Wijzigingsgeschiedenis

Wachtgeldbesluit overheidsdienaren BES

6 versions · 2018-12-25
2018-12-25
Wachtgeldbesluit overheidsdienaren BES — arts. 6, 7, 12 y 16 más

Wijzigingen op 2018-12-25

@@ -22,7 +22,7 @@
- b. werknemers met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is gesloten om in dienst van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba werkzaam te zijn, indien deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd.
- **belanghebbende:** de overheidsdienaar, bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=4&z=2018-12-25&g=2016-08-01).
- **belanghebbende:** de overheidsdienaar, bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=4&z=2018-12-25&g=2018-12-25).
- **wachtgelder:** de belanghebbende die in het genot is gesteld van een wachtgeld.
@@ -83,11 +83,11 @@
##### Artikel 6
Het wachtgeld wordt gedurende de eerste 3 maanden van de wachtgeld periode, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=5&z=2018-12-25&g=2016-08-01), bepaald op 95% van het laatstelijk genoten inkomen, gedurende de volgende 7 maanden op 85%, gedurende de daarop volgende 10 maanden op 75% en gedurende rest van de periode op 70%.
Het wachtgeld wordt gedurende de eerste 3 maanden van de wachtgeld periode, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=5&z=2018-12-25&g=2018-12-25), bepaald op 95% van het laatstelijk genoten inkomen, gedurende de volgende 7 maanden op 85%, gedurende de daarop volgende 10 maanden op 75% en gedurende rest van de periode op 70%.
##### Artikel 7
Indien een overheidsdienaar in meer dan één betrekking in vaste dienst of gedurende ten minste vijf jaren onafgebroken in tijdelijke dienst werkzaam is geweest en hem uit een of meer, doch niet uit al deze betrekkingen eervol, doch niet op eigen verzoek en met toepassing van een van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=4&z=2018-12-25&g=2016-08-01) genoemde wettelijke bepalingen ontslag wordt verleend, wordt voor de vaststelling van het wachtgeld in aanmerking genomen dat gedeelte van het laatstelijk genoten inkomen, dat naar het oordeel van het bevoegd gezag dient te worden toegerekend aan de betrekking of betrekkingen waaruit het ontslag wordt verleend.
Indien een overheidsdienaar in meer dan één betrekking in vaste dienst of gedurende ten minste vijf jaren onafgebroken in tijdelijke dienst werkzaam is geweest en hem uit een of meer, doch niet uit al deze betrekkingen eervol, doch niet op eigen verzoek en met toepassing van een van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=4&z=2018-12-25&g=2018-12-25) genoemde wettelijke bepalingen ontslag wordt verleend, wordt voor de vaststelling van het wachtgeld in aanmerking genomen dat gedeelte van het laatstelijk genoten inkomen, dat naar het oordeel van het bevoegd gezag dient te worden toegerekend aan de betrekking of betrekkingen waaruit het ontslag wordt verleend.
##### Artikel 8
@@ -121,7 +121,7 @@
##### Artikel 12
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor zover het de wachtgelders betreft die ten laste van de staat een wachtgeld genieten, en het Bestuurscollege van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba, voor zover het de wachtgelders betreft die ten laste van dat openbaar lichaam een wachtgeld genieten, kunnen nadere algemene en bijzondere voorschriften geven aangaande het tijdstip en de wijze waarop mededelingen als in het [voorgaande artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=11&z=2018-12-25&g=2016-08-01) bedoeld dienen te worden verschaft en aangaande de aangelegenheden waarop zij betrekking dienen te hebben.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor zover het de wachtgelders betreft die ten laste van de staat een wachtgeld genieten, en het Bestuurscollege van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba, voor zover het de wachtgelders betreft die ten laste van dat openbaar lichaam een wachtgeld genieten, kunnen nadere algemene en bijzondere voorschriften geven aangaande het tijdstip en de wijze waarop mededelingen als in het [voorgaande artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=11&z=2018-12-25&g=2018-12-25) bedoeld dienen te worden verschaft en aangaande de aangelegenheden waarop zij betrekking dienen te hebben.
