Besluit van 18 mei 2009, houdende de vaststelling van kerndoelen voor het speciaal onderwijs (Besluit kerndoelen WEC)

Type AMvB
Publication 2022-08-01
State In force
Source BWB
artikelen 6
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bij het bewegen op muziek gaat het er om dat leerlingen ervaringen, belevingen, ideeën, gevoelens, situaties en gebeurtenissen leren uiten en vormgeven. Alleen of samen met anderen leren leerlingen elementen gebruiken als tijd, kracht en ruimte om hun bewegingen inhoud, uitdrukkingskracht en een context te geven.

Voor alle muzikale activiteiten geldt, dat deze naar de mate van auditieve beperking wordt aangepast in uitvoeringsvormen. Muziek stimuleert echter de auditieve functie en beleving en is dus een zinvol gebied voor dove leerlingen.

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 2

Bij het bewegen op muziek gaat het er om dat leerlingen ervaringen, belevingen, ideeën, gevoelens, situaties en gebeurtenissen leren uiten en vormgeven. Alleen of samen met anderen leren leerlingen elementen gebruiken als tijd, kracht en ruimte om hun bewegingen inhoud, uitdrukkingskracht en een context te geven.

Het is belangrijk dat leerlingen de kans krijgen zelf zoveel mogelijk te doen, daarom zijn aangepaste instrumenten of andere specifieke hulpmiddelen een basisvoorwaarde. Veel waarde wordt toegekend aan het geven van regie aan die leerlingen die om welke reden dan ook, niet of nauwelijks in staat zijn tot zelf musiceren.

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 2

Voor alle muzikale activiteiten geldt, dat deze naar de mate van auditieve beperking wordt aangepast in uitvoeringsvormen. Muziek stimuleert echter de auditieve functie en beleving en is dus een zinvol gebied voor dove leerlingen.

Voor de leerlingen is het belangrijk dat zij plezier ervaren aan muziek en bewegen, juist als het gehoor beperkt is en dat zij hun bewegingsrepertoire leren uitbreiden.

Karakteristiek

Dramatische vorming

Karakteristiek

In dit leergebied ligt ook een aanknopingspunt om belangstelling te stimuleren voor theaterbezoek.

Ze leren reflecteren op hun eigen (toneel)spel en dat van anderen.

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 2 is dramatisch spel mogelijk met gebruikmaking van meerdere communicatievormen zoals gebarentaal. Het leren zien en uitvoeren van niet verbale aspecten heeft het accent. Dramatische vorming biedt aanknopingspunten voor kennismaking met de dovencultuur zoals het gebarentheater.

Kerndoelen

Ze leren reflecteren op hun eigen (toneel)spel en dat van anderen.

Karakteristiek

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 2

Karakteristiek

Door het vertrouwd raken met eigen bewegingsmogelijkheden en het leren omgaan met dagelijkse obstakels als drempels, zware deuren en trappen, leren leerlingen zich zelfstandiger gedragen.

Het plezier beleven aan deelname aan verschillende bewegingsactiviteiten staat ook centraal. Sport kan de leerlingen aantrekkelijke spel- en bewegingsactiviteiten bieden. Er is de laatste jaren een opkomst van bewegingsactiviteiten met een vrijblijvender en individueler deelname dan in de georganiseerde sport. Tevens is er een trend van sportactiviteiten die in meer heterogeen samengestelde groepen (leeftijd, geslacht) worden beoefend. Wanneer de leerlingen ook worden voorbereid op deelname aan de bewegingscultuur, dan gebeurt dat via uitnodigende en bij hun leeftijd en mogelijkheden passende spel- en bewegingsvormen, bijvoorbeeld met aangepaste regels en materialen. Hierdoor kunnen de leerlingen deelnemen aan activiteiten van speciale sportclubs en blijft integratie in de reguliere sportwereld ook tot de mogelijkheden behoren.

Door het vertrouwd raken met eigen bewegingsmogelijkheden en het leren omgaan met dagelijkse obstakels als drempels, zware deuren en trappen, leren leerlingen zich zelfstandiger gedragen.

Voor deze leerlingen kan er sprake zijn van een ander lichaamsbesef waardoor bewegingservaringen anders gekleurd worden. Als er ook nog sprake is van cognitieve beperkingen, blijkt de taal als hulpmiddel voor de uitvoering van bewegingsactiviteiten een groot probleem. De taal is namelijk doorspekt met begrippen die gerelateerd zijn aan bewegingservaringen (ver, dichtbij, boven, onder, achter, voor, enz.).

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 3

Leerlingen die zich verplaatsen in een rolstoel kunnen aan verschillende activiteiten goed zonder rolstoel deelnemen en lopende leerlingen kunnen bij verschillende activiteiten uitgenodigd worden om deel te nemen in een rolstoel.

De uiteenlopende lichamelijke/somatische beperkingen maken een bewegend actieve deelname aan activiteiten in sommige gevallen onmogelijk. Voor zover mogelijk worden voor deze leerlingen alternatieven aangeboden, waarin ze op een andere manier actief betrokken kunnen zijn bij de activiteit.

Leerlingen die zich verplaatsen in een rolstoel kunnen aan verschillende activiteiten goed zonder rolstoel deelnemen en lopende leerlingen kunnen bij verschillende activiteiten uitgenodigd worden om deel te nemen in een rolstoel.

Voor deze leerlingen kan er sprake zijn van een ander lichaamsbesef waardoor bewegingservaringen anders gekleurd worden. Als er ook nog sprake is van cognitieve beperkingen, blijkt de taal als hulpmiddel voor de uitvoering van bewegingsactiviteiten een groot probleem. De taal is namelijk doorspekt met begrippen die gerelateerd zijn aan bewegingservaringen (ver, dichtbij, boven, onder, achter, voor, enz.).

Kerndoelen voortgezet speciaal onderwijs

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1a. Kerndoelen uitstroomprofiel vervolgonderwijs

In aanvulling op de kerndoelen die zijn vastgesteld op grond van artikel 2.13 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, worden voor het uitstroomprofiel vervolgonderwijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de expertisecentra de kerndoelen vastgesteld als aangegeven in hoofdstuk 1 van bijlage 3 bij dit besluit. Het onderwijs in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs wordt ook na de eerste twee leerjaren mede op basis van deze kerndoelen verzorgd.

Artikel 1b. Kerndoelen arbeidsmarktgericht uitstroomprofiel

De kerndoelen, bedoeld in artikel 14c, tweede en vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra worden vastgesteld als aangegeven in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 van bijlage 3 bij dit besluit.

Artikel 1c. Kerndoelen uitstroomprofiel dagbesteding

De kerndoelen, bedoeld in artikel 14f, tweede en vierde lid, van de Wet op de expertisecentra worden vastgesteld als aangegeven in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 3 van bijlage 3 bij dit besluit.

Bijlage 1. bij Besluit kerndoelen WEC

De eerste generatie kerndoelen speciaal onderwijs met uitzondering van kerndoelen voor zeer moeilijk lerende leerlingen of meervoudig gehandicapte leerlingen

Preambule

Om de leerlingen in staat te stellen die kwaliteiten te verwerven, is de school verantwoordelijk voor het aanbieden van een passend onderwijsaanbod. Dit aanbod dient te worden afgestemd op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerling en is zo ingericht dat de leerling een ononderbroken ontwikkelingsproces kan doorlopen.

De kerndoelen zijn richtinggevend voor de scholen bij het maken van hun keuzes omtrent hun onderwijsprogramma, maar bieden de scholen gelijkertijd voldoende ruimte om hun onderwijsactiviteiten tegemoet te laten komen aan de individuele mogelijkheden en beperkingen van de leerlingen. De grote verscheidenheid tussen leerlingen maakt deze vrijheidsgraden noodzakelijk. Kerndoelen doen bijvoorbeeld geen uitspraken over de ordening van inhouden, de te volgen didactiek, de keuze voor onderwijsleermiddelen, de vormgeving van het onderwijs, de toekenning van tijd of de keuze voor levensbeschouwelijk onderwijs.

Leergebiedoverstijgende kerndoelen

Karakteristiek

Een grote rol is toebedeeld aan de sociale en emotionele ontwikkeling, waaronder het ontwikkelen van een positief zelfbeeld. Het is belangrijk in het oog te houden dat de leerlingen de kans krijgen zich als autonome individuen te ontwikkelen. Dit houdt in dat zij de regie behouden over hun eigen activiteiten, ook al is daar ondersteuning bij nodig. Ook belangrijk is dat zij leren omgaan met hulp, hulp vragen, hulp accepteren en wat daarbij professionaliteit (inclusief grenzen daarvan) betekent.

De specifieke beperkingen en mogelijkheden van leerlingen geven specifieke accenten aan het leergebiedoverstijgende onderwijsaanbod.

Voor leerlingen met een visuele beperking (cluster 1)

De beperking in de visuele waarneming heeft invloed op de ontwikkeling van de gehele persoon. Bij deze leerlingen is veelal sprake van onzekerheid en weinig zelfvertrouwen. Daarnaast hebben zij veelal moeite in de communicatie met anderen. De zintuiglijke ontwikkeling van slechtziende en braille leerlingen vraagt vooral extra stimulering en training van de visuele, tactiele en auditieve waarneming. Het betekenis leren geven aan de visueel- en tactiel verkregen informatie vereist veel aandacht.

