Vaststellingsbesluit selectielijsten neerslag handelingen beleidsterreinen Energiebeleid en Energiedelfstoffen vanaf 1945 (Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
Handeling: Het aanwijzen en beëdigen van de (plaatsvervangend) Inspecteur-Generaal der Mijnen en – op diens voordracht – van andere bij het Staatstoezicht op de Mijnen werkzame ambtenaren
Periode: 1945–
Producten: Aanstellingsbeschikkingen
Opmerking: De minister kan aan de IGM adviseurs toevoegen. De IGM beëdigt de inspecteurs van sodm.
Bron: Mijnreglement 1964, art. 324–331; MCP, art. 32; Wet Markham-overeenkomst, art. 7; sodm, NKD: Juridisch kader (1996)), p. 10; mandaatregeling 1996
Waardering: V 10 jaar na pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het aansturen en toezicht houden op, dan wel het afleggen van verantwoording van de werkzaamheden van de Inspecteur-Generaal der Mijnen, i.c. het Staatstoezicht op de Mijnen
Periode: 1945–
Producten: – Mandaatregelingen en instructies, b.v. Beschikking van de Minister van Waterstaat van 20 december 1939, La.C., Vervoer en Mijnwezen, en Beschikking van 15 januari 1965, DG Mijnwezen, nr. 564/1288, gewijzigd bij Besluit van DG Energie 1985 en 1996;
– jaarwerkplannen, managementrapportages, jaarverslagen;
Opmerking: De IGM geeft de toezichthouders van sodm aanwijzingen; de operationele aansturing berust bij de plv. IGM.
Bron: Mijnreglement 1939, art. 219; MR64, art. 331; Jaarverslag IGM 1994; Mandaatregelingen 1965 en 1996; sodm, NKD, nr. 96/C/05 (Inspecties), p. 24
Waardering: B 4
Handeling: Het, in voordracht van de arbeiderscommissies onder voorzitterschap van de Inspecteur-Generaal der Mijnen, voor telkens vijf jaar aanwijzen van ten minste twee arbeiders-controleurs, belast met het toezicht houden op de naleving van het Mijnreglement in de ondergrondse werken van de steenkolenmijnindustrie
Periode: 1939–1964
Overlegkader: Vakorganisaties van arbeiders, bestuurders van de mijnen
Bron: Mijnstatuut 1945, art. 72; Mijnreglement 1939, hoofdst. XVII
Waardering: V 10 jaar na benoeming
Handeling: Het Waardering van in te dienen (wijzigingen van) gegevens betreffende de plaatsing en inrichting van mijnbouwinstallaties op het Continentaal Plat
Periode: 1971–
Bron: MRCP, art. 31 en 31a; sodm, A&R nr. 97 (voorkomen van beschadiging in gebruik zijnde kabels, pijpleidingen e.d.), Art. B; sodm, A&R, nr. 130 (Richtlijnen bescherming onderwaterproducerende mijnbouwinstallaties), art. 10
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het Waardering van in te dienen (wijzigingen van) gegevens betreffende de plaatsing, verplaatsing en inrichting van boorlocaties onshore
Periode: 1945–
Opmerking: In sodm, A&R, nr. 120 (Concept-aanschrijving binnenkomende boorinstallaties en reparatiemasten) zijn de gegevens en documenten die ten minste 2 weken voor de aanvang van de werkzaamheden ingeleverd moeten worden, opgesomd.
Bron: Mijnreglement 1964, gewijzigd 1971, art. 36a, 36d, tweede lid; MRCP, art. 31 en 31a; sodm, A&R nr. 97 (voorkomen van beschadiging in gebruik zijnde kabels, pijpleidingen e.d.), Art. b; sodm, A&R, nr. 130 (Richtlijnen bescherming onderwaterproducerende mijnbouwinstallaties), art. 6 en 10; sodm, A&R, nr. 134, Richtlijnen verkrijging bewijs van toezicht van de Dienst voor het Stoomwezen), art. 5, eerste, vijfde en zesde lid
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het Waardering van verplicht ingediende (wijzigingen van) gegevens betreffende het voornemen pijpleidingen t.b.v. opsporing of winning van delfstoffen buiten de locaties te leggen
Periode: 1964–
Bron: Mijnreglement 1964, gewijzigd 1978, art. 143a–b; Aanwijzing mijnreglement pijpleidingen, Stcrt. 1975, 126; MRCP, art. 71; sodm, A&R nr. 97 (voorkomen van beschadiging in gebruik zijnde kabels, pijpleidingen e.d.), Art. C; sodm, A&R, nr. 134, art. 8 en 11; sodm, A&R, nr. 134, Richtlijnen verkrijging bewijs van toezicht van de Dienst voor het Stoomwezen), art. 8, eerste en zesde lid, art. 11, zesde lid
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het Waardering van mededelingen en rapportages over periodieke en tussentijdse inspecties en herstelwerkzaamheden van pijpleidingen t.b.v. de opsporing of winning van delfstoffen
Periode: 1964–
Producten: Mededelingen, herstelprogrammaTM
Bron: Mijnreglement 1964, gewijzigd 1978, art. 143e; MRCP, art. 76–77; sodm, A&R nr. 97 (voorkomen van beschadiging in gebruik zijnde kabels, pijpleidingen e.d.), Art. c
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen of herzien van de termijn en de omvang van de opruimingskosten van mijnbouwinstallaties waarvoor houders van een winningvergunning voor delfstoffen op het Continentaal Plat zekerheid dienen te stellen
Periode: 1985–
Producten: Beschikkingen o.b.v. Meldingen en opgaven van de vergunninghouders
Opmerking: 1. De garantie wordt niet eerder gevraagd dan nadat het winning-proces halverwege gevorderd is. De verwijdering van mijnbouwinstallaties is o.g.v. Het MRCP 1967, art. 68, verplicht.
Bij gebrek aan overeenstemming wijzen beide partijen een onafhankelijke deskundige aan, wiens beslissing bindend is.
Bron: Winningvergunning voor blokdelen K4b en K5a (Elf Petroland BV), 29 april 1993, bijlagen
Waardering: B 5 Indien als afzonderlijke handeling geregistreerd, anders in een andere B-handeling opgenomen.
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met mijnondernemingen en lagere overheden over de organisatie en financiering van schadevergoedingen aan benadeelden van mijnschade
Periode: 1975–
Producten: Overeenkomsten
Opmerking: 1. De overeenkomst met de NAM uit 1983 in het Groningenveld betreft een fonds van 650 miljoen gulden. In Friesland is overleg over de stichting van een fonds van 150 miljoen gaande.
O.g.v. De overeenkomsten met de particuliere mijnondernemingen inzake steunverlening voor een geleidelijke mijnsluiting (1967) zijn overeenkomsten over de oprichting van een Stichting Mijnschadevoorziening gesloten. De overeenkomsten met de Limburgse mijnondernemingen loopt in 2005 af.
Het bestuur van de drie mijnschadestichtingen bestaat uit vertegenwoordigers van de mijnondernemingen. Het gaat om de Stichtingen Willem-Sophia, Oranje-Nassau en Laura en vereniging.
Bron: Inl. Ir. J.J.E. Pöttgens (sodm), 5 september 1996; Mijnsluitingnummer: ir. A.H.W. Martens, Mijnsluitingen en mijnwetgeving, pp. 221–224
Waardering: B 5
Handeling: Het registreren en analyseren/interpreteren van meetgegevens van aardbevingen en de relatie daarvan met gaswinning in Noord-Nederland
Periode: 1990–
Producten: Seismische meetgegevens, publicaties
Opmerking: 1. In Drenthe, Groningen en Noord-Holland hebben de betrokken mijnondernemingen voor de meting van aardbevingen seismische netwerken, bediend door zeven, resp. Drie meetstations, opgericht en in 1995 in bedrijf gesteld.
Voor het PIVOT-onderzoek KNMI, zie PIVOT-rapport nr. 27 (Tussen waarneming en neerslag).
Bron: Bijl. Hdtk 1994–1995, 21 108, nr. 5
Waardering: V 10 jaar na vaststelling product
Alle rapporten die als archiefbescheiden van de Minister van EZ kunnen gelden: B 3
Handeling: Het ontwikkelen, vaststellen en evalueren van het Nederlandse aardoliebeleid
Periode: 1945–
Overlegkader: OCC, VNA, NOVOK (vanaf 1997: NOVE)
Producten: Beleidsnota’s; bijdragen aan algemeen energiebeleid; publieksbrochures, b.v. Aardolie in Nederland
Bron: Energienota 1974, bijl. Hdtk, hoofdstuk 7; EZ, Aardolie in Nederland
Waardering: B 1
Handeling: Het voeren van overleg met de Olie Contact Commissie over aardolieaangelegenheden van allerlei aard
Periode: ca. 1950–
Producten: Agenda’s, verslagen
Opmerking: 1. Gespreksonderwerpen zijn: milieu, accijnzen, tankstations en winkelnering, crisisbeheersing (binnen de OKA).
Gaat het overleg over een specifiek onderwerp, b.v. Aardoliecrisisbeheersing, dan wordt het overleg als een activiteit in het kader van een handeling beschouwd.
Bron: Inl. Ir. F.J. Otte (DGE/EOG), 9 april 1997
Waardering: B 1
Vervallen.
Handeling: Het benoemen van de voorzitter van de Olie Contact Commissie
Periode: ca. 1950–
Bron: Inl. Ir. F.J. Otte (DGE/EOG), 9 april 1997
Waardering: V 10 jaar na benoeming
Handeling: Het van de oliemaatschappijen verkrijgen van gegevens en uitvoeren van onderzoeken naar de prijsvorming van aardolieproducten op de binnenlandse markt, ter ondersteuning van het ministeriële marktwerkingbeleid
Producten: Onderzoeksrapporten, b.v. Onderzoek benzineprijzen 1996
Overlegkader: OCC, brancheorganisaties
Opmerking: Oliemaatschappijen moeten sedert 1982 rapporteren over prijsverloop en transparantie van prijsstelling
Bron: Inl. Ir. F.J. Otte (DGE/EOG), 9 april 1997; MEZ-1991, Aardolie in Nederland, p. 16
Periode: 1945–
Waardering: V 10
Vervallen.
Vervallen.
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de ontwikkeling en evaluatie van een LPG-beleid en aan de uitvoering van beleidsmaatregelen, i.h.b. ten behoeve van de verplaatsing of sluiting van LPG-tankstations en de interping van LPG-tanks
Periode: 1979–
Producten: Bijdragen aan Integrale nota LPG, Nota grootschalige aanlanding van LPG
Opmerking: De Ministers van VROM (hinder, milieubeheer, ruimtelijke ordening) en V&W (vervoer gevaarlijke stoffen) zijn bij de LPG-problematiek de eerst verantwoordelijke ministers.
Bron: De Maar, Energierecht, pp. 184–189; inl. Ir. F.J. Otte (DGE/EOG), 9 april 1997; Integrale nota LPG
Waardering: B 1
Handeling: Het, samen met de Ministers van VROM en Financiën, nemen van beleidsmaatregelen tot bodemsanering en eventuele verwijdering van tankstations
Periode: 1990–2000
Opmerking: Een van de resultaten is een convenant voor de opruiming van ondergrondse tanks. De uitvoering hiervan verloopt via de Stichting Uitvoering Bodemsanering en Amovering Tankstations (SUBAT), waarin de Minister van EZ vertegenwoordigd is.
Bron: Inl. Ir. F.J. Otte (DGE/EOG), 9 april 1997
NB. Voor de benoeming van een vertegenwoordiger van MEZ in de SUBAT, zie hoofdstuk organisatorisch kader, par. 3.4.3. Voor de handelingen van SUBAT en verdere gegevens over de toelating en opruiming van ondergrondse tanks en andere zaken met betrekking tot bodemsanering, zie ook het PIVOT-rapport milieubeheer, dat in voorbereiding is.
Waardering: B 1 en 4, parallel met selectiecriterium VROM 1–5.
Vervallen.
Handeling: Het, samen met de Ministers van V&W en VROM, ontwikkelen, vaststellen en evalueren van beleid inzake het buisleidingtransport, in het bijzonder van aardolie, aardgas en (petro)chemische producten
Periode: 1945–
Producten: o.m. (verlenging van) Structuurschema Buisleidingen (v.a. 1972); bijdragen in Stuurgroep Buisleidingen (1993–) t.b.v. Inventarisatie regelgeving en beleidsinstrumenten en de daarbij behorende m.e.r.’s.
Bron: Stuurgroep Buisleidingen, Tweede rapportage, par. 2.3
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden van kroonbeslissingen tot verlening van concessies voor de aanleg en instandhouding van industriële buisleidingen, dan wel het verlenen van toestemming voor de overdracht van concessies
Periode: 1946–
Producten: Concessies, o.b.v. Aanvragen en adviezen ministeries en RPC, t.b.v. Aanleg en instandhouding van b.v. Leidingen voor gasdistributie, hoofdtransportleidingen aardgas, transportleidingen chemische producten
Opmerking: Voor de Gasunieleidingen geldt een algemene concessie.
