Wet van 29 december 2008 tot vaststelling van een nieuwe Mediawet (Mediawet 2008)
Artikel 2.21, derde lid, is niet van toepassing, als bij wijze van experiment van beperkte omvang of duur media-aanbod via andere aanbodkanalen dan die, bedoeld in artikel 2.20, tweede lid, onderdelen b en c, wordt aangeboden. Een experiment dient om te onderzoeken of deze aanbodkanalen een bijdrage kunnen leveren aan de verwezenlijking van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wanneer sprake is van beperkte omvang of duur en kunnen nadere regels worden gesteld over het uitvoeren van experimenten.
Paragraaf 2.2.1.5. Media-aanbod
Afdeling 2.2.2. Omroeporganisaties
Afdeling 2.2.2a. Nederlandse Omroep Stichting
Afdeling 2.2.3. Nederlandse Programma Stichting
Artikel 2.35a
De organen van de NTR zijn een raad van toezicht, een algemeen directeur en een adviesraad.
Artikel 2.37a
De raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van de algemeen directeur, op de algemene gang van zaken binnen de NTR en op de pluriformiteit van het media-aanbod van de NTR en staat de algemeen directeur met advies terzijde.
Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het algemene belang van de NTR.
Artikel 2.37b
De algemeen directeur van de NTR wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van toezicht.
Artikel 2.37, eerste lid, aanhef en onderdelen b tot en met g, is van overeenkomstige toepassing op de algemeen directeur.
De algemeen directeur is in dienst van de NTR. De raad van toezicht stelt zijn arbeidsvoorwaarden vast.
Artikel 2.37c
De algemeen directeur bestuurt de NTR.
De algemeen directeur is belast met de dagelijkse leiding en het financiële beheer van de NTR.
De algemeen directeur is verder belast met datgene wat niet uitdrukkelijk tot de taken of bevoegdheden van de raad van toezicht behoort.
Afdeling 2.2.3. Stichting NTR
Afdeling 2.2.4. Kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag
Titel 2.3. Regionale en lokale publieke mediadiensten
Paragraaf 2.3.1. Aanwijzing
Titel 2.4. Wereldomroep
Paragraaf 2.4.1. Taken
Paragraaf 2.4.2. Organisatie
Paragraaf 2.4.2. Organisatie
Paragraaf 2.3.1a. Aanwijzing van regionale of lokale publieke media-instelling
Titel 2.5. Nadere voorschriften media-aanbod publieke mediadiensten
Afdeling 2.5.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen
Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen
Paragraaf 2.4.3. Informatie, jaarverslag en statuten
Paragraaf 2.4.4. Beleidsplan en prestatieovereenkomst
Afdeling 2.5.3. Sponsoring
Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen
Paragraaf 2.5.2.1. Algemene bepalingen
Afdeling 2.5.5. Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties
Paragraaf 2.5.2.3. Stichting Etherreclame
Paragraaf 2.5.4.2. Nederlands- en Friestalige producties
Paragraaf 2.5.4.3. Films
Afdeling 2.5.5. Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties
Artikel 2.138a
Wanneer een omroeporganisatie uitvoering geeft aan het voornemen, bedoeld in artikel 2.138, eerste lid, draagt zij binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23 is verleend, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening. De eindafrekening gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 2.171, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. Het Commissariaat kan de termijn, bedoeld in de eerste volzin, verlengen met een door hem te stellen termijn.
Mede op basis van de eindafrekening, bedoeld in het eerste lid, stelt het Commissariaat het terug te betalen bedrag vast. Teruggevorderde bedragen voegt het Commissariaat toe aan de algemene mediareserve, bedoeld in artikel 2.166.
In het geval, bedoeld in het eerste lid:
- a. betaalt de omroeporganisatie de op het moment, bedoeld in artikel 2.138, eerste lid, aanwezige gelden die bestemd zijn voor de verzorging van media-aanbod voor de landelijke publieke omroep, terug aan het Commissariaat;
- b. draagt de omroeporganisatie er zorg voor dat programmamateriaal dat verspreid is op de programmakanalen van de landelijke publieke omroep dan wel daarvoor is geproduceerd of aangekocht en de daaraan verbonden programmaformats, namen en merken, voor zover het auteurs- of gebruiksrecht daarop bij de omroeporganisatie berust, gedurende drie jaar na afloop van de periode waarvoor een erkenning of voorlopige erkenning is verleend, om niet ter beschikking wordt gesteld aan de raad van bestuur voor gebruik op aanbodkanalen van de landelijke publieke omroep;
- c. stelt de omroeporganisatie het programmamateriaal, bedoeld in onderdeel b, ter beschikking aan de door Onze Minister aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van een media-archief; en
- d. onthoudt de omroeporganisatie zich gedurende drie jaar na afloop van de periode waarvoor een erkenning of voorlopige erkenning is verleend, van gebruik of exploitatie van het programmamateriaal, bedoeld in onderdeel a, en de daaraan verbonden programmaformats, namen en merken, voor zover het auteurs- en gebruiksrecht bij de omroeporganisatie berust, tenzij daarover met de raad van bestuur een overeenkomst is gesloten tegen een marktconforme vergoeding.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder omroeporganisatie tevens begrepen haar rechtsopvolger of rechtsverkrijgende.
Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing, als:
- a. aan een omroeporganisatie geen erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, wordt verleend;
- b. een erkenning of voorlopige erkenning overeenkomstig artikel 2.33 wordt ingetrokken; en
- c. een omroeporganisatie in strijd met artikel 2.34, eerste lid, tijdens een erkenningperiode niet langer als omroeporganisatie media-aanbod voor de landelijke publieke omroep verzorgt.
