassing.
Op een samenstel van een pijpleiding en een kabel zijn de [paragrafen 6.1 tot en met 6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&z=2010-07-01&g=2010-07-01), respectievelijk [paragraaf 6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.5&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van toepassing.
### Hoofdstuk 7. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens
@@ -1286,15 +1286,15 @@
- i. het feitelijk gebruik van de in het voorkomen aanwezige boorgaten, en
- j. de gegevens, bedoeld in [artikel 24, eerste lid, onderdelen b en k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=24&z=2009-12-28&g=2009-12-28), voor zover de gegevens wezenlijk afwijken van het ingediende winningsplan.
- j. de gegevens, bedoeld in [artikel 24, eerste lid, onderdelen b en k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=24&z=2010-07-01&g=2010-07-01), voor zover de gegevens wezenlijk afwijken van het ingediende winningsplan.
2. De uitvoerder verstrekt Onze Minister daarnaast jaarlijks de verwachte hoeveelheden winbare delfstoffen per vermoedelijk voorkomen in het vergunningsgebied dat niet door middel van opsporing is aangetoond, alsmede de daarbij behorende structuurkaarten.
##### Artikel 114
1. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gegevens, bedoeld in de [artikelen 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=108&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=110&z=2009-12-28&g=2009-12-28) alsmede de wijze waarop deze worden verstrekt.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels worden gesteld omtrent de gegevens, bedoeld in de [artikelen 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=109&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [111 tot en met 113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=111&z=2009-12-28&g=2009-12-28) alsmede de wijze waarop deze worden verstrekt.
1. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gegevens, bedoeld in de [artikelen 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=108&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=110&z=2010-07-01&g=2010-07-01) alsmede de wijze waarop deze worden verstrekt.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels worden gesteld omtrent de gegevens, bedoeld in de [artikelen 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=109&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [111 tot en met 113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=111&z=2010-07-01&g=2010-07-01) alsmede de wijze waarop deze worden verstrekt.
#### § 7.2. Vertrouwelijkheid, beheer, gebruik en ter inzage legging van gegevens
@@ -1302,21 +1302,21 @@
1. De in [artikel 123, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=123) bedoelde instellingen beheren de op grond van
[paragraaf 7.1.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&z=2009-12-28&g=2009-12-28) verstrekte gegevens zorgvuldig. De instellingen zijn verplicht de gegevens in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren.
[paragraaf 7.1.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&z=2010-07-01&g=2010-07-01) verstrekte gegevens zorgvuldig. De instellingen zijn verplicht de gegevens in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren.
2. Bij ministeriële regeling kunnen omtrent het eerste lid nadere regels worden gesteld.
##### Artikel 116
1. De gegevens, bedoeld in de [artikelen 111](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=111&z=2009-12-28&g=2009-12-28), [112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=112&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [113, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=113&z=2009-12-28&g=2009-12-28), zijn openbaar, zodra vier weken zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
2. Op de gegevens en de monsters, bedoeld in de [artikelen 108 tot en met 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=108&z=2009-12-28&g=2009-12-28), is [artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van toepassing, totdat vijf jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
3. Op de gegevens en de monsters, bedoeld in [artikel 113, eerste lid, onderdelen c tot en met j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=113&z=2009-12-28&g=2009-12-28), is [artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van toepassing, totdat tien jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
1. De gegevens, bedoeld in de [artikelen 111](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=111&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=112&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [113, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=113&z=2010-07-01&g=2010-07-01), zijn openbaar, zodra vier weken zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
2. Op de gegevens en de monsters, bedoeld in de [artikelen 108 tot en met 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=108&z=2010-07-01&g=2010-07-01), is [artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van toepassing, totdat vijf jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
3. Op de gegevens en de monsters, bedoeld in [artikel 113, eerste lid, onderdelen c tot en met j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=113&z=2010-07-01&g=2010-07-01), is [artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van toepassing, totdat tien jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
##### Artikel 117
Onze Minister kan, zolang de termijnen van [artikel 116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=116&z=2009-12-28&g=2009-12-28) niet zijn verlopen, de in [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=116&z=2009-12-28&g=2009-12-28) bedoelde gegevens ter beschikking stellen aan de Mijnraad, de Technische commissie bodembeweging en de in [artikelen 81, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=81), respectievelijk [89, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=89) bedoelde vennootschap, voor zover deze gegevens worden gebruikt voor de volgende doeleinden:
Onze Minister kan, zolang de termijnen van [artikel 116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=116&z=2010-07-01&g=2010-07-01) niet zijn verlopen, de in [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=116&z=2010-07-01&g=2010-07-01) bedoelde gegevens ter beschikking stellen aan de Mijnraad, de Technische commissie bodembeweging en de in [artikelen 81, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=81), respectievelijk [89, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=89) bedoelde vennootschap, voor zover deze gegevens worden gebruikt voor de volgende doeleinden:
- a. het adviseren van Onze Minister inzake verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte en het opslaan van stoffen in de ondergrond;
@@ -1326,7 +1326,7 @@
##### Artikel 118
1. De gegevens, bedoeld in [artikel 116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=116&z=2009-12-28&g=2009-12-28), worden na afloop van de aldaar genoemde termijnen ter inzage gelegd op de plaats van beheer.