Voor leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking (cluster 2)

De beperkingen op auditief gebied en in de taalontwikkeling hebben grote invloed op de ontwikkeling van de gehele persoon. Bij deze leerlingen is veelal sprake van onzekerheid en weinig zelfvertrouwen. Daarnaast hebben zij veelal moeite in de communicatie met anderen.

De mogelijkheden van zintuiglijke en motorische ontwikkeling is voor elke leerling bepaald door de beperking of ziekte. De leerlingen ervaren hun beperkingen waarmee zij moeten leren omgaan. De grote individuele verschillen doen in veel gevallen een beroep op extra aandacht, ondersteuning en training.

Praktische redzaamheid

Nederlandse taal

Karakteristiek

Ook al is de ontwikkeling van de schriftelijke taalvaardigheid van belang, de ontwikkeling van de mondelinge taalvaardigheid verdient blijvende aandacht. Uitbreiding van de woordenschat, aandacht voor taal en denken, toepassen van luisterstrategieën, voorlezen en vertellen: het zijn activiteiten die de mondelinge taalvaardigheid verder ontwikkelen, maar daarnaast voorwaardelijk zijn voor het schriftelijk domein.

Voor leerlingen met een visuele beperking (cluster 1)

De mondelinge taal is voor leerlingen met een visuele beperking een zeer belangrijk middel om een relatie op te bouwen met de wereld van de «dingen», met zichzelf en met anderen. De mondelinge taalvaardigheid moet de beperking (of afwezigheid) van de visuele ervaring compenseren bij de vorming van een beeld van de wereld en bij conceptontwikkeling. Naast de andere zintuigen (gehoor en tast) helpt de mondelinge communicatie de leerling om meer grip op de wereld te krijgen.

Voor leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking (cluster 2)

Leerlingen met ernstige spraak- en taalmoeilijkheden (ESM) maken deel uit van de horende cultuur en hebben in principe toegang tot een gesproken taal. Zij hebben verwerkings- en/of productieproblemen.

Voor leerlingen met een lichamelijke beperking en voor langdurig zieke leerlingen (cluster 3)

Leerlingen met motorische beperkingen hebben meestal moeite met schrijven. Het leren gebruiken van de computer kan veel tijd vragen evenals de bediening. Een toetsaanslag of muissturing kan minutenwerk zijn.

Leerlingen met een neurologische aandoening hebben veel aandacht nodig bij het verwerken van informatie. Bij deze groep leerlingen bestaat vaak verschil tussen hun verbale en performale capaciteiten. Het tempo van het leren en de uitvoering van de handelingen neemt over het algemeen meer tijd in beslag.

Leerlingen met ernstige gedragsmoeilijkheden of psychiatrische problematiek hebben zonder uitzondering grote problemen met het adequaat handelen in taalgebruiksituaties en met name bij het onderdeel communiceren. Juist het beperkte vermogen om (op correcte wijze) sociale contacten aan te gaan en te onderhouden; deel te nemen aan gesprekken of samen te werken zonder dat de gedragsproblematiek een bepalende rol speelt, maakt dat het werken aan deze communicatieve vaardigheden sterke aandacht verdient.

Schriftelijk taalonderwijs

Nederlandse Gebarentaal

Karakteristiek

De gehoorbeperking van dove en (ernstig) slechthorende leerlingen heeft niet alleen consequenties voor de gesproken taalontwikkeling, maar daardoor ook voor de totale ontwikkeling van de leerlingen. Het onderwijs is gericht op het herstel en/of compenseren van de taalontwikkeling. Naast de inzet van technische hulpmiddelen om de auditieve mogelijkheden maximaal te benutten, kan hierbij gebruik gemaakt worden van visuele ondersteuning van het Nederlands met gebaren (NmG). Verder kan ook voor (zeer) slechthorende leerlingen worden gekozen voor tweetalig onderwijs: Nederlandse taal en Nederlandse Gebarentaal, en kunnen derhalve zowel de kerndoelen Nederlandse taal als de doelen NGT aan de orde zijn.

De NGT is vooral in het onderwijs voor doven en (ernstig) slechthorenden ingevoerd, soms als (eerste) gebruiks- en instructietaal, soms als extra leergebied. Verschillen in de plaats die NGT in het onderwijsaanbod inneemt zijn gebaseerd op de keuzen van de school, die samenhangen met de aard van de beperking en de mogelijkheden van de leerlingen en wensen van ouders.

Het opnemen van kerndoelen voor NGT betekent dat dovenscholen en andere scholen voor leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking hierin een gemeenschappelijk kader vinden voor het onderwijsaanbod op dit leergebied.

Taalbeschouwing, waaronder strategieën

Engels

Karakteristiek

Het doel van Engels is om een eerste basis te leggen om te kunnen communiceren met moedertaalsprekers of anderen die buiten de school Engels spreken. Die eerste aanzet wordt later, in de periode van de onderbouw van het voortgezet onderwijs, verder ontwikkeld. Het onderwijs in de Engelse taal wordt waar mogelijk in samenhang gebracht met inhouden van andere vakken. Bijvoorbeeld met inhouden in de oriëntatie op jezelf en de wereld. Het gaat dan om eenvoudige alledaagse onderwerpen als «woonomgeving», «vrije tijd en hobby’s», «het lichaam», «het weer».

In het onderwijs in de Engelse taal gaat het vooral om mondelinge communicatie en om het lezen van eenvoudige teksten. Het schrijven beperkt zich tot het kennismaken met de schrijfwijze van een beperkt aantal vaak voorkomende Engelse woorden. Voorts leren leerlingen om woordbetekenissen en schrijfwijzen van woorden op te zoeken met behulp van het woordenboek.

Friese taal

Net als bij Nederlandse taal worden braille-leerlingen en zwartschrift-lezers onderscheiden. Voor braille-leerlingen gaat het bij leesteksten om brailleschrift en om het gebruik van een aangepast woordenboek. Bij de Engelse taal ligt het accent op het leren van mondeling taalgebruik.

Onderwijs in het Fries heeft, evenals onderwijs in het Nederlands, een maatschappelijke en een sociale functie. De maatschappelijke functie valt samen met dezelfde functie van het onderwijs in het Nederlands: de rol van taal bij het verwerven van inhouden en vaardigheden in alle leergebieden en de transfer tussen taal en «andere vakken». In scholen waar Fries aangeboden wordt, staat dit onderwijs daarom niet los van onderwijs in het Nederlands. Tussen beide is transfer, bijvoorbeeld: uitbreiding van de woordenschat, luister- en leesstrategieën, taalbeschouwing.

Kerndoelen

Friese taal

Karakteristiek

Naast een maatschappelijke functie heeft het onderwijs in het Fries een sociale en culturele functie. Leerlingen worden vertrouwd met het leren zich uit te drukken in de taal die in de provincie, de regio, de plaats, de buurt en het gezin in informele en formele situaties gebruikt wordt. Daarmee nemen zij ook deel aan de cultuur van de eigen streek voor zover die samenhangt met het gebruik van het Fries.

In het aanbod neemt mondeling taalonderwijs een belangrijke plaats in. Het zal daarbij gaan om onderwerpen waarmee de leerlingen vertrouwd zijn en om relatief eenvoudige competenties als beschrijven en ordenen. Enige vaardigheid in het lezen wordt ook nagestreefd. Het gaat daarbij om voor leerlingen interessante teksten waarbij leesplezier van meer gewicht is dan het oefenen van leesbegrip.

Net als in het onderwijs in het Nederlands is het verwerven van luister-, lees- en woordenschatstrategieën van belang. Die zijn voor een deel overdraagbaar uit (of naar) het onderwijs in Nederlandse taal. Behalve deze samenhang in strategieën is taalbeschouwing in brede zin een domein dat een rijke bron van geplande of incidentele lessen kan vormen:

Taalbeschouwing, waaronder strategieën

Voor leerlingen met een visuele beperking (cluster 1)

Karakteristiek

In de loop van het onderwijs verwerven leerlingen zich – in de context van voor hen betekenisvolle situaties – geleidelijk vertrouwdheid met getallen, maten, vormen, structuren en de daarbij passende relaties en bewerkingen. Ze leren «wiskundetaal» gebruiken en worden «wiskundig geletterd» en gecijferd. De wiskundetaal betreft onder andere reken-wiskundige en meetkundige zegswijzen, formele en informele notaties, schematische voorstellingen, tabellen, grafieken en opdrachten voor de rekenmachine. «Wiskundig geletterd» en gecijferd betreft onder andere samenhangend inzicht in getallen, maatinzicht en ruimtelijk inzicht, een repertoire van parate kennis, belangrijke referentie-getallen en -maten, karakteristieke voorbeelden en toepassingen en routine in rekenen, meten en meetkunde. Meetkunde betreft ruimtelijke oriëntatie, het beschrijven van verschijnselen in de werkelijkheid en het redeneren op basis van ruimtelijk voorstellingsvermogen in twee en drie dimensies.

