Regeling van de Minister van Economische Zaken van 3 december 2008, nr. WJZ/8187136, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten op het terrein van sterktes in innovatie (Subsidieregeling sterktes in innovatie)
Belangrijke specifieke veiligheidsaspecten voor de elektrische auto’s zowel voor de passagiers als het andere verkeer zijn onder meer het gewicht en plaats van de batterij in het geval van botsingen, de elektriciteit en het daarmee geassocieerde brandgevaar en het effect van het hoogvoltage batterij bij botsingen en bij contact met water. Zie voor het volledige document www.htas.nl., dat de genoemde uitdagingen toespitst op de volgende aandachtsgebieden: chassis en body, powertrain, control, auxiliary equipment en integratie. Naast de technologische uitdagingen gaat het thema EVT ook in op de ondersteunende activiteiten die nodig zijn om dit voor Nederland te realiseren, zoals goede samenwerking met de overheid en met de energiesector. Er wordt voorts gestreefd naar extra omzetgroei en een toename van het aantal hightech werknemers op het gebied van elektrische voertuigen met 7.500 in 2020.
De technische belemmeringen die in het kabinetsstandpunt voor elektrisch rijden worden genoemd en de uitdagingen die de Nederlandse automotive-industrie binnen het voorgenomen thema EVT heeft vastgesteld, passen goed bij elkaar. Op basis hiervan zijn de doelstellingen en aandachtsgebieden geformuleerd.
Strategische hoofddoelen
b. MKB-innovatieprojecten
Specifieke doelen
c. R&D-projecten
Doel is ten slotte dat de projecten leiden tot concepten die binnen enkele jaren in productie kunnen worden genomen. Daarom dient de nadruk van de projecten te liggen op experimentele ontwikkeling en op activiteiten dicht op de productiefase. Projecten die exclusief gericht zijn op industrieel onderzoek zijn uitgesloten.
De valorisatiestap van concepten die voortkomen uit de publiek-private samenwerkingen is een belangrijke om uiteindelijk tot een medisch innovatief product te komen. De sector pleit dan ook voor ondersteuning bij samenwerking. Het gaat hierbij om ondersteuning bij (internationele) samenwerkingsprojecten en bij facility sharing van bijzondere apparatuur of productiefaciliteiten. Ook vallen netwerkevenementen die R&D-samenwerking stimuleren onder deze actielijn.
Actielijn 3:. overige knelpunten (waaronder human capital, wet- en regelgeving en het stimuleren van ondernemerschap)
Chassis en body:
Auxiliary equipment:
Electric Powertrain:
Innovatie op het gebied van key-componenten en samengestelde systemen in de gehele elektrische aandrijflijn, zoals batterijtechnologie, on-board snellaadsystemen, systemen voor terugwinning van remenergie, vermogenselektronica. transmissie technologie en tractie-motoren. Batterijontwikkeling richt zich vooral op nieuwe materialen (tbv hogere energiedichtheid,) en packaging en recycling. Daarnaast is er specifieke aandacht voor de ontwikkeling van range extenders.
Het innovatiecontract wordt uitgevoerd door het Topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) Agri&Food. De topsector Agri&Food wil de ambities realiseren door in de periode 2012–2015 het vraaggestuurde onderzoek & innovatie te versterken en te investeren in excellente kennis & innovatie op drie strategische kansen voor economische en maatschappelijke groei:
§ 1. Doelstellingen
Auxiliary equipment:
Behorende bij de artikelen 7.1, 7.8 en 7.16
Integratie:
Elektrische aandrijving geeft nieuwe mogelijkheden voor auto-design, ontwikkeling en engineering. Dus ook een nieuwe geïntegreerde benadering van het gehele voertuig wordt belangrijk. De interfaces met zowel de gebruiker (HMI) maar ook met de infrastructuur (energielaadstations, smart billing, etc) zullen het nodige onderzoek vergen. Tenslotte aandacht voor diverse drivetrain en niet drivetrain accessoires/systemen ter verbetering van de energiehuishouding, comfort en veiligheid van de auto.
Door deze maatschappelijke opgave ontstaat de komende jaren een omvangrijke en snelgroeiende vraag op de wereldmarkt. In 2001 bedroeg de omzet op de wereldmarkt 292 miljard euro en was het groeipercentage 11%.
De Strategische doelen en focusgebieden
Behorende bij de artikelen 7.1, 7.8 en 7.16
Achtergrond
Doelstelling
Door deze maatschappelijke opgave ontstaat de komende jaren een omvangrijke en snelgroeiende vraag op de wereldmarkt. In 2001 bedroeg de omzet op de wereldmarkt 292 miljard euro en was het groeipercentage 11%.
Als dichtbevolkt land aan de monding van grote rivieren beschikt Nederland noodzakelijkerwijs over veel wetenschap en ervaring op het gebied van watertechnologie. Op de wereldranglijst met octrooiaanvragen staat Nederland bijvoorbeeld op de zevende plaats. Verhoudingswijs wordt deze kennis en kunde echter onvoldoende verzilverd op de buitenlandse markten.
Bijlage 11.2
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 10b.1. Behorende bij artikel 10b.1
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.
§ 3. Subsidie aan internationale MKB-samenwerkingsverbanden
Artikel 6.18
Vervallen
Artikel 6.19
Vervallen
Artikel 6.20
Vervallen
Artikel 6.21
Vervallen
Artikel 6.22
Vervallen
Artikel 6.23
Vervallen
Artikel 6.24
Vervallen
Artikel 6.25
Vervallen
Artikel 6.26
Vervallen
Artikel 6.27
Vervallen
Hoofdstuk 7. InnoWATOR
§ 4. Subsidie aan EuroNanoMed-samenwerkingsverbanden
Hoofdstuk 9. Point One
§ 1. Begripsbepalingen Point-One
Hoofdstuk 10. Polymeren
§ 4. InnoWATOR-garantiefaciliteit
§ 2. Polymeren haalbaarheidsprojecten
§ 1. Begripsbepalingen
Hoofdstuk 10a. HighTech Topprojecten
§ 4. Polymeren innovatieprojecten
§ 2. HighTech Topprojecten
Hoofdstuk 10b. Kenniswerkers
Hoofdstuk 10c. Civiele vliegtuigontwikkeling
Artikel 10c.1
Vervallen
Artikel 10c.2
Vervallen
Artikel 10c.3
Vervallen
Artikel 10c.4
Vervallen
Artikel 10c.5
Vervallen
Artikel 10c.6
Vervallen
Artikel 10c.7
Vervallen
Artikel 10c.8
Vervallen
Hoofdstuk 10c. Civiele vliegtuigontwikkeling
Artikel 10d.1
Vervallen
Artikel 10d.2
Vervallen
Artikel 10d.3
Vervallen
Artikel 10d.4
Vervallen
Artikel 10d.5
Vervallen
Artikel 10d.6
Vervallen
Artikel 10d.7
Vervallen
Artikel 10d.8
Vervallen
Artikel 10d.9
Vervallen
Artikel 10d.10
Vervallen
Artikel 10d.11
Vervallen
Hoofdstuk 10e. Innovatieve zeescheepsbouw
Artikel 10e.1
Vervallen
Artikel 10e.2
Vervallen
Artikel 10e.3
Vervallen
Artikel 10e.4
Vervallen
Artikel 10e.5
Vervallen
Artikel 10e.6
Vervallen
Artikel 10e.7
Vervallen
Artikel 10e.8
Vervallen
Artikel 10e.9
Vervallen
Artikel 10e.10
Vervallen
Artikel 10e.11
Vervallen
Hoofdstuk 10f. Prekwalificatie ESA-programma’s
Artikel 10f.1
Vervallen
Artikel 10f.2
Vervallen
Artikel 10f.3
Vervallen
Artikel 10f.4
Vervallen
Artikel 10f.5
Vervallen
Artikel 10f.6
Vervallen
Hoofdstuk 10g. Strategisch onderzoeksprogramma vliegtuigontwikkeling
Hoofdstuk 10f. Prekwalificatie ESA-programma’s
Bijlage 4.1
Bijlage 4.2
Actielijn 3:. overige knelpunten (waaronder human capital, wet- en regelgeving en het stimuleren van ondernemerschap)
Bijlage 5.1
Bijlage 4.1
Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren
Bijlage 6.3. , behorende bij de artikelen 6.1, 6.24 en 6.25
Bijlage 8.1
Control:
Focus op vier kansrijke clusters
1. Bundelen en modaliteiten
Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren
De valorisatiestap van concepten die voortkomen uit de publiek-private samenwerkingen is een belangrijke om uiteindelijk tot een medisch innovatief product te komen. De sector pleit dan ook voor ondersteuning bij samenwerking. Het gaat hierbij om ondersteuning bij (internationele) samenwerkingsprojecten en bij facility sharing van bijzondere apparatuur of productiefaciliteiten. Ook vallen netwerkevenementen die R&D-samenwerking stimuleren onder deze actielijn.