Artikel 2.142a
De NPO, de RPO, de landelijke en regionale publieke media-instellingen en de instellingen die door Onze Minister zijn aangewezen voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren, van een media-archief en van een expertisecentrum voor media-educatie, richten hun bestuurlijke organisatie zodanig in dat overeenkomstig hun statuten en reglementen:
- a. de inrichting daarvan sober, doelmatig en evenwichtig is;
- b. er een helder onderscheid is tussen het dagelijks bestuur en het toezichthoudende orgaan;
- c. deugdelijk, onafhankelijk en deskundig toezicht wordt uitgeoefend; en
- d. de leden van het toezichthoudende orgaan worden benoemd op basis van vooraf vastgestelde openbare profielen.
De NPO en de landelijke publieke media-instellingen volgen daarbij zo veel als mogelijk aanbevelingen uit de gedragscode, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid.
De landelijke publieke media-instelling die samenwerkingsomroep is, draagt ervoor zorg dat de omroepverenigingen die hij vertegenwoordigt, overeenkomstig het eerste en tweede lid handelen.
Bij algemene maatregel van bestuur kan nader worden omschreven wanneer sprake is van een sobere, doelmatige en evenwichtige inrichting als bedoeld in het eerste lid, onder a.
Titel 2.6. Bekostiging publieke mediadiensten
Afdeling 2.6.1. Algemene bekostigingsaanspraak
Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst
Paragraaf 2.6.2.1. Begroting
Paragraaf 2.5.5.3. Begroting en jaarrekening
Artikel 2.152a
De raad van bestuur verdeelt het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, aanhef en onder b, over de omroepverenigingen met een voorlopige erkenning, bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, zodanig dat elke omroepvereniging met een voorlopige erkenning over een bedrag beschikt dat gelijk is aan vijftien procent van het bedrag voor een omroeporganisatie die met toepassing van artikel 2.152, derde lid, wordt ingedeeld als omroepvereniging als bedoeld in artikel 2.24.
De NTR en de omroeporganisaties, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f, ontvangen de bedragen, bedoeld in het eerste lid en artikel 2.150, derde lid, van elk van de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning hebben verkregen, ten beheer.
De landelijke publieke media-instellingen, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdelen a tot en met d, besteden de ontvangen bedragen en de budgetten aan de in de desbetreffende onderdelen genoemde doelen.
Paragraaf 2.6.2.2. Vaststelling budgetten
Paragraaf 2.6.3.1. Begroting
Paragraaf 2.6.3.2. Vaststelling budgetten
Afdeling 2.6.4. Algemene mediareserve
Afdeling 2.6.3. Bekostiging Wereldomroep
Artikel 2.170a
Als een regionale publieke media-instelling voornemens is na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing als bedoeld in artikel 2.61 is verleend, een commerciële omroepdienst te verzorgen of een belang te verwerven in een commerciële media- instelling, meldt zij dit aan het Commissariaat.
Na de melding kan de regionale publieke media-instelling in het laatste jaar van de periode waarvoor een aanwijzing is verleend, activiteiten verrichten die noodzakelijk zijn om te zorgen dat zij of de rechtspersoon waarin zij een belang verwerft, na afloop van de periode waarvoor die aanwijzing is verleend, een commerciële omroepdienst kan verzorgen.
Als een regionale publieke media-instelling uitvoering geeft aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, draagt zij binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing is verleend, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening. Artikel 2.138a, eerste lid, tweede, derde en vierde volzin, is van overeenkomstige toepassing.
Mede op basis van de eindafrekening, bedoeld in het derde lid, stelt het Commissariaat het terug te betalen bedrag vast. Artikel 2.138a, tweede lid, tweede volzin, is van toepassing.
In het geval, bedoeld in het derde lid:
- a. betaalt de regionale publieke media-instelling de op het moment, bedoeld in het eerste lid, aanwezige gelden die bestemd zijn voor de verzorging van media-aanbod voor de regionale publieke mediadienst, terug aan het Commissariaat;
- b. stelt de regionale publieke media-instelling het programmamateriaal dat verspreid is op de programmakanalen van de regionale publieke media-instelling dan wel daarvoor is geproduceerd of aangekocht en de daaraan verbonden programmaformats, namen en merken, voor zover het auteurs- en gebruiksrecht bij de regionale publieke media-instelling berust, ter beschikking aan de door Onze Minister aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van een media-archief voor gebruik door andere publieke media-instellingen; en
- c. onthoudt de regionale publieke media-instelling zich gedurende drie jaar na afloop van de periode waarvoor de aanwijzing is verleend, van gebruik of exploitatie van het programmamateriaal, bedoeld in onderdeel b, en de daaraan verbonden programmaformats, namen en merken, voor zover het auteurs- en gebruiksrecht bij de regionale publieke media-instelling berust.
Voor de toepassing van het derde, vierde en vijfde lid wordt onder regionale publieke media-instelling tevens begrepen haar rechtsopvolger of rechtsverkrijgende.
Als een regionale publieke media-instelling na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing is verleend, niet opnieuw wordt aangewezen, draagt zij binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor die aanwijzing is verleend, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening wat betreft de financiën die betrekking hebben op de verzorging van media-aanbod voor de regionale publieke mediadienst. Artikel 2.138a, eerste lid, tweede, derde en vierde volzin, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.138a, tweede lid, is van toepassing.
In het geval, bedoeld in het zevende lid, zijn het vijfde en zesde lid van overeenkomstige toepassing.
Het zevende lid is eveneens van toepassing, als een aanwijzing overeenkomstig artikel 2.67 of artikel 2.68 wordt ingetrokken. Artikel 2.138a, eerste lid, tweede, derde en vierde volzin, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.138a, tweede lid, is van toepassing.
In het geval, bedoeld in het negende lid, zijn het vijfde en zesde lid van overeenkomstige toepassing.