Bron: EZ, Notitie project buisleidingen/procedures (nov. 1994); Vincent, Juridische onzekerheid; KB nr. 95.006572
Waardering: B 5
Handeling: Het bekrachtigen van tracébesluiten van de PWC t.b.v. aanleg en instandhouding van buisleidingen, dan wel het samen met de Minister van VROM nemen van een bindend tracébesluit, indien overleg PWC met concessionaris niet tot overeenstemming heeft geleid
Periode: 1968–
Overlegkader: GS en RPC
Bron: EZ, Notitie project buisleidingen/procedures (nov. 1994)
Waardering: B 5, MER-plichtige handeling of uitvoering Tracéwet..
Vervallen.
Handeling: Het aflossen van leningen en betalen van rente hierover, alsmede het bijdragen in de exploitatiekosten van de Nederlandse Pijpleidingmaatschappij
Periode: 1945–
Overlegkader: Gemeente Amsterdam
Opmerking: De uitgaven worden voor 50% door de gemeente Amsterdam gedragen. Er is een garantieovereenkomst, op grond waarvan de Maatschappij onder staatsgarantie leningen kan aantrekken.
Bron: Rijksbegroting 1991 hoofdstuk XIII, p. 210
Waardering: V 7 jaar na aflossing
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Handeling: Het van de bijdrageplichtigen verkrijgen en aan de directeur van het VN-Olieschadefonds verstrekken van gegevens over de bijdrageplichtigen en de van overzee in het afgelopen kalenderjaar in Nederland ingevoerde, opgeslagen, verwerkte en verhandelde bulkhoeveelheden ruwe olie en stookolie
Periode: 1981–
Producten: Mededelingen o.b.v. Schriftelijke opgaven; kennisgevingen aan de betrokken importeurs, handelaren en raffinadeurs
Opmerking: Oliehandelaren e.d. zijn vrijgesteld van de opgaveverplichting bij hoeveelheden van 100 000 ton of minder in een kalenderjaar. De Minister van EZ stelt het door hem vastgestelde formulier ter beschikking.
Bron: Wet schadefonds olietankschepen, Stb. 1981, 294, art. 7–8; Besluit opgave bijdragende olie 1982
Waardering: V 1 jaar
NB: Dit is een monitoringshandeling waarbij de indicator door de VN wordt bepaald.
Handeling: Het toezicht houden op de uitvoering van de gegevensverstrekking door oliehandelaren en raffinadeurs inzake van overzee in Nederland ingevoerde, opgeslagen, verwerkte en verhandelde bulkhoeveelheden ruwe olie en stookolie
Periode: 1981–
Producten: Controle-verslagen ECD
Bron: Wet schadefonds olietankschepen, Stb. 1981, 294, art. 7–8; Besluit opgave bijdragende olie, art. 2
Waardering: V 1 jaar
NB. Voor doelstelling, organisatie en de bijdragen die EZ in het overleg in de organen van het Olieschadefonds levert, zie hoofdstuk internationale samenwerking.
Vervallen.
Handeling: Het ontwikkelen, vaststellen en evalueren van beleid inzake het aardoliecrisismanagement, alsmede het bijdragen in het departementsbreed crisisbeheersingsbeleid
Periode: 1970–
Producten: Beleidsnota’s/notities, b.v. Notitie Aardolie crisisbeleid, onderzoeksrapporten, programma’s, EZ-Handboek Oliecrisis, bijdragen in departementaal overleg
Overlegkader: Olie Contact Commissie/OKA, branche-organisaties, IEA,
Opmerking: 1. Het nationale beleid wordt in de Permanente Groep inzake Crisisvraagstukken van het IEA getoetst (zie hoofdstuk internationale samenwerking).
Voor beleid dat resulteert in wet- en regelgeving, zie hoofdstuk wettelijk kader.
Bron: Bijl. Hdtk 1993–1994, 23 531, nr. 1; Wet uitvoering internationaal energieprogramma, art. 2; (mvt) Overeenkomst inzake een internationaal energieprogramma 1974; mvt Wijziging Wet voorraadvorming aardolieproducten 1986, par. 6
Waardering: B 5
Handeling: Het aan olieproducenten en -handelaren verlenen van ontheffing van de verplichting krachtens Wet uitvoering internationaal energieprogramma, art. 10, gegevens over de olieproductie en -handel te verstrekken
Periode: 1979–
Opmerking: Voor de gegevensverstrekking zelf, zie hoofdstuk internationale samenwerking.
Bron: Wet uitvoering internationaal energieprogramma, art. 11; Regeling gegevens aardolieproducten 1985, art. 15, derde lid
Waardering: V 10 jaar na aflopen ontheffing
Handeling: Het sluiten en wijzigen van een ‘gentlemen’s agreement’ met als raffinadeur in Nederland werkzame grote oliemaatschappijen over een vrijwillige voorraadvorming van aardolieproducten
Periode: 1961–1976
Opmerking: De onafhankelijke handelaren in benzine, petroleum en stookolie traden niet tot het herenakkoord toe.
Bron: MvT Wet voorraadvorming aardolieproducten, pp. 8
Waardering: B 5
Handeling: Het goedkeuren van productieschema’s opgesteld door de voorraadplichtige, tevens producent, van de verwachte opbrengsten van aardolieproducten in het lopende jaar en de verhouding met de te verwerken ruwe aardolie
Periode: 1977–
Producten: Goedkeuringsbeschikkingen op basis van richtlijnen op het gebied van productie.
Bron: Wet voorraadvorming aardolieproducten, art. 4, vijfde lid
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het eventueel gelasten van een voorraadplichtige om een voorraad, welke door hem met toepassing van artikel 6, eerste lid, buiten Nederland wordt aangehouden, binnen een door de minister te bepalen termijn naar Nederland over te brengen
Periode: 1977–
Producten: Vorderingen en daarop volgende correspondentie.
Bron: Wet voorraadvorming aardolieproducten, 8
Waardering: B 6
Handeling: Het verkrijgen van informatie, in te dienen door bedrijven die een strategische voorraadplicht hebben en die een of meer aardolieproducten op de markt brengen, over de omvang en samenstelling van voorraden aardolieproducten
Periode: 1970–
Producten: Tot 1987 kwartaalgegevens, sindsdien maandelijkse informatie
Opmerking: 1. De doelstelling is drieledig:
– verkrijgen van overzicht van alle voorraden;
– toezicht op de uitvoering van de voorraadplicht;
– verstrekking van statistische gegevens aan de Europese Commissie.
Ook vóór 1977 ontving het rijk gegevens van de oliemaatschappijen over b.v. De aanvoer, de verwerking, de binnenlandse afleveringen en de voorraden. Tijdens de oliecrisis werd afgesproken dat de oliemaatschappijen ramingen zouden verstrekken over de aanvoer van ruwe olie, de levering t.b.v. Bunkers en export en het productieschema.
Vgl. De informatieplicht voor alle olieondernemingen t.b.v. Het IEA en de EG-Commissie; zie hoofdstuk internationale samenwerking.
Bron: Wet voorraadvorming aardolieproducten, art. 9; mvt Wijziging Wet voorraadvorming aardolieproducten 1986, par. 6.4; Eerste Energienota, p. 105; inl. Drs. F.G.M. Wieleman (DGE/EOG), aug. 1996
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het ten behoeve van de overname van de voorraadplicht verlenen, intrekken e.d. van ontheffingen van in de Wet voorraadvorming aardolieproducten voorgeschreven voorraadverplichting
Periode: 1977–
Producten: Beschikkingen op verzoek van voorraadplichtige, onder overlegging van transactie met derde die voorraadplicht heeft ‘overgenomen’.
Opmerking: De voorraadplichtige die onvoldoende volume en/of opslagcapaciteit heeft, sluit in zo’n geval een commerciële overeenkomst met een derde die wèl beschikt over volume en capaciteit.
Bron: Wet voorraadvorming aardolieproducten, art. 3, vierde, vijfde en zesde lid, ingetrokken bij wijziging van 1986, art. 5a (wijziging 1986) en art. 11–13; inl. Drs. F.G.M. Wieleman (DGE/EOG), aug. 1996
Waardering: V 10 jaar na aflopen ontheffing
Handeling: Het, samen met de Minister van Financiën, oprichten en ontbinden van de Stichting (Interim) Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (ICOVA/COVA)
Periode: 1977–1986 en 1987–
Handeling: Het, samen met de Minister van Financiën, oprichten en ontbinden van de Stichting (Interim) Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (ICOVA/COVA)
Periode: 1977–1986 en 1987–
Producten: Oprichtingsakte o.g.v. Project-/onderzoeksplan, statuten
Opmerking: 1. Het vooroverleg tussen overheid en brancheorganisaties (NVGA en NOVOK) inzake de oprichting van de ICOVA werd in de Oliecontact commissie (OCC) gevoerd.
De Minister van EZ wordt overeenkomstig art. 40 van de Comptabiliteitswet 1976 bij wet gemachtigd tot oprichting van de Stichting.
Bron: Statuten ICOVA 1978; Statuten COVA 1987; Wet voorraadvorming
aardolieproducten, art. 13a–b, 13g
Waardering: B 4
Handeling: Het benoemen en ontslaan van de (plaatsvervangende) voorzitter en de overige (plaatsvervangende) leden van het bestuur van de ICOVA/COVA
Periode: 1978–1986 en 1987–
Producten: Beschikkingen
Opmerking: 1. Samenstelling ICOVA: (plv.) Voorzitter en 2 (plv.) Leden rechtstreeks benoemd door de minister, 1 (plv.) Lid op voordracht van de Minister van Financiën, 2 (plv.) Leden uit de kring van olieindustrie, 1 (plv.) Lid uit de kring van de onafhankelijke oliehandel.
Het bestuur van de COVA bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste negen leden, waaronder de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter, en een gelijk aantal plaatsvervangende leden. Samenstelling: in meerderheid personen uit de overheid, in minderheid onafhankelijke deskundigen uit de oliewereld.
Eén lid en zijn plaatsvervanger wordt door de minister in overeenstemming met de Minister van Financiën benoemd.
Bron: Statuten ICOVA 1978, art. 6; Wet voorraadvorming aardolieproducten, art. 13b; Statuten 1987, art. 5
Waardering: V 10 jaar na benoeming
Handeling: Het geven van bindende aanwijzingen aan de ICOVA/COVA ten behoeve van een goede taakvervulling in niet-crisistijd
Periode: 1978–1986 en 1987–
Opmerking: Het bestuur kan bezwaar maken tegen de aanwijzing. De aanwijzingen kunnen onder meer betrekking hebben op de soorten producten die de stichting dient aan te houden, of op de wijze en plaats van opslag daarvan. In de praktijk is de handeling niet voorgekomen; zie echter handeling 0 voor aanwijzingen in een crisistijd.
Bron: Statuten ICOVA 1978, art. 19; Wet voorraadvorming aardolieproducten, art. 13c, lid 2
Waardering: B 4
Handeling: Het al dan niet op verzoek van het bestuur wijzigen van de statuten van de ICOVA/COVA
Periode: 1978–1986 en 1987–
Bron: Statuten ICOVA 1978, art. 20; Statuten COVA 1987, art. 19; Wet voorraadvorming aardolieproducten, art. 13c lid 1.
Waardering: B 4
Handeling: Het ‘op persoonlijke titel’ deelnemen aan het bestuur, waaronder het toezicht op het dagelijkse bestuur, van de ICOVA/COVA.
Periode: 1978–1986 en 1987–
Opmerking: Voor de taken van het bestuur, zie art. 9 statuten ICOVA 1978 en art. 6–8 statuten COVA 1987.
Bron: Statuten ICOVA 1978, art. 9; Statuten COVA 1987, art. 6–8
Waardering: B 4
Handeling: Het namens de staat sluiten/wijzigen van een overeenkomst met drie oliemaatschappijen inzake het aardoliespreidingsplan, inhoudende het op voorraad houden van verspreid in het land gelegen overheidstanks met aardolieproducten
Periode: 1959–1980
Producten: Overeenkomst, per 1 jan. 1981 beëindigd
Opmerking: De tanks werden gehuurd door de oliemaatschappijen; zie volgende handeling.
Bron: Mvt Wijziging Wet voorraadvorming aardolieproducten 1986, bijl. Hdtk 1984–1985 19 156, nr. 3, par. 6; Inventaris EZ IV, p. 16
Waardering: B 4
Handeling: Het verhuren van overheidstanks aan oliemaatschappijen, sinds 1981 aan de ICOVA/COVA ten behoeve van de (gespreide) opslag van ICOVA/COVA-olievoorraden
Periode: 1960–1986 en 1987–
Producten: Aardoliespreidingsplan 1960–1981, akten van verhuur
Opmerking: Van 1960 tot 1981 geschiedt de verhuur op basis van de overeenkomst inzake het aardoliespreidingsplan.
