Wet van 7 juli 2006, houdende regels inzake marktordening, doelmatigheid en beheerste kostenontwikkeling op het gebied van de gezondheidszorg (Wet marktordening gezondheidszorg)

Type Wet
Publication 2026-01-01
Laatst bijgewerkt 2026-08-31
State In force
Source BWB
artikelen 172
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen inzake de ontwikkeling en ordening van markten op het gebied van de gezondheidszorg en het toezicht daarop, mede met het oog op een doelmatig en doeltreffend stelsel van de zorg en de beheersing van de kostenontwikkeling van de zorg, en dat het tevens wenselijk is in verband met de informatieachterstand van de consument en het machtsverschil tussen partijen in de zorg, de positie van de consument te beschermen en te bevorderen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
  • b. zorg:
  • c. zorgaanbieder:
  • 1°. de natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg verleent;
  • 2°. de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor zover deze tarieven in rekening brengt namens, ten behoeve van of in verband met het verlenen van zorg door een zorgaanbieder als bedoeld onder 1°;
  • f. ziektekostenverzekeraar:
  • 1°. een zorgverzekeraar;
  • 2°. een Wlz-uitvoerder;
  • 3°. een particuliere ziektekostenverzekeraar, zijnde een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen;
  • g. verzekerde: degene die een verzekeringsovereenkomst betreffende het risico van ziektekosten heeft gesloten met een ziektekostenverzekeraar dan wel van rechtswege verzekerd is op grond van de Wet langdurige zorg;
  • i. consument: verzekeringsplichtige, verzekerde of patiënt;
  • j. prestatie: de levering van zorg door een zorgaanbieder als bedoeld in onderdeel c, onder 1°;
  • k. tarief: prijs voor een prestatie, een deel van een prestatie of geheel van prestaties van een zorgaanbieder;
  • l. zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3;
  • n. financiële derivaten:
  • 1°. financiële contracten waarvan de waarde is afgeleid van een onderliggende waarde of een referentieprijs;
  • 2°. onderdelen van financiële contracten die, op zichzelf beschouwd, financiële contracten als bedoeld onder 1° zijn;
  • p. FIOD-ECD: de Belastingdienst/Fiscale Inlichtingen- en opsporingsdienst en Economische Controledienst van het Ministerie van Financiën;
  • s. socialezekerheidsverordening: Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004, betreffende de coördinatie van socialezekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166);
  • u. orgaan van de woonplaats: rechtspersoon die door Onze Minister is aangewezen als orgaan van de woonplaats in de zin van de socialezekerheidsverordening of, voor zover het zorg betreft, een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is;
  • v. orgaan van de verblijfplaats: rechtspersoon die door Onze Minister is aangewezen als orgaan van de verblijfplaats in de zin van de socialezekerheidsverordening of, voor zover het zorg betreft, een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is;
  • w. bevoegd orgaan: rechtspersoon, niet zijnde het CAK, die door Onze Minister is aangewezen voor bepaalde taken van bevoegd orgaan als bedoeld in artikel 1, onderdeel q, onder iii, van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166) en in verdragen inzake sociale zekerheid ten behoeve van personen bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;
  • x. jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregel, jeugdreclassering, jeugdhulpaanbieder, gecertificeerde instelling: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Jeugdwet;
  • z. college: college van burgemeester en wethouders.
2.

Onder zorg bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt mede begrepen forensische zorg als omschreven in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg.

3.

Voor de toepassing van deze wet wordt, voor zover het betreft de inkoop van forensische zorg, Onze Minister van Justitie en Veiligheid met een ziektekostenverzekeraar gelijkgesteld.

4.

Voor de toepassing van deze wet wordt jeugdhulp niet als zorg beschouwd.

Artikel 2

1.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien dat voor een goede uitvoering van deze wet nodig is, werkzaamheden die geheel of gedeeltelijk liggen op het gebied van de gezondheidszorg of geheel of gedeeltelijk ten behoeve van de gezondheidszorg worden verricht, worden aangewezen als zorg in de zin van deze wet.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kan een vorm van zorg dan wel een categorie van zorgaanbieders of geen rechtspersoonlijkheid bezittende organisatorische verbanden van zorgaanbieders worden uitgezonderd van deze wet of een deel daarvan.

3.

Deze wet niet is van toepassing op:

  • b. derden van wie een cliënt, aan wie een persoongebonden budget in de zin van die wet is verstrekt, de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren betrekt.
4.

Voor zover een rechtspersoon handelt als het orgaan van de woonplaats, het orgaan van de verblijfplaats of het bevoegd orgaan wordt deze voor de toepassing van deze wet niet aangemerkt als een ziektekostenverzekeraar.

Hoofdstuk 2. De Nederlandse Zorgautoriteit

Paragraaf 2.1. Algemene bepalingen

Artikel 3

1.

Er is een Nederlandse Zorgautoriteit, die rechtspersoonlijkheid bezit.

2.

De zorgautoriteit is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats.

3.

De zorgautoriteit is belast met de taken die haar bij of krachtens wet zijn opgedragen.

4.

De zorgautoriteit stelt bij de uitoefening van haar taken het algemeen consumentenbelang voorop.

5.

De zorgautoriteit wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter.

6.

De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is op de zorgautoriteit van toepassing, met uitzondering van artikel 17 van die wet.

Artikel 4

1.

De zorgautoriteit bestaat uit ten hoogste drie leden, onder wie de voorzitter.

2.

Benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van de zorgautoriteit alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.

3.

De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.

4.

De leden van de zorgautoriteit hebben geen financiële of andere belangen bij instellingen of bedrijven die hun onpartijdigheid in het gedrang kunnen brengen.

Artikel 5

1.

De zorgautoriteit stelt een bestuursreglement vast.

2.

Vergaderingen van de zorgautoriteit zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald.

3.

In het bestuursreglement legt de zorgautoriteit in ieder geval vast hoe zij voldoet aan de verplichting ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

1.

Onze Minister kan de zorgautoriteit een algemene aanwijzing geven met betrekking tot:

  • a. de onderwerpen waaromtrent de zorgautoriteit ingevolge deze wet bevoegd is regels vast te stellen;
  • b. de onderwerpen waaromtrent de zorgautoriteit ingevolge deze wet bevoegd is beleidsregels vast te stellen.
2.