Voor leerlingen met ernstige spraak- en taalmoeilijkheden en sommige groepen leerlingen met autistische kenmerken is het uiterst moeilijk om de eigen gedachten te verwoorden, ook al hebben zij de beschikking over de gesproken taal.

Voor leerlingen met een visuele beperking (cluster 1)

Voor leerlingen met een lichamelijke beperking en voor langdurig zieke leerlingen (cluster 3)

Veel leerlingen hebben moeite met de algemene informatieverwerking en dat werkt door bij het leren automatiseren van elementaire rekenvaardigheden en rekenprocedures.

In het oog springende kenmerken voor leerlingen met ernstige gedragsmoeilijkheden of psychiatrische problematiek zijn onder meer hun informatieverwerkingsproblematiek en de verstoorde relatie tussen de leerlingen en hun omgeving. Deze leerlingen hebben problemen met het aanbrengen van structuur in hun denken en in de wereld om zich heen.

De sociaal-emotionele problematiek waaronder de leerlingen gebukt gaan, bemoeilijkt het aanbieden van interactief en communicatief onderwijs. De leerlingen hebben moeite met het luisteren naar elkaar en het accepteren van door anderen gevonden oplossingen.

Meten en meetkunde

Oriëntatie op jezelf en de wereld

Karakteristiek

De beperking in de visuele waarneming stelt duidelijke grenzen aan het domein natuur en techniek. Visuele informatiebronnen zullen in veel gevallen (voor een deel) gecompenseerd worden door de inschakeling van:

Voor leerlingen met een visuele beperking (cluster 1)

Voor deze groep leerlingen is het verkennen van de omgeving bij uitstek een activiteit waarbij zij al hun zintuigen naast het eventueel aanwezige gezichtsvermogen leren gebruiken. Het gaat erom dat zij met de eigen ervaringsmogelijkheden hun wereld leren verruimen en invulling leren geven aan begrippen.

Binnen het domein natuur en techniek zal de aandacht ook gericht worden op de hulpmiddelen, apparatuur en handicapspecifieke aanpassingen waarmee de leerlingen zelf dagelijks omgaan.

Kerndoelen

Bij oriëntatie op mens en samenleving is het van belang dat de leerlingen leren omgaan met hun handicapspecifieke beperkingen en leren wat de betekenis is van het hebben van een beperking voor de samenleving. Deze groep leerlingen hebben veelvuldig contact met het maatschappelijk gebied van zorg en hulpverlening en met de specifieke voorzieningen die voor hen van toepassing zijn.

Binnen het domein natuur en techniek zal de aandacht ook gericht worden op de hulpmiddelen, apparatuur en handicapspecifieke aanpassingen waarmee de leerlingen zelf dagelijks omgaan.

Tijd

Voor leerlingen met een visuele beperking (cluster 1)

Karakteristiek

Kunstzinnige oriëntatie biedt de leerlingen ook de mogelijkheden het eigen uitingsrepertoire te vergroten en te leren genieten van uitingen van anderen.

Voor leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking (cluster 2)

Kunstzinnige oriëntatie is bij uitstek een geschikt leergebied om de fantasie van de leerlingen te stimuleren. Bovendien biedt het een goede mogelijkheid om zich, op creatieve wijze, te leren uiten. Voor leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking geldt dat het opdoen van ervaringen door te handelen, dingen mee te maken, en bewust gebruik te maken van de zintuiglijke waarneming noodzakelijke leervoorwaarden zijn. Zij zijn gediend met een grote verscheidenheid aan ervaringen, zowel met mensen als met objecten.

Voor dove leerlingen is het belangrijk dat zij kennis maken met de verworvenheden en mogelijkheden van kunst en cultuur voor en door doven.

Karakteristiek

Bij het onderwijs in tekenen en handvaardigheid maken leerlingen kennis met verschillende mogelijkheden om zich in beelden uit te drukken. Daarnaast leren ze beeldende uitingen van anderen begrijpen en leren ze genieten van beeldende producten.

Tekenen en handvaardigheid

Voor leerlingen met een visuele beperking (cluster 1)

Het leren gebruiken van verschillende texturen en kleuren is belangrijk voor deze leerlingen. De nadruk zal meer liggen op het werken met vormen die tastbaar en/of contrastrijk zijn.

Het leren gebruiken van verschillende texturen en kleuren is belangrijk voor deze leerlingen. De nadruk zal meer liggen op het werken met vormen die tastbaar en/of contrastrijk zijn.

Voor sommige leerlingen kan technologie een hulpmiddel zijn om het doelgericht gebruiken van beeldende aspecten te versterken.

Beschouwen

Voor leerlingen met een visuele beperking (cluster 1)

Karakteristiek

Leerlingen groeien op in een maatschappij waarin veel muziek klinkt: muziek uit hun eigen jeugdcultuur, muziek uit niet-westerse culturen, oude en hedendaagse muziek, ontspanningsmuziek. Muziek doet daarbij iets met leerlingen. Ze komen in een bepaalde sfeer, ze bewegen erbij en genieten ervan.

Het muziekonderwijs aan dove leerlingen is er mede op gericht dat de leerlingen hun aanwezige auditieve en muzikale mogelijkheden ontdekken en verder ontwikkelen. De te verwerven kennis, inzicht en vaardigheden zijn gericht op de participatie in de maatschappij, de (jeugd)cultuur en indien mogelijk in de huidige muziekcultuur in Nederland.

Kerndoelen

Ook dove leerlingen groeien op in de maatschappij met veel muziek. De school kan hen helpen bij het kiezen van hun eigen muziek (om naar te luisteren en naar te kijken) zodat ze met elkaar en met anderen kunnen communiceren over muziek, hun idolen en favoriete groepen. Dat hier grote individuele verschillen optreden tussen de mogelijkheden van de leerlingen en hun beleving van de muziek is evident; het muziekonderwijs dient hier terdege rekening mee te houden.

Het muziekonderwijs aan dove leerlingen is er mede op gericht dat de leerlingen hun aanwezige auditieve en muzikale mogelijkheden ontdekken en verder ontwikkelen. De te verwerven kennis, inzicht en vaardigheden zijn gericht op de participatie in de maatschappij, de (jeugd)cultuur en indien mogelijk in de huidige muziekcultuur in Nederland.

Voor leerlingen met een visuele beperking (cluster 1)

Spel en beweging

Bij «beweging» gaat het om expressieactiviteiten waarbij de leerlingen kennismaken met de betekenis en de beleving van beweging in hun eigen cultuur en enkele andere culturen. Vaak gaat het daarbij om dans. Deze activiteiten dragen bij aan het repertoire van leerlingen om ervaringen, belevingen, ideeën, gevoelens, situaties en gebeurtenissen te uiten en vorm te geven. Alleen, of samen met anderen gebruiken leerlingen de elementen tijd, kracht en ruimte om hun bewegingen inhoud, uitdrukkingskracht en een context te geven. Daarnaast maken ze gebruik van muziek, hulpmiddelen en attributen die de uitdrukkingskracht van hun bewegingen kunnen ondersteunen en versterken.

Voor leerlingen met een visuele beperking (cluster 1)

Voor leerlingen met een visuele beperking zijn uitingsvormen van belang waarbij het visuele minder prominent is zoals bij stem en taal. Bij spel en beweging is het veilig leren omgaan in de ruimte van belang. Door de beperkte mogelijkheden van de visuele feedback zal extra aandacht gegeven worden aan de wijze van presenteren.

Vaardigheden

Voor dove leerlingen omvat spel en beweging ook het gebarentheater: zowel als mogelijkheid zich creatief te uiten in beweging en gebaren, als ook de kennismaking met deze in de dovencultuur ontwikkelde kunstuiting.

Voor deze groep leerlingen is het bij spel en beweging van belang, rekening te houden met de beperkte mobiliteit van veel leerlingen en het feit dat sommige leerlingen door hun beperking sterk in zichzelf gekeerd zijn.

Karakteristiek

Bewegingsonderwijs

Karakteristiek

Vanuit dit aanbod zullen leerlingen zich ook kunnen oriënteren op de buitenschoolse bewegings- en sportcultuur en de meer seizoengebonden bewegingsactiviteiten.

Balanceren is lastig, maar ook het afzetten en landen bij sprongen tijdens allerlei activiteiten kan een probleem zijn. Spelactiviteiten met andere leerlingen zijn problematisch, door problemen in de onderlinge communicatie. Spelactiviteiten moeten overzichtelijk zijn, zodat de leerlingen de posities van andere leerlingen snel kunnen zien. Deelnemen aan bewegingsactiviteiten wordt voor een aantal leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking gekenmerkt door een grotere onzekerheid. De meeste scholen voor leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking geven om deze reden motorische remedial teaching (MRT).

Voor leerlingen met een lichamelijke beperking en voor langdurig zieke leerlingen (cluster 3)

Veel van de leergebiedoverstijgende doelen komen tijdens de lessen bewegingsonderwijs nadrukkelijk naar voren. Veel leerlingen hebben een minder positief lichaamsidee dan wat zou mogen worden verwacht. Het is voor deze leerlingen belangrijk om het zelfvertrouwen te vergroten en het zelfbeeld realistischer te maken.