Bijlage 11.3
Vervallen
Behorende bij de artikelen 6.1, 6.15 en 6.16
2. Hoofddoelstelling Maritiem Innovatie Programma
Het innovatiecontract wordt uitgevoerd door het Topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) Agri&Food. De topsector Agri&Food wil de ambities realiseren door in de periode 2012–2015 het vraaggestuurde onderzoek & innovatie te versterken en te investeren in excellente kennis & innovatie op drie strategische kansen voor economische en maatschappelijke groei:
Binnen het TKI Agri&Food is er specifieke aandacht voor de versterking van de innovatiekracht van het MKB. Ten behoeve van de ondersteuning van valorisatie in het agri en food MKB worden instrumenten uit artikel 5.1 ingezet. Deze instrumenten sluiten direct aan op de publiek-private samenwerkingsprojecten van het TKI Agri&Food en faciliteren de eerste fasen van valorisatie in het MKB voordat generieke instrumenten zoals het Innovatiefonds MKB(+) ondersteuning bieden.
De innovatiethema’s binnen de hierboven genoemde kansen van de topsector Agri&Food zijn:
Dan kunt u in aanmerking komen voor ondersteuning.
Service logistiek is de regie van alle after sales service: van productlevering tot aan het einde van de levenscyclus van een product. Bedrijven leveren steeds vaker een serviceconcept in plaats van een product. Vooral leveranciers van kapitaalgoederen richten zich niet alleen op het leveren, maar ook op het in stand houden, upgraden en uiteindelijk buiten bedrijf stellen en vervangen van het geleverde product. De regie in de keten gaat in de eerste plaats om ‘life cycle planning’ en ‘control’, en wint wereldwijd sterk aan belang, in het bijzonder in de Verenigde Staten waar het onder de naam ‘Servicization’ wordt ontwikkeld en in de markt wordt gezet door veel productiebedrijven. De focus binnen het thema Service Logistiek is – net als bij 4C – ketenregie en coördinatie, maar de processen en benodigde innovaties zijn wezenlijk anders.
Nieuwe innovatieve concepten voor service logistiek leiden tot:
Voor veel MKB-bedrijven is het echter een grote en lastige uitdaging om de transformatie te maken van een producerende activiteit naar het vermarkten van services vanwege praktische beperkingen zoals capaciteit, middelen of omvang.
Het Nederlandse cluster van automotive bedrijven heeft de ambitie om binnen vijf jaar één van de leidende innovatieprogramma’s in Europa te worden op het gebied van automotive technologie.
De strategische doelstellingen zijn:
Supply Chain Finance is een relatief nieuw onderwerp voor het MKB en richt zich op het optimaliseren van financiering en financieringskosten van de totale logistieke keten en de integratie van financiële processen tussen verladers, toeleveranciers, logistieke dienstverleners, financiële partners en andere relevante partners in en over de totale waardeketen(s). Belangrijk in Supply Chain Finance is dat er door samenwerking van ketenpartners nieuwe mogelijkheden ontstaan voor bedrijven op het gebied van het beheersen en verbeteren van werkkapitaal, assets, voorraden, risico’s en aansprakelijkheid, (reverse) factureringsprocessen en dergelijke. Het doel is het reduceren van kosten in de keten.
Aanvragen binnen het thema SCF kunnen zowel ingediend worden voor vernieuwing van de inrichting van de financiële processen in en over de eigen logistieke keten(s), als voor de ontwikkeling van die innovatieve financieringsconcepten voor de logistieke keten, instrumenten en arrangementen of het ontwikkelen van tools / bouwstenen om SCF door een samenwerking van MKB bedrijven mogelijk te maken.
De prioriteiten voor 2010 zijn:
Specifieke doelen
De technische belemmeringen die in het kabinetsstandpunt voor elektrisch rijden worden genoemd en de uitdagingen die de Nederlandse automotive-industrie binnen het voorgenomen thema EVT heeft vastgesteld, passen goed bij elkaar. Op basis hiervan zijn de doelstellingen en aandachtsgebieden geformuleerd.
In het kabinetsstandpunt ‘aanpak Elektrisch rijden’ (Kamerstukken II 2008/09, 31305, nr. 145) wordt elektrisch rijden als een zeer kansrijke optie aangemerkt om toekomstige automobiliteit duurzaam te maken, de energiepositie te versterken en de economie een structurele impuls te geven. Centrale ambitie in deze aanpak is om Nederland in de periode 2009–2011 tot gidsland en internationale proeftuin voor elektrisch rijden te maken. Om daarna, op basis van de gecreëerde randvoorwaarden en de opgedane leerervaringen, op te schalen en door te groeien naar grootschalige marktintroductie. Het kabinet heeft met dit oogmerk meerdere maatregelen voor de periode 2009–2011 vastgesteld, waarvan er één zich richt op het financieel stimuleren (en daaraan gekoppelde innovatiebevordering) van onderzoek, ontwikkeling en productie van elektrische voertuigen en/of onderdelen daarvoor. Deze actielijn wil bestaande en nieuwe spelers ondersteunen bij het verzilveren van de nieuwe mogelijkheden, uit het oogpunt van het versterken van onze economie, het verbeteren van ons vestigingsklimaat, het vergroten van onze internationale concurrentiepositie en werkgelegenheid. Concreet wordt geconstateerd dat ondernemers en kennisinstellingen voor de productie van elektrische voertuigen en onderdelen nog tegen een aantal belemmeringen aanlopen. De door het kabinet onderkende technische belemmeringen en onzekerheden voor grootschalige marktintroductie zijn:
De kansen op het gebied van life sciences & health liggen vooral op de gebieden personalized medicine, preventieve diagnostiek en regeneratieve geneeskunde. Hier heeft Nederland met het genomics research en het lopende biomedisch onderzoek een goede kennispositie opgebouwd en zijn recent ook enkele belangrijke publiek-private samenwerkingen gestart. Dit betreft TIPharma, het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en het BioMedical Materials program (BMM), die zich richten op het pre-competitieve deel van de kennisontwikkeling.
De strategische hoofddoelen zijn de hoofddoelen die met het HTAS-innovatieprogramma worden nagestreefd (zie bijlage 6.1). Op het gebied van elektrische voertuigtechnologie in het kader van het thema EVT zal het daarbij in het bijzonder gaan om banengroei, omzetgroei, reductie van brandstofverbruik en verhoging van de verkeersveiligheid.
Bijlage 10.1
Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren
De projecten moeten passen binnen onderstaande aandachtsgebieden:
Deze actielijn is erop gericht om alle randvoorwaarden om innovaties tot stand te laten komen zo optimaal mogelijk te maken. Het klimaat in Nederland moet buitenlandse LSG-bedrijven aantrekken. Een voorbeeld hiervan is om ervoor te zorgen dat er voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is (van MBO tot WO) en het verhogen van internationale bekendheid op dit terrein.
Ontwikkelingen op het gebied van chassis en body specifiek gericht op de eisen van elektrische voertuigen, rekening houdend met o.a. botsveiligheid, een lichter gewicht, en verbeterde stabiliteit in combinatie met minimale luchtweerstand. Belangrijke aandachtspunten zijn hierbij diverse veiligheidsaspecten ten aanzien van batterij pakketten. Uitgangspunt is een flexibel platform waarop meerdere carrosserievarianten gebouwd kunnen worden.
Het innovatiecontract wordt uitgevoerd door het Topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) Agri&Food. De topsector Agri&Food wil de ambities realiseren door in de periode 2012–2015 het vraaggestuurde onderzoek & innovatie te versterken en te investeren in excellente kennis & innovatie op drie strategische kansen voor economische en maatschappelijke groei:
Elektrisch aangedreven auto’s vragen om nieuwe energiezuinige auxiliary (ondersteunende) apparatuur, die opnieuw ontwikkeld dienen te worden. Hier is onder meer te denken aan nieuwe concepten voor voertuig temperatuurmanagement (verwarming & airco), luchtcirculatie, draadloos energie opladen, brandstofcel en solarcel toepassingen.
Bijlage 6. Chemie, Biobased en Energie
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken.
§ 2. Waardeketens
Bijlage 7.1
Het Nederlandse cluster van automotive bedrijven heeft de ambitie om binnen vijf jaar één van de leidende innovatieprogramma’s in Europa te worden op het gebied van automotive technologie.
