Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 21 november 2008, houdende regels voor het verstrekken van subsidies door de Minister van Economische Zaken op het gebied van het technologiebeleid, het beleid met betrekking tot het midden- en kleinbedrijf en het ruimtelijk economisch beleid (Kaderbesluit EZ-subsidies)

11 versions · 2021-03-09
2021-03-09
Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies — arts. 30, 33, 53
2018-01-01
Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies — arts. 30, 33, 53

Wijzigingen op 2018-01-01

@@ -22,7 +22,7 @@
- –. **Europees steunkader:** een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, beschikking, besluit of verordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie, gelet op de artikelen 42, 106, derde lid, 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld, en die bij ministeriële regeling als toepasselijk Europees steunkader is aangewezen;
- –. **financier:** een bank of een participatiemaatschappij of een andere, door Onze Minister aangewezen instelling;
- –. **financier:** bank, participatiemaatschappij, instelling die valt onder een bij ministeriële regeling aangewezen categorie instellingen of andere, krachtens ministeriële regeling door Onze Minister aangewezen instelling;
- –. **groep:** een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:
@@ -42,47 +42,31 @@
- b. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen heeft dat bij uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan worden aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving onderworpen is aan garantievoorwaarden zoals bedoeld in [Richtlijn 68/151/EEG](31968L0151) van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden als derden te beschermen;
- –. **kleine onderneming:** kleine onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- –. **kostendrager:** een product of een in economisch opzicht homogene groep van producten, die als voorwerp van calculatie wordt gekozen;
- –. **landbouwonderneming:** onderneming waarin de primaire productie van landbouwproducten plaatsvindt;
- –. **landbouwproducten:** producten als bedoeld in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met uitzondering van visserijproducten;
- –. **middelgrote onderneming:** een middelgrote onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- –. **MKB-ondernemer:** een ondernemer die een kleine onderneming of een middelgrote onderneming in stand houdt;
- –. **ondernemer:** een natuurlijke persoon, een rechtspersoon of een vennootschap, die een onderneming in stand houdt, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld;
- –. **onderneming:** iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
- –. **onderzoeksorganisatie:** organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;
- –. **penvoerder:** de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of organisatie;
- –. **participatiemaatschappij:** een vennootschap in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen, ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die blijkens haar statuten of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan tot doel heeft of mede tot doel heeft het verstrekken van risicokapitaal aan ondernemers teneinde winst te behalen;
- –. **penvoerder:** de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of organisatie die deelneemt aan het samenwerkingsverband;
- –. **participatiemaatschappij:** kapitaalvennootschap, vennootschap met een afgescheiden vermogen, of rechtspersoon met een afgescheiden vermogen niet zijnde een vennootschap, ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die blijkens zijn statuten of blijkens de overeenkomst waarbij hij is ingesteld tot doel heeft of mede tot doel heeft het verstrekken van risicokapitaal aan ondernemers teneinde winst te behalen;
- –. **samenwerkingsverband:** een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een vennootschap;
- –. **specifieke uitkering:** een subsidie aan een provincie, gemeente of openbaar lichaam als bedoeld in de [Wet gemeenschappelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740) die tevens een specifieke uitkering is als bedoeld in de [Financiële-verhoudingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008290);
- –. **subsidie aan een financier:** een subsidie, verstrekt aan een financier, met als doel om kapitaal te doen verstrekken aan ondernemingen;
- –. **visserijproducten:** producten, genoemd in hoofdstuk 3 van bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- –. **voucher:** een op grond van dit besluit door Onze Minister afgegeven waardedocument voor een deel van de kosten die met het doel waarvoor de voucher wordt gegeven, gepaard gaan.
### Hoofdstuk 2. Verstrekken van subsidie
##### Artikel 2
1. Subsidies die worden verstrekt krachtens een ministeriële regeling op de gebieden, genoemd in [artikel 2 van de Kaderwet EZ-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007919&artikel=2), en die niet zijn uitgesloten op grond van [artikel 1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=1&artikel=1a&z=2016-07-01&g=2016-07-01), worden verstrekt volgens de regels van dit besluit.
