Wet van 29 december 2008 tot vaststelling van een nieuwe Mediawet (Mediawet 2008)

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 433
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Artikel 2.21, derde lid, is niet van toepassing, als bij wijze van experiment van beperkte omvang of duur media-aanbod via andere aanbodkanalen dan die, bedoeld in artikel 2.20, tweede lid, onderdelen b en c, wordt aangeboden. Een experiment dient om te onderzoeken of deze aanbodkanalen een bijdrage kunnen leveren aan de verwezenlijking van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wanneer sprake is van beperkte omvang of duur en kunnen nadere regels worden gesteld over het uitvoeren van experimenten.

Paragraaf 2.2.1.5. Media-aanbod

Afdeling 2.2.2. Omroeporganisaties

Afdeling 2.2.2a. Nederlandse Omroep Stichting

Afdeling 2.2.3. Nederlandse Programma Stichting

Artikel 2.35a

De organen van de NTR zijn een raad van toezicht, een algemeen directeur en een adviesraad.

Artikel 2.37a
1.

De raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van de algemeen directeur, op de algemene gang van zaken binnen de NTR en op de pluriformiteit van het media-aanbod van de NTR en staat de algemeen directeur met advies terzijde.

2.

Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het algemene belang van de NTR.

Artikel 2.37b
1.

De algemeen directeur van de NTR wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van toezicht.

2.

Artikel 2.37, eerste lid, aanhef en onderdelen b tot en met g, is van overeenkomstige toepassing op de algemeen directeur.

3.

De algemeen directeur is in dienst van de NTR. De raad van toezicht stelt zijn arbeidsvoorwaarden vast.

Artikel 2.37c
1.

De algemeen directeur bestuurt de NTR.

2.

De algemeen directeur is belast met de dagelijkse leiding en het financiële beheer van de NTR.

3.

De algemeen directeur is verder belast met datgene wat niet uitdrukkelijk tot de taken of bevoegdheden van de raad van toezicht behoort.

Afdeling 2.2.3. Stichting NTR

Afdeling 2.2.4. Kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag

Titel 2.3. Regionale en lokale publieke mediadiensten

Paragraaf 2.3.1. Aanwijzing

Titel 2.4. Wereldomroep

Paragraaf 2.4.1. Taken

Paragraaf 2.4.2. Organisatie

Paragraaf 2.4.2. Organisatie

Paragraaf 2.3.1a. Aanwijzing van regionale of lokale publieke media-instelling

Titel 2.5. Nadere voorschriften media-aanbod publieke mediadiensten

Afdeling 2.5.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen

Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen

Paragraaf 2.4.3. Informatie, jaarverslag en statuten

Paragraaf 2.4.4. Beleidsplan en prestatieovereenkomst

Afdeling 2.5.3. Sponsoring

Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen

Paragraaf 2.5.2.1. Algemene bepalingen

Afdeling 2.5.5. Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties

Paragraaf 2.5.2.3. Stichting Etherreclame

Paragraaf 2.5.4.2. Nederlands- en Friestalige producties

Paragraaf 2.5.4.3. Films

Afdeling 2.5.5. Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties

Artikel 2.138a
1.

Wanneer een omroeporganisatie uitvoering geeft aan het voornemen, bedoeld in artikel 2.138, eerste lid, draagt zij binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23 is verleend, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening. De eindafrekening gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 2.171, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. Het Commissariaat kan de termijn, bedoeld in de eerste volzin, verlengen met een door hem te stellen termijn.

2.

Mede op basis van de eindafrekening, bedoeld in het eerste lid, stelt het Commissariaat het terug te betalen bedrag vast. Teruggevorderde bedragen voegt het Commissariaat toe aan de algemene mediareserve, bedoeld in artikel 2.166.

3.

In het geval, bedoeld in het eerste lid:

4.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder omroeporganisatie tevens begrepen haar rechtsopvolger of rechtsverkrijgende.

5.

Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing, als:

Artikel 2.142a
1.

De NPO, de RPO, de landelijke en regionale publieke media-instellingen en de instellingen die door Onze Minister zijn aangewezen voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren, van een media-archief en van een expertisecentrum voor media-educatie, richten hun bestuurlijke organisatie zodanig in dat overeenkomstig hun statuten en reglementen:

2.

De NPO en de landelijke publieke media-instellingen volgen daarbij zo veel als mogelijk aanbevelingen uit de gedragscode, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid.

3.

De landelijke publieke media-instelling die samenwerkingsomroep is, draagt ervoor zorg dat de omroepverenigingen die hij vertegenwoordigt, overeenkomstig het eerste en tweede lid handelen.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur kan nader worden omschreven wanneer sprake is van een sobere, doelmatige en evenwichtige inrichting als bedoeld in het eerste lid, onder a.

Titel 2.6. Bekostiging publieke mediadiensten

Afdeling 2.6.1. Algemene bekostigingsaanspraak

Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst

Paragraaf 2.6.2.1. Begroting

Paragraaf 2.5.5.3. Begroting en jaarrekening

Artikel 2.152a
1.

