Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 23 december 2010 tot vaststelling van een inkomensbesluit voor de volksverzekeringen en de sociale voorzieningen (Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen)

46 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2025-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2025-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2024-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2024-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2023-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2023-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2022-08-02
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2022-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2022-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2021-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten
2021-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2020-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2020-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2019-12-13
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2019-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2019-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2018-11-14
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2018-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2018-05-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2018-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2017-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2017-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2016-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2016-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2015-10-31
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2015-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 2
2015-06-30
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 5
2015-03-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 2
2015-02-07
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten
2015-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 5, 2, 2 y 2 má
2014-12-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 2, 4, 4
2014-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 4
2014-06-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 4
2014-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 2, 4, 4
2013-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 2, 4, 4
2013-06-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 2, 4, 4
2013-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 2, 4, 4
2012-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 4
2012-03-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten
2012-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 5, 5, 5 y 8 má
2011-08-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 5, 5, 5 y 8 má
2011-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 5, 5, 5 y 8 má

Wijzigingen op 2011-07-01

@@ -56,13 +56,13 @@
- d. [Inkomensbesluit AOW 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008136).
2. Ingeval ter zake van het belastbare loon [artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=39c) wordt toegepast wordt voor toepassing van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel b, onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), onder eindheffingsbestanddelen als bedoeld in [artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=31) verstaan eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van die wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2010.
2. Ingeval ter zake van het belastbare loon [artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=39c) wordt toegepast wordt voor toepassing van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel b, onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-07-01&g=2011-07-01), onder eindheffingsbestanddelen als bedoeld in [artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=31) verstaan eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van die wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2010.
3. Het tweede lid vervalt met ingang van de dag waarop [artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=39c) vervalt.
##### Artikel 5:8. [Inkomensbesluit IOAW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004091)
In afwijking van [artikel 5:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=5&artikel=5:7&z=2011-01-01&g=2011-01-01) blijft [artikel 9b van het Inkomensbesluit IOAW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004091&artikel=9b) van toepassing in wettelijke procedures en rechtsgedingen inzake besluiten die op grond van artikel 9b van het Inkomensbesluit IOAW zijn genomen, dan wel op tegen deze besluiten in te stellen of ingestelde beroepen, zowel in eerste aanleg als in verdere instantie.
In afwijking van [artikel 5:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=5&artikel=5:7&z=2011-07-01&g=2011-07-01) blijft [artikel 9b van het Inkomensbesluit IOAW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004091&artikel=9b) van toepassing in wettelijke procedures en rechtsgedingen inzake besluiten die op grond van artikel 9b van het Inkomensbesluit IOAW zijn genomen, dan wel op tegen deze besluiten in te stellen of ingestelde beroepen, zowel in eerste aanleg als in verdere instantie.
##### Artikel 5:9. Wijzigingen in verband met [artikel 12 van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=12)
@@ -70,7 +70,7 @@
##### Artikel 5:10. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2011 met uitzondering van [artikel 5:5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=5&artikel=5:5&z=2011-01-01&g=2011-01-01), dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en terug werkt tot en met 9 juni 2010.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2011 met uitzondering van [artikel 5:5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=5&artikel=5:5&z=2011-07-01&g=2011-07-01), dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en terug werkt tot en met 9 juni 2010.
##### Artikel 5:11. Citeertitel
@@ -90,7 +90,7 @@
- **SVB:** Sociale verzekeringsbank, genoemd in [hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&hoofdstuk=6);
- **uitkeringsgerechtigde:** de persoon die recht heeft op een uitkering of toeslag op grond van een wet als bedoeld in [artikel 2:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:1&z=2011-01-01&g=2011-01-01);
- **uitkeringsgerechtigde:** de persoon die recht heeft op een uitkering of toeslag op grond van een wet als bedoeld in [artikel 2:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:1&z=2011-07-01&g=2011-07-01);
- **verlof:** een tussen werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen tijdvak, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht, met uitzondering van verlof als bedoeld in de [artikelen 3:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:1) en [3:2 van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:2);
@@ -156,7 +156,7 @@
1. Onder overig inkomen wordt verstaan:
- a. een uitkering op grond van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) met uitzondering van de uitkeringen, bedoeld in [artikel 2:3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:3&z=2011-01-01&g=2011-01-01);
- a. een uitkering op grond van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) met uitzondering van de uitkeringen, bedoeld in [artikel 2:3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:3&z=2011-07-01&g=2011-07-01);
- b. een uitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524);
@@ -168,7 +168,7 @@
- f. een uitkering op grond van de [Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002822);
- g. een uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) als bedoeld in [artikel 29, tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29), tenzij artikel [2:2, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), van toepassing is;
- g. een uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) als bedoeld in [artikel 29, tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29), tenzij artikel [2:2, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-07-01&g=2011-07-01), van toepassing is;
- h. een toeslag op grond van de [Toeslagenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004043);
@@ -200,11 +200,11 @@
3. Indien een uitkering, toeslag of beurs als bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd in verband met enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel de uitkering, toeslag of beurs in aanmerking genomen als ware deze niet geheel of gedeeltelijk geweigerd.