2. Onze Minister kan op aanvraag voor de activiteiten op de gebieden, genoemd in het eerste lid, subsidie verstrekken volgens bij ministeriële regeling bepaalde regels.
3. Onze Minister stelt regels als bedoeld in het tweede lid uitsluitend over activiteiten die tevens een positieve bijdrage leveren aan de economische, ecologische of sociale dimensie van duurzaamheid.
1. Onze Minister kan op aanvraag voor de activiteiten op de gebieden, genoemd in [artikel 2 van de Kaderwet EZ-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007919&artikel=2), subsidie verstrekken volgens bij ministeriële regeling bepaalde regels.
2. Onze Minister stelt regels als bedoeld in het eerste lid uitsluitend over activiteiten die tevens een positieve bijdrage leveren aan de economische, ecologische of sociale dimensie van duurzaamheid.
##### Artikel 3
@@ -122,6 +106,8 @@
2. Bij ministeriële regeling kan een minimum en maximum subsidiebedrag worden bepaald.
3. De subsidie bedraagt niet meer dan is aangevraagd.
#### § 2. Cumulatie verschillende subsidies
##### Artikel 6
@@ -134,7 +120,7 @@
##### Artikel 7
1. Voor zover dit is toegestaan op grond van de toepasselijke Europese steunkaders kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat bepaalde subsidieregelingen of bijdragen van de Europese Commissie bij de toepassing van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=6&z=2016-07-01&g=2016-07-01) buiten beschouwing blijven.
1. Voor zover dit is toegestaan op grond van de toepasselijke Europese steunkaders kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat bepaalde subsidieregelingen of bijdragen van de Europese Commissie bij de toepassing van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=6&z=2018-01-01&g=2018-01-01) buiten beschouwing blijven.
2. Voor zover dit is toegestaan op grond van de toepasselijke Europese steunkaders kunnen bij ministeriële regeling met betrekking tot de subsidie aan een financier regels worden gesteld over de cumulatie van subsidie bij ondernemingen aan wie als gevolg van de subsidie aan een financier kapitaal wordt verstrekt.
@@ -174,11 +160,11 @@
1. Tenzij bij ministeriële regeling in verband met een toepasselijk Europees steunkader een specifieke wijze van berekening van de subsidiabele kosten is aangewezen, kiest de aanvrager voor de berekening van de subsidiabele kosten uit:
- a. de integrale kostensystematiek, opgenomen in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=12&z=2016-07-01&g=2016-07-01),
- b. de loonkosten plus vaste-opslag-systematiek, opgenomen in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=13&z=2016-07-01&g=2016-07-01), of
- c. de vaste-uurtarief-systematiek, opgenomen in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=14&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
- a. de integrale kostensystematiek, opgenomen in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=12&z=2018-01-01&g=2018-01-01),
- b. de loonkosten plus vaste-opslag-systematiek, opgenomen in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=13&z=2018-01-01&g=2018-01-01), of
- c. de vaste-uurtarief-systematiek, opgenomen in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=14&z=2018-01-01&g=2018-01-01).
2. De subsidiabele kosten worden berekend op basis van een voor de subsidieontvanger gebruikelijke en controleerbare methode, die is gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en die de subsidieontvanger stelselmatig toepast.
@@ -220,13 +206,13 @@
##### Artikel 15
Bij ministeriële regeling kan worden afgeweken van de subsidiabele kosten, bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=10&z=2016-07-01&g=2016-07-01) of de wijze van berekenen van de subsidiabele kosten, bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=11&z=2016-07-01&g=2016-07-01), en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitleg van in dit hoofdstuk gebruikte, voor de berekening van de subsidiabele kosten relevante begrippen.
Bij ministeriële regeling kan worden afgeweken van de subsidiabele kosten, bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=4&paragraaf=1&artikel=10&z=2018-01-01&g=2018-01-01) of de wijze van berekenen van de subsidiabele kosten, bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=11&z=2018-01-01&g=2018-01-01), en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitleg van in dit hoofdstuk gebruikte, voor de berekening van de subsidiabele kosten relevante begrippen.
