Vaststellingsbesluit selectielijsten neerslag handelingen beleidsterreinen Energiebeleid en Energiedelfstoffen vanaf 1945 (Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
Bron: MWCP, art. 27; MR39, art. 25, sub a en c; Mijnreglement 1964, art. 144–166; MRCP, art. 96, tweede en derde lid, art. 96a, eerste en tweede lid, art. 97, vierde lid, art. 102a, vierde lid, art. 149a, tweede lid; NRMR (8) grondwerk, Stcrt. 1967, 137; NRMR (9) ladders, Stcrt. 1967, 137; NRMR (10) inrichting aardgas- en aardolieputten, Stcrt. 1967, 214, art. 2, 10; NRMR (17) afstand diepboringen, Stcrt. 1970, 91, art. 2; NRMR (31) veiligheidszones boorwerken op het land, Stcrt. 1971, 120 en 1973, 81, art. 3, tweede lid, art. 5, zesde lid, art. 6, derde lid; Aanwijzing 28 febr. 1989; NRMR 1964 (60) steigers 1989, en NRCP (61) steigers 1989, Stcrt. 1989, 90; NRMR 1964 en NRCP (70) inzake veiligheid en gezondheid van arbeiders in de winningsindustrie; sodm, A&R, nr. 30 (Veiligheidseisen dieselmotoren), 61 (Aanschrijving alcoholische dranken), art. 4, 70 (idem); Nadere regelen Mijnreglement afgraven steenstorten, Stcrt. 1970, 202; sodm, A&R, nr. 113 (Richtlijnen zwavelwaterstoflocaties), art. 13, tweede lid; sodm, A&R, nr. 122 (Aanschrijving met richtlijnen m.b.t. De organisatie van veiligheidsdiensten)
Waardering: V 5 jaar na vervanging
Handeling: Het verlenen van ontheffingen van verplichtingen inzake. beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. de algemene veiligheid op, in en bij mijn- en boorwerken en mijnbouwinstallaties
Periode: 1945–
Producten: Gedoogbeschikkingen.
Bron: MWCP, art. 27; MR39, art. 25, sub a en c; Mijnreglement 1964, art. 144–166; MRCP, art. 96, tweede en derde lid, art. 96a, eerste en tweede lid, art. 97, vierde lid, art. 102a, vierde lid, art. 149a, tweede lid; NRMR (8) grondwerk, Stcrt. 1967, 137; NRMR (9) ladders, Stcrt. 1967, 137; NRMR (10) inrichting aardgas- en aardolieputten, Stcrt. 1967, 214, art. 2, 10; NRMR (17) afstand diepboringen, Stcrt. 1970, 91, art. 2; NRMR (31) veiligheidszones boorwerken op het land, Stcrt. 1971, 120 en 1973, 81, art. 3, tweede lid, art. 5, zesde lid, art. 6, derde lid; Aanwijzing 28 febr. 1989; NRMR 1964 (60) steigers 1989, en NRCP (61) steigers 1989, Stcrt. 1989, 90; NRMR 1964 en NRCP (70) inzake veiligheid en gezondheid van arbeiders in de winningsindustrie; sodm, A&R, nr. 30 (Veiligheidseisen dieselmotoren), 61 (Aanschrijving alcoholische dranken), art. 4, 70 (idem); Nadere regelen Mijnreglement afgraven steenstorten, Stcrt. 1970, 202; sodm, A&R, nr. 113 (Richtlijnen zwavelwaterstoflocaties), art. 13, tweede lid; sodm, A&R, nr. 122 (Aanschrijving met richtlijnen m.b.t. De organisatie van veiligheidsdiensten)
Waardering: V 5 jaar na aflopen ontheffing
Handeling: Het verlenen van vergunningen, ontheffingen e.a. beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. het verrichten van werkzaamheden onder water of onder druk op en in mijn- en boorwerken
Periode: 1971–
Opmerking: Het betreft onder meer de goedkeuring van instructies voor degenen die zijn belast met de werkzaamheden onder water of onder druk.
Bron: Mijnreglement 1964, gewijzigd 1971, art. 166a–166m; MRCP, art. 112, eerste lid, art. 116, derde lid, art. 117, tweede lid, art. 120–122; sodm, A&R, nr. 107 (Richtlijnen verrichten van werkzaamheden onder water of onder druk), art. 2, vierde lid, art. 13, 14, derde lid, art. 15, 17
Waardering: V 5 jaar na afloop vergunning. Standaardvergunningen die meestal voor 1 jaar zijn verleend.
Handeling: Het verlenen van goedkeuringen, ontheffingen e.a. beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. het bezit, opslag en gebruik van ontplofbare en andere gevaarlijke stoffen op en in mijn- en boorwerken en mijnbouwinstallaties
Periode: 1945–
Opmerking: Een van de activiteiten is het goedkeuren van de instructie voor de uitvoering der werkzaamheden (Nadere regelen, art. 13 en 33).
Bron: MR39, art. 138, 142; Mijnreglement 1964, art. 168; MRCP, art. 124–125, 127, eerste lid; Nadere regelen MR seismische onderzoekingen 1967
Waardering: V 5 jaar na aflopen vergunning. Standaardvergunningen die meestal voor 1 jaar zijn verleend.
Handeling: Het verlenen van ontheffingen, goedkeuringen e.a. beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. maatregelen tegen brand en ontploffing op en in mijn- en boorwerken of mijnbouwinstallaties
Periode: 1945–
Bron: MR39, art. 32, eerste lid, en art. 33, derde lid; Mijnreglement 1964, art. 175–185; MRCP, art. 132, tweede lid, art. 139, zesde lid, art. 140, tweede lid (roken); NRMR (2) gasflessen, Stcrt. 1967, 94; NRMR (37) brandbestrijdingsplan boorwerken, Stcrt. 1974, 218; sodm, A&R, nr. 87 (ventilatie in aardgasmeetstations)
Waardering: V 5 jaar na aflopen vergunning
Handeling: Het verlenen van ontheffingen, goedkeuringen of andere beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. de gezondheid en hygiëne op mijn- of boorwerken en mijnbouwinstallaties
Periode: 1945–
Producten: Vergunningen, ontheffingen, aanwijzingen, verklaringen van geen bezwaar, adviezen van het College van Bijstand en Advies, v.a. 1982 de ARBO-raad
Opmerking: 1. Sodm is t.a.v. MR1964, art. 147, tweede lid, en 158, eerste lid, niet gemachtigd de beschikkingen zelfstandig te verlenen; sodm adviseert de minister.
In een aantal gevallen hoort de minister het College van Bijstand en Advies voor de Bedrijfsgeneeskunde, nadien de Commissie voor de Bedrijfsgezondheidszorg van de ARBO-Raad (1982–1993).
Bron: MR39, art. 23, 158, eerste lid, art. 160, tweede lid; Mijnreglement 1964, art. Art. 11, 223–251; MRCP, art. 143, eerste en derde lid, art. 144, art. 147, derde t/m vijfde lid, art. 149b, derde lid (nader geneeskundig onderzoek), art. 152, derde lid, 152a, vierde lid, art. 155, vijfde lid, art. 160, vierde lid; NRMR privaten en urinoirs bovengronds, Stcrt. 1967, 137, en 1975, 126; NRMR (38) drinkwater boorwerken, Stcrt. 1975, 126; NRCP (66) schadelijke geluidsniveaus, Stcrt. 1993, 246; sodm, A&R, nr. 93 (Aanschrijving drinkwaterrichtlijn), art. 11, 17, 30; sodm, A&R, nr. 95 (Medische Keuring van personen op mijnbouwinstallaties 1984), art. 6, tweede lid, art. 8, tweede en derde lid; sodm, A&R, nr. 102 (Accommodatierichtlijnen) 1986, art. 24 en 25, en 1996, art. 23; sodm, Jaarverslag 1992, p. 79 (goedkeuring werkmethode asbestverwijdering)
Waardering: V 10 jaar na aflopen ontheffing/vergunning
Handeling: Het verlenen van ontheffingen, goedkeuringen of andere beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. de bescherming van het personeel in de mijnbouw tegen de gevaren van toestellen die ioniserende stralen uitzenden, en van radioactieve stoffen:
a. Territoir
b. Continentaal Plat
Periode: a. 1964–1982
b. 1967–
Producten: Vergunningen, ontheffingen, aanwijzingen, verklaringen van geen bezwaar
Opmerking: 1. Ad a: Hoofdstuk XIV MR1964 is vervangen door Besluit straling kernenergie (BSK); sozawe verleent nu de beschikkingen.
Ad b. Het overeenkomstige hoofdstuk XVII van MRCP is niet ingetrokken.
De minister verleent de vergunning voor het zich ontdoen van radioactieve stoffen bij mijnbouwkundig werk i.o.m. De Minister van VROM.
Ingeval van ontheffingverlening van de verplichting tot meting van de blootstelling aan ioniserende stralen a.d.h.v. Persoonlijke controlemiddelen, moeten de meetresultaten van de collectieve controle die hebben gediend tot vaststelling van de individuele doses, ten minste dertig jaar worden bewaard (MRCP, art. 176, vierde lid).
Bron: Mijnreglement 1964, art. 257–277; MRCP, art. 167–171, 176, derde en vierde lid, art. 181, vijfde, zesde en zevende lid, 184d, tweede lid, art. 184w; inl. Sodm, 15 mei 1996; sodm, Jaarverslag 1992, p. 40
Waardering: V 10 jaar na aflopen ontheffing/vergunning
Handeling: Het verlenen van ontheffingen, goedkeuringen of andere beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen inzake reddingsmaatregelen en medische voorzieningen in de mijnbouw.
Periode: 1964–
Producten: Vergunningen, ontheffingen, aanwijzingen, verklaringen van geen bezwaar
Bron: Mijnreglement 1964, art. 278–281; MRCP, art. 186; sodm, A&R, nr. 128 (Richtlijnen MRCP reddingmiddelen), art. 5
Waardering: V 5 jaar na aflopen ontheffing/vergunning
Handeling: Het verlenen van ontheffingen, goedkeuringen of andere beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. het verrichten van arbeid in de mijnbouw
Periode: 1964–1995
Producten: Vergunningen, ontheffingen, aanwijzingen, verklaringen van geen bezwaar
Opmerking: 1. De activiteiten o.g.v. MR64, resp. MRCP betreffen:
– vergunning verlenen voor vrouwenarbeid (MR39, art. 175);
– verlenen van vergunning voor verrichten van zondagsarbeid of verblijf (MRCP, art. 194);
– verlenen van ontheffing van rusttijden (MR64, art. 285; MRCP, art. 196);
– verlenen van ontheffing van leerplicht (MR64, art. 289a);
– verlenen van ontheffing van schadelijke arbeid door jongeren (MR39, art. 176; MR64, art. 290–290e);
– vergunning verlenen voor verrichten lichte arbeid door leerplichtige arbeiders (MR64, art. 292);
– vergunning verlenen voor langere diensttijd (MR39, art. 179 en 180; MR64, art. 295, MRCP, art. 198);
– vergunning verlenen voor kortere rusttijd (MR64, art. 296, 309; NRCP, art. 199);
– vergunning verlenen voor langere nachtdienst (MR64, art. 298, MRCP, art. 201);
– goedkeuren van ‘afwijkende’ werktijdregeling (MR64, art. 299, 301–302, 305, 309–310, MRCP, art. 202, 203, 204, 205, 206);
– vergunning verlenen af te wijken van vastgestelde schaftijd (MR39, art. 188, vierde lid; MR64, art. 304; MRCP, art. 207);
– goedkeuren van afwijkingen m.b.t. Bewakingsdiensten (MR64, art. 305; MRCP, art. 208).
Sodm is t.a.v. MR1964, art. 295, derde lid, en 158, eerste lid, niet gemachtigd de beschikkingen zelfstandig te verlenen; sodm adviseert de minister.
De bemoeienis van de minister, c.q. Sodm is o.g.v. De nieuwe Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit per 1 januari 1996 vervallen en overgegaan op de Minister van sozawe.
Bron: Mijnreglement 1964, art. 282–321; inl. Fr. Bezem (sodm), 23 april 1996; sodm, Jaarverslag, pp. 39–40
Waardering: V 5 jaar na aflopen ontheffing/vergunning
Handeling: Het verlenen van vergunningen, ontheffingen e.a. beschikkingen o.g.v. de Mijnreglementen m.b.t. het bezit, opslag en gebruik van ontplofbare en andere gevaarlijke stoffen in ondergrondse werken
Periode: 1945–
Bron: MR39, art. 142, 152 en 153; Mijnreglement 1964, art. 170
Waardering: V 5 jaar na aflopen vergunning. Standaard vergunningen die meestal voor 1 jaar zijn verleend.