Wereldwijd is sprake van een toenemende behoefte aan nieuwe watertechnologie. Onder watertechnologie wordt hier verstaan: alle technologieën en technieken ten behoeve van het bereiden, transporteren, leveren, verzamelen, behandelen en (her)gebruiken van drinkwater, proceswater en afvalwater voor en van burgers, huishoudens, industrie, land- en tuinbouw, recreatie en toerisme. Deze toenemende behoefte wordt onder meer veroorzaakt door de groei van de bevolking en de welvaart, de verandering van het klimaat met periode van extreme droogte en neerslag en door de toenemende en nieuwe verontreinigingen van het milieu en daarmee het oppervlakte- en grondwater. Deze ontwikkelingen vereisen een duurzame oplossing.
Dit wordt onder meer veroorzaakt door de bijzondere kenmerken van de thuismarkt: de vraagzijde lijkt vrijwel verzadigd en wordt gedomineerd door risicomijdende monopolisten (bestuurd worden door overheden) zonder commerciële exportambities; de aanbodzijde is zeer heterogeen en bestaat uit vele middelgrote en kleine productiebedrijven en enkele middelgrote adviesbureaus.
De omzet van de Nederlandse waterzuiveringsector bedroeg in 2003 ongeveer EUR 9,1 miljard per jaar, waarvan 2,1 miljard op buitenlandse markten.
De komende jaren staat de Nederlandse waterzuiveringsector voor grote opgaven, bijvoorbeeld het zuiveren van de toenemende vervuiling, voldoen aan strengere wet- en regelgeving zoals de Europese Kaderrichtlijn Water en het benutten van de grote exportpotentie, inclusief de Millennium Development Goals.
De Nederlandse watersector wil bovengenoemde maatschappelijke opgaven en economische kansen benutten door gebruik te maken van haar sterke uitgangspunten en door het verminderen en wegnemen van de belemmeringen. Het verwezenlijken van deze ambities vereist innovatie.
In september 2005 presenteerde de watersector haar visie op de toekomst in de brochure: ‘een wereld om water, naar een nieuwe aanpak voor de watersector’. Teneinde een prominente positie te veroveren binnen deze toekomstvisie wil de watersector op een nieuwe manier gaan samenwerken en zich daarbij richten op kansrijke thema’s (focus en massa). De strategie om deze ambitie en positie op het gebied van watertechnologie te bereiken is vervolgens weergegeven in de brochure ‘een wereld om water, innovatieprogramma watertechnologie (april 2006)’.
Uitdagingen
De uitdagingen en kansen voor die de Nederlandse watertechnologiesector met behulp van innovatie wil benutten zijn onder meer:
Doelstelling
Het hoofddoel van het Innovatieprogramma Watertechnologie luidt:
Belemmeringen en knelpunten bij innovatie
Dit hoofddoel is vertaald in vier subdoelen:
Instrumenten ter bevordering van innovatie
Dit type onderwerpen hebben niet alleen de aandacht van de overheid, maar ook van de Nederlandse automotive-industrie. Die deelt de opvatting dat elektrisch rijden perspectief biedt. Internationale ontwikkelingen op het gebied van elektrisch en hybride rijden bieden volgens haar marktkansen in Nederland. Specifiek met betrekking tot elektrische voertuigtechnologie wil de Nederlandse automotive-industrie aan het lopende innovatieprogramma HTAS (High Tech Automotive Systems) een thema toevoegen dat goed aansluit bij de door het kabinet onderkende technische belemmeringen: Electric Vehicle Technology (EVT). Doel daarvan is om de Nederlandse automotive-sector een voorsprong te verschaffen binnen de ontwikkeling van elektrische voertuigen, hun componenten en onderdelen. Het thema EVT richt zich op aspecten waarin de Nederlandse automotive-sector een goede uitgangspositie heeft om in de ontwikkeling van elektrische voertuigen, componenten en onderdelen een competitieve positie te kunnen innemen. De uitdagingen binnen het thema EVT zijn:
Strategische hoofddoelen
De technische belemmeringen die in het kabinetsstandpunt voor elektrisch rijden worden genoemd en de uitdagingen die de Nederlandse automotive-industrie binnen het voorgenomen thema EVT heeft vastgesteld, passen goed bij elkaar. Op basis hiervan zijn de doelstellingen en aandachtsgebieden geformuleerd.
Bijlage 10b.1. Behorende bij artikel 10b.1
Instrumenten ter bevordering van innovatie
Om bovengenoemde belemmeringen en knelpunten zoveel mogelijk weg te nemen heeft de Stuurgroep Watertechnologie in haar Innovatieprogramma de volgende instrumenten voorgesteld:
Aandachtsgebieden
Vraagprogrammering TNO en Grote Technologische Instituten (GTIs)
1. Inleiding
4. Prioriteiten
2. Hoofddoelstelling Maritiem Innovatie Programma
Doelstellingen
3. Focus Maritiem Innovatie Programma
In het kerndocument van december 2006, schetst de maritieme cluster de innovatiekansen en knelpunten. Dit document is opgesteld naar aanleiding van de strategische agenda van de Nederlandse offshore industrie en de strategische agenda van de Nederlandse maritieme maakindustrie. Voor de maritieme maak- en de offshore industrie zijn deze uitdagingen in het Maritiem Innovatie Programma vastgelegd.
Voor de Maritieme innovatieprojecten dienen de projecten te liggen op het terrein van de volgende onderwerpen:
4. Prioriteiten
Auxiliary equipment:
2. Doelstelling
Integratie:
Innovatieprogramma Point-One
1. Achtergrond
In het innovatieprogramma Point-One werken toonaangevende industrie, kennisinstellingen, (MKB)- ondernemingen en de overheid intensief samen aan de ontwikkeling van nieuwe toepassingen op basis van nano-elektronica, embedded systemen en mechatronica technologieën.
Point-One is ontstaan uit een gezamenlijk initiatief van de Nederlandse hightech industrie, kennisinstellingen en het ministerie van Economische Zaken. Het programma is gestart op 28 april 2006 als programma voor embedded systemen en nano-elektronica. In 2009 is de tweede fase gestart met een looptijd tot en met 2012. Nano-elektronica, embedded systemen en mechatronica leveren gezamenlijk essentiële bouwstenen voor de high-tech samenleving van de toekomst.
2. Doelstelling
4. Technologische gebieden en Point-One businesscases
a. Haalbaarheidsprojecten
2. Overige aanvragers6
Dit wordt onder meer veroorzaakt door de bijzondere kenmerken van de thuismarkt: de vraagzijde lijkt vrijwel verzadigd en wordt gedomineerd door risicomijdende monopolisten (bestuurd worden door overheden) zonder commerciële exportambities; de aanbodzijde is zeer heterogeen en bestaat uit vele middelgrote en kleine productiebedrijven en enkele middelgrote adviesbureaus.
Het hoofdstuk Point-One in de Subsidieregeling sterktes in innovatie heeft tot doel om op basis van de meerjarenroadmap en het jaarplan gevormde excellente projecten waarmee Nederlandse spelers zich internationaal kunnen onderscheiden, met subsidie te ondersteunen.
c. R&D-projecten
4. Technologische gebieden en Point-One businesscases
d. Internationale R&D-projecten
Uitdagingen
De meerjaren roadmap en het jaarplan waarin het bovenstaande is uitgewerkt zijn te vinden op www.point-one.nl en www.agentschapnl.nl/pointone.
Nederland beschikt over een excellente watertechnologiesector die economische en maatschappelijke doelen dient, zowel in Nederland als in het buitenland.
ContactpersoonC
a. Haalbaarheidsprojecten
Focus op vier kansrijke clusters
b. MKB-innovatieprojecten
Het doel is om aansprekende en kortdurende innovatieve projecten van MKB-ondernemers te ondersteunen met een hoog risico en een grote economische meerwaarde. Point-One MKB-innovatieprojecten kunnen bestaan uit industrieel onderzoek, uit experimentele ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het doel is om Point-One MKB bedrijven de kans te geven zelf hun onderzoeksprojecten te formuleren en uit te voeren, zonder daarbij afhankelijk te zijn van een grotere partij.
