Regeling van de Minister van Economische Zaken van 3 december 2008, nr. WJZ/8187136, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten op het terrein van sterktes in innovatie (Subsidieregeling sterktes in innovatie)
Gelet op de artikelen 3, tweede lid, 4, 5, derde en vierde lid, 6, derde lid, 9, eerste lid, 12, vierde lid, 13, 14, 15, 17, eerste en derde lid, 18, eerste en vijfde lid, 19, eerste lid, 21, 25, 44,50, tweede lid, en 53, eerste lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
Vervallen
Artikel 1.2
Vervallen
Artikel 1.3
Vervallen
Artikel 1.4
Vervallen
Artikel 1.5
Vervallen
Hoofdstuk 1a. Toeslag voor Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI-toeslag)
Artikel 2.1
Vervallen
Artikel 2.2
Vervallen
Artikel 2.3
Vervallen
Artikel 2.4
Vervallen
Artikel 2.5
Vervallen
Artikel 2.6
Vervallen
Artikel 2.7
Vervallen
Artikel 2.8
Vervallen
Artikel 2.9
Vervallen
Artikel 2.10
Vervallen
Artikel 2.11
Vervallen
Artikel 2.12
Vervallen
Hoofdstuk 1b. TKI MKB-versterking
Artikel 3.1
Vervallen
Artikel 3.2
Vervallen
Artikel 3.3
Vervallen
Artikel 3.4
Vervallen
Artikel 3.5
Vervallen
Artikel 3.6
Vervallen
Artikel 3.7
Vervallen
Artikel 3.8
Vervallen
Artikel 3.9
Vervallen
Artikel 3.10
Vervallen
Artikel 3.11
Vervallen
Artikel 3.12
Vervallen
Artikel 3.13
Vervallen
Artikel 3.14
Vervallen
Artikel 3.15
Vervallen
Hoofdstuk 4. Life Sciences & Health
§ 4. Slotbepalingen
Artikel 4.1
Vervallen
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 4.2
Vervallen
Artikel 4.3
Vervallen
Artikel 4.4
Vervallen
Artikel 4.5
Vervallen
Artikel 4.6
Vervallen
Artikel 4.7
Vervallen
Artikel 4.8
Vervallen
Artikel 4.9
Vervallen
Artikel 4.10
Vervallen
§ 3. MIT-kennisvouchers
Artikel 4.11
Vervallen
Artikel 4.12
Vervallen
Artikel 4.13
Vervallen
Artikel 4.14
Vervallen
Artikel 4.15
Vervallen
Artikel 4.16
Vervallen
Artikel 4.17
Vervallen
Artikel 4.18
Vervallen
Artikel 4.19
Vervallen
Hoofdstuk 5. Food & Nutrition Delta
§ 4. Hooggekwalificeerd personeel
Artikel 5.1
Vervallen
§ 2. FND-haalbaarheidsprojecten
Artikel 5.2
Vervallen
Artikel 5.3
Vervallen
Artikel 5.4
Vervallen
Artikel 5.5
Vervallen
Artikel 5.6
Vervallen
Artikel 5.7
Vervallen
Artikel 5.8
Vervallen
§ 1. Begripsbepalingen Food & Nutrition Delta
Artikel 5.9
Vervallen
Artikel 5.10
Vervallen
Artikel 5.11
Vervallen
Artikel 5.12
Vervallen
Artikel 5.13
Vervallen
Artikel 5.14
Vervallen
Artikel 5.15
Vervallen
Artikel 5.16
Vervallen
Artikel 5.17
Vervallen
Artikel 5.18
Vervallen
§ 3. FND-innovatieprojecten
Artikel 5.19
Vervallen
Artikel 5.20
Vervallen
Artikel 5.21
Vervallen
Artikel 5.22
Vervallen
Artikel 5.23
Vervallen
Artikel 5.24
Vervallen
Artikel 5.25
Vervallen
Hoofdstuk 6. HTAS-innovatieprojecten
§ 1. Begripsbepalingen HTAS-innovatieprojecten
Artikel 6.1
Vervallen
§ 4. FND-MKB-innovatieprojecten
Artikel 6.2
Vervallen
Artikel 6.3
Vervallen
Artikel 6.4
Vervallen
Artikel 6.5
Vervallen
Artikel 6.6
Vervallen
Artikel 6.7
Vervallen
Artikel 6.8
Vervallen
§ 1. Begripsbepalingen HTAS-innovatieprojecten
Artikel 6.9
Vervallen
Artikel 6.10
Vervallen
Artikel 6.11
Vervallen
Artikel 6.12
Vervallen
Artikel 6.13
Vervallen
Artikel 6.14
Vervallen
Artikel 6.15
Vervallen
Artikel 6.16
Vervallen
Artikel 6.17
Vervallen
Hoofdstuk 4. Life Sciences & Health
§ 1. Begripsbepalingen Life Sciences & Health
Artikel 7.1
Vervallen
§ 2. Subsidie aan ETB-samenwerkingsverbanden
Artikel 7.2
Vervallen
Artikel 7.3
Vervallen
Artikel 7.4
Vervallen
Artikel 7.5
Vervallen
Artikel 7.6
Vervallen
Artikel 7.7
Vervallen
Artikel 7.8
Vervallen
Artikel 7.9
Vervallen
Artikel 7.10
Vervallen
§ 3. Subsidie aan internationale MKB-samenwerkingsverbanden
Artikel 7.11
Vervallen
Artikel 7.12
Vervallen
Artikel 7.13
Vervallen
Artikel 7.14
Vervallen
Artikel 7.15
Vervallen
Artikel 7.16
Vervallen
Artikel 7.17
Vervallen
Artikel 7.18
Vervallen
Artikel 7.19
Vervallen
Hoofdstuk 7. InnoWATOR
§ 4. HTAS-projecten elektrische voertuigtechnologie
Artikel 8.1
Vervallen
§ 2. InnoWATOR-projecten
Artikel 8.2
Vervallen
Artikel 8.3
Vervallen
Artikel 8.4
Vervallen
Artikel 8.5
Vervallen
Artikel 8.6
Vervallen
Artikel 8.7
Vervallen
§ 2. FND-haalbaarheidsprojecten
Artikel 8.8
Vervallen
Artikel 8.9
Vervallen
Artikel 8.10
Vervallen
Artikel 8.11
Vervallen
Artikel 8.12
Vervallen
Artikel 8.13
Vervallen
Artikel 8.14
Vervallen
Artikel 8.15
Vervallen
Artikel 8.16
Vervallen
Hoofdstuk 9. Point One
§ 3. FND-innovatieprojecten
Artikel 9.1
Vervallen
§ 4. InnoWATOR-garantiefaciliteit
Artikel 9.2
Vervallen
Artikel 9.3
Vervallen
Artikel 9.4
Vervallen
Artikel 9.5
Vervallen
Artikel 9.6
Vervallen
Artikel 9.7
Vervallen
§ 3. Point One R&D-projecten
Artikel 9.8
Vervallen
Artikel 9.9
Vervallen
Artikel 9.10
Vervallen
Artikel 9.11
Vervallen
Artikel 9.12
Vervallen
Artikel 9.13
Vervallen
Artikel 9.14
Vervallen
Artikel 9.15
Vervallen
Artikel 9.16
Vervallen
§ 2. HTAS-doorbraakprojecten
Artikel 9.17
Vervallen
Artikel 9.18
Vervallen
Artikel 9.19
Vervallen
Artikel 9.20
Vervallen
Artikel 9.21
Vervallen
Artikel 9.22
Vervallen
Artikel 9.23
Vervallen
Artikel 9.24
Vervallen
Hoofdstuk 10. Polymeren
§ 3. HTAS-internationale innovatieprojecten
Artikel 10.1
Vervallen
§ 3. Point One R&D-projecten
Artikel 10.2
Vervallen
Artikel 10.3
Vervallen
Artikel 10.4
Vervallen
Artikel 10.5
Vervallen
Artikel 10.6
Vervallen
Artikel 10.7
Vervallen
§ 3. Polymeren MKB-innovatieprojecten
Artikel 10.8
Vervallen
Artikel 10.9
Vervallen
Artikel 10.10
Vervallen
Artikel 10.11
Vervallen
Artikel 10.12
Vervallen
Artikel 10.13
Vervallen
Artikel 10.14
Vervallen
Hoofdstuk 9. Point-One
Artikel 11.1
Vervallen
Hoofdstuk 7. InnoWATOR
Artikel 12.1
Vervallen
Artikel 12.2
Vervallen
Bijlage 1.1
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 4.1
Behorende bij artikel 4.1
China
Canada
Denemarken
India
Ierland
Japan
Verenigde Staten
Verenigd Koninkrijk
China
China
Bijlage 4.2
Behorend bij artikel 4.1
India
Ierland
Japan
Verenigde Staten
Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten
Zwitserland
Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren
De valorisatiestap van concepten die voortkomen uit de publiek-private samenwerkingen is een belangrijke om uiteindelijk tot een medisch innovatief product te komen. De sector pleit dan ook voor ondersteuning bij samenwerking. Het gaat hierbij om ondersteuning bij (internationele) samenwerkingsprojecten en bij facility sharing van bijzondere apparatuur of productiefaciliteiten. Ook vallen netwerkevenementen die R&D-samenwerking stimuleren onder deze actielijn.
