Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Op grond van artikel 5a van de WTU-BES kunnen bij of op basis van algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over het verblijf zonder vergunning tot tijdelijk verblijf voor verblijf in de vrije termijn van niet langer dan zes maanden. Dit is uitgewerkt in de artikelen 4.1 tot en met 4.4 BTU-BES. Hierin zijn regels gesteld over verblijf in de zogenoemde vrije termijn, met een maximale verblijfsduur van zes maanden. Dit verblijf is aan te merken als een vorm van toelating van rechtswege.
De volgende categorieën hebben verblijf in de vrije termijn in de openbare lichamen voor maximaal drie maanden per tijdvak van zes maanden, als bedoeld in artikel 5a WTU-BES:
Voor specifieke voorschriften omtrent het verkrijgen toegang wordt verwezen naar hoofdstuk 1 ‘toegang’, paragraaf 7.3.
4.2. Categorieën
4.2.1. Toeristen
4.2.2. Bemanningsleden van schepen en luchtvaartuigen
Bemanningsleden van schepen (zeelieden) en luchtvaartuigen mogen zonder toelating bij vergunning verleend in de openbare lichamen binnenkomen en er verblijven gedurende een periode van maximaal drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden, met dien verstande dat hun toelating vervalt op het tijdstip van vertrek van het schip of luchtvaartuig (zie artikel 4.3 BTU-BES).
Voor specifieke voorschriften over het verkrijgen van toegang in de openbare lichamen wordt verwezen naar hoofdstuk 1 ‘toegang’, paragraaf 7.3.
4.4. Uitzondering op de termijn
1.4. Arbeidsmarktaantekening
1.3. Ingangsdatum
De tijdelijkheid van het verblijfsrecht heeft niets te maken met:
Als aan één of beide genoemde voorwaarden niet meer wordt voldaan, kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om die reden worden ingetrokken (zie artikel 14, onder d en e, WTU-BES) of kan een aanvraag om verlenging worden afgewezen (zie artikel 9, eerste lid, onder b en c, WTU-BES).
1.8. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Aan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kunnen voorschriften worden verbonden (zie artikel 7, zevende lid, WTU- BES). Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over voorschriften. Deze regels staan in de artikelen 5.4 tot en met 5.8 BTU-BES.
1.9.1. Mvv-vereiste
1.8. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
In de WTU-BES en de BTU-BES zijn een aantal vrijstellingen van het mvv-vereiste opgenomen.
Vreemdelingen uit deze landen mogen wel onverplicht een mvv aanvragen om vooraf te laten toetsen of zij recht hebben op een verblijfsvergunning.
1.9.1.2. Toetsing van de vrijstellingscategorie
1.9.1.2. Toetsing van de vrijstellingscategorie
In het derde lid van artikel 5.30 BTU staat de zogenoemde hardheidsclausule. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv en niet behoort tot een van de vrijgestelde categorieën kan het zijn dat de aanvraag niet wordt afgewezen, omdat de vreemdeling niet beschikt over een mvv. Dit gebeurt als de toepassing van het mvv-vereiste naar het oordeel van Onze Minister zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Een geldig document voor grensoverschrijding is meestal een geldig nationaal paspoort dat door Nederland wordt erkend.
1.9.3. Middelen van bestaan
1.9.3.1. Zelfstandige middelen van bestaan
Er wordt geen vrijstelling verleend om de enkele reden dat:
1.9.3.1. Zelfstandige middelen van bestaan
Als in een arbeidscontract een proeftijd is overeengekomen, heeft de proeftijd geen invloed voor het bepalen van de duurzaamheid van de middelen van bestaan. Als op het moment dat de aanvraag wordt beoordeeld de proeftijd nog niet is verstreken, dan vormt dit geen reden om de beslissing op de aanvraag aan te houden. Ook wordt de proeftijd niet in mindering gebracht op de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning. Ontslag tijdens de proeftijd kan wel gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.
1.9.3.3. Voldoende middelen van bestaan
Beleidsregels:
Deze paragraaf bevat algemene beleidsregels met betrekking tot de openbare orde en het algemeen belang bij de verlening, verlenging, wijziging en intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 6 WTU-BES.
1.9.4.1. Eerste verblijfsaanvaarding
1.9.4.1. Eerste verblijfsaanvaarding
Als een strafzaak wegens het plegen van een misdrijf openstaat en bekendheid met de uitkomst van de strafzaak voor de te nemen beslissing noodzakelijk is, wordt contact opgenomen met het OM. De beslistermijn van zes maanden voor het geven van de beschikking wordt in dat geval schriftelijk met maximaal zes maanden verlengd.
1.9.5. Medisch onderzoek
Deze afwijzingsgrond geldt alleen voor de verlening van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en niet voor het wijzigen of verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.
Als blijkt dat de vreemdeling niet bereid is om het TBC-formulier te ondertekenen dan wordt de aanvraag afgewezen. Als de vreemdeling het TBC-formulier wel heeft ondertekend en voldoet aan de overige voorwaarden van het beoogde verblijfsdoel kan de verblijfsvergunning worden verleend. De IND-unit Caribisch Nederland stelt achteraf vast, op basis van informatie verkregen van de arts, of de vreemdeling aan de verplichting om een TBC-onderzoek te ondergaan heeft voldaan. Als achteraf blijkt dat de vreemdeling ondanks ondertekening van het TBC-formulier niet daadwerkelijk bereid is gebleken onderzoek naar TBC of behandeling daarvan te ondergaan of daaraan mee te werken, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken op grond van het algemeen belang wegens het verstrekken van onjuiste gegevens (zie artikel 14, onder c, WTU-BES).
Het besluit moet wel aan de vreemdeling bekend worden gemaakt. Als de vreemdeling een rechtsmiddel heeft ingesteld tegen de afwijzing, dan heeft het aangetekende bezwaar of ingestelde beroep geen opschortende werking. Dit is alleen het geval als de vreemdeling door een beslissing van Onze Minister of door een rechterlijke beslissing de vervolgprocedure in de openbare lichamen mag afwachten. Op grond van artikel 19 WTU-BES is de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel (bezwaar of beroep) vier weken. Op grond van artikel 16, tweede lid, WTU-BES kan van de vreemdeling medewerking worden gevorderd aan de voorbereiding van het vertrek uit de openbare lichamen.
1.11. Vertrektermijn
1.11. Vertrektermijn
Als de toelating bij vergunning is geëindigd of de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen van een verblijfsvergunning wordt afgewezen, wordt aangegeven binnen welke termijn de vreemdeling de openbare lichamen moet verlaten. Als regel geldt dat de vreemdeling de openbare lichamen uit eigen beweging binnen vier weken moet verlaten (zie artikel 16 a WTU-BES). Bij de bekendmaking van de beschikking wordt dat aan de vreemdeling meegedeeld. Tegen de vertrektermijn kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.
Als de aanvraag is afgewezen, de verblijfsvergunning is ingetrokken, dan wel niet is verlengd verlaat de vreemdeling de openbare lichamen onmiddellijk als de beroepstermijn ongebruikt verstrijkt en tijdens die termijn de werking van de beschikking is opgeschort (zie artikel 16a, tweede lid, WTU-BES).
1.12.1. Verlengen van de vergunning
1.10. Gevolgen van de afwijzing
1.12.2. Wijzigen van de vergunning
Als de aanvraag wordt ingewilligd dan is de ingangsdatum de datum waarop de verlengingsaanvraag is ingediend, tenzij het de vreemdeling niet is toe te rekenen dat de aanvraag te laat is ingediend (zie artikel 7, zesde lid, WTU-BES). Er ontstaat een onderbreking in het verblijfsrecht van de vreemdeling wat gevolgen heeft voor de opbouw van de verdere verblijfsrechten. Als de te late indiening van de aanvraag of de te late verstrekking van de noodzakelijke gegevens of bescheiden niet aan de vreemdeling toe te rekenen is, wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlengen in aansluiting op de verlopen verblijfsvergunning.
1.12.2. Wijzigen van de vergunning
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel, wordt niet afgewezen op grond van artikel 14, onder e, van de WTU-BES, om de enkele reden dat een beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging van de verdachte is genomen, als de vreemdeling tegen die beslissing schriftelijk beklag heeft gedaan bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en op dat beklag nog niet is beslist. Hiermee wordt beoogd om het slachtoffer of de getuige-aangever van mensenhandel een verblijfsvergunning voor de duur van het opsporings- en vervolgingsonderzoek in feitelijke aanleg te verlenen.
