Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van 14 juli 2011, nr. 218837, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de zeevisserij (Uitvoeringsregeling zeevisserij)
81 versions
· 2026-05-01
2026-05-22
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-05-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-30
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-29
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-28
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-27
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-26
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-25
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-24
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-23
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-22
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 6 y 5 más
2026-03-18
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 6 y 5 más
2026-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 6, 5 y 13 más
2026-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 6, 5 y 13 más
2025-12-31
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 61, 5 y 40 más
Wijzigingen op 2025-12-31
@@ -12,33 +12,33 @@
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. **aanlandcontingent:** in kilogrammen levend gewicht uitgedrukte hoeveelheid van een vissoort, genoemd in [artikel 20a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=20a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), die tijdens één visreis door een Nederlands vissersvaartuig is gevangen voor zover deze vangst op grond van de aanlandplicht moet worden aangeland;
- –. **aanlandplicht:** aanlandingsverplichting als bedoeld in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=15&z=2025-07-05&g=2025-07-05), in samenhang met het vijfde, zesde en zevende lid, van de basisverordening;
- –. **contingent:** in kilogrammen levend gewicht uitgedrukte hoeveelheid van een vissoort die per kalenderjaar door een Nederlands vissersvaartuig ten hoogste in een vangstgebied mag worden gevangen, vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van de [artikelen 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=45&z=2025-07-05&g=2025-07-05) of [46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=46&z=2025-07-05&g=2025-07-05) voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort dan wel, indien het vangsten van vissoorten betreft waarop de aanlandplicht niet van toepassing is, in een kalenderjaar in een vangstgebied te vangen hoeveelheid van een vissoort in kilogrammen levend gewicht uitgedrukt, vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van de artikelen 45 of 46 voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort, die per vissersvaartuig ten hoogste mag worden aangeland;
- –. **aanlandcontingent:** in kilogrammen levend gewicht uitgedrukte hoeveelheid van een vissoort, genoemd in [artikel 20a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=20a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), die tijdens één visreis door een Nederlands vissersvaartuig is gevangen voor zover deze vangst op grond van de aanlandplicht moet worden aangeland;
- –. **aanlandplicht:** aanlandingsverplichting als bedoeld in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=15&z=2025-12-31&g=2025-12-31), in samenhang met het vijfde, zesde en zevende lid, van de basisverordening;
- –. **contingent:** in kilogrammen levend gewicht uitgedrukte hoeveelheid van een vissoort die per kalenderjaar door een Nederlands vissersvaartuig ten hoogste in een vangstgebied mag worden gevangen, vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van de [artikelen 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=45&z=2025-12-31&g=2025-12-31) of [46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=46&z=2025-12-31&g=2025-12-31) voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort dan wel, indien het vangsten van vissoorten betreft waarop de aanlandplicht niet van toepassing is, in een kalenderjaar in een vangstgebied te vangen hoeveelheid van een vissoort in kilogrammen levend gewicht uitgedrukt, vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van de artikelen 45 of 46 voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort, die per vissersvaartuig ten hoogste mag worden aangeland;
- −. **controleplan wegen na vervoer**: op grond van artikel 61, eerste lid, van de controleverordening vastgesteld controleplan wegen na vervoer voor verse visserijproducten dat is opgenomen in bijlage a1;
- –. **deelgebied, sector of deelsector:** zeegebied als omschreven in artikel 4 van de verordening vangstmogelijkheden en artikel 3 van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee;
- –. **deelnemer aan een groepscontingent:** ondernemer als bedoeld in [artikel 32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-07-05&g=2025-07-05);
- –. **extra hoeveelheid vangstmogelijkheden:** de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden die aan het groepscontingent wordt toegevoegd ingevolge [artikel 32a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32a&z=2025-07-05&g=2025-07-05);
- –. **Europees quotum:** totaal voor de gezamenlijke vissers van de lidstaten van de Europese Unie in het kalenderjaar waarop een verordening over vangstmogelijkheden betrekking heeft te vangen hoeveelheden vis die niet in de vorm van quota over de lidstaten zijn verdeeld zoals deze per vissoort en per deelgebied, sector of deelsector voor het desbetreffende kalenderjaar, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, onder de beschrijving ‘overig’, ‘andere’, ‘andere lidstaten’ of ‘Unie’ zijn vermeld in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2024, voor zover van toepassing voor 2025, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee of in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee;
- –. **deelnemer aan een groepscontingent:** ondernemer als bedoeld in [artikel 32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-12-31&g=2025-12-31);
- –. **extra hoeveelheid vangstmogelijkheden:** de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden die aan het groepscontingent wordt toegevoegd ingevolge [artikel 32a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32a&z=2025-12-31&g=2025-12-31);
- –. **Europees quotum:** totaal voor de gezamenlijke vissers van de lidstaten van de Europese Unie in het kalenderjaar waarop een verordening over vangstmogelijkheden betrekking heeft te vangen hoeveelheden vis die niet in de vorm van quota over de lidstaten zijn verdeeld zoals deze per vissoort en per deelgebied, sector of deelsector voor het desbetreffende kalenderjaar, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, onder de beschrijving ‘overig’, ‘andere’, ‘andere lidstaten’ of ‘Unie’ zijn vermeld in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee of in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee;
- –. **functionaris:** door de minister voor de registratie- en verificatiewerkzaamheden in het kader van deze regeling aangewezen persoon;
- –. **groep:** groep als bedoeld in [artikel 31, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=31&z=2025-07-05&g=2025-07-05);
- –. **groepscontingent:** groepscontingent als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-07-05&g=2025-07-05), vermeerderd met de hoeveelheden bedoeld in [artikel 24, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05), de vangstmogelijkheden van vervallen contingenten die ingevolge [artikel 30a, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=30a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), onderdeel zijn van het desbetreffende groepscontingent en de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van de desbetreffende vissoort die aan het groepscontingent zijn toegevoegd op grond van [artikel 32a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), en vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van de [artikelen 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=45&z=2025-07-05&g=2025-07-05) of [46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=46&z=2025-07-05&g=2025-07-05) voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven, hoeveelheden van de desbetreffende vissoort;
- –. **individueel aandeel:** hoeveelheid van een vissoort die op grond van [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) in beheer is gegeven aan een groep of producentenorganisatie of contingent van een vissoort dat een ondernemer in beheer heeft gegeven aan een groep of producentenorganisatie, vermeerderd met door hem gekochte en in gebruik gekregen hoeveelheden van die vissoort en verminderd met door hem verkochte en in gebruik gegeven hoeveelheden van die vissoort, waarover hij in een kalenderjaar kan beschikken;
- –. **groep:** groep als bedoeld in [artikel 31, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=31&z=2025-12-31&g=2025-12-31);
- –. **groepscontingent:** groepscontingent als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-12-31&g=2025-12-31), vermeerderd met de hoeveelheden bedoeld in [artikel 24, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-12-31&g=2025-12-31), de vangstmogelijkheden van vervallen contingenten die ingevolge [artikel 30a, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=30a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), onderdeel zijn van het desbetreffende groepscontingent en de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van de desbetreffende vissoort die aan het groepscontingent zijn toegevoegd op grond van [artikel 32a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), en vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van de [artikelen 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=45&z=2025-12-31&g=2025-12-31) of [46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=46&z=2025-12-31&g=2025-12-31) voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven, hoeveelheden van de desbetreffende vissoort;
- –. **individueel aandeel:** hoeveelheid van een vissoort die op grond van [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-12-31&g=2025-12-31) in beheer is gegeven aan een groep of producentenorganisatie of contingent van een vissoort dat een ondernemer in beheer heeft gegeven aan een groep of producentenorganisatie, vermeerderd met door hem gekochte en in gebruik gekregen hoeveelheden van die vissoort en verminderd met door hem verkochte en in gebruik gegeven hoeveelheden van die vissoort, waarover hij in een kalenderjaar kan beschikken;
- –. **minister:** Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
- –. **Nederlands quotum:** totaal voor de gezamenlijke Nederlandse vissersvaartuigen in het kalenderjaar waarop de verordening vangstmogelijkheden betrekking heeft te vangen hoeveelheden vis zoals deze per vissoort en per deelgebied, sector of deelsector voor het desbetreffende kalenderjaar, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, zijn vermeld in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2024, voor zover van toepassing voor 2025;
- –. **Nederlands quotum:** totaal voor de gezamenlijke Nederlandse vissersvaartuigen in het kalenderjaar waarop de verordening vangstmogelijkheden betrekking heeft te vangen hoeveelheden vis zoals deze per vissoort en per deelgebied, sector of deelsector voor het desbetreffende kalenderjaar, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, zijn vermeld in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026;
- –. **NVWA:** Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
@@ -56,11 +56,11 @@
- −. **steekproefplan wegen aan boord**: op grond van artikel 60, derde lid, van de controleverordening vastgesteld steekproefplan wegen aan boord van verse visserijproducten dat is opgenomen in bijlage b1;
- –. **vangstgebied:** deelgebieden, sectoren of deelsectoren, genoemd in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-07-05&g=2025-07-05);
- –. **vangstmogelijkheden van vervallen contingenten:** het gedeelte van het Nederlandse quotum waarvoor eerder op grond van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-07-05&g=2025-07-05) een recht op een contingent gold, maar welk contingent ingevolge [artikel 30a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=30a&z=2025-07-05&g=2025-07-05) is vervallen;
- –. **vangstopgavebus:** vangstopgavebus die aanwezig is in iedere in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) vermelde haven, waarvan de exacte plaats gepubliceerd is op de website www.mijnrvo.nl;
- –. **vangstgebied:** deelgebieden, sectoren of deelsectoren, genoemd in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-12-31&g=2025-12-31);
- –. **vangstmogelijkheden van vervallen contingenten:** het gedeelte van het Nederlandse quotum waarvoor eerder op grond van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-12-31&g=2025-12-31) een recht op een contingent gold, maar welk contingent ingevolge [artikel 30a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=30a&z=2025-12-31&g=2025-12-31) is vervallen;
- –. **vangstopgavebus:** vangstopgavebus die aanwezig is in iedere in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) vermelde haven, waarvan de exacte plaats gepubliceerd is op de website www.mijnrvo.nl;
- –. **vangstvaartuig:** vangstvaartuig als bedoeld in artikel 4, punt 33, van de controleverordening;
@@ -180,19 +180,19 @@
- –. **verordening 2023/675:** [Verordening (EU) 2023/675](32023R0675) van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2023 tot vaststelling van de instandhoudings- en beheersmaatregelen voor de instandhouding van de zuidelijke blauwvintonijn (PbEU 2023, L 88);
- –. **verordening vangstmogelijkheden:** [Verordening (EU) 2025/202](32025R0202) van de Raad van 30 januari 2025 tot vaststelling, voor 2025 en 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging van [Verordening (EU) 2024/257](32024R0257) wat betreft vangstmogelijkheden voor 2025;
- –. **verordening vangstmogelijkheden 2024:** [Verordening (EU) 2024/257](32024R0257) van de Raad van 10 januari 2024 tot vaststelling, voor 2024, 2025 en 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging van [Verordening (EU) 2023/194](32023R0194);
- –. **verordening vangstmogelijkheden Oostzee:** [Verordening (EU) 2024/2903](32024R2903) van de Raad van 18 november 2024 tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee voor 2025 en tot wijziging van [Verordening (EU) 2024/257](32024R0257) wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden in andere wateren;
- –. **verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee:** [Verordening (EU) 2025/219](32025R0219) van de Raad van 30 januari 2025 tot vaststelling, voor 2025, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee.
- –. **verordening vangstmogelijkheden:** Verordening (EU) 2026/PM van de Raad van PM tot vaststelling voor 2026, 2027 en 2028 van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn;
- –. **verordening vangstmogelijkheden 2025:** [Verordening (EU) 2025/202](32025R0202) van de Raad van 30 januari 2025 tot vaststelling, voor 2025 en 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging van [Verordening (EU) 2024/257](32024R0257) wat betreft vangstmogelijkheden voor 2025;
- –. **verordening vangstmogelijkheden Oostzee:** [Verordening (EU) 2025/2454](32025R2454) van de Raad van 1 december 2025 tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee voor 2026 en tot wijziging van [Verordening (EU) 2025/202](32025R0202) wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden in andere wateren;
- –. **verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee:** Verordening (EU) 2026/PM van de Raad van PM tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden van toepassing in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee voor 2026.
##### Artikel 2. Nadere begripsbepalingen
1. Voor de toepassing van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-07-05&g=2025-07-05), genoemde verordeningen is het visserijcontrolecentrum, bedoeld in artikel 4, vijftiende lid, van de controleverordening, van Nederland de meldkamer van de NVWA te Echt.
2. Voor de toepassing van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-07-05&g=2025-07-05), genoemde verordeningen wordt onder ’ICES-deelgebied IV’, ICES-deelgebied 4 en ’Noordzee’ mede verstaan de in het [Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002703) genoemde wateren.
1. Voor de toepassing van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-12-31&g=2025-12-31), genoemde verordeningen is het visserijcontrolecentrum, bedoeld in artikel 4, vijftiende lid, van de controleverordening, van Nederland de meldkamer van de NVWA te Echt.
2. Voor de toepassing van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-12-31&g=2025-12-31), genoemde verordeningen wordt onder ’ICES-deelgebied IV’, ICES-deelgebied 4 en ’Noordzee’ mede verstaan de in het [Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002703) genoemde wateren.
##### Artikel 3. Verboden op grond van de basisverordening
@@ -206,31 +206,31 @@
##### Artikel 5. Vaststelling lettertekens gemeenten
De gemeenten en de lettertekens waarmee de gemeenten worden aangeduid, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, van het Registratiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009353&artikel=3), zijn vastgesteld in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=1&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
De gemeenten en de lettertekens waarmee de gemeenten worden aangeduid, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, van het Registratiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009353&artikel=3), zijn vastgesteld in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=1&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
##### Artikel 6. Aanwijzing havens
1. Vis wordt in Nederland uitsluitend aangeland, gelost of overgeladen door een vissersvaartuig:
- a. met een lengte over alles van tien meter of minder in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) A vermelde havens met uitzondering van Velsen, Amsterdam en Rotterdam of in de in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=3&z=2025-07-05&g=2025-07-05) vermelde plaatsen;
- b. met een lengte over alles van 10 meter tot 59 meter of met een brutotonnage van 1.200 BT of minder, in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) A vermelde havens met uitzondering van Vlaardingen, Velsen, Amsterdam en Rotterdam;
- c. met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) A vermelde havens met uitzondering van Vlaardingen; of
- a. met een lengte over alles van tien meter of minder in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) A vermelde havens met uitzondering van Velsen, Amsterdam en Rotterdam of in de in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=3&z=2025-12-31&g=2025-12-31) vermelde plaatsen;
- b. met een lengte over alles van 10 meter tot 59 meter of met een brutotonnage van 1.200 BT of minder, in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) A vermelde havens met uitzondering van Vlaardingen, Velsen, Amsterdam en Rotterdam;
- c. met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) A vermelde havens met uitzondering van Vlaardingen; of
- d. waarvan de vangst voor ten minste 90% uit ansjovis of sprot bestaat, in de periode van 1 april tot en met 31 juli indien het ansjovis betreft en in de periode van 1 augustus tot en met 31 maart indien het sprot betreft, in de westelijke voorhaven van de Bergsediepsluis en aan de loswal van Schore, gemeente Kapelle;
mits het aanlanden, lossen of overladen is toegestaan op grond van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-07-05&g=2025-07-05), genoemde verordeningen.
mits het aanlanden, lossen of overladen is toegestaan op grond van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-12-31&g=2025-12-31), genoemde verordeningen.
2. Het is verboden vis in Nederland aan te landen, te lossen of over te laden met een ander vaartuig dan een vissersvaartuig.
3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor andere vaartuigen dan vissersvaartuigen in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05)A vermelde havens of in de in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=3&z=2025-07-05&g=2025-07-05) vermelde plaatsen, voor zover het op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels is toegestaan met deze vaartuigen de visserij uit te oefenen.
4. Het is vissersvaartuigen die vis aan boord hebben uitsluitend toegestaan direct of indirect verbinding met de wal te maken in de havens of plaatsen waar de vis door het betrokken vissersvaartuig op grond van het eerste lid mag worden aangeland, mits de toegang tot de haven is toegestaan op grond van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-07-05&g=2025-07-05), genoemde verordeningen.
3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor andere vaartuigen dan vissersvaartuigen in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31)A vermelde havens of in de in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=3&z=2025-12-31&g=2025-12-31) vermelde plaatsen, voor zover het op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels is toegestaan met deze vaartuigen de visserij uit te oefenen.
4. Het is vissersvaartuigen die vis aan boord hebben uitsluitend toegestaan direct of indirect verbinding met de wal te maken in de havens of plaatsen waar de vis door het betrokken vissersvaartuig op grond van het eerste lid mag worden aangeland, mits de toegang tot de haven is toegestaan op grond van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-12-31&g=2025-12-31), genoemde verordeningen.
##### Artikel 7. Voorschriften aanlanden
1. Voor zover niet op grond van de in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05), genoemde verordeningen anders is bepaald, wordt, voordat het aanlanden van vis plaatsvindt, elektronisch melding gedaan:
1. Voor zover niet op grond van de in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31), genoemde verordeningen anders is bepaald, wordt, voordat het aanlanden van vis plaatsvindt, elektronisch melding gedaan:
- a. aan de NVWA indien het een vissersvaartuig met een lengte over alles van minder dan 10 meter betreft; en
@@ -238,7 +238,7 @@
2. De melding geschiedt ten minste vier uur voor het tijdstip van aanlanding door de kapitein, de eigenaar of diens gemachtigde en bevat ten minste de navolgende gegevens:
- a. de haven van aanlanding of de in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=3&z=2025-07-05&g=2025-07-05) bedoelde plaats, onder vermelding van de exacte locatie;
- a. de haven van aanlanding of de in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=3&z=2025-12-31&g=2025-12-31) bedoelde plaats, onder vermelding van de exacte locatie;
- b. de geschatte datum en het geschatte tijdstip van aanlanding;
@@ -274,11 +274,11 @@
3. Toestemming als bedoeld in het eerste lid wordt gegeven in de volgorde van melding van het tijdstip van aanlanding.
4. Het lossen van vis in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) A genoemde havens vindt plaats op de in die bijlage achter de desbetreffende haven genoemde losplaatsen.
4. Het lossen van vis in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) A genoemde havens vindt plaats op de in die bijlage achter de desbetreffende haven genoemde losplaatsen.
5. Alle zich aan boord van het vissersvaartuig bevindende vis, met uitzondering van paling, wordt in één ononderbroken losbeurt in zijn geheel gelost.
6. Voor zover het de vissoorten betreft, genoemd in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2024, voor zover van toepassing voor 2025, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, is de vis die groter is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder 17, van de basisverordening per verpakkingseenheid naar vissoort gesorteerd en wordt de vis per vissoort gelost.
6. Voor zover het de vissoorten betreft, genoemd in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, is de vis die groter is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder 17, van de basisverordening per verpakkingseenheid naar vissoort gesorteerd en wordt de vis per vissoort gelost.
7. Het vijfde lid is niet van toepassing op het lossen van vis uit een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, mits alle aan boord aanwezige vis geheel is gelost voordat het vaartuig uitvaart.
@@ -292,19 +292,19 @@
##### Artikel 10. Vangstverboden
1. Het is verboden met een vissersvaartuig op de vissoorten, genoemd in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2024, voor zover van toepassing voor 2025, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, in de bij die vissoorten vermelde wateren te vissen.
1. Het is verboden met een vissersvaartuig op de vissoorten, genoemd in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, in de bij die vissoorten vermelde wateren te vissen.
2. Het is verboden vangsten van een vissoort als bedoeld in het eerste lid, aan boord te houden of aan te landen in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is.
3. De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden niet voor zover:
- a. het Nederlandse vissersvaartuigen betreft en het Nederlands quotum voor de desbetreffende vissoort, zoals dit op grond van de in artikel 14 van de verordening vangstmogelijkheden genoemde bepalingen, artikel 33, vijfde lid, van de controleverordening of [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=12&z=2025-07-05&g=2025-07-05) is aangepast, niet is overschreden;
- a. het Nederlandse vissersvaartuigen betreft en het Nederlands quotum voor de desbetreffende vissoort, zoals dit op grond van de in artikel 15 van de verordening vangstmogelijkheden genoemde bepalingen, artikel 33, vijfde lid, van de controleverordening of [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=12&z=2025-12-31&g=2025-12-31) is aangepast, niet is overschreden;
- b. het Europese vissersvaartuigen betreft en het Europees quotum voor de desbetreffende vissoort, zoals dit ingevolge artikel 33, vijfde lid, van de controleverordening is verminderd, niet is overschreden;
- c. het vissersvaartuigen van derde landen betreft, in de gebieden vermeld in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2024, voor zover van toepassing voor 2025, mits de visserij wordt uitgeoefend overeenkomstig de artikelen 52, 53 en 55 van de verordening vangstmogelijkheden; en
- d. in voorkomend geval wordt gehandeld in overeenstemming met de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2024, voor zover van toepassing voor 2025, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, opgenomen voorwaarden die met de desbetreffende vangstmogelijkheid verband houden.