Behorend bij artikel 4.1
Bedrijven en kennisinstellingen hebben samen met het ministerie van EZ het innovatieprogramma Life Sciences & Health (LSH) ontwikkeld. Het programma stimuleert jonge hightech bedrijven nieuwe medische producten (vaccins, geneesmiddelen), behandelingen (weefsel- en orgaanherstel, medische implantaten) en diagnostica te ontwikkelen. Nederland heeft een sterke kennispositie op dit gebied. Bedrijven als Organon, Philips Medical en DSM en diverse jonge, beursgenoteerde life sciences bedrijven als Crucell, Pharming, Octoplus en Galapagos zijn op hun gebied internationaal toonaangevend. De ambitie van het innovatieprogramma LSH is om Nederland een internationale hotspot te laten worden op het gebied van medisch en klinisch onderzoek, waar gezondheidsgerelateerde life sciences bedrijven goed kunnen werken en groeien.
Het ambitieniveau van dit innovatieprogramma is daarbij:
Bijlage 5.1
Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten
Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten
Europese life sciences bedrijven hebben te maken met de zogenoemde ‘equity gap’. In de groeifase, waarbij nieuwe productconcepten de klinische onderzoeksfase ingaan, is het voor een life sciences bedrijf moeilijk financiering te vinden. In deze actielijn wordt dan ook gepleit voor een risicodragend krediet. Dit krediet moet de hefboom zijn om bedrijven in deze fase mede door een venture capitalist gefinancierd te laten worden.
Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren
De valorisatiestap van concepten die voortkomen uit de publiek-private samenwerkingen is een belangrijke om uiteindelijk tot een medisch innovatief product te komen. De sector pleit dan ook voor ondersteuning bij samenwerking. Het gaat hierbij om ondersteuning bij (internationele) samenwerkingsprojecten en bij facility sharing van bijzondere apparatuur of productiefaciliteiten. Ook vallen netwerkevenementen die R&D-samenwerking stimuleren onder deze actielijn.
Deze actielijn is erop gericht om alle randvoorwaarden om innovaties tot stand te laten komen zo optimaal mogelijk te maken. Het klimaat in Nederland moet buitenlandse LSG-bedrijven aantrekken. Een voorbeeld hiervan is om ervoor te zorgen dat er voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is (van MBO tot WO) en het verhogen van internationale bekendheid op dit terrein.
Deze actielijn is erop gericht om alle randvoorwaarden om innovaties tot stand te laten komen zo optimaal mogelijk te maken. Het klimaat in Nederland moet buitenlandse LSG-bedrijven aantrekken. Een voorbeeld hiervan is om ervoor te zorgen dat er voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is (van MBO tot WO) en het verhogen van internationale bekendheid op dit terrein.
Dit hoofdstuk Life Sciences & Health van deze regeling is onderdeel van actielijn 2 van het innovatieprogramma LSH.
Innovatieprioriteiten die in dit kader relevant zijn, zijn onder andere:
Zowel de selectie, de winning en exploitatie van functionele bio-ingrediënten, als de selectie en exploitatie van enzymen en micro-organismen die betrokken zijn bij het verkrijgen van bioactieve moleculen, als het borgen van de gewenste bio-activiteit op het moment van gebruik zijn belangrijke uitdagingen in de ontwikkeling van gezonde en functionele voedingsmiddelen.
Diverse workshops en consultaties met de grootbedrijven, MKB bedrijven, brancheorganisaties en onderzoeksorganisaties vonden plaats om het Innovatieprogramma FND inhoudelijk vorm en focus te geven. Dit is eerst voor fase 1 en daarna voor fase 2 gedaan. Ten behoeve van het opzetten van de onderzoeksprogramma’s van fase 1, het TTI WCFS+, is een zorgvuldig proces doorlopen van het identificeren van consumentenbehoeften, via functionele en wetenschappelijke doelen tot het ontwikkelen van innovatiethema’s en -projecten. De consumentenbehoeften die zijn geïdentificeerd als belangrijke marktgebieden voor de toekomst zijn:
Diverse workshops en consultaties met de grootbedrijven, MKB bedrijven, brancheorganisaties en onderzoeksorganisaties vonden plaats om het Innovatieprogramma FND inhoudelijk vorm en focus te geven. Dit is eerst voor fase 1 en daarna voor fase 2 gedaan. Ten behoeve van het opzetten van de onderzoeksprogramma’s van fase 1, het TTI WCFS+, is een zorgvuldig proces doorlopen van het identificeren van consumentenbehoeften, via functionele en wetenschappelijke doelen tot het ontwikkelen van innovatiethema’s en -projecten. De consumentenbehoeften die zijn geïdentificeerd als belangrijke marktgebieden voor de toekomst zijn:
Binnen fase 2 van het Innovatieprogramma FND worden de volgende innovatiethema’s onderscheiden:
Binnen fase 2 van het Innovatieprogramma FND worden de volgende innovatiethema’s onderscheiden:
China
Canada
Denemarken
Bijlage 6.1
Behorende bij de artikelen 6.1, 6.15 en 6.16
De Strategische doelen en focusgebieden
Verenigde Staten
Verenigd Koninkrijk
Zwitserland
Driving guidance
Canada
Behorend bij artikel 4.1
India
Bijlage 6.2
De Strategische doelen en focusgebieden
Verenigde Staten
Verenigd Koninkrijk
Zwitserland
Bijlage 7.1
Vehicle efficiency
Behorend bij artikel 4.1
Bedrijven en kennisinstellingen hebben samen met het ministerie van EZ het innovatieprogramma Life Sciences & Health (LSH) ontwikkeld. Het programma stimuleert jonge hightech bedrijven nieuwe medische producten (vaccins, geneesmiddelen), behandelingen (weefsel- en orgaanherstel, medische implantaten) en diagnostica te ontwikkelen. Nederland heeft een sterke kennispositie op dit gebied. Bedrijven als Organon, Philips Medical en DSM en diverse jonge, beursgenoteerde life sciences bedrijven als Crucell, Pharming, Octoplus en Galapagos zijn op hun gebied internationaal toonaangevend. De ambitie van het innovatieprogramma LSH is om Nederland een internationale hotspot te laten worden op het gebied van medisch en klinisch onderzoek, waar gezondheidsgerelateerde life sciences bedrijven goed kunnen werken en groeien.
China
China
Canada
Denemarken
India
Ierland
Japan
Actielijn 3:. overige knelpunten (waaronder human capital, wet- en regelgeving en het stimuleren van ondernemerschap)
Verenigd Koninkrijk
Behorende bij artikel 4.1
China
Canada
Denemarken
India
Innovatiethema’s
Japan
Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten
Verenigd Koninkrijk
Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren
Zweden
Bijlage 4.2
Behorend bij artikel 4.1
Focus op vier kansrijke clusters
Het ambitieniveau van dit innovatieprogramma is daarbij:
Behorende bij artikel 5.1
De drie belangrijke knelpunten binnen de LSH-sector zijn de doorgroei van jonge hightech MKB-ers, netwerkvorming en knelpunten binnen het LSH klimaat (o.a. human capital en wet- en regelgeving). Deze knelpunten belemmeren de valorisatie van lopend en nieuw publiek en privaat onderzoek. Deze punten worden met onderstaande agenda aangepakt.
Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten
Europese life sciences bedrijven hebben te maken met de zogenoemde ‘equity gap’. In de groeifase, waarbij nieuwe productconcepten de klinische onderzoeksfase ingaan, is het voor een life sciences bedrijf moeilijk financiering te vinden. In deze actielijn wordt dan ook gepleit voor een risicodragend krediet. Dit krediet moet de hefboom zijn om bedrijven in deze fase mede door een venture capitalist gefinancierd te laten worden.
Binnen fase 2 van het Innovatieprogramma FND worden de volgende innovatiethema’s onderscheiden:
Behorende bij de artikelen 6.1, 6.15 en 6.16
Er ontstaat steeds meer bewustzijn omtrent de rol van voeding en gezondheid van mensen. Dit leidt allereerst tot behoefte aan nieuwe kennis omtrent de relatie tussen voedingsmiddelen en gezondheid en de identificatie van gezondheidsbevorderende voedingsmiddelen en voedingscomponenten. Daarnaast leidt dit tot de vraag naar methoden en technologie om niet-invasief gezondheid, het ontstaan van ziekten in relatie tot voeding en het effect van gezondheidsbevorderende stoffen te monitoren. Verder zijn van belang methoden en technieken om de intrinsieke gezondheidswaarde van voedingsmiddelen te monitoren en behouden in de keten en deze gezondheidswaarde van producten actief te verhogen zonder dat dit ten koste gaat van andere gewenste eigenschappen.
1. Inleiding
Dit hoofdstuk Life Sciences & Health van deze regeling is onderdeel van actielijn 2 van het innovatieprogramma LSH.
2. Doelstelling Maritiem Innovatie Programma
Zowel de selectie, de winning en exploitatie van functionele bio-ingrediënten, als de selectie en exploitatie van enzymen en micro-organismen die betrokken zijn bij het verkrijgen van bioactieve moleculen, als het borgen van de gewenste bio-activiteit op het moment van gebruik zijn belangrijke uitdagingen in de ontwikkeling van gezonde en functionele voedingsmiddelen.
Achtergrond
Diverse workshops en consultaties met de grootbedrijven, MKB bedrijven, brancheorganisaties en onderzoeksorganisaties vonden plaats om het Innovatieprogramma FND inhoudelijk vorm en focus te geven. Dit is eerst voor fase 1 en daarna voor fase 2 gedaan. Ten behoeve van het opzetten van de onderzoeksprogramma’s van fase 1, het TTI WCFS+, is een zorgvuldig proces doorlopen van het identificeren van consumentenbehoeften, via functionele en wetenschappelijke doelen tot het ontwikkelen van innovatiethema’s en -projecten. De consumentenbehoeften die zijn geïdentificeerd als belangrijke marktgebieden voor de toekomst zijn:
Innovatieprioriteiten die in dit kader relevant zijn, zijn onder andere:
1. LNG supply chain
Er ontstaat steeds meer bewustzijn omtrent de rol van voeding en gezondheid van mensen. Dit leidt allereerst tot behoefte aan nieuwe kennis omtrent de relatie tussen voedingsmiddelen en gezondheid en de identificatie van gezondheidsbevorderende voedingsmiddelen en voedingscomponenten. Daarnaast leidt dit tot de vraag naar methoden en technologie om niet-invasief gezondheid, het ontstaan van ziekten in relatie tot voeding en het effect van gezondheidsbevorderende stoffen te monitoren. Verder zijn van belang methoden en technieken om de intrinsieke gezondheidswaarde van voedingsmiddelen te monitoren en behouden in de keten en deze gezondheidswaarde van producten actief te verhogen zonder dat dit ten koste gaat van andere gewenste eigenschappen.
Innovatieprioriteiten die in dit kader relevant zijn, zijn onder andere:
3. Complexe specials;
Innovatieprioriteiten die in dit kader relevant zijn, zijn onder andere:
Behorende bij de artikelen 6.1, 6.15 en 6.16
Innovatieprioriteiten die in dit kader relevant zijn, zijn onder andere:
Achtergrond
Innovatieprioriteiten die in dit kader relevant zijn, zijn onder andere:
Driving guidance
Onderzoeksprioriteiten die in dit kader relevant zijn, zijn onder andere:
Vehicle efficiency
Voorbeelden zijn technologie op het gebied van ICT, scheidingen, in line analyse voor processen, miniaturisering van productietechnologie, producttracering en intelligente verpakkingen.
B. Samenwerking;
De Nederlandse watersector wil bovengenoemde maatschappelijke opgaven en economische kansen benutten door gebruik te maken van haar sterke uitgangspunten en door het verminderen en wegnemen van de belemmeringen. Het verwezenlijken van deze ambities vereist innovatie.
De prioriteiten voor 2009 zijn:
Uitdagingen
De strategische doelstellingen zijn:
Bijlage 7.1
Driving guidance
Behorende bij de artikelen 7.1, 7.8 en 7.16
Wereldwijd is sprake van een toenemende behoefte aan nieuwe watertechnologie. Onder watertechnologie wordt hier verstaan: alle technologieën en technieken ten behoeve van het bereiden, transporteren, leveren, verzamelen, behandelen en (her)gebruiken van drinkwater, proceswater en afvalwater voor en van burgers, huishoudens, industrie, land- en tuinbouw, recreatie en toerisme. Deze toenemende behoefte wordt onder meer veroorzaakt door de groei van de bevolking en de welvaart, de verandering van het klimaat met periode van extreme droogte en neerslag en door de toenemende en nieuwe verontreinigingen van het milieu en daarmee het oppervlakte- en grondwater. Deze ontwikkelingen vereisen een duurzame oplossing.
Bij Vehicle efficiency wordt door verbetering van het totale aandrijvingsysteem het brandstofverbruik verminderd. Binnen het focusgebied Vehicle efficiency zijn twee nadere thema’s vastgesteld:
India
Als dichtbevolkt land aan de monding van grote rivieren beschikt Nederland noodzakelijkerwijs over veel wetenschap en ervaring op het gebied van watertechnologie. Op de wereldranglijst met octrooiaanvragen staat Nederland bijvoorbeeld op de zevende plaats. Verhoudingswijs wordt deze kennis en kunde echter onvoldoende verzilverd op de buitenlandse markten.
De prioriteiten voor 2009 zijn:
Bedrijven en kennisinstellingen hebben samen met het ministerie van EZ het innovatieprogramma Life Sciences & Health (LSH) ontwikkeld. Het programma stimuleert jonge hightech bedrijven nieuwe medische producten (vaccins, geneesmiddelen), behandelingen (weefsel- en orgaanherstel, medische implantaten) en diagnostica te ontwikkelen. Nederland heeft een sterke kennispositie op dit gebied. Bedrijven als Organon, Philips Medical en DSM en diverse jonge, beursgenoteerde life sciences bedrijven als Crucell, Pharming, Octoplus en Galapagos zijn op hun gebied internationaal toonaangevend. De ambitie van het innovatieprogramma LSH is om Nederland een internationale hotspot te laten worden op het gebied van medisch en klinisch onderzoek, waar gezondheidsgerelateerde life sciences bedrijven goed kunnen werken en groeien.
Het ambitieniveau van dit innovatieprogramma is daarbij:
De kansen op het gebied van life sciences & health liggen vooral op de gebieden personalized medicine, preventieve diagnostiek en regeneratieve geneeskunde. Hier heeft Nederland met het genomics research en het lopende biomedisch onderzoek een goede kennispositie opgebouwd en zijn recent ook enkele belangrijke publiek-private samenwerkingen gestart. Dit betreft TIPharma, het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en het BioMedical Materials program (BMM), die zich richten op het pre-competitieve deel van de kennisontwikkeling.