Afdeling 2.6.1. Algemene bekostigingsaanspraak
Paragraaf 2.6.3.2. Vaststelling budgetten
Paragraaf 2.6.6.2. Reservering en terugvordering
Artikel 2.174a
Omroeporganisaties die een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23 hebben verkregen, kunnen netto inkomsten uit contributies en verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 2.136 tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag reserveren voor die verenigingsactiviteiten.
De landelijke publieke media-instelling die samenwerkingsomroep is, draagt ervoor zorg dat de omroepverenigingen die hij vertegenwoordigt, slechts tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag overeenkomstig het eerste lid reserveren voor eigen verenigingsactiviteiten. De instelling ontvangt jaarlijks aan het einde van het boekjaar, bedoeld in artikel 2.172, tweede lid, van de omroepverenigingen over dat boekjaar het deel van hun exploitatiesaldo dat overblijft na aftrek van de overeenkomstig de eerste volzin voor verenigingsactiviteiten gereserveerde gelden.
Gelden die in strijd met het eerste lid zijn gereserveerd of in strijd met het tweede lid, tweede volzin, niet zijn ontvangen, worden terugbetaald aan de raad van bestuur.
Paragraaf 2.6.6.1. Rechtmatigheidstoetsing en jaarrekening
Afdeling 2.6.6. Financiële verantwoording landelijke en regionale publieke mediadiensten
Artikel 2.188
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden criteria vastgesteld op basis waarvan afzonderlijke landelijke publieke media-instellingen worden geëvalueerd als bedoeld in artikel 2.186, tweede lid.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
Hoofdstuk 3. Commerciële omroepdiensten
Titel 3.1. Toestemming
Titel 3.2. Programma-aanbod
Afdeling 2.6.4. Algemene mediareserve
Afdeling 3.2.3. Sponsoring
Afdeling 2.6.7. Omroeporkesten, omroepkoren, media-archief en expertisecentrum voor media-educatie
Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties
Paragraaf 3.2.4.2. Nederlands- en Friestalige producties
Paragraaf 3.2.4.3. Films
Afdeling 3.2.3. Sponsoring
Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten
Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen
Hoofdstuk 3. Commerciële mediadiensten
Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen
Afdeling 3.2.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen
Afdeling 3.2.2. Reclame en telewinkelen
Afdeling 6.1.2. Overheid
Titel 3.3. Toezichtskosten
Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
Afdeling 3.2.3. Sponsoring
Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties
Paragraaf 3.2.4.3. Films
Paragraaf 6.3.1.3. Programmaraden
Afdeling 6.3.2. Gebruik frequentieruimte
Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
Hoofdstuk 7. Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving
Titel 3.2a. Commerciële mediadiensten op aanvraag
Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen
Titel 7.2. Toezicht en handhaving
Titel 7.1. Commissariaat voor de Media
Titel 8.3. Overige vormen subsidieverstrekking
Titel 6.2. Toestemming omroepdiensten voor bijzondere doelen
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Titel 6.4. Buitengewone omstandigheden en omroepdiensten voor buitenlandse militairen
Titel 6.3a. Ongewijzigd verspreiden van media-aanbod van een publieke of commerciële media-instelling
Titel 9.3. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.88a
Publieke media-instellingen stellen ten minste de volgende gegevens van de media-instelling gemakkelijk, rechtstreeks en permanent beschikbaar voor het publiek:
- a. naam;
- b. plaats van vestiging;
- c. contactgegevens waaronder e-mailadres of internetadres; en
- d. de naam van het Commissariaat als het orgaan dat is belast met het toezicht op de naleving op grond van titel 7.2.
Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen
Paragraaf 2.4.1. Taken
Paragraaf 2.4.1. Taken
Paragraaf 2.4.4. Beleidsplan en prestatieovereenkomst
Afdeling 2.5.3. Sponsoring
Afdeling 2.5.3. Sponsoring
Paragraaf 2.5.4.1. Europese en onafhankelijke producties
Paragraaf 2.5.4.2. Nederlands- en Friestalige producties
Paragraaf 2.5.2.3. Stichting Etherreclame
Afdeling 2.5.5. Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties
Paragraaf 2.5.2.4. Inkomsten uit reclame en telewinkelen
Paragraaf 2.5.4.2. Nederlands- en Friestalige producties
Paragraaf 2.5.4.2. Nederlands- en Friestalige producties
Paragraaf 2.5.5.1. Taak
Afdeling 2.5.6. Nevenactiviteiten en overige bepalingen
Titel 2.6. Bekostiging publieke mediadiensten
Afdeling 2.5.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films
Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst
Paragraaf 2.5.4.2. Nederlands- en Friestalige producties
Paragraaf 2.5.4.2. Nederlands- en Friestalige producties
Paragraaf 2.5.5.3. Begroting en jaarrekening
Afdeling 2.5.6. Nevenactiviteiten en overige bepalingen
Paragraaf 2.5.5.4. Statuten en ontbinding
Paragraaf 2.6.3.2. Vaststelling budgetten
Afdeling 2.6.3. Bekostiging Wereldomroep
Afdeling 2.6.5. Bekostiging regionale publieke mediadiensten
Afdeling 2.6.1. Algemene bekostigingsaanspraak
Paragraaf 2.6.3.2. Vaststelling budgetten
Paragraaf 2.6.2.1. Begroting
Paragraaf 2.6.2.2. Vaststelling budgetten
Afdeling 2.6.6. Financiële verantwoording landelijke en regionale publieke mediadiensten
Titel 2.7. Evaluatie
Hoofdstuk 3. Commerciële mediadiensten
Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten
Titel 2.7. Evaluatie
Afdeling 2.6.6. Financiële verantwoording landelijke en regionale publieke mediadiensten
Afdeling 2.6.4. Algemene mediareserve
Afdeling 3.2.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen
Afdeling 2.6.6. Financiële verantwoording landelijke en regionale publieke mediadiensten
Afdeling 3.2.2. Reclame en telewinkelen
Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties
Paragraaf 3.2.4.2. Nederlands- en Friestalige producties
Paragraaf 2.6.6.3. Overige bepalingen
Afdeling 2.6.7. Omroeporkesten, omroepkoren, media-archief en expertisecentrum voor media-educatie
Titel 3.2. Programma-aanbod
Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen
Hoofdstuk 3. Commerciële mediadiensten
Artikel 5.4
Aanbieders van omroepdiensten die exclusieve rechten hebben verworven ten aanzien van evenementen van groot belang, stellen korte fragmenten daarvan tegen vergoeding ter beschikking van andere aanbieders van omroepdiensten in de Europese Gemeenschap die daarom verzoeken. De verzoekende aanbieder van een omroepdienst is vrij in de keuze van fragmenten van evenementen van groot belang en mag deze verspreiden.
