Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Zie voor brieven van vaderschap de toelichting bij artikel 3 RWN.
Paragraaf 3. Kind geboren op of ná 1 januari 1985; Nederlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003
4-1. Toelichting ad artikel 4, eerste lid
4-2. Toelichting ad artikel 4, tweede lid
4-2. Toelichting ad artikel 4, tweede lid
4-4. Toelichting ad artikel 4, vierde lid
4-4. Toelichting ad artikel 4, vierde lid
4-6. Toelichting ad artikel 4, zesde lid
Artikel 5
5-alg. Toelichting algemeen
Artikel 5a
5a-1. Toelichting ad artikel 5a, eerste lid (sterke adoptie)
Artikel 5b
Geen.
Op 1 januari 2012 is de Wet conflictenrecht adoptie (Wcad), die niet van toepassing is in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, vervallen. Vanaf die datum is in Europees Nederland artikel 10:103 BW-NL tot en met artikel 10:112 BW-NL van toepassing.
5b-alg. Toelichting algemeen
2. Verhouding met Haags adoptieverdrag 1993
Artikel 5b RWN regelt de verkrijging van het Nederlanderschap in gevallen van interlandelijke adoptie waarin het Adoptieverdrag 1993 niet geldt tussen de bij de adoptie betrokken landen. Daarnaast regelt het de verkrijging van het Nederlanderschap als gevolg van een adoptie die is uitgesproken in de staat waarin zowel de adoptiefouders als het kind woonachtig waren.
Artikel 5c
Artikel 5c
Artikel 6
6-alg. Toelichting Algemeen
Artikel 5c
6-alg. Toelichting Algemeen
Alleen een ouder die de wettelijke vertegenwoordiger is, kan ingevolge artikel 2, derde lid, RWN voor een kind een optieverklaring afleggen. Een ouder die niet de wettelijke vertegenwoordiger is, kan wél in zijn optieverklaring aangeven dat een kind moet delen in de verkrijging van het Nederlanderschap. Dit is immers niet een verklaring of verzoek van de minderjarige als bedoeld in artikel 2, derde lid, RWN. Het kind kan dan delen in de verkrijging van het Nederlanderschap door de ouder. Kinderen van twaalf jaar en ouder voor wie een optieverklaring wordt uitgebracht of voor wie wordt verzocht om medeverkrijging van de Nederlandse nationaliteit, alsmede hun wettelijke vertegenwoordiger en de andere ouder als bedoeld in artikel 2, vierde lid, RWN, worden op hun verzoek in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren te brengen (zie artikel 2, vierde lid, RWN).
6-1-a. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a
Paragraaf 3.1. Bewijslast opvoeding en verzorging
Diaro is op Bonaire geboren en 21 jaar oud. Hij is uitsluitend in het bezit van de Colombiaanse nationaliteit. Hij woont sinds zijn geboorte op Bonaire. Hij is in het bezit van verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Op zijn 14e heeft Diaro een gewapende overval gepleegd op een benzinestation op Saint Martin. Hij heeft hiervoor een jaar in jeugddetentie doorgebracht op Guadeloupe. Kort voor zijn 16e is hij vrijgekomen en onmiddellijk teruggekeerd naar Bonaire. Diaro kan opteren voor de Nederlandse nationaliteit. Weliswaar heeft hij niet zijn hele leven in het Koninkrijk verbleven, maar de detentie in Guadeloupe geldt niet als onderbreking van zijn hoofdverblijf aangezien hij onmiddellijk na zijn detentie naar Bonaire is teruggekeerd. Dat Diaro in het verleden buiten het Koninkrijk (namelijk op Saint Martin) een strafbaar feit heeft gepleegd is voor de beoordeling of hij op grond van dit gedrag een gevaar oplevert voor de openbare orde op zichzelf wel relevant. Diaro heeft echter gedurende 5 jaar na beëindiging van zijn detentie geen nieuw strafbaar feit gepleegd. Hij heeft daarmee voldaan aan de rehabilitatietermijn (zie de toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a RWN).
6-1-b. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b
6-1-c. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c
Wettekst:
paragraaf 5. Naamskeuze voor/door de optant
paragraaf 4. Erkenning en wettiging vanaf 1 maart 2009
In perioden waarin niet in gezinsverband kon worden samengeleefd in verband met de opname van de vader of het kind in een ziekenhuis of instelling, wordt eveneens aangenomen dat sprake is geweest van verzorging en opvoeding, mits – voor zover redelijkerwijs mogelijk – tijdens deze opname sprake is geweest van contact tussen de vader en het kind.
Paragraaf 1. Algemeen
6-1-e. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e
Paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 3. Overgangsregeling
Op grond van artikel 26 RWN geldt voor een aantal categorieën oud-Nederlanders niet het vereiste dat zij gedurende een jaar of langer toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba moeten hebben om het Nederlanderschap door optie te kunnen herkrijgen. Deze overgangsregeling geldt van 1 april 2003 tot en met 31 maart 2013 (artikel 26, tweede lid, RWN).
6-1-g. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder g
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.2. Bezit Nederlandse nationaliteit moeder ten tijde van geboorte van kind
paragraaf 1.2. Bezit Nederlandse nationaliteit moeder ten tijde van geboorte van kind
paragraaf 1.1. Geboorte vóór 1 januari 1985
paragraaf 1.2.2. Geboorte uit een ongehuwde vrouw met de Nederlandse nationaliteit
paragraaf 1.3. De vader is niet-Nederlander ten tijde van geboorte van kind
paragraaf 1.2.1.2. Gehuwde vrouw: huwelijk in periode na 1 maart 1964
paragraaf 1.4. Voorbeelden: welke situaties vallen onder deze optiemogelijkheid
paragraaf 1.4. Voorbeelden: welke situaties vallen onder deze optiemogelijkheid
6-1-j. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder j
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.3. Bezit Nederlandse nationaliteit adopiefmoeder ten tijde van onherroepelijk uitspraak
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.4. Niet eerder de Nederlandse nationaliteit verkregen door optie
paragraaf 1.4. Niet eerder de Nederlandse nationaliteit verkregen door optie
paragraaf 1.5. Vereiste documenten
Casus zoals in voorbeeld 1. Echter, de Belgische adoptiefvader komt te overlijden voordat een adoptieuitspraak wordt gedaan in eerste aanleg. In dat geval heeft het kind op grond van artikel 1 bis WNI de Nederlandse nationaliteit verkregen via de adoptiefmoeder.