1.12.3. Gronden intrekking
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die is verleend onder de beperking gezinshereniging of gezinsvorming, wordt niet ingetrokken op de enkele grond dat de samenwoning tijdelijk is verbroken, als de vreemdeling de persoon bij wie verblijf is toegestaan wegens gewelddaden heeft verlaten. Dit geldt niet als sinds de verbreking van de samenwoning een jaar is verstreken (zie artikel 5.44 BTU-BES).
Voordat tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt overgegaan moet de vreemdeling in de gelegenheid gesteld worden om zijn zienswijze naar voren te brengen. Als de vreemdeling onvindbaar is kan de IND unit Caribisch Nederland direct tot intrekking van de verblijfsvergunning overgaan.
De aanvraag van de vreemdeling wiens verblijfsvergunning is ingetrokken, maar waarbij de aanvraag nog is ontvangen binnen de redelijke termijn van zes maanden na de datum waarop de intrekkingsbeschikking is bekendgemaakt, wordt getoetst aan de voorwaarden voor voortzetting van verblijf. Het valt onder de categorie ‘niet-tijdig maar binnen de redelijke termijn’. De aanvraag is slechts tijdig als deze is ingediend vóór het tijdstip tot wanneer de verblijfsvergunning is ingetrokken. Als de verblijfsvergunning is ingetrokken tot en met de datum waarop zij is verleend, kan betrokkene per definitie niet tijdig een verlengingsaanvraag indienen. De aanvraag wordt in deze gevallen aangemerkt als een aanvraag om eerste toelating.
2.1. Algemeen
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt slechts verleend op aanvraag en ontstaat niet van rechtswege. De vreemdeling moet aan de hiervoor gestelde voorwaarden voldoen. Op het tijdstip van indiening of beoordeling van de aanvraag moet aan de voorwaarden worden voldaan. Er wordt niet ambtshalve getoetst of de vreemdeling op enig moment in het verleden aanspraak zou hebben gemaakt op de verblijfsvergunning als die destijds zou zijn aangevraagd. De afwijzing van de aanvraag betekent niet dat er sprake is van verblijfsbeëindiging.
2. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
2.2. Systematiek
2.2. Systematiek
In het geval dat een vreemdeling onjuiste gegevens dan wel essentiële gegevens heeft achtergehouden die hebben geleid tot de onterechte afgifte van een bewijs van toelating van rechtswege is bepalend of de vreemdeling toelating van rechtswege heeft gehad gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren.
Zoals uit het bovengenoemde blijkt zijn de gronden voor intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en onbepaalde tijd aan elkaar gelijk afgezien van artikel 14 onderdeel e WTU-BES. In artikel 7, lid 9, WTU-BES staat dat geen beperkingen en voorschriften verbonden worden aan de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Daarom staat eveneens in artikel 5.46 BTU-BES dat de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet wordt ingetrokken met toepassing van artikel 14 onder e WTU-BES.
3. Procedurele bepalingen
3.1. De mvv-aanvraag
Indien de vreemdeling beschikt over een referent in de openbare lichamen, kan de referent een aanvraag indienen tot het verlenen van een mvv aan de vreemdeling (referentprocedure). De mvv-aanvraag wordt ingediend bij de IND-unit Caribisch Nederland. Gelet op de ratio van het mvv-vereiste dient de vreemdeling zich ook gedurende de beoordeling van de door de referent ingediende aanvraag buiten de openbare lichamen te bevinden.
3.1.1. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de vreemdeling
Als de aanvraag niet wordt ingewilligd, stuurt de IND-unit Caribisch Nederland de afwijzende beslissing naar de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging, die de beschikking bekendmaakt aan de vreemdeling. De referent ontvangt een afschrift van de beschikking.
3.1.2. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de referent
Als het onderzoek de authenticiteit van de desbetreffende documenten bevestigt en zich ook overigens geen feiten of omstandigheden voordoen die zich tegen de afgifte van de mvv verzetten, wordt de mvv afgegeven.
De mvv wordt afgegeven door de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland. De mvv kan alleen worden afgegeven na de kennisgeving van de IND unit Caribisch Nederland. Deze machtiging is drie maanden geldig te rekenen vanaf de datum van dagtekening van het bericht van de IND unit Caribisch Nederland aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging om een mvv te verstrekken. Binnen die drie maanden moet de vreemdeling de mvv hebben afgehaald. Als de vreemdeling zich niet binnen drie maanden bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging heeft vervoegd voor de afgifte van de mvv, zal een nieuwe aanvraag om een mvv moeten worden ingediend. Als de afgifte van de mvv plaats heeft gevonden binnen die drie maanden, heeft de vreemdeling vervolgens drie maanden, vanaf datum afgifte mvv, om naar de openbare lichamen te reizen.
3.1.4. Samenloop aanvraagprocedures
Het mvv-vereiste geldt niet voor aanvragen om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om redenen verband houdend met bescherming (zie artikel 12a WTU-BES) en voor aanvragen om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
3.1.5. Mvv en verlening verblijfsvergunning bepaalde tijd
Voor het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd moet de vreemdeling zich melden bij de IND-unit Caribisch Nederland. Aan de houder van een geldige mvv kan, uit het oogpunt van rechtszekerheid, alleen in uitzonderlijke gevallen een verblijfsvergunning worden geweigerd. Hiervan is sprake als blijkt dat niet aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is voldaan. Uitzonderlijke gevallen zijn in ieder geval situaties waarin de vreemdeling:
3.1.5. Mvv en verlening verblijfsvergunning bepaalde tijd
3.1.4. Samenloop aanvraagprocedures
Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan de aanvraag worden afgewezen onder verwijzing naar de eerdere afwijzende beschikking. De aanvrager hoeft niet in de gelegenheid te worden gesteld de aanvraag inhoudelijk dan wel procedureel aan te vullen (zie artikel 8, tweede lid, WTU-BES). Als in het bezwaarschrift, gericht tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag, nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd vormt dat geen reden om het bezwaarschrift gegrond te verklaren. Deze nieuwe feiten en omstandigheden zijn immers niet aangevoerd bij de herhaalde aanvraag en doen daarom niet af aan de juistheid van de verkorte afdoening van de aanvraag. Dit kan voor de vreemdeling wel aanleiding zijn om een nieuwe aanvraag om een verblijfsvergunning in te dienen. Hiervoor moet wel opnieuw leges worden betaald.
3.2.1. De vereisten voor het indienen van de aanvraag
De aanvraag wordt ondertekend door de vreemdeling zelf of door een wettelijk vertegenwoordiger. Hieronder wordt verstaan: ouder, voogd of curator. Een advocaat of een zaakwaarnemer is dus geen wettelijk vertegenwoordiger. De aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen van een verblijfsvergunning kan namelijk mede betrekking hebben op de inwonende kinderen die jonger zijn dan twaalf jaar (artikel 5.47, lid 2, BTU-BES). De vreemdeling die namens een minderjarig kind een aanvraag indient, moet aantonen de wettelijke vertegenwoordiger van het kind te zijn. Als bij de aanvraag dat niet is aangetoond, dan moet de vreemdeling de gelegenheid worden geboden om dit alsnog binnen een termijn van twee weken aan te tonen. Als na deze twee weken het gebrek nog niet is hersteld, dan moet de aanvraag buiten behandeling worden gesteld. De aanvraag voldoet immers niet aan (een van) de vormvereisten.
3.3. Aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd
Als de vreemdeling de eerdere ingediende aanvraag wenst in te trekken dan worden de leges die de vreemdeling hiervoor heeft betaald niet teruggegeven.
3.3. Aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd
Een vreemdeling die twaalf jaar of ouder is moet bij een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd een antecedentenverklaring ondertekenen. Deze verklaring is geïntegreerd in het aanvraagformulier. In het geval dat de vreemdeling dit gedeelte van het aanvraagformulier niet kan ondertekenen, moet worden onderzocht waarom hij dit niet kan. Als er sprake is van antecedenten, dan moet de vreemdeling documenten overleggen die betrekking hebben op deze antecedenten (bijvoorbeeld proces-verbaal, vonnis). Als de vreemdeling de redenen niet aangeeft of de documenten die betrekking hebben op zijn antecedenten niet overlegt, kan de aanvraag om procedurele redenen worden afgewezen (zie artikel 5.47, derde lid, BTU-BES).
