Wijzigingsgeschiedenis
Wet sociale kanstrajecten jongeren BES
6 versions
· 2022-08-01
2022-08-01
Wet sociale kanstrajecten jongeren BES — arts. 7, 19
2021-07-01
Wet sociale kanstrajecten jongeren BES — arts. 7, 19
2015-08-01
Wet sociale kanstrajecten jongeren BES — arts. 7, 19
2011-02-17
Wet sociale kanstrajecten jongeren BES — arts. 1, 2, 3 y 15 más
2011-01-01
Wet sociale kanstrajecten jongeren BES — arts. 12, 14, 15 y 5 más
Wijzigingen op 2011-01-01
@@ -18,15 +18,15 @@
- **sociale vormingsplicht:** de verplichting van iedere jongere tot het volgen van een kanstraject in geval hij niet beschikt over een beroepskwalificatie niveau 1;
- **raamplan kanstrajecten:** een plan als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=5&artikel=9&z=2010-10-10&g=2010-10-10);
- **kanstraject:** een traject als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=6&artikel=10&z=2010-10-10&g=2010-10-10);
- **raamplan kanstrajecten:** een plan als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=5&artikel=9&z=2010-10-10&g=2011-01-01);
- **kanstraject:** een traject als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=6&artikel=10&z=2010-10-10&g=2011-01-01);
- **beroepskwalificatie niveau 1:** het niveau van een assistent-beroepsbeoefenaar, die in staat is onder begeleiding routinematige arbeid uit te voeren, welk niveau overeenkomt met het diploma assistent opleiding of een diploma voorbereidend secundair beroepsonderwijs (vsbo).
- **oproepingsinstantie:** de met de uitvoering van deze wet belaste dienst of afdeling van een openbaar lichaam, die is belast met de oproeping;
- **uitvoerende instantie:** een instantie die een raamplan kanstrajecten opstelt, de kanstrajecten en de daarmee samenhangende begeleiding verzorgt en krachtens [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=12&artikel=26&z=2010-10-10&g=2010-10-10) een bijdrage van het bestuurscollege van het desbetreffende openbaar lichaam hiervoor ontvangt;
- **uitvoerende instantie:** een instantie die een raamplan kanstrajecten opstelt, de kanstrajecten en de daarmee samenhangende begeleiding verzorgt en krachtens [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=12&artikel=26&z=2010-10-10&g=2011-01-01) een bijdrage van het bestuurscollege van het desbetreffende openbaar lichaam hiervoor ontvangt;
- **Inspecteur:** Inspecteur, bedoeld in de [Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800).
@@ -72,15 +72,15 @@
##### Artikel 6
1. Een aanvraag tot vrijstelling of ontheffing als bedoeld in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=3&artikel=4&z=2010-10-10&g=2010-10-10) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2010-10-10&g=2010-10-10) wordt ingediend bij de oproepingsinstantie door middel van een formulier waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld.
1. Een aanvraag tot vrijstelling of ontheffing als bedoeld in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=3&artikel=4&z=2010-10-10&g=2011-01-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2010-10-10&g=2011-01-01) wordt ingediend bij de oproepingsinstantie door middel van een formulier waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld.
2. De jongere verschaft bij de aanvraag de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
3. Onze Minister vermeldt in zijn besluit tot ontheffing de duur van de ontheffing. De duur van een ontheffing bedraagt per keer ten hoogste een jaar. Ontheffing wegens vervulling van de werkelijke dienst, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2010-10-10&g=2010-10-10), wordt verleend voor zolang de betrokken jongere de werkelijke dienst vervult.
3. Onze Minister vermeldt in zijn besluit tot ontheffing de duur van de ontheffing. De duur van een ontheffing bedraagt per keer ten hoogste een jaar. Ontheffing wegens vervulling van de werkelijke dienst, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2010-10-10&g=2011-01-01), wordt verleend voor zolang de betrokken jongere de werkelijke dienst vervult.
4. Op een aanvraag tot vrijstelling of ontheffing wordt beslist binnen dertig dagen na indiening. Indien binnen deze termijn geen beslissing is genomen, wordt de aanvraag geacht te zijn ingewilligd en wordt aan de aanvrager op diens verzoek een besluit van die strekking afgegeven of toegezonden.
5. Zolang niet op de aanvraag tot vrijstelling of ontheffing, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2010-10-10&g=2010-10-10), is beslist, is de verplichting tot het volgen van een kanstraject als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=6&artikel=10&z=2010-10-10&g=2010-10-10) opgeschort.
5. Zolang niet op de aanvraag tot vrijstelling of ontheffing, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2010-10-10&g=2011-01-01), is beslist, is de verplichting tot het volgen van een kanstraject als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=6&artikel=10&z=2010-10-10&g=2011-01-01) opgeschort.
