Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 15 juli 2003, nr. MJZ2003071600, Centrale Directie Juridische Zaken Afdeling Wetgeving, houdende aanpassing en samenvoeging van ministeriële regelingen als gevolg van de invoering van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte)
44 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — art. 12
2025-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — art. 12
2025-01-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — art. 12
2024-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte
2024-01-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — art. 12
2023-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — art. 12
2022-12-23
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — art. 12
2022-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 12, 12
2021-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — art. 12
2020-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — art. 12
2020-01-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — art. 12
2019-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — art. 12
2018-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — art. 12
2018-02-16
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — art. 12
2018-01-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 12, 12
2017-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — art. 12
2017-01-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte
Wijzigingen op 2017-01-01
@@ -26,25 +26,25 @@
##### Artikel 2
De maximale huurprijsgrenzen voor woonruimten welke een zelfstandige woning vormen als bedoeld in [artikel 1, tweede lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003237&artikel=1) zijn voor het tijdvak 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 de bedragen, genoemd in [bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=I&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
De maximale huurprijsgrenzen voor woonruimten welke een zelfstandige woning vormen als bedoeld in [artikel 1, tweede lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003237&artikel=1) zijn voor het tijdvak 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 de bedragen, genoemd in [bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=I&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 3
De maximale huurprijsgrenzen voor woonruimten welke niet een zelfstandige woning vormen als bedoeld in [artikel 1, derde lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003237&artikel=1) zijn voor het tijdvak 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 de bedragen, genoemd in [bijlage II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=II&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
De maximale huurprijsgrenzen voor woonruimten welke niet een zelfstandige woning vormen als bedoeld in [artikel 1, derde lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003237&artikel=1) zijn voor het tijdvak 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 de bedragen, genoemd in [bijlage II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=II&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 4
De maximale huurprijsgrenzen voor woonwagens als bedoeld in [artikel 7:235 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=235) zijn voor het tijdvak 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 de bedragen, genoemd in [bijlage III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=III&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
De maximale huurprijsgrenzen voor woonwagens als bedoeld in [artikel 7:235 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=235) zijn voor het tijdvak 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 de bedragen, genoemd in [bijlage III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=III&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 5
De maximale huurprijsgrenzen voor standplaatsen als bedoeld in [artikel 7:236 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=236) zijn voor het tijdvak 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 de bedragen, genoemd in [bijlage IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=IV&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
De maximale huurprijsgrenzen voor standplaatsen als bedoeld in [artikel 7:236 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=236) zijn voor het tijdvak 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 de bedragen, genoemd in [bijlage IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=IV&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
#### § 3. Maximale huurverhogingspercentages
##### Artikel 6
De huurcommissie beoordeelt de redelijkheid van de huurprijs van woonruimte dan wel een daarin voorgestelde wijziging met inachtneming van de in de [bijlagen V](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=V&z=2016-07-01&g=2016-07-01) en [VI van deze regeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=VI&z=2016-07-01&g=2016-07-01) vervatte schema’s.
De huurcommissie beoordeelt de redelijkheid van de huurprijs van woonruimte dan wel een daarin voorgestelde wijziging met inachtneming van de in de [bijlagen V](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=V&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [VI van deze regeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=VI&z=2017-01-01&g=2017-01-01) vervatte schema’s.