Kerndoelen

Bij leerlingen met ernstige gedragsmoeilijkheden of psychiatrische problematiek vraagt het veel tijd om hen beter te leren bewegen. Regels en afspraken vereisen veel herhaling, omkleden en douchen nemen veel tijd in beslag, het elkaar aanraken is veelal problematisch en het omgaan met winnen en verliezen zijn gevoelige onderwerpen. De organisatie en de structuur van de lessen zijn belangrijk voor een gedoseerde aanbieding van leerervaringen.

Het onderwijs aan leerlingen met verstandelijke en/of meervoudige beperkingen bevordert brede vorming van leerlingen. Het onderwijsaanbod richt zich in elk geval op de emotionele en de verstandelijke ontwikkeling, op het ontwikkelen van creativiteit, het verwerven van kennis en van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden. Het onderwijs gaat er mede vanuit dat de leerlingen opgroeien in een multiculturele samenleving.

Bijlage 2. bij Besluit kerndoelen WEC

De eerste generatie kerndoelen voor zeer moeilijke lerende leerlingen of meervoudig gehandicapte leerlingen in het speciaal onderwijs

Preambule

Het onderwijs aan zeer moeilijk lerende leerlingen en aan leerlingen met een meervoudige beperking streeft een brede ontwikkeling bij de leerlingen na. Dit betekent dat het onderwijs zich richt op de emotionele en verstandelijke ontwikkeling van de leerlingen, op het tot ontwikkeling brengen van hun creativiteit en op het verwerven van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden op een zodanige wijze dat de leerling optimale kansen krijgt zich als persoon te ontwikkelen. De kerndoelen als geheel geven uitdrukking aan deze brede vorming.

Het centrale begrip voor het onderwijs aan zeer moeilijk lerende leerlingen en aan leerlingen met een meervoudige beperking is (de versterking van) redzaamheid. Daarmee hangt nauw samen het hebben van zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld. De functieontwikkeling op het gebied van zintuigen en motoriek is voor zeer moeilijk lerende leerlingen en voor leerlingen met een meervoudige beperking, een niet zo vanzelfsprekend ontwikkelingsproces. Het uitdrukkelijk stimuleren van deze ontwikkeling behoort niet bij één bepaald leergebied; het is voorwaardelijk voor het verkrijgen van toegang tot de leergebieden.

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 2

Karakteristiek

Het onderwijs aan zeer moeilijk lerende leerlingen en aan leerlingen met een meervoudige beperking streeft een brede ontwikkeling bij de leerlingen na. Dit betekent dat het onderwijs zich richt op de emotionele en verstandelijke ontwikkeling van de leerlingen, op het tot ontwikkeling brengen van hun creativiteit en op het verwerven van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden op een zodanige wijze dat de leerling optimale kansen krijgt zich als persoon te ontwikkelen. De kerndoelen als geheel geven uitdrukking aan deze brede vorming.

Tot de categorie leergebiedoverstijgende kerndoelen horen ook doelen die meer gericht zijn op het ontwikkelen of bevorderen van vaardigheden en attitudes, en op het overdragen van normen en waarden die in de samenleving algemeen zijn geaccepteerd.

Zintuiglijke en motorische ontwikkeling

De beperkingen bij leerlingen met een meervoudige beperking cluster 2 hebben naast effecten op zaken als spreken en luisteren, ook invloed op het gehele functioneren van de leerlingen. Door de auditief communicatieve beperking is het van belang dat naast de auditieve ervaring de motorisch-sensorische ervaring extra gestimuleerd en getraind wordt. Ter compensatie van de auditief communicatieve beperking is gerichte stimulering van andere zintuigen gewenst om een zo groot en breed mogelijke ervaringswereld bij de leerlingen te helpen ontwikkelen.

Bij de emotionele ontwikkeling speelt een belangrijke rol dat leerlingen in veel gevallen afhankelijk zijn van hun directe omgeving. Hierdoor bestaat het risico dat de omgeving voor de leerling gaat denken en handelen. Om de autonomie van leerlingen te vergroten is het van belang «zoveel mogelijk de eigen regiefunctie» bij leerlingen te ontwikkelen.

Ruimtelijke oriëntatie en mobiliteit

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 2

Karakteristiek

Voor veel dove zml leerlingen zijn gebaren een natuurlijk alternatief en is gebarentaal de natuurlijke taal. Het is echter bij leerlingen met een verstandelijke beperking niet algemeen te zeggen hoe en in welke mate de dove leerling zich de NGT kan eigen maken. Het streven is er meestal op gericht dat de leerling leert communiceren in NGT. Waar nodig worden alternatieven gezocht. De algemene doelen gelden ook voor NGT, maar met een andere uitwerking. Waar in de doelen melding wordt gemaakt van «gesproken taal», kan NGT worden gelezen en wordt NGT naast of in plaats van Nederlandse taal aangeboden.

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 3

Leerlingen met motorische beperkingen hebben meestal moeite met schrijven. Het leren gebruiken van de computer vraagt veel tijd evenals de bediening. Een toetsaanslag of muissturing kan minutenwerk zijn.

Bij het rekenonderwijs ligt het accent op het leren oplossen van alledaagse situaties waarbij rekenen gebruikt wordt. Het onderwijs in rekenen is erop gericht dat leerlingen rekenvaardigheden verwerven die ze nu en later nodig hebben. Bij de selectie en aanbieding van de onderwerpen wordt rekening gehouden met wat leerlingen al weten en kunnen, zodat leerlingen zich uitgedaagd voelen.

Essentieel is dat de leerlingen ervaren dat ze met datgene wat ze tijdens rekenactiviteiten hebben gedaan, beter kunnen functioneren in de samenleving. In dit perspectief leren ze rekentaal toepassen.

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 1

Rekenen en wiskunde

Essentieel is dat de leerlingen ervaren dat ze met datgene wat ze tijdens rekenactiviteiten hebben gedaan, beter kunnen functioneren in de samenleving. In dit perspectief leren ze rekentaal toepassen.

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 1

Veel leerlingen met een meervoudige beperking cluster 1 vertonen een vertraagde en een andere ontwikkeling bij rekenen en wiskunde door o.a. de beperkingen bij het ruimtelijk inzicht, de conceptvorming en de anders gerichte exploratiedrang. Presentaties van getallen in de getallenrij vereisen aanvulling en compensatie door middel van tactiele ervaringen en ondersteuning met behulp van taal.

Oriëntatie op mens en wereld

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 2 wordt bij de aanbieding van rekenkundige begrippen en van rekentaal ook gebruik gemaakt van gebarentaal.

Voor de jongere leerlingen worden de kerndoelen vertaald in onderwijsleersituaties waarbij het accent ligt op een voorwaardelijk karakter voor deze (toekomstige) leefverbanden. Bij de keuze van het onderwijsaanbod en de vormgeving daarvan in onderwijsarrangementen wordt uitgegaan van de mogelijkheden die in de regio voorhanden zijn.

Kerndoelen

Oriëntatie op mens en wereld

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 1 en 2

Voor de jongere leerlingen worden de kerndoelen vertaald in onderwijsleersituaties waarbij het accent ligt op een voorwaardelijk karakter voor deze (toekomstige) leefverbanden. Bij de keuze van het onderwijsaanbod en de vormgeving daarvan in onderwijsarrangementen wordt uitgegaan van de mogelijkheden die in de regio voorhanden zijn.

Tot het leergebied «Oriëntatie op mens en wereld» behoren vier domeinen:

Karakteristiek

Het centrale begrip van het onderwijs aan zeer moeilijk lerende leerlingen en aan leerlingen met een meervoudige beperking is redzaamheid in de meest brede zin van het woord: alle onderwijsactiviteiten dienen een bijdrage te leveren aan de redzaamheid in algemene zin. De doelen met betrekking tot gezond en redzaam gedrag vereisen extra accent vanwege de kwetsbaarheid van de doelgroep. De ontwikkeling van het zelfbeeld en de zelfwaardering moet zodanig zijn, dat de zeer moeilijk lerende leerlingen en de leerlingen met een meervoudige beperking een solide basis krijgen om zich alleen, maar zeker ook met anderen op een bevredigende wijze kunnen redden in wisselende situaties: thuis en buitenshuis, tijdens werk en bij vrijetijdsbesteding. Deze redzaamheid ligt ten grondslag aan alle onderwijsactiviteiten.

Gezond en redzaam gedrag

Het centrale begrip van het onderwijs aan zeer moeilijk lerende leerlingen en aan leerlingen met een meervoudige beperking is redzaamheid in de meest brede zin van het woord: alle onderwijsactiviteiten dienen een bijdrage te leveren aan de redzaamheid in algemene zin. De doelen met betrekking tot gezond en redzaam gedrag vereisen extra accent vanwege de kwetsbaarheid van de doelgroep. De ontwikkeling van het zelfbeeld en de zelfwaardering moet zodanig zijn, dat de zeer moeilijk lerende leerlingen en de leerlingen met een meervoudige beperking een solide basis krijgen om zich alleen, maar zeker ook met anderen op een bevredigende wijze kunnen redden in wisselende situaties: thuis en buitenshuis, tijdens werk en bij vrijetijdsbesteding. Deze redzaamheid ligt ten grondslag aan alle onderwijsactiviteiten.