Korte fragmenten duren maximaal 90 seconden per evenement en mogen onbeperkt worden herhaald binnen één etmaal. Als de wedstrijdbepalende sportmomenten van het evenement samen langer duren dan 90 seconden en de weergave zich beperkt tot die sportmomenten, mogen korte fragmenten bij uitzondering maximaal 180 seconden duren.
Voor verspreiding van de korte fragmenten gelden de volgende voorwaarden:
- a. korte fragmenten worden uitsluitend opgenomen in dagelijks geprogrammeerde algemene nieuwsprogramma’s;
- b. korte fragmenten worden, indien het wedstrijdbepalende sportmomenten betreft, niet eerder verspreid dan nadat de exclusieve rechten van het evenement, voor volledig rechtstreekse en gedeeltelijk uitgestelde verslaggeving, voor de eerste maal zijn gebruikt; en
- c. tijdens de verspreiding van een kort fragment wordt de bron vermeld, tenzij dat om praktische redenen niet mogelijk is.
Alleen de media-instelling die korte fragmenten overeenkomstig het derde lid verspreidt, kan het desbetreffende programma in identieke vorm als media-aanbod van haar mediadienst op aanvraag aanbieden.
Een speeldag van een sportcompetitie of sportevenement wordt als één evenement beschouwd.
De vergoeding voor een kort fragment bedraagt niet meer dan de extra kosten die rechtstreeks voortkomen uit het verschaffen van toegang tot het signaal.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het ter beschikking stellen van korte fragmenten en het gebruik daarvan.
Hoofdstuk 6. Bijzondere bepalingen over politieke partijen, overheid, beperkte omroepdiensten, omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
Titel 3.2. Programma-aanbod
Afdeling 3.2.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen
Afdeling 3.2.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films
Titel 6.2. Toestemming omroepdiensten voor bijzondere doelen
Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
Afdeling 3.2.3. Sponsoring
Paragraaf 6.3.1.2. Doorgifteverplichtingen omroepnetwerken
Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties
Afdeling 6.3.2. Gebruik frequentieruimte
Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving en evenementen van groot belang
Titel 3.2a. Commerciële mediadiensten op aanvraag
Titel 7.2. Toezicht en handhaving
Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving en evenementen van groot belang
Titel 7.1. Commissariaat voor de Media
Titel 6.1. Politieke partijen en overheid
Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Titel 9.1. Overgangsbepalingen
Titel 6.3a. Ongewijzigd verspreiden van media-aanbod van een publieke of commerciële media-instelling
Titel 8.2. Subsidieverstrekking ten behoeve van persorganen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 3.5a
Een commerciële media-instelling stelt ten minste de volgende gegevens van de media-instelling gemakkelijk, rechtstreeks en permanent beschikbaar voor het publiek:
- a. naam;
- b. plaats van vestiging;
- c. contactgegevens waaronder e-mailadres of internetadres; en
- d. de naam van het Commissariaat als het orgaan dat is belast met het toezicht op de naleving op grond van titel 7.2.
Een commerciële media-instelling informeert het Commissariaat onverwijld over wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de bevoegdheid van Nederland over deze commerciële media-instelling.
Afdeling 3.2.2. Reclame en telewinkelen
Afdeling 3.2.2. Reclame en telewinkelen
Artikel 3.19a
Productplaatsing in het programma-aanbod is toegestaan met uitzondering van nieuws- en actualiteitenprogramma’s, programma's over consumentenzaken, programma’s van kerkelijke of geestelijke aard en programma’s die in het bijzonder bestemd zijn voor kinderen jonger dan twaalf jaar.
Deze afdeling is niet van toepassing op aanbod dat is geproduceerd voor 19 december 2009.
Artikel 3.19b
Productplaatsing mag alleen voorkomen als in het redactiestatuut, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, waarborgen zijn opgenomen voor de redactionele onafhankelijkheid van de werknemers die belast zijn met de verzorging en samenstelling van het programma-aanbod in verband met productplaatsing.
Productplaatsing in het programma-aanbod is zodanig vormgegeven dat:
- a. het publiek niet rechtstreeks door middel van specifieke aanprijzingen wordt aangespoord tot het kopen of huren van producten of afname van diensten; en
- b. het betrokken product geen overmatige aandacht krijgt.
Productplaatsing is niet toegestaan voor:
- a. medische behandelingen; en
- b. alcoholhoudende dranken tussen 06.00 uur en 21.00 uur.
Bij programma-aanbod waarin productplaatsing is opgenomen wordt ter informatie van het publiek duidelijk vermeld dat het programma-aanbod voorzien is van productplaatsing. De vermelding geschiedt op passende wijze en vindt plaats aan het begin en het einde van het programma en eveneens aan het begin of het einde van de in het programma opgenomen reclameboodschap of reclameboodschappen.
Het Commissariaat kan nadere regels stellen over de toepassing van productplaatsing in programma-aanbod, welke regels de goedkeuring behoeven van Onze Minister.