Wettekst:
paragraaf 1.1. Afstamming door erkenning als minderjarige van zes jaar of ouder
Onderdeel k vereist dat eerst de optiegerechtigde ouder van het kind het Nederlanderschap verkrijgt. Daarna pas kan het kind gebruik maken van de optiemogelijkheid in onderdeel k. Alleen als deze optiegerechtigde ouder is overleden en dus niet het Nederlanderschap meer kan verkrijgen, kan er ook geopteerd worden.
paragraaf 1.3. Vereiste documenten
De optievoorwaarden kan de optant aan de hand van de volgende stukken aantonen:
6-1-l. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder l
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.1. Afstamming door erkenning als minderjarige van zes jaar of ouder
Voorts eist onderdeel l dat eerst de optiegerechtigde vader van het kind het Nederlanderschap verkrijgt. Daarna pas kan het kind gebruik maken van de optiemogelijkheid in onderdeel l. Alleen als deze optiegerechtigde vader is overleden en dus niet het Nederlanderschap heeft kunnen verkrijgen kan er ook geopteerd worden. Voorwaarde is wel dat de vader aan alle voorwaarden van artikel 6, eerste lid, onder i of j voldoet. Dit moet bij een overleden vader dus ook onderzocht worden.
paragraaf 1.1. Afstamming door erkenning als minderjarige van zeven jaar of ouder
Vast moet komen te staan dat de optant een (juridisch) kind is van de persoon bedoeld in onderdeel i of j. Onderdeel m gaat uit van afstamming door postnatale erkenning van een minderjarige. Deze persoon (man) heeft het kind erkend op een moment dat het kind zeven jaar of ouder was, maar minderjarig was.
Aangetoond moet worden dat deze man (de erkenner) de biologische vader is van het kind.
paragraaf 1.3. Eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder
paragraaf 1.4. Vereiste documenten
De optievoorwaarden kan de optant aan de hand van de volgende stukken aantonen:
paragraaf 1.1. Afstamming door gerechtelijke vaststelling vaderschap
Vast moet komen te staan dat de optant een (juridisch) kind is van de persoon (man) bedoeld in onderdeel i of j. Onderdeel n gaat uit van afstamming door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Van deze persoon (man) is door de rechter vastgesteld dat hij de vader is van de optant.
paragraaf 1.2. Eerste verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder
Voorts eist onderdeel n dat eerst de optiegerechtigde vader van het kind het Nederlanderschap verkrijgt. Daarna pas kan het kind gebruik maken van de optiemogelijkheid in onderdeel n. Alleen als deze optiegerechtigde vader is overleden en dus niet het Nederlanderschap heeft kunnen verkrijgen kan er ook geopteerd worden.
6-1-o. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder o
Vast moet komen te staan dat de optant een (juridisch) kind is van de persoon bedoeld in onderdeel i of j. Onderdeel n gaat uit van afstamming door adoptie. Deze persoon heeft het kind als minderjarige geadopteerd bij een uitspraak van een rechter in het Koninkrijk. Deze uitspraak moet onherroepelijk zijn.
Na het afleggen van een daartoe strekkende schriftelijke verklaring verkrijgt door een bevestiging als bedoeld in het derde lid het Nederlanderschap: de vreemdeling die het Nederlanderschap van rechtswege heeft verloren, indien met dat verlies het Unieburgerschap verloren ging en op dat moment redelijkerwijs voorzienbaar was dat dit tot onevenredige gevolgen uit het oogpunt van het Unierecht zou leiden. De herkrijging geschiedt met terugwerkende kracht tot en met het moment waarop het Nederlanderschap verloren ging. Het tweede lid is niet van toepassing.
Paragraaf 2. Toets aan unierechtelijk evenredigheidsbeginsel na van rechtswege verlies van het Unieburgerschap
2.4. Mee te wegen rechten en factoren
2.2. Personele en territoriale werkingssfeer
2.4. Mee te wegen rechten en factoren
De IND toetst iedere individuele zaak op zijn eigen merites. De IND betrekt en weegt alle relevante omstandigheden die door de optant zijn aangevoerd.
3.2. Bewijslast
3.2. Bewijslast
6-1-q. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder q
6-1-q. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder q
De heer C is 20 jaar en geboren in de openbare lichamen. Mevrouw A is zijn moeder met de *** nationaliteit. Mevrouw A kan op basis van de nationaliteitswet van het land waar zij de nationaliteit van heeft, haar nationaliteit niet doorgeven (zoals ook opgenomen in de Regeling evidente staatloosheid). Er is geen juridische vader in beeld. De heer C is dus staatloos. Voor de heer C is het in redelijkheid niet mogelijk een (andere) nationaliteit te verkrijgen. Tot het moment dat de heer C een optieverklaring aflegt op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder q, RWN, werkte de heer C, evenals zijn ouders, mee aan zijn vertrek. Hiermee is de heer C dus ook in beeld bij de overheidsinstanties en onttrekt hij zich niet aan toezicht. De heer C kan een geslaagd beroep doen op het optierecht van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder q, RWN, voor zover hij ook aan de overige voorwaarden voldoet.
Paragraaf 1.3. Het in redelijkheid niet kunnen verkrijgen van andere nationaliteit
paragraaf 2.2.4.4. Bereidheidsverklaring afstand
Paragraaf 2.2.3. Te verstrekken gegevens
6-3. Toelichting ad artikel 6, derde lid
De autoriteit die de verklaring in ontvangst neemt, beoordeelt aan de hand van de haar overgelegde stukken de gronden waarop de verklaring berust. Indien de verklaring strekt tot herkrijging van het Nederlanderschap als bedoeld in het eerste lid, onder p, vraagt de autoriteit advies aan Onze Minister. Indien aan de vereisten is voldaan, bevestigt zij schriftelijk de verkrijging van het Nederlanderschap.
paragraaf 2.2. Afleggen van de optieverklaring
paragraaf 2.2.5.5. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten
paragraaf 2.2.5.4. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
paragraaf 2.2.1.4. Wettelijk vertegenwoordiger/andere ouder
De schriftelijke machtiging moet zijn ondertekend door de persoon wiens verschijning is persoon is vereist.
