Wijzigingsgeschiedenis
Tijdelijk Besluit vrijstelling van dienst ambtenaren en werknemers BES
38 versions
· 2010-10-10 — 2026-04-11
2026-04-11
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES
2026-04-10
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72, 72
2026-01-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72, 72
2025-01-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72, 72
2024-10-16
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72, 72
2024-06-12
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 5 más
2024-01-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 9 más
2023-11-15
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 9 más
2023-07-07
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 13 más
2023-07-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 17 más
2023-02-10
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 13 más
2023-01-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 17 más
2022-01-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 6 más
2021-03-30
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 2 más
2021-01-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 5 más
2020-01-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72, 72
2019-03-07
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72, 72
2019-01-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 5 más
2018-12-25
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72, 72
2018-09-22
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 5 más
2018-06-26
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 9 más
2018-01-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 13 más
2017-01-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 9 más
2016-12-28
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 6 más
2016-08-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 10 más
2016-06-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 9 más
2016-01-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 10 más
2015-04-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 5 más
2015-01-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 10 más
2013-06-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 9 más
2012-07-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 9 más
2012-06-28
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 12 más
2012-06-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 9 más
2011-11-01
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 72, 72, 72 y 9 más
2011-10-09
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 1, 1, 2 y 130 más
2011-08-30
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 1, 2, 3, 5
2011-03-10
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES — arts. 2, 3
2010-10-10
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES
original version
Tekst op deze datum
Wijzigingen op 2021-03-30
@@ -4,7 +4,7 @@
1. De bepalingen van dit besluit en de uit kracht daarvan gegeven voorschriften vinden slechts toepassing voor zover niet anders is of wordt bepaald.
2. De [hoofdstukken IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV&z=2021-03-30&g=2021-01-01), [V](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=V&z=2021-03-30&g=2021-01-01) en [VI](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VI&z=2021-03-30&g=2021-01-01) zijn niet van toepassing op ambtenaren die niet regelmatig dienst doen.
2. De [hoofdstukken IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV&z=2021-03-30&g=2021-03-30), [V](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=V&z=2021-03-30&g=2021-03-30) en [VI](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VI&z=2021-03-30&g=2021-03-30) zijn niet van toepassing op ambtenaren die niet regelmatig dienst doen.
##### Artikel 2
@@ -22,7 +22,7 @@
- d. van personen in opleiding;
- e. van personen als bedoeld in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2021-03-30&g=2021-01-01);
- e. van personen als bedoeld in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2021-03-30&g=2021-03-30);
- f. voor een proeftijd van niet langer dan één jaar, ten hoogste met nog één jaar te verlengen. In bijzondere gevallen kan op verzoek van de ambtenaar de proeftijd na twee jaren nog uiterlijk met één jaar worden verlengd;
@@ -46,7 +46,7 @@
##### Artikel 4
1. De uitslag van het geneeskundig onderzoek, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2021-03-30&g=2021-01-01), wordt aan de belanghebbende zo spoedig mogelijk medegedeeld.
1. De uitslag van het geneeskundig onderzoek, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2021-03-30&g=2021-03-30), wordt aan de belanghebbende zo spoedig mogelijk medegedeeld.
2. De kosten van het geneeskundig onderzoek alsmede de eventuele reis- en verblijfkosten terzake van dit onderzoek van belanghebbende komen ten laste van de overheid.
@@ -54,7 +54,7 @@
##### Artikel 5
In bijzondere gevallen kan hij, die bij het geneeskundig onderzoek niet geschikt bevonden is, desniettemin in het belang van de dienst tot ambtenaar in tijdelijke dienst worden aangesteld, mits de geneeskundige(n), bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2021-03-30&g=2021-01-01), verklaart (verklaren), dat tegen een aanstelling in tijdelijke dienst uit medisch oogpunt geen bezwaar bestaat. Aan de betrokkene wordt, alvorens hij wordt aangesteld, mededeling gedaan van de inhoud en strekking van [artikel 6, eerste lid, van de Pensioenwet ambtenaren BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028714&artikel=6).
In bijzondere gevallen kan hij, die bij het geneeskundig onderzoek niet geschikt bevonden is, desniettemin in het belang van de dienst tot ambtenaar in tijdelijke dienst worden aangesteld, mits de geneeskundige(n), bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2021-03-30&g=2021-03-30), verklaart (verklaren), dat tegen een aanstelling in tijdelijke dienst uit medisch oogpunt geen bezwaar bestaat. Aan de betrokkene wordt, alvorens hij wordt aangesteld, mededeling gedaan van de inhoud en strekking van [artikel 6, eerste lid, van de Pensioenwet ambtenaren BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028714&artikel=6).
### Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
@@ -64,7 +64,7 @@
1. Bij overgang naar een ander ambt wordt een ambtenaar niet opnieuw gekeurd, tenzij voor dat ambt keuringseisen zijn vastgesteld of redelijkerwijze kunnen geacht worden te gelden, zwaarder dan die, welke zijn vastgesteld of redelijkerwijze geacht kunnen worden te gelden voor het ambt, dat hij tevoren bekleed heeft.
2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, vinden de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=II&artikel=4&z=2021-03-30&g=2021-01-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=II&artikel=5&z=2021-03-30&g=2021-01-01) overeenkomstige toepassing.
2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, vinden de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=II&artikel=4&z=2021-03-30&g=2021-03-30) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=II&artikel=5&z=2021-03-30&g=2021-03-30) overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 7
@@ -132,11 +132,11 @@
##### Artikel 14
1. De beoordeling, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2021-03-30&g=2021-01-01), de aantekening met betrekking tot een ambtenaar in de ranglijst, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2021-03-30&g=2021-01-01), aangebracht, en de weigering om een beoordeling te doen plaatsvinden of een aantekening in de ranglijst aan te brengen zijn beschikkingen als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, van de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028616&artikel=3).
2. In de regels, bedoeld in de [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2021-03-30&g=2021-01-01) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2021-03-30&g=2021-01-01), wordt in elk geval de mogelijkheid geopend van een administratief beroep tegen een beoordeling, een aantekening in de ranglijst of een weigering om een beoordeling te doen plaatsvinden of een aantekening aan te brengen.
3. Eveneens wordt de mogelijkheid van administratief beroep geopend tegen beschikkingen met betrekking tot verhogingen van een bezoldiging, toekenning van een toelage of beloning, en de weigering om een verhoging, een toelage of een beloning toe te kennen, voor zover de daartoe strekkende beschikkingen mede of uitsluitend op grond van een beoordeling als bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2021-03-30&g=2021-01-01) zijn tot stand gebracht.
1. De beoordeling, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2021-03-30&g=2021-03-30), de aantekening met betrekking tot een ambtenaar in de ranglijst, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2021-03-30&g=2021-03-30), aangebracht, en de weigering om een beoordeling te doen plaatsvinden of een aantekening in de ranglijst aan te brengen zijn beschikkingen als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, van de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028616&artikel=3).
2. In de regels, bedoeld in de [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2021-03-30&g=2021-03-30) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2021-03-30&g=2021-03-30), wordt in elk geval de mogelijkheid geopend van een administratief beroep tegen een beoordeling, een aantekening in de ranglijst of een weigering om een beoordeling te doen plaatsvinden of een aantekening aan te brengen.
3. Eveneens wordt de mogelijkheid van administratief beroep geopend tegen beschikkingen met betrekking tot verhogingen van een bezoldiging, toekenning van een toelage of beloning, en de weigering om een verhoging, een toelage of een beloning toe te kennen, voor zover de daartoe strekkende beschikkingen mede of uitsluitend op grond van een beoordeling als bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2021-03-30&g=2021-03-30) zijn tot stand gebracht.
4. Op het administratief beroep wordt beslist door het bevoegde gezag.
@@ -154,11 +154,11 @@
##### Artikel 16
Indien de bezoldiging geschiedt overeenkomstig een schaal die verschillende, naar de hoogte van de bedragen opstijgende bezoldigingstreden vertoont, kan de toekenning van verhogingen van de bezoldiging mede of uitsluitend afhankelijk worden gemaakt van de inhoud van een beoordeling als bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2021-03-30&g=2021-01-01). Hieromtrent kunnen nadere voorschriften worden gegeven bij ministeriële regeling voor zover het de ambtenaren in dienst van de staat betreft en bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, voor zover het de ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam betreft.
Indien de bezoldiging geschiedt overeenkomstig een schaal die verschillende, naar de hoogte van de bedragen opstijgende bezoldigingstreden vertoont, kan de toekenning van verhogingen van de bezoldiging mede of uitsluitend afhankelijk worden gemaakt van de inhoud van een beoordeling als bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2021-03-30&g=2021-03-30). Hieromtrent kunnen nadere voorschriften worden gegeven bij ministeriële regeling voor zover het de ambtenaren in dienst van de staat betreft en bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, voor zover het de ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam betreft.
##### Artikel 17
Aan de gewone bezoldiging welke voor een ambtenaar geldt kunnen behalve de toelagen en vergoedingen, bedoeld in de [artikelen 24, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=24&z=2021-03-30&g=2021-01-01), en [25, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=25&z=2021-03-30&g=2021-01-01), ook bijzondere individuele vergoedingen en verhogingen of persoonlijke toelagen met een periodiek karakter worden verbonden. De gronden waarop een zodanige verhoging of toelage kunnen worden toegekend worden bij ministeriële regeling vastgesteld voor zover het ambtenaren in dienst van de staat betreft en bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, voor zover het ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam betreft. [Artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=16&z=2021-03-30&g=2021-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
Aan de gewone bezoldiging welke voor een ambtenaar geldt kunnen behalve de toelagen en vergoedingen, bedoeld in de [artikelen 24, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=24&z=2021-03-30&g=2021-03-30), en [25, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=25&z=2021-03-30&g=2021-03-30), ook bijzondere individuele vergoedingen en verhogingen of persoonlijke toelagen met een periodiek karakter worden verbonden. De gronden waarop een zodanige verhoging of toelage kunnen worden toegekend worden bij ministeriële regeling vastgesteld voor zover het ambtenaren in dienst van de staat betreft en bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, voor zover het ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam betreft. [Artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=16&z=2021-03-30&g=2021-03-30) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 18
@@ -170,7 +170,7 @@
##### Artikel 20
In het geval, bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=19&z=2021-03-30&g=2021-01-01), geldt voor de toepassing van de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=16&z=2021-03-30&g=2021-01-01), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=17&z=2021-03-30&g=2021-01-01), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=18&z=2021-03-30&g=2021-01-01) en [24, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=24&z=2021-03-30&g=2021-01-01), als bezoldiging voor die ambtenaar de bezoldiging die hij in die functie zou hebben genoten, indien de voor hem geldende werktijd gelijk zou zijn aan de voor zijn functie gebruikelijke volledige werktijd.
In het geval, bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=19&z=2021-03-30&g=2021-03-30), geldt voor de toepassing van de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=16&z=2021-03-30&g=2021-03-30), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=17&z=2021-03-30&g=2021-03-30), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=18&z=2021-03-30&g=2021-03-30) en [24, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=24&z=2021-03-30&g=2021-03-30), als bezoldiging voor die ambtenaar de bezoldiging die hij in die functie zou hebben genoten, indien de voor hem geldende werktijd gelijk zou zijn aan de voor zijn functie gebruikelijke volledige werktijd.
##### Artikel 21
@@ -230,7 +230,7 @@
3. De vergoeding voor overwerk wordt in vrije tijd genoten en bestaat uit verlof, gelijk aan het aantal uren overschrijding van de per werkperiode vastgestelde arbeidsduur van een voltijds-werkende vermenigvuldigd met de factor:
- a. 2: voor overwerk, verricht op een dienstvrije dag, op een feestdag als bedoeld in [artikel 37, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=V&artikel=37&z=2021-03-30&g=2021-01-01), en tussen zondagmorgen zes uur en maandagmorgen zes uur;
- a. 2: voor overwerk, verricht op een dienstvrije dag, op een feestdag als bedoeld in [artikel 37, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=V&artikel=37&z=2021-03-30&g=2021-03-30), en tussen zondagmorgen zes uur en maandagmorgen zes uur;
- b. 1½: voor overwerk, verricht op andere tijdstippen
@@ -244,27 +244,27 @@
- b. een bedrag in geld, dat voor elk uur van de overschrijding, bedoeld onder a, een percentage van de voor de ambtenaar geldende inkomsten per uur bedraagt, te weten:
- 1. 100%: voor overwerk, verricht op een dienstvrije dag, op een feestdag als bedoeld in [artikel 37, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=V&artikel=37&z=2021-03-30&g=2021-01-01), en tussen zondagmorgen zes uur en maandagmorgen zes uur;
- 1. 100%: voor overwerk, verricht op een dienstvrije dag, op een feestdag als bedoeld in [artikel 37, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=V&artikel=37&z=2021-03-30&g=2021-03-30), en tussen zondagmorgen zes uur en maandagmorgen zes uur;
- 2. 50%: voor overwerk, verricht op andere tijdstippen.
7. Een vergoeding geheel in geld bestaat uit een bedrag in geld, dat voor elk uur overschrijding van de per werkperiode vastgestelde arbeidsduur van een voltijdswerkende een percentage van de voor de ambtenaar geldende inkomsten per uur bedraagt, te weten:
- 1. 200%: voor overwerk, verricht op een dienstvrije dag, op een feestdag als bedoeld in [artikel 37, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=V&artikel=37&z=2021-03-30&g=2021-01-01), en tussen zondagmorgen zes uur en maandagmorgen zes uur;
- 1. 200%: voor overwerk, verricht op een dienstvrije dag, op een feestdag als bedoeld in [artikel 37, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=V&artikel=37&z=2021-03-30&g=2021-03-30), en tussen zondagmorgen zes uur en maandagmorgen zes uur;
- 2. 150%: voor overwerk, verricht op andere tijdstippen.
8. Geen beloning voor overwerk, berekend per uur wordt genoten door ambtenaren:
- a. die een betrekking bekleden, welke hoger wordt bezoldigd dan volgens schaal 9 van de krachtens [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=15&z=2021-03-30&g=2021-01-01) vastgestelde bezoldigingsschalen, bedoeld in artikel 15, onder a, of volgens daarmede in andere organieke regelingen der bezoldigingen voorkomende overeenkomstige bezoldigingsschalen danwel volgens de schalen, welke daarvoor eventueel in de plaats zullen treden;
- a. die een betrekking bekleden, welke hoger wordt bezoldigd dan volgens schaal 9 van de krachtens [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=15&z=2021-03-30&g=2021-03-30) vastgestelde bezoldigingsschalen, bedoeld in artikel 15, onder a, of volgens daarmede in andere organieke regelingen der bezoldigingen voorkomende overeenkomstige bezoldigingsschalen danwel volgens de schalen, welke daarvoor eventueel in de plaats zullen treden;
- b. die met de leiding van een dienstvak of een onderdeel daarvan zijn belast of die zelfstandig overwerk verrichten;
- c. die zijn belast met de uitoefening van een functie c.q. taak, welke met zich meebrengt, dat zij regelmatig overwerk moeten verrichten.
Aan de onder a. en b. bedoelde ambtenaren kan voor overwerk een eenmalige vergoeding of een gratificatie en aan de onder c. bedoelde ambtenaren een vaste maandelijkse vergoeding in vrije tijd of, in zeer bijzondere gevallen, in geld worden toegekend, vast te stellen door het bevoegd gezag, voor wat betreft de maximale hoogte van het bedrag van een zodanige vergoeding in vrije tijd of, in zeer bijzondere gevallen, in geld of gratificatie met inachtneming van het bij of krachtens [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=10&artikel=70&z=2021-03-30&g=2021-01-01) bepaalde.
9. Als inkomsten als bedoeld in het zesde en zevende lid worden aangemerkt de bezoldiging, vermeerderd met een eventuele kindertoelage, de bijzondere individuele vergoedingen en de verhogingen en persoonlijke toelagen met een periodiek karakter welke op grond van een organieke regeling van de bezoldiging en ingevolge de [artikelen 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=17&z=2021-03-30&g=2021-01-01) en [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=24&z=2021-03-30&g=2021-01-01) worden genoten, de continue-toelage en vergoedingen van onkosten daaronder niet begrepen.
Aan de onder a. en b. bedoelde ambtenaren kan voor overwerk een eenmalige vergoeding of een gratificatie en aan de onder c. bedoelde ambtenaren een vaste maandelijkse vergoeding in vrije tijd of, in zeer bijzondere gevallen, in geld worden toegekend, vast te stellen door het bevoegd gezag, voor wat betreft de maximale hoogte van het bedrag van een zodanige vergoeding in vrije tijd of, in zeer bijzondere gevallen, in geld of gratificatie met inachtneming van het bij of krachtens [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=10&artikel=70&z=2021-03-30&g=2021-03-30) bepaalde.
9. Als inkomsten als bedoeld in het zesde en zevende lid worden aangemerkt de bezoldiging, vermeerderd met een eventuele kindertoelage, de bijzondere individuele vergoedingen en de verhogingen en persoonlijke toelagen met een periodiek karakter welke op grond van een organieke regeling van de bezoldiging en ingevolge de [artikelen 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=17&z=2021-03-30&g=2021-03-30) en [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=24&z=2021-03-30&g=2021-03-30) worden genoten, de continue-toelage en vergoedingen van onkosten daaronder niet begrepen.
10. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gewerkte tijd van dertig minuten of meer, doch korter dan van één uur, als een vol uur aangemerkt.
