Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 14 december 2007, houdende bepalingen ter uitvoering van de Wet politiegegevens (Besluit politiegegevens)

49 versions · 2026-02-28
2026-02-28
Besluit politiegegevens

Wijzigingen op 2026-02-28

@@ -26,9 +26,9 @@
##### Artikel 2:2. Geautomatiseerd vergelijken en in combinatie zoeken o.g.v. [artikel 11, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=11) ([artikel 6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=6))
1. Voor het geautomatiseerd vergelijken van politiegegevens, bedoeld in [artikel 11, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=11), kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met de taken of werkzaamheden, bedoeld in [artikel 2:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01). In voorkomende gevallen kunnen daarvoor tevens worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10).
2. Voor het geautomatiseerd vergelijken alsmede het in combinatie met elkaar verwerken van politiegegevens, bedoeld in [artikel 11, tweede onderscheidenlijk vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=11), kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10). In voorkomende gevallen kunnen daarvoor tevens worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met de taken of werkzaamheden als bedoeld in [artikel 2:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
1. Voor het geautomatiseerd vergelijken van politiegegevens, bedoeld in [artikel 11, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=11), kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met de taken of werkzaamheden, bedoeld in [artikel 2:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28). In voorkomende gevallen kunnen daarvoor tevens worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10).
2. Voor het geautomatiseerd vergelijken alsmede het in combinatie met elkaar verwerken van politiegegevens, bedoeld in [artikel 11, tweede onderscheidenlijk vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=11), kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10). In voorkomende gevallen kunnen daarvoor tevens worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met de taken of werkzaamheden als bedoeld in [artikel 2:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28).
3. De ambtenaren van politie, bedoeld in de laatste zin van het tweede lid, worden slechts geautoriseerd voor de verwerking van politiegegevens, voor zover dat dringend noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de politietaak en in overeenstemming met het hoofd van het in het tweede lid bedoelde team.
@@ -36,21 +36,21 @@
1. Voor het verwerken van politiegegevens met het oog op de controle en het beheer van een informant alsmede de beoordeling en verantwoording van het gebruik van informantgegevens, bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=12), kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel a of c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10).
2. Voor het verwerken van politiegegevens als bedoeld in [artikel 6:1, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6&artikel=6:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat is belast met infiltratie, pseudo-koop of -dienstverlening en stelselmatige inwinning van informatie.
3. Voor het verwerken van politiegegevens als bedoeld in [artikel 6:1, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6&artikel=6:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een dienst van een landelijke eenheid als bedoeld in [artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=25) die is belast met werkzaamheden op het terrein van getuigenbescherming.
2. Voor het verwerken van politiegegevens als bedoeld in [artikel 6:1, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6&artikel=6:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28), kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat is belast met infiltratie, pseudo-koop of -dienstverlening en stelselmatige inwinning van informatie.
3. Voor het verwerken van politiegegevens als bedoeld in [artikel 6:1, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6&artikel=6:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28), kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een dienst van een landelijke eenheid als bedoeld in [artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=25) die is belast met werkzaamheden op het terrein van getuigenbescherming.
4. Voor het geautomatiseerd vergelijken van politiegegevens, bedoeld in [artikel 12, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=12), kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel a of c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10).
5. De ambtenaren van politie, bedoeld in de vorige leden van dit artikel, worden slechts geautoriseerd voor de verwerking van politiegegevens, voor zover dat dringend noodzakelijk is voor een goede uitvoering van hun taak.
6. Voor het verwerken van identificerende gegevens van een informant kunnen uitsluitend worden geautoriseerd het hoofd van het team, bedoeld in [artikel 2.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:10&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of diens plaatsvervanger.
6. Voor het verwerken van identificerende gegevens van een informant kunnen uitsluitend worden geautoriseerd het hoofd van het team, bedoeld in [artikel 2.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:10&z=2026-02-28&g=2026-02-28), of diens plaatsvervanger.
##### Artikel 2:4. Themaverwerking ernstige misdrijven ([artikel 6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=6))
1. Voor het verwerken van gegevens met het oog op het verkrijgen van inzicht in de betrokkenheid van personen bij handelingen die kunnen wijzen op het beramen of plegen van de misdrijven bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10) kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een daartoe ingericht team dat specifiek is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10).
2. Indien bij de toepassing van het eerste lid de te verwerken gegevens betrekking hebben op de categorie misdrijven van ambtelijke omkoping, bedoeld in [artikel 3:2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=3&artikel=3:2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kunnen uitsluitend worden geautoriseerd de bij een daartoe ingericht team werkzame ambtenaren van de rijksrecherche, bedoeld in [artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2), dat specifiek is belast met de verwerking van die gegevens.
2. Indien bij de toepassing van het eerste lid de te verwerken gegevens betrekking hebben op de categorie misdrijven van ambtelijke omkoping, bedoeld in [artikel 3:2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=3&artikel=3:2&z=2026-02-28&g=2026-02-28), kunnen uitsluitend worden geautoriseerd de bij een daartoe ingericht team werkzame ambtenaren van de rijksrecherche, bedoeld in [artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2), dat specifiek is belast met de verwerking van die gegevens.
3. In bijzondere gevallen kan de verwerkingsverantwoordelijke andere ambtenaren van politie autoriseren voor de verwerking, bedoeld in het eerste en tweede lid.
@@ -64,7 +64,7 @@
##### Artikel 2:6. Instemming officier van justitie
De categorieën van ambtenaren die in aanmerking kunnen komen voor de autorisaties, bedoeld in de [artikelen 2:3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [2:4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:4&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [2:5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), worden aangewezen in overeenstemming met de officier van justitie.
De categorieën van ambtenaren die in aanmerking kunnen komen voor de autorisaties, bedoeld in de [artikelen 2:3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [2:4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:4&z=2026-02-28&g=2026-02-28) en [2:5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:5&z=2026-02-28&g=2026-02-28), worden aangewezen in overeenstemming met de officier van justitie.
##### Artikel 2:7. Gegevensverwerking door de Financiële inlichtingen eenheid
@@ -86,7 +86,7 @@
##### Artikel 2:9. Opleidingen ([artikel 6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=6))
De verwerkingsverantwoordelijke draagt er zorg voor dat de ambtenaren van politie, bedoeld in de [artikelen 2:1 tot en met 2:5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), beschikken over voldoende kennis en vaardigheden op het gebied van:
De verwerkingsverantwoordelijke draagt er zorg voor dat de ambtenaren van politie, bedoeld in de [artikelen 2:1 tot en met 2:5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28), beschikken over voldoende kennis en vaardigheden op het gebied van:
- a. het informatieproces binnen de politie, meer in het bijzonder de verschillende vormen van verwerking van politiegegevens,
@@ -106,23 +106,23 @@
Indien bij de gegevensvergelijking, bedoeld in [artikel 11 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=11), gegevens overeenkomen, worden de verbanden op de volgende wijze zichtbaar gemaakt:
- a. bij gegevens, voorzien van een codering als bedoeld in [artikel 2:12, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en bij gegevens als bedoeld in [artikel 8 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8), zijn de gerelateerde gegevens zichtbaar;
- a. bij gegevens, voorzien van een codering als bedoeld in [artikel 2:12, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:12&z=2026-02-28&g=2026-02-28), en bij gegevens als bedoeld in [artikel 8 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8), zijn de gerelateerde gegevens zichtbaar;
- b. bij gegevens, als bedoeld in de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9) en [10, eerste lid, onderdelen a en c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10), zijn de overeenkomende gegevens zichtbaar en zijn de andere gerelateerde gegevens na instemming van de daartoe bevoegde functionaris zichtbaar;
- c. bij gegevens, voorzien van een code als bedoeld in het [artikel 2:12, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), zijn de overeenkomende gegevens gedeeltelijk zichtbaar en de andere gerelateerde gegevens na instemming van de daartoe bevoegde functionaris zichtbaar;
- d. bij gegevens, voorzien van een code als bedoeld in het [artikel 2:12, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en bij gegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel b van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10), zijn de overeenkomende gegevens niet zichtbaar.
- c. bij gegevens, voorzien van een code als bedoeld in het [artikel 2:12, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:12&z=2026-02-28&g=2026-02-28), zijn de overeenkomende gegevens gedeeltelijk zichtbaar en de andere gerelateerde gegevens na instemming van de daartoe bevoegde functionaris zichtbaar;
- d. bij gegevens, voorzien van een code als bedoeld in het [artikel 2:12, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:12&z=2026-02-28&g=2026-02-28), en bij gegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel b van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10), zijn de overeenkomende gegevens niet zichtbaar.