1. De gegevens, bedoeld in [artikel 116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=116&z=2010-07-01&g=2010-07-01), worden na afloop van de aldaar genoemde termijnen ter inzage gelegd op de plaats van beheer.
2. Onze Minister verstrekt op verzoek tegen kostprijs aan derden afschrift van de gegevens, bedoeld in het eerste lid. Monsters worden uitsluitend ter inzage gelegd.
@@ -1336,9 +1336,9 @@
##### Artikel 119
1. De [artikelen 109 tot en met 111](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=109&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [115 tot en met 118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=115&z=2009-12-28&g=2009-12-28) zijn van overeenkomstige toepassing in geval van opsporing of winning van aardwarmte.
2. De [artikelen 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=109&z=2009-12-28&g=2009-12-28), [110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=110&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [115 tot en met 118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=115&z=2009-12-28&g=2009-12-28) zijn van overeenkomstige toepassing in geval van het gebruik van boorgaten als bedoeld in [artikel 49, eerste lid, onderdeel e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=49).
1. De [artikelen 109 tot en met 111](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=109&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [115 tot en met 118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=115&z=2010-07-01&g=2010-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing in geval van opsporing of winning van aardwarmte.
2. De [artikelen 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=109&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=110&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [115 tot en met 118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=115&z=2010-07-01&g=2010-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing in geval van het gebruik van boorgaten als bedoeld in [artikel 49, eerste lid, onderdeel e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=49).
### Hoofdstuk 8. Waarborgfonds mijnbouwschade
@@ -1358,7 +1358,7 @@
- e. schadevergoeding: schadevergoeding als bedoeld in [artikel 137 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=137);
- f. verkenningsonderzoek: onderzoek als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=1), met uitzondering van onderzoek door of in opdracht van een mijnbouwondernemer die behoort tot een van de eerste drie in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=121&z=2009-12-28&g=2009-12-28), drie genoemde sectoren;
- f. verkenningsonderzoek: onderzoek als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=1), met uitzondering van onderzoek door of in opdracht van een mijnbouwondernemer die behoort tot een van de eerste drie in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=121&z=2010-07-01&g=2010-07-01), drie genoemde sectoren;
- g. voorschot: voorschot als bedoeld in [artikel 140 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=140).
@@ -1385,9 +1385,9 @@
##### Artikel 122
1. De bijdrage die een mijnbouwondernemer, behorende tot een van de eerste drie in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=121&z=2009-12-28&g=2009-12-28), genoemde sectoren, verschuldigd is, omvat een bedrag ter grootte van de voorschotten die in het voorafgaande kalenderjaar ten laste van het fonds in verband met zijn mijnbouwactiviteiten zijn betaald.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met een bedrag ter dekking van het aandeel van de sector in het tekort, berekend overeenkomstig [artikel 121, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=121&z=2009-12-28&g=2009-12-28). De mijnbouwondernemers die tot dezelfde sector behoren, doen Onze Minister voor 1 maart gezamenlijk een gemotiveerd voorstel toekomen omtrent het in de eerste volzin als laatste genoemde bedrag. Hierbij wordt rekening gehouden met:
1. De bijdrage die een mijnbouwondernemer, behorende tot een van de eerste drie in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=121&z=2010-07-01&g=2010-07-01), genoemde sectoren, verschuldigd is, omvat een bedrag ter grootte van de voorschotten die in het voorafgaande kalenderjaar ten laste van het fonds in verband met zijn mijnbouwactiviteiten zijn betaald.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met een bedrag ter dekking van het aandeel van de sector in het tekort, berekend overeenkomstig [artikel 121, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=121&z=2010-07-01&g=2010-07-01). De mijnbouwondernemers die tot dezelfde sector behoren, doen Onze Minister voor 1 maart gezamenlijk een gemotiveerd voorstel toekomen omtrent het in de eerste volzin als laatste genoemde bedrag. Hierbij wordt rekening gehouden met:
- a. de aard en omvang van de mijnbouwactiviteiten van elke mijnbouwondernemer in de vijf voorafgaande kalenderjaren;
@@ -1399,13 +1399,13 @@
##### Artikel 123
Het [tweede, derde en vierde lid van artikel 122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=122&z=2009-12-28&g=2009-12-28) zijn van overeenkomstige toepassing op de verdeling van het aandeel van een sector in de eenmalige vorming van het initiële vermogen van het fonds, bedoeld in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=121&z=2009-12-28&g=2009-12-28), over de mijnbouwondernemers die tot die sector behoren, met dien verstande dat voor onderdeel b van het tweede lid wordt gelezen de hoogte van de schadevergoedingen die elke mijnbouwondernemer in de vijf kalenderjaren voorafgaande aan de inwerkingtreding van de wet aan natuurlijke personen heeft betaald in verband met zijn mijnbouwactiviteiten.