6. Een ontheffing kan onder voorwaarden en beperkingen worden verleend.
@@ -104,17 +104,17 @@
- c. aanvragen voor ontheffing en de verstrekte ontheffingen alsmede de duur daarvan;
- d. uitgegane uitnodigingen voor een educatieve intake als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2010-10-10&g=2010-10-10), en de resultaten daarvan;
- d. uitgegane uitnodigingen voor een educatieve intake als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2010-10-10&g=2011-01-01), en de resultaten daarvan;
- e. het kanstraject, de daarvan deel uitmakende modules die de jongere moet volgen en de wijzigingen daarin;
- f. de door de deelnemer met succes afgeronde modules;
- g. het behalen van het in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=6&artikel=12&z=2010-10-10&g=2010-10-10) bedoelde certificaat;
- h. de ingevolge [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2010-10-10&g=2010-10-10) geregistreerde gegevens;
- i. gegevens omtrent de toepassing van [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=9&artikel=19&z=2010-10-10&g=2010-10-10) op de jongere.
- g. het behalen van het in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=6&artikel=12&z=2010-10-10&g=2011-01-01) bedoelde certificaat;
- h. de ingevolge [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2010-10-10&g=2011-01-01) geregistreerde gegevens;
- i. gegevens omtrent de toepassing van [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=9&artikel=19&z=2010-10-10&g=2011-01-01) op de jongere.
6. De gegevens, bedoeld in het vijfde lid, worden in het persoonsbestand van de onder-scheiden jongeren opgenomen.
@@ -188,7 +188,7 @@
##### Artikel 10
1. Op grond van de resultaten van de educatieve intake, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2010-10-10&g=2010-10-10), stelt de uitvoerende instantie een op zijn individuele situatie afgestemd kanstraject voor de jongere vast.
1. Op grond van de resultaten van de educatieve intake, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2010-10-10&g=2011-01-01), stelt de uitvoerende instantie een op zijn individuele situatie afgestemd kanstraject voor de jongere vast.
2. Het kanstraject bestaat uit een of meerdere modulen die samengesteld zijn met het oog op:
@@ -206,7 +206,7 @@
3. Het kanstraject heeft een totale duur van ten minste zes maanden en ten hoogste twee jaar.
4. Het kanstraject kan worden gewijzigd op grond van wijzigingen in de gegevens zoals die op het in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2010-10-10&g=2010-10-10) bedoelde aanmeldingsformulier door de jongere zijn verstrekt.
4. Het kanstraject kan worden gewijzigd op grond van wijzigingen in de gegevens zoals die op het in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2010-10-10&g=2011-01-01) bedoelde aanmeldingsformulier door de jongere zijn verstrekt.
##### Artikel 11
@@ -228,7 +228,7 @@
##### Artikel 19
1. Ter zake van gedragingen in strijd met [artikel 2, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2010-10-10&g=2010-10-10), [3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2010-10-10&g=2010-10-10), of [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=6&artikel=11&z=2010-10-10&g=2010-10-10) kan het bestuurscollege aan de jongere een administratieve boete opleggen.
1. Ter zake van gedragingen in strijd met [artikel 2, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2010-10-10&g=2011-01-01), [3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2010-10-10&g=2011-01-01), of [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=6&artikel=11&z=2010-10-10&g=2011-01-01) kan het bestuurscollege aan de jongere een administratieve boete opleggen.
2. De hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van het feit, de omstandigheden waarin de jongere verkeert en de mate van verwijtbaarheid.
@@ -258,7 +258,7 @@
##### Artikel 21
1. Hij, die zich gedraagt in strijd met de [artikelen 2, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2010-10-10&g=2010-10-10), [3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2010-10-10&g=2010-10-10), of [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=6&artikel=11&z=2010-10-10&g=2010-10-10) wordt gestraft:
1. Hij, die zich gedraagt in strijd met de [artikelen 2, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2010-10-10&g=2011-01-01), [3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2010-10-10&g=2011-01-01), of [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=6&artikel=11&z=2010-10-10&g=2011-01-01) wordt gestraft:
- a. indien het feit voor de eerste keer wordt gepleegd: met hechtenis van ten hoogste 10 dagen, een geldboete van ten hoogste USD 560 of met beide straffen.
@@ -266,11 +266,11 @@
2. De in het eerste lid strafbaar gesteld feiten zijn overtredingen.
3. Strafrechtelijke vervolging ter zake van een in het eerste lid genoemd strafbaar feit is niet mogelijk zolang geen toepassing is gegeven aan het bepaalde in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=9&artikel=19&z=2010-10-10&g=2010-10-10).
3. Strafrechtelijke vervolging ter zake van een in het eerste lid genoemd strafbaar feit is niet mogelijk zolang geen toepassing is gegeven aan het bepaalde in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=9&artikel=19&z=2010-10-10&g=2011-01-01).
##### Artikel 22
1. Hij, die zich gedraagt in strijd met [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=7&artikel=13&z=2010-10-10&g=2010-10-10) wordt gestraft met:
1. Hij, die zich gedraagt in strijd met [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=7&artikel=13&z=2010-10-10&g=2011-01-01) wordt gestraft met:
- a. indien hij het feit opzettelijk heeft gepleegd: hechtenis van ten hoogste zes maanden, een geldboete van ten hoogste USD 8.400 of met beide straffen.