##### Artikel 2:12. Codering ([artikel 11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=11))
De functionaris, bedoeld in [artikel 2:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:10&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan, indien noodzakelijk voor de goede uitvoering van de gegevensvergelijking, bedoeld in [artikel 11 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=11), politiegegevens voorzien van één van de navolgende codes:
De functionaris, bedoeld in [artikel 2:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:10&z=2026-02-28&g=2026-02-28), kan, indien noodzakelijk voor de goede uitvoering van de gegevensvergelijking, bedoeld in [artikel 11 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=11), politiegegevens voorzien van één van de navolgende codes:
- a. instemming met verdere verwerking van politiegegevens;
- b. vertrouwelijke verwerking als bedoeld in [artikel 2:13, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- c. vertrouwelijke verwerking als bedoeld in [artikel 2:13, eerste lid, onderdelen c, d, e en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
- b. vertrouwelijke verwerking als bedoeld in [artikel 2:13, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-02-28&g=2026-02-28);
- c. vertrouwelijke verwerking als bedoeld in [artikel 2:13, eerste lid, onderdelen c, d, e en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-02-28&g=2026-02-28).
##### Artikel 2:13. Weigeringsgronden ([artikel 15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=15))
@@ -146,7 +146,7 @@
- b. uit de gegevens zelf een redelijk vermoeden voortvloeit dat een bepaalde persoon een misdrijf heeft begaan;
- c. de terbeschikkingstelling van de gegevens plaatsvindt op grond van [artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=16), en deze gegevens redelijkerwijs van belang kunnen zijn ter voorkoming of opsporing van misdrijven als bedoeld in [artikel 3:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=3&artikel=3:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
- c. de terbeschikkingstelling van de gegevens plaatsvindt op grond van [artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=16), en deze gegevens redelijkerwijs van belang kunnen zijn ter voorkoming of opsporing van misdrijven als bedoeld in [artikel 3:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=3&artikel=3:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28).
3. Op een daartoe strekkend verzoek door de Financiële inlichtingen eenheid ter beschikking gestelde persoonsgegevens worden slechts verwerkt voor een ander doel dan bedoeld in de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10) of [13 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) nadat daartoe toestemming is verleend door het hoofd van de Financiële inlichtingen eenheid.
@@ -348,7 +348,7 @@
- g. het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in [artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=8), ten behoeve van de uitoefening van de in [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798) aan het bureau opgedragen taak;
- h. de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van de taken, bedoeld in [artikel 4:1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- h. de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van de taken, bedoeld in [artikel 4:1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28);
- i. de burgemeester en de commissaris van de Koning, ten behoeve van hun adviserende taak, bedoeld in het [Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007391) en Onze Minister van Defensie met het oog op de toekenning van bij koninklijk besluit te verlenen onderscheidingen;
@@ -524,29 +524,29 @@
1. In de gevallen waarin de verwerkingsverantwoordelijke beslist tot verstrekking van politiegegevens op grond van [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=19) of [artikel 20, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=20), worden geen politiegegevens verstrekt die worden verwerkt overeenkomstig [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9) of [artikel 10 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10).
2. In afwijking van het eerste lid kan de verwerkingsverantwoordelijke beslissen tot verstrekking van politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9) of [10, eerste lid, onderdelen a en c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10), indien dit strikt noodzakelijk is voor het doel van de verstrekking, na overleg met een functionaris die is aangewezen op grond van [artikel 2:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:10&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. In afwijking van het eerste lid kan de verwerkingsverantwoordelijke beslissen tot verstrekking van politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9) of [10, eerste lid, onderdelen a en c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10), indien dit strikt noodzakelijk is voor het doel van de verstrekking, na overleg met een functionaris die is aangewezen op grond van [artikel 2:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:10&z=2026-02-28&g=2026-02-28).
##### Artikel 4:6. Rechtstreekse verstrekking politiegegevens ([artikel 23, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=23))
1. Aan de volgende daartoe bepaald aangewezen personen kunnen op grond van [artikel 23, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=23), rechtstreeks politiegegevens, die worden verwerkt op grond van de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9) of [10, eerste lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10), en [13 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) worden verstrekt, voor zover zij deze behoeven voor de volgende doeleinden:
- a. de ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van het doel, bedoeld in [artikel 4:1, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- b. de ambtenaren van Onze Minister van Buitenlandse Zaken, ten behoeve van het doel, bedoeld in [artikel 4:1, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- a. de ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van het doel, bedoeld in [artikel 4:1, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28);
- b. de ambtenaren van Onze Minister van Buitenlandse Zaken, ten behoeve van het doel, bedoeld in [artikel 4:1, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28);
- c. de personen, werkzaam bij de Financiële inlichtingen eenheid, ten behoeve van de taak van het meldpunt, bedoeld in [artikel 13 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=13) en [artikel 3.2 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030824&artikel=3.2);
- d. de ambtenaren die werkzaam zijn bij de nationale politiële contactpunten, bedoeld in [artikel 5:3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5a&artikel=5:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- d. de ambtenaren die werkzaam zijn bij de nationale politiële contactpunten, bedoeld in [artikel 5:3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5a&artikel=5:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28);
- e. de ambtenaren, werkzaam bij de Passagiersinformatie-eenheid, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042301&artikel=5), ten behoeve van de in dat artikel bedoelde taken;
- f. de ambtenaren van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het doel, bedoeld in [artikel 4:3, eerste lid, onderdeel a, onder 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), voor functies aangewezen op grond van [artikel 35a, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194&artikel=35a);
- g. de functionarissen van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het doel, bedoeld in [artikel 4:3, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- h. de door Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren van de Douane, voor zover zij werkzaam zijn in de landelijke meldkamer van de Douane, ten behoeve van het doel, bedoeld in [artikel 4:2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:2&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. De op grond van [artikel 4:3, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), te verstrekken politiegegevens aan de korpschef of Onze Minister van Defensie kunnen op grond van [artikel 23, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=23) rechtstreeks worden verstrekt.
- f. de ambtenaren van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het doel, bedoeld in [artikel 4:3, eerste lid, onderdeel a, onder 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28), voor functies aangewezen op grond van [artikel 35a, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194&artikel=35a);
- g. de functionarissen van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het doel, bedoeld in [artikel 4:3, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28);
- h. de door Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren van de Douane, voor zover zij werkzaam zijn in de landelijke meldkamer van de Douane, ten behoeve van het doel, bedoeld in [artikel 4:2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:2&z=2026-02-28&g=2026-02-28).
2. De op grond van [artikel 4:3, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28), te verstrekken politiegegevens aan de korpschef of Onze Minister van Defensie kunnen op grond van [artikel 23, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=23) rechtstreeks worden verstrekt.
##### Artikel 4:7. Verstrekking politiegegevens ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek ([artikel 22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=22))
@@ -610,7 +610,7 @@
2. De doorzending kan worden geweigerd of aan beperkende voorwaarden worden onderworpen indien dit:
- a. een geval betreft als bedoeld in [artikel 2:13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- a. een geval betreft als bedoeld in [artikel 2:13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-02-28&g=2026-02-28);
- b. strijdig zou zijn met of schade zou toebrengen aan essentiële nationale veiligheidsbelangen;
@@ -638,12 +638,14 @@
7. In afwijking van het vierde lid kunnen in specifieke omstandigheden door de doorzendende autoriteit specifieke beperkingen worden gesteld aan de verdere verwerking van de doorgezonden politiegegevens, voor zover deze beperkingen ook van toepassing zijn op de beschikbaarstelling van de gegevens aan andere politieambtenaren in Nederland.
8. [Artikel 5:1, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [artikel 5:2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
8. [Artikel 5:1, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28), en [artikel 5:2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:2&z=2026-02-28&g=2026-02-28) zijn van overeenkomstige toepassing.
9. In de grensgebieden kan de doorzending in verband met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of de handhaving van de openbare orde zonder tussenkomst van een landelijke eenheid, bedoeld in [artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=25), plaatsvinden voor zover dit voortvloeit uit een verdrag waarbij ook België of Duitsland als verdragsluitende partij betrokken zijn of uit een besluit, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Op doorzending in de grensgebieden waarvoor geen tussenkomst van een landelijke eenheid, bedoeld in de vorige volzin, vereist is, is het tweede lid niet van toepassing.
10. Op een daartoe strekkend verzoek van de personen of instanties, bedoeld in het eerste lid, vindt doorzending van door de Financiële inlichtingen eenheid ter beschikking gestelde persoonsgegevens voor het gebruik van die gegevens voor een ander doel dan bedoeld in de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10) of [13 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) slechts plaats nadat daartoe toestemming is verleend door het hoofd van de Financiële inlichtingen eenheid.
