Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 23 december 2010 tot vaststelling van een inkomensbesluit voor de volksverzekeringen en de sociale voorzieningen (Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen)
46 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2025-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2025-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2024-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2024-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2023-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2023-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2022-08-02
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2022-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2022-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2021-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten
2021-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2020-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2020-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2019-12-13
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2019-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2019-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2018-11-14
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2018-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2018-05-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2018-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2017-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2017-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2016-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2016-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2015-10-31
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 2
2015-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 2
2015-06-30
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — art. 5
2015-03-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 2
2015-02-07
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten
2015-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 5, 2, 2 y 2 má
2014-12-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 2, 4, 4
2014-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 4
2014-06-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 4
2014-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 2, 4, 4
2013-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 2, 4, 4
Wijzigingen op 2013-07-01
@@ -22,7 +22,7 @@
##### Artikel 5:1. Overgangsrecht
1. Voor het bepalen van het inkomen, bedoeld in de [artikelen 52, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=52), en [61, achtste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=61) of [artikel 35aa, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=35aa) wordt onder verlof als bedoeld in [artikel 3:3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), tevens verstaan verlof als bedoeld in de [artikelen 3:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:1) en [3:2 van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:2), en wordt in afwijking van artikel 3:2, eerste lid, onderdeel a, niet onder inkomen verstaan een uitkering op grond van [hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008¶graaf=1), indien dit verlof is aangevangen voor inwerkingtreding van het besluit van 22 februari 2012 tot wijziging van het Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen in verband met toepassing op de Toeslagenwet, Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en werknemersverzekeringen (Stb. 79).
1. Voor het bepalen van het inkomen, bedoeld in de [artikelen 52, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=52), en [61, achtste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=61) of [artikel 35aa, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=35aa) wordt onder verlof als bedoeld in [artikel 3:3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), tevens verstaan verlof als bedoeld in de [artikelen 3:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:1) en [3:2 van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:2), en wordt in afwijking van artikel 3:2, eerste lid, onderdeel a, niet onder inkomen verstaan een uitkering op grond van [hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008¶graaf=1), indien dit verlof is aangevangen voor inwerkingtreding van het besluit van 22 februari 2012 tot wijziging van het Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen in verband met toepassing op de Toeslagenwet, Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en werknemersverzekeringen (Stb. 79).
2. Voor het bepalen van het inkomen, bedoeld in [artikel 35aa, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=35aa), geldt dat indien voor de uitkeringsgerechtigde naast een uitkering op grond van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045):
@@ -30,7 +30,7 @@
- b. het recht, bedoeld onder a, is ontstaan voor de inwerkingtreding van het besluit van 22 februari 2012 tot wijziging van het Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen in verband met toepassing op de Toeslagenwet, Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en werknemersverzekeringen (Stb. 79);
voor de duur van dat recht, bedoeld in [onderdeel a, artikel 3:3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), niet van toepassing is en wordt tevens onder inkomen wordt verstaan het inkomen, bedoeld in [artikel 3:2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), dat werd genoten in het aangiftetijdvak voor het aangiftetijdvak waarin recht ontstond op die uitkering.
voor de duur van dat recht, bedoeld in [onderdeel a, artikel 3:3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), niet van toepassing is en wordt tevens onder inkomen wordt verstaan het inkomen, bedoeld in [artikel 3:2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), dat werd genoten in het aangiftetijdvak voor het aangiftetijdvak waarin recht ontstond op die uitkering.
3. Voor het bepalen van het inkomen, bedoeld in de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057), geldt dat indien voor de uitkeringsgerechtigde naast een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen:
@@ -38,13 +38,13 @@
- b. het recht op uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) en het recht, bedoeld onder a, zijn ontstaan voor de inwerkingtreding van het besluit van 22 februari 2012 tot wijziging van het Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen in verband met toepassing op de Toeslagenwet, Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en werknemersverzekeringen (Stb. 79);
voor de duur van het recht, bedoeld in [onderdeel a, artikel 3:3, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), niet van toepassing is en tevens onder inkomen wordt verstaan het inkomen, bedoeld in [artikel 3:2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), dat werd genoten in het aangiftetijdvak voor het aangiftetijdvak waarin recht bestond op die uitkering.
4. In geval van een uitkeringsgerechtigde waarvan het recht op een uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) en het ontvangen van ziekengeld op grond van [artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29) zijn ontstaan voor inwerkingtreding van het besluit van 22 februari 2012 tot wijziging van het Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen in verband met toepassing op de Toeslagenwet, Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en werknemersverzekeringen (Stb. 79) is, voor de duur van dat recht op grond van artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet, [artikel 3:4, tweede lid, onderdelen a en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=3:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), niet van toepassing.
5. Ingeval van een uitkeringsgerechtigde die recht heeft op een uitkering op grond van de [Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657) en recht heeft op een uitkering op grond van een vrijwillige verzekering op grond van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888), [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) of [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) op de dag voor inwerkingtreding van het besluit van 22 februari 2012 tot wijziging van het Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen in verband met toepassing op de Toeslagenwet, Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en werknemersverzekeringen (Stb. 79) is [artikel 3:6, onderdeel b, onder 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=3:6&z=2013-06-01&g=2013-06-01), voor zover het de uitkering op grond van een vrijwillige verzekering betreft, niet van toepassing gedurende de duur van die uitkering doch ten hoogste gedurende twee jaar.