@@ -304,7 +304,7 @@
##### Artikel 29
Nadere regels ter uitvoering van de [artikelen 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=27&z=2021-03-30&g=2021-01-01) en [28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=28&z=2021-03-30&g=2021-01-01) worden vastgesteld:
Nadere regels ter uitvoering van de [artikelen 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=27&z=2021-03-30&g=2021-03-30) en [28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=28&z=2021-03-30&g=2021-03-30) worden vastgesteld:
- a. bij ministeriële regeling, voor ambtenaren in dienst van de staat;
@@ -312,7 +312,7 @@
##### Artikel 30
Ten aanzien van de ambtenaar voor wie de geldende werktijd korter is dan de voor zijn functie geldende gebruikelijke volledige werktijd wordt in de regels, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=29&z=2021-03-30&g=2021-01-01), indien en voor zover daarbij ter vaststelling van de kinder-, standplaats-, kostwinners- en detacheringstoelagen de bezoldiging het uitgangspunt vormt, de overeenkomstig [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=19&z=2021-03-30&g=2021-01-01) berekende bezoldiging in aanmerking genomen.
Ten aanzien van de ambtenaar voor wie de geldende werktijd korter is dan de voor zijn functie geldende gebruikelijke volledige werktijd wordt in de regels, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=29&z=2021-03-30&g=2021-03-30), indien en voor zover daarbij ter vaststelling van de kinder-, standplaats-, kostwinners- en detacheringstoelagen de bezoldiging het uitgangspunt vormt, de overeenkomstig [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=19&z=2021-03-30&g=2021-03-30) berekende bezoldiging in aanmerking genomen.
#### § 2. Kinder-, standplaats- en kostwinnerstoelage
@@ -338,11 +338,11 @@
##### Artikel 35
1. Op de ambtenaar, die in tijdelijke dienst is aangesteld, zijn de bepalingen, vervat in de [artikelen 31 tot en met 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=3&artikel=31&z=2021-03-30&g=2021-01-01), slechts van toepassing tot en met de dag, waarop de burgerlijke betrekking zou zijn geëindigd indien hij daaraan niet door de militaire dienst zou zijn onttrokken.
1. Op de ambtenaar, die in tijdelijke dienst is aangesteld, zijn de bepalingen, vervat in de [artikelen 31 tot en met 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=3&artikel=31&z=2021-03-30&g=2021-03-30), slechts van toepassing tot en met de dag, waarop de burgerlijke betrekking zou zijn geëindigd indien hij daaraan niet door de militaire dienst zou zijn onttrokken.
2. De bepalingen van deze paragraaf worden uitgevoerd door het bevoegd gezag.
3. Ten aanzien van de ambtenaar voor wie de geldende werktijd korter is dan de voor zijn functie geldende gebruikelijke volledige werktijd wordt ter uitvoering van de bepalingen van deze paragraaf de overeenkomstig [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=18&z=2021-03-30&g=2021-01-01) berekende bezoldiging in aanmerking genomen.
3. Ten aanzien van de ambtenaar voor wie de geldende werktijd korter is dan de voor zijn functie geldende gebruikelijke volledige werktijd wordt ter uitvoering van de bepalingen van deze paragraaf de overeenkomstig [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=18&z=2021-03-30&g=2021-03-30) berekende bezoldiging in aanmerking genomen.
#### § 3. Bezoldiging in militaire dienst
@@ -402,7 +402,7 @@
8. In afwijking van [hoofdstuk II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028606&hoofdstuk=II), [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028606&hoofdstuk=III) en [IIIA van het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028606&hoofdstuk=IIIa) heeft de ambtenaar tijdens de vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden, bedoeld in het eerste en vijfde lid, geen aanspraak op vakantie-uren; ten aanzien van de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, is [artikel 8, vierde lid, van het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028606&artikel=8) van overeenkomstige toepassing.
9. Onverminderd [artikel 71a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=10&artikel=71a&z=2021-03-30&g=2021-01-01), behoudt de ambtenaar al zijn overige rechten en aanspraken tijdens de vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden als bedoeld in het eerste, tweede en vijfde lid.
9. Onverminderd [artikel 71a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=10&artikel=71a&z=2021-03-30&g=2021-03-30), behoudt de ambtenaar al zijn overige rechten en aanspraken tijdens de vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden als bedoeld in het eerste, tweede en vijfde lid.
10. Herstel in activiteit na het einde van de vrijstelling van dienst, bedoeld in het eerste, tweede en vijfde lid, geschiedt bij beschikking van het bevoegde gezag, tenzij de ambtsbetrekking reeds eerder mocht zijn geëindigd.
@@ -434,7 +434,7 @@
##### Artikel 40
De bij of krachtens [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VI&artikel=39&z=2021-03-30&g=2021-01-01) verstrekte uitkering wordt verminderd met de vergoeding of uitkering welke de ambtenaar ontvangt krachtens een wettelijk voorgeschreven verzekering ter zake van ziekte.
De bij of krachtens [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VI&artikel=39&z=2021-03-30&g=2021-03-30) verstrekte uitkering wordt verminderd met de vergoeding of uitkering welke de ambtenaar ontvangt krachtens een wettelijk voorgeschreven verzekering ter zake van ziekte.
### Hoofdstuk V. Dienst- en werktijden
@@ -510,7 +510,7 @@
##### Artikel 49
1. Het is de ambtenaar in dienst van de staat verboden een ten laste van een openbaar lichaam bezoldigd ambt tegelijk met zijn ambt te bekleden anders dan met machtiging van de Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
1. Het is de ambtenaar in dienst van de staat verboden een ten laste van een openbaar lichaam bezoldigd ambt tegelijk met zijn ambt te bekleden anders dan met machtiging van de Onze Minister.
2. Het is de ambtenaar in dienst van een openbaar lichaam verboden een ten laste van de staat bezoldigd ambt tegelijk met zijn ambt te bekleden anders dan met machtiging van het bevoegd gezag.
@@ -682,840 +682,858 @@
Door het bevoegde gezag kan worden bepaald, in welke niet elders voorziene gevallen schadeloosstelling en vergoeding van kosten zal worden verleend.
#### § 6. Dienstkleding
##### Artikel 70
1. De ambtenaar kan wegens buitengewone toewijding of bijzonder loffelijke dienstverrichting door het bevoegde gezag worden beloond.
2. De beloningen zijn:
- a. tevredenheidbetuiging;
- b. gratificatie;
- c. eenvoudige geldelijke beloning.
3. De gratificatie, bedoeld in het tweede lid, bedraagt in een kalenderjaar niet meer dan
- a. acht en een derde procent van de bezoldiging berekend over een jaar voor ambtenaren in dienst van de staat, en
- b. een bedrag, vast te stellen bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam.
4. De eenvoudige geldelijke beloning gaat een bedrag, gelijk aan tien procent (10%) van de aanvangsbezoldiging, behorende bij de laagste bezoldigingsschaal, zoals vastgesteld krachtens het [Bezoldigingsbesluit 1998 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028491), niet te boven en kan ten hoogste tweemaal per kalenderjaar aan dezelfde ambtenaar worden toegekend.
5. Ten aanzien van de ambtenaar voor wie de geldende werktijd korter is dan de voor zijn functie geldende gebruikelijke volledige werktijd wordt ter uitvoering van de bepalingen van dit artikel de bezoldiging in aanmerking genomen die hij in die functie zou hebben genoten, indien de voor hem geldende werktijd gelijk zou zijn aan de voor zijn functie gebruikelijke volledige werktijd.
##### Artikel 71
Indien het naar het oordeel van het bevoegde gezag van groot algemeen belang is dat een bepaalde vacante betrekking zonder uitstel wordt bezet of dat een betrekking door de ambtenaar die haar bezet niet wordt opgegeven, kan een eenmalige uitkering worden toegekend aan de persoon die bereid is de bedoelde betrekking gedurende een bepaald, in de beschikking waarbij de uitkering wordt toegekend als voorwaarde voor de toekenning aan te duiden tijdvak te gaan bezetten, onderscheidenlijk niet op te geven. Aan de toekenning kunnen ook andere voorwaarden, verband houdende met de betreffende betrekking en de wijze waarop zij wordt uitgeoefend worden verbonden. Nadere regels aangaande de hoogte van de uitkering, de voorwaarden waaronder zij kan worden toegekend en de gevallen waarin zij geheel of gedeeltelijk niet wordt uitbetaald dan wel teruggevorderd, worden vastgesteld:
- a. bij ministeriële regeling voor ambtenaren in dienst van de staat, en
- b. bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam.
#### § 7. Ambts- en dienstwoningen
##### Artikel 72
Deze paragraaf is niet van toepassing op de aspirant en de vrijwillige ambtenaar in opleiding, bedoeld in [artikel 1 van het Besluit rechtspositie korps politie BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028767&artikel=1).
#### § 8. Schadeplicht en rekenplicht
##### Artikel 70
1. De ambtenaar kan wegens buitengewone toewijding of bijzonder loffelijke dienstverrichting door het bevoegde gezag worden beloond.
2. De beloningen zijn:
- a. tevredenheidbetuiging;
- b. gratificatie;
- c. eenvoudige geldelijke beloning.
3. De gratificatie, bedoeld in het tweede lid, bedraagt in een kalenderjaar niet meer dan
- a. acht en een derde procent van de bezoldiging berekend over een jaar voor ambtenaren in dienst van de staat, en
- b. een bedrag, vast te stellen bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam.
4. De eenvoudige geldelijke beloning gaat een bedrag, gelijk aan tien procent (10%) van de aanvangsbezoldiging, behorende bij de laagste bezoldigingsschaal, zoals vastgesteld krachtens het [Bezoldigingsbesluit 1998 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028491), niet te boven en kan ten hoogste tweemaal per kalenderjaar aan dezelfde ambtenaar worden toegekend.
5. Ten aanzien van de ambtenaar voor wie de geldende werktijd korter is dan de voor zijn functie geldende gebruikelijke volledige werktijd wordt ter uitvoering van de bepalingen van dit artikel de bezoldiging in aanmerking genomen die hij in die functie zou hebben genoten, indien de voor hem geldende werktijd gelijk zou zijn aan de voor zijn functie gebruikelijke volledige werktijd.
##### Artikel 71
Indien het naar het oordeel van het bevoegde gezag van groot algemeen belang is dat een bepaalde vacante betrekking zonder uitstel wordt bezet of dat een betrekking door de ambtenaar die haar bezet niet wordt opgegeven, kan een eenmalige uitkering worden toegekend aan de persoon die bereid is de bedoelde betrekking gedurende een bepaald, in de beschikking waarbij de uitkering wordt toegekend als voorwaarde voor de toekenning aan te duiden tijdvak te gaan bezetten, onderscheidenlijk niet op te geven. Aan de toekenning kunnen ook andere voorwaarden, verband houdende met de betreffende betrekking en de wijze waarop zij wordt uitgeoefend worden verbonden. Nadere regels aangaande de hoogte van de uitkering, de voorwaarden waaronder zij kan worden toegekend en de gevallen waarin zij geheel of gedeeltelijk niet wordt uitbetaald dan wel teruggevorderd, worden vastgesteld:
##### Artikel 73
Ter zake van niet naleving van bepalingen, welke redelijkerwijs niet kunnen worden geacht de ambtenaar bekend te zijn, worden hem geen voordelen onthouden of nadelen toegebracht.
##### Artikel 74
Indien schriftelijke klachten, de ambtenaar betreffende, bij het bevoegde gezag of het hoofd van dienst inkomen, wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk in de gelegenheid gesteld daarvan kennis te nemen en is hij desgevorderd verplicht, de desbetreffende stukken voor ‘gezien’ te tekenen. Hij is bevoegd zijn oordeel over de inhoud daarvan zowel mondeling als schriftelijk te geven.
##### Artikel 75
1. In strijd met een regeling, door het bevoegde gezag getroffen, worden de ambtenaar geen voordelen onthouden of nadelen toegebracht.
2. Het bevoegde gezag dat een algemene regeling vaststelde, is niet bevoegd voor een bepaald geval ten nadele van de ambtenaar daarvan af te wijken, tenzij de regeling afwijking voorbehoudt.
##### Artikel 76
Het verlenen van overtocht ten laste van de overheid of het toekennen van vergoeding van overtochtskosten geschiedt overeenkomstig de daarvoor bij ministeriële regeling vastgestelde regelen.
##### Artikel 77
Voorschriften betreffende de overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar worden vastgesteld:
- a. bij ministeriële regeling, voor ambtenaren in dienst van de staat;
- b. bij eilandbesluit houdende algemene maatregelen, voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam.
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
##### Artikel 78
1. De ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt, of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, kan deswege door het bevoegde gezag disciplinair worden gestraft.
2. Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets, hetwelk een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.
3. Een strafvervolging wegens een feit dat mede een plichtsverzuim inhoudt, sluit een disciplinaire strafoplegging wegens datzelfde feit niet uit.
4. Tenzij door Ons of met Onze machtiging door Onze Minister anders is bepaald, wordt de straf opgelegd door het gezag dat bevoegd is tot aanstelling in het door de ambtenaar beklede ambt. Indien deze bevoegdheid bij Ons berust, geschiedt de bestraffing, behalve voor zover het betreft de straffen genoemd in [artikel 80, eerste lid, onder g tot en met i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VIII&artikel=80&z=2021-03-30&g=2021-03-30), door Onze Minister.
##### Artikel 79
1. De disciplinaire straffen, welke kunnen worden toegepast zijn:
- a. schriftelijke berisping;
- b. buitengewone dienst op andere dagen dan de zondag en de voor de ambtenaar geldende kerkelijke feestdagen, zonder de ingevolge [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=25&z=2021-03-30&g=2021-03-30) voor overwerk toe te kennen beloning of tegen een lagere beloning dan deze;
- c. geldboete;
- d. inhouding, geheel of gedeeltelijk, van inkomen;
- e. terugzetting naar een lagere bezoldigingstrede;
- f. uitsluiting van bevordering;
- g. terugzetting in rang, al of niet voor een bepaalde tijd en met of zonder vermindering van bezoldiging;
- h. schorsing voor een bepaalde tijd met inhouding, geheel of gedeeltelijk, van inkomen;
- i. ontslag.
2. Ten aanzien van ambtenaren in dienst van de openbare lichamen kan bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, de bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid, onder a tot en met g, genoemde straffen aan in dat eilandbesluit aangewezen functionarissen worden overgedragen.
3. De toepassing van de in het eerste lid onder b, c, d, e, f en g genoemde straffen geschiedt met inachtneming van het navolgende:
- 1°. buitengewone dienst wordt opgelegd voor ten hoogste zes uren met een maximum van drie uren per dag al of niet in aansluiting op de diensttijd;
- 2°. geldboete bedraagt ten minste vijf procent (5%) en ten hoogste vijftig procent (50%) van de aanvangsbezoldiging, behorende bij de laagste bezoldigingsschaal, zoals vastgesteld krachtens het [Bezoldigingsbesluit 1998 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028491), afgerond tot het naast-hogere bedrag in gehele dollars;
- 3°. inhouding van inkomen geschiedt tot een bedrag van ten hoogste een maand inkomen;
- 4°. terugzetting in bezoldiging geschiedt voor ten hoogste twee bezoldigingstreden;
- 5°. uitsluiting van bevordering geschiedt voor niet langer dan vier jaren;
- 6°. terugzetting in rang bestaat in het overbrengen van de gestrafte naar de onmiddellijk lagere rang met of zonder vermindering van zijn bezoldiging tot de aan die rang verbonden bezoldiging;
- 7°. schorsing geschiedt voor ten hoogste zes maanden.
4. Bij het opleggen van een straf kan worden bepaald, dat zij niet ten uitvoer zal worden gelegd, indien betrokkene zich gedurende de bij het opleggen van de straf te bepalen termijn, welke die van twee jaren niet te boven mag gaan, niet schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de bestraffing plaats vindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim en zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel te stellen bijzondere voorwaarden. De voorwaarden mogen de godsdienstige of staatkundige vrijheid niet beperken.
5. Dezelfde functionaris, die over de voorwaardelijke strafopschorting, bedoeld in het vierde lid, heeft beslist, kan, indien betrokkene zich binnen de bepaalde proeftijd wederom aan een plichtsverzuim als in het vierde lid bedoeld schuldig maakt of zich niet houdt aan de eventueel gestelde bijzondere voorwaarden, gelasten dat de opgeschorte straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd.
6. Ten aanzien van de ambtenaar voor wie de geldende werktijd korter is dan de voor zijn functie geldende gebruikelijke volledige werktijd wordt ter uitvoering van de bepalingen van dit artikel de bezoldiging in aanmerking genomen die hij in die functie zou hebben genoten, indien de voor hem geldende werktijd gelijk zou zijn aan de voor zijn functie gebruikelijke volledige werktijd.
##### Artikel 80
1. De kennisgeving, bedoeld in [artikel 95, eerste lid, van de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028616&artikel=95), wordt zo mogelijk in het dienstgebouw of de werkplaats waar de ambtenaar zijn dienst verricht tegen gedagtekend en door hem ondertekend ontvangstbewijs ter hand gesteld.
2. Indien de ambtenaar niet in het dienstgebouw of op de werkplaats aanwezig is, wordt de mededeling aan zijn woon- of verblijfplaats tegen gedagtekend en door de ontvanger ondertekend ontvangstbewijs afgegeven aan de betrokkene of aan een van zijn huisgenoten. Indien degene die met de afgifte van de mededeling belast is noch de ambtenaar, noch iemand van diens huisgenoten aantreft, of indien degene die hij aantreft weigert het stuk in ontvangst te nemen of het ontvangstbewijs te ondertekenen, wordt het bij aangetekende post aan zijn woon- of verblijfplaats gezonden.
3. In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, wordt de betrokken ambtenaar geacht met de mededeling bekend te zijn geworden op de dag van de afgifte aan zijn woon- of verblijfplaats, onderscheidenlijk op de dag waarop het door de postdienst aan die woon- of verblijfplaats is bezorgd of aangeboden.