### Hoofdstuk 5. Wijze van verdelen en subsidieplafond
##### Artikel 16
Bij ministeriële regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld voor het verstrekken van subsidies op in een bepaalde periode ontvangen aanvragen op grond van dit besluit. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor bepaalde categorieën van aanvragers, ondernemingen of activiteiten of voor bepaalde thema’s of voor bepaalde vormen van subsidie.
Bij ministeriële regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld voor het verstrekken van subsidies op in een bepaalde periode ontvangen aanvragen op grond van dit besluit, tenzij Onze Minister van Financiën heeft ingestemd met het achterwege laten daarvan. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor bepaalde categorieën van aanvragers, ondernemingen of activiteiten of voor bepaalde thema’s of voor bepaalde vormen van subsidie.
##### Artikel 17
@@ -248,9 +234,9 @@
4. Indien subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, op volgorde van rangschikking van de aanvragen, door loting, of evenredig wordt verdeeld over de ingediende aanvragen worden bij ministeriële regeling perioden vastgesteld waarbinnen aanvragen om subsidie moeten zijn ontvangen.
5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op vooraanmeldingen als bedoeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=7&artikel=21&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
6. Bij ministeriële regeling wordt een datum vastgesteld waarvoor het maximumbedrag per financier als bedoeld in [artikel 17, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2016-07-01&g=2016-07-01), wordt aangevraagd en vastgesteld.
5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op vooraanmeldingen als bedoeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=7&artikel=21&z=2018-01-01&g=2018-01-01).
6. Bij ministeriële regeling wordt een datum vastgesteld waarvoor het maximumbedrag per financier als bedoeld in [artikel 17, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2018-01-01&g=2018-01-01), wordt aangevraagd en vastgesteld.
7. Bij ministeriële regeling kunnen criteria worden bepaald voor de vaststelling van een maximumbedrag per financier en kunnen regels worden gesteld over wijziging van het maximumbedrag per financier.
@@ -304,7 +290,7 @@
3. Bij de toepassing van het eerste lid vindt vooraanmelding plaats met gebruikmaking van een middel dat door Onze Minister beschikbaar wordt gesteld en kunnen bij ministeriële regeling nadere eisen worden gesteld.
4. [Artikel 18, derde tot en met twaalfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=6&artikel=18&z=2016-07-01&g=2016-07-01), is van overeenkomstige toepassing op de adviescommissie, bedoeld in het eerste lid.
4. [Artikel 18, derde tot en met twaalfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=6&artikel=18&z=2018-01-01&g=2018-01-01), is van overeenkomstige toepassing op de adviescommissie, bedoeld in het eerste lid.
### Hoofdstuk 8. Afwijzingsgronden
@@ -322,7 +308,7 @@
- 3°. zou leiden tot een overschrijding van de maximale steunintensiteit, die van toepassing is op de specifieke steuncategorie, bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;
- 4°. in strijd zou zijn met het bepaalde bij of krachtens [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=6&z=2016-07-01&g=2016-07-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=7&z=2016-07-01&g=2016-07-01) of [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=8&z=2016-07-01&g=2016-07-01) of een bepaling inzake het cumuleren van steun als bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;
- 4°. in strijd zou zijn met het bepaalde bij of krachtens [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=6&z=2018-01-01&g=2018-01-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=7&z=2018-01-01&g=2018-01-01) of [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=8&z=2018-01-01&g=2018-01-01) of een bepaling inzake het cumuleren van steun als bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;
- c. niet voldaan wordt aan de eisen inzake het stimulerend effect, bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;
@@ -376,27 +362,27 @@
##### Artikel 25
Bij ministeriële regeling kunnen andere afwijzingsgronden dan de afwijzingsgronden, bedoeld in de [artikelen 22 tot en met 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=8&artikel=22&z=2016-07-01&g=2016-07-01), worden opgenomen.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de afwijzingsgronden, bedoeld in de [artikelen 22 tot en met 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=8&artikel=22&z=2018-01-01&g=2018-01-01), en andere afwijzingsgronden worden opgenomen.