Onze Minister kan in een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, onder b, bepalen dat de zorgautoriteit ambtshalve een tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel b of c, of een prestatiebeschrijving vaststelt.

3.

Onze Minister geeft een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid voorzover deze betreft de forensische zorg in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid.

4.

Een aanwijzing heeft geen betrekking op een individuele zorgaanbieder, ziektekostenverzekeraar, jeugdhulpaanbieder, gecertificeerde instelling, Jeugdregio of consument, of een individueel college.

Artikel 8

Alvorens Onze Minister overeenkomstig artikel 7, eerste lid, onder b, een aanwijzing vaststelt, deelt hij de zakelijke inhoud van het voorgenomen besluit schriftelijk mede aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij stelt het besluit niet eerder vast dan nadat 30 dagen zijn verstreken na die mededeling. Van de vaststelling doet Onze Minister mededeling door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Paragraaf 2.2. Planning, verslaglegging en financiering

Artikel 11

1.

De zorgautoriteit zendt jaarlijks voor 1 oktober tegelijk met de begroting een werkprogramma voor het volgende kalenderjaar aan Onze Minister met een beschrijving van de activiteiten die de zorgautoriteit voornemens is ter uitvoering van haar taken te verrichten.

2.

Onverminderd artikel 27 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bevat de begroting een meerjarenraming van de beheerskosten voor de vier kalenderjaren, volgend op het begrotingsjaar.

Artikel 12

1.

Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 december het budget voor de beheerskosten van de zorgautoriteit voor het volgende kalenderjaar vast.

2.

Onze Minister kan besluiten het budget voor de beheerskosten van de zorgautoriteit te wijzigen.

3.

De zorgautoriteit gaat met betrekking tot de beheerskosten geen verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden tot overschrijding van het vastgestelde budget voor de beheerskosten.

4.

Indien het budget voor de beheerskosten niet is vastgesteld voor 1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, is de zorgautoriteit bevoegd, teneinde haar activiteiten gaande te houden, te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor haar voor een geheel jaar is vastgesteld.

5.

Onze Minister kan besluiten dat de zorgautoriteit in een geval als bedoeld in het vierde lid, kan beschikken over meer dan een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor haar voor een geheel jaar is vastgesteld.

6.

Het door Onze Minister vastgestelde budget voor de beheerskosten van de zorgautoriteit wordt gedekt uit ’s Rijks kas.

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

1.

Het werkprogramma, bedoeld in artikel 11, behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Voor zover het werkprogramma in de Jeugdwet geregelde taken of forensische zorg als omschreven in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg betreft, behoeft het tevens de goedkeuring van Onze Minister van Justitie en Veiligheid.

2.

In afwijking van artikel 29 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, behoeven wijzigingen in een goedgekeurde begroting geen goedkeuring van Onze Minister, mits:

  • a. de totale omvang van de begroting geen wijziging ondergaat, en
  • b. de wijziging per groep van kostensoorten en baten, gerekend over het desbetreffende begrotingsjaar, een bedrag van vijf procent van het in artikel 12 bedoelde budget niet te boven gaat.
3.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:

  • a. de inhoud en inrichting van het werkprogramma, bedoeld in artikel 11;
  • c. de accountantscontrole van de jaarrekening;
4.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder het budget, bedoeld in artikel 12 wordt vastgesteld.

5.

De accountant doet verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de wijze waarop de zorgautoriteit is georganiseerd voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid.

Artikel 15

1.

Na de goedkeuring, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van deze wet en in de artikelen 29, eerste lid, en 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, stelt de zorgautoriteit het werkprogramma, de begroting, het jaarverslag en de jaarrekening algemeen verkrijgbaar.

2.

Onze Minister brengt zijn oordeel over het functioneren van de zorgautoriteit ter kennis van beide kamers der Staten-Generaal.

Hoofdstuk 3. Taken en bevoegdheden Nederlandse Zorgautoriteit

Paragraaf 3.1. Algemeen

Artikel 16

De zorgautoriteit is belast met:

  • a. markttoezicht, marktontwikkeling en tarief- en prestatieregulering, op het terrein van de zorg;
  • i. andere bij regeling van Onze Minister opgedragen taken;
  • j. vervallen;
  • k. toezicht op de rechtmatige uitvoering door de organen van de woonplaats en van de verblijfplaats van hetgeen is geregeld bij of krachtens artikel 123 van de Zorgverzekeringswet alsmede, voor zover het zorg betreft, de socialezekerheidsverordening, de toepassingsverordening en de verdragen inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is;
  • l. toezicht op de rechtmatige uitvoering door het bevoegd orgaan van hetgeen is geregeld bij of krachtens, voor zover het zorg betreft, de socialezekerheidsverordening, de toepassingsverordening en de verdragen inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is;

Artikel 16a

Vervallen

Artikel 17

1.

Met het oog op een effectieve en efficiënte besluitvorming over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang en het verzamelen van informatie ten behoeve daarvan worden daarover afspraken gemaakt tussen de zorgautoriteit en:

  • a. de Autoriteit Consument en Markt;
  • b. de Inspectie gezondheidszorg en jeugd;
  • c. De Nederlandsche Bank;
  • d. de Stichting Autoriteit Financiële Markten;
  • e. het Zorginstituut;
  • g. het College sanering;
  • h. de FIOD-ECD;
  • i. het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie;
  • j. de Autoriteit persoonsgegevens;
  • k. Onze Minister, voor zo ver het betreft het toezicht op het CAK;
  • l. het CAK;
  • m. de Inspectie Justitie en Veiligheid;
  • n. de Nederlandse Arbeidsinspectie;
  • o. de Inspectie van het Onderwijs; en
2.

De afspraken houden in ieder geval in dat een bestuursorgaan aan derden geen informatie vraagt indien een van de andere genoemde bestuursorganen de benodigde informatie kan verstrekken.

Artikel 18

1.

De zorgautoriteit en de Autoriteit Consument en Markt bevorderen dat belanghebbenden zich bij aangelegenheden waarbij mogelijk sprake is van samenloop van bevoegdheden eerst wenden tot de zorgautoriteit.

2.