Artikel 3.19c
Artikel 3.19b, vierde lid, is niet van toepassing op programma-aanbod met productplaatsing dat niet geproduceerd of besteld is door of in opdracht van de commerciële media-instelling dan wel door of in opdracht van een aan haar verbonden onderneming.
Afdeling 3.2.3. Sponsoring
Paragraaf 2.6.6.2. Reservering en terugvordering
Paragraaf 3.2.4.2. Nederlands- en Friestalige producties
Paragraaf 3.2.4.3. Films
Afdeling 3.2.3a. Productplaatsing
Titel 2.7. Evaluatie
Artikel 3.29a
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- animatie: audiovisuele productie met toepassing van een filmtechniek waarbij de illusie van beweging wordt gecreëerd door verschillende stilstaande beelden na elkaar af te spelen;
- commerciële mediadienst op aanvraag: mediadienst op aanvraag die door een commerciële media-instelling wordt verzorgd en waarbij het media-aanbod betrekking heeft op producten met bewegende beeldinhoud al dan niet mede met geluidsinhoud. Daaronder worden ook begrepen bijbehorende ondertitelingsdiensten en elektronische programmagidsen;
- documentairefilm: audiovisuele productie in het genre non-fictie waarbij de eigen visie van de regisseur wordt vormgegeven met creatieve gebruikmaking van filmische middelen in een persoonlijke stijl, met een vertoningsduur van ten minste 50 minuten;
- documentaireserie: audiovisuele productie in het genre non-fictie, waarbij de eigen visie van de regisseur wordt vormgegeven met creatieve gebruikmaking van filmische middelen in een persoonlijke stijl, met een doorlopende verhaallijn en in een beperkte reeks, met een totale vertoningsduur van ten minste 120 minuten, verdeeld over meerdere afleveringen van ieder ten minste twintig minuten;
- dramaserie: audiovisuele productie in het genre fictie, met een doorlopende verhaallijn en in een beperkte reeks, met een totale vertoningsduur duur van ten minste 120 minuten, verdeeld over afleveringen van ieder ten minste twintig minuten, dan wel in het geval van een serie die in het bijzonder bestemd is voor kinderen jonger dan twaalf jaar of van een animatie, met een totale vertoningsduur van ten minste 100 minuten, verdeeld over afleveringen van ieder ten minste tien minuten;
- speelfilm: audiovisuele productie in het genre fictie met een vertoningsduur van ten minste 60 minuten.
Artikel 3.29b
Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt of beëindigt, meldt het moment van de aanvang of de beëindiging van de mediadienst op aanvraag binnen twee weken na dat moment aan het Commissariaat. Als een media-instelling een door een derde aangeleverde commerciële mediadienst op aanvraag wijzigt, meldt deze media-instelling eveneens de gewijzigde commerciële mediadienst op aanvraag. De volgende gegevens van de media-instelling worden daarbij in elk geval verstrekt:
- a. naam;
- b. plaats van vestiging; en
- c. contactgegevens waaronder e-mailadres of internetadres.
Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt, stelt eveneens ten minste de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gemakkelijk, rechtstreeks en permanent beschikbaar, alsmede de naam van het Commissariaat als het orgaan dat is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze titel.
Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt informeert het Commissariaat onverwijld over wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de bevoegdheid van Nederland over deze media-instelling.
Artikel 3.29c
Het audiovisueel media-aanbod van een commerciële mediadienst op aanvraag bestaat voor ten minste dertig procent uit Europese producties als bedoeld in artikel 1 van de Europese richtlijn.
De Europese producties op een commerciële mediadienst op aanvraag worden door de media-instelling die de commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt onder de aandacht van het publiek gebracht.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag met een lage omzet of een klein publiek verzorgt.
Het Commissariaat kan voor een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid indien de toepassing van deze leden gelet op de aard of het onderwerp van deze mediadienst op aanvraag praktisch onhaalbaar of ongerechtvaardigd zou zijn.
Artikel 3.29d
Op commerciële mediadiensten op aanvraag zijn de artikelen 3.5, 3.5b, 3.6, 3.7, tweede lid, aanhef en onderdeel a, 3.15 tot en met 3.19c, 3.26 en 3.27 van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de artikelen 3.16, tweede lid, aanhef en onderdeel a, en 3.19b, derde lid, onderdeel b.
Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten
Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving en evenementen van groot belang
Hoofdstuk 6. Bijzondere bepalingen over politieke partijen, overheid, beperkte omroepdiensten, omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
Afdeling 6.1.1. Politieke partijen
Afdeling 3.2.3a. Productplaatsing
Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
Afdeling 6.1.2. Overheid
Paragraaf 6.3.1.1. Verspreiding programma-aanbod
Paragraaf 3.2.4.2. Nederlands- en Friestalige producties
Paragraaf 3.2.4.3. Films
Afdeling 6.3.2. Gebruik frequentieruimte
Titel 3.3. Toezichtskosten
Hoofdstuk 3a. Videoplatformdiensten
Titel 7.1. Commissariaat voor de Media
Hoofdstuk 8. De pers
Titel 8.1. Stimuleringsfonds voor de pers
Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
Titel 7.1. Commissariaat voor de Media
Titel 7.1. Commissariaat voor de Media
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Titel 6.4. Buitengewone omstandigheden, crisiscommunicatie en omroepdiensten voor buitenlandse militairen
Titel 6.3a. Ongewijzigd verspreiden van media-aanbod van een publieke of commerciële media-instelling
Artikel 9.17a
Vooruitlopend op wetgeving ter zake kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld voor vormen van audiovisuele commerciële communicatie in de zin van artikel 1 van de Europese richtlijn waarop de hoofdstukken 1 tot en met 8 van deze wet niet van toepassing zijn.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.34a
De Nederlandse Omroep Stichting heeft tot taak media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst te verzorgen op het gebied van nieuws, sport en evenementen dat zich bij uitstek leent voor gezamenlijke verzorging, waaronder media-aanbod dat:
- a. een hoge frequentie en vaste regelmaat van verspreiding vereist;
- b. een algemeen dienstverlenend karakter draagt; of
- c. met een doelmatiger inzet van middelen beter gezamenlijk tot stand kan worden gebracht.