Handeling: Het verlenen van ontheffing van voorschriften inzake het brandvrij zijn van de bekleding van schachten e.a. opbraken en inzake het gebruik van open vuur in ondergrondse mijnwerken
Periode: 1964–
Bron: Mijnreglement 1964, art. 186, tweede lid, en art. 190
Waardering: V 20 jaar na aflopen ontheffing/vergunning
Handeling: Het verlenen van vergunning of ontheffing van voorschriften inzake de luchtverversingscondities en het werken onder minder goede luchtcondities in ondergrondse mijnwerken
Periode: 1945–
Bron: MR39, art. 89, derde lid, en 90, derde en vierde lid, art. 97, tweede lid; Mijnreglement 1964, art. 196, vijfde lid, art. 200, vijfde lid, art. 201, vierde lid, 206, vierde lid, art. 207, derde lid, art. 212, tweede lid, art. 213, tweede lid, art. 217, vierde lid
Waardering: V 10 jaar na aflopen ontheffing/vergunning
Handeling: Het verlenen van ontheffingen van voorschriften inzake gezondheid en hygiëne in ondergrondse mijnwerken, dan wel het aanwijzen van herkeuringsartsen
Periode: 1964–
Bron: MR39, art. 194; Mijnreglement 1964, art. 252, tweede lid, art. 252a, tweede lid, art. 253, vierde lid
Waardering: V 10 jaar na aflopen ontheffing/vergunning
Vervallen.
Handeling: Het o.g.v. het Groevenreglement verlenen van vergunning of goedkeuring voor het bezit, opslag en gebruik van ontplofbare stoffen en ontstekingsmiddelen in groeven
Periode: 1945–
Bron: Groevenreglement 1947, art. 20–21
Waardering: V 20 jaar na aflopen ontheffing/vergunning
Handeling: Het leveren van bijdragen op beleidsniveau bij de (voorbereiding van de) rampenbestrijding in de mijnindustrie
Periode: 1964–
Producten: Rampenplannen, b.v. Rampenplan Noordzee, interdepartementaal draaiboek (alarmeringsplan en operationeel plan), instructies aan operationeel centrum te IJmuiden
Opmerking: 1. Regulier overleg over onder meer de aanpak van crisissituaties op de Noordzee vindt plaats in de Permanente Contactgroep Handhaving Noordzee (PKHN).
De IGM is lid van het Beleidsteam Noordzeerampen, dat verder bestaat uit DGSM/directeur Scheepvaartverkeer (voorz.), V&W (3), LNV (1), biza (1), JUS (1), WVC (1), VROM (1), DEF (1), FIN (1).
Bron: sodm, NKD, doc. Nr. B/02; sodm, NKD: nr. C/13
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de operationele leiding bij de bestrijding van rampen in de mijnindustrie
Periode: 1964–
Opmerking: Een sodm-inspecteur is lid van het OPS-team van het Kustwachtcentrum bij calamiteiten; de teamleider is het hoofd Operationele Zaken van het Kustwachtcentrum.
Bron: sodm, NKD, doc. Nr. B/02; sodm, NKD: nr. C/13
Waardering: V 10 jaar (lichte incidenten)
B 6 (zware, ernstige en dodelijke incidenten)
Actor: Het aanwijzen en beëdigen van de (plaatsvervangend) Inspecteur-Generaal der Mijnen en – op diens voordracht – van andere bij het Staatstoezicht op de Mijnen werkzame ambtenaren.
Periode: 1945–
Producten: Aanstellingsbeschikkingen
Opmerking: De minister kan aan de IGM adviseurs toevoegen. De IGM beëdigt de inspecteurs van sodm.
Bron: Mijnreglement 1964, art. 324–331; MCP, art. 32; Wet Markham-overeenkomst, art. 7; sodm, NKD: Juridisch kader (1996)), p. 10; mandaatregeling 1996
Waardering: V 10 jaar na pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het aansturen en toezicht houden op, dan wel het afleggen van verantwoording van de werkzaamheden van de Inspecteur-Generaal der Mijnen, i.c. het Staatstoezicht op de Mijnen
Periode: 1945–
Producten: – Mandaatregelingen en instructies, b.v. Beschikking van de Minister van Waterstaat van 20 december 1939, La.C., Vervoer en Mijnwezen, en Beschikking van 15 januari 1965, DG Mijnwezen, nr. 564/1288, gewijzigd bij Besluit van DG Energie 1985 en 1996;
– jaarwerkplannen, managementrapportages, jaarverslagen;
Opmerking: De IGM geeft de toezichthouders van sodm aanwijzingen; de operationele aansturing berust bij de plv. IGM.
Bron: Mijnreglement 1939, art. 219; MR64, art. 331; Jaarverslag IGM 1994; Mandaatregelingen 1965 en 1996; sodm, NKD, nr. 96/C/05 (Inspecties), p. 24
Waardering: B 4
Handeling: Het instrueren van arbeiderscontroleurs, belast met het toezicht houden op de naleving van het Mijnreglement in de ondergrondse werken van de steenkolenmijnindustrie
Periode: 1939–1972
Bron: Mijnreglement 1939, art. 231; MR 1964, art. 334
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het ontwikkelen, vaststellen en evalueren van het handhavingsbeleid m.b.t. de mijnbouwactiviteiten
Periode: 1945–
Producten: Adviesrapport prof. A.R. Hale (TUD) over doelmatigheid van toezicht (1992), Nieuwe Koers documenten (b.v. Handhavingsbeleid, interne procedure afhandeling incidenten, klachtenprocedure), adviezen aan de minister, afspraken met andere handhavingsinstanties
Overlegkader: Permanente Kontaktgroep Opsporingsdiensten Noordzee (PKON), vanaf 1994: PKHN (Permanente Kontaktgroep Handhavingsdiensten Noordzee); Landelijke Coördinatie Commissie Milieuhandhaving (LCCM); Wadden Handhavingsoverleg Openbaar Ministerie Opmerking: 1. Voorbeelden van afspraken met andere diensten zijn:
– afspraak met Korps Landelijke Politiediensten over vervoer van inspecteurs per politiehelikopter t.b.v. onverwachte inspectiebezoeken;
– werkafspraken met Arbeidstoezicht over de inspectie op bouw-, onderhouds-, sloop- en aanlegactiviteiten m.b.t. Gebouwen, bepaalde andere bouwwerken etc. (zie sodm, A&R, nr. 105).
Vanaf 1994 wordt het handhavingsbeleid eenmaal per 2 jaar, vanaf 1997 jaarlijks met het Openbaar Ministerie geëvalueerd.
Bron: Zie producten en sodm, A&R, nr. 140 (Richtlijnen melding schending veiligheidszones); sodm, NKD, nr. 95/C/14 (Jaarwerkplan sodm 1997); inl. Sodm, 29 mei 1996
Waardering: B 5
Handeling: Het voeren van regulier overleg met bestuurders en organisaties van mijnondernemingen en met vakbonden over mijnbouwaangelegenheden van allerlei aard
Periode: 1945–
Producten: Agenda’s, notulen, verslagen
Opmerking: 1. Het overleg vindt eenmaal per kwartaal plaats in het Overleg Vakbonden/NOGEPA/IADC/IRO (tot 1990 uitsluitend met de NOGEPA).
Ook met de Gemeenschappelijke Steenkolenmijnen Limburg GS:L was er een vast overlegorgaan.
Gaat het overleg over een specifiek onderwerp, dan wordt het overleg als een activiteit in het kader van een handeling beschouwd.
Bron: sodm, Handhavingsbeleid, bijl. 4–2; sodm, Jaarverslag IGM 1994, p. 44; Mijnsluitingsnummer, p. 222
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het samenstellen en verspreiden van ‘Veiligheidsnieuws’ en verzorgen van andere gestructureerde voorlichting
Periode: 1990–
Opmerking: De redactie van Veiligheidsnieuws-bulletins wordt aangestuurd door de Commissie Operaties.
Bron: Inl. Ing. R. Hendriks (sodm), 15 mei 1996. Sodm, Jaarverslag 1995, p. 38
Waardering: V 10 jaar
De bulletins bewaren.
Handeling: Het voeren van overleg met mijnondernemingen over de ontwikkeling en invoering van zelfzorgsystemen
Periode: 1989–1995
Producten: Toetsingsinstrumenten, b.v. Procedure voor de beoordeling van veiligheids-, gezondheids- en milieuzorgsystemen; cursusmateriaal bijscholing VGM-systemen
Overlegkader: Cullen-Werkgroep; sodm intern: sector Zorgsystemen (in 1995 opgeheven)
Bron: sodm, Toezicht delfstofwinning, p. 19; sodm, Jaarverslag 1992, pp. 87–88
Waardering: B 4
Handeling: Het boordelen van de rapportages door mijnondernemingen inzake het veiligheids- en gezondheidssysteem van die ondernemingen en van de betrokken contractors
Periode: 1994–
Producten: Zorgsysteemdocumenten
Overlegkader: VGM-overleg met NAM (tweemaal per jaar) en met andere ondernemingen (eenmaal per jaar); samenstelling VGM-overleg: plv. IGM sodm, VGM-coördinatoren en directeuren bussiness-units
Opmerking: Toetsingskader vormt de ISO-NEN 9000 serie van normen voor kwaliteitszorg. De vorm van rapportage over de zorgsystemen is vrij. Een proefproject is in 1994 gestart. Implementatiefase: 1994–1996.
Bron: MR64, art. 14g, en MRCP, art. 13g en 13k; sodm, NKD: Nieuwe koers, p. 13; sodm, Jaarverslag 1994, pp. 33–40, 1995, p. 37; sodm, Toezicht delfstofwinning, p. 14, 21–23; NRMR 1964 en NRCP (71) veiligheids- en gezondheidssysteem
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het beoordelen van bedrijfsinterne audits en auditsystemen van mijnondernemingen
Periode: 1994–
Producten: Interne rapporten van bevindingen o.b.v. Brieven aan onderneming en ingekomen reacties
Opmerking: Een proefproject is in 1994 gestart. Implementatiefase: 1994–1996. De beoordeling vindt in drie fasen op het niveau van beleid (niveau zorgsysteem) en uitvoering/praktijk (niveau auditprogramma) plaats. Er vinden follow-up bezoeken plaats, om de daadwerkelijke uitvoering van geconstateerde gebreken te controleren.
Bron: sodm, NKD: Nieuwe koers, p. 13; ; sodm, NKD, nr. 96/C/02 (bedrijfsinterne audits); sodm, Jaarwerkplan 1995, pp. 8–9; sodm, Toezicht delfstofwinning, p. 23–24; sodm, Jaarverslag 1995, p. 37
Waardering: V 5 jaar na ontvangst geheel nieuw VG-zorgsysteem of vertrek mijnonderneming of beëindiging mijnbouwactiviteiten in Nederland.
Handeling: Het zelf selectief uitvoeren van audits en follow-up audits bij mijnondernemingen
Periode: 1994–
Producten: Auditrapporten, brieven aan ondernemingen
Opmerking: Implementatiefase: 1994–1996. Voorbeelden, ontleend aan het Jaarwerkplan 1997, zijn audits op de processen boren, nieuwbouw offshore, productie/onderhoud en verlaten/verwijderen.
Bron: sodm, NKD: Nieuwe koers, p. 13; sodm, Jaarwerkplan 1995, pp. 8–9; sodm, NKD, nr. 96/C/03 (handleiding selectief auditen); sodm, NKD, nr. 95/C/14 (Jaarwerkplan 1997), p. 9; sodm, Jaarverslag 1995, p. 37
Waardering: V 5 jaar na ontvangst geheel nieuw VG-document of verwijdering MBW, MBI.
Handeling: Het, a.d.h.v. vastgestelde beoordelingsprocedures, beoordelen van de per boorwerk of mijnbouwinstallatie in te dienen (herzieningen van) veiligheids- en gezondheidsdocumenten
Periode: 1992–
Producten: V&G-documenten, commentaren sodm, afspraken
Opmerking: 1. In verband met het groot aantal rapporten toetst de sodm in eerste instantie één van de veiligheids- en gezondheidsdocumenten van ondernemingen met diepgang; dit document wordt dan als basis gebruikt voor de andere documenten van de onderneming. Indien er nauwkeuriger werk moet worden verricht geldt de volgende procedure:
Er worden van de boorwerken en installaties per onderneming vier categorieën ‘met diepgang’ getoetst:
A. van de bestaande installaties één gecompliceerde installatie;
B. nieuwe installaties of grote modificaties;
C. locatie-specifieke documenten, b.v. Voor gelijktijdig uitgevoerde activiteiten op een boorwerk of bij of op een mijnbouwinstallatie (‘concurrent operations’);
D. verlaten en verwijderen van installaties.
Voor de b-categorie moeten ingeleverd worden:
– het voorontwerprapport;
– het ‘gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik’;
– het addendum ‘gebruik’ (iedere vijf jaar);
– het addendum ‘grote wijzigingen’.
Er zijn drie toetsingsfasen: een formele, een inhoudelijke en een operationele toetsing via een audit of inspectie.
Sinds 1992 zijn er binnen vijf jaar zo’n 500 documenten ingediend; ten minste eenmaal per 5 jaar moeten herzieningen van de documenten worden ingediend.
Bron: MR64, art. 14g, 14h en 14k; MRCP art. 13g, 13h en 13k; sodm, NKD: Nieuwe koers, p. 13; sodm, Jaarverslag 1994, p. 34; sodm, Jaarwerkplan 1995, p. 9; sodm, Toezicht delfstofwinning, p. 19; NRMR 1964 en MRCP (72) veiligheids- en gezondheidsdocumenten
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het monitoren van eindrapporten naar aanleiding van een behoefte tot regulering van veiligheid en gezondheid
Periode: 1992–
Producten: The safety and health document, a report to industry. 1996.