Ingevolge artikel 6, eerste lid, BvvN dient de optant bij het afleggen van de optieverklaring betreffende zichzelf, voor zoveel mogelijk, gegevens te verstrekken met betrekking tot:
Paragraaf 2.2.5.1. Algemeen
paragraaf 2.2.4. Af te leggen verklaringen
paragraaf 2.4.2. Beoordeling of aan de (overige) voorwaarden wordt voldaan
De IND-BES kan bij de optant reeds informeren op welke wijze hij de bevestiging wenst uit te spreken (‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’ of ‘Dat verklaar en beloof ik’). De IND-BES kan deze voorkeur vervolgens optioneel aangeven onderaan de bereidverklaring. De bereidverklaring maakt onderdeel uit van het optiedossier.
paragraaf 2.4.2.2. Verblijfsrechtelijke status optant
Optanten die niet de bereidverklaring hoeven in te vullen en ondertekenen, omdat zij geen verklaring van verbondenheid hoeven af te leggen.
Bovendien moet de optant door middel van een zogenaamde verklaring verblijf en gedrag (model 1.14) schriftelijk te verklaren dat in het kader van de verkrijging en het behoud van de verblijfsvergunning van hemzelf en de overige in de optieverklaring genoemde personen de gevraagde gegevens naar waarheid zijn verstrekt en geen relevante gegevens zijn verzwegen ( artikel 6, vierde lid, BvvN) en of hij, of één van de in de optieverklaring genoemde personen ouder dan zestien jaar, niet polygaam gehuwd is en al dan niet in aanraking is geweest met politie en/of justitie in verband met een misdrijf. Onze Minister (lees: IND-unit Caribisch Nederland) zet, voordat de optant de verklaring ondertekent, de openbare orde richtlijnen en het beginsel van monogamie bij optie uiteen en wijst de optant erop dat een en ander gevolgen kan hebben voor de bevestiging van de optieverklaring. De optant wordt in de gelegenheid gesteld om op de verklaring aan te geven of er sprake is van bijzondere feiten en/of omstandigheden op grond waarvan, naar zijn mening, ten aanzien van hem of de betreffende minderjarige niet mag worden geconcludeerd dat op grond van zijn gedrag ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk (zie verder: de toelichting bij artikel 6, vierde lid RWN en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a RWN).
Paragraaf 2.4.2.2. Verblijfsrechtelijke status optant
Paragraaf 2.2.5.1. Algemeen
Onze Minister (lees: IND-BES) die de optieverklaring in ontvangst neemt, verlangt in beginsel van de optant dat hij gegevens bewijst door middel van documenten. Zie ook artikel 6, vijfde lid, BvvN.
paragraaf 2.6.2. Bevestiging ten aanzien van de ouder/weigering bevestiging medeverkrijging
paragraaf 2.4.1. Toetsing juistheid verstrekte gegevens
Paragraaf 2.4.2.2. Verblijfsrechtelijke status optant
paragraaf 2.6. Weigering bevestiging
paragraaf 2.7. Bezwaar
paragraaf 2.9. Verhuizing van de optant tijdens de procedure
Paragraaf 2.2.5.7. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten
Paragraaf 2.2.5.7. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten
paragraaf 2.10.4.2. Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen
Paragraaf 2.4.2.2. Verblijfsrechtelijke status optant
Paragraaf 2.4.2.2. Verblijfsrechtelijke status optant
paragraaf 2.4.2.5. Onderzoek naar zienswijze kind/wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder
paragraaf 2.7.2. Afhandeling van de beslissing
paragraaf 2.10.1. De oproeping
paragraaf 2.10.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie
Bijlage
paragraaf 2.10.4.1. Zwaarwegende redenen om niet op een naturalisatieceremonie te verschijnen
6-9. Toelichting ad artikel 6, negende lid
paragraaf 2.10.4.2. Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen
Paragraaf 2.1. Weigering optiebevestiging wegens strafrechtelijk(e) delict(en)
Het uitwisselingsformulier als bedoeld in de Overeenkomst van Parijs van 10 september 1964, betreffende het uitwisselen van gegevens met betrekking tot verkrijging van nationaliteit moet volledig worden ingevuld en verzonden naar het land waarvan men de nationaliteit bezit bij de verkrijging van het Nederlanderschap door een persoon met de nationaliteit van: België, Duitsland, Griekenland, Italië, Luxemburg, Oostenrijk en Portugal (Model 1.35).
6a-2-b. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder b
6-4. Toelichting ad artikel 6, vierde lid
6-9. Toelichting ad artikel 6, negende lid
Op grond van artikel 12 in samenhang met artikel 1, eerste en tweede lid, aanhef en onder c van het Verdrag van New York tot beperking der staatloosheid, van 30 augustus 1961 (Trb. 1967, 124) kan een meerderjarige die opteert op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, RWN de bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap alleen worden geweigerd als de optant is veroordeeld wegens een misdrijf tegen de nationale veiligheid dan wel wegens een ander misdrijf is veroordeeld tot een gevangenisstraf van ten minste vijf jaar.
De bevestiging van de optieverklaring van de optant die voldoet aan de voorwaarden van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b (als de optant minderjarig is) of c, RWN kan niet worden geweigerd als op grond van het gedrag van de optant ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Verdragsverplichtingen verzetten zich in die gevallen tegen een weigering.
6a-5. Toelichting ad artikel 6a, vijfde lid
6a-6. Toelichting ad artikel 6a, zesde lid
Artikel 7
6a-2-a. toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a
Bijlage
Wettekst:
Zij beslist binnen dertien weken na de inontvangstneming van de verklaring; deze termijn kan éénmaal met ten hoogste dertien weken worden verlengd.
6-6. Toelichting ad artikel 6, zesde lid
6-6. Toelichting ad artikel 6, zesde lid
Dus, bij verkrijging van het Nederlanderschap door optie is in principe geen sprake van wijziging van de namen, tenzij:
6-7. Toelichting ad artikel 6, zevende lid
6-8. Toelichting ad artikel 6, achtste lid
6a-2-b. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder b
BW-NL: artikelen 1:5; 1:253aa; 1:253sa en 1:253t
paragraaf 3.2.4. Wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder
paragraaf 3.2.3. Medeverlening (artikel 11, eerste lid, RWN)
6a-5. Toelichting ad artikel 6a, vijfde lid
6a-2-b. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder b
6a-3. Toelichting ad artikel 6a, derde lid
De optiebevestiging van een optieverklaring geschiedt door Onze Minister (lees:IND-BES). Onze Minister (lees: IND-BES). Deze beoordeelt of de optant, die gebruik maakt van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN en die tevens een andere nationaliteit of nationaliteiten bezit:
6a-4. Toelichting ad artikel 6a, vierde lid
De autoriteit besluit na ontvangst van het advies van Onze Minister schriftelijk op de verkrijging van het Nederlanderschap.