Van samenloop van bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid is sprake in een situatie waarin de mogelijke uitoefening van bevoegdheden van de zorgautoriteit op grond van artikel 48 van deze wet en de mogelijke uitoefening van bevoegdheden van de Autoriteit Consument en Markt op grond van de Mededingingswet of Europese wet- en regelgeving samenvallen dan wel kunnen samenvallen.

3.

De zorgautoriteit past bij mogelijke samenloop van bevoegdheden voor zover mogelijk eerst de bevoegdheden toe die zij op grond van deze wet heeft, alvorens de Autoriteit Consument en Markt de haar ten dienste staande bevoegdheden op grond van de Mededingingswet toepast.

4.

De zorgautoriteit richt zich naar de uitleg van begrippen die de Autoriteit Consument en Markt hanteert in het kader van de toepassing van het mededingingsrecht.

5.

Van hetgeen bepaald is in het derde lid kan worden afgeweken indien de zorgautoriteit en de Autoriteit Consument en Markt in gezamenlijk overleg tot het oordeel komen dat een aangelegenheid op basis van effectiviteit van het wettelijke instrumentarium of uit efficiëntie of andere overwegingen beter door de Autoriteit Consument en Markt of door de Autoriteit Consument en Markt en de zorgautoriteit gezamenlijk kan worden behandeld.

Artikel 19

1.

De zorgautoriteit volgt het oordeel van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd over de kwaliteit van het handelen van zorgaanbieders, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen, met dien verstande dat zij het oordeel van de inspectie, bedoeld in artikel 9.1, tweede lid, van de Jeugdwet volgt voor zover het de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen als bedoeld in artikel 1.1 van die wet betreft.

2.

De zorgautoriteit volgt het oordeel van de Inspectie Justitie en Veiligheid over beveiligingsaspecten van forensische zorg.

Artikel 19a

De zorgautoriteit volgt de eenduidige uitleg van het Zorginstituut, bedoeld in artikel 2a, derde lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

Artikel 20

1.

De zorgautoriteit:

  • a. geeft voorlichting omtrent de inhoud van haar regels, beleidsregels, beschikkingen en besluiten en ten algemene over de uitvoering van haar taken;
  • b. stelt alle naar haar oordeel relevante informatie over regels, beleidsregels, beschikkingen en besluiten beschikbaar op internet;
  • c. legt haar regels, beleidsregels, beschikkingen en besluiten voor een ieder ter inzage.
2.

De zorgautoriteit geeft in de Staatscourant kennis van de terinzagelegging van:

  • a. de beschikkingen met betrekking tot aanmerkelijke marktmacht onder vermelding van de opgelegde verplichting en de tijdsduur van de verplichting;
  • b. de beschikkingen met betrekking tot tarieven en prestatiebeschrijvingen.
3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op besluiten en beschikkingen van de zorgautoriteit ter uitvoering van hoofdstuk 6.

Artikel 21

1.

De zorgautoriteit rapporteert desgevraagd aan Onze Minister omtrent de uitvoerbaarheid, doeltreffendheid en doelmatigheid van voorgenomen beleid in verband met de uitoefening van haar taken, genoemd in artikel 16.

2.

De zorgautoriteit signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister feitelijke ontwikkelingen inzake markten op het gebied van de zorg.

3.

De rapportages en signaleringen bevatten geen medische persoonsgegevens als bedoeld in artikel 60.

Artikel 22

1.

Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid enerzijds en de zorgautoriteit anderzijds verstrekken elkaar desgevraagd de gegevens en inlichtingen die zij voor de uitoefening van hun taken nodig hebben.

2.

Onze Minister, Onze Minister van Justitie en Veiligheid en de zorgautoriteit stellen gezamenlijk een informatiestatuut vast. Het informatiestatuut bevat inhoudelijke en procedurele afspraken met betrekking tot de verstrekking van gegevens en inlichtingen als bedoeld in het eerste lid, waaronder de inlichtingen, bedoeld in artikel 20 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

3.

De gegevens en inlichtingen hebben geen betrekking op medische persoonsgegevens als bedoeld in artikel 60.

4.

De gegevens en inlichtingen die door de zorgautoriteit aan Onze Minister van Justitie en Veiligheid worden verstrekt, hebben geen betrekking op de bedrijfsvoering van zorgaanbieders die forensische zorg leveren of kunnen leveren, indien verstrekking van die gegevens een onevenredige inbreuk maakt op hun onderhandelingspositie bij het overeenkomen van de levering van die zorg.

Artikel 22a

Vervallen

Artikel 23

1.

Zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars voorzien in hun reglementen en voorwaarden in de mogelijkheid tot het doen van beklag over door partijen gebruikte formulieren.

2.

Het beklag wordt gedaan bij de zorgautoriteit. Reglementen en voorwaarden dienen een bepaling te bevatten er toe strekkende dat uitspraken door de zorgautoriteit de zorgaanbieders, ziektekostenverzekeraars en consumenten strekken tot bindend advies.

3.

Het bindend advies wordt gegeven na ontvangst van het beklag en kan er toe strekken dat het formulier:

  • a. overbodig of te ingewikkeld is en niet behoeft te worden ingevuld;
  • b. ingewikkeld is en een volgende keer zal worden beoordeeld als een formulier als bedoeld in onderdeel a, indien het niet binnen twee weken na het advies is aangepast;
  • c. geen aanleiding geeft het beklag gegrond te verklaren.

Paragraaf 3.2. Toezicht Zorgverzekeringswet

Artikel 24

1.

De zorgautoriteit zendt voor 1 november aan Onze Minister en aan het Zorginstituut een samenvattend rapport over de rechtmatigheid van de uitvoering van de Zorgverzekeringswet en de daarop gebaseerde regelgeving door de zorgverzekeraars en het CAK in het voorafgaande kalenderjaar.

2.

Onze Minister zendt het rapport aan beide kamers der Staten-Generaal.

3.

De zorgautoriteit stelt het rapport algemeen verkrijgbaar.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de inhoud en inrichting van het rapport.

Artikel 25

1.

De zorgautoriteit maakt, onverminderd haar bevoegdheid tot eigen onderzoek, bij de uitoefening van haar taken, genoemd in artikel 16, onder b en c, zoveel mogelijk gebruik van de resultaten van door anderen verrichte controles.

2.