3.5. Specifieke bepalingen procedure verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd
De vreemdeling die na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in de openbare lichamen mag blijven om de beslissing op de verlengingsaanvraag af te wachten kan een sticker ‘verblijfsaantekeningen openbare lichamen algemeen’ (MBES46) krijgen waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt. Dit geldt ook voor de vreemdeling die in afwachting is van een beslissing op een door hem ingediende aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De sticker bevat ook informatie over de toegang tot de arbeidsmarkt (zie artikel 7, eerste lid, WTU-BES).
3.6. Leges
Een vreemdeling die een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning onder een beperking gezinshereniging kan ontheven worden van de verplichting tot het betalen van leges. De vreemdeling moet een gerechtvaardigd beroep doen op artikel 8 EVRM. De hoofdpersoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogd moet zijn financiële situatie met bewijsstukken aantonen. Hij moet aantonen dat hij niet over middelen beschikt om de leges te voldoen en dat hij de afgelopen drie jaren alles heeft gedaan om over de vereiste middelen te kunnen beschikken. Daarnaast moet hij ook aantonen dat hij op korte termijn niet zelf zal kunnen beschikken over de middelen om de leges te kunnen voldoen of door anderen in zijn omgeving. De vreemdeling moet bij het indienen van de aanvraag stukken overleggen waaruit dat blijkt. Als de vreemdeling zich beroept op vrijstelling van de leges maar bij de aanvraag geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij de leges niet kan betalen, dan wordt hem herstel verzuim geboden. Als de vreemdeling vervolgens geen stukken overlegt dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.
Als gelijktijdig aanvragen worden gedaan tot het verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, dan moet de vreemdeling alleen de leges voor de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd betalen.
3.7.1. Herstel verzuim
Het bieden van herstel verzuim is niet nodig als van te voren al vast staat dat de vreemdeling niet aan een bepaalde inhoudelijke voorwaarde voldoet.
Dat geldt voor:
3.7.4. Bevoegdheid
3.7.5. Bekendmaking
3.7.5.1. Algemene regels
Wordt een beschikking gegeven waarbij aan de vreemdeling (voortzetting van) verblijf wordt toegestaan, geheel of gedeeltelijk in overeenstemming met een door hem ingediende aanvraag, dan moet de vreemdeling zich in persoon met de originele beschikking melden bij Burgerzaken voor uitreiking van het verblijfsdocument.
Als verblijfsdocument in de zin van artikel 7, eerste lid, WTU-BES wordt aangemerkt de Sédula. De Sédula wordt afgegeven door Burgerzaken. Gelet hierop dient bij vermissing van de Sédula dan ook aangifte te worden gedaan bij Burgerzaken.
Voor afgifte van de Sédula moet de vreemdeling zich in persoon melden bij Burgerzaken en daar de originele beschikking tonen waarbij de verblijfsvergunning is verleend. Het verblijfsdocument wordt alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt. Een eventuele eerder afgegeven Sédula moet dan worden ingeleverd. Als de vreemdeling minderjarig is, moet het verblijfsdocument door de wettelijke vertegenwoordiger in het bijzijn van de minderjarige in ontvangst worden genomen.
3.7.5.2. Weigering verlenging en wijziging beperking
3.8. Overgangsrecht
3.8.1. Geldige verblijfstitels, verklaringen van verblijf van rechtswege en nvt-verklaringen
Een vergunning tot tijdelijk verblijf met als beperking een woonplaats, gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt, onder handhaving van de beperkingen en de geldigheidsduur, aangemerkt als een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in de WTU-BES, met dien verstande dat de beperking met betrekking tot de woonplaats geacht wordt te zijn opgeheven.
3.8.2. In behandeling zijnde verzoeken
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de WTU-BES in behandeling zijnd verzoek tot het verlenen, wijzigen of verlengen van een vergunning tot tijdelijk verblijf wordt aangemerkt als een aanvraag tot het verlenen, wjzigen of verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van de WTU-BES.
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de WTU-BES in behandeling zijnd verzoek tot het verstrekken van een verklaring van verblijf van rechtswege, ingediend bij de gezaghebber van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt aangemerkt als een aanvraag tot het verstrekken van een verklaring van verblijf van rechtswege op grond van de WTU-BES.
Gedurende vijf jaar na inwerkingtreding van het BTU-BES wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van ‘voortgezet verblijf’ (zoals opgenomen in artikel 5.2, lid 1 sub e, BTU-BES) verleend aan de vreemdeling die:
3.8.4. Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd na vijf jaar
Hoofdstuk 4. Arbeid in loondienst
1. Inleiding
In artikel 5.20 BTU-BES is geregeld in welke gevallen en onder welke voorwaarden een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend voor arbeid in loondienst, als er geen afwijzingsgronden van toepassing zijn. Als aan één of meer van de in artikel 5.20 BTU-BES genoemde verblijfsvoorwaarden niet is voldaan, of wanneer een algemene weigeringsgrond (zie artikel 9 WTU-BES) van toepassing is, is Onze Minister niet verplicht doch wel bevoegd de verblijfsvergunning te verlenen. De gevallen waarin van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlenen gebruik wordt gemaakt, worden aangegeven in de CTU-BES.
Hoofdstuk 4. Arbeid in loondienst
Op grond van de Wav BES wordt getoetst of aan de voorwaarden voor verlening van een TWV is voldaan door de werkgever waarvoor de vreemdeling arbeid wil gaan verrichten.
2.2. Vereiste bescheiden
Luciano verricht arbeid als metselaar bij bouwbedrijf A voor 3 dagen in de week. Daarnaast verricht hij werkzaamheden als metselaar bij bouwbedrijf B voor 2 dagen in de week. Beide bouwbedrijven moeten in dit geval een TWV hebben.
Luciano werkt bij een ICT-bedrijf dat hem bij verschillende werkgevers opdrachten laat uitvoeren. Het ICT-bedrijf moet beschikken over een TWV, op basis waarvan Luciano bij verschillende klanten opdrachten in de ICT-sector mag uitvoeren.
2.3.1. 1-loket procedure
De vreemdeling moet de volgende bescheiden overleggen:
2.3. Procedure bij het loket van de IND-unit Caribisch Nederland (1-loket procedure)
Van belang is de volgorde waarin de aanvragen worden ingediend en de volgorde waarin daarop wordt beslist. Ook is het belangrijk dat de bij de beslissingen betrokken instanties informatie met elkaar uitwisselen over de bij hen ingekomen aanvragen en hun beslissingen daarop. Hierdoor wordt voorkomen dat er een vicieuze cirkel ontstaat. Om deze reden is in de openbare lichamen een 1-loket procedure ingericht.
2.3.1. 1-loket procedure
2.3.1. 1-loket procedure
De beslissingen op de aanvragen om een TWV en om een mvv/verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden beide in beginsel bekendgemaakt door uitreiking in persoon van de beschikkingen aan het loket van de IND-unit Caribisch Nederland. In beginsel vindt dit zoveel mogelijk gelijktijdig plaats (zie voor regels over bekendmaking van besluiten hoofdstuk 3, paragraaf 3.7.6)
2.3.2. Procedure gezinsleden bij het loket van IND-BES
Voor gezinsleden gelden daarnaast de in hoofdstuk 3 neergelegde toepasselijke voorwaarden, waaronder de voorwaarden inzake legalisatie en verificatie van documenten.
2.4. Samenhang beslissing aanvraag TWV en verblijfsvergunning
Om in aanmerking te komen voor een TWV voor het verrichten van arbeid in loondienst als stagiair toetst de RCN-unit SZW of de vreemdeling een stagevergoeding ontvangt van minimaal 50% van het bruto minimumloon, genoemd in artikel 9 van de Wet minimumlonen BES, na aftrek van de daarop in te houden loonheffing.
Arbeid in loondienst is een niet-tijdelijk verblijfsdoel (zie artikel 5.3, derde lid, BTU-BES).
Een weigering de geldigheidsduur te verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of de intrekking ervan en ook intrekking van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd vormt op grond van artikel 10, onder b, Wav BES een dwingende reden voor intrekking van de TWV.