Het [tweede, derde en vierde lid van artikel 122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=122&z=2010-07-01&g=2010-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de verdeling van het aandeel van een sector in de eenmalige vorming van het initiële vermogen van het fonds, bedoeld in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=121&z=2010-07-01&g=2010-07-01), over de mijnbouwondernemers die tot die sector behoren, met dien verstande dat voor onderdeel b van het tweede lid wordt gelezen de hoogte van de schadevergoedingen die elke mijnbouwondernemer in de vijf kalenderjaren voorafgaande aan de inwerkingtreding van de wet aan natuurlijke personen heeft betaald in verband met zijn mijnbouwactiviteiten.
##### Artikel 124
1. De bijdrage die een mijnbouwondernemer, behorende tot de laatste in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=121&z=2009-12-28&g=2009-12-28), genoemde sector, verschuldigd is, omvat een bedrag ter grootte van de voorschotten die in het voorafgaande kalenderjaar ten laste van het fonds zijn betaald in verband met zijn verkenningsonderzoeken.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met een bedrag ter dekking van het aandeel van de sector in een tekort, berekend overeenkomstig [artikel 121, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=121&z=2009-12-28&g=2009-12-28). Het in de eerste volzin als laatste genoemde bedrag wordt bepaald door het aandeel van de sector in het tekort te verdelen over de mijnbouwondernemers die in het voorafgaande kalenderjaar verkenningsonderzoek hebben verricht, naar evenredigheid van het aantal onderzoeken dat ieder van hen in dat jaar heeft verricht. Onze Minister stelt de bijdrage voor 1 april vast.
1. De bijdrage die een mijnbouwondernemer, behorende tot de laatste in [artikel 121, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=121&z=2010-07-01&g=2010-07-01), genoemde sector, verschuldigd is, omvat een bedrag ter grootte van de voorschotten die in het voorafgaande kalenderjaar ten laste van het fonds zijn betaald in verband met zijn verkenningsonderzoeken.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met een bedrag ter dekking van het aandeel van de sector in een tekort, berekend overeenkomstig [artikel 121, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=121&z=2010-07-01&g=2010-07-01). Het in de eerste volzin als laatste genoemde bedrag wordt bepaald door het aandeel van de sector in het tekort te verdelen over de mijnbouwondernemers die in het voorafgaande kalenderjaar verkenningsonderzoek hebben verricht, naar evenredigheid van het aantal onderzoeken dat ieder van hen in dat jaar heeft verricht. Onze Minister stelt de bijdrage voor 1 april vast.
3. Indien in het voorafgaande kalenderjaar geen verkenningsonderzoek is verricht, is de bijdrage verschuldigd door de mijnbouwondernemers die in het aan dat kalenderjaar voorafgaande tijdvak van vijf kalenderjaren verkenningsonderzoek hebben verricht. De tweede en derde volzin van het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.
@@ -1529,13 +1529,13 @@
##### Artikel 142
1. Met toepassing van [paragraaf 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&z=2009-12-28&g=2009-12-28) verleende vergunningen vervangen met ingang van het tijdstip waarop zij in werking treden, de te splitsen vergunning. De te splitsen vergunning vervalt op het tijdstip waarop de met toepassing van [paragraaf 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&z=2009-12-28&g=2009-12-28) verleende vergunningen onherroepelijk worden.
2. De met toepassing van [paragraaf 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9¶graaf=9.3&z=2009-12-28&g=2009-12-28) verleende vergunning vervangt met ingang van het tijdstip waarop zij in werking treedt, de samen te voegen vergunningen. De samen te voegen vergunningen vervallen op het tijdstip waarop de met toepassing van [paragraaf 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9¶graaf=9.3&z=2009-12-28&g=2009-12-28) verleende vergunning onherroepelijk wordt.
1. Met toepassing van [paragraaf 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&z=2010-07-01&g=2010-07-01) verleende vergunningen vervangen met ingang van het tijdstip waarop zij in werking treden, de te splitsen vergunning. De te splitsen vergunning vervalt op het tijdstip waarop de met toepassing van [paragraaf 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&z=2010-07-01&g=2010-07-01) verleende vergunningen onherroepelijk worden.
2. De met toepassing van [paragraaf 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9¶graaf=9.3&z=2010-07-01&g=2010-07-01) verleende vergunning vervangt met ingang van het tijdstip waarop zij in werking treedt, de samen te voegen vergunningen. De samen te voegen vergunningen vervallen op het tijdstip waarop de met toepassing van [paragraaf 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9¶graaf=9.3&z=2010-07-01&g=2010-07-01) verleende vergunning onherroepelijk wordt.
##### Artikel 143
1. Indien ten aanzien van de te splitsen vergunning of één van de samen te voegen vergunningen een overeenkomst als bedoeld in [artikel 82](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=82) of [90 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=90) tot stand is gekomen, verlenen de in die artikelen bedoelde vennootschap en de vergunninghouders van de op grond van [artikel 135](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=135&z=2009-12-28&g=2009-12-28) of [137](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9¶graaf=9.3&artikel=137&z=2009-12-28&g=2009-12-28) te verlenen vergunning of vergunningen medewerking aan de totstandkoming van een overeenkomst waarvan de voorwaarden gelijkluidend zijn aan die van eerder bedoelde overeenkomst.