De raad van bestuur verdeelt het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, aanhef en onder b, over de omroepverenigingen met een voorlopige erkenning, bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, zodanig dat elke omroepvereniging met een voorlopige erkenning over een bedrag beschikt dat gelijk is aan vijftien procent van het bedrag voor een omroeporganisatie die met toepassing van artikel 2.152, derde lid, wordt ingedeeld als omroepvereniging als bedoeld in artikel 2.24.

2.

De NTR en de omroeporganisaties, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f, ontvangen de bedragen, bedoeld in het eerste lid en artikel 2.150, derde lid, van elk van de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning hebben verkregen, ten beheer.

3.

De landelijke publieke media-instellingen, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdelen a tot en met d, besteden de ontvangen bedragen en de budgetten aan de in de desbetreffende onderdelen genoemde doelen.

Paragraaf 2.6.2.2. Vaststelling budgetten

Paragraaf 2.6.3.1. Begroting

Paragraaf 2.6.3.2. Vaststelling budgetten

Afdeling 2.6.4. Algemene mediareserve

Afdeling 2.6.3. Bekostiging Wereldomroep

Artikel 2.170a
1.

Als een regionale publieke media-instelling voornemens is na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing als bedoeld in artikel 2.61 is verleend, een commerciële omroepdienst te verzorgen of een belang te verwerven in een commerciële media- instelling, meldt zij dit aan het Commissariaat.

2.

Na de melding kan de regionale publieke media-instelling in het laatste jaar van de periode waarvoor een aanwijzing is verleend, activiteiten verrichten die noodzakelijk zijn om te zorgen dat zij of de rechtspersoon waarin zij een belang verwerft, na afloop van de periode waarvoor die aanwijzing is verleend, een commerciële omroepdienst kan verzorgen.

3.

Als een regionale publieke media-instelling uitvoering geeft aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, draagt zij binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing is verleend, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening. Artikel 2.138a, eerste lid, tweede, derde en vierde volzin, is van overeenkomstige toepassing.

4.

Mede op basis van de eindafrekening, bedoeld in het derde lid, stelt het Commissariaat het terug te betalen bedrag vast. Artikel 2.138a, tweede lid, tweede volzin, is van toepassing.

5.

In het geval, bedoeld in het derde lid:

6.

Voor de toepassing van het derde, vierde en vijfde lid wordt onder regionale publieke media-instelling tevens begrepen haar rechtsopvolger of rechtsverkrijgende.

7.

Als een regionale publieke media-instelling na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing is verleend, niet opnieuw wordt aangewezen, draagt zij binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor die aanwijzing is verleend, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening wat betreft de financiën die betrekking hebben op de verzorging van media-aanbod voor de regionale publieke mediadienst. Artikel 2.138a, eerste lid, tweede, derde en vierde volzin, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.138a, tweede lid, is van toepassing.

8.

In het geval, bedoeld in het zevende lid, zijn het vijfde en zesde lid van overeenkomstige toepassing.

9.

Het zevende lid is eveneens van toepassing, als een aanwijzing overeenkomstig artikel 2.67 of artikel 2.68 wordt ingetrokken. Artikel 2.138a, eerste lid, tweede, derde en vierde volzin, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.138a, tweede lid, is van toepassing.

10.

In het geval, bedoeld in het negende lid, zijn het vijfde en zesde lid van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 2.6.1. Algemene bekostigingsaanspraak

Paragraaf 2.6.3.2. Vaststelling budgetten

Paragraaf 2.6.6.2. Reservering en terugvordering

Artikel 2.174a
1.

Omroeporganisaties die een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23 hebben verkregen, kunnen netto inkomsten uit contributies en verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 2.136 tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag reserveren voor die verenigingsactiviteiten.

2.

De landelijke publieke media-instelling die samenwerkingsomroep is, draagt ervoor zorg dat de omroepverenigingen die hij vertegenwoordigt, slechts tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag overeenkomstig het eerste lid reserveren voor eigen verenigingsactiviteiten. De instelling ontvangt jaarlijks aan het einde van het boekjaar, bedoeld in artikel 2.172, tweede lid, van de omroepverenigingen over dat boekjaar het deel van hun exploitatiesaldo dat overblijft na aftrek van de overeenkomstig de eerste volzin voor verenigingsactiviteiten gereserveerde gelden.

3.

Gelden die in strijd met het eerste lid zijn gereserveerd of in strijd met het tweede lid, tweede volzin, niet zijn ontvangen, worden terugbetaald aan de raad van bestuur.

Paragraaf 2.6.6.1. Rechtmatigheidstoetsing en jaarrekening

Afdeling 2.6.6. Financiële verantwoording landelijke en regionale publieke mediadiensten

Artikel 2.188
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden criteria vastgesteld op basis waarvan afzonderlijke landelijke publieke media-instellingen worden geëvalueerd als bedoeld in artikel 2.186, tweede lid.