@@ -292,7 +292,7 @@
##### Artikel 25
1. Een jongere die deelneemt aan een kanstraject als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=6&artikel=10&z=2010-10-10&g=2010-10-10), komt in aanmerking voor een tegemoetkoming in de noodzakelijk te maken onkosten voor vervoer, kleding en schoeisel, verzorging, en een ziektekostenverzekering, van gemiddeld USD 280 per maand en voor kinderopvang maximaal USD 56 per maand. Daartoe dient hij een aanvraag in bij de oproepingsinstantie, met gebruikmaking van het formulier volgens het model dat door Onze Minister wordt vastgesteld.
1. Een jongere die deelneemt aan een kanstraject als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=6&artikel=10&z=2010-10-10&g=2011-01-01), komt in aanmerking voor een tegemoetkoming in de noodzakelijk te maken onkosten voor vervoer, kleding en schoeisel, verzorging, en een ziektekostenverzekering, van gemiddeld USD 280 per maand en voor kinderopvang maximaal USD 56 per maand. Daartoe dient hij een aanvraag in bij de oproepingsinstantie, met gebruikmaking van het formulier volgens het model dat door Onze Minister wordt vastgesteld.
2. De oproepingsinstantie neemt binnen 4 weken een besluit en stelt de jongere daarvan schriftelijk op de hoogte.
@@ -300,204 +300,204 @@
4. Bij algemene maatregel van bestuur kan op verzoek van het bestuurscollege van een openbaar lichaam voor het betreffende openbaar lichaam een hoger bedrag dan dat genoemd in het eerste lid, worden vastgesteld.
### Hoofdstuk 10. Strafbepalingen
##### Artikel 26
1. De aan de uitvoering van een raamplan kanstrajecten verbonden kosten en toelagen komen voor 95% ten laste van Onze Minister en voor 5% ten laste van het openbaar lichaam waar uitvoering wordt gegeven aan een raamplan kanstrajecten.
2. Het raamplan kanstrajecten kan slechts verzorgd worden door een rechtspersoon die in aanmerking komt voor bekostiging hiervan uit de openbare kas.
3. Een aanvraag voor bekostiging van een raamplan kanstrajecten wordt ingediend bij het bestuurscollege. Binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek geeft het bestuurscollege hierover advies aan de eilandsraad.
4. Indien er geen of onvoldoende aanvragen als bedoeld in het derde lid, worden ingediend, waardoor er een tekort aan kanstrajectplaatsen dreigt te ontstaan of waardoor er onvoldoende differentiatie is in het aangeboden raamplan kanstrajecten, kan het bestuurscollege een aanbesteding houden.
5. Binnen vier maanden na ontvangst van het advies, bedoeld in het derde lid, neemt de eilandsraad een beslissing op de aanvraag.
6. De eilandsraad stelt de aanvrager in kennis van zijn met redenen omkleed besluit. Bij inwilliging van de aanvraag vermeldt het besluit in ieder geval de datum waarop de eilandsraad voornemens is de bekostiging uit de openbare kas te doen ingaan.
7. Het bestuurscollege sluit met de uitvoerende instantie een overeenkomst voor de bekostiging overeenkomstig [artikel 27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=12&artikel=27&z=2010-10-10&g=2011-01-01).
##### Artikel 27
1. De bijdrage aan een uitvoerende instantie ten behoeve van een raamplan kanstrajecten wordt berekend op grondslag van:
- a. een overzicht van jongeren die deelnemen aan een kanstraject, waarbij in ieder geval vermeld is naam, voornaam, adres, telefoon- en persoonsnummer (ID), gevolgde en voltooide opleiding, en kanstraject waaraan de jongere deelneemt;
- b. een normbedrag per jongere.
2. Het overzicht, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt maandelijks door de uitvoerende instanties verstrekt aan de beheerder van het jongerenregister, bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=4&artikel=8&z=2010-10-10&g=2011-01-01).
3. De uitvoerende instantie ontvangt bij de aanvang van de uitvoering van het raamplan kanstrajecten per deelnemer 50% van het normbedrag en wanneer de deelnemer aan het kanstraject voor meer dan 80% heeft deelgenomen nog eens 30%. Indien de deelnemer het kanstraject met succes afrondt, ontvangt de uitvoerende instantie de resterende 20%.
##### Artikel 28
1. Bij een met redenen omklede aanvraag, met inachtneming van de [artikelen 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=12&artikel=26&z=2010-10-10&g=2011-01-01) en [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=12&artikel=27&z=2010-10-10&g=2011-01-01), verzoekt het betrokken bestuurscollege Onze Minister het ingevolge artikel 27, eerste lid, ten laste van het Rijk komende deel in de kosten en kostenvergoedingen ten laste te brengen van ’s Rijks kas. Bij beschikking wordt binnen één maand na de datum van ontvangst omtrent deze aanvraag beslist.
2. Indien een openbaar lichaam kan aantonen dat het niet in staat is het in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=12&artikel=26&z=2010-10-10&g=2011-01-01), genoemde, ten laste van hem komende deel in de kosten en onkostenvergoedingen geheel of gedeeltelijk te dragen, kan het betrokken bestuurscollege bij een met redenen omklede aanvraag Onze Minister verzoeken dat deel geheel of gedeeltelijk ten laste te brengen van ’s Rijks kas.