De zorgverzekeraars en het CAK verstrekken desgevraagd aan de zorgautoriteit de informatie over de uitgevoerde werkzaamheden van hen die met de controle zijn belast en lichten haar volledig in over de resultaten van de controle door overlegging van rapporten of op andere door de zorgautoriteit aan te geven wijze.

Artikel 26

1.

De zorgautoriteit stelt op verzoek van Onze Minister onderzoek in bij zorgverzekeraars of het CAK.

2.

De zorgautoriteit kan tevens op verzoek van het Zorginstituut onderzoek bij zorgverzekeraars of het CAK instellen.

Artikel 27

1.

De zorgautoriteit kan regels stellen met betrekking tot de controle door zorgverzekeraars, de inhoud en inrichting van het accountantsverslag, bedoeld in artikel 38 van de Zorgverzekeringswet, en van het aan dat verslag ten grondslag liggende onderzoek.

2.

Het CAK zendt voor 1 juli aan de zorgautoriteit een financieel verslag waarin het rapporteert over de uitvoering in het voorafgaande jaar van hetgeen bij of krachtens de Zorgverzekeringswet, met uitzondering van de artikelen 69a, 69b, 70 en 122a van die wet en de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet is geregeld en van de taken, bedoeld in artikel 6.1.2, onderdeel l, van de Wet langdurige zorg.

3.

Het financieel verslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van een verslag van zijn bevindingen over de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde financiële beheer.

4.

Het CAK zendt voor 1 juli aan de zorgautoriteit in tweevoud een uitvoeringsverslag waarin het rapporteert over de uitvoering in het voorafgaande jaar van hetgeen bij of krachtens de Zorgverzekeringswet, met uitzondering van de artikelen 69a, 69b, 70 en 122a van die wet, en de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet is geregeld en van de taken, bedoeld in artikel 6.1.2, onderdeel l, van de Wet langdurige zorg.

5.

Het CAK voegt bij het uitvoeringsverslag twee exemplaren van een verslag met bevindingen van een accountant als bedoeld in artikel 393 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek over de vraag of:

  • a. het uitvoeringsverslag overeenkomstig het vierde lid en het daaromtrent krachtens het zesde lid bepaalde is opgesteld;
  • b. de uitvoering is geschied overeenkomstig de verplichtingen die bij of krachtens de wet in het voorafgaande jaar op het CAK rustten.
6.

De zorgautoriteit stelt nadere regels vast omtrent de inhoud en inrichting van het financieel verslag, het uitvoeringsverslag, de verklaring, bedoeld in het derde lid, en van het verslag, bedoeld in het vijfde lid.

7.

De zorgautoriteit zendt het Zorginstituut onverwijld een exemplaar van de in het tweede tot en met vijfde lid, bedoelde stukken.

Paragraaf 3.3. Toezicht Wet langdurige zorg

Artikel 28

1.

De zorgautoriteit zendt voor 1 december aan Onze Minister en aan het Zorginstituut een samenvattend rapport over de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de uitvoering van de Wet langdurige zorg en de daarop gebaseerde regelgeving door de Wlz-uitvoerders en het CAK, in het voorafgaande kalenderjaar.

2.

Onze Minister zendt het rapport aan beide kamers der Staten-Generaal.

3.

De zorgautoriteit stelt het rapport algemeen verkrijgbaar.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de inhoud en inrichting van het rapport.

Artikel 29

1.

De zorgautoriteit maakt, onverminderd haar bevoegdheid tot eigen onderzoek, bij de uitoefening van haar taak, genoemd in artikel 16, onder d, zoveel mogelijk gebruik van de resultaten van door anderen verrichte controles.

2.

De Wlz-uitvoerders en het CAK verstrekken desgevraagd aan de zorgautoriteit de informatie over de uitgevoerde werkzaamheden van hen die met de controle zijn belast en lichten haar volledig in over de resultaten van de controle door overlegging van rapporten of op andere door de zorgautoriteit aan te geven wijze.

Artikel 30

1.

De zorgautoriteit stelt op verzoek van Onze Minister onderzoek in bij Wlz-uitvoerders en het CAK.

2.

De zorgautoriteit kan tevens op verzoek van het Zorginstituut onderzoek bij bij de Wlz-uitvoerders of het CAK instellen.

Artikel 31

De zorgautoriteit kan regels stellen met betrekking tot:

Paragraaf 3.4. Toezicht socialezekerheidsverordening

Artikel 31a

1.

De zorgautoriteit maakt, onverminderd haar bevoegdheid tot eigen onderzoek, bij de uitoefening van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder k, zoveel mogelijk gebruik van de resultaten van door anderen verrichte controles.

2.

De organen van de woonplaats en van de verblijfplaats en het bevoegd orgaan verstrekken desgevraagd aan de zorgautoriteit de informatie over de uitgevoerde werkzaamheden van hen die met de controle zijn belast en lichten haar volledig in over de resultaten van de controle door overlegging van rapporten of op andere door de zorgautoriteit aan te geven wijze.

Artikel 31b

1.

De zorgautoriteit stelt op verzoek van Onze Minister onderzoek in bij het orgaan van de woonplaats, het orgaan van de verblijfplaats of het bevoegd orgaan.

2.

De zorgautoriteit kan tevens op verzoek van het CAK onderzoek doen bij het orgaan van de woonplaats, het orgaan van de verblijfplaats of het bevoegd orgaan.

Artikel 31c

De zorgautoriteit kan regels stellen met betrekking tot de controle door het orgaan van de woonplaats, het orgaan van de verblijfplaats of het bevoegd orgaan.

Artikel 31d

1.

De organen van de woonplaats en van de verblijfplaats en het bevoegd orgaan zenden voor 1 juli aan de zorgautoriteit in tweevoud een uitvoeringsverslag over de uitvoering in het voorafgaande kalenderjaar van, voor zover het zorg betreft, de socialezekerheidsverordening, de toepassingsverordening en de verdragen inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld omtrent de inhoud van het uitvoeringsverslag.

3.

De organen van de woonplaats en van de verblijfplaats en het bevoegd orgaan voegen bij het uitvoeringsverslag twee exemplaren van een verslag met bevindingen van een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek over de vraag of:

  • a. het uitvoeringsverslag overeenkomstig de daarvoor geldende regels is opgesteld;
  • b. de uitvoering is geschied overeenkomstig de verplichtingen die in het voorafgaande kalenderjaar op de organen rustten bij of krachtens, voor zover het zorg betreft, de socialezekerheidsverordening, de toepassingsverordening en de verdragen inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is.
4.