##### Artikel 13
@@ -135,37 +135,37 @@
3. De wachtgelder stelt het bevoegd gezag tijdig van elke wijziging van zijn woon- of verblijfplaats in kennis. Indien hij zich buiten Nederland vestigt, doet hij aan het bevoegd gezag tijdig opgave van de wijze waarop betaling van het wachtgeld binnen het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba te zijnen name kan geschieden.
4. De kosten die het bevoegd gezag rederlijkerwijs moet maken om buiten Nederland inlichtingen als in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=13&z=2018-12-25&g=2016-08-01) bedoeld in te winnen, komen ten laste van de wachtgelder en worden op zijn wachtgeld in mindering gebracht.
5. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de toeslag op het wachtgeld, bedoeld in de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=15&z=2018-12-25&g=2016-08-01) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=20&z=2018-12-25&g=2016-08-01).
4. De kosten die het bevoegd gezag rederlijkerwijs moet maken om buiten Nederland inlichtingen als in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=13&z=2018-12-25&g=2018-12-25) bedoeld in te winnen, komen ten laste van de wachtgelder en worden op zijn wachtgeld in mindering gebracht.
5. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de toeslag op het wachtgeld, bedoeld in de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=15&z=2018-12-25&g=2018-12-25) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=20&z=2018-12-25&g=2018-12-25).
#### § 4. Weigering, vermindering en intrekking van wachtgeld en wachtgeldtoeslag
##### Artikel 15
1. Geen wachtgeld wordt toegekend aan de belanghebbende die als overheidsdienaar niet voldaan heeft aan de ingevolge [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=10&z=2018-12-25&g=2016-08-01), op hem rustende verplichting, tenzij hij aantoont dat het inkomen dat hij uit de hem aangeboden betrekking zou hebben verworven tenminste 10% lagere zou zijn geweest dan dat hetwelk hij genoot uit betrekking waaruit hij ontslagen is. In het laatste geval wordt hem een wachtgeld toegekend waarop het inkomen dat hij uit de hem aangeboden betrekking zou hebben verworven in mindering gebracht.
2. Als de belanghebbende als overheidsdienaar wel heeft voldaan aan de ingevolge [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=10&z=2018-12-25&g=2016-08-01), op hem rustende verplichting, en een betrekking heeft aanvaard als bedoeld in het eerste lid, of een andere gelegenheid tot verwerving van inkomsten heeft verkregen, wordt hem wachtgeld toegekend, met in achtneming van het bepaalde in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=20&z=2018-12-25&g=2016-08-01).
3. Als de betrekking of andere gelegenheid tot verwerving van inkomsten, bedoeld in het eerste lid, een arbeidsduur van gemiddeld ten minste 36 uur per week en een looptijd van ten minste drie maanden heeft en verkregen is door toedoen van belanghebbende zelf,wordt hem gedurende de voor hem geldende wachtperiode, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=5&z=2018-12-25&g=2016-08-01), niettegenstaande het bepaalde in het tweede lid, naast het wachtgeld een maandelijkse toeslag toegekend gelijk aan 25% van het laatstelijk als ambtnaar genoten inkomen. Het bepaalde en eerste volzin is niet van toepassing, indien het gaat om een plaatsing, herplaatsing of terbeschikkingstelling, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=5&artikel=29&z=2018-12-25&g=2016-08-01). Indien de betrekking of de andere gelegenheid tot verwerving van inkomsten een bepaalde looptijd heeft, vervalt de toeslag van rechtswege na ommekomst van die looptijd, tenzij sprake is van een direct aansluitende verlenging daarvan met een looptijd van ten minste drie maanden of van een direct aansluitende andere betrekking of andere gelegenheid tot verwerven van inkomsten met een arbeidsduur van gemiddeld ten minste 36 uren per week en een looptijd van ten minste drie maanden.
1. Geen wachtgeld wordt toegekend aan de belanghebbende die als overheidsdienaar niet voldaan heeft aan de ingevolge [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=10&z=2018-12-25&g=2018-12-25), op hem rustende verplichting, tenzij hij aantoont dat het inkomen dat hij uit de hem aangeboden betrekking zou hebben verworven tenminste 10% lagere zou zijn geweest dan dat hetwelk hij genoot uit betrekking waaruit hij ontslagen is. In het laatste geval wordt hem een wachtgeld toegekend waarop het inkomen dat hij uit de hem aangeboden betrekking zou hebben verworven in mindering gebracht.