1. Indien ten aanzien van de te splitsen vergunning of één van de samen te voegen vergunningen een overeenkomst als bedoeld in [artikel 82](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=82) of [90 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=90) tot stand is gekomen, verlenen de in die artikelen bedoelde vennootschap en de vergunninghouders van de op grond van [artikel 135](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=135&z=2010-07-01&g=2010-07-01) of [137](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=9¶graaf=9.3&artikel=137&z=2010-07-01&g=2010-07-01) te verlenen vergunning of vergunningen medewerking aan de totstandkoming van een overeenkomst waarvan de voorwaarden gelijkluidend zijn aan die van eerder bedoelde overeenkomst.
2. De in het eerste lid laatstbedoelde overeenkomst behoeft de instemming van Onze Minister.
@@ -1569,7 +1569,7 @@
##### Artikel 147
1. In een vergunning als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2009-12-28&g=2009-12-28) wordt bepaald voor welk tijdvak en welk gebied zij geldt. Het tijdvak waarvoor de vergunning geldt, kan op aanvraag van de vergunninghouder worden verlengd.
1. In een vergunning als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2010-07-01&g=2010-07-01) wordt bepaald voor welk tijdvak en welk gebied zij geldt. Het tijdvak waarvoor de vergunning geldt, kan op aanvraag van de vergunninghouder worden verlengd.
2. In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften worden gesteld of beperkingen opgenomen omtrent:
@@ -1587,15 +1587,15 @@
##### Artikel 148
Op de voorbereiding van het besluit omtrent de aanvraag van een vergunning als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2009-12-28&g=2009-12-28) is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. De terinzagelegging geschiedt tevens ter secretarie van de gemeente of gemeenten onder welk gebied respectievelijk gebieden de groeve zich zal uitstrekken.
Op de voorbereiding van het besluit omtrent de aanvraag van een vergunning als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2010-07-01&g=2010-07-01) is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. De terinzagelegging geschiedt tevens ter secretarie van de gemeente of gemeenten onder welk gebied respectievelijk gebieden de groeve zich zal uitstrekken.
##### Artikel 149
Indien een vergunning als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2009-12-28&g=2009-12-28) wordt overgedragen of anders dan door overdracht overgaat op een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, doet deze persoon binnen vier weken na de verkrijging ervan mededeling aan Onze Minister.
Indien een vergunning als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2010-07-01&g=2010-07-01) wordt overgedragen of anders dan door overdracht overgaat op een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, doet deze persoon binnen vier weken na de verkrijging ervan mededeling aan Onze Minister.
##### Artikel 150
1. De houder van een vergunning als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2009-12-28&g=2009-12-28) verstrekt jaarlijks aan de inspecteur-generaal der mijnen een geactualiseerde kaart van de groeve.
1. De houder van een vergunning als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2010-07-01&g=2010-07-01) verstrekt jaarlijks aan de inspecteur-generaal der mijnen een geactualiseerde kaart van de groeve.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde kaart.
@@ -1605,13 +1605,13 @@
1. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een groeve, die niet langer in gebruik is voor het winnen van kalksteen, voor een ander doeleinde te gebruiken of daaraan enige wijziging aan te brengen.
2. [Artikel 146, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2009-12-28&g=2009-12-28), is van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 148](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=148&z=2009-12-28&g=2009-12-28) is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 146, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2010-07-01&g=2010-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 148](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=148&z=2010-07-01&g=2010-07-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 152
1. In een vergunning als bedoeld in [artikel 151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=151&z=2009-12-28&g=2009-12-28) wordt bepaald voor welk doeleinde, welk tijdvak en welk gebied zij geldt. Het tijdvak waarvoor de vergunning geldt, kan op aanvraag van de vergunninghouder worden verlengd.
1. In een vergunning als bedoeld in [artikel 151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=151&z=2010-07-01&g=2010-07-01) wordt bepaald voor welk doeleinde, welk tijdvak en welk gebied zij geldt. Het tijdvak waarvoor de vergunning geldt, kan op aanvraag van de vergunninghouder worden verlengd.
2. In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften worden gesteld of beperkingen opgenomen omtrent:
@@ -1623,11 +1623,11 @@
##### Artikel 153
Het verbod van [artikel 146, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2009-12-28&g=2009-12-28), is niet van toepassing op wijziging van een groeve voor het gebruik voor een ander doeleinde.
Het verbod van [artikel 146, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2010-07-01&g=2010-07-01), is niet van toepassing op wijziging van een groeve voor het gebruik voor een ander doeleinde.
##### Artikel 154
[Artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=149&z=2009-12-28&g=2009-12-28) is van overeenkomstige toepassing.
[Artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=149&z=2010-07-01&g=2010-07-01) is van overeenkomstige toepassing.
#### § 10.4. Veiligheid
@@ -1643,17 +1643,17 @@
##### Artikel 157
1. De houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=151&z=2009-12-28&g=2009-12-28) neemt bij het winnen van kalksteen respectievelijk het gebruik voor een ander doeleinde alle nodige maatregelen ter voorkoming van instorting van een groeve, alsmede ter beperking van de gevolgen van een instorting.