De Nederlandse watertechnologiesector wil haar inspanningen met betrekking tot innovatie concentreren op vier kansrijke clusters en de daarbijbehorende technologievelden, namelijk:
Belemmeringen en knelpunten bij innovatie
d. Internationale R&D-projecten
Instrumenten ter bevordering van innovatie
1. Inleiding
Nederland heeft een sterke maritieme sector. Deze sector omvat een aantal belangrijke wereldspelers in de offshore en de maritieme maakindustrie, een groot aantal kleine bedrijven en enkele internationaal bekende kennisinstituten. De sector vormt als cluster binnen Nederland een goed georganiseerd geheel waarin zowel wetenschappelijke kennis, toepassingskennis als commerciële kennis van de wereldmarkt wordt verenigd. De maritieme cluster is een onderdeel van het zogenaamd sleutelgebied ‘Water’, zoals gedefinieerd door het Nederlandse Innovatieplatform.
Het doel is versterking van de kennisopbouw voor de middellange en lange termijn op het gebied van nano-elektronica, mechatronica en embedded systemen, als ook het bouwen aan een gestructureerd strategisch partnerschap tussen publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties en ondernemers in het Point-One domein. Projecten zullen bijdragen aan de implementatie van de Point-One meerjarenroadmap, en in het bijzonder de ‘Emerging Technology Agenda’. Projecten bestaan uit fundamenteel en/of industrieel onderzoek waarvoor een promovendus of postdoc wordt aangesteld. Deze projecten resulteren in proefschriften, wetenschappelijke publicaties, conferentiepresentaties en kennisopbouw voor de middellange tot lange termijn. De nadruk ligt dus op kennisopbouw waarbij de projecten een hoog risicogehalte hebben; echter wel vanuit een industriële vraagstelling. De ondernemer of de ondernemers in het samenwerkingsverband draagt of dragen daarvoor met tenminste 75% bij aan de projectkosten.
ContactpersoonC
Behorende bij de artikelen 10.1, 10.13 en 10.20
§ 1. Doelstellingen
3. Focus Maritiem Innovatie Programma
Het Polymeren Innovatie Programma is een van de onderdelen van het Businessplan Chemie, dat in 2006 verschenen is. De ambitie van het Polymeren Innovatie Programma is ‘een quantum leap te bereiken in de bijdrage van de Nederlandse Polymeren gemeenschap aan de kwaliteit van leven, duurzaamheid en economische groei’. Het Polymeren Innovatie Programma draagt hiermee bij aan de overall doelstellingen van het Businessplan Chemie:
Het Polymeren Innovatie Programma zal voor 20% bijdragen aan de verdubbeling van het BBP, dat wil zeggen een bijdrage aan het BBP van € 2,4 miljard en voor bijna 30% aan een reductie van het energieverbruik: 90 PJ.
Bijlage 11.2
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 9.1. Behorende bij de artikelen 9.1a, 9.1e, 9.2, 9.6, 9.7, 9.13 en 9.21
Bijlage 11.4
1. Achtergrond
§ 3. Duurzaamheidsdoelstellingen
Als resultaat van een interactief proces geleid door de Federatie Nederlandse Rubber en Kunststofindustrie in samenwerking met het midden en kleinbedrijf en grote bedrijven is een lijst ontwikkeld met thema’s voor gezamenlijke ontwikkelingsdoelstellingen. Het Polymeren Innovatie Programma heeft deze thema’s overgenomen.
Deze thema’s zijn:
Point-One is ontstaan uit een gezamenlijk initiatief van de Nederlandse hightech industrie, kennisinstellingen en het ministerie van Economische Zaken. Het programma is gestart op 28 april 2006 als programma voor embedded systemen en nano-elektronica. In 2009 is de tweede fase gestart met een looptijd tot en met 2012. Nano-elektronica, embedded systemen en mechatronica leveren gezamenlijk essentiële bouwstenen voor de high-tech samenleving van de toekomst.
Uitgangspunt van het programma is de strategie die in het programmadocument Point-One Phase 2, ‘From good to great in Dutch Technologies’ is beschreven en nader is uitgewerkt in de Point-One Phase 2 meerjarenroadmap. Deze roadmap is opgesteld door de Point-One vereniging, op basis van bijdragen partijen uit het veld.
Een doelstelling van het hoofdstuk HighTech Topprojecten is om, naast de in het HTAS programma en bijlage 6.1 omschreven ontwikkeling van Hybrid Vehicles, ook de mogelijkheid te openen om een vergelijkbare ontwikkeling te kunnen ondersteunen voor een 100% elektrische auto of delen daarvan. De bredere HTAS doelstellingen omzetgroei, ecosysteemontwikkeling en human capital zijn ook op dit onderwerp van toepassing.
3. Strategisch hoofddoel en focus
De onderzoeks- en detacheringsprojecten moeten passen binnen thema’s van maatschappelijk belang (maatschappelijke thema’s) die de Nederlandse kennispositie versterken. Er dient een bijdrage te worden geleverd aan de voor Nederland relevante maatschappelijke innovatiethema’s zoals die worden uitgevoerd in de 9 innovatieprogramma’s voor de sleutelgebieden, de 6 maatschappelijke innovatie agenda’s als onderdeel van Nederland Ondernemend Innovatieland, de 12 thema’s in de vraagprogrammering TNO-GTI’s of de 13 thema’s uit de NWO strategie.
Innovatieprogramma’s
Bedrijven, kennisinstellingen en overheid hebben op kansrijke gebieden innovatieprogramma’s ontwikkeld. Indien onderzoeks- en detacheringsprojecten zich richten op dergelijke programma’s, moeten ze passen binnen die programma’s zoals omschreven in de hieronder aangegeven bijlagen van de Subsidieregeling sterktes in innovatie (Staatscourant 2008, 18 dec 2008, nr. 2129):
Maatschappelijke Innovatie Agenda Onderwijs
Food & Nutrition Delta (bijlage 5.2 Subsidieregeling sterktes in innovatie)
Vraagprogrammering TNO en Grote Technologische Instituten (GTIs)
Watertechnologie (bijlage 7.1 Subsidieregeling sterktes in innovatie)
NWO-strategiethema’s
Point One (bijlage 9.1 Subsidieregeling sterktes in innovatie)
Vraag 1.2
Door een duidelijke beantwoording van de vragen kan worden vermeden dat de behandeling van een aanvraag dient te worden opgeschort voor het vragen van nadere informatie.
Indien onderzoeks- en detacheringsprojecten zich richten op MIA’s, moeten ze passen binnen die MIA’s zoals omschreven in Kamerstukken TK 2007/08, 27046, nr. 120, bijlage (gezondheid, water en veiligheid) en Kamerstukken TK 2007/08, 31530, nr. 1, bijlage (energie), dan wel in onderstaande thema’s Duurzame agro- en visserijketens en Onderwijs (zie ook www.nederlandondernemendinnovatieland.nl).
Maatschappelijke Innovatie Agenda Duurzame Agro- en Visserijketens
Deze agenda richt zich op onderzoek en ontwikkeling van kennis en innovaties binnen de volgende zeven thema’s:
Maatschappelijke Innovatie Agenda Onderwijs
Deze agenda richt zich op het versterken van de innovatiekracht van het onderwijsveld en het creëren van de juiste randvoorwaarden. Thema’s die centraal staan, zijn o.a. het ondervangen van het leraren tekort d.m.v. innovatieve oplossingen en het bieden van ruimte voor experimenten.
Vraagprogrammering TNO en Grote Technologische Instituten (GTIs)
Op aanbeveling van de Ad hoc commissie Wijffels heeft de overheid in 2004 gekozen voor het invoeren van vraagprogrammering en vraagfinanciering van het toepassingsgerichte onderzoek door TNO en de GTI’s (ECN, NLR, MARIN, Deltares en WUR/DLO). Kern van de vraagprogrammering is dat de maatschappelijke kennisvraag van overheid, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven centraal staat bij de onderzoeksprogrammering van de instituten. In 2005 heeft het kabinet (Voortgangsrapportage 2005 Implementatie Kabinetstandpunt Brugfunctie TNO en GTI’s, 11 november 2005, TK 29338, nr. 41) het proces van vraagprogrammering en de thema’s aangegeven. In de Voortgangsrapportage 2006 (11 december 2006, 29338, nr. 56, tabel 2) zijn de thema’s verder uitgewerkt. Het gaat om de volgende twaalf thema’s:
In de internationale R&D projecten wordt niet alleen technologische excellentie nagestreefd, maar ook wordt aangestuurd op de versterking van het Point-One ecosysteem en de introductie van innovatieve MKBs in internationale netwerken. In het Annual Plan zijn voor internationale R&D-projecten streefwaarden opgenomen voor toe te kennen subsidie aan ondernemingen die een jaarlijkse omzet hebben van minder dan € 500.000.000, waaronder MKB ondernemingen.