Vanuit hun eigen situatie leren leerlingen deel uit maken van de samenleving. Op hun eigen manier leren ze daar ook aan deelnemen. Ze leren belangstelling krijgen voor aspecten in de samenleving en ze leren er gebruik van maken. Het gaat er om dat leerlingen hun mogelijkheden en interesses leren verkennen: welke activiteiten doen ze graag en liggen binnen hun mogelijkheden, nu en later.

Oriëntatie op de samenleving

Kerndoelen

Natuur

Bij de oriëntatie op natuur en techniek gaat het om de confrontatie met de levende en de niet-levende natuur. Natuuronderwijs gebeurt altijd aan de hand van de werkelijkheid: buitenwerk speelt hierbij een belangrijke rol. De eigen activiteit van de leerlingen staat centraal: het zelf ontdekken en het op eigen manier proberen achter de dingen te komen, is hierbij uitgangspunt. In de juiste didactische context kunnen leerlingen hierdoor leren denken met hoofd en hand. Ze leren zelf antwoorden zoeken op vragen die ze aan de werkelijkheid leren stellen. Zodoende komen ze in aanraking met organismen, materialen, voorwerpen en verschijnselen.

Vanuit de betrokkenheid met de dingen om hen heen leren de leerlingen het mooie in en van de natuur ervaren en leren zij de samenhangen zien in de werkelijkheid. Ook leren zij het belang van zorg en verantwoordelijkheid voor de medemens en de omgeving. De zorg voor hun omgeving wordt mede gestimuleerd vanuit de dagelijkse ervaring in contact met anderen en in de natuur. Het gaat hierbij om de wil om verder te kijken dan alleen het eigenbelang en het principe van rechtvaardigheid.

Techniek gaat over de dingen die mensen gemaakt hebben en nog steeds maken, zoals hulpmiddelen om in leven te blijven en het bestaan te vergemakkelijken en te verrijken. Leerlingen ervaren om zich heen producten van techniek als gebouwen, meubels en apparaten. Ze leren in de eigen omgeving gebruik maken van producten en processen van techniek.

Techniek

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 1

Karakteristiek

Bij Oriëntatie op ruimte gaat het er in de eerste plaats om dat leerlingen leren zich op hun eigen (leef)omgeving te richten. Ze leren zich oriënteren op de wereld om hen heen en leren zien dat overal mensen hun omgeving hebben ingericht: hun eigen kamer, huis, woonplaats, streek, land.

Daarbij leren ze ervaren dat mensen gezamenlijk voor het milieu moeten zorgen om ook de eigen omgeving leefbaar te houden. Ze leren omgaan met plattegrond en kaart om zich te oriënteren en als hulpmiddelen om hun eigen omgeving in beeld te brengen.

Tijd

Voor deze leerlingen is het belangrijk dat de ruimtelijke waarneming (het zien) gecompenseerd wordt via visuele, tactiele en bewegingservaringen. De taal is daarbij ondersteunend, aanvullend en compenserend.

Ze leren het (dichtbije) verleden verkennen vanuit hun eigen positie, waardoor hun levenssituatie duidelijker wordt. Ze leren, zich baserend op heden en verleden, reflecteren op de toekomst.

Kerndoelen

Tijd

Kerndoelen

Ze leren het (dichtbije) verleden verkennen vanuit hun eigen positie, waardoor hun levenssituatie duidelijker wordt. Ze leren, zich baserend op heden en verleden, reflecteren op de toekomst.

Bij de kunstzinnige oriëntatie gaat het in belangrijke mate om het leren plezier beleven en het zich leren uiten. Deze activiteiten richten zich zowel op het individu als op de groep.

Voor sommige leerlingen geven onderdelen van kunstzinnige oriëntatie een extra gelegenheid zich te leren uiten en te leren communiceren. Vooral als andere manieren niet realiseerbaar zijn, kan dit een dankbare verrijking zijn.

Kerndoelen

Tekenen en handvaardigheid

Karakteristiek

Bij het onderwijs in tekenen en handvaardigheid leren leerlingen zich met verschillende mogelijkheden in beelden uit te drukken. Daarnaast leren ze kijken naar en praten over beeldende uitingen van anderen en leren ze beeldende producten waarderen. Dat betekent dat leerlingen hun ideeën, gevoelens, waarnemingen en ervaringen op persoonlijke wijze leren vorm te geven in beeldende werkstukken. Dit gebeurt meestal aan de hand van een concreet onderwerp of naar aanleiding van een verhaal of een thema. Vanuit hun eigen beleving leren ze een tekening of een werkstuk te maken. Hiervoor gebruiken ze diverse materialen als klei, papier, hout en textiel. Vanuit gerichte opdrachten wordt de ontwikkeling van de fantasie extra gestimuleerd.

Het onderwijs in tekenen en handvaardigheid is er tevens op gericht dat leerlingen de functies en de betekenis van beelden leren herkennen door hun waarneming te richten op beeldende producten uit de gebouwde omgeving, interieurs, mode en kleding, gebruiksvoorwerpen of beeldende kunst. Dit houdt tevens in dat leerlingen respect leren hebben voor de verschillende manieren waarop mensen zich in beelden uitdrukken.

Tekenen en handvaardigheid

Het onderwijs in tekenen en handvaardigheid is er tevens op gericht dat leerlingen de functies en de betekenis van beelden leren herkennen door hun waarneming te richten op beeldende producten uit de gebouwde omgeving, interieurs, mode en kleding, gebruiksvoorwerpen of beeldende kunst. Dit houdt tevens in dat leerlingen respect leren hebben voor de verschillende manieren waarop mensen zich in beelden uitdrukken.

Muziek heeft vaak een informerende rol die in veel gevallen niet met tekst ondersteund wordt: herkenningstunes, signalen met hoogteverschillen, signalen waarbij klankkleur-, sterkte- en tempoverschillen relevante informatie geven. Muziek doet daarbij iets met leerlingen: ze komen in een bepaalde sfeer, ze leren erbij bewegen en ze leren ervan genieten.

Kerndoelen

Muziek

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 2

Voor de leerlingen is het belangrijk dat zij plezier ervaren aan muziek en bewegen, juist als het gehoor beperkt is en dat zij hun bewegingsrepertoire leren uitbreiden.

Bij het gebied dramatische vorming gaat het erom dat de leerlingen plezier beleven aan de expressieve en communicatieve mogelijkheden van stem, taal, houding, beweging en mimiek. Dat kan door te leren luisteren, te leren kijken en door er zelf aan mee te leren doen. In gedramatiseerd spel leren ze gevoelens, ideeën, gebeurtenissen en personages verbeelden.

Ze leren reflecteren op hun eigen (toneel)spel en dat van anderen.

Kerndoelen

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 2

Karakteristiek

Bij het gebied dramatische vorming gaat het erom dat de leerlingen plezier beleven aan de expressieve en communicatieve mogelijkheden van stem, taal, houding, beweging en mimiek. Dat kan door te leren luisteren, te leren kijken en door er zelf aan mee te leren doen. In gedramatiseerd spel leren ze gevoelens, ideeën, gebeurtenissen en personages verbeelden.

In dit leergebied ligt ook een aanknopingspunt om belangstelling te stimuleren voor theaterbezoek.

Het gaat daarbij om ontwikkeling van het eigen motorisch vermogen, het kunnen omgaan met de eigen motorische (on)mogelijkheden, maar ook om het samen bewegen. Mensen bewegen en reageren niet op dezelfde manier, waardoor het samen met anderen deelnemen aan bewegingsactiviteiten niet vanzelfsprekend verloopt.

Kerndoelen

Bewegingsonderwijs

Voor leerlingen met een meervoudige beperking cluster 3

Leerlingen met een progressief ziektebeeld zullen in tegenstelling tot andere leerlingen op vele terreinen een achteruitgang in de ontwikkeling vertonen. Toch is het ook voor hen van belang om aandacht te besteden aan de mogelijkheden om deel te nemen aan de bewegingsactiviteiten.

Kerndoelen

Leerlingen met een progressief ziektebeeld zullen in tegenstelling tot andere leerlingen op vele terreinen een achteruitgang in de ontwikkeling vertonen. Toch is het ook voor hen van belang om aandacht te besteden aan de mogelijkheden om deel te nemen aan de bewegingsactiviteiten.

Leerlingen die zich verplaatsen in een rolstoel kunnen aan verschillende activiteiten goed zonder rolstoel deelnemen en lopende leerlingen kunnen bij verschillende activiteiten uitgenodigd worden om deel te nemen in een rolstoel.

In deze bijlage is de eerste generatie kerndoelen opgenomen voor het voortgezet speciaal onderwijs.

Drie uitstroomprofielen

Bijlage 3. bij Besluit kerndoelen WEC

Uitstroomprofiel Vervolgonderwijs

Preambule

Het onderwijs in dit uitstroomprofiel richt zich niet alleen op de voorbereiding op vervolgonderwijs, maar ook op het leren omgaan met de beperking en op bevordering van de zelfredzaamheid van leerlingen. Zelfredzaamheidscompetenties op het gebied wonen, vrije tijd en burgerschap zullen een belangrijke plaats in het onderwijs moeten krijgen, opdat de leerling zo zelfstandig mogelijk door het leven kan gaan. Bovendien zal er tijdig een plaats in het onderwijsaanbod moeten worden ingeruimd voor de overgang naar het vervolgonderwijs.