1. De houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=151&z=2010-07-01&g=2010-07-01) neemt bij het winnen van kalksteen respectievelijk het gebruik voor een ander doeleinde alle nodige maatregelen ter voorkoming van instorting van een groeve, alsmede ter beperking van de gevolgen van een instorting.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde maatregelen.
##### Artikel 158
De houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=151&z=2009-12-28&g=2009-12-28) verricht periodiek metingen naar de gesteentemechanische veiligheid van een groeve en verstrekt daarvan de resultaten aan de inspecteur-generaal der mijnen.
De houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=151&z=2010-07-01&g=2010-07-01) verricht periodiek metingen naar de gesteentemechanische veiligheid van een groeve en verstrekt daarvan de resultaten aan de inspecteur-generaal der mijnen.
##### Artikel 159
1. Wanneer de veiligheid van een groeve wordt bedreigd door instortingsgevaar, doet de houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=151&z=2009-12-28&g=2009-12-28) hiervan onmiddellijk mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen.
1. Wanneer de veiligheid van een groeve wordt bedreigd door instortingsgevaar, doet de houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=151&z=2010-07-01&g=2010-07-01) hiervan onmiddellijk mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen.
2. De houder van de vergunning doet onmiddellijk mededeling van een instorting aan de inspecteur-generaal der mijnen.
@@ -1661,7 +1661,7 @@
##### Artikel 160
1. De houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=151&z=2009-12-28&g=2009-12-28) doet tijdig van het voornemen tot het buitengebruik stellen van een groeve, of een gedeelte ervan, mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen. De houder verstrekt daarbij een geactualiseerde kaart van de groeve.
1. De houder van een vergunning als bedoeld in de [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=151&z=2010-07-01&g=2010-07-01) doet tijdig van het voornemen tot het buitengebruik stellen van een groeve, of een gedeelte ervan, mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen. De houder verstrekt daarbij een geactualiseerde kaart van de groeve.
2. Bij het buiten gebruik stellen van de groeve, of een gedeelte ervan, worden alle nodige maatregelen genomen ter beperking van het gevaar voor instorting.
@@ -1669,7 +1669,7 @@
##### Artikel 161
Indien een groeve tijdelijk buiten gebruik wordt gesteld, is [artikel 160, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.5&artikel=160&z=2009-12-28&g=2009-12-28), van overeenkomstige toepassing.
Indien een groeve tijdelijk buiten gebruik wordt gesteld, is [artikel 160, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.5&artikel=160&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen
@@ -1759,17 +1759,17 @@
##### Artikel 164
1. Vergunningen als bedoeld in de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=1) en [28, tweede lid, van het Groevenreglement 1947](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=28) voor ontginning van kalksteen gelden als vergunningen als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
2. Vergunningen als bedoeld in de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=1) en [28, tweede lid, van het Groevenreglement 1947](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=28) voor andere doeleinden dan ontginning van kalksteen gelden als vergunningen als bedoeld in [artikel 151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=151&z=2009-12-28&g=2009-12-28), met dien verstande dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit de voorschriften of beperkingen verbonden aan deze vergunningen vervallen voor zover deze geen betrekking hebben op de gesteentemechanische veiligheid van de groeve.
3. Onze Minister kan aan de vergunningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, beperkingen en voorschriften verbinden als bedoeld in [artikel 147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=147&z=2009-12-28&g=2009-12-28) respectievelijk [152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=152&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
1. Vergunningen als bedoeld in de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=1) en [28, tweede lid, van het Groevenreglement 1947](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=28) voor ontginning van kalksteen gelden als vergunningen als bedoeld in [artikel 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=146&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
2. Vergunningen als bedoeld in de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=1) en [28, tweede lid, van het Groevenreglement 1947](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002025&artikel=28) voor andere doeleinden dan ontginning van kalksteen gelden als vergunningen als bedoeld in [artikel 151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=151&z=2010-07-01&g=2010-07-01), met dien verstande dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit de voorschriften of beperkingen verbonden aan deze vergunningen vervallen voor zover deze geen betrekking hebben op de gesteentemechanische veiligheid van de groeve.
3. Onze Minister kan aan de vergunningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, beperkingen en voorschriften verbinden als bedoeld in [artikel 147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=147&z=2010-07-01&g=2010-07-01) respectievelijk [152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=152&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
##### Artikel 165
1. Een vergunning als bedoeld in [artikel 168 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=168) geldt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) gedurende zes maanden als een vergunning als bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=22&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
2. Indien een uitvoerder voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn een aanvraag om een vergunning als bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=22&z=2009-12-28&g=2009-12-28) bij Onze Minister heeft ingediend en niet voor de afloop van die termijn de beslissing van Onze Minister onherroepelijk vaststaat, kan het gebruik van ontplofbare stoffen worden voortgezet tot het laatstbedoelde tijdstip.
1. Een vergunning als bedoeld in [artikel 168 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=168) geldt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) gedurende zes maanden als een vergunning als bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=22&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
2. Indien een uitvoerder voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn een aanvraag om een vergunning als bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=22&z=2010-07-01&g=2010-07-01) bij Onze Minister heeft ingediend en niet voor de afloop van die termijn de beslissing van Onze Minister onherroepelijk vaststaat, kan het gebruik van ontplofbare stoffen worden voortgezet tot het laatstbedoelde tijdstip.