Bron: Mvt Wijziging Wet voorraadvorming aardolieproducten 1986, par. 6
Waardering: V 7 jaar na afloop verhuur
Handeling: Het verstrekken van staatsgaranties aan de ICOVA/COVA voor leningen bij financiële instellingen
Periode: 1978–1986 en 1987–
Bron: Mvt Wijziging Wet voorraadvorming aardolieproducten, par. 4
Waardering: V 7 jaar na aflossing lening
Handeling: Het goedkeuren van de reglementen van de ICOVA/COVA
Periode: 1978–1986 en 1987–
Bron: Statuten ICOVA 1978, art. 8; Statuten COVA 1987, art. 7
Waardering: V 5 jaar na vervallen
Handeling: Het goedkeuren van de begrotingen en jaarstukken en anderszins toezicht houden op het financieel/bestuurlijk handelen van de ICOVA/COVA
Periode: 1978–1986 en 1987–
Opmerking: De minister of een door hem aangewezen ambtenaar heeft toegang tot alle bedrijfsruimten en is bevoegd tot inzage van alle boeken, correspondentie e.a. Bescheiden en tot kennisname van alle plaatsgehad hebbende handelingen van het bestuur, directie en het bureau van de Stichting.
Producten: Goedgekeurde en vastgestelde begrotingen, jaarstukken o.g.v. Accountantsverklaring, jaarverslag
Bron: Statuten ICOVA 1978, art. 18; Wet voorraadvorming aardolieproducten, art. 13d; Statuten COVA 1987, art. 17–18
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het goedkeuren van bestuurshandelingen in gevallen waarin door de statuten en reglementen van de Stichting ICOVA niet is voorzien
Periode: 1978–1986
Bron: Statuten ICOVA 1978, art. 22
Waardering: B 4
Handeling: Het machtigen van de COVA bepaalde uitgaven te doen, indien de begroting niet vóór de aanvang van het kalenderjaar, waarvoor zij moet dienen, is goedgekeurd
Periode: 1987–
Bron: Wet voorraadvorming aardolieproducten, art. 13d, derde lid
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het vaststellen van de omvang van de verschillende categorieën aardolieproducten in beheer bij de COVA
Periode: 1986–
Producten Beschikkingen, o.m. De beschikking van 30 december 1986, Stcrt. 252
Bron: Wet voorraadvorming aardolieproducten, art. 13a, tweede lid
Waardering: B 5
Handeling: Het aan de COVA uitkeren van de voorraadheffing, als opcenten door de Minister van Financiën geheven, ter financiering van de exploitatiekosten van de COVA
Periode: 1987–
Opmerking: Het gaat om een heffing op de aan accijns onderworpen aardolieproducten.
Bron: Wet voorraadvorming aardolieproducten, art. 13h
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het tijdens een oliecrisis maken van afspraken met het oliebedrijfsleven over de inzet van surplus olievoorraden
Periode: 1970–
Overlegkader: Oliebedrijfsleven, IEA
Bron: Bijl. Hdtk 1993–1994, 23 531, nr. 1
Waardering: B 6
Handeling: Het in een oliecrisis opdracht geven aan de (I)COVA tot het op de markt brengen van de surplus of strategische olievoorraden
Periode: 1970–
Overlegkader: Oliebedrijfsleven, IEA
Opmerking: 1. De inzet geschiedt in eerste instantie via een tenderprocedure (= levering op basis van verzamelde aanvragen), in een zwaardere crisis ook via een verdeelsleutel volgens een distributiestelsel.
Deze handeling betreft ook de voorbereiding van de opdracht: tijdens de Golfoorlog van 1991 heeft de Minister van EZ de COVA opgedragen een volume via een tenderprocedure aan te bieden. Uiteindelijk hoefde de verkoop niet door te gaan omdat de voorraden in de handel nog toereikend waren.
Bron: Bijl. Hdtk 1993–1994, 23 531, nr. 1, pp. 7–8; inl. Drs. F.G.M. Wieleman (DGE/EOG), aug. 1996
Waardering: B 6
Handeling: Het in een oliecrisis maken van afspraken, dan wel geven/intrekken van opdrachten aan de in Nederland werkzame producenten tot aanpassing van raffinage-programma’s
Periode: 1975–
Bron: bijl. Hdtk 1993–1994, 23 531, nr. 1, p. 8
Waardering: B 6
Handeling: Het o.g.v. de zgn. allocatieverplichting in een oliecrisis maken van afspraken, dan wel geven/intrekken van opdrachten aan de in Nederland werkzame producenten en handelaren in aardolieproducten een bepaalde hoeveelheid aardolieproducten aan derden te leveren
Periode: 1979–
Producten: Afspraken of beschikkingen, verkregen informatie omtrent de maatregelen die zijn genomen en zullen worden genomen ter voldoening aan de opdracht
Opmerking: 1. De levering geschiedt o.g.v. De op Nederland rustende verplichting tot het leveren van olie in het kader van het IEA-verdeelsysteem (ESS = Emergency Sharing System), dan wel in het belang van een evenwichtige verdeling van aardolieproducten over de in Nederland werkzame producenten en handelaren.
In de praktijk is de maatregel nog niet toegepast.
Bron: Wet uitvoering internationaal energieprogramma en mvt, art. 3; bijl. Hdtk 1993–1994, 23 531, nr. 1, p. 5 en 8, nr. 2, p. 7
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het, in aanvulling op de leveringsverplichting, eventueel vorderen van het eigendomsrecht op aardolieproducten ten behoeve van de toebedeling van aardolieproducten, als bedoeld in hoofdstuk III van de overeenkomst internationaal energieprogramma, dan wel in het belang van een evenwichtige verdeling van aardolieproducten over de in Nederland werkzame producenten en handelaren
Periode: 1979–
Producten: Beschikkingen
Opmerking: Vordering is een uiterst middel, dat pas wordt toegepast, als de voorgaande handeling – vrijwillig of verplicht leveren – geen/onvoldoende effect heeft. De artikelen 4, 5, tweede lid, 8, 9, eerste, tweede en derde lid, 10, 11, 13, 15, eerste en derde lid, 16, 18 en 31, eerste lid, van de Vorderingswet 1962, Stb. 587, zijn van overeenkomstige toepassing.
Bron: Wet uitvoering internationaal energieprogramma, art. 6–7
Waardering: B 6
Handeling: Het via afspraken of o.g.v. de Distributiewet aan raffinadeurs en importeurs opdragen de aflevering van bepaalde olieproducten tot een bepaald percentage van die aflevering in een referentieperiode terug te brengen
Periode: 1970–
Overlegkader: Oliebedrijfsleven, buurlanden
Opmerking: Als de afleveringsbeperking via een regeling opgelegd wordt, zie dan hoofdstuk wet- en regelgeving.
Bron: Bijl. Hdtk 1993–1994, 23 531, nr. 1, pp. 12–13
Waardering: B 6
Handeling: Het voorbereiden, dan wel in een (dreigende) aardoliecrisis implementeren van maatregelen voor het voeren van een publiciteitscampagne t.b.v. van een olieverbruiksbeperking:
A. Algemene publieksvoorlichting;
B. Campagne gericht op (organisaties van) doelgroepen.
Periode: 1970–
Producten: Opdrachten voor het voorbereiden van een campagne
Overlegkader: Werkgevers- en werknemersorganisaties e.a. doelgroepen
Opmerkingen: De campagnes zijn b.v. gericht op:
– besparing op olieverbruik in bedrijven;
– besparing via carpoolen.
Het accent ligt op het wegverkeer.
Bron: Bijl. Hdtk 1993–1994, 23 531, nr. 1, p. 11
Waardering: B 6
Handeling: Het o.g.v. de In- en uitvoerwet, Stb. 1962, 295, in een aardoliecrisis verlenen van exportvergunningen voor aardolie en aardolieproducten
Periode: 1962–
Bron: De Maar, Energierecht, pp. 173–175
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het, in het kader van een door de EG in verband met een oliecrisis ingesteld vergunningenstelsel, verlenen, opschorten of intrekken van automatisch (door het land van herkomst) af te geven exportvergunningen voor aardolie(producten) naar EG-lidstaten
Periode: 1977–
Producten: a. Vergunningen of beschikkingen tot opschorting of intrekking, na machtiging/raadpleging van de EG-Commissie en na kennisgeving aan de andere lidstaten;
b. Verklaringen inzake uitvoer van voorraden van buitenlandse rechthebbenden
Opmerking: 1. De Richtlijn heeft geen betrekking op doorvoerhandel via lid-staten.
Het vergunningensysteem was in 1979 van kracht. De bedoeling was niet om de uitvoer te beperken, maar om sneller en vollediger inzicht te krijgen in de hoeveelheden die werden uitgevoerd. De vergunningen werden aangevraagd bij de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer (CDIU) te Groningen en waren 1 maand geldig. Voor export in de vorm van opslag in douane-entrepot vanuit het binnenland werd geen vergunning verleend. Voor de exporteurs die eenmaal per maand aangifte deden over de totale uitvoer, gold een andere regeling.
Bron: Beschikking van de Raad van 14 februari 1977 (77/186/EEG) en Beschikking van de Commissie van 28 september 1978; Stcrt. 1979, 22; Vrijstellingsbeschikking uitvoer aardolieproducten 1979, Stcrt. 22; De Maar, Energierecht, pp. 60–61, 173–175
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het voorbereiden en in een aardoliecrisis implementeren van maatregelen tot vervanging van aardolie door aardgas of andere energiebronnen
Periode: 1970–
Bron: Inventaris EZ IV, p. 17
Waardering: B 6
Handeling: Het voorbereiden van organisatorische maatregelen, voorafgaand aan de instelling van het Rijksbureau voor Aardolieproducten
Periode: 1970–
Producten: Organisatieplannen
Overlegkader: Interdepartementale Commissie Aardolieproblematiek
Opmerking: Voor de instelling van het Rijksbureau voor Aardolieproducten bij ministeriële regeling, zie hoofdstuk wettelijk kader.
Bron: Plaatsingslijst ARA I, pp. 16–17; Archievenoverzicht EZ per 9 april 1996; Instellingsbeschikking van 13 november 1973, Stcrt. 220
Waardering: B 4
Handeling: Het medewerken aan de aanwijzing door de Minister van Justitie van de controleurs van de Economische Controledienst als ambtenaren, belast met de opsporing van overtredingen van de voorschriften gesteld bij of krachtens de Wet voorraadvorming aardolieproducten en de Wet uitvoering internationaal energieprogramma, voor zover deze overtredingen zijn in de zin van de Wet op de economische delicten
Periode: 1977–
Producten: Ministeriële beschikking van 7 maart 1977, Stcrt. 62; Ministeriële beschikking van 5 november 1979, Stcrt. 225
Bron: Zie producten
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het aanwijzen van de controleurs van de Economische Controledienst als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van het bij en krachtens van de Wet voorraadvorming aardolieproducten en de Wet uitvoering internationaal energieprogramma bepaalde
Periode: 1977–
Producten: Ministeriële beschikking van 30 maart 1977, Stcrt. 64
Bron: Wet voorraadvorming aardolieproducten, art. 18; Wet uitvoering internationaal energieprogramma, art. 16–21
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het samen met de Minister van Justitie verlenen van schriftelijke last aan de ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van het bij en krachtens van de Wet voorraadvorming aardolieproducten bepaalde, voor het betreden van woningen
Periode: 1977–
Bron: Wet voorraadvorming aardolieproducten, art. 20
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het ontwikkelen, vaststellen en evalueren van beleid inzake de in- en verkoop van gas en het daarmee samenhangende gasprijzenbeleid
Periode: 1945–ca. 1962
Producten: o.m. Nota inzake de gasvoorziening (1953); Tweede nota inzake de gasvoorziening (1956–1957)
Bron: Rijksbegroting hoofdstuk X 1953, mondelinge behandeling in de Tweede Kamer (voorwoord nota inzake de gasvoorziening)
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het voorbereiden van een wet, houdende regelingen op het gebied van de gasvoorziening (Gaswet)
Periode: 1945–1960
Producten: o.m. Ontwerp-wet
Opmerking: De gaswet is nooit van kracht geworden. De Minister van Economische Zaken had er vertrouwen in dat het beleid van de betrokken provinciale en gemeentelijke besturen het mogelijk maakten een zo rationeel mogelijke gasvoorziening te bereiken zonder dat hiertoe wettelijke maatregelen nodig waren. De wet is voorbereid om het mogelijk te maken in te grijpen, indien als gevolg van de onwil van partners in de samenwerking, c.q. van een bedrijf, dat in het geheel niet bereid zou blijken aan deze samenwerking deel te nemen, het bereiken van het gestelde doel in gevaar zou worden gebracht of zelfs verhinderd.
Bron: Nota inzake de gasvoorziening 1953, nr. 2, p. 11.