11. De doorzending van politiegegevens met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven als bedoeld in de [artikelen 83](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=83) en [83b van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=83b), blijft voor zover het de personen betreft, bedoeld in bijlage II, deel B, punt 1, onder a en b, bij [Verordening (EU) 2016/794](32016R0794) van 11 mei 2016, beperkt tot de categorieën persoonsgegevens die zijn vermeld in bijlage II, deel B, punt 2, bij die verordening. De vorige zin is niet van toepassing voor zover het doorzenden van de gegevens voortvloeit uit een rechtsinstrument betreffende de wederzijdse erkenning van beslissingen in strafzaken op grond van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of om het doorzenden van de gegevens is verzocht op grond van een toepasselijk verdrag.
##### Artikel 5:4. Ontvangst politiegegevens binnen de EU ten behoeve van strafrechtelijke handhaving rechtsorde
Indien politiegegevens worden ontvangen van een andere lidstaat van de Europese Unie ten aanzien van de verwerking waarvan door de bevoegde autoriteit van de doorzendende lidstaat op grond van het nationale recht specifieke voorwaarden zijn gesteld en de ontvangende autoriteit daarvan in kennis is gesteld, ziet de ontvangende bevoegde autoriteit in Nederland toe op de naleving van die voorwaarden.
@@ -798,298 +800,310 @@
##### Artikel 4:3a. (verstrekking aan BES)
1. Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9), [10, eerste lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10) en [13 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) kunnen worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie met het oog op het verder verstrekken aan het openbaar ministerie in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba ten behoeve van de adviserende taak van laatstbedoeld openbaar ministerie in het kader van de uitvoering van de wetten, genoemd in [artikel 6a:6, tweede lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6a&artikel=6a:6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en, door tussenkomst van dat openbaar ministerie in het kader van vorenbedoelde taak, verder worden verstrekt aan:
- a. de Nederlandsche Bank ten behoeve van de uitoefening van de taken, genoemd in [artikel 6a:6, tweede lid, onderdeel a.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6a&artikel=6a:6&z=2026-01-01&g=2026-01-01)
- b. de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van de uitoefening van de taken, genoemd in [artikel 6a:6, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6a&artikel=6a:6&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. [Artikel 4:3, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van toepassing.
1. Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9), [10, eerste lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10) en [13 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) kunnen worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie met het oog op het verder verstrekken aan het openbaar ministerie in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba ten behoeve van de adviserende taak van laatstbedoeld openbaar ministerie in het kader van de uitvoering van de wetten, genoemd in [artikel 6a:6, tweede lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6a&artikel=6a:6&z=2026-02-28&g=2026-02-28), en, door tussenkomst van dat openbaar ministerie in het kader van vorenbedoelde taak, verder worden verstrekt aan:
- a. de Nederlandsche Bank ten behoeve van de uitoefening van de taken, genoemd in [artikel 6a:6, tweede lid, onderdeel a.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6a&artikel=6a:6&z=2026-02-28&g=2026-02-28)
- b. de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van de uitoefening van de taken, genoemd in [artikel 6a:6, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6a&artikel=6a:6&z=2026-02-28&g=2026-02-28).
2. [Artikel 4:3, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28), is van toepassing.
#### Paragraaf 5. Doorgifte aan en ontvangst uit derde landen
#### Paragraaf 6. Diversen
#### Paragraaf 6. Diversen
##### Artikel 6a:1. (toepasselijkheid op Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
Dit besluit is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met inachtneming van het in deze paragraaf bepaalde met dien verstande dat voor de toepassing of lezing van een aantal bepalingen in dit besluit [artikel 36b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36b) onderscheidenlijk [artikel 36c, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36c) in acht moet worden genomen.
##### Artikel 6a:2. (omzetting bepalingen naar toepasselijkheid Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
1. Voor de toepassing van:
- a. [artikel 2:4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:4&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een daartoe ingericht team dat specifiek is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10)» gelezen: de daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie;
- b. [artikel 2:5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:5&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «de ambtenaren van politie die zijn belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10)» gelezen: de daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie;
- c. [artikel 2:5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:5&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «de ambtenaren van politie die zijn belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10)» gelezen: de daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie;
- d. [artikel 2:7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:7&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «[artikel 14, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=14)» gelezen: [artikel 3:3, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030824&artikel=3.3);
- e. [artikel 2:8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:8&z=2026-02-28&g=2026-02-28) wordt in plaats van «kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat met de uitvoering van deze taak is belast» gelezen: kunnen daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie worden belast;
- f. [artikel 2:10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:10&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «het hoofd van het betreffende team dat is belast met de verwerking van politiegegevens, bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10), dan wel het hoofd van een team met een vergelijkbare taak of hun plaatsvervanger» gelezen: de ambtenaren van politie die daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke zijn aangewezen;
- g. [artikel 2:13, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «de korpschef» gelezen: de korpsbeheerder;
- h. [artikel 2:13, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «rijksrecherche» gelezen «recherche» en in plaats van «het College van procureurs-generaal» gelezen: de procureur-generaal;
- i. [artikel 2:13, eerste lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «het College van procureurs-generaal» gelezen: de procureur-generaal;
- j. vervallen;
- k. [artikel 2:13, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «[artikel 16, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=16)» gelezen «[artikel 36d, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36d)» en in plaats van «[artikel 3:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=3&artikel=3:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28)» gelezen: [artikel 6a:3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6a&artikel=6a:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28);
- l. [artikel 4:1, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «[artikel 1, onderdeel h, van de Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267&artikel=1)» gelezen «[artikel 1, eerste lid, onderdeel i van de Luchtvaartwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028549&artikel=1)» en wordt in plaats van «[Opiumwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941)» gelezen: [Opiumwet 1960 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028519);
- m. [artikel 4:2, eerste lid, onderdeel aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:2&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «bedoeld in [artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023746&artikel=1:3)» gelezen: bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel h, van de Douane- en Accijnswet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029236&artikel=1.1);
- n. [artikel 4:7, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:7&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «de burgemeester» telkens gelezen: de gezaghebber;
- o. [artikel 5:1, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «[artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=1)» gelezen: [artikel 1, eerste lid, onderdeel n, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028079&artikel=1);
- p. [artikel 5:1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «een landelijke eenheid als bedoeld in [artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=25)» gelezen «de officier van justitie» en vervalt de tweede zin;
- q. [artikel 5:1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «burgemeester» gelezen: gezaghebber;
- r. [artikel 6:4, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6&artikel=6:4&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt telkens na «[paragraaf 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&paragraaf=3)» ingevoegd: en [artikel 36d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36d);
- s. [artikel 6:4, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6&artikel=6:4&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «[artikel 16, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=16),» gelezen: [artikel 36d, eerste lid, onderdeel a,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36d);
- t. [artikel 6:6, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6&artikel=6:6&z=2026-02-28&g=2026-02-28), wordt in plaats van «op grond van de [Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030824)» gelezen: op grond van de [Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282).
2. De [artikelen 2:3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [2:4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:4&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [4:2, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:2&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [4:3, derde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [4:3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3a&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [4:4, tweede gedachtestreepje](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:4&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [4:6, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:6&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [4:7, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:7&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [5:1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [5:2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:2&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [5:3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5a&artikel=5:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [5:4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5a&artikel=5:4&z=2026-02-28&g=2026-02-28), [5:5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5a&artikel=5:5&z=2026-02-28&g=2026-02-28) en [6:1, eerste lid, onder b, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6&artikel=6:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28) zijn niet van toepassing
##### Artikel 6a:3. Ernstige inbreuk rechtsorde misdrijven ([artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10))
In afwijking van [artikel 3:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=3&artikel=3:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28) zijn de misdrijven, bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10) juncto [artikel 36c, eerste lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36c) die gezien hun aard of samenhang met andere door de betrokkene begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren:
- a. de misdrijven bedoeld in de artikelen [324, onderdelen 4° en 5°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=324), en [artikel 431 van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=431), voor zover de feiten een schade van ten minste USD 14 000 veroorzaakt hebben en betrokkene tevens een misdrijf als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10), juncto [artikel 36c, eerste lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36c) heeft begaan;
- b. de misdrijven, bedoeld in de [artikelen 246](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=246), [253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=253), [256](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=256), [256a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=256a), [257](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=257), [258](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=258) en [286f van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=286f);
- c. de misdrijven, bedoeld in de [artikelen 183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=183), [184](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=184), [377](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=377) en [379 van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=379) en de [artikelen 185](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=185) en [186 van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=186) in verband met de [artikelen 187](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=187) en [188 van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=188);
- d. de misdrijven, bedoeld in de [artikelen 230](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=230), [231](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=230), [232](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=232), [236](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=236) en [237 van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=237), voor zover de feiten een schade van ten minste USD 28 000 veroorzaakt hebben;
- e. de misdrijven, bedoeld in de [artikelen 196a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=196a) en [203a van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=203a);
- f. de misdrijven, bedoeld in de [artikelen 3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028519&artikel=3a) en [4, eerste lid, onderdelen b, c en d, telkens onder A van de Opiumwet 1960 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028519&artikel=4);
- g. de misdrijven, bedoeld in de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028251&artikel=3) en [5 van de Vuurwapenwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028251&artikel=5), voor zover de feiten betrekking hebben op het voorhanden hebben van vuurwapens en explosieven.