2. Als de belanghebbende als overheidsdienaar wel heeft voldaan aan de ingevolge [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=10&z=2018-12-25&g=2018-12-25), op hem rustende verplichting, en een betrekking heeft aanvaard als bedoeld in het eerste lid, of een andere gelegenheid tot verwerving van inkomsten heeft verkregen, wordt hem wachtgeld toegekend, met in achtneming van het bepaalde in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=20&z=2018-12-25&g=2018-12-25).
3. Als de betrekking of andere gelegenheid tot verwerving van inkomsten, bedoeld in het eerste lid, een arbeidsduur van gemiddeld ten minste 36 uur per week en een looptijd van ten minste drie maanden heeft en verkregen is door toedoen van belanghebbende zelf,wordt hem gedurende de voor hem geldende wachtperiode, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=5&z=2018-12-25&g=2018-12-25), niettegenstaande het bepaalde in het tweede lid, naast het wachtgeld een maandelijkse toeslag toegekend gelijk aan 25% van het laatstelijk als ambtnaar genoten inkomen. Het bepaalde en eerste volzin is niet van toepassing, indien het gaat om een plaatsing, herplaatsing of terbeschikkingstelling, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=5&artikel=29&z=2018-12-25&g=2018-12-25). Indien de betrekking of de andere gelegenheid tot verwerving van inkomsten een bepaalde looptijd heeft, vervalt de toeslag van rechtswege na ommekomst van die looptijd, tenzij sprake is van een direct aansluitende verlenging daarvan met een looptijd van ten minste drie maanden of van een direct aansluitende andere betrekking of andere gelegenheid tot verwerven van inkomsten met een arbeidsduur van gemiddeld ten minste 36 uren per week en een looptijd van ten minste drie maanden.
##### Artikel 16
Geen wachtgeld wordt toegekend aan de belanghebbende die weigert of nalaat de inlichtingen en de inzage van stukken te verschaffen, welke hem door het bevoegd gezag ingevolge [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=8&z=2018-12-25&g=2016-08-01), gevraagd zijn.
Geen wachtgeld wordt toegekend aan de belanghebbende die weigert of nalaat de inlichtingen en de inzage van stukken te verschaffen, welke hem door het bevoegd gezag ingevolge [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=8&z=2018-12-25&g=2018-12-25), gevraagd zijn.
##### Artikel 17
Geen wachtgeld wordt toegekend aan de belanghebbende die binnen een maand na de dag waarop hij zijn aanvrage heeft ingediend komt te verkeren in omstandigheden welke ingevolge [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=27&z=2018-12-25&g=2016-08-01) een grond tot intrekking van wachtgeld opleveren.
Geen wachtgeld wordt toegekend aan de belanghebbende die binnen een maand na de dag waarop hij zijn aanvrage heeft ingediend komt te verkeren in omstandigheden welke ingevolge [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=27&z=2018-12-25&g=2018-12-25) een grond tot intrekking van wachtgeld opleveren.
##### Artikel 18
Indien de belanghebbende zijn aanvrage indient na het verstrijken van de termijn, genoemd in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=8&z=2018-12-25&g=2016-08-01), of het verschaffen van de hem ingevolge het derde lid van dat artikel gevraagde inlichtingen of inzage van stukken door een aan hem toe te rekenen oorzaak vertraagd wordt, wordt het wachtgeld over elke volle kalendermaand, verlopen tussen de dag van het hem verleende ontslag en de dag van ontvangst van de aanvrage, onderscheidenlijk de inlichtingen of ter inzage aangeboden stukken, niet uitbetaald.