##### Artikel 166
@@ -1777,69 +1777,69 @@
##### Artikel 167
1. Toestemming om verkenningsonderzoek in te stellen op de delen van het continentaal plat als bedoeld in de artikelen 4.12 tot en met 4.17 van de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 geldt als een vergunning als bedoeld in de [artikelen 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=18&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=20&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
2. Toestemming om opsporingsonderzoek of winningsonderzoek te verrichten op de delen van het continentaal plat als bedoeld in de artikelen 4.12 tot en met 4.17 respectievelijk de artikelen 5.7 tot en met 5.10 van de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 geldt als een ontheffing als bedoeld in de [artikelen 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=44&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=45&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een in de territoriale zee of het continentaal plat gelegen mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.4&artikel=63&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
1. Toestemming om verkenningsonderzoek in te stellen op de delen van het continentaal plat als bedoeld in de artikelen 4.12 tot en met 4.17 van de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 geldt als een vergunning als bedoeld in de [artikelen 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=18&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=20&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
2. Toestemming om opsporingsonderzoek of winningsonderzoek te verrichten op de delen van het continentaal plat als bedoeld in de artikelen 4.12 tot en met 4.17 respectievelijk de artikelen 5.7 tot en met 5.10 van de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 geldt als een ontheffing als bedoeld in de [artikelen 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=44&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=45&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een in de territoriale zee of het continentaal plat gelegen mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.4&artikel=63&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
##### Artikel 168
Op een voor de winning of de opsporing bestemde mijnbouwinstallatie die geplaatst is voor het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) is [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=55&z=2009-12-28&g=2009-12-28) niet van toepassing.
Op een voor de winning of de opsporing bestemde mijnbouwinstallatie die geplaatst is voor het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) is [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=55&z=2010-07-01&g=2010-07-01) niet van toepassing.
##### Artikel 169
Op een pijpleiding die voor 1 januari 2003 is aangelegd:
- a. is [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=93&z=2009-12-28&g=2009-12-28) van overeenkomstige toepassing, voor zover bij de in [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=93&z=2009-12-28&g=2009-12-28) genoemde ministeriële regeling niet anders is bepaald;
- b. zijn niet van toepassing de [artikelen 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=94&z=2009-12-28&g=2009-12-28), [95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=95&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=97&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
- a. is [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=93&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van overeenkomstige toepassing, voor zover bij de in [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=93&z=2010-07-01&g=2010-07-01) genoemde ministeriële regeling niet anders is bepaald;
- b. zijn niet van toepassing de [artikelen 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=94&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=95&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=97&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
##### Artikel 170
1. Een inspectieplan als bedoeld in [artikel 34, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1¶graaf=5.1.1&artikel=34&z=2009-12-28&g=2009-12-28), en een verklaring als bedoeld in het [zesde lid van dat artikel van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=34) geldt als een onderzoeksprogramma als bedoeld in [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=53&z=2009-12-28&g=2009-12-28) respectievelijk een verklaring als bedoeld in [artikel 56, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=56&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
2. Een rampenbestrijdingsplan als bedoeld in [artikel 96a van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=96a) geldt als een rampenbestrijdingsplan als bedoeld in [artikel 85](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.2&artikel=85&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
1. Een inspectieplan als bedoeld in [artikel 34, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1¶graaf=5.1.1&artikel=34&z=2010-07-01&g=2010-07-01), en een verklaring als bedoeld in het [zesde lid van dat artikel van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=34) geldt als een onderzoeksprogramma als bedoeld in [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=53&z=2010-07-01&g=2010-07-01) respectievelijk een verklaring als bedoeld in [artikel 56, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=56&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
2. Een rampenbestrijdingsplan als bedoeld in [artikel 96a van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=96a) geldt als een rampenbestrijdingsplan als bedoeld in [artikel 85](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.4¶graaf=5.4.2&artikel=85&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
##### Artikel 171
Een werkplan als bedoeld in [artikel 20 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=20) of [28 van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=28) dat is opgesteld voor het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) geldt gedurende het eerste kalenderjaar waarin [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) in werking is getreden als een werkplan als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=1¶graaf=1.2&artikel=4&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
Een werkplan als bedoeld in [artikel 20 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=20) of [28 van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=28) dat is opgesteld voor het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) geldt gedurende het eerste kalenderjaar waarin [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) in werking is getreden als een werkplan als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=1¶graaf=1.2&artikel=4&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
##### Artikel 172
1. Gedurende twaalf maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit kan de opslag van stoffen zonder een opslagplan als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=26&z=2009-12-28&g=2009-12-28) worden voortgezet.
1. Gedurende twaalf maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit kan de opslag van stoffen zonder een opslagplan als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=26&z=2010-07-01&g=2010-07-01) worden voortgezet.
2. Indien een houder van een opslagvergunning voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn een opslagplan bij Onze Minister heeft ingediend en niet voor de afloop van die termijn de beslissing van Onze Minister onherroepelijk vaststaat, kan de opslag in elk geval worden voortgezet tot het laatstbedoelde tijdstip.