Waardering: B 1
Handeling: Het, in samenwerking met de Minister van Financiën, aanwijzen van de Rijksdienst Gasvoorziening als tak van Rijksdienst, bedoeld in artikel 88 van de Comptabiliteitswet
Periode: 1953–
Producten: Aanwijzingswet Staatsgasbedrijf
Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 1
Waardering: B 4
Handeling: Het goedkeuren van de aanwijzing van één of meer procuratiehouders van het Staatsgasbedrijf
Periode: 1957–1963
Bron: Regelen omtrent het Staatsgasbedrijf, 20 mei 1957, art. 3, lid 1
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de directeur van het Staatsgasbedrijf inzake het beheer van het bedrijf
Periode: 1957–1963
Bron: Regelen omtrent het Staatsgasbedrijf, 20 mei 1957, art. 2, lid 2
Waardering: B 4
Handeling: Het opdragen van werkzaamheden aan het Staatsgasbedrijf
Periode: 1957–1963
Bron: Regelen omtrent het Staatsgasbedrijf, 20 mei 1957, art. 1
Waardering: B 4
Handeling: Het goedkeuren van het ingediende werkplan van het Staatsgasbedrijf en de verandering en niet-realisatie daarvan
Periode: 1957–1963
Opmerking: De door de Minister van Economische Zaken op het werkplan of een verandering van het werkplan verleende goedkeuring houdt in een machtiging van de directeur tot het verrichten van de rechtshandelingen, welke voor de verwezenlijking nodig zijn. Voor een of meer in de goedkeuring begrepen werken of werkzaamheden heeft de minister bepaald dat voor alle of bepaalde rechtshandelingen van meer dan ƒ 100.000,– per kalenderjaar nog zijn bijzondere machtiging vereist is.
Bron: Regelen omtrent het Staatsgasbedrijf, 20 mei 1957, art. 5
Waardering: B 5
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Financiën, doen vormen van bijzondere reserverekeningen door het Staatsgasbedrijf
Periode: 1955–1963
Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 6, p. art. 2 lid 1.b
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Financiën, bepalen van het bedrag der tegoedschrijving op de algemene en bijzondere reserverekeningen van het Staatsgasbedrijf vóór het opmaken van de rekening
Periode: 1955–1963
Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 6, art. 2 lid 2.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het beschikken over het tegoed op de reserverekeningen van het Staatsgasbedrijf
Periode: 1955–1963
Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 6, art. 2 lid 3.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het, in samenwerking met de Minister van Financiën, geven van een bijzondere machtiging tot kwijtschelding door het Staatsgasbedrijf van vorderingen op derden wanneer het bedrag hoger is dan ƒ 5000,–
Periode: 1955–1963
Opmerking: Hiervan wordt mededeling gedaan aan de Algemene Rekenkamer.
Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 6, art. 3 lid 2.
Waardering: V 10 jaar
N.b. artikel 5e van het Archiefbesluit dient te worden toegepast.
Handeling: Het afgeven van een algemene of bijzondere machtiging aan het Staatsgasbedrijf voor de verkoop van roerende zaken, welke niet of niet meer voor de dienst benodigd zijn
Periode: 1955–1963
Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 6, art. 4, lid 2
Waardering: V 10 jaar
N.b. artikel 5e van het Archiefbesluit dient te worden toegepast.
Handeling: Het , in samenwerking met de Minister van Financiën, geven van een bijzondere machtiging voor het treffen van schikkingen door het Staatsgasbedrijf omtrent roerende zaken, wanneer het voorwerp een hogere geldswaarde heeft dan ƒ 5000,–
Periode: 1955–1963
Opmerking: Hiervan wordt mededeling gedaan aan de Algemene Rekenkamer.
Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 6, art. 5, lid. 2.
Waardering: V 10 jaar
N.b. artikel 5e van het Archiefbesluit dient te worden toegepast.
Handeling: Het geven van een algemene of bijzondere machtiging voor overeenkomsten wegens werken of leveringen dan wel wegens verhuring of verpachting door derden, door het Staatsgasbedrijf aan te gaan voor onbepaalde tijd of voor langere termijn
Periode: 1955–1963
Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 6, art. 6, lid 2.
Waardering: V 10 jaar
N.b. artikel 5e van het Archiefbesluit dient te worden toegepast.
Handeling: Het geven van een algemene of bijzondere machtiging voor alle niet in eigen beheer uit te voeren werken en alle leveringen van het Staatsgasbedrijf
Periode: 1955–1963
Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 6, art. 7, lid 2.
Waardering: V 10 jaar
N.b. artikel 5e van het Archiefbesluit dient te worden toegepast.
Handeling: Het geven van een algemene of bijzondere machtiging aan de directie van het Staatsgasbedrijf voor het verlenen van voorschotten, die zij in het belang van het bedrijf nodig acht, aan aannemers en leveranciers
Periode: 1955–1963
Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 6, art. 8, lid 2.
Waardering: B 5
Vervallen.
Handeling: Het, in samenwerking met de Minister van Financiën, geven van een garantie aan de NV Nationale Gasmaatschappij voor de betaling van rente en aflossing van leningen
Periode: 1956–1964
Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 2
Waardering: V 10 jaar
Artikel 5e van het Archiefbesluit dient te worden toegepast.
Handeling: Het benoemen van de voorzitter van de Raad van Commissarissen van de NV Nationale Gasmaatschappij
Periode: 1956–1964
Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 4, p. 16
Waardering: B 5
Handeling: Het goedkeuren van de door de Raad van Commissarissen opgemaakte voordracht voor de voorzitter van de Raad van Bestuur van de NV Nationale Gasmaatschappij
Periode: 1956–1964
Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 4, p. 14.
Waardering: V 10 jaar
N.b. artikel 5e van het Archiefbesluit dient te worden toegepast.
Handeling: Het sluiten van contracten tussen de Staat en de NAM inzake de aankoopprijs van het aardgas
Periode: 1945–1964
Opmerking: Namens de minister heeft een commissie met de NAM onderhandeld. Deze commissie heeft door haar voorbereidend werk belangrijk bijgedragen tot het bereiken van een voor beide partijen bevredigend resultaat. (samenstelling: H.P. Gelderman, L.F. Verwoerd, H.L. Woltersom en de Directeur Generaal van de Energievoorziening)
Bron: Tweede Kamer, zitting 1952–1953, 2984, Nota inzake de gasvoorziening, nr. 3, p. 6
Waardering: B 5
Handeling: Het voeren van onderhandelingen met Duitse gasproducenten in het kader van het importeren van gas
Periode: 1945–1964
Bron: Tweede Kamer, zitting 1952–1953, 2984, Nota inzake de gasvoorziening, nr. 1, p. 11
Waardering: B 5
Handeling: Het bepalen van de zowel de prijs als de bestemming van het aardgas
Periode: 1945–1964
Opmerking: Namens de Minister wordt onderhandeld met de gemeenten.
Bron: Tweede Kamer, zitting 1952–1953, 2984, Nota inzake de gasvoorziening, nr. 2, p. 11
Waardering: B 5
Handeling: Het ontwikkelen, vaststellen en evalueren van een integraal aardgasbeleid
Periode: ca. 1960–
Producten: o.m. Aardgasnota De Pous (1962)
Bron: De Maar, Energierecht, pp. 201–204
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de EU-richtlijn Interne EnergieMarkt (IEM) op het gebied van gas
Periode: ca. 1990–
Bron: dossier E/EB nr. 92024412
Waardering: B 1
Handeling: Het ontwikkelen, vaststellen en evalueren van beleid op het gebied van duurzaam voorraadbeheer van aardgas
Periode: 1974–
Producten: o.a. strategische aardgasreserve; kleine veldenbeleid; Underground Gas Storage (UGS); Plan van Gasafzet
Bron: Energienota 1974, pp. 88 en 89
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het ontwikkelen, vaststellen en evalueren van het gasinzetbeleid
Periode: 1974–
Producten: o.a. ‘Brandstoffen Inzet Plan voor Centrales’ (BIPC)
Bron: Nota Energiebeleid, Deel 1/Algemeen, p. 16 en p. 32
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het, namens de Staat, sluiten en wijzigen van een overeenkomst met NV DSM, waarbij DSM zich verplicht tot oprichting van DSM-Aardgas BV
Periode: ca. 1970–
Producten: ‘Overeenkomst tussen Staat en NV DSM van 30 november 1972’
Opmerking: DSM-Aardgas BV neemt, in plaats van DSM, deel in de winning, het vervoer en de afzet van aardgas, ten behoeve van de Staat.
Bron: Wijziging overeenkomsten, overweging.
Waardering: B 4
Handeling: Het, namens de Staat, sluiten van een overeenkomst gedateerd 1 januari 1973 met DSM-Aardgas BV, waarin de verhouding Staat DSM Aardgas BV wordt geregeld
Periode: ca. 1970–1989
Producten: Overeenkomst tussen Staat en DSM-Aardgas BV van 1 januari 1973
Bron: Wijziging overeenkomsten, overweging.
Waardering: B 4
Handeling: Het aangaan van een beheersovereenkomst EBN met NV DSM en Energie Beheer Nederland BV
Periode: 1989–
Producten: Beheersovereenkomst d.d. 23 januari 1989
Bron: Beheersovereenkomst EBN 1989
Waardering: B 5
Handeling: Het voeren van overleg met DSM/EBN in kader van de Trustee-functie van DSM
Periode: ca. 1963–
Producten: o.m. vergaderstukken Trustor-Trustee (TT-)overleg
Bron: –
Waardering: B 5
Handeling: Het benoemen van alle, na 1989 ten hoogste twee leden van de raad van commissarissen van DSM
Periode: 1975–
Bron: Statuten NV DSM, 17 januari 1975, art. 12, lid 2
Waardering: B 5
Handeling: Het benoemen van ten hoogste drie leden van de raad van commissarissen van DSM tot gedelegeerd commissaris
Periode: 1975–
Opmerking: Deze hebben tot taak een meer intensief toezicht op de raad van bestuur uit te oefenen.
Bron: Statuten NV DSM, 17 januari 1975, art. 12, lid 3
Waardering: V 10 jaar na vertrek uit dienst
Handeling: Het, namens de Staat, goedkeuren van het vervreemden of bezwaren door DSM van aandelen in de DSM Aardgas B.V.
Periode: 1972–
Bron: Overeenkomst tussen Staat en DSM van 30 november 1972, art. 3
Waardering: B 5
Handeling: Het, namens de Staat, goedkeuren van het verwerven door DSM-Aardgas BV van aandelen in haar eigen kapitaal en tot het vervreemden van ingekochte eigen aandelen
Periode: 1973–
Bron: Overeenkomst tussen Staat en DSM-Aardgas BV 1973, art. 7
Waardering: B 5
Handeling: Het voorafgaand goedkeuren van besluiten tot wijziging van de statuten of tot ontbinding van de vennootschap van
a. DSM Aardgas BV en
b. EBN
Periode: a. 1972–1989,
b. 1989–
Bron: a. Statuten DSM-Aardgas BV, art. 25,
b. Statuten EBN 23 januari 1989, art. 25
Waardering: B 4
Handeling: Het benoemen van een regeringsvertegenwoordiger bij
a. DSM-Aardgas BV,
b. EBN
Periode: a. 1973–1989,
b. 1989–
Opmerking: De regeringsvertegenwoordiger heeft toegang tot kantoren, werkplaatsen en magazijnen van EBN. Hij is bevoegd de vergadering van de Raad van Bestuur van EBN bij te wonen. De Raad van Bestuur kan hem ook kan hem ook eigener beweging daartoe uitnodigen. Hij is bevoegd tot inzage der boeken en bescheiden en kas van EBN en tot het vragen van alle inlichtingen aan de Raad van Bestuur, wlke deze alsdan zal verschaffen. Hij geniet noch loon, noch tantième, noch enige andere uitkering ten laste van EBN.
Bron: a. Overeenkomst tussen Staat en DSM-aardgas BV 1973, art. 9,
b. Beheersovereenkomst 1989 EBN, art. 10
Waardering: V 10 jaar na pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het namens de Staat bijwonen van de vergaderingen van de Raad van Bestuur van a. DSM Aardgas B.V.,
b. EBN
Periode: a. 1973–1989,
b. 1989–
Bron: a. Overeenkomst tussen Staat en DSM-aardgas BV 1973,
b. Beheersovereenkomst 1989 EBN
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het, op verzoek van de Staat, overleg plegen met DSM en EBN, uitgaande van het belang van EBN, over de wijze van beleggen dan wel aantrekken van middelen en in geval van verschil van inzicht handelen naar het inzicht van de Staat
Periode: 1989–
Bron: Beheersovereenkomst EBN 1989, uitvoeringsbepaling C.4
Waardering: B 5
Handeling: Het, namens de Staat, eenzijdig treffen van maatregelen wanneer het beheer van EBN door DSM niet langer in overeenstemming is met de wijze waarop het beheer van EBN uit een oogpunt van openbaar belang moet worden gevoerd
Periode: 1989–
Opmerking: Indien de Staat in redelijkheid – met inachtneming van ieders belangen – moet concluderen dat voortzetting van het beheer van EBN door DSM niet langer in overeenstemming is met de wijze waarop het beheer van EBN uit een oogpunt van openbaar belang moet worden gevoerd, zal de Staat in overleg treden met DSM. Bij uitblijven van een voor partijen aanvaardbare oplossing is de Staat gerechtigd eenzijdig die maatregelen te treffen, welke hij noodzakelijk acht teneinde het beheer van EBN weer toe doen voeren in overeenstemming met het openbaar belang. Het beëindigen van de beheersfunctie kan een maatregel als hierboven bedoeld zijn.