Waardering: B 1
Handeling: Het plannen en uitvoeren van projectmatige inspecties en eventuele vervolginspecties naar bepaalde aspecten van de bedrijfsvoering of van de ‘hardware’ van boorwerken of mijnbouwinstallaties van (bijna) alle mijnondernemingen:
A. Dienstbrede projectmatige inspecties;
B. Sectorale projectmatige inspecties.
Periode: 1991–
Producten: inspectierapporten o.b.v. Projectvoorstel, vragenlijsten ingevuld door sodm, eindrapport met aanbevelingen
Overlegkader: (Intern) Commissie Operaties (vanaf ca. 1978), bestaande uit (plv.) Sectorhoofden
Opmerking: 1. Voorbeelden van dienstbrede, bovensectorale inspecties zijn: reddingsmiddelen, werkvergunningen, andere ondernemingen werkzaam op boorwerkinstallaties, veiligheids- en gezondheidsdocumenten op de werkplek, naleving Europese NEN-normen;
Voorbeelden van sectorale inspectie zijn: inspectie elektrische installaties op veiligheid, naleving milieuvergunningen, noodprocedures en oefeningen voor calamiteiten; regelgeving arbeidstijden.
Procedure: ontwerp en voorbereiding, inspecties, projectrapportage met aanbevelingen (zie par. Opsporing en vervolging), eventueel vervolginspectie.
Bron: sodm, NKD: Nieuwe koers, p. 13; sodm, NKD, nr. 96/C/05 (Inspecties) en 97/C/24 (Werkwijze afhandeling nieuwbouwinstallaties zee); sodm, NKD, nr. 95/C/14 (Jaarwerkplan 1997), p. 9; sodm, Jaarverslag 1994, p. 34–36; sodm, Jaarwerkplan 1995, p. 9; sodm, A&R, nr. 96 (maatregelen n.a.v. Inschrijving in mijnboek of inspectieregister), nr. 97C14 (Jaarwerkplan sodm)
Waardering: B 5
Handeling: Het plannen en uitvoeren van routine-/standaard, ad hoc- en vervolginspecties van de diverse typen mijn- en boorwerken en mijnbouwinstallaties tijdens de:
a. Nieuwbouwfase;
b. De boor- en workoverfase;
c. De productie- en onderhoudfase;
d. Buitenbedrijfstelling en nazorg.
Periode: 1945–
Producten: Verslagen overleg voorontwerprapport; inspectierapporten o.b.v. Vragenlijsten ingevuld door sodm, eindrapporten met aanbevelingen, evt. Inschrijvingen
Overlegkader: (Intern) Commissie Operaties (vanaf ca. 1978), bestaande uit (plv.) Sectorhoofden
Opmerking 1. Procedure: aankondiging, inspecties, afspraken over te nemen maatregelen (zie par. Opsporing en vervolging), eventueel vervolginspecties.
De frequentie en aard van de inspecties wordt bepaald door het type locatie/installatie en door wijzigingen in de configuratie van de locaties/installaties t.g.v. Modificaties, groot onderhoud, saneringswerkzaamheden:
A. Op land o.m.:
– putlocatie/kleine locatie
– middelgrote locatie
– grote locatie
– bijzondere locatie
– boorinstallatie
B. Op water:
– samengesteld productieplatform
– satellietplatform
– verplaatsbare mijnbouwinstallatie
– andere installatie.
Voor standaardinspecties wordt een geautomatiseerd management informatiesysteem (MIS) gebruikt.
Bron: sodm, Jaarwerkplan 1995, pp. 36–37; sodm, A&R, nr. 96 (maatregelen n.a.v. Inschrijving in mijnboek of inspectieregister); sodm, Jaarverslag 1992, pp. 18–19; sodm, nr. 96/C/05 (Inspecties) en 97/C/24 (Werkwijze afhandeling nieuwbouwinstallaties zee); 97/C24h (werkwijze productie en onderhoud); 98 C 24c (Werkwijze boringen land en zee)
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het uitvoeren van standaard-, ad hoc- en vervolginspecties van ondergrondse mijnwerken:
A. Nieuwbouwfase;
B. De productie- en onderhoudfase;
C. Buitenbedrijfstelling en nazorg.
Periode: 1945–1975
Producten: Inschrijvingen, inspectierapporten o.b.v. Vragenlijsten ingevuld door sodm, eindrapporten met aanbevelingen
Opmerking: De bevindingen van de inspecties door sodm van de schachten en ophaalinrichtingen worden aangetekend in een schachtboek en kabelboek.
Bron: MR39, art. 57; MR64, art. 72
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het o.g.v. het Mijnreglement 1964 regelmatig controleren van de ondergrondse werken van de steenkolenmijnindustrie
Periode: 1964–1975
Bron: Mijnreglement 1964, art. 334
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het registreren en beoordelen van lichte incidenten op/bij mijn- en boorwerken of mijnbouwinstallaties
Periode: 1964–
Producten: Meldingsformulieren, kwartaalopgaven reëel arbeidsverzuim, interne onderzoeksrapporten o.g.v. Onder meer voorvallen en ongevallenopgaven, onderzoeksformulieren
Bron: sodm, Handhavingsbeleid, bijl. 4; Mijnreglement 1964, art. 47, 146, 278; MRCP, art. 49d, 77, 82, 98 185, eerste lid, art. 180, tweede lid, art. 184i, tweede lid; NRMR 1964 (54) melding bijzondere voorvallen, Stcrt. 1990, 2; NRCP melding bijzondere voorvallen, Stcrt. 1988, 166; Regeling lozing van oliehoudende mengsels 1996 (NRCP 64), art. 7; sodm, A&R, nr. 111 (Aanschrijving melding van ongevallen en voorvallen); sodm, A&R, nr. 123 (Richtlijnen aanleg, inrichting en verlaten boorlocaties), art. 9
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het registreren en beoordelen van zware incidenten op/bij mijn- en boorwerken of mijnbouwinstallaties
Periode: 1964–
Producten: Meldingsformulieren, kwartaalopgaven reëel arbeidsverzuim, interne onderzoeksrapporten, onderzoeksformulieren
Bron: sodm, Handhavingsbeleid, bijl. 4; Mijnreglement 1964, art. 47, 146, 278; MRCP, art. 49d, 77, 82, 98, art. 180, tweede lid, art. 184i, tweede lid, art. 185, eerste, tweede en derde lid; Regeling lozing van oliehoudende mengsels 1996 (NRCP 64), art. 7; sodm, A&R, nr. 111 (Aanschrijving melding van ongevallen en voorvallen)
Waardering: B 6
Handeling: Het onderzoeken van ernstige incidenten op/bij mijn- en boorwerken of mijnbouwinstallaties
Periode: 1964–
Producten: Onderzoeksrapporten of processen-verbaal van bevindingen sodm o.b.v. Meldingsformulieren, kwartaalopgaven reëel arbeidsverzuim, interne onderzoeksrapporten
Opmerking: sodm moet de Minister van EZ rapporteren over het resultaat van een onderzoek.
Bron: sodm, Handhavingsbeleid, bijl. 4; Mijnreglement 1964, art. 47, 146, 278; Instructie voor IGM 1965, art. 7; MRCP, art. 49d, 77, 82, 98, art. 180, tweede lid, art. 184i, tweede lid, art. 185, eerste lid; Regeling lozing van oliehoudende mengsels 1996 (NRCP 64), art. 7; sodm, A&R, nr. 111 (Aanschrijving melding van ongevallen en voorvallen)
Waardering: B 6
Handeling: Het onderzoeken van dodelijke ongevallen en misdrijven op/bij boorwerken en mijnbouwinstallaties
Periode: 1964–
Producten: Onderzoeksrapporten of processen-verbaal van bevindingen sodm o.b.v. Meldingsformulieren, kwartaalopgaven reëel arbeidsverzuim, interne onderzoeksrapporten
Opmerking: Het gaat hier om ‘ernstige arbeidsongevallen [dodelijke ongevallen] en milieuschade van betekenis’; sodm moet de Minister van EZ rapporteren over het resultaat van een onderzoek.
Bron: sodm, Handhavingsbeleid, hoofdst. 3 en bijl. 4; Mijnreglement 1964, art. 47, 146, 278; Instructie voor IGM 1965, art. 7; MRCP, art. 49d, 77, 82, 98, art. 180, tweede lid, art. 184i, tweede lid, art. 185, eerste, tweede en derde lid; Regeling lozing van oliehoudende mengsels 1996 (NRCP 64), art. 7; sodm, A&R, nr. 111 (Aanschrijving melding van ongevallen en voorvallen)
Waardering: B 6
Handeling: Het registreren en onderzoeken van incidenten in ondergrondse mijnwerken
Periode: 1945–1974
Producten: Meldingsformulieren, kwartaalopgaven reëel arbeidsverzuim, interne onderzoeksrapporten o.g.v. Onder meer voorvallen en ongevallenopgaven, onderzoeksformulieren
Opmerking: Het gaat om incidenten wegens een te hoog mijngasgehalte, een kolenstof- of mijngasontploffing of een mijngasontbranding, instortingen. Onder de handeling vallen ook de meldingen over staking van arbeid wegens tekort aan verse lucht, teveel aan mijngas e.d.
Bron: MR39, art. 62, tweede lid, art. 87, derde lid, art. 95, derde lid; Mijnreglement 1964, art. 193–194, art. 200, derde lid, en art. 202, tweede lid
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het registreren en onderzoeken van incidenten die de veiligheid in ondergrondse mijnwerken in gevaar kunnen brengen, hebben gebracht of in gevaar hadden kunnen brengen
Periode: 1945–1979
Producten: Registraties, interne onderzoeksrapporten o.g.v. onder meer voorvallen en ongevallenopgaven
Opmerking: Het betreft incidenten als instortingen, mijngasontploffingen of -ontbrandingen. In het bijzonder zijn de arbeiders-controleurs belast met het onderzoek inzake ernstige ongevallen.
Bron: MR39, art. 34, derde lid, art. 48; Mijnreglement 1964, art. 146, tweede lid, art. 193–194, art. 278, 334
Waardering: B 6
Handeling: Het registreren en onderzoeken van (dreigende) incidenten in groeven
Periode: 1947–
Producten: Meldingen, periodieke opgaven, interne onderzoeksrapporten, onderzoeksrapporten sodm
Bron: Groevenreglement 1947, art. 16 en 17
Waardering: V 10 jaar (lichte incidenten)
B 6 (zware incidenten)
Handeling: Het toezicht houden op de meetapparatuur waarmee de hoeveelheden van in een concessiegebied gewonnen en beschikbaar gekomen koolwaterstoffen gemeten worden
Periode: 1945–
Opmerking: 1. De mijnonderneming doet een maandelijkse en jaarlijkse opgave van de totalen van de boekingen aan de minister en sodm toekomen. Sodm controleert de meetapparatuur.
Voor de controle van de productiegegevens, zie handeling hieronder.
Bron: Concessie ‘Rossum-De Lutte’ (1961/1971), art. 4, vierde lid; Besluit concessies koolwaterstoffen Nederlands territoir 1996, art. 2.27; Besluit vergunningen koolwaterstoffen Continentaal Plat 1996, art. 3.27
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het ter bepaling van diverse heffingen en belastingen, voorraden in de diepe ondergrond en CBS-energiestatistieken, verwerken en controleren van door de mijnondernemingen o.g.v. de mijnwetgeving ingediende productiecijfers
Periode: 1964–
Producten: o.m. Incidentele basisaudits
Opmerking: Werkproces: houden van steekproeven, kwartaalpublikatie in Stcrt., Doorzending aan RGD ter bepaling van aanwezige voorraden en aan CBS ter bepaling van energiestatistieken.
Bron: Concessievoorwaarden o.g.v. Mijnregelement 1964; sodm, Jaarverslag 1994, p. 38, 1995, p. 42; diverse concessies; Besluit concessies koolwaterstoffen Nederlands territoir 1996, art. 2.28; bijl. Hdtk 1996–1997, 25 000 XIII (Rijksbegroting EZ), nr. 28
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het beoordelen van door de mijnondernemingen in te leveren gegevens en documenten betreffende:
– vertegenwoordigers van de concessionaris;
– toezichthouders bij de mijnondernemingen;
– leidinggevend of toezichthoudend personeel bij mijn- of boorwerken en mijnbouwinstallaties of bij voor mijnbouwkundig werk in gebruik zijnde (lucht)vaartuigen (jaarlijks in januari);
– algemene schriftelijke instructies die aan het personeel van de mijnondernemingen zijn gegeven ter verzekering van de naleving van de voorschriften en regelen;
– namen en aard van werk en toezicht van (onder)aannemers.
Periode: 1945–
Bron: MR39, art. 9; MR64, art. 10, 12; MRCP, art. 9 en 11; Besluit concessies koolwaterstoffen Nederlands territoir, art. 2.29; Concessie ‘Schoonebeek’ (1948), art. 11; concessie ‘Adolf van Nassau’, art. 12; sodm, A&R, nr. 117 (Aanschrijving over het melden van andere ondernemingen); Bruinkoolconcessie ‘Paul’, Stcrt. 1959, 170
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het kennis nemen en bespreken van (wijzigingen op) door mijnondernemingen in te dienen werkplannen voor de opsporing en ontginning van delfstoffen
Periode: 1945–
Opmerking: 1. Een werkplan geldt in de regel voor één kalenderjaar en omvat onder meer:
– samenvatting van de belangrijkste voorgenomen werkzaamheden per concessie- en vergunningsgebied;
– opgave van de productie per veld;
– totaaloverzicht van voorgenomen booractiviteiten, seismische onderzoekingen en constructtiewerkzaamheden.