### Hoofdstuk 9. Beslissing op de aanvraag
##### Artikel 26
1. Onze Minister geeft een beschikking op een aanvraag om subsidie binnen de in onderstaande tabel aangegeven termijn.
1. Onze Minister geeft een beschikking op een aanvraag om subsidie binnen de in onderstaande tabel aangegeven termijn of, indien geen subsidieplafond is vastgesteld, een bij ministeriële regeling bepaalde termijn.
2. Indien een beschikking niet binnen de in de tabel aangegeven termijn kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met de in de tabel aangegeven termijn worden verlengd.
| **Wijze van verdelen** | **Bij ministeriële regeling is wel/niet aangegeven dat een bijdrage van een gemeente, een provincie, een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen of een ander bestuursorgaan aangemerkt wordt als publieke cofinanciering** | **Wel/geen advies ingewonnen bij een adviescommissie** | **Beslistermijn** |
| --- | --- | --- | --- |
| Volgorde van binnenkomst ([artikel 17, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2016-07-01&g=2016-07-01)) | Geen sprake van publieke co-financiering | Over aanvragen om subsidie wordt geen advies ingewonnen bij een adviescommissie | 8 weken na ontvangst van de aanvraag |
| Volgorde van binnenkomst ([artikel 17, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2016-07-01&g=2016-07-01)) | Geen sprake van publieke co-financiering | Over aanvragen om subsidie wordt advies ingewonnen bij een adviescommissie | 13 weken na ontvangst van de aanvraag |
| Volgorde van binnenkomst ([artikel 17, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2016-07-01&g=2016-07-01)) | Wel sprake van publieke co-financiering | | 22 weken na ontvangst van de aanvraag |
| Volgorde van rangschikking ([artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2016-07-01&g=2016-07-01)) | Geen sprake van publieke co-financiering | | 13 weken na de laatste dag van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend |
| Volgorde van rangschikking ([artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2016-07-01&g=2016-07-01)) | Wel sprake van publieke co-financiering | | 22 weken na de laatste dag van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend |
| Evenredige verdeling van het subsidieplafond over de ingediende aanvragen ([artikel 17, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2016-07-01&g=2016-07-01)) | Geen sprake van publieke co-financiering | | 13 weken na de laatste dag van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend |
| Evenredige verdeling van het subsidieplafond over de ingediende aanvragen ([artikel 17, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2016-07-01&g=2016-07-01)) | Wel sprake van publieke co-financiering | | 22 weken na de laatste dag van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend |
| Maximumbedrag per financier ([artikel 17, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2016-07-01&g=2016-07-01)) | | | Voor de bij ministeriële regeling bepaalde datum |
| Verdeling van het subsidieplafond door loting ([artikel 17, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2016-07-01&g=2016-07-01)) | Geen sprake van publieke co-financiering | | 13 weken na de laatste dag van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend |
| Volgorde van binnenkomst ([artikel 17, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2018-01-01&g=2018-01-01)) | Geen sprake van publieke co-financiering | Over aanvragen om subsidie wordt geen advies ingewonnen bij een adviescommissie | 8 weken na ontvangst van de aanvraag |
| Volgorde van binnenkomst ([artikel 17, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2018-01-01&g=2018-01-01)) | Geen sprake van publieke co-financiering | Over aanvragen om subsidie wordt advies ingewonnen bij een adviescommissie | 13 weken na ontvangst van de aanvraag |
| Volgorde van binnenkomst ([artikel 17, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2018-01-01&g=2018-01-01)) | Wel sprake van publieke co-financiering | | 22 weken na ontvangst van de aanvraag |
| Volgorde van rangschikking ([artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2018-01-01&g=2018-01-01)) | Geen sprake van publieke co-financiering | | 13 weken na de laatste dag van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend |
| Volgorde van rangschikking ([artikel 17, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2018-01-01&g=2018-01-01)) | Wel sprake van publieke co-financiering | | 22 weken na de laatste dag van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend |
| Evenredige verdeling van het subsidieplafond over de ingediende aanvragen ([artikel 17, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2018-01-01&g=2018-01-01)) | Geen sprake van publieke co-financiering | | 13 weken na de laatste dag van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend |
| Evenredige verdeling van het subsidieplafond over de ingediende aanvragen ([artikel 17, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2018-01-01&g=2018-01-01)) | Wel sprake van publieke co-financiering | | 22 weken na de laatste dag van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend |
| Maximumbedrag per financier ([artikel 17, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2018-01-01&g=2018-01-01)) | | | Voor de bij ministeriële regeling bepaalde datum |
| Verdeling van het subsidieplafond door loting ([artikel 17, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=5&artikel=17&z=2018-01-01&g=2018-01-01)) | Geen sprake van publieke co-financiering | | 13 weken na de laatste dag van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend |
| | Wel sprake van publieke co-financiering | | 22 weken na de laatste dag van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend |
##### Artikel 27
@@ -405,7 +391,7 @@
2. Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van [artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5) de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als dag van binnenkomst.