6a-5. Toelichting ad artikel 6a, vijfde lid
RRWN: artikel VII.2
Artikel 7
paragraaf 3.2.6. Uitsluitend schriftelijk verzoek
paragraaf 2. Nadere regelgeving in het BvvN
paragraaf 3.2.1. Meerderjarige verzoeker
paragraaf 3.2.2. Zelfstandig verzoek van minderjarigen (artikelen 10 en 11, vierde lid, RWN)
paragraaf 3.2.3. Medeverlening (artikel 11, eerste lid, RWN)
paragraaf 3.2.6. Uitsluitend schriftelijk verzoek
Paragraaf 3.3. Te verstrekken gegevens
paragraaf 3.7.4. Buitenbehandelingstelling
Paragraaf 3.5.6. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten
paragraaf 3.7.1. Beoordeling bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij verzoeken om naturalisatie ingediend op of ná 1 maart 2009)
paragraaf 3.4.4. Bereidheidsverklaring afstand
Paragraaf 3.5. Over te leggen documenten
paragraaf 3.12.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie
Kennis over de actuele nationaliteit van de te naturaliseren vreemdeling is noodzakelijk omdat aan de hand daarvan wordt beoordeeld of de verzoeker na het verkrijgen van het Nederlanderschap afstand moet doen van de oorspronkelijke nationaliteit. Deze afstandsplicht is in beginsel een voorwaarde voor de naturalisatie.
paragraaf 3.10. Bezwaar
Paragraaf 3.5.4. Buitenlandse akte(n) (van de burgerlijke stand)
Indien reeds in het verleden gelegaliseerde (en soms tevens geverifieerde) documenten zijn overgelegd en verwerkt in de basisadministratie persoonsgegevens of in een akte van de burgerlijke stand, wordt afgezien van het wederom overleggen van dezelfde documenten. Echter, in geval van op goede gronden gerezen twijfel of indien na de verwerking van de gegevens de vereisten van legalisatie en verificatie zijn verscherpt, dienen opnieuw originele gelegaliseerde documenten te worden overgelegd.
Paragraaf 3.5.7. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten
paragraaf 3.6. Inontvangstneming verzoek
paragraaf 3.12.4. Zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 3.7. Beoordeling volledigheid van het verzoek
paragraaf 3.7.3. Beoordeling verplichting afleggen naturalisatietoets
8-alg. Toelichting algemeen
paragraaf 3.10. Bezwaar
paragraaf 2.2. Toelating bij vergunning verleend
paragraaf 3.12.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie
Artikel 8
paragraaf 3.1. Aantonen verblijfsrecht
paragraaf 3.12.5. Procedurele aspecten na uitreiking
paragraaf 2. Procedure
Artikel 8
8-1-a. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a
Paragraaf 2.1.1. De voorlichtingsfase
paragraaf 2.2.3. Het certificaat bij gedeeltelijke vrijstelling
paragraaf 3. Verblijfsrecht
paragraaf 2.2.2. Gedeeltelijke vrijstelling van de naturalisatietoets als gevolg van de invoering van de tweetalige naturalisatietoets per 1 januari 2011
Paragraaf 3.1. Polygamie
paragraaf 2.3. Ontheffing van de naturalisatietoets
paragraaf 2. Verzoekers die de bereidverklaring en de verklaring van verbondenheid moeten afleggen
8-1-c. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c
2.3.2.2. te volgen procedure bij de IND
Paragraaf 2.1.2. Aanvraagfase
Paragraaf 2.2. Volledige vrijstelling van de naturalisatietoets
paragraaf 2.2.2. Gedeeltelijke vrijstelling van de naturalisatietoets als gevolg van de invoering van de tweetalige naturalisatietoets per 1 januari 2011
paragraaf 3. Ondertekenen bereidverklaring (model 2.30)
8-2. Toelichting ad artikel 8, tweede lid
8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid
9-1-a. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.1. Oud-Nederlanders en voormalig Nederlands onderdanen-niet-Nederlander
8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid
8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid
8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid
8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid
Paragraaf 1. Algemeen
8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid
Paragraaf 2. Staatloosheid
Paragraaf 6. Afwijking slechts mogelijk in geval van zeer bijzondere omstandigheden
9-1-a. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a
paragraaf 2. Afwijzing indien ten aanzien van de verzoeker is geconcludeerd dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is
Paragraaf 5.8. Vijfjaartermijn
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 6. Afwijking slechts mogelijk in geval van zeer bijzondere omstandigheden
Paragraaf 5.2. Transacties
Paragraaf 5.2. Transacties
Paragraaf 5.7. Jeugdigen
Paragraaf 5.12. Gratie
paragraaf 3.3. Volgens de nationaliteitswetgeving van veel Staten geldt dat eerst dan afstand van de nationaliteit kan worden gedaan nadat een andere nationaliteit is verkregen (bijvoorbeeld ter voorkoming van staatloosheid)
paragraaf 3.3. Volgens de nationaliteitswetgeving van veel Staten geldt dat eerst dan afstand van de nationaliteit kan worden gedaan nadat een andere nationaliteit is verkregen (bijvoorbeeld ter voorkoming van staatloosheid)
9-3-c. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder c
Artikel 10
paragraaf 3.5. De verzoeker zal – naar hij aantoont – door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten die hij ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie in het land van oorsprong bezit verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden
paragraaf 5.3. De verzoeker is wél bereid afstand te doen
9-4. Toelichting ad artikel 9, vierde lid
paragraaf 3.5.2. Vaststelling van het vermogen/vermogensgrenzen
9-3-b. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder b