Er zijn halfjaarlijkse rapportages.
Het ‘plan van winning’ wordt bij de aanvraag voor de concessie of vergunning ingediend.
Bron: MR39, art. 12; Mijnreglement 1964, art. 20–22; NRMR 1964 (56) werkplannen, Stcrt. 1989, 32; MRCP, art. 28–30; Regeling koolwaterstoffen Continentaal Plat 1996, art. 3.4; NRCP werkplannen, Stcrt. 1989, 32
Waardering: V 1 jaar
Handeling: Het ten behoeve van de bevordering van de veiligheid in steengroeven verkrijgen en beheren van productiegegevens m.b.t. gewonnen mergel e.a. grondsoorten
Periode: 1945–
Opmerking: 1. De jaarlijkse opgave betreft de hoeveelheid gewonnen delfstoffen, het aantal gewerkte dagen, het aantal arbeiders en de hoeveelheid verbruikte ontplofbare stoffen.
De minister kan ontheffing van de verplichting verlenen.
Bron: Groevenreglement 1947, art. 14
Waardering: V 1 jaar
Handeling: Het beoordelen van de weekrapporten betreffende het verloop van mijnbouwkundige onderzoekingen anders dan d.m.v. een boorwerk (verkenningsonderzoeken)
Periode: 1964–
Bron: Mijnreglement 1964, art. 322–323; NRMR (4) rapporten diepboringen en mijnbouwkundige onderzoekingen, Stcrt. 1967, 100, art. 2; MRCP, art. 18 en 27a; NRCP rapport verkenningsonderzoek, Stcrt. 1976, 94; sodm, A&R nr. 97 (voorkomen van beschadiging in gebruik zijnde kabels, pijpleidingen e.d.), Art. A
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het beoordelen van in te dienen (wijzigingen van) gegevens betreffende de plaatsing, verplaatsing en inrichting van boorlocaties onshore
Periode: 1945–
Opmerking: In sodm, A&R, nr. 120 (Concept-aanschrijving binnenkomende boorinstallaties en reparatiemasten) zijn de gegevens en documenten die ten minste 2 weken voor de aanvang van de werkzaamheden ingeleverd moeten worden, opgesomd.
Bron: Mijnreglement 1964, gewijzigd 1971, art. 36a, 36d, tweede lid; MRCP, art. 31 en 31a; sodm, A&R nr. 97 (voorkomen van beschadiging in gebruik zijnde kabels, pijpleidingen e.d.), Art. B; sodm, A&R, nr. 130 (Richtlijnen bescherming onderwaterproducerende mijnbouwinstallaties), art. 6 en 10; sodm, A&R, nr. 134, Richtlijnen verkrijging bewijs van toezicht van de Dienst voor het Stoomwezen), art. 5, eerste, vijfde en zesde lid
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het beoordelen van in te dienen (wijzigingen van) gegevens betreffende de plaatsing, verplaatsing en inrichting van boorlocaties onshore
Periode: 1945–
Producten: Jaaroverzichten van door mijnondernemingen aangelegde en verlaten boorlocaties
Bron: sodm, A&R, nr. 123 (Richtlijnen aanleg, inichting en verlaten van boorlocaties), art. 13 en 14; sodm, A&R, nr. 134, Richtlijnen verkrijging bewijs van toezicht van de Dienst voor het Stoomwezen); art. 11, zesde lid
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het beoordelen van (wijzigingen van) schema’s, plannen en rapporten inzake de interne inspectie van de staat van onderhoud, de sterkte van de onderdelen van mijnbouwinstallaties en van de verrichte reparaties
Periode: 1971–
Producten: Inspectieschema’s, vijfjareninspectieplannen, jaarlijkse inspectieplannen, inspectierapporten, verklaringen van onderzoek (‘certificate of fitness’), werkprogramma’s, reparatieprogramma’s, mededelingen inzake door erkende instellingen ingetrokken certificaten
Opmerking: De inspecties worden uitgevoerd door classificatiebureaus die erkend zijn door de Minister van EZ. De Rijksluchtvaartdienst inspecteert de helikopterdeks. Als de nieuwe Nadere Regeling van kracht is, kan dit wijzigen.
Bron: Mijnreglement 1964, gewijzigd 1971, art. 36d, 36e, 36ja, en MRCP, art. 34, 40a, 63b; sodm, Jaarverslag 1994, p. 38; sodm, A&R, nr. 126 (Richtlijnen MRCP sterkte mijnbouwinstallaties, art. 5–6, 10–11; sodm, A&R, nr. 134 (Richtlijnen verkrijging bewijs van toezicht Dienst van het Stoomwezen), art. 6, A&R 137 (Richtlijnen Mijnreglement Continentaal Plat stoom- en damptoestellen en drukhouders [ …])
Waardering: V 2 jaar na verwijdering mijnbouwinstallatie
Handeling: Het beoordelen van door mijnondernemingen ingediende gegevens betreffende de methoden van winning, ondersteuning en opvulling, en van mededelingen betreffende het aantrekken, dan wel het weer in bedrijf nemen van een pijler of simpel
Periode: 1964–1974
Bron: MR64, art. 40
Waardering: B 5
Handeling: Het beoordelen van door mijnondernemingen ingediende gegevens betreffende de wijze van delving, bekleding, indeling en beveiliging van schachten t.b.v. verkeer en vervoer in ondergrondse werken
Periode: 1945–
Producten: (Wijzigingen van) plannen, tekeningen
Bron: MR39, art. 40–42; MR64, art. 52–53
Waardering: B 5
Handeling: Het beoordelen van jaarlijks door mijnondernemingen ingediende schema’s van het geheel der elektrische installaties in de tot ieder mijnwerk behorende ondergrondse werken, waarvan de nominale spanningen de vastgestelde grens overschrijden
Periode: 1964–1992
Bron: MR64, art. 119
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het beoordelen van door mijnondernemingen ingediende (wijzigingen van) boorprogramma’s inzake voorgenomen diepboringen, putreparaties en verlatingen
Periode: 1964–
Bron: Mijnreglement 1964, art. 27–35; MRCP, art. 59, 65; NRMR 1964 (47) boorprogramma 1981; NRCP (48) boorprogramma 1981, Stcrt. 228; NRMR 1964 (47) boorprogramma 1981, Stcrt. 1981, 228 en Stcrt. 1990, 152; sodm, A&R, nr. 9, 9A, 58 en 64 (vervallen), 143 (Aanschrijving richtlijnen putreparatieprogramma)
Waardering: B 5 eindrapporten
Handeling: Het beoordelen van door de mijnondernemingen ingediende boorrapportages inzake de uitvoering van diepboringen en reparatiewerkzaamheden:
– dagrapporten;
– weekrapporten;
– maandrapporten;
– eindrapporten.
Periode: 1945–
Producten: Boorrapporten, boorregisters
Opmerking: Boorrapportages zijn verslagen van werkzaamheden die verricht worden tijdens een boring en ‘workover’ (reparatie) en bij staking/beindiging van een boring. Het indienen van een maandrapport wordt bij beschikking toegestaan.
Het eindrapport, inclusief boorprofiel, bevat eventueel gegevens inzake de hervatting van boringen of het gebruik van het boorgat voor de winning van delfstoffen.
Ingevolge art. 25 MR 64 en art. 64 lid 1 MRCP moet een boorregister van de boorwerkzaamheden bijgehouden worden; na beëindiging van de boring wordt een exemplaar bij sodm ingeleverd.
Bron: MR39, hoofdstuk VIII; Mijnreglement 1964, art. 27–35, 323; MRCP, art. 59, 65–66; NRMR (4) rapporten diepboringen en mijnbouwkundige onderzoekingen, Stcrt. 1967, 100, art. 1 en 3; NRCP (13) rapporten boringen, Stcrt. 1969, 65, en 1990, 164; diverse concessies, b.v. Groningen, art. 14; vgl. Sodm, Jaarverslag IGM 1994, p. 38, en sodm, Toezicht delfstofwinning, p. 17; sodm, A&R, nr. 49
Waardering: V 1 jaar na definitief verlaten van de boring
B 5 eindrapporten
Handeling: Het verkrijgen en beoordelen van halfjaarlijkse geologische rapportages over de aard, plaats en omvang van de door hem m.b.t. het vergunningsgebied verrichte onderzoekingen en andere werkzaamheden
Periode: 1945–
Producten: Halfjaarlijkse rapporten en eindverslag na beëindiging van de werkzaamheden.
Opmerking: De RGD krijgt dezelfde verslagen en daarenboven nog boorprofielen, de uit de boring verkregen geologische gegevens (monsters) en de resultaten van chemische en fysische metingen; zie het desbetreffende hoofdstuk.
Bron: Regeling vergunningen en concessies delfstoffen Nederlands territoir 1996, art. 4.3; Besluit 1967 en 1976 ex art. 12 MCP, art. II, art. 12; Nadere regelen MR boorprofielen, Stcrt. 1967, 100; NRMR (45) boorprofielen 1981, Stcrt. 228, en NRCP (46) boorprofielen 1981, Stcrt. 228; boorvergunning Andel II (1995), art. II, art. 17, diverse concessies; inl. Ing. J. Heeres (sodm), 17 december 1996
Waardering: V 7 jaar
N.B.: Let op bewijsstukken die hebben geleid tot processen-verbaal van gevonden delfstoffen in percelen! Die zijn elders als B aangemerkt.
Handeling: Het beoordelen van checklisten voor alle activiteiten van wekelijks te houden putbeveiligingsoefeningen
Periode: 1965–
Bron: sodm, A&R, nr. 65 en 66 (Richtlijnen vereiste oefeningen bij boringen), art. 3; Beleidsregel oefeningen bij boringen; sodm, A&R, nr. 142, art. 3
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beoordelen van mededelingen inzake annulaire drukken
Periode: 1945–
Bron: Staatstoezicht op de Mijnen, A&R, nr. 98 (annulaire drukken)
Sodm, A&R, nr. 98 (annulaire drukken)
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het beoordelen en beheren van kaarten, plannen, doorsneden en profielen van mijn- en boorwerken en mijnbouwinstallaties
Periode: 1945–
Opmerking: Met Rijkswaterstaat, Directie Noordzee, worden tweemaal per jaar karteringsgegevens uitgewisseld.
Bron: MR39, art. 115, eerste, zesde en zevende lid; Mijnreglement 1964, hoofdst. VII, en MRCP, hoofdst. V; sodm, A&R, nr. 92 (Aanschrijving karteringen Continentaal Plat); sodm, Jaarverslag 1976, pp. 40–41
Waardering: V 5 jaar
Aangenomen wordt dat het hier om de lopende correspondentie gaat.
Handeling: Het beoordelen van meldingen van niet bij ontheffing toegestane overschrijdingen van een dekterrein of een grensmuur van steenkoolvelden of van daarin gelegen mijnwerken
Periode: 1964–
Bron: Mijnreglement 1964, art. 133, vierde lid, juncto art. 37, tweede lid en 38, derde lid
Waardering: V 5 jaar
handeling: Het beoordelen van jaarlijks in te dienen wijzigingen van de gewaarmerkte kaart van het mijnveld en van het groevenstelsel
Periode: 1964–
Bron: Groevenreglement 1947, gewijzigd 1993, art. 10
Waardering: V 5 jaar
B 5 voor laatste kaart van groevenstelsel
Handeling: Het beoordelen van mededelingen e.a. gegevens inzake het verlaten van boorgaten en verwijderen van mijnbouwinstallaties
Periode: 1964–
Producten: Mededelingen, sluitingsplannen (bij verlaten van ondergrondse werken), verlatingsprogramma’s.
Opmerking: sodm rapporteert aan de Minister van EZ; zie verder par. Toezicht op nazorg.
Bron: Mijnreglement 1964, art. 137, 137a, 138, 142a, 142c; MRCP, art. 69–70; Instructie voor de IGM 1965, art. 8; inl. Sodm, 15 mei 1996; Jaarverslag 1994, pp. 38–40; Nadere regelen Mijnreglement 1964 verlaten van boorgaten 1967; sodm, A&R, nr. 123 (Richtlijnen aanleg, inrichting en verlaten van boorlocaties), art. 11, 15; Winningsvergunning voor blokken k4b/k5a
Waardering: B 5 verlatingsprogramma van boring behorend bij eindrapport bij handeling 460–461
V 2 jaar verwijderen mijnbouwinstallaties
Handeling: Het beoordelen van mededelingen en rapporten inzake het tijdelijk of definitief verlaten van ondergrondse mijnwerken
Periode: 1945–
Producten: Mededelingen, sluitingsplannen, verlatingsprogramma’s, jaaroverzichten aangelegde en verlaten locaties
Opmerking: sodm rapporteert aan de Minister van EZ; zie verder par. Toezicht op nazorg.
