Wet van 7 juli 2006, houdende regels inzake marktordening, doelmatigheid en beheerste kostenontwikkeling op het gebied van de gezondheidszorg (Wet marktordening gezondheidszorg)

Type Wet
Publication 2026-01-01
Laatst bijgewerkt 2026-08-31
State In force
Source BWB
artikelen 172
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

De zorgautoriteit is bevoegd ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 23, 25, tweede lid, 27, 31, 31a, tweede lid, 31c, 31d, eerste tot en met vierde lid, 34, 35 tot en met 45, 48, 49, 49a, 49c, derde lid, 49d, tweede lid, 61, 62 en 68 een aanwijzing te geven, erop gericht dat aan het bepaalde bij of krachtens die artikelen wordt voldaan.

2.

Indien de zorgautoriteit een zorgaanbieder een aanwijzing geeft ter handhaving van artikel 35, zevende lid, of artikel 37, eerste lid, aanhef en onder d, kan de aanwijzing voor zover het betreft de hoogte van het af te dragen bedrag uitsluitend de verplichting inhouden dat de zorgaanbieder een door de zorgautoriteit te bepalen bedrag van ten hoogste de overschrijding van de in die artikelen bedoelde vaste grens, bovengrens of bandbreedtegrens afdraagt aan het Zorgverzekeringsfonds of het Fonds langdurige zorg.

Artikel 77

De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder b en c, een aanwijzing geven aan een zorgverzekeraar, dan wel aan een verzekeraar die verzekeringen als zorgverzekering aanbiedt of uitvoert die niet aan het bepaalde bij of krachtens de Zorgverzekeringswet voldoen.

Artikel 78

1.

De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder d, een aanwijzing geven aan een Wlz-uitvoerder die, of het CAK dat, niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet langdurige zorg.

2.

De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder f, een aanwijzing geven aan het CAK indien het CAK niet voldoet aan hetgeen bij of krachtens artikel 2.1.4b van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is geregeld.

3.

Indien een Wlz-uitvoerder werkzaamheden aan een andere Wlz-uitvoerder heeft uitbesteed en een door de zorgautoriteit op grond van het eerste lid gegeven aanwijzing met betrekking tot de wijze waarop deze taak door de desbetreffende persoon wordt uitgevoerd, niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn tot een rechtmatige en doelmatige uitvoering heeft geleid, meldt de zorgautoriteit dit, onder vermelding van de naam van de Wlz-uitvoerder waaraan is uitbesteed, aan Onze Minister.

Artikel 78a

De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder h, een aanwijzing geven aan een zorgaanbieder, erop gericht dat aan de naleving van het in dat onderdeel genoemde artikel 11i, tweede lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg wordt voldaan.

Artikel 78c

1.

De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onderdeel q, een aanwijzing geven aan een ziektekostenverzekeraar die niet voldoet aan artikel 15f van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg.

2.

De zorgautoriteit doet van een aanwijzing mededeling aan de verzekerden en verzekeringnemers van wie de zorgautoriteit heeft vastgesteld dat hun ziektekostenverzekeraar zich via een elektronisch uitwisselingssysteem toegang tot hun gegevens heeft verschaft.

Artikel 78d

De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder k, een aanwijzing geven aan een orgaan van de woonplaats, een orgaan van de verblijfplaats of een bevoegd orgaan, die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 123 van de Zorgverzekeringswet alsmede, voor zover het zorg betreft, de socialezekerheidsverordening, de toepassingsverordening of de verdragen inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is.

Artikel 78e

De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder m, een aanwijzing geven aan het CAK indien het CAK niet voldoet aan hetgeen bij of krachtens de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet en de Zorgverzekeringswet is geregeld, met uitzondering van de artikelen 69a, 69b, 70 en 122a van de Zorgverzekeringswet.

Artikel 78f

De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder p, een aanwijzing geven aan een instelling als bedoeld in de Wet toelating zorginstellingen die niet voldoet aan het bepaalde bij artikel 5 van die wet.

Artikel 78g

De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onderdeel o, een aanwijzing geven aan een Regionale Ambulancevoorziening als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen, erop gericht dat aan de naleving van het in dat onderdeel genoemde artikel 13 en het bepaalde bij of krachtens artikel 19 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen wordt voldaan.

Artikel 78h

De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onderdeel r, een aanwijzing geven aan een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens:

  • c. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.