Bron: Beheersovereenkomst EBN 1989, art. 12
Waardering: B 5
Handeling: Het, namens de Staat, goedkeuren van het door
a. DSM-Aardgas BV,
b. EBN ontplooien van andere activiteiten dan uit de winning, het vervoer en de afzet van aardgas voortvloeien
Periode: a. 1973–1989,
b. 1989–
Bron: a. Overeenkomst tussen Staat en DSM-aardgas BV 1973, art. 2,
b. Beheersovereenkomst EBN 1989, art. 1, lid 3
Waardering: B 5
Handeling: Het, namens de Staat, verzoeken aan EBN activiteiten te ontplooien welke voortvloeien uit deelname voor de Staat in nieuwe concessies en winningvergunningen voor de winning van aardgas en aardolie
Periode: 1973–
Bron: Beheersovereenkomst EBN 1989, art. 1, lid 2
Waardering: V 20 jaar
Handeling: Het, namens de Staat, verzoeken aan EBN financieel deel te nemen in onderzoeken ter zake van verkenning en opsporing van delfstofvoorkomens die met inachtneming van de betreffende concessie of winningvergunning zullen kunnen worden gewonnen, voorzover de door de concessiehouder(s) of door de winningvergunninghouder(s) met EBN gesloten en te sluiten overeenkomsten van samenwerking hierin voorzien
Periode: 1994–
Bron: Overeenkomst tot aanvulling van de Beheersovereenkomst EBN 1994, art. 1.a
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het geven van schriftelijke aanwijzingen inzake het door
a. DSM-Aardgas BV,
b. EBN te voeren beleid met betrekking tot de winning en afzet van aardgas
Periode: a. 1973–1989,
b. 1989–
Opmerking: Indien in het door de BV gevoerde aardgasbeleid het betrekken van overwegingen van openbaar belang door de Staat noodzakelijk wordt geacht, zal de Minister van Economische Zaken terzake in overleg treden met de BV. Indien dit overleg naar zijn oordeel niet tot een bevredigend resultaat leidt, kan hij schriftelijk aanwijzingen geven inzake het door de BV te voeren beleid met betrekking tot de verkenning, de opsporing, winning en afzet van aardgas.
Bron: a. Overeenkomst tussen Staat en DSM-aardgas BV 1973, art. 10,
b. Aanvulling beheersovereenkomst EBN 1994, artikel 1, lid B
Waardering: B 5
Handeling: Het verzoeken aan EBN studies te verrichten en het boordelen van deze studies teneinde het inzicht in de problemen van de winning van, de handel in, het vervoer, de opslag en de behandeling van aardgas en aardolie en andere daarmee samenhangende delfstoffen te verdiepen
Periode: 1989–
Opmerking: EBN zal het Ministerie van Economische Zaken over de resultaten van deze studies rapporteren.
Bron: Beheersovereenkomst EBN, uitvoeringsbepaling G
Waardering: B 5
Handeling: Het, namens de Staat, goedkeuren van een verzoek van DSM tot vorming van een fiscale eenheid met de DSM Aardgas BV voor de heffing van vennootschapbelasting dan wel van enige andere daarvoor in aanmerking komende belasting
Periode: 1973–1989
Bron: Overeenkomst Staat DSM inzake oprichting DSM Aardgas BV, art. 8
Waardering: V 20 jaar
Handeling: Het, namens de Staat, goedkeuren van het indienen van een verzoek door
a. DSM-Aardgas BV,
b. EBN tot vorming van een fiscale eenheid met een andere vennootschap voor de heffing van vennootschapsbelasting of enige andere daarvoor in de plaats komende belasting
Periode: a. 1973–1989,
b. 1989–
Bron: a. Overeenkomst tussen Staat en DSM-aardgas BV 1973, art. 8
b. Beheersovereenkomst EBN 1989, art. 9
Waardering: V 20 jaar
Handeling: Het bijwonen van periodieke bijeenkomsten van DSM en DSM-Aardgas BV
Periode: 1973–1989
Opmerking: Jaarlijks zal door DSM en de BV een of meer bijeenkomsten met vertegenwoordigers van de Ministeries van Economische Zaken en Financiën worden verzorgd. Hierbij zal de BV een nadere toelichting worden gegeven op de realisatie van het verstreken jaar en op ramingen voor het lopende jaar en de komende vijf jaren en de daaraan ten grondslag liggende uitgangspunten. Daarnaast zal aan de hand van verrichte studies het inzicht in de problemen van de winning, het transport en de afzet van het aardgas worden verdiept.
Bron: Overeenkomst tussen Staat en DSM-aardgas BV 1973, uitvoeringsbepalingen
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het, namens de Staat, opdracht geven aan DSM Aardgas BV tot meewerken aan een verslaggeving en aan een controle
Periode: 1973–1989
Bron: Overeenkomst Staat DSM inzake de oprichting van DSM Aardgas BV, art. 7
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het, namens de Staat (als aandeelhouder), opdracht geven aan een externe accountant tot controle van de jaarstukken van EBN
Periode: 1989–
Opmerking: De jaarstukken van EBN worden gecontroleerd door de Interne accountantsdienst van DSM alsmede door een externe accountant. Alvorens de Staat als aandeelhouder opdracht geeft aan een externe accountant tot controle van de jaarstukken van EBN, zal hij daarover overleg plegen met DSM. De Interne Accountantsdienst van DSM en de externe accountant brengen van hun onderzoek verslag uit aan de Raad van Bestuur van EBN. Afschriften van deze verslagen worden toegezonden aan de Minister van Economische Zaken.
Bron: Beheersovereenkomst EBN, uitvoeringsbepaling H
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het goedkeuren (en wijzigen) van de overeenkomst van samenwerking tussen NAM en EBN, waarbij de maatschap Groningen (40% EBN en 60% NAM) is opgericht
Periode: 1960–
Bron: Voorwaarden concessie Groningen. Overeenkomst van samenwerking tussen NAM en DSM van 27 maart 1963, art. 23; Overeenkomst van samenwerking tussen NAM en DSM van 27 maart 1963, art. 21, lid 7.
Waardering: B 5
Handeling: Het benoemen van een regeringsvertegenwoordiger bij de maatschap Groningen
Periode: 1963–
Bron: Overeenkomst van samenwerking tussen NAM en DSM van 27 maart 1963, art. 4
Waardering: V 10 jaar na benoeming
Handeling: Het namens de Staat bijwonen van de vergaderingen van het College van Beheer van de maatschap Groningen
Periode: 1963–
Bron: Overeenkomst van samenwerking tussen NAM en DSM van 27 maart 1963
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het, namens de Staat, overeenkomen met Gasunie op welke wijze en tegen welke voorwaarden Gasunie het bedrijf van het Staatsgasbedrijf en de daartoe behorende zaken overneemt
Periode: 1960–
Bron: Overeenkomst van samenwerking tussen NAM en DSM van 27 maart 1963 art. 17, lid 1
Waardering: B 4
Handeling: Het, namens de Staat, terugvorderen van door de Staat aan de NAM betaalde koopprijzen van nog niet afgenomen gas
Periode: 1960–
Bron: Overeenkomst van samenwerking tussen NAM en DSM van 27 maart 1963, art. 17, lid 2
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het eventueel benoemen, vervangen en ontslaan van een beheerder ten behoeve en voor rekening van DSM en NAM, die het volledige beheer zal voeren van het Groningse aardgaswinningbedrijf, indien de overeenkomst van samenwerking door rechterlijke tussenkomst ontbonden wordt
Periode: 1963–
Opmerking: De beheerder zet het aardgaswinningbedrijf voort, rekening houdende met de belangen van DSM en NAM als leden van de ontbonden maatschap. Onder zijn bevoegdheden zijn begrepen de vaststelling van de verkoopprijs van het aardgas en de bepaling van het tempo van de exploitatie van de aardgasvoorkomens; hij is gehouden daarbij gehouden de aanwijzingen van de Minister van Economische Zaken op te volgen.
(tot op heden niet gebeurd volgens mr.drs. P.I. Meijs, hoofd hoofdafdeling baten en economie, inl. interview 28 januari 1997)
Bron: Overeenkomst van samenwerking tussen NAM en DSM van 27 maart 1963, art. 21, lid 5.
Waardering: V 10 jaar na pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het benoemen van één van de leden van het College van Gedelegeerde Commissarissen van de Gasunie
Periode: 1963–
Bron Statuten Gasunie, art. 17 lid 1
Waardering: V 10 jaar na benoeming
Handeling: Het bij overeenkomst met de Gasunie vastleggen van de bevoegdheden van de Staat m.b.t. de Gasunie over de taken van de NV Nederlandse Gasunie
Periode: 1960–
Producten: Overeenkomst van samenwerking tussen de Staat en Gasunie van 6 april 1963.
Bron: De Maar, Energierecht, pp. 203–205, zie ook producten.
Waardering: B 4
Handeling: Het ontwikkelen, vaststellen en evalueren van een (actief) gasinkoopbeleid
Periode: 1974?–
Bron: Nota Energiebeleid, Deel 1/Algemeen, p. 16
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het goedkeuren van het jaarlijks opgestelde Plan van Gasafzet van de NV Nederlandse Gasunie
Periode: 1975–
Bron: Energienota 1974, p. 85; De Maar, Energierecht, p.204
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het – al dan niet onder beperkingen – verlenen van ontheffing van de leveringsplicht van aardgas aan de Gasunie
Periode: ca. 1967–1995
Bron: Besluit van 27 januari 1967 tot uitvoering van art. 12 van de Mijnwet CP (Stb. 24), art. 25, lid 3.; Besluit van 6 februari 1976 tot uitvoering van art. 12 van de Mijnwet CP (Stb.102), art. 25, lid 3.; concessies
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het verplichten tot leveren door de vergunninghouder van met gebruikmaking van de vergunning gewonnen aardgas, aan de N.V. Nederlandse Gasunie, voor zover de Minister bepaalt, dat aardgas nodig is voor de gasvoorziening in Nederland
Periode: ca. 1967–1995
Bron: Besluit van 27 januari 1967 tot uitvoering van art. 12 van de Mijnwet CP (Stb. 24), art. 25, lid 2./Besluit van 6 februari 1976 tot uitvoering van art. 12 van de Mijnwet CP (Stb.102), art. 25, lid 3.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het goedkeuren van het aangaan van overeenkomsten door Gasunie inzake de inkoop van gas uit het buitenland geïmporteerd
Periode: 1979–
Opmerking: Over de aanvang en het verloop van onderhandelingen ter zake van de inkoop van gas houdt Gasunie de Minister op de hoogte.
Bron: Aanvulling Overeenkomst Staat – Gasunie d.d. 13 juli 1979
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het ontwikkelen, vaststellen en evalueren van het gasverkoopbeleid
Periode: 1963–
Producten: Plan van Gasafzet (jaarlijks)
Bron: –
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het goedkeuren van voorwaarden en tarieven van gasleveringen door de Gasunie aan gasdistributiebedrijven
Periode: 1963–
Bron: Overeenkomst van samenwerking Staat Gasunie van 6 april 1963, art. 2
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het goedkeuren van voorwaarden en tarieven van gasleveringen door de Gasunie aan grootverbruikers
Periode: 1963–
Bron: Overeenkomst van samenwerking Staat Gasunie van 6 april 1963, art. 2
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het aanwijzen van afnemers met het oog op de industriële ontwikkeling (potjesgas) en het vaststellen voor die ondernemers, na overleg met Gasunie, van tarieven en voorwaarden
Periode: 1963–
Waardering: B 5
Handeling: Het goedkeuren van voorwaarden en tarieven van gasleveringen door de Gasunie aan de exportafnemers
Periode: 1963–
Bron: Overeenkomst van samenwerking Staat Gasunie van 6 april 1963, art. 3
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het goedkeuren van de door het College van Beheer maatschap Groningen vast te stellen prijzen, waartegen het aardgas door de Gasunie van de NAM gekocht zal worden
Periode: 1963–
Bron: Overeenkomst van samenwerking tussen NAM en DSM van 27 maart 1963, art. 9, lid 1
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het ontwikkelen, vaststellen en evalueren van beleid inzake de gasprijzen
Periode: ca. 1960–
Producten: Wet aardgasprijzen
Bron: De Maar, Energierecht, pp. 201–204
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het vaststellen van afzonderlijke minimumprijzen aan afzonderlijke categorieën afnemers voor het leveren of doen leveren van aardgas
Periode: 1974–
Producten: O.m. Beschikking, houdende vaststelling van een minimumprijs van aardgas, bestemd voor kleinverbruikers, 21 oktober 1983, Stcrt. 205 blz. 5 en 30 oktober 1984 Stcrt. 213 en 30 oktober 1985 Strcrt. 212
Bron: Wet aardgasprijzen, art. 2, lid 3
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van ontheffing van het verbod tot levering van aardgas tegen een lagere dan een door de minister vastgestelde prijs
Periode: 1974–
Opmerking: De minister kan op een daartoe strekkend verzoek ontheffing verlenen ingeval degene, die aardgas levert of doet leveren geen vergoeding ontvangt van degene, aan wie wordt geleverd. Zodanige ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.