Uitstroomprofiel Arbeidsmarktgericht

Het onderwijs in het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel is enerzijds gericht op een brede persoonlijke vorming en participatie in de samenleving en anderzijds op duurzame toeleiding van leerlingen naar een passende plaats op de arbeidsmarkt. Tevens is onderwijs in dit uitstroomprofiel gericht op het leren omgaan met de beperking of stoornis en op bevordering van de zelfredzaamheid van leerlingen. Zelfredzaamheidscompetenties hebben een belangrijke plaats in het onderwijs, omdat de leerling wordt toegerust voor een zo zelfstandig mogelijke participatie op de arbeidsmarkt en invulling van eigen leven.

Uitstroomprofiel Vervolgonderwijs

Het onderwijs in dit uitstroomprofiel is gericht op het behalen van een regulier vo-diploma. De leerlingen in dit profiel moeten voor een diploma aan dezelfde eisen voldoen als de leerlingen in het regulier onderwijs.

Het onderwijs binnen dit uitstroomprofiel richt zich op persoonlijke vorming en competentieontwikkeling rond werk- en dagactiviteiten, wonen, vrije tijdsbesteding en burgerschap. Het bereidt leerlingen voor op het zo zelfstandig mogelijk functioneren in vormen van dagbesteding en de eigen leefsituatie. Verschillende vormen van dagbesteding kunnen worden onderscheiden:

Kerndoelen per uitstroomprofiel

Kerndoelen omschrijven op hoofdlijnen het onderwijsaanbod van de school. Voor leerlingen zijn de kerndoelen streefdoelen. Kerndoelen doen geen uitspraak over een niveauaanduiding en ze gelden dus niet als eindtermen waaraan een leerling moet voldoen.

Voor betrokkenen in de samenleving is het van belang goed te kunnen herkennen wat een leerling aan het einde van het vso in het uitstroomprofiel Arbeidsmarktgericht kan en weet. Het optimale resultaat van het onderwijs in dit uitstroomprofiel is een voor de leerling en de samenleving succesvolle transitie van school naar werken, wonen, vrijetijdsbesteding en burgerschap. De kerndoelen voor dit uitstroomprofiel zijn op deze gebieden gericht.

Uitstroomprofiel Dagbesteding

Het onderwijs binnen dit uitstroomprofiel richt zich op persoonlijke vorming en competentieontwikkeling rond werk- en dagactiviteiten, wonen, vrije tijdsbesteding en burgerschap. Het bereidt leerlingen voor op het zo zelfstandig mogelijk functioneren in vormen van dagbesteding en de eigen leefsituatie. Verschillende vormen van dagbesteding kunnen worden onderscheiden:

Kerndoelen per uitstroomprofiel

Kerndoelen omschrijven op hoofdlijnen het onderwijsaanbod van de school. Voor leerlingen zijn de kerndoelen streefdoelen. Kerndoelen doen geen uitspraak over een niveauaanduiding en ze gelden dus niet als eindtermen waaraan een leerling moet voldoen.

Leergebiedoverstijgende kerndoelen

Nederlandse taal en communicatie, Engelse taal, rekenen en wiskunde, mens, natuur en techniek, mens en maatschappij, culturele oriëntatie en creatieve expressie, bewegen en sport, Friese taal (voor vso in de provincie Fryslân).

Uitstroomprofiel Vervolgonderwijs

Naast deze leergebiedspecifieke kerndoelen gelden in dit uitstroomprofiel kerndoelen ter voorbereiding op arbeid.

Uitstroomprofiel Dagbesteding

De leergebiedspecifieke kerndoelen voor het uitstroomprofiel Dagbesteding zijn eveneens nieuw en zijn met het oog op de brede doelgroep opgesteld. Zij gelden gedurende de gehele periode van het voortgezet speciaal onderwijs. De kerndoelen die geordend zijn in leergebieden omvatten: Nederlandse taal en communicatie, rekenen en wiskunde, mens, natuur en techniek, mens en maatschappij, culturele oriëntatie en creatieve expressie, bewegen en sport, Friese taal (voor vso in de provincie Fryslân).

Daarnaast gelden er voor dit uitstroomprofiel kerndoelen ter voorbereiding op dagbesteding. Bij deze kerndoelen gaat het om de voorbereiding op praktijksituaties in het latere dagelijks leven in de transitiegebieden: werken en activiteiten in dagbesteding, wonen, vrijetijdsbesteding en burgerschap, elk ingekleurd vanuit het realiseerbare toekomstperspectief van de leerling.

De ordening van de kerndoelen voor dit uitstroomprofiel sluit merendeels aan op het uitstroomprofiel Arbeidsmarktgericht, maar de inhoud is afgestemd op mogelijkheden van de leerlingen en de uitstroombestemmingen in dagbesteding. Aangezien het uitstroomprofiel Dagbesteding geen ondergrens kent, is waar mogelijk rekening gehouden met uitwerkingsmogelijkheden van kerndoelen in een onderwijsaanbod voor leerlingen op zeer laag niveau.

Naast deze leergebiedspecifieke kerndoelen gelden in dit uitstroomprofiel kerndoelen ter voorbereiding op arbeid.

Uitstroomprofiel Dagbesteding

Het niveau van beheersing en de mate van zelfstandigheid dat bij bepaalde kerndoelen kan worden bereikt en de mate van ondersteuning die daarbij nodig is, kan per individuele leerling verschillen. De vso-scholen hebben de taak om de vso-kerndoelen uit te werken of toe te snijden ten behoeve van de doelgroep(en) van de school. Sommige (delen van) kerndoelen zijn mogelijk niet haalbaar voor een bepaalde leerling. In dat geval is er ontheffing mogelijk, mits de school vervangende doelen aangeeft.

In deze bijlage gaat het in de karakteristieken op een aantal plaatsen over hoe de kerndoelen door scholen worden uitgevoerd. Het gaat op die plaatsen over een uitvoering binnen de ruimte die het kerndoel biedt voor alternatieve uitvoering.

De ordening van de kerndoelen voor dit uitstroomprofiel sluit merendeels aan op het uitstroomprofiel Arbeidsmarktgericht, maar de inhoud is afgestemd op mogelijkheden van de leerlingen en de uitstroombestemmingen in dagbesteding. Aangezien het uitstroomprofiel Dagbesteding geen ondergrens kent, is waar mogelijk rekening gehouden met uitwerkingsmogelijkheden van kerndoelen in een onderwijsaanbod voor leerlingen op zeer laag niveau.

Karakteristiek

De leergebiedoverstijgende kerndoelen in het voortgezet speciaal onderwijs richten zich op het functioneren van jongeren op de gebieden leren, werken, burgerschap, wonen en vrije tijd. Er is aandacht voor het aanleren van kennis en vaardigheden, maar evenzeer voor de ontwikkeling van sociale, communicatieve en emotionele aspecten.

De leergebiedoverstijgende kerndoelen betreffen vier thema’s:

In deze bijlage gaat het in de karakteristieken op een aantal plaatsen over hoe de kerndoelen door scholen worden uitgevoerd. Het gaat op die plaatsen over een uitvoering binnen de ruimte die het kerndoel biedt voor alternatieve uitvoering.

Hoofdstuk 1. Leergebiedoverstijgende kerndoelen voor het vso

Leren taken uitvoeren

Leerlingen leren, zo planmatig, methodisch en zelfstandig mogelijk, taken uit te voeren en hierbij zo nodig hulp te vragen. Het doel is een zo groot mogelijke zelfstandigheid en eigen regie van de leerling. Voor een deel van de leerlingen geldt dat de zelfredzaamheid blijvend (intensieve) aandacht vraagt. Het verder optimaliseren en geïntegreerd gebruiken van de zintuiglijke en motorische mogelijkheden kan hieronder vallen.

De leergebiedoverstijgende kerndoelen betreffen vier thema’s:

Leren leren

Bij veel leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs vraagt het ontwikkelen van een open en flexibele leerhouding en het leren toepassen van leerstrategieën veel aandacht. Het leren (mede)verantwoordelijkheid nemen voor het leerproces en het actief werken aan de eigen ontwikkeling en met zelfvertrouwen kennis opbouwen is belangrijk.

Leren taken uitvoeren

De leergebiedoverstijgende kerndoelen zijn hetzelfde voor alle drie de uitstroomprofielen. Zij zijn globaal geformuleerd zodanig dat, afhankelijk van het uitstroomprofiel en de doelgroep, verschillende uitwerkingen mogelijk zijn. Uitwerkingen kunnen verschillen voor wat betreft het niveau en de context waarin het kerndoel gestalte krijgt. De mate van zelfstandigheid en planmatigheid die bij elk kerndoel nagestreefd kan worden en het type en de hoeveelheid ondersteuning die nodig is, zullen per uitstroomprofiel, maar ook per leerling sterk variëren. Vaak zal bij de concretisering van een kerndoel in leeractiviteiten maatwerk nodig zijn. Soms zal duidelijk zijn dat een leerling het maximum haalbare bij een kerndoel is bereikt en zal de aandacht uitgaan naar uitbreiding op andere (compenserende) gebieden.