De zorgautoriteit kan regels stellen met betrekking tot de inhoud en inrichting van het accountantsverslag, bedoeld in het derde lid, en van het aan dat verslag ten grondslag liggende onderzoek.

Artikel 31e

1.

De zorgautoriteit zendt voor 1 november aan het CAK een rapport over de rechtmatigheid van de uitvoering in het voorafgaande kalenderjaar door de organen van de woonplaats en van de verblijfplaats en het bevoegd orgaan van, voor zover het zorg betreft, de socialezekerheidsverordening, de toepassingsverordening en de verdragen inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de inhoud en inrichting van het rapport.

Hoofdstuk 4. Marktontwikkeling en -ordening

Paragraaf 4.1. Marktonderzoek

Artikel 32

1.

De zorgautoriteit onderzoekt, met inachtneming van artikel 65, de concurrentieverhoudingen en het marktgedrag op het gebied van de zorg.

2.

Het onderzoek kan zich onder meer richten op:

  • a. de totstandkoming van overeenkomsten met betrekking tot zorg, tarieven of ziektekostenverzekeringen, naar de voorwaarden in die overeenkomsten en naar de resultaten daarvan;
  • b. de marktwerking in de markten voor zorgverlening, zorginkoop en ziektekostenverzekeringen;
  • c. de informatieverstrekking door zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars aan de consumenten en de doeltreffendheid, juistheid, inzichtelijkheid en vergelijkbaarheid van die informatie;
  • d. het presteren van zorgaanbieders en van ziektekostenverzekeraars, mede met het oog op de onderlinge vergelijking daarvan;
  • e. de onderbouwing en ontwikkeling van kosten en prijzen, mede in relatie tot de kwaliteit, van zorgverlening en ziektekostenverzekering.

Artikel 33

Vervallen

Paragraaf 4.2. Algemene verplichtingen van zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars

Artikel 34

1.

Een procedure die een ziektekostenverzekeraar of zorgaanbieder hanteert als voorwaarde voor het verlenen van diensten of zorg aan een andere zorgaanbieder of aan een consument mag uitsluitend informatie verlangen die van rechtstreeks belang is voor het onderwerp waarop die procedure betrekking heeft.

2.

Bij verandering van ziektekostenverzekeraar blijven alle met betrekking tot de betrokken verzekerde gehanteerde procedures geldig.

3.

De zorgautoriteit kan regels stellen over:

  • a. verrichtingen waarvoor geen procedure mag worden opgelegd;
  • b. de geldigheid van eenzelfde procedure voor een aantal handelingen;
  • c. de eenvormige invulling van procedures, waarbij kan worden voorgeschreven dat deze uitsluitend langs elektronische weg worden toegepast.

Artikel 35

1.

Het is een zorgaanbieder verboden een tarief in rekening te brengen:

  • e. anders dan op de wijze die overeenkomstig deze wet is vastgesteld.
2.

Het is een zorgaanbieder verboden een tarief als bedoeld in het eerste lid, te betalen aan een andere zorgaanbieder of aan derden te vergoeden.

3.

Het is een ziektekostenverzekeraar verboden een tarief als bedoeld in het eerste lid, te betalen of aan derden te vergoeden.

4.

Een zorgaanbieder en een ziektekostenverzekeraar kunnen aan het aanbieden, overeenkomen of leveren van een prestatie als bedoeld in het eerste lid, onder c of d, dan wel aan het in rekening brengen, betalen of aan een derde vergoeden van een tarief als bedoeld in het eerste lid, geen rechten ontlenen.

5.

Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verzekeraar in de zin van de Wet op het financieel toezicht, voor zover niet begrepen onder artikel 1, eerste lid, onder f, sub 3, van deze wet, op het orgaan van de woonplaats, op het orgaan van de verblijfplaats en op het bevoegd orgaan.

6.

Indien de zorgautoriteit een regel heeft vastgesteld als bedoeld in artikel 37, eerste lid, is het een zorgaanbieder als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, die de betalingen uit in rekening gebrachte tarieven ontvangt, verboden:

  • a. meer over te dragen dan het bedrag dat bij of krachtens deze wet is bepaald;
  • b. af te wijken van de bij die regel gestelde voorwaarden, voorschriften en beperkingen.
7.

Indien de zorgautoriteit bij de vaststelling van een tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdelen a, b of c, op grond van het tweede lid van dat artikel een grens heeft vastgesteld, is het een zorgaanbieder verboden:

  • a. met de som van de tarieven voor de betrokken prestaties gerelateerd aan de daarbij aangegeven periode van die grens af te wijken;
  • b. af te wijken van de aan de grens verbonden voorschriften of beperkingen.

Artikel 35a

Het is een zorgaanbieder verboden een bedrag als bedoeld in artikel 56a in rekening te brengen:

  • a. dat hoger is dan het bedrag dat als bijdrage voor de beschikbaarheid van de desbetreffende zorg op grond van artikel 56a, eerste lid, is vastgesteld;
  • b. anders dan op de wijze die overeenkomstig deze wet is vastgesteld.

Artikel 35b

Het is een ziektekostenverzekeraar verboden een bedrag als bedoeld in artikel 56b in rekening te brengen:

  • a. dat hoger is dan het bedrag dat voor de betrokken vereffening op grond van artikel 56b, eerste lid, is vastgesteld;
  • b. anders dan op de wijze die overeenkomstig deze wet is vastgesteld.

Artikel 36

1.

Zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars voeren een administratie waaruit in ieder geval de overeengekomen en geleverde prestaties blijken, alsmede wanneer die prestaties zijn geleverd, aan welke patiënt onderscheidenlijk aan welke verzekerde die prestaties door een zorgaanbieder zijn geleverd, de daarvoor in rekening gebrachte tarieven en de in verband daarmee ontvangen of verrichte betalingen of vergoedingen aan derden.

2.

Zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars voeren op zodanige wijze een administratie dat te allen tijde mogelijk is elk tarief dat overeenkomstig artikel 50 of 52 is vastgesteld of dat ligt binnen de tariefruimte die op grond van artikel 50, eerste lid, onderdeel c, is vastgesteld, in rekening te brengen, te betalen of aan derden te vergoeden.