Indien de belanghebbende zijn aanvrage indient na het verstrijken van de termijn, genoemd in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=8&z=2018-12-25&g=2018-12-25), of het verschaffen van de hem ingevolge het derde lid van dat artikel gevraagde inlichtingen of inzage van stukken door een aan hem toe te rekenen oorzaak vertraagd wordt, wordt het wachtgeld over elke volle kalendermaand, verlopen tussen de dag van het hem verleende ontslag en de dag van ontvangst van de aanvrage, onderscheidenlijk de inlichtingen of ter inzage aangeboden stukken, niet uitbetaald.
##### Artikel 19
Het wachtgeld wordt uitbetaald over elke volle kalendermaand, gelegen in het tijdvak waarin de wachtgelder:
- a. de hem bij [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=11&z=2018-12-25&g=2016-08-01) en krachtens [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=12&z=2018-12-25&g=2016-08-01) opgelegde verplichtingen niet of niet volledig nakomt;
- a. de hem bij [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=11&z=2018-12-25&g=2018-12-25) en krachtens [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=12&z=2018-12-25&g=2018-12-25) opgelegde verplichtingen niet of niet volledig nakomt;
- b. metterwoon buiten Nederland gevestigd is zonder de vereiste toestemming van het bevoegd gezag verkregen te hebben;
@@ -175,7 +175,7 @@
##### Artikel 20
1. Indien de wachtgelder ter voldoening aan een van de verplichtingen, hem bij [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=10&z=2018-12-25&g=2016-08-01) opgelegd, een hem aangeboden betrekking heeft aanvaard of van een andere gelegenheid tot verwerving van inkomsten gebruik heeft gemaakt, wordt op het wachtgeld in mindering gebracht het bedrag waarmede de som van het wachtgeld en de aldus verworven inkomsten het laatstelijk genoten inkomen overschrijdt. Als betrekking of de andere gelegenheid tot verwerving van inkomsten, bedoeld in het eerste lid, een arbeidsduur van gemiddeld ten minste 36 uren per week en een looptijd van ten minste drie maanden heeft en is verkregen door toedoen van de wachtgelder zelf heeft hij gedurende de voor hem resterende wachtgeld-periode, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=5&z=2018-12-25&g=2016-08-01) niettegenstaande het bepaalde in de eerste volzin, naast het wachtgeld recht op maandelijkse toeslag gelijk aan 25% van het laatstelijk genoten inkomen. Het bepaalde in de tweede volzin is niet van toepassing, indien het gaat om een plaatsing, herplaatsing of terbeschikkingstelling, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=5&artikel=29&z=2018-12-25&g=2016-08-01). Indien de betrekking of de andere gelegenheid tot verwerving van inkomsten een bepaalde looptijd heeft, vervalt de toeslag van rechtswege na ommekomst van die looptijd, tenzij sprake is van een direct aansluitende verlenging daarvan met een omlooptijd van ten minste drie maanden of van een direct aansluitende andere betrekking of andere gelegenheid tot het verwerven van inkomsten met een arbeidsduur van gemiddeld ten minste 36 uren per week en een looptijd van ten minste drie maanden.
1. Indien de wachtgelder ter voldoening aan een van de verplichtingen, hem bij [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=10&z=2018-12-25&g=2018-12-25) opgelegd, een hem aangeboden betrekking heeft aanvaard of van een andere gelegenheid tot verwerving van inkomsten gebruik heeft gemaakt, wordt op het wachtgeld in mindering gebracht het bedrag waarmede de som van het wachtgeld en de aldus verworven inkomsten het laatstelijk genoten inkomen overschrijdt. Als betrekking of de andere gelegenheid tot verwerving van inkomsten, bedoeld in het eerste lid, een arbeidsduur van gemiddeld ten minste 36 uren per week en een looptijd van ten minste drie maanden heeft en is verkregen door toedoen van de wachtgelder zelf heeft hij gedurende de voor hem resterende wachtgeld-periode, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=5&z=2018-12-25&g=2018-12-25) niettegenstaande het bepaalde in de eerste volzin, naast het wachtgeld recht op maandelijkse toeslag gelijk aan 25% van het laatstelijk genoten inkomen. Het bepaalde in de tweede volzin is niet van toepassing, indien het gaat om een plaatsing, herplaatsing of terbeschikkingstelling, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=5&artikel=29&z=2018-12-25&g=2018-12-25). Indien de betrekking of de andere gelegenheid tot verwerving van inkomsten een bepaalde looptijd heeft, vervalt de toeslag van rechtswege na ommekomst van die looptijd, tenzij sprake is van een direct aansluitende verlenging daarvan met een omlooptijd van ten minste drie maanden of van een direct aansluitende andere betrekking of andere gelegenheid tot het verwerven van inkomsten met een arbeidsduur van gemiddeld ten minste 36 uren per week en een looptijd van ten minste drie maanden.