##### Artikel 29
1. De uitvoerende instantie zendt jaarlijks binnen drie maanden na afloop van het jaar waarvoor een bijdrage uit de openbare kas is verstrekt in de kosten van de uitvoering van het raamplan kanstrajecten, aan het betrokken bestuurscollege en Onze Minister een schriftelijk verslag over de uitgevoerde kanstrajecten.
2. De met het beheer van het jongerenregister belaste instantie zendt binnen drie maanden na de opzet van het jongerenregister een schriftelijk verslag aan het bestuurscollege en Onze Minister over het functioneren van het register.
##### Artikel 30
1. De uitvoerende instantie dient bij het bestuurscollege vóór 1 maart volgend op het jaar waarvoor een bijdrage uit de openbare kas is verkregen, een financiële verantwoording in waaruit blijkt:
- a. dat de bijdrage rechtmatig is aangewend;
- b. of, en zo ja op welke wijze, ten aanzien van het voorafgaande jaar, gebruik is gemaakt van de verstrekte bijdrage.
2. Het bestuurscollege dient bij Onze Minister vóór 1 mei volgend op het jaar waarvoor een bijdrage uit de ’s Rijks kas is verkregen, een financiële verantwoording in waaruit blijkt:
- a. dat de bijdrage rechtmatig is aangewend;
- b. of, en zo ja op welke wijze, ten aanzien van het voorafgaande jaar, gebruik is gemaakt van de verstrekte bijdrage.
3. De financiële verantwoording wordt ingericht volgens door Onze Minister gegeven richtlijnen.
4. Het verslag, waarin de financiële verantwoording zoals bedoeld in het eerste en tweede lid is vervat, wordt, vergezeld van een verklaring van deskundige als bedoeld in artikel 74, eerste lid, van het [Wetboek van Koophandel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028278). Aan Onze Minister wordt op diens verzoek inzicht gegeven in de gegevens die bij de controle op enigerlei wijze een rol spelen, en in de rapporten van bedoelde deskundige.
##### Artikel 31
De eilandsraad kan op voorstel van het bestuurscollege de vastgestelde bijdrage binnen een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop het verzoek tot bekostiging was ingewilligd intrekken of ten nadele van de uitvoerende instantie wijzigen:
- a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan de eilandsraad bij de vaststelling van de bijdrage redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de bijdrage lager zou zijn vastgesteld;
- b. indien de vaststelling van de bijdrage onjuist was en de uitvoerende instantie dit wist of behoorde te weten;
- c. indien de uitvoerende instantie na de vaststelling van de bijdrage niet heeft voldaan aan het bepaalde in deze wet.
##### Artikel 32
Onze Minister kan de vastgestelde rijksbijdrage aan een openbaar lichaam binnen een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop het verzoek tot bekostiging was ingewilligd intrekken of ten nadele van een openbaar lichaam wijzigen:
- a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan Onze Minister bij de vaststelling van de bijdrage redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de bijdrage lager zou zijn vastgesteld;
- b. indien de vaststelling van de bijdrage onjuist was en het openbaar lichaam dit wist of behoorde te weten;
- c. indien het openbaar lichaam na de vaststelling van de landsbijdrage niet heeft voldaan aan het bepaalde in deze wet.
##### Artikel 33
1. Bij het geheel of gedeeltelijk intrekken van de bijdrage op grond van [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=12&artikel=32&z=2010-10-10&g=2011-01-01) besluit Onze Minister tot:
- a. het onmiddellijk terugvorderen van de middelen bij het desbetreffende openbaar lichaam, of
- b. het verrekenen van de middelen met de bijdrage aan het desbetreffende openbaar lichaam van het daarop volgende jaar.
2. Het openbaar lichaam is verplicht binnen vier weken na een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, over te gaan tot betaling. Indien betaling uitblijft, is het openbaar lichaam zonder aanmaning of rechterlijke tussenkomst wettelijke rente verschuldigd.
### Hoofdstuk 13. Rapportage en evaluatie
##### Artikel 34
1. Binnen vier weken na afloop van een kwartaal brengt een oproepingsinstantie verslag uit aan de het bestuurscollege en Onze Minister over het aantal meldingen, oproepingen en toegekende en afgewezen aanvragen voor onkostenvergoeding. Van oproepingen waaraan niet tijdig gehoor is gegeven stelt de oproepingsinstantie het bestuurscollege in kennis binnen twee weken na afloop van de termijn waarbinnen de jongere gehoor had moeten geven aan de oproeping.
2. Binnen vier weken na afloop van elk kwartaal brengt een uitvoerende instantie verslag uit aan de het bestuurscollege en Onze Minister over het aantal afgenomen educatieve intakes, het aantal deelnemers, de mate waarin de deelnemers conform het kanstraject vorderen, het aantal deelnemers dat een kanstraject met goed gevolg heeft voltooid en het aantal jongeren dat vertrokken is.
##### Artikel 35
[vervallen]
### Hoofdstuk 14. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 36
Onze Minister verleent aan een ieder aan wie geen kanstraject kan worden aangeboden ontheffing van de verplichting tot het volgen van een kanstraject.