3.

De zorgautoriteit kan, ten behoeve van de vergelijkbaarheid van gegevens, toepassing van uniforme principes bij de toerekening van kosten en opbrengsten en bij het registreren van gegevens over kwaliteit en opbrengsten, nadere regels stellen betreffende de administratie van:

  • a. zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars met het oog op de bevordering van concurrentie, het voorkomen van fraude, de inzichtelijkheid en toegankelijkheid van die administratie alsmede het vaststellen van tarieven, en
4.

De in het derde lid bedoelde regels worden ten aanzien van zorgverzekeraars en Wlz-uitvoerders gesteld in overeenstemming met het Zorginstituut.

Artikel 36a

1.

De organen van de woonplaats en van de verblijfplaats en het bevoegd orgaan voeren een zodanige administratie dat daaruit in ieder geval de geleverde prestaties blijken, alsmede wanneer die prestaties zijn geleverd, aan welke persoon die prestaties door een zorgaanbieder zijn geleverd, de daarvoor in rekening gebrachte tarieven en de in verband daarmee ontvangen of verrichte betalingen of vergoedingen.

2.

De administratie is gescheiden van de administratie van de overige activiteiten van de organen van de woonplaats en van de verblijfplaats en het bevoegd orgaan.

3.

De zorgautoriteit kan nadere regels stellen betreffende de administratie met het oog op:

  • a. het voorkomen van fraude en de inzichtelijkheid en toegankelijkheid van die administratie, en
  • b. de bevordering van een goede uitvoering, voor zover het zorg betreft, van de socialezekerheidsverordening, de toepassingsverordening en de verdragen inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is.

Artikel 37

1.

De zorgautoriteit kan regels vaststellen, inhoudende op welke wijze en onder welke voorwaarden of met inachtneming van welke voorschriften en beperkingen:

  • a. aan wie, door wie, namens wie of via wie een tarief in rekening wordt gebracht;
  • b. aan wie of via wie een in rekening gebracht tarief mag worden betaald;
  • c. door wie of namens wie ontvangsten voor een in rekening gebracht tarief moeten worden ingehouden, af- of overgedragen;
  • d. door wie of namens wie een door de zorgautoriteit te bepalen bedrag van ten hoogste de overschrijding van de op grond van artikel 50, tweede lid, onderdelen a, c of d, vastgestelde grens wordt ingehouden en afgedragen.
2.

Indien de zorgautoriteit een regel vaststelt als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, voor een prestatie die door twee of meer zorgaanbieders gezamenlijk wordt geleverd, kan zij in die regel bepalen dat uitsluitend een daarbij door haar aangewezen zorgaanbieder een tarief voor die prestatie in rekening mag brengen aan de consument of diens ziektekostenverzekeraar, waarbij de andere bij die prestatie betrokken zorgaanbieders uitsluitend aan de aangewezen zorgaanbieder voor het deel van die prestatie dat door hen is geleverd een tarief in rekening kunnen brengen.

3.

Indien de zorgautoriteit een regel vaststelt als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, voor een prestatie die door twee of meer zorgaanbieders gezamenlijk wordt geleverd, kan zij, in die regel bepalen dat de bij die prestatie betrokken zorgaanbieders het tarief voor hun deel van die prestatie via de door haar aangewezen zorgaanbieder of een derde in rekening brengen bij de consument of diens ziektekostenverzekeraar en dat daarbij de aangewezen zorgaanbieder of derde het tarief op een zodanige wijze in rekening brengt dat duidelijk tot uitdrukking komt welk deel van de te verzenden rekening betrekking heeft op de door de eerstbedoelde zorgaanbieders verrichte deel van de prestatie.

4.

Indien de zorgautoriteit in een regel als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a en b, voor een prestatie die door twee of meer zorgaanbieders gezamenlijk wordt geleverd, bepaalt dat een in rekening gebracht tarief aan of via een in die regel aangewezen zorgaanbieder of derde, verder te noemen ontvanger, moet worden betaald, draagt deze ontvanger er zorg voor dat de ontvangsten voor de door de andere zorgaanbieders in rekening gebrachte tarieven worden ingehouden en alleen aan hen worden overgedragen indien en voor zover een betaling is ontvangen van de consument of diens ziektekostenverzekeraar.

Indien de ontvanger tevens is aangewezen op grond van artikel 37, eerste lid, aanhef en onder d, draagt deze er zorg voor dat de ontvangsten voor de door de andere zorgaanbieders in rekening gebrachte tarieven alleen worden overgedragen met inachtneming van hetgeen met betrekking tot die vergoeding of het geheel van vergoedingen voor een van de andere zorgaanbieders of voor alle andere zorgaanbieders gezamenlijk bij of krachtens deze wet is bepaald.

5.

Indien en voor zover de zorgautoriteit in een regel als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, vaststelt aan wie of via wie een in rekening gebracht tarief moet worden betaald, is de consument of diens ziektekostenverzekeraar die betaling uitsluitend aan deze verschuldigd.

6.

De zorgautoriteit past het tweede en derde lid niet toe dan na een aanwijzing van Onze Minister op grond van artikel 7. Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing.

7.

Voor de verdere uitvoering van de wet wordt onder zorgaanbieder mede verstaan een ieder die de ontvangsten uit in rekening gebrachte tarieven ontvangt, inhoudt, af- of overdraagt.

8.

Het bepaalde bij of krachtens dit artikel is mede van toepassing ten aanzien van een ieder die voor een zorgaanbieder een administratie voert alsmede ten aanzien van degene die een administratie voert ten behoeve van of in verband met het in rekening brengen of betalen van een tarief, het ontvangen, inhouden, af- of overdragen van ontvangsten voor een in rekening gebracht tarief of het inhouden, af- of overdragen van een door de zorgautoriteit te bepalen bedrag in verband met het overschrijden van een door de zorgautoriteit op grond van artikel 50, tweede lid, onderdelen a, c of d, vastgestelde grens.

9.

De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing voor het in rekening brengen of betalen van een tarief voor een deel van een prestatie of een geheel van prestaties.

Artikel 38

1.

Zorgaanbieders informeren hun patiënten tijdig en zorgvuldig omtrent het voor de prestatie in rekening te brengen tarief.