Artikel 79

1.

De zorgautoriteit geeft geen aanwijzing als bedoeld in de artikelen 76 tot en met 78h omtrent de beoordeling of behandeling van individuele gevallen door degene tot wie de aanwijzing is gericht.

2.

Bij de aanwijzing stelt de zorgautoriteit een termijn waarbinnen de betrokkene aan de aanwijzing voldoet.

3.

In afwijking van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 3.1, derde lid, en 3.3, vijfde lid, onderdeel h, van de Wet open overheid, is de zorgautoriteit niet gehouden een belanghebbende die naar verwachting bedenkingen zal hebben tegen openbaarmaking van een op grond van deze wet gegeven aanwijzing, in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van hem geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.

4.

De zorgautoriteit maakt een op grond van deze wet gegeven aanwijzing, onverminderd het bepaalde in artikel 3.3, vijfde lid, onderdeel i, van de Wet open overheid, niet eerder uit eigen beweging openbaar dan nadat vijf werkdagen na de mededeling, bedoeld in artikel 3.1, vierde lid, van die wet, zijn verstreken.

5.

Indien een belanghebbende die bedenkingen heeft tegen openbaarmaking van een aanwijzing, verzoekt een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht te treffen, wordt de werking van de op grond van artikel 3.1, vierde lid, van de Wet open overheid, met een besluit gelijkgestelde mededeling over die openbaarmaking, opgeschort totdat er een uitspraak is van de voorzieningenrechter.

6.

Indien het adequaat functioneren van de verzekeringsmarkt, de positie van de verzekeraars op die markt, het adequaat functioneren van de zorgverlenings- of zorginkoopmarkt, de positie van zorgaanbieders op die markt of het belang van een toereikend aanbod van jeugdhulp of gecertificeerde instellingen geen uitstel toelaat, kan de zorgautoriteit in afwijking van het vierde en vijfde lid en van de artikelen 3.1, derde lid, en 3.3, vijfde lid, onderdelen h en i, van de Wet open overheid, een op grond van deze wet gegeven aanwijzing onverwijld uit eigen beweging openbaar maken.

7.

Indien de belanghebbende tot wie een openbaar gemaakte aanwijzing is gericht, aan die aanwijzing voldoet, maakt de zorgautoriteit dat feit uit eigen beweging openbaar.

8.

Indien een zorgaanbieder niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn aan een krachtens artikel 76, tweede lid, gegeven aanwijzing voldoet, is de zorgautoriteit bevoegd het bedrag, bedoeld in dat lid, in te vorderen. Titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 80

Vervallen

Artikel 81

Vervallen

Artikel 81a

Vervallen

Artikel 81b

Vervallen

Paragraaf 6.3. Bestuursdwang en last onder dwangsom

Artikel 82

1.

De zorgautoriteit is ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 25, tweede lid, 31, 31a, tweede lid, 31c, 31d, eerste tot en met vierde lid, 35 tot en met 45, 48, 49, 49a, 49c, derde lid, 49d, tweede lid, 61, 62, 68, 68a, of 78f, bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang.

2.

De zorgautoriteit is bevoegd ter handhaving van een krachtens deze wet door haar gegeven aanwijzing indien de belanghebbende aan wie de aanwijzing is gegeven, niet de binnen de termijn, bedoeld in artikel 79, tweede lid, aan die aanwijzing heeft voldaan, een last onder bestuursdwang op te leggen.

Artikel 83

2.

De zorgautoriteit kan een verzekeraar onderscheidenlijk rechtspersoon een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 25, eerste en tweede lid, respectievelijk 30 van de Zorgverzekeringswet.

3.

De zorgautoriteit kan een verzekeraar die verzekeringen als zorgverzekering aanbiedt of uitvoert die niet aan het bij of krachtens de Zorgverzekeringswet geregelde voldoen, een last onder dwangsom opleggen.

Artikel 84

De zorgautoriteit kan een Wlz-uitvoerder een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of de Wet financiering sociale verzekeringen.

Artikel 84a

De zorgautoriteit kan een zorgaanbieder een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van artikel 11i, tweede lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

Artikel 84b

De zorgautoriteit kan een Regionale Ambulancevoorziening als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen, een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van artikel 13 en het bepaalde bij of krachtens artikel 19 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen.

Artikel 84c

De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onderdeel r, een last onder dwangsom opleggen aan een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens:

  • c. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.