3. Indien Onze Minister op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt hij de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
3. Indien Onze Minister op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt hij de volgorde van die aanvragen vast door middel van loting.
##### Artikel 28
@@ -429,13 +415,13 @@
3. Bij ministeriële regeling kan een van het eerste lid afwijkende termijn worden vastgesteld waarbinnen een overeenkomst tot stand moet zijn gekomen.
4. Bij ministeriële regeling kunnen, in aanvulling op de [artikelen 31 tot en met 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=31&z=2016-07-01&g=2016-07-01), nadere regels worden gesteld over de inhoud van de overeenkomst.
4. Bij ministeriële regeling kunnen, in aanvulling op de [artikelen 31 tot en met 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=31&z=2018-01-01&g=2018-01-01), nadere regels worden gesteld over de inhoud van de overeenkomst.
5. Bij ministeriële regeling wordt een model voor de overeenkomst vastgesteld.
##### Artikel 31
De overeenkomst, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=30&z=2016-07-01&g=2016-07-01), bevat in ieder geval:
De overeenkomst, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=30&z=2018-01-01&g=2018-01-01), bevat in ieder geval:
- a. de bepaling dat kapitaal of zekerheid niet wordt verstrekt ten behoeve van een onderneming waarvan blijkens de geringe rentabiliteit de continuïteit voor de korte of middellange termijn in het geding is;
@@ -455,7 +441,7 @@
##### Artikel 32
1. Indien de overeenkomst, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=30&z=2016-07-01&g=2016-07-01), een overeenkomst van borgstelling of garantstelling is, bevat deze overeenkomst in aanvulling op [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=31&z=2016-07-01&g=2016-07-01) in ieder geval:
1. Indien de overeenkomst, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=30&z=2018-01-01&g=2018-01-01), een overeenkomst van borgstelling of garantstelling is, bevat deze overeenkomst in aanvulling op [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=31&z=2018-01-01&g=2018-01-01) in ieder geval:
- a. een bepaling inzake de vergoeding of provisie;
@@ -479,7 +465,7 @@
##### Artikel 33
1. Indien de overeenkomst, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=30&z=2016-07-01&g=2016-07-01), een overeenkomst van krediet is, bevat deze overeenkomst in aanvulling op [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=31&z=2016-07-01&g=2016-07-01) in ieder geval:
1. Indien de overeenkomst, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=30&z=2018-01-01&g=2018-01-01), een overeenkomst van krediet is, bevat deze overeenkomst in aanvulling op [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=31&z=2018-01-01&g=2018-01-01) in ieder geval:
- a. de vergoeding en het maximum bedrag per krediet;
@@ -533,13 +519,13 @@
- c. het aantal uren dat per persoon is besteed aan activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;
- d. indien een tarief als bedoeld in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=12&z=2016-07-01&g=2016-07-01), wordt gehanteerd, de berekening en samenstelling van het tarief;
- d. indien een tarief als bedoeld in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=4&paragraaf=2&artikel=12&z=2018-01-01&g=2018-01-01), wordt gehanteerd, de berekening en samenstelling van het tarief;
- e. de specifiek ten behoeve van de activiteiten gemaakte en betaalde kosten.