paragraaf 3.6. De verzoeker zal – naar hij aantoont – slechts dan afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit kunnen doen, nadat hij aldaar zijn militaire dienstplicht heeft verricht of deze heeft afgekocht. Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit
paragraaf 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend
paragraaf 3.3. Blokkeringstermijnen
Bijlage 1. Overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties
9-3-a. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder a
9-3-c. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder c
9-3-c. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder c
9-3-d. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder d
11-3. Toelichting ad artikel 11, derde lid
Artikel 10
paragraaf 1. Algemeen
12-alg. Toelichting algemeen
Artikel 11
11-6. Toelichting ad artikel 11, zesde lid
11-5. Toelichting ad artikel 11, vijfde lid
Artikel 12
paragraaf 1.2. Categoriale vrijstelling van optiegelden
paragraaf 1.3. Nederlandse kinderen
12-1. Toelichting ad artikel 12, eerste lid
paragraaf 2. Naamswijziging
paragraaf 1. Optiegelden
paragraaf 1.4. In een enkel geval geen optiegelden verschuldigd
paragraaf 2.2. Tarieven C en D
paragraaf 2.4. Tarief H
Artikel 14
13-2. Toelichting ad artikel 13, tweede lid
paragraaf 4.1. Voornemenprocedure
paragraaf 4.1. Voornemenprocedure
paragraaf 4.2. Besluit tot intrekking van het Nederlanderschap
paragraaf 5.2. Administratieve verwerking van het besluit tot intrekking door de ontvangende autoriteit
paragraaf 2.1.3. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder c
2.4.2. Bewijslast
2.4.4. Algemeen belang
14-3. Toelichting ad artikel 14, derde lid
paragraaf 1.4. Situatie tot 1 april 2003
Paragraaf 2.2
Paragraaf 2. Voorwaarden intrekking van het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid
14-5. Toelichting ad artikel 14, vijfde lid
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 16
paragraaf 2.2. Afstand Nederlanderschap door minderjarigen tussen de 12 en 16 jaar
16-1-c. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c
14-7. Toelichting ad artikel 14, zevende lid
16-1-a. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a
Paragraaf 1.1. Verlies Nederlanderschap wegens niet (tijdig) verwerpen van een (te) ontvangen vreemde nationaliteit
Paragraaf 1.2. Ondanks vrijwillige verkrijging andere nationaliteit geen verlies Nederlanderschap
16-2-g. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder g
paragraaf 4. Delen van kinderen in de afstand
paragraaf 5. opmaken verklaring en ontvangstbevestiging
16-1-d. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d
Paragraaf 2. Intrekking van het Nederlanderschap
3.5. Peilmoment unierechtelijke evenredigheidstoets
Artikel 22b
22-1. Toelichting ad artikel 22, eerste lid
Dit artikellid is niet van toepassing op optieverklaringen die zijn afgelegd vóór 1 oktober 2010.
Van de optant die een optieverklaring aflegt op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN wordt verlangd dat hij het mogelijke doet om zijn andere nationaliteit(en) te verliezen dan wel zich bereid verklaart om na de verkrijging van het Nederlanderschap het mogelijk te zullen doen om die nationaliteit te verliezen (artikel 6a, eerste lid, RWN). Dit is alleen anders als de optant valt onder een van de uitzonderingscategorieën (zie de toelichting bij artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a t/m d RWN) (artikel 30b BvvN).
Indien de optant, ondanks zijn eerdere verklaring bereid te zijn tot het doen van afstand van zijn andere nationaliteit(en), na de verkrijging van het Nederlanderschap heeft nagelaten al het mogelijke te doen om zijn andere nationaliteit(en) te verliezen, kan de Minister van Justitie overgaan tot intrekking van het besluit waarbij het Nederlanderschap is verkregen (artikel 30d BvvN).
Het Nederlanderschap gaat verloren vanaf de datum van het intrekkingsbesluit. Er is geen sprake van terugwerkende kracht.
Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d, RWN (artikel 70, eerste lid, BvvN).
De heer C is gehuwd met mevrouw D. De heer C is in het bezit van het Nederlanderschap en mevrouw D is in het bezit van de Zuid-Afrikaanse nationaliteit. Zij wonen sinds 14 februari 2015 in de Verenigde Staten van Amerika. Op 12 december 2022 verkrijgen zowel de heer C als mevrouw D vrijwillig de Amerikaanse nationaliteit. De heer C verliest hierdoor van rechtswege het Nederlanderschap op 12 december 2022 ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN. Hij heeft niet de nationaliteit van het land van zijn echtgenote verkregen, want de echtgenote is Zuid-Afrikaanse.
Wettekst:
Het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op de verkrijger
15-2. Toelichting ad artikel 15, tweede lid
15-3. Toelichting ad artikel 15, derde lid
15-4. Toelichting ad artikel 15, vierde lid
15-3. Toelichting ad artikel 15, derde lid
20-alg. Toelichting algemeen
Paragraaf 3.5.4. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
Paragraaf 3.5.6. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten
Paragraaf 3.5.2. Buitenlands reisdocument
paragraaf 3.4.4. Bereidheidsverklaring afstand
Paragraaf 3.5.5. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
paragraaf 3.11. (hoger) beroep
Paragraaf 3.5.7. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten
Van de voorwaarde van het overleggen van uit het buitenland afkomstige (gelegaliseerde/van apostille voorziene) documenten kan worden vrijgesteld de persoon die wegens bewijsnood niet in staat is dergelijke documenten over te leggen. Indien geen sprake is van bewijsnood, wordt geen vrijstelling verleend.