##### Artikel 81
1. De straf wordt niet opgelegd dan nadat de ambtenaar in de gelegenheid is gesteld zich, ter keuze van de tot het opleggen van straffen bevoegden, mondeling of schriftelijk, binnen zeven dagen tegenover deze te verantwoorden. Bij zijn verantwoording mag de ambtenaar van de hulp van anderen gebruik maken.
2. Geschiedt de verantwoording mondeling, dan wordt daarvan aanstonds proces-verbaal opgemaakt, dat na voorlezing wordt getekend door hem te wiens overstaan de verantwoording plaats heeft en door de ambtenaar. Weigert de ambtenaar de ondertekening, dan wordt daarvan in het proces-verbaal, zo mogelijk met vermelding der redenen, melding gemaakt.
3. Indien de ambtenaar zulks verlangt, worden hij en degene, van wiens hulp hij bij zijn verantwoording gebruik maakt, in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de ambtelijke rapporten of andere bescheiden, welke op de hem ten laste gelegde feiten betrekking hebben, met uitzondering echter van de stukken tegen welker kennisneming het openbaar belang zich bepaaldelijk verzet.
4. De strafoplegging moet schriftelijk geschieden en is met redenen omkleed.
5. De tot het opleggen van straffen bevoegden geven aan de gestrafte onverwijld kennis van de strafoplegging door toezending van een afschrift van het desbetreffend besluit. Het [tweede, derde en vierde lid van artikel 80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VIII&artikel=80&z=2021-03-30&g=2021-03-30) zijn van overeenkomstige toepassing.
6. Indien de strafoplegging plaats vindt door de krachtens het [tweede lid van artikel 79](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VIII&artikel=79&z=2021-03-30&g=2021-03-30) aangewezenen, wordt in het besluit tot strafoplegging tevens medegedeeld, dat binnen veertien dagen na ontvangst daarvan bij het bevoegd gezag schriftelijk beroep van betrokkene onder aanvoering van gronden open staat, tenzij het bevoegd gezag ingevolge het tweede lid van artikel 79 is aangewezen. Het bevoegd gezag is verplicht binnen drie maanden na de dag waarop de ambtenaar in beroep is gekomen, deze een met redenen omklede beslissing toe te zenden.
##### Artikel 82
1. De straf, behalve die van schriftelijke berisping, wordt niet ten uitvoer gelegd, zolang zij niet onherroepelijk is geworden, tenzij onmiddellijke tenuitvoerlegging naar het oordeel van de tot straffen bevoegden door het dienstbelang wordt gevorderd.
2. Indien tot onmiddellijke tenuitvoerlegging van de straf van buitengewone dienst is overgegaan en deze straf na ingesteld beroep niet wordt gehandhaafd, wordt de tijd, gedurende welke buitengewone dienst is verricht, aangemerkt als diensttijd gedurende welke opgedragen werk na de vastgestelde werktijden is verricht en wordt aan de hand van de ter zake geldende voorschriften een beloning voor overwerk toegekend.
##### Artikel 83
1. Ter zake van een gedraging als bedoeld in [artikel 78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VIII&artikel=78&z=2021-03-30&g=2021-03-30) kan slechts één disciplinaire straf worden opgelegd.
2. De ambtenaar die zich aan meerdere op zich zelf staande gedragingen als bedoeld in [artikel 78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VIII&artikel=78&z=2021-03-30&g=2021-03-30) schuldig maakt, kan ter zake elk dier gedragingen afzonderlijk en zonder vermindering disciplinair worden gestraft.
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
##### Artikel 84
Onverminderd [artikel 78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VIII&artikel=78&z=2021-03-30&g=2021-03-30) kan de ambtenaar door het gezag dat bevoegd is tot aanstelling worden geschorst in zijn ambt:
- a. wanneer er een strafrechtelijke vervolging ter zake van misdrijf tegen hem wordt ingesteld;
- b. wanneer hem door het bevoegde gezag het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven of hem van de oplegging van deze straf mededeling is gedaan;
- c. in andere gevallen, waarin schorsing naar het oordeel van het daartoe bevoegde gezag wordt gevorderd door het belang van de dienst.
##### Artikel 85
1. De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst, indien hij:
- a. zich in verzekerde bewaring bevindt;
- b. in een krankzinnigengesticht wordt verpleegd.
2. Onverminderd het eerste lid wordt de ambtenaar, die in een krankzinnigengesticht wordt verpleegd, ziekteverlof verleend krachtens de ter zake bestaande regelingen.
##### Artikel 86
1. Tijdens de schorsing ingevolge [artikel 84, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=84&z=2021-03-30&g=2021-03-30), of ingevolge [artikel 85, eerste lid onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=85&z=2021-03-30&g=2021-03-30), wordt het inkomen voor één derde gedeelte ingehouden; na verloop van een termijn van zes weken kan een verdere inhouding, ook van het volle bedrag, plaatsvinden. Het niet ingehouden gedeelte van het inkomen kan aan anderen dan aan de ambtenaar worden uitbetaald.
2. Tijdens de schorsing ingevolge [artikel 84, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=84&z=2021-03-30&g=2021-03-30), kan tot de in de strafaanzegging of -oplegging genoemde datum van ingang van het ontslag het inkomen geheel of gedeeltelijk worden ingehouden. Van bedoelde datum van ingang van het ontslag af wordt het inkomen geheel ingehouden. Het niet ingehouden gedeelte van het inkomen kan aan anderen dan aan de ambtenaar worden uitbetaald.
3. Het ingevolge het eerste lid ingehouden inkomen wordt alsnog uitbetaald, indien de schorsing niet door een door de strafrechter opgelegde straf gevolgd of ook indien en in zoverre op andere gronden alsnog tot uitbetaling wordt besloten.
4. Het ingevolge het tweede lid ingehouden inkomen wordt alsnog uitbetaald, indien op de schorsing bestraffing van de ambtenaar met onvoorwaardelijk ontslag niet volgt.
##### Artikel 87
1. Ontslag wordt gegeven door het tot het gezag dat bevoegd is tot aanstelling. Het wordt schriftelijk verleend. De ontslagbeschikking vermeldt de dag van ingang van het ontslag dan wel een aanduiding van die dag.
2. Bij ongevraagd ontslag wordt de ambtenaar, behoudens [artikel 89](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=89&z=2021-03-30&g=2021-03-30), de reden van het ontslag schriftelijk medegedeeld.
##### Artikel 88
1. Aan de ambtenaar wordt op zijn verzoek eervol ontslag verleend.
2. Tenzij overeenkomstig het verzoek van de ambtenaar zelf of om dringende redenen van openbaar belang, wordt dit ontslag niet verleend met ingang van een dag, vroeger dan één maand of later dan drie maanden na die dag, waarop het verzoek om ontslag is ingekomen.
3. Is een strafvervolging tegen de ambtenaar aanhangig of wordt overwogen hem in aanmerking te brengen voor een disciplinaire straf, dan kan het nemen van een beslissing op het verzoek om ontslag worden aangehouden totdat de uitspraak van de strafrechter of de beslissing inzake de disciplinaire straf onherroepelijk is geworden.
##### Artikel 89
1. Aan de ambtenaar in tijdelijke dienst, die blijkens zijn benoeming voor een bepaalde tijd of voor een proeftijd is benoemd, wordt, tenzij het tegendeel blijkt, geacht eervol ontslag te zijn verleend, zodra die tijd is verstreken.
2. Aan de ambtenaar in tijdelijke dienst, die voor onbepaalde tijd is benoemd, kan eervol ontslag worden verleend, mits een opzeggingstermijn in acht wordt genomen:
- a. van drie maanden ingeval de betrokkene bij het begin van de opzeggingstermijn laatstelijk ten minste twaalf maanden onafgebroken in dienst was;
- b. van twee maanden ingeval de betrokkene bij het begin van de opzeggingstermijn laatstelijk zes maanden of langer, doch korter dan twaalf maanden, onafgebroken in dienst was;
- c. van één maand ingeval de betrokkene bij het begin van de opzeggingstermijn laatstelijk korter dan zes maanden onafgebroken in dienst was.
3. Over de tijd, welke aan de in het tweede lid bedoelde opzeggingstermijn mocht ontbreken, heeft de betrokkene recht op doorbetaling van het inkomen.
4. Op doorbetaling van het inkomen bestaat niet langer aanspraak indien de ambtenaar:
- a. gedurende de opzeggingstermijn uit eigen beweging de actieve dienst verlaat;
- b. gedurende de opzeggingstermijn zonder de vereiste toestemming een andere betrekking aanvaardt.
5. Aan de ambtenaar in tijdelijke dienst als bedoeld in het eerste lid kan eervol ontslag worden verleend met ingang van de dag, gelegen binnen de bepaalde tijd of de proeftijd. In dat geval vindt het tweede, derde en vierde lid overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 90
1. Aan de ambtenaar wordt door het bevoegde gezag eervol ontslag verleend met ingang van de dag waarop hij op grond van [artikel 6 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028459&artikel=6) recht heeft op ouderdomspensioen.
2. Indien de ambtenaar op de dag, bedoeld in het eerste lid, krachtens de ter zake voor hem geldende wettelijke bepalingen in het genot is van dan wel aanspraak heeft op verlof of vakantie, wordt het ontslag aan hem verleend in aansluiting op het einde daarvan, met dien verstande dat het verlof of de vakantie waarop hij nog aanspraak heeft ingaat op de dag, bedoeld in het eerste lid.
3. De arbeidsovereenkomst met een werknemer van een rechtspersoon die door een openbaar lichaam in het leven geroepen is en in financieel opzicht tot zulk een lichaam in een bijzondere verhouding staat, eindigt uiterlijk met ingang van de dag waarop de betrokkene op grond van [artikel 6 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028459&artikel=6) recht heeft op ouderdomspensioen.
4. Indien een werknemer als bedoeld in het derde lid krachtens de ter zake voor hem geldende wettelijke of in de arbeidsovereenkomst opgenomen bepalingen in het genot is van dan wel aanspraak heeft op verlof of vakantie, eindigt de arbeidsovereenkomst in aansluiting op het einde daarvan, met dien verstande dat het verlof of de vakantie waarop hij nog aanspraak heeft, ingaat op de in het derde lid bedoelde dag.
5. Dit artikel is niet van toepassing op de bedienaren van de godsdienst en de godsdienstleraren.
##### Artikel 91
1. Aan de ambtenaar kan eervol ontslag worden verleend wegens opheffing van zijn betrekking, wegens verandering in de inrichting van de dienst of het bedrijf, waar hij werkzaam is, hetzij van twee of meer diensten of bedrijven, of wegens verminderde behoefte aan arbeidskrachten.
2. In de gevallen, dat door het bevoegd gezag wordt overgegaan tot toepassing van het eerste lid, geschiedt het ontslag van de in vaste dienst aangestelde ambtenaar, met uitzondering van het ontslag wegens opheffing van de betrekking, zoveel mogelijk in de volgende rangorde:
- a. zij die zulks wensen;
- b. zij die pensioengerechtigd zijn, waarbij degenen die niet reeds gedurende zes maanden of langer kostwinner zijn van een gezin of van de betrekkingen, bedoeld in de [tweede volzin van artikel 36, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=36&z=2021-03-30&g=2021-03-30), vóór degenen die dit wèl zijn, en binnen deze beide groepen ouderen in leeftijd vóór jongeren gaan;
- c. zij die op de voet van de bepalingen van het West-Indisch Detacheringsbesluit 1930 werden uitgezonden;
- d. zij die de leeftijd van dertig jaren nog niet hebben overschreden en niet reeds gedurende zes maanden of langer kostwinner zijn van een gezin of van de betrekkingen, bedoeld in de tweede volzin van [artikel 36, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=36&z=2021-03-30&g=2021-03-30), te beginnen met degenen die de minste dienstjaren hebben;
- e. zij die de minste dienstjaren hebben.
Onder dienstjaren wordt verstaan de tijd in dienst van de staat of de openbare lichamen doorgebracht, ongeacht of gedurende deze tijd een functie in een volledige of in een kortere werktijd is bekleed.
3. Wanneer het dienstbelang zulks vordert, kan bij verlening van ontslag worden afgeweken van de rangorde, genoemd in het tweede lid, met dien verstande dat, indien de omvang van de voorgenomen afvloeiing daartoe aanleiding geeft, deze geschiedt op basis van een door het bevoegd gezag vastgesteld plan, dat aan de betrokken ambtenaren kenbaar wordt gemaakt.
4. Wanneer krachtens het eerste lid ontslag wordt verleend aan een ambtenaar in tijdelijke dienst, die daaraan geen aanspraak op wachtgeld ontleent, wordt een opzeggingstermijn in acht genomen als aangegeven in [artikel 89, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=89&z=2021-03-30&g=2021-03-30). Artikel 89, derde en vierde lid, is alsdan van toepassing. In alle andere gevallen, waarin krachtens het eerste lid ontslag wordt verleend, wordt een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen.
##### Artikel 92
1. Buiten de gevallen, hierboven of bij andere wettelijke regelingen bepaald, kan de ambtenaar slechts worden ontslagen op grond van:
- a. verlies van een vereiste bij de aanstelling voor de benoembaarheid gesteld, tenzij het vereiste alleen bij de aanvaarding van het ambt geldt;
- b. staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;
- c. toepassing van lijfsdwang wegens schulden, krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;
- d. onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf;
- e. blijvende ongeschiktheid voor de vervulling van zijn ambt als gevolg van een ziekte of gebrek;.
- f. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken;
- g. het niet behaald hebben van het (de) diploma('s), bedoeld in [artikel 2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=II&artikel=2&z=2021-03-30&g=2021-03-30);
- h. het willekeurig verbreken van het dienstverband door de ambtenaar.
2. Behalve in het geval onder d van het eerste lid bedoeld wordt een ontslag op grond van dit artikel steeds eervol verleend. Het kan niet vroeger ingaan dan de dag, volgende op die, waarop de reden voor het ontslag voor het eerst geconstateerd en in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a, e, f en g, tevens door of namens het bevoegde gezag aan de betrokkene is medegedeeld.
3. Het ontslag op de in onderdeel e van het eerste lid bedoelde grond wordt eerst verleend, nadat ter zake van de ongeschiktheid een geneeskundig onderzoek is ingesteld.
4. Het geneeskundig onderzoek, bedoeld in het derde lid, geschiedt door een of meer door het bevoegd gezag aan te wijzen geneeskundigen.
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
##### Artikel 93
Dit besluit berust op de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=13), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=15), [15a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=15a), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=17), [42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=42), [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=43), [46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=46), [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=47), [54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=54), [55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=55), [81](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=81), [82](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=82), [87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=87), [99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=99), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=100) en [120a van de Ambtenarenwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=120a).
##### Artikel 94
Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit ambtenaren BES.
##### Artikel 72a
De ambtenaar kan, met inachtneming van [artikel 72b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11&artikel=72b&z=2021-03-30&g=2021-03-30), in het belang van de dienst worden verplicht om scholing te volgen, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd. Bij het opleggen van de verplichting tot het volgen van scholing worden studiefaciliteiten toegekend.
##### Artikel 72b
1. Aan de ambtenaar kan niet zonder zijn instemming een studieopdracht in het Europese deel van Nederland of in het buitenland worden gegeven, indien die studie de duur van zes maanden overschrijdt.
2. De ambtenaar voor wie de geldende werktijd korter is dan de volledige werktijd, is niet verplicht een studieopdracht in het Europese deel van Nederland of in het buitenland te aanvaarden. Indien hij met de verlening van een dergelijke studieopdracht heeft ingestemd, wordt hij voor de duur van die studie in volledige werktijd aangesteld.
##### Artikel 72c
De in [artikel 72a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11&artikel=72a&z=2021-03-30&g=2021-03-30) bedoelde studiefaciliteiten zijn:
- a. een volledige vergoeding van de met de studie gemoeide scholingskosten, waaronder examengelden en de kosten voor boeken alsmede noodzakelijke reis- en verblijfkosten;
- b. verlof met behoud van bezoldiging voor de tijd die is gemoeid met het volgen van lessen en stages die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding en voor de tijd die gemoeid is met het afleggen van examens, alsmede voor de dag die direct voorafgaat aan een examen.
##### Artikel 72d
1. De ambtenaar die op zijn verzoek een studie volgt die naar het oordeel van het bevoegd gezag bijdraagt aan de functievervulling of de volgende loopbaanstap heeft recht op verlof met behoud van bezoldiging voor de tijd die is gemoeid met het volgen van lessen en stages die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding tot een maximum van een dag per week en voor de tijd die gemoeid is met het afleggen van examens, alsmede voor de dag die direct voorafgaat aan een examen.
2. Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, de studie met goed gevolg heeft afgerond, heeft hij recht op een vergoeding van 35% van de met de studie gemoeide scholingskosten, waaronder examengelden en de kosten voor boeken alsmede noodzakelijke reis- en verblijfkosten.
3. In afwijking van het tweede lid bedraagt de vergoeding 75% indien de studie naar het oordeel van het bevoegde gezag in belangrijke mate bijdraagt aan de functievervulling dan wel volgende loopbaanstap.
##### Artikel 72e
De ambtenaar, bedoeld in [artikel 72a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11&artikel=72a&z=2021-03-30&g=2021-03-30), is verplicht tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de aan hem toegekende vergoeding van de scholingskosten:
- a. bij onvoldoende resultaat in de scholing en bij voortijdig afbreken van de scholing, voor zover dit aan eigen schuld of toedoen van de ambtenaar is te wijten;
- b. bij ontslag tijdens het volgen van de scholing, tenzij hij binnen een maand na zijn ontslag elders in dienst treedt binnen de rijksdienst in Caribisch Nederland, als het een ambtenaar in dienst van de staat betreft, of binnen de dienst van het openbaar lichaam, als het een ambtenaar in dienst van een openbaar lichaam betreft, of aansluitend aan zijn ontslag recht heeft op wachtgeld, een uitkering op grond van de [Cessantiawet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028304), een uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid of ouderdomspensioen.