2.

De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.

Hoofdstuk 3. Commerciële omroepdiensten

Titel 3.1. Toestemming

Titel 3.2. Programma-aanbod

Afdeling 2.6.4. Algemene mediareserve

Afdeling 3.2.3. Sponsoring

Afdeling 2.6.7. Omroeporkesten, omroepkoren, media-archief en expertisecentrum voor media-educatie

Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties

Paragraaf 3.2.4.2. Nederlands- en Friestalige producties

Paragraaf 3.2.4.3. Films

Afdeling 3.2.3. Sponsoring

Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten

Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen

Hoofdstuk 3. Commerciële mediadiensten

Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen

Afdeling 3.2.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen

Afdeling 3.2.2. Reclame en telewinkelen

Afdeling 6.1.2. Overheid

Titel 3.3. Toezichtskosten

Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte

Afdeling 3.2.3. Sponsoring

Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties

Paragraaf 3.2.4.3. Films

Paragraaf 6.3.1.3. Programmaraden

Afdeling 6.3.2. Gebruik frequentieruimte

Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte

Hoofdstuk 7. Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving

Titel 3.2a. Commerciële mediadiensten op aanvraag

Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen

Titel 7.2. Toezicht en handhaving

Titel 7.1. Commissariaat voor de Media

Titel 8.3. Overige vormen subsidieverstrekking

Titel 6.2. Toestemming omroepdiensten voor bijzondere doelen

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Titel 6.4. Buitengewone omstandigheden en omroepdiensten voor buitenlandse militairen

Titel 6.3a. Ongewijzigd verspreiden van media-aanbod van een publieke of commerciële media-instelling

Titel 9.3. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2.88a

Publieke media-instellingen stellen ten minste de volgende gegevens van de media-instelling gemakkelijk, rechtstreeks en permanent beschikbaar voor het publiek:

Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen

Paragraaf 2.4.1. Taken

Paragraaf 2.4.1. Taken

Paragraaf 2.4.4. Beleidsplan en prestatieovereenkomst

Afdeling 2.5.3. Sponsoring

Afdeling 2.5.3. Sponsoring

Paragraaf 2.5.4.1. Europese en onafhankelijke producties

Paragraaf 2.5.4.2. Nederlands- en Friestalige producties

Paragraaf 2.5.2.3. Stichting Etherreclame

Afdeling 2.5.5. Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties

Paragraaf 2.5.2.4. Inkomsten uit reclame en telewinkelen

Paragraaf 2.5.4.2. Nederlands- en Friestalige producties

Paragraaf 2.5.4.2. Nederlands- en Friestalige producties

Paragraaf 2.5.5.1. Taak

Afdeling 2.5.6. Nevenactiviteiten en overige bepalingen

Titel 2.6. Bekostiging publieke mediadiensten

Afdeling 2.5.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films

Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst

Paragraaf 2.5.4.2. Nederlands- en Friestalige producties

Paragraaf 2.5.4.2. Nederlands- en Friestalige producties

Paragraaf 2.5.5.3. Begroting en jaarrekening

Afdeling 2.5.6. Nevenactiviteiten en overige bepalingen

Paragraaf 2.5.5.4. Statuten en ontbinding

Paragraaf 2.6.3.2. Vaststelling budgetten

Afdeling 2.6.3. Bekostiging Wereldomroep

Afdeling 2.6.5. Bekostiging regionale publieke mediadiensten

Afdeling 2.6.1. Algemene bekostigingsaanspraak

Paragraaf 2.6.3.2. Vaststelling budgetten

Paragraaf 2.6.2.1. Begroting

Paragraaf 2.6.2.2. Vaststelling budgetten

Afdeling 2.6.6. Financiële verantwoording landelijke en regionale publieke mediadiensten

Titel 2.7. Evaluatie

Hoofdstuk 3. Commerciële mediadiensten

Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten

Titel 2.7. Evaluatie

Afdeling 2.6.6. Financiële verantwoording landelijke en regionale publieke mediadiensten

Afdeling 2.6.4. Algemene mediareserve

Afdeling 3.2.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen

Afdeling 2.6.6. Financiële verantwoording landelijke en regionale publieke mediadiensten

Afdeling 3.2.2. Reclame en telewinkelen

Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties

Paragraaf 3.2.4.2. Nederlands- en Friestalige producties

Paragraaf 2.6.6.3. Overige bepalingen

Afdeling 2.6.7. Omroeporkesten, omroepkoren, media-archief en expertisecentrum voor media-educatie

Titel 3.2. Programma-aanbod

Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen

Hoofdstuk 3. Commerciële mediadiensten

Artikel 5.4
1.

Aanbieders van omroepdiensten die exclusieve rechten hebben verworven ten aanzien van evenementen van groot belang, stellen korte fragmenten daarvan tegen vergoeding ter beschikking van andere aanbieders van omroepdiensten in de Europese Gemeenschap die daarom verzoeken. De verzoekende aanbieder van een omroepdienst is vrij in de keuze van fragmenten van evenementen van groot belang en mag deze verspreiden.