- c. het vissersvaartuigen van derde landen betreft, in de gebieden vermeld in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, mits de visserij wordt uitgeoefend overeenkomstig de artikelen 52, 53 en 55 van de verordening vangstmogelijkheden; en
- d. in voorkomend geval wordt gehandeld in overeenstemming met de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, opgenomen voorwaarden die met de desbetreffende vangstmogelijkheid verband houden.
4. De minister maakt de datum, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel a, van de controleverordening, bekend. Deze datum kan per vissoort en vangstgebied verschillen.
@@ -312,7 +312,7 @@
##### Artikel 11. Ontheffing vangstverboden voor wetenschappelijk onderzoek
Van het verbod, bedoeld in [artikel 10, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=10&z=2025-07-05&g=2025-07-05), kan op grond van [artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003144&artikel=6d) uitsluitend ontheffing worden verleend, voor het uitoefenen van de visserij ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, voor zover:
Van het verbod, bedoeld in [artikel 10, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=10&z=2025-12-31&g=2025-12-31), kan op grond van [artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003144&artikel=6d) uitsluitend ontheffing worden verleend, voor het uitoefenen van de visserij ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, voor zover:
- a. het onderzoek wordt begeleid door een wetenschappelijk instituut;
@@ -322,31 +322,31 @@
- d. de resultaten van het onderzoek beschikbaar worden gesteld voor de Nederlandse visserijsector; en
- e. de totale vangsten waarvoor ontheffing wordt verleend het in artikel 33, zesde lid, van de controleverordening, genoemde percentage van de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2024, voor zover van toepassing voor 2025, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden niet te boven gaat.
- e. de totale vangsten waarvoor ontheffing wordt verleend het in artikel 33, zesde lid, van de controleverordening, genoemde percentage van de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden niet te boven gaat.
##### Artikel 12. Reservering vangstmogelijkheden
1. De Minister kan een deel van de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2024, voor zover van toepassing voor 2025, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden reserveren ten behoeve van:
1. De Minister kan een deel van de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden reserveren ten behoeve van:
- a. ruilen van vangstmogelijkheden met andere lidstaten als bedoeld in artikel 16, achtste lid, van de basisverordening;
- b. toewijzing aan een ondernemer, een groep of een producentenorganisatie, overeenkomstig de door de minister vast te stellen criteria, indien is komen vast te staan dat die ondernemer of de ondernemers die aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie deelnemen, in een nader te bepalen periode hebben gehandeld overeenkomstig de [artikelen 21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=22&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=53&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=57&z=2025-07-05&g=2025-07-05) en [105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=105&z=2025-07-05&g=2025-07-05) van deze regeling en aan de artikelen 39, eerste lid, en 49 van de controleverordening; of
- b. toewijzing aan een ondernemer, een groep of een producentenorganisatie, overeenkomstig de door de minister vast te stellen criteria, indien is komen vast te staan dat die ondernemer of de ondernemers die aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie deelnemen, in een nader te bepalen periode hebben gehandeld overeenkomstig de [artikelen 21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=22&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=53&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=57&z=2025-12-31&g=2025-12-31) en [105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=105&z=2025-12-31&g=2025-12-31) van deze regeling en aan de artikelen 39, eerste lid, en 49 van de controleverordening; of
- c. het afboeken van vangsten of bijvangsten van soorten die op grond van artikel 15 van de basisverordening moeten worden aangeland.
2. De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde toewijzing bedraagt per vissoort en vangstgebied ten hoogste 10% van de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2024, voor zover van toepassing voor 2025, voor die vissoort in het desbetreffende vangstgebied aan Nederland toegedeelde vangstmogelijkheden.
2. De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde toewijzing bedraagt per vissoort en vangstgebied ten hoogste 10% van de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, voor die vissoort in het desbetreffende vangstgebied aan Nederland toegedeelde vangstmogelijkheden.
##### Artikel 13. Overige verboden
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 7, eerste lid, 10, eerste lid, 13, derde lid, 12, eerste lid, 15, 16, tweede lid, 17, eerste tot en met derde en vijfde lid, 18, derde en vierde lid, 19, eerste lid, 20, 21, eerste en tweede lid, 25, 26, eerste tot en met vierde, zevende en achtste lid, 29, 30, eerste lid, 32, tweede en vierde lid, 35, eerste tot en met vijfde lid, 37, eerste en derde lid, 38, eerste en tweede lid, 40, 41, 42, tweede lid, 43, eerste en tweede lid, 46, 49 en 59, eerste en tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden.
2. De sluitingsperiode als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de verordening vangstmogelijkheden is:
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 10, eerste lid, 14, derde lid, 16, 17, tweede lid, 22, eerste lid, 23, eerste en tweede lid, 29, 30, eerste lid, 32, tweede en vierde lid, 35, eerste tot en met vijfde lid, 37, eerste en derde lid, 38, eerste en tweede lid, 40, 41, 42, tweede lid, 43, eerste en tweede lid, 46, 49 en 59, eerste en tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden en de artikelen 19a, eerste lid, en 25 van de verordening vangstmogelijkheden 2025.
2. De sluitingsperiode als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de verordening vangstmogelijkheden 2025 is:
- a. voor Europese aal met een totale lengte van 12 centimeter of meer, van 1 september tot en met 28 februari; en
- b. voor Europese aal met een totale lengte van minder dan 12 centimeter, van 1 januari tot en met 31 december.
3. Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in strijd met de artikelen 16, eerste lid, 23, eerste lid, 27, 30, tweede lid, 32, eerste en derde lid, 34, eerste en tweede lid, 36, eerste lid, 42, eerste lid, 43, vierde lid, 44, 45, 47, 48 en 58 van de verordening vangstmogelijkheden.
3. Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in strijd met de artikelen 17, eerste lid, 30, tweede lid, 32, eerste en derde lid, 36, eerste lid, 43, vierde lid, 45, 47, onderdelen b tot en met e, 48 en 58 van de verordening vangstmogelijkheden.
4. De uitzonderingen, bedoeld in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c en d, van de verordening vangstmogelijkheden, gelden uitsluitend voor vissersvaartuigen ten behoeve waarvan een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening is verleend voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c onderscheidenlijk d, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten.
@@ -362,11 +362,11 @@
- b. dat dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen van de desbetreffende ondernemer ten aanzien waarvan is voldaan aan onderdeel a en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
4. Als havens als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van [verordening 2016/2336](32336R2016), worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) B met uitzondering van Den Helder.
4. Als havens als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van [verordening 2016/2336](32336R2016), worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) B met uitzondering van Den Helder.
##### Artikel 15. Pelagische visserij
1. Het is verboden met een vissersvaartuig enige visserijactiviteit uit te oefenen in de zone van de SPRFMO, bedoeld in artikel 4, onderdeel v, van de verordening vangstmogelijkheden.
1. Het is verboden met een vissersvaartuig enige visserijactiviteit uit te oefenen in de zone van de SPRFMO, bedoeld in artikel 4, onderdeel u, van de verordening vangstmogelijkheden.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op vissersvaartuigen die pelagische visserij uitoefenen en die aantoonbaar in 2007, 2008 of 2009 in de in het eerste lid bedoelde zone visserijactiviteiten hebben uitgeoefend of op een vissersvaartuig dat voornoemd vissersvaartuig vervangt, indien:
@@ -378,13 +378,13 @@
##### Artikel 16. Vangstmogelijkheden Oostzee
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 7, eerste, derde en vijfde lid, artikel 8, eerste lid en artikel 11, eerste en tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee.
Het is verboden in strijd te handelen met artikelen 7, eerste, derde en vijfde lid, 8, eerste lid, 9, eerste lid, en artikel 12, eerste en tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee.
##### Artikel 17. Vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee
1. Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, tweede en vierde lid, 22 en 23 van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee.
2. Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in strijd met de artikelen 4, vijfde lid, 5, tweede lid, 6, tweede en derde lid, 7, tweede lid, 10, tweede lid, 12, derde lid, 13, tweede lid, 15, tweede en derde lid, 16, tweede lid, 18, tweede lid, en 19, derde en vierde lid, van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee.
1. Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, tweede en vierde lid, en 23 van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee.
2. Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in strijd met de artikelen 18, tweede lid, en 19, vierde lid, van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee.
##### Artikel 18. Herstelmaatregelen kabeljauw Noordzee
@@ -396,57 +396,57 @@
##### Artikel 20. Overige visserij-inspanning
Het is verboden te vissen met de typen vistuigen, bedoeld in hoofdstuk III van bijlage II van de verordening vangstmogelijkheden, in het gebied, bedoeld in hoofdstuk I van die bijlage, en die typen vistuig aan boord te houden.
Het is verboden te vissen met de typen vistuigen, bedoeld in hoofdstuk III van bijlage II van de verordening vangstmogelijkheden 2025, in het gebied, bedoeld in hoofdstuk I van die bijlage, en die typen vistuig aan boord te houden.
#### § 2. Vangstverboden contingentering
##### Artikel 21. Vangstverbod
1. Het is verboden met een vissersvaartuig op een vissoort, genoemd in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-07-05&g=2025-07-05), in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied te vissen.
2. Het eerste lid geldt niet indien voor het vissersvaartuig voor het desbetreffende vangstgebied een contingent geldt van de desbetreffende vissoort, voor zover dat contingent nog niet is opgevist en indien is voldaan aan [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=22&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
3. Het is verboden te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met een in [bijlage 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8a&z=2025-07-05&g=2025-07-05) vermeld vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, indien de aanlandplicht van toepassing is op vangsten van de vissoort of de vissoorten die bij dat vistuig is onderscheidenlijk zijn vermeld.
4. Het derde lid geldt niet indien voor het vissersvaartuig een contingent geldt van de bij het desbetreffende vistuig in [bijlage 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8a&z=2025-07-05&g=2025-07-05) vermelde vissoort of in voorkomend geval vissoorten, voor zover dat contingent of die contingenten, nog niet is onderscheidenlijk zijn opgevist en indien is voldaan aan [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=22&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
1. Het is verboden met een vissersvaartuig op een vissoort, genoemd in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-12-31&g=2025-12-31), in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied te vissen.
2. Het eerste lid geldt niet indien voor het vissersvaartuig voor het desbetreffende vangstgebied een contingent geldt van de desbetreffende vissoort, voor zover dat contingent nog niet is opgevist en indien is voldaan aan [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=22&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
3. Het is verboden te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met een in [bijlage 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8a&z=2025-12-31&g=2025-12-31) vermeld vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, indien de aanlandplicht van toepassing is op vangsten van de vissoort of de vissoorten die bij dat vistuig is onderscheidenlijk zijn vermeld.
4. Het derde lid geldt niet indien voor het vissersvaartuig een contingent geldt van de bij het desbetreffende vistuig in [bijlage 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8a&z=2025-12-31&g=2025-12-31) vermelde vissoort of in voorkomend geval vissoorten, voor zover dat contingent of die contingenten, nog niet is onderscheidenlijk zijn opgevist en indien is voldaan aan [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=22&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
5. Het is verboden in de ICES-sectoren 7d en 7e te varen of te vissen met een vissersvaartuig waarvoor een vismachtiging is verleend als bedoeld in artikel 8, derde lid, van verordening nr. 1954/2003 en dat is uitgerust met de schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter, tenzij voor het vissersvaartuig een contingent horsmakreel geldt dat nog niet is opgevist.
6. Het is verboden vangsten van een vissoort, genoemd in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-07-05&g=2025-07-05), aan boord te houden of aan te landen in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is, tenzij voor het vissersvaartuig een contingent voor de desbetreffende vissoort geldt dat nog niet is opgevist.
6. Het is verboden vangsten van een vissoort, genoemd in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-12-31&g=2025-12-31), aan boord te houden of aan te landen in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is, tenzij voor het vissersvaartuig een contingent voor de desbetreffende vissoort geldt dat nog niet is opgevist.
##### Artikel 22. Nadere voorschriften
1. Voor zover het de vissoorten tong of schol betreft, geldt voor het vissersvaartuig voor het desbetreffende vangstgebied zowel een contingent tong als een contingent schol.
2. Indien voor meer dan één vissersvaartuig van een ondernemer contingenten voor hetzelfde vangstgebied en voor dezelfde vissoort gelden, wordt voor de toepassing van [artikel 21, tweede, vierde en vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-07-05&g=2025-07-05), en [artikel 46a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), de som van die contingenten in aanmerking genomen.
2. Indien voor meer dan één vissersvaartuig van een ondernemer contingenten voor hetzelfde vangstgebied en voor dezelfde vissoort gelden, wordt voor de toepassing van [artikel 21, tweede, vierde en vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-12-31&g=2025-12-31), en [artikel 46a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), de som van die contingenten in aanmerking genomen.
##### Artikel 23. Uitzondering vangstverbod MFL1
1. In afwijking van [artikel 21, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-07-05&g=2025-07-05), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 op een vissoort te vissen in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied onderscheidenlijk te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met het in [bijlage 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8a&z=2025-07-05&g=2025-07-05) vermeld vistuig, dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.
2. In afwijking van [artikel 21, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-07-05&g=2025-07-05), is het toegestaan te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 dat is uitgerust met de schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter in de ICES-sectoren 7d en 7e, voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontinent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.
3. In afwijking van [artikel 21, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-07-05&g=2025-07-05), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 een vissoort aan boord te houden of aan te landen voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.
1. In afwijking van [artikel 21, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-12-31&g=2025-12-31), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 op een vissoort te vissen in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied onderscheidenlijk te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met het in [bijlage 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8a&z=2025-12-31&g=2025-12-31) vermeld vistuig, dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.
2. In afwijking van [artikel 21, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-12-31&g=2025-12-31), is het toegestaan te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 dat is uitgerust met de schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter in de ICES-sectoren 7d en 7e, voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontinent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.
3. In afwijking van [artikel 21, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-12-31&g=2025-12-31), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 een vissoort aan boord te houden of aan te landen voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.
##### Artikel 24. Toegestane vangsthoeveelheden
1. In afwijking van [artikel 21, eerste, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-07-05&g=2025-07-05), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 op de vissoorten kabeljauw, wijting of makreel te vissen in de vangstgebieden, bedoeld in [bijlage 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2025-07-05&g=2025-07-05), of te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met een in bijlage 8a vermeld vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft en waarbij de vissoorten kabeljauw, wijting of makreel worden vermeld, onderscheidenlijk deze vissoorten aan boord te houden of aan te landen, voor zover:
- a. voor het vissersvaartuig geen contingent kabeljauw, wijting of makreel, maar wel enig ander contingent geldt, of voor het vissersvaartuig ingevolge [artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024539&artikel=36) een vergunning voor het vangen van garnalen is verleend, en door het desbetreffende vissersvaartuig de in [bijlage 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2025-07-05&g=2025-07-05), vermelde hoeveelheid kabeljauw, wijting of makreel in de desbetreffende kalendermaand nog niet is opgevist;
1. In afwijking van [artikel 21, eerste, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-12-31&g=2025-12-31), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 op de vissoorten kabeljauw, wijting of makreel te vissen in de vangstgebieden, bedoeld in [bijlage 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2025-12-31&g=2025-12-31), of te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met een in bijlage 8a vermeld vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft en waarbij de vissoorten kabeljauw, wijting of makreel worden vermeld, onderscheidenlijk deze vissoorten aan boord te houden of aan te landen, voor zover:
- a. voor het vissersvaartuig geen contingent kabeljauw, wijting of makreel, maar wel enig ander contingent geldt, of voor het vissersvaartuig ingevolge [artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024539&artikel=36) een vergunning voor het vangen van garnalen is verleend, en door het desbetreffende vissersvaartuig de in [bijlage 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2025-12-31&g=2025-12-31), vermelde hoeveelheid kabeljauw, wijting of makreel in de desbetreffende kalendermaand nog niet is opgevist;
- b. het een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend betreft en door het desbetreffende vissersvaartuig de som van de hoeveelheden kabeljauw, wijting of makreel per kalendermaand, bedoeld onder a, voor de desbetreffende vissoort in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist;
- c. voor het vissersvaartuig noch een contingent geldt noch ingevolge [artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024539&artikel=36) een vergunning voor het vangen van garnalen is verleend, en door het desbetreffende vissersvaartuig de in [bijlage 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2025-07-05&g=2025-07-05), vermelde hoeveelheid kabeljauw, wijting of makreel in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist; of
- d. voor het vissersvaartuig geen contingent horsmakreel voor de EU-wateren van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d tezamen geldt en door het desbetreffende vissersvaartuig de in [bijlage 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2025-07-05&g=2025-07-05), vermelde hoeveelheid horsmakreel in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist.
2. In afwijking van [artikel 21, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-07-05&g=2025-07-05), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat is uitgerust met een schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter in ICES-sectoren 7d en 7e te vissen of te varen, voor zover voor het vissersvaartuig geen contingent horsmakreel voor de EU-wateren van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d tezamen geldt en door het desbetreffende vissersvaartuig de hoeveelheid horsmakreel, bedoeld in het eerste lid, onder d, in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist.
- c. voor het vissersvaartuig noch een contingent geldt noch ingevolge [artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024539&artikel=36) een vergunning voor het vangen van garnalen is verleend, en door het desbetreffende vissersvaartuig de in [bijlage 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2025-12-31&g=2025-12-31), vermelde hoeveelheid kabeljauw, wijting of makreel in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist; of
- d. voor het vissersvaartuig geen contingent horsmakreel voor de EU-wateren van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d tezamen geldt en door het desbetreffende vissersvaartuig de in [bijlage 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2025-12-31&g=2025-12-31), vermelde hoeveelheid horsmakreel in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist.
2. In afwijking van [artikel 21, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-12-31&g=2025-12-31), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat is uitgerust met een schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter in ICES-sectoren 7d en 7e te vissen of te varen, voor zover voor het vissersvaartuig geen contingent horsmakreel voor de EU-wateren van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d tezamen geldt en door het desbetreffende vissersvaartuig de hoeveelheid horsmakreel, bedoeld in het eerste lid, onder d, in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist.
3. De som van de ingevolge het eerste lid voor het kalenderjaar toegestane hoeveelheden kabeljauw, wijting, makreel of horsmakreel voor een vissersvaartuig van een ondernemer die lid is van een groep of producentenorganisatie worden in beheer gegeven aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie.
4. Indien de visvergunning wordt ingetrokken ingevolge [artikel 96, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=96&z=2025-07-05&g=2025-07-05), wordt de som van de ingevolge het eerste lid aan het betreffende vissersvaartuig beschikbaar gestelde hoeveelheden kabeljauw, wijting, makreel of horsmakreel voor zover die nog niet zijn opgevist, toegevoegd aan de door de minister gereserveerde vangstmogelijkheden, bedoeld in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=12&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
5. In afwijking van het vierde lid, blijft, indien de visvergunning wordt ingetrokken ingevolge [artikel 96, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=96&z=2025-07-05&g=2025-07-05), de som van de ingevolge het eerste lid aan het betreffende vissersvaartuig beschikbaar gestelde hoeveelheden kabeljauw, wijting, makreel of horsmakreel voor zover deze nog niet zijn opgevist, indien ze ingevolge [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-07-05&g=2025-07-05), aan een groepscontingent zijn toegekend, onderdeel van dat groepscontingent.
4. Indien de visvergunning wordt ingetrokken ingevolge [artikel 96, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=96&z=2025-12-31&g=2025-12-31), wordt de som van de ingevolge het eerste lid aan het betreffende vissersvaartuig beschikbaar gestelde hoeveelheden kabeljauw, wijting, makreel of horsmakreel voor zover die nog niet zijn opgevist, toegevoegd aan de door de minister gereserveerde vangstmogelijkheden, bedoeld in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=12&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
5. In afwijking van het vierde lid, blijft, indien de visvergunning wordt ingetrokken ingevolge [artikel 96, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=96&z=2025-12-31&g=2025-12-31), de som van de ingevolge het eerste lid aan het betreffende vissersvaartuig beschikbaar gestelde hoeveelheden kabeljauw, wijting, makreel of horsmakreel voor zover deze nog niet zijn opgevist, indien ze ingevolge [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-12-31&g=2025-12-31), aan een groepscontingent zijn toegekend, onderdeel van dat groepscontingent.