De NOS verzorgt teletekst voor de landelijke publieke mediadienst.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welk media-aanbod als bedoeld in het eerste lid in ieder geval door de NOS wordt verzorgd.
Artikel 2.34b
De organen van de NOS zijn een raad van toezicht en een directie.
Artikel 2.34c
De raad van toezicht van de NOS bestaat uit vijf of zeven leden die op zwaarwegende voordracht van de raad van toezicht door Onze Minister worden benoemd en die door Onze Minister kunnen worden geschorst en ontslagen.
De raad van toezicht wijst uit zijn midden de voorzitter aan.
Benoeming geschiedt voor een periode van vier jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.
De raad van toezicht wordt zodanig samengesteld dat bestuurlijke ervaring en deskundigheid op de terreinen die relevant zijn voor het media-aanbod dat de NOS verzorgt, aanwezig zijn.
Bij een vacature draagt de raad van toezicht zorg voor de procedure die leidt tot de voordracht, bedoeld in het eerste lid. In elk geval het opstellen en het openbaar maken van profielschetsen voor de vacature en voor de raad als geheel zijn onderdeel van die procedure.
De voordracht van de raad van toezicht aan Onze Minister is gemotiveerd, waarbij in elk geval wordt ingegaan op de geschiktheid, de profielschetsen, de positie van de kandidaat in het rooster van aftreden en de procedure die heeft geleid tot de voordracht.
Onze Minister neemt de voordracht over, tenzij deze in strijd is met:
- a. deze wet;
- b. eisen van zorgvuldigheid; of
- c. andere zwaarwegende belangen.
Artikel 2.34d
Het lidmaatschap van de raad van toezicht van de NOS is onverenigbaar met:
- a. de functie van lid van de directie van de NOS;
- b. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij de NPO of een landelijke publieke media-instelling;
- c. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een commerciële media-instelling;
- d. het lidmaatschap van een van beide Kamers der Staten-Generaal, een provinciaal bestuur of een gemeentebestuur;
- e. een dienstbetrekking bij een ministerie of bij een dienst, instelling of bedrijf direct vallende onder de verantwoordelijkheid van een minister;
- f. het hebben van financiële of andere belangen bij bedrijven of instellingen en het vervullen van nevenfuncties waardoor een goede vervulling van de functie of de handhaving van de onafhankelijkheid van het betrokken lid of van het vertrouwen daarin in het geding kan zijn; en
- g. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een omroepvereniging die in een samenwerkingsomroep vertegenwoordigd is.
Schorsing en ontslag zijn mogelijk wegens:
- a. ongeschiktheid;
- b. disfunctioneren; en
- c. onverenigbaarheid als bedoeld in het eerste lid.
Ontslag is verder mogelijk op eigen verzoek.
De leden van de raad van toezicht kunnen gezamenlijk worden ontslagen, als bij de tweede evaluatie, bedoeld in artikel 2.184, derde en vierde lid, is vastgesteld dat de NOS onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in artikel 2.34a. In geval van een ontslag als bedoeld in de eerste volzin benoemt Onze Minister de leden van de nieuwe raad van toezicht.
De leden van de raad van toezicht ontvangen van de NOS een door Onze Minister vast te stellen vergoeding.
Artikel 2.34e
De raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van de directie en op de algemene gang van zaken binnen de NOS en de pluriformiteit van het media-aanbod van de NOS en staat de directie met advies terzijde.
Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het algemene belang van de NOS.
Artikel 2.34f
De directie van de NOS bestaat uit ten hoogste drie leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van toezicht.
Artikel 2.34d, eerste lid, aanhef en onderdelen b tot en met g, is van overeenkomstige toepassing op de leden van de directie.
De directieleden zijn in dienst van de NOS. De raad van toezicht stelt hun arbeidsvoorwaarden vast.
Artikel 2.34g
De directie bestuurt de NOS.
De directie is belast met de dagelijkse leiding en het financiële beheer van de NOS.
De directie is verder belast met datgene wat niet uitdrukkelijk tot de taken of bevoegdheden van de raad van toezicht behoort.
Artikel 2.34h
De NOS verstrekt Onze Minister desgevraagd alle inlichtingen met betrekking tot de werkzaamheden van de stichting.
Onze Minister kan inzage verlangen in zakelijke gegevens en bescheiden van de NOS voor zover dat voor de vervulling van zijn taak nodig is.
Artikel 2.34i
De NOS stelt jaarlijks vóór 1 mei een bestuursverslag over het afgelopen kalenderjaar vast.
In het bestuursverslag wordt aandacht besteed aan de werkzaamheden van de NOS, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de werkzaamheden in het bijzonder.
De NOS zendt het bestuursverslag aan Onze Minister en maakt het openbaar.