2.

Korte fragmenten duren maximaal 90 seconden per evenement en mogen onbeperkt worden herhaald binnen één etmaal. Als de wedstrijdbepalende sportmomenten van het evenement samen langer duren dan 90 seconden en de weergave zich beperkt tot die sportmomenten, mogen korte fragmenten bij uitzondering maximaal 180 seconden duren.

3.

Voor verspreiding van de korte fragmenten gelden de volgende voorwaarden:

4.

Alleen de media-instelling die korte fragmenten overeenkomstig het derde lid verspreidt, kan het desbetreffende programma in identieke vorm als media-aanbod van haar mediadienst op aanvraag aanbieden.

5.

Een speeldag van een sportcompetitie of sportevenement wordt als één evenement beschouwd.

6.

De vergoeding voor een kort fragment bedraagt niet meer dan de extra kosten die rechtstreeks voortkomen uit het verschaffen van toegang tot het signaal.

7.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het ter beschikking stellen van korte fragmenten en het gebruik daarvan.

Hoofdstuk 6. Bijzondere bepalingen over politieke partijen, overheid, beperkte omroepdiensten, omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte

Titel 3.2. Programma-aanbod

Afdeling 3.2.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen

Afdeling 3.2.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films

Titel 6.2. Toestemming omroepdiensten voor bijzondere doelen

Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte

Afdeling 3.2.3. Sponsoring

Paragraaf 6.3.1.2. Doorgifteverplichtingen omroepnetwerken

Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties

Afdeling 6.3.2. Gebruik frequentieruimte

Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving en evenementen van groot belang

Titel 3.2a. Commerciële mediadiensten op aanvraag

Titel 7.2. Toezicht en handhaving

Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving en evenementen van groot belang

Titel 7.1. Commissariaat voor de Media

Titel 6.1. Politieke partijen en overheid

Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Titel 9.1. Overgangsbepalingen

Titel 6.3a. Ongewijzigd verspreiden van media-aanbod van een publieke of commerciële media-instelling

Titel 8.2. Subsidieverstrekking ten behoeve van persorganen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 3.5a
1.

Een commerciële media-instelling stelt ten minste de volgende gegevens van de media-instelling gemakkelijk, rechtstreeks en permanent beschikbaar voor het publiek:

2.

Een commerciële media-instelling informeert het Commissariaat onverwijld over wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de bevoegdheid van Nederland over deze commerciële media-instelling.

Afdeling 3.2.2. Reclame en telewinkelen

Afdeling 3.2.2. Reclame en telewinkelen

Artikel 3.19a
1.

Productplaatsing in het programma-aanbod is toegestaan met uitzondering van nieuws- en actualiteitenprogramma’s, programma's over consumentenzaken, programma’s van kerkelijke of geestelijke aard en programma’s die in het bijzonder bestemd zijn voor kinderen jonger dan twaalf jaar.

2.

Deze afdeling is niet van toepassing op aanbod dat is geproduceerd voor 19 december 2009.

Artikel 3.19b
1.

Productplaatsing mag alleen voorkomen als in het redactiestatuut, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, waarborgen zijn opgenomen voor de redactionele onafhankelijkheid van de werknemers die belast zijn met de verzorging en samenstelling van het programma-aanbod in verband met productplaatsing.

2.

Productplaatsing in het programma-aanbod is zodanig vormgegeven dat:

3.

Productplaatsing is niet toegestaan voor:

4.

Bij programma-aanbod waarin productplaatsing is opgenomen wordt ter informatie van het publiek duidelijk vermeld dat het programma-aanbod voorzien is van productplaatsing. De vermelding geschiedt op passende wijze en vindt plaats aan het begin en het einde van het programma en eveneens aan het begin of het einde van de in het programma opgenomen reclameboodschap of reclameboodschappen.

5.

Het Commissariaat kan nadere regels stellen over de toepassing van productplaatsing in programma-aanbod, welke regels de goedkeuring behoeven van Onze Minister.

Artikel 3.19c

Artikel 3.19b, vierde lid, is niet van toepassing op programma-aanbod met productplaatsing dat niet geproduceerd of besteld is door of in opdracht van de commerciële media-instelling dan wel door of in opdracht van een aan haar verbonden onderneming.

Afdeling 3.2.3. Sponsoring

Paragraaf 2.6.6.2. Reservering en terugvordering

Paragraaf 3.2.4.2. Nederlands- en Friestalige producties

Paragraaf 3.2.4.3. Films

Afdeling 3.2.3a. Productplaatsing

Titel 2.7. Evaluatie

Artikel 3.29a

In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 3.29b
1.

Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt of beëindigt, meldt het moment van de aanvang of de beëindiging van de mediadienst op aanvraag binnen twee weken na dat moment aan het Commissariaat. Als een media-instelling een door een derde aangeleverde commerciële mediadienst op aanvraag wijzigt, meldt deze media-instelling eveneens de gewijzigde commerciële mediadienst op aanvraag. De volgende gegevens van de media-instelling worden daarbij in elk geval verstrekt:

2.

Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt, stelt eveneens ten minste de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gemakkelijk, rechtstreeks en permanent beschikbaar, alsmede de naam van het Commissariaat als het orgaan dat is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze titel.

3.

Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt informeert het Commissariaat onverwijld over wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de bevoegdheid van Nederland over deze media-instelling.

Artikel 3.29c
1.

Het audiovisueel media-aanbod van een commerciële mediadienst op aanvraag bestaat voor ten minste dertig procent uit Europese producties als bedoeld in artikel 1 van de Europese richtlijn.

2.

De Europese producties op een commerciële mediadienst op aanvraag worden door de media-instelling die de commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt onder de aandacht van het publiek gebracht.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag met een lage omzet of een klein publiek verzorgt.

4.

Het Commissariaat kan voor een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid indien de toepassing van deze leden gelet op de aard of het onderwerp van deze mediadienst op aanvraag praktisch onhaalbaar of ongerechtvaardigd zou zijn.

Artikel 3.29d

Op commerciële mediadiensten op aanvraag zijn de artikelen 3.5, 3.5b, 3.6, 3.7, tweede lid, aanhef en onderdeel a, 3.15 tot en met 3.19c, 3.26 en 3.27 van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de artikelen 3.16, tweede lid, aanhef en onderdeel a, en 3.19b, derde lid, onderdeel b.

Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten

Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving en evenementen van groot belang

Hoofdstuk 6. Bijzondere bepalingen over politieke partijen, overheid, beperkte omroepdiensten, omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte

Afdeling 6.1.1. Politieke partijen

Afdeling 3.2.3a. Productplaatsing

Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte

Afdeling 6.1.2. Overheid

Paragraaf 6.3.1.1. Verspreiding programma-aanbod

Paragraaf 3.2.4.2. Nederlands- en Friestalige producties

Paragraaf 3.2.4.3. Films

Afdeling 6.3.2. Gebruik frequentieruimte

Titel 3.3. Toezichtskosten

Hoofdstuk 3a. Videoplatformdiensten

Titel 7.1. Commissariaat voor de Media

Hoofdstuk 8. De pers

Titel 8.1. Stimuleringsfonds voor de pers

Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte

Titel 7.1. Commissariaat voor de Media

Titel 7.1. Commissariaat voor de Media

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Titel 6.4. Buitengewone omstandigheden, crisiscommunicatie en omroepdiensten voor buitenlandse militairen

Titel 6.3a. Ongewijzigd verspreiden van media-aanbod van een publieke of commerciële media-instelling

Artikel 9.17a

Vooruitlopend op wetgeving ter zake kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld voor vormen van audiovisuele commerciële communicatie in de zin van artikel 1 van de Europese richtlijn waarop de hoofdstukken 1 tot en met 8 van deze wet niet van toepassing zijn.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2.34a
1.

De Nederlandse Omroep Stichting heeft tot taak media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst te verzorgen op het gebied van nieuws, sport en evenementen dat zich bij uitstek leent voor gezamenlijke verzorging, waaronder media-aanbod dat:

2.

De NOS verzorgt teletekst voor de landelijke publieke mediadienst.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welk media-aanbod als bedoeld in het eerste lid in ieder geval door de NOS wordt verzorgd.

Artikel 2.34b

De organen van de NOS zijn een raad van toezicht en een directie.

Artikel 2.34c
1.

De raad van toezicht van de NOS bestaat uit vijf of zeven leden die op zwaarwegende voordracht van de raad van toezicht door Onze Minister worden benoemd en die door Onze Minister kunnen worden geschorst en ontslagen.

2.

De raad van toezicht wijst uit zijn midden de voorzitter aan.

3.

Benoeming geschiedt voor een periode van vier jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.

4.

De raad van toezicht wordt zodanig samengesteld dat bestuurlijke ervaring en deskundigheid op de terreinen die relevant zijn voor het media-aanbod dat de NOS verzorgt, aanwezig zijn.

5.

Bij een vacature draagt de raad van toezicht zorg voor de procedure die leidt tot de voordracht, bedoeld in het eerste lid. In elk geval het opstellen en het openbaar maken van profielschetsen voor de vacature en voor de raad als geheel zijn onderdeel van die procedure.

6.

De voordracht van de raad van toezicht aan Onze Minister is gemotiveerd, waarbij in elk geval wordt ingegaan op de geschiktheid, de profielschetsen, de positie van de kandidaat in het rooster van aftreden en de procedure die heeft geleid tot de voordracht.

7.

Onze Minister neemt de voordracht over, tenzij deze in strijd is met:

Artikel 2.34d
1.

Het lidmaatschap van de raad van toezicht van de NOS is onverenigbaar met:

2.