2. De verrekening geschiedt telkens over de maand waarop de inkomsten betrekking hebben. Indien de inkomsten van dien aard zijn, dat zij over een langere termijn moeten worden berekend, wordt op het wachtgeld een vermindering van een voorlopig vastgesteld bedrag toegepast onder voorbehoud van definitieve verrekening aan het einde van de langere termijn.
@@ -183,23 +183,23 @@
##### Artikel 21
Indien de wachtgelder niet aan de verplichtingen, hem bij het [tweede en derde lid van artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=10&z=2018-12-25&g=2016-08-01) opgelegd, voldoet, of inkomsten als bedoeld in het [voorgaande artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=20&z=2018-12-25&g=2016-08-01) zonder voldoende reden prijs geeft dan wel door eigen schuld of toedoen verloren doet gaan, worden op het wachtgeld in mindering gebracht de inkomsten die hij zou hebben kunnen verwerven door niet aldus te verzuimen, prijs te geven of verloren te doen gaan. De in artikel 20, eerste lid, tweede volzin, genoemd toeslag is alsdan niet van toepassing. Het tweede lid van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing.
Indien de wachtgelder niet aan de verplichtingen, hem bij het [tweede en derde lid van artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=10&z=2018-12-25&g=2018-12-25) opgelegd, voldoet, of inkomsten als bedoeld in het [voorgaande artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=20&z=2018-12-25&g=2018-12-25) zonder voldoende reden prijs geeft dan wel door eigen schuld of toedoen verloren doet gaan, worden op het wachtgeld in mindering gebracht de inkomsten die hij zou hebben kunnen verwerven door niet aldus te verzuimen, prijs te geven of verloren te doen gaan. De in artikel 20, eerste lid, tweede volzin, genoemd toeslag is alsdan niet van toepassing. Het tweede lid van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 21a
Indien de wachtgelder zonder geldige reden niet voldoet aan de hem bij het [vierde lid van artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=10&z=2018-12-25&g=2016-08-01) opgelegde verplichting, kan de wachtgeld door het bevoegde gezag geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken.
Indien de wachtgelder zonder geldige reden niet voldoet aan de hem bij het [vierde lid van artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=10&z=2018-12-25&g=2018-12-25) opgelegde verplichting, kan de wachtgeld door het bevoegde gezag geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken.
##### Artikel 22
Het bevoegd gezag kan bij de vaststelling van het bedrag dat op een wachtgeld in mindering dient te worden gebracht afwijken van de door de wachtgelder zelf verstrekte opgave van zijn inkomsten, onderscheidenlijk van de inkomsten die hij zou hebben verworven indien hij zich niet in de in het [voorgaande artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=21&z=2018-12-25&g=2016-08-01) bedoelde omstandigheden had gesteld, ingeval er aanleiding is om deze opgave als onjuist of onvolledig te beschouwen.
Het bevoegd gezag kan bij de vaststelling van het bedrag dat op een wachtgeld in mindering dient te worden gebracht afwijken van de door de wachtgelder zelf verstrekte opgave van zijn inkomsten, onderscheidenlijk van de inkomsten die hij zou hebben verworven indien hij zich niet in de in het [voorgaande artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=21&z=2018-12-25&g=2018-12-25) bedoelde omstandigheden had gesteld, ingeval er aanleiding is om deze opgave als onjuist of onvolledig te beschouwen.
##### Artikel 23
Geldelijke aanspraken uit hoofde van arbeidsongeschiktheid, door de wachtgelder op of na de dag waarop zijn ontslag uit de dienst is ingegaan verworven, worden voor de toepassing van deze paragraaf beschouwd als inkomsten in de zin van [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=20&z=2018-12-25&g=2016-08-01).