2. De administratie wordt tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaard.
3. Indien de subsidie minder bedraagt dan € 125.000 en de aanvraag voor vaststelling van de subsidie niet vergezeld dient te gaan van een verklaring als bedoeld in [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=13&artikel=50&z=2016-07-01&g=2016-07-01), zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing; in dat geval beschikt de subsidieontvanger tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling over die gegevens die nodig zijn om desgevraagd aan te tonen dat de subsidiabele activiteiten zijn verricht.
3. Indien de subsidie minder bedraagt dan € 125.000 en de aanvraag voor vaststelling van de subsidie niet vergezeld dient te gaan van een verklaring als bedoeld in [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=13&artikel=50&z=2018-01-01&g=2018-01-01), zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing; in dat geval beschikt de subsidieontvanger tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling over die gegevens die nodig zijn om desgevraagd aan te tonen dat de subsidiabele activiteiten zijn verricht.
##### Artikel 39
@@ -557,7 +543,7 @@
##### Artikel 41
Vervallen
De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.
#### § 2. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger bij subsidie met terugbetalingsverplichting
@@ -571,13 +557,11 @@
- b. een opslag.
3. Voor zover dit is toegestaan op grond van de toepasselijke Europese steunkaders kan Onze Minister ontheffing verlenen van de verplichting de verstrekte subsidie, inclusief eventuele rente of opslag, terug te betalen.
4. De ontheffing, bedoeld in het derde lid, kan worden verleend indien eerder een ontheffing is verleend voor het vertragen, essentieel wijzigen of stopzetten van de activiteiten in verband met onoverkomelijke problemen of het verloren gaan van het marktperspectief.
5. De subsidieontvanger kan Onze Minister nadat een aanvraag tot subsidievaststelling is ingediend, verzoeken om ontheffing te verlenen van de verplichting subsidie, inclusief eventuele rente of opslag, terug te betalen volgens het bij de beschikking tot subsidieverlening vastgelegde schema.
6. Aan de ontheffingen, bedoeld in het derde en vijfde lid, kunnen voorschriften worden verbonden.
3. Voor zover dit is toegestaan op grond van de toepasselijke Europese steunkaders en indien eerder een ontheffing is verleend voor het vertragen of essentieel wijzigen van de activiteiten in verband met onoverkomelijke problemen of het verloren gaan van het marktperspectief kan Onze Minister op verzoek van de subsidieontvanger voorafgaand aan de vaststelling van de subsidie ontheffing verlenen van de verplichting de verstrekte subsidie, inclusief eventuele rente of opslag, terug te betalen. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat ontheffing ook na het tijdstip van vaststelling van de subsidie kan worden verleend.
4. De subsidieontvanger kan Onze Minister nadat een aanvraag tot subsidievaststelling is ingediend, verzoeken om ontheffing te verlenen van de verplichting subsidie, inclusief eventuele rente of opslag, terug te betalen volgens het bij de beschikking tot subsidieverlening vastgelegde schema.
5. Aan de ontheffingen, bedoeld in het derde en vierde lid, kunnen voorschriften worden verbonden.
#### § 2. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger bij subsidie met terugbetalingsverplichting
@@ -601,9 +585,9 @@
| Soort subsidie | Maximaal bedrag subsidie | Wel of geen begroting per mijlpaal | Duur subsidie volgens regeling | Regels voor voorschotten |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| Subsidie met terugbetalingsverplichting | € 25.000 of minder | | | [Artikel 47, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=47&z=2016-07-01&g=2016-07-01) |
| Subsidie met terugbetalingsverplichting | € 25.000 of minder | | | [Artikel 47, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=47&z=2018-01-01&g=2018-01-01) |
| Subsidie met terugbetalingsverplichting | Meer dan € 25.000 maar niet meer dan € 125.000 | | Eén jaar of minder | Artikel 47, eerste en derde lid |
| Subsidie met terugbetalingsverplichting | Meer dan € 25.000 maar niet meer dan € 125.000 | Wel begroting per mijlpaal | Meer dan één jaar | [Artikel 46, eerste tot en met derde, vijfde, zesde en tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=46&z=2016-07-01&g=2016-07-01) |
| Subsidie met terugbetalingsverplichting | Meer dan € 25.000 maar niet meer dan € 125.000 | Wel begroting per mijlpaal | Meer dan één jaar | [Artikel 46, eerste tot en met derde, vijfde, zesde en tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=46&z=2018-01-01&g=2018-01-01) |
| Subsidie met terugbetalingsverplichting | Meer dan € 25.000 maar niet meer dan € 125.000 | Geen begroting per mijlpaal | Meer dan één jaar | Artikel 46, eerste tot en met derde, vijfde, zevende en tiende lid |
| Subsidie met terugbetalingsverplichting | Meer dan € 125.000 | Wel begroting per mijlpaal | | Artikel 46, eerste tot en met derde, vijfde, zesde en tiende lid |
| Subsidie met terugbetalingsverplichting | Meer dan € 125.000 | Geen begroting per mijlpaal | | Artikel 46, eerste tot en met derde, vijfde, zevende en tiende lid |
@@ -646,13 +630,17 @@
##### Artikel 48
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het voorschot een ander percentage bedraagt dan genoemd in [artikel 46, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=46&z=2016-07-01&g=2016-07-01) en [artikel 47, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=47&z=2016-07-01&g=2016-07-01) of dat geen voorschot wordt verstrekt.