Indien onderzoeks- en detacheringsprojecten zich richten op NWO-strategiethema’s, moeten ze passen binnen de thema’s zoals omschreven in de door NWO vastgestelde strategie 2007–2010 (Wetenschap gewaardeerd, NWO-strategie 2007–2010, mei 2006). Het gaat om de volgende dertien thema’s:
Het doel is versterking van de kennisopbouw voor de middellange en lange termijn op het gebied van nano-elektronica, mechatronica en embedded systemen, als ook het bouwen aan een gestructureerd strategisch partnerschap tussen publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties en ondernemers in het Point-One domein. Projecten zullen bijdragen aan de implementatie van de Point-One meerjarenroadmap, en in het bijzonder de ‘Emerging Technology Agenda’. Projecten bestaan uit fundamenteel en/of industrieel onderzoek waarvoor een promovendus of postdoc wordt aangesteld. Deze projecten resulteren in proefschriften, wetenschappelijke publicaties, conferentiepresentaties en kennisopbouw voor de middellange tot lange termijn. De nadruk ligt dus op kennisopbouw waarbij de projecten een hoog risicogehalte hebben; echter wel vanuit een industriële vraagstelling. De ondernemer of de ondernemers in het samenwerkingsverband draagt of dragen daarvoor met tenminste 75% bij aan de projectkosten.
De SBI-code wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onder andere gebruikt om bedrijfseenheden te rubriceren naar hunhoofdactiviteit, de zogenaamde standaard bedrijfsindeling.
Nederland heeft met een uitstekende infrastructuur voor informatie- en communicatietechnologie (hierna: ICT) en een sterke internationale oriëntatie een goede uitgangspositie voor de innovatieve ontwikkelingen op het gebied van diensteninnovatie en ICT.
Vanuit deze uitgangspositie worden de volgende doelstellingen nagestreefd:
De Subsidieregeling Polymeren-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten maakt onderdeel uit van het Polymeren Innovatie Programma.
Het Polymeren Innovatie Programma is een van de onderdelen van het Businessplan Chemie, dat in 2006 verschenen is. De ambitie van het Polymeren Innovatie Programma is ‘een quantum leap te bereiken in de bijdrage van de Nederlandse Polymeren gemeenschap aan de kwaliteit van leven, duurzaamheid en economische groei’. Het Polymeren Innovatie Programma draagt hiermee bij aan de overall doelstellingen van het Businessplan Chemie:
II. Financial logistics
Het Polymeren Innovatie Programma bestaat voor een groot deel uit precompetitieve research, uitgevoerd binnen het DPI. Daarnaast is een DPI-Value Center (DPI-VC) opgericht dat zich richt op het ondersteunen van voornamelijk MKB en starters door de samenwerking te bevorderen, bedrijven met elkaar en met onderzoeksorganisaties in contact te brengen, versterken business development op diverse onderdelen. Hierdoor ontstaat nieuwe business met een hoge toegevoegde waarde of wordt de bedrijvigheid uitgebreid. De time to market en time to profit van veelbelovende innovatieprojecten wordt bekort. De slaagkans van innovatieprojecten wordt verhoogd. Tevens kan het DPI-VC best practices voor succesvolle aanpak van innovatieprojecten met een hoog risico opstellen.
§ 2. Waardeketens
Om de doelstellingen van het Polymeren Innovatie Programma te ondersteunen is de Subsidieregeling Polymeren-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten ingesteld. Deze subsidieregeling is gericht op innovatieve projecten in de polymerensector, het polymer value system. Het polymer value system bestaat uit een verscheidenheid aan spelers die op verschillende gebieden actief zijn. Binnen het systeem kunnen drie waardeketens onderscheiden worden:
3. Project
Deze thema’s zijn:
Bedrijf/organisatie
Deze thema’s zijn:
Een doelstelling van het hoofdstuk HighTech Topprojecten is om, naast de in het HTAS programma en bijlage 6.1 omschreven ontwikkeling van Hybrid Vehicles, ook de mogelijkheid te openen om een vergelijkbare ontwikkeling te kunnen ondersteunen voor een 100% elektrische auto of delen daarvan. De bredere HTAS doelstellingen omzetgroei, ecosysteemontwikkeling en human capital zijn ook op dit onderwerp van toepassing.
Hierbij verleent ondergetekende een machtiging aan [naam penvoerder] om het project [projecttitel] in te dienen bij SenterNovem en de verdere correspondentie hierover te voeren.
Een doelstelling van het hoofdstuk HighTech Topprojecten is om, naast de in het HTAS programma en bijlage 6.1 omschreven ontwikkeling van Hybrid Vehicles, ook de mogelijkheid te openen om een vergelijkbare ontwikkeling te kunnen ondersteunen voor een 100% elektrische auto of delen daarvan. De bredere HTAS doelstellingen omzetgroei, ecosysteemontwikkeling en human capital zijn ook op dit onderwerp van toepassing.
4. Ondertekening
Ondergetekende verklaart dat alle voor de aanvraag benodigde stukken zijn bijgevoegd en dat hij/zij bekend is met de voorwaarden en procedures van de Subsidieregeling sterktes in innovatie.
Innovatieprogramma’s
Bedrijven, kennisinstellingen en overheid hebben op kansrijke gebieden innovatieprogramma’s ontwikkeld. Indien onderzoeks- en detacheringsprojecten zich richten op dergelijke programma’s, moeten ze passen binnen die programma’s zoals omschreven in de hieronder aangegeven bijlagen van de Subsidieregeling sterktes in innovatie (Staatscourant 2008, 18 dec 2008, nr. 2129):
Optionele bijlage
Food & Nutrition Delta (bijlage 5.2 Subsidieregeling sterktes in innovatie)
Bedrijf/organisatie
Watertechnologie (bijlage 7.1 Subsidieregeling sterktes in innovatie)
Machtiging aanvrager 2
Hierbij verleent ondergetekende een machtiging aan [naam penvoerder] om het project [projecttitel] in te dienen bij SenterNovem en de verdere correspondentie hierover te voeren.
Vraag 4.3
Aldus naar waarheid ingevuld:
Bedrijf/organisatie
Indien niet alle bouwfases in Nederland plaatsvinden, dient u op een andere wijze aan te tonen dat het schip in Nederland zal worden gebouwd/verbouwd. De wijze waarop u dat doet staat u vrij. Een tweetal in ieder geval aanvaardbare onderbouwingsvarianten zijn onder 4.4 en 4.5 geïndiceerd.
Deze agenda richt zich op onderzoek en ontwikkeling van kennis en innovaties binnen de volgende zeven thema’s:
Hierbij verleent ondergetekende een machtiging aan [naam penvoerder] om het project [projecttitel] in te dienen bij SenterNovem en de verdere correspondentie hierover te voeren.
Aldus naar waarheid ingevuld:
Aldus naar waarheid ingevuld:
Op aanbeveling van de Ad hoc commissie Wijffels heeft de overheid in 2004 gekozen voor het invoeren van vraagprogrammering en vraagfinanciering van het toepassingsgerichte onderzoek door TNO en de GTI’s (ECN, NLR, MARIN, Deltares en WUR/DLO). Kern van de vraagprogrammering is dat de maatschappelijke kennisvraag van overheid, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven centraal staat bij de onderzoeksprogrammering van de instituten. In 2005 heeft het kabinet (Voortgangsrapportage 2005 Implementatie Kabinetstandpunt Brugfunctie TNO en GTI’s, 11 november 2005, TK 29338, nr. 41) het proces van vraagprogrammering en de thema’s aangegeven. In de Voortgangsrapportage 2006 (11 december 2006, 29338, nr. 56, tabel 2) zijn de thema’s verder uitgewerkt. Het gaat om de volgende twaalf thema’s:
ContactpersoonC
Indien onderzoeks- en detacheringsprojecten zich richten op NWO-strategiethema’s, moeten ze passen binnen de thema’s zoals omschreven in de door NWO vastgestelde strategie 2007–2010 (Wetenschap gewaardeerd, NWO-strategie 2007–2010, mei 2006). Het gaat om de volgende dertien thema’s:
Bijlage 10h.1. behorende bij de artikelen 10h.1 en 10h.9
Doelstellingen
Gegevens aanvrager 5
Vanuit deze uitgangspositie worden de volgende doelstellingen nagestreefd:
Per subsidiabele activiteit dient u de gemaakte en betaalde kosten naar de onderscheiden categorieën uit te splitsen. Het kan daarbij zowel gaan om de kosten van de werf (manuren) als om de kosten voor de levering van goederen en diensten door derden (voor zover deze rechtstreeks en uitsluitend verband houden met het innovatieproject).
Waarom is de door u beoogde innovatieve stap in Europees perspectief als vernieuwend aan te merken?