4. In afwijking van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), wordt onder overig inkomen mede verstaan een uitkering op grond van [hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&paragraaf=1), indien het recht op die uitkering is ontstaan omdat recht op een uitkering als bedoeld in het eerste lid bestond.
4. In afwijking van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-07-01&g=2011-07-01), wordt onder overig inkomen mede verstaan een uitkering op grond van [hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&paragraaf=1), indien het recht op die uitkering is ontstaan omdat recht op een uitkering als bedoeld in het eerste lid bestond.
##### Artikel 2:5. Vakantiebijslag
1. In afwijking van de [artikelen 2:2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), [2:3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:3&z=2011-01-01&g=2011-01-01) en [2:4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-01-01&g=2011-01-01) wordt vakantiebijslag of een vakantiebon niet als inkomen uit arbeid of als overig inkomen beschouwd.
1. In afwijking van de [artikelen 2:2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [2:3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:3&z=2011-07-01&g=2011-07-01) en [2:4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-07-01&g=2011-07-01) wordt vakantiebijslag of een vakantiebon niet als inkomen uit arbeid of als overig inkomen beschouwd.
2. Indien over het inkomen uit arbeid of overig inkomen geen aanspraak op vakantiebijslag bestaat, wordt van dit inkomen slechts in aanmerking genomen:
@@ -222,15 +222,15 @@
1. Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Algemene nabestaandenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795) geldt dat:
- a. in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-01-01&g=2011-01-01), een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l, en een uitkering of toeslag die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l, niet wordt aangemerkt als inkomen;
- b. in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen m, o en q](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-01-01&g=2011-01-01):
- 1°. een uitkering op grond van een particuliere verzekering wegens derving van inkomen, die ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde in het kader van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten en het loon, bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel q](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-01-01&g=2011-01-01), wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid; en
- 2°. een uitkering als bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-01-01&g=2011-01-01), en een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel m, wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid, met dien verstande dat een weduwen-, weduwnaars- en partnerpensioen niet wordt aangemerkt als inkomen; en
- c. de [artikelen 2:2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), [2:3, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:3&z=2011-01-01&g=2011-01-01), en [2:4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-01-01&g=2011-01-01), niet van toepassing zijn.
- a. in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-07-01&g=2011-07-01), een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l, en een uitkering of toeslag die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l, niet wordt aangemerkt als inkomen;
- b. in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen m, o en q](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-07-01&g=2011-07-01):
- 1°. een uitkering op grond van een particuliere verzekering wegens derving van inkomen, die ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde in het kader van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten en het loon, bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel q](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-07-01&g=2011-07-01), wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid; en
- 2°. een uitkering als bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-07-01&g=2011-07-01), en een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel m, wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid, met dien verstande dat een weduwen-, weduwnaars- en partnerpensioen niet wordt aangemerkt als inkomen; en
- c. de [artikelen 2:2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [2:3, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), en [2:4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-07-01&g=2011-07-01), niet van toepassing zijn.
2. Een op grond van de wetgeving van:
@@ -246,51 +246,51 @@
3. Indien bij de vaststelling van de hoogte van een toegekende uitkering als bedoeld in het tweede lid, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in de [artikel 14 van de Algemene nabestaandenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795&artikel=14), rekening wordt gehouden met tot het gezin van de nabestaande behorende kinderen, worden voor de toepassing van het tweede lid, de uitkeringen bedoeld in de artikelen 14 en [22 van de Algemene nabestaandenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795&artikel=22) samengeteld en als één uitkering beschouwd.
4. [Artikel 2:4, eerste lid, onderdeel P, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-01-01&g=2011-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing op het tweede en derde lid.
4. [Artikel 2:4, eerste lid, onderdeel P, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-07-01&g=2011-07-01), zijn van overeenkomstige toepassing op het tweede en derde lid.
##### Artikel 2:7. Uitzonderingen voor de [Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221)
Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221) geldt dat:
- a. in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, k, l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-01-01&g=2011-01-01), een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, k en l, en een uitkering of toeslag die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, k en l, niet aangemerkt wordt als inkomen;
- b. indien de pensioengerechtigde en zijn echtgenoot samenwerken in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep en de echtgenoot dan wel de pensioengerechtigde geen vergoeding ontvangt ter zake van de in de onderneming verrichte arbeid, ter vaststelling van het deel van de met inachtneming van het bepaalde in [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), berekende winst, dat de echtgenoot toekomt, de winst wordt vermenigvuldigd met de factor X/(X+Y), waarbij: X staat voor het loon van de werknemer, die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als de echtgenoot, en Y staat voor het loon van de werknemer die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als de pensioengerechtigde; en
- c. de [artikelen 2:2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), [2:3, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:3&z=2011-01-01&g=2011-01-01), en [2:4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-01-01&g=2011-01-01), niet van toepassing zijn.