Leren functioneren in sociale situaties

Het ontwikkelen van een persoonlijk toekomstperspectief zal in dit profiel gericht zijn op de keuze voor een vervolgopleiding die past bij de individuele wensen, mogelijkheden en beschikbare ondersteuning. Ook de reflectie op realiseerbare woonsituaties en vrije tijdsbesteding maakt onderdeel uit van het toekomstperspectief in dit uitstroomprofiel.

Ontwikkelen van een persoonlijk toekomstperspectief

Het ontwikkelen van een persoonlijk toekomstperspectief zal in dit profiel gericht zijn op de keuze voor een plek op de arbeidsmarkt die past bij de individuele wensen, mogelijkheden en beschikbare ondersteuning. Ook de reflectie op realiseerbare woonsituaties en vrije tijdsbesteding maakt onderdeel uit van het toekomstperspectief in dit uitstroomprofiel.

In het uitstroomprofiel Dagbesteding worden de leergebiedoverstijgende doelen ingevuld vanuit de mogelijkheden en het perspectief van de leerling. Hierbij is belangrijk om bij de vier genoemde thema's aandacht te geven aan wat de ontwikkeling van de leerling op dat vlak kan stimuleren. Uitgangspunt is niet het benadrukken wat niet lukt, maar het ontdekken wat wel mogelijk is en daaruit een positief en reëel zelfbeeld te ontwikkelen. Bij «leren leren» zal de aandacht vooral gericht zijn op leren door doen en het stimuleren van activiteiten die de ontwikkeling bevorderen. Leerlingen leren omgaan met het eigen leervermogen en leren hoe taken zelfstandig of met ondersteuning kunnen worden aangepakt. Dit staat mede in het licht van het persoonlijk toekomstperspectief van de leerlingen op het gebied van wonen, werk en dagactiviteiten, vrijetijdsbesteding, burgerschap en persoonlijke ontwikkeling. Burgerschap komt voor deze doelgroep neer op zo maximaal mogelijk participeren in de nabije sociale omgeving en hetzelfde geldt voor de andere transitiegebieden. Voor de doelgroep van het uitstroomprofiel Dagbesteding is dat zeer divers, gezien de grote verschillen tussen leerlingen in hun mogelijkheden en beperkingen. Het gaat om maatwerk. Dat geldt ook voor de wijze waarop de leergebiedoverstijgende kerndoelen worden uitgewerkt en in het programma worden geïntegreerd.

In het uitstroomprofiel Vervolgonderwijs kunnen eisen aan de leerlingen worden gesteld als het gaat om de planmatigheid bij het leren en handelen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het zelfstandig kiezen en toepassen van leer- en zoekstrategieën en het inzetten van taal-, reken- en ICT-vaardigheden. De eisen die in dit profiel worden gesteld aan het initiatief, het overzicht, het tempo en de nauwkeurigheid van leerlingen bereiden voor op exameneisen en instroomeisen van het vervolgonderwijs. Ook mag in dit profiel van leerlingen worden verwacht dat zij kritisch kunnen reflecteren op leer- en werkprocessen, op sociale interacties en op de eigen rol in diverse sociale situaties. De mate waarin leerlingen zich kunnen inleven en rekening kunnen houden met andermans gevoelens en meningen zal echter ook afhankelijk zijn van de eventuele sociale beperking van de leerling.

Het ontwikkelen van een persoonlijk toekomstperspectief zal in dit profiel gericht zijn op de keuze voor een vervolgopleiding die past bij de individuele wensen, mogelijkheden en beschikbare ondersteuning. Ook de reflectie op realiseerbare woonsituaties en vrije tijdsbesteding maakt onderdeel uit van het toekomstperspectief in dit uitstroomprofiel.

In het uitstroomprofiel Arbeidsmarktgerichtkunnen eisen aan de leerlingen worden gesteld als het gaat om de planmatigheid bij het leren en handelen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het leren toepassen van leer- en zoekstrategieën en het inzetten van taal-, reken- en ICT-vaardigheden. De eisen die in dit profiel worden gesteld aan het initiatief, het overzicht, het tempo en de nauwkeurigheid van leerlingen bereiden voor op de rol van werknemer in arbeidsorganisaties en op zo zelfstandig mogelijk wonen, vrije tijdsbesteding en burgerschap. Ook mag in dit profiel van leerlingen worden verwacht dat zij leren reflecteren op de eigen rol in leer- en werkprocessen en in diverse sociale situaties. De mate waarin leerlingen zich kunnen inleven en rekening kunnen houden met andermans gevoelens en meningen zal echter ook afhankelijk zijn van de eventuele sociale beperking van de leerling.

Het ontwikkelen van een persoonlijk toekomstperspectief zal in dit profiel gericht zijn op de keuze voor een plek op de arbeidsmarkt die past bij de individuele wensen, mogelijkheden en beschikbare ondersteuning. Ook de reflectie op realiseerbare woonsituaties en vrije tijdsbesteding maakt onderdeel uit van het toekomstperspectief in dit uitstroomprofiel.

In het uitstroomprofiel Dagbesteding worden de leergebiedoverstijgende doelen ingevuld vanuit de mogelijkheden en het perspectief van de leerling. Hierbij is belangrijk om bij de vier genoemde thema's aandacht te geven aan wat de ontwikkeling van de leerling op dat vlak kan stimuleren. Uitgangspunt is niet het benadrukken wat niet lukt, maar het ontdekken wat wel mogelijk is en daaruit een positief en reëel zelfbeeld te ontwikkelen. Bij «leren leren» zal de aandacht vooral gericht zijn op leren door doen en het stimuleren van activiteiten die de ontwikkeling bevorderen. Leerlingen leren omgaan met het eigen leervermogen en leren hoe taken zelfstandig of met ondersteuning kunnen worden aangepakt. Dit staat mede in het licht van het persoonlijk toekomstperspectief van de leerlingen op het gebied van wonen, werk en dagactiviteiten, vrijetijdsbesteding, burgerschap en persoonlijke ontwikkeling. Burgerschap komt voor deze doelgroep neer op zo maximaal mogelijk participeren in de nabije sociale omgeving en hetzelfde geldt voor de andere transitiegebieden. Voor de doelgroep van het uitstroomprofiel Dagbesteding is dat zeer divers, gezien de grote verschillen tussen leerlingen in hun mogelijkheden en beperkingen. Het gaat om maatwerk. Dat geldt ook voor de wijze waarop de leergebiedoverstijgende kerndoelen worden uitgewerkt en in het programma worden geïntegreerd.

Hoofdstuk 2. Kerndoelen uitstroomprofiel arbeidsmarktgericht

Leergebiedspecifieke kerndoelen uitstroomprofiel arbeidsmarktgericht

Nederlandse taal en communicatie

Karakteristiek

Ontwikkelen van een persoonlijk toekomstperspectief

Hoofdstuk 2. Kerndoelen uitstroomprofiel arbeidsmarktgericht

Leergebiedspecifieke kerndoelen uitstroomprofiel arbeidsmarktgericht

Nederlandse taal en communicatie

Karakteristiek

Bij leerlingen met visuele en auditieve beperkingen, met stoornissen in het autistisch spectrum en met zwaardere cognitieve beperkingen kan sprake zijn van een vertraagde of andere taalontwikkeling. Het is van belang dat scholen de kerndoelen voor hen op een aangepaste manier uitwerken. Voor leerlingen met een auditieve beperking kunnen scholen de kerndoelen in het domein mondelinge taal aangepast uitwerken, dan wel streven naar compensatie in andere domeinen, waardoor ook deze doelgroep herkenbaar aan de doelen kan werken. Voor leerlingen die primair communiceren in Nederlandse Gebaren Taal zijn géén aparte kerndoelen opgenomen. In aansluiting op de SO-kerndoelen NGT en de landelijke afstemming op het gebied van Nederlandse Gebarentaal (NGT) ontwikkelen de scholen voor de betreffende dove leerlingen een aanvullend onderwijsaanbod.

Leerlingen met een stoornis in het autistisch spectrum verwerken informatie anders, en dit kan gevolgen hebben voor hun communicatie en taalgebruik. Zij hebben onder andere behoefte aan concreet en expliciet taalgebruik en kunnen moeite hebben met beeldend of figuurlijk taalgebruik. Hun inlevingsvermogen kan beperkt zijn, waardoor het «belevend» lezen van verhalende teksten problemen kan geven.

Bij leerlingen met zwaardere cognitieve beperkingen kan sprake zijn van vertraagde taalontwikkeling, minder adequate verwerking van informatie, minder woordenschat en taalbegrip. Het begrijpend lezen, het leren en toepassen van correcte spelling en duidelijk schrijven kunnen voor hen extra belastend zijn. Zij hebben wellicht behoefte aan (nog) meer nadruk op communicatieve redzaamheid, waaronder het vergroten van de woordenschat. Voor hen kunnen scholen enigszins aangepaste uitwerkingen van sommige kerndoelen maken, waardoor ook deze doelgroep herkenbaar aan de doelen kan werken.