#### § 4. Bezoldiging en vergoedingen voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, zittingsvoorzitters, zittingsleden en leden van de Raad van Advies
@@ -112,21 +112,25 @@
##### Artikel 12
Vrijstelling kan slechts worden verleend, indien voldaan is aan het bepaalde in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386¶graaf=7&artikel=11&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
Vrijstelling kan slechts worden verleend, indien voldaan is aan het bepaalde in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386¶graaf=7&artikel=11&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
#### § 5. Openbaar register
##### Artikel 13
Bij een voorstel als bedoeld in [artikel 7:252b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=252b), of indien de verhuurder een voorstel als bedoeld in [artikel 7:252a, eerste lid, van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=252a) heeft gedaan en het huishoudinkomen voorwerp van geschil is, bij een verklaring als bedoeld in [artikel 7:253, eerste lid, eerste volzin, van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=253) of een verzoek als bedoeld in artikel 7:253, tweede lid, aanhef, van dat wetboek, verstrekt de huurder:
- a. een door de inspecteur, bedoeld in [artikel 7:252a, tweede lid, onderdeel c, van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=252a), afgegeven verklaring omtrent het inkomensgegeven, bedoeld in [artikel 21, onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=21), van alle bewoners van de woning, en
- b. een afschrift uit de basisregistratie personen waaruit blijkt hoeveel personen staan ingeschreven op het adres van de woning.
1. Bij een voorstel als bedoeld in [artikel 7:252b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=252b), of indien de verhuurder een voorstel als bedoeld in [artikel 7:252a, eerste lid, van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=252a) heeft gedaan en het huishoudinkomen voorwerp van geschil is, bij een verklaring als bedoeld in [artikel 7:253, eerste lid, eerste volzin, van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=253) of een verzoek als bedoeld in artikel 7:253, tweede lid, aanhef, van dat wetboek, verstrekt de huurder:
- a. een door de inspecteur, bedoeld in [artikel 7:252a, tweede lid, onder e, van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=252a), afgegeven verklaring omtrent het inkomensgegeven, bedoeld in [artikel 21, onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=21), van alle bewoners van de woning, en
- b. een afschrift uit de basisregistratie personen van een van de bewoners waaruit blijkt hoeveel personen staan ingeschreven op het adres van de woning.
2. Indien de verhuurder een voorstel als bedoeld in [artikel 7:252a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=252a) heeft gedaan en het feit dat een of meerdere leden van het huishouden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) heeft of hebben bereikt voorwerp van geschil is, verstrekt de huurder bij een verklaring als bedoeld in [artikel 7: 253, eerste lid, eerste volzin, van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=253) of een verzoek als bedoeld in artikel 7: 253, tweede lid, aanhef, van dat wetboek een afschrift van een beschikking van de Sociale Verzekeringsbank of anderszins gegevens waaruit blijkt dat een of meerdere leden van het huishouden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft of hebben bereikt.
3. Indien de verhuurder een voorstel als bedoeld in [artikel 7:252a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=252a) heeft gedaan en het feit dat het huishouden bestaat uit 4 of meer personen voorwerp van geschil is, verstrekt de huurder bij een verklaring als bedoeld in [artikel 7:253, eerste lid, eerste volzin, van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=253) of een verzoek als bedoeld in artikel 7:253, tweede lid, aanhef, van dat wetboek een afschrift uit de basisregistratie personen van een van de bewoners waaruit blijkt hoeveel personen staan ingeschreven op het adres van de woning.