##### Artikel 72f
1. De ambtenaar is, met inachtneming van het tweede, onderscheidenlijk het derde lid, verplicht de aan hem toegekende vergoeding terug te betalen bij ontslag binnen een termijn van anderhalf jaar indien hij 35% vergoeding heeft ontvangen of drie jaar indien hij 75% vergoeding heeft ontvangen na het met voldoende resultaat afronden van de scholing, tenzij hij binnen een maand na zijn ontslag elders in dienst treedt binnen de rijksdienst in Caribisch Nederland, als het een ambtenaar in dienst van de staat betreft, of binnen de dienst van het openbaar lichaam, als het een ambtenaar in dienst van een openbaar lichaam betreft, of aansluitend aan zijn ontslag recht heeft op wachtgeld, een uitkering op grond van de [Cessantiawet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028304), een uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid of ouderdomspensioen.
2. Indien aan betrokkene 35% vergoeding is toegekend, bedraagt de terugbetalingsplicht ten hoogste 1/18 deel van de ontvangen vergoeding voor elke maand dat zijn ontslag eerder is ingegaan dan 18 maanden na het afronden van de opleiding.
3. Indien aan betrokkene 75% vergoeding is toegekend, bedraagt de terugbetalingsplicht ten hoogste 1/36 deel van de ontvangen vergoeding voor elke maand dat zijn ontslag eerder is ingegaan dan 36 maanden na het afronden van de opleiding.
##### Artikel 72g
Op vergoedingen als bedoeld in [artikel 72d, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11&artikel=72d&z=2021-03-30&g=2021-03-30), kunnen voorschotten worden betaald.
##### Artikel 72h
Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van deze paragraaf nadere regels worden gesteld.
#### § 10. Beloningen en andere bijzondere eenmalige toelagen
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
#### § 5. Vakantie-uitkering
##### Artikel 36a
1. De ambtenaar heeft recht op een vakantie-uitkering ten bedrage van 8,33 procent van de door hem genoten bezoldiging vermeerderd met de toelagen, die tot het ambtelijk inkomen worden gerekend voor de berekening van het pensioengevend inkomen.
2. De vakantie-uitkering wordt eenmaal per jaar in de maand mei uitbetaald over een periode van twaalf maanden, die is aangevangen met de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar.
3. In afwijking van het tweede lid vindt betaling van de vakantie-uitkering plaats bij ontslag of overlijden van de ambtenaar en wel over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode, waarover de vakantie-uitkering is betaald en de datum van ontslag onderscheidenlijk de datum van overlijden.
4. Bij overlijden van de ambtenaar vindt betaling van de vakantie-uitkering plaats aan de weduwe of weduwnaar. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar nalaat, geschiedt de uitbetaling ten behoeve van de minderjarige kinderen. Onder kinderen worden in dit lid verstaan natuurlijke kinderen en kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt in dit lid verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van een kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook kinderen, dan geschiedt de betaling van de vakantie-uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de overledene. Laat de overledene ook geen betrekkingen na als bedoeld in de vorige volzin, dan wordt de vakantie-uitkering geheel of ten dele aangewend voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, voor zover de nalatenschap van de overledene voor de betaling van die kosten ontoereikend is.
### Hoofdstuk V. Dienst- en werktijden
### Hoofdstuk V. Dienst- en werktijden
#### § 2. Het verrichten van arbeid
#### § 2. Het verrichten van arbeid
#### § 3. Nevenarbeid
#### § 2a. Arbeid door zwangere en bevallen ambtenaren
#### § 5. Verhouding tot derden
#### § 6. Dienstkleding
#### § 8. Schadeplicht en rekenplicht
#### § 11. Scholing
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
##### Artikel 25a
1. Aan de ambtenaar die door het bevoegd gezag de verplichting is opgelegd buiten het voor hem vastgestelde dienstrooster beschikbaar te zijn om op afroep dienst te gaan verrichten zonder de verplichting op de werkplek aanwezig te zijn, wordt, voor zover hij tijdens de beschikbaarheid geen werkzaamheden heeft verricht, een vergoeding toegekend voor elk uur dat hij volgens het beschikbaarheidschema, bedoeld in [artikel 37c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=V&artikel=37c&z=2021-03-30&g=2021-03-30), beschikbaar is geweest.
2. De hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt met in achtneming van het derde lid vastgesteld:
- a. bij ministeriële regeling voor ambtenaren in dienst van de staat, en
- b. bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam.
3. Als de bezoldiging wijziging ondergaat, wordt met ingang van de datum waarop die wijziging ingaat de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, op gelijke voet gewijzigd.
##### Artikel 25b
1. Aan de ambtenaar wordt een toelage toegekend, voor zover hij, anders dan bij wijze van overwerk, regelmatig of vrij regelmatig arbeid heeft verricht op:
- a. maandag tot en met vrijdag tussen 0 en 6 uur of tussen 20 en 24 uur;
- b. zaterdag of zondag tussen 0 en 24 uur; of
- c. een feestdag als bedoeld in [artikel 37, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=V&artikel=37&z=2021-03-30&g=2021-03-30), tussen 0 en 24 uur.
2. De hoogte van de toelage wordt met in achtneming van het derde lid vastgesteld:
- a. bij ministeriële regeling voor ambtenaren in dienst van de staat, en
- b. bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam.
3. Als de bezoldiging wijziging ondergaat, wordt met ingang van de datum waarop die wijziging ingaat de toelage, bedoeld in het eerste lid, op gelijke voet gewijzigd.
##### Artikel 25c
1. Aan de ambtenaar wiens bezoldiging een blijvende verlaging van ten minste USD 100 per maand ondergaat als gevolg van het beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in [artikel 25a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=25a&z=2021-03-30&g=2021-03-30) of [25b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=25b&z=2021-03-30&g=2021-03-30) anders dan door ziekte, wordt gedurende drie jaren vanaf de datum waarop die verlaging van zijn bezoldiging intreedt een aflopende toelage toegekend, mits hij die toelage ten minste twee jaren zonder onderbreking heeft genoten.
2. De berekeningsbasis voor de aflopende toelage, bedoeld in het eerste lid, is het bedrag dat de ambtenaar over de 24 kalendermaanden, voorafgaande aan de datum waarop de eerste verlaging van zijn bezoldiging intreedt, gemiddeld per maand aan toelagen als bedoeld in [artikel 25a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=25a&z=2021-03-30&g=2021-03-30) en [25b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=25b&z=2021-03-30&g=2021-03-30) heeft genoten, verminderd met hetgeen de ambtenaar daadwerkelijk aan die toelagen geniet na de bedoelde verlaging.
3. De aflopende toelage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt gedurende het eerste jaar 75%, het tweede jaar 50% en het derde jaar 25% van de berekeningsbasis.
4. Het eerste lid is niet van toepassing indien de verlaging van de bezoldiging het gevolg is van een disciplinaire maatregel als bedoeld in [artikel 79](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028767&artikel=79) of [artikel 102 van het Besluit rechtspositie korps politie BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028767&artikel=102).
#### § 2. Kinder-, standplaats- en kostwinnerstoelage
#### § 3. Bezoldiging in militaire dienst
#### § 4. Uitkering bij overlijden
#### § 4. Uitkering bij overlijden
##### Artikel 37a
1. Met inachtneming van het bepaalde in of krachtens dit hoofdstuk stelt het bevoegd gezag voor ieder organisatieonderdeel een regeling van de werktijden of een dienstrooster vast.
2. De arbeidsduur bedraagt gemiddeld op jaarbasis ten hoogste 39,5 uur per week, en indien het een ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van een politietaak betreft ten hoogste 40 uur per week. De werkweek wordt voor zover uit oogpunt van dienstbelang mogelijk is, vastgesteld op vijf dagen en in de andere gevallen op zes dagen.
3. Alleen bij onvermijdelijkheid wordt van de ambtenaar die niet ingevolge een dienstrooster is ingeroosterd dienst verwacht op zondag en feestdagen.
4. Bij de regeling van de werktijden wordt in acht genomen, dat deze in verband met de aard der werkzaamheden niet overmatig zijn en behoorlijk door rusttijd worden onderbroken.
5. Voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de dienst, kunnen paraatheiduren onderdeel uitmaken van een dienstrooster. Voor de berekening van de arbeidsduur worden paraatheiduren voor 50% meegeteld. De tijdens paraatheiduren gemaakte werkuren worden voor 50% aangemerkt als overwerk.
6. Het dienstrooster moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a. de werktijden zijn in verband met de aard der werkzaamheden niet overmatig en behoudens een onderbreking voor het nuttigen van een maaltijd zoveel mogelijk aaneengesloten;
- b. per periode van vier weken worden ten minste acht roostervrije dagen aangegeven;
- c. bij de vaststelling van een roostervrije dag wordt zorg gedragen dat ten minste 18 uren van eenzelfde kalenderdag deel uitmaken van een onafgebroken rusttijd van ten minste 30 uren;
- d. bij de vaststelling van twee of meer opeenvolgende roostervrije dagen wordt zorg gedragen dat daarop aansluitend ten minste zes uren volgen waarop geen dienst behoeft te worden gedaan;
- e. opeenvolgende diensten worden behoorlijk door rusttijd onderbroken.
7. Bij de vaststelling van de dienstroosters zorgt het bevoegd gezag voorts ten aanzien van iedere ambtenaar zoveel mogelijk dat hij:
- a. op zondag en op de voor hem geldende kerkelijke feestdagen zijn kerk kan bezoeken en dat hij in zijn zondagsrust zo weinig mogelijk wordt beperkt;
- b. op ten minste 22 weekenden per jaar roostervrij, dan wel ten minste 22 periodes van twee aaneengesloten dagen roostervrij is, waarbij de aaneengesloten periode ten minste een zaterdag of een zondag omvat;
- c. de werkuren op zaterdag en zondag en op een feestdag ten hoogste 12 uur en op de overige dagen ten hoogste 14 uur per etmaal bedragen.
8. Voor zover de ambtenaar ingevolge het dienstrooster is ingeroosterd op een feestdag geniet hij vrije uren op een ander moment.
9. Hetgeen in dit artikel ten aanzien van het verrichten van werkzaamheden op zondag is bepaald, is voor de ambtenaar die tot een geloofsgemeenschap behoort die de wekelijkse rustdag op een andere dag dan de zondag houdt, van overeenkomstige toepassing op die dag, indien hij daartoe de wens te kennen geeft.
##### Artikel 37b
1. Een dienstrooster bevat de voor de ambtenaren geldende begin- en eindtijden van de werk- en paraatheiduren.
2. De ambtenaar dient te allen tijde, door de daartoe bestaande middelen, kennis te kunnen nemen van het voor hem geldende dienstrooster.
3. Het dienstrooster wordt de ambtenaar uiterlijk twee weken voor aanvang van de periode waarop het betrekking heeft bekend gemaakt.
4. Het dienstrooster wordt telkenmale vastgesteld voor een periode van minimaal een maand. Het wordt gedurende vijf jaren bewaard.
5. Wijziging van het dienstrooster kan, behoudens op verzoek van de ambtenaar, slechts geschieden om dringende redenen van dienstbelang en mits het voornemen daartoe uiterlijk ten minste twee maal 24 uur tevoren aan de ambtenaar bekend is gemaakt. Indien een in het dienstrooster opgenomen roostervrije dag wordt verzet, wordt de roostervrije dag zo spoedig mogelijk daarna toegekend, waarbij zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de wensen van de ambtenaar.
##### Artikel 37c
1. Aan de ambtenaar kan door het bevoegd gezag de verplichting worden opgelegd buiten het voor hem vastgestelde dienstrooster of buiten de voor hem geldende regeling van de werktijden op basis van een daartoe opgesteld beschikbaarheidschema beschikbaar te zijn zonder de verplichting op de werkplek aanwezig te zijn om op afroep dienst te gaan verrichten.
2. Ten aanzien van het beschikbaarheidschema is [artikel 37b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=V&artikel=37b&z=2021-03-30&g=2021-03-30), met uitzondering van het vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 37d
Nadere regels ter uitvoering van de bepalingen in dit hoofdstuk kunnen worden vastgesteld:
- a. bij ministeriele regeling, voor ambtenaren in dienst van de staat;
- b. bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam.
### Hoofdstuk VI. Vrijstelling van dienst en aanspraken in geval van ziekte
### Hoofdstuk VI. Vrijstelling van dienst en aanspraken in geval van ziekte
#### § 1. Eed of belofte
#### § 3. Nevenarbeid
#### § 4. Gebruik van overheidsgoederen
#### § 9. Schadeloosstellingen
##### Artikel 71a
1. De ambtenaar wordt op zijn verzoek bij het bereiken van een diensttijd van 10, 20, 30 of 40 jaar een gratificatie toegekend wegens trouwe dienst. De gratificatie bedraagt 25% van de maandelijkse bezoldiging bij een 10-jarig ambtsjubileum, 50% van de maandelijkse bezoldiging bij een 20-jarig ambtsjubileum, 75% van de maandelijkse bezoldiging bij een 30-jarig ambtsjubileum en 100% van de maandelijkse bezoldiging bij een 40-jarig ambtsjubileum.
2. De ambtenaar aan wie vóór de datum van zijn ambtsjubileum, bedoeld in het eerste lid, ontslag is verleend op grond van [artikel 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=90&z=2021-03-30&g=2021-03-30), [91](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=91&z=2021-03-30&g=2021-03-30) of [92, eerste lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=92&z=2021-03-30&g=2021-03-30), of op grond van [artikel 115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028767&artikel=115) of [118 van het Besluit rechtspositie korps politie BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028767&artikel=118) wordt een diensttijdgratificatie bij wijze van ontslaguitkering toegekend, die een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van de gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het eerste lid bedraagt, indien hij bij voortzetting van het dienstverband binnen vijf jaren in aanmerking zou komen voor een gratificatie op grond van het eerste lid. De berekeningsgrondslag van de diensttijdgratificatie bij ontslag wordt vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller overeenkomt met het aantal dienstjaren op het moment van ontslag en de noemer met het aantal dienstjaren dat nodig is voor de gratificatie bij ambtsjubileum.
3. Voor de toepassing van dit artikel geldt als diensttijd:
- a. de tijd, doorgebracht als werknemer als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028714&artikel=4) of [5 van de Pensioenwet ambtenaren BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028714&artikel=5);
- b. de tijd, vóór 10 oktober 2010 doorgebracht als overheidsdienaar in de zin van artikel 1 van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren, zoals die tot die datum luidde, de tijd waarover recht is opgebouwd op basis van de Werkliedenverordening 1944, zoals die tot die datum luidde, alsmede de door de betrokken ambtenaar aangetoonde overige tijd, vóór 10 oktober 2010 doorgebracht als werknemer bij het land Nederlandse Antillen of bij een eilandgebied van de Nederlandse Antillen;
- c. de door de betrokken ambtenaar aangetoonde tijd, doorgebracht als overheidswerknemer bij de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten, en
- d. de door de betrokken ambtenaar aangetoonde diensttijd, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van de Regeling gratificatie bij ambtsjubileum Rijk 2014](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035124&artikel=4).
4. Als diensttijd in de zin van dit artikel wordt niet aangemerkt diensttijd welke niet in actieve dienst is doorgebracht wegens het bekleden van een politiek ambt. Voorts komt als diensttijd niet in aanmerking tijd welke, zonder dat werkzaamheden zijn verricht, is doorgebracht buiten het genot van inkomsten uit de dienstbetrekking.
5. Diensttijd, gelijktijdig in meer dan één betrekking doorgebracht, telt voor de vaststelling van de datum van het ambtsjubileum slechts eenmaal mee.
6. Voor de berekening van de gratificatie wordt onder bezoldiging verstaan: de bezoldiging in de zin van het [Bezoldigingsbesluit 1998 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028491) of van [artikel 1, onder i, van het Besluit rechtspositie korps politie BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028767&artikel=1), welke voor de ambtenaar geldt op de datum van het ambtsjubileum, vermeerderd met het percentage van de vakantie-uitkering, bedoeld in [artikel 36a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=5&artikel=36a&z=2021-03-30&g=2021-03-30) en de eindejaarsuitkering, bedoeld in [artikel 9a van het Bezoldigingsbesluit 1998 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028491&artikel=9a), en de toelagen die tot het ambtelijk inkomen worden gerekend voor de berekening van het pensioengevend inkomen.
#### § 11. Scholing
#### § 12. Andere verplichtingen en rechten
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
### Hoofdstuk V. Dienst- en werktijden
### Hoofdstuk VI. Vrijstelling van dienst en aanspraken in geval van ziekte
### Hoofdstuk VI. Vrijstelling van dienst en aanspraken in geval van ziekte en dienstongeval
#### § 1. Eed of belofte
#### § 1. Eed of belofte
#### § 3. Nevenarbeid
#### § 5. Verhouding tot derden
#### § 5. Verhouding tot derden
#### § 7. Ambts- en dienstwoningen
#### § 9. Schadeloosstellingen
#### § 9. Schadeloosstellingen
#### § 12. Andere verplichtingen en rechten
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
##### Artikel 25aa
1. Aan de ambtenaar die door het bevoegd gezag de verplichting is opgelegd om bij calamiteiten op afroep werkzaamheden te verrichten die niet vallen onder zijn normale werkzaamheden wordt met inachtneming van het tweede lid een toelage toegekend volgens:
- a. bij ministeriële regeling vast te stellen regels voor ambtenaren in dienst van de staat, en
- b. bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam.
2. Als de bezoldiging wijziging ondergaat, wordt met ingang van de datum waarop die wijziging ingaat de toelage, bedoeld in het eerste lid, op gelijke voet gewijzigd.