2.

Zorgaanbieders brengen een tarief in rekening onder vermelding van de daarbijbehorende prestatiebeschrijving.

3.

De zorgautoriteit kan nadere regels stellen betreffende het door zorgaanbieders:

  • a. bekendmaken van tarieven;
  • b. specificeren van op verrichte prestaties betrekking hebbende rekeningen.
4.

Zorgaanbieders maken informatie openbaar over de eigenschappen van aangeboden prestaties en diensten, op een zodanige wijze dat deze gegevens voor consumenten gemakkelijk vergelijkbaar zijn. Deze informatie betreft in ieder geval de tarieven en de kwaliteit van de aangeboden prestaties en diensten.

5.

De zorgautoriteit kan, onverminderd de informatieverplichting die op grond van het vierde lid rust op zorgaanbieders, ten behoeve van de inzichtelijkheid van de markt periodiek informatie als bedoeld in het vierde lid openbaar maken.

6.

Het vijfde lid geldt niet indien anderen reeds in voldoende mate in openbaarmaking van de daar bedoelde informatie voorzien.

7.

De zorgautoriteit kan regels stellen betreffende de informatievoorziening, bedoeld in het vierde lid, met het oog op de doeltreffendheid, juistheid, inzichtelijkheid en vergelijkbaarheid daarvan.

Artikel 39

1.

Zorgaanbieders dragen er zorg voor dat de door of namens hen verstrekte of beschikbaar gestelde informatie terzake van een product of dienst, waaronder reclame-uitingen, geen afbreuk doet aan het bepaalde bij of krachtens deze wet, de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg, en niet misleidend is.

2.

De zorgautoriteit kan regels stellen betreffende de informatievoorziening, bedoeld in het eerste lid, met het oog op de doeltreffendheid, juistheid, inzichtelijkheid en vergelijkbaarheid daarvan.

3.

De in het tweede lid bedoelde regels worden gesteld in overeenstemming met de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.

Artikel 40

1.

Ziektekostenverzekeraars maken informatie openbaar over de eigenschappen van aangeboden producten en diensten op zodanige wijze dat deze gegevens voor consumenten gemakkelijk vergelijkbaar zijn. Deze informatie betreft in ieder geval de premies en de kwaliteit van de aangeboden producten en diensten.

2.

Zorgverzekeraars maken ten behoeve van de inzichtelijkheid, voor verzekeringsplichtigen, van de zorgverzekeringsmarkt informatie openbaar met betrekking tot:

  • a. de inhoud van de modelovereenkomsten;
  • b. de wijze van dienstverlening aan verzekerden.
3.

Ziektekostenverzekeraars dragen er zorg voor dat de door of namens hen verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van een product of dienst, waaronder reclame-uitingen, geen afbreuk doet aan het bepaalde bij of krachtens deze wet, de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg, en niet misleidend is.

4.

Artikel 38, vijfde tot en met zevende lid, is ten aanzien van de informatieverstrekking door ziektekostenverzekeraars van overeenkomstige toepassing.

Artikel 40a

1.

De zorgaanbieder draagt zorg voor een eenduidige verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot de financiële bedrijfsvoering en legt die verdeling schriftelijk vast.

2.

De zorgaanbieder onderscheidt in ieder geval in financiële zin zijn activiteiten op het gebied van de zorgverlening van zijn andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten.

3.

Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke financiële derivaten een zorgaanbieder voor welke doeleinden en onder welke voorwaarden kan aantrekken.

4.

In de financiële administratie van de zorgaanbieder zijn ontvangsten, betalingen en de aangetrokken financiële derivaten traceerbaar naar bron en bestemming en is duidelijk wie op welk moment welke verplichtingen voor of namens de zorgaanbieder is aangegaan.

5.

Het eerste, tweede en vierde lid zijn tevens van toepassing op een geen rechtspersoonlijkheid bezittend organisatorisch verband van zorgaanbieders.

Artikel 40b

1.

Een zorgaanbieder verantwoordt zich jaarlijks over het voorafgaande kalenderjaar door het openbaar maken van een jaarverantwoording.

2.

De jaarverantwoording bestaat uit:

  • a. een financiële verantwoording;
  • b. de op grond van ministeriële regeling bij de financiële verantwoording te voegen informatie, en
  • c. de op grond van ministeriële regeling te vermelden andere informatie betreffende de bedrijfsvoering van de zorgaanbieder.
3.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

  • a. de inhoud en inrichting van de financiële verantwoording waaronder de op te nemen toelichting omtrent de door de zorgaanbieder aangetrokken financiële derivaten;
  • c. de wijze en het tijdstip waarop de jaarverantwoording openbaar wordt gemaakt.
4.

In de ministeriële regelingen, bedoeld in het tweede en derde lid, kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende categorieën van zorgaanbieders.

5.

In afwijking van het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling regels gesteld worden over het geheel of gedeeltelijk niet openbaar maken van de jaarverantwoording door zorgaanbieders die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, hebben voldaan aan ten minste twee van de in artikel 395a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek genoemde vereisten. De artikelen 395a, tweede lid, en 398, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.

6.

Bij ministeriële regeling, bedoeld in het vijfde lid, worden regels gesteld over:

  • a. de wijze en het tijdstip waarop de niet-openbare jaarverantwoording wordt overgelegd aan Onze Minister; en
  • b. het verstrekken van de niet-openbare jaarverantwoording aan door Onze Minister aan te wijzen organisaties.
7.

Dit artikel is tevens van toepassing op een geen rechtspersoonlijkheid bezittend organisatorisch verband van zorgaanbieders.

Artikel 41

1.

In dit artikel en in de artikelen 42 en 43 wordt verstaan onder:

  • a. overeenkomst op afstand: een verzekeringsovereenkomst betreffende het risico van ziektekosten tussen een ziektekostenverzekeraar en een consument, die wordt gesloten in het kader van een door de ziektekostenverzekeraar georganiseerd systeem van verkoop of dienstverrichting op afstand, waarbij tot en met de totstandkoming van die overeenkomst uitsluitend gebruik gemaakt wordt van een of meer technieken van communicatie op afstand;
  • b. techniek voor communicatie op afstand: ieder middel dat, zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van ziektekostenverzekeraar en consument, kan worden gebruikt voor het sluiten van een verzekeringsovereenkomst betreffende het risico van ziektekosten tussen die partijen.
2.