Bron: MR39, art. 131; Mijnreglement 1964, art. 138–143; Instructie voor de IGM 1965, art. 8; inl. Sodm, 15 mei 1996; Jaarverslag 1994, pp. 38–40
Waardering: B 5 (zie 460–461)
Handeling: Het beoordelen van mededelingen en rapporten inzake het tijdelijk of definitief verlaten van groeven
Periode: 1947–
Producten: Mededelingen, sluitingsplannen, verlatingsprogramma’s
Opmerking: sodm neemt, in aanwezigheid van de betrokken gemeentebesturen en de vergunninghouder, de toestand van de verlaten groeve bij proces-verbaal op.
Bron: Groevenreglement 1947, art. 22–23
Waardering: B 5
Handeling: Het beoordelen van verplicht ingediende (wijzigingen van) gegevens betreffende het voornemen pijpleidingen t.b.v. opsporing of winning van delfstoffen buiten de locaties te leggen
Periode: 1964–
Bron: Mijnreglement 1964, gewijzigd 1978, art. 143a–b; Aanwijzing mijnreglement pijpleidingen, Stcrt. 1975, 126; MRCP, art. 71; sodm, A&R nr. 97 (voorkomen van beschadiging in gebruik zijnde kabels, pijpleidingen e.d.), Art. C; sodm, A&R, nr. 134, art. 8 en 11; sodm, A&R, nr. 134, Richtlijnen verkrijging bewijs van toezicht van de Dienst voor het Stoomwezen), art. 8, eerste en zesde lid, art. 11, zesde lid
Waardering: V 10 jaar na opruimen of definitief verlaten pijpleiding
Handeling: Het beoordelen van mededelingen en rapportages over periodieke en tussentijdse inspecties en herstelwerkzaamheden van pijpleidingen t.b.v. de opsporing of winning van delfstoffen
Periode: 1964–
Producten: Mededelingen, herstelprogrammaTM
Bron: Mijnreglement 1964, gewijzigd 1978, art. 143e; MRCP, art. 76–77; sodm, A&R nr. 97 (voorkomen van beschadiging in gebruik zijnde kabels, pijpleidingen e.d.), Art.
Waardering: V 10 jaar na opruimen of definitief verlaten pijpleiding
Handeling: Het beoordelen van mededelingen over duikoperaties en keuringsuitslagen van personen die slechts onder beperkende voorschriften werkzaamheden onder water of druk kunnen verrichten
Periode: 1964–
Bron: Mijnreglement 1964, gewijzigd 1971, art. 166g; MRCP, art. 116, tweede lid; sodm, A&R, nr. 107 (Richtlijnen verrichten van werkzaamheden onder water of onder druk), art. 7; sodm, Jaarverslag 1992, p. 83
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beoordelen van verplicht in te dienen gegevens betreffende het werken met en de afvoer van ontplofbare en gevaarlijke stoffen
Periode: 1964–
Bron: Mijnreglement 1964, art. 167, tweede lid, 173, vierde lid; MRCP, art. 123, tweede lid, en art. 130, derde lid
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beoordelen van onderzoeksuitslagen e.a. gegevens ter bevordering van de hygiëne en gezondheid van het personeel in mijn- en boorwerken en mijnbouwinstallaties
Periode: 1964–
Bron: Mijnreglement 1964, art. 234a en 248a; MRCP, art. 149b, tweede lid, 152a en c, zesde lid; sodm, A&R, nr. 93 (Drinkwaterrichtlijn 1984), art. 25; sodm, A&R, nr. 95 (Medische Keuring van personen op mijnbouwinstallaties 1984), art. 8, eerste lid; sodm, Jaarverslag 1992, p. 73 en 78 (rapportage als voorwaarde voor goedkeuring afvalverwerkingssysteem)
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beoordelen van administratieve gegevens betreffende het blootstaan van personeel van mijnondernemingen of contractors aan ioniserende stralen en radioactieve stoffen
Periode: 1964–
Opmerking: Geldt vanaf 1982 uitsluitend voor het Continentaal Plat.
Bron: Mijnreglement 1964, art. 257–277, vervangen door KEW/BSB; MRCP, art. 184, eerste en tweede lid, art. 184s–u, 184v, eerste lid
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beoordelen van jaarlijks in te dienen brandbestrijdings/beschermings-, reddings- en calamiteitenplannen, rampenbestrijdingsplannen e.d. van mijnondernemingen
Periode: 1964–
Producten: Plannen en aanvullingen m.b.t. Halverwege het kalenderjaar gestarte boor- en winningsactiviteiten, certificaten reddingsboten, personalia EHBO-ers en supervisie artsen
Opmerking: De plannen voor de boorwerken worden in overleg met de brandweerkorpsen opgesteld.
Bron: sodm, Jaarverslag 1994, p. 38; Mijnreglement 1964, art. 176, 279; Regeling vergunningen en concessies delfstoffen Nederlands territoir 1996, art. 4.14; MRCP, art. 96a, 132, 136, eerste en tweede lid, art. 189; Brandbestrijdingsplan boorwerken, Stcrt. 1970, 156; NRMR (37) brandbestrijdingsplan boorwerken, Stcrt. 1974, 218, gewijzigd bij Besluit, Stcrt. 1994, 82; NRCP (26, 26A) brandbestrijdingsplan mijnbouwinstallaties, Stcrt. 1970, 196, gewijzigd bij Besluit, Stcrt. 1994, 82;
NRMR (40) reddingsmiddelen en reddingsplan mijnbouwinstallaties, Stcrt. 1975, 210; NRCP (29) reddingsplan mijnbouwinstallaties, Stcrt. 1971, 292; boorvergunning Andel II (1995), art. 16; sodm, A&R, nr. 136 (Richtlijnen MRCP bijstandsboten 1991), art. 3; sodm, A&R 138 (EHBO-Richtlijn), art. 3, 5 en 5A, 7
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beoordelen van registraties van mijnondernemingen inzake afwijkingen van werktijdregeling op mijn- of boorwerken en mijnbouwinstallaties bepaalde
Periode: 1964–1974
Producten: Registraties en beoordelingen
Opmerking: De meldingen betreffen:
– ‘gerechtvaardigde’ afwijkingen van voorgeschreven arbeids- en rusttijden;
– verlenging van ononderbroken ondergronds verblijf.
Bron: MR39, art. 183, 206; Mijnreglement 1964, art. 288, 306, 318, vierde lid; MRCP, art. 197, 210; Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit; sodm, Jaarverslag 1992, p. 40
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beoordelen van administratieve gegevens betreffende de luchtverversing in ondergrondse mijnwerken
Periode: 1945–1974
Opmerking: De gegevens zijn vervat in luchtplans, luchtstambomen of staten van luchtafdelingen.
Bron: MR39, art. 100, vijfde lid; Mijnreglement 1964, art. 222
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beoordelen van onderzoeksuitslagen e.a. gegevens ter bevordering van de hygiëne en gezondheid van het personeel in de ondergrondse werken
Periode: 1964–1974
Bron: Mijnreglement 1964, art. 251, tweede lid
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beoordelen van meldingen door mijnondernemingen van de afwijkingen van de voorgeschreven verblijfstijd en zondagsrust van mijnwerkers in de ondergrondse werken
Periode: 1964–1974
Bron: MR39, art. 201, tweede lid, art. 206, tweede lid; Mijnreglement 1964, art. 318, vierde lid
Waardering V 5 jaar
Handeling: Het beoordelen van certificaten en plans, in te dienen vóór de plaatsing van mijnbouwinstallaties, ter voorkoming van verontreiniging van het milieu door afvalstoffen
Periode: 1975–
Bron: MRCP, art. 48–49; sodm, A&R, nr. 14 (Richtlijn beperking zeewaterverontreiniging Continentaal Plat
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het registreren en beoordelen van tijdens het gebruik van boorwerken en mijnbouwinstallaties ingediende overzichten van afgevoerde afvalstoffen
Periode: 1988–1995: kwartaal- en halfjaarlijkse overzichten;
1996–: kwartaaloverzichten
Opmerking: Voor evt. bijsturing in geval van overschrijding van de 40 mg/l grenswaarde wordt een computerbestand bijgehouden.
Bron: MRCP, art. 49d; Ministeriële regeling oliehoudende mengsels, Stcrt. 1987, 165, art. 3, tweede en derde lid; NRCP (64) Regeling lozing van oliehoudende mengsels 1996, art. 6, vierde lid; sodm, Jaarverslag 1994, pp. 17–21, 38; sodm, A&R, nr. 14 (Richtlijn beperking zeewaterverontreiniging Continentaal Plat)
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het behandelen en afdoen van klachten van (vertegenwoordigers van) werknemers van mijnondernemingen die geen gehoor op hun klachten inzake veiligheid, gezondheid en milieu hebben gekregen bij de bevoegde instanties van die mijnondernemingen
Periode: 1939–
Overlegkader: Vertrouwenspersoon, ondernemingsraad
Bron: MR39, hoofdstuk XVI; MR64, art. 18g; MRCP, art. 17g; sodm, Jaarverslag 1994, p. 38–39; sodm, NKD: Nieuwe koers, p. 13; sodm, Toezicht delfstofwinning, pp. 30–31; sodm, NKD: nr. C/9
Waardering: V 5 jaar
NB: Handelingen met betrekking tot ernstige klachten leiden tot verzoeken om schorsing van leidinggevende personen. Deze handelingen zijn afzonderlijk beoordeeld.
Handeling: Het behandelen en afdoen van klachten van derden inzake veiligheid, gezondheid en milieu die geen gehoor op hun klachten inzake veiligheid, gezondheid en milieu hebben gekregen bij de bevoegde instanties van de mijnondernemingen
Periode: 1964–
Bron: sodm, Jaarverslag 1994, p. 38–39; sodm, NKD: Nieuwe koers, p. 13; sodm, Toezicht delfstofwinning, pp. 30–31; sodm, NKD: nr. C/9
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het jaarlijks informeren van de Staten-Generaal inzake de behandeling van klachten door derden
Periode: 1970–
Waardering: B 3
Handeling: Het bijwonen van grote calamiteitenoefeningen van mijnondernemingen op land en zee in opdracht van de Ministeries van Defensie en Marine
Periode: 1970–
Producten: Interne rapporten door sodm; verslagen door mijnondernemingen
Bron: nr. 94/C/10 (evalueren van calamiteitenoefeningen; sodm, Jaarverslag 1976, p. 30, 1994, p. 39; Jaarwerkplan 1995, p. 10; sodm, Toezicht delfstofwinning, pp. 31–32
Waardering: V 5 jaar
Betreft operatiën van Defensie.
Handeling: Het deelnemen aan de jaarlijks terugkerende calamiteitenoefening ‘Bright Eye’
Periode: 1970–
Opmerking: De oefeningen worden georganiseerd door de Kustwacht en de Marine en zijn bedoeld om de paraatheid van deze organisaties i.v.m. Calamiteiten op zee, en de samenwerking binnen NATO-verband te testen.
Bron: Kustwachtconvernant; sodm, NKD, 95/B/02 (de rol bij calamiteiten); sodm, Jaarverslag 1994, p. 39; sodm, Jaarwerkplan 1995, p. 10; sodm, Toezicht delfstofwinning, pp. 31–32
Waardering: V 5 jaar
Betreft operatiën van Defensie.
Handeling: Het mede organiseren, bijwonen en evalueren van de jaarlijkse Norex-oefeningen
Periode: 1970–
Bron: sodm, NKD, 95/B/02 (de rol bij calamiteiten); sodm, Toezicht delfstofwinning, pp. 31–32
Waardering: V 5 jaar
Betreft operatiën van Defensie.
Handeling: Het toezicht houden op de besluiten en leveren van andere bijdragen inzake schadevergoeding en financieel beheer van de mijnschadestichtingen
Periode: 1945–
Opmerking: De Regeringscommissaris keurt de jaarbegrotingen van de drie stichtingsbesturen en de schadeclaims die de mijnondernemingen indienen, resp. Toekennen, goed. De overige bijdragen omvatten:
– het leveren van kaarten e.a. Informatie;
– het voorzitten van de Beoordelingscommissie Mijnschade, die bezwaren van benadeelden tegen door mijnondernemingen aangeboden schadevergoedingen beoordeelt;
– het inbrengen van expertise in de Commissies van Deskundigen, die door de rechter ingesteld worden bij civiele rechtsgedingen.
In de in 1976 opgerichte en in 1996 opgeheven Beoordelingscommissie Mijnschade, tgw. Beoordelingcommissie Mijnschade en Stichtingsvergaderingen, hebben vertegenwoordigers van de mijnondernemingen zitting; voorz.: (hoofd)inspecteur sodm.