3. Aan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks in december een extra beloning toegekend van USD 333. Als de bezoldiging wijziging ondergaat, wordt met ingang van de datum waarop die wijziging ingaat deze extra beloning op gelijke voet bij ministeriële regeling gewijzigd, onder nadere vaststelling van het in dit lid genoemde bedrag.
#### § 2. Kinder-, standplaats- en kostwinnerstoelage
#### § 3. Bezoldiging in militaire dienst
#### § 4. Uitkering bij overlijden
#### § 4. Uitkering bij overlijden
### Hoofdstuk VI. Vrijstelling van dienst en aanspraken in geval van ziekte
### Hoofdstuk VII. Verschillende verplichtingen en rechten van de ambtenaar
#### § 5. Verhouding tot derden
#### § 4. Gebruik van overheidsgoederen
#### § 8. Schadeplicht en rekenplicht
##### Artikel 72
Deze paragraaf is niet van toepassing op de aspirant en de vrijwillige ambtenaar in opleiding, bedoeld in [artikel 1 van het Besluit rechtspositie korps politie BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028767&artikel=1).
#### § 10. Beloningen en andere bijzondere eenmalige toelagen
#### § 10. Beloningen en andere bijzondere eenmalige toelagen
#### § 12. Andere verplichtingen en rechten
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
##### Artikel 25d
1. De ambtenaar in dienst van de staat die door het bevoegd gezag is aangewezen om tevens werkzaam te zijn als bedrijfshulpverlener ontvangt een vergoeding indien hij de taken in verband met bedrijfshulpverlening in voldoende omvang verricht.
2. Onder bedrijfshulpverlening wordt verstaan:
- a. het verlenen van eerste hulp bij ongevallen;
- b. het beperken en het bestrijden van brand en het beperken van de gevolgen van ongevallen;
- c. het in noodsituaties alarmeren en evacueren van alle werknemers en andere personen in het dienstgebouw.
3. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per jaar:
- a. voor de allroundbedrijfshulpverlener: USD 273;
- b. voor de ploegleider bedrijfshulpverlening: USD 547;
- c. voor het hoofd bedrijfshulpverlening: USD 820.
4. De aanspraak op de vergoeding wordt berekend naar het bedrag van de vergoeding, bedoeld in het derde lid, op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van het jaar waarin betrokkene bedrijfshulpverlener was. De vergoeding voor een gedeelte van een jaar wordt berekend naar evenredigheid van het aantal hele maanden dat de aanwijzing tot bedrijfshulpverlener heeft geduurd.
5. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, ontvangt vijf jaar na diens aanwijzing als bedrijfshulpverlener en vervolgens elke vijf jaar daarna zolang de aanwijzing duurt, een jubileumtoeslag ten bedrage van:
- a. USD 450 na vijf jaar;
- b. USD 550 na tien jaar;
- c. USD 655 na vijftien jaar en na elke vijf jaar daaropvolgend.
6. In afwijking van [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=25&z=2021-03-30&g=2021-03-30) worden de taken in het kader van de bedrijfshulpverlening die in opdracht van het bevoegd gezag als overwerk worden verricht, vergoed voor alle aangewezen ambtenaren en uitsluitend met een bedrag in geld, met dien verstande dat voor elk uur overwerk een vergoeding wordt toegekend ten bedrage van 125% van de bezoldiging, berekend per uur, behorende bij de maximumbezoldiging van schaal 7 van de bezoldigingsschalen die op grond van [artikel 1, onderdeel d, van het Bezoldigingsbesluit 1998 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028491&artikel=1) zijn vastgesteld.
7. De bedragen, genoemd in het derde en vijfde lid, worden vanaf 1 januari 2019 bij ministeriële regeling aangepast overeenkomstig de algemene salarisontwikkeling van de ambtenaren in dienst van de staat.
#### § 3. Bezoldiging in militaire dienst
#### § 5. Vakantie-uitkering
### Hoofdstuk V. Dienst- en werktijden
### Hoofdstuk VI. Vrijstelling van dienst en aanspraken in geval van ziekte
### Hoofdstuk VII. Verschillende verplichtingen en rechten van de ambtenaar
#### § 2. Het verrichten van arbeid
#### § 3. Nevenarbeid
#### § 9. Schadeloosstellingen
##### Artikel 73
Ter zake van niet naleving van bepalingen, welke redelijkerwijs niet kunnen worden geacht de ambtenaar bekend te zijn, worden hem geen voordelen onthouden of nadelen toegebracht.
##### Artikel 74
Indien schriftelijke klachten, de ambtenaar betreffende, bij het bevoegde gezag of het hoofd van dienst inkomen, wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk in de gelegenheid gesteld daarvan kennis te nemen en is hij desgevorderd verplicht, de desbetreffende stukken voor ‘gezien’ te tekenen. Hij is bevoegd zijn oordeel over de inhoud daarvan zowel mondeling als schriftelijk te geven.
##### Artikel 75
1. In strijd met een regeling, door het bevoegde gezag getroffen, worden de ambtenaar geen voordelen onthouden of nadelen toegebracht.
2. Het bevoegde gezag dat een algemene regeling vaststelde, is niet bevoegd voor een bepaald geval ten nadele van de ambtenaar daarvan af te wijken, tenzij de regeling afwijking voorbehoudt.
##### Artikel 76
Het verlenen van overtocht ten laste van de overheid of het toekennen van vergoeding van overtochtskosten geschiedt overeenkomstig de daarvoor bij ministeriële regeling vastgestelde regelen.
##### Artikel 77
Voorschriften betreffende de overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar worden vastgesteld:
- a. bij ministeriële regeling, voor ambtenaren in dienst van de staat;
- b. bij eilandbesluit houdende algemene maatregelen, voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam.
#### § 9. Schadeloosstellingen
#### § 12. Andere verplichtingen en rechten
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
##### Artikel 78
1. De ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt, of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, kan deswege door het bevoegde gezag disciplinair worden gestraft.
2. Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets, hetwelk een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.
3. Een strafvervolging wegens een feit dat mede een plichtsverzuim inhoudt, sluit een disciplinaire strafoplegging wegens datzelfde feit niet uit.
4. Tenzij door Ons of met Onze machtiging door Onze Minister anders is bepaald, wordt de straf opgelegd door het gezag dat bevoegd is tot aanstelling in het door de ambtenaar beklede ambt. Indien deze bevoegdheid bij Ons berust, geschiedt de bestraffing, behalve voor zover het betreft de straffen genoemd in artikel 80, eerste lid, onder g tot en met i, door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
##### Artikel 79
1. De disciplinaire straffen, welke kunnen worden toegepast zijn:
- a. schriftelijke berisping;
- b. buitengewone dienst op andere dagen dan de zondag en de voor de ambtenaar geldende kerkelijke feestdagen, zonder de ingevolge [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=25&z=2021-03-30&g=2021-01-01) voor overwerk toe te kennen beloning of tegen een lagere beloning dan deze;
- c. geldboete;
- d. inhouding, geheel of gedeeltelijk, van inkomen;
- e. terugzetting naar een lagere bezoldigingstrede;
- f. uitsluiting van bevordering;
- g. terugzetting in rang, al of niet voor een bepaalde tijd en met of zonder vermindering van bezoldiging;
- h. schorsing voor een bepaalde tijd met inhouding, geheel of gedeeltelijk, van inkomen;
- i. ontslag.
2. Ten aanzien van ambtenaren in dienst van de openbare lichamen kan bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, de bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid, onder a tot en met g, genoemde straffen aan in dat eilandbesluit aangewezen functionarissen worden overgedragen.
3. De toepassing van de in het eerste lid onder b, c, d, e, f en g genoemde straffen geschiedt met inachtneming van het navolgende:
- 1°. buitengewone dienst wordt opgelegd voor ten hoogste zes uren met een maximum van drie uren per dag al of niet in aansluiting op de diensttijd;
- 2°. geldboete bedraagt ten minste vijf procent (5%) en ten hoogste vijftig procent (50%) van de aanvangsbezoldiging, behorende bij de laagste bezoldigingsschaal, zoals vastgesteld krachtens het [Bezoldigingsbesluit 1998 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028491), afgerond tot het naast-hogere bedrag in gehele dollars;
- 3°. inhouding van inkomen geschiedt tot een bedrag van ten hoogste een maand inkomen;
- 4°. terugzetting in bezoldiging geschiedt voor ten hoogste twee bezoldigingstreden;
- 5°. uitsluiting van bevordering geschiedt voor niet langer dan vier jaren;
- 6°. terugzetting in rang bestaat in het overbrengen van de gestrafte naar de onmiddellijk lagere rang met of zonder vermindering van zijn bezoldiging tot de aan die rang verbonden bezoldiging;
- 7°. schorsing geschiedt voor ten hoogste zes maanden.
4. Bij het opleggen van een straf kan worden bepaald, dat zij niet ten uitvoer zal worden gelegd, indien betrokkene zich gedurende de bij het opleggen van de straf te bepalen termijn, welke die van twee jaren niet te boven mag gaan, niet schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de bestraffing plaats vindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim en zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel te stellen bijzondere voorwaarden. De voorwaarden mogen de godsdienstige of staatkundige vrijheid niet beperken.
5. Dezelfde functionaris, die over de voorwaardelijke strafopschorting, bedoeld in het vierde lid, heeft beslist, kan, indien betrokkene zich binnen de bepaalde proeftijd wederom aan een plichtsverzuim als in het vierde lid bedoeld schuldig maakt of zich niet houdt aan de eventueel gestelde bijzondere voorwaarden, gelasten dat de opgeschorte straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd.
6. Ten aanzien van de ambtenaar voor wie de geldende werktijd korter is dan de voor zijn functie geldende gebruikelijke volledige werktijd wordt ter uitvoering van de bepalingen van dit artikel de bezoldiging in aanmerking genomen die hij in die functie zou hebben genoten, indien de voor hem geldende werktijd gelijk zou zijn aan de voor zijn functie gebruikelijke volledige werktijd.
##### Artikel 80
1. De kennisgeving, bedoeld in [artikel 95, eerste lid, van de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028616&artikel=95), wordt zo mogelijk in het dienstgebouw of de werkplaats waar de ambtenaar zijn dienst verricht tegen gedagtekend en door hem ondertekend ontvangstbewijs ter hand gesteld.
2. Indien de ambtenaar niet in het dienstgebouw of op de werkplaats aanwezig is, wordt de mededeling aan zijn woon- of verblijfplaats tegen gedagtekend en door de ontvanger ondertekend ontvangstbewijs afgegeven aan de betrokkene of aan een van zijn huisgenoten. Indien degene die met de afgifte van de mededeling belast is noch de ambtenaar, noch iemand van diens huisgenoten aantreft, of indien degene die hij aantreft weigert het stuk in ontvangst te nemen of het ontvangstbewijs te ondertekenen, wordt het bij aangetekende post aan zijn woon- of verblijfplaats gezonden.
3. In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, wordt de betrokken ambtenaar geacht met de mededeling bekend te zijn geworden op de dag van de afgifte aan zijn woon- of verblijfplaats, onderscheidenlijk op de dag waarop het door de postdienst aan die woon- of verblijfplaats is bezorgd of aangeboden.
##### Artikel 81
1. De straf wordt niet opgelegd dan nadat de ambtenaar in de gelegenheid is gesteld zich, ter keuze van de tot het opleggen van straffen bevoegden, mondeling of schriftelijk, binnen zeven dagen tegenover deze te verantwoorden. Bij zijn verantwoording mag de ambtenaar van de hulp van anderen gebruik maken.
2. Geschiedt de verantwoording mondeling, dan wordt daarvan aanstonds proces-verbaal opgemaakt, dat na voorlezing wordt getekend door hem te wiens overstaan de verantwoording plaats heeft en door de ambtenaar. Weigert de ambtenaar de ondertekening, dan wordt daarvan in het proces-verbaal, zo mogelijk met vermelding der redenen, melding gemaakt.
3. Indien de ambtenaar zulks verlangt, worden hij en degene, van wiens hulp hij bij zijn verantwoording gebruik maakt, in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de ambtelijke rapporten of andere bescheiden, welke op de hem ten laste gelegde feiten betrekking hebben, met uitzondering echter van de stukken tegen welker kennisneming het openbaar belang zich bepaaldelijk verzet.
4. De strafoplegging moet schriftelijk geschieden en is met redenen omkleed.
5. De tot het opleggen van straffen bevoegden geven aan de gestrafte onverwijld kennis van de strafoplegging door toezending van een afschrift van het desbetreffend besluit. Het [tweede, derde en vierde lid van artikel 80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VIII&artikel=80&z=2021-03-30&g=2021-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
6. Indien de strafoplegging plaats vindt door de krachtens het [tweede lid van artikel 79](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VIII&artikel=79&z=2021-03-30&g=2021-01-01) aangewezenen, wordt in het besluit tot strafoplegging tevens medegedeeld, dat binnen veertien dagen na ontvangst daarvan bij het bevoegd gezag schriftelijk beroep van betrokkene onder aanvoering van gronden open staat, tenzij het bevoegd gezag ingevolge het tweede lid van artikel 79 is aangewezen. Het bevoegd gezag is verplicht binnen drie maanden na de dag waarop de ambtenaar in beroep is gekomen, deze een met redenen omklede beslissing toe te zenden.
##### Artikel 82
1. De straf, behalve die van schriftelijke berisping, wordt niet ten uitvoer gelegd, zolang zij niet onherroepelijk is geworden, tenzij onmiddellijke tenuitvoerlegging naar het oordeel van de tot straffen bevoegden door het dienstbelang wordt gevorderd.
2. Indien tot onmiddellijke tenuitvoerlegging van de straf van buitengewone dienst is overgegaan en deze straf na ingesteld beroep niet wordt gehandhaafd, wordt de tijd, gedurende welke buitengewone dienst is verricht, aangemerkt als diensttijd gedurende welke opgedragen werk na de vastgestelde werktijden is verricht en wordt aan de hand van de ter zake geldende voorschriften een beloning voor overwerk toegekend.
##### Artikel 83
1. Ter zake van een gedraging als bedoeld in [artikel 78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VIII&artikel=78&z=2021-03-30&g=2021-01-01) kan slechts één disciplinaire straf worden opgelegd.
2. De ambtenaar die zich aan meerdere op zich zelf staande gedragingen als bedoeld in [artikel 78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VIII&artikel=78&z=2021-03-30&g=2021-01-01) schuldig maakt, kan ter zake elk dier gedragingen afzonderlijk en zonder vermindering disciplinair worden gestraft.
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
##### Artikel 1a
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. **beroepsziekte:** een ziekte, die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en die niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
- b. **dienstongeval:** een ongeval, dat in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en dat niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
- c. **Onze Minister:** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder echtgenoot of echtgenote mede verstaan de levenspartner met wie de niet gehuwde ambtenaar duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voert. Onder weduwe of weduwnaar wordt mede verstaan de achtergebleven levenspartner, bedoeld in de vorige volzin. Slechts één persoon kan als levenspartner worden aangemerkt.
### Hoofdstuk II. Aanstelling en bevordering
### Hoofdstuk III. Beoordeling en ranglijst
### Hoofdstuk IV. Bezoldiging, uitkeringen en toelagen
#### § 1. Bezoldiging, persoonlijke toelage en beloning voor overwerk
#### § 2. Kinder-, standplaats- en kostwinnerstoelage
#### § 5. Vakantie-uitkering
##### Artikel 40a
1. In geval van invaliditeit die voortvloeit uit een dienstongeval of een beroepsziekte, wordt aan de desbetreffende ambtenaar smartengeld vergoed tot een netto bedrag van ten hoogste USD 180.000.
2. In geval de ambtenaar komt te overlijden ten gevolge van een dienstongeval, wordt aan de weduwe of weduwnaar een netto bedrag uitgekeerd van USD 90.000. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar nalaat, geschiedt de uitbetaling met overeenkomstige toepassing van [artikel 36a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=5&artikel=36a&z=2021-03-30&g=2021-03-30).
3. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van de uitkering, bedoeld in het eerste lid.
### Hoofdstuk VII. Verschillende verplichtingen en rechten van de ambtenaar
#### § 2. Het verrichten van arbeid
#### § 3. Nevenarbeid
#### § 11. Scholing
#### § 12. Andere verplichtingen en rechten
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
##### Artikel 84
Onverminderd [artikel 78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VIII&artikel=78&z=2021-03-30&g=2021-01-01) kan de ambtenaar door het gezag dat bevoegd is tot aanstelling worden geschorst in zijn ambt:
- a. wanneer er een strafrechtelijke vervolging ter zake van misdrijf tegen hem wordt ingesteld;
- b. wanneer hem door het bevoegde gezag het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven of hem van de oplegging van deze straf mededeling is gedaan;
- c. in andere gevallen, waarin schorsing naar het oordeel van het daartoe bevoegde gezag wordt gevorderd door het belang van de dienst.
##### Artikel 85
1. De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst, indien hij:
- a. zich in verzekerde bewaring bevindt;
- b. in een krankzinnigengesticht wordt verpleegd.
2. Onverminderd het eerste lid wordt de ambtenaar, die in een krankzinnigengesticht wordt verpleegd, ziekteverlof verleend krachtens de ter zake bestaande regelingen.
##### Artikel 86
1. Tijdens de schorsing ingevolge [artikel 84, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=84&z=2021-03-30&g=2021-01-01), of ingevolge [artikel 85, eerste lid onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=85&z=2021-03-30&g=2021-01-01), wordt het inkomen voor één derde gedeelte ingehouden; na verloop van een termijn van zes weken kan een verdere inhouding, ook van het volle bedrag, plaatsvinden. Het niet ingehouden gedeelte van het inkomen kan aan anderen dan aan de ambtenaar worden uitbetaald.