##### Artikel 173
1. Een meetregister als bedoeld in [artikel 134 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=134) geldt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) gedurende zes maanden als een meetplan als bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=30&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
2. Indien een uitvoerder voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn een aanvraag om instemming als bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=30&z=2009-12-28&g=2009-12-28) bij Onze Minister heeft ingediend en niet voor de afloop van die termijn de beslissing van Onze Minister onherroepelijk vaststaat, kan het gebruik van het meetregister worden voortgezet tot het laatstbedoelde tijdstip.
1. Een meetregister als bedoeld in [artikel 134 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=134) geldt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) gedurende zes maanden als een meetplan als bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=30&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
2. Indien een uitvoerder voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn een aanvraag om instemming als bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=30&z=2010-07-01&g=2010-07-01) bij Onze Minister heeft ingediend en niet voor de afloop van die termijn de beslissing van Onze Minister onherroepelijk vaststaat, kan het gebruik van het meetregister worden voortgezet tot het laatstbedoelde tijdstip.
##### Artikel 174
1. Een ontheffing als bedoeld in [artikel 40, vierde lid, van het Mijnreglement continentaal plat](onbekend) geldt als een in [artikel 51, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=51&z=2009-12-28&g=2009-12-28), bedoelde ontheffing.
1. Een ontheffing als bedoeld in [artikel 40, vierde lid, van het Mijnreglement continentaal plat](onbekend) geldt als een in [artikel 51, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=51&z=2010-07-01&g=2010-07-01), bedoelde ontheffing.
2. Een verklaring als bedoeld in [36ja, eerste lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=36ja) of [40, derde lid, van het Mijnreglement continentaal plat](onbekend) blijft geldig tot het tijdstip waarop de geldigheid van de verklaring verloopt.
3. Een ontheffing als bedoeld in de [artikelen 36k, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=36k), en [36l, zesde lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=36l) of [41, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=41), en [42, vijfde lid, van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=42) geldt als een in [artikel 52, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=52&z=2009-12-28&g=2009-12-28), bedoelde ontheffing.
3. Een ontheffing als bedoeld in de [artikelen 36k, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=36k), en [36l, zesde lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=36l) of [41, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=41), en [42, vijfde lid, van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=42) geldt als een in [artikel 52, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=52&z=2010-07-01&g=2010-07-01), bedoelde ontheffing.
##### Artikel 175
1. Een boorprogramma als bedoeld in de [artikelen 27, eerste lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=27) of [59, eerste lid, van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=59) en een werkprogramma als bedoeld in de [artikelen 32b, tweede lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=32b) of [63b, tweede lid, van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=63b) gelden als een werkprogramma als bedoeld in [artikel 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.2&artikel=74&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
2. Een boorregister en een boorprofiel als bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=25) respectievelijk [34, tweede lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=34) of in [artikel 64 van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=64) gelden als een boorregister en een boorprofiel als bedoeld in [artikel 75, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.2&artikel=75&z=2009-12-28&g=2009-12-28), respectievelijk [109, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=109&z=2009-12-28&g=2009-12-28).
1. Een boorprogramma als bedoeld in de [artikelen 27, eerste lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=27) of [59, eerste lid, van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=59) en een werkprogramma als bedoeld in de [artikelen 32b, tweede lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=32b) of [63b, tweede lid, van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=63b) gelden als een werkprogramma als bedoeld in [artikel 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.2&artikel=74&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
2. Een boorregister en een boorprofiel als bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=25) respectievelijk [34, tweede lid, van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=34) of in [artikel 64 van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=64) gelden als een boorregister en een boorprofiel als bedoeld in [artikel 75, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.3¶graaf=5.3.2&artikel=75&z=2010-07-01&g=2010-07-01), respectievelijk [109, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=109&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
##### Artikel 176
1. Gedurende vier maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit kan een mijnbouwwerk als bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1¶graaf=5.1.1&artikel=34&z=2009-12-28&g=2009-12-28) zonder een sluitingsplan als bedoeld in [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1¶graaf=5.1.4&artikel=39&z=2009-12-28&g=2009-12-28) geheel of gedeeltelijk buiten gebruik worden gesteld, met dien verstande dat gedurende die periode de [artikelen 136](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=136) en [138 tot en met 143 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=138) van toepassing blijven op het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van het mijnbouwwerk.
2. Gedurende vier maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit kan een mijnbouwinstallatie zonder een verwijderingsplan als bedoeld in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.3&artikel=60&z=2009-12-28&g=2009-12-28) buiten gebruik worden gesteld en verwijderd, met dien verstande dat gedurende die periode de [artikelen 137a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=137a) en [137b van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=137b) respectievelijk de [artikelen 68 tot en met 70 van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=68) van toepassing blijven op het buiten gebruik stellen en verwijderen van de mijnbouwinstallatie.
1. Gedurende vier maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit kan een mijnbouwwerk als bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1¶graaf=5.1.1&artikel=34&z=2010-07-01&g=2010-07-01) zonder een sluitingsplan als bedoeld in [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.1¶graaf=5.1.4&artikel=39&z=2010-07-01&g=2010-07-01) geheel of gedeeltelijk buiten gebruik worden gesteld, met dien verstande dat gedurende die periode de [artikelen 136](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=136) en [138 tot en met 143 van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=138) van toepassing blijven op het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van het mijnbouwwerk.