Bijlage 8.1
Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten
Doelstelling
Door deze maatschappelijke opgave ontstaat de komende jaren een omvangrijke en snelgroeiende vraag op de wereldmarkt. In 2001 bedroeg de omzet op de wereldmarkt 292 miljard euro en was het groeipercentage 11%.
India
Dit wordt onder meer veroorzaakt door de bijzondere kenmerken van de thuismarkt: de vraagzijde lijkt vrijwel verzadigd en wordt gedomineerd door risicomijdende monopolisten (bestuurd worden door overheden) zonder commerciële exportambities; de aanbodzijde is zeer heterogeen en bestaat uit vele middelgrote en kleine productiebedrijven en enkele middelgrote adviesbureaus.
Deze actielijn is erop gericht om alle randvoorwaarden om innovaties tot stand te laten komen zo optimaal mogelijk te maken. Het klimaat in Nederland moet buitenlandse LSG-bedrijven aantrekken. Een voorbeeld hiervan is om ervoor te zorgen dat er voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is (van MBO tot WO) en het verhogen van internationale bekendheid op dit terrein.
Focus op vier kansrijke clusters
Het ambitieniveau van dit innovatieprogramma is daarbij:
De kansen op het gebied van life sciences & health liggen vooral op de gebieden personalized medicine, preventieve diagnostiek en regeneratieve geneeskunde. Hier heeft Nederland met het genomics research en het lopende biomedisch onderzoek een goede kennispositie opgebouwd en zijn recent ook enkele belangrijke publiek-private samenwerkingen gestart. Dit betreft TIPharma, het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en het BioMedical Materials program (BMM), die zich richten op het pre-competitieve deel van de kennisontwikkeling.
Achtergrond
Diverse workshops en consultaties met de grootbedrijven, MKB bedrijven, brancheorganisaties en onderzoeksorganisaties vonden plaats om het Innovatieprogramma FND inhoudelijk vorm en focus te geven. Dit is eerst voor fase 1 en daarna voor fase 2 gedaan. Ten behoeve van het opzetten van de onderzoeksprogramma’s van fase 1, het TTI WCFS+, is een zorgvuldig proces doorlopen van het identificeren van consumentenbehoeften, via functionele en wetenschappelijke doelen tot het ontwikkelen van innovatiethema’s en -projecten. De consumentenbehoeften die zijn geïdentificeerd als belangrijke marktgebieden voor de toekomst zijn:
Europese life sciences bedrijven hebben te maken met de zogenoemde ‘equity gap’. In de groeifase, waarbij nieuwe productconcepten de klinische onderzoeksfase ingaan, is het voor een life sciences bedrijf moeilijk financiering te vinden. In deze actielijn wordt dan ook gepleit voor een risicodragend krediet. Dit krediet moet de hefboom zijn om bedrijven in deze fase mede door een venture capitalist gefinancierd te laten worden.
Bijlage 4.1
Bijlage 8.1
Bijlage 11.3
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.
§ 4. Polymeren innovatieprojecten
Artikel 10.15
Vervallen
Artikel 10.16
Vervallen
Artikel 10.17
Vervallen
Artikel 10.18
Vervallen
Artikel 10.19
Vervallen
Artikel 10.20
Vervallen
Artikel 10.21
Vervallen
Hoofdstuk 11. Formulieren
Hoofdstuk 10a. HighTech Topprojecten
Bijlage 1.1
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 1.1
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Behorende bij artikel 4.1
Canada
Denemarken
Verenigd Koninkrijk
Bijlage 4.2
Behorend bij artikel 4.1
Bedrijven en kennisinstellingen hebben samen met het ministerie van EZ het innovatieprogramma Life Sciences & Health (LSH) ontwikkeld. Het programma stimuleert jonge hightech bedrijven nieuwe medische producten (vaccins, geneesmiddelen), behandelingen (weefsel- en orgaanherstel, medische implantaten) en diagnostica te ontwikkelen. Nederland heeft een sterke kennispositie op dit gebied. Bedrijven als Organon, Philips Medical en DSM en diverse jonge, beursgenoteerde life sciences bedrijven als Crucell, Pharming, Octoplus en Galapagos zijn op hun gebied internationaal toonaangevend. De ambitie van het innovatieprogramma LSH is om Nederland een internationale hotspot te laten worden op het gebied van medisch en klinisch onderzoek, waar gezondheidsgerelateerde life sciences bedrijven goed kunnen werken en groeien.
De kansen op het gebied van life sciences & health liggen vooral op de gebieden personalized medicine, preventieve diagnostiek en regeneratieve geneeskunde. Hier heeft Nederland met het genomics research en het lopende biomedisch onderzoek een goede kennispositie opgebouwd en zijn recent ook enkele belangrijke publiek-private samenwerkingen gestart. Dit betreft TIPharma, het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en het BioMedical Materials program (BMM), die zich richten op het pre-competitieve deel van de kennisontwikkeling.
Europese life sciences bedrijven hebben te maken met de zogenoemde ‘equity gap’. In de groeifase, waarbij nieuwe productconcepten de klinische onderzoeksfase ingaan, is het voor een life sciences bedrijf moeilijk financiering te vinden. In deze actielijn wordt dan ook gepleit voor een risicodragend krediet. Dit krediet moet de hefboom zijn om bedrijven in deze fase mede door een venture capitalist gefinancierd te laten worden.
Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren
De valorisatiestap van concepten die voortkomen uit de publiek-private samenwerkingen is een belangrijke om uiteindelijk tot een medisch innovatief product te komen. De sector pleit dan ook voor ondersteuning bij samenwerking. Het gaat hierbij om ondersteuning bij (internationele) samenwerkingsprojecten en bij facility sharing van bijzondere apparatuur of productiefaciliteiten. Ook vallen netwerkevenementen die R&D-samenwerking stimuleren onder deze actielijn.
Actielijn 3:. overige knelpunten (waaronder human capital, wet- en regelgeving en het stimuleren van ondernemerschap)
Bijlage 5.1
Behorende bij artikel 5.1
Behorende bij artikel 5.1
Innovatiethema’s
India
Ierland
Japan
China
Bijlage 6.1
Behorende bij de artikelen 6.1, 6.15 en 6.16
Behorende bij de artikelen 6.1, 6.15 en 6.16
Japan
Driving guidance
Zweden
Bij Vehicle efficiency wordt door verbetering van het totale aandrijvingsysteem het brandstofverbruik verminderd. Binnen het focusgebied Vehicle efficiency zijn twee nadere thema’s vastgesteld:
Bijlage 4.1
Behorende bij artikel 4.1
Bijlage 7.1
Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren
Behorende bij de artikelen 7.1, 7.8 en 7.16
Verenigde Staten
Zwitserland
Ierland
Uitdagingen
Verenigde Staten
Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten
Zwitserland
De valorisatiestap van concepten die voortkomen uit de publiek-private samenwerkingen is een belangrijke om uiteindelijk tot een medisch innovatief product te komen. De sector pleit dan ook voor ondersteuning bij samenwerking. Het gaat hierbij om ondersteuning bij (internationele) samenwerkingsprojecten en bij facility sharing van bijzondere apparatuur of productiefaciliteiten. Ook vallen netwerkevenementen die R&D-samenwerking stimuleren onder deze actielijn.
Deze actielijn is erop gericht om alle randvoorwaarden om innovaties tot stand te laten komen zo optimaal mogelijk te maken. Het klimaat in Nederland moet buitenlandse LSG-bedrijven aantrekken. Een voorbeeld hiervan is om ervoor te zorgen dat er voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is (van MBO tot WO) en het verhogen van internationale bekendheid op dit terrein.
Bijlage 6.1
Actielijn 3:. overige knelpunten (waaronder human capital, wet- en regelgeving en het stimuleren van ondernemerschap)
Deze actielijn is erop gericht om alle randvoorwaarden om innovaties tot stand te laten komen zo optimaal mogelijk te maken. Het klimaat in Nederland moet buitenlandse LSG-bedrijven aantrekken. Een voorbeeld hiervan is om ervoor te zorgen dat er voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is (van MBO tot WO) en het verhogen van internationale bekendheid op dit terrein.