Artikel 8
paragraaf 3.7.3. Beoordeling verplichting afleggen naturalisatietoets
Paragraaf 3.8.1. Onderzoek juistheid verstrekte persoonsgegevens
paragraaf 2.1. Toelating van rechtswege
8-alg. Toelichting algemeen
paragraaf 3.1. Aantonen verblijfsrecht
paragraaf 3.12.3. Afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 3.1. Aantonen verblijfsrecht
8-alg. Toelichting algemeen
paragraaf 2.2.1. Gedeeltelijke vrijstelling van de naturalisatietoets
paragraaf 3.4. Minderjarigen
8-1-a. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a
Paragraaf 3.2. Beoordeling buitenlandse verstotingsakten
paragraaf 2.3.1. Beleid en procedure bij beroep op ontheffing van de naturalisatietoets wegens een belemmering
8-1-c. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c
8-1-d. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d
paragraaf 3. Ondertekenen bereidverklaring (model 2.30)
Paragraaf 2.1.2. Aanvraagfase
Paragraaf 2.2. Volledige vrijstelling van de naturalisatietoets
Paragraaf 1.2. Drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander
2.3.2.3. Rol van en procedure bij de Gezaghebber
paragraaf 3. Opneming in de Nederlandse samenleving (hiermee wordt bedoeld de samenleving van Bonaire, Sint Eustatius of Saba)
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 5. Niet uitreiken bij niet verschijnen of weigering afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 1. Algemeen
8-2. Toelichting ad artikel 8, tweede lid
Paragraaf 1.2. Drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander
8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid
Paragraaf 5.1. Misdrijven
Paragraaf 5.6. Buitenlandse feiten
8-5. Toelichting ad artikel 8, vijfde lid
Paragraaf 1. Samenvatting openbare-ordebeleid
Paragraaf 5.12. Gratie
paragraaf 4. Bewijsstukken
9-1-b. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b
Paragraaf 5.7. Jeugdigen
Paragraaf 5.12. Gratie
paragraaf 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend
Paragraaf 7. Procedure bij naturalisatie
Paragraaf 7.2. Gegevens van de Justitiële documentatiedienst bij naturalisatie
Paragraaf 7.3. Verzoek aan de IND
paragraaf 3.6. De verzoeker zal – naar hij aantoont – slechts dan afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit kunnen doen, nadat hij aldaar zijn militaire dienstplicht heeft verricht of deze heeft afgekocht. Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit
paragraaf 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend
9-2. Toelichting ad artikel 9, tweede lid
paragraaf 3.5. De verzoeker zal – naar hij aantoont – door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten die hij ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie in het land van oorsprong bezit verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden
paragraaf 3.5.1. Minimum en maximum financieel nadeel
paragraaf 3.5.2. Vaststelling van het vermogen/vermogensgrenzen
paragraaf 3.5.3. Substantieel financieel nadeel (verhouding tussen overig vermogen en verlies van vermogensrechtelijke rechten)
paragraaf 3.5.3. Substantieel financieel nadeel (verhouding tussen overig vermogen en verlies van vermogensrechtelijke rechten)
Paragraaf 4. Bewijsstukken
paragraaf 3.1. Advisering
paragraaf 1. Algemeen
9-3. toelichting ad artikel 9, derde lid
Paragraaf 1. Algemeen
9-3-a. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder a
9-4. Toelichting ad artikel 9, vierde lid
11-6. Toelichting ad artikel 11, zesde lid
Artikel 12
11-3. Toelichting ad artikel 11, derde lid
paragraaf 2.1. Koninkrijks belang c.q. belang van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba (staatsbelang, economisch en cultureel)
paragraaf 3. Topsporters
paragraaf 1.2. Geslachtsnaam minderjarige kinderen
paragraaf 1.1. Geslachtsnaam gehuwde vrouwen
11-3. Toelichting ad artikel 11, derde lid
11-3. Toelichting ad artikel 11, derde lid
11-4. Toelichting ad artikel 11, vierde lid
11-6. Toelichting ad artikel 11, zesde lid
paragraaf 2. Naamswijziging
paragraaf 2.5. Categoriale vrijstelling van leges
paragraaf 3. De namen worden op uiteenlopende wijze gespeld in documenten van gelijke rangorde
Paragraaf 3. Wijziging van uitsluitend voornamen
Paragraaf 2.3. Belangenafweging
paragraaf 2. Algemeen
paragraaf 2.1.3. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder c
2.5.4. Algemeen belang
15-1-c. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c
paragraaf 1.2. Intrekking geen terugwerkende kracht
15-1-a. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a
paragraaf 2.1.2. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder b
paragraaf 2.1.2. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder b
Paragraaf 2.2. In mindere mate een belangenafweging in het kader van artikel 14, tweede lid RWN
2.4.4. Algemeen belang
Paragraaf 1. Algemene wettelijke uitgangspunten
paragraaf 2. Intrekking wegens vreemde krijgsdienst
paragraaf 2. Intrekking wegens vreemde krijgsdienst
paragraaf 5. opmaken verklaring en ontvangstbevestiging
Artikel 15
15-1-a. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a
Paragraaf 1.2. Ondanks vrijwillige verkrijging andere nationaliteit geen verlies Nederlanderschap
Paragraaf 1.3. Een andere nationaliteit/statenopvolging
16-2-a. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder a
Paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 6. Berichtgeving aan andere autoriteiten
paragraaf 1.2. Verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap
Paragraaf 8. Feitelijk afstand van de oorspronkelijke nationaliteit voor datum intrekkingsbesluit
15-1-e. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder e
Zie de toelichting bij artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a, RWN, paragraaf 1.1.
Met de uitzondering van artikel 15, tweede lid, aanhef en onder c, RWN is beoogd te komen tot het wegnemen van een drempel voor het aannemen van de nationaliteit van de andere echtgenoot in ‘nationaliteitsrechtelijk gemengde huwelijken’. Om diverse redenen werd het wenselijk geacht dat de Nederlandse echtgenoot in een dergelijk geval de nationaliteit van de andere echtgenoot verkrijgt. Daardoor krijgt betrokkene alle rechten en plichten van een staatsburger van het land waarvan hij de nationaliteit verwerft (het land van de echtgenoot) en kan hij volledig integreren en deelnemen aan het politieke leven in dat land. Om die wenselijk geachte stap te vergemakkelijken is, als uitzondering op de hoofdregel van het verlies van Nederlanderschap bij naturalisatie in een ander land, in de RWN bepaald dat in dat geval het Nederlanderschap behouden blijft.15Zie TK 1997-1998, 25 891 (R1609), nr. 3, p 1-3.