##### Artikel 25. Toegestane bijvangsten kabeljauw of wijting
@@ -468,27 +468,27 @@
##### Artikel 29. Bepaling contingent
1. Een ondernemer heeft in enig kalenderjaar voor zijn vissersvaartuig recht op een contingent van een in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-07-05&g=2025-07-05) vermelde vissoort ter grootte van het in bijlage 8 bij die vissoort vermelde percentage:
1. Een ondernemer heeft in enig kalenderjaar voor zijn vissersvaartuig recht op een contingent van een in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-12-31&g=2025-12-31) vermelde vissoort ter grootte van het in bijlage 8 bij die vissoort vermelde percentage:
- a. van de hoeveelheid waarvoor hij voor dat vissersvaartuig een recht op een contingent had op 31 december om 24.00 uur van het vorige kalenderjaar, voor zover hij op dat moment voor dat vissersvaartuig een recht op een contingent had van meer dan 0 kilogram van die vissoort; of
- b. van de hoeveelheid waarvoor hij voor dat vissersvaartuig een recht op een contingent had op 31 december om 24.00 uur van het laatste kalenderjaar waarin die hoeveelheid groter was dan 0 kilogram, voor zover hij op 31 december om 24.00 uur van het vorige kalenderjaar voor zijn vissersvaartuig een recht op een contingent had voor een hoeveelheid van 0 kilogram van die vissoort en op dat moment voor die vissoort in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-07-05&g=2025-07-05) een percentage van 0% was opgenomen.
- b. van de hoeveelheid waarvoor hij voor dat vissersvaartuig een recht op een contingent had op 31 december om 24.00 uur van het laatste kalenderjaar waarin die hoeveelheid groter was dan 0 kilogram, voor zover hij op 31 december om 24.00 uur van het vorige kalenderjaar voor zijn vissersvaartuig een recht op een contingent had voor een hoeveelheid van 0 kilogram van die vissoort en op dat moment voor die vissoort in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-12-31&g=2025-12-31) een percentage van 0% was opgenomen.
2. Een ondernemer heeft slechts recht op een contingent tong of schol, indien hij ook recht heeft op een contingent schol onderscheidenlijk tong.
3. Voor de bepaling van een contingent voor een kalenderjaar wordt de hoeveelheid waarmee het contingent voor het daaraan voorafgaande jaar ingevolge [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=39&z=2025-07-05&g=2025-07-05) is gekort, niet meegerekend.
4. De minister wijzigt het in het eerste lid genoemde percentage voor een vissoort indien ten gevolge van een bindende EU-rechtshandeling de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2024, voor zover van toepassing voor 2025, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden van die vissoort worden verlaagd.
3. Voor de bepaling van een contingent voor een kalenderjaar wordt de hoeveelheid waarmee het contingent voor het daaraan voorafgaande jaar ingevolge [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=39&z=2025-12-31&g=2025-12-31) is gekort, niet meegerekend.
4. De minister wijzigt het in het eerste lid genoemde percentage voor een vissoort indien ten gevolge van een bindende EU-rechtshandeling de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden van die vissoort worden verlaagd.
5. De minister kan ten behoeve van een ondernemer die zijn contingent van een vissoort nog niet heeft overschreden, het in het eerste lid genoemde percentage wijzigen indien:
- a. het Nederlands quotum voor die vissoort daartoe ruimte biedt; of
- b. ten gevolge van de in artikel 14 van de verordening vangstmogelijkheden genoemde bepalingen, wijziging optreedt in de voor Nederland beschikbare hoeveelheid van die vissoort.
- b. ten gevolge van de in artikel 15 van de verordening vangstmogelijkheden genoemde bepalingen, wijziging optreedt in de voor Nederland beschikbare hoeveelheid van die vissoort.
##### Artikel 30. Document met contingent
1. De minister reikt aan de ondernemer die op grond van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-07-05&g=2025-07-05), recht heeft op een contingent, een document uit waarin het overeenkomstig de artikelen 29 en [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=39&z=2025-07-05&g=2025-07-05) bepaalde contingent van een vissoort voor het desbetreffende kalenderjaar is vermeld en dat ten minste de volgende gegevens bevat:
1. De minister reikt aan de ondernemer die op grond van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-12-31&g=2025-12-31), recht heeft op een contingent, een document uit waarin het overeenkomstig de artikelen 29 en [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=39&z=2025-12-31&g=2025-12-31) bepaalde contingent van een vissoort voor het desbetreffende kalenderjaar is vermeld en dat ten minste de volgende gegevens bevat:
- a. de naam van de ondernemer op wiens naam het vissersvaartuig, waarvoor het contingent geldt, staat geregistreerd; en
@@ -506,17 +506,17 @@
##### Artikel 32. Toekenning groepscontingent
1. Indien de minister voor 1 februari van enig kalenderjaar een daartoe strekkend verzoek dat is ingediend overeenkomstig [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=34&z=2025-07-05&g=2025-07-05) heeft ontvangen van een groep of een producentenorganisatie, kent hij aan die groep of producentenorganisatie een groepscontingent van een vissoort voor een vangstgebied toe gelijk aan:
1. Indien de minister voor 1 februari van enig kalenderjaar een daartoe strekkend verzoek dat is ingediend overeenkomstig [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=34&z=2025-12-31&g=2025-12-31) heeft ontvangen van een groep of een producentenorganisatie, kent hij aan die groep of producentenorganisatie een groepscontingent van een vissoort voor een vangstgebied toe gelijk aan:
- a. de som van de contingenten van die vissoort die in beheer zijn gegeven aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie, en
- b. de som van de op grond van [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie in beheer gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort,
- b. de som van de op grond van [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-12-31&g=2025-12-31) aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie in beheer gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort,
voor zover deze niet zijn opgevist en aangeland.
2. Een groepscontingent van een vissoort staat op naam van de groep of de producentenorganisatie en geldt ten gunste van de vissersvaartuigen van ondernemers:
- a. waarvan de contingenten of de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) bedoelde som van de hoeveelheden van de desbetreffende soorten aan de groep of de producentenorganisatie in beheer zijn gegeven, of
- a. waarvan de contingenten of de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-12-31&g=2025-12-31) bedoelde som van de hoeveelheden van de desbetreffende soorten aan de groep of de producentenorganisatie in beheer zijn gegeven, of
- b. die lid zijn van de desbetreffende producentenorganisatie en in voorkomend geval van de desbetreffende groep.
@@ -532,7 +532,7 @@
##### Artikel 34. Indiening verzoek door groep of PO
1. Het verzoek, bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-07-05&g=2025-07-05), wordt door de groep of de producentenorganisatie ingediend en gaat vergezeld van de volgende bescheiden:
1. Het verzoek, bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-12-31&g=2025-12-31), wordt door de groep of de producentenorganisatie ingediend en gaat vergezeld van de volgende bescheiden:
- a. een visplan;
@@ -564,7 +564,7 @@
- b. ziet erop toe dat de leden van de groep of de producentenorganisatie het groepscontingent niet overschrijden;
- c. ziet erop toe dat de leden van de groep of de producentenorganisatie de [artikelen 20a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=20a&z=2025-07-05&g=2025-07-05) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-07-05&g=2025-07-05) naleven;
- c. ziet erop toe dat de leden van de groep of de producentenorganisatie de [artikelen 20a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=20a&z=2025-12-31&g=2025-12-31) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-12-31&g=2025-12-31) naleven;
- d. past in geval van overschrijding van het individueel aandeel of van het groepscontingent sanctiemaatregelen toe;
@@ -578,7 +578,7 @@
- i. verstrekt de minister op verzoek een kopie van de gegevens, bedoeld in de onderdelen e en f; en
- j. stuurt de door het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie ingevolge [artikel 110, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=3&artikel=110&z=2025-07-05&g=2025-07-05), ontvangen gegevens na ontvangst onverwijld door aan de minister;
- j. stuurt de door het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie ingevolge [artikel 110, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=3&artikel=110&z=2025-12-31&g=2025-12-31), ontvangen gegevens na ontvangst onverwijld door aan de minister;
- k. ziet, indien de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden wordt opgedeeld per individueel vissersvaartuig, erop toe dat voor het ter beschikking stellen van een deel hiervan aan een ander vissersvaartuig geen financiële vergoeding wordt gegeven.
@@ -586,7 +586,7 @@
##### Artikel 36. Onttrekking aan groepscontingent
1. De ten behoeve van een groepscontingent in beheer gegeven contingenten of som van de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) bedoelde hoeveelheden van een vissoort kunnen door een ondernemer gedurende een kalenderjaar slechts geheel of gedeeltelijk aan het groepscontingent worden onttrokken, indien:
1. De ten behoeve van een groepscontingent in beheer gegeven contingenten of som van de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-12-31&g=2025-12-31) bedoelde hoeveelheden van een vissoort kunnen door een ondernemer gedurende een kalenderjaar slechts geheel of gedeeltelijk aan het groepscontingent worden onttrokken, indien:
- a. hij daarvan melding doet aan de minister;
@@ -594,7 +594,7 @@
- c. het groepscontingent van de desbetreffende vissoort of indien het tong of schol betreft, het groepscontingent tong en het groepscontingent schol op het moment van ontvangst van de melding nog niet geheel is opgevist.
2. De te onttrekken contingenten of de som van de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) bedoelde hoeveelheden van een vissoort worden verminderd met de vangsten die tot de datum van onttrekking op basis van die contingenten of de som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden zijn gerealiseerd.
2. De te onttrekken contingenten of de som van de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-12-31&g=2025-12-31) bedoelde hoeveelheden van een vissoort worden verminderd met de vangsten die tot de datum van onttrekking op basis van die contingenten of de som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden zijn gerealiseerd.
3. De onttrekking vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer en aan de groep of de producentenorganisatie, dat de melding is ontvangen.
@@ -602,11 +602,11 @@
1. De minister kan op verzoek van het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie een deelnemer aan een groepscontingent van verdere deelname uitsluiten indien de deelnemer de binnen de groep of de producentenorganisatie geldende regels niet naleeft.
2. De uitgesloten deelnemer aan een groepscontingent heeft voor zover hij een contingent of een som van de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) bedoelde hoeveelheden in beheer heeft gegeven aan de groep of de producentenorganisatie voor zijn vissersvaartuig recht op een contingent onderscheidenlijk een som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden van de desbetreffende vissoort dat gelijk is aan het op grond van de [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-07-05&g=2025-07-05), geldende contingent van die vissoort, verminderd met de tot de datum van uitsluiting met dat vissersvaartuig gerealiseerde vangsten of indien deze hoger zijn, verminderd met het evenredig aandeel van de vangsten gerealiseerd door de deelnemers aan het groepscontingent.
2. De uitgesloten deelnemer aan een groepscontingent heeft voor zover hij een contingent of een som van de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-12-31&g=2025-12-31) bedoelde hoeveelheden in beheer heeft gegeven aan de groep of de producentenorganisatie voor zijn vissersvaartuig recht op een contingent onderscheidenlijk een som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden van de desbetreffende vissoort dat gelijk is aan het op grond van de [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-12-31&g=2025-12-31), geldende contingent van die vissoort, verminderd met de tot de datum van uitsluiting met dat vissersvaartuig gerealiseerde vangsten of indien deze hoger zijn, verminderd met het evenredig aandeel van de vangsten gerealiseerd door de deelnemers aan het groepscontingent.
##### Artikel 38. Basis voor bepaling contingenten
Bij de vermindering, bedoeld in de [artikelen 36, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=36&z=2025-07-05&g=2025-07-05), en [37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=37&z=2025-07-05&g=2025-07-05), gaat de minister uit van de gegevens uit het Visserij Registratie en Informatie Systeem van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, aangevuld met de gegevens uit de laatste door het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie overgelegde kopie van de administratieve gegevens, bedoeld in [artikel 35, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=35&z=2025-07-05&g=2025-07-05), behoudens tegenbewijs van de belanghebbende bij het desbetreffende contingent.
Bij de vermindering, bedoeld in de [artikelen 36, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=36&z=2025-12-31&g=2025-12-31), en [37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=37&z=2025-12-31&g=2025-12-31), gaat de minister uit van de gegevens uit het Visserij Registratie en Informatie Systeem van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, aangevuld met de gegevens uit de laatste door het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie overgelegde kopie van de administratieve gegevens, bedoeld in [artikel 35, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=35&z=2025-12-31&g=2025-12-31), behoudens tegenbewijs van de belanghebbende bij het desbetreffende contingent.
#### § 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten
@@ -624,15 +624,15 @@
6. In afwijking van het eerste tot en met vijfde lid, kan de minister op verzoek van de ondernemer de overschrijding van:
- a. het contingent schol geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-07-05&g=2025-07-05), geldende contingent tong waarbij voor elke 5 kilogram schol 1 kilogram tong in mindering wordt gebracht; of
- b. het contingent tong geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-07-05&g=2025-07-05), geldende contingent schol, waarbij voor elke kilogram tong 5 kilogram schol in mindering wordt gebracht.
7. De leden 1 tot en met 5, gelden niet indien aan de ondernemer of de deelnemers aan het groepscontingent op basis van een overeenkomstig [artikel 46a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46a&z=2025-07-05&g=2025-07-05) ingediende aanvraag een aanlandcontingent ter grootte van de overschrijding is verstrekt, voor zover de betrokken ondernemer of de betrokken deelnemers aan het groepscontingent heeft onderscheidenlijk hebben voldaan aan [artikel 46c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46c&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
- a. het contingent schol geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-12-31&g=2025-12-31), geldende contingent tong waarbij voor elke 5 kilogram schol 1 kilogram tong in mindering wordt gebracht; of
- b. het contingent tong geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-12-31&g=2025-12-31), geldende contingent schol, waarbij voor elke kilogram tong 5 kilogram schol in mindering wordt gebracht.
7. De leden 1 tot en met 5, gelden niet indien aan de ondernemer of de deelnemers aan het groepscontingent op basis van een overeenkomstig [artikel 46a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46a&z=2025-12-31&g=2025-12-31) ingediende aanvraag een aanlandcontingent ter grootte van de overschrijding is verstrekt, voor zover de betrokken ondernemer of de betrokken deelnemers aan het groepscontingent heeft onderscheidenlijk hebben voldaan aan [artikel 46c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46c&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
##### Artikel 40. Andere verdeling van contingenten over vissersvaartuigen
1. In afwijking van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-07-05&g=2025-07-05), kan een ondernemer op wiens naam meer dan één vissersvaartuigen geregistreerd zijn waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt, die contingenten op een andere manier over deze vissersvaartuigen verdelen.
1. In afwijking van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-12-31&g=2025-12-31), kan een ondernemer op wiens naam meer dan één vissersvaartuigen geregistreerd zijn waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt, die contingenten op een andere manier over deze vissersvaartuigen verdelen.
2. De verdeling is slechts toegestaan, indien:
@@ -646,9 +646,9 @@
##### Artikel 41. Overdraagbaarheid van contingenten
1. Het recht van een ondernemer op een contingent van een vissoort is geheel of gedeeltelijk overdraagbaar aan één of meer ondernemers met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1 indien is voldaan aan het tweede tot en met het vijfde lid en aan de [artikelen 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=42&z=2025-07-05&g=2025-07-05) en [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=43&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
2. Een ondernemer die zijn contingent geheel of gedeeltelijk wil overdragen, dient daarvoor een verzoek in bij de minister. Dit verzoek gaat vergezeld van het document, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=30&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
1. Het recht van een ondernemer op een contingent van een vissoort is geheel of gedeeltelijk overdraagbaar aan één of meer ondernemers met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1 indien is voldaan aan het tweede tot en met het vijfde lid en aan de [artikelen 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=42&z=2025-12-31&g=2025-12-31) en [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=43&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
2. Een ondernemer die zijn contingent geheel of gedeeltelijk wil overdragen, dient daarvoor een verzoek in bij de minister. Dit verzoek gaat vergezeld van het document, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=30&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
3. Indien de ondernemer aan wie het contingent wordt overgedragen, meer dan één vissersvaartuig heeft, wordt bij het verzoek vermeld welk deel van het over te dragen contingent voor elk van deze vissersvaartuigen komt te gelden.
@@ -670,7 +670,7 @@
##### Artikel 43. Overdracht van contingenten
De overdracht vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer aan wie het contingent van een vissoort wordt overgedragen, dat het overgedragen contingent voor een door de ondernemer aangewezen vissersvaartuig of vissersvaartuigen op zijn naam komt te gelden en dat dat contingent voor het lopende kalenderjaar is verminderd met het eventueel opgeviste deel daarvan, de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=39&z=2025-07-05&g=2025-07-05), en de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 46c, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46c&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
De overdracht vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer aan wie het contingent van een vissoort wordt overgedragen, dat het overgedragen contingent voor een door de ondernemer aangewezen vissersvaartuig of vissersvaartuigen op zijn naam komt te gelden en dat dat contingent voor het lopende kalenderjaar is verminderd met het eventueel opgeviste deel daarvan, de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=39&z=2025-12-31&g=2025-12-31), en de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 46c, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46c&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
##### Artikel 44. Aanhouden van contingenten
@@ -688,7 +688,7 @@
##### Artikel 45. Ingebruikgeving van contingenten
1. Een ondernemer kan het contingent van een vissoort dat voor zijn vissersvaartuig geldt of dat ingevolge [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=44&z=2025-07-05&g=2025-07-05) is aangehouden, in het kalenderjaar geheel of gedeeltelijk in gebruik geven aan:
1. Een ondernemer kan het contingent van een vissoort dat voor zijn vissersvaartuig geldt of dat ingevolge [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=44&z=2025-12-31&g=2025-12-31) is aangehouden, in het kalenderjaar geheel of gedeeltelijk in gebruik geven aan:
- a. een met name genoemde ondernemer met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1 voor wiens vissersvaartuig een contingent geldt van dezelfde vissoort en voor zover het een contingent voor de vissoorten tong of schol betreft voor het vissersvaartuig zowel een contingent tong als schol geldt; of
@@ -700,7 +700,7 @@
- b. de periode waarvoor het contingent van een vissoort geheel of gedeeltelijk in gebruik wordt gegeven op het moment van de melding, bedoeld in onderdeel a, kleiner is dan de resterende periode waarvoor het desbetreffende contingent is aangehouden.
3. De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, dat de melding is ontvangen. Indien het voor dat kalenderjaar voor het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen van de ondernemer waaraan in gebruik wordt gegeven geldende contingent van de desbetreffende vissoort is overschreden op het moment van ontvangst van de in het tweede lid bedoelde melding, vindt de kennisgeving voor het lopende kalenderjaar slechts plaats nadat de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 46c, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46c&z=2025-07-05&g=2025-07-05), daarop in mindering zijn gebracht.
3. De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, dat de melding is ontvangen. Indien het voor dat kalenderjaar voor het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen van de ondernemer waaraan in gebruik wordt gegeven geldende contingent van de desbetreffende vissoort is overschreden op het moment van ontvangst van de in het tweede lid bedoelde melding, vindt de kennisgeving voor het lopende kalenderjaar slechts plaats nadat de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 46c, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46c&z=2025-12-31&g=2025-12-31), daarop in mindering zijn gebracht.
##### Artikel 46. Ingebruikgeving van groepscontingenten
@@ -708,7 +708,7 @@
2. Een bestuur van een groep of van een producentenorganisatie kan het groepscontingent van een vissoort gedeeltelijk in gebruik geven aan een of meer met name genoemde ondernemers, met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1, die geen lid is onderscheidenlijk zijn van een groep of een producentenorganisatie en voor wiens vissersvaartuig een contingent van dezelfde vissoort geldt, of voor zover het contingent voor de vissoorten tong of schol betreft, voor beide soorten een contingent geldt, indien het bestuur van de ingebruikgeving voor 1 maart van het desbetreffende kalenderjaar melding heeft gedaan aan de minister.
3. De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie dat de melding is ontvangen. Indien het voor dat kalenderjaar voor het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen van de ondernemer waaraan in gebruik wordt gegeven geldende contingent van de desbetreffende vissoort is overschreden op het moment van ontvangst van de in het tweede lid bedoelde melding, vindt de kennisgeving voor het lopende kalenderjaar slechts plaats nadat de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 46c, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46c&z=2025-07-05&g=2025-07-05), daarop in mindering zijn gebracht.
3. De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie dat de melding is ontvangen. Indien het voor dat kalenderjaar voor het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen van de ondernemer waaraan in gebruik wordt gegeven geldende contingent van de desbetreffende vissoort is overschreden op het moment van ontvangst van de in het tweede lid bedoelde melding, vindt de kennisgeving voor het lopende kalenderjaar slechts plaats nadat de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 46c, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46c&z=2025-12-31&g=2025-12-31), daarop in mindering zijn gebracht.