2. Tijdens de schorsing ingevolge [artikel 84, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=84&z=2021-03-30&g=2021-01-01), kan tot de in de strafaanzegging of -oplegging genoemde datum van ingang van het ontslag het inkomen geheel of gedeeltelijk worden ingehouden. Van bedoelde datum van ingang van het ontslag af wordt het inkomen geheel ingehouden. Het niet ingehouden gedeelte van het inkomen kan aan anderen dan aan de ambtenaar worden uitbetaald.
3. Het ingevolge het eerste lid ingehouden inkomen wordt alsnog uitbetaald, indien de schorsing niet door een door de strafrechter opgelegde straf gevolgd of ook indien en in zoverre op andere gronden alsnog tot uitbetaling wordt besloten.
4. Het ingevolge het tweede lid ingehouden inkomen wordt alsnog uitbetaald, indien op de schorsing bestraffing van de ambtenaar met onvoorwaardelijk ontslag niet volgt.
##### Artikel 87
1. Ontslag wordt gegeven door het tot het gezag dat bevoegd is tot aanstelling. Het wordt schriftelijk verleend. De ontslagbeschikking vermeldt de dag van ingang van het ontslag dan wel een aanduiding van die dag.
2. Bij ongevraagd ontslag wordt de ambtenaar, behoudens [artikel 89](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=89&z=2021-03-30&g=2021-01-01), de reden van het ontslag schriftelijk medegedeeld.
##### Artikel 88
1. Aan de ambtenaar wordt op zijn verzoek eervol ontslag verleend.
2. Tenzij overeenkomstig het verzoek van de ambtenaar zelf of om dringende redenen van openbaar belang, wordt dit ontslag niet verleend met ingang van een dag, vroeger dan één maand of later dan drie maanden na die dag, waarop het verzoek om ontslag is ingekomen.
3. Is een strafvervolging tegen de ambtenaar aanhangig of wordt overwogen hem in aanmerking te brengen voor een disciplinaire straf, dan kan het nemen van een beslissing op het verzoek om ontslag worden aangehouden totdat de uitspraak van de strafrechter of de beslissing inzake de disciplinaire straf onherroepelijk is geworden.
##### Artikel 89
1. Aan de ambtenaar in tijdelijke dienst, die blijkens zijn benoeming voor een bepaalde tijd of voor een proeftijd is benoemd, wordt, tenzij het tegendeel blijkt, geacht eervol ontslag te zijn verleend, zodra die tijd is verstreken.
2. Aan de ambtenaar in tijdelijke dienst, die voor onbepaalde tijd is benoemd, kan eervol ontslag worden verleend, mits een opzeggingstermijn in acht wordt genomen:
- a. van drie maanden ingeval de betrokkene bij het begin van de opzeggingstermijn laatstelijk ten minste twaalf maanden onafgebroken in dienst was;
- b. van twee maanden ingeval de betrokkene bij het begin van de opzeggingstermijn laatstelijk zes maanden of langer, doch korter dan twaalf maanden, onafgebroken in dienst was;
- c. van één maand ingeval de betrokkene bij het begin van de opzeggingstermijn laatstelijk korter dan zes maanden onafgebroken in dienst was.
3. Over de tijd, welke aan de in het tweede lid bedoelde opzeggingstermijn mocht ontbreken, heeft de betrokkene recht op doorbetaling van het inkomen.
4. Op doorbetaling van het inkomen bestaat niet langer aanspraak indien de ambtenaar:
- a. gedurende de opzeggingstermijn uit eigen beweging de actieve dienst verlaat;
- b. gedurende de opzeggingstermijn zonder de vereiste toestemming een andere betrekking aanvaardt.
5. Aan de ambtenaar in tijdelijke dienst als bedoeld in het eerste lid kan eervol ontslag worden verleend met ingang van de dag, gelegen binnen de bepaalde tijd of de proeftijd. In dat geval vindt het tweede, derde en vierde lid overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 90
1. Aan de ambtenaar wordt door het bevoegde gezag eervol ontslag verleend met ingang van de dag waarop hij op grond van [artikel 6 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028459&artikel=6) recht heeft op ouderdomspensioen.
2. Indien de ambtenaar op de dag, bedoeld in het eerste lid, krachtens de ter zake voor hem geldende wettelijke bepalingen in het genot is van dan wel aanspraak heeft op verlof of vakantie, wordt het ontslag aan hem verleend in aansluiting op het einde daarvan, met dien verstande dat het verlof of de vakantie waarop hij nog aanspraak heeft ingaat op de dag, bedoeld in het eerste lid.
3. De arbeidsovereenkomst met een werknemer van een rechtspersoon die door een openbaar lichaam in het leven geroepen is en in financieel opzicht tot zulk een lichaam in een bijzondere verhouding staat, eindigt uiterlijk met ingang van de dag waarop de betrokkene op grond van [artikel 6 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028459&artikel=6) recht heeft op ouderdomspensioen.
4. Indien een werknemer als bedoeld in het derde lid krachtens de ter zake voor hem geldende wettelijke of in de arbeidsovereenkomst opgenomen bepalingen in het genot is van dan wel aanspraak heeft op verlof of vakantie, eindigt de arbeidsovereenkomst in aansluiting op het einde daarvan, met dien verstande dat het verlof of de vakantie waarop hij nog aanspraak heeft, ingaat op de in het derde lid bedoelde dag.
5. Dit artikel is niet van toepassing op de bedienaren van de godsdienst en de godsdienstleraren.
##### Artikel 91
1. Aan de ambtenaar kan eervol ontslag worden verleend wegens opheffing van zijn betrekking, wegens verandering in de inrichting van de dienst of het bedrijf, waar hij werkzaam is, hetzij van twee of meer diensten of bedrijven, of wegens verminderde behoefte aan arbeidskrachten.
2. In de gevallen, dat door het bevoegd gezag wordt overgegaan tot toepassing van het eerste lid, geschiedt het ontslag van de in vaste dienst aangestelde ambtenaar, met uitzondering van het ontslag wegens opheffing van de betrekking, zoveel mogelijk in de volgende rangorde:
- a. zij die zulks wensen;
- b. zij die pensioengerechtigd zijn, waarbij degenen die niet reeds gedurende zes maanden of langer kostwinner zijn van een gezin of van de betrekkingen, bedoeld in de [tweede volzin van artikel 36, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=36&z=2021-03-30&g=2021-01-01), vóór degenen die dit wèl zijn, en binnen deze beide groepen ouderen in leeftijd vóór jongeren gaan;
- c. zij die op de voet van de bepalingen van het West-Indisch Detacheringsbesluit 1930 werden uitgezonden;
- d. zij die de leeftijd van dertig jaren nog niet hebben overschreden en niet reeds gedurende zes maanden of langer kostwinner zijn van een gezin of van de betrekkingen, bedoeld in de tweede volzin van [artikel 36, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=4&artikel=36&z=2021-03-30&g=2021-01-01), te beginnen met degenen die de minste dienstjaren hebben;
- e. zij die de minste dienstjaren hebben.
Onder dienstjaren wordt verstaan de tijd in dienst van de staat of de openbare lichamen doorgebracht, ongeacht of gedurende deze tijd een functie in een volledige of in een kortere werktijd is bekleed.
3. Wanneer het dienstbelang zulks vordert, kan bij verlening van ontslag worden afgeweken van de rangorde, genoemd in het tweede lid, met dien verstande dat, indien de omvang van de voorgenomen afvloeiing daartoe aanleiding geeft, deze geschiedt op basis van een door het bevoegd gezag vastgesteld plan, dat aan de betrokken ambtenaren kenbaar wordt gemaakt.
4. Wanneer krachtens het eerste lid ontslag wordt verleend aan een ambtenaar in tijdelijke dienst, die daaraan geen aanspraak op wachtgeld ontleent, wordt een opzeggingstermijn in acht genomen als aangegeven in [artikel 89, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=89&z=2021-03-30&g=2021-01-01). Artikel 89, derde en vierde lid, is alsdan van toepassing. In alle andere gevallen, waarin krachtens het eerste lid ontslag wordt verleend, wordt een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen.
##### Artikel 92
1. Buiten de gevallen, hierboven of bij andere wettelijke regelingen bepaald, kan de ambtenaar slechts worden ontslagen op grond van:
- a. verlies van een vereiste bij de aanstelling voor de benoembaarheid gesteld, tenzij het vereiste alleen bij de aanvaarding van het ambt geldt;
- b. staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;
- c. toepassing van lijfsdwang wegens schulden, krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;
- d. onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf;
- e. blijvende ongeschiktheid voor de vervulling van zijn ambt als gevolg van een ziekte of gebrek;.
- f. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken;
- g. het niet behaald hebben van het (de) diploma('s), bedoeld in [artikel 2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=II&artikel=2&z=2021-03-30&g=2021-01-01);
- h. het willekeurig verbreken van het dienstverband door de ambtenaar.
2. Behalve in het geval onder d van het eerste lid bedoeld wordt een ontslag op grond van dit artikel steeds eervol verleend. Het kan niet vroeger ingaan dan de dag, volgende op die, waarop de reden voor het ontslag voor het eerst geconstateerd en in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a, e, f en g, tevens door of namens het bevoegde gezag aan de betrokkene is medegedeeld.
3. Het ontslag op de in onderdeel e van het eerste lid bedoelde grond wordt eerst verleend, nadat ter zake van de ongeschiktheid een geneeskundig onderzoek is ingesteld.
4. Het geneeskundig onderzoek, bedoeld in het derde lid, geschiedt door een of meer door het bevoegd gezag aan te wijzen geneeskundigen.
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
##### Artikel 3a
Het bevoegd gezag kan functies aanwijzen voor de bekleding waarvan het goed zedelijk gedrag van de ambtenaar elke vijf jaar moet blijken uit een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de [Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028258). De kosten voor de verklaring komen ten laste van:
- a. de staat indien de ambtenaar in dienst is van de staat;
- b. het openbaar lichaam, indien de ambtenaar in dienst is van dat openbaar lichaam.
### Hoofdstuk III. Beoordeling en ranglijst
### Hoofdstuk IV. Bezoldiging, uitkeringen en toelagen
#### § 1. Bezoldiging, persoonlijke toelage en beloning voor overwerk
#### § 2. Kinder-, standplaats- en kostwinnerstoelage
#### § 3. Bezoldiging in militaire dienst
### Hoofdstuk V. Dienst- en werktijden
### Hoofdstuk VII. Verschillende verplichtingen en rechten van de ambtenaar
#### § 1. Eed of belofte
#### § 7. Ambts- en dienstwoningen
#### § 11. Scholing
#### § 11a. Medezeggenschap
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
##### Artikel 93
Dit besluit berust op de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=13), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=15), [15a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=15a), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=17), [42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=42), [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=43), [46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=46), [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=47), [54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=54), [55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=55), [81](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=81), [82](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=82), [87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=87), [99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=99), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=100) en [120a van de Ambtenarenwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028215&artikel=120a).
##### Artikel 94
Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit ambtenaren BES.
##### Artikel 72a
De ambtenaar kan, met inachtneming van [artikel 72b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11&artikel=72b&z=2021-03-30&g=2021-01-01), in het belang van de dienst worden verplicht om scholing te volgen, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd. Bij het opleggen van de verplichting tot het volgen van scholing worden studiefaciliteiten toegekend.
##### Artikel 72b
1. Aan de ambtenaar kan niet zonder zijn instemming een studieopdracht in het Europese deel van Nederland of in het buitenland worden gegeven, indien die studie de duur van zes maanden overschrijdt.
2. De ambtenaar voor wie de geldende werktijd korter is dan de volledige werktijd, is niet verplicht een studieopdracht in het Europese deel van Nederland of in het buitenland te aanvaarden. Indien hij met de verlening van een dergelijke studieopdracht heeft ingestemd, wordt hij voor de duur van die studie in volledige werktijd aangesteld.
##### Artikel 72c
De in [artikel 72a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11&artikel=72a&z=2021-03-30&g=2021-01-01) bedoelde studiefaciliteiten zijn:
- a. een volledige vergoeding van de met de studie gemoeide scholingskosten, waaronder examengelden en de kosten voor boeken alsmede noodzakelijke reis- en verblijfkosten;
- b. verlof met behoud van bezoldiging voor de tijd die is gemoeid met het volgen van lessen en stages die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding en voor de tijd die gemoeid is met het afleggen van examens, alsmede voor de dag die direct voorafgaat aan een examen.
##### Artikel 72d
1. De ambtenaar die op zijn verzoek een studie volgt die naar het oordeel van het bevoegd gezag bijdraagt aan de functievervulling of de volgende loopbaanstap heeft recht op verlof met behoud van bezoldiging voor de tijd die is gemoeid met het volgen van lessen en stages die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding tot een maximum van een dag per week en voor de tijd die gemoeid is met het afleggen van examens, alsmede voor de dag die direct voorafgaat aan een examen.
2. Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, de studie met goed gevolg heeft afgerond, heeft hij recht op een vergoeding van 35% van de met de studie gemoeide scholingskosten, waaronder examengelden en de kosten voor boeken alsmede noodzakelijke reis- en verblijfkosten.
3. In afwijking van het tweede lid bedraagt de vergoeding 75% indien de studie naar het oordeel van het bevoegde gezag in belangrijke mate bijdraagt aan de functievervulling dan wel volgende loopbaanstap.
##### Artikel 72e
De ambtenaar, bedoeld in [artikel 72a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11&artikel=72a&z=2021-03-30&g=2021-01-01), is verplicht tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de aan hem toegekende vergoeding van de scholingskosten:
- a. bij onvoldoende resultaat in de scholing en bij voortijdig afbreken van de scholing, voor zover dit aan eigen schuld of toedoen van de ambtenaar is te wijten;
- b. bij ontslag tijdens het volgen van de scholing, tenzij hij binnen een maand na zijn ontslag elders in dienst treedt binnen de rijksdienst in Caribisch Nederland, als het een ambtenaar in dienst van de staat betreft, of binnen de dienst van het openbaar lichaam, als het een ambtenaar in dienst van een openbaar lichaam betreft, of aansluitend aan zijn ontslag recht heeft op wachtgeld, een uitkering op grond van de [Cessantiawet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028304), een uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid of ouderdomspensioen.
##### Artikel 72f
1. De ambtenaar is, met inachtneming van het tweede, onderscheidenlijk het derde lid, verplicht de aan hem toegekende vergoeding terug te betalen bij ontslag binnen een termijn van anderhalf jaar indien hij 35% vergoeding heeft ontvangen of drie jaar indien hij 75% vergoeding heeft ontvangen na het met voldoende resultaat afronden van de scholing, tenzij hij binnen een maand na zijn ontslag elders in dienst treedt binnen de rijksdienst in Caribisch Nederland, als het een ambtenaar in dienst van de staat betreft, of binnen de dienst van het openbaar lichaam, als het een ambtenaar in dienst van een openbaar lichaam betreft, of aansluitend aan zijn ontslag recht heeft op wachtgeld, een uitkering op grond van de [Cessantiawet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028304), een uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid of ouderdomspensioen.
2. Indien aan betrokkene 35% vergoeding is toegekend, bedraagt de terugbetalingsplicht ten hoogste 1/18 deel van de ontvangen vergoeding voor elke maand dat zijn ontslag eerder is ingegaan dan 18 maanden na het afronden van de opleiding.
3. Indien aan betrokkene 75% vergoeding is toegekend, bedraagt de terugbetalingsplicht ten hoogste 1/36 deel van de ontvangen vergoeding voor elke maand dat zijn ontslag eerder is ingegaan dan 36 maanden na het afronden van de opleiding.
##### Artikel 72g
Op vergoedingen als bedoeld in [artikel 72d, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11&artikel=72d&z=2021-03-30&g=2021-01-01), kunnen voorschotten worden betaald.
##### Artikel 72h
Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van deze paragraaf nadere regels worden gesteld.
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
##### Artikel 72i
In deze paragraaf en de daarop gebaseerde regels wordt verstaan onder:
- a. **organisatie-eenheid:** organisatie-eenheid van de Rijksdienst Caribisch Nederland;
- b. **participatieraad:** participatieraad als bedoeld in [artikel 72k, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72k&z=2021-03-30&g=2021-03-30);
- c. **centrale participatieraad:** centrale participatieraad als bedoeld in [artikel 72k, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72k&z=2021-03-30&g=2021-03-30).
##### Artikel 72j
1. De ambtenaren in dienst van de Staat hebben in het belang van het goed functioneren van die organisatie-eenheid en met inachtneming van deze paragraaf recht op medezeggenschap met betrekking tot onderwerpen die, met inachtneming van [artikel 72m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72m&z=2021-03-30&g=2021-03-30), de uitvoering van de bedrijfsvoering van die organisatie-eenheid betreffen.
2. Ten behoeve van medezeggenschap als bedoeld in het eerste lid voert Onze Minister open en reëel overleg met de voor dat overleg ingestelde participatieraad of, met inachtneming van de [artikelen 72l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72l&z=2021-03-30&g=2021-03-30) en [72m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72m&z=2021-03-30&g=2021-03-30), de centrale participatieraad of, voor zover het medewerkers betreft die werkzaam zijn in een organisatie-eenheid van minder dan tien medewerkers, in een personeelsbijeenkomst die halfjaarlijks georganiseerd wordt.
##### Artikel 72k
1. Onze Minister stelt voor een organisatie-eenheid van ten minste tien medewerkers een participatieraad in.
2. Een participatieraad bestaat uit leden die door de in de desbetreffende organisatie-eenheid werkzame medewerkers rechtstreeks uit hun midden zijn gekozen.
3. Onze Minister kan tevens een centrale participatieraad instellen, waarvoor iedere participatieraad een lid kan afvaardigen.
##### Artikel 72l
Indien een centrale participatieraad is ingesteld, worden daarin uitsluitend onderwerpen met betrekking tot de uitvoering van de bedrijfsvoering behandeld die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle of de meerderheid van de participatieraden.