15-3. Toelichting ad artikel 15, derde lid
Artikel 22b
paragraaf 2.10.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie
Artikel 9
Paragraaf 5.4. Voeging
Paragraaf 1. Algemeen
8-5. Toelichting ad artikel 8, vijfde lid
Paragraaf 4. Afwijzing als er serieuze verdenkingen bestaan dat de vreemdeling een misdrijf heeft gepleegd waarop nog een sanctie kan volgen
Paragraaf 3. Afwijzing als de verblijfstitel op grond van de WTU-BES kan worden ingetrokken
Paragraaf 5.3. Cumulatie van sancties
Paragraaf 5.4. Voeging
Paragraaf 5.5. Taakstraffen
Paragraaf 5.7. Jeugdigen
9-1-b. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b
9-3-a. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder a
paragraaf 3.8. De verzoeker heeft – naar hij stelt en aantoont – bijzondere en objectief waardeerbare redenen om geen afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit
paragraaf 3.5.1. Minimum en maximum financieel nadeel
Artikel 10
paragraaf 3.6. De verzoeker zal – naar hij aantoont – slechts dan afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit kunnen doen, nadat hij aldaar zijn militaire dienstplicht heeft verricht of deze heeft afgekocht. Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit
paragraaf 2. Voorbeelden van bijzondere gevallen
paragraaf 5. Procedure afstandsverplichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN
Bijlage 1. Overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties
paragraaf 3.2. Niveau van sportbeoefening
9-3-b. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder b
paragraaf 3.5. Beslissing
Paragraaf 2.2. Humanitaire redenen
paragraaf 2. Voorbeelden van bijzondere gevallen
11-4. Toelichting ad artikel 11, vierde lid
paragraaf 2.3. Tarieven F en G
12-1. Toelichting ad artikel 12, eerste lid
11-7. Toelichting ad artikel 11, zevende lid
13-2. Toelichting ad artikel 13, tweede lid
paragraaf 1.2. Categoriale vrijstelling van optiegelden
paragraaf 1.2. Categoriale vrijstelling van optiegelden
paragraaf 1.2. Categoriale vrijstelling van optiegelden
paragraaf 2.1.3. Naturalisatiebesluit van op of na 1 april 2003
paragraaf 2.1. Gebruik van valse identiteit bij naturalisatie of optie
Paragraaf 2.1.2.3. Artikel 205 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht
2.5.5. Peilmoment unierechtelijke evenredigheidstoets
paragraaf 5. Administratieve handelingen na intrekking Nederlanderschap
Paragraaf 1.1. Overgangsrecht
paragraaf 2.1. Misdrijven bedoeld in het tweede lid
2.4. Evenredigheidstoets Unieburgerschap
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Tot inontvangstneming bevoegde autoriteit
paragraaf 2.1. Belangenafweging
paragraaf 6. Berichtgeving aan andere autoriteiten
Paragraaf 2.1. Belangenafweging
2.2.3. Individueel belang
Paragraaf 3. Procedure tot intrekking van het Nederlanderschap
Paragraaf 3. Procedure tot intrekking van het Nederlanderschap
15a-a. Toelichting ad artikel 15a, aanhef en sub a (Verdrag van Straatsburg)
14-10. Toelichting ad artikel 14, tiende lid
paragraaf 1. Vrijwillige verkrijging
Paragraaf 1.3. Een andere nationaliteit/statenopvolging
paragraaf 2.2. Afstand Nederlanderschap door minderjarigen tussen de 12 en 16 jaar
Paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.2. Verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap
paragraaf 2. Overgangsrecht artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c
Paragraaf 2. Intrekking van het Nederlanderschap
21-alg. Toelichting algemeen
22-1. Toelichting ad artikel 22, eerste lid
17-alg. Toelichting algemeen
Artikel 15 , tweede lid, aanhef en onder c, RWN is dus niet van toepassing als twee echtelieden met de Nederlandse nationaliteit gelijktijdig, op dezelfde dag, een andere nationaliteit verkrijgen. De echtelieden zijn in die situatie niet gehuwd met een persoon die de andere nationaliteit (al) ‘bezit’.16Zie de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 februari 2011 (ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7378).
De heer A is gehuwd met mevrouw B. Beiden zijn in het bezit van het Nederlanderschap. Zij wonen sinds 2018 in het Verenigd Koninkrijk. Op 10 januari 2023 verkrijgen zowel de heer A als mevrouw B tegelijkertijd vrijwillig de Britse nationaliteit. Het echtpaar verliest hierdoor van rechtswege het Nederlanderschap op 10 januari 2023 ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN.
De heer C is gehuwd met mevrouw D. De heer C is in het bezit van het Nederlanderschap en mevrouw D is in het bezit van de Zuid-Afrikaanse nationaliteit. Zij wonen sinds 14 februari 2015 in de Verenigde Staten van Amerika. Op 12 december 2022 verkrijgen zowel de heer C als mevrouw D vrijwillig de Amerikaanse nationaliteit. De heer C verliest hierdoor van rechtswege het Nederlanderschap op 12 december 2022 ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN. Hij heeft niet de nationaliteit van het land van zijn echtgenote verkregen, want de echtgenote is Zuid-Afrikaanse.
De periode bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt geacht niet te zijn onderbroken indien de betrokkene gedurende een periode korter dan één jaar zijn hoofdverblijf in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten heeft, dan wel in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is.
Wettekst:
De periode bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt geacht niet te zijn onderbroken indien de betrokkene gedurende een periode korter dan één jaar zijn hoofdverblijf in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten heeft, dan wel in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is.
Zie de toelichting bij artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, RWN, paragraaf 1.3 en paragraaf 2.
De regeling van artikel 15, tweede lid, RWN die in bepaalde gevallen verlies van het Nederlanderschap door vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit uitsluit, is zonder nadere beperking in strijd met volkenrechtelijke verplichtingen die Nederland heeft ten aanzien van bepaalde staten.
De periode, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt gestuit door de verstrekking van een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap dan wel van een reisdocument of Nederlandse identiteitskaart in de zin van de Paspoortwet. Vanaf de dag der verstrekking begint een nieuwe periode van dertien jaren te lopen. Indien het Nederlanderschap is herkregen op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder p, begint de periode te lopen op de dag dat de optie is bevestigd.