##### Artikel 6a:4. Ernstig gevaar rechtsorde misdrijven ([artikel 10, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10))
In afwijking van [artikel 3:2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=3&artikel=3:2&z=2026-02-28&g=2026-02-28) zijn de categorieën van misdrijven, bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10), die door hun omvang of ernst of hun samenhang met andere misdrijven een ernstig gevaar voor de rechtsorde opleveren:
- a. terroristische misdrijven als bedoeld in [artikel 84a van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=84a);
- b. mensenhandel als bedoeld in [artikel 286f van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=286f);
- c. mensensmokkel als bedoeld in [artikel 203a van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=203a);
- d. de omkoping van een ambtenaar als bedoeld in de [artikelen 183, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=183), [183a eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=183a), [378, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=378), en [379, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=379), van een toekomstig ambtenaar als bedoeld in de [artikelen 183, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=183), [183a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=183a), [378, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=378), en [379, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=379), of van een voormalig ambtenaar als bedoeld in de [artikelen 184a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=184a), en [380a, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=380a).
##### Artikel 6a:5. Verstrekking politiegegevens [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8) en [13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) ([artikel 18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=18))
1. In afwijking van [artikel 4:2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:2&z=2026-02-28&g=2026-02-28), kunnen politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8) en [13, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) en voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan:
- a. het Waarborgfonds Motorverkeer, als bedoeld in [artikel 15, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028254&artikel=15), voor zover het betreft gegevens omtrent de personalia en de verblijfplaats van benadeelden en zij deze gegevens behoeven voor de hulp aan benadeelden ten behoeve van het geldend maken van een recht op schadevergoeding, als bedoeld in [artikel 17 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028254&artikel=17);
- b. degene die namens een reclasseringsinstelling reclasseringswerkzaamheden verricht ten behoeve van die werkzaamheden;
- c. de voogdijraad ten behoeve van de uitvoering van één van de bij wet aan de voogdijraad opgedragen taken;
- d. Onze Minister van Asiel en Migratie ten behoeve van het verwerken van gegevens omtrent de identiteit van vreemdelingen en de verdere verstrekking van die gegevens aan instanties die zijn betrokken bij de uitvoering van de [Wet toelating en uitzetting BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), ten behoeve van de vaststelling van de identiteit vreemdelingen, en aan andere instanties met een publieke taak belast, ten behoeve van registratie, identificatie en verificatie van vreemdelingen, hun documenten of hun verblijfsrechtelijke positie;
- e. de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in [artikel 2, van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017613&artikel=2), ten behoeve van de uitvoering van de in die wet opgedragen taken;
- f. benadeelden van strafbare feiten, waaronder begrepen de personen die in verband met die feiten in hun rechten zijn getreden of ingevolge enige wettelijke bepaling terzake van die rechten een recht van verhaal hebben gekregen, voor zover zij deze gegevens behoeven om in rechte voor hun belangen op te kunnen komen;
- g. de door Onze Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen organisatie, ten behoeve van de verzending van beschikkingen en transacties en de tenuitvoerlegging van ontnemings- en schadevergoedingsmaatregelen;
- h. de Dienst Terugkeer en Vertrek, voor zover het betreft gegevens over vreemdelingen die zijn verkregen in het kader van de uitoefening van het toezicht, bedoeld in [artikel 22a van de Wet toelating en uitzetting BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22a), of de opsporing van strafbare feiten, ten behoeve van de begeleiding van de terugkeer of het vertrek uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van vreemdelingen die geen toelating tot verblijf hebben;
2. [Artikel 4:2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:2&z=2026-02-28&g=2026-02-28), is van toepassing.
3. Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8) en [13, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid respectievelijk Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren, die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de [Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) respectievelijk de [hoofdstukken I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&hoofdstuk=I) en [VIII van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&hoofdstuk=VIII) ten behoeve van de inschatting van de veiligheidsrisico’s met betrekking tot de uitoefening van vorenbedoeld toezicht.
4. Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8) en [13, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13), kunnen worden verstrekt aan de basisadministratie persoonsgegevens van een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, bedoeld in [artikel 2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028208&artikel=2), met het oog op de signalering van veranderingen in de gegevens die in de basisadministraties zijn opgenomen.
##### Artikel 6a:6. Verstrekking politiegegevens [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) ([artikel 18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=18))
1. In afwijking van [artikel 4:3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28), kunnen politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9), [10, eerste lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10) juncto [artikel 36c, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36c), en [13 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) en voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan:
- a. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van:
- –. de uitvoering van [artikel 5, eerste lid, van de Gratiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=5);
- –. de beoordeling van de benoeming, de herbenoeming of het ontslag van de leden van de commissies van toezicht bij de gestichten, bedoeld in [artikel 41 van de Wet beginselen gevangeniswezen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028596&artikel=41);
- –. het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de [Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028258);
- –. de taakuitvoering van de Financiële inlichtingen eenheid;
- b. de directeuren van de gestichten, bedoeld in [artikel 2 van de Wet beginselen gevangeniswezen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028596&artikel=2) en de functionarissen van de Dienst Justitiële inrichtingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van:
- 1. het nemen van beslissingen over hetzij de aanstelling of het ontslag van personeel, hetzij de toelating tot het gesticht van personen die niet worden ingesloten in het gesticht, voor zover dat noodzakelijk is voor de orde of veiligheid in het gesticht respectievelijk de voorziening;
- 2. het nemen van beslissingen over het verlaten van het gesticht bij wijze van verlof;
- 3. het treffen van maatregelen met betrekking tot de voorkoming van strafbare feiten door of met betrekking tot gedetineerden, de handhaving van de orde en veiligheid in het justitiële gesticht, of de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming;
- c. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van de erkenning, bedoeld in [artikel 22va van de Luchtvaartwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028549&artikel=22va), en de commandant van de Koninklijke marechaussee, voor zover de uitoefening van die bevoegdheid aan hem is gemandateerd;
- d. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid ten aanzien van ambtenaren van politie van het politiekorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- e. de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van het nemen van beslissingen omtrent de toelating, het verblijf of de ongewenstverklaring, als bedoeld in de [Wet toelating en uitzetting BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), de [Rijkswet op het Nederlanderschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738) of een verdrag dan wel een voor Nederland bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, als bedoeld in [artikel 25 van de Wet toelating en uitzetting BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=25);
- f. de Rijksvertegenwoordiger en de gezaghebber van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, ten behoeve van hun adviserende taak, bedoeld in het [Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007391);
- g. gedragsdeskundigen, voor zover het betreft auditieve of audiovisuele registraties van het verhoor van een persoon naar aanleiding van een ernstig strafbaar feit, voor het beoordelen van het verhoor en het opstellen van een deskundigenrapportage ten behoeve van het strafrechtelijk onderzoek, het gerechtelijk vooronderzoek of het onderzoek ter terechtzitting;
- h. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid ten aanzien van personen die anders dan als ambtenaar van politie werkzaamheden verrichten voor het politiekorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba alsmede buitengewone agenten van politie;
- i. de Rijksdienst Caribisch Nederland door tussenkomst van het openbaar ministerie indien deze verstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van de aan die dienst opgelegde taak of taken, bedoeld in:
- –. [artikel 7, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit onderstand BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028595&artikel=7);
- –. [artikel 7a, derde lid, onderdeel f, van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028459&artikel=7a);
- –. [artikel 8, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028387&artikel=8), en [artikel 10a, eerste lid, van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028387&artikel=10a);
- –. [artikel 5, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037347&artikel=5), en [artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037347&artikel=13);
- –. [artikel 7, eerste en tweede lid, van de Wet ongevallenverzekering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028497&artikel=7);
- –. [artikel 2.10a, tweede lid, van de Wet studiefinanciering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393&artikel=2.10a);
- –. [artikel 7, onderdeel i, van de Wet ziekteverzekering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=7).