- a. in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, k, l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-07-01&g=2011-07-01), een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, k en l, en een uitkering of toeslag die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, k en l, niet aangemerkt wordt als inkomen;
- b. indien de pensioengerechtigde en zijn echtgenoot samenwerken in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep en de echtgenoot dan wel de pensioengerechtigde geen vergoeding ontvangt ter zake van de in de onderneming verrichte arbeid, ter vaststelling van het deel van de met inachtneming van het bepaalde in [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-07-01&g=2011-07-01), berekende winst, dat de echtgenoot toekomt, de winst wordt vermenigvuldigd met de factor X/(X+Y), waarbij: X staat voor het loon van de werknemer, die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als de echtgenoot, en Y staat voor het loon van de werknemer die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als de pensioengerechtigde; en
- c. de [artikelen 2:2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [2:3, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), en [2:4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-07-01&g=2011-07-01), niet van toepassing zijn.
##### Artikel 2:8. Uitzonderingen voor de [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044)
1. Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044) geldt dat in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-01-01&g=2011-01-01), niet als overig inkomen wordt aangemerkt:
- a. een uitkering als bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-01-01&g=2011-01-01), en een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l;
- b. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 2.253,00 per kalenderjaar; en
1. Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044) geldt dat in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-07-01&g=2011-07-01), niet als overig inkomen wordt aangemerkt:
- a. een uitkering als bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-07-01&g=2011-07-01), en een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l;
- b. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 2.267,00 per kalenderjaar; en
- c. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste € 95,– per maand met een maximum van € 764,– per jaar, dan wel een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=7) van ten hoogste € 150,– per maand met een maximum van € 1.500,– per jaar.
2. Onze Minister wijzigt de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, met ingang van een door hem te bepalen dag, voor zover de ontwikkeling van de in [artikel 31, tweede lid, onderdelen j en k, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=31) genoemde bedragen daartoe aanleiding geeft.
3. Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044) is [artikel 2:5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:5&z=2011-01-01&g=2011-01-01) niet van toepassing.
3. Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044) is [artikel 2:5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:5&z=2011-07-01&g=2011-07-01) niet van toepassing.
##### Artikel 2:9. Uitzonderingen voor de [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163)
1. Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in [artikel 5, tweede lid, onder 2° en 3°, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&artikel=5) geldt dat:
- a. in geval van een gewezen zelfstandige die een onderneming heeft uitgeoefend in de vorm van een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap in afwijking van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), onder belastbare winst uit onderneming wordt verstaan hetgeen ingevolge het bepaalde bij of krachtens [Hoofdstuk II van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&hoofdstuk=II) onder winst wordt verstaan alsmede de betalingen die aan de echtgenoot worden gedaan ter zake van in de onderneming verrichte arbeid;
- b. de winst, bedoeld in onderdeel a, wordt gecorrigeerd met alle geldelijke voor- en nadelen voor de gewezen zelfstandige, die uit diens verhouding tot de besloten of naamloze vennootschap voortvloeien, tenzij het inkomen uit arbeid of overig inkomen betreft als bedoeld in [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel a tot en met c, e en f,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-01-01&g=2011-01-01) en [artikel 2:4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-01-01&g=2011-01-01);
- c. in aanvulling op [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), mede onder belastbare winst uit onderneming wordt verstaan de partnervergoeding, bedoeld in [artikel 3:16, vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.16), indien deze vergoeding € 5.000,– of hoger is, en de winst van de echtgenoot van de gewezen zelfstandige, indien het bedrijf en beroep mede voor rekening van de echtgenoot wordt uitgeoefend;
- d. in afwijking van [artikel 1:1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=1&artikel=1:1&z=2011-01-01&g=2011-01-01), en behoudens het bepaalde in onderdeel c onder inkomen uit arbeid en overig inkomen niet wordt verstaan het inkomen van de echtgenoot; en
- e. [artikel 2:8, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, en het derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2:8&z=2011-01-01&g=2011-01-01), van overeenkomstige toepassing zijn.