Paragraaf 6.4. Bestuurlijke boete

Artikel 85

1.

De zorgautoriteit kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 23, 34 tot en met 36, 37 tot en met 45, 48, eerste lid, 49, 49a, 49c, derde lid, 49d, tweede lid, 61, 62 of 68.

2.

De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding bedraagt ten hoogste € 500 000 of, indien dat meer is, tien procent van de omzet van de onderneming in Nederland.

3.

De berekening van de omzet, bedoeld in het tweede lid, geschiedt op de voet van hetgeen artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt voor de netto-omzet.

Artikel 86

1.

De zorgautoriteit kan aan een zorgverzekeraar een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 17, zevende lid, 25, derde lid, 28, 28a, zesde lid, en 28b, eerste tot en met derde lid, of 29, eerste en tweede lid, van de Zorgverzekeringswet.

2.

De zorgautoriteit kan aan een verzekeraar of rechtspersoon een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de voorschriften, gesteld bij de artikelen 25, eerste en tweede lid, of 30 van de Zorgverzekeringswet.

3.

De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding bedraagt ten hoogste € 500 000.

Artikel 87

1.

De zorgautoriteit kan een bestuurlijke boete opleggen aan een zorgverzekeraar die het Zorginstituut of een door hem aangewezen persoon onjuiste of onvolledige informatie verschaft met betrekking tot de aantallen bij hem verzekerde verzekeringsplichtigen, hun verzekerdenkenmerken of zijn zorgkosten, noodzakelijk voor de vaststelling van de bijdragen, bedoeld in de artikelen 32 tot en met 34 van de Zorgverzekeringswet.

2.

De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding bedraagt ten hoogste € 10 000 000.

Artikel 88

1.

De zorgautoriteit kan aan een zorgverzekeraar een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de voorschriften gesteld bij of krachtens de artikelen 4, tweede tot en met vijfde lid, 5, derde lid, 9, 18a, 18b, 18bb, 18c, 37, 38, eerste en vierde lid, 64, tweede lid, 86, 90, 92, 114 of 118a, derde lid, van de Zorgverzekeringswet.

2.

De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding bedraagt ten hoogste € 100 000.

Artikel 89

1.

De zorgautoriteit kan een bestuurlijke boete opleggen aan degene die niet voldoet aan een hem bij of krachtens artikel 68a van deze wet of artikel 87, vijfde of zesde lid, 88 of 89 van de Zorgverzekeringswet opgelegde verplichting.

2.

De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding bedraagt ten hoogste € 2 250.

Artikel 90

1.

De zorgautoriteit kan een zorgaanbieder een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van artikel 11i, tweede lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

2.

Artikel 85, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 91

1.

De zorgautoriteit kan een Regionale Ambulancevoorziening als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen, een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van artikel 13 en het bepaalde bij of krachtens artikel 19 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen.

2.

Artikel 85, tweede lid en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 92

1.

De zorgautoriteit legt een bestuurlijke boete op aan een ziektekostenverzekeraar die artikel 15f van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg overtreedt. De zorgautoriteit doet van het opleggen van de bestuurlijke boete mededeling aan de verzekerden en verzekeringnemers van wie de zorgautoriteit heeft vastgesteld dat hun ziektekostenverzekeraar zich via een elektronisch uitwisselingssysteem toegang tot hun gegevens heeft verschaft.

2.

De boete voor een afzonderlijke overtreding bedraagt ten hoogste € 500 000 of, indien dat meer is, tien procent van de omzet van de onderneming in Nederland. Artikel 85, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

De zorgautoriteit maakt een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete ingevolge het eerste lid openbaar, nadat het rechtens onaantastbaar is geworden.

4.

De zorgautoriteit doet van de openbaarmaking, bedoeld in het derde lid, onverwijld mededeling aan de ziektekostenverzekeraar.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze en inhoud van de openbaarmaking en over de wijze en inhoud van de mededeling door de zorgautoriteit.

Artikel 93

1.

De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onderdeel r, een bestuurlijke boete opleggen aan een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens:

  • c. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
2.

De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten hoogste € 500.000.

Artikel 94

Vervallen

Artikel 95

Vervallen

Artikel 96

Vervallen

Artikel 97

Vervallen

Artikel 98

Vervallen

Artikel 99

Vervallen

Artikel 100

Vervallen

Artikel 101

Vervallen

Artikel 102

Vervallen

Artikel 103

Vervallen

Paragraaf 6.5. Afdracht dwangsommen, boetes en andere invorderingen

Artikel 104

1.