2.6.2. Arbeidsmarktaantekening
2.6.3. Voorschrift
3.2. Vrijgestelde categorieën vreemdelingen
De voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst door deze categorie buitenlandse werknemers zijn (zie artikel 5.20 BTU-BES en artikel 3 Wav BES):
Zie voor de vereiste bescheiden paragraaf 2.2 met uitzondering van een geldige TWV.
Ter uitvoering van d zijn in de artikelen 7 en 8 van het Besluit uitvoering Wav BES een aantal categorieën vreemdelingen respectievelijk werkzaamheden aangewezen waarvoor geen TWV is vereist. Vreemdelingen die tot één van deze aangewezen categorieën behoren, kunnen aan die aanwijzing op zichzelf geen aanspraak ontlenen op een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd.
3.2.1. Vreemdelingen met aantekening ‘arbeid vrij toegestaan’
4.1. Nederlandse zeeschepen
Op het verblijfsdocument wordt de volgende aantekening geplaatst: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
4.2. Internationale luchtvaart en scheepvaart
Als Nederlands zeeschip wordt aangemerkt een schip dat onder Nederlandse vlag vaart en in Nederland is geregistreerd.
Het algemene vreemdelingenbeleid is niet van toepassing op buitenlandse werknemers in enkele specifieke sectoren (internationale luchtvaart en scheepvaart) van de internationale arbeidsmarkt, omdat zij niet dan wel het grootste deel van de tijd niet werkzaam zijn op Nederlands grondgebied. De toelating van rechtswege voor de duur van maximaal 3 maanden vervalt op het tijdstip van vertrek van het schip of luchtvaartuig.
4.3.1. Inleiding
4.1. Nederlandse zeeschepen
4.3. Stagiaires en praktikanten
Onder stagiair wordt verstaan een vreemdeling die naar de openbare lichamen komt om arbeid te verrichten die noodzakelijk is om de opleiding in het land van herkomst te kunnen voltooien.
Onder praktikant wordt verstaan een vreemdeling die naar de openbare lichamen komt om werkervaring op te doen die voor diens toekomstig functioneren in het land van herkomst van belang is.
Artikel 14, eerste lid, Besluit uitvoering Wav-BES bepaalt dat een TWV voor de vreemdeling die arbeid als stagiair wil gaan verrichten, voor maximaal een jaar kan worden verleend zonder arbeidsmarkttoets.
4.2. Internationale luchtvaart en scheepvaart
4.3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Deze verblijfsvergunningen zijn tijdelijk van aard (zie artikel 5.3, eerste lid, onder d, BTU-BES). Dit moet uitdrukkelijk steeds worden vermeld in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend.
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor stagiaires beloopt maximaal één jaar.
4.3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
4.3.5. Voortzetting van verblijf
Voor praktikanten geldt dat een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid in loondienst als praktikant voor hetzelfde doel wordt afgewezen, als de vreemdeling 24 weken houder van deze verblijfsvergunning is geweest.
4.3.4. Geldigheidsduur
Zodra een toerist in de vrije termijn arbeid in loondienst gaat verrichten, is hij niet meer aan te merken als toerist. Hij valt dan immers niet meer onder de definitie van toerist, zoals vermeld in artikel 1.1, onder g, BTU-BES. De vrije termijn voor deze vreemdelingen bedraagt in beginsel drie maanden (zie artikel 5a WTU-BES en artikel 4.4, eerste lid, onder c, BTU-BES). Deze vreemdeling moet zich in dat geval melden bij de korpschef (zie paragraaf 4.4.2).
4.4. Kortdurende arbeid (maximaal drie maanden)
Als aan alle geldende verblijfsvoorwaarden wordt voldaan, kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor arbeid in loondienst in dit geval worden verleend voor de duur waarvoor de TWV ten behoeve van die arbeid in verleend.
4.4.2. Meldplicht
4.4.3. Arbeidsovereenkomst of stage voor maximaal drie maanden
Het gaat daarbij bijvoorbeeld om vreemdelingen die in Curaçao, Sint Maarten of Aruba verblijf houden en in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning voor Curaçao, Sint Maarten of Aruba en die in één van de openbare lichamen werken. Ook kan het gaan om vreemdelingen die in een land buiten het Koninkrijk verblijf houden en aldaar in het bezit zijn van een verblijfsvergunning dan wel de nationaliteit hebben van dat land, en die in één van de openbare lichamen werken.
4.7. Dienstverrichters
Als zij een belang van 25% of meer hebben in het bedrijf, ondernemingsrisico lopen en de hoogte van hun salaris zelf kunnen beïnvloeden, moeten zij een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als zelfstandige aanvragen. Als zij niet aan deze voorwaarden voldoen, is de procedure voor werknemers van toepassing. Zie in dat geval de voorwaarden voor verblijf genoemd in dit hoofdstuk, paragraaf 2.1.
Als zij een belang van 25% of meer hebben in het bedrijf, ondernemingsrisico lopen en de hoogte van hun salaris zelf kunnen beïnvloeden, moeten zij een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als zelfstandige aanvragen. Als zij niet aan deze voorwaarden voldoen, is de procedure voor werknemers van toepassing. Zie in dat geval de voorwaarden voor verblijf genoemd in dit hoofdstuk, paragraaf 2.1.
5. Voortzetting van verblijf
Het kan bijvoorbeeld gaan om een buiten de openbare lichamen gevestigd bouwbedrijf dat in opdracht van een in de openbare lichamen gevestigde persoon of bedrijf een woning of kantoorpand bouwt in de openbare lichamen of om een bedrijf dat een buiten de openbare lichamen gevestigd bedrijf opdracht geeft tot het aanleggen van een ICT-systeem. De vreemdeling die in dienst is van dat buiten de openbare lichamen gevestigde bedrijf verricht diensten voor de binnen de openbare lichamen gevestigde opdrachtgever en valt in beginsel onder de TWV-plicht.
5. Voortzetting van verblijf
Hieronder zijn factoren genoemd die van invloed kunnen zijn op het verblijfsrecht van een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning is verleend voor het verrichten van arbeid in loondienst.
Daarnaast kunnen er algemene gronden zijn die kunnen leiden tot verblijfsbeëindiging. Zie daarvoor hoofdstuk 3, paragraaf 1.12.3.
5.2. Ongeoorloofde tewerkstelling
Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de vreemdeling:
5.3.1. Houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
5.3. Werkloosheid
Beleidsregel:
Als de buitenlandse werknemer onvrijwillig werkloos is geworden, wordt zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om die reden ingetrokken zodra:
5.1. Inleiding
5.4. Arbeidsongeschiktheid
5.3.2. Houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan wel worden ingetrokken op grond van het algemeen belang (zie artikel 14, aanhef en onder c, WTU-BES en artikel 5.46 BTU-BES).
5.3.2. Houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Een werkgever is strafbaar op grond van artikel 23, tweede lid, WTU-BES wegens het niet nakomen van een vordering van Onze Minister op grond van artikel 6.39 BTU-BES tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die hij in dienst heeft gehad.
De vreemdeling moet aantonen dat hij door de uitoefening van zijn beroep of bedrijf beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie artikel 9, eerste lid, onder c, WTU-BES en artikel 5.33 BTU-BES en de beleidsregels bij deze algemene voorwaarde in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3). Dat wil zeggen dat de vreemdeling een inkomen moet hebben dat ten minste gelijk is aan het bruto-inkomen per maand op grond van de Wet minimumloon BES.
Hoofdstuk 5. Arbeid als zelfstandige
3. Vereiste bescheiden
Vreemdelingen die in de openbare lichamen een zelfstandig beroep willen uitoefenen of op andere wijze als zelfstandige hun diensten aanbieden en die niet feitelijk in loondienst zijn, moeten daarvoor ook in het bezit zijn van een vergunning op grond van de Wet vestiging bedrijven BES. Zij vallen onder het begrip zaak in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Wet vestiging bedrijven BES.
4.1. Beperking
Op de vergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Aan de vergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
Aan de vergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
2. Voorwaarden
Het internationale recht, waaronder verdragen, gaat vóór het recht dat geldt in het Koninkrijk der Nederlanden en eist dat de verdragspartij zijn aangegane verplichtingen nakomt. De wijze waarop verdragsbepalingen in de rechtsorde van het Koninkrijk der Nederlanden doorwerken wordt echter niet geregeld door het internationale recht. Dit is een aangelegenheid van nationaal procedureel recht (zie artikel 9.3 BTU-BES).