Bron: Wet aardgasprijzen, art. 3
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het bij beschikking bepalen dat, zonodig met behulp van de sterke arm, maatregelen worden genomen om verdere levering te beletten, indien levering van aardgas plaatsvindt, waarop een verbod van toepassing is
Periode: 1974–
Opmerking: Het verbod moet van toepassing zijn, zonder dat de afnemer zich heeft verplicht daarvoor tenminste de door de minister vastgestelde prijs te betalen of indien de afnemer de bedoelde verplichting niet in acht neemt.
Bron: Wet aardgasprijzen, art. 4
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan een in Nederland gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een winner, indien deze persoon bij de levering van aardgas aan verbruikers in Nederland, tarieven toepast die strijdig zijn met het belang van een goede energievoorziening
Periode: 1974–
Producten: maximum eindverbruikers tarieven; beschikkingen
Opmerking: Deze persoon dient de tarieven te wijzigen met inachtneming van de aanwijzingen. Bij het geven van aanwijzingen houdt de minister mede rekening met het belang van een verantwoorde bedrijfsvoering door de betrokken leverancier van aardgas. De in Nederland gevestigde natuurlijke personen of rechtspersonen, niet zijnde winners, die aardgas leveren aan degenen, die dat in Nederland verbruiken, zijn verplicht aan de minister mededeling te doen:
a. van de tarieven, die bij dat leveren op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet worden toegepast, binnen twee weken na dat tijdstip;
b. van besluiten betreffende tarieven, die bij dat leveren worden toegepast en die van kracht worden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, voordat deze van kracht worden.
Bron: Wet aardgasprijzen, art. 5
Waardering: B 5
Handeling: Het mede namens de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Financiën voordragen van een Regeringscommissaris voor de aardgasexportprijzen
Periode: 1980–
Bron: De Maar, Energierecht, p. 90/Besluit Aanstelling Regeringscommissaris voor de aardgasexportprijzen, 23 mei 1980, nr. 18.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het sluiten van een overeenkomst met NV Nederlandse Gasunie, Gemeentelijk Energiebedrijf Rotterdam en Energiened inzake de prijsdoorzichtigheid van gas
Periode: ca. 1990–
Producten: Overeenkomst tot uitvoering van de richtlijn 90/377/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juni 1990 betreffende een communautaire procedure inzake de doorzichtigheid van prijzen van gas en elektriciteit voor de industriële eindverbruikers (Pb EG L 185) wat betreft de prijsdoorzichtigheid van gas
Opmerking: Datum inwerkingtreding: 1 januari 1992
Bron: –
Waardering: V 10 jaar na afloop overeenkomst
Handeling: Het aangaan van overeenkomsten met de NAM inzake de verdeling van de opbrengsten van het Gronings aardgas
Periode: 1960–
Producten: o.a. de ‘85/15 Overeenkomst’, de Overeenkomst Meeropbrengstverdeling Gronings aardgas (85/15–95/15) ‘MOR 1975’,
Bron: Tweede Kamer, zitting 1974–’75, 13 109, nr.1
Waardering: B 5
Handeling: Het, namens de Staat, met de maatschappijen er voor zorgdragen dat binnen drie maanden na het einde van elk jaar, de transferprijzen geldend voor Gronings aardgas gedurende dat jaar door NAM verkocht aan Gasunie definitief worden vastgesteld
Periode: 1975–
Bron: Overeenkomst Meeropbrengstverdeling Gronings aardgas (85/15–95/15) – art. 3 (a)
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het, namens de Staat, met de maatschappijen er voor zorgdragen dat bij aanvang van elk kwartaal voorlopige transferprijzen geldend voor Gronings aardgas gedurende dat kwartaal door NAM te verkopen aan Gasunie worden vastgesteld
Periode: 1975–
Opmerking: Voor deze voorlopige vaststellingen is geen goedkeuring van de Minister van Economische Zaken nodig.
Bron: Overeenkomst Meeropbrengstverdeling Gronings aardgas 85/15–95/15) – art. 3 (b)
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het, met EBN en NAM, vaststellen van gedeelten c.q. tijdstippen t.b.v. het vooruitbetalen door de Maatschap aan de Staat van de geschatte meeropbrengst
Periode: 1975–
Bron: Overeenkomst Meeropbrengstverdeling Gronings aardgas (85/15–95/15) – art. 4 (d)
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het, namens de Staat, met EBN, Shell en Esso er voor zorgdragen dat Gasunie optreedt overeenkomstig de uitvoering van de MOR 1975
Periode: 1975–
Bron: Overeenkomst Meeropbrengstverdeling Gronings aardgas (85/15–95/15) – art. 6
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het sluiten van een gentleman’s agreement met Shell en Esso, waarin wordt overeengekomen dat deze maatschappijen hun winsten uit de aardgasproductie voor een bepaald deel in Nederland zullen herinvesteren
Periode: ca. 1978–1991
Periode: ca. 1978–1991
Bron: De Maar, Energierecht, p. 156
Waardering: B 5
Handeling: Het ontwikkelen, vaststellen en evalueren van beleid inzake de additionele aardgasbaten
Periode: ca. 1991–
Producten: Wet Aardgasbatenfonds; Wet Fonds economische structuurversterking;
Bron: Rijksbegroting 1993, hoofdstuk XIII, nr. 2, p. 198
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het als ‘trekker’ in overleg met andere betrokken ministers ontwikkelen, vaststellen en evalueren van het milieu- en natuurbeschermingsbeleid op het gebied van de aardolie- en aardgasindustrie
Periode: ca. 1970–
Overlegkader: o.m. Stuurgroep mijnbouwactiviteiten in de Waddenzee (voorzitterschap en secretariaat: EZ); Doelgroepenoverleg (1990–1995) en Overleggroep staat/olie- en gaswinningsindustrie (1995–);
Secretariaat van overleg: EZ
Opmerking: Producten zijn onder meer:
– TNO-studie ‘Olie en gas. Hoe het is, hoe het was’, mei 1978;
– Milieuconvenant met daaraan voorafgaande Intentieverklaring uitvoering milieubeleid olie- en gaswinningsindustrie, 1995) met onderliggende onderzoeksrapporten; looptijd tot 2010; de in het convenant vast te leggen Integrale Milieutaakstelling
– jaarverslagen van de Overleggroep;
– pkb Waddenzee, tweede partiële herziening;
– m.e.r. Lozing oliehoudende mengsels van mijnbouwinstallaties op zee;
– jaarlijkse rapportages aan de Staten-Generaal ingevolge art. 21.1 m.b.t. De uitvoering van enkele hoofdstukken van de Wet milieubeheer.
Bron: Energienota 1979, bijl. Hdtk 1979–1980, 15 802, nrs. 1–2, p. 185; Milieuconvenant staat/olie- en gaswinningsindustrie; Partiële herziening pkb Waddenzee, bijl. Hdtk 1993–1994, 23 546, nr. 6; VROM, Nota Waddenzee; MRCP, art. 49; Wet milieubeheer, art. 21.1
Waardering: B 1
Handeling: Het vanuit het belang van de delfstoffenindustrie leveren van bijdragen aan de ontwikkeling, vaststelling en evaluatie van milieu- en natuurbeschermingsbeleid
Periode: ca. 1970–
Opmerking: Producten zijn onder meer:
– Structuurschema groene ruimte.
Bron: –
Waardering: B 1
Handeling: Het, ter uitvoering van het milieuconvenant, bijdragen aan, toetsen en jaarlijks evalueren van de bedrijfsmilieuplannen (eerder: bedrijfsinterne milieuzorgsystemen) van mijnondernemingen
Periode: 1992–
Producten: Rapportages o.g.v. Ontwerpen van ondernemingen, adviezen sodm, inspraakreacties, jaarrapportages van ondernemingen
Overlegkader: Overleggroep staat/olie- en gaswinningsindustrie; VROM; lagere overheden
Opmerking: 1. De BMP’s bevatten een beschrijving van de voorgenomen en de reeds uitgevoerde activiteiten en inspanningen op milieugebied per boorwerk of installatie.
Implementatiefase 1e tranch: 1995–1998; 2e tranch: 1999–2002, enz.. De bedrijfsmilieuplannen hebben een geldigheidsduur van 4 jaar. Nadien worden nieuwe of bijgestelde industrie- en bedrijfsmilieuplannen opgesteld.
Bron: Milieuconvenant staat/olie- en gaswinningsindustrie; sodm, Jaarverslag 1992, p. 63 e.v., 1994, p. 34; sodm, Jaarwerkplan 1992, pp. 63–66, 1995, p. 9; inl. Drs. PR. Seeger (DGE/EOG), 6 mei 1996
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het, ter uitvoering van het milieuconvenant, toetsen en jaarlijks evalueren van de (uitvoering van) van de door NOGEPA op basis van alle BMP’s samengestelde industriemilieuplannen
Periode: 1994–
Producten: Rapportages o.g.v. Ontwerpen van ondernemingen, adviezen sodm, inspraakreacties, jaarrapportages van ondernemingen
Overlegkader: Overleggroep staat/olie- en gaswinningsindustrie
Opmerking: De industriemilieuplannen hebben een geldigheidsduur van 4 jaar.
Bron: Milieuconvenant staat/olie- en gaswinningsindustrie, p. 8.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het behandelen en beslissen inzake bezwaren tegen besluiten van de minister of van de inspecteurs van Staatstoezicht op de Mijnen op het terrein van de delfstoffenwinning
Periode: 1945–
Producten: Beschikkingen o.g.v. Bezwaarschrift, stukken en verslag evt. Hoorprocedure
Periode: 1945–
Bron: O.m. Mijnwet 1810, art. 28; koninklijk besluit 1818, art. 4–5; bijl. Hdtk 1986–1987, 19 722, nr. 3, p. 3; Mijnreglement 1964, art. 329; Algemene Wet bestuursrecht
Waardering: V 20 jaar
Handeling: Het voorbereiden van een instructie van de Kroon inzake de werkzaamheden en de zetel van de in 1906 ingestelde Raad van Beroep voor het Mijnwezen
Periode: 1945–1964
Bron: Mijnreglement 1939, hoofdstuk XVIII
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden van kroonbeslissingen inzake de benoeming van de drie (plaatsvervangende) leden van de Raad van Beroep voor het Mijnwezen
Periode: 1945–1964
Bron: Mijnreglement 1939, hoofdstuk XVIII
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beslissen inzake beroepen ingediend door mijnbestuurders of door de leider van de boring tegen o.g.v. het Mijnreglement 1939 hoofdstuk XII en XIV genomen beslissingen van de Inspecteur-Generaal der Mijnen
Periode: 1945–1964
Opmerking: Hoofdstuk XII en XIV van het Mijnreglement handelde over gezondheidsmaatregelen en arbeid in de mijnbouw.
Bron: Mijnreglement 1939, hoofdstuk XVIII
Waardering: V 20 jaar
Handeling: Het voor het College van Beroep voor het Bedrijfsleven voeren van verweer inzake beroepen ingesteld tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken, genomen o.g.v. de:
– Wet voorraadvorming van aardolieproducten;
– Wet uitvoering internationaal energieprogramma;
– Wet schadefonds olietankschepen 1981;
– Mijnwet continentaal plat (vanaf 1994).
Periode: 1977–
Bron: Wet voorraadvorming aardolieproducten, art. 14–17; Wet uitvoering internationaal energieprogramma, art. 13–15; MCP, art. 36a
Waardering: V 10
4.2. Inspecteur-generaal van het mijnwezen, Staatstoezicht op de mijnen
Handeling: Het geven van nadere aanwijzingen naar aanleiding van wettelijke voorschriften en regelingen van het Ministerie van Economische Zaken
Periode: 1945–
Overlegkader: SodM; bestuurders mijnondernemingen en betrokken vakorganisaties, evt. bedrijfschappen
Product: Circulaires, bundels wetten en regelgeving e.d. bijvoorbeeld de serie Beleidslijnen.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij aanschrijving uitvaardigen van richtlijnen in anticipatie op nadere regelen ter uitvoering van het Mijnreglement 1939 en 1964
Periode: 1945–
Overlegkader: SodM; bestuurders mijnondernemingen en betrokken vakorganisaties, evt. bedrijfschappen
Opmerking: Er zijn tot okt. 1995 in totaal 141 aanschrijvingen voor zowel het Nederlands territoir als voor het Nederlandse deel van het Continentaal Plat verschenen, waarvan een deel is vervallen. Zie ook par. 4.3, laatste handeling.