De zorgautoriteit draagt het op grond van artikel 79, achtste lid, ingevorderde bedrag af aan het Zorgverzekeringsfonds of het Fonds langdurige zorg.

2.

De zorgautoriteit draagt de op grond van de artikelen 82, 84c, 85 of 93 ingevorderde dwangsommen en bestuurlijke boetes af aan ’s Rijks kas.

3.

De zorgautoriteit draagt de op grond van de artikelen 83 en 86 tot en met 89 ingevorderde dwangsommen en bestuurlijke boetes af aan het Zorgverzekeringsfonds.

4.

De zorgautoriteit draagt de op grond van artikel 84 ingevorderde dwangsommen af aan het Fonds langdurige zorg.

5.

De zorgautoriteit draagt de op grond van de artikelen 84a en 90 ingevorderde dwangsommen en bestuurlijke boetes af aan het Zorgverzekeringsfonds of het Fonds langdurige zorg.

Paragraaf 6.6. Rechtsbescherming

Artikel 105

1.

Met betrekking tot besluiten waarbij consumenten, patiënten of cliënten belanghebbend kunnen zijn, worden voor de toepassing van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht, op landelijk niveau werkzame consumenten-, patiënten- en cliëntenorganisaties als belanghebbenden aangemerkt.

2.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een op grond van artikel 49, zevende lid, vastgesteld bedrag dat de zorgautoriteit heeft toegepast op een beschikking op grond van artikel 50, eerste lid, anders dan de vaststelling van een Wlz-sluittarief als bedoeld in het derde lid van dat artikel, vangt aan met ingang van de dag na die waarop die beschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

3.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een op grond van artikel 49e, zevende lid, vastgesteld bedrag dat de zorgautoriteit nog niet heeft toegepast op een beschikking op grond van artikel 50, eerste lid, vangt aan met ingang van 1 maart van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de vaststelling van dat bedrag op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

4.

Een onherroepelijk vaststaand bedrag als bedoeld artikel 49e, zevende lid, blijft onherroepelijk tenzij de zorgautoriteit dit wijzigt.

Artikel 106

Vervallen

Artikel 107

In afwijking van artikel 45 van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de rechtbank Rotterdam in eerste aanleg kennis van strafzaken en economische delicten in de zin van deze wet.

Hoofdstuk 7. Wijzigingen in andere wetten

Artikel 108

Wijzigt de Zorgverzekeringswet.

Artikel 109

Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Artikel 110

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Artikel 111

Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen.

Artikel 112

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Artikel 113

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Artikel 114

Wijzigt de Wet werk en bijstand.

Artikel 115

Wijzigt de Wet werk en inkomen kunstenaars.

Artikel 116

Wijzigt de Ambtenarenwet.

Artikel 117

Wijzigt de Wet toelating zorginstellingen.

Artikel 118

Wijzigt de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

Artikel 119

Wijzigt de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet.

Artikel 120

Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Artikel 121

Wijzigt de Mededingingswet.

Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 122

In afwijking van artikel 4 kan de zorgautoriteit gedurende vier jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van artikel 4 van deze wet, uit ten hoogste vier leden bestaan.

Artikel 123

1.

De Wet tarieven gezondheidszorg wordt ingetrokken.

2.

Een tarief dat onmiddellijk voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, rechtsgeldig in rekening placht te worden gebracht aan ziektekostenverzekeraars of aan degenen die bij deze voor de prestatie waarop het tarief van toepassing is, zijn verzekerd of niet zijn verzekerd, wordt in alle gevallen waarin het aan degene die tot die zelfde groep behoort, of aan een derde in rekening wordt gebracht, aangemerkt als een tarief dat ingevolge deze wet is tot stand gekomen.

3.

Een ingevolge de Wet tarieven gezondheidszorg gedaan verzoek om goedkeuring of vaststelling van een tarief door een orgaan voor gezondheidszorg of een ziektekostenverzekeraar wordt gelijkgesteld met een ingevolge deze wet gedane aanvraag tot vaststelling van een tarief.

4.

Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een prestatiebeschrijving van een vorm van zorg waarvoor een tarief in rekening wordt gebracht.

5.