##### Artikel 14
Het formulier, bedoeld in [artikel 7:260, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=260), is het formulier als opgenomen in [bijlage VII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=VII&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
Het formulier, bedoeld in [artikel 7:260, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=260), is het formulier als opgenomen in [bijlage VII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=VII&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
#### § 9. Slotbepalingen
@@ -1123,11 +1127,22 @@
| Geldende huurprijs (in bedragen per maand) | Huuraanpassing |
| --- | --- |
| I hoger dan de maximale huurprijsgrens1 | huurverlaging2 tot de maximale huurprijsgrens1 |
| II niet hoger dan de maximale huurprijsgrens1 | IIa huurverhoging van: indien het huishoudinkomen, bedoeld in [artikel 7:252a, tweede lid, onderdeel b, van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=252a), over het peiljaar, bedoeld in onderdeel d van dat artikellid, van de op het tijdstip van de in het voorstel tot verhoging van de huurprijs genoemde ingangsdatum in de woonruimte, die een zelfstandige woning vormt, wonende huurder en overige bewoners a.lager is dan of gelijk is aan het in [artikel 10, tweede lid, eerste volzin, onderdeel a, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014315&artikel=10) eerstgenoemde bedrag: maximaal het inflatiepercentage plus 1,5 procentpunt; b. hoger is dan het in [artikel 10, tweede lid, eerste volzin, onderdeel a, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014315&artikel=10) eerstgenoemde bedrag, doch lager is dan of gelijk is aan het in onderdeel b van die volzin genoemde bedrag: maximaal het inflatiepercentage plus 2 procentpunt, en c. hoger is dan het in [artikel 10, tweede lid, eerste volzin, onderdeel b, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014315&artikel=10) genoemde bedrag: maximaal het inflatiepercentage plus 4 procentpunt, voor zover de maximale huurprijsgrens1 niet wordt overschreden. IIb huurverhoging ten aanzien van overige woonruimte van maximaal het inflatiepercentage plus 1,5 procentpunt, voor zover de maximale huurprijsgrens1 niet wordt overschreden. |
| II niet hoger dan de maximale huurprijsgrens1 | huurverhoging van: indien het huishoudinkomen, bedoeld in [artikel 7:252a, tweede lid, onderdeel b, van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=252a), over het inkomenstoetsjaar, bedoeld in onderdeel d van dat artikellid, van de op het tijdstip van de in het voorstel tot verhoging van de huurprijs genoemde ingangsdatum in de woonruimte, die een zelfstandige woning vormt, wonende huurder en overige bewoners a. lager is dan of gelijk is aan het in [artikel 10, tweede lid, tweede volzin, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014315&artikel=10) bedoelde bedrag: maximaal 2,8 procentpunt, en b. hoger is dan het in [artikel 10, tweede lid, tweede volzin, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003237&artikel=10) bedoelde bedrag: maximaal 4,3 procentpunt, voor zover de maximale huurprijsgrens1 niet wordt overschreden. |
¹ De maximale huurprijsgrenzen, bedoeld in de [artikelen 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003237&artikel=8a) en [12, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003237&artikel=12), zoals deze gelden op de dag dat dit schema in werking treedt.
² Bij woonruimte welke een zelfstandige woning vormt, met een puntentotaal van meer dan 250 en een geldende huurprijs hoger dan de maximale huurprijsgrens bij een puntentotaal van 250, kan een huurprijsverlaging plaatsvinden, indien het huurpeil van vergelijkbare woonruimte daartoe aanleiding geeft. De huurprijs van deze woonruimte kan niet worden verlaagd tot minder dan de maximale huurprijsgrens behorende bij woonruimte met een puntentotaal van 250, behoudens toepassing van [artikel 6, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003237&artikel=6).
## Bijlage Va
| Geldende huurprijs (in bedragen per maand) | Huuraanpassing |
| --- | --- |
| I hoger dan de maximale huurprijsgrens 1 | huurverlaging tot de maximale huurprijsgrens1 |
| II niet hoger dan de maximale huurprijsgrens1 | huurverhoging ten aanzien van woonruimte, die niet een zelfstandige woning vormt, van maximaal het inflatiepercentage plus 1,5 procentpunt, voor zover de maximale huurprijsgrens1 niet wordt overschreden. |
1 De maximale huurprijsgrenzen, bedoeld in de [artikelen 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003237&artikel=8a) en [12, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003237&artikel=12), zoals deze gelden op de dag dat dit schema in werking treedt.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
## Bijlage VI
@@ -1155,53 +1170,51 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 7a
De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters hebben recht op een vakantie-uitkering overeenkomstig [hoofdstuk IV van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003630&hoofdstuk=IV).
##### Artikel 7b
De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters hebben recht op een eindejaarsuitkering overeenkomstig [artikel 20a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003630&artikel=20a).