- a. in geval van een gewezen zelfstandige die een onderneming heeft uitgeoefend in de vorm van een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap in afwijking van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-07-01&g=2011-07-01), onder belastbare winst uit onderneming wordt verstaan hetgeen ingevolge het bepaalde bij of krachtens [Hoofdstuk II van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&hoofdstuk=II) onder winst wordt verstaan alsmede de betalingen die aan de echtgenoot worden gedaan ter zake van in de onderneming verrichte arbeid;
- b. de winst, bedoeld in onderdeel a, wordt gecorrigeerd met alle geldelijke voor- en nadelen voor de gewezen zelfstandige, die uit diens verhouding tot de besloten of naamloze vennootschap voortvloeien, tenzij het inkomen uit arbeid of overig inkomen betreft als bedoeld in [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel a tot en met c, e en f,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-07-01&g=2011-07-01) en [artikel 2:4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:4&z=2011-07-01&g=2011-07-01);
- c. in aanvulling op [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-07-01&g=2011-07-01), mede onder belastbare winst uit onderneming wordt verstaan de partnervergoeding, bedoeld in [artikel 3:16, vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.16), indien deze vergoeding € 5.000,– of hoger is, en de winst van de echtgenoot van de gewezen zelfstandige, indien het bedrijf en beroep mede voor rekening van de echtgenoot wordt uitgeoefend;
- d. in afwijking van [artikel 1:1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=1&artikel=1:1&z=2011-07-01&g=2011-07-01), en behoudens het bepaalde in onderdeel c onder inkomen uit arbeid en overig inkomen niet wordt verstaan het inkomen van de echtgenoot; en
- e. [artikel 2:8, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, en het derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2:8&z=2011-07-01&g=2011-07-01), van overeenkomstige toepassing zijn.
2. Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in [artikel 8, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&artikel=8) geldt dat:
- a. in afwijking van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), belastbare winst uit onderneming niet tot het inkomen wordt gerekend; en
- b. [artikel 2:8, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, en het derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2:8&z=2011-01-01&g=2011-01-01), van overeenkomstige toepassing zijn.
- a. in afwijking van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-07-01&g=2011-07-01), belastbare winst uit onderneming niet tot het inkomen wordt gerekend; en
- b. [artikel 2:8, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, en het derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2:8&z=2011-07-01&g=2011-07-01), van overeenkomstige toepassing zijn.
### Hoofdstuk 3. Werknemersverzekeringen en [Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657)
@@ -306,7 +306,7 @@
4. Bij de toepassing van het eerste lid worden betalingen van het overig inkomen toegerekend aan de perioden waarin hierop recht bestaat.
5. Bij de toepassing van het eerste lid worden het belastbaar loon, het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, de belastbare winst uit onderneming en de uitkering, bedoeld in [artikel 2:2, eerste lid, onderdelen c, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), evenredig toegerekend aan de betreffende kalendermaanden in het boek- of kalenderjaar.
5. Bij de toepassing van het eerste lid worden het belastbaar loon, het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, de belastbare winst uit onderneming en de uitkering, bedoeld in [artikel 2:2, eerste lid, onderdelen c, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-07-01&g=2011-07-01), evenredig toegerekend aan de betreffende kalendermaanden in het boek- of kalenderjaar.
6. Bij een per kalendermaand wisselend inkomen kan op basis van een geschat inkomen een gemiddeld inkomen per kalendermaand worden bepaald, waarna per periode van ten hoogste twaalf maanden een herberekening plaatsvindt.
@@ -326,7 +326,7 @@
- c. indien aannemelijk is dat een inkomensbestanddeel geen juiste maatstaf biedt voor de bepaling van het in onderdeel a bedoelde inkomen, dat bestanddeel per maand vastgesteld wordt op 1/3 onderscheidenlijk 1/12 van het bedrag, dat over drie maanden onderscheidenlijk een jaar is verworven;
- d. indien winst als bedoeld in [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), wordt genoten, het daaruit voortvloeiende inkomensbestanddeel per maand vastgesteld wordt op 1/12 van de winst, genoten over het kalenderjaar of het niet met het kalenderjaar samenvallend boekjaar, voorafgaand aan de maand waarover aanspraak op uitkering wordt gemaakt; en
- d. indien winst als bedoeld in [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2:2&z=2011-07-01&g=2011-07-01), wordt genoten, het daaruit voortvloeiende inkomensbestanddeel per maand vastgesteld wordt op 1/12 van de winst, genoten over het kalenderjaar of het niet met het kalenderjaar samenvallend boekjaar, voorafgaand aan de maand waarover aanspraak op uitkering wordt gemaakt; en
- e. indien de toepassing van de onderdelen a tot en met d gelet op het tijdstip van verwerving van een inkomensbestanddeel, tot een kennelijk onredelijk resultaat leidt, het college bepaalt op welke periode dat inkomensbestanddeel geacht moet worden betrekking te hebben en hoe dit geacht moet worden over deze periode te zijn verdeeld.
2011-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten
2010-06-09
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 1, 2, 2 y 13 m
2010-06-09
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten
original version Tekst op deze datum