6. Ingeval ter zake van het belastbare loon [artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=39c) wordt toegepast wordt voor toepassing van de [artikelen 2:2, eerste lid, onderdeel b, onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), en [3:2, eerste lid, onderdeel b, onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), onder eindheffingsbestanddelen als bedoeld in [artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=31) verstaan eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van die wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2010.
voor de duur van het recht, bedoeld in [onderdeel a, artikel 3:3, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), niet van toepassing is en tevens onder inkomen wordt verstaan het inkomen, bedoeld in [artikel 3:2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), dat werd genoten in het aangiftetijdvak voor het aangiftetijdvak waarin recht bestond op die uitkering.
4. In geval van een uitkeringsgerechtigde waarvan het recht op een uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) en het ontvangen van ziekengeld op grond van [artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29) zijn ontstaan voor inwerkingtreding van het besluit van 22 februari 2012 tot wijziging van het Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen in verband met toepassing op de Toeslagenwet, Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en werknemersverzekeringen (Stb. 79) is, voor de duur van dat recht op grond van artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet, [artikel 3:4, tweede lid, onderdelen a en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=3:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01), niet van toepassing.
5. Ingeval van een uitkeringsgerechtigde die recht heeft op een uitkering op grond van de [Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657) en recht heeft op een uitkering op grond van een vrijwillige verzekering op grond van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888), [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) of [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) op de dag voor inwerkingtreding van het besluit van 22 februari 2012 tot wijziging van het Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen in verband met toepassing op de Toeslagenwet, Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en werknemersverzekeringen (Stb. 79) is [artikel 3:6, onderdeel b, onder 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=3:6&z=2013-07-01&g=2013-07-01), voor zover het de uitkering op grond van een vrijwillige verzekering betreft, niet van toepassing gedurende de duur van die uitkering doch ten hoogste gedurende twee jaar.
6. Ingeval ter zake van het belastbare loon [artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=39c) wordt toegepast wordt voor toepassing van de [artikelen 2:2, eerste lid, onderdeel b, onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), en [3:2, eerste lid, onderdeel b, onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), onder eindheffingsbestanddelen als bedoeld in [artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=31) verstaan eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van die wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2010.
7. Het zesde lid en dit lid vervallen met ingang van de dag waarop [artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=39c) vervalt.
@@ -60,7 +60,7 @@
- d. [Inkomensbesluit AOW 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008136).
2. Ingeval ter zake van het belastbare loon [artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=39c) wordt toegepast wordt voor toepassing van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel b, onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), onder eindheffingsbestanddelen als bedoeld in [artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=31) verstaan eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van die wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2010.
2. Ingeval ter zake van het belastbare loon [artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=39c) wordt toegepast wordt voor toepassing van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel b, onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), onder eindheffingsbestanddelen als bedoeld in [artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=31) verstaan eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van die wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2010.
3. Het tweede lid vervalt met ingang van de dag waarop [artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=39c) vervalt.
@@ -74,7 +74,7 @@
##### Artikel 5:5. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2011 met uitzondering van [artikel 5:5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=5&artikel=5:5&z=2013-06-01&g=2013-06-01), dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en terug werkt tot en met 9 juni 2010.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2011 met uitzondering van [artikel 5:5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=5&artikel=5:5&z=2013-07-01&g=2013-07-01), dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en terug werkt tot en met 9 juni 2010.
##### Artikel 5:6. Citeertitel
@@ -128,7 +128,7 @@
- **SVB:** Sociale verzekeringsbank, genoemd in [hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&hoofdstuk=6);
- **uitkeringsgerechtigde:** de persoon die recht heeft op een uitkering, toeslag of inkomensvoorziening op grond van een wet als bedoeld in de [artikelen 2:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:1&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [3:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:1&z=2013-06-01&g=2013-06-01);
- **uitkeringsgerechtigde:** de persoon die recht heeft op een uitkering, toeslag of inkomensvoorziening op grond van een wet als bedoeld in de [artikelen 2:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:1&z=2013-07-01&g=2013-07-01) en [3:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:1&z=2013-07-01&g=2013-07-01);
- **UWV:** Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in [hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&hoofdstuk=5);
@@ -200,7 +200,7 @@
1. Onder overig inkomen wordt verstaan:
- a. een uitkering op grond van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) met uitzondering van de uitkeringen, bedoeld in [artikel 2:3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01);
- a. een uitkering op grond van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) met uitzondering van de uitkeringen, bedoeld in [artikel 2:3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01);
- b. een uitkering op grond van de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524);
@@ -212,7 +212,7 @@
- f. een uitkering op grond van de [Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002822);
- g. een uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) als bedoeld in [artikel 29, tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29), tenzij artikel [2:2, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), van toepassing is;
- g. een uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) als bedoeld in [artikel 29, tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29), tenzij artikel [2:2, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), van toepassing is;
- h. een toeslag op grond van de [Toeslagenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004043);
@@ -246,13 +246,13 @@
3. Indien een uitkering, toeslag of beurs als bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd in verband met enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel de uitkering, toeslag of beurs in aanmerking genomen als ware deze niet geheel of gedeeltelijk geweigerd.