Geldelijke aanspraken uit hoofde van arbeidsongeschiktheid, door de wachtgelder op of na de dag waarop zijn ontslag uit de dienst is ingegaan verworven, worden voor de toepassing van deze paragraaf beschouwd als inkomsten in de zin van [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=20&z=2018-12-25&g=2018-12-25).
##### Artikel 24
Indien de inkomsten, als bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=20&z=2018-12-25&g=2016-08-01), worden of kunnen worden vermeerderd met een kindertoelage, wordt deze in mindering gebracht op de toelage bedoeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=7&artikel=33&z=2018-12-25&g=2016-08-01).
Indien de inkomsten, als bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=20&z=2018-12-25&g=2018-12-25), worden of kunnen worden vermeerderd met een kindertoelage, wordt deze in mindering gebracht op de toelage bedoeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=7&artikel=33&z=2018-12-25&g=2018-12-25).
##### Artikel 25
@@ -207,7 +207,7 @@
##### Artikel 26
Onverminderd het bepaalde bij [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=21&z=2018-12-25&g=2016-08-01) kan het wachtgeld door het bevoegd gezag worden ingetrokken, indien een wachtgelder bij herhaling een hem aangeboden betrekking, welke mede in verband met zijn persoonlijkheid of de omstandigheden voor hem passend worden geacht, weigert te aanvaarden.
Onverminderd het bepaalde bij [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=4&artikel=21&z=2018-12-25&g=2018-12-25) kan het wachtgeld door het bevoegd gezag worden ingetrokken, indien een wachtgelder bij herhaling een hem aangeboden betrekking, welke mede in verband met zijn persoonlijkheid of de omstandigheden voor hem passend worden geacht, weigert te aanvaarden.
##### Artikel 27
@@ -215,7 +215,7 @@
- a. binnen een jaar na de dag waarop het aan de betrokkene verleende ontslag is ingegaan bij onherroepelijk geworden beslissing komt vast te staan dat deze zich als overheidsdienaar in zijn betrekking zodanig heeft gedragen, dat hem daaruit ontslag zonder het predikaat «eervol» zou zijn verleend, indien van zijn gedragingen eerder was gebleken;
- b. de wachtgelder opzettelijk onjuiste gegevens als bedoeld in de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=8&z=2018-12-25&g=2016-08-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=11&z=2018-12-25&g=2016-08-01) of [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=12&z=2018-12-25&g=2016-08-01) verschaft heeft.
- b. de wachtgelder opzettelijk onjuiste gegevens als bedoeld in de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=8&z=2018-12-25&g=2018-12-25), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=11&z=2018-12-25&g=2018-12-25) of [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=3&artikel=12&z=2018-12-25&g=2018-12-25) verschaft heeft.
2. In het geval, bedoeld in het voorgaande lid onder b, wordt van de wachtgelder teruggevorderd het gedeelte van hem reeds uitgekeerde wachtgelden dat hem niet zou zijn toegekend, indien hij de onjuiste gegevens niet had verschaft.
@@ -249,7 +249,7 @@
##### Artikel 32
De aanspraak op wachtgeld vervalt, wanneer niet binnen twee jaren na de dag waarop de aanspraak is ontstaan de aanvrage, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=8&z=2018-12-25&g=2016-08-01), aan het bevoegd gezag gericht is.
De aanspraak op wachtgeld vervalt, wanneer niet binnen twee jaren na de dag waarop de aanspraak is ontstaan de aanvrage, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=8&z=2018-12-25&g=2018-12-25), aan het bevoegd gezag gericht is.
#### § 7. Verschillende bepalingen
@@ -269,9 +269,9 @@
1. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de wachtgelder of van de belanghebbende aan wie een wachtgeld zou zijn toegekend indien hij in het leven was gebleven, wordt door het bevoegd gezag aan de weduwe of weduwnaar een geldsbedrag uitgekeerd gelijk aan driemaal het wachtgeld waarop betrokkene op het tijdstip van zijn overlijden aanspraak had, vermeerderd met de hem te dien tijde toekomende kindertoelage.
2. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarig wettige of natuurlijke kinderen ten aanzien van wie met de overledene familierechtelijke betrekkingen bestaan. Ontbreken ook zodanige kinderen, dan geschiedt de uitbetaling, indien de overledene kostwinner was van ouders, broeders, zusters, meerderjarige kinderen of stiefkinderen, ten behoeve van deze betrekkingen.
3. Laat de overledene evenmin betrekkingen als bedoeld in het tweede lid na, dan wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag geheel of ten dele aangewend voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging.
2. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar nalaat, geschiedt de uitbetaling ten behoeve van de minderjarige kinderen. Onder kinderen worden in dit lid verstaan natuurlijke kinderen en kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt in dit lid verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van een kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook kinderen, dan geschiedt de betaling van de vakantie-uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de overledene. Laat de overledene ook geen betrekkingen na als bedoeld in de vorige volzin, dan wordt de vakantie-uitkering geheel of ten dele aangewend voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, voor zover de nalatenschap van de overledene voor de betaling van die kosten ontoereikend is.
3. In dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven levenspartner met wie de overleden niet gehuwde ambtenaar een gemeenschappelijke huishouding voerde. Slechts één persoon kan als levenspartner worden aangemerkt.
##### Artikel 36
@@ -311,7 +311,7 @@
##### Artikel 41a
1. Een op Bonaire, Sint Eustatius of Saba gevestigde werkgever, anders dan een bestuursorgaan of rechtspersoon, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=5&artikel=29&z=2018-12-25&g=2016-08-01), die een belanghebbende of wachtgelder, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=1&artikel=2&z=2018-12-25&g=2016-08-01), voor gemiddeld tenminste 36 uren per week in dienst neemt in zijn eigen bedrijf op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, wordt op zijn schriftelijk verzoek door het bevoegde gezag, gedurende de voor de belanghebbende of wachtgelder resterende wachtgeld-periode, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=5&z=2018-12-25&g=2016-08-01), en voor ten hoogste twee jaren, een bruto-bedrag per maand toegekend gelijk aan 20 % van het wachtgeld, waarop de belanghebbende of wachtgelder recht gehad zou hebben, als hij niet door de werkgever in dienst was genomen.
1. Een op Bonaire, Sint Eustatius of Saba gevestigde werkgever, anders dan een bestuursorgaan of rechtspersoon, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=5&artikel=29&z=2018-12-25&g=2018-12-25), die een belanghebbende of wachtgelder, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=1&artikel=2&z=2018-12-25&g=2018-12-25), voor gemiddeld tenminste 36 uren per week in dienst neemt in zijn eigen bedrijf op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, wordt op zijn schriftelijk verzoek door het bevoegde gezag, gedurende de voor de belanghebbende of wachtgelder resterende wachtgeld-periode, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028541&paragraaf=2&artikel=5&z=2018-12-25&g=2018-12-25), en voor ten hoogste twee jaren, een bruto-bedrag per maand toegekend gelijk aan 20 % van het wachtgeld, waarop de belanghebbende of wachtgelder recht gehad zou hebben, als hij niet door de werkgever in dienst was genomen.
2. Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen aan de opzet van het bedrijf van de werkgever, de inhoud van de arbeidsovereenkomst, de inhoud en wijze van indienen van het verzoek door de werkgever, de wijze van besteding door de werkgever, van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, alsmede het toezicht vanwege het bevoegde gezag op de uitvoering door de werkgever van de hem bij of krachtens dit artikel opgelegde verplichtingen.
2016-08-01
Wachtgeldbesluit overheidsdienaren BES — arts. 6, 6, 7 y 35 más
2011-10-09
Wachtgeldbesluit overheidsdienaren BES — arts. 6, 7, 12 y 16 más
2011-08-30
Wachtgeldbesluit overheidsdienaren BES — arts. 6, 7, 12 y 16 más
2011-01-01
Wachtgeldbesluit overheidsdienaren BES — arts. 2, 2, 6 y 39 más
2010-10-10
Wachtgeldbesluit overheidsdienaren BES
original version Tekst op deze datum