Afdeling 2.2.3. Nederlandse Programma Stichting
Afdeling 2.2.5. Coördinatie en ordening aanbodkanalen
Titel 2.3. Regionale en lokale publieke mediadiensten
Paragraaf 2.3.1. Aanwijzing
Titel 2.4. Wereldomroep
Paragraaf 2.4.3. Informatie, jaarverslag en statuten
Paragraaf 2.3.2. Media-aanbod van regionale of lokale publieke mediadienst
Paragraaf 2.4.1. Taken
Titel 2.5. Nadere voorschriften media-aanbod publieke mediadiensten
Afdeling 2.5.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen
Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen
Paragraaf 2.5.2.1. Algemene bepalingen
Paragraaf 2.4.3. Informatie, jaarverslag en statuten
Paragraaf 2.4.4. Beleidsplan en prestatieovereenkomst
Paragraaf 2.5.2.4. Inkomsten uit reclame en telewinkelen
Afdeling 2.5.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films
Paragraaf 2.5.2.3. Stichting Etherreclame
Paragraaf 2.5.4.3. Films
Afdeling 2.5.5. Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties
Paragraaf 2.5.5.2. Organisatie
Paragraaf 2.5.5.2. Organisatie
Paragraaf 2.5.5.4. Statuten en ontbinding
Afdeling 2.5.6. Nevenactiviteiten en overige bepalingen
Titel 2.6. Bekostiging publieke mediadiensten
Afdeling 2.6.1. Algemene bekostigingsaanspraak
Afdeling 2.5.5. Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties
Paragraaf 2.5.5.1. Taak
Paragraaf 2.6.2.3. Gelden voor bijzondere doelen
Paragraaf 2.6.2.3. Gelden voor bijzondere doelen
Paragraaf 2.6.2.2. Vaststelling budgetten
Afdeling 2.6.4. Algemene mediareserve
Afdeling 2.6.5. Bekostiging regionale en lokale publieke mediadiensten
Afdeling 2.6.5. Bekostiging regionale en lokale publieke mediadiensten
Paragraaf 2.6.6.1. Rechtmatigheidstoetsing en jaarrekening
Paragraaf 2.6.3.2. Vaststelling budgetten
Afdeling 2.6.7. Omroeporkesten, omroepkoren, muziekbibliotheek, media-archief en expertisecentrum voor media-educatie
Titel 2.7. Evaluatie
Hoofdstuk 3. Commerciële mediadiensten
Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten
Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten
Afdeling 2.6.5. Bekostiging regionale en lokale publieke mediadiensten
Afdeling 3.2.3. Sponsoring
Afdeling 3.2.3a. Productplaatsing
Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties
Paragraaf 3.2.4.2. Nederlands- en Friestalige producties
Paragraaf 3.2.4.3. Films
Afdeling 3.2.5. Overige bepalingen
Titel 3.3. Toezichtskosten
Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen
Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen
Hoofdstuk 6. Bijzondere bepalingen over politieke partijen, overheid, beperkte omroepdiensten, omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
Titel 6.1. Politieke partijen en overheid
Afdeling 3.2.3a. Productplaatsing
Afdeling 6.1.3. Overige bepalingen politieke partijen en overheid
Titel 6.2. Toestemming omroepdiensten voor bijzondere doelen
Titel 3.3. Toezichtskosten
Afdeling 3.2.5. Overige bepalingen
Paragraaf 3.2.4.3. Films
Paragraaf 6.3.1.2. Doorgifteverplichtingen omroepnetwerken
Paragraaf 6.3.1.1. Verspreiding programma-aanbod
Afdeling 6.3.2. Gebruik frequentieruimte
Titel 6.4. Buitengewone omstandigheden en omroepdiensten voor buitenlandse militairen
Hoofdstuk 7. Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving
Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
Hoofdstuk 8. De pers
Titel 8.2. Subsidieverstrekking ten behoeve van persorganen
Titel 7.2. Toezicht en handhaving
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Titel 6.3a. Ongewijzigd verspreiden van media-aanbod van een publieke of commerciële media-instelling
Titel 7.3. Overige taken
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.34j
Wijziging in de statuten van de NOS behoeven de instemming van Onze Minister.
De raad van toezicht en de directie kunnen niet besluiten tot ontbinding van de NOS.
Afdeling 2.2.3. Stichting NTR
Afdeling 2.2.4. Kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag
Afdeling 2.2.5. Coördinatie en ordening aanbodkanalen
Titel 2.3. Regionale en lokale publieke mediadiensten
Paragraaf 2.3.2. Media-aanbod
Titel 2.4. Wereldomroep
Paragraaf 2.4.1. Taken
Paragraaf 2.3.1a. Aanwijzing van regionale of lokale publieke media-instelling
Paragraaf 2.4.3. Informatie, jaarverslag en statuten
Paragraaf 2.4.1. Taken
Titel 2.4. Wereldomroep
Afdeling 2.5.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen
Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen
Paragraaf 2.5.2.1. Algemene bepalingen
Paragraaf 2.5.2.2. Specifieke voorschriften
Paragraaf 2.4.5. Media-aanbod
Paragraaf 2.5.2.1. Algemene bepalingen
Afdeling 2.5.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films
Paragraaf 2.5.4.3. Films
Afdeling 2.5.5. Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties
Paragraaf 2.5.2.4. Inkomsten uit reclame en telewinkelen
Paragraaf 2.5.2.4. Inkomsten uit reclame en telewinkelen
Paragraaf 2.5.4.1. Europese en onafhankelijke producties
Paragraaf 2.5.5.4. Statuten en ontbinding
Afdeling 2.5.6. Nevenactiviteiten en overige bepalingen
Titel 2.6. Bekostiging publieke mediadiensten
Afdeling 2.6.1. Algemene bekostigingsaanspraak
Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst
Paragraaf 2.5.5.2. Organisatie
Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst
Paragraaf 2.6.3.2. Vaststelling budgetten
Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst
Afdeling 2.6.5. Bekostiging regionale en lokale publieke mediadiensten
Paragraaf 2.6.6.1. Rechtmatigheidstoetsing en jaarrekening
Paragraaf 2.6.2.3. Gelden voor bijzondere doelen
Afdeling 2.6.3. Bekostiging Wereldomroep
Titel 2.7. Evaluatie
Hoofdstuk 3. Commerciële mediadiensten
Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten
Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten
Afdeling 3.2.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen
Afdeling 3.2.3. Sponsoring
Afdeling 2.6.7. Omroeporkesten, omroepkoren, media-archief en expertisecentrum voor media-educatie
Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties
Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties
Paragraaf 3.2.4.2. Nederlands- en Friestalige producties
Titel 3.2. Programma-aanbod
Titel 3.2a. Commerciële mediadiensten op aanvraag
Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen
Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving en evenementen van groot belang
Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving en evenementen van groot belang
Titel 6.1. Politieke partijen en overheid
Afdeling 3.2.5. Overige bepalingen
Afdeling 3.2.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films
Afdeling 6.1.2. Overheid
Titel 6.2. Toestemming omroepdiensten voor bijzondere doelen
Afdeling 3.2.5. Overige bepalingen
Paragraaf 6.3.1.1. Verspreiding programma-aanbod
Paragraaf 6.3.1.1. Verspreiding programma-aanbod
Paragraaf 6.3.1.1. Verspreiding programma-aanbod
Afdeling 6.1.2. Overheid
Titel 6.1. Politieke partijen en overheid
Hoofdstuk 7. Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving
Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
Hoofdstuk 8. De pers
Titel 7.3. Overige taken
Titel 7.1. Commissariaat voor de Media
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Titel 6.4. Buitengewone omstandigheden, crisiscommunicatie en omroepdiensten voor buitenlandse militairen
Titel 8.4. Overige bepalingen
Titel 7.2. Toezicht en handhaving
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.88b
Reclame- en telewinkelboodschappen en gesponsord media-aanbod zijn als zodanig herkenbaar.