Hierbij verleent ondergetekende een machtiging aan [naam penvoerder] om het project [projecttitel] in te dienen bij SenterNovem en de verdere correspondentie hierover te voeren.
III. Financial logistics en creatieve sector tezamen
Projectaanvraag heeft betrekking op hoofdstuk 7: InnoWATOR
Bedrijf/organisatie
Projectaanvraag heeft betrekking op hoofdstuk 7: InnoWATOR
Kosten zijn slechts subsidiabel voor zover deze plaatsvinden na de datum waarop de subsidie is aangevraagd (eventueel uitgezonderd de kosten voor haalbaarheidsonderzoeken die binnen twaalf maanden voor de aanvraag zijn uitgevoerd).
Hierbij verleent ondergetekende een machtiging aan [naam penvoerder] om het project [projecttitel] in te dienen bij SenterNovem en de verdere correspondentie hierover te voeren.
Aldus naar waarheid ingevuld:
Het gaat hierbij onder meer om de in artikel 10e.7 van de Subsidieregeling sterktes in innovatie genoemde aspecten, en een eventuele aanvraag voor faillissement c.q. surséance van betaling voor de aanvrager en eventuele andere vormen van aan het project verstrekte staatssteun.
hierbij staat:
Ondergetekende verklaart dat alle voor de aanvraag benodigde stukken zijn bijgevoegd en dat hij/zij bekend is met de voorwaarden en procedures van de Subsidieregeling sterktes in innovatie.
Aldus naar waarheid ingevuld:
Hierbij verleent ondergetekende een machtiging aan [naam penvoerder] om het project [projecttitel] in te dienen bij SenterNovem en de verdere correspondentie hierover te voeren.
Optionele bijlage
Als u vragen heeft, kunt u zich wenden tot:
Optionele bijlage
hierbij staat:
Bij sleepboten dient het vermogen in kW te worden vermeld.
Hierbij verleent ondergetekende een machtiging aan [naam penvoerder] om het project [projecttitel] in te dienen bij SenterNovem en de verdere correspondentie hierover te voeren.
Aldus naar waarheid ingevuld:
Gegevens aanvrager 3
Aldus naar waarheid ingevuld:
Gegevens aanvrager 3
Jachten: A= 75 B= 0,65
ContactpersoonC
Aldus naar waarheid ingevuld:
Gegevens aanvrager 4
Aldus naar waarheid ingevuld:
Gegevens aanvrager 4
Subsidie wordt alleen verleend als sprake is van een in Nederland gebouwd of verbouwd schip. Ook indien de bouw van delen van het schip, zoals het casco, in het buitenland heeft plaatsgevonden, kan in de zin van de regeling sprake zijn van (ver)bouwen in Nederland.
Hierbij verleent ondergetekende een machtiging aan [naam penvoerder] om het project [projecttitel] in te dienen bij SenterNovem en de verdere correspondentie hierover te voeren.
Aldus naar waarheid ingevuld:
Gegevens aanvrager 5
Aldus naar waarheid ingevuld:
Gegevens aanvrager 5
U dient in het kort verslag uit te brengen over het al dan niet bereikt hebben van de doelstelling(en) van het innovatieproject.
ContactpersoonC
Aldus naar waarheid ingevuld:
Gegevens aanvrager 6
Aldus naar waarheid ingevuld:
U dient in het kort verslag uit te brengen over het al dan niet bereikt hebben van de doelstelling(en) van het innovatieproject.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.
Artikel 10g.1
Vervallen
Artikel 10g.2
Vervallen
Artikel 10g.3
Vervallen
Artikel 10g.4
Vervallen
Artikel 10g.5
Vervallen
Artikel 10g.6
Vervallen
Artikel 10g.7
Vervallen
Artikel 10g.8
Vervallen
Artikel 10g.9
Vervallen
Hoofdstuk 10g. Strategisch onderzoeksprogramma vliegtuigontwikkeling
Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Bijlage 1.1
Behorend bij artikel 1.2, eerste lid, van de Subsidieregeling sterktes in innovatie.
Het rapport van feitelijke bevindingen wordt opgesteld overeenkomstig de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden (ex artikel A-130.7 VGC) van het NIVRA. In het rapport van feitelijke bevindingen rapporteert de accountant over de hieronder genoemde aspecten en aandachtspunten van de integrale kostensystematiek.
| 1. Beschrijving integrale kostensystematiek | 1. Beschrijving integrale kostensystematiek |
|---|---|
| Opzet systematiek | Opzet systematiek |
| 1.1 | Welke kostendragers gebruikt de organisatie in de integrale kostensystematiek? |
| 1.2 | Hoe worden de indirecte kosten toegerekend aan de kostendragers? |
| 1.3 | Worden de jaarlijkse tarieven op basis van de integrale kostensystematiek voorcalculatorisch vastgesteld? Als de subsidie-ontvanger jaarlijks vooraf de tarieven vaststelt, is aan het begin van het jaar duidelijk wat de tarieven van dat jaar zijn. Deze tarieven worden gehanteerd bij begroting en ook bij de vaststelling van projecten. Als de subsidie-ontvanger niet met voorcalculatorische tarieven werkt dan toelichten. |
| 1.4 | Hoe worden de uitgangscijfers bepaald die voor de jaarlijkse berekening van de tarieven gebruikt worden? |
| 1.5 | Sinds wanneer wordt deze integrale kostensystematiek door de organisatie toegepast? |
| 1.6 | Is er een wijziging van de integrale kostensystematiek gepland en zo ja wanneer? |
| Over personeelskosten | Over personeelskosten |
| 1.7 | Is het personeel ingedeeld in tariefgroepen? Zo ja, welke? |
| 1.8 | Wat is het aantal direct productieve uren per voltijd werknemer? Is dit aantal gelijk voor alle personen? Zo nee, licht toe. |
| 1.9 | Hoe wordt het aantal direct productieve uren per voltijd werknemer berekend? |
| Over machines en apparatuur | Over machines en apparatuur |
| 1.10 | Zijn de kosten voor machines en apparatuur onderdeel van de integrale kostensystematiek? Zo ja, geldt dat voor alle machines en apparatuur of zijn er ook machines en apparaten die in projecten als aparte post worden begroot? |
| 2. Basisvoorwaarden integrale kostensystematiek | 2. Basisvoorwaarden integrale kostensystematiek |
| --- | --- |
| 2.1 | De toerekeningssystematiek en -principes (verdeelsleutels en -mechanismen van indirecte kosten; normen voor percentages, etc.) worden in de hele organisatie stelselmatig toegepast. |
| 2.2 | Kosten worden op een bedrijfseconomische aanvaardbare en stelselmatige wijze aan kostendragers toegerekend. Deze toerekening is transparant en controleerbaar. |
| 2.3 | Specifieke indirecte kosten van bepaalde activiteiten worden niet toegerekend aan andere activiteiten. Bijvoorbeeld: specifieke indirecte kosten van onderwijsactiviteiten worden niet toegerekend aan onderzoeksactiviteiten en specifieke indirecte kosten van de marketingafdeling worden niet toegerekend aan R&D activiteiten. |
| 2.4 | Toerekenbare indirecte kosten worden evenredig omgeslagen over de activiteiten. |
| 2.5 | Directe kosten worden niet nogmaals meegenomen in de indirecte kosten. |
| 2.6 | In de systematiek zijn geen winstopslagen opgenomen. |
| 2.7 | In de systematiek zijn geen toeslagen voor risico’s opgenomen. |
| 3. Niet in de integrale kostensystematiek op te nemen kostencomponenten | 3. Niet in de integrale kostensystematiek op te nemen kostencomponenten |
| --- | --- |
| 3.1 | Kosten van algemene research of algemene kennisopbouw1. |
| 3.2 | Kosten die al door de overheid of derden zijn of worden gefinancierd. Bijvoorbeeld afschrijvingskosten van reeds gefinancierde gebouwen, installaties en apparatuur. |
| 3.3 | Kosten die het gevolg zijn van buitensporige of roekeloze uitgaven2. |
| 3.4 | Kosten die door crediteuren in rekening worden gebracht bij te laat betalen. |
| 3.5 | Kosten van incourante voorraden. |
| 3.6 | Kosten van vaste activa als gevolg van leegstand. |
| 3.7 | Kosten van externe subsidie-adviseurs voor zover deze specifiek betrokken zijn bij de aanvraag van individuele projecten. |
| 3.8 | Voorzieningen voor mogelijke toekomstige verliezen en schulden (bijvoorbeeld voor dubieuze debiteuren)en voor reorganisatiekosten3. |
| 3.9 | Alle indirecte belastingen, waaronder BTW, voor zover die kunnen worden teruggevorderd of verrekend. |
| 3.10 | Bemiddelingskosten, transactiekosten en provisies bij het afsluiten van leningen. |
| 3.11 | Bemiddelingskosten, transactiekosten en provisies bij het beleggen van geld. |
| 3.12 | Rentekosten, met uitzondering van rente voor gebouwen en technische installaties, mits toerekenbaar aan de subsidiabele activiteiten. |
| 3.13 | Rekenrente op met eigen vermogen gefinancierde activa4. |
| 3.14 | Wisselkoersverliezen. |
1 Onder algemene research en kennisopbouw valt basisonderzoek, waaronder het eerste geldstroom onderzoek van universiteiten. De kosten verbonden aan dit onderzoek worden vaak al uit andere bronnen gefinancierd en mogen niet via de integrale kostensystematiek worden toegerekend aan subsidieprojecten.
2 Van buitensporige uitgaven is sprake als subsidie-ontvanger beduidend meer betaalt voor producten, diensten of personeel dan tegen de gangbare markttarieven, waardoor een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald. Roekeloze uitgaven betreft het onzorgvuldig omgaan met het selecteren van producten, diensten of personeel waardoor eveneens een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald.
3 Reorganisatiekosten die verband houden met de normale periodieke reorganisaties die nodig zijn om de afdelingen die de subsidiable activiteiten uitvoeren goed te laten functioneren zijn nodig voor de goede uitvoering van deze activiteiten. Daarom kunnen deze reorganisatiekosten zelf wel onderdeel uitmaken van de kostenberekening.
4 Voor universiteiten geldt hier een uitzondering, voor zover activa van universiteiten beslag leggen op eigen vermogen en voor zover die activa toerekenbaar zijn aan de subsidiabele activiteiten. Als rekenrente moet dan de 10-jaars rente van de Bank Nederlandse Gemeenten per primo van een betreffend jaar gehanteerd worden.
Bijlage 4.1
Bijlage 4.2
Bijlage 5.1
Bijlage 6.2
Bijlage 6.3. , behorende bij de artikelen 6.1, 6.24 en 6.25
Bijlage 7.1
Specifieke doelen
Aandachtsgebieden
Behorende bij artikel 4.1
Behorende bij artikel 4.1
Logistiek
Actielijn 3:. overige knelpunten (waaronder human capital, wet- en regelgeving en het stimuleren van ondernemerschap)
Deze actielijn is erop gericht om alle randvoorwaarden om innovaties tot stand te laten komen zo optimaal mogelijk te maken. Het klimaat in Nederland moet buitenlandse LSG-bedrijven aantrekken. Een voorbeeld hiervan is om ervoor te zorgen dat er voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is (van MBO tot WO) en het verhogen van internationale bekendheid op dit terrein.
Innovatieprogramma Point-One
Aanvragen voor ontwikkeling van een 4C kunnen in de praktijk enerzijds in gang worden gezet door MKB-ers die in nauwe onderlinge samenwerking tot bundeling van transport- en andere activiteiten willen komen en anderzijds door:
MKB-bedrijven worden daarom uitgenodigd met aanvragen te komen voor 4C bundelingsprojecten (bundeling en delen van transport, warehousing etc.).
Bijlage 6.2
Driving guidance betreft begeleiding- en informatiesystemen voor de verbetering van de mobiliteit. Het beïnvloedt het rijgedrag van de bestuurder voor een betere doorstroming van het verkeer, de verhoging van de actieve- en passieve veiligheid en het ontzien van het milieu. Binnen het focusgebied Driving guidance zijn er drie nadere thema’s vastgesteld:
Bij Vehicle efficiency wordt door verbetering van het totale aandrijvingsysteem het brandstofverbruik verminderd. Binnen het focusgebied Vehicle efficiency zijn twee nadere thema’s vastgesteld:
Uiteraard kunnen aanvragen combinaties van gebruikers en ontwikkelaars omvatten.
India
Dit type onderwerpen hebben niet alleen de aandacht van de overheid, maar ook van de Nederlandse automotive-industrie. Die deelt de opvatting dat elektrisch rijden perspectief biedt. Internationale ontwikkelingen op het gebied van elektrisch en hybride rijden bieden volgens haar marktkansen in Nederland. Specifiek met betrekking tot elektrische voertuigtechnologie wil de Nederlandse automotive-industrie aan het lopende innovatieprogramma HTAS (High Tech Automotive Systems) een thema toevoegen dat goed aansluit bij de door het kabinet onderkende technische belemmeringen: Electric Vehicle Technology (EVT). Doel daarvan is om de Nederlandse automotive-sector een voorsprong te verschaffen binnen de ontwikkeling van elektrische voertuigen, hun componenten en onderdelen. Het thema EVT richt zich op aspecten waarin de Nederlandse automotive-sector een goede uitgangspositie heeft om in de ontwikkeling van elektrische voertuigen, componenten en onderdelen een competitieve positie te kunnen innemen. De uitdagingen binnen het thema EVT zijn:
Chassis en body:
Het doel is om aansprekende en kortdurende innovatieve projecten van MKB-ondernemers te ondersteunen met een hoog risico en een grote economische meerwaarde. Point-One MKB-innovatieprojecten kunnen bestaan uit industrieel onderzoek, uit experimentele ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het doel is om Point-One MKB bedrijven de kans te geven zelf hun onderzoeksprojecten te formuleren en uit te voeren, zonder daarbij afhankelijk te zijn van een grotere partij.
Aandachtsgebieden
Elektrisch aangedreven auto’s vragen om nieuwe energiezuinige auxiliary (ondersteunende) apparatuur, die opnieuw ontwikkeld dienen te worden. Hier is onder meer te denken aan nieuwe concepten voor voertuig temperatuurmanagement (verwarming & airco), luchtcirculatie, draadloos energie opladen, brandstofcel en solarcel toepassingen.
Bijlage 7. Creatief
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken.
Binnen het innovatiecontract Agri&Food worden diverse innovatiethema’s onderscheiden die hieronder verder worden beschreven. Binnen deze thema’s worden technische haalbaarheidsstudie, industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling ondersteund. Ondersteuning vindt niet plaats voor projecten die al gestart zijn voordat de aanvraag om subsidie is ingediend.
Als dichtbevolkt land aan de monding van grote rivieren beschikt Nederland noodzakelijkerwijs over veel wetenschap en ervaring op het gebied van watertechnologie. Op de wereldranglijst met octrooiaanvragen staat Nederland bijvoorbeeld op de zevende plaats. Verhoudingswijs wordt deze kennis en kunde echter onvoldoende verzilverd op de buitenlandse markten.
De strategische doelstellingen zijn:
Driving guidance
Vehicle efficiency
Bijlage 6.2
Efficient powertrain, Light constructions, Connected car en Vehicle dynamics control.
Instrumenten ter bevordering van innovatie
Efficient powertrain, Light constructions, Connected car en Vehicle dynamics control.
Nederland beschikt over een excellente watertechnologiesector die economische en maatschappelijke doelen dient, zowel in Nederland als in het buitenland.
Het verwezenlijken van deze (sub) doelen vereist de ontwikkeling en toepassing van nieuwe kennis, technologieën, processen, producten en diensten. De noodzakelijke innovatie wordt echter verhinderd door diverse belemmeringen.
De Nederlandse watertechnologiesector wil haar inspanningen met betrekking tot innovatie concentreren op vier kansrijke clusters en de daarbijbehorende technologievelden, namelijk:
Strategische hoofddoelen
De strategische hoofddoelen zijn de hoofddoelen die met het HTAS-innovatieprogramma worden nagestreefd (zie bijlage 6.1). Op het gebied van elektrische voertuigtechnologie in het kader van het thema EVT zal het daarbij in het bijzonder gaan om banengroei, omzetgroei, reductie van brandstofverbruik en verhoging van de verkeersveiligheid.
Specifieke doelen
Doel is het ondersteunen en versnellen van projecten die bijdragen aan:
Voor de Maritieme innovatieprojecten dienen de projecten te liggen op het terrein van de volgende onderwerpen:
Gelet op de focus van de offshore dienstverlening zullen de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten voor de offshore dienstverlening vooral bijdragen aan:
Nederland heeft met een uitstekende infrastructuur voor informatie- en communicatietechnologie (hierna: ICT) en een sterke internationale oriëntatie een goede uitgangspositie voor de innovatieve ontwikkelingen op het gebied van diensteninnovatie en ICT.