Bron: SodM, Aanschrijvingen en richtlijnen; SodM, Jaarverslag IGM 1994, pp. 42–43
Waardering: B 5
Handeling: Het in normalisatie- en standaardisatiecommissies leveren van bijdragen in het opstellen van (buitenwettelijke) normen en richtlijnen
Periode: 1945–
Producten: O.m. Bijzondere emissierichtlijn (NER) voor mijnbouwinstallaties op het land en op zee
Overlegkader: o.m.
Opmerking: 1. Het betreft deelname aan verschillende commissies van het Nederlandse Elektrotechnische Comité (NEC), het Nederlands Normalisatie Commissie (NNI) en in mindere mate van het RIVM.
SodM vervult in normalisatiecommissies m.b.t. de werktuigbouw en elektrotechniek soms het voorzitterschap; het secretariaat berust in de regel bij het NNI.
Zie verder hoofdstuk internationale samenwerking.
Bron: SodM, Jaarverslag IGM 1994, pp. 42–43; SodM, DNK nr. 95/C/14 (Jaarwerkplan 1997), p. 12
Waardering: B 5
Handeling: Het bij aanschrijving uitvaardigen van nadere richtlijnen ter uitvoering van het Mijnreglement Continentaal Plat
Periode: 1965–
Overlegkader: SodM; bestuurders mijnondernemingen en betrokken vakorganisaties, evt. bedrijfschappen
Opmerking: Er zijn tot okt. 1995 in totaal 141 aanschrijvingen voor zowel het Nederlands territoir als voor het Nederlandse deel van het Continentaal Plat verschenen, waarvan een deel is vervallen. Zie ook par. 4.2.5.
Bron: SodM, Aanschrijvingen en richtlijnen; SodM, Jaarverslag IGM 1994, pp. 42–43; SodM, Juridisch Kader, p. 9
Waardering: B 5
Handeling: Het, vanuit het belang van de offshore olie- en gaswinningsindustrie, opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de bijeenkomsten van de Group on Oil Pollution (GOP), vanaf 1993 de Working Group on Sea-Based Activities (SEBA)
Periode: 1974–
Opmerking: 1. Andere deelnemers in het internationaal overleg zijn vertegenwoordigers van V&W en VROM;
In 1992 organiseerde SodM een workshop over harmonisering van toxicologische testmethoden.
Bron: PIVOT-deelrapport nr. 28 (Waterstaat) pp. 140–143; SodM, Jaarverslag SodM 1981, p. 8, 1992, pp. 66–67, 1994, p. 45
Waardering: B 1
Handeling: Het, vanuit het belang van de offshore olie- en gaswinningindustrie, opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de bijeenkomsten van de Working Group on Radioactivity (RAD)
Periode: 1974–
Opmerking: Andere deelnemers in het internationaal overleg zijn vertegenwoordigers van V&W, VROM en RIZA.
Bron: PIVOT-deelrapport nr. 28 (Waterstaat) pp. 140–143; inl. drs. P.R. Seeger (DGE/EOG), 6 mei 1996
Waardering: B 1
Vervallen.
Handeling: Het vanuit het belang van het mijnbedrijf leveren van bijdragen aan de Nederlandse delegatie naar de Commissie voor de Steenkolenmijnindustrie van de ILO
Periode: 1960–1976
Opmerking: De bijdragen betreffen:
– i.p.v. Stichting van de Arbeid doen van voordrachten voor werkgevers- en werknemersafgevaardigden van het mijnwezen en aanwijzing van adviseurs in de Nederlandse delegatie;
– bespreking van agendapunten.
Bron: SER/Commissie-Van Thiel, Rapport mijnbedrijf, pp. 13–14
Waardering: B 1
Vervallen.
Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse standpunten en bijdragen in het directeuren-overleg van het North Sea Offshore Authorities Forum
Periode: ca. 1975–
Bron: Inl. F. Bezem, 2 april 1997
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse standpunten en bijdragen in de Werkgroep Harmonisation Safety Cases (veiligheids- en gezondheidsdocumenten), de Werkgroep Harmonisation Safety Training (veiligheidstrainingen) van de NSOAF en de International Health Safety and Environment Management System Audit (IAT)
Periode: ca. 1975–
Bron: SodM, Jaarverslag IGM 1992, p. 158, 1994, p. 45
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het i.o.m. met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid leveren van bijdragen in bijeenkomsten van expertcomités op het gebied van professioneel duiken
Periode: 1965–
Opmerking: Het betreft met name:
– European Diving Technology Committee (EDTC);
– Diving Medical Advisory Committee (DMAC).
Bron: SodM, Jaarverslag IGM 1976, p. 9, 1981, p. 9, 1992, p. 157, 1994, p. 45; inl. F. Bezem (SodM), 17 april 1997
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen in de jaarlijkse bijeenkomsten van het European Pipeline Authorities Committee
Periode: 1985 of eerder–
Opmerking: De industrie neemt niet deel aan het overleg.
Bron: SodM, Jaarverslag IGM 1994, p. 45; inl. ir. C. Coremans (SodM), 1 mei 1997
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het technisch organiseren van vergaderingen, symposia, beurzen e.d. van niet-gouvernementele organisaties op het gebied van de steenkool-, aardolie- en aardgasvoorziening
Periode: 1945–
Producten: convocaten e.d.
Bron: SodM, Jaarverslag 1981, p. 9
Waardering: V 1 jaar
Handeling: Het ambtelijk participeren in vergaderingen, symposia, beurzen e.d. van niet-gouvernementele organisaties op het gebied van de steenkool-, aardolie- en aardgasvoorziening
Periode: 1945–
Producten: Verslagen
Opmerking: Het betreft hier voor een deel participatie uit het feit dat er staatsbelangen in het geding zijn in de bedrijfsvoering van de desbetreffende doelgroepen.
Bron: SodM, Jaarverslag 1981, p. 9
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het voeren van ambtelijk overleg over aangelegenheden van allerlei aard met zusterdepartementen of -diensten
Periode: 1945–
Opmerking: Over aangelegenheden inzake de mijnbouwindustrie voert SodM frequent overleg met HSE (Health & Safety Exzecutive UK), NPD (Norwegian Petroleum Directorate Norge) en LOBA (Landes Ober Bergamt/Clausthal Duitsland) en DEA (Danish Energy Angency DK).
Bron: SodM, NKD, nr. 95/C/14 (Jaarwerkplan SodM 1997), p. 6; SodM, Jaarverslag 1992, p. 82
Waardering: V 5 jaar
Vervallen.
Handeling: Het opmaken van processen-verbaal van aantoning van aardolie of aardgas op het Nederlandse territoir
Periode: 1945–
Bron: sodm, Jaarverslag IGM 1994, p. 12; Regeling vergunningen en concessies delfstoffen Nederlands territoir 1996, art. 4.4
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het opmaken of keuren van plattegronden van concessieaanvragen en adviseren van de Commissaris der Koningin/Gedeputeerde Staten van de betrokken provincie(s) over aanvragen voor mijnconcessies op het Nederlandse territoir
Periode: 1945–
Bron: Mijnwet 1810, art. 27,30
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het toezicht houden op het daadwerkelijk uitvoeren door een houder van een opsporingsvergunning van het verkenningsonderzoek
Periode: 1967–
Opmerking: De vergunninghouder moet een jaarlijkse specificatie indienen van zijn uitgaven.
Bron: Besluiten ex art. 12 MCP 1967 en 1976, art. II, art. 10
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het opmaken van processen-verbaal van aantoning van aardolie- of aardgasvoorkomens op het Continentaal Plat
Periode: 1965–
Opmerking: De vergunninghouder is verplicht nieuwe aantoningen van aardolie of aardgasvelden aan de Minister van EZ, sodm en RGD te melden.
Bron: sodm, Jaarverslag IGM 1994, p. 12; Besluit 1967 en 1976 ex art. 12 MCP, art. II, art. 13
Waardering: V 10 jaar
Bewijsstuk van zakelijke aard, art. 2 sub b archiefbesluit.
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken over vergunningaanvragen voor de winning van aardolie en aardgas op het Continentaal Plat
Periode: 1945–
Producten: Adviesrapporten
Bron: RGD, Jaarverslag 1948–1949, p. 13, 1967/1968, p. 13, 1994, p. 22; RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 8–11
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het verlenen van ontheffingen van het in de mijnreglementen bepaalde m.b.t. de opleiding, Nederlandse taalvaardigheid en registratie van:
a. Leidinggevend en toezichthoudend personeel;
b. Overig personeel.
Periode: 1945–
Bron: MR39, art. 10, derde lid; Mijnreglement 1964, art. 14, tweede lid; MRCP, art. 11, 5e lid; art. 13, tweede lid
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het instemmen met de plaats van bewaring van mijnboeken, dan wel inspectieregisters, die op mijn- of boorwerken en mijnbouwinstallaties of voor mijnbouwkundige onderzoekingen aanwezig moeten zijn
Periode: 1964–
Opmerking: MR64 gebruikt ‘mijnboeken’, in het MRCP is sprake van ‘inspectieregisters’.
Bron: MR64, art. 15; MRCP, art. 13, eerste lid, art. 14, eerste lid; NRMR 1964 (62) mijnboeken en NRCP (63) inspectieregister, Stcrt. 1990, 199 en 200
Waardering: V 5 jaar na verwijdering
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken over aanvragen voor vergunningen e.a. ‘beschikkingen benodigd voor de delfstofwinning’
Periode: 1964–
Opmerking: sodm adviseert EOG.
Bron: sodm, Jaarverslag IGM 1995, p. 50
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het besluiten inzake de aanvaarding van een bedrijfsleider of opzichter, belast met het interne toezicht op de naleving van de voorschriften van of krachtens het Groevenreglement 1947
Periode: 1947–
Opmerking: Aan de IGM moet iedere aanwijzing en ontslag van een bedrijfsleider etc. Gemeld worden.
Bron: Groevenreglement 1947, art. 9 en 11
Waardering: V 10 jaar na pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het goedkeuren van de plaats waar het groevenboek aanwezig moet zijn
Periode: 1947–
Producten: Beschikkingen
Opmerking: In het groevenboek worden de bezoeken en aanmerkingen van sodm opgetekend; het groevenboek komt overeen met het mijnboek ex art. 14 Mijnreglement 1964.
Bron: Groevenreglement 1947, art. 12
Waardering: V 5 jaar na wijziging of sluiting van de groeve
Handeling: Het verlenen, wijzigen e.d. van ontheffingen e.a. beschikkingen inzake het verrichten van mijnbouwkundige onderzoekingen anders dan d.m.v. boorwerken
Periode: 1964–1994
Bron: Mijnreglement 1964, art. 322–323, en MRCP, art. 22, 25 en 26; NRMR (6) seismische onderzoekingen.
Waardering: V 10 jaar na afloop beschikking
Handeling: Het toetsen van kennisgevingen inzake uitbreiding of wijziging van een inrichting, die buiten de hinderwet of onder algemene milieuregels vallen, op vergunningplicht
Periode: 1949–1993
Producten: Advies aan de minister.
Opmerking Het gaat hier om handelingen die niet hinderwetplichtig zijn of waarvoor sedert 1985 algemene regels zijn gesteld in de vorm van hinder- of milieubesluiten.
Bron: sodm, Jaarverslag 1992, p. 39, Hinderwet 1985.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken over mogelijke hinder en (milieu)gevaar bij plaats(ing) van mijnbouwinstallaties in zgn. restrictiegebieden in het Nederlandse deel van het Continentaal Plat
Periode: 1967–
Opmerking: Het gaat o.m. om scheepvaart- en defensie restrictiegebieden.
Bron: Besluit 1967 ex art. 12 MCP, Stb. 24, art. II, art. 14 en 17, art. IX–X en bijlagen; Regeling vergunningen koolwaterstoffen Continentaal Plat 1996, art. 4.5, 4.13–4.17 en art. 5.7–5.10
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verlenen van ontheffingen, goedkeuringen e.a. beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. de nieuwbouw en plaatsing van mijn- en boorwerken en van mijnbouwinstallaties
Periode: 1945–
Opmerking: 1. T.a.v. Art. 36a–b, e, ,j, k–m, o is sodm niet gemachtigd de beschikkingen zelfstandig te verlenen; sodm adviseert de minister.
Voor de nieuwbouw van pijpleidingen, zie volgende paragraaf.