4. In afwijking van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), wordt onder overig inkomen mede verstaan een uitkering op grond van [hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008¶graaf=1), indien het recht op die uitkering is ontstaan omdat recht op een uitkering als bedoeld in het eerste lid bestond.
4. In afwijking van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), wordt onder overig inkomen mede verstaan een uitkering op grond van [hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008¶graaf=1), indien het recht op die uitkering is ontstaan omdat recht op een uitkering als bedoeld in het eerste lid bestond.
5. Indien een recht op uitkering op grond van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) geheel of gedeeltelijk is geëindigd omdat de uitkeringsgerechtigde minder beschikbaar is voor arbeid dan het aantal arbeidsuren dat hij heeft verloren wordt die uitkering in aanmerking genomen alsof die eindiging niet heeft plaatsgevonden.
##### Artikel 2:5. Vakantiebijslag
1. In afwijking van de [artikelen 2:2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [2:3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [2:4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01) wordt vakantiebijslag, vakantiebon of een aanspraak die naar aard en strekking daarmee overeenkomt niet als inkomen uit arbeid of als overig inkomen beschouwd.
1. In afwijking van de [artikelen 2:2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), [2:3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01) en [2:4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01) wordt vakantiebijslag, vakantiebon of een aanspraak die naar aard en strekking daarmee overeenkomt niet als inkomen uit arbeid of als overig inkomen beschouwd.
2. Indien over het inkomen uit arbeid of overig inkomen geen aanspraak op vakantiebijslag bestaat, wordt van dit inkomen slechts in aanmerking genomen:
@@ -270,15 +270,15 @@
1. Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Algemene nabestaandenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795) geldt dat:
- a. in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l, en een uitkering of toeslag die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l, niet wordt aangemerkt als inkomen;
- b. in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen m, o en q](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01):
- 1°. een uitkering op grond van een particuliere verzekering wegens derving van inkomen, die ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde in het kader van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten en het loon, bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel q](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid; en
- 2°. een uitkering als bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), en een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel m, wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid, met dien verstande dat een weduwen-, weduwnaars- en partnerpensioen niet wordt aangemerkt als inkomen; en
- c. de [artikelen 2:2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [2:3, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), en [2:4, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), niet van toepassing zijn.
- a. in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01), een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l, en een uitkering of toeslag die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l, niet wordt aangemerkt als inkomen;
- b. in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen m, o en q](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01):
- 1°. een uitkering op grond van een particuliere verzekering wegens derving van inkomen, die ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde in het kader van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten en het loon, bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel q](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01), wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid; en
- 2°. een uitkering als bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01), en een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel m, wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid, met dien verstande dat een weduwen-, weduwnaars- en partnerpensioen niet wordt aangemerkt als inkomen; en
- c. de [artikelen 2:2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), [2:3, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), en [2:4, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01), niet van toepassing zijn.
2. Een op grond van de wetgeving van:
@@ -290,59 +290,57 @@
- d. een volkenrechtelijke organisatie,
toegekende uitkering, waaronder mede begrepen een verhoging van een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795&artikel=14), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795&artikel=22) of [26 van de Algemene nabestaandenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795&artikel=26) anders dan op grond van de vrijwillige verzekering, wordt op de uitkering, bedoeld in de artikelen 14 respectievelijk 22 of 26 van de Algemene nabestaandenwet in mindering gebracht.
3. Indien bij de vaststelling van de hoogte van een toegekende uitkering als bedoeld in het tweede lid, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in de [artikel 14 van de Algemene nabestaandenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795&artikel=14), rekening wordt gehouden met tot het gezin van de nabestaande behorende kinderen, worden voor de toepassing van het tweede lid, de uitkeringen bedoeld in de artikelen 14 en [22 van de Algemene nabestaandenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795&artikel=22) samengeteld en als één uitkering beschouwd.
4. [Artikel 2:4, eerste lid, onderdeel P, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), zijn van overeenkomstige toepassing op het tweede en derde lid.
toegekende uitkering, waaronder mede begrepen een verhoging van een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een gehele of een deel van een uitkering als bedoeld in de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795&artikel=14) of [26 van de Algemene nabestaandenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795&artikel=26) anders dan op grond van de vrijwillige verzekering, wordt op de uitkering, bedoeld in de artikelen 14 respectievelijk 26 van de Algemene nabestaandenwet in mindering gebracht.
3. [Artikel 2:4, eerste lid, onderdeel P, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01), zijn van overeenkomstige toepassing op het tweede lid.