2. In afwijking van [artikel 4:3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28), kunnen politiegegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie ten behoeve van de adviserende taak in het kader van de uitvoering van de hierna te noemen wetten en door tussenkomst van dat openbaar ministerie in het kader van vorenbedoelde taak, verder worden verstrekt aan:
- a. de Nederlandsche Bank, ten behoeve van:
- –. het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in [artikel 3:1 van het Besluit financiële markten BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031636&artikel=3:1), ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon, als bedoeld in [artikel 3:4, eerste lid, van de Wet financiële markten BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030883&artikel=3:4);
- –. het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van het Besluit Pensioenwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028316&artikel=4), ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon, als bedoeld in [artikel 5a, vijfde lid, Pensioenwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028712&artikel=5a);
- b. de Autoriteit Financiële Markten, ten behoeve van het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in [artikel 3:1 van het Besluit financiële markten BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031636&artikel=3:1), ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon, als bedoeld in [artikel 3:4, eerste lid, van de Wet financiële markten BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030883&artikel=3:4).
3. Aan de verdere verstrekking van de op grond van het tweede lid verstrekte politiegegevens kunnen door het openbaar ministerie nadere voorwaarden worden gesteld. Die voorwaarden kunnen onder meer betreffen het ter beschikking stellen of doorgeven van die gegevens of inlichtingen daarover aan derden.
4. De op grond van het tweede lid verstrekte gegevens worden door de in dat lid genoemde personen en instanties niet langer dan gedurende een termijn van twaalf maanden na datum van verkrijgen bewaard. Gegevens die door de leden van het openbaar ministerie verder zijn verstrekt, kunnen langer worden bewaard met bijzondere toestemming van het openbaar ministerie. Daarbij kunnen nadere voorwaarden worden gesteld.
5. Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9), [10, eerste lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10), en [13, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13), kunnen worden verstrekt aan Onze Minister van Justitie en Veiligheid en de gezaghebber, ten behoeve van het nemen van een beslissing op grond van de [Wapenwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028756) en de [Vuurwapenwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028251). Deze gegevens kunnen tevens worden verstrekt aan een bestuursorgaan dat beslist naar aanleiding van een ingesteld administratief beroep.
##### Artikel 6a:7. (verstrekking aan Europese deel van Nederland)
1. Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9), [10, eerste lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10) juncto [artikel 36c, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36c), en [13 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) kunnen worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie met het oog op het verder verstrekken aan het openbaar ministerie in het Europese deel van Nederland ten behoeve van de adviserende taak van laatstbedoeld openbaar ministerie in het kader van de uitvoering van de wetten, genoemd in [artikel 4:3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28), en, door tussenkomst van dat openbaar ministerie in het kader van vorenbedoelde taak, verder worden verstrekt aan:
- a. de Nederlandsche Bank, ten behoeve van de uitoefening van de taken, genoemd in [artikel 4:3, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28);
- b. Onze Minister van Financiën ten behoeve van de uitoefening van de taken, genoemd in [artikel 4:3, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28);
- c. de Autoriteit Financiële Markten, ten behoeve van de taken, genoemd in [artikel 4:3, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-02-28&g=2026-02-28).
2. [Artikel 6a:6, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6a&artikel=6a:6&z=2026-02-28&g=2026-02-28), is van toepassing.
#### Paragraaf 6a. Bonaire, Sint Eustatius en Saba
##### Artikel 6a:1. (toepasselijkheid op Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
Dit besluit is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met inachtneming van het in deze paragraaf bepaalde met dien verstande dat voor de toepassing of lezing van een aantal bepalingen in dit besluit [artikel 36b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36b) onderscheidenlijk [artikel 36c, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36c) in acht moet worden genomen.
##### Artikel 6a:2. (omzetting bepalingen naar toepasselijkheid Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
1. Voor de toepassing van:
- a. [artikel 2:4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een daartoe ingericht team dat specifiek is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10)» gelezen: de daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie;
- b. [artikel 2:5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «de ambtenaren van politie die zijn belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10)» gelezen: de daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie;
- c. [artikel 2:5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «de ambtenaren van politie die zijn belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10)» gelezen: de daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie;
- d. [artikel 2:7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «[artikel 14, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=14)» gelezen: [artikel 3:3, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030824&artikel=3.3);
- e. [artikel 2:8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:8&z=2026-01-01&g=2026-01-01) wordt in plaats van «kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een team dat met de uitvoering van deze taak is belast» gelezen: kunnen daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie worden belast;
- f. [artikel 2:10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:10&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «het hoofd van het betreffende team dat is belast met de verwerking van politiegegevens, bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10), dan wel het hoofd van een team met een vergelijkbare taak of hun plaatsvervanger» gelezen: de ambtenaren van politie die daartoe door de verwerkingsverantwoordelijke zijn aangewezen;
- g. [artikel 2:13, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «de korpschef» gelezen: de korpsbeheerder;
- h. [artikel 2:13, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «rijksrecherche» gelezen «recherche» en in plaats van «het College van procureurs-generaal» gelezen: de procureur-generaal;
- i. [artikel 2:13, eerste lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «het College van procureurs-generaal» gelezen: de procureur-generaal;
- j. vervallen;
- k. [artikel 2:13, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «[artikel 16, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=16)» gelezen «[artikel 36d, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36d)» en in plaats van «[artikel 3:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=3&artikel=3:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01)» gelezen: [artikel 6a:3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6a&artikel=6a:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- l. [artikel 4:1, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «[artikel 1, onderdeel h, van de Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267&artikel=1)» gelezen «[artikel 1, eerste lid, onderdeel i van de Luchtvaartwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028549&artikel=1)» en wordt in plaats van «[Opiumwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941)» gelezen: [Opiumwet 1960 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028519);
- m. [artikel 4:2, eerste lid, onderdeel aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «bedoeld in [artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023746&artikel=1:3)» gelezen: bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel h, van de Douane- en Accijnswet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029236&artikel=1.1);
- n. [artikel 4:7, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «de burgemeester» telkens gelezen: de gezaghebber;
- o. [artikel 5:1, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «[artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=1)» gelezen: [artikel 1, eerste lid, onderdeel n, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028079&artikel=1);
- p. [artikel 5:1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «een landelijke eenheid als bedoeld in [artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=25)» gelezen «de officier van justitie» en vervalt de tweede zin;
- q. [artikel 5:1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «burgemeester» gelezen: gezaghebber;
- r. [artikel 6:4, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6&artikel=6:4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt telkens na «[paragraaf 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&paragraaf=3)» ingevoegd: en [artikel 36d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36d);
- s. [artikel 6:4, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6&artikel=6:4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «[artikel 16, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=16),» gelezen: [artikel 36d, eerste lid, onderdeel a,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36d);
- t. [artikel 6:6, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6&artikel=6:6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt in plaats van «op grond van de [Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030824)» gelezen: op grond van de [Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282).
2. De [artikelen 2:3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [2:4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [4:2, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [4:3, derde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [4:3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [4:4, tweede gedachtestreepje](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [4:6, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [4:7, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [5:1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [5:2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [5:3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5a&artikel=5:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [5:4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5a&artikel=5:4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [5:5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5a&artikel=5:5&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [6:1, eerste lid, onder b, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6&artikel=6:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn niet van toepassing
##### Artikel 6a:3. Ernstige inbreuk rechtsorde misdrijven ([artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10))
In afwijking van [artikel 3:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=3&artikel=3:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn de misdrijven, bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10) juncto [artikel 36c, eerste lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36c) die gezien hun aard of samenhang met andere door de betrokkene begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren:
- a. de misdrijven bedoeld in de artikelen [324, onderdelen 4° en 5°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=324), en [artikel 431 van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=431), voor zover de feiten een schade van ten minste USD 14 000 veroorzaakt hebben en betrokkene tevens een misdrijf als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10), juncto [artikel 36c, eerste lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36c) heeft begaan;
- b. de misdrijven, bedoeld in de [artikelen 246](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=246), [253](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=253), [256](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=256), [256a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=256a), [257](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=257), [258](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=258) en [286f van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=286f);
- c. de misdrijven, bedoeld in de [artikelen 183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=183), [184](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=184), [377](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=377) en [379 van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=379) en de [artikelen 185](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=185) en [186 van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=186) in verband met de [artikelen 187](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=187) en [188 van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=188);
- d. de misdrijven, bedoeld in de [artikelen 230](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=230), [231](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=230), [232](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=232), [236](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=236) en [237 van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=237), voor zover de feiten een schade van ten minste USD 28 000 veroorzaakt hebben;
- e. de misdrijven, bedoeld in de [artikelen 196a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=196a) en [203a van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=203a);
- f. de misdrijven, bedoeld in de [artikelen 3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028519&artikel=3a) en [4, eerste lid, onderdelen b, c en d, telkens onder A van de Opiumwet 1960 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028519&artikel=4);
- g. de misdrijven, bedoeld in de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028251&artikel=3) en [5 van de Vuurwapenwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028251&artikel=5), voor zover de feiten betrekking hebben op het voorhanden hebben van vuurwapens en explosieven.