#### § 6. Overige bepalingen over contingenten
@@ -720,13 +720,13 @@
##### Artikel 48. Nadere voorschriften contingenten haring
Indien het een contingent haring betreft, zijn de [artikelen 31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=31&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=40&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [41, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=41&z=2025-07-05&g=2025-07-05), voor zover verband houdend met gedeeltelijke overdracht, [44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=44&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=45&z=2025-07-05&g=2025-07-05), en [46, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=46&z=2025-07-05&g=2025-07-05), uitsluitend van toepassing, indien het één en hetzelfde vangstgebied betreft.
Indien het een contingent haring betreft, zijn de [artikelen 31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=31&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=40&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [41, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=41&z=2025-12-31&g=2025-12-31), voor zover verband houdend met gedeeltelijke overdracht, [44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=44&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=45&z=2025-12-31&g=2025-12-31), en [46, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=46&z=2025-12-31&g=2025-12-31), uitsluitend van toepassing, indien het één en hetzelfde vangstgebied betreft.
##### Artikel 49. Nadere voorschriften meldingen
1. Een melding als bedoeld in de [artikelen 30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=30&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [36, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=36&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [40, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=40&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [45, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=45&z=2025-07-05&g=2025-07-05), en [46, eerste en tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=46&z=2025-07-05&g=2025-07-05), wordt bij de minister gedaan op een daartoe bestemd formulier.
2. Een verzoek als bedoeld in de [artikelen 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=37&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [39, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=39&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [41, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=41&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [42, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=42&z=2025-07-05&g=2025-07-05), en [44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=44&z=2025-07-05&g=2025-07-05), wordt bij de minister ingediend op een daartoe bestemd formulier.
1. Een melding als bedoeld in de [artikelen 30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=30&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [36, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=36&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [40, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=40&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [45, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=45&z=2025-12-31&g=2025-12-31), en [46, eerste en tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=46&z=2025-12-31&g=2025-12-31), wordt bij de minister gedaan op een daartoe bestemd formulier.
2. Een verzoek als bedoeld in de [artikelen 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=37&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [39, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=39&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [41, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=41&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [42, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=42&z=2025-12-31&g=2025-12-31), en [44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=44&z=2025-12-31&g=2025-12-31), wordt bij de minister ingediend op een daartoe bestemd formulier.
### Hoofdstuk 3. Technische maatregelen
@@ -810,7 +810,7 @@
##### Artikel 59. Aanvullende maatregelen herstel kabeljauwbestanden in Noordzee
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4 tot en met 9 van verordening nr. 2056/2001.
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4 tot en met 8 van [verordening nr. 2056/2001](32001R2056).
##### Artikel 60. Aanvullende maatregelen herstel heek in ICES 3, 4, 5, 6, 7 en 8a, b, d, e
@@ -898,7 +898,7 @@
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11 en 12 van [verordening 2016/1139](32016R1139) en met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 6, eerste lid, 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van [verordening 2016/1139](32016R1139) vastgestelde gedelegeerde handelingen.
2. Als havens als bedoeld in artikel 14 van [verordening 2016/1139](32016R1139) worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-07-05&g=2025-07-05), toegelaten havens.
2. Als havens als bedoeld in artikel 14 van [verordening 2016/1139](32016R1139) worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-12-31&g=2025-12-31), toegelaten havens.
##### Artikel 75
@@ -920,7 +920,7 @@
##### Artikel 79. Verbod uitoefening visserij op gequoteerde soorten met niet vissersvaartuigen
1. Het is verboden met andere vaartuigen dan vissersvaartuigen de visserij met trawlnetten, vistuig van het type staandwant, Deense zegennetten of soortgelijke netten uit te oefenen op de vissoorten genoemd in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2024, voor zover van toepassing voor 2025, in de bij die vissoorten genoemde wateren alsmede dergelijke netten aan boord te houden van een ander vaartuig dan een vissersvaartuig.
1. Het is verboden met andere vaartuigen dan vissersvaartuigen de visserij met trawlnetten, vistuig van het type staandwant, Deense zegennetten of soortgelijke netten uit te oefenen op de vissoorten genoemd in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, in de bij die vissoorten genoemde wateren alsmede dergelijke netten aan boord te houden van een ander vaartuig dan een vissersvaartuig.
2. Vervallen.
@@ -1034,11 +1034,11 @@
##### Artikel 87. Verzegeling motoren
1. Voor de toepassing van het tweede tot en met vijfde lid en de [artikelen 88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2025-07-05&g=2025-07-05) en [94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=94&z=2025-07-05&g=2025-07-05) wordt onder motorvermogen verstaan: maximaal continue-vermogen zonder aftrek van door de motor aangedreven hulpmachines, uitgedrukt in kW dat de hoofdmotor of hoofdmotoren zonder overbelasting kan onderscheidenlijk, kunnen leveren, en dat mechanisch, elektrisch, hydraulisch of anderszins kan worden aangewend voor de voortstuwing van het vaartuig, zoals dat is vastgesteld door de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport ingevolge het [Vissersvaartuigenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004607) of het [Vissersvaartuigenbesluit 2002](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013342), of in voorkomend geval blijkt uit een verklaring inzake het maximaal continue-vermogen, opgesteld door de fabrikant of de leverancier.
2. Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 120 kW is, is het verboden de visserij uit te oefenen met dat vissersvaartuig, indien de hoofdmotor of de hoofdmotoren van het vaartuig niet door een onderneming die is erkend op grond van [artikel 87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2025-07-05&g=2025-07-05) zijn verzegeld.
3. Terzake van de in het tweede lid bedoelde verzegeling wordt door een erkend zegelbureau overeenkomstig de voorschriften die zijn opgenomen in [bijlage 12b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12b&z=2025-07-05&g=2025-07-05), een zegelplan opgemaakt.
1. Voor de toepassing van het tweede tot en met vijfde lid en de [artikelen 88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2025-12-31&g=2025-12-31) en [94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=94&z=2025-12-31&g=2025-12-31) wordt onder motorvermogen verstaan: maximaal continue-vermogen zonder aftrek van door de motor aangedreven hulpmachines, uitgedrukt in kW dat de hoofdmotor of hoofdmotoren zonder overbelasting kan onderscheidenlijk, kunnen leveren, en dat mechanisch, elektrisch, hydraulisch of anderszins kan worden aangewend voor de voortstuwing van het vaartuig, zoals dat is vastgesteld door de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport ingevolge het [Vissersvaartuigenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004607) of het [Vissersvaartuigenbesluit 2002](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013342), of in voorkomend geval blijkt uit een verklaring inzake het maximaal continue-vermogen, opgesteld door de fabrikant of de leverancier.
2. Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 120 kW is, is het verboden de visserij uit te oefenen met dat vissersvaartuig, indien de hoofdmotor of de hoofdmotoren van het vaartuig niet door een onderneming die is erkend op grond van [artikel 87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2025-12-31&g=2025-12-31) zijn verzegeld.
3. Terzake van de in het tweede lid bedoelde verzegeling wordt door een erkend zegelbureau overeenkomstig de voorschriften die zijn opgenomen in [bijlage 12b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12b&z=2025-12-31&g=2025-12-31), een zegelplan opgemaakt.
4. De ondernemer stuurt na opmaak of wijziging van het zegelplan, bedoeld in het derde lid, een afschrift hiervan aan de minister.
@@ -1048,11 +1048,11 @@
1. Voor zover een vissersvaartuig is aangemeld bij de Inspectie Leefomgeving en Transport zoals vereist krachtens [artikel 20, tweede lid, van het Vissersvaartuigenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004607&artikel=20) of [artikel 1.11 van het Vissersvaartuigenbesluit 2002](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013342&artikel=1.11) heeft de ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde de desbetreffende aanmelding aan boord van het vissersvaartuig.
2. Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 120 kW is, heeft de ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde het zegelplan, bedoeld in [artikel 88, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2025-07-05&g=2025-07-05), aan boord van het vissersvaartuig.
2. Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 120 kW is, heeft de ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde het zegelplan, bedoeld in [artikel 88, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2025-12-31&g=2025-12-31), aan boord van het vissersvaartuig.
3. De ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde doet onverwijld doch in ieder geval vóór het tijdstip van aanlanding melding van wijzigingen die zich ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het desbetreffende vaartuig hebben voorgedaan ten opzichte van de in het eerste lid bedoelde aanmelding of het bij dat vaartuig behorende zegelplan en die hem bekend waren of hem redelijkerwijs bekend hadden moeten zijn. Wijzigingen die kennelijk zijn opgetreden door menselijk toedoen worden in ieder geval aangemerkt als redelijkerwijs bekend.
4. De melding, bedoeld in het derde lid, geschiedt overeenkomstig [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
4. De melding, bedoeld in het derde lid, geschiedt overeenkomstig [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
##### Artikel 89. Vermelding vissoort op verpakking
@@ -1102,7 +1102,7 @@
1. Het is verboden om in strijd te handelen met artikel 6, eerste lid, van de controleverordening.
2. De in artikel 6, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde visvergunning wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=93&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
2. De in artikel 6, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde visvergunning wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=93&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
3. De aanvraag tot inschrijving van een vaartuig in het visserijregister, bedoeld in [artikel 6 van het Registratiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009353&artikel=6), alsmede de mededeling, bedoeld in [artikel 7, tweede lid, van het Registratiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009353&artikel=7), wordt in voorkomend geval als een aanvraag tot verlening van een visvergunning beschouwd.
@@ -1122,7 +1122,7 @@
- f. het vissersvaartuig behoort tot hetzelfde segment als voor het moment van doorhaling, dan wel tot hetzelfde segment als het vissersvaartuig dat wordt vervangen; en
- g. is voldaan aan [artikel 87, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
- g. is voldaan aan [artikel 87, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
2. In afwijking van het eerste lid wordt een visvergunning verleend voor een vissersvaartuig waarvan het motorvermogen of de tonnage is toegenomen, indien ten aanzien van het vissersvaartuig een visvergunning was verleend wat betreft het oorspronkelijke motorvermogen of de oorspronkelijke tonnage, en de aanvrager van de visvergunning kan aantonen dat:
@@ -1148,7 +1148,7 @@
- a. het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het vissersvaartuig hoger is dan het op de visvergunning vermelde motorvermogen;
- b. er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het vissersvaartuig wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van het desbetreffende in [artikel 87, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2025-07-05&g=2025-07-05), bedoelde zegelplan, of de in [artikel 88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2025-07-05&g=2025-07-05), bedoelde aanmelding, of
- b. er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het vissersvaartuig wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van het desbetreffende in [artikel 87, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2025-12-31&g=2025-12-31), bedoelde zegelplan, of de in [artikel 88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2025-12-31&g=2025-12-31), bedoelde aanmelding, of
- c. de tonnage van het vissersvaartuig hoger is dan de op de visvergunning vermelde tonnage.
@@ -1156,7 +1156,7 @@
3. De minister besluit de ongeldigheid van de visvergunning op te heffen, indien de ondernemer of diens gemachtigde hem bescheiden heeft doen toekomen waaruit te zijnen genoegen blijkt dat:
- a. indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen a of b, het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig het op de visvergunning vermelde motorvermogen niet overschrijdt, onderscheidenlijk er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig geen afwijkingen zijn ten opzichte van het desbetreffende in [artikel 87, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2025-07-05&g=2025-07-05), bedoelde zegelplan of de in [artikel 88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2025-07-05&g=2025-07-05), bedoelde aanmelding;
- a. indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen a of b, het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig het op de visvergunning vermelde motorvermogen niet overschrijdt, onderscheidenlijk er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig geen afwijkingen zijn ten opzichte van het desbetreffende in [artikel 87, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2025-12-31&g=2025-12-31), bedoelde zegelplan of de in [artikel 88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2025-12-31&g=2025-12-31), bedoelde aanmelding;
- b. indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, de tonnage van het vissersvaartuig overeenkomt met de op de visvergunning vermelde gegevens.
@@ -1178,7 +1178,7 @@
3. De minister kan de visvergunning voor een bepaalde periode schorsen of intrekken indien naar het oordeel van de minister:
- a. met het vissersvaartuig de visserij kennelijk is uitgeoefend in strijd met [artikel 20a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=20a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [artikel 21, eerste, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-07-05&g=2025-07-05), de [artikelen 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=22&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [46a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [46c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46c&z=2025-07-05&g=2025-07-05) of [artikel 130, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=8&artikel=130&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van deze regeling; of
- a. met het vissersvaartuig de visserij kennelijk is uitgeoefend in strijd met [artikel 20a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=20a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [artikel 21, eerste, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-12-31&g=2025-12-31), de [artikelen 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=22&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [46a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [46c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46c&z=2025-12-31&g=2025-12-31) of [artikel 130, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=8&artikel=130&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van deze regeling; of
- b. de ondernemer van een vissersvaartuig ten aanzien van wie een visvergunning is verleend, of diens gemachtigde, niet voldoet aan de aan de visvergunning verbonden voorschriften.
@@ -1190,7 +1190,7 @@
1. Het is verboden om in strijd te handelen met artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, ongeacht de lengte van het betrokken vissersvaartuig.
2. De in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde vismachtiging wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig [artikel 98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=98&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
2. De in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde vismachtiging wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig [artikel 98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=98&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
##### Artikel 98. Verlening vismachtiging
@@ -1198,11 +1198,11 @@
2. Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 5, eerste of derde lid, van [verordening 2016/2336](32016R2336) bedoelde visserij onderscheidenlijk visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 14 en aan artikel 8 van [verordening 2016/2336](32016R2336).
3. Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c of d, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan [artikel 84a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=84a&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
4. Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 1, eerste lid, van [verordening 2018/973](32873R2018) bedoelde visserijactiviteiten betreft, die worden verricht in het deelgebied en in de sectoren, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van deze verordening, met een van de vistuigen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van deze verordening, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan [artikel 86a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=86a&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
5. Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 25, eerste lid, onder c, van [verordening 2019/1241](33141R2019) bedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=55&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
3. Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c of d, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan [artikel 84a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=84a&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
4. Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 1, eerste lid, van [verordening 2018/973](32873R2018) bedoelde visserijactiviteiten betreft, die worden verricht in het deelgebied en in de sectoren, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van deze verordening, met een van de vistuigen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van deze verordening, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan [artikel 86a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=86a&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
5. Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 25, eerste lid, onder c, van [verordening 2019/1241](33141R2019) bedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=55&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
6. De minister kan weigeren een vismachtiging te verlenen indien hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van verplichtingen van de Europese Unie.
@@ -1216,7 +1216,7 @@
##### Artikel 100. Schorsing of intrekking vismachtiging
1. De minister schorst de vismachtiging of trekt deze in in de situatie, bedoeld in [artikel 7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de controleverordening.
1. De minister schorst de vismachtiging of trekt deze in in de situatie, bedoeld in [artikel 7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de controleverordening.
2. De minister kan de vismachtiging voor een bepaalde periode geheel of gedeeltelijk schorsen of intrekken indien naar het oordeel van de minister de desbetreffende ondernemer, of diens gemachtigde, niet voldoet aan de aan de vismachtiging verbonden voorschriften.
@@ -1276,7 +1276,7 @@
6. De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 14, zesde lid, 21, vierde lid, en 23, derde lid, van de controleverordening en in artikel 32 van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de RVO.
7. Als omrekeningsfactoren als bedoeld in artikel 49, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, worden vastgesteld de omrekeningsfactoren die zijn opgenomen in [bijlage 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=10&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
7. Als omrekeningsfactoren als bedoeld in artikel 49, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, worden vastgesteld de omrekeningsfactoren die zijn opgenomen in [bijlage 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=10&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
##### Artikel 105. Elektronisch invullen/verzenden visserijlogboekgegevens
@@ -1300,7 +1300,7 @@
3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is van overeenkomstige toepassing in het geval het overladen is onderbroken.
4. Als havens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-07-05&g=2025-07-05), toegelaten havens.
4. Als havens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-12-31&g=2025-12-31), toegelaten havens.
##### Artikel 108. Elektronisch invullen/verzenden aangifte van overlading
@@ -1332,7 +1332,7 @@
- d. het gereglementeerd gebied waar zal worden gevist.
4. Ingeval de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger voornemens is in de beheersperiode hetzelfde type vistuig of dezelfde typen vistuigen te gebruiken als het type vistuig dat of de typen vistuigen die voor het desbetreffende gereglementeerd geografisch gebied is of zijn vermeld in de in [artikel 97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=97&z=2025-07-05&g=2025-07-05), bedoelde vismachtiging die betrekking heeft op de daaraan voorafgaande beheersperiode, wordt de kennisgeving tot verkrijging van die vismachtiging aangemerkt als kennisgeving als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de controleverordening.
4. Ingeval de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger voornemens is in de beheersperiode hetzelfde type vistuig of dezelfde typen vistuigen te gebruiken als het type vistuig dat of de typen vistuigen die voor het desbetreffende gereglementeerd geografisch gebied is of zijn vermeld in de in [artikel 97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=97&z=2025-12-31&g=2025-12-31), bedoelde vismachtiging die betrekking heeft op de daaraan voorafgaande beheersperiode, wordt de kennisgeving tot verkrijging van die vismachtiging aangemerkt als kennisgeving als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de controleverordening.
5. De gegevens die worden vermeld in de voor de beheersperiode af te geven vismachtiging worden gebaseerd op de meest recente kennisgeving.
@@ -1382,7 +1382,7 @@
1. Het is verboden in strijd te handelen te handelen met de artikelen 42, eerste lid, en 43, tweede lid, en 44 van de controleverordening.
2. Als havens als bedoeld in de artikelen 42, eerste lid, en 43, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-07-05&g=2025-07-05), toegelaten havens mits het aanlanden of overladen plaatsvindt binnen de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) C bij die havens vermelde lostijden.
2. Als havens als bedoeld in de artikelen 42, eerste lid, en 43, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-12-31&g=2025-12-31), toegelaten havens mits het aanlanden of overladen plaatsvindt binnen de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) C bij die havens vermelde lostijden.
3. Als waarnemer of functionaris als bedoeld in artikel 42, tweede lid, van de controleverordening, wordt aangewezen een functionaris van de NVWA.
@@ -1396,7 +1396,7 @@
##### Artikel 118. Controle op voor visserij beperkte gebieden
Voor vangstvaartuigen is het verboden in strijd te handelen met [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=50&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de controleverordening.
Voor vangstvaartuigen is het verboden in strijd te handelen met [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=50&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de controleverordening.
##### Artikel 119. verwerking aan boord en pelagische visserijen
@@ -1426,7 +1426,7 @@
2. Marktdeelnemers als bedoeld in artikel 4, negentiende lid, van de controleverordening beschikken over systemen en procedures, waarmee kan worden nagegaan van wie zij partijen visserij- en aquacultuurproducten als bedoeld in artikel 66 van de uitvoeringsverordening controleverordening hebben ontvangen en aan wie zij die producten hebben geleverd.
3. In de in het tweede lid bedoelde systemen worden door de desbetreffende marktdeelnemer de in [artikel 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=90&z=2025-07-05&g=2025-07-05) van deze regeling en de in artikel 58, vijfde lid, van controleverordening bedoelde gegevens vastgelegd.
3. In de in het tweede lid bedoelde systemen worden door de desbetreffende marktdeelnemer de in [artikel 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=90&z=2025-12-31&g=2025-12-31) van deze regeling en de in artikel 58, vijfde lid, van controleverordening bedoelde gegevens vastgelegd.
4. De in artikel 58, onderdelen g en h, van de controleverordening bedoelde gegevens zijn in het stadium van de detailhandel voor de consument beschikbaar en worden vermeld op het etiket of het identificatiemerk van de voor de detailverkoop aangeboden visserij- en aquacultuurproducten, dan wel voor zover het de wetenschappelijke naam van de soort op detailhandelniveau betreft, aan de hand van commerciële voorlichtingsmiddelen, zoals borden en posters.
@@ -1436,9 +1436,9 @@
1. Alle visserijproducten die voor het eerst op de markt worden gebracht, worden geregistreerd in een visafslag dan wel worden verkocht aan geregistreerde kopers of producentenorganisaties.
2. Het is verboden in strijd te handelen met [artikel 59, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=59&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de controleverordening.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in [artikel 59, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=59&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de controleverordening is de minister.
2. Het is verboden in strijd te handelen met [artikel 59, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=59&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de controleverordening.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in [artikel 59, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=59&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de controleverordening is de minister.
##### Artikel 124. Weging visserijproducten
@@ -1448,7 +1448,7 @@
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 60, zesde lid, van de controleverordening en de artikelen 75, 80, eerste lid, 81, 82, eerste lid, en 87, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de NVWA.