Bijlage 11.1
Control:
Focus op beheersen en regelen van de integrale aandrijflijn ten behoeve van rijcomfort, veiligheid en optimale energie efficiency. Systeem architectuur en batterij monitoring zullen tevens de nodige ontwikkeling vergen. Daarnaast zal er aandacht zijn voor diverse standaardisatie en communicatieprotocollen met de infrastructuur cq. de buitenwereld.
Achtergrond
Behorende bij de artikelen 7.1, 7.8 en 7.16
Door deze maatschappelijke opgave ontstaat de komende jaren een omvangrijke en snelgroeiende vraag op de wereldmarkt. In 2001 bedroeg de omzet op de wereldmarkt 292 miljard euro en was het groeipercentage 11%.
'From Good to Great in Dutch Technologies' - een Nederlandse 'Silicon Valley': dit is de ambitie van het strategisch innovatieprogramma Point-One. Het doel van Point-One is het creëren van een toonaangevend ecosysteem, leidend op wereldniveau, met betrekking tot nano-elektronica, mechatronica en embedded systemen in Nederland, vergelijkbaar met dat van Sillicon Valley en complementair aan de grote clusters in Crolles, Dresden en Parijs. Daarvoor richt het programma zich actief op het samenbrengen van publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties en het high-tech bedrijfsleven (groot bedrijf en MKB). Point-One richt zich in de kern op het opbouwen van een hecht en dynamisch netwerk van grote en kleine bedrijven en publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties (hierna: Point-One ecosysteem). Een beter gebruik van elkaars kwaliteiten en expertise levert op termijn veel meer rendement en slagkracht op. Hetzelfde geldt voor het opereren vanuit een internationaal onderscheidende focus en een heldere strategie.
3. Strategisch hoofddoel en focus
5. Instrumenten
In de meerjarenroadmap en het jaarplan is gekozen om onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten te definiëren op een beperkt aantal technologische gebieden en businesscases.
Onderzoeksprojecten zullen dus niet alleen moeten voldoen aan de technologische kwalificatie, embedded systems, mechatronica of nanoelektronica, ook zullen ze moeten refereren aan een van de onderstaande Point-One businesscases.
Gegevens aanvrager 2
5. Instrumenten
Het doel is om bureauonderzoek en kleine praktische onderzoeken van MKB ondernemingen naar de economische en technische haalbaarheid van een R&D project te ondersteunen. Haalbaarheidsprojecten voor MKB ondernemingen zijn bedoeld als opstap naar de start van een R&D project. In haalbaarheidsprojecten kunnen potentiële samenwerkingspartners (groot bedrijf, kennisinstellingen of andere MKB ondernemers) worden gezocht en kleine praktische onderzoeken worden uitgevoerd. De projectresultaten worden neergelegd in een schriftelijk rapport dat de basis kan vormen voor het opstarten van een R&D project.
Het verwezenlijken van deze (sub) doelen vereist de ontwikkeling en toepassing van nieuwe kennis, technologieën, processen, producten en diensten. De noodzakelijke innovatie wordt echter verhinderd door diverse belemmeringen.
Focus op vier kansrijke clusters
c. R&D-projecten
Het innovatieprogramma Point-One kent een zeer internationale oriëntatie. Omdat nano-elektronica en embedded systems wereldwijde markten zijn, is ook de kennis veelal over onze landsgrenzen te vinden. Om internationaal onze koppositie te behouden, op industrieel- en kennisgebied, is het daarom van groot belang om vanuit een sterk Nederlands ecosysteem R&D-projecten uit te voeren met buitenlandse partners. Binnen Point-One vindt de internationale R&D-samenwerking voornamelijk plaats met Europese partners.
In de internationale R&D projecten wordt niet alleen technologische excellentie nagestreefd, maar ook wordt aangestuurd op de versterking van het Point-One ecosysteem en de introductie van innovatieve MKBs in internationale netwerken. In het Annual Plan zijn voor internationale R&D-projecten streefwaarden opgenomen voor toe te kennen subsidie aan ondernemingen die een jaarlijkse omzet hebben van minder dan € 500.000.000, waaronder MKB ondernemingen.
e. University-Industry Interaction projecten
1. Inleiding
Het Maritiem Innovatie Programma heeft tot doel te bereiken dat de bedrijven en publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties in de offshore en maritieme maakindustrie een toonaangevende positie van Nederland op het gebied van productleiderschap en regievoering behouden en versterken. Dit op basis van onderscheidende technologie en een concurrerende positie in prijs/kwaliteit verhouding gebaseerd op een sterke kennisbasis en een hechte samenwerking in de maritieme cluster, rekening houdend met de maatschappelijke randvoorwaarden.
De Subsidieregeling Polymeren-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten maakt onderdeel uit van het Polymeren Innovatie Programma.
4. Prioriteiten
Bedrijf/organisatie
4. Prioriteiten
§ 2. Waardeketens
Om de doelstellingen van het Polymeren Innovatie Programma te ondersteunen is de Subsidieregeling Polymeren-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten ingesteld. Deze subsidieregeling is gericht op innovatieve projecten in de polymerensector, het polymer value system. Het polymer value system bestaat uit een verscheidenheid aan spelers die op verschillende gebieden actief zijn. Binnen het systeem kunnen drie waardeketens onderscheiden worden:
Het werkgebied van het polymeren innovatie programma omvat alle bedrijven en kennisinstituten in zowel de polymeer als de producten en toepassingen waardeketen. Voor de apparaat/systeem waardeketen ligt de focus van het polymeren innovatie programma op de bedrijven met een strategische interesse in polymeer applicaties.
1. Achtergrond
2. Doelstelling
Machtiging aanvrager 6
Bijlage 10b.1. Behorende bij artikel 10b.1
Bijlage 11.3
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 11.4
4. Technologische gebieden en Point-One businesscases
Hightech Automotive Systems (bijlage 6.1 Subsidieregeling sterktes in innovatie)
Maritiem (bijlage 8.1 Subsidieregeling sterktes in innovatie)
Vraag 1.3
Vanuit deze uitgangspositie worden de volgende doelstellingen nagestreefd:
Focusgebieden
Voor verbouw wordt uitsluitend subsidie verleend indien het een zeeschip in de handelsvaart van 1000bt of meer betreft, en voor zover de uitgevoerde werken een ingrijpende wijziging van het laadplan, de romp, het voorstuwingsmechanisme of de passagiersverblijven met zich brengen.
Doelstellingen
In de internationale R&D projecten wordt niet alleen technologische excellentie nagestreefd, maar ook wordt aangestuurd op de versterking van het Point-One ecosysteem en de introductie van innovatieve MKBs in internationale netwerken. In het Annual Plan zijn voor internationale R&D-projecten streefwaarden opgenomen voor toe te kennen subsidie aan ondernemingen die een jaarlijkse omzet hebben van minder dan € 500.000.000, waaronder MKB ondernemingen.
e. University-Industry Interaction projecten
e. University-Industry Interaction projecten
Behorende bij de artikelen 10.1, 10.13 en 10.20
Focusgebieden
Het werkgebied van het polymeren innovatie programma omvat alle bedrijven en kennisinstituten in zowel de polymeer als de producten en toepassingen waardeketen. Voor de apparaat/systeem waardeketen ligt de focus van het polymeren innovatie programma op de bedrijven met een strategische interesse in polymeer applicaties.
Projectaanvraag heeft betrekking op hoofdstuk 7: InnoWATOR
Als resultaat van een interactief proces geleid door de Federatie Nederlandse Rubber en Kunststofindustrie in samenwerking met het midden en kleinbedrijf en grote bedrijven is een lijst ontwikkeld met thema’s voor gezamenlijke ontwikkelingsdoelstellingen. Het Polymeren Innovatie Programma heeft deze thema’s overgenomen.
3. Project
Sleephopperzuigers A= 25 B= 0,73
ContactpersoonC
Aldus naar waarheid ingevuld:
Bijlagen13
Life Sciences & Health (bijlage 4.1 Subsidieregeling sterktes in innovatie)
Gegevens aanvrager 2
Hightech Automotive Systems (bijlage 6.1 Subsidieregeling sterktes in innovatie)
Maritiem (bijlage 8.1 Subsidieregeling sterktes in innovatie)
Machtiging aanvrager 3
Vraag 5.4
Bedrijf/organisatie
U dient de begrote kosten voor de levering van goederen en diensten door derden onder de posten materiaal; uitbesteed werk; externe dienstverlening; gebruiksklare toeleveringen en overig, naar afzonderlijke kostenposten uit te splitsen in een bijlage. Posten kleiner dan EUR 25.000 hoeven niet nader gespecificeerd te worden en kunnen per kostensoort in een verzamelpost worden opgenomen.
Machtiging aanvrager 4
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)