2. Doelstelling Maritiem Innovatie Programma
Innovatieprioriteiten die in dit kader relevant zijn, zijn onder andere:
Behorende bij artikel 5.1
Innovatieprioriteiten die in dit kader relevant zijn, zijn onder andere:
Innovatiethema’s
Binnen fase 2 van het Innovatieprogramma FND worden de volgende innovatiethema’s onderscheiden:
Behorende bij artikel 6.1
Gegarandeerde beschikbaarheid van veilig voedsel is een van de eerste vereisten waaraan de sector moet kunnen voldoen. Om gezonde voedingsmiddelen te produceren met een optimale kwaliteit (smaak, geur en structuur) en veiligheid zijn verbeterde (minimal processing) conserveringstechnieken nodig. Veranderende consumentenbehoeften en de in het kader van deze behoeften ontwikkelde nieuwe producten en productieprocessen vereisen technologie om de veiligheid, kwaliteit en functionaliteit van voedingsmiddelen gedurende processing en in de keten te kunnen borgen.
4. De deelprogramma’s
De ontwikkeling van onderscheidende nieuwe processen en producten vergt dermate veel geld en de terugverdientijd is zodanig lang dat het van groot belang is om de behoefte en het gedrag van de consument van morgen goed te kunnen voorspellen.
De Strategische doelen en focusgebieden
Het Nederlandse cluster van automotive bedrijven heeft de ambitie om binnen vijf jaar één van de leidende innovatieprogramma’s in Europa te worden op het gebied van automotive technologie.
D. Programma voor de eliminatie van innovatiedrempels;
De automotive sector wil deze ambitie en doelstellingen bereiken door in te zetten op twee focusgebieden waarin Nederland internationaal kan excelleren. Deze focusgebieden betreffen Driving guidance en Vehicle efficiency.
Driving guidance betreft begeleiding- en informatiesystemen voor de verbetering van de mobiliteit. Het beïnvloedt het rijgedrag van de bestuurder voor een betere doorstroming van het verkeer, de verhoging van de actieve- en passieve veiligheid en het ontzien van het milieu. Binnen het focusgebied Driving guidance zijn er drie nadere thema’s vastgesteld:
Vehicle efficiency
Behorende bij artikel 6.1
Bijlage 9.1
Instrumenten ter bevordering van innovatie
Behorende bij de artikelen 9.2, 9.6, 9.7, 9.13 en 9.21
Behorende bij de artikelen 7.1, 7.8 en 7.16
De uitdagingen en kansen voor die de Nederlandse watertechnologiesector met behulp van innovatie wil benutten zijn onder meer:
Europese life sciences bedrijven hebben te maken met de zogenoemde ‘equity gap’. In de groeifase, waarbij nieuwe productconcepten de klinische onderzoeksfase ingaan, is het voor een life sciences bedrijf moeilijk financiering te vinden. In deze actielijn wordt dan ook gepleit voor een risicodragend krediet. Dit krediet moet de hefboom zijn om bedrijven in deze fase mede door een venture capitalist gefinancierd te laten worden.
Bedrijven en kennisinstellingen hebben samen met het ministerie van EZ het innovatieprogramma Life Sciences & Health (LSH) ontwikkeld. Het programma stimuleert jonge hightech bedrijven nieuwe medische producten (vaccins, geneesmiddelen), behandelingen (weefsel- en orgaanherstel, medische implantaten) en diagnostica te ontwikkelen. Nederland heeft een sterke kennispositie op dit gebied. Bedrijven als Organon, Philips Medical en DSM en diverse jonge, beursgenoteerde life sciences bedrijven als Crucell, Pharming, Octoplus en Galapagos zijn op hun gebied internationaal toonaangevend. De ambitie van het innovatieprogramma LSH is om Nederland een internationale hotspot te laten worden op het gebied van medisch en klinisch onderzoek, waar gezondheidsgerelateerde life sciences bedrijven goed kunnen werken en groeien.
De drie belangrijke knelpunten binnen de LSH-sector zijn de doorgroei van jonge hightech MKB-ers, netwerkvorming en knelpunten binnen het LSH klimaat (o.a. human capital en wet- en regelgeving). Deze knelpunten belemmeren de valorisatie van lopend en nieuw publiek en privaat onderzoek. Deze punten worden met onderstaande agenda aangepakt.
Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren
De valorisatiestap van concepten die voortkomen uit de publiek-private samenwerkingen is een belangrijke om uiteindelijk tot een medisch innovatief product te komen. De sector pleit dan ook voor ondersteuning bij samenwerking. Het gaat hierbij om ondersteuning bij (internationele) samenwerkingsprojecten en bij facility sharing van bijzondere apparatuur of productiefaciliteiten. Ook vallen netwerkevenementen die R&D-samenwerking stimuleren onder deze actielijn.
Actielijn 3:. overige knelpunten (waaronder human capital, wet- en regelgeving en het stimuleren van ondernemerschap)
Deze actielijn is erop gericht om alle randvoorwaarden om innovaties tot stand te laten komen zo optimaal mogelijk te maken. Het klimaat in Nederland moet buitenlandse LSG-bedrijven aantrekken. Een voorbeeld hiervan is om ervoor te zorgen dat er voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is (van MBO tot WO) en het verhogen van internationale bekendheid op dit terrein.
Behorend bij artikel 4.1
Bedrijven en kennisinstellingen hebben samen met het ministerie van EZ het innovatieprogramma Life Sciences & Health (LSH) ontwikkeld. Het programma stimuleert jonge hightech bedrijven nieuwe medische producten (vaccins, geneesmiddelen), behandelingen (weefsel- en orgaanherstel, medische implantaten) en diagnostica te ontwikkelen. Nederland heeft een sterke kennispositie op dit gebied. Bedrijven als Organon, Philips Medical en DSM en diverse jonge, beursgenoteerde life sciences bedrijven als Crucell, Pharming, Octoplus en Galapagos zijn op hun gebied internationaal toonaangevend. De ambitie van het innovatieprogramma LSH is om Nederland een internationale hotspot te laten worden op het gebied van medisch en klinisch onderzoek, waar gezondheidsgerelateerde life sciences bedrijven goed kunnen werken en groeien.
Het ambitieniveau van dit innovatieprogramma is daarbij:
Achtergrond
De drie belangrijke knelpunten binnen de LSH-sector zijn de doorgroei van jonge hightech MKB-ers, netwerkvorming en knelpunten binnen het LSH klimaat (o.a. human capital en wet- en regelgeving). Deze knelpunten belemmeren de valorisatie van lopend en nieuw publiek en privaat onderzoek. Deze punten worden met onderstaande agenda aangepakt.
Behorende bij artikel 4.1
India
India
De valorisatiestap van concepten die voortkomen uit de publiek-private samenwerkingen is een belangrijke om uiteindelijk tot een medisch innovatief product te komen. De sector pleit dan ook voor ondersteuning bij samenwerking. Het gaat hierbij om ondersteuning bij (internationele) samenwerkingsprojecten en bij facility sharing van bijzondere apparatuur of productiefaciliteiten. Ook vallen netwerkevenementen die R&D-samenwerking stimuleren onder deze actielijn.
Bedrijven en kennisinstellingen hebben samen met het ministerie van EZ het innovatieprogramma Life Sciences & Health (LSH) ontwikkeld. Het programma stimuleert jonge hightech bedrijven nieuwe medische producten (vaccins, geneesmiddelen), behandelingen (weefsel- en orgaanherstel, medische implantaten) en diagnostica te ontwikkelen. Nederland heeft een sterke kennispositie op dit gebied. Bedrijven als Organon, Philips Medical en DSM en diverse jonge, beursgenoteerde life sciences bedrijven als Crucell, Pharming, Octoplus en Galapagos zijn op hun gebied internationaal toonaangevend. De ambitie van het innovatieprogramma LSH is om Nederland een internationale hotspot te laten worden op het gebied van medisch en klinisch onderzoek, waar gezondheidsgerelateerde life sciences bedrijven goed kunnen werken en groeien.