In reclame- en telewinkelboodschappen en gesponsord media-aanbod worden geen subliminale technieken gebruikt.
Het media-aanbod bevat geen:
- a. sluikreclame; of
- b. productplaatsing.
Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen
Paragraaf 2.4.3. Informatie, jaarverslag en statuten
Paragraaf 2.4.5. Media-aanbod
Paragraaf 2.5.2.1. Algemene bepalingen
Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen
Afdeling 2.5.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films
Paragraaf 2.5.2.4. Inkomsten uit reclame en telewinkelen
Paragraaf 2.5.5.3. Begroting en jaarrekening
Paragraaf 2.5.5.4. Statuten en ontbinding
Artikel 2.138b
Vervallen
Titel 2.6. Bekostiging publieke mediadiensten
Afdeling 2.5.5. Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties
Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst
Paragraaf 2.5.5.4. Statuten en ontbinding
Paragraaf 2.6.2.3. Gelden voor bijzondere doelen
Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst
Paragraaf 2.6.2.1. Begroting
Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst
Afdeling 2.6.3. Bekostiging Wereldomroep
Paragraaf 2.6.3.1. Begroting
Paragraaf 2.6.3.2. Vaststelling budgetten
Paragraaf 2.6.6.3. Overige bepalingen
Afdeling 2.6.5. Bekostiging regionale en lokale publieke mediadiensten
Hoofdstuk 3. Commerciële mediadiensten
Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten
Titel 3.2. Programma-aanbod
Artikel 3.5b
Reclame- en telewinkelboodschappen, gesponsord programma-aanbod en productplaatsing zijn als zodanig herkenbaar.
In reclame- en telewinkelboodschappen, gesponsord programma-aanbod en programma-aanbod met productplaatsing worden geen subliminale technieken gebruikt.
Het programma-aanbod bevat geen sluikreclame.
Afdeling 3.2.3. Sponsoring
Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties
Paragraaf 3.2.4.2. Nederlands- en Friestalige producties
Afdeling 3.2.3. Sponsoring
Titel 3.2a. Commerciële mediadiensten op aanvraag
Titel 3.3. Toezichtskosten
Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen
Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving en evenementen van groot belang
Hoofdstuk 6. Bijzondere bepalingen over politieke partijen, overheid, beperkte omroepdiensten, omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
Titel 3.2a. Commerciële mediadiensten op aanvraag
Afdeling 3.2.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films
Afdeling 6.1.2. Overheid
Titel 6.2. Toestemming omroepdiensten voor bijzondere doelen
Afdeling 6.3.1. Gebruik omroepzenders en omroepnetwerken
Artikel 6.14a
Vervallen
Paragraaf 6.3.1.3. Programmaraden
Afdeling 6.3.2. Gebruik frequentieruimte
Titel 6.2. Toestemming omroepdiensten voor bijzondere doelen
Hoofdstuk 8. De pers
Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
Titel 7.1. Commissariaat voor de Media
Artikel 8.15a
Het Stimuleringsfonds kan op basis van daartoe door hem vast te stellen regelingen subsidie verstrekken voor andere activiteiten dan die, bedoeld in de artikelen 8.11 tot en met 8.15, voor zover die activiteiten passen in de doelstellingen van het Stimuleringsfonds.
Deze regelingen behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
Titel 6.3a. Ongewijzigd verspreiden van media-aanbod van een publieke of commerciële media-instelling
Hoofdstuk 7. Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving
Titel 7.1. Commissariaat voor de Media
Titel 8.1. Stimuleringsfonds voor de pers
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7.21
Het Commissariaat is belast met het onderzoek naar ontwikkelingen ten aanzien van concentraties en financieel-economische omstandigheden op de nationale en internationale mediamarkten en de gevolgen daarvan voor de pluriformiteit en onafhankelijkheid van de informatievoorziening.
Het Commissariaat rapporteert jaarlijks over zijn bevindingen aan Onze Minister.
Het Commissariaat maakt zijn bevindingen openbaar, met uitzondering van gegevens die naar hun aard vertrouwelijk zijn.
Het Commissariaat handhaaft de naleving van het redactiestatuut, bedoeld in de artikelen 2.88, tweede lid, en 3.5, tweede lid.
Hoofdstuk 7. Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving
Titel 8.3. Overige vormen subsidieverstrekking
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Titel 9.1. Overgangsbepalingen
Titel 9.3. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Afdeling 9.2.1. Overgangsrecht verlening van erkenningen voor de periode 2016–2021
Titel 8.4. Overige bepalingen
Artikel 9.15
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)