2. Voorwaarden
De strekking van deze uitspraak is dat Amerikaanse onderdanen in het Caribisch Deel van het Koninkrijk – en daarmee op het grondgebied van de openbare lichamen – aanspraak hebben op gelijke behandeling als Nederlanders die niet in het Caribisch Deel van het Koninkrijk zijn geboren. Dit betekent dat Amerikaanse onderdanen, net als Nederlanders op wie de WTU-BES (grotendeels) van overeenkomstige toepassing is, een vrije termijn van maximaal zes maanden hebben in een tijdbestek van een jaar (in plaats van drie maanden binnen een periode van zes maanden). Voorts komen zij in aanmerking voor een verklaring inzake toelating van rechtswege als ze aan de voorwaarden voldoen, waaraan ook bedoelde Nederlanders moeten voldoen. De voorwaarden staan omschreven in hoofdstuk 2 van de CTU-BES.
2.1. Verblijfsvoorwaarden
Onderdanen van de Verenigde Staten van Amerika mogen in de openbare lichamen verblijven:
4.2. Arbeidsmarktaantekening
2. Voorwaarden
5. Geldigheidsduur
De vreemdeling moet bij de aanvraag de volgende documenten overleggen:
De vreemdeling moet bij de aanvraag de volgende documenten overleggen:
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederland, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
3. Arbeid in loondienst
Als een Amerikaanse vreemdeling (hoofdpersoon) die op grond van het Verdrag in de openbare lichamen verblijft geen arbeid in loondienst als sleutelpersoneel wenst te verrichten, moet wijziging van de vergunning worden gevraagd en moet de werkgever beschikken over een TWV (zie hoofdstuk 4 ‘Arbeid in loondienst’ en punt 11 van het bijbehorende Protocol).
4. Gezinshereniging
De afhankelijke verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan echtgenoten en de minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij .............. (naam hoofdpersoon).’
5.1. Beperking en arbeidsmarktaantekening
De afhankelijke verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan echtgenoten en de minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij .............. (naam hoofdpersoon).’
5.2. Voorschrift
Op grond van artikel 5.25 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning verleend voor één jaar.
2. Studenten die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een ander doel
2. Studenten die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een ander doel
Vreemdelingen die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met een ander doel, bijvoorbeeld gezinshereniging of arbeid, kunnen ook een studie volgen in de openbare lichamen. Zij hoeven daarvoor geen wijziging van hun verblijfsvergunning voor studie aan te vragen, wanneer zij nog aan de voorwaarden van de aan hen verleende verblijfsvergunning voldoen.
2. Studenten die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een ander doel
5.2. Voorschrift
Deze aanvraag wordt in elk geval niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv. Bovendien heeft het indienen van de aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in dit geval in beginsel tot gevolg dat de uitzetting achterwege blijft (zie artikel 5.1, eerste lid, BTU-BES). De vreemdeling kan gedurende de periode dat de aanvraag in behandeling is, een document vragen bij de IND-unit Caribisch Nederland, waarin een aantekening is gemaakt over de verblijfsrechtelijke positie.
2. Studenten die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een ander doel
Als sprake is van een bachelor/masterstructuur wordt de studielast voor de bacheloropleiding en de masteropleiding bij elkaar opgeteld. De maximale verblijfsduur bedraagt één jaar meer dan die studielast. Het is niet noodzakelijk dat de master aan dezelfde instelling wordt gevolgd als de bachelor. Als de vreemdeling een schakeljaar volgt tussen HBO bachelor en universitaire master wordt de maximale verblijfsduur met één jaar verlengd.
De verblijfsvergunning kan worden verleend als sprake is van (voorlopige) inschrijving aan één van de volgende onderwijsinstellingen die voltijds hoger onderwijs aanbieden:
6. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid niet toegestaan met uitzondering van arbeid van bijkomende aard; TWV vereist’.
6.3. Voorschriften
6. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Voor verandering van onderwijsinstelling moet wijziging gevraagd worden van de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend. De totale termijn op grond waarvan verblijf in de openbare lichamen voor studie is toegestaan mag echter de maximale verblijfsduur niet mag overschrijden.
Hoofdstuk 8. Gepensioneerden en renteniers
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder een beperking verband houdend met verblijf als gepensioneerde of rentenier worden verleend als de vreemdeling voldoet aan de onder paragraaf 2, 3.2 of 4.2 van dit hoofdstuk genoemde voorwaarden. Als hij niet voldoet aan één of meer van deze voorwaarden, wordt de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning afgewezen.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder voorwaarden worden verleend onder een beperking die verband houdt met verblijf als gepensioneerde of rentenier (zie artikel 7, zevende lid, WTU-BES en artikel 5.2, eerste lid, onder f, BTU-BES).
Hoofdstuk 8. Gepensioneerden en renteniers
1. Inleiding
De ‘penshonado/rentenierregeling’ uit de artikelen 23B, 23C, 23D en 23E van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 zal op grond van artikel 13b van de Wet geldstelsel BES na de transitie tot 1 januari 2011 ongewijzigd worden voortgezet. Dit betekent dat voor zover een gepensioneerde of rentenier op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de transitie rechten en verplichtingen heeft op grond van genoemde regeling, deze rechten en verplichtingen daarna door blijven lopen.
Het enkel voldoen aan de voorwaarden van de fiscale ‘penshonado/rentenierregeling’ is op zichzelf geen grond voor toelating.
Een vreemdeling die geen beroep doet of kan doen op de fiscale ‘penshonado/rentenierregeling’, maar die zich wel als gepensioneerde of rentenier in de openbare lichamen wil vestigen, kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als gepensioneerde of rentenier’ als hij voldoet aan de onder 3.2 genoemde voorwaarden.
4.1. Inleiding
4.2. Verblijfsvoorwaarden
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 9, eerste lid, WTU-BES van toepassing. Deze staan in hoofdstuk 3 van de CTU-BES.
Overwinteraars zijn Nederlanders en vreemdelingen die gedurende een periode van maximaal zes maanden per jaar in de openbare lichamen verblijven, veelal gedurende de wintermaanden in het land van herkomst.
4.3. Vereiste bescheiden
5.1. Beperking
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De geldigheidsduur van deze verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan niet worden verlengd. Als de vreemdeling in een volgend tijdvak van een jaar opnieuw als overwinteraar in de openbare lichamen wil verblijven, dan moet hij daarvoor een nieuwe aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd indienen.
Als door de vreemdeling aan de hierboven in 2.2, 3.2 dan wel 4.2 genoemde voorwaarden wordt voldaan, wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder de beperking: ‘verblijf als gepensioneerde of rentenier’.
Hoofdstuk 9. Investeerders
5.3. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ’arbeid in loondienst alleen toegestaan indien de werkgever beschikt over TWV’.
5.4. Voorschriften
De verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting.
Onder het inbrengen van ‘ buitenlandse deviezen’ valt:
2. Verblijfsvoorwaarden
5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
5.1. Beperking
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 9, eerste lid, WTU-BES van toepassing. Deze staan in hoofdstuk 3.
Als hoofdregel geldt dat de gezinsleden in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging als de hoofdpersoon in het bezit is van een verblijfsvergunning die niet-tijdelijk is als bedoeld in artikel 5.3 BTU-BES (zie artikel 5.9, eerste lid, BTU-BES en artikel 5.11 BTU-BES). In andere gevallen kan de verblijfsvergunning worden verleend (zie artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES). Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘investeerder’ is tijdelijk van aard (zie artikel 5.3, tweede lid, BTU-BES).
5.2. Arbeidsmarktaantekening
5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Onder het inbrengen van ‘ buitenlandse deviezen’ valt:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf als investeerder’.
Op de vergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
5.3. Voorschriften
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 9, eerste lid, WTU-BES van toepassing. Deze staan in hoofdstuk 3.
5.3. Voorschriften
2. Verblijfsvoorwaarden
4.1. Beperking
Dit verblijfsrecht is tijdelijk van aard. Dit moet uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met ‘verblijf als vrijwilliger’ kan worden verleend voor de duur waarvoor de TWV is afgegeven, met een maximum van één jaar (zie artikel 5.25 BTU-BES).
4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt daarna niet verlengd.