Bijlage 9.1
De Strategische doelen en focusgebieden
3. Focus Maritiem Innovatie Programma
De drie belangrijke knelpunten binnen de LSH-sector zijn de doorgroei van jonge hightech MKB-ers, netwerkvorming en knelpunten binnen het LSH klimaat (o.a. human capital en wet- en regelgeving). Deze knelpunten belemmeren de valorisatie van lopend en nieuw publiek en privaat onderzoek. Deze punten worden met onderstaande agenda aangepakt.
Bedrijven en kennisinstellingen hebben samen met het ministerie van EZ het innovatieprogramma Life Sciences & Health (LSH) ontwikkeld. Het programma stimuleert jonge hightech bedrijven nieuwe medische producten (vaccins, geneesmiddelen), behandelingen (weefsel- en orgaanherstel, medische implantaten) en diagnostica te ontwikkelen. Nederland heeft een sterke kennispositie op dit gebied. Bedrijven als Organon, Philips Medical en DSM en diverse jonge, beursgenoteerde life sciences bedrijven als Crucell, Pharming, Octoplus en Galapagos zijn op hun gebied internationaal toonaangevend. De ambitie van het innovatieprogramma LSH is om Nederland een internationale hotspot te laten worden op het gebied van medisch en klinisch onderzoek, waar gezondheidsgerelateerde life sciences bedrijven goed kunnen werken en groeien.
Het ambitieniveau van dit innovatieprogramma is daarbij:
De kansen op het gebied van life sciences & health liggen vooral op de gebieden personalized medicine, preventieve diagnostiek en regeneratieve geneeskunde. Hier heeft Nederland met het genomics research en het lopende biomedisch onderzoek een goede kennispositie opgebouwd en zijn recent ook enkele belangrijke publiek-private samenwerkingen gestart. Dit betreft TIPharma, het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en het BioMedical Materials program (BMM), die zich richten op het pre-competitieve deel van de kennisontwikkeling.
Actielijn 3:. overige knelpunten (waaronder human capital, wet- en regelgeving en het stimuleren van ondernemerschap)
Deze actielijn is erop gericht om alle randvoorwaarden om innovaties tot stand te laten komen zo optimaal mogelijk te maken. Het klimaat in Nederland moet buitenlandse LSG-bedrijven aantrekken. Een voorbeeld hiervan is om ervoor te zorgen dat er voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is (van MBO tot WO) en het verhogen van internationale bekendheid op dit terrein.
Europese life sciences bedrijven hebben te maken met de zogenoemde ‘equity gap’. In de groeifase, waarbij nieuwe productconcepten de klinische onderzoeksfase ingaan, is het voor een life sciences bedrijf moeilijk financiering te vinden. In deze actielijn wordt dan ook gepleit voor een risicodragend krediet. Dit krediet moet de hefboom zijn om bedrijven in deze fase mede door een venture capitalist gefinancierd te laten worden.
Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren
De valorisatiestap van concepten die voortkomen uit de publiek-private samenwerkingen is een belangrijke om uiteindelijk tot een medisch innovatief product te komen. De sector pleit dan ook voor ondersteuning bij samenwerking. Het gaat hierbij om ondersteuning bij (internationele) samenwerkingsprojecten en bij facility sharing van bijzondere apparatuur of productiefaciliteiten. Ook vallen netwerkevenementen die R&D-samenwerking stimuleren onder deze actielijn.
Zowel de selectie, de winning en exploitatie van functionele bio-ingrediënten, als de selectie en exploitatie van enzymen en micro-organismen die betrokken zijn bij het verkrijgen van bioactieve moleculen, als het borgen van de gewenste bio-activiteit op het moment van gebruik zijn belangrijke uitdagingen in de ontwikkeling van gezonde en functionele voedingsmiddelen.
Bijlage 11.1
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 4.2
Bijlage 4.2
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.
Artikel 7.11a
Vervallen
Hoofdstuk 8. Maritiem
§ 2. InnoWATOR-projecten
§ 2. Maritieme MKB-projecten
§ 1. Begripsbepalingen Food & Nutrition Delta
Hoofdstuk 8. Maritiem
§ 4. InnoWATOR-garantiefaciliteit
§ 4. InnoWATOR-garantiefaciliteit
§ 4. FND-MKB-innovatieprojecten
§ 1. Begripsbepalingen HTAS-innovatieprojecten
Hoofdstuk 10. Polymeren
§ 3. HTAS-internationale innovatieprojecten
§ 1. Begripsbepalingen Point One
§ 4. HTAS-projecten elektrische voertuigtechnologie
§ 1. Begripsbepalingen Point-One
Hoofdstuk 11. Formulieren
Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Bijlage 4.1
Behorende bij artikel 4.1
Zweden
Bijlage 4.2
De drie belangrijke knelpunten binnen de LSH-sector zijn de doorgroei van jonge hightech MKB-ers, netwerkvorming en knelpunten binnen het LSH klimaat (o.a. human capital en wet- en regelgeving). Deze knelpunten belemmeren de valorisatie van lopend en nieuw publiek en privaat onderzoek. Deze punten worden met onderstaande agenda aangepakt.
Actielijn 3:. overige knelpunten (waaronder human capital, wet- en regelgeving en het stimuleren van ondernemerschap)
Bijlage 5.1
Achtergrond
Innovatiethema’s
Denemarken
Bijlage 6.1
Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren
De valorisatiestap van concepten die voortkomen uit de publiek-private samenwerkingen is een belangrijke om uiteindelijk tot een medisch innovatief product te komen. De sector pleit dan ook voor ondersteuning bij samenwerking. Het gaat hierbij om ondersteuning bij (internationele) samenwerkingsprojecten en bij facility sharing van bijzondere apparatuur of productiefaciliteiten. Ook vallen netwerkevenementen die R&D-samenwerking stimuleren onder deze actielijn.
Bijlage 6.2
Behorende bij artikel 6.1
Bijlage 7.1
Bedrijven en kennisinstellingen hebben samen met het ministerie van EZ het innovatieprogramma Life Sciences & Health (LSH) ontwikkeld. Het programma stimuleert jonge hightech bedrijven nieuwe medische producten (vaccins, geneesmiddelen), behandelingen (weefsel- en orgaanherstel, medische implantaten) en diagnostica te ontwikkelen. Nederland heeft een sterke kennispositie op dit gebied. Bedrijven als Organon, Philips Medical en DSM en diverse jonge, beursgenoteerde life sciences bedrijven als Crucell, Pharming, Octoplus en Galapagos zijn op hun gebied internationaal toonaangevend. De ambitie van het innovatieprogramma LSH is om Nederland een internationale hotspot te laten worden op het gebied van medisch en klinisch onderzoek, waar gezondheidsgerelateerde life sciences bedrijven goed kunnen werken en groeien.
Focus op vier kansrijke clusters
De kansen op het gebied van life sciences & health liggen vooral op de gebieden personalized medicine, preventieve diagnostiek en regeneratieve geneeskunde. Hier heeft Nederland met het genomics research en het lopende biomedisch onderzoek een goede kennispositie opgebouwd en zijn recent ook enkele belangrijke publiek-private samenwerkingen gestart. Dit betreft TIPharma, het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en het BioMedical Materials program (BMM), die zich richten op het pre-competitieve deel van de kennisontwikkeling.
Behorende bij artikel 5.1
Diverse workshops en consultaties met de grootbedrijven, MKB bedrijven, brancheorganisaties en onderzoeksorganisaties vonden plaats om het Innovatieprogramma FND inhoudelijk vorm en focus te geven. Dit is eerst voor fase 1 en daarna voor fase 2 gedaan. Ten behoeve van het opzetten van de onderzoeksprogramma’s van fase 1, het TTI WCFS+, is een zorgvuldig proces doorlopen van het identificeren van consumentenbehoeften, via functionele en wetenschappelijke doelen tot het ontwikkelen van innovatiethema’s en -projecten. De consumentenbehoeften die zijn geïdentificeerd als belangrijke marktgebieden voor de toekomst zijn:
Innovatiethema’s
Bijlage 6.2
2. Olie en gaswinning onder extreme omstandigheden (zoals zeer diep water en ontoegankelijke omgeving);
Naast gezondheid zijn structuur en sensoriek van voedingsmiddelen belangrijke kwaliteitsaspecten die de keuze van de consument bepalen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de invloed van structuur van voedingsmiddelen op het mondgevoel en vrijkomen van geur- en smaakstoffen tijdens consumptie. Een goede controle over beide aspecten is een belangrijke vereiste om de beoogde producten met hoge toegevoegde waarde te kunnen realiseren.