4. Als havens als bedoeld in artikel 79, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) B met uitzondering van Den Helder. Het aanlanden of overladen vindt plaats in de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B binnen de in bijlage 2 C bij die havens vermelde lostijden.
4. Als havens als bedoeld in artikel 79, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) B met uitzondering van Den Helder. Het aanlanden of overladen vindt plaats in de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B binnen de in bijlage 2 C bij die havens vermelde lostijden.
5. Het is verboden met een Nederlands vissersvaartuig vis van de in artikel 78 van de uitvoeringsverordening controleverordening genoemde soorten buiten de Europese Unie aan te landen in havens die niet uitdrukkelijk voor weging zijn geselecteerd door derde landen die voor deze soorten overeenkomsten met de Europese Unie hebben gesloten.
@@ -1478,7 +1478,7 @@
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 68, eerste, tweede, derde en zesde lid, van de controleverordening, is de NVWA.
4. In afwijking van het tweede lid, wordt het vervoersdocument binnen 48 uur na het laden van het voertuig, per e-mail aan de NVWA gestuurd, indien het op grond van [artikel 124a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=7&artikel=124a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), is toegestaan dat visserijproducten worden gewogen na vervoer vanaf de plaats van aanlanding, op een in Nederland gelegen bestemmingsadres.
4. In afwijking van het tweede lid, wordt het vervoersdocument binnen 48 uur na het laden van het voertuig, per e-mail aan de NVWA gestuurd, indien het op grond van [artikel 124a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=7&artikel=124a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), is toegestaan dat visserijproducten worden gewogen na vervoer vanaf de plaats van aanlanding, op een in Nederland gelegen bestemmingsadres.
#### § 4. Controle op vlootbeheer
@@ -1530,7 +1530,7 @@
##### Artikel 131. Duurzaam beheer van externe vissersvloten
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, 7, tweede lid, 9, 20, eerste lid, 26, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, 28, tweede lid, 29, 30, eerste lid, 31, 32, 38, eerste, tweede lid en vierde lid, 38 ter, 38 quater, eerste en derde lid, 38 septies, tweede lid, en 38 nonies, eerste, tweede en vierde lid, van [verordening 2017/2403](32403R2017) en met de door de Europese Commissie op grond van artikel 7, zesde en zevende lid, van die verordening vastgestelde maatregelen.
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, 7, tweede lid, 9, 20, eerste lid, 26, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, 28, tweede lid, 29, 30, eerste lid, 31, 32, 38, eerste, tweede lid en vierde lid, van [verordening 2017/2403](32403R2017) en met de door de Europese Commissie op grond van artikel 7, zesde en zevende lid, van die verordening vastgestelde maatregelen.
2. De in artikel 4 van [verordening 2017/2403](32403R2017) bedoelde vismachtiging wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend indien voldaan is aan artikel 5 van die verordening en aan:
@@ -1564,17 +1564,17 @@
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, tweede lid, 6, eerste en tweede lid, 8, eerste lid, en 10, vijfde lid, van verordening nr. 1005/2008 en artikel 42, eerste en tweede lid, van [verordening 2022/2343](32343R2022) en artikel 9, eerste lid, van [verordening 2023/675](32575R2023).
2. Als havens als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) B en voor vissersvaartuigen die de vlag van het Verenigd Koninkrijk voeren en in het Verenigd Koninkrijk in het visserijregister zijn geregistreerd, die geen vis of visserijproducten aan boord hebben, zover de toegang tot de haven uitsluitend plaatsvindt om onderhoudswerkzaamheden aan het betrokken vissersvaartuig te laten verrichten, de havens die zijn vermeld in Bijlage 2 D.
2. Als havens als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) B en voor vissersvaartuigen die de vlag van het Verenigd Koninkrijk voeren en in het Verenigd Koninkrijk in het visserijregister zijn geregistreerd, die geen vis of visserijproducten aan boord hebben, zover de toegang tot de haven uitsluitend plaatsvindt om onderhoudswerkzaamheden aan het betrokken vissersvaartuig te laten verrichten, de havens die zijn vermeld in Bijlage 2 D.
3. De voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, geschiedt door verzending van een door de desbetreffende kapitein ondertekend elektronisch of faxbericht aan de meldkamer van de NVWA te Echt.
4. Het is voor vissersvaartuigen van derde landen verboden de haven binnen te varen of zijn vangst aan te landen of over te laden zonder door een ambtenaar van de NVWA verleende toestemming als bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2025-07-05&g=2025-07-05), onderscheidenlijk artikel 11, tweede lid, van verordening nr. 1005/2008.
5. De aangifte, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2025-07-05&g=2025-07-05), wordt ingediend bij de meldkamer van de NVWA te Echt met gebruikmaking van het in artikel 3, eerste lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op aanlanding, dan wel met gebruikmaking van het in artikel 3, tweede lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op overlading.
4. Het is voor vissersvaartuigen van derde landen verboden de haven binnen te varen of zijn vangst aan te landen of over te laden zonder door een ambtenaar van de NVWA verleende toestemming als bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2025-12-31&g=2025-12-31), onderscheidenlijk artikel 11, tweede lid, van verordening nr. 1005/2008.
5. De aangifte, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2025-12-31&g=2025-12-31), wordt ingediend bij de meldkamer van de NVWA te Echt met gebruikmaking van het in artikel 3, eerste lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op aanlanding, dan wel met gebruikmaking van het in artikel 3, tweede lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op overlading.
6. Indien het vissersvaartuigen van derde landen betreft die SPRFMO-visbestanden als bedoeld in artikel 4, punt 4, van [verordening 2018/975](32875R2018) willen aanlanden, wordt de voorafgaande kennisgeving in afwijking van artikel 6, eerste lid, van [verordening nr. 1005/2008](32008R1005), gedaan tenminste 48 uur voor de geschatte tijd van aankomst in de haven, bevat die kennisgeving de gegevens, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van [verordening 2018/975](32875R2018) en geschiedt die kennisgeving overeenkomstig bijlage XI bij [verordening 2018/975](32875R2018).
7. De in het vierde lid bedoelde toestemming wordt voor zover deze betrekking heeft op het binnen varen van een van de in [Bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) D vermelde havens, uitsluitend verleend indien het vissersvaartuig rechtstreeks en via de kortste route afkomstig is van een in Bijlage 2 B vermelde haven alwaar de NVWA heeft vastgesteld dat er geen vis of visserijproducten aan boord van het betrokken vissersvaartuig zijn. Deze vaststelling door de NVWA vindt plaats op werkdagen tussen 8.00 en 17.00 uur.
7. De in het vierde lid bedoelde toestemming wordt voor zover deze betrekking heeft op het binnen varen van een van de in [Bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) D vermelde havens, uitsluitend verleend indien het vissersvaartuig rechtstreeks en via de kortste route afkomstig is van een in Bijlage 2 B vermelde haven alwaar de NVWA heeft vastgesteld dat er geen vis of visserijproducten aan boord van het betrokken vissersvaartuig zijn. Deze vaststelling door de NVWA vindt plaats op werkdagen tussen 8.00 en 17.00 uur.
##### Artikel 134. Vangstcertificaten bij invoer
@@ -1664,7 +1664,7 @@
##### Artikel 141. Bijhouden gegevens
Degene die ingevolge deze regeling en de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-07-05&g=2025-07-05), genoemde verordeningen gegevens moet vermelden of anderszins moet bijhouden of moet verstrekken, doet dit volledig, naar waarheid en binnen de gestelde termijnen.
Degene die ingevolge deze regeling en de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-12-31&g=2025-12-31), genoemde verordeningen gegevens moet vermelden of anderszins moet bijhouden of moet verstrekken, doet dit volledig, naar waarheid en binnen de gestelde termijnen.
##### Artikel 142. Toekomstige wijziging begrip groepscontingent
@@ -1676,21 +1676,21 @@
##### Artikel 144. Overgangsbepalingen
1. Bescheiden die ingevolge de regelingen, bedoeld in [artikel 145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=145&z=2025-07-05&g=2025-07-05), zijn verzameld, ingevuld, bewaard en bijgehouden, worden aangemerkt als bescheiden op grond van deze regeling en op grond van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-07-05&g=2025-07-05), bedoelde verordeningen.
2. Voor zover er ter zake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig de regelingen, bedoeld in [artikel 145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=145&z=2025-07-05&g=2025-07-05), plaats.
3. Bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond of in het kader van de regelingen, bedoeld in [artikel 145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=145&z=2025-07-05&g=2025-07-05), blijven in stand.
4. Een ondernemer die op het tijdstip voor inwerkingtreding van deze regeling recht had op een contingent voor een vissoort op grond van [artikel 11, eerste en tweede lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=11), heeft voor 2011 een recht op dat contingent als bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van deze regeling.
5. Een toekenning voor het kalenderjaar van een groepscontingent op grond van [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=13), van [artikel 16, eerste lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=16), geldt als een toekenning van een groepscontingent als bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van deze regeling.
6. Een besluit tot aanhouding van een contingent, op grond van [artikel 23 van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=23), geldt als een besluit tot aanhouding als bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=44&z=2025-07-05&g=2025-07-05) van deze regeling.
7. Een document, uitgereikt voor 2011 op grond van [artikel 12, eerste lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=12), wordt voor dat jaar beschouwd als een document als bedoeld in [artikel 30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=30&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van deze regeling.
8. Een registratie van het Productschap Vis op grond van [artikel 142, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=142&z=2025-07-05&g=2025-07-05), zoals dat lid luidde op 31 december 2013, wordt met ingang van 1 januari 2014 aangemerkt als een door de minister genomen registratie op grond van [artikel 123, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=7&artikel=123&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
1. Bescheiden die ingevolge de regelingen, bedoeld in [artikel 145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=145&z=2025-12-31&g=2025-12-31), zijn verzameld, ingevuld, bewaard en bijgehouden, worden aangemerkt als bescheiden op grond van deze regeling en op grond van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-12-31&g=2025-12-31), bedoelde verordeningen.
2. Voor zover er ter zake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig de regelingen, bedoeld in [artikel 145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=145&z=2025-12-31&g=2025-12-31), plaats.
3. Bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond of in het kader van de regelingen, bedoeld in [artikel 145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=145&z=2025-12-31&g=2025-12-31), blijven in stand.
4. Een ondernemer die op het tijdstip voor inwerkingtreding van deze regeling recht had op een contingent voor een vissoort op grond van [artikel 11, eerste en tweede lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=11), heeft voor 2011 een recht op dat contingent als bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van deze regeling.
5. Een toekenning voor het kalenderjaar van een groepscontingent op grond van [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=13), van [artikel 16, eerste lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=16), geldt als een toekenning van een groepscontingent als bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van deze regeling.
6. Een besluit tot aanhouding van een contingent, op grond van [artikel 23 van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=23), geldt als een besluit tot aanhouding als bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=44&z=2025-12-31&g=2025-12-31) van deze regeling.
7. Een document, uitgereikt voor 2011 op grond van [artikel 12, eerste lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=12), wordt voor dat jaar beschouwd als een document als bedoeld in [artikel 30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=30&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van deze regeling.
8. Een registratie van het Productschap Vis op grond van [artikel 142, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=142&z=2025-12-31&g=2025-12-31), zoals dat lid luidde op 31 december 2013, wordt met ingang van 1 januari 2014 aangemerkt als een door de minister genomen registratie op grond van [artikel 123, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=7&artikel=123&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
##### Artikel 145. Intrekken regelingen
@@ -1806,6 +1806,8 @@
Conform artikel 60 van [Verordening (EG) nr. 1224/2009](32009R1224) van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) moet garanderen (hierna: Controleverordening) zien lidstaten erop toe dat alle visserijproducten worden gewogen op door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde systemen.
Conform artikel 60 van [Verordening (EG) nr. 1224/2009](32009R1224) van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) moet garanderen (hierna: Controleverordening) zien lidstaten erop toe dat alle visserijproducten worden gewogen op door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde systemen.
Onverminderd bijzondere bepalingen wordt deze weging uitgevoerd bij de aanlanding, voordat de visserijproducten worden opgeslagen, vervoerd of verkocht.
In afwijking van de weging bij aanlanding mogen lidstaten op basis van artikel 61 (1) van de Controleverordening toestaan dat visserijproducten **na vervoer** worden gewogen op goedgekeurde weegapparatuur in een EG erkend levensmiddelenbedrijf **binnen** Nederland (bijv. visafslag) volgens een door de Commissie goedgekeurd controleplan dat is vastgesteld overeenkomstig de risico gebaseerde methode die is beschreven in bijlage XXI van Uitvoerings[verordening (EU) nr. 404/2011](32011R0404) van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van [Verordening (EG) nr. 1224/2009](32009R1224) van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (hierna: Uitvoeringsverordening).
@@ -1814,43 +1816,41 @@
Dit controleplan kan door alle vissersvaartuigen gebruikt worden die in Nederland aanlanden indien voldaan wordt aan de in dit plan gestelde voorschriften.
Dit controleplan richt zich op de betrokken marktdeelnemers en de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de weging aan land. Het doel van dit controleplan is om een juiste weging te garanderen om zo correcte weegresultaten te gebruiken voor het invullen van de aangiften van aanlanding, (het vervoersdocument), de verkoopdocumenten en de aangiften van overname.
Dit controleplan richt zich op de betrokken marktdeelnemers en de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de weging aan land. Het doel van dit controleplan is om een juiste weging te garanderen om zo correcte weegresultaten te gebruiken voor het invullen van de aangiften van aanlanding, (het vervoersdocument), de verkoopdocumenten en de aangiften van overname.
Artikel 61 (1) van de Controleverordening en artikel 77 (1) in samenhang met bijlage XXI van de Uitvoeringsverordening.
Artikel 61 (1) van de Controleverordening en artikel 77 (1) in samenhang met bijlage XXI van de Uitvoeringsverordening.
Voor het begrippenkader wordt verwezen naar de definities die zijn opgenomen in artikel 4 van de Controleverordening en artikel 2 van de Uitvoeringsverordening. Een korte opsomming van veelvoorkomende begrippen in dit controleplan:
Voor het begrippenkader wordt verwezen naar de definities die zijn opgenomen in artikel 4 van de Controleverordening en artikel 2 van de Uitvoeringsverordening. Een korte opsomming van veelvoorkomende begrippen in dit controleplan:
Indien aan de voorschriften van dit plan wordt voldaan is het voor kapiteins van vissersvaartuigen toegestaan de aangelande visserijproducten na aanlanding te vervoeren om elders in Nederland in een EG erkend levensmiddelenbedrijf (bijv. visafslag) gewogen te worden (definitieve ‘weging aan land’).
## Bijlage b1. behorende bij de [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2022-07-01&g=2022-07-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### 5.1. Voorschriften marktdeelnemers
Om gebruik te kunnen maken van dit ‘**controleplan wegen na vervoer’** gelden de volgende voorschriften voor de verschillende marktdeelnemers:
Bergse Diepsluis (gemeente Tholen)
Het doel van het controleplan is om een correcte weging na vervoer te garanderen en daarmee het invullen van de aangiften van aanlanding, het vervoersdocument, de verkoopdocumenten en de aangiften van overname correct af te ronden.
De risico’s op niet naleving zoals bedoeld in bijlage XXI van de Uitvoeringsverordening en de analyse daarvan beperkt zich niet alleen tot de in deze bijlage genoemde parameters. Er is een wekelijkse analyse beschikbaar1Bron: T:\nvwa\two industrie nvwa\TU DVE\TU DVE\25 Risico-Analyses. met het oog op het te hanteren risico niveau. Het risico op niet naleving van een correcte weging na transport wordt in algemene zin laag ingeschat op basis van de volgende punten:
## Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=10&z=2022-01-01&g=2022-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
### 6. Toezicht en Handhaving
De risico’s op niet naleving zoals bedoeld in bijlage XXI van de Uitvoeringsverordening en de analyse daarvan beperkt zich niet alleen tot de in deze bijlage genoemde parameters. Er is een wekelijkse analyse beschikbaar1Bron: T:\nvwa\two industrie nvwa\TU DVE\TU DVE\25 Risico-Analyses. met het oog op het te hanteren risico niveau. Het risico op niet naleving van een correcte weging na transport wordt in algemene zin laag ingeschat op basis van de volgende punten:
Het risico niveau kan op basis van de uitkomsten van de risico analyse wijzigen.
Dit controleplan richt zich op de betrokken marktdeelnemers en de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de weging aan land. Het doel van dit controleplan is om een juiste weging te garanderen om zo correcte weegresultaten te gebruiken voor het invullen van de aangiften van aanlanding, (het vervoersdocument), de verkoopdocumenten en de aangiften van overname.
Het toezicht en handhaving op de naleving van de voorschriften in dit controleplan bestaat uit fysieke en administratieve inspecties. Het toezicht wordt uitgevoerd door Inspecteurs (functionarissen) van de teams VIS Duurzaamheid van de NVWA. De NVWA voert fysiek toezicht uit op de weegvoorschriften op basis van de risicoanalyse aanlandingen met daarin opgenomen de risico-indicatoren voor wat betreft het wegen. Toezicht vindt regulier plaats in de haven en op de visafslagen tijdens de aanlandingsinspecties/afslaginspecties en actiegericht middels zogenaamde flexibele mobiele teams (MTA). De Inspecteur beschikt over de laatste actuele informatie over het vissersvaartuig door zich voorafgaand aan de inspectie voor te bereiden op de beschikbare data. De lijst met vissersvaartuigen wordt op basis van de beschikbare informatie door de verantwoordelijke inspecteur geprioriteerd.
Artikel 61 (1) van de Controleverordening en artikel 77 (1) in samenhang met bijlage XXI van de Uitvoeringsverordening.
Wilhelminadorp (gemeente Goes)
Voor het begrippenkader wordt verwezen naar de definities die zijn opgenomen in artikel 4 van de Controleverordening en artikel 2 van de Uitvoeringsverordening. Een korte opsomming van veelvoorkomende begrippen in dit controleplan:
Walsoorden (gemeente Hontenisse)
Indien aan de voorschriften van dit plan wordt voldaan is het voor kapiteins van vissersvaartuigen toegestaan de aangelande visserijproducten na aanlanding te vervoeren om elders in Nederland in een EG erkend levensmiddelenbedrijf (bijv. visafslag) gewogen te worden (definitieve ‘weging aan land’).
## Bijlage b1. behorende bij de [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2022-07-01&g=2022-07-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### 5.1.2. Voorschriften voor vervoerders
Hierbij wordt o.a. het navolgende gecontroleerd:
Bergse Diepsluis (gemeente Tholen)
Het doel van het controleplan is om een correcte weging na vervoer te garanderen en daarmee het invullen van de aangiften van aanlanding, het vervoersdocument, de verkoopdocumenten en de aangiften van overname correct af te ronden.
De risico’s op niet naleving zoals bedoeld in bijlage XXI van de Uitvoeringsverordening en de analyse daarvan beperkt zich niet alleen tot de in deze bijlage genoemde parameters. Er is een wekelijkse analyse beschikbaar1Bron: T:\nvwa\two industrie nvwa\TU DVE\TU DVE\25 Risico-Analyses. met het oog op het te hanteren risico niveau. Het risico op niet naleving van een correcte weging na transport wordt in algemene zin laag ingeschat op basis van de volgende punten:
## Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=10&z=2022-01-01&g=2022-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
### 6. Toezicht en Handhaving
Het risico niveau kan op basis van de uitkomsten van de risico analyse wijzigen.
Uitgangspunt van elke inspectie is een volledige controle van de aanlanding van een vissersvaartuig in de haven tot en met de eerste verkoop op de plaats bestemming waarbij alle tussenliggende inspectie-onderdelen worden geïnspecteerd (aanlanden-vervoer- traceerbaarheid-wegen-verkoop-administratie = 100% controles).
Het toezicht en handhaving op de naleving van de voorschriften in dit controleplan bestaat uit fysieke en administratieve inspecties. Het toezicht wordt uitgevoerd door Inspecteurs (functionarissen) van de teams VIS Duurzaamheid van de NVWA. De NVWA voert fysiek toezicht uit op de weegvoorschriften op basis van de risicoanalyse aanlandingen met daarin opgenomen de risico-indicatoren voor wat betreft het wegen. Toezicht vindt regulier plaats in de haven en op de visafslagen tijdens de aanlandingsinspecties/afslaginspecties en actiegericht middels zogenaamde flexibele mobiele teams (MTA). De Inspecteur beschikt over de laatste actuele informatie over het vissersvaartuig door zich voorafgaand aan de inspectie voor te bereiden op de beschikbare data. De lijst met vissersvaartuigen wordt op basis van de beschikbare informatie door de verantwoordelijke inspecteur geprioriteerd.