##### Artikel 37
De jongere die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Landsverordening sociale vormingsplicht de leeftijd van 16 jaar en één maand reeds heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 25 jaar wordt binnen één maand na bedoeld tijdstip door de oproepingsinstantie van het openbaar lichaam waarvan hij ingezetene is opgeroepen.
##### Artikel 38
1. Een in deze wet gestelde termijn die op zaterdag, zondag of een feestdag eindigt, wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of feestdag is.
2. Artikel 5, tweede lid, van de Regeling ambtenarenrechtspraak (P.B.1951, no. 134) is van overeenkomstige toepassing. Een feestdag is eveneens iedere dag die daarenboven door het bestuurscollege als zodanig wordt aangewezen.
##### Artikel 39
[vervallen]
##### Artikel 40
Deze wet wordt aangehaald als: Wet sociale kanstrajecten jongeren BES.
##### Artikel 12a. Zorgstructuur
1. De uitvoeringsinstantie is aangesloten bij een samenwerkingsverband als bedoeld in [artikel 26 van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=26), in [artikel 67 van de Wet voortgezet onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030284&artikel=67) en [artikel 3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=3.2).
2. De [artikelen 3.2 tot en met 3.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=3.2) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 7. Geheimhoudingsplicht
##### Artikel 14. Verslag uitgevoerde sociale kanstrajecten
De uitvoeringsinstantie zendt jaarlijks binnen drie maanden na afloop van het jaar aan het betrokken bestuurscollege en Onze Minister een schriftelijk verslag over de uitgevoerde sociale kanstrajecten.
##### Artikel 15. Indiening financiële verantwoording
1. De uitvoeringsinstantie dient bij het bestuurscollege vóór 1 maart volgend op het jaar waarvoor een bijdrage uit de openbare kas is verkregen, een financiële verantwoording in waaruit blijkt:
- a. dat de bijdrage rechtmatig is aangewend;
- b. of, en zo ja op welke wijze, ten aanzien van het voorafgaande jaar, gebruik is gemaakt van de verstrekte bijdrage.
2. Het verslag, waarin de financiële verantwoording, bedoeld in het eerste lid, is vervat, wordt vergezeld van een verklaring van een deskundige als bedoeld in [artikel 121, zesde lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028744&artikel=121).
3. Bij de aanwijzing van de deskundige bedingt de uitvoeringsinstantie dat de controle overeenkomstig een door Onze Minister vast te stellen controleprotocol plaatsvindt en dat aan Onze Minister op diens verzoek inzicht wordt geboden in de controlerapporten van de deskundige.
##### Artikel 16. Intrekking of wijziging bekostiging door bestuurscollege
Het bestuurscollege kan de vastgestelde bijdrage binnen een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop het verzoek tot bekostiging was ingewilligd, intrekken of ten nadele van de uitvoeringsinstantie wijzigen:
- a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bestuurscollege bij de vaststelling van de bijdrage redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de bijdrage lager zou zijn vastgesteld;
- b. indien de vaststelling van de bijdrage onjuist was en de uitvoeringsinstantie dit wist of behoorde te weten;
- c. indien de uitvoeringsinstantie na de vaststelling van de bijdrage niet heeft voldaan aan het bepaalde in deze wet.
##### Artikel 17. Bijzondere uitkering
1. Onze Minister verstrekt jaarlijks, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per openbaar lichaam een bijzondere uitkering als bedoeld in [artikel 91 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&artikel=91) ter tegemoetkoming in de kosten van de activiteiten van het projectbureau en van de uitvoeringsinstantie.
2. De uitkering wordt uiterlijk in september verstrekt en heeft betrekking op het daarop volgende kalenderjaar. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven voor de berekening en kunnen regels worden gegeven voor de betaling van de uitkering.
3. Het bestuurscollege dient de aanvraag voor een bijzondere uitkering voor 1 juli in. De aanvraag gaat vergezeld van een begroting van geraamde inkomsten en uitgaven, waarin in ieder geval wordt opgenomen het verwachte aantal deelnemers en de aan hen te verstrekken kanstrajecttoelage.
##### Artikel 17a. Verantwoording bijzondere uitkering
1. Het bestuurscollege verantwoordt jegens Onze Minister de bijzondere uitkering in een bijlage bij de jaarrekening, bedoeld in [artikel 28, eerste lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&artikel=28). Uit de bijlage blijkt op welke wijze de uitkering is aangewend en de rechtmatigheid daarvan.
2. Onze Minister kan nadere regelen stellen omtrent de in de bijlage te verstrekken informatie voor zover deze nodig is voor een beoordeling van besteding van de bijzondere uitkering.
##### Artikel 18. Intrekking of wijziging bijzondere uitkering door Onze Minister
Onze Minister kan de vastgestelde bijzondere uitkering, bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=7&artikel=17&z=2011-02-17&g=2011-01-01) aan een openbaar lichaam binnen een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop de kosten zijn vergoed, intrekken of ten nadele van een openbaar lichaam wijzigen:
- a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan Onze Minister bij de vaststelling van de vergoeding redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de vergoeding lager zou zijn vastgesteld;
- b. indien de vaststelling van de vergoeding onjuist was en het openbaar lichaam dit wist of behoorde te weten;
- c. indien het openbaar lichaam het bepaalde bij of krachtens deze wet niet nakomt;
- d. de uitkering niet is besteed in overeenstemming met deze wet.