##### Artikel 6a:4. Ernstig gevaar rechtsorde misdrijven ([artikel 10, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10))
In afwijking van [artikel 3:2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=3&artikel=3:2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn de categorieën van misdrijven, bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10), die door hun omvang of ernst of hun samenhang met andere misdrijven een ernstig gevaar voor de rechtsorde opleveren:
- a. terroristische misdrijven als bedoeld in [artikel 84a van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=84a);
- b. mensenhandel als bedoeld in [artikel 286f van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=286f);
- c. mensensmokkel als bedoeld in [artikel 203a van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=203a);
- d. de omkoping van een ambtenaar als bedoeld in de [artikelen 183, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=183), [183a eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=183a), [378, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=378), en [379, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=379), van een toekomstig ambtenaar als bedoeld in de [artikelen 183, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=183), [183a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=183a), [378, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=378), en [379, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=379), of van een voormalig ambtenaar als bedoeld in de [artikelen 184a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=184a), en [380a, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=380a).
##### Artikel 6a:5. Verstrekking politiegegevens [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8) en [13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) ([artikel 18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=18))
1. In afwijking van [artikel 4:2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kunnen politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8) en [13, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) en voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan:
- a. het Waarborgfonds Motorverkeer, als bedoeld in [artikel 15, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028254&artikel=15), voor zover het betreft gegevens omtrent de personalia en de verblijfplaats van benadeelden en zij deze gegevens behoeven voor de hulp aan benadeelden ten behoeve van het geldend maken van een recht op schadevergoeding, als bedoeld in [artikel 17 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028254&artikel=17);
- b. degene die namens een reclasseringsinstelling reclasseringswerkzaamheden verricht ten behoeve van die werkzaamheden;
- c. de voogdijraad ten behoeve van de uitvoering van één van de bij wet aan de voogdijraad opgedragen taken;
- d. Onze Minister van Asiel en Migratie ten behoeve van het verwerken van gegevens omtrent de identiteit van vreemdelingen en de verdere verstrekking van die gegevens aan instanties die zijn betrokken bij de uitvoering van de [Wet toelating en uitzetting BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), ten behoeve van de vaststelling van de identiteit vreemdelingen, en aan andere instanties met een publieke taak belast, ten behoeve van registratie, identificatie en verificatie van vreemdelingen, hun documenten of hun verblijfsrechtelijke positie;
- e. de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in [artikel 2, van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017613&artikel=2), ten behoeve van de uitvoering van de in die wet opgedragen taken;
- f. benadeelden van strafbare feiten, waaronder begrepen de personen die in verband met die feiten in hun rechten zijn getreden of ingevolge enige wettelijke bepaling terzake van die rechten een recht van verhaal hebben gekregen, voor zover zij deze gegevens behoeven om in rechte voor hun belangen op te kunnen komen;
- g. de door Onze Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen organisatie, ten behoeve van de verzending van beschikkingen en transacties en de tenuitvoerlegging van ontnemings- en schadevergoedingsmaatregelen;
- h. de Dienst Terugkeer en Vertrek, voor zover het betreft gegevens over vreemdelingen die zijn verkregen in het kader van de uitoefening van het toezicht, bedoeld in [artikel 22a van de Wet toelating en uitzetting BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22a), of de opsporing van strafbare feiten, ten behoeve van de begeleiding van de terugkeer of het vertrek uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van vreemdelingen die geen toelating tot verblijf hebben;
2. [Artikel 4:2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van toepassing.
3. Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8) en [13, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid respectievelijk Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren, die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de [Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) respectievelijk de [hoofdstukken I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&hoofdstuk=I) en [VIII van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&hoofdstuk=VIII) ten behoeve van de inschatting van de veiligheidsrisico’s met betrekking tot de uitoefening van vorenbedoeld toezicht.
4. Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8) en [13, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13), kunnen worden verstrekt aan de basisadministratie persoonsgegevens van een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, bedoeld in [artikel 2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028208&artikel=2), met het oog op de signalering van veranderingen in de gegevens die in de basisadministraties zijn opgenomen.
##### Artikel 6a:6. Verstrekking politiegegevens [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) ([artikel 18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=18))
1. In afwijking van [artikel 4:3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kunnen politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9), [10, eerste lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10) juncto [artikel 36c, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36c), en [13 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) en voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan:
- a. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van:
- –. de uitvoering van [artikel 5, eerste lid, van de Gratiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=5);
- –. de beoordeling van de benoeming, de herbenoeming of het ontslag van de leden van de commissies van toezicht bij de gestichten, bedoeld in [artikel 41 van de Wet beginselen gevangeniswezen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028596&artikel=41);
- –. het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de [Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028258);
- –. de taakuitvoering van de Financiële inlichtingen eenheid;
- b. de directeuren van de gestichten, bedoeld in [artikel 2 van de Wet beginselen gevangeniswezen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028596&artikel=2) en de functionarissen van de Dienst Justitiële inrichtingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van:
- 1. het nemen van beslissingen over hetzij de aanstelling of het ontslag van personeel, hetzij de toelating tot het gesticht van personen die niet worden ingesloten in het gesticht, voor zover dat noodzakelijk is voor de orde of veiligheid in het gesticht respectievelijk de voorziening;
- 2. het nemen van beslissingen over het verlaten van het gesticht bij wijze van verlof;
- 3. het treffen van maatregelen met betrekking tot de voorkoming van strafbare feiten door of met betrekking tot gedetineerden, de handhaving van de orde en veiligheid in het justitiële gesticht, of de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming;
- c. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van de erkenning, bedoeld in [artikel 22va van de Luchtvaartwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028549&artikel=22va), en de commandant van de Koninklijke marechaussee, voor zover de uitoefening van die bevoegdheid aan hem is gemandateerd;
- d. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid ten aanzien van ambtenaren van politie van het politiekorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- e. de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van het nemen van beslissingen omtrent de toelating, het verblijf of de ongewenstverklaring, als bedoeld in de [Wet toelating en uitzetting BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), de [Rijkswet op het Nederlanderschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738) of een verdrag dan wel een voor Nederland bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, als bedoeld in [artikel 25 van de Wet toelating en uitzetting BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=25);
- f. de Rijksvertegenwoordiger en de gezaghebber van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, ten behoeve van hun adviserende taak, bedoeld in het [Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007391);
- g. gedragsdeskundigen, voor zover het betreft auditieve of audiovisuele registraties van het verhoor van een persoon naar aanleiding van een ernstig strafbaar feit, voor het beoordelen van het verhoor en het opstellen van een deskundigenrapportage ten behoeve van het strafrechtelijk onderzoek, het gerechtelijk vooronderzoek of het onderzoek ter terechtzitting;
- h. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid ten aanzien van personen die anders dan als ambtenaar van politie werkzaamheden verrichten voor het politiekorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba alsmede buitengewone agenten van politie;
- i. de Rijksdienst Caribisch Nederland door tussenkomst van het openbaar ministerie indien deze verstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van de aan die dienst opgelegde taak of taken, bedoeld in:
- –. [artikel 7, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit onderstand BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028595&artikel=7);
- –. [artikel 7a, derde lid, onderdeel f, van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028459&artikel=7a);
- –. [artikel 8, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028387&artikel=8), en [artikel 10a, eerste lid, van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028387&artikel=10a);
- –. [artikel 5, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037347&artikel=5), en [artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037347&artikel=13);
- –. [artikel 7, eerste en tweede lid, van de Wet ongevallenverzekering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028497&artikel=7);
- –. [artikel 2.10a, tweede lid, van de Wet studiefinanciering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393&artikel=2.10a);
- –. [artikel 7, onderdeel i, van de Wet ziekteverzekering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=7).
2. In afwijking van [artikel 4:3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kunnen politiegegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie ten behoeve van de adviserende taak in het kader van de uitvoering van de hierna te noemen wetten en door tussenkomst van dat openbaar ministerie in het kader van vorenbedoelde taak, verder worden verstrekt aan:
- a. de Nederlandsche Bank, ten behoeve van:
- –. het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in [artikel 3:1 van het Besluit financiële markten BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031636&artikel=3:1), ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon, als bedoeld in [artikel 3:4, eerste lid, van de Wet financiële markten BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030883&artikel=3:4);
- –. het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van het Besluit Pensioenwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028316&artikel=4), ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon, als bedoeld in [artikel 5a, vijfde lid, Pensioenwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028712&artikel=5a);
- b. de Autoriteit Financiële Markten, ten behoeve van het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in [artikel 3:1 van het Besluit financiële markten BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031636&artikel=3:1), ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon, als bedoeld in [artikel 3:4, eerste lid, van de Wet financiële markten BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030883&artikel=3:4).