##### Artikel 2:7. Uitzonderingen voor de [Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221)
1. Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221) geldt dat:
- a. in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, k, l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, k en l, en een uitkering of toeslag die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, k en l, niet aangemerkt wordt als inkomen;
- b. indien de pensioengerechtigde en zijn echtgenoot samenwerken in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep en de echtgenoot dan wel de pensioengerechtigde geen vergoeding ontvangt ter zake van de in de onderneming verrichte arbeid, ter vaststelling van het deel van de met inachtneming van het bepaalde in [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), berekende winst, dat de echtgenoot toekomt, de winst wordt vermenigvuldigd met de factor X/(X+Y), waarbij: X staat voor het loon van de werknemer, die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als de echtgenoot, en Y staat voor het loon van de werknemer die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als de pensioengerechtigde; en
- c. de [artikelen 2:2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [2:3, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), en [2:4, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), niet van toepassing zijn.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, en [artikel 1.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=1&artikel=1:1&z=2013-06-01&g=2013-06-01), wordt voor het bepalen van het gezamenlijke inkomen, bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=12) een uitkering van een pensioengerechtigde die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel K](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), aangemerkt als overig inkomen.
- a. in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, k, l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01), een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, k en l, en een uitkering of toeslag die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, k en l, niet aangemerkt wordt als inkomen;
- b. indien de pensioengerechtigde en zijn echtgenoot samenwerken in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep en de echtgenoot dan wel de pensioengerechtigde geen vergoeding ontvangt ter zake van de in de onderneming verrichte arbeid, ter vaststelling van het deel van de met inachtneming van het bepaalde in [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), berekende winst, dat de echtgenoot toekomt, de winst wordt vermenigvuldigd met de factor X/(X+Y), waarbij: X staat voor het loon van de werknemer, die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als de echtgenoot, en Y staat voor het loon van de werknemer die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als de pensioengerechtigde; en
- c. de [artikelen 2:2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), [2:3, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), en [2:4, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01), niet van toepassing zijn.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, en [artikel 1.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=1&artikel=1:1&z=2013-07-01&g=2013-07-01), wordt voor het bepalen van het gezamenlijke inkomen, bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=12) een uitkering van een pensioengerechtigde die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel K](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01), aangemerkt als overig inkomen.
3. Voor de echtgenoot van de pensioengerechtigde waarop [artikel 64a van de Algemene Ouderomdswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=64a) van toepassing is, wordt het inkomen dat is vastgesteld op grond van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=10) en [11 van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=11), zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van de [Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029334), eveneens aangemerkt als het inkomen van die echtgenoot in het kader van [artikel 12 van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=12).
##### Artikel 2:8. Uitzonderingen voor de [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044)
1. Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044) geldt dat in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), niet als overig inkomen wordt aangemerkt:
- a. een uitkering als bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), en een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l;
- b. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 2.250,00 per kalenderjaar; en
1. Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044) geldt dat in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01), niet als overig inkomen wordt aangemerkt:
- a. een uitkering als bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01), en een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l;
- b. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 2.251,00 per kalenderjaar; en
- c. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste € 95,– per maand met een maximum van € 764,– per jaar, dan wel een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=7) van ten hoogste € 150,– per maand met een maximum van € 1.500,– per jaar.
2. Onze Minister wijzigt de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, met ingang van een door hem te bepalen dag, voor zover de ontwikkeling van de in [artikel 31, tweede lid, onderdelen j en k, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=31) genoemde bedragen daartoe aanleiding geeft.
3. Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044) is [artikel 2:5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:5&z=2013-06-01&g=2013-06-01) niet van toepassing.
3. Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044) is [artikel 2:5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:5&z=2013-07-01&g=2013-07-01) niet van toepassing.
##### Artikel 2:9. Uitzonderingen voor de [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163)
1. Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in [artikel 5, tweede lid, onder 2° en 3°, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&artikel=5) geldt dat:
- a. in geval van een gewezen zelfstandige die een onderneming heeft uitgeoefend in de vorm van een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap in afwijking van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), onder belastbare winst uit onderneming wordt verstaan hetgeen ingevolge het bepaalde bij of krachtens [Hoofdstuk II van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&hoofdstuk=II) onder winst wordt verstaan alsmede de betalingen die aan de echtgenoot worden gedaan ter zake van in de onderneming verrichte arbeid;
- b. de winst, bedoeld in onderdeel a, wordt gecorrigeerd met alle geldelijke voor- en nadelen voor de gewezen zelfstandige, die uit diens verhouding tot de besloten of naamloze vennootschap voortvloeien, tenzij het inkomen uit arbeid of overig inkomen betreft als bedoeld in [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel a tot en met c, e en f,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [artikel 2:4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01);
- c. in aanvulling op [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), mede onder belastbare winst uit onderneming wordt verstaan de partnervergoeding, bedoeld in [artikel 3:16, vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.16), indien deze vergoeding € 5.000,– of hoger is, en de winst van de echtgenoot van de gewezen zelfstandige, indien het bedrijf en beroep mede voor rekening van de echtgenoot wordt uitgeoefend;
- d. in afwijking van [artikel 1:1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=1&artikel=1:1&z=2013-06-01&g=2013-06-01), en behoudens het bepaalde in onderdeel c onder inkomen uit arbeid en overig inkomen niet wordt verstaan het inkomen van de echtgenoot; en
- e. [artikel 2:8, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, en het derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2:8&z=2013-06-01&g=2013-06-01), van overeenkomstige toepassing zijn.