Bron: MR39, art. 124, tweede lid, art. 127, tweede lid; Mijnreglement 1964, art. 8, vijfde lid, art. 24–36; MRCP, art. 34–43, 60, 64; NRMR (5) putbeveiliging, Stcrt. 1967, 100, art. 4, 5, 7, 12; MRCP, art. 34; NRCP (27) putbeveiliging, Stcrt. 1970, 207, en 1990, 164; Taverne, Beginselen, p. B-28; NRCP (67, 68) erkenning deskundige instelling op meteorologisch en oceanografisch gebied; NRMR (35) herkenningstekens mijnbouwinstallaties, Stcrt. 1973, 54; NRMR (41) meteorologische en oceanografische inlichtingen en waarnemingen, Stcrt. 1975, 250; NRMR (51) uitgangen en wegen, Stcrt. 1985, 202, art. 9, vierde lid, art. 13; sodm, A&R, nr. 69 en 110 (Richtlijnen m.b.t. Inrichting aardgas- en aardolieputten), art. 2, 3, 4, 9, resp. 8; sodm, A&R, nr. 80 (Aanschrijving toepassing IMCO-resolutie A.414 op verplaatsbare mijnbouwinstallaties geregistreerd in Nederland; sodm, A&R, nr. 126 (Richtlijnen MRCP sterkte mijnbouwinstallaties), art. 3; nr. 134 (Richtlijnen verkrijging bewijs van toezicht van de Dienst voor het Stoomwezen), art. 6, eerste en vierde lid, art. 12, eerste en zevende lid; Concessie Groningen, art. 10; Concessie ‘Paul’, Stcrt. 1959, 170, art. 5
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verlenen van ontheffingen, goedkeuringen e.a. beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. het onderhoud en de operatie van mijn- en boorwerken en van mijnbouwinstallaties
Periode: 1945–
Opmerking: 1. T.a.v. Art. 36a–b, e, ,j, k–m, o is sodm niet gemachtigd de beschikkingen zelfstandig te verlenen; sodm adviseert de minister.
Voor de nieuwbouw van pijpleidingen, zie volgende paragraaf.
Bron: MR39, art. 124, tweede lid, art. 127, tweede lid; Mijnreglement 1964, art. 8, vijfde lid, art. 24–36; MRCP, art. 34–43, 60, 64; NRMR (5) putbeveiliging, Stcrt. 1967, 100, art. 4, 5, 7, 12; MRCP, art. 34; NRCP (27) putbeveiliging, Stcrt. 1970, 207, en 1990, 164; Taverne, Beginselen, p. B-28; NRCP (67, 68) erkenning deskundige instelling op meteorologisch en oceanografisch gebied; NRMR (35) herkenningstekens mijnbouwinstallaties, Stcrt. 1973, 54; NRMR (41) meteorologische en oceanografische inlichtingen en waarnemingen, Stcrt. 1975, 250; NRMR (51) uitgangen en wegen, Stcrt. 1985, 202, art. 9, vierde lid, art. 13; sodm, A&R, nr. 69 en 110 (Richtlijnen m.b.t. Inrichting aardgas- en aardolieputten), art. 2, 3, 4, 9, resp. 8; sodm, A&R, nr. 80 (Aanschrijving toepassing IMCO-resolutie A.414 op verplaatsbare mijnbouwinstallaties geregistreerd in Nederland; sodm, A&R, nr. 126 (Richtlijnen MRCP sterkte mijnbouwinstallaties), art. 3; nr. 134 (Richtlijnen verkrijging bewijs van toezicht van de Dienst voor het Stoomwezen), art. 6, eerste en vierde lid, art. 12, eerste en zevende lid; Concessie Groningen, art. 10; Concessie ‘Paul’, Stcrt. 1959, 170, art. 5
Waardering: V 5 jaar na verwijdering MBW en MBI of vervallen vergunning/ontheffing of sluiting groeve.
Handeling: Het verlenen van ontheffingen, goedkeuringen e.a. beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. het veilig bovengronds verkeer en vervoer van, naar en in mijn- en boorwerken en mijnbouwinstallaties
Periode: 1964–
Opmerking: 1. Het betreft de volgende activiteiten:
– goedkeuren van reglementen voor bovengronds personen- en goederenvervoer (art. 43);
– ontheffing verlenen voor vrije ruimte naast spoor (NRMR smalspoorvervoer, art. 3);
– i.o.m. Minister van V&W ontheffing verlenen van verbod met helikopter te landen op te klein helikopterdek (NRMR en NRCP helikopterdekken, art. 3);
– i.o.m. Minister van V&W ontheffing verlenen van voorschriften obstakelvrije zone helikopterdek (NRMR en NRCP helikopterdekken, art. 5);
– i.o.m. Minister van V&W ontheffing verlenen van voorschriften verlichting helikopterdek (NRMR en NRCP helikopterdekken, art. 8);
– i.o.m. Minister van V&W ontheffing verlenen van voorschriften toegangen helikopterdek (NRMR en NRCP helikopterdekken, art. 9);
– i.o.m. Minister van V&W ontheffing verlenen van voorschriften apparatuur meteorologische gegevens helikopterdek (NRMR en NRCP helikopterdekken, art. 10);
– i.o.m. Minister van V&W ontheffing verlenen van voorschriften brandblusmiddelen en -apparatuur helikopterdek (NRMR en NRCP helikopterdekken, art. 30).
Bij NR helikopterdekken is Minister van EZ sedert 1995 bevoegd ontheffingen e.d. te verlenen.
Zie voor de handelingen van de Rijksluchtvaartdienst, PIVOT-rapport nr. 16 (burgerluchtvaart).
Bron: Mijnreglement 1964, art. 43–47; NRMR (20) vervoer met motorrijtuigen bovengronds, Stcrt. 1970, 101, en 1988, art. 80; NRMR (36) niet-verplaatsbare transportinrichtingen bovengronds, Stcrt. 1970, 156, art. 7; NRMR (24) smalspoorvervoer bovengronds, Stcrt. 1970, 156; NRCP helikopterdekken, Stcrt. 1993, 233, vervangen door: NRMR en NRCP (73) helikopterdekken, Stcrt. 1995, 186
Waardering: V 5 jaar na verwijdering MBW en MBI of vervallen vergunning/ontheffing of sluiting groeve.
Handeling: Het verlenen van ontheffingen, goedkeuringen e.a. beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. de verlichting op en in mijn- en boorwerken
Periode: 1964–
Bron: Mijnreglement 1964, art. 97–99
Waardering: V 5 jaar na verwijdering MBW en MBI of vervallen vergunning/ontheffing of sluiting groeve.
Handeling: Het verlenen van ontheffingen, goedkeuringen e.a. beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. werktuigen, gereedschappen, leidingen en toestellen op en in mijn- en boorwerken
Periode: 1964–
Bron: Mijnreglement 1964, art. 106–113; MRCP, art. 83–91b; sodm, A&R, nr. 112 (Richtlijnen), art. 14, derde lid
Waardering: V 5 jaar na verwijdering MBW en MBI of vervallen vergunning/ontheffing of sluiting groeve.
Handeling: Het verlenen van ontheffingen, goedkeuringen e.a. beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. elektrische installaties en materieel op en in mijn- en boorwerken en mijnbouwinstallaties
Periode: 1964–
Opmerking: Grondslag van de hedendaagse Nederlandse regelgeving vormen de NEN-normen op electrotechnisch gebied.
Bron: Mijnreglement 1964, art. 114–117; MRCP, art. 94, tweede en derde lid; NRMR (25) elektrische installaties en elektrisch materieel boorwerken, Stb. 1970, 183 t/m Stb. 1990, 135, art. 3, 24, en NRCP (28) elektrische installaties en elektrisch materieel installaties, Stb. 1971, 16 t/m 1990, 135, art. 3, 17, vijfde lid, 32, ingetrokken bij: NRMR 1964 (69) en NRCP (69) elektrische installaties 1995, Stcrt. 61, art. 6, 18, 26, vijfde lid, 27, derde lid, art. 30
Waardering: V 5 jaar na verwijdering MBW en MBI of vervallen vergunning/ontheffing of sluiting groeve.
Vervallen.
Handeling: Het o.g.v. het Mijnreglement 1964 verlenen van ontheffingen van het verbod in ondergrondse mijnwerken in het dekterrein of de grensmuur mijnbouwkundige werken te verrichten, dan wel het voorschrijven van een dikkere grensmuur tussen mijnwerken
Periode: 1945
Bron: MR39, art. 15, tweede en vierde lid, art. 113; Mijnreglement 1964, art. 37–38
Waardering: V 5 jaar na verwijdering MBW en MBI of vervallen vergunning/ontheffing of sluiting groeve.
Handeling: Het verlenen van ontheffingen, goedkeuringen e.a. beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. het veilig verkeer en vervoer in ondergrondse mijnwerken
Periode: 1945–
Opmerking: Het betreft de volgende werkzaamheden:
– goedkeuren van reglementen voor ondergronds personen- en goederenvervoer (MR64, art. 56, 93);
– goedkeuren van de afstand van aan te leggen schachten voor personenvervoer (MR64, art. 48);
– ontheffing verlenen (MR39, art. 37, derde en vierde lid, art. 43, derde lid, art. 46, eerste lid, sub b, art. 49, tweede lid, art. 59, eerste lid; MR64, art. 48, 50, 58, 68, 71, 76–77, 87, tweede lid, art. 84);
– vergunning verlenen voor gebruik open vuur, ingebruikneming ophaalinstallatie en seininrichtingen in schachten, voor transportinrichtingen voor personenvervoer, voor betreden van vervoerafdelingen, voor vervoer met krachtvoertuigen (MR39, art. 39, art. 45, eerste lid, art. 50, art. 72, eerste lid, art. 83; MR64, art. 60, 67, 82, eerste lid, 87, 89);
– goedkeuren van seinen van seininrichtingen in schachten, van krachtvoertuigen (MR64, art. 69, 88);
– vrijgeven van beschadigde delen (MR64, art. 75).
Bron: MR 39, diverse artikels; Mijnreglement 1964, art. 48–96
Waardering: V 5 jaar na verwijdering MBW en MBI of vervallen vergunning/ontheffing of sluiting groeve.
Handeling: Het verlenen van vergunning, dan wel ontheffing van het in het
Mijnreglement 1939 en 1964 bepaalde omtrent de algemene en individuele verlichting in ondergrondse mijnwerken
Periode: 1945–
Bron: MR39, art. 101 en 103; Mijnreglement 1964, art. 99–105
Waardering: V 5 jaar na verwijdering MBW en MBI of vervallen vergunning/ontheffing of sluiting groeve.
Handeling: Het verlenen van vergunning voor het aanleggen, uitbreiden of wijzigen van elektrische installaties met een hoge nominale spanning, dan wel het verlenen van ontheffing van veiligheidsvoorschriften in ondergrondse werken
Periode: 1945–
Opmerking: De vergunningvereiste bestaat sedert de invoering van het MR64.
Bron: Elektrotechnisch MR39, art. 5, tweede lid, art. 6, derde lid, en art. 7, tweede lid; Mijnreglement 1964, art. 118–120
Waardering: V 5 jaar na verwijdering MBW en MBI of vervallen vergunning/ontheffing of sluiting groeve.
Handeling: Het verlenen van toestemming voor het verrichten van ontginningswerkzaamheden onder of in de directe nabijheid van gebouwen, land-, spoor- en waterwegen
Periode: 1945–
Bron: Groevenreglement 1947, art. 15; sodm, Jaarverslag 1976, p. 51
Waardering: V 10 jaar na sluiting groeve
Handeling: Het besluiten inzake de afsluiting, bewegwijzering en betreding van (delen van) mergelgroeven
Periode: 1945–
Producten: Beschikkingen
Bron: Groevenreglement 1947, art. 19
Waardering: V 10 jaar na sluiting groeve
Handeling: Het verlenen van ontheffingen, goedkeuringen e.a. beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen en het Besluit concessies koolwaterstoffen Nederlands territoir 1996 m.b.t. karteringen en metingen van de mijn- en boorwerken
Producten: Beschikkingen, b.v. Instemming sodm met nieuw monitoringsschema voor de bodemdaling in Groningen
Opmerking: Van de waterpassingen moet aan de IGM gerapporteerd worden; zie verder par. Verwerken van administratieve verplichtingen/karteringen en metingen en par. Toezicht op nazorg.
Bron: Mijnreglement 1964, art. 121–135; Concessie Rossum-De Lutte (1961), art. 7; Steenzoutconcessie Adolf van Nassau, art. 6; Wet concessie Buurse, art. 6; Besluit concessies koolwaterstoffen Nederlands territoir 1996, art. 5.5; sodm, A&R, nr. 92 (Aanschrijving karteringen Continentaal Plat); sodm, Jaarverslag 1995, p. 19
Waardering: V 10 jaar na vervallen ontheffing, goedkeuring
Handeling: Het verlenen goedkeuringen e.a. beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. de algemene veiligheid op, in en bij mijn- en boorwerken en mijnbouwinstallaties
Periode: 1945–
Producten: Publicaties in Stcrt.
Opmerking: Met ‘bij’ mijnbouwinstallaties worden de schepen die werkzaamheden uitvoeren aan offshore mijnbouwinstallaties bedoeld.
Bij deze handeling behoort ook de aanwijzing van veiligheidszones.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)