1. Algemeen
1.1. Inleiding
1.1. Inleiding
Gezinsvorming wordt gedefinieerd als: ‘gezinshereniging van de echtgenoot, geregistreerd partner of niet-geregistreerde partner, voor zover de gezinsband tot stand is gekomen op een tijdstip waarop de hoofdpersoon in de openbare lichamen hoofdverblijf had.’
Gezinsvorming is dus een bijzondere vorm van gezinshereniging. Verder wordt met de aansluiting bij het begrip ‘hoofdverblijf’ voorkomen dat ook in geval van een tijdens een buitenlandse vakantie van een in de openbare lichamen gevestigde persoon gesloten huwelijk of relatie, om de enkele reden dat het huwelijk of de relatie buiten de openbare lichamen tot stand is gekomen, sprake zou zijn van ‘gezinshereniging’.
In dit hoofdstuk wordt onder hoofdpersoon verstaan de persoon bij wie de vreemdeling als gezinslid (bijvoorbeeld als echtgenoot, geregistreerde partner, niet-geregistreerde partner, kind of ouder) in de openbare lichamen wil verblijven.
1.3. Beleid gezinsvorming
2. Huwelijk en geregistreerd partnerschap
Ingevolge artikel 5.10, onder a, BTU-BES wordt de verblijfsvergunning op grond van een huwelijk verleend als het huwelijk naar Nederlands internationaal privaatrecht rechtsgeldig is. De verblijfsvergunning wordt niet op grond van een geregistreerd partnerschap verleend als dat partnerschap niet in Nederland is geregistreerd.
Het huwelijk is geldig als:
1.3. Beleid gezinsvorming
2. Huwelijk en geregistreerd partnerschap
Hoofdstuk 11. Gezinshereniging en gezinsvorming
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e) / geregistreerd partner (naam)’.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e) / geregistreerd partner (naam)’.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Als artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
2.3.3. Voorschrift
2.4. Geldigheidsduur
Huwelijken met vreemdelingen die tijdens het rechtmatig verblijf van de vreemdeling of Nederlander worden gesloten buiten de openbare lichamen moeten voordat er een verzoek tot gezinsvorming kan worden ingediend eerst ingeschreven worden in het bevolkingsregister. Bij twijfel zal de vreemdelingenpolitie worden verzocht een onderzoek in te stellen.
2.3.3. Voorschrift
4. Relatie
Het bestaan van een duurzame en een exclusieve relatie kan worden aangetoond door de ondertekening van een relatieverklaring door beide partners. Door de ondertekening van die schriftelijke verklaring verklaren de vreemdeling en de hoofdpersoon feitelijk samen te (gaan) wonen en een duurzame en exclusieve relatie te onderhouden.
4. Relatie
4.1. Verblijfsvoorwaarden
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij partner (naam)’.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij partner (naam)’.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Als artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
4.3.3. Voorschrift
4.4. Geldigheidsduur
Op grond van artikel 5.10, onder c, BTU-BES wordt de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 5.9 BTU-BES, op aanvraag verleend aan het minderjarige biologische of juridische kind van een in de openbare lichamen gevestigde hoofdpersoon. Het kind moet wel onder het rechtmatig gezag van de hoofdpersoon staan. Daarbij geldt als voorwaarde dat het kind naar het oordeel van Onze Minister feitelijk behoort en al in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de hoofdpersoon.
4.4. Geldigheidsduur
4.2. Vereiste bescheiden
4.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
De verblijfsvergunning wordt op grond van artikel 5.18, onder a, BTU-BES verleend als de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
Als de hoofdpersoon (de biologische of juridische ouder bij wie de vreemdeling verblijf beoogt) een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk of een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan, dan wel een relatie onderhoudt in de zin van artikel 5.10, aanhef en onder b, BTU-BES met een persoon die houder is van een verblijfsvergunning, dan wel Nederlander is, kan het duurzame, zelfstandig verworven bruto-inkomen van die persoon – mits deze samenwoont met de hoofdpersoon – worden meegeteld bij de berekening van de bestaansmiddelen.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Voor kinderen die in de openbare lichamen zijn geboren uit niet-Nederlandse ouders van wie ten minste één houder is van een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd, is er een bijzondere regeling.
De verblijfsvergunning wordt verleend aan het in de openbare lichamen geboren kind, als:
De verblijfsvergunning wordt verleend aan het in de openbare lichamen geboren kind, als:
5.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
6. Verruimde gezinshereniging
5.4.3. Voorschrift
5.5. Geldigheidsduur
In afwijking van artikel 5.25 BTU-BES kan op grond van artikel 5.26 BTU-BES de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met gezinshereniging als minderjarige worden verleend voor de duur van ten hoogste:
6.2. Vereiste bescheiden
De bijzondere vereisten voor toelating zijn als volgt:
De verblijfsvergunning wordt niet verleend als één van de kinderen niet duurzaam beschikt of de kinderen niet duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verruimde gezinshereniging bij (naam gezinslid)’.
6.3.3. Voorschrift
6.4. Geldigheidsduur
Op grond van artikel 5.25 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
7. Artikel 8 EVRM
In de volgende gevallen is in ieder geval sprake van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM:
6.4. Geldigheidsduur
7.2. Inmenging
Inmenging op het familie- en gezinsleven, dan wel het privé-leven wordt aangenomen, als de vreemdeling:
6.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Ook als er geen sprake is van inmenging moet er een belangenafweging tussen de belangen van de Staat en die van de vreemdeling plaatsvinden.
7.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM bij (naam)’.
Het verschil tussen buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen is een juridisch verschil.
2. Adoptiekinderen
2. Adoptiekinderen
2. Adoptiekinderen
3. Buitenlandse pleegkinderen
3.1. Verblijfsvoorwaarden
Wanneer dit niet uit de medische verklaring blijkt, moet het kind (in de openbare lichamen) alsnog een TBC onderzoek ondergaan. Alleen wanneer niet aan dit onderzoek wordt meegewerkt of wanneer het kind weigert mee te werken aan de behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen, wordt de aanvraag met toepassing van artikel WTU-BES afgewezen.
De aanvraag wordt afgewezen als niet door middel van officiële gelegaliseerde/geapostilleerde documenten wordt aangetoond dat de ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger, of (indien zij zijn overleden of een onbekende verblijfplaats hebben) de autoriteiten in het land van herkomst instemmen met het verblijf van het kind in het gezin van de aspirant-pleegouders. Alleen als het recht van het land van herkomst dit vereist, is naast instemming van de ouder(s) of de wettelijke vertegenwoordiger ook instemming van de autoriteiten van het land van herkomst vereist.
De ouders moeten ook het wettelijk gezag over de minderjarige (tijdelijk) aan de aspirant pleegouders overdragen. Per land moet onderzocht te worden of dit kan via een notariële verklaring of dat de ouders hiervoor een rechterlijke uitspraak nodig hebben.
De verblijfsvergunning wordt niet verleend als de aspirant-pleegouders niet zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Aan de verblijfsvergunning wordt als voorschrift verbonden voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten, met inbegrip van kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
3.4. Geldigheidsduur
De verblijfsvergunning krijgt dezelfde geldigheidsduur als de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van de hoofdpersoon. Als de hoofdpersoon een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft of Nederlander is, bedraagt de geldigheidsduur vijf jaren.
Hoofdstuk 13. Wedertoelating
Op grond van artikel 5.2 lid 1 onder g, BTU-BES kan aan een oud-Nederlander verblijf verleend worden in het kader van wedertoelating tot de openbare lichamen.
Op grond van artikel 5.2 lid 1 onder g, BTU-BES kan aan een oud-Nederlander verblijf verleend worden in het kader van wedertoelating tot de openbare lichamen.