Behorende bij de artikelen 6.1, 6.15 en 6.16
Zowel de selectie, de winning en exploitatie van functionele bio-ingrediënten, als de selectie en exploitatie van enzymen en micro-organismen die betrokken zijn bij het verkrijgen van bioactieve moleculen, als het borgen van de gewenste bio-activiteit op het moment van gebruik zijn belangrijke uitdagingen in de ontwikkeling van gezonde en functionele voedingsmiddelen.
De Strategische doelen en focusgebieden
Vooral voor MKB bedrijven zijn niet food gerelateerde technologische innovaties van groot belang om op het gebied van Food & Nutrition te komen tot nieuwe producten, processen en diensten.
Vehicle efficiency
Bij Vehicle efficiency wordt door verbetering van het totale aandrijvingsysteem het brandstofverbruik verminderd. Binnen het focusgebied Vehicle efficiency zijn twee nadere thema’s vastgesteld:
Behorende bij de artikelen 6.1, 6.15 en 6.16
Doelstelling
Het hoofddoel van het Innovatieprogramma Watertechnologie luidt:
Behorende bij artikel 4.1
Behorend bij artikel 4.1
Bijlage 9.1
Binnen fase 2 van het Innovatieprogramma FND worden de volgende innovatiethema’s onderscheiden:
Behorende bij artikel 4.1
India
1. Inleiding
Dit hoofdstuk Life Sciences & Health van deze regeling is onderdeel van actielijn 2 van het innovatieprogramma LSH.
2. Doelstelling Maritiem Innovatie Programma
De kansen op het gebied van life sciences & health liggen vooral op de gebieden personalized medicine, preventieve diagnostiek en regeneratieve geneeskunde. Hier heeft Nederland met het genomics research en het lopende biomedisch onderzoek een goede kennispositie opgebouwd en zijn recent ook enkele belangrijke publiek-private samenwerkingen gestart. Dit betreft TIPharma, het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en het BioMedical Materials program (BMM), die zich richten op het pre-competitieve deel van de kennisontwikkeling.
Instrumenten ter bevordering van innovatie
De ontwikkeling van onderscheidende nieuwe processen en producten vergt dermate veel geld en de terugverdientijd is zodanig lang dat het van groot belang is om de behoefte en het gedrag van de consument van morgen goed te kunnen voorspellen.
Behorende bij artikel 4.1
Bedrijven en kennisinstellingen hebben samen met het ministerie van EZ het innovatieprogramma Life Sciences & Health (LSH) ontwikkeld. Het programma stimuleert jonge hightech bedrijven nieuwe medische producten (vaccins, geneesmiddelen), behandelingen (weefsel- en orgaanherstel, medische implantaten) en diagnostica te ontwikkelen. Nederland heeft een sterke kennispositie op dit gebied. Bedrijven als Organon, Philips Medical en DSM en diverse jonge, beursgenoteerde life sciences bedrijven als Crucell, Pharming, Octoplus en Galapagos zijn op hun gebied internationaal toonaangevend. De ambitie van het innovatieprogramma LSH is om Nederland een internationale hotspot te laten worden op het gebied van medisch en klinisch onderzoek, waar gezondheidsgerelateerde life sciences bedrijven goed kunnen werken en groeien.
Bijlage 10.1
Behorend bij artikel 4.1
De drie belangrijke knelpunten binnen de LSH-sector zijn de doorgroei van jonge hightech MKB-ers, netwerkvorming en knelpunten binnen het LSH klimaat (o.a. human capital en wet- en regelgeving). Deze knelpunten belemmeren de valorisatie van lopend en nieuw publiek en privaat onderzoek. Deze punten worden met onderstaande agenda aangepakt.
Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten
Dit hoofdstuk Life Sciences & Health van deze regeling is onderdeel van actielijn 2 van het innovatieprogramma LSH.
Behorende bij artikel 5.1
India
Bijlage 11.3
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.
§ 3.2. Verstrekking van subsidie aan kennisinstellingen
Hoofdstuk 5. Food & Nutrition Delta
§ 4. Hooggekwalificeerd personeel
§ 4. Hooggekwalificeerd personeel
§ 1. Begripsbepalingen Food & Nutrition Delta
§ 3. FND-innovatieprojecten
Hoofdstuk 6. HTAS-innovatieprojecten
§ 4. FND-MKB-innovatieprojecten
§ 4. FND-MKB-innovatieprojecten
§ 1. Begripsbepalingen HTAS-innovatieprojecten
Hoofdstuk 7. InnoWATOR
§ 2. Subsidie aan ETB-samenwerkingsverbanden
§ 1. Begripsbepalingen HTAS-innovatieprojecten
§ 3. HTAS-internationale innovatieprojecten
Hoofdstuk 8. Maritiem
§ 2. Maritieme MKB-projecten
§ 2. FND-haalbaarheidsprojecten
Hoofdstuk 9. Point One
§ 3. Internationale innoWATOR-projecten
§ 4. FND-MKB-innovatieprojecten
§ 2. HTAS-doorbraakprojecten
Hoofdstuk 10. Polymeren
§ 1. Begripsbepalingen Point-One
§ 4. HTAS-projecten elektrische voertuigtechnologie
§ 4. Polymeren innovatieprojecten
§ 4. Polymeren innovatieprojecten
Artikel 10a.1
Vervallen
§ 2. HighTech Topprojecten
Artikel 10a.2
Vervallen
Artikel 10a.3
Vervallen
Artikel 10a.4
Vervallen
Artikel 10a.5
Vervallen
Artikel 10a.6
Vervallen
Artikel 10a.7
Vervallen
Artikel 10a.8
Vervallen
Artikel 10a.9
Vervallen
Artikel 10a.10
Vervallen
Artikel 10a.11
Vervallen
Hoofdstuk 10b. Kenniswerkers
Artikel 10b.1
Vervallen
Artikel 10b.2
Vervallen
Artikel 10b.3
Vervallen
Artikel 10b.4
Vervallen
Artikel 10b.5
Vervallen
Artikel 10b.6
Vervallen
Artikel 10b.7
Vervallen
Artikel 10b.8
Vervallen
Artikel 10b.9
Vervallen
Artikel 10b.10
Vervallen
Artikel 10b.11
Vervallen
Artikel 10b.12
Vervallen
Artikel 10b.13
Vervallen
Hoofdstuk 8. Maritiem
Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Bijlage 1.1
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 4.1
Behorende bij artikel 4.1
Bijlage 4.2
Ierland
Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten
Bijlage 5.1
Behorende bij artikel 5.1
Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten
Bijlage 6.1
Actielijn 3:. overige knelpunten (waaronder human capital, wet- en regelgeving en het stimuleren van ondernemerschap)
Bijlage 7.1
Vehicle efficiency
Bijlage 1.1
Behorend bij artikel 1.2, eerste lid, van de Subsidieregeling sterktes in innovatie.