3. Aan de verdere verstrekking van de op grond van het tweede lid verstrekte politiegegevens kunnen door het openbaar ministerie nadere voorwaarden worden gesteld. Die voorwaarden kunnen onder meer betreffen het ter beschikking stellen of doorgeven van die gegevens of inlichtingen daarover aan derden.
4. De op grond van het tweede lid verstrekte gegevens worden door de in dat lid genoemde personen en instanties niet langer dan gedurende een termijn van twaalf maanden na datum van verkrijgen bewaard. Gegevens die door de leden van het openbaar ministerie verder zijn verstrekt, kunnen langer worden bewaard met bijzondere toestemming van het openbaar ministerie. Daarbij kunnen nadere voorwaarden worden gesteld.
5. Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9), [10, eerste lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10), en [13, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13), kunnen worden verstrekt aan Onze Minister van Justitie en Veiligheid en de gezaghebber, ten behoeve van het nemen van een beslissing op grond van de [Wapenwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028756) en de [Vuurwapenwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028251). Deze gegevens kunnen tevens worden verstrekt aan een bestuursorgaan dat beslist naar aanleiding van een ingesteld administratief beroep.
##### Artikel 6a:7. (verstrekking aan Europese deel van Nederland)
1. Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=8), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=9), [10, eerste lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=10) juncto [artikel 36c, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=36c), en [13 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=13) kunnen worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie met het oog op het verder verstrekken aan het openbaar ministerie in het Europese deel van Nederland ten behoeve van de adviserende taak van laatstbedoeld openbaar ministerie in het kader van de uitvoering van de wetten, genoemd in [artikel 4:3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en, door tussenkomst van dat openbaar ministerie in het kader van vorenbedoelde taak, verder worden verstrekt aan:
- a. de Nederlandsche Bank, ten behoeve van de uitoefening van de taken, genoemd in [artikel 4:3, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- b. Onze Minister van Financiën ten behoeve van de uitoefening van de taken, genoemd in [artikel 4:3, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- c. de Autoriteit Financiële Markten, ten behoeve van de taken, genoemd in [artikel 4:3, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=4&artikel=4:3&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. [Artikel 6a:6, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=6a&artikel=6a:6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van toepassing.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 5:6. Doorzending politiegegevens aan gemeenschappelijke teams binnen de EU ([artikel 15a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=15a))
1. Aan de politieambtenaar uit een andere lidstaat van de Europese Unie, die is toegevoegd aan een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld in [artikel 5.2.1 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=5.2.1) dat is gevestigd in Nederland, kunnen politiegegevens worden doorgezonden op gelijke voet als aan Nederlandse politieambtenaren, voor zover zij deze behoeven voor de doeleinden waarvoor het gemeenschappelijke onderzoeksteam is ingesteld.
2. Aan de Nederlandse politieambtenaar die is toegevoegd aan een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld in [artikel 5.2.1 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=5.2.1) dat is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, kunnen politiegegevens worden doorgezonden met het oog op de gebruikmaking daarvan voor de doeleinden waarvoor het gemeenschappelijke onderzoeksteam is ingesteld.
##### Artikel 5:7. Doorzending politiegegevens aan Europol
1. De doorzending van politiegegevens aan Europol vindt plaats door tussenkomst van een landelijke eenheid, bedoeld in [artikel 5:1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:1&z=2026-02-28&g=2026-02-28).
2. De doorzending van politiegegevens aan Europol kan worden geweigerd indien:
- a. wezenlijke nationale veiligheidsbelangen worden geschaad,
- b. het welslagen van lopende onderzoeken of de veiligheid van personen in gevaar wordt gebracht, of
- c. informatie wordt bekend gemaakt die betrekking heeft op specifieke inlichtingendiensten of -activiteiten op het gebied van de staatsveiligheid.
3. De doorzending van politiegegevens aan Europol met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven als bedoeld in [artikel 83](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=83) en [83b van het wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=83b) en andere strafbare feiten die vallen onder de bevoegdheid van Europol, zoals vermeld in bijlage I bij [Verordening (EU) 2016/794](32016R0794) van 11 mei 2016, blijft voor zover het de personen betreft, bedoeld in bijlage II, deel B, punt 1, onder a en b, bij die verordening, beperkt tot de categorieën persoonsgegevens die zijn vermeld in bijlage II, deel B, punt 2, bij die verordening.
4. [Artikel 2:13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-02-28&g=2026-02-28), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5:8. Doorzending politiegegevens aan Eurojust
1. De doorzending van politiegegevens aan Eurojust vindt plaats door tussenkomst van het nationale lid van Eurojust.
2. De doorzending van politiegegevens aan Eurojust kan worden geweigerd indien wezenlijke nationale veiligheidsbelangen worden geschaad of de veiligheid van personen in gevaar wordt gebracht.
3. Politiegegevens worden doorgezonden aan het nationale lid van Eurojust, voor zover hij deze behoeft in verband met de uit een rechtsinstrument op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voortkomende doelstelling en taken van deze organisatie. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5:9. Doorgifte politiegegevens aan derde landen
Vervallen
##### Artikel 5:10. Doorgifte politiegegevens aan personen of instanties met een particuliere taak
Vervallen
#### Paragraaf 6. Diversen
#### Paragraaf 6a. Bonaire, Sint Eustatius en Saba
#### Paragraaf 7. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 5:6. Doorzending politiegegevens aan gemeenschappelijke teams binnen de EU ([artikel 15a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=15a))
1. Aan de politieambtenaar uit een andere lidstaat van de Europese Unie, die is toegevoegd aan een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld in [artikel 5.2.1 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=5.2.1) dat is gevestigd in Nederland, kunnen politiegegevens worden doorgezonden op gelijke voet als aan Nederlandse politieambtenaren, voor zover zij deze behoeven voor de doeleinden waarvoor het gemeenschappelijke onderzoeksteam is ingesteld.
2. Aan de Nederlandse politieambtenaar die is toegevoegd aan een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld in [artikel 5.2.1 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=5.2.1) dat is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, kunnen politiegegevens worden doorgezonden met het oog op de gebruikmaking daarvan voor de doeleinden waarvoor het gemeenschappelijke onderzoeksteam is ingesteld.
##### Artikel 5:7. Doorzending politiegegevens aan Europol
1. De doorzending van politiegegevens aan Europol vindt plaats door tussenkomst van een landelijke eenheid, bedoeld in [artikel 5:1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=5&artikel=5:1&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. De doorzending van politiegegevens aan Europol kan worden geweigerd indien:
- a. wezenlijke nationale veiligheidsbelangen worden geschaad,
- b. het welslagen van lopende onderzoeken of de veiligheid van personen in gevaar wordt gebracht, of
- c. informatie wordt bekend gemaakt die betrekking heeft op specifieke inlichtingendiensten of -activiteiten op het gebied van de staatsveiligheid.
3. [Artikel 2:13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023086&paragraaf=2&artikel=2:13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5:8. Doorzending politiegegevens aan Eurojust
1. De doorzending van politiegegevens aan Eurojust vindt plaats door tussenkomst van het nationale lid van Eurojust.
2. De doorzending van politiegegevens aan Eurojust kan worden geweigerd indien wezenlijke nationale veiligheidsbelangen worden geschaad of de veiligheid van personen in gevaar wordt gebracht.
3. Politiegegevens worden doorgezonden aan het nationale lid van Eurojust, voor zover hij deze behoeft in verband met de uit een rechtsinstrument op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voortkomende doelstelling en taken van deze organisatie. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5:9. Doorgifte politiegegevens aan derde landen
Vervallen
##### Artikel 5:10. Doorgifte politiegegevens aan personen of instanties met een particuliere taak
Vervallen
#### Paragraaf 6. Diversen
#### Paragraaf 5a. Doorzending aan en ontvangst van andere lidstaten
##### Artikel 6:1a. Beveiliging van politiegegevens ([artikel 4a, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=4a))
1. De verwerkingsverantwoordelijke evalueert en actualiseert de maatregelen, bedoeld in [artikel 4a, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=4a).
2. Wanneer zulks in verhouding staat tot de verwerkingsactiviteiten omvatten de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, de uitvoering van een passend gegevensbeschermingsbeleid door de verwerkingsverantwoordelijke.