- a. in geval van een gewezen zelfstandige die een onderneming heeft uitgeoefend in de vorm van een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap in afwijking van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), onder belastbare winst uit onderneming wordt verstaan hetgeen ingevolge het bepaalde bij of krachtens [Hoofdstuk II van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&hoofdstuk=II) onder winst wordt verstaan alsmede de betalingen die aan de echtgenoot worden gedaan ter zake van in de onderneming verrichte arbeid;
- b. de winst, bedoeld in onderdeel a, wordt gecorrigeerd met alle geldelijke voor- en nadelen voor de gewezen zelfstandige, die uit diens verhouding tot de besloten of naamloze vennootschap voortvloeien, tenzij het inkomen uit arbeid of overig inkomen betreft als bedoeld in [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel a tot en met c, e en f,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01) en [artikel 2:4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01);
- c. in aanvulling op [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), mede onder belastbare winst uit onderneming wordt verstaan de partnervergoeding, bedoeld in [artikel 3:16, vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.16), indien deze vergoeding € 5.000,– of hoger is, en de winst van de echtgenoot van de gewezen zelfstandige, indien het bedrijf en beroep mede voor rekening van de echtgenoot wordt uitgeoefend;
- d. in afwijking van [artikel 1:1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=1&artikel=1:1&z=2013-07-01&g=2013-07-01), en behoudens het bepaalde in onderdeel c onder inkomen uit arbeid en overig inkomen niet wordt verstaan het inkomen van de echtgenoot; en
- e. [artikel 2:8, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, en het derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2:8&z=2013-07-01&g=2013-07-01), van overeenkomstige toepassing zijn.
2. Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in [artikel 8, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&artikel=8) geldt dat:
- a. in afwijking van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), belastbare winst uit onderneming niet tot het inkomen wordt gerekend; en
- b. [artikel 2:8, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, en het derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2:8&z=2013-06-01&g=2013-06-01), van overeenkomstige toepassing zijn.
- a. in afwijking van [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), belastbare winst uit onderneming niet tot het inkomen wordt gerekend; en
- b. [artikel 2:8, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, en het derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2:8&z=2013-07-01&g=2013-07-01), van overeenkomstige toepassing zijn.
### Hoofdstuk 3. Werknemersverzekeringen en [Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657)
@@ -358,7 +356,7 @@
4. Bij de toepassing van het eerste lid worden betalingen van het overig inkomen toegerekend aan de perioden waarin hierop recht bestaat.
5. Bij de toepassing van het eerste lid worden het belastbaar loon, het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, de belastbare winst uit onderneming en de uitkering, bedoeld in de [artikelen 2:2, eerste lid, onderdelen c, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), en [3:2, eerste lid, onderdelen c, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), evenredig toegerekend aan de betreffende kalendermaanden in het boek- of kalenderjaar.
5. Bij de toepassing van het eerste lid worden het belastbaar loon, het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, de belastbare winst uit onderneming en de uitkering, bedoeld in de [artikelen 2:2, eerste lid, onderdelen c, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), en [3:2, eerste lid, onderdelen c, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), evenredig toegerekend aan de betreffende kalendermaanden in het boek- of kalenderjaar.
6. De SVB of het UWV kunnen op basis van een geschat inkomen een gemiddeld inkomen per kalendermaand bepalen, waarna per periode van ten hoogste twaalf maanden een herberekening plaatsvindt en het gemiddeld inkomen per periode kan worden toegerekend aan maanden in die periode.
@@ -378,7 +376,7 @@
- c. indien aannemelijk is dat een inkomensbestanddeel geen juiste maatstaf biedt voor de bepaling van het in onderdeel a bedoelde inkomen, dat bestanddeel per maand vastgesteld wordt op 1/3 onderscheidenlijk 1/12 van het bedrag, dat over drie maanden onderscheidenlijk een jaar is verworven;
- d. indien winst als bedoeld in [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), wordt genoten, het daaruit voortvloeiende inkomensbestanddeel per maand vastgesteld wordt op 1/12 van de winst, genoten over het kalenderjaar of het niet met het kalenderjaar samenvallend boekjaar, voorafgaand aan de maand waarover aanspraak op uitkering wordt gemaakt; en
- d. indien winst als bedoeld in [artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), wordt genoten, het daaruit voortvloeiende inkomensbestanddeel per maand vastgesteld wordt op 1/12 van de winst, genoten over het kalenderjaar of het niet met het kalenderjaar samenvallend boekjaar, voorafgaand aan de maand waarover aanspraak op uitkering wordt gemaakt; en
- e. indien de toepassing van de onderdelen a tot en met d gelet op het tijdstip van verwerving van een inkomensbestanddeel, tot een kennelijk onredelijk resultaat leidt, het college bepaalt op welke periode dat inkomensbestanddeel geacht moet worden betrekking te hebben en hoe dit geacht moet worden over deze periode te zijn verdeeld.