Omgaan met de computer als bron van informatie, als hulpmiddel en als communicatiemiddel is onlosmakelijk verbonden met taal. Een ander wezenlijk onderdeel van het taalonderwijs vormen de strategische vaardigheden zoals bijvoorbeeld het gebruik van strategieën voor woordenschatverwerving en reflecteren op eigen taalgebruik. Ook door het leren toepassen van conventies in het mondeling en schriftelijk taalgebruik breiden leerlingen hun taalgereedschap en hun repertoire uit.

Alhoewel de kerndoelen in het algemeen geen niveaubepaling behelzen, zijn de kerndoelen voor het leergebied Nederlandse taal en communicatie zodanig gesteld, dat zij een uitwerking naar het referentieniveau 1 F ondersteunen. Algemeen geldt: er is géén verplichting voor leerlingen om een bepaald niveau te behalen.

Bij leerlingen met visuele en auditieve beperkingen, met stoornissen in het autistisch spectrum en met zwaardere cognitieve beperkingen kan sprake zijn van een vertraagde of andere taalontwikkeling. Het is van belang dat scholen de kerndoelen voor hen op een aangepaste manier uitwerken. Voor leerlingen met een auditieve beperking kunnen scholen de kerndoelen in het domein mondelinge taal aangepast uitwerken, dan wel streven naar compensatie in andere domeinen, waardoor ook deze doelgroep herkenbaar aan de doelen kan werken. Voor leerlingen die primair communiceren in Nederlandse Gebaren Taal zijn géén aparte kerndoelen opgenomen. In aansluiting op de SO-kerndoelen NGT en de landelijke afstemming op het gebied van Nederlandse Gebarentaal (NGT) ontwikkelen de scholen voor de betreffende dove leerlingen een aanvullend onderwijsaanbod.

Engels neemt als wereldtaal voor ons land een centrale plaats in en is daarom van belang voor alle leerlingen. Door beheersing van het Engels vergroten leerlingen wereldwijd hun communicatieve, sociale en maatschappelijke mogelijkheden.

In het vso is, ook bij Engels, het zelfredzaam worden in een aantal veel voorkomende communicatieve situaties de kern. De mogelijkheden van de computer als hulp- en communicatiemiddel zijn daarbij onmisbaar.

Kerndoelen

Engelse taal

Karakteristiek

Als bij leerlingen sprake is van een vertraagde taalontwikkeling en/of van problemen in de informatieverwerking zal dit doorwerken in het niveau dat kan worden nagestreefd bij de kerndoelen Engels. Leerlingen kunnen als gevolg van hun beperking problemen ondervinden in communicatieve situaties. Zij hebben baat bij een veilige situatie en ondersteuning van hun zelfvertrouwen.

Voor bepaalde leerlingen zullen aangepaste bronnen en/of ondersteunende materialen worden ingezet. Zo zullen voor blinde leerlingen daar waar gesproken wordt over (geschreven) teksten en bronnen aangepaste (gebrailleerde) materialen kunnen worden ingezet. Voor leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking kan bij de uitwerking van de kerndoelen meer nadruk worden gelegd op de leesvaardigheid in plaats van de luistervaardigheid. In bepaalde gevallen, bijvoorbeeld bij leerlingen met een spraakbeperking kan ervoor gekozen worden om meer nadruk te leggen op de schriftelijke communicatievaardigheden in plaats van de mondelinge communicatievaardigheden.

Met name voor dove leerlingen vergt het leren van een vreemde taal een zeer grote extra inspanning. Het werken aan deze doelen vraagt veel aandacht en onderwijstijd. Scholen kunnen voor hen maatwerk leveren.

Specifiek voor het vso uitstroomprofiel Arbeidsmarktgericht geldt dat het onderwijsaanbod gericht is op de doelen van het A1 niveau (Breakthrough level). Dit houdt in dat leerlingen vertrouwde dagelijkse uitdrukkingen en basiszinnen gericht op de bevrediging van concrete behoeften begrijpen en gebruiken. Dat leerlingen zichzelf aan anderen kunnen voorstellen en vragen kunnen stellen en beantwoorden over persoonlijke gegevens zoals waar hij woont, mensen die hij kent en dingen die hij bezit. En dat leerlingen op een simpele wijze kunnen reageren, aangenomen dat de andere persoon langzaam en duidelijk praat en bereid is om te helpen. De toepassingsgebieden sluiten zoveel mogelijk aan bij de leefwereld van de leerlingen, met name in het dagelijks leven en het publieke domein. De verschillende aspecten van taalvaardigheid (luisteren, lezen, gesprekken voeren, spreken en schrijven) komen zoveel mogelijk in samenhang aan bod.

Gegeven het feit dat leerlingen op het A1 niveau nog erg beperkt zijn in hun taalkennis en -vaardigheden, kunnen zij de hiaten in hun kennis compenseren door het toepassen van strategieën voor luisteren, lezen en woordenschat. Daarom zijn deze strategieën ook opgenomen in de kerndoelen.

Als bij leerlingen sprake is van een vertraagde taalontwikkeling en/of van problemen in de informatieverwerking zal dit doorwerken in het niveau dat kan worden nagestreefd bij de kerndoelen Engels. Leerlingen kunnen als gevolg van hun beperking problemen ondervinden in communicatieve situaties. Zij hebben baat bij een veilige situatie en ondersteuning van hun zelfvertrouwen.

Algemeen doel van het reken- en wiskundeonderwijs in het vso is het bijdragen aan de redzaamheid van leerlingen in situaties die reken- of wiskundige kennis, vaardigheden of inzichten vereisen. Dat zijn situaties, nu en in de toekomst, waar reken- of wiskundevaardigheden ingezet worden: in het onderwijs op school in rekenen en wiskunde en in andere leergebieden, op stage, in het dagelijks leven in de privésfeer (wonen en vrije tijd), in het publieke domein (burgerschap), en later in de beroepspraktijk (werk). Wiskunde wordt hier algemeen en in brede zin bedoeld, niet beperkt tot specifieke wiskundige gebieden.

In het vso-uitstroomprofiel arbeidsmarktgericht ligt het accent op rekenen en wiskunde die nodig is ter voorbereiding op werk, wonen, vrije tijd en burgerschap.

Kerndoelen

Rekenen en wiskunde

Karakteristiek

Alhoewel de kerndoelen in het algemeen geen niveaubepaling behelzen, zijn de kerndoelen voor het leergebied rekenen en wiskunde zodanig gesteld, dat zij een uitwerking naar referentieniveau 1F ondersteunen. Algemeen geldt: er is géén verplichting voor leerlingen om een bepaald niveau te behalen.

Bij sommige leerlingen kan, als gevolg van de beperking, sprake zijn van een vertraagde of beperkte ontwikkeling op de gebieden ruimtelijk inzicht en/of reken- of wiskundige begripsvorming. Problemen in de algemene informatieverwerking werken soms door in het automatiseren van vaardigheden op het gebied van rekenen en wiskunde. Ook de ontwikkeling van «rekentaal» kan voor sommige leerlingen met problemen op communicatief gebied moeilijk zijn.

Voor leerlingen met een visuele beperking kan het werken met schematische voorstellingen, tweedimensionale vormen, tabellen en grafieken problemen geven. Met name bij meten en meetkunde zal veel ondersteuning nodig zijn.

Voor leerlingen met problemen op communicatief gebied zal vaak een specifieke uitwerking nodig zijn van de kerndoelen die gericht zijn op het opzetten van een redenering, het uitleggen aan en begrijpen van anderen en het samenwerken. Deze leerlingen kunnen moeite hebben met het luisteren naar elkaar en met het accepteren van door anderen gevonden oplossingen.

De relatie met andere leergebieden is tweezijdig. Enerzijds gaat het om het gebruik van relevante probleemstellingen uit andere leergebieden om reken- en wiskundige vaardigheden te ontwikkelen en anderzijds om het in andere leergebieden bewust werken aan aspecten van rekenen en wiskunde.

Alhoewel de kerndoelen in het algemeen geen niveaubepaling behelzen, zijn de kerndoelen voor het leergebied rekenen en wiskunde zodanig gesteld, dat zij een uitwerking naar referentieniveau 1F ondersteunen. Algemeen geldt: er is géén verplichting voor leerlingen om een bepaald niveau te behalen.

Bij sommige leerlingen kan, als gevolg van de beperking, sprake zijn van een vertraagde of beperkte ontwikkeling op de gebieden ruimtelijk inzicht en/of reken- of wiskundige begripsvorming. Problemen in de algemene informatieverwerking werken soms door in het automatiseren van vaardigheden op het gebied van rekenen en wiskunde. Ook de ontwikkeling van «rekentaal» kan voor sommige leerlingen met problemen op communicatief gebied moeilijk zijn.

Dit brede leergebied is in het vso-uitstroomprofiel Arbeidsmarktgericht gericht op vier concrete thema's, namelijk zorg, planten en dieren, duurzaamheid en techniek. Deze thema's worden geplaatst in de context van school-, leef- en (toekomstige) werksituaties.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)