2. Bij ministeriële regeling kunnen voor publiekrechtelijke rechtspersonen en andere, bij ministeriële regeling aangewezen instellingen of organisaties, van de [artikelen 45 tot en met 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=45&z=2016-07-01&g=2016-07-01) afwijkende bepalingen over voorschotten worden opgenomen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen van [artikelen 45 tot en met 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=45&z=2016-07-01&g=2016-07-01) afwijkende bepalingen over voorschotten worden opgenomen indien bij de verstrekking van een subsidie nauw wordt aangesloten bij subsidies als bedoeld in [artikel 1a, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=1&artikel=1a&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
4. Bij ministeriële regeling kan in afwijking van [artikel 45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=45&z=2016-07-01&g=2016-07-01), voor subsidies waarvan het maximaal voor subsidie in aanmerking komende bedrag meer bedraagt dan € 25.000 maar niet meer dan € 125.000 en waarvan de duur van de subsidie meer dan één jaar kan bedragen, worden bepaald dat voor de bevoorschotting de regels gelden van [artikel 46, eerste, derde, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=46&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het voorschot een ander percentage bedraagt dan genoemd in [artikel 46, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=46&z=2018-01-01&g=2018-01-01) en [artikel 47, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=47&z=2018-01-01&g=2018-01-01) of dat geen voorschot wordt verstrekt.
2. Bij ministeriële regeling kunnen voor publiekrechtelijke rechtspersonen en andere, bij ministeriële regeling aangewezen instellingen of organisaties, van de [artikelen 45 tot en met 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=45&z=2018-01-01&g=2018-01-01) afwijkende bepalingen over voorschotten worden opgenomen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen van [artikelen 45 tot en met 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=45&z=2018-01-01&g=2018-01-01) afwijkende bepalingen over voorschotten worden opgenomen indien bij de verstrekking van een subsidie nauw wordt aangesloten bij:
- a. subsidies die worden verstrekt op basis van of in nauwe samenhang met een bindend besluit van de Raad, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Unie, of
- b. subsidies die worden verstrekt met het oog op cofinanciering van een door de Raad of de Commissie van de Europese Unie goedgekeurd programma.
4. Bij ministeriële regeling kan in afwijking van [artikel 45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=45&z=2018-01-01&g=2018-01-01), voor subsidies waarvan het maximaal voor subsidie in aanmerking komende bedrag meer bedraagt dan € 25.000 maar niet meer dan € 125.000 en waarvan de duur van de subsidie meer dan één jaar kan bedragen, worden bepaald dat voor de bevoorschotting de regels gelden van [artikel 46, eerste, derde, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=46&z=2018-01-01&g=2018-01-01).
5. Indien de subsidie minder bedraagt dan € 25.000 is het eerste lid niet van toepassing.
@@ -714,9 +702,9 @@
##### Artikel 53
1. Bij ministeriële regeling kunnen voor bij ministeriële regeling aangewezen instellingen of organisaties, van de [artikelen 50 tot en met 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=13&artikel=50&z=2016-07-01&g=2016-07-01) afwijkende bepalingen over de subsidievaststelling worden opgenomen.