@@ -1902,10 +1902,10 @@
Na afloop van de visreis voert de NVWA binnen het kader van het jaarplan administratieve inspecties uit op de weegresultaten die door de marktdeelnemer worden verstrekt. Deze administratieve inspecties worden verricht door het uitvoeren van kruiscontroles tussen de gegevens van het (elektronische) visserij logboek en het vervoersdocument enerzijds en de weegregisters anderzijds, op de plaats van de eindbestemming waar de producten worden gewogen in combinatie met de aangifte van aanlanding en het verkoopdocument.
Na afloop van de visreis voert de NVWA binnen het kader van het jaarplan administratieve inspecties uit op de weegresultaten die door de marktdeelnemer worden verstrekt. Deze administratieve inspecties worden verricht door het uitvoeren van kruiscontroles tussen de gegevens van het (elektronische) visserij logboek en het vervoersdocument enerzijds en de weegregisters anderzijds, op de plaats van de eindbestemming waar de producten worden gewogen in combinatie met de aangifte van aanlanding en het verkoopdocument.
Hierbij wordt o.a. het navolgende gecontroleerd:
Een EU vissersvaartuig afkomstig uit een andere lidstaat mag in Nederland aanlanden en gebruik maken van dit Nederlandse steekproefplan mits hij voldoet aan bovengenoemde voorschriften. Daarnaast moet de kapitein voorafgaande aan de aanlanding het volgende aantonen:
Conform artikel 60 (1 en 2) van [Verordening (EG) nr. 1224/2009](32009R1224) van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) moet garanderen (hierna: Controleverordening) zien lidstaten erop toe dat alle visserijproducten bij aanlanding worden gewogen op door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde systemen.
## Bijlage 12b. behorend bij de [artikelen 87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2022-01-01&g=2022-04-01), [87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2022-01-01&g=2022-04-01) en [87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2022-01-01&g=2022-04-01)
@@ -1950,7 +1950,7 @@
- c. naar aanleiding van een verbroken verzegeling kan door een erkend zegelbureau worden besloten dat een nieuwe vermogensmeting noodzakelijk is. Wanneer bijvoorbeeld uit het bepaalde in onderdeel b blijkt dat de parameters dermate afwijken van het oorspronkelijke meetrapport, waardoor het vermoeden bestaat dat het motorvermogen niet meer overeenkomt met het oorspronkelijk vastgestelde vermogen, zal ook een vermogensmeting noodzakelijk zijn.
### 5.2. Risico beoordeling
### 1. Inleiding
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
@@ -1962,27 +1962,27 @@
### Controleplan ‘Wegen na vervoer’ voor verse visserijproducten
Nes (gemeente Ameland)
Indien aan de voorschriften van dit plan wordt voldaan is het voor kapiteins van vissersvaartuigen toegestaan de aangelande visserijproducten na aanlanding te vervoeren om elders in Nederland in een EG erkend levensmiddelenbedrijf (bijv. visafslag) gewogen te worden (definitieve ‘weging aan land’).
Om gebruik te kunnen maken van dit ‘**controleplan wegen na vervoer’** gelden de volgende voorschriften voor de verschillende marktdeelnemers:
## Bijlage b1. behorende bij de [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2024-04-06&g=2024-04-06), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### 5.1.3. Voorschriften voor marktdeelnemers in Nederland (visafslag / koper)
### 5.1.2. Voorschriften voor vervoerders
Het doel van het controleplan is om een correcte weging na vervoer te garanderen en daarmee het invullen van de aangiften van aanlanding, het vervoersdocument, de verkoopdocumenten en de aangiften van overname correct af te ronden.
De risico’s op niet naleving zoals bedoeld in bijlage XXI van de Uitvoeringsverordening en de analyse daarvan beperkt zich niet alleen tot de in deze bijlage genoemde parameters. Er is een wekelijkse analyse beschikbaar1Bron: T:\nvwa\two industrie nvwa\TU DVE\TU DVE\25 Risico-Analyses. met het oog op het te hanteren risico niveau. Het risico op niet naleving van een correcte weging na transport wordt in algemene zin laag ingeschat op basis van de volgende punten:
Het doel van het controleplan is om een correcte weging na vervoer te garanderen en daarmee het invullen van de aangiften van aanlanding, het vervoersdocument, de verkoopdocumenten en de aangiften van overname correct af te ronden.
## Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheerperiode als bedoeld in [artikel 16, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=16&z=2022-01-01&g=2022-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
### 6.1.1. Officiële controle aanlanding
### 6. Toezicht en Handhaving
Het toezicht en handhaving op de naleving van de voorschriften in dit controleplan bestaat uit fysieke en administratieve inspecties. Het toezicht wordt uitgevoerd door Inspecteurs (functionarissen) van de teams VIS Duurzaamheid van de NVWA. De NVWA voert fysiek toezicht uit op de weegvoorschriften op basis van de risicoanalyse aanlandingen met daarin opgenomen de risico-indicatoren voor wat betreft het wegen. Toezicht vindt regulier plaats in de haven en op de visafslagen tijdens de aanlandingsinspecties/afslaginspecties en actiegericht middels zogenaamde flexibele mobiele teams (MTA). De Inspecteur beschikt over de laatste actuele informatie over het vissersvaartuig door zich voorafgaand aan de inspectie voor te bereiden op de beschikbare data. De lijst met vissersvaartuigen wordt op basis van de beschikbare informatie door de verantwoordelijke inspecteur geprioriteerd.
Uitgangspunt van elke inspectie is een volledige controle van de aanlanding van een vissersvaartuig in de haven tot en met de eerste verkoop op de plaats bestemming waarbij alle tussenliggende inspectie-onderdelen worden geïnspecteerd (aanlanden-vervoer- traceerbaarheid-wegen-verkoop-administratie = 100% controles).
Voor het begrippenkader wordt verwezen naar de definities die zijn opgenomen in artikel 4 van de Controleverordening en artikel 2 van de Uitvoeringsverordening. Een korte opsomming van veelvoorkomende begrippen in dit steekproefplan:
## Bijlage 11. behorende bij [artikel 140c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7a&artikel=140c&z=2022-01-01&g=2022-01-01) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -2007,7 +2007,7 @@
| [CSH/GN 3062310] | 1 | | 6,8 mm en meer | 3.250 |
| | 2 | | 6,5 mm en meer | 3.250 |
### 5.1. Voorschriften marktdeelnemers, kapitein en eigenaar vissersvaartuig
### 6.2. Administratieve inspecties
Bij wijze van afwijking mogen de lidstaten conform artikel 60 (3) toestaan dat visserijproducten aan boord van een vissersvaartuig worden gewogen volgens een door de Commissie goedgekeurd steekproevenplan dat is vastgesteld overeenkomstig de methode die is beschreven in bijlage XX van Uitvoerings[verordening (EU) nr. 404/2011](32011R0404) van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van [Verordening (EG) nr. 1224/2009](32009R1224) van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (hierna: Uitvoeringsverordening).
@@ -2067,7 +2067,7 @@
Het toezicht is gebaseerd op de in de jaarplanning geprogrammeerde taken voor controles op de aanlanding, vervoer en het wegen van vis. De NVWA is regulier aanwezig op de EG erkende locaties in verband met het uitvoeren van toezicht op voedselveiligheid en het GVB.
Hierbij wordt o.a. het navolgende gecontroleerd:
Het toezicht is gebaseerd op de in de jaarplanning geprogrammeerde taken voor controles op de aanlanding, vervoer en het wegen van vis. De NVWA is regulier aanwezig op de EG erkende locaties in verband met het uitvoeren van toezicht op voedselveiligheid en het GVB.
## Bijlage b1. behorende bij de [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -2162,7 +2162,7 @@
| | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (ANF/2AC4-C) | 251 |
| | Voetnoot: 25 ton van dit quotum mag worden gevangen in VI; Unie-wateren in internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV. | |
### 5.1.2. Voorschriften voor vervoerders
### 1. Inleiding
## Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=10&z=2016-04-01&g=2016-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -2217,13 +2217,13 @@
| Tong | EU wateren van de ICES gebieden II en IV | 107.7560 |
| Wijting | ICES gebied IV en de EU wateren van het ICES gebied IIa | 96.5174 |
### 6.2. Administratieve inspecties
### 4. Begrippen en definities
## Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2021-04-01&g=2021-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
### 5.1.2. Voorschriften voor vervoerders
### 5.1.1. Voorschriften voor kapiteins van vissersvaartuigen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
@@ -2285,7 +2285,7 @@
Vervallen
### 6.1.2. Officiële controle na aankomst van ongewogen vis
### 3. Wettelijke basis
## Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=10&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -2295,405 +2295,9 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
## Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=10&z=2015-12-22&g=2015-12-22), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
- A. **Vissoorten waarop in de desbetreffende gebieden niet mag worden gevist op grond van de verordening vangstmogelijkheden (verboden soorten).**
| Vissoort | Gebied |
| --- | --- |
| **Afrikaanse duivelsrog** | Alle wateren |
| **Mobula rochebrunei (RMN)** | |
| **Alaskapollak** | Volle zee van de Beringzee |
| **Theragra chalcogramma (ALK)** | |
| **Antarctische ijsheek** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.4 |
| **Dissostichus mawsoni (TOA)** | |
| **Antarctische ijsheken** | FAO division 58.4.4 – Indian Ocean, Antarctica, part of Enderby – Wilkes |
| **Dissostichus spp (TOT)** | FAO sub-area 58.5 – Indian Ocean, Antarctica – Kerguelen |
| | FAO sub-area 58.6 – Indian Ocean, Antarctica, Crozet |
| | FAO sub-area 58.7 – Indian Ocean, Antarctica, Marion-Edward |
| | FAO sub-area 88.3 – Pacific, Antarctica, Amundsen Sea |
| **Atlantische duivelsrog** | alle wateren |
| **Mobula hypostoma (RMH)** | |
| **Beenvisachtigen** | FAO 48.1 |
| **Osteichthyes (FIN)** | FAO 48.2 |
| **Diepzeehaaien** | SEAFO-verdragsgebied |
| **Elasmobranchii spp (DWS)** | |
| **Doornhaai** | SEAFO-verdragsgebied |
| **Squalus acanthias (DGS)** | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV |
| **Dwergduivelsrog** | alle wateren |
| **Mobula munkiana (RMU)** | |
| **Dwergzaagvis** | alle wateren |
| **Pristis clavata (RPC)** | |
| **Electrona carlsbergi** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Electrona carlsbergi (ELC)** | |
| **Fluweelijshaai** | SEAFO-verdragsgebied |
| **Scymnodon squamulosus (SSQ)** | |
| **Gemarmerde zuidpoolkabeljauw** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Notothenia rossii (NOR)** | FAO 48.1 |
| | FAO 48.2 |
| **Georgia-ijsvis** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Pseudochaenichthys georgianus (SGI)** | **Pseudochaenichthys georgianus (SGI)** |
| **Gestekelde duivelsrog** | alle wateren |
| **Mobula japanica (RMJ)** | |
| **Gevlekte gladde lantaarnhaai** | SEAFO-verdragsgebied |
| **Etmopterus bigelowi (ETB)** | |
| **Gewone zaagvis** | alle wateren |
| **Pristis pristis (RPR)** | |
| **Gitaarroggen** | Unie-wateren van ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII |
| **Rhinobatidae (GTF)** | |
| **Gladde lantaarnhaai** | SEAFO-verdragsgebied |
| **Etmopterus pusillus (ETP)** | |
| **Gladstaartduivelsrog** | alle wateren |
| **Mobula thurstoni (RMO)** | |
| **Golfrog** | Unie-wateren van ICES gebieden VI en X |
| **Raja undulata (RJU)** | |
| **Grijze zuidpoolkabeljauw** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Gobionotothen gibberifrons (NOG)** | |
| **Grootoog-voshaai** | ICCAT-verdragsgebied |
| **Alopias superciliosus (BTH)** | |
| **Grote lantaarnhaai** | SEAFO-verdragsgebied |
| **Etmopterus princeps (ETR)** | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I en XIV |
| **Gunthers Patagonische rotskabeljauw** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Patagonotothen guntheri (GHP)** | |
| **Haaien en doornhaaien** | CCAMLAR-verdragsgebied |
| **Squalidae (DGX)** | |
| **Hamerhaaien** | ICCAT-verdragsgebied |
| **Sphyrnidae (SPY)** | |
| **Haringhaai** | alle wateren |
| **Lamna nasus (POR)** | |
| **Kleine duivelsrog** | alle wateren |
| **Mobula mobular (RMM)** | |
| **Kleintandzaagvis** | alle wateren |
| **Pristis pectinata (RPP)** | |
| **Kortstaartlantaarnhaai** | SEAFO-verdragsgebied |
| **Etmopterus brachyurus (ETH)** | |
| **Kortvinduivelsrog** | alle wateren |
| **Mobula kuhlii (RMK)** | |
| **Langkamzaagvis** | alle wateren |
| **Pristis zijsron (RPZ)** | |
| **Langvinduivelsrog** | alle wateren |
| **Mobula eregoodootenkee (RME)** | |
| **Manta** | alle wateren |
| **Manta birostris (RMB)** | |
| **Manta alfredi** | alle wateren |
| **Manta alfredi (RMA)** | |
| **Mestandzaagvis** | alle wateren |
| **Anoxypristis cuspidata (RPA)** | |
| **Noorse rog** | Unie-wateren van ICES gebieden VIa-b en VIIa-c, VIIe-h en VIIk |
| **Raja (Dipturus) nidarosiensis (JAD)** | |
| **Portugese ijshaai** | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I en XIV |
| **Centroscymnus coelolepis (CYO)** | |
| **Reuzenhaai** | alle wateren |
| **Cetorhinus maximus (BSK)** | |
| **Roggen** | SEAFO-verdragsgebied |
| **Rajidae (RAJ)** | |
| **Ruwe haai** | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV |
| **Galeorhinus galeus (GAG)** | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV |
| **Schubzwelghaai** | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I en XIV |
| **Centrophorus squamosus (GUQ)** | |
| **Scotiazee-ijsvis** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Chaenocephalus aceratus (SSI)** | |
| **Sikkelvinduivelsrog** | alle wateren |
| **Mobula tarapacana (RMT)** | |
| **Spitsneusrog** | Unie-wateren van ICES gebieden VI, VII, VIII, IX en X |
| **Raja alba (RJA)** | |
| **Spitssnuitsnavelhaai** | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I en XIV |
| **Deania calcea (DCA)** | |
| **Spookkathaai** | SEAFO-verdragsgebied |
| **Apristurus manis (APA)** | |
| **Stekelrog** | Unie-wateren van ICES gebied IIIa |
| **Raja clavata (RJC)** | |
| **Sterrog** | Unie-wateren van ICES-gebieden IIa, IIIa, IV en VIId |
| **Amblyraja radiata (RJR)** | |
| **Vleet** | Unie-wateren van de ICES-sector IIa en ICES-deelgebieden III, IV, VI, VII, VIII, IX en X |
| **Dipturus batis (RJB)** | |
| **Voshaaien** | IOTC-verdragsgebied |
| **Alopias spp (THR)** | |
| **Witpunthaai** | IATTC-verdragsgebied |
| **Carcharhinus longimanus (OCS)** | ICCAT-verdragsgebied |
| | IOTC-verdragsgebied |
| | WCPFC-vedragsgebied |
| **Witte haai** | alle wateren |
| **Carcharodon carcharias (WSH)** | |
| **Zee-engel** | Unie-wateren |
| **Squatina squatina (AGN)** | |
| **Zeevissen (niet nader benoemd)** | Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. |
| **Osteichthyes (MZZ)** | |
| **Zijdehaai** | IATTC-verdragsgebied |
| **Carcharhinus falciformis (FAL)** | ICCAT-verdragsgebied |
| | WCPFC-vedragsgebied |
| **Zwarte haai** | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I en XIV |
| **Dalatias licha (SCK)** | |
- B. **Vissoorten waarvoor in de desbetreffende gebieden een nul-TAC geldt of waarvoor Nederland geen quotum heeft.** **Voor de met een asterisk gemarkeerde vissoorten geldt een vangstverbod voor alle vissersvaartuigen, Nederlands of niet-Nederlands.** **Voor de niet met een asterisk gemarkeerde vissoorten geldt een vangstverbod voor Nederlandse vissersvaartuigen.**
| Vissoort | Gebied | Gebied |
| --- | --- | --- |
| **Amerikaanse schol*** | NAFO gebied 3M | NAFO gebied 3M |
| **Hippoglossoides platessoides** | NAFO gebieden 3L, 3N en 3O | NAFO gebieden 3L, 3N en 3O |
| **Andere soorten*** | Unie-wateren van ICES gebieden IIa, IV en VIa ten noorden van 56°30' NB | Unie-wateren van ICES gebieden IIa, IV en VIa ten noorden van 56°30' NB |
| | Unie-wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII | Unie-wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII |
| **Andere soorten** | Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. | Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. |
| | Noorse wateren van ICES gebieden I en II | Noorse wateren van ICES gebieden I en II |
| | Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb | Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb |
| **Ansjovis** | ICES gebied VIII | ICES gebied VIII |
| **Engraulis encrasicolus** | ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 | ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 |
| **Antarctische ijsheek** | FAO gebied 48.4 – Zuidelijke Antarctische wateren | FAO gebied 48.4 – Zuidelijke Antarctische wateren |
| **Dissostichus mawsoni** | | |
| **Antarctische krill** | Antarctische wateren van FAO gebied 48 | Antarctische wateren van FAO gebied 48 |
| **Euphausia superba** | Antarctische wateren van FAO gebied 58.4.1 | Antarctische wateren van FAO gebied 58.4.1 |
| | Antarctische wateren van FAO gebied 58.4.2 | Antarctische wateren van FAO gebied 58.4.2 |
| **Atlantische slijmkop*** | SEAFO deelsector B1 | SEAFO deelsector B1 |
| **Hoplostethus atlanticus** | SEAFO gebied met uitzondering van deelsector B1 | SEAFO gebied met uitzondering van deelsector B1 |
| | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied VI | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied VI |
| | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied VII | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied VII |
| | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III, IV, V, VIII, IX, X, XII en XIV | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III, IV, V, VIII, IX, X, XII en XIV |
| **Beryciden** | SEAFO-verdragsgebied | SEAFO-verdragsgebied |
| **Beryx spp.** | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV |
| **Blauwe leng** | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III |
| **Molva dypterygia** | | |
| **Blauwe marlijn** | Atlantische Oceaan | Atlantische Oceaan |
| **Makaira nigricans** | | |
| **Blauwe wijting*** | Noorse wateren van ICES gebieden II en IV | Noorse wateren van ICES gebieden II en IV |
| **Micromesistius poutassou** | | |
| **Blauwe wijting** | ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 | ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 |
| **Micromesistius poutassou** | | |
| **Blauwvintonijn*** | Atlantische Oceaan ten oosten van 45 W en Middellandse Zee | Atlantische Oceaan ten oosten van 45 W en Middellandse Zee |
| **Thunnus thynnus** | | |
| **Chileense horsmakreel** | SPRFMO-verdragsgebied | SPRFMO-verdragsgebied |
| **Trachurus murphyi** | | |
| **Diepzeehaaien*** | Internationale wateren van ICES gebied XII | Internationale wateren van ICES gebied XII |
| **Elasmobranchii spp** | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied X | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied X |
| | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI, VII, VIII en IX; Uniewateren van CECAF 34.1.1, 34.1.2 en 34.2 | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI, VII, VIII en IX; Uniewateren van CECAF 34.1.1, 34.1.2 en 34.2 |
| **Doornhaai*** | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV |
| **Squalus acanthias** | Unie-wateren van ICES gebied IIIa | Unie-wateren van ICES gebied IIIa |
| | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV |
| **Europese heek*** | ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 | ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 |
| **Merluccius merluccius** | | |
| **Europese heek** | ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 | ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 |
| **Merluccius merluccius** | | |
| **Evervissen** | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII en VIII | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII en VIII |
| **Caproidae** | | |
| **Gaffelkabeljauw** | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III en IV | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III en IV |
| **Phycis blennoides** | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI en VII | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI en VII |
| | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII en IX | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII en IX |
| | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden X en XII | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden X en XII |
| **Geelstaartschar*** | NAFO gebied 3M | NAFO gebied 3M |
| **Limanda ferruginea** | NAFO gebieden 3L, 3N en 3O | NAFO gebieden 3L, 3N en 3O |
| **Gemarmerde zuidpoolkabeljauw** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Notothenia rossii** | | |
| **Georgia-ijsvis*** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Pseudochaenichthys georgianus** | | |
| **Grenadiervissen*** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.4 | Antarctische wateren van FAO gebied 48.4 |
| **Macrourus spp.** | | |
| **Grenadiervissen** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Macrourus spp.** | Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. | Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. |
| | Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 | Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 |
| | Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV | Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV |
| **Grijze zuidpoolkabeljauw** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Lepidonotothen squamifrons** | Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. | Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. |
| **Groene zuidpoolkabeljauw** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Gobionotothen gibberifrons** | | |
| **Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot*** | Internationale wateren van ICES gebieden I en II | Internationale wateren van ICES gebieden I en II |
| **Reinhardtius hippoglossoides** | | |
| **Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot** | Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 | Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 |
| **Reinhardtius hippoglossoides** | Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV | Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV |
| | NAFO gebieden 3L, 3M, 3N en 3O | NAFO gebieden 3L, 3M, 3N en 3O |
| | Noorse wateren van ICES gebieden I en II | Noorse wateren van ICES gebieden I en II |
| | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV; Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en VI | Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV; Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en VI |