### Hoofdstuk 8
### Hoofdstuk 9. Administratieve boeten
##### Artikel 21a. Overgangsbepaling
Degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet deelneemt aan een kanstraject als bedoeld in de Wet sociale kanstrajecten jongeren BES, zoals die wet is komen te luiden op 10 oktober 2010, is deelnemer in de zin van deze wet.
### Hoofdstuk 11. Kanstrajecttoelage
### Hoofdstuk 12. Bekostiging raamplan kanstrajecten
##### Artikel 26
1. De aan de uitvoering van een raamplan kanstrajecten verbonden kosten en toelagen komen voor 95% ten laste van Onze Minister en voor 5% ten laste van het openbaar lichaam waar uitvoering wordt gegeven aan een raamplan kanstrajecten.
2. Het raamplan kanstrajecten kan slechts verzorgd worden door een rechtspersoon die in aanmerking komt voor bekostiging hiervan uit de openbare kas.
3. Een aanvraag voor bekostiging van een raamplan kanstrajecten wordt ingediend bij het bestuurscollege. Binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek geeft het bestuurscollege hierover advies aan de eilandsraad.
4. Indien er geen of onvoldoende aanvragen als bedoeld in het derde lid, worden ingediend, waardoor er een tekort aan kanstrajectplaatsen dreigt te ontstaan of waardoor er onvoldoende differentiatie is in het aangeboden raamplan kanstrajecten, kan het bestuurscollege een aanbesteding houden.
5. Binnen vier maanden na ontvangst van het advies, bedoeld in het derde lid, neemt de eilandsraad een beslissing op de aanvraag.
6. De eilandsraad stelt de aanvrager in kennis van zijn met redenen omkleed besluit. Bij inwilliging van de aanvraag vermeldt het besluit in ieder geval de datum waarop de eilandsraad voornemens is de bekostiging uit de openbare kas te doen ingaan.
7. Het bestuurscollege sluit met de uitvoerende instantie een overeenkomst voor de bekostiging overeenkomstig [artikel 27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=12&artikel=27&z=2010-10-10&g=2010-10-10).
##### Artikel 27
1. De bijdrage aan een uitvoerende instantie ten behoeve van een raamplan kanstrajecten wordt berekend op grondslag van:
- a. een overzicht van jongeren die deelnemen aan een kanstraject, waarbij in ieder geval vermeld is naam, voornaam, adres, telefoon- en persoonsnummer (ID), gevolgde en voltooide opleiding, en kanstraject waaraan de jongere deelneemt;
- b. een normbedrag per jongere.
2. Het overzicht, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt maandelijks door de uitvoerende instanties verstrekt aan de beheerder van het jongerenregister, bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=4&artikel=8&z=2010-10-10&g=2010-10-10).
3. De uitvoerende instantie ontvangt bij de aanvang van de uitvoering van het raamplan kanstrajecten per deelnemer 50% van het normbedrag en wanneer de deelnemer aan het kanstraject voor meer dan 80% heeft deelgenomen nog eens 30%. Indien de deelnemer het kanstraject met succes afrondt, ontvangt de uitvoerende instantie de resterende 20%.
##### Artikel 28
1. Bij een met redenen omklede aanvraag, met inachtneming van de [artikelen 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=12&artikel=26&z=2010-10-10&g=2010-10-10) en [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=12&artikel=27&z=2010-10-10&g=2010-10-10), verzoekt het betrokken bestuurscollege Onze Minister het ingevolge artikel 27, eerste lid, ten laste van het Rijk komende deel in de kosten en kostenvergoedingen ten laste te brengen van ’s Rijks kas. Bij beschikking wordt binnen één maand na de datum van ontvangst omtrent deze aanvraag beslist.
2. Indien een openbaar lichaam kan aantonen dat het niet in staat is het in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=12&artikel=26&z=2010-10-10&g=2010-10-10), genoemde, ten laste van hem komende deel in de kosten en onkostenvergoedingen geheel of gedeeltelijk te dragen, kan het betrokken bestuurscollege bij een met redenen omklede aanvraag Onze Minister verzoeken dat deel geheel of gedeeltelijk ten laste te brengen van ’s Rijks kas.
##### Artikel 29
1. De uitvoerende instantie zendt jaarlijks binnen drie maanden na afloop van het jaar waarvoor een bijdrage uit de openbare kas is verstrekt in de kosten van de uitvoering van het raamplan kanstrajecten, aan het betrokken bestuurscollege en Onze Minister een schriftelijk verslag over de uitgevoerde kanstrajecten.
2. De met het beheer van het jongerenregister belaste instantie zendt binnen drie maanden na de opzet van het jongerenregister een schriftelijk verslag aan het bestuurscollege en Onze Minister over het functioneren van het register.
##### Artikel 30
1. De uitvoerende instantie dient bij het bestuurscollege vóór 1 maart volgend op het jaar waarvoor een bijdrage uit de openbare kas is verkregen, een financiële verantwoording in waaruit blijkt:
- a. dat de bijdrage rechtmatig is aangewend;
- b. of, en zo ja op welke wijze, ten aanzien van het voorafgaande jaar, gebruik is gemaakt van de verstrekte bijdrage.