Een verzekerde kan een overeenkomst op afstand zonder een boete verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen ontbinden gedurende veertien kalenderdagen vanaf de dag waarop die overeenkomst is aangegaan, dan wel, indien dit later is, gedurende veertien kalenderdagen vanaf de dag waarop de informatie die de ziektekostenverzekeraar hem krachtens artikel 43, tweede lid, dient te verstrekken, door hem is ontvangen.

3.

Indien een verzekerde gebruik wenst te maken van het in het tweede lid bedoelde recht, geeft hij daarvan voor het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn kennis aan de ziektekostenverzekeraar volgens de instructies voor de uitoefening van dat recht, die hem krachtens artikel 43, tweede lid, zijn gegeven. De kennisgeving wordt als tijdig aangemerkt indien zij schriftelijk of op een voor de ontvanger beschikbare en toegankelijke duurzame drager is verzonden voor het verstrijken van de termijn.

4.

Indien aan een overeenkomst op afstand een andere overeenkomst verbonden is ten aanzien van een zaak of dienst die door de ziektekostenverzekeraar wordt geleverd of door een derde op grond van een overeenkomst tussen de ziektekostenverzekeraar en deze derde, brengt de ontbinding van de overeenkomst op afstand overeenkomstig het tweede lid, van rechtswege en zonder dat de verzekerde een boete verschuldigd is, de ontbinding mee van die verbonden overeenkomst.

Artikel 42

1.

Met de uitvoering van een overeenkomst op afstand wordt pas na toestemming van de verzekerde een begin gemaakt.

2.

Indien de verzekerde gebruik maakt van zijn in artikel 41, tweede lid, bedoelde recht, kan de ziektekostenverzekeraar uitsluitend een vergoeding vragen voor het product dat of dienst die krachtens de overeenkomst op afstand is geleverd. Deze vergoeding is:

  • a. niet hoger dan een bedrag dat evenredig is aan de verhouding tussen het reeds geleverde product of dienst en de volledige uitvoering van de overeenkomst op afstand; en
  • b. in geen geval zo hoog dat deze als een boete kan worden opgevat.
3.

De ziektekostenverzekeraar kan slechts betaling van de in het tweede lid bedoelde vergoeding verlangen indien hij:

  • a. kan aantonen dat de verzekerde overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel 43, tweede lid, is geïnformeerd over de in het tweede lid bedoelde vergoeding; en
  • b. op uitdrukkelijk verzoek van de verzekerde met de uitvoering van de overeenkomst is begonnen voor het verstrijken van de in artikel 41, tweede of derde lid, genoemde ontbindingstermijn.
4.

De ziektekostenverzekeraar betaalt de consument zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 30 kalenderdagen nadat hij de kennisgeving van de in artikel 41 bedoelde ontbinding heeft ontvangen, al hetgeen hij krachtens de overeenkomst op afstand van hem ontvangen heeft terug, verminderd met het in het tweede lid bedoelde bedrag.

5.

De consument geeft de ziektekostenverzekeraar onverwijld, en uiterlijk binnen 30 kalenderdagen nadat hij de kennisgeving van de in artikel 41 bedoelde ontbinding heeft verzonden, alle zaken terug die hij van de ziektekostenverzekeraar heeft ontvangen.

Artikel 43

1.

Van hetgeen bij of krachtens de artikelen 41 en 42 is bepaald, kan niet ten nadele van de verzekerde worden afgeweken.

2.

Ten aanzien van de informatieverstrekking door ziektekostenverzekeraars met betrekking tot overeenkomsten op afstand is het bij of krachtens de artikelen 4:20, eerste en tweede lid, en 4:22 van de Wet op het financieel toezicht ten aanzien van schadeverzekeraars bepaalde van overeenkomstige toepassing.

Artikel 43a

De artikelen 41, vierde lid, en 43 zijn van overeenkomstige toepassing op verzekeringsovereenkomsten tussen een ziektekostenverzekeraar en een consument die worden gesloten anders dan door middel van een overeenkomst op afstand.

Artikel 44

Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 36 en 38 tot en met 43a is mede van toepassing ten aanzien van degene die voor een zorgaanbieder of ziektekostenverzekeraar een administratie voert alsmede ten aanzien van degene die een administratie voert ten behoeve van of in verband met het aanbieden, overeenkomen, leveren, in rekening brengen, betalen of vergoeden aan derden van een prestatie of een tarief of het ontvangen van een betaling.

Paragraaf 4.2.a. Invloed op overeenkomsten

Artikel 45

De zorgautoriteit kan, met het oog op de inzichtelijkheid van de zorgmarkten, de bevordering van de concurrentie of de tijdige signalering van risico’s voor de continuïteit van de bij de algemene maatregel van bestuur aangewezen vormen van zorg als bedoeld in artikel 56a, eerste lid, regels stellen betreffende de wijze van totstandkoming van overeenkomsten met betrekking tot zorg of tarieven en betreffende de voorwaarden in die overeenkomsten.

Artikel 46

De zorgautoriteit kan bij het vaststellen van een regel op grond van deze wet bepalen dat overeenkomsten in strijd met die regel nietig zijn indien en voor zover deze niet zijn aangepast binnen een door de zorgautoriteit te stellen termijn.

Paragraaf 4.3. Ontwikkeling zorgverzekeringsmarkt, zorgverleningsmarkt en zorginkoopmarkt

Artikel 47

In de artikelen 48 en 49 wordt onder aanmerkelijke marktmacht verstaan de positie van een of meer zorgaanbieders of ziektekostenverzekeraars om alleen dan wel gezamenlijk de ontwikkeling van daadwerkelijke concurrentie op de Nederlandse markt of een deel daarvan te kunnen belemmeren door de mogelijkheid zich in belangrijke mate onafhankelijk te gedragen van:

  • a. zijn concurrenten;
  • b. ziektekostenverzekeraars, indien het een zorgaanbieder betreft;
  • c. zorgaanbieders, indien het een zorgaanbieder betreft;
  • d. zorgaanbieders, indien het een ziektekostenverzekeraar betreft, of
  • e. consumenten.

Artikel 48

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)