@@ -398,19 +396,19 @@
##### Artikel 2:10. Uitzonderingen voor de [Toeslagenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004043)
Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Toeslagenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004043) geldt in afwijking van de [artikelen 2:2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), en [2:4, eerste lid, onderdelen l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), dat:
Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Toeslagenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004043) geldt in afwijking van de [artikelen 2:2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), en [2:4, eerste lid, onderdelen l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01), dat:
- a. loondoorbetaling wordt aangemerkt als overig inkomen;
- b. niet als inkomen wordt aangemerkt een uitkering als bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), of een uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; en
- b. niet als inkomen wordt aangemerkt een uitkering als bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01), of een uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; en
- c. indien op grond van [artikel 7, eerste lid, van de Toeslagenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004043&artikel=7) van het inkomen uit arbeid een gedeelte is vrijgelaten, de op dat inkomen betrekking hebbende uitkeringen op grond van de verplichte verzekering van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888), op grond van [hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008¶graaf=1) aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in [artikel 3:6, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:6) en op grond van de verplichte verzekering van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), voor zolang de dienstbetrekking voortduurt, alsmede aanvullingen op die uitkeringen als inkomen uit arbeid worden beschouwd.
##### Artikel 2:11. Uitzonderingen voor de [Wet inkomensvoorziening oudere werklozen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024394)
Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Wet inkomensvoorziening oudere werklozen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024394) geldt in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h tot en met l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), dat niet als overig inkomen wordt aangemerkt:
- a. een uitkering of toeslag als bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h tot en met l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01); of
Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de [Wet inkomensvoorziening oudere werklozen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024394) geldt in afwijking van [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h tot en met l en o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01), dat niet als overig inkomen wordt aangemerkt:
- a. een uitkering of toeslag als bedoeld in [artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h tot en met l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01); of
- b. een uitkering of toeslag die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering of toeslag als bedoeld in onderdeel a.
@@ -512,7 +510,7 @@
- d. een op basis van een wettelijke regeling verstrekte uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in het vierde lid,
wordt tevens onder inkomen verstaan het inkomen, bedoeld in [artikel 3:2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), dat werd genoten in het aangiftetijdvak voor het aangiftetijdvak waarin recht ontstond op die loon, bezoldiging respectievelijk uitkering.
wordt tevens onder inkomen verstaan het inkomen, bedoeld in [artikel 3:2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), dat werd genoten in het aangiftetijdvak voor het aangiftetijdvak waarin recht ontstond op die loon, bezoldiging respectievelijk uitkering.
2. Ingeval van een uitkeringsgerechtigde voor wie naast recht op een uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) recht bestaat op:
@@ -528,9 +526,9 @@
- 2°. uitkering als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b,
wordt tevens onder inkomen verstaan het inkomen, bedoeld in [artikel 3:2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), dat werd genoten in het aangiftetijdvak voor het aangiftetijdvak waarin recht ontstond op die loon, bezoldiging respectievelijk uitkering.
3. Indien de uitkeringsgerechtigde die recht heeft op een uitkering op grond van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) of [artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29) met verlof gaat of indien de uitkeringsgerechtigde die recht heeft op een uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) met verlof is, wordt tevens onder inkomen verstaan het inkomen als bedoeld in [artikel 3:2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), dat werd genoten in het aangiftetijdvak voor het aangiftetijdvak waarin het verlof aanving.
wordt tevens onder inkomen verstaan het inkomen, bedoeld in [artikel 3:2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), dat werd genoten in het aangiftetijdvak voor het aangiftetijdvak waarin recht ontstond op die loon, bezoldiging respectievelijk uitkering.
3. Indien de uitkeringsgerechtigde die recht heeft op een uitkering op grond van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) of [artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29) met verlof gaat of indien de uitkeringsgerechtigde die recht heeft op een uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) met verlof is, wordt tevens onder inkomen verstaan het inkomen als bedoeld in [artikel 3:2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), dat werd genoten in het aangiftetijdvak voor het aangiftetijdvak waarin het verlof aanving.
4. Ingeval van een uitkeringsgerechtigde voor wie naast recht op een uitkering op grond van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) of [artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29), recht ontstaat op:
@@ -546,7 +544,7 @@
wordt tevens onder inkomen verstaan het dagloon op grond waarvan de uitkering, bedoeld in onderdeel a of b, wordt berekend.
6. [Artikel 3:3, eerste, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), is uitsluitend van toepassing indien het recht op de daargenoemde uitkering, bezoldiging of loon is ontstaan uit hoofde van werkzaamheden die zijn gestart nadat een eerder recht op uitkering op grond van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) of [artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29) is ontstaan.
6. [Artikel 3:3, eerste, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), is uitsluitend van toepassing indien het recht op de daargenoemde uitkering, bezoldiging of loon is ontstaan uit hoofde van werkzaamheden die zijn gestart nadat een eerder recht op uitkering op grond van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045) of [artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29) is ontstaan.
7. Voor zover de uitkeringsgerechtigde die recht heeft op een uitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) op de dag voorafgaand aan de eerste dag van de wachttijd, bedoeld in [artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=23), recht heeft op een uitkering als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, wordt die uitkering niet aangemerkt als inkomen.