2. Het bestuurscollege dient bij Onze Minister vóór 1 mei volgend op het jaar waarvoor een bijdrage uit de ’s Rijks kas is verkregen, een financiële verantwoording in waaruit blijkt:
- a. dat de bijdrage rechtmatig is aangewend;
- b. of, en zo ja op welke wijze, ten aanzien van het voorafgaande jaar, gebruik is gemaakt van de verstrekte bijdrage.
3. De financiële verantwoording wordt ingericht volgens door Onze Minister gegeven richtlijnen.
4. Het verslag, waarin de financiële verantwoording zoals bedoeld in het eerste en tweede lid is vervat, wordt, vergezeld van een verklaring van deskundige als bedoeld in artikel 74, eerste lid, van het [Wetboek van Koophandel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028278). Aan Onze Minister wordt op diens verzoek inzicht gegeven in de gegevens die bij de controle op enigerlei wijze een rol spelen, en in de rapporten van bedoelde deskundige.
##### Artikel 31
De eilandsraad kan op voorstel van het bestuurscollege de vastgestelde bijdrage binnen een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop het verzoek tot bekostiging was ingewilligd intrekken of ten nadele van de uitvoerende instantie wijzigen:
- a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan de eilandsraad bij de vaststelling van de bijdrage redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de bijdrage lager zou zijn vastgesteld;
- b. indien de vaststelling van de bijdrage onjuist was en de uitvoerende instantie dit wist of behoorde te weten;
- c. indien de uitvoerende instantie na de vaststelling van de bijdrage niet heeft voldaan aan het bepaalde in deze wet.
##### Artikel 32
Onze Minister kan de vastgestelde rijksbijdrage aan een openbaar lichaam binnen een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop het verzoek tot bekostiging was ingewilligd intrekken of ten nadele van een openbaar lichaam wijzigen:
- a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan Onze Minister bij de vaststelling van de bijdrage redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de bijdrage lager zou zijn vastgesteld;
- b. indien de vaststelling van de bijdrage onjuist was en het openbaar lichaam dit wist of behoorde te weten;
- c. indien het openbaar lichaam na de vaststelling van de landsbijdrage niet heeft voldaan aan het bepaalde in deze wet.
##### Artikel 33
1. Bij het geheel of gedeeltelijk intrekken van de bijdrage op grond van [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=12&artikel=32&z=2010-10-10&g=2010-10-10) besluit Onze Minister tot:
- a. het onmiddellijk terugvorderen van de middelen bij het desbetreffende openbaar lichaam, of
- b. het verrekenen van de middelen met de bijdrage aan het desbetreffende openbaar lichaam van het daarop volgende jaar.
2. Het openbaar lichaam is verplicht binnen vier weken na een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, over te gaan tot betaling. Indien betaling uitblijft, is het openbaar lichaam zonder aanmaning of rechterlijke tussenkomst wettelijke rente verschuldigd.
### Hoofdstuk 13. Rapportage en evaluatie
##### Artikel 34
1. Binnen vier weken na afloop van een kwartaal brengt een oproepingsinstantie verslag uit aan de het bestuurscollege en Onze Minister over het aantal meldingen, oproepingen en toegekende en afgewezen aanvragen voor onkostenvergoeding. Van oproepingen waaraan niet tijdig gehoor is gegeven stelt de oproepingsinstantie het bestuurscollege in kennis binnen twee weken na afloop van de termijn waarbinnen de jongere gehoor had moeten geven aan de oproeping.
2. Binnen vier weken na afloop van elk kwartaal brengt een uitvoerende instantie verslag uit aan de het bestuurscollege en Onze Minister over het aantal afgenomen educatieve intakes, het aantal deelnemers, de mate waarin de deelnemers conform het kanstraject vorderen, het aantal deelnemers dat een kanstraject met goed gevolg heeft voltooid en het aantal jongeren dat vertrokken is.
##### Artikel 35
[vervallen]
### Hoofdstuk 14. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 36
Onze Minister verleent aan een ieder aan wie geen kanstraject kan worden aangeboden ontheffing van de verplichting tot het volgen van een kanstraject.
##### Artikel 37
De jongere die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Landsverordening sociale vormingsplicht de leeftijd van 16 jaar en één maand reeds heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 25 jaar wordt binnen één maand na bedoeld tijdstip door de oproepingsinstantie van het openbaar lichaam waarvan hij ingezetene is opgeroepen.
##### Artikel 38
1. Een in deze wet gestelde termijn die op zaterdag, zondag of een feestdag eindigt, wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of feestdag is.
2. Artikel 5, tweede lid, van de Regeling ambtenarenrechtspraak (P.B.1951, no. 134) is van overeenkomstige toepassing. Een feestdag is eveneens iedere dag die daarenboven door het bestuurscollege als zodanig wordt aangewezen.
##### Artikel 39
[vervallen]
##### Artikel 40
Deze wet wordt aangehaald als: Wet sociale kanstrajecten jongeren BES.