##### Artikel 72m
1. Geen onderwerp van medezeggenschap zijn:
- a. individuele rechtspositionele aangelegenheden;
- b. aangelegenheden waarover overleg wordt gevoerd in het overleg, bedoeld in [artikel 2.3 van het Besluit overlegstelsel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028779&artikel=2.3), daaronder begrepen een wijziging van de organisatiestructuur, de omvang of inhoud van de taken van de organisatie-eenheid, voor zover daaraan rechtspositionele of personele gevolgen zijn verbonden; en
- c. de vaststelling van de taken van een organisatie-eenheid of de omvang daarvan, het beleid ten aanzien van die taken en de uitvoering van die taken, alsmede directe maatregelen voor zover die strekken tot het verzekeren van de beschikbaarheid, de inzetbaarheid, oefeningen en het ongestoord functioneren van een organisatie-eenheid.
2. In het overleg, bedoeld in [artikel 2.3 van het Besluit overlegstelsel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028779&artikel=2.3), kan besloten worden dat bespreking van aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, onder b, in afwijking van die bepaling toch plaatsvindt in de betrokken participatieraden of in de centrale participatieraad. Daarbij kan tevens worden besloten dat [artikel 72n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72n&z=2021-03-30&g=2021-03-30) van overeenkomstige toepassing is. Indien het een voorstel betreft als bedoeld in [artikel 2.2, derde lid, van het Besluit overlegstelsel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028779&artikel=2.2), kan daarbij tevens worden besloten dat een positief advies van de participatieraad gelijk gesteld wordt met overeenstemming met de Sectorale Overlegcommissie BES.
##### Artikel 72n
1. In het kader van medezeggenschap wordt de participatieraad of de centrale participatieraad in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over voorgenomen maatregelen met betrekking tot:
- a. de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan regelgeving inzake de rechtspositie van ambtenaren;
- b. de wijze waarop het algemeen personeelsbeleid wordt uitgevoerd;
- c. organisatie- en formatierapporten, voor zover daarin de structuur van de organisatie en de inhoud en omvang van de bij die structuur behorende functies worden beschreven;
- d. aangelegenheden op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn in verband met de arbeid;
- e. aangelegenheden met betrekking tot huisvesting en werkklimaat, en
- f. de technische en bedrijfseconomische dienstuitvoering.
2. Indien de participatieraad of de centrale participatieraad niet binnen een redelijke termijn een advies als bedoeld in het eerste lid uitbrengt, wordt hij geacht in te stemmen met de voorgenomen maatregel.
3. Een besluit met betrekking tot een voorgenomen maatregel wordt genomen met inachtneming van het advies en afweging van de betrokken belangen.
4. Tenzij het besluit met betrekking tot een voorgenomen maatregel overeenstemt met het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt de uitvoering ervan opgeschort tot een maand na de dag waarop de participatieraad of de centrale participatieraad van het besluit in kennis is gesteld, dan wel tot de participatieraad te kennen geeft in te stemmen met het besluit.
##### Artikel 72o
1. De participatieraad of de centrale participatieraad kan schriftelijk voorstellen doen ten aanzien van de onderwerpen, genoemd in [artikel 72n, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72n&z=2021-03-30&g=2021-03-30).
2. Onze Minister beslist over een voorstel als bedoeld in het eerste lid nadat daarover ten minste eenmaal overleg is gevoerd in een overlegvergadering. Na het overleg deelt Onze Minister zo spoedig mogelijk schriftelijk en gemotiveerd aan de participatieraad mee of hij overeenkomstig het voorstel zal beslissen.
##### Artikel 72p
Onze Minister verstrekt aan de participatieraad of de centrale participatieraad desgevraagd of uit eigen beweging tijdig alle inlichtingen en gegevens, waaronder de achtergronden, motieven en afwegingen van voorgenomen maatregelen als bedoeld in [artikel 72n, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72n&z=2021-03-30&g=2021-03-30), die de participatieraad of de centrale participatieraad redelijkerwijs nodig heeft voor het vervullen van zijn taak. Over individuele personeelszaken worden geen gegevens verstrekt.
##### Artikel 72q
Ambtenaren die lid zijn of zijn geweest van een participatieraad of de centrale participatieraad of zich voor het lidmaatschap kandidaat hebben gesteld, worden niet uit hoofde van dat lidmaatschap of die kandidaatstelling ontslagen of benadeeld in hun positie of loopbaanperspectief.
##### Artikel 72r
Onze Minister stelt, in overeenstemming met de Sectorale Overlegcommissie BES, bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit overlegstelsel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028779&artikel=2.1), nadere regels ter uitvoering van deze paragraaf, waaronder in ieder geval regels met betrekking tot de samenstelling en de werkwijze van de participatieraden en de centrale participatieraad, de toepassing van de [artikelen 72o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72o&z=2021-03-30&g=2021-03-30) en [72p](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72p&z=2021-03-30&g=2021-03-30), de faciliteiten die aan de leden van de participatieraden en de centrale participatieraad worden verleend en de wijze waarop geschillen met betrekking tot de uitvoering van deze paragraaf en de daarop berustende regels worden beslecht.
#### § 12. Andere verplichtingen en rechten
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
##### Artikel 48a
[Hoofdstuk 3a van de Arbeidswet 2000 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028202&hoofdstuk=3A) is van overeenkomstige toepassing op zwangere en bevallen ambtenaren.
#### § 10. Beloningen en andere bijzondere eenmalige toelagen
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
#### § 11. Scholing
#### § 11a. Medezeggenschap
#### § 12. Andere verplichtingen en rechten
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
#### § 5. Vakantie-uitkering
##### Artikel 36a
1. De ambtenaar heeft recht op een vakantie-uitkering ten bedrage van 8,33 procent van de door hem genoten bezoldiging vermeerderd met de toelagen, die tot het ambtelijk inkomen worden gerekend voor de berekening van het pensioengevend inkomen.
2. De vakantie-uitkering wordt eenmaal per jaar in de maand mei uitbetaald over een periode van twaalf maanden, die is aangevangen met de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar.
3. In afwijking van het tweede lid vindt betaling van de vakantie-uitkering plaats bij ontslag of overlijden van de ambtenaar en wel over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode, waarover de vakantie-uitkering is betaald en de datum van ontslag onderscheidenlijk de datum van overlijden.
4. Bij overlijden van de ambtenaar vindt betaling van de vakantie-uitkering plaats aan de weduwe of weduwnaar. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar nalaat, geschiedt de uitbetaling ten behoeve van de minderjarige kinderen. Onder kinderen worden in dit lid verstaan natuurlijke kinderen en kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt in dit lid verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van een kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook kinderen, dan geschiedt de betaling van de vakantie-uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de overledene. Laat de overledene ook geen betrekkingen na als bedoeld in de vorige volzin, dan wordt de vakantie-uitkering geheel of ten dele aangewend voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, voor zover de nalatenschap van de overledene voor de betaling van die kosten ontoereikend is.
### Hoofdstuk V. Dienst- en werktijden
### Hoofdstuk V. Dienst- en werktijden
#### § 2. Het verrichten van arbeid
#### § 2. Het verrichten van arbeid
#### § 3. Nevenarbeid
#### § 3. Nevenarbeid
#### § 5. Verhouding tot derden
#### § 6. Dienstkleding
#### § 8. Schadeplicht en rekenplicht
#### § 11. Scholing
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
##### Artikel 25a
1. Aan de ambtenaar die door het bevoegd gezag de verplichting is opgelegd buiten het voor hem vastgestelde dienstrooster beschikbaar te zijn om op afroep dienst te gaan verrichten zonder de verplichting op de werkplek aanwezig te zijn, wordt, voor zover hij tijdens de beschikbaarheid geen werkzaamheden heeft verricht, een vergoeding toegekend voor elk uur dat hij volgens het beschikbaarheidschema, bedoeld in [artikel 37c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=V&artikel=37c&z=2021-03-30&g=2021-01-01), beschikbaar is geweest.
2. De hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt met in achtneming van het derde lid vastgesteld:
- a. bij ministeriële regeling voor ambtenaren in dienst van de staat, en
- b. bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam.
3. Als de bezoldiging wijziging ondergaat, wordt met ingang van de datum waarop die wijziging ingaat de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, op gelijke voet gewijzigd.
##### Artikel 25b
1. Aan de ambtenaar wordt een toelage toegekend, voor zover hij, anders dan bij wijze van overwerk, regelmatig of vrij regelmatig arbeid heeft verricht op:
- a. maandag tot en met vrijdag tussen 0 en 6 uur of tussen 20 en 24 uur;
- b. zaterdag of zondag tussen 0 en 24 uur; of
- c. een feestdag als bedoeld in [artikel 37, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=V&artikel=37&z=2021-03-30&g=2021-01-01), tussen 0 en 24 uur.
2. De hoogte van de toelage wordt met in achtneming van het derde lid vastgesteld:
- a. bij ministeriële regeling voor ambtenaren in dienst van de staat, en
- b. bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam.
3. Als de bezoldiging wijziging ondergaat, wordt met ingang van de datum waarop die wijziging ingaat de toelage, bedoeld in het eerste lid, op gelijke voet gewijzigd.
##### Artikel 25c
1. Aan de ambtenaar wiens bezoldiging een blijvende verlaging van ten minste USD 100 per maand ondergaat als gevolg van het beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in [artikel 25a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=25a&z=2021-03-30&g=2021-01-01) of [25b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=25b&z=2021-03-30&g=2021-01-01) anders dan door ziekte, wordt gedurende drie jaren vanaf de datum waarop die verlaging van zijn bezoldiging intreedt een aflopende toelage toegekend, mits hij die toelage ten minste twee jaren zonder onderbreking heeft genoten.
2. De berekeningsbasis voor de aflopende toelage, bedoeld in het eerste lid, is het bedrag dat de ambtenaar over de 24 kalendermaanden, voorafgaande aan de datum waarop de eerste verlaging van zijn bezoldiging intreedt, gemiddeld per maand aan toelagen als bedoeld in [artikel 25a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=25a&z=2021-03-30&g=2021-01-01) en [25b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=25b&z=2021-03-30&g=2021-01-01) heeft genoten, verminderd met hetgeen de ambtenaar daadwerkelijk aan die toelagen geniet na de bedoelde verlaging.
3. De aflopende toelage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt gedurende het eerste jaar 75%, het tweede jaar 50% en het derde jaar 25% van de berekeningsbasis.
4. Het eerste lid is niet van toepassing indien de verlaging van de bezoldiging het gevolg is van een disciplinaire maatregel als bedoeld in [artikel 79](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028767&artikel=79) of [artikel 102 van het Besluit rechtspositie korps politie BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028767&artikel=102).
#### § 2. Kinder-, standplaats- en kostwinnerstoelage
#### § 3. Bezoldiging in militaire dienst
#### § 4. Uitkering bij overlijden
#### § 4. Uitkering bij overlijden
##### Artikel 37a
1. Met inachtneming van het bepaalde in of krachtens dit hoofdstuk stelt het bevoegd gezag voor ieder organisatieonderdeel een regeling van de werktijden of een dienstrooster vast.
2. De arbeidsduur bedraagt gemiddeld op jaarbasis ten hoogste 39,5 uur per week, en indien het een ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van een politietaak betreft ten hoogste 40 uur per week. De werkweek wordt voor zover uit oogpunt van dienstbelang mogelijk is, vastgesteld op vijf dagen en in de andere gevallen op zes dagen.
3. Alleen bij onvermijdelijkheid wordt van de ambtenaar die niet ingevolge een dienstrooster is ingeroosterd dienst verwacht op zondag en feestdagen.
4. Bij de regeling van de werktijden wordt in acht genomen, dat deze in verband met de aard der werkzaamheden niet overmatig zijn en behoorlijk door rusttijd worden onderbroken.
5. Voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de dienst, kunnen paraatheiduren onderdeel uitmaken van een dienstrooster. Voor de berekening van de arbeidsduur worden paraatheiduren voor 50% meegeteld. De tijdens paraatheiduren gemaakte werkuren worden voor 50% aangemerkt als overwerk.
6. Het dienstrooster moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a. de werktijden zijn in verband met de aard der werkzaamheden niet overmatig en behoudens een onderbreking voor het nuttigen van een maaltijd zoveel mogelijk aaneengesloten;
- b. per periode van vier weken worden ten minste acht roostervrije dagen aangegeven;
- c. bij de vaststelling van een roostervrije dag wordt zorg gedragen dat ten minste 18 uren van eenzelfde kalenderdag deel uitmaken van een onafgebroken rusttijd van ten minste 30 uren;
- d. bij de vaststelling van twee of meer opeenvolgende roostervrije dagen wordt zorg gedragen dat daarop aansluitend ten minste zes uren volgen waarop geen dienst behoeft te worden gedaan;
- e. opeenvolgende diensten worden behoorlijk door rusttijd onderbroken.
7. Bij de vaststelling van de dienstroosters zorgt het bevoegd gezag voorts ten aanzien van iedere ambtenaar zoveel mogelijk dat hij:
- a. op zondag en op de voor hem geldende kerkelijke feestdagen zijn kerk kan bezoeken en dat hij in zijn zondagsrust zo weinig mogelijk wordt beperkt;
- b. op ten minste 22 weekenden per jaar roostervrij, dan wel ten minste 22 periodes van twee aaneengesloten dagen roostervrij is, waarbij de aaneengesloten periode ten minste een zaterdag of een zondag omvat;
- c. de werkuren op zaterdag en zondag en op een feestdag ten hoogste 12 uur en op de overige dagen ten hoogste 14 uur per etmaal bedragen.
8. Voor zover de ambtenaar ingevolge het dienstrooster is ingeroosterd op een feestdag geniet hij vrije uren op een ander moment.
9. Hetgeen in dit artikel ten aanzien van het verrichten van werkzaamheden op zondag is bepaald, is voor de ambtenaar die tot een geloofsgemeenschap behoort die de wekelijkse rustdag op een andere dag dan de zondag houdt, van overeenkomstige toepassing op die dag, indien hij daartoe de wens te kennen geeft.
##### Artikel 37b
1. Een dienstrooster bevat de voor de ambtenaren geldende begin- en eindtijden van de werk- en paraatheiduren.
2. De ambtenaar dient te allen tijde, door de daartoe bestaande middelen, kennis te kunnen nemen van het voor hem geldende dienstrooster.
3. Het dienstrooster wordt de ambtenaar uiterlijk twee weken voor aanvang van de periode waarop het betrekking heeft bekend gemaakt.
4. Het dienstrooster wordt telkenmale vastgesteld voor een periode van minimaal een maand. Het wordt gedurende vijf jaren bewaard.
5. Wijziging van het dienstrooster kan, behoudens op verzoek van de ambtenaar, slechts geschieden om dringende redenen van dienstbelang en mits het voornemen daartoe uiterlijk ten minste twee maal 24 uur tevoren aan de ambtenaar bekend is gemaakt. Indien een in het dienstrooster opgenomen roostervrije dag wordt verzet, wordt de roostervrije dag zo spoedig mogelijk daarna toegekend, waarbij zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de wensen van de ambtenaar.
##### Artikel 37c
1. Aan de ambtenaar kan door het bevoegd gezag de verplichting worden opgelegd buiten het voor hem vastgestelde dienstrooster of buiten de voor hem geldende regeling van de werktijden op basis van een daartoe opgesteld beschikbaarheidschema beschikbaar te zijn zonder de verplichting op de werkplek aanwezig te zijn om op afroep dienst te gaan verrichten.
2. Ten aanzien van het beschikbaarheidschema is [artikel 37b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=V&artikel=37b&z=2021-03-30&g=2021-01-01), met uitzondering van het vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 37d
Nadere regels ter uitvoering van de bepalingen in dit hoofdstuk kunnen worden vastgesteld:
- a. bij ministeriele regeling, voor ambtenaren in dienst van de staat;
- b. bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam.
### Hoofdstuk VI. Vrijstelling van dienst en aanspraken in geval van ziekte
### Hoofdstuk VI. Vrijstelling van dienst en aanspraken in geval van ziekte
#### § 1. Eed of belofte
#### § 4. Gebruik van overheidsgoederen
#### § 4. Gebruik van overheidsgoederen
#### § 9. Schadeloosstellingen
##### Artikel 71a
1. De ambtenaar wordt op zijn verzoek bij het bereiken van een diensttijd van 10, 20, 30 of 40 jaar een gratificatie toegekend wegens trouwe dienst. De gratificatie bedraagt 25% van de maandelijkse bezoldiging bij een 10-jarig ambtsjubileum, 50% van de maandelijkse bezoldiging bij een 20-jarig ambtsjubileum, 75% van de maandelijkse bezoldiging bij een 30-jarig ambtsjubileum en 100% van de maandelijkse bezoldiging bij een 40-jarig ambtsjubileum.
2. De ambtenaar aan wie vóór de datum van zijn ambtsjubileum, bedoeld in het eerste lid, ontslag is verleend op grond van [artikel 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=90&z=2021-03-30&g=2021-01-01), [91](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=91&z=2021-03-30&g=2021-01-01) of [92, eerste lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IX&artikel=92&z=2021-03-30&g=2021-01-01), of op grond van [artikel 115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028767&artikel=115) of [118 van het Besluit rechtspositie korps politie BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028767&artikel=118) wordt een diensttijdgratificatie bij wijze van ontslaguitkering toegekend, die een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van de gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het eerste lid bedraagt, indien hij bij voortzetting van het dienstverband binnen vijf jaren in aanmerking zou komen voor een gratificatie op grond van het eerste lid. De berekeningsgrondslag van de diensttijdgratificatie bij ontslag wordt vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller overeenkomt met het aantal dienstjaren op het moment van ontslag en de noemer met het aantal dienstjaren dat nodig is voor de gratificatie bij ambtsjubileum.