@@ -566,27 +564,27 @@
2. Voor het bepalen van het inkomen, bedoeld in [artikel 60, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=60), geldt dat:
- a. indien de uitkeringsgerechtigde recht heeft op een uitkering op grond van [artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29), [artikel 3:2, zevende, achtste of tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), uitsluitend van toepassing is indien de dienstbetrekking voortduurt op grond waarvan het recht op uitkering ontstond;
- b. indien de uitkeringsgerechtigde recht heeft op een uitkering op grond van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), [artikel 3:2, zevende, achtste of tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), uitsluitend van toepassing is indien het een uitkering op grond van [artikel 18 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=18) betreft of een uitkering wegens werkloosheid die uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van [artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002014&artikel=8) ontheffing is verleend;
- c. [artikel 3:3, tweede lid, onderdeel d, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), uitsluitend van toepassing is indien de dienstbetrekking voortduurt op grond waarvan het recht op uitkering ontstond;
- d. [artikel 3:3, tweede lid, onderdeel d, onder 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), uitsluitend van toepassing is indien het een uitkering op grond van artikel 18 van de Werkloosheidswet betreft;
- e. [artikel 3:3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), uitsluitend van toepassing is, indien:
- a. indien de uitkeringsgerechtigde recht heeft op een uitkering op grond van [artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29), [artikel 3:2, zevende, achtste of tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), uitsluitend van toepassing is indien de dienstbetrekking voortduurt op grond waarvan het recht op uitkering ontstond;
- b. indien de uitkeringsgerechtigde recht heeft op een uitkering op grond van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), [artikel 3:2, zevende, achtste of tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), uitsluitend van toepassing is indien het een uitkering op grond van [artikel 18 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=18) betreft of een uitkering wegens werkloosheid die uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van [artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002014&artikel=8) ontheffing is verleend;
- c. [artikel 3:3, tweede lid, onderdeel d, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), uitsluitend van toepassing is indien de dienstbetrekking voortduurt op grond waarvan het recht op uitkering ontstond;
- d. [artikel 3:3, tweede lid, onderdeel d, onder 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), uitsluitend van toepassing is indien het een uitkering op grond van artikel 18 van de Werkloosheidswet betreft;
- e. [artikel 3:3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), uitsluitend van toepassing is, indien:
- 1°. het verlof als bedoeld in de [Wet arbeid en zorg betreft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008); of
- 2°. de uitkeringsgerechtigde tijdens het verlof een uitkering op grond van een levensloopregeling als bedoeld in [artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=19g) ontvangt;
- f. [artikel 3:3, vijfde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), uitsluitend van toepassing is, indien de dienstbetrekking voortduurt op grond waarvan het recht op uitkering ontstond;
- g. [artikel 3:3, vijfde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), uitsluitend van toepassing is indien het een uitkering op grond van [artikel 18 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=18) betreft of een uitkering wegens werkloosheid die uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van [artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002014&artikel=8) ontheffing is verleend.
- f. [artikel 3:3, vijfde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), uitsluitend van toepassing is, indien de dienstbetrekking voortduurt op grond waarvan het recht op uitkering ontstond;
- g. [artikel 3:3, vijfde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), uitsluitend van toepassing is indien het een uitkering op grond van [artikel 18 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=18) betreft of een uitkering wegens werkloosheid die uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van [artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002014&artikel=8) ontheffing is verleend.
##### Artikel 3:5. Uitzonderingen voor de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045)
1. Voor het bepalen van het inkomen, bedoeld in [artikel 34 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=34), zijn de [artikelen 3:2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [3:3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01) niet van toepassing en wordt tot het inkomen gerekend:
1. Voor het bepalen van het inkomen, bedoeld in [artikel 34 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=34), zijn de [artikelen 3:2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01) en [3:3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01) niet van toepassing en wordt tot het inkomen gerekend:
- a. een uit een dienstbetrekking voortvloeiende periodieke uitkering bij wijze van oudedagsvoorziening, danwel een uitkering die voorafgaat aan die uitkering of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a);
@@ -610,23 +608,23 @@
6. Voor de toepassing van het vijfde lid wordt het dagloon, zoals dat is of zou zijn vastgesteld op de eerste dag waarop ouderdomspensioen wordt ontvangen, voor zoveel nodig herzien overeenkomstig [artikel 46 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=46).
7. In afwijking van de [artikelen 3:2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [3:3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01) wordt voor de toepassing van [artikel 35aa, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=35aa), onder inkomen uitsluitend verstaan hetgeen onder inkomen wordt verstaan op grond van [artikel 3:2, eerste lid, onderdelen c, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01).
8. Voor het bepalen van het inkomen als bedoeld in [artikel 35aa, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=35aa) geldt in afwijking van [artikel 3:3, eerste lid, onderdelen c en d, en vierde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), dat:
- a. [artikel 3:3, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), niet van toepassing is;
- b. [artikel 3:3, vierde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), uitsluitend van toepassing is voor zover het een uitkering op grond van [artikel 18 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=18) of een uitkering wegens werkloosheid die uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van [artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002014&artikel=8) ontheffing is verleend, betreft; en
- d. [artikel 3:3, eerste lid, onderdeel d, onder 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), uitsluitend van toepassing is voor zover het een uitkering op grond van [artikel 18 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=18) of een uitkering wegens werkloosheid die uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van [artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002014&artikel=8) ontheffing is verleend, betreft.