Een ingevolge de Wet tarieven gezondheidszorg goedgekeurde beleidsregel wordt gelijkgesteld met een ingevolge deze wet vastgestelde beleidsregel.

6.

Een ingevolge de Wet tarieven gezondheidszorg door het College tarieven gezondheidszorg vastgestelde regel wordt gelijkgesteld met een ingevolge deze wet door de zorgautoriteit vastgestelde regel.

7.

Een ingevolge de Wet tarieven gezondheidszorg goedgekeurde beleidsregel inhoudende aan wie, door wie en op welke wijze en met inachtneming van welke voorwaarden, voorschriften of beperkingen een tarief in rekening wordt gebracht, wordt gelijkgesteld met een ingevolge deze wet door de zorgautoriteit vastgestelde regel als bedoeld in artikel 37.

8.

Een beleidsregel als bedoeld in artikel 13 van de Wet tarieven gezondheidszorg zoals die wet luidde onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet wordt gelijkgesteld met een aanwijzing als bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b.

Artikel 124

1.

Het College tarieven gezondheidszorg, genoemd in artikel 18 van de Wet tarieven gezondheidszorg, en het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 77, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, zoals die wetten luidden onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, vormen gezamenlijk één rechtspersoon, en wel de zorgautoriteit. Besluiten van het College tarieven gezondheidszorg of het College van toezicht op de zorgverzekeringen worden na inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als besluiten van de zorgautoriteit.

2.

De vaststelling door de zorgautoriteit van een bestuursreglement als bedoeld in artikel 5 onderscheidenlijk een «werkprogramma» en een «begroting» als bedoeld in artikel 11, vindt plaats zo spoedig mogelijk onderscheidenlijk vindt voor het eerst plaats ten aanzien van het kalenderjaar na dat waarin deze wet in het Staatsblad is geplaatst.

3.

Onze Minister stelt voor de zorgautoriteit een voorlopig bestuursreglement vast. Het voorlopig reglement geldt totdat het bestuursreglement van de zorgautoriteit de goedkeuring van Onze Minister heeft verkregen.

4.

Voor zover het eerste tot en met derde lid daarin niet voorzien, stelt Onze Minister regels met betrekking tot de gevolgen van de inwerkingtreding van deze wet. Deze regels gelden tot en met 31 december van het kalenderjaar na dat waarin zij in werking zijn getreden. Van het vaststellen van deze regels wordt kennis gegeven aan de beide kamers der Staten-Generaal.

5.

Voorzover de regels, bedoeld in het vierde lid betrekking hebben op onderwerpen waarover de zorgautoriteit regels kan stellen, gelden zij tot inwerkingtreding van die regels van de zorgautoriteit.

6.

In afwijking van artikel 6 van deze wet zijn de regels voor ambtenaren die zijn aangesteld bij ministeries gedurende een periode van vier jaren, te rekenen vanaf de datum waarop de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet in werking is getreden, niet van toepassing op de rechtspositie van het personeel van de zorgautoriteit. Gedurende die periode wordt de rechtspositie van dat personeel geregeld door de zorgautoriteit.

7.

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn de personeelsleden van het College tarieven gezondheidszorg en het College van toezicht op de zorgverzekeringen in dienst van de zorgautoriteit aangesteld. Daarbij worden hun arbeidsvoorwaarden als geheel zoveel mogelijk op een gelijk niveau gesteld met de arbeidsvoorwaarden die verbonden waren aan hun dienstbetrekking bij het College tarieven gezondheidszorg, onderscheidenlijk het College van toezicht op de zorgverzekeringen. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het in dit lid bepaalde.

Artikel 125

Wijzigt de Mededingingswet.

Artikel 126

Wijzigt deze wet.

Artikel 127

Onze Minister zendt voor 1 januari 2009 een verslag aan de Staten-Generaal over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. Hierin wordt in ieder geval aandacht besteed aan:

  • a. de manier waarop de beslissingen van de zorgautoriteit hebben bijgedragen aan het bereiken van de doelstelling van de wet;
  • b. het vaststellen van de aanmerkelijke marktmacht;
  • c. de mate waarin de wet heeft bijgedragen aan het terugdringen van de bureaucratie;
  • d. de effectiviteit en wenselijkheid van tariefsregulering;
  • e. de taken die betrekking hebben op het mededingingsrecht.

Artikel 128

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 129

Deze wet wordt aangehaald als: Wet marktordening gezondheidszorg.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)