Het rapport van feitelijke bevindingen wordt opgesteld overeenkomstig de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden (ex artikel A-130.7 VGC) van het NIVRA. In het rapport van feitelijke bevindingen rapporteert de accountant over de hieronder genoemde aspecten en aandachtspunten van de integrale kostensystematiek.
| 1. Beschrijving integrale kostensystematiek | 1. Beschrijving integrale kostensystematiek |
|---|---|
| Opzet systematiek | Opzet systematiek |
| 1.1 | Welke kostendragers gebruikt de organisatie in de integrale kostensystematiek? |
| 1.2 | Hoe worden de indirecte kosten toegerekend aan de kostendragers? |
| 1.3 | Worden de jaarlijkse tarieven op basis van de integrale kostensystematiek voorcalculatorisch vastgesteld? Als de subsidie-ontvanger jaarlijks vooraf de tarieven vaststelt, is aan het begin van het jaar duidelijk wat de tarieven van dat jaar zijn. Deze tarieven worden gehanteerd bij begroting en ook bij de vaststelling van projecten. Als de subsidie-ontvanger niet met voorcalculatorische tarieven werkt dan toelichten. |
| 1.4 | Hoe worden de uitgangscijfers bepaald die voor de jaarlijkse berekening van de tarieven gebruikt worden? |
| 1.5 | Sinds wanneer wordt deze integrale kostensystematiek door de organisatie toegepast? |
| 1.6 | Is er een wijziging van de integrale kostensystematiek gepland en zo ja wanneer? |
| Over personeelskosten | Over personeelskosten |
| 1.7 | Is het personeel ingedeeld in tariefgroepen? Zo ja, welke? |
| 1.8 | Wat is het aantal direct productieve uren per voltijd werknemer? Is dit aantal gelijk voor alle personen? Zo nee, licht toe. |
| 1.9 | Hoe wordt het aantal direct productieve uren per voltijd werknemer berekend? |
| Over machines en apparatuur | Over machines en apparatuur |
| 1.10 | Zijn de kosten voor machines en apparatuur onderdeel van de integrale kostensystematiek? Zo ja, geldt dat voor alle machines en apparatuur of zijn er ook machines en apparaten die in projecten als aparte post worden begroot? |
| 2. Basisvoorwaarden integrale kostensystematiek | 2. Basisvoorwaarden integrale kostensystematiek |
| --- | --- |
| 2.1 | De toerekeningssystematiek en -principes (verdeelsleutels en -mechanismen van indirecte kosten; normen voor percentages, etc.) worden in de hele organisatie stelselmatig toegepast. |
| 2.2 | Kosten worden op een bedrijfseconomische aanvaardbare en stelselmatige wijze aan kostendragers toegerekend. Deze toerekening is transparant en controleerbaar. |
| 2.3 | Specifieke indirecte kosten van bepaalde activiteiten worden niet toegerekend aan andere activiteiten. Bijvoorbeeld: specifieke indirecte kosten van onderwijsactiviteiten worden niet toegerekend aan onderzoeksactiviteiten en specifieke indirecte kosten van de marketingafdeling worden niet toegerekend aan R&D activiteiten. |
| 2.4 | Toerekenbare indirecte kosten worden evenredig omgeslagen over de activiteiten. |
| 2.5 | Directe kosten worden niet nogmaals meegenomen in de indirecte kosten. |
| 2.6 | In de systematiek zijn geen winstopslagen opgenomen. |
| 2.7 | In de systematiek zijn geen toeslagen voor risico’s opgenomen. |
| 3. Niet in de integrale kostensystematiek op te nemen kostencomponenten | 3. Niet in de integrale kostensystematiek op te nemen kostencomponenten |
| --- | --- |
| 3.1 | Kosten van algemene research of algemene kennisopbouw1. |
| 3.2 | Kosten die al door de overheid of derden zijn of worden gefinancierd. Bijvoorbeeld afschrijvingskosten van reeds gefinancierde gebouwen, installaties en apparatuur. |
| 3.3 | Kosten die het gevolg zijn van buitensporige of roekeloze uitgaven2. |
| 3.4 | Kosten die door crediteuren in rekening worden gebracht bij te laat betalen. |
| 3.5 | Kosten van incourante voorraden. |
| 3.6 | Kosten van vaste activa als gevolg van leegstand. |
| 3.7 | Kosten van externe subsidie-adviseurs voor zover deze specifiek betrokken zijn bij de aanvraag van individuele projecten. |
| 3.8 | Voorzieningen voor mogelijke toekomstige verliezen en schulden (bijvoorbeeld voor dubieuze debiteuren)en voor reorganisatiekosten3. |
| 3.9 | Alle indirecte belastingen, waaronder BTW, voor zover die kunnen worden teruggevorderd of verrekend. |
| 3.10 | Bemiddelingskosten, transactiekosten en provisies bij het afsluiten van leningen. |
| 3.11 | Bemiddelingskosten, transactiekosten en provisies bij het beleggen van geld. |
| 3.12 | Rentekosten, met uitzondering van rente voor gebouwen en technische installaties, mits toerekenbaar aan de subsidiabele activiteiten. |
| 3.13 | Rekenrente op met eigen vermogen gefinancierde activa4. |
| 3.14 | Wisselkoersverliezen. |
1 Onder algemene research en kennisopbouw valt basisonderzoek, waaronder het eerste geldstroom onderzoek van universiteiten. De kosten verbonden aan dit onderzoek worden vaak al uit andere bronnen gefinancierd en mogen niet via de integrale kostensystematiek worden toegerekend aan subsidieprojecten.
2 Van buitensporige uitgaven is sprake als subsidie-ontvanger beduidend meer betaalt voor producten, diensten of personeel dan tegen de gangbare markttarieven, waardoor een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald. Roekeloze uitgaven betreft het onzorgvuldig omgaan met het selecteren van producten, diensten of personeel waardoor eveneens een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald.
3 Reorganisatiekosten die verband houden met de normale periodieke reorganisaties die nodig zijn om de afdelingen die de subsidiable activiteiten uitvoeren goed te laten functioneren zijn nodig voor de goede uitvoering van deze activiteiten. Daarom kunnen deze reorganisatiekosten zelf wel onderdeel uitmaken van de kostenberekening.
4 Voor universiteiten geldt hier een uitzondering, voor zover activa van universiteiten beslag leggen op eigen vermogen en voor zover die activa toerekenbaar zijn aan de subsidiabele activiteiten. Als rekenrente moet dan de 10-jaars rente van de Bank Nederlandse Gemeenten per primo van een betreffend jaar gehanteerd worden.
3. Focus Maritiem Innovatie Programma
2. Doelstelling Maritiem Innovatie Programma
Behorend bij artikel 4.1
Behorende bij artikel 5.1
Innovatiethema’s
Behorend bij artikel 4.1
India
Binnen fase 2 van het Innovatieprogramma FND worden de volgende innovatiethema’s onderscheiden:
Behorend bij artikel 4.1
Bedrijven en kennisinstellingen hebben samen met het ministerie van EZ het innovatieprogramma Life Sciences & Health (LSH) ontwikkeld. Het programma stimuleert jonge hightech bedrijven nieuwe medische producten (vaccins, geneesmiddelen), behandelingen (weefsel- en orgaanherstel, medische implantaten) en diagnostica te ontwikkelen. Nederland heeft een sterke kennispositie op dit gebied. Bedrijven als Organon, Philips Medical en DSM en diverse jonge, beursgenoteerde life sciences bedrijven als Crucell, Pharming, Octoplus en Galapagos zijn op hun gebied internationaal toonaangevend. De ambitie van het innovatieprogramma LSH is om Nederland een internationale hotspot te laten worden op het gebied van medisch en klinisch onderzoek, waar gezondheidsgerelateerde life sciences bedrijven goed kunnen werken en groeien.
6. Prioriteiten
De kansen op het gebied van life sciences & health liggen vooral op de gebieden personalized medicine, preventieve diagnostiek en regeneratieve geneeskunde. Hier heeft Nederland met het genomics research en het lopende biomedisch onderzoek een goede kennispositie opgebouwd en zijn recent ook enkele belangrijke publiek-private samenwerkingen gestart. Dit betreft TIPharma, het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en het BioMedical Materials program (BMM), die zich richten op het pre-competitieve deel van de kennisontwikkeling.
Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten
Europese life sciences bedrijven hebben te maken met de zogenoemde ‘equity gap’. In de groeifase, waarbij nieuwe productconcepten de klinische onderzoeksfase ingaan, is het voor een life sciences bedrijf moeilijk financiering te vinden. In deze actielijn wordt dan ook gepleit voor een risicodragend krediet. Dit krediet moet de hefboom zijn om bedrijven in deze fase mede door een venture capitalist gefinancierd te laten worden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)