15a-alg. Toelichting algemeen
Artikel 15a
15a-alg. Toelichting algemeen
15a-a. Toelichting ad artikel 15a, aanhef en sub a (Verdrag van Straatsburg)
15a-alg. Toelichting algemeen
11-6. Toelichting ad artikel 11, zesde lid
paragraaf 2. De naam slechts bestaat uit één bestanddeel (zogenaamde roepnaam)
paragraaf 2. Naturalisatiegelden
Artikel 13
paragraaf 1.3. Ontheffing van optiegelden
Paragraaf 1. Intrekkingsmogelijkheid bij fraude beperkt tot 12 jaar na uitvaardigen Koninklijk Besluit
paragraaf 3. Administratieve handelingen voorafgaand aan het intrekkingsbesluit
paragraaf 4.1. Voornemenprocedure
Paragraaf 4.2.2. Vreemdelingrechtelijke gevolgen van intrekking van het Nederlanderschap
paragraaf 5. Administratieve handelingen na intrekking Nederlanderschap
paragraaf 2. Algemeen
paragraaf 2.1. Misdrijven bedoeld in het tweede lid
paragraaf 2.1.2.1. Artikel 83 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht
2.2.6. Weging belangen
paragraaf 2. Intrekking wegens vreemde krijgsdienst
paragraaf 2.1. Belangenafweging
paragraaf 1. Vrijwillige verkrijging
15a-b. Toelichting ad artikel 15A, aanhef en onder b (Toescheidingsovereenkomst Nederland/Suriname)
16-1-a. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a
paragraaf 5. opmaken verklaring en ontvangstbevestiging
paragraaf 7. Verdere administratieve afhandeling
paragraaf 1.2. Verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap
Paragraaf 4. Procedure tot intrekking van het Nederlanderschap
15-2. Toelichting ad artikel 15, tweede lid
Zie de toelichting bij artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, RWN, paragraaf 1.1 en paragraaf 1.2.
Het verlies van het Nederlanderschap treedt overigens ook niet in op grond van het artikel 15A RWN, maar op grond van de rechtstreeks werkende bepaling van het Verdrag van Straatsburg of van de TOS.
16-alg. Toelichting algemeen
15a-a. Toelichting ad artikel 15a, aanhef en sub a (Verdrag van Straatsburg)
De wettelijk vertegenwoordiger/andere ouder van het kind kan op verzoek een zienswijze omtrent de (mede)verkrijging van het Nederlanderschap naar voren brengen. Verschijning in persoon is niet voorgeschreven, maar verdient wel de voorkeur. De wettelijk vertegenwoordiger/andere ouder wordt mondeling (indien aanwezig bij optieverklaring) of schriftelijk gewezen op de mogelijkheid een zienswijze omtrent de (mede)verkrijging te geven (zie de toelichting bij artikel 2, vierde lid, RWN).
De optieverklaring dient op schrift te worden gesteld (artikel 6, eerste lid, RWN) en door de betrokkene of, in het voorkomende geval, door zijn wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde te worden ondertekend (artikel 3, derde lid, BvvN). In de verklaring dienen de minderjarige kinderen en de kindskinderen, voor wie medeverkrijging van het Nederlanderschap wordt beoogd, te worden vermeld (artikel 6, achtste lid, RWN). Als beide ouders op hetzelfde moment een optieverklaring afleggen, worden in beide optieverklaringen alle kinderen opgenomen waarvoor medeverkrijging van het Nederlanderschap wordt gewenst. Hierdoor wordt voorkomen dat een kind niet in de verkrijging van het Nederlanderschap deelt, omdat het bij toeval in de optieverklaring is vermeld van de ouder die niet aan de voorwaarden voldoet.
paragraaf 2.3.2. Ontvangstbevestiging
paragraaf 2.2.4. Af te leggen verklaringen
paragraaf 2.4.2. Beoordeling of aan de (overige) voorwaarden wordt voldaan
In de regel legt degene aan wie de optiebevestiging wordt uitgereikt de verklaring van verbondenheid mondeling af. Zie artikel 60a, vierde lid, BvvN. Echter, indien van de optant redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij de verklaring van verbondenheid mondeling aflegt, kan Onze Minister (lees: IND-BES) bepalen dat de optant de verklaring van verbondenheid schriftelijk aflegt. Zie artikel 60a, vijfde lid, BvvN. Indien bij het afleggen van de optieverklaring reeds door de IND-BES geconstateerd is dat van een optant redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij de verklaring van verbondenheid mondeling aflegt, wordt hiervan door een aantekening gemaakt in het optiedossier. Dan zal betrokkene wel de bereidverklaring ondertekenen, hij is immers bereid om een verklaring van verbondenheid af te leggen en dit een voorwaarde voor optie. Deze informatie kan vervolgens bij het toezenden van de uitnodigingbrief voor de naturalisatieceremonie gebruikt worden door bijvoorbeeld alvast de schriftelijke verklaring van verbondenheid toe te sturen.
Enkele optanten zijn niet verplicht de verklaring verblijf en gedrag te ondertekenen
paragraaf 2.2.5. (overige) over te leggen documenten
paragraaf 2.7.2.3. Bezwaarschrift niet-ontvankelijk of ongegrond
paragraaf 2.8. (hoger) beroep
Paragraaf 2.2.5.2. Buitenlands reisdocument
Paragraaf 2.2.5.3. Bewijsnood geldig buitenlands reisdocument (paspoort)
paragraaf 2.10.4. Zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 2.3. Inontvangstneming optieverklaring
paragraaf 2.3.2. Ontvangstbevestiging
paragraaf 2.4.2.3. Geen gevaar voor de openbare orde, etc.
paragraaf 2.10.5.1. Terugmelding
Paragraaf 2.10.5.2. Administratieve verwerking en archivering van de bevestiging
paragraaf 2.7.2.3. Bezwaarschrift niet-ontvankelijk of ongegrond
Paragraaf 2.10.5.2. Administratieve verwerking en archivering van de bevestiging
paragraaf 2.10.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie
Paragraaf 2.1. Weigering optiebevestiging wegens strafrechtelijk(e) delict(en)
paragraaf 2.10.4. Zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid
6-8. Toelichting ad artikel 6, achtste lid
Paragraaf 2.10.5.1. Terugmelding
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 2.1. Weigering optiebevestiging wegens strafrechtelijk(e) delict(en)
De openbare orde van openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba verzet zich tegen het polygaam gehuwd zijn van Nederlanders. Het rechtsbeginsel van monogamie komt onder andere tot uiting in artikel 1:33 BW-BES en artikel 1:69 BW-BES. Deze artikelen bepalen respectievelijk dat een man slechts met een vrouw, de vrouw slechts met een man kan zijn getrouwd en dat een polygaam huwelijk nietig kan worden verklaard.
Bijlage
6a-3. Toelichting ad artikel 6a, derde lid
Bijlage
paragraaf 3. Procedure naturalisatie
Artikel 7
6-8. Toelichting ad artikel 6, achtste lid
6-7. Toelichting ad artikel 6, zevende lid
6a-2-c. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder c
6a-1. Toelichting ad artikel 6a, eerste lid
6a-2-a. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a
6a-2-c. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder c
6a-3. Toelichting ad artikel 6a, derde lid
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)