Schorsing en ontslag zijn mogelijk wegens:

3.

Ontslag is verder mogelijk op eigen verzoek.

4.

De leden van de raad van toezicht kunnen gezamenlijk worden ontslagen, als bij de tweede evaluatie, bedoeld in artikel 2.184, derde en vierde lid, is vastgesteld dat de NOS onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in artikel 2.34a. In geval van een ontslag als bedoeld in de eerste volzin benoemt Onze Minister de leden van de nieuwe raad van toezicht.

5.

De leden van de raad van toezicht ontvangen van de NOS een door Onze Minister vast te stellen vergoeding.

Artikel 2.34e
1.

De raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van de directie en op de algemene gang van zaken binnen de NOS en de pluriformiteit van het media-aanbod van de NOS en staat de directie met advies terzijde.

2.

Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het algemene belang van de NOS.

Artikel 2.34f
1.

De directie van de NOS bestaat uit ten hoogste drie leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van toezicht.

2.

Artikel 2.34d, eerste lid, aanhef en onderdelen b tot en met g, is van overeenkomstige toepassing op de leden van de directie.

3.

De directieleden zijn in dienst van de NOS. De raad van toezicht stelt hun arbeidsvoorwaarden vast.

Artikel 2.34g
1.

De directie bestuurt de NOS.

2.

De directie is belast met de dagelijkse leiding en het financiële beheer van de NOS.

3.

De directie is verder belast met datgene wat niet uitdrukkelijk tot de taken of bevoegdheden van de raad van toezicht behoort.

Artikel 2.34h
1.

De NOS verstrekt Onze Minister desgevraagd alle inlichtingen met betrekking tot de werkzaamheden van de stichting.

2.

Onze Minister kan inzage verlangen in zakelijke gegevens en bescheiden van de NOS voor zover dat voor de vervulling van zijn taak nodig is.

Artikel 2.34i
1.

De NOS stelt jaarlijks vóór 1 mei een bestuursverslag over het afgelopen kalenderjaar vast.

2.

In het bestuursverslag wordt aandacht besteed aan de werkzaamheden van de NOS, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de werkzaamheden in het bijzonder.

3.

De NOS zendt het bestuursverslag aan Onze Minister en maakt het openbaar.

Afdeling 2.2.3. Nederlandse Programma Stichting

Afdeling 2.2.5. Coördinatie en ordening aanbodkanalen

Titel 2.3. Regionale en lokale publieke mediadiensten

Paragraaf 2.3.1. Aanwijzing

Titel 2.4. Wereldomroep

Paragraaf 2.4.3. Informatie, jaarverslag en statuten

Paragraaf 2.3.2. Media-aanbod van regionale of lokale publieke mediadienst

Paragraaf 2.4.1. Taken

Titel 2.5. Nadere voorschriften media-aanbod publieke mediadiensten

Afdeling 2.5.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen

Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen

Paragraaf 2.5.2.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 2.4.3. Informatie, jaarverslag en statuten

Paragraaf 2.4.4. Beleidsplan en prestatieovereenkomst

Paragraaf 2.5.2.4. Inkomsten uit reclame en telewinkelen

Afdeling 2.5.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films

Paragraaf 2.5.2.3. Stichting Etherreclame

Paragraaf 2.5.4.3. Films

Afdeling 2.5.5. Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties

Paragraaf 2.5.5.2. Organisatie

Paragraaf 2.5.5.2. Organisatie

Paragraaf 2.5.5.4. Statuten en ontbinding

Afdeling 2.5.6. Nevenactiviteiten en overige bepalingen

Titel 2.6. Bekostiging publieke mediadiensten

Afdeling 2.6.1. Algemene bekostigingsaanspraak

Afdeling 2.5.5. Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties

Paragraaf 2.5.5.1. Taak

Paragraaf 2.6.2.3. Gelden voor bijzondere doelen

Paragraaf 2.6.2.3. Gelden voor bijzondere doelen

Paragraaf 2.6.2.2. Vaststelling budgetten

Afdeling 2.6.4. Algemene mediareserve

Afdeling 2.6.5. Bekostiging regionale en lokale publieke mediadiensten

Afdeling 2.6.5. Bekostiging regionale en lokale publieke mediadiensten

Paragraaf 2.6.6.1. Rechtmatigheidstoetsing en jaarrekening

Paragraaf 2.6.3.2. Vaststelling budgetten

Afdeling 2.6.7. Omroeporkesten, omroepkoren, muziekbibliotheek, media-archief en expertisecentrum voor media-educatie

Titel 2.7. Evaluatie

Hoofdstuk 3. Commerciële mediadiensten

Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten

Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten

Afdeling 2.6.5. Bekostiging regionale en lokale publieke mediadiensten

Afdeling 3.2.3. Sponsoring

Afdeling 3.2.3a. Productplaatsing

Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties

Paragraaf 3.2.4.2. Nederlands- en Friestalige producties

Paragraaf 3.2.4.3. Films

Afdeling 3.2.5. Overige bepalingen

Titel 3.3. Toezichtskosten

Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen

Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen

Hoofdstuk 6. Bijzondere bepalingen over politieke partijen, overheid, beperkte omroepdiensten, omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte

Titel 6.1. Politieke partijen en overheid

Afdeling 3.2.3a. Productplaatsing

Afdeling 6.1.3. Overige bepalingen politieke partijen en overheid

Titel 6.2. Toestemming omroepdiensten voor bijzondere doelen

Titel 3.3. Toezichtskosten

Afdeling 3.2.5. Overige bepalingen

Paragraaf 3.2.4.3. Films

Paragraaf 6.3.1.2. Doorgifteverplichtingen omroepnetwerken

Paragraaf 6.3.1.1. Verspreiding programma-aanbod

Afdeling 6.3.2. Gebruik frequentieruimte

Titel 6.4. Buitengewone omstandigheden en omroepdiensten voor buitenlandse militairen

Hoofdstuk 7. Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving

Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte

Hoofdstuk 8. De pers

Titel 8.2. Subsidieverstrekking ten behoeve van persorganen

Titel 7.2. Toezicht en handhaving

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Titel 6.3a. Ongewijzigd verspreiden van media-aanbod van een publieke of commerciële media-instelling

Titel 7.3. Overige taken

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2.34j
1.

Wijziging in de statuten van de NOS behoeven de instemming van Onze Minister.

2.

De raad van toezicht en de directie kunnen niet besluiten tot ontbinding van de NOS.

Afdeling 2.2.3. Stichting NTR

Afdeling 2.2.4. Kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag

Afdeling 2.2.5. Coördinatie en ordening aanbodkanalen

Titel 2.3. Regionale en lokale publieke mediadiensten

Paragraaf 2.3.2. Media-aanbod

Titel 2.4. Wereldomroep

Paragraaf 2.4.1. Taken

Paragraaf 2.3.1a. Aanwijzing van regionale of lokale publieke media-instelling

Paragraaf 2.4.3. Informatie, jaarverslag en statuten

Paragraaf 2.4.1. Taken

Titel 2.4. Wereldomroep

Afdeling 2.5.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen

Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen

Paragraaf 2.5.2.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 2.5.2.2. Specifieke voorschriften

Paragraaf 2.4.5. Media-aanbod

Paragraaf 2.5.2.1. Algemene bepalingen

Afdeling 2.5.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films

Paragraaf 2.5.4.3. Films

Afdeling 2.5.5. Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties

Paragraaf 2.5.2.4. Inkomsten uit reclame en telewinkelen

Paragraaf 2.5.2.4. Inkomsten uit reclame en telewinkelen

Paragraaf 2.5.4.1. Europese en onafhankelijke producties

Paragraaf 2.5.5.4. Statuten en ontbinding

Afdeling 2.5.6. Nevenactiviteiten en overige bepalingen

Titel 2.6. Bekostiging publieke mediadiensten

Afdeling 2.6.1. Algemene bekostigingsaanspraak

Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst

Paragraaf 2.5.5.2. Organisatie

Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst

Paragraaf 2.6.3.2. Vaststelling budgetten

Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst

Afdeling 2.6.5. Bekostiging regionale en lokale publieke mediadiensten

Paragraaf 2.6.6.1. Rechtmatigheidstoetsing en jaarrekening

Paragraaf 2.6.2.3. Gelden voor bijzondere doelen

Afdeling 2.6.3. Bekostiging Wereldomroep

Titel 2.7. Evaluatie

Hoofdstuk 3. Commerciële mediadiensten

Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten

Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten

Afdeling 3.2.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen

Afdeling 3.2.3. Sponsoring

Afdeling 2.6.7. Omroeporkesten, omroepkoren, media-archief en expertisecentrum voor media-educatie

Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties

Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties

Paragraaf 3.2.4.2. Nederlands- en Friestalige producties

Titel 3.2. Programma-aanbod

Titel 3.2a. Commerciële mediadiensten op aanvraag

Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen

Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving en evenementen van groot belang

Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving en evenementen van groot belang

Titel 6.1. Politieke partijen en overheid

Afdeling 3.2.5. Overige bepalingen

Afdeling 3.2.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films

Afdeling 6.1.2. Overheid

Titel 6.2. Toestemming omroepdiensten voor bijzondere doelen

Afdeling 3.2.5. Overige bepalingen

Paragraaf 6.3.1.1. Verspreiding programma-aanbod

Paragraaf 6.3.1.1. Verspreiding programma-aanbod

Paragraaf 6.3.1.1. Verspreiding programma-aanbod

Afdeling 6.1.2. Overheid

Titel 6.1. Politieke partijen en overheid

Hoofdstuk 7. Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving

Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte

Hoofdstuk 8. De pers

Titel 7.3. Overige taken

Titel 7.1. Commissariaat voor de Media

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Titel 6.4. Buitengewone omstandigheden, crisiscommunicatie en omroepdiensten voor buitenlandse militairen

Titel 8.4. Overige bepalingen

Titel 7.2. Toezicht en handhaving

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2.88b
1.