Bron: Inl. Ir. J.J.E. Pöttgens (sodm), 5 september 1996; inl. Drs. W.G.M. van de Gevel (DGE/EOG), 10 september 1996; Aanschrijving van de SG van het Departement van Waterstaat van 27 november 1940 betreffende het verlenen van inzage in bij sodm berustende mijnkaarten in geval van aantoonbare mijnschade, Stcrt. 28 november 1940, 233; sodm, Jaarverslag 1976, pp. 48–49
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen in onderzoeken naar oorzaken en lange termijneffecten van bodembewegingen ten gevolge van mijnbouwactiviteiten
Periode: 1945–
Producten: Bijdragen in programmering en begeleiding van onderzoeken, onderzoeken, voordrachten
Opmerking: 1. Het overleg vindt b.v. plaats in de:
– Begeleidingscommissie Onderzoek Aardbevingen (BOA), die in 1991 is opgericht en die bestaat uit vertegenwoordigers van sodm, RGD (en opvolgers in TNO), KNMI, NAM en Petroland (eindrapportage: dec. 1993);
– Begeleidingsgroep Lange Termijn Onderzoek TU Delft.
Om hun kennis in stand te houden, zijn internationale contacten, vooral met Duitse organisaties op het gebied van de mijnbouw, b.v. De Duitse Mijnmeters Vereniging, onmisbaar.
In enkele gevallen voert sodm zelf het onderzoek uit, zoals in 1997 een onderzoek naar de factoren die bepalend zijn voor de opslingering van de bodem t.g.v. Aardbevingen.
Voor de bijdragen van EZ/sodm in de uitvoering, zie de volgende handeling.
Bron: Inl. Ir. J.J.E. Pöttgens (sodm), 5 september 1996; Bijl. Hdtk 1994–1995, 21 108 (bodemverzakking en aardbevingen), nr. 5
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het houden van toezicht en aansturen van mijnondernemingen, andere bedrijven en overheden over te nemen/genomen maatregelen tot voorkoming en beperking van schade en hinder t.g.v. mijnbouwactiviteiten, inclusief het sluiten van mijnen, verwijderen van mijnbouwinstallaties e.d.
Periode: 1945–
Producten: Onderzoeksrapporten, voorschriften in individuele gevallen
Overlegkader: Groevenoverleg, Adviesgroep St. Pietersberg ondergronds, ad hoc commissies
Opmerking: 1. De concrete maatregelen worden in de meeste gevallen door de mijnondernemingen genomen en betreffen b.v.:
– het aanbrengen van bewakingsputten in mijnschachten;
– het opstellen van saneringsplannen en begeleiden van onderzoeken hiertoe;
– het opzetten van registratiesystemen;
– informeren bij bouwplannen in risicogebieden;
– het opnemen van informatie omtrent de ondergrond in het Kadaster.
O.g.v. Art. 10 (art. 7a oud) van de mandaatregeling moet de IGM de Minister van EZ rapporteren over ‘aanmerkelijke bodemdaling’.
Bron: MR39, art. 134, 137; Jaarverslag 1976, p. 49 (mijnwater), 1992, pp. 74–77, 1994, pp. 14 en 39–40; Mandaatregeling/Instructie voor de IGM 1965 en 1996; inl. Ir. J.J.E. Pöttgens (sodm), 5 september 1996; concessie ‘Schoonebeek’, art. 10; Mijnsluitingsnummer pp. 225–254
Waardering: V 20 jaar
Handeling: Het (volgens de standaard werkwijze) opsporen van niet-ernstige overtredingen van de mijn- of milieuwetgeving en maken van afspraken over te nemen maatregelen, eventueel nemen van sancties bij:
A. Eerste overtreding;
B. Herhaling van eerdere overtreding;
C. Onwil tot het maken van afspraken over voorkoming van volgende overtredingen;
D. Herhaling van eerdere overtreding ondanks veroordeling (recidive).
Periode: 1964–
Producten: Aantekeningen in mijnboek of inspectieregister, registraties, interne onderzoeksrapporten, processen-verbaal
Bron: sodm, Handhavingsbeleid, p. 5–10
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het opsporen van ernstige overtredingen van de mijn- of milieuwetgeving en maken van afspraken over te nemen maatregelen, eventueel nemen van sancties bij:
A. Eerste overtreding;
B. Herhaling van eerdere overtreding;
C. Onwil tot het maken van afspraken over voorkoming van volgende overtredingen;
D. Herhaling van eerdere overtreding ondanks veroordeling (recidive).
Periode: 1964–
Producten: Aantekeningen in mijnboek of inspectieregister, registraties, interne onderzoeksrapporten, processen-verbaal
Opmerking: De werkwijze bij de opsporing wijkt af van de standaard werkwijze.
Bron: sodm, Handhavingsbeleid, p. 5–10; MR64, art. 147 en MRCP, art. 17
Waardering: B 5
Handeling: Het opsporen van zeer ernstige arbeidsongevallen en milieuschade en maken van afspraken over te nemen maatregelen, eventueel nemen van sancties bij:
A. Eerste overtreding;
B. Herhaling van eerdere overtreding;
C. Onwil tot het maken van afspraken over voorkoming van volgende overtredingen;
D. Herhaling van eerdere overtreding ondanks veroordeling (recidive).
Periode: 1964–
Producten: Aantekeningen in mijnboek of inspectieregister, registraties, interne onderzoeksrapporten, processen-verbaal
Opmerking: De werkwijze bij de opsporing wijkt af van de standaard werkwijze.
Bron: sodm, Handhavingsbeleid, p. 5–10; MR64, art. 147 en MRCP, art. 17
Waardering: B 5
Handeling: Het tijdelijk gedogen van het niet-nakomen van verplichtingen opgelegd door wet- en regelgeving
Periode: 1964–
Producten: Gedoogbesluiten
Opmerking: Hoofdvoorwaarde voor het gedogen is, dat een aanvraag voor ontheffing en vergunning ontvankelijk is verklaard en ter inzage is gelegd.
Bron: sodm, Handhavingsbeleid
Waardering: V 10 jaar na vaststelling vergunning
Handeling: Het doorverwijzen van overtredingen waarvoor Staatstoezicht op de Mijnen niet opsporingsbevoegd is, aan de bevoegde instanties
Periode: 1964–
Opmerking: Het gaat om b.v. Arbeidsinspectie, Inspectie van de Havenarbeid, Rijksluchtvaartdienst, Milieudiensten, Scheepvaartinspectie en politie. Voor een overzicht van de toepasselijke wetgeving, zie sodm, Handhavingsbeleid, bijl. 1-1
Bron: Zie opmerking
Waardering: V 1 jaar
Handeling: Het rapporteren aan en anderszins informeren van de Minister van Economische Zaken over ter zake van overtredingen door Staatstoezicht op de Mijnen opgemaakte processen-verbaal
Periode: 1945–
Bron: Instructie voor IGM 1965, art. 6
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het rapporteren aan de Minister van Justitie over aantal, opsporingsactiviteiten en opleiding van de opsporingsambtenaren bij Staatstoezicht op de Mijnen
Periode: 1945–
Bron: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar sodm 1995, art. 6
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het tijdens een strafrechtszaak optreden als getuigverbalisant of getuige-deskundige bij rechtbanken, gerechtshoven en rechters-commissarissen
Periode: 1945–
Bron: –
Waardering: V 10 jaar
Belangrijke stukken berusten bij de gerechtelijke instanties, waarvoor een BSD wordt voorbereid.
Handeling: Het, ter uitvoering van het milieuconvenant, bijdragen aan, toetsen en jaarlijks evalueren van de bedrijfsmilieuplannen (eerder: bedrijfsinterne milieuzorgsystemen) van mijnondernemingen
Periode: 1992–
Producten: Rapportages o.g.v. Ontwerpen van ondernemingen, adviezen sodm, inspraakreacties, jaarrapportages van ondernemingen
Overlegkader: Overleggroep staat/olie- en gaswinningsindustrie; VROM; lagere overheden
Opmerking: 1. De BMP’s bevatten een beschrijving van de voorgenomen en de reeds uitgevoerde activiteiten en inspanningen op milieugebied per boorwerk of installatie.
Implementatiefase 1e tranch: 1995–1998; 2e tranch: 1999–2002, enz.. De bedrijfsmilieuplannen hebben een geldigheidsduur van 4 jaar. Nadien worden nieuwe of bijgestelde industrie- en bedrijfsmilieuplannen opgesteld.
Bron: Milieuconvenant staat/olie- en gaswinningsindustrie; sodm, Jaarverslag 1992, p. 63 e.v., 1994, p. 34; sodm, Jaarwerkplan 1992, pp. 63–66, 1995, p. 9; inl. Drs. PR. Seeger (DGE/EOG), 6 mei 1996
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het behandelen en beslissen inzake bezwaren tegen besluiten van de minister of van de inspecteurs van Staatstoezicht op de Mijnen op het terrein van de delfstoffenwinning
Periode: 1945–
Producten: Beschikkingen o.g.v. Bezwaarschrift, stukken en verslag evt. Hoorprocedure
Periode: 1945–
Bron: o.m. Mijnwet 1810, art. 28; koninklijk besluit 1818, art. 4–5; bijl. Hdtk 1986–1987, 19 722, nr. 3, p. 3; Mijnreglement 1964, art. 329; Algemene Wet bestuursrecht
Waardering: V 20 jaar
4.3. Rijksgeologische Dienst
Handeling: Het uitbrengen van jaarverslagen
Periode: 1968–1996
Opmerking: Voor de jaarverslagen van de Geologische Stichting (1945–1967), zie handeling nr. 0.
Bron: RGD, jaarverslagen
Producten: Jaarverslagen
Waardering: B 3
Handeling: Het ontwikkelen, vaststellen en evalueren van lange, middellange en korte termijnplannen voor de RGD
Periode: 1945–1996
Producten: Voorbeelden:
– Strategie RGD 1995–2000
– jaarwerkplannen RGD
– Informatieplan RGD
Opmerking: Voor de programmering op het gebied van de afzonderlijke hoofdtaken, zie aldaar.
Bron: Zie producten
Waardering: B 5
Handeling: Het instellen van en voeren van overleg in vaste samenwerkingsverbanden met andere geo-instellingen, voor zover deze het gehele taak- en werkgebied van de RGD bestrijken
Periode: 1945–1996
Opmerking: Voorbeelden zijn:
– Stuurgroep Geohydrologische Samenwerking (ca. 1975);
– Commissie voor Hydrogeologisch Onderzoek-TNO en bestuur Dienst Grondwaterverkenning TNO
– RWS/RGD samenwerking op de Noordzee (vanaf 1970);
– Samenwerkende Aardkundige Gegevensverstrekkende Instituten (SAG).
Bron: Archieven MEZ, Archief Commissie-Dozy nr. 3: antwoorden RGD op vragenlijst Commissie-Dozy, 1973; RGD, Jaarverslag 1967/1968, pp. 102–103, 1994, p. 70
Waardering: B 4
Handeling: Het programmeren en organiseren (‘managen’) van inventarisaties in nationaal en internationaal verband
Periode: 1945–1996
Producten: Opdrachten, projectplannen
Opmerking: Activiteiten in dit kader zijn onder meer:
sluiten van overeenkomsten met NOGEPA over rapportage aan RGD en beschikbaarstelling van gegevens aan derden (Transmittal and Release of Geological Data).
Bron: RGD, Jaarverslag 1990, pp. 54–57; inl. drs. P. Jongerius (NITG), begin 1997
Waardering: B 5
Handeling: Het, in eigen beheer of met derden (ontwerpbureaus), ontwikkelen en ter beschikking stellen van opname- en aanverwante apparatuur
Periode: 1945–1996
Producten: Overeenkomsten
Opmerking: Doelstelling is de ontwikkelde apparatuur op de markt te brengen. Patenten worden niet door de RGD in stand gehouden.
Voorbeelden: Zenkovitch, diepzeelier voor gebruik in de mariene geologie, Geodoff I (in 1967 gereed) en II, een geavanceerd trilboorsysteem voor het kernen van los materiaal vanaf de zeebodem. Het pure researchaandeel van de werkzaamheden, geconcentreerd in de Boortechnische afdeling en Boorresearch van de RGD, neemt af.
Bron: RGD, Jaarverslag 1967–1968, pp. 57–59, 1994, p. 26; inl. dr. C.J. van Staalduinen, 30 januari 1996; Montfrans, Delfstoffen, p. 51; RGD, Jaarverslag 1967/1968, p. 57–59; RGD, Organisatieonderzoek juli 1990, p. 22
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het verzamelen en beheren van basisgegevensverzamelingen m.b.t. de ondiepe ondergrond van het vasteland van Nederland
Periode: 1945–1996
Opmerking: In bijl. 6 is een overzicht van de in 1993 geïnventariseerde bestanden gegeven.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 14–16; RGD, Informatieplan 1993, bijl. 3
Waardering: B 5
(De resultaten zitten in handelingen m.b.t. het jaarwerkplan.)
Handeling: Het verzamelen en beheren van basisgegevensverzamelingen m.b.t. de ondiepe ondergrond van het Nederlandse deel van de Noordzee
Periode: 1945–1996
Opmerking: In bijl. 6 is een overzicht van de in 1993 genventariseerde bestanden gegeven.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 14–16; RGD, Informatieplan 1993, bijl. 3
Waardering: B 5
(De resultaten zitten in handelingen m.b.t. het jaarwerkplan.)
Handeling: Het verzamelen en beheren van basisgegevensverzamelingen m.b.t. de diepe ondergrond van het vasteland en van het Nederlandse deel van de Noordzee
Periode: 1945–1996
Opmerking: In bijl. 6 is een overzicht van de in 1993 genventariseerde bestanden gegeven.
De boor- en seismische gegevens van het Continentaal Plat zijn na 10 jaar openbaar; de bij mijnbouwkundige onderzoekingen en ontginningen verkregen geologische gegevens op het vasteland zijn permanent vertrouwelijk en slechts na toestemming van de betrokken bedrijven openbaar.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 14–16; RGD, Informatieplan 1993, bijl. 3; diverse concessies; NvT op koninklijk besluit van 21 maart 1983, Stcrt. 38
Waardering: V 1 jaar
(De resultaten zitten in handelingen m.b.t. het jaarwerkplan.)
Handeling: Het programmeren en organiseren (‘managen’) van vernieuwend onderzoek in nationaal en internationaal verband, o.a. in EU-kader
Periode: 1945–1996
Producten: Onderzoeksvoorstellen en projectaanvragen, opdrachten
Overlegkader: o.m. Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, i.h.b. Academische Raad voor Aardwetenschappen en Commissie voor de Geologische Wetenschappen, de Nederlandse Organisatie voor wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Stichting voor de Technische Wetenschappen
Opmerking: Voorbeelden van Europese programma’s zijn: EU MAST I en II, Framework Programme Environment. Een programma van oudere datum (vanaf 1972) is het International Geological Correlation Programme (IGCP) van de UNESCO en de IUGS.
Bron: RGD, Jaarverslag 1990, pp. 54–57, 1994, pp. 69–70
Waardering B 1
Hierbij is inbegrepen de rapportage over de resultaten van vernieuwend onderzoek, waarvan de producten in de hierna volgende handelingen zijn omschreven.
Handeling: Het uitvoeren van vernieuwend onderzoek op het gebied van de toegepaste geologie van de ondiepe ondergrond
Periode: 1945–1996
Producten: Rapporten, publicaties, lezingen, bijdragen aan workshops, symposia
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 17–19
Waardering V 10 jaar na vaststelling product
Eindproduct wordt bewaard.
Handeling: Het uitvoeren van vernieuwend onderzoek op het gebied van geo-informatie en kartering
Periode: 1945–1996
Producten: Rapporten, publicaties, lezingen
Opmerking: Voorbeelden: Digital Mapping systemen.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 17–19
Waardering: V 10 jaar na vaststelling product
Eindproduct wordt bewaard.
Handeling: Het uitvoeren van vernieuwend onderzoek op het gebied van de mariene geologie en kustonderzoek
Periode: 1945–1996
Producten: Rapporten, publikaties, lezingen
Opmerking: Voorbeelden: EU-projecten, o.a. Relative Sea-level Changes and extreme flooding Events around European Coasts.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 17–19; RGD, Organisatieonderzoek juli 1990, pp. 25–26
Waardering: V 10 jaar na vaststelling product
Eindproduct wordt bewaard.
Handeling: Het uitvoeren van vernieuwend onderzoek op het gebied van hydrogeologie en milieu
Periode: 1945–1996
Producten: Rapporten, publicaties, lezingen
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 17–19
Waardering: V 10 jaar na vaststelling product
Eindproduct wordt bewaard.
Handeling: Het uitvoeren van vernieuwend onderzoek op het gebied van exploratie en winning van olie en gas
Periode: 1945–1996
Producten: Rapporten, publicaties, databases, lezingen
Opmerking: Voorbeelden:
– ramen van bewezen, potentiële en prospectieve aardgasreserves;
– trendanalyses seismische snelheden;
– gasatlas van Nederland.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 17–19; RGD, Jaarverslag 1990, p. 26, 1994, pp. 31–34; Montfrans, Delfstoffen, pp. 29–31
Waardering: V 10 jaar na vaststelling product
Eindproduct wordt bewaard.
Handeling: Het uitvoeren van vernieuwend onderzoek op het gebied van de toegepaste geologie van de diepe ondergrond
Periode: 1945–1996
Producten: Rapporten, publicaties, lezingen
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 17–19
Waardering: V 10 jaar na vaststelling product
Eindproduct wordt bewaard.
Handeling: Het uitvoeren van vernieuwend onderzoek om de kennis en kunde van de eigen disciplines te behouden of te verbeteren
Periode: 1945–1996
Opmerking: Het gaat om disciplines als bio- en chronostratigrafisch onderzoek, (an)organische geochemie. Voorbeelden: ontwikkelen en/of introductie van nieuwe technieken en standaarden.
Bron: RGD, Jaarverslag 1995, pp. 38–43
Waardering: V 10 jaar na vaststelling product
Eindproduct wordt bewaard.
Handeling: Het organiseren van symposia en congressen op het terrein van aardwetenschappelijk onderzoek
Periode: 1945–1996
Bron: RGD, Jaarverslag 1994, p. 71
Waardering: V 3 jaar na vaststelling product
Eindproduct wordt bewaard.
Handeling: Het leveren van (bestuurlijke) bijdragen in landelijke gouvernementele organisaties voor toegepast aardwetenschappelijk of aanverwant onderzoek
Periode: 1945–1996
Producten: Bijdragen o.b.v. notulen, agenda’s etc.
Opmerking: b.v. Koninklijke Academie van Wetenschappen, NWO.
Bron: RGD, Jaarverslag 1994, p. 69
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bestuurlijke bijdragen in landelijke, niet-gouvernementele organisaties voor toegepast aardwetenschappelijk of aanverwant onderzoek
Periode: 1945–1996
Producten: Bijdragen o.b.v. notulen, agenda’s etc.
Opmerking: Het gaat om vertegenwoordigingen in besturen van
– Koninklijk Nederlands Geologisch Mijnbouwkundig Genootschap (KNGMG);
– Nederlandse Bodemkundige Vereniging;
– Ingenieurs-Geologische Kring, onderdeel van de KNGMG;
– Nederlandse Geologische Vereniging.
Bron: RGD, Jaarverslag 1994, pp. 69–70
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verwerven en begeleiden (‘managen’) van adviesopdrachten in nationaal en internationaal verband
Periode: 1945–1996
Producten: Opdrachten, projectplannen
Bron: RGD, Jaarverslag 1990, pp. 54–57
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vervaardigen en uitbrengen van de kaartserie ‘Geologische kaart van Nederland’ 1:50.000:
a. de oude kaart (1920–1953);
b. de nieuwe kaart (1953–).
Periode: 1920–1996
Overlegkader: Commissie voor de Toelichtingen; Contactcommissie voor de Herziening van de Geologische Kaart van Nederland; Legendacommissie
Opmerking: ad a: De oude kaartserie is een oppervlaktekaart, waarvoor geen boringen zijn gezet.
ad b: De nieuwe kaartserie, die al in de jaren veertig voorbereid werd, maar pas naar aanleiding van de Waternoodsramp van 1953 werd opgestart, bestaat uit 62 kaartbladen. De serie, waarvan de eerste kaart in 1962 verscheen, is de gepubliceerde neerslag van de inventarisatie van de ondiepe ondergrond, uitgevoerd t.b.v. een verantwoord bodemgebruik.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 14–16; RGD, Jaarverslag 1948–1949, pp. 10–11, 1953, p. 10, 1960, p. 72, 1994, pp. 13–14, 59; inl. dr. C.J. van Staalduinen, 30 januari 1996
Waardering: V na vaststelling product
Producten bewaren
Handeling: Het, in samenwerking met de Britse Geologische Dienst, vervaardigen en uitbrengen van geologische kaartseries over het Nederlandse deel van de Noordzeebodem
Producten: Het gaat momenteel om 3 kaartseries:
– detailkartering Nederlandse deel van de Noordzee, schaal 1:100.000;
– overzichtskartering Noordzeebodem, schaal 1:250.000;
– kaarten gehele Nederlandse Noordzee, schaal 1:1.000.000.
– algemene kaart met concessies van Nederland.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 14–16; RGD, Jaarverslag 1994, pp. 15–17
Waardering: V na vaststelling product
Producten bewaren
Handeling: Het vervaardigen en uitbrengen van de kaartserie ‘Geologische Atlas van de Diepe Ondergrond van Nederland’, schaal 1:250.000
Periode: 1985–1996
Opmerking: De atlas, die uit vijftien kaartbladen bestaat, geeft een historisch-geologisch, stratigrafisch en sedimentologisch beeld van de diepe ondergrond van het vasteland van Nederland.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 14–16; RGD, Jaarverslag 1994, pp. 15, 58–59
Waardering: V na vaststelling product
Producten bewaren
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de vervaardiging en publicatie van kaartseries of thematische kaarten, waarvoor andere geowetenschappelijke instellingen eerst verantwoordelijk zijn
Periode: 1945–1996
Producten: Voorbeelden:
Kaartserie ‘Geomorfologische kaart van Nederland’:
a. de oude kaart (1966???–1974),
b. de nieuwe kaart, schaal 1:50.000 (1975–1995).
NB. De serie is wegens overheidsbezuinigingen stopgezet; in de toekomst worden geomorfologische kaarten uitsluitend op aanvraag vervaardigd;
Grondwaterkaart van DGV-TNO (afgerond);
Geohydrologische Atlas IJsselmeergebied (ca. 1990).
Opmerking: Het gaat vooral om karteringsprojecten van/in samenwerking met de Stichting voor Bodemkartering (Stiboka), tegenwoordig Staring Centrum te Wageningen, en met TNO-GG.
Bron: Archieven MEZ, Archief Commissie-Dozy nr. 3: antwoorden RGD op vragenlijst Commissie-Dozy, 1973; RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 14–16; RGD, Jaarverslag 1974, pp. 29–30, 1994, p. 14, 65
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het vervaardigen en uitbrengen van zgn. thematische (niet-seriële) geologische informatie van de ondiepe ondergrond
Periode: 1945–1996
Opmerking: 1. Voorbeelden zijn:
– geologische overzichtskaarten van Nederland;
– geologische kaart van Zuid-Limburg en omgeving;
– ondergronds gemeentelijk informatiesysteem (OGIS);
– geologisch onderzoek van het Nederlandse Waddengebied;
– Holoceen Zeeland;
– 1:250.000-inventarisatie Noord-Brabant (wordt het beginstuk van een serie provinciale kaarten).
De niet-openbare bijzondere kaarten worden ter beleidsondersteuning van de Minister van EZ opgemaakt.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 14–16
Waardering: V na vaststelling product
De niet-openbare kaarten: B
Handeling: Het vervaardigen en uitbrengen van zgn. thematische (niet-seriële) geologische kaarten van de diepe ondergrond
Periode: 1945–1996
Opmerking: 1. Voorbeelden zijn:
– kaart diepe ondergrond Zeeland;
– algemene kaart der mijnen in Nederland
De niet-openbare bijzondere kaarten worden ter beleidsondersteuning van de Minister van EZ opgemaakt.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 14–16; concessie ‘Schoonebeek’, art. 9
Waardering: V na vaststelling product
Handeling: Het vervaardigen en uitbrengen van afleveringen in de RGD-publicatiereeks ‘Geologie van Nederland’
Periode: 1945–1996
Opmerking: Er verschenen tot dusverre 2 afleveringen (1987 en 1989).
Bron: RGD, Jaarverslag 1994, p. 65; RGD, Geologische kaarten en mededelingen van de Rijksgeologische Dienst
Waardering: V na vaststelling product
Handeling: Het vervaardigen en uitbrengen van afleveringen in de RGD-publicatiereeks ‘Mededelingen van de Rijks Geologische Dienst’
Periode: 1945–1996
Overlegkader: Redactiecommissie Mededelingen
Opmerking: De publikatiereeks omvat drie series:
– Mededelingen RGD, serie C (monografieën), 1941–1975, 50 dln.;
– Mededelingen RGD, Nieuwe Serie 1946–1977, 28 dln. in 37 afleveringen;
– Mededelingen RGD, sedert 1977. 13 dln. in 26 afleveringen.
Het gaat bij deze handeling uitsluitend om de uitgave van de series, niet om de daarin opgenomen onderzoeksverslagen en adviezen; zie hiervoor par. ontwikkelingsonderzoek en verderop.
Het leveren van bijdragen in niet-RGD publikatiemedia wordt beschouwd als ‘produkt’ van onderzoeks- en advieswerk.
Bron: RGD, Jaarverslag 1994, p. 65; RGD, Geologische kaarten en mededelingen van de Rijksgeologische Dienst
Waardering: V na vaststelling product
Handeling: Het vervaardigen en uitbrengen van de geologische video’s en slide-shows
Periode: 1945–1996
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 14–16
Waardering: V na vaststelling product
Handeling: Het verlenen van inzage, dan wel ter beschikking stellen van gegevens uit de basisgegevensverzamelingen van de RGD
Periode: 1945–1996
Producten: Uittreksels en inzage in het boringenarchief en boormonsterarchief e.a. bestanden; Catalogus digitale aardkundige bestanden (SAG), bijdragen in European Information Exchange System (EIXS), on-line beschikbaarstelling van meta-gegevens
Overlegkader: o.m. Werkgroep Informatiesysteem Aardwetenschappen RGD/Stiboka/RWS (tot 1975), daarna Stuurgroep Informatievoorziening en Automatisering RGD, SAG-Klankbordgroep (v.a. 1994)
Opmerking: Verkoop van boorgegevens en seismische gegevens worden ter beschikking gesteld op basis van de Mijnwet.
Bron: RGD, Jaarverslag 1994, p. 46; SAG-brochure; RGD, Informatieplan RGD 1993
Waardering: V 1 jaar
Handeling: Het vervaardigen van nadere toegangen inzake gegevens van de RGD en literatuur en documentatie uit de bibliotheken van de RGD
Periode: 1945–1996
Producten: Publiekscatalogi, bijdragen in landelijke Centrale Catalogus Kartografie bij de Koninklijke Bibliotheek, bibliografie geologie in Nederland
Bron: RGD, Organisatieonderzoek juli 1990, p. 29 Beoordeling V
Waardering: V na vaststelling product
Handeling: Het verlenen van educatieve diensten op het taak- en kennisgebied van de RGD
Periode: 1945–1996
Opmerking: Voorbeelden:
– organiseren/leiden van excursies (excursies t.b.v. ontwikkelingsonderzoek vallen hierbuiten);
– organiseren/houden van lezingen;
– geven van onderwijs (assistentencursus, Mijnschool, stagebegeleiding).
Bron: RGD, Jaarverslag 1953, p. 29, 1967/1968, p. 44; RGD, Organisatieonderzoek juli 1990, p. 31
Waardering: V 1 jaar
NB. De handelingen m.b.t. de advisering in het kader van de vergunningverlening voor de opsporing en winning van energiedelfstoffen zijn in hoofdstuk 2.8 opgenomen.
Vervallen.
Handeling: Het in opdracht van het rijk opsporen of adviseren over de opsporing en winning van steenkool
Periode: 1945–1996
Overlegkader: o.m. Peelcommissie
Opmerking: De opsporing van rijkswege, waarop de staat in de eerste drie decennia van de 20e eeuw het alleenrecht had, beperkte zich na de oorlog tot de opsporing van oppervlaktedelfstoffen en van steenkool in de Peelvelden (eindrapport 1963).
Bron: RGD, Jaarverslag 1948–1949, p. 13, 1960, pp. 34–36, 1967/1968, pp. 11–12
Waardering: B 1
Handeling: Het in opdracht van het rijk (EZ, V&W) opsporen van oppervlaktedelfstoffen
Periode: 1945–1996
Opmerking: Oppervlaktedelfstoffen zijn onder meer: klei, leem, löss, grind, zand. Nadat de Minister van Verkeer en Waterstaat de eerst verantwoordelijke minister voor de opsporing van oppervlaktedelfstoffen werd, verricht de RGD in opdracht van Rijkswaterstaat opsporingswerk. Rijkswaterstaat stelt de RGD als contraprestatie een expeditieschip voor maritiem onderzoek ter beschikking.
Bron: Inl. dr. C.J. van Staalduinen, 30 januari 1996; RGD, Jaarverslag 1960, pp. 34–36
Waardering: V 20 jaar
Handeling: Het adviseren en informeren van de Minister van Economische Zaken over toegepaste geologie van de diepe ondergrond
Periode: 1945–1996
Producten: Onderzoeks-/adviesrapporten, publicaties, presentaties
Overlegkader: o.m. Interdepartementale Commissie voor Kernenergie (ca. 1975 e.v.); Commissie Geologische Opberging te Land (OPLA)
Opmerking: Het gaat om aangelegenheden m.b.t. de diepe ondergrond die niet samenhangen met het voorkomen of opsporing/winning van steenkool, olie en gas. Aktiviteiten in dit kader zijn:
– projecten m.b.t. aardbevingen;
– berging van radioactief en ander afval in zout of oceaanbodem;
– energie in de diepe ondergrond, zoals vergassing van steenkool en geothermisch onderzoek.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 8–11; RGD, Jaarverslag RGD 1994, p. 22
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren en informeren van de Minister van Verkeer en Waterstaat, directoraat-generaal Rijkswaterstaat, op het gebied van de mariene geologie en kustonderzoek
Periode: 1945–1996
Producten: Adviesrapporten
Opmerking: Het gaat onder meer om rapportages inzake:
– kustverdediging;
– infrastructuur Noordzee e.a. rijkswateren.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 8–11
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het adviseren en informeren van de ministers verantwoordelijk voor infrastructuur, milieubeheer en ruimtelijke ordening, over aangelegenheden betreffende de ondiepe ondergrond
Periode: 1945–1996
Producten: Adviesrapporten, databases
Opmerking: Adviezen inzake onder meer:
– bodemgesteldheid, op basis waarvan de hoogte van de uitkering Verfijning Bodemgesteld uit het Gemeentefonds wordt vastgesteld (opdrachtgever: (BiZa en Financiën);
– landelijke infrastructuur en oppervlaktedelfstoffen (opdrachtgever: V&W/RWS);
– i.s.m. TNO-GG: project Regionaal Geohydrologisch Informatiesysteem (REGIS) (opdrachtgever: VROM; TNO-GG heeft voortouw). NB. Zie ook onder kartering.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 8–11; RGD, Jaarverslag 1994, p. 25
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het uitwisselen en beschikbaar stellen van geowetenschappelijke informatie aan geologische faculteiten rijksuniversiteiten en zusterinstellingen Staring Centrum, TNO-Instituut voor Grondwater en Geo-Energie (TNO-GG), Deltadienst, etc.
Periode: 1945–1996
Bron: SAG-brochure en MARIS-overeenkomst
Waardering: V 1 jaar
Handeling: Het adviseren en informeren van lagere overheden over aangelegenheden van de ondiepe ondergrond
Periode: 1945–1996
Overlegkader: o.m. Werkgroep Slechte Bodem van de Raad voor de Gemeentefinanciën
Opmerking: Het gaat om vragen van provincies, gemeenten, waterschappen betreffende grondwater en milieu, draagkracht van de ondergrond i.v.m. infrastructurele werken en huisvestingsprojecten, oppervlaktedelfstoffen.
Bron: RGD, Jaarverslag 1994, p. 23
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het, samen met TNO-GG, adviseren en informeren van provinciale en lokale nutsbedrijven over met name hydrogeologische aangelegenheden van de ondiepe ondergrond
Periode: 1945–1996
Overlegkader: o.m. Provinciale Coördinatie Commissies
Opmerking: Het gaat om vragen van provincies, gemeenten, waterschappen betreffende grondwater en milieu, en draagkracht van de ondergrond i.v.m. infrastructurele werken.
Bron: RGD, Jaarverslag 1994, p. 23; inl. ir. C.J. van Staalduinen, begin 1997
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het adviseren en informeren van particuliere bedrijven over toegepaste geologie ondiepe ondergrond (infrastructuur, ruimtelijke ordening en oppervlaktedelfstoffen) van Nederland
Periode: 1945–1996
Producten: Onderzoeks-/adviesrapporten
Opmerking: Men spreekt ook wel van technische geologie of ingenieursgeologie t.b.v. geotechniek.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 8–11; RGD, Jaarverslag 1994, p. 23
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het adviseren en informeren van particuliere bedrijven over mariene geologie en kustonderzoek van de ondiepe ondergrond van Nederland
Periode: 1945–1996
Producten: Onderzoeks-/adviesrapporten
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 8–11; RGD, Jaarverslag 1994, p. 23
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het adviseren en informeren van particuliere bedrijven over hydrogeologische en milieuaangelegenheden van de ondiepe ondergrond van Nederland
Periode: 1945–1996
Producten: Onderzoeks-/adviesrapporten
Opmerking: Voorbeelden zijn:
– onderzoek en advisering inzake waterwinning aan waterleidingbedrijven en -industrieën;
– onderzoek en advisering hydrogeologie mijnwerken Zd.-Limburg.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 8–11; RGD, Jaarverslag 1994, p. 23
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het adviseren en informeren van particuliere bedrijven over de winning van gas, olie e.a. delfstoffen uit de diepe ondergrond van Nederland
Periode: 1945–1996
Producten: Onderzoeks-/adviesrapporten
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 8–11; RGD, Jaarverslag 1994, p. 26
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het adviseren en informeren van particuliere bedrijven over toegepaste geologie van de diepe ondergrond
Periode: 1945–1996
Producten: Onderzoeks-/adviesrapporten
Opmerking: Het gaat om aangelegenheden m.b.t. de diepe ondergrond die niet samenhangen met het voorkomen of opsporing/winning van olie en gas, zoals: gasopslag in de ondergrond t.b.v. gasdistributeur; berging van afvalstoffen in zoutkoepels.
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 8–11; RGD, Jaarverslag 1994, p. 23
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het adviseren en informeren van instellingen van de Europese Gemeenschappen en de European Commission for Europe van de VN over aangelegenheden betreffende de ondergrond van Nederland
Periode: 1945–1996
Producten: Onderzoeks-/adviesrapporten
Opmerking: Voorbeelden:
– nota Peel kolenveld aan de Hoge Autoriteit van de KSG (1953);
– statistische gegevens m.b.t. aardgasreserves;
– atlas van het geothermische potentieel van de Nederlandse ondergrond (1984).
Bron: RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 8–11; RGD, Jaarverslag 1967/1968, p. 36, 1994, p. 23
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken als bevoegd gezag over vergunningaanvragen voor de opsporing van delfstoffen in het Nederlands territoir
Periode: 1945–
Producten: Adviesrapporten, olie- en gasreserveberekeningen, gepubliceerd in de EZ-reeks ‘Olie en gas in Nederland’ en door het CBS
Opmerking: De reserveberekeningen worden tevens voor de statistieken van de EG, OECD en ECE opgemaakt; zie subpar. Adviezen aan internationale organisaties.
Bron: RGD, Jaarverslag 1948–1949, p. 13, 1967/1968, p. 13, 1994, p. 22; RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 8–11
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken over vergunningaanvragen voor de winning van delfstoffen op het Nederlands territoir
Periode: 1945–
Producten: Adviesrapporten
Bron: RGD, Jaarverslag 1948–1949, p. 13, 1967/1968, p. 13, 1994, p. 22; RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 8–11
Waardering: B 5
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken over vergunningaanvragen voor de opsporing van aardolie en aardgas op het Continentaal Plat
Periode: 1945–
Producten: Adviesrapporten, olie- en gasreserveberekeningen, gepubliceerd in de EZ-reeks ‘Olie en gas in Nederland’ en door het CBS
Bron: RGD, Jaarverslag 1948–1949, p. 13, 1967/1968, p. 13, 1994, p. 22; RGD, Jaarwerkplan 1995, pp. 8–11
Waardering: B 5
Handeling: Het beoordelen van in te dienen (wijzigingen van) gegevens betreffende de plaatsing, verplaatsing en inrichting van boorlocaties onshore
Periode: 1945–
Opmerking: In sodm, A&R, nr. 120 (Concept-aanschrijving binnenkomende boorinstallaties en reparatiemasten) zijn de gegevens en documenten die ten minste 2 weken voor de aanvang van de werkzaamheden ingeleverd moeten worden, opgesomd.
Bron: Mijnreglement 1964, gewijzigd 1971, art. 36a, 36d, tweede lid; MRCP art. 31 en 31a; sodm, A&R nr. 97 (voorkomen van beschadiging in gebruik zijnde kabels, pijpleidingen e.d.), Art. B; sodm, A&R, nr. 130 (Richtlijnen bescherming onderwaterproducerende mijnbouwinstallaties), art. 6 en 10; sodm, A&R, nr. 134, Richtlijnen verkrijging bewijs van toezicht van de Dienst voor het Stoomwezen), art. 5, eerste, vijfde en zesde lid
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen in onderzoeken naar oorzaken en lange termijneffecten van bodembewegingen ten gevolge van mijnbouwactiviteiten
Periode: 1945–
Producten: Bijdragen in programmering en begeleiding van onderzoeken, onderzoeken, voordrachten
Opmerking: 1. Het overleg vindt b.v. Plaats in de:
– Begeleidingscommissie Onderzoek Aardbevingen (BOA), die in 1991 is opgericht en die bestaat uit vertegenwoordigers van sodm, RGD (en opvolgers in TNO), KNMI, NAM en Petroland (eindrapportage: dec. 1993);
– Begeleidingsgroep Lange Termijn Onderzoek TU Delft.
Om hun kennis in stand te houden, zijn internationale contacten, vooral met Duitse organisaties op het gebied van de mijnbouw, b.v. De Duitse Mijnmeters Vereniging, onmisbaar.
In enkele gevallen voert sodm zelf het onderzoek uit, zoals in 1997 een onderzoek naar de factoren die bepalend zijn voor de opslingering van de bodem t.g.v. Aardbevingen.
Voor de bijdragen van EZ/sodm in de uitvoering, zie de volgende handeling.
Bron: Inl. Ir. J.J.E. Pöttgens (sodm), 5 september 1996; Bijl. Hdtk 1994–1995, 21 108 (bodemverzakking en aardbevingen), nr. 5
Waardering: B 4
4.4. Mijnindustrieraad
Handelingen van de Mijnindustrieraad worden niet gewaardeerd, omdat zij al zijn overgebracht naar het Rijksarchief in Limburg.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vevallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
De handelingen van de SER zijn al gewaardeerd in het BSD SER
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
4.5. Directie van de Staatsmijnen
Deze handelingen worden niet gewaardeerd. Het archief is al overgebracht naar het Rijksarchief in Limburg.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
4.6. Tijdelijke Mijnraad
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)