| **Grootoogtonijn** | Atlantische Oceaan | Atlantische Oceaan |
| **Thunnus obesus** | | |
| **Haring*** | ICES gebieden VIa-Zuid, VIIb en VIIc | ICES gebieden VIa-Zuid, VIIb en VIIc |
| **Clupea harengus** | | |
| **Haring** | ICES gebied IIIa | ICES gebied IIIa |
| **Clupea harengus** | ICES gebied IIIa (Bijvangstquotum) | ICES gebied IIIa (Bijvangstquotum) |
| | ICES gebied VIIa | ICES gebied VIIa |
| | ICES gebieden VIIe en VIIf | ICES gebieden VIIe en VIIf |
| | Wateren van Clyde in ICES gebied VIa | Wateren van Clyde in ICES gebied VIa |
| **Heilbot** | Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 | Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 |
| **Hippoglossus hippoglossus** | Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV | Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV |
| **Horsmakrelen** | CECAF gebied 34.1.13 onder jurisdictie van Canarische eilanden | CECAF gebied 34.1.13 onder jurisdictie van Canarische eilanden |
| **Trachurus spp.** | ICES gebied IX | ICES gebied IX |
| | ICES gebied VIIIc | ICES gebied VIIIc |
| | ICES gebied X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.2 onder jurisdictie van de Azoren | ICES gebied X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.2 onder jurisdictie van de Azoren |
| | Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.2 onder jurisdictie van Madeira | Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.2 onder jurisdictie van Madeira |
| **IJsvis** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Champsocephalus gunnari** | Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. | Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. |
| **Industriële vis** | Noorse wateren van ICES gebied IV | Noorse wateren van ICES gebied IV |
| **Kabeljauw*** **Gadus morhua** | ICES gebied VIa en Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb ten oosten van 12°W | ICES gebied VIa en Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb ten oosten van 12°W |
| | Kattegat | Kattegat |
| | NAFO gebieden 2J, 3K en 3L | NAFO gebieden 2J, 3K en 3L |
| | NAFO gebieden 3N en 3O | NAFO gebieden 3N en 3O |
| **Kabeljauw** | Groenlandse wateren van NAFO gebied 1 en Groenlandse wateren van ICES gebied XIV | Groenlandse wateren van NAFO gebied 1 en Groenlandse wateren van ICES gebied XIV |
| **Gadus morhua** | ICES gebied VIIa | ICES gebied VIIa |
| | ICES gebied VIb en Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb ten westen van 12° WL en van ICES gebieden XII en XIV | ICES gebied VIb en Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb ten westen van 12° WL en van ICES gebieden XII en XIV |
| | NAFO gebied 3M | NAFO gebied 3M |
| | Noorse wateren van ICES gebieden I en II | Noorse wateren van ICES gebieden I en II |
| **Kabeljauw en schelvis** | Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb | Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb |
| **Gadus morhua & Melanogrammus aeglefinus** | | |
| **Kever** | Noorse wateren van ICES gebied IV | Noorse wateren van ICES gebied IV |
| **Trisopterus esmarki** | | |
| **Koolvis*** | Internationale wateren van ICES gebieden I en II | Internationale wateren van ICES gebieden I en II |
| **Pollachius virens** | | |
| **Koolvis** **Pollachius virens** | ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV | ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV |
| | ICES gebieden VII, VIII, IX, X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 | ICES gebieden VII, VIII, IX, X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 |
| | Noorse wateren van ICES gebieden I en II | Noorse wateren van ICES gebieden I en II |
| **Kortvinpijlinktvis** | NAFO gebieden 3 en 4 | NAFO gebieden 3 en 4 |
| **Illex illecebrosus** | | |
| **Krabben*** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Paralomis spp.** | | |
| **Langoustine** | ICES gebied VI en Unie- en internationale wateren van ICES gebied Vb | ICES gebied VI en Unie- en internationale wateren van ICES gebied Vb |
| **Nephrops norvegicus** | ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 | ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 |
| | ICES gebied VII | ICES gebied VII |
| | ICES gebied VIIIc | ICES gebied VIIIc |
| | ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 | ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 |
| | ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe | ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe |
| | Noorse wateren van ICES gebied IV | Noorse wateren van ICES gebied IV |
| **Langsnuit-ijsvis** | Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. | Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. |
| **Channichthys rhinoceratus** | | |
| **Leng** | ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 | ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 |
| **Molva molva** | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V |
| | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV |
| **Leng en blauwe leng** | Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb | Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb |
| **Molva molva & Molva dypterygia** | | |
| **Lodde*** | Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV | Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV |
| **Mallotus villosus** | ICES gebied IIb | ICES gebied IIb |
| | NAFO gebieden 3N en 3O | NAFO gebieden 3N en 3O |
| **Lom*** | ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 | ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 |
| **Brosme brosme** | Noorse wateren van ICES gebied IV | Noorse wateren van ICES gebied IV |
| **Makreel*** | Noorse wateren van ICES gebieden IIa | Noorse wateren van ICES gebieden IIa |
| **Scomber scombrus** | | |
| **Makreel** | ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 | ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 |
| **Scomber scombrus** | | |
| **Noordelijke grenadiervis*** | NAFO gebieden N2,3 | NAFO gebieden N2,3 |
| **Macrourus berglax** | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III |
| | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II en IV | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II en IV |
| | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV |
| | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII |
| **Noorse garnaal*** | NAFO gebied 3L | NAFO gebied 3L |
| **Pandalus borealis** | | |
| **Noorse garnaal** | Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 | Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 |
| **Pandalus borealis** | Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV | Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV |
| | ICES gebied IIIa | ICES gebied IIIa |
| | NAFO gebied 3M | NAFO gebied 3M |
| | NAFO-gebied 3M | NAFO-gebied 3M |
| | Noorse wateren van ICES gebied IV | Noorse wateren van ICES gebied IV |
| **Pacifische sneeuwkrabben** | Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 | Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 |
| **Chionoecetes spp.** | | |
| **Peneïde garnalen** | Frans-Guyana | Frans-Guyana |
| **Penaeus spp.** | | |
| **Platvissen** | Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb | Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb |
| **Pleuronectiformes** | | |
| **Pseudopentaceros spp*** | SEAFO-verdragsgebied | SEAFO-verdragsgebied |
| **Pseudopentaceros spp** | | |
| **Rode diepzeekrabben** | SEAFO deelsector B1 | SEAFO deelsector B1 |
| **Geryon spp.** | SEAFO gebied met uitzondering van deelsector B1 | SEAFO gebied met uitzondering van deelsector B1 |
| **Rogachtigen** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Rajiformes** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.4 | Antarctische wateren van FAO gebied 48.4 |
| | Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. | Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. |
| | Unie-wateren van ICES gebied IIIa | Unie-wateren van ICES gebied IIIa |
| | Unie-wateren van ICES gebieden VIII en IX | Unie-wateren van ICES gebieden VIII en IX |
| **Roggen** | NAFO gebieden 3L, 3N en 3O | NAFO gebieden 3L, 3N en 3O |
| **Raja spp** | | |
| **Rondneusgrenadier*** | NAFO gebieden N2,3 | NAFO gebieden N2,3 |
| **Coryphaenoides rupestris** | | |
| **Rondneusgrenadier** | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III |
| **Coryphaenoides rupestris** | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II en IV | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II en IV |
| | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV |
| **Roodbaarzen*** | IJslandse wateren van ICES gebied Va | IJslandse wateren van ICES gebied Va |
| **Sebastes spp.** | NAFO deelgebied 2, sectoren 1F en 3K | NAFO deelgebied 2, sectoren 1F en 3K |
| | Ondiep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV | Ondiep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV |
| **Roodbaarzen** **Sebastes spp.** | Diep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV | Diep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV |
| | Groenlandse wateren van NAFO gebied 1F en Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV (demersaal) | Groenlandse wateren van NAFO gebied 1F en Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV (demersaal) |
| | Groenlandse wateren van NAFO gebied 1F en Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV (pelagisch) | Groenlandse wateren van NAFO gebied 1F en Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV (pelagisch) |
| | Internationale wateren van ICES gebieden I en II | Internationale wateren van ICES gebieden I en II |
| | NAFO gebied 3M | NAFO gebied 3M |
| | NAFO gebied 3O | NAFO gebied 3O |
| | NAFO gebieden 3L en 3N | NAFO gebieden 3L en 3N |
| | Noorse wateren van ICES gebieden I en II | Noorse wateren van ICES gebieden I en II |
| | Ondiep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV | Ondiep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV |
| | Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb | Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb |
| **Scharretongen** **Lepidorhombus spp.** | ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV | ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV |
| | ICES gebied VII | ICES gebied VII |
| | ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe | ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe |
| | ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 | ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 |
| **Schelvis** | ICES gebied VIIa | ICES gebied VIIa |
| **Melanogrammus aeglefinus** | ICES gebieden VIIb-k, VIII, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 | ICES gebieden VIIb-k, VIII, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 |
| | Noorse wateren van ICES gebieden I en II | Noorse wateren van ICES gebieden I en II |
| | Unie-wateren en Internationale wateren van ICES gebieden VIb, XII en XIV | Unie-wateren en Internationale wateren van ICES gebieden VIb, XII en XIV |
| | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en VIa | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en VIa |
| **Schol** **Pleuronectes platessa** | ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV | ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV |
| | ICES gebied VIIa | ICES gebied VIIa |
| | ICES gebieden VIII, IX en X en de Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 | ICES gebieden VIII, IX en X en de Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 |
| | ICES gebieden VIIb en VIIc | ICES gebieden VIIb en VIIc |
| | ICES gebieden VIId en VIIe | ICES gebieden VIId en VIIe |
| | ICES gebieden VIIf en VIIg | ICES gebieden VIIf en VIIg |
| | ICES gebieden VIIh, VIIj en VIIk | ICES gebieden VIIh, VIIj en VIIk |
| | Kattegat | Kattegat |
| **Scotiazee-ijsvis** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Chaenocephalus aceratus** | | |
| **Sprot*** | ICES gebieden IIIb, c en d – exclusief MU3 | ICES gebieden IIIb, c en d – exclusief MU3 |
| **Sprattus sprattus** | Unie-wateren in de Zwarte Zee (FAO gebied 37.4.2) | Unie-wateren in de Zwarte Zee (FAO gebied 37.4.2) |
| **Sprot** | ICES gebied IIIa | ICES gebied IIIa |
| **Sprattus sprattus** | | |
| **Tarbot** | Unie-wateren in de Zwarte Zee (FAO gebied 37.4.2) | Unie-wateren in de Zwarte Zee (FAO gebied 37.4.2) |
| **Psetta maxima** | | |
| **Tong** **Solea solea** | ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV | ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV |
| | ICES gebied VIIa | ICES gebied VIIa |
| | ICES gebied VIId | ICES gebied VIId |
| | ICES gebied VIIe | ICES gebied VIIe |
| | ICES gebieden VIIIa en VIIIb | ICES gebieden VIIIa en VIIIb |
| | ICES gebieden VIIb en VIIc | ICES gebieden VIIb en VIIc |
| | ICES gebieden VIIf en VIIg | ICES gebieden VIIf en VIIg |
| | ICES gebieden VIIh, VIIj en VIIk | ICES gebieden VIIh, VIIj en VIIk |
| **Tongen** | ICES gebieden VIIIc, VIIId, VIIIe, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 | ICES gebieden VIIIc, VIIId, VIIIe, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 |
| **Solea spp.** | | |
| **Wijting** **Merlangius merlangus** | ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV | ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV |
| | ICES gebied VIII | ICES gebied VIII |
| | ICES gebied VIIa | ICES gebied VIIa |
| | ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 | ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 |
| **Witje*** | NAFO gebied 3L | NAFO gebied 3L |
| **Glyptocephalus cynoglossus** | NAFO gebied 3M | NAFO gebied 3M |
| | NAFO gebieden 2J, 3K en 3L | NAFO gebieden 2J, 3K en 3L |
| **Witje** | NAFO gebieden 3N en 3O | NAFO gebieden 3N en 3O |
| **Glyptocephalus cynoglossus** | | |
| **Witte heek*** | NAFO gebieden 2J, 3K en 3L | NAFO gebieden 2J, 3K en 3L |
| **Urophycis tenuis** | | |
| **Witte heek** | NAFO gebieden 3N en 3O | NAFO gebieden 3N en 3O |
| **Urophycis tenuis** | | |
| **Witte koolvis** **Pollachius pollachius** | ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV | ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV |
| | ICES gebied VII | ICES gebied VII |
| | ICES gebied VIIIc | ICES gebied VIIIc |
| | ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 | ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 |
| | ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe | ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe |
| **Witte marlijn** | Atlantische Oceaan | Atlantische Oceaan |
| **Tetrapturus albidus** | | |
| **Witte tonijn** | Atlantische oceaan ten noorden van 5° noorderbreedte | Atlantische oceaan ten noorden van 5° noorderbreedte |
| **Thunnus alalunga** | Atlantische oceaan ten zuiden van 5° noorderbreedte | Atlantische oceaan ten zuiden van 5° noorderbreedte |
| **Zalm** | ICES gebied IIId – Golf van Finland (deelsector 32) | ICES gebied IIId – Golf van Finland (deelsector 32) |
| **Salmo salar** | Unie-wateren van deelsectoren 22-31 (Oostzee excl. Golf van Finland) | Unie-wateren van deelsectoren 22-31 (Oostzee excl. Golf van Finland) |
| **Zandspieringen*** | ICES gebied IIIa en Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV | ICES gebied IIIa en Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV |
| **Ammodytes spp.** | Noorse wateren van ICES gebied IV | Noorse wateren van ICES gebied IV |
| **Zeebrasem** | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied IX | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied IX |
| **Pagellus bogaraveo** | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied X | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied X |
| **Zeeduivels** | ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe | ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe |
| **Lophiidae** | ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 | ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 |
| **Zuidelijke blauwvintonijn** | alle gebieden van het zuidelijke blauwvintonijn gebied (FAO gebieden 41,48,51,57,58 en 81) | alle gebieden van het zuidelijke blauwvintonijn gebied (FAO gebieden 41,48,51,57,58 en 81) |
| **Thunnus maccoyii** | | |
| **Zwaardvis** | Atlantische oceaan ten noorden van 5° noorderbreedte | Atlantische oceaan ten noorden van 5° noorderbreedte |
| **Xiphias gladius** | Atlantische oceaan ten zuiden van 5° noorderbreedte | Atlantische oceaan ten zuiden van 5° noorderbreedte |
| | WCFPC verdragsgebied ten zuiden van 20 ° ZB | WCFPC verdragsgebied ten zuiden van 20 ° ZB |
| **Zwarte Patagonische ijsheek*** | SEAFO-verdragsgebied, subarea D | SEAFO-verdragsgebied, subarea D |
| **Dissostichus eleginoides** | | |
| **Zwarte Patagonische ijsheek** | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 | Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 |
| **Dissostichus eleginoides** | Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. | Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. |
| | FAO gebied 48.4 – Noordelijke Antarctische wateren | FAO gebied 48.4 – Noordelijke Antarctische wateren |
| | FAO gebied 48.4 – Zuidelijke Antarctische wateren | FAO gebied 48.4 – Zuidelijke Antarctische wateren |
| **Zwarte haarstaart** | Unie-wateren en internationale wateren van CECAF gebied 34.1.2 | Unie-wateren en internationale wateren van CECAF gebied 34.1.2 |
| **Aphanopus carbo** | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III en IV | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III en IV |
| | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX en X | Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX en X |
### 1. Inleiding
## Bijlage a1. behorende bij de [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### Controleplan ‘Wegen na vervoer’ voor verse visserijproducten
## Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheersperiode als bedoeld in [artikel 16, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=16&z=2015-12-22&g=2015-12-22), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -2734,7 +2338,7 @@
##### Artikel 140c. Drempelprijzen
Als drempelprijzen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de GMO-verordening worden vastgesteld de prijzen die zijn opgenomen in [bijlage 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=11&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
Als drempelprijzen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de GMO-verordening worden vastgesteld de prijzen die zijn opgenomen in [bijlage 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=11&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
### Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
@@ -2895,7 +2499,7 @@
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van verordening nr. 2406/96, is de NVWA.
3. Degene die garnalen van de soort crangon crangon aanlandt of verhandelt, brengt ze voor de indeling in de bij verordening nr. 2406/96 voorgeschreven versheidsklassen en grootteklassen onverwijld naar een locatie vermeld in [bijlage 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=13&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
3. Degene die garnalen van de soort crangon crangon aanlandt of verhandelt, brengt ze voor de indeling in de bij verordening nr. 2406/96 voorgeschreven versheidsklassen en grootteklassen onverwijld naar een locatie vermeld in [bijlage 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=13&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
##### Artikel 140e. Instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in GFCM-overeenkomstgebied
@@ -2925,7 +2529,7 @@
- a. een verklaring dat hij kennis heeft genomen van het document ‘Motorvermogen in de visserij’;
- b. een adequaat protocol waarin hij beschrijft hoe de vermogensmeting of verzegeling wordt uitgevoerd volgens de standaarden die hiervoor binnen de beroepsgroep algemeen gangbaar zijn en binnen de voorschriften die zijn opgenomen in [bijlage 12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), onderscheidenlijk [bijlage 12b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12b&z=2025-07-05&g=2025-07-05);
- b. een adequaat protocol waarin hij beschrijft hoe de vermogensmeting of verzegeling wordt uitgevoerd volgens de standaarden die hiervoor binnen de beroepsgroep algemeen gangbaar zijn en binnen de voorschriften die zijn opgenomen in [bijlage 12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), onderscheidenlijk [bijlage 12b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12b&z=2025-12-31&g=2025-12-31);
- c. een kopie van relevante diploma’s van de in te zetten personen bij een vermogensmeting of verzegeling met een afgeronde opleiding op het minimale niveau van middelbaar beroepsonderwijs, niveau 3, inzake scheepswerktuigkunde, werktuigkunde of elektrotechniek.
@@ -2939,13 +2543,13 @@
- a. in onafhankelijkheid van de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig of diens gemachtigde;
- b. in overeenstemming met de voorschriften, bedoeld in [bijlage 12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), onderscheidenlijk [bijlage 12b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12b&z=2025-07-05&g=2025-07-05);
- c. in overeenstemming met het protocol, bedoeld in [artikel 87a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
- b. in overeenstemming met de voorschriften, bedoeld in [bijlage 12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), onderscheidenlijk [bijlage 12b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12b&z=2025-12-31&g=2025-12-31);
- c. in overeenstemming met het protocol, bedoeld in [artikel 87a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
2. Een erkend meet- of zegelbureau informeert de minister en de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport onmiddellijk, indien hij een opdracht krijgt een vermogensmeting uit te voeren, onderscheidenlijk een motor te verzegelen.
3. Indien een erkend meet- of zegelbureau voornemens is een wijziging door te voeren in het protocol, bedoeld in [artikel 87a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), die gevolgen kan hebben voor de uitvoering van de vermogensmetingen en verzegelingen, legt hij het gewijzigde protocol voorafgaand aan de voorgenomen wijziging voor goedkeuring voor aan de minister.
3. Indien een erkend meet- of zegelbureau voornemens is een wijziging door te voeren in het protocol, bedoeld in [artikel 87a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), die gevolgen kan hebben voor de uitvoering van de vermogensmetingen en verzegelingen, legt hij het gewijzigde protocol voorafgaand aan de voorgenomen wijziging voor goedkeuring voor aan de minister.