2. Oud-Nederlanders
2. Oud-Nederlanders
Als oud-Nederlanders kunnen in ieder geval worden aangemerkt:
Als oud-Nederlanders kunnen in ieder geval worden aangemerkt:
2.2. Oud-Nederlanders die geboren en getogen zijn in de openbare lichamen
Ten aanzien van de oud-Nederlanders die in de openbare lichamen zijn geboren en getogen, geldt dat zij, op grond van het feit dat zij in die periode als Nederlander in de openbare lichamen hebben verbleven, geacht worden zodanig sterke banden met de openbare lichamen te hebben opgebouwd en na hun vertrek uit de openbare lichamen te hebben behouden, dat zij met voorbijgaan aan een aantal algemene voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor verblijf in de openbare lichamen.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
3.1. Algemeen
3. Oud-Nederlanders (artikel 15, eerste lid, aanhef onder d of f, RWN)
3.3. Verblijfsvoorwaarden voor een vergunning voor onbepaalde tijd
Het gevaar voor de openbare orde wordt beoordeeld aan de hand van de maatstaven die zijn aangelegd voor verblijfsbeëindiging. Bij de vaststelling van de verblijfsduur wordt mede betrokken de periode waarin de vreemdeling als Nederlander in de openbare lichamen heeft verbleven. Onder strafmaat wordt verstaan de totale duur van de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen, met inbegrip van die welke bij al dan niet onherroepelijk geworden uitspraak zijn opgelegd in de periode waarin de vreemdeling het Nederlanderschap bezat en in de periode na het verlies van het Nederlanderschap.
Bij de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde- of onbepaalde tijd moet de vreemdeling de volgende bescheiden overleggen:
3.4. Vereiste bescheiden
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
4. Oud-Nederlanders (artikel 15, eerste lid, aanhef onder b, RWN)
4.1. Verblijfsvoorwaarden
Verblijf kan worden verleend aan de vreemdeling:
Het gaat hier om een vrijwillige handeling. De vreemdeling remigreert op grond van de remigratiewet naar het land van herkomst. Om in aanmerking te komen voor deze regelgeving moet de vreemdeling afstand doen van de Nederlandse nationaliteit. De vreemdeling moet binnen één jaar nadat hij de verklaring van afstand heeft afgelegd een aanvraag om een verblijfsvergunning indienen.
4.2. Vereiste bescheiden
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
5.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten aan opname of verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES).
6. Geldigheidsduur
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘wedertoelating’ wordt niet afgewezen om de reden dat niet meer wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend.
7.2. Intrekking
Gegeven de aard van de toelatingsgrond – een periode van eerder verblijf in Nederland – zal het zich niet voordoen dat de verblijfsvergunning die is verleend onder de beperking ‘wedertoelating’ kan worden ingetrokken, omdat niet meer wordt voldaan aan de beperking. Wel is het uiteraard mogelijk dat er onjuiste gegevens zijn verstrekt, die hebben geleid tot de verlening van de verblijfsvergunning. Verblijfsbeëindiging om die reden is niet uitgesloten.
8. Verblijfsvergunning in afwachting van verzoek ex artikel 17 RWN
De verblijfsvergunning kan worden verleend aan de persoon die bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een verzoek, als bedoeld in artikel 17 RWN, heeft ingediend, als:
8.2. Vereiste bescheiden
8.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘wedertoelating’ wordt niet afgewezen om de reden dat niet meer wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
8.5. Aard van het verblijfsrecht
Als artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
8.3.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten aan opname of verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES).
8.5. Aard van het verblijfsrecht
8.6. Verlenging geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
8.6.1. Verblijfsvoorwaarden
8.6.2. Vereiste bescheiden
Hoewel het merendeel van de slachtoffers van mensenhandel vrouw is, is in dit hoofdstuk afgezien van het hanteren van de meer gangbare term ‘vrouwenhandel’. Dit om eventuele verwarring te voorkomen, omdat ook mannelijke en minderjarige slachtoffers een beroep kunnen doen op de procedure die in dit hoofdstuk is beschreven.
Voor zowel het opsporings- als het vervolgingsonderzoek is van groot belang dat zowel slachtoffers die aangifte doen of op andere wijze medewerking verlenen aan het opsporings- of vervolgingsonderzoek, als getuigen die aangifte doen, gedurende langere tijd ter beschikking blijven van het OM om de bewijsvorming te kunnen afronden. Dit rechtvaardigt het verlenen van een tijdelijke verblijfsvergunning.
Mensenhandel is gericht op uitbuiting. Bij de strafbaarstelling van mensenhandel staat het belang van het individu steeds voorop. Dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid.
2. Slachtoffer mensenhandel
Hoofdstuk 14. Mensenhandel
Zodra de strafzaak door het OM wordt geseponeerd of tegen de uitspraak van de rechtbank in het proces tegen de verdachte geen beroep is ingesteld dan wel het gerechtshof uitspraak heeft gedaan, komt de grond aan de verblijfsvergunning als bedoeld in deze paragraaf te ontvallen.
4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 7 WTU-BES, kan onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel worden verleend, als:
3.2. Vereiste bescheiden
4. De beslissing
De getuige-aangever van mensenhandel is vrijgesteld van het betalen van leges voor het indienen van een verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel.
De vreemdeling kan een aanvraag om een verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel indienen bij de IND-unit Caribisch Nederland.
3.2. Vereiste bescheiden
3.2. Vereiste bescheiden
De genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking als genoemd in hoofdstuk 14 van de CTU-BES.
4.1. Beslissing op de aanvraag
4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor de periode van één jaar verleend. De verblijfsvergunning is geldig zolang het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen noodzakelijk acht.
6. Verlenging
De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor de periode van één jaar verleend. De verblijfsvergunning is geldig zolang het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen noodzakelijk acht.
Zodra het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen niet langer noodzakelijk acht, komt de grond aan de verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel te ontvallen. Het OM doet hiervan melding aan de IND-unit Caribisch Nederland en aan de getuige-aangever.
6.2. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
6. Verlenging
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van het slachtoffer kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van het slachtoffer kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
6.2. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
6.3. Vereiste bescheiden
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
6.4. Leges
6.4. Leges
Voor verlening van een verblijfsvergunning komen in aanmerking:
Op deze aanvraag zijn de algemene toelatingsvoorwaarden voor gezinshereniging van toepassing, met uitzondering van de bepalingen inzake het middelenvereiste.
Hoofdstuk 15. Voortgezet verblijf
De vreemdeling die als minderjarige in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging komt na vijf jaar verblijf in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning. Ook de minderjarige die als pleeg- of adoptiekind verblijf heeft gehad, kan onder deze voorwaarden in aanmerking komen voor voortgezet verblijf.
In de regel kan een verblijfsvergunning met als doel voortgezet verblijf pas na vijf jaar rechtmatig verblijf worden aangevraagd. In die vijf voorafgaande jaren moet de vreemdeling verblijf hebben gehad in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming.
De vreemdeling die als minderjarige in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging komt na vijf jaar verblijf in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning. Ook de minderjarige die als pleeg- of adoptiekind verblijf heeft gehad, kan onder deze voorwaarden in aanmerking komen voor voortgezet verblijf.
2.1. Verblijfsvoorwaarden
2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
2.2. Vereiste bescheiden
2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
2.3.1. Beperking
2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Voorbeeld:
Het gaat hier om vreemdelingen die als echtgenoot, (geregistreerd) partner, meerderjarig kind, als ouder of ander gezinslid in het kader van gezinsvorming of (verruimde) gezinshereniging verblijf in de openbare lichamen hebben gehad.
Het gaat hier om vreemdelingen die als echtgenoot, (geregistreerd) partner, meerderjarig kind, als ouder of ander gezinslid in het kader van gezinsvorming of (verruimde) gezinshereniging verblijf in de openbare lichamen hebben gehad.
De (huwelijks)partner van een vreemdeling die zelf toegelaten is als student komt niet in aanmerking voor voortgezet verblijf. Dit zou immers betekenen dat de afhankelijke vreemdeling sneller in een betere verblijfsrechtelijke positie terecht zou komen dan de verblijfgever.
Moeder van kind heeft minimaal vijf jaar een verblijfsvergunning met als doel ‘arbeid in loondienst. Vader van het kind heeft minimaal vijf jaar een verblijfsvergunning met als doel ‘gezinsvorming of gezinshereniging’ bij zijn vrouw. Het inmiddels meerderjarige kind heeft als minderjarige minimaal vijf jaar een verblijfsvergunning met als doel ‘gezinsvorming of gezinshereniging’ bij zijn ouders gehad. Dit kind kan – als aan alle voorwaarden zijn voldaan – een verblijfsvergunning met als doel ‘voortgezet verblijf’ verkrijgen, ook al hebben ouders dit sterker verblijfsrecht (nog) niet. In een dergelijk geval heeft het kind een sterker verblijfsrecht dan zijn ouders. Dit is gerechtvaardigd omdat het kind sneller integreert in de samenleving dan de ouders en komt derhalve in aanmerking voor een sterkere verblijfsvergunning dan de ouders.