2. Gedurende vier maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit kan een mijnbouwinstallatie zonder een verwijderingsplan als bedoeld in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.3&artikel=60&z=2010-07-01&g=2010-07-01) buiten gebruik worden gesteld en verwijderd, met dien verstande dat gedurende die periode de [artikelen 137a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=137a) en [137b van het Mijnreglement 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002474&artikel=137b) respectievelijk de [artikelen 68 tot en met 70 van het Mijnreglement continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002564&artikel=68) van toepassing blijven op het buiten gebruik stellen en verwijderen van de mijnbouwinstallatie.
##### Artikel 177
Gegevens, bescheiden en monsters als bedoeld in de [artikelen 108 tot en met 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=108&z=2009-12-28&g=2009-12-28), waarop [artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van toepassing is, en aan Onze Minister zijn verstrekt voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, verliezen in afwijking van [artikel 116, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=116&z=2009-12-28&g=2009-12-28), hun vertrouwelijk karakter niet dan nadat tien jaren zijn verstreken met ingang van het tijdstip waarop de uitvoerder de betreffende gegevens, bescheiden en monsters of degene die de bedoelde onderwerpen heeft verstrekt, heeft verkregen.
Gegevens, bescheiden en monsters als bedoeld in de [artikelen 108 tot en met 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=108&z=2010-07-01&g=2010-07-01), waarop [artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van toepassing is, en aan Onze Minister zijn verstrekt voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, verliezen in afwijking van [artikel 116, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=116&z=2010-07-01&g=2010-07-01), hun vertrouwelijk karakter niet dan nadat tien jaren zijn verstreken met ingang van het tijdstip waarop de uitvoerder de betreffende gegevens, bescheiden en monsters of degene die de bedoelde onderwerpen heeft verstrekt, heeft verkregen.
##### Artikel 178
@@ -1849,7 +1849,7 @@
1. De staat verstrekt het fonds, bedoeld in [artikel 135, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=135) het eerste jaar na de inwerkingtreding van [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) alle geldelijke middelen die het fonds nodig heeft om aan zijn verplichtingen in dat jaar te kunnen voldoen.
2. Het fonds betaalt de geldelijke middelen, bedoeld in het eerste lid, terug aan de staat in het jaar dat volgt op het jaar van inwerkingtreding van [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168), onmiddellijk nadat het de bijdragen heeft ontvangen die de mijnbouwondernemers op grond van de [artikelen 122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=122&z=2009-12-28&g=2009-12-28) en [124](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=124&z=2009-12-28&g=2009-12-28), in het eerstgenoemde jaar verschuldigd zijn.
2. Het fonds betaalt de geldelijke middelen, bedoeld in het eerste lid, terug aan de staat in het jaar dat volgt op het jaar van inwerkingtreding van [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168), onmiddellijk nadat het de bijdragen heeft ontvangen die de mijnbouwondernemers op grond van de [artikelen 122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=122&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [124](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=124&z=2010-07-01&g=2010-07-01), in het eerstgenoemde jaar verschuldigd zijn.
##### Artikel 180
@@ -1945,7 +1945,7 @@
##### Artikel 198
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) in werking treedt, met dien verstande dat [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=1¶graaf=1.2&artikel=4&z=2009-12-28&g=2009-12-28) in werking treedt op 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin die wet in werking is getreden.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) in werking treedt, met dien verstande dat [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=1¶graaf=1.2&artikel=4&z=2010-07-01&g=2010-07-01) in werking treedt op 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin die wet in werking is getreden.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
@@ -1955,7 +1955,7 @@
- a. een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat de technische integriteit van de mijnbouwinstallatie gewaarborgd is gezien het ontwerp, de bouw en de plaatsing;
- b. een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat het onderzoeksprogramma, bedoeld in [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=53&z=2009-12-28&g=2009-12-28), voor de mijnbouwinstallatie voldoet.
- b. een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat het onderzoeksprogramma, bedoeld in [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&hoofdstuk=5&afdeling=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=53&z=2010-07-01&g=2010-07-01), voor de mijnbouwinstallatie voldoet.
2. Nadat de mijnbouwinstallatie in gebruik is genomen verstrekt de uitvoerder voorts de in het eerste lid bedoelde gegevens telkens een maand voor de afloop van een periode van vijf jaar, waarvan de eerste periode ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op die van de ingebruikneming.
2009-12-28
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 58 más
2009-11-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 58 más
2009-07-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 58 más
2007-09-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 17, 25 y 58 más
2007-07-11
Mijnbouwbesluit
2007-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 8, 17 y 70 más
2005-07-01
Mijnbouwbesluit — arts. 5, 8, 17 y 70 más
2004-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 4, 5, 8 y 74 más
2003-01-01
Mijnbouwbesluit — arts. 1, 1, 1 y 263 más
2003-01-01
Mijnbouwbesluit
original version
Tekst op deze datum