Reclame- en telewinkelboodschappen en gesponsord media-aanbod zijn als zodanig herkenbaar.

2.

In reclame- en telewinkelboodschappen en gesponsord media-aanbod worden geen subliminale technieken gebruikt.

3.

Het media-aanbod bevat geen:

Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen

Paragraaf 2.4.3. Informatie, jaarverslag en statuten

Paragraaf 2.4.5. Media-aanbod

Paragraaf 2.5.2.1. Algemene bepalingen

Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen

Afdeling 2.5.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films

Paragraaf 2.5.2.4. Inkomsten uit reclame en telewinkelen

Paragraaf 2.5.5.3. Begroting en jaarrekening

Paragraaf 2.5.5.4. Statuten en ontbinding

Artikel 2.138b

Vervallen

Titel 2.6. Bekostiging publieke mediadiensten

Afdeling 2.5.5. Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties

Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst

Paragraaf 2.5.5.4. Statuten en ontbinding

Paragraaf 2.6.2.3. Gelden voor bijzondere doelen

Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst

Paragraaf 2.6.2.1. Begroting

Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst

Afdeling 2.6.3. Bekostiging Wereldomroep

Paragraaf 2.6.3.1. Begroting

Paragraaf 2.6.3.2. Vaststelling budgetten

Paragraaf 2.6.6.3. Overige bepalingen

Afdeling 2.6.5. Bekostiging regionale en lokale publieke mediadiensten

Hoofdstuk 3. Commerciële mediadiensten

Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten

Titel 3.2. Programma-aanbod

Artikel 3.5b
1.

Reclame- en telewinkelboodschappen, gesponsord programma-aanbod en productplaatsing zijn als zodanig herkenbaar.

2.

In reclame- en telewinkelboodschappen, gesponsord programma-aanbod en programma-aanbod met productplaatsing worden geen subliminale technieken gebruikt.

3.

Het programma-aanbod bevat geen sluikreclame.

Afdeling 3.2.3. Sponsoring

Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties

Paragraaf 3.2.4.2. Nederlands- en Friestalige producties

Afdeling 3.2.3. Sponsoring

Titel 3.2a. Commerciële mediadiensten op aanvraag

Titel 3.3. Toezichtskosten

Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen

Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving en evenementen van groot belang

Hoofdstuk 6. Bijzondere bepalingen over politieke partijen, overheid, beperkte omroepdiensten, omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte

Titel 3.2a. Commerciële mediadiensten op aanvraag

Afdeling 3.2.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films

Afdeling 6.1.2. Overheid

Titel 6.2. Toestemming omroepdiensten voor bijzondere doelen

Afdeling 6.3.1. Gebruik omroepzenders en omroepnetwerken

Artikel 6.14a

Vervallen

Paragraaf 6.3.1.3. Programmaraden

Afdeling 6.3.2. Gebruik frequentieruimte

Titel 6.2. Toestemming omroepdiensten voor bijzondere doelen

Hoofdstuk 8. De pers

Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte

Titel 7.1. Commissariaat voor de Media

Artikel 8.15a
1.

Het Stimuleringsfonds kan op basis van daartoe door hem vast te stellen regelingen subsidie verstrekken voor andere activiteiten dan die, bedoeld in de artikelen 8.11 tot en met 8.15, voor zover die activiteiten passen in de doelstellingen van het Stimuleringsfonds.

2.

Deze regelingen behoeven de goedkeuring van Onze Minister.

Titel 6.3a. Ongewijzigd verspreiden van media-aanbod van een publieke of commerciële media-instelling

Hoofdstuk 7. Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving

Titel 7.1. Commissariaat voor de Media

Titel 8.1. Stimuleringsfonds voor de pers

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 7.21
1.

Het Commissariaat is belast met het onderzoek naar ontwikkelingen ten aanzien van concentraties en financieel-economische omstandigheden op de nationale en internationale mediamarkten en de gevolgen daarvan voor de pluriformiteit en onafhankelijkheid van de informatievoorziening.

2.

Het Commissariaat rapporteert jaarlijks over zijn bevindingen aan Onze Minister.

3.

Het Commissariaat maakt zijn bevindingen openbaar, met uitzondering van gegevens die naar hun aard vertrouwelijk zijn.

4.

Het Commissariaat handhaaft de naleving van het redactiestatuut, bedoeld in de artikelen 2.88, tweede lid, en 3.5, tweede lid.

Hoofdstuk 7. Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving

Titel 8.3. Overige vormen subsidieverstrekking

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Titel 9.1. Overgangsbepalingen

Titel 9.3. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Afdeling 9.2.1. Overgangsrecht verlening van erkenningen voor de periode 2016–2021

Titel 8.4. Overige bepalingen

Artikel 9.15

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)