##### Artikel 7c
Indien de plaatsvervangend voorzitter de functie van voorzitter waarneemt, kan hem een waarnemingstoelage worden toegekend overeenkomstig [artikel 14 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003630&artikel=14).
##### Artikel 7d
Op het ambtsjubileum van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters is [artikel 79, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenregelement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=79) van overeenkomstige toepassing
##### Artikel 7e
1. Op eenmalige of periodieke toeslagen van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters is [artikel 22a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003630&artikel=22a) van overeenkomstige toepassing.
2. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters hebben de mogelijkheid om gebruik te maken van het Individuele keuzen in het ArbeidsvoorwaardenPakket (IKAP). De [IKAP-regeling Rijkspersoneel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015799) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 7f
1. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters genieten een vergoeding voor reis- en verblijfkosten ter zake van dienstreizen overeenkomstig het [Reisbesluit binnenland](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005889), het [Reisbesluit buitenland](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006842) en de [Reisregeling binnenland](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005912).
2. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter hebben recht op een vergoeding van verplaatsingskosten overeenkomstig [hoofdstuk IV van het Verplaatsingskostenbesluit 1989](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004630&hoofdstuk=IV).
3. De voorzitter heeft recht op een vergoeding van representatiekosten overeenkomstig [artikel 68a, derde lid, onderdeel b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=68a). De plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters hebben recht op een vergoeding van representatiekosten overeenkomstig artikel 68a, derde lid, onderdeel c, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
##### Artikel 8a
1. De leden van de Raad van Advies, bedoeld in [artikel 3g van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014315&artikel=3g), genieten een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen en het geven van adviezen uit hoofde van hun functie als bedoeld in dat artikel ten bedrage van € 400 per maand. Het lid van de Raad dat tevens telkenmale die vergaderingen voorzit, geniet een vergoeding van € 520 per maand. De bedragen van de vergoeding worden jaarlijks per 1 april gewijzigd met het onmiddellijk daaraan voorafgaande in januari in de Staatscourant bekendgemaakte percentage, waarmee de consumentenprijzen (alle huishoudens) ten opzichte van het aan die bekendmaking voorafgaande jaar zijn gewijzigd.
2. De leden van de Raad van Advies, bedoeld in [artikel 3g van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014315&artikel=3g), genieten een vergoeding voor reis- en verblijfkosten ter zake van reizen ten behoeve van de huurcommissie gedaan, overeenkomstig het [Reisbesluit binnenland](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005889) en de [Reisregeling binnenland](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005912).
#### § 6. Aanwijzing groep chronisch zieken en gehandicapten
#### § 7. Leges
#### § 8. Gegevensverstrekking door de huurder
#### § 8a. Servicekosten
## Bijlage VII
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 7a
De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters hebben recht op een vakantie-uitkering overeenkomstig [hoofdstuk IV van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003630&hoofdstuk=IV).
##### Artikel 7b
De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters hebben recht op een eindejaarsuitkering overeenkomstig [artikel 20a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003630&artikel=20a).
##### Artikel 7c
Indien de plaatsvervangend voorzitter de functie van voorzitter waarneemt, kan hem een waarnemingstoelage worden toegekend overeenkomstig [artikel 14 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003630&artikel=14).
##### Artikel 7d
Op het ambtsjubileum van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters is [artikel 79, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenregelement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=79) van overeenkomstige toepassing
##### Artikel 7e
1. Op eenmalige of periodieke toeslagen van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters is [artikel 22a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003630&artikel=22a) van overeenkomstige toepassing.
2. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters hebben de mogelijkheid om gebruik te maken van het Individuele keuzen in het ArbeidsvoorwaardenPakket (IKAP). De [IKAP-regeling Rijkspersoneel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015799) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 7f
1. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters genieten een vergoeding voor reis- en verblijfkosten ter zake van dienstreizen overeenkomstig het [Reisbesluit binnenland](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005889), het [Reisbesluit buitenland](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006842) en de [Reisregeling binnenland](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005912).
2. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter hebben recht op een vergoeding van verplaatsingskosten overeenkomstig [hoofdstuk IV van het Verplaatsingskostenbesluit 1989](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004630&hoofdstuk=IV).
3. De voorzitter heeft recht op een vergoeding van representatiekosten overeenkomstig [artikel 68a, derde lid, onderdeel b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=68a). De plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters hebben recht op een vergoeding van representatiekosten overeenkomstig artikel 68a, derde lid, onderdeel c, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
##### Artikel 8a
1. De leden van de Raad van Advies, bedoeld in [artikel 3g van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014315&artikel=3g), genieten een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen en het geven van adviezen uit hoofde van hun functie als bedoeld in dat artikel ten bedrage van € 400 per maand. Het lid van de Raad dat tevens telkenmale die vergaderingen voorzit, geniet een vergoeding van € 520 per maand. De bedragen van de vergoeding worden jaarlijks per 1 april gewijzigd met het onmiddellijk daaraan voorafgaande in januari in de Staatscourant bekendgemaakte percentage, waarmee de consumentenprijzen (alle huishoudens) ten opzichte van het aan die bekendmaking voorafgaande jaar zijn gewijzigd.
2. De leden van de Raad van Advies, bedoeld in [artikel 3g van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014315&artikel=3g), genieten een vergoeding voor reis- en verblijfkosten ter zake van reizen ten behoeve van de huurcommissie gedaan, overeenkomstig het [Reisbesluit binnenland](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005889) en de [Reisregeling binnenland](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005912).
#### § 6. Aanwijzing groep chronisch zieken en gehandicapten
#### § 7. Leges
#### § 8. Gegevensverstrekking door de huurder
#### § 8a. Servicekosten
## Bijlage VIII
@@ -1243,34 +1256,36 @@
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 12a
De gegevens, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014315&artikel=7), en [8 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014315&artikel=8), worden uiterlijk binnen vier weken na de kennisgeving van ontvangst van het verzoek bij de voorzitter ingediend. De gegevens bevatten een afschrift van de huurovereenkomst.
#### § 8. Gegevensverstrekking door de huurder
##### Artikel 14a
Het bedrag, bedoeld in [artikel 18, vierde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014315&artikel=18), is het bedrag, genoemd in [bijlage VIII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=VIII&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
#### § 9. Slotbepalingen
## Bijlage XIV
Vervallen
## Bijlage XVa
Vervallen
## Bijlage XVb
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 12a
De gegevens, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014315&artikel=7), en [8 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014315&artikel=8), worden uiterlijk binnen vier weken na de kennisgeving van ontvangst van het verzoek bij de voorzitter ingediend. De gegevens bevatten een afschrift van de huurovereenkomst.
#### § 8. Gegevensverstrekking door de huurder
##### Artikel 14a
Het bedrag, bedoeld in [artikel 18, vierde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014315&artikel=18), is het bedrag, genoemd in [bijlage VIII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=VIII&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
#### § 9. Slotbepalingen
## Bijlage XVa
## Bijlage XVc
Vervallen
## Bijlage XVb
Vervallen
## Bijlage XVc
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2016-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — art. 12
2015-10-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12
2015-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12
2015-04-11
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12
2015-01-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12
2014-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte
2014-01-06
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12
2014-01-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12
2013-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12
2013-06-29
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12
2013-05-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 6, 12, 12
2012-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12
2012-01-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12
2011-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12
2010-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12
2010-04-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte
2009-10-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12, 14
2009-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12, 14
2008-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12, 14
2007-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12, 14
2006-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte
2006-01-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12, 14
2005-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 6, 12, 14
2004-07-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 2, 4, 5 y 3 más
2004-01-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 2, 3, 4 y 5 más
2003-08-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte — arts. 10, 1, 1 y 29 más
2003-08-01
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte
original version
Tekst op deze datum