3. De verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker treft, na beoordeling van de risico’s, maatregelen om:
- a. te verhinderen dat onbevoegden toegang krijgen tot apparatuur voor de verwerking van persoonsgegevens;
- b. te verhinderen dat onbevoegden gegevensdragers lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen;
- c. te verhinderen dat onbevoegden gegevens invoeren of opgeslagen persoonsgegevens inzien, wijzigen of verwijderen;
- d. te verhinderen dat onbevoegden systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking gebruiken met behulp van datatransmissieapparatuur;
- e. ervoor te zorgen dat personen die geautoriseerd zijn om een systeem voor geautomatiseerde gegevensverwerking te gebruiken, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun autorisatie betrekking heeft;
- f. ervoor te zorgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke organen persoonsgegevens zijn of kunnen worden verstrekt of beschikbaar gesteld met behulp van datatransmissieapparatuur;
- g. ervoor te zorgen dat later kan worden nagegaan en vastgesteld welke persoonsgegevens wanneer en door wie in een systeem voor geautomatiseerde gegevensverwerking zijn ingevoerd;
- h. te verhinderen dat onbevoegden persoonsgegevens lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen tijdens de doorgifte van persoonsgegevens of het vervoer van gegevensdragers;
- i. ervoor te zorgen dat de geïnstalleerde systemen in geval van storing opnieuw kunnen worden ingezet;
- j. ervoor te zorgen dat de functies van het systeem werken, dat eventuele functionele storingen worden gesignaleerd en dat opgeslagen persoonsgegevens niet kunnen worden beschadigd door het verkeerd functioneren van het systeem.
##### Artikel 6:1b. Inhoud overeenkomst met verwerker ([artikel 6c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=6c))
De inhoud van de overeenkomst of rechtshandeling, bedoeld in [artikel 6c, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=6c) bevat het onderwerp en de duur van de verwerking, de aard en het doel van de verwerking, het soort gegevens waarop de wet van toepassing is, de categorieën van betrokkenen en de verplichtingen en de rechten van de verwerkingsverantwoordelijke, en met name wordt daarin bepaald dat de verwerker:
- a. uitsluitend volgens de instructies van de verwerkingsverantwoordelijke handelt;
- b. er zorg voor draagt dat de tot het verwerken van politiegegevens gemachtigde personen zich ertoe hebben verplicht vertrouwelijkheid in acht te nemen of door een passende wettelijke verplichting daaraan gebonden zijn;
- c. de verwerkingsverantwoordelijke met passende middelen bijstaat om naleving van de bepalingen betreffende de rechten van de betrokkene te verzekeren;
- d. na afloop van de gegevensverwerkingsdiensten, naargelang de keuze van de verwerkingsverantwoordelijke, alle gegevens wist of hem deze ter beschikking stelt, en bestaande kopieën verwijdert, tenzij opslag van die gegevens verplicht is;
- e. de verwerkingsverantwoordelijke alle informatie ter beschikking stelt die nodig is om nakoming van in dit artikel gestelde voorschriften aan te tonen;
- f. aan de in dit artikel gestelde voorschriften voldoet bij de inschakeling van een andere verwerker en bij die inschakeling overeenkomstig [artikel 6c, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=6c), handelt.
#### Paragraaf 7. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 5:7a. Ontvangst van politiegegevens van andere lidstaten via Europol
Politiegegevens betreffende terroristische misdrijven als bedoeld in de [artikelen 83](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=83) en [83b van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=83b) die via Europol van andere lidstaten worden ontvangen en twee of meer lidstaten treffen of kunnen treffen, worden uitsluitend verwerkt met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van die misdrijven en andere strafbare feiten die vallen onder de bevoegdheid van Europol, zoals vermeld in bijlage I bij [Verordening (EU) 2016/794](32016R0794) van 11 mei 2016.
#### Paragraaf 6a. Bonaire, Sint Eustatius en Saba
#### Paragraaf 7. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### Paragraaf 5a. Doorzending aan en ontvangst van andere lidstaten
##### Artikel 6:1a. Beveiliging van politiegegevens ([artikel 4a, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=4a))
1. De verwerkingsverantwoordelijke evalueert en actualiseert de maatregelen, bedoeld in [artikel 4a, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=4a).
2. Wanneer zulks in verhouding staat tot de verwerkingsactiviteiten omvatten de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, de uitvoering van een passend gegevensbeschermingsbeleid door de verwerkingsverantwoordelijke.
3. De verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker treft, na beoordeling van de risico’s, maatregelen om:
- a. te verhinderen dat onbevoegden toegang krijgen tot apparatuur voor de verwerking van persoonsgegevens;
- b. te verhinderen dat onbevoegden gegevensdragers lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen;
- c. te verhinderen dat onbevoegden gegevens invoeren of opgeslagen persoonsgegevens inzien, wijzigen of verwijderen;
- d. te verhinderen dat onbevoegden systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking gebruiken met behulp van datatransmissieapparatuur;
- e. ervoor te zorgen dat personen die geautoriseerd zijn om een systeem voor geautomatiseerde gegevensverwerking te gebruiken, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun autorisatie betrekking heeft;
- f. ervoor te zorgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke organen persoonsgegevens zijn of kunnen worden verstrekt of beschikbaar gesteld met behulp van datatransmissieapparatuur;
- g. ervoor te zorgen dat later kan worden nagegaan en vastgesteld welke persoonsgegevens wanneer en door wie in een systeem voor geautomatiseerde gegevensverwerking zijn ingevoerd;
- h. te verhinderen dat onbevoegden persoonsgegevens lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen tijdens de doorgifte van persoonsgegevens of het vervoer van gegevensdragers;
- i. ervoor te zorgen dat de geïnstalleerde systemen in geval van storing opnieuw kunnen worden ingezet;
- j. ervoor te zorgen dat de functies van het systeem werken, dat eventuele functionele storingen worden gesignaleerd en dat opgeslagen persoonsgegevens niet kunnen worden beschadigd door het verkeerd functioneren van het systeem.
##### Artikel 6:1b. Inhoud overeenkomst met verwerker ([artikel 6c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=6c))
De inhoud van de overeenkomst of rechtshandeling, bedoeld in [artikel 6c, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=6c) bevat het onderwerp en de duur van de verwerking, de aard en het doel van de verwerking, het soort gegevens waarop de wet van toepassing is, de categorieën van betrokkenen en de verplichtingen en de rechten van de verwerkingsverantwoordelijke, en met name wordt daarin bepaald dat de verwerker:
- a. uitsluitend volgens de instructies van de verwerkingsverantwoordelijke handelt;
- b. er zorg voor draagt dat de tot het verwerken van politiegegevens gemachtigde personen zich ertoe hebben verplicht vertrouwelijkheid in acht te nemen of door een passende wettelijke verplichting daaraan gebonden zijn;
- c. de verwerkingsverantwoordelijke met passende middelen bijstaat om naleving van de bepalingen betreffende de rechten van de betrokkene te verzekeren;
- d. na afloop van de gegevensverwerkingsdiensten, naargelang de keuze van de verwerkingsverantwoordelijke, alle gegevens wist of hem deze ter beschikking stelt, en bestaande kopieën verwijdert, tenzij opslag van die gegevens verplicht is;
- e. de verwerkingsverantwoordelijke alle informatie ter beschikking stelt die nodig is om nakoming van in dit artikel gestelde voorschriften aan te tonen;
- f. aan de in dit artikel gestelde voorschriften voldoet bij de inschakeling van een andere verwerker en bij die inschakeling overeenkomstig [artikel 6c, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463&artikel=6c), handelt.
#### Paragraaf 7. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
2026-01-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2025-11-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2025-09-05
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2025-06-04
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2025-04-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2025-03-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2025-01-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2024-12-19
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2024-07-10
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2024-07-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2024-01-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2023-01-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2022-07-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2022-01-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2021-10-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2021-07-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2021-04-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2021-01-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2020-10-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2020-09-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2020-07-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2020-01-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2019-07-06
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2019-06-18
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2019-03-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2
2019-01-01
Besluit politiegegevens
2018-07-28
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2, 4
2017-10-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2, 4
2017-03-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2, 4
2017-01-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2, 4
2015-07-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2 y 2 más
2015-04-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2 y 2 más
2015-01-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2 y 2 más
2014-01-06
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2 y 2 más
2013-07-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2 y 2 más
2013-06-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2 y 2 más
2013-01-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2 y 2 más
2012-07-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2 y 4 más
2012-04-01
Besluit politiegegevens
2011-09-21
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2 y 5 más
2011-07-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2 y 6 más
2010-11-19
Besluit politiegegevens
2010-10-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2 y 6 más
2010-07-04
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2 y 6 más
2009-07-17
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2 y 6 más
2008-08-01
Besluit politiegegevens — arts. 2, 2, 2 y 7 más
2008-01-01
Besluit politiegegevens — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2008-01-01
Besluit politiegegevens
original version Tekst op deze datum