7. In afwijking van de [artikelen 3:2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01) en [3:3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01) wordt voor de toepassing van [artikel 35aa, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=35aa), onder inkomen uitsluitend verstaan hetgeen onder inkomen wordt verstaan op grond van [artikel 3:2, eerste lid, onderdelen c, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01).
8. Voor het bepalen van het inkomen als bedoeld in [artikel 35aa, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=35aa) geldt in afwijking van [artikel 3:3, eerste lid, onderdelen c en d, en vierde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), dat:
- a. [artikel 3:3, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), niet van toepassing is;
- b. [artikel 3:3, vierde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), uitsluitend van toepassing is voor zover het een uitkering op grond van [artikel 18 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=18) of een uitkering wegens werkloosheid die uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van [artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002014&artikel=8) ontheffing is verleend, betreft; en
- d. [artikel 3:3, eerste lid, onderdeel d, onder 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), uitsluitend van toepassing is voor zover het een uitkering op grond van [artikel 18 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=18) of een uitkering wegens werkloosheid die uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van [artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002014&artikel=8) ontheffing is verleend, betreft.
##### Artikel 3:6. Uitzonderingen voor de [Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657)
Voor het bepalen van het inkomen als bedoeld in [hoofdstuk 2 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&hoofdstuk=2) geldt dat:
- a. de [artikelen 2:2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [2:4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [2:5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:5&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [3:3, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), van overeenkomstige toepassing zijn;
- b. in afwijking van [artikel 3:2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), onder inkomen wordt verstaan:
- a. de [artikelen 2:2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), [2:4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:4&z=2013-07-01&g=2013-07-01), [2:5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2:5&z=2013-07-01&g=2013-07-01) en [3:3, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), van overeenkomstige toepassing zijn;
- b. in afwijking van [artikel 3:2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), onder inkomen wordt verstaan:
- 1°. een uitkering op grond van een werknemersverzekering;
@@ -640,7 +638,7 @@
##### Artikel 4:2a. Uitzonderingen voor de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045)
1. Voor de toepassing van [artikel 35aa, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=35aa), wordt, in afwijking van [artikel 4:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=4&artikel=4:1&z=2013-06-01&g=2013-06-01), het inkomen:
1. Voor de toepassing van [artikel 35aa, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=35aa), wordt, in afwijking van [artikel 4:1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=4&artikel=4:1&z=2013-07-01&g=2013-07-01), het inkomen:
- a. berekend op basis van de volgende formule: I = I1 + ((I2 x W) / 52) waarbij: I staat voor het inkomen; I1 staat voor het inkomen over het aanvangsjaar; I2 staat voor het inkomen over het jaar gelegen na het aanvangsjaar; W staat voor het aantal weken gelegen tussen de eerste dag van het aanvangsjaar en de dag waarop de toestemming, bedoeld in [artikel 77a, eerste lid, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=77a) is verleend;
@@ -650,11 +648,11 @@
2. In dit artikel wordt onder aanvangsjaar verstaan het kalenderjaar, dan wel, indien [artikel 3.66 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.66) van toepassing is, het boekjaar waarin de werknemer de werkzaamheden, bedoeld in [artikel 77a, eerste lid, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=77a), is gaan verrichten.
3. Voor het bepalen van I1 en I2 als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is [artikel 3:2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-06-01&g=2013-06-01), niet van toepassing.
3. Voor het bepalen van I1 en I2 als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is [artikel 3:2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3:2&z=2013-07-01&g=2013-07-01), niet van toepassing.
##### Artikel 4:2b. Uitzonderingen voor de vaststelling van het inkomen
1. In afwijking van [artikel 4:1, eerste en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=4&artikel=4:1&z=2013-06-01&g=2013-06-01), geldt dat het inkomen herleid wordt tot een bedrag per dag voor toepassing van:
1. In afwijking van [artikel 4:1, eerste en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=4&artikel=4:1&z=2013-07-01&g=2013-07-01), geldt dat het inkomen herleid wordt tot een bedrag per dag voor toepassing van:
- a. de [Toeslagenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004043);
@@ -662,7 +660,7 @@
- c. [artikel 2:6 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&artikel=2:6).
2. In afwijking van [artikel 4:1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=4&artikel=4:1&z=2013-06-01&g=2013-06-01), geldt dat het inkomen herleid wordt tot een bedrag per kalenderweek voor toepassing van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), met uitzondering van [artikel 35aa, eerste lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=35aa).
2. In afwijking van [artikel 4:1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029368&hoofdstuk=4&artikel=4:1&z=2013-07-01&g=2013-07-01), geldt dat het inkomen herleid wordt tot een bedrag per kalenderweek voor toepassing van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), met uitzondering van [artikel 35aa, eerste lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=35aa).
### Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
2013-06-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 2, 4, 4
2013-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 2, 4, 4
2012-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 2, 4
2012-03-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten
2012-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 5, 5, 5 y 8 má
2011-08-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 5, 5, 5 y 8 má
2011-07-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 5, 5, 5 y 8 má
2011-01-01
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten
2010-06-09
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten — arts. 1, 2, 2 y 13 m
2010-06-09
Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten
original version
Tekst op deze datum