Voorbeeld 1:
Voorbeeld 2:
Een man en vrouw hebben al gedurende acht jaar een relatie. De man heeft gedurende de afgelopen vijf jaar verblijf bij haar gehad. De man en vrouw hebben nog steeds een relatie en blijven bij elkaar wonen. Toch wil de man een verblijfsvergunning aanvragen in het kader van voortgezet verblijf. Wanneer aan de voorwaarden voor verblijf wordt voldaan, krijgt de man de gevraagde verblijfsvergunning. Dat hij nog steeds een relatie met zijn vriendin heeft is geen reden de man te verplichten de afhankelijke verblijfsvergunning – afhankelijk van de relatie met zijn vriendin – te houden.
3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
3.3.3. Voorschrift
3.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
4. Voortgezet verblijf na overlijden van (huwelijks) partner
4.4. Geldigheidsduur
4.2. Vereiste bescheiden
4.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar (art. 6 lid 2 WTU-BES en art. 5.28 BTU-BES).
Bij een minderjarige is in verband met de leeftijd van de vreemdeling niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken.
Artikel 5.24 BTU-BES regelt de mogelijkheid dat ook wanneer niet voldaan wordt aan de voorwaarden voor verblijf als genoemd in artikel 5.22 en 5.23 BTU-BES die hierboven in paragraaf 2 en 3 zijn beschreven, toch voortgezet verblijf verleend kan worden vanwege bijzondere omstandigheden.
Hoewel het zowel om groepen als om individuele gevallen kan gaan moet vooral gedacht worden aan:
Bij een minderjarige is in verband met de leeftijd van de vreemdeling niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken.
De IND unit Caribisch Nederland kan aan een slachtoffer of getuige-aangever van mensenhandel aan wie voor de duur en in het belang van het strafproces tijdelijk verblijf in Nederland was toegestaan een verblijfsvergunning verlenen op grond van artikel 5.24 BTU-BES.
De vreemdeling die onder één van de hierboven genoemde twee categorieën valt, is de eerst aangewezene om dit aan te tonen middels het overleggen van een afschrift van de rechterlijke uitspraak in de strafzaak.
De IND unit Caribisch Nederland kan de verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf verlenen als:
1. Inleiding
5.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
5.3.1. Beperking
5.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Ten aanzien van getuige-aangevers geldt evenals ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel dat onder de veroordeling ook de veroordeling wordt verstaan op grond van één van de andere in de strafzaak ten laste gelegde misdrijven, mits mensenhandel een onderdeel vormt van de tenlastelegging.
5.4. Geldigheidsduur
5.2. Vereiste bescheiden
5.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Hoofdstuk 16. Aanvragen om bescherming tegen terugzending
1. Inleiding
De verzoeken om bescherming worden vertrouwelijk behandeld. De Wbp-Bes is van toepassing. Er wordt tijdens de procedure géén contact gelegd met de autoriteiten van het land van herkomst van de vreemdeling om zijn identiteit en/of de verklaringen te toetsen. Wanneer er na de beslissing op de aanvraag contact wordt opgenomen met de autoriteiten van het land van herkomst, wordt niet bekend gemaakt dat de vreemdeling een verzoek om bescherming heeft ingediend op de openbare lichamen.
Aanvragen om bescherming worden individueel beoordeeld.
Een verblijfsvergunning verband houdend met bescherming kan worden verleend op grond van artikel 12a, eerste lid, onder a, WTU-BES indien de vreemdeling verdragsvluchteling is.
Of een vreemdeling als vluchteling moet worden beschouwd, wordt beoordeeld op individuele basis. Op grond van de specifieke bijzonderheden van het geval wordt beoordeeld of de vreemdeling vluchteling is. Hierbij is onder andere van belang of hij persoonlijk de aandacht van de autoriteiten of derden heeft getrokken en daardoor gevaar loopt.
2.2.3. Vervolging vanwege politieke overtuiging
2.2.1. Discriminatie als daad van vervolging
Als de vervolging plaatsvindt door partijen of organisaties die niet het gehele grondgebied beheersen, komt de vreemdeling niet voor bescherming in aanmerking als is vastgesteld dat hij zich aan die vervolging kan onttrekken door zich elders in het land van herkomst te vestigen.
2.2. Vervolgingsgronden
Voorzover van toepassing kan bij de beoordeling van de vraag of de vreemdeling verdragsvluchteling is gebruik worden gemaakt van de in het Nederlandse landgebonden beleid van de Vreemdelingenwet aangewezen risicogroepen. Wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij tot een aangewezen risicogroep behoort en problemen heeft, kan snel worden geconcludeerd dat deze problemen ook voldoende zwaarwegend zijn om vluchtelingschap aan te nemen. Indien een vreemdeling bijvoorbeeld aannemelijk maakt dat hij journalist was in een land van herkomst en in het betrokken landgebonden beleid journalisten als risicogroep zijn aangewezen omdat het centrale gezag censuur toepast, valt de toets al snel in het voordeel van de vreemdeling uit en kan hij in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning.
2.2.1. Discriminatie als daad van vervolging
2.2.3. Vervolging vanwege politieke overtuiging
Vervolging om reden van godsdienst doet zich op verschillende manieren voor, zoals:
2.2.5. Vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep
Voorbeelden van een uiting van een politieke overtuiging kunnen zijn een pamflet of een journalistiek stuk of een lidmaatschap van een verboden partij. Het bestaan ervan op zich is nog niet voldoende om al een situatie aan te nemen van vervolging. Bij vervolging wordt gedoeld op een situatie waarin de autoriteiten op de hoogte zijn van genoemde situaties en in deze omstandigheden de schrijver van het stuk of het lid van een verboden partij of de bezitter van een pamflet onderwerpt aan gevangenis- of lijfstraffen vanwege het enkele feit dat zij lid zijn van de verboden partij.
2.2.5. Vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep
2.4. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
Ten slotte geldt dat het inroepen van de bescherming van de autoriteiten niet wordt verlangd in de gevallen waarin homoseksualiteit of homoseksuele handelingen strafbaar zijn in het land van herkomst.
Sekse kan niet het enige criterium zijn op grond waarvan wordt geconcludeerd dat sprake is van het behoren tot een ‘bepaalde sociale groep’. Vrouwen in het algemeen vormen niet een bepaalde sociale groep, omdat zij als sociale groep te divers van samenstelling zijn. Het individualiseringsvereiste is het uitgangspunt. Strafvervolging van een voorschrift dat specifiek voor vrouwen geldt, levert vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag op, als aannemelijk is dat:
Het gaat hier dus om dat deel van de (tenuitvoerlegging van de) bestraffing, waarin tot uiting komt dat de beschermingszoeker (ook) wordt gestraft om redenen die verband houden met de vervolgingsgronden in het Vluchtelingenverdrag.
waarin tot uiting komt dat hier sprake is van een discriminatoire maatregel of een andere vervolgingshandeling, die in andere gevallen niet wordt opgelegd.
2.5. Bijzondere situaties
Bij de beoordeling of er sprake is van vluchtelingschap is bij deze categorie niet vereist dat er sprake is van een discriminatoire of onevenredige bestraffing zoals genoemd onder a. In dit geval is er sprake van een inbreuk op de gewetensvrijheid van het individu die tot vluchtelingschap kan leiden. Er moet echter wel sprake zijn van een strenge bestraffingsmaatregel. Zo is een enkele boete onvoldoende om te concluderen dat er sprake is van vluchtelingschap.
De betrokkene moet dus kunnen aangeven op welke (geloofs)overtuiging hij zijn gewetensbezwaren baseert en waarom deze overtuiging zijn dienstweigering of desertie voorschrijft. De gewetensbezwaren moeten zich richten tegen het gebruik van geweld over het algemeen. Vanzelfsprekend mogen aan een goed geschoolde persoon hogere eisen worden gesteld over de wijze waarop dit wordt onderbouwd dan aan een zeer jeugdig of ongeletterd persoon.
Voor wat betreft de eerste subcategorie geldt als veroordeling door de internationale gemeenschap een veroordeling door:
2.6.2. Artikel 1B
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)