3. Voor de toepassing van dit artikel geldt als diensttijd:
- a. de tijd, doorgebracht als werknemer als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028714&artikel=4) of [5 van de Pensioenwet ambtenaren BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028714&artikel=5);
- b. de tijd, vóór 10 oktober 2010 doorgebracht als overheidsdienaar in de zin van artikel 1 van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren, zoals die tot die datum luidde, de tijd waarover recht is opgebouwd op basis van de Werkliedenverordening 1944, zoals die tot die datum luidde, alsmede de door de betrokken ambtenaar aangetoonde overige tijd, vóór 10 oktober 2010 doorgebracht als werknemer bij het land Nederlandse Antillen of bij een eilandgebied van de Nederlandse Antillen;
- c. de door de betrokken ambtenaar aangetoonde tijd, doorgebracht als overheidswerknemer bij de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten, en
- d. de door de betrokken ambtenaar aangetoonde diensttijd, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van de Regeling gratificatie bij ambtsjubileum Rijk 2014](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035124&artikel=4).
4. Als diensttijd in de zin van dit artikel wordt niet aangemerkt diensttijd welke niet in actieve dienst is doorgebracht wegens het bekleden van een politiek ambt. Voorts komt als diensttijd niet in aanmerking tijd welke, zonder dat werkzaamheden zijn verricht, is doorgebracht buiten het genot van inkomsten uit de dienstbetrekking.
5. Diensttijd, gelijktijdig in meer dan één betrekking doorgebracht, telt voor de vaststelling van de datum van het ambtsjubileum slechts eenmaal mee.
6. Voor de berekening van de gratificatie wordt onder bezoldiging verstaan: de bezoldiging in de zin van het [Bezoldigingsbesluit 1998 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028491) of van [artikel 1, onder i, van het Besluit rechtspositie korps politie BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028767&artikel=1), welke voor de ambtenaar geldt op de datum van het ambtsjubileum, vermeerderd met het percentage van de vakantie-uitkering, bedoeld in [artikel 36a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=5&artikel=36a&z=2021-03-30&g=2021-01-01) en de eindejaarsuitkering, bedoeld in [artikel 9a van het Bezoldigingsbesluit 1998 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028491&artikel=9a), en de toelagen die tot het ambtelijk inkomen worden gerekend voor de berekening van het pensioengevend inkomen.
#### § 11. Scholing
#### § 12. Andere verplichtingen en rechten
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
### Hoofdstuk V. Dienst- en werktijden
### Hoofdstuk VI. Vrijstelling van dienst en aanspraken in geval van ziekte
### Hoofdstuk VI. Vrijstelling van dienst en aanspraken in geval van ziekte en dienstongeval
#### § 1. Eed of belofte
#### § 1. Eed of belofte
#### § 3. Nevenarbeid
#### § 5. Verhouding tot derden
#### § 7. Ambts- en dienstwoningen
#### § 7. Ambts- en dienstwoningen
#### § 9. Schadeloosstellingen
#### § 9. Schadeloosstellingen
#### § 12. Andere verplichtingen en rechten
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
##### Artikel 25aa
1. Aan de ambtenaar die door het bevoegd gezag de verplichting is opgelegd om bij calamiteiten op afroep werkzaamheden te verrichten die niet vallen onder zijn normale werkzaamheden wordt met inachtneming van het tweede lid een toelage toegekend volgens:
- a. bij ministeriële regeling vast te stellen regels voor ambtenaren in dienst van de staat, en
- b. bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam.
2. Als de bezoldiging wijziging ondergaat, wordt met ingang van de datum waarop die wijziging ingaat de toelage, bedoeld in het eerste lid, op gelijke voet gewijzigd.
3. Aan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks in december een extra beloning toegekend van USD 333. Als de bezoldiging wijziging ondergaat, wordt met ingang van de datum waarop die wijziging ingaat deze extra beloning op gelijke voet bij ministeriële regeling gewijzigd, onder nadere vaststelling van het in dit lid genoemde bedrag.
#### § 2. Kinder-, standplaats- en kostwinnerstoelage
#### § 3. Bezoldiging in militaire dienst
#### § 4. Uitkering bij overlijden
#### § 4. Uitkering bij overlijden
### Hoofdstuk VI. Vrijstelling van dienst en aanspraken in geval van ziekte
### Hoofdstuk VII. Verschillende verplichtingen en rechten van de ambtenaar
#### § 5. Verhouding tot derden
#### § 5. Verhouding tot derden
#### § 8. Schadeplicht en rekenplicht
#### § 10. Beloningen en andere bijzondere eenmalige toelagen
#### § 10. Beloningen en andere bijzondere eenmalige toelagen
#### § 12. Andere verplichtingen en rechten
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
##### Artikel 25d
1. De ambtenaar in dienst van de staat die door het bevoegd gezag is aangewezen om tevens werkzaam te zijn als bedrijfshulpverlener ontvangt een vergoeding indien hij de taken in verband met bedrijfshulpverlening in voldoende omvang verricht.
2. Onder bedrijfshulpverlening wordt verstaan:
- a. het verlenen van eerste hulp bij ongevallen;
- b. het beperken en het bestrijden van brand en het beperken van de gevolgen van ongevallen;
- c. het in noodsituaties alarmeren en evacueren van alle werknemers en andere personen in het dienstgebouw.
3. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per jaar:
- a. voor de allroundbedrijfshulpverlener: USD 273;
- b. voor de ploegleider bedrijfshulpverlening: USD 547;
- c. voor het hoofd bedrijfshulpverlening: USD 820.
4. De aanspraak op de vergoeding wordt berekend naar het bedrag van de vergoeding, bedoeld in het derde lid, op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van het jaar waarin betrokkene bedrijfshulpverlener was. De vergoeding voor een gedeelte van een jaar wordt berekend naar evenredigheid van het aantal hele maanden dat de aanwijzing tot bedrijfshulpverlener heeft geduurd.
5. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, ontvangt vijf jaar na diens aanwijzing als bedrijfshulpverlener en vervolgens elke vijf jaar daarna zolang de aanwijzing duurt, een jubileumtoeslag ten bedrage van:
- a. USD 450 na vijf jaar;
- b. USD 550 na tien jaar;
- c. USD 655 na vijftien jaar en na elke vijf jaar daaropvolgend.
6. In afwijking van [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=25&z=2021-03-30&g=2021-01-01) worden de taken in het kader van de bedrijfshulpverlening die in opdracht van het bevoegd gezag als overwerk worden verricht, vergoed voor alle aangewezen ambtenaren en uitsluitend met een bedrag in geld, met dien verstande dat voor elk uur overwerk een vergoeding wordt toegekend ten bedrage van 125% van de bezoldiging, berekend per uur, behorende bij de maximumbezoldiging van schaal 7 van de bezoldigingsschalen die op grond van [artikel 1, onderdeel d, van het Bezoldigingsbesluit 1998 BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028491&artikel=1) zijn vastgesteld.
7. De bedragen, genoemd in het derde en vijfde lid, worden vanaf 1 januari 2019 bij ministeriële regeling aangepast overeenkomstig de algemene salarisontwikkeling van de ambtenaren in dienst van de staat.
#### § 3. Bezoldiging in militaire dienst
#### § 5. Vakantie-uitkering
### Hoofdstuk V. Dienst- en werktijden
### Hoofdstuk VI. Vrijstelling van dienst en aanspraken in geval van ziekte
### Hoofdstuk VII. Verschillende verplichtingen en rechten van de ambtenaar
#### § 2. Het verrichten van arbeid
#### § 3. Nevenarbeid
#### § 9. Schadeloosstellingen
#### § 10. Beloningen en andere bijzondere eenmalige toelagen
#### § 12. Andere verplichtingen en rechten
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
##### Artikel 1a
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. **beroepsziekte:** een ziekte, die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en die niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
- b. **dienstongeval:** een ongeval, dat in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en dat niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten.
2. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder echtgenoot of echtgenote mede verstaan de levenspartner met wie de niet gehuwde ambtenaar duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voert. Onder weduwe of weduwnaar wordt mede verstaan de achtergebleven levenspartner, bedoeld in de vorige volzin. Slechts één persoon kan als levenspartner worden aangemerkt.
### Hoofdstuk II. Aanstelling en bevordering
### Hoofdstuk III. Beoordeling en ranglijst
### Hoofdstuk IV. Bezoldiging, uitkeringen en toelagen
#### § 1. Bezoldiging, persoonlijke toelage en beloning voor overwerk
#### § 2. Kinder-, standplaats- en kostwinnerstoelage
#### § 5. Vakantie-uitkering
##### Artikel 40a
1. In geval van invaliditeit die voortvloeit uit een dienstongeval of een beroepsziekte, wordt aan de desbetreffende ambtenaar smartengeld vergoed tot een netto bedrag van ten hoogste USD 180.000.
2. In geval de ambtenaar komt te overlijden ten gevolge van een dienstongeval, wordt aan de weduwe of weduwnaar een netto bedrag uitgekeerd van USD 90.000. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar nalaat, geschiedt de uitbetaling met overeenkomstige toepassing van [artikel 36a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=IV¶graaf=5&artikel=36a&z=2021-03-30&g=2021-01-01).
3. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van de uitkering, bedoeld in het eerste lid.
### Hoofdstuk VII. Verschillende verplichtingen en rechten van de ambtenaar
#### § 2. Het verrichten van arbeid
#### § 3. Nevenarbeid
#### § 11. Scholing
#### § 12. Andere verplichtingen en rechten
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
##### Artikel 3a
Het bevoegd gezag kan functies aanwijzen voor de bekleding waarvan het goed zedelijk gedrag van de ambtenaar elke vijf jaar moet blijken uit een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de [Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028258). De kosten voor de verklaring komen ten laste van:
- a. de staat indien de ambtenaar in dienst is van de staat;
- b. het openbaar lichaam, indien de ambtenaar in dienst is van dat openbaar lichaam.
### Hoofdstuk III. Beoordeling en ranglijst
### Hoofdstuk IV. Bezoldiging, uitkeringen en toelagen
#### § 1. Bezoldiging, persoonlijke toelage en beloning voor overwerk
#### § 2. Kinder-, standplaats- en kostwinnerstoelage
#### § 3. Bezoldiging in militaire dienst
### Hoofdstuk V. Dienst- en werktijden
### Hoofdstuk VII. Verschillende verplichtingen en rechten van de ambtenaar
#### § 1. Eed of belofte
#### § 7. Ambts- en dienstwoningen
#### § 11. Scholing
#### § 11a. Medezeggenschap
### Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
##### Artikel 72i
In deze paragraaf en de daarop gebaseerde regels wordt verstaan onder:
- a. **organisatie-eenheid:** organisatie-eenheid van de Rijksdienst Caribisch Nederland;
- b. **participatieraad:** participatieraad als bedoeld in [artikel 72k, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72k&z=2021-03-30&g=2021-01-01);
- c. **centrale participatieraad:** centrale participatieraad als bedoeld in [artikel 72k, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72k&z=2021-03-30&g=2021-01-01).
##### Artikel 72j
1. De ambtenaren in dienst van de Staat hebben in het belang van het goed functioneren van die organisatie-eenheid en met inachtneming van deze paragraaf recht op medezeggenschap met betrekking tot onderwerpen die, met inachtneming van [artikel 72m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72m&z=2021-03-30&g=2021-01-01), de uitvoering van de bedrijfsvoering van die organisatie-eenheid betreffen.
2. Ten behoeve van medezeggenschap als bedoeld in het eerste lid voert Onze Minister open en reëel overleg met de voor dat overleg ingestelde participatieraad of, met inachtneming van de [artikelen 72l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72l&z=2021-03-30&g=2021-01-01) en [72m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72m&z=2021-03-30&g=2021-01-01), de centrale participatieraad of, voor zover het medewerkers betreft die werkzaam zijn in een organisatie-eenheid van minder dan tien medewerkers, in een personeelsbijeenkomst die halfjaarlijks georganiseerd wordt.
##### Artikel 72k
1. Onze Minister stelt voor een organisatie-eenheid van ten minste tien medewerkers een participatieraad in.
2. Een participatieraad bestaat uit leden die door de in de desbetreffende organisatie-eenheid werkzame medewerkers rechtstreeks uit hun midden zijn gekozen.
3. Onze Minister kan tevens een centrale participatieraad instellen, waarvoor iedere participatieraad een lid kan afvaardigen.
##### Artikel 72l
Indien een centrale participatieraad is ingesteld, worden daarin uitsluitend onderwerpen met betrekking tot de uitvoering van de bedrijfsvoering behandeld die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle of de meerderheid van de participatieraden.
##### Artikel 72m
1. Geen onderwerp van medezeggenschap zijn:
- a. individuele rechtspositionele aangelegenheden;
- b. aangelegenheden waarover overleg wordt gevoerd in het overleg, bedoeld in [artikel 2.3 van het Besluit overlegstelsel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028779&artikel=2.3), daaronder begrepen een wijziging van de organisatiestructuur, de omvang of inhoud van de taken van de organisatie-eenheid, voor zover daaraan rechtspositionele of personele gevolgen zijn verbonden; en
- c. de vaststelling van de taken van een organisatie-eenheid of de omvang daarvan, het beleid ten aanzien van die taken en de uitvoering van die taken, alsmede directe maatregelen voor zover die strekken tot het verzekeren van de beschikbaarheid, de inzetbaarheid, oefeningen en het ongestoord functioneren van een organisatie-eenheid.
2. In het overleg, bedoeld in [artikel 2.3 van het Besluit overlegstelsel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028779&artikel=2.3), kan besloten worden dat bespreking van aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, onder b, in afwijking van die bepaling toch plaatsvindt in de betrokken participatieraden of in de centrale participatieraad. Daarbij kan tevens worden besloten dat [artikel 72n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72n&z=2021-03-30&g=2021-01-01) van overeenkomstige toepassing is. Indien het een voorstel betreft als bedoeld in [artikel 2.2, derde lid, van het Besluit overlegstelsel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028779&artikel=2.2), kan daarbij tevens worden besloten dat een positief advies van de participatieraad gelijk gesteld wordt met overeenstemming met de Sectorale Overlegcommissie BES.
##### Artikel 72n
1. In het kader van medezeggenschap wordt de participatieraad of de centrale participatieraad in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over voorgenomen maatregelen met betrekking tot:
- a. de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan regelgeving inzake de rechtspositie van ambtenaren;
- b. de wijze waarop het algemeen personeelsbeleid wordt uitgevoerd;
- c. organisatie- en formatierapporten, voor zover daarin de structuur van de organisatie en de inhoud en omvang van de bij die structuur behorende functies worden beschreven;
- d. aangelegenheden op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn in verband met de arbeid;
- e. aangelegenheden met betrekking tot huisvesting en werkklimaat, en
- f. de technische en bedrijfseconomische dienstuitvoering.
2. Indien de participatieraad of de centrale participatieraad niet binnen een redelijke termijn een advies als bedoeld in het eerste lid uitbrengt, wordt hij geacht in te stemmen met de voorgenomen maatregel.
3. Een besluit met betrekking tot een voorgenomen maatregel wordt genomen met inachtneming van het advies en afweging van de betrokken belangen.
4. Tenzij het besluit met betrekking tot een voorgenomen maatregel overeenstemt met het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt de uitvoering ervan opgeschort tot een maand na de dag waarop de participatieraad of de centrale participatieraad van het besluit in kennis is gesteld, dan wel tot de participatieraad te kennen geeft in te stemmen met het besluit.
##### Artikel 72o
1. De participatieraad of de centrale participatieraad kan schriftelijk voorstellen doen ten aanzien van de onderwerpen, genoemd in [artikel 72n, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72n&z=2021-03-30&g=2021-01-01).
2. Onze Minister beslist over een voorstel als bedoeld in het eerste lid nadat daarover ten minste eenmaal overleg is gevoerd in een overlegvergadering. Na het overleg deelt Onze Minister zo spoedig mogelijk schriftelijk en gemotiveerd aan de participatieraad mee of hij overeenkomstig het voorstel zal beslissen.
##### Artikel 72p
Onze Minister verstrekt aan de participatieraad of de centrale participatieraad desgevraagd of uit eigen beweging tijdig alle inlichtingen en gegevens, waaronder de achtergronden, motieven en afwegingen van voorgenomen maatregelen als bedoeld in [artikel 72n, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72n&z=2021-03-30&g=2021-01-01), die de participatieraad of de centrale participatieraad redelijkerwijs nodig heeft voor het vervullen van zijn taak. Over individuele personeelszaken worden geen gegevens verstrekt.
##### Artikel 72q
Ambtenaren die lid zijn of zijn geweest van een participatieraad of de centrale participatieraad of zich voor het lidmaatschap kandidaat hebben gesteld, worden niet uit hoofde van dat lidmaatschap of die kandidaatstelling ontslagen of benadeeld in hun positie of loopbaanperspectief.
##### Artikel 72r
Onze Minister stelt, in overeenstemming met de Sectorale Overlegcommissie BES, bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit overlegstelsel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028779&artikel=2.1), nadere regels ter uitvoering van deze paragraaf, waaronder in ieder geval regels met betrekking tot de samenstelling en de werkwijze van de participatieraden en de centrale participatieraad, de toepassing van de [artikelen 72o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72o&z=2021-03-30&g=2021-01-01) en [72p](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028693&hoofdstuk=VII¶graaf=11a&artikel=72p&z=2021-03-30&g=2021-01-01), de faciliteiten die aan de leden van de participatieraden en de centrale participatieraad worden verleend en de wijze waarop geschillen met betrekking tot de uitvoering van deze paragraaf en de daarop berustende regels worden beslecht.
#### § 12. Andere verplichtingen en rechten
### Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen