Wet van 7 juli 2006, houdende regels inzake marktordening, doelmatigheid en beheerste kostenontwikkeling op het gebied van de gezondheidszorg (Wet marktordening gezondheidszorg)

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen inzake de ontwikkeling en ordening van markten op het gebied van de gezondheidszorg en het toezicht daarop, mede met het oog op een doelmatig en doeltreffend stelsel van de zorg en de beheersing van de kostenontwikkeling van de zorg, en dat het tevens wenselijk is in verband met de informatieachterstand van de consument en het machtsverschil tussen partijen in de zorg, de positie van de consument te beschermen en te bevorderen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1
1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

Onder zorg bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt mede begrepen forensische zorg als omschreven in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg.

3.

Voor de toepassing van deze wet wordt, voor zover het betreft de inkoop van forensische zorg, Onze Minister van Justitie en Veiligheid met een ziektekostenverzekeraar gelijkgesteld.

4.

Voor de toepassing van deze wet wordt jeugdhulp niet als zorg beschouwd.

Artikel 2
1.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien dat voor een goede uitvoering van deze wet nodig is, werkzaamheden die geheel of gedeeltelijk liggen op het gebied van de gezondheidszorg of geheel of gedeeltelijk ten behoeve van de gezondheidszorg worden verricht, worden aangewezen als zorg in de zin van deze wet.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kan een vorm van zorg dan wel een categorie van zorgaanbieders of geen rechtspersoonlijkheid bezittende organisatorische verbanden van zorgaanbieders worden uitgezonderd van deze wet of een deel daarvan.

3.

Deze wet niet is van toepassing op:

4.

Voor zover een rechtspersoon handelt als het orgaan van de woonplaats, het orgaan van de verblijfplaats of het bevoegd orgaan wordt deze voor de toepassing van deze wet niet aangemerkt als een ziektekostenverzekeraar.

Hoofdstuk 2. De Nederlandse Zorgautoriteit

Paragraaf 2.1. Algemene bepalingen

Artikel 3
1.

Er is een Nederlandse Zorgautoriteit, die rechtspersoonlijkheid bezit.

2.

De zorgautoriteit is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats.

3.

De zorgautoriteit is belast met de taken die haar bij of krachtens wet zijn opgedragen.

4.

De zorgautoriteit stelt bij de uitoefening van haar taken het algemeen consumentenbelang voorop.

5.

De zorgautoriteit wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter.

6.

De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is op de zorgautoriteit van toepassing, met uitzondering van artikel 17 van die wet.

Artikel 4
1.

De zorgautoriteit bestaat uit ten hoogste drie leden, onder wie de voorzitter.

2.

Benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van de zorgautoriteit alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.

3.

De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.

4.

De leden van de zorgautoriteit hebben geen financiële of andere belangen bij instellingen of bedrijven die hun onpartijdigheid in het gedrang kunnen brengen.

Artikel 5
1.

De zorgautoriteit stelt een bestuursreglement vast.

2.

Vergaderingen van de zorgautoriteit zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald.

3.

In het bestuursreglement legt de zorgautoriteit in ieder geval vast hoe zij voldoet aan de verplichting ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7
1.

Onze Minister kan de zorgautoriteit een algemene aanwijzing geven met betrekking tot:

2.

Onze Minister kan in een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, onder b, bepalen dat de zorgautoriteit ambtshalve een tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel b of c, of een prestatiebeschrijving vaststelt.

3.

Onze Minister geeft een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid voorzover deze betreft de forensische zorg in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid.

4.

Een aanwijzing heeft geen betrekking op een individuele zorgaanbieder, ziektekostenverzekeraar, jeugdhulpaanbieder, gecertificeerde instelling, Jeugdregio of consument, of een individueel college.

Artikel 8

Alvorens Onze Minister overeenkomstig artikel 7, eerste lid, onder b, een aanwijzing vaststelt, deelt hij de zakelijke inhoud van het voorgenomen besluit schriftelijk mede aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij stelt het besluit niet eerder vast dan nadat 30 dagen zijn verstreken na die mededeling. Van de vaststelling doet Onze Minister mededeling door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Paragraaf 2.2. Planning, verslaglegging en financiering

Artikel 11
1.

De zorgautoriteit zendt jaarlijks voor 1 oktober tegelijk met de begroting een werkprogramma voor het volgende kalenderjaar aan Onze Minister met een beschrijving van de activiteiten die de zorgautoriteit voornemens is ter uitvoering van haar taken te verrichten.

2.

Onverminderd artikel 27 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bevat de begroting een meerjarenraming van de beheerskosten voor de vier kalenderjaren, volgend op het begrotingsjaar.

Artikel 12
1.

Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 december het budget voor de beheerskosten van de zorgautoriteit voor het volgende kalenderjaar vast.

2.

Onze Minister kan besluiten het budget voor de beheerskosten van de zorgautoriteit te wijzigen.

3.

De zorgautoriteit gaat met betrekking tot de beheerskosten geen verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden tot overschrijding van het vastgestelde budget voor de beheerskosten.

4.

Indien het budget voor de beheerskosten niet is vastgesteld voor 1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, is de zorgautoriteit bevoegd, teneinde haar activiteiten gaande te houden, te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor haar voor een geheel jaar is vastgesteld.

5.

Onze Minister kan besluiten dat de zorgautoriteit in een geval als bedoeld in het vierde lid, kan beschikken over meer dan een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor haar voor een geheel jaar is vastgesteld.

6.

Het door Onze Minister vastgestelde budget voor de beheerskosten van de zorgautoriteit wordt gedekt uit ’s Rijks kas.

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14
1.

Het werkprogramma, bedoeld in artikel 11, behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Voor zover het werkprogramma in de Jeugdwet geregelde taken of forensische zorg als omschreven in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg betreft, behoeft het tevens de goedkeuring van Onze Minister van Justitie en Veiligheid.

2.

In afwijking van artikel 29 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, behoeven wijzigingen in een goedgekeurde begroting geen goedkeuring van Onze Minister, mits:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.