##### Artikel 12a. Zorgstructuur
1. De uitvoeringsinstantie is aangesloten bij een samenwerkingsverband als bedoeld in [artikel 26 van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=26), in [artikel 67 van de Wet voortgezet onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030284&artikel=67) en [artikel 3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=3.2).
2. De [artikelen 3.2 tot en met 3.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=3.2) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 7. Geheimhoudingsplicht
##### Artikel 14. Verslag uitgevoerde sociale kanstrajecten
De uitvoeringsinstantie zendt jaarlijks binnen drie maanden na afloop van het jaar aan het betrokken bestuurscollege en Onze Minister een schriftelijk verslag over de uitgevoerde sociale kanstrajecten.
##### Artikel 15. Indiening financiële verantwoording
1. De uitvoeringsinstantie dient bij het bestuurscollege vóór 1 maart volgend op het jaar waarvoor een bijdrage uit de openbare kas is verkregen, een financiële verantwoording in waaruit blijkt:
- a. dat de bijdrage rechtmatig is aangewend;
- b. of, en zo ja op welke wijze, ten aanzien van het voorafgaande jaar, gebruik is gemaakt van de verstrekte bijdrage.
2. Het verslag, waarin de financiële verantwoording, bedoeld in het eerste lid, is vervat, wordt vergezeld van een verklaring van een deskundige als bedoeld in [artikel 121, zesde lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028744&artikel=121).
3. Bij de aanwijzing van de deskundige bedingt de uitvoeringsinstantie dat de controle overeenkomstig een door Onze Minister vast te stellen controleprotocol plaatsvindt en dat aan Onze Minister op diens verzoek inzicht wordt geboden in de controlerapporten van de deskundige.
##### Artikel 16. Intrekking of wijziging bekostiging door bestuurscollege
Het bestuurscollege kan de vastgestelde bijdrage binnen een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop het verzoek tot bekostiging was ingewilligd, intrekken of ten nadele van de uitvoeringsinstantie wijzigen:
- a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bestuurscollege bij de vaststelling van de bijdrage redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de bijdrage lager zou zijn vastgesteld;
- b. indien de vaststelling van de bijdrage onjuist was en de uitvoeringsinstantie dit wist of behoorde te weten;
- c. indien de uitvoeringsinstantie na de vaststelling van de bijdrage niet heeft voldaan aan het bepaalde in deze wet.
##### Artikel 17. Bijzondere uitkering
1. Onze Minister verstrekt jaarlijks, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per openbaar lichaam een bijzondere uitkering als bedoeld in [artikel 91 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&artikel=91) ter tegemoetkoming in de kosten van de activiteiten van het projectbureau en van de uitvoeringsinstantie.
2. De uitkering wordt uiterlijk in september verstrekt en heeft betrekking op het daarop volgende kalenderjaar. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven voor de berekening en kunnen regels worden gegeven voor de betaling van de uitkering.
3. Het bestuurscollege dient de aanvraag voor een bijzondere uitkering voor 1 juli in. De aanvraag gaat vergezeld van een begroting van geraamde inkomsten en uitgaven, waarin in ieder geval wordt opgenomen het verwachte aantal deelnemers en de aan hen te verstrekken kanstrajecttoelage.
##### Artikel 17a. Verantwoording bijzondere uitkering
1. Het bestuurscollege verantwoordt jegens Onze Minister de bijzondere uitkering in een bijlage bij de jaarrekening, bedoeld in [artikel 28, eerste lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028151&artikel=28). Uit de bijlage blijkt op welke wijze de uitkering is aangewend en de rechtmatigheid daarvan.
2. Onze Minister kan nadere regelen stellen omtrent de in de bijlage te verstrekken informatie voor zover deze nodig is voor een beoordeling van besteding van de bijzondere uitkering.
##### Artikel 18. Intrekking of wijziging bijzondere uitkering door Onze Minister
Onze Minister kan de vastgestelde bijzondere uitkering, bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506&hoofdstuk=7&artikel=17&z=2011-02-17&g=2011-01-01) aan een openbaar lichaam binnen een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop de kosten zijn vergoed, intrekken of ten nadele van een openbaar lichaam wijzigen:
- a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan Onze Minister bij de vaststelling van de vergoeding redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de vergoeding lager zou zijn vastgesteld;
- b. indien de vaststelling van de vergoeding onjuist was en het openbaar lichaam dit wist of behoorde te weten;
- c. indien het openbaar lichaam het bepaalde bij of krachtens deze wet niet nakomt;
- d. de uitkering niet is besteed in overeenstemming met deze wet.
### Hoofdstuk 8
### Hoofdstuk 9. Administratieve boeten
##### Artikel 21a. Overgangsbepaling
Degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet deelneemt aan een kanstraject als bedoeld in de Wet sociale kanstrajecten jongeren BES, zoals die wet is komen te luiden op 10 oktober 2010, is deelnemer in de zin van deze wet.
### Hoofdstuk 11. Kanstrajecttoelage
### Hoofdstuk 12. Bekostiging raamplan kanstrajecten
### Hoofdstuk 13. Rapportage en evaluatie
### Hoofdstuk 14. Overgangs- en slotbepalingen
2010-10-10
Wet sociale kanstrajecten jongeren BES
original version
Tekst op deze datum