2. [Artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=13&artikel=50&z=2016-07-01&g=2016-07-01) is niet van toepassing op de verstrekking van specifieke uitkeringen.
1. Bij ministeriële regeling kunnen voor bij ministeriële regeling aangewezen instellingen of organisaties, van de [artikelen 50 tot en met 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=13&artikel=50&z=2018-01-01&g=2018-01-01) afwijkende bepalingen over de subsidievaststelling worden opgenomen.
2. [Artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=13&artikel=50&z=2018-01-01&g=2018-01-01) is niet van toepassing op de verstrekking van specifieke uitkeringen.
### Hoofdstuk 14. Overgangs- en slotbepalingen
@@ -842,17 +830,9 @@
##### Artikel 1a
Dit besluit is niet van toepassing op:
- a. subsidies die worden verstrekt op basis van of in nauwe samenhang met een bindend besluit van de Raad, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Unie;
- b. subsidies die worden verstrekt met het oog op cofinanciering van een door de Raad of de Commissie van de Europese Unie goedgekeurd programma;
- c. specifieke uitkeringen die worden verstrekt op grond van een regeling die uitsluitend voorziet in het verstrekken van specifieke uitkeringen;
- d. subsidies die worden verstrekt krachtens het [Besluit stimulering duurzame energieproductie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735), of
- e. subsidies waarop [afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=4.2.8) van toepassing is verklaard.
1. Indien de op grond van dit besluit bij ministeriële regeling gestelde regels bepalen dat een subsidie kan worden verstrekt in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, is dit besluit voor die subsidie aldaar van toepassing.
2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, wordt in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2018-01-01&g=2018-01-01), onder «de Nederlandse economie of andere Nederlandse belangen» verstaan de economie en andere belangen van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, en wordt in de [artikelen 31, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=10&paragraaf=1&artikel=31&z=2018-01-01&g=2018-01-01), en [39a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=11&paragraaf=1&artikel=39a&z=2018-01-01&g=2018-01-01) onder «Nederland» verstaan Bonaire, Sint Eustatius of Saba.
### Hoofdstuk 2. Verstrekken van subsidie
@@ -882,7 +862,7 @@
##### Artikel 28a
Indien bij ministeriële regeling is gekozen voor verdeling van het subsidieplafond door loting, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking zoals door loting is bepaald.
Indien bij ministeriële regeling is gekozen voor verdeling van het subsidieplafond door loting, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde zoals door loting is bepaald.
### Hoofdstuk 10. Voorwaarden voor de subsidieontvanger
@@ -920,7 +900,7 @@
##### Artikel 54a
Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend tijdens een openstellingsperiode van een subsidie-instrument waarvan de begindatum ligt voor 1 juli 2016 en de einddatum daarna, en op subsidies die voor 1 juli 2016 zijn verstrekt, blijven de [artikelen 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=45&z=2016-07-01&g=2016-07-01) en [51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=13&artikel=51&z=2016-07-01&g=2016-07-01) van toepassing zoals deze golden voor die datum.
Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend tijdens een openstellingsperiode van een subsidie-instrument waarvan de begindatum ligt voor 1 juli 2016 en de einddatum daarna, en op subsidies die voor 1 juli 2016 zijn verstrekt, blijven de [artikelen 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=12&artikel=45&z=2018-01-01&g=2018-01-01) en [51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024796&hoofdstuk=13&artikel=51&z=2018-01-01&g=2018-01-01) van toepassing zoals deze golden voor die datum.
## Bijlage. (artikel 5, eerste lid)
2016-07-01
Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies
2015-01-01
Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies — arts. 25, 30, 33, 53
2014-08-20
Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies
2012-12-07
Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies — arts. 17, 21, 25 y 6 más
2012-01-01
Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies — arts. 6, 7, 17 y 8 más
2011-01-01
Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies
2010-01-01
Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies
2009-01-01
Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies — arts. 1, 1, 2 y 79 más
2009-01-01
Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies
original version Tekst op deze datum