4. Een vermogensmeting of verzegeling wordt uitgevoerd door een voor diens taak aantoonbaar geschikte persoon met:
@@ -2957,7 +2561,7 @@
1. De minister trekt een erkenning in op aanvraag van degene aan wie een erkenning is verleend.
2. De minister kan een erkenning intrekken, indien een erkend meet- of zegelbureau niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in [artikel 87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), onderscheidenlijk [artikel 87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
2. De minister kan een erkenning intrekken, indien een erkend meet- of zegelbureau niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in [artikel 87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), onderscheidenlijk [artikel 87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
### Hoofdstuk 6. Controleverordening
@@ -2995,7 +2599,7 @@
Vervallen
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=104&z=2016-04-01&g=2016-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### 5. Uitwerking controleplan
## Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2022-01-01&g=2022-01-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -3049,29 +2653,29 @@
##### Artikel 46a. Aanlandcontingent
1. Vangsten van de vissoorten, vermeld in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-07-05&g=2025-07-05), uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, die worden aangeland door:
- a. een ondernemer die geen lid is van een groep of een producentenorganisatie, worden in mindering gebracht op het voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldende contingent of in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) bedoelde hoeveelheid van de desbetreffende vissoort;
1. Vangsten van de vissoorten, vermeld in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-12-31&g=2025-12-31), uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, die worden aangeland door:
- a. een ondernemer die geen lid is van een groep of een producentenorganisatie, worden in mindering gebracht op het voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldende contingent of in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-12-31&g=2025-12-31) bedoelde hoeveelheid van de desbetreffende vissoort;
- b. een ondernemer die lid is van een groep of een producentenorganisatie, worden in mindering gebracht op het groepscontingent van de desbetreffende vissoort van de desbetreffende groep of de desbetreffende producentenorganisatie.
2. De kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 vraagt een aanlandcontingent aan voor de vangst of het gedeelte van de vangst van een vissoort, vermeld in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-07-05&g=2025-07-05), waarop de aanlandplicht van toepassing is voor zover:
- a. voor het desbetreffende vissersvaartuig voor de desbetreffende vissoort geen contingent of een in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) bedoelde hoeveelheid geldt dan wel de vangsten van de desbetreffende vissoort groter zijn dan het voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldende contingent of in artikel 24 bedoelde hoeveelheid;
2. De kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 vraagt een aanlandcontingent aan voor de vangst of het gedeelte van de vangst van een vissoort, vermeld in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-12-31&g=2025-12-31), waarop de aanlandplicht van toepassing is voor zover:
- a. voor het desbetreffende vissersvaartuig voor de desbetreffende vissoort geen contingent of een in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-12-31&g=2025-12-31) bedoelde hoeveelheid geldt dan wel de vangsten van de desbetreffende vissoort groter zijn dan het voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldende contingent of in artikel 24 bedoelde hoeveelheid;
- b. aan de groep of de producentenorganisatie waarvan een ondernemer lid is, geen groepscontingent voor de desbetreffende vissoort is toegekend, of dat groepscontingent is opgevist.
3. De kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 vraagt voor een vangst van een vissoort, genoemd in [artikel 20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=20a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), waarop de aanlandplicht van toepassing is een aanlandcontingent aan, tenzij de vangst in mindering kan worden gebracht op een groepscontingent van een groep of producentenorganisatie waarvan de ondernemer lid is.
4. De in het tweede en derde lid bedoelde aanvraag wordt gelijktijdig met de melding, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2025-07-05&g=2025-07-05), dan wel met de voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de controleverordening, gedaan onder vermelding van de overeenkomstig artikel 14 van de controleverordening in het logboek geregistreerde hoeveelheden van de desbetreffende vissoort. Voor zover het in het elektronisch visserijlogboek, bedoeld in artikel 2, onderdeel 12, van de uitvoeringsverordening controleverordening, niet mogelijk is om de aanvraag tegelijkertijd met de voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de controleverordening, te doen, wordt de aangifte van aanlanding die op grond van artikel 23 en 24 van de controleverordening moet worden ingediend als aanvraag voor een aanlandcontingent beschouwd.
5. Indien de kapitein, eigenaar of gemachtigde nalaat om overeenkomstig het vierde lid een aanvraag in te dienen, wordt de aangifte van aanlanding die op grond van artikel 23 en 24 van de controleverordening dan wel op grond van [artikel 104a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=104a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van deze regeling in samenhang met artikel 23 van de controleverordening moet worden ingediend, als aanvraag voor een aanlandcontingent beschouwd.
3. De kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 vraagt voor een vangst van een vissoort, genoemd in [artikel 20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=20a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), waarop de aanlandplicht van toepassing is een aanlandcontingent aan, tenzij de vangst in mindering kan worden gebracht op een groepscontingent van een groep of producentenorganisatie waarvan de ondernemer lid is.
4. De in het tweede en derde lid bedoelde aanvraag wordt gelijktijdig met de melding, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2025-12-31&g=2025-12-31), dan wel met de voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de controleverordening, gedaan onder vermelding van de overeenkomstig artikel 14 van de controleverordening in het logboek geregistreerde hoeveelheden van de desbetreffende vissoort. Voor zover het in het elektronisch visserijlogboek, bedoeld in artikel 2, onderdeel 12, van de uitvoeringsverordening controleverordening, niet mogelijk is om de aanvraag tegelijkertijd met de voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de controleverordening, te doen, wordt de aangifte van aanlanding die op grond van artikel 23 en 24 van de controleverordening moet worden ingediend als aanvraag voor een aanlandcontingent beschouwd.
5. Indien de kapitein, eigenaar of gemachtigde nalaat om overeenkomstig het vierde lid een aanvraag in te dienen, wordt de aangifte van aanlanding die op grond van artikel 23 en 24 van de controleverordening dan wel op grond van [artikel 104a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=104a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van deze regeling in samenhang met artikel 23 van de controleverordening moet worden ingediend, als aanvraag voor een aanlandcontingent beschouwd.
##### Artikel 46b. Uitzonderingen aanlandcontingent
1. In afwijking van [artikel 46a, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), worden aanlandingen van ondermaatse tong, schol, kabeljauw en wijting niet in mindering gebracht op een voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldend contingent, een in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) bedoelde hoeveelheid van de desbetreffende vissoort of een groepscontingent van een groep of producentenorganisatie waarvan de ondernemer lid is.
2. In afwijking van [artikel 46a, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), wordt voor aanlandingen van ondermaatse vis geen aanlandcontingent aangevraagd.
1. In afwijking van [artikel 46a, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), worden aanlandingen van ondermaatse tong, schol, kabeljauw en wijting niet in mindering gebracht op een voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldend contingent, een in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-12-31&g=2025-12-31) bedoelde hoeveelheid van de desbetreffende vissoort of een groepscontingent van een groep of producentenorganisatie waarvan de ondernemer lid is.
2. In afwijking van [artikel 46a, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=6&artikel=46a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), wordt voor aanlandingen van ondermaatse vis geen aanlandcontingent aangevraagd.
##### Artikel 46c. Betaling aanlandcontingent
@@ -3079,21 +2683,13 @@
- a. het bedrag dat degene aan wie het document gericht is, op grond van [artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van het Legesbesluit visserijdocumenten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011616&artikel=2) verschuldigd is, vermeerderd met
- b. de hoeveelheid kilogrammen levend gewicht van een vissoort die is vermeld in de aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 23 van de controleverordening, die niet in mindering kan worden gebracht op een contingent, hoeveelheid als bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) of groepscontingent, vermenigvuldigd met tachtig procent van de gemiddelde prijs van de desbetreffende vissoort in het desbetreffende kwartaal van aanlanding, in het voorgaande jaar, zoals vermeld op de website van de RVO;
- b. de hoeveelheid kilogrammen levend gewicht van een vissoort die is vermeld in de aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 23 van de controleverordening, die niet in mindering kan worden gebracht op een contingent, hoeveelheid als bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-12-31&g=2025-12-31) of groepscontingent, vermenigvuldigd met tachtig procent van de gemiddelde prijs van de desbetreffende vissoort in het desbetreffende kwartaal van aanlanding, in het voorgaande jaar, zoals vermeld op de website van de RVO;
met dien verstande dat het totaal verschuldigde bedrag voor een aanlandcontingent ten hoogste negentig procent van de in onderdeel b bedoelde prijs bedraagt.
2. In afwijking van het eerste lid wordt voor een aanlandcontingent voor horsmakreel gevangen in wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d, slechts het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betaald. De vorige volzin is van toepassing tot het moment dat tachtig procent van de aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden van het betreffende visbestand is opgevist.
3. Vanaf het moment dat tachtig procent van de aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, van het visbestand, genoemd in het tweede lid, is opgevist, wordt in afwijking van het eerste lid voor een aanlandcontingent een bedrag betaald ter hoogte van:
- a. het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a; en
- b. de hoeveelheid kilogrammen levend gewicht die is vermeld in de aangifte van de aanlanding, bedoeld in artikel 23 van de controleverordening, vermenigvuldigd met veertig procent van de gemiddelde prijs in het kwartaal van aanlanding in het voorgaande jaar, zoals vermeld op de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde website;
met dien verstande dat het totaal verschuldigde bedrag voor een aanlandcontingent ten hoogste vijftig procent van de bedoelde gemiddelde prijs bedraagt.
4. Indien een ondernemer na de aanvraag van een aanlandcontingent voor de desbetreffende vissoort een contingent in gebruik krijgt of overgedragen krijgt, worden daarop allereerst de aangelande hoeveelheden waarvoor een aanlandcontingent is verstrekt in mindering gebracht en wordt, voor zover een bedrag is betaald voor het aanlandcontingent, het bedrag dat is betaald voor de desbetreffende hoeveelheid minus het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan de ondernemer terugbetaald.
2. In afwijking van het eerste lid wordt voor een aanlandcontingent voor horsmakreel gevangen in wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d, slechts het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betaald, met dien verstande dat het verschuldigde bedrag voor een aanlandcontingent ten hoogste negentig procent van de gemiddelde prijs in het kwartaal van aanlanding in het voorgaande jaar, zoals vermeld op de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde website, van de hoeveelheid kilogrammen levend gewicht die is vermeld in de aangifte van de aanlanding, bedoeld in artikel 23 van de controleverordening, bedraagt. Dit lid is van toepassing tot het moment dat veertig procent van de aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden van het betreffende visbestand is opgevist.
3. Indien een ondernemer na de aanvraag van een aanlandcontingent voor de desbetreffende vissoort een contingent in gebruik krijgt of overgedragen krijgt, worden daarop allereerst de aangelande hoeveelheden waarvoor een aanlandcontingent is verstrekt in mindering gebracht en wordt, voor zover een bedrag is betaald voor het aanlandcontingent, het bedrag dat is betaald voor de desbetreffende hoeveelheid minus het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan de ondernemer terugbetaald.
### Hoofdstuk 3. Technische maatregelen
@@ -3107,9 +2703,9 @@
- a. dat in de kalenderjaren 2006 tot en met 2008 met het desbetreffende vistuig heeft gevist in het desbetreffende gebied;
- b. dat, voor zover de aanvraag de vistuigcategorie TR1 betreft, in de kalenderjaren 2001 tot en met 2005 heeft gevist in het desbetreffende gebied met tot de vistuigcategorieën TR1 of TR2 behorende vistuigen en waarvoor op 31 december 2011 op grond van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-07-05&g=2025-07-05) een recht op contingenten wijting en kabeljauw gold;
- c. dat, voor zover de aanvraag de vistuigcategorie TR2 betreft, in de kalenderjaren 2001 tot en met 2005 heeft gevist in het desbetreffende gebied met tot de vistuigcategorie TR2 behorende vistuigen en waarvoor op 31 december 2011 op grond van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-07-05&g=2025-07-05) een recht op contingenten wijting en kabeljauw gold;
- b. dat, voor zover de aanvraag de vistuigcategorie TR1 betreft, in de kalenderjaren 2001 tot en met 2005 heeft gevist in het desbetreffende gebied met tot de vistuigcategorieën TR1 of TR2 behorende vistuigen en waarvoor op 31 december 2011 op grond van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-12-31&g=2025-12-31) een recht op contingenten wijting en kabeljauw gold;
- c. dat, voor zover de aanvraag de vistuigcategorie TR2 betreft, in de kalenderjaren 2001 tot en met 2005 heeft gevist in het desbetreffende gebied met tot de vistuigcategorie TR2 behorende vistuigen en waarvoor op 31 december 2011 op grond van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-12-31&g=2025-12-31) een recht op contingenten wijting en kabeljauw gold;
- d. ten aanzien waarvan op 1 januari 2009 een onomkeerbare investeringsverplichting is aangegaan met het oog op de uitoefening van de visserij in het desbetreffende geografische gebied; of
@@ -3117,7 +2713,7 @@
2. Voor zover de aanvraag een vissersvaartuig als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c of d, betreft, is het motorvermogen van dat vissersvaartuig ten opzichte van de in onderdelen a, b en c bedoelde periode, onderscheidenlijk ten opzichte van de eerste keer dat het vissersvaartuig met het oog op de uitoefening van de visserij in het desbetreffende gebied in gebruik is genomen, niet toegenomen.
3. Voor zover de aanvraag de vistuigcategorieën BT1 en BT2 betreft, geldt voor het betrokken vissersvaartuig een recht op contingenten tong en schol op grond van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-07-05&g=2025-07-05).
3. Voor zover de aanvraag de vistuigcategorieën BT1 en BT2 betreft, geldt voor het betrokken vissersvaartuig een recht op contingenten tong en schol op grond van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-12-31&g=2025-12-31).
4. Voor zover de aanvraag de vistuigcategorie BT1 of TR1 betreft, geldt in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, dat het vissersvaartuig in de in dat onderdeel genoemde periode ook mag hebben gevist met tot de vistuigcategorie BT2 onderscheidenlijk met de tot de vistuigcategorie TR2 behorende vistuigen.
@@ -3161,7 +2757,7 @@
Vervallen
### 5.2. Risico en risico beheer
### 5.1.3. Voorschriften voor marktdeelnemers in Nederland (visafslag / koper)
## Bijlage 11. behorende bij [artikel 140c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7a&artikel=140c&z=2021-04-01&g=2021-04-01) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -3238,7 +2834,7 @@
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2022-01-01&g=2022-04-01) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### Onderdeel A
### 5.2. Risico en risico beheer
## Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2022-01-01&g=2022-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -3250,7 +2846,7 @@
De controle op de aanlanding van vaartuigen die gebruik maken van de mogelijkheid om te wegen na transport is gericht op de voorschriften voor kapiteins van vissersvaartuigen zoals genoemd in H 5.1.1. Voor controle doeleinden maakt de inspecteur steekproefsgewijs gebruik van de mogelijkheid om het vervoermiddel officieel te verzegelen met unieke zegels. Deze verzegeling mag onderweg uitsluitend worden verbroken voor inspectie doeleinden die worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit. In dat geval brengt de inspecteur een nieuw zegel aan en registreert dit op het transportdocument.
Bewaarvorm: **gekookt**
De controle op de aanlanding van vaartuigen die gebruik maken van de mogelijkheid om te wegen na transport is gericht op de voorschriften voor kapiteins van vissersvaartuigen zoals genoemd in H 5.1.1. Voor controle doeleinden maakt de inspecteur steekproefsgewijs gebruik van de mogelijkheid om het vervoermiddel officieel te verzegelen met unieke zegels. Deze verzegeling mag onderweg uitsluitend worden verbroken voor inspectie doeleinden die worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit. In dat geval brengt de inspecteur een nieuw zegel aan en registreert dit op het transportdocument.
## Bijlage b1. behorende bij de [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-04-01&g=2025-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -3404,7 +3000,7 @@
##### Artikel 124a. Weging verse visserijproducten aan boord of na vervoer
1. Voor Nederlandse vissersvaartuigen kan van het verbod, bedoeld in [artikel 124, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=7&artikel=124&z=2025-07-05&g=2025-07-05), voor zover dat betrekking heeft op artikel 60, tweede lid, van de controleverordening, op grond van [artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003144&artikel=6d) uitsluitend ontheffing worden verleend, indien de visserijproducten aan boord van het vissersvaartuig worden gewogen.
1. Voor Nederlandse vissersvaartuigen kan van het verbod, bedoeld in [artikel 124, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=7&artikel=124&z=2025-12-31&g=2025-12-31), voor zover dat betrekking heeft op artikel 60, tweede lid, van de controleverordening, op grond van [artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003144&artikel=6d) uitsluitend ontheffing worden verleend, indien de visserijproducten aan boord van het vissersvaartuig worden gewogen.
2. Aan de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval de voorschriften verbonden, dat de kapitein, eigenaar of gemachtigde van het vissersvaartuig voldoet aan paragraaf 5.1.1. van het steekproefplan wegen aan boord en dat de kapitein, eigenaar of gemachtigde van het vissersvaartuig ervoor zorgdraagt dat de marktdeelnemers verantwoordelijk voor de eerste afzet van de visserijproducten voldoen aan paragraaf 5.1.3. van dat steekproefplan.
@@ -3424,25 +3020,7 @@
### 2. Doel
## Bijlage 12a. behorend bij de [artikelen 87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2022-01-01&g=2022-04-01) en [87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2022-01-01&g=2022-04-01)
Naar aanleiding van elke vermogensmeting wordt een meetrapport opgemaakt met het motorvermogen en toerental in stomende en vissende conditie. De volgende parameters worden, indien van toepassing, opgenomen in het meetrapport:
- a. de regelstand van zowel de gemeenschappelijke aanwijzing als van alle brandstofpompen afzonderlijk, in stomende en vissende conditie, af te lezen ten opzichte van het vaste huis, of, indien het indicatorwijzertje wordt benut, de positie hiervan ten opzichte van het huis in verband met variabele vulringetjes;
- b. de regulateur uitsturing stomend/vissend;
- c. de dikte van de blokkeringsblokjes;
- d. vanuit proefstand en/of (proef)vaart, gegevens van ten minste de temperatuur van uitlaatgassen na de turbo, de temperatuur van de inlaatlucht, het toerental van de hoofdmotor en de turbodruk;
- e. het software nummer van geïnstalleerde softwareversie;
- f. het wijzigingsnummer en datum.
Bij het meetrapport wordt een verklaring van kennisname van het meetrapport gevoegd, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.
Indien een erkend meetbureau tijdens een vermogensmeting geconfronteerd wordt met niet verklaarbare afwijkingen van het motorvermogen, meldt het meetbureau dit terstond aan de minister. Het meetbureau maakt hier tevens een rapport van op.
## Bijlage b1. behorende bij de [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### 3. Wettelijke basis
@@ -3450,125 +3028,125 @@
### Controleplan ‘Wegen na vervoer’ voor verse visserijproducten
### 6. Toezicht en Handhaving
### 2. Doel
### 5.1.1. Voorschriften voor kapiteins van vissersvaartuigen
### 6.1.1. Officiële controle aanlanding
### Steekproefplan voor ‘Wegen aan boord’ van verse visserijproducten o.b.v. artikel 60 (3) van Vo 1224/2009
Conform artikel 60 (1 en 2) van [Verordening (EG) nr. 1224/2009](32009R1224) van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) moet garanderen (hierna: Controleverordening) zien lidstaten erop toe dat alle visserijproducten bij aanlanding worden gewogen op door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde systemen.
### 2. Doel
Nederland maakt gebruik van deze mogelijkheid voor vissersvaartuigen om te wegen aan boord. Naar aanleiding hiervan is onderhavig steekproefplan opgesteld. Voor de doelgroep die toestemming heeft om te mogen wegen aan boord kan na aanlanding volstaan worden met het nemen van een steekproefweging i.p.v. een 100% weging.
Alle Europese vissersvaartuigen die verse visserijproducten in Nederland aanlanden waarvan de desbetreffende lidstaat heeft toegestaan dat visserijproducten aan boord van het vissersvaartuig mogen worden gewogen kunnen gebruik maken van dit Nederlandse steekproefplan indien voldaan wordt aan de in dit plan gestelde voorschriften.
### 2. Doel
### 3. Wettelijke basis
Artikel 60 (3) van de Controleverordening en artikel 76 (2) in samenhang met bijlage XX van de Uitvoeringsverordening.
Artikel 60 (3) van de Controleverordening en artikel 76 (2) in samenhang met bijlage XX van de Uitvoeringsverordening.
Voor het begrippenkader wordt verwezen naar de definities die zijn opgenomen in artikel 4 van de Controleverordening en artikel 2 van de Uitvoeringsverordening. Een korte opsomming van veelvoorkomende begrippen in dit steekproefplan:
Voor het begrippenkader wordt verwezen naar de definities die zijn opgenomen in artikel 4 van de Controleverordening en artikel 2 van de Uitvoeringsverordening. Een korte opsomming van veelvoorkomende begrippen in dit steekproefplan:
### 5. Uitwerking steekproefplan
### Steekproefplan voor ‘Wegen aan boord’ van verse visserijproducten o.b.v. artikel 60 (3) van Vo 1224/2009
Bij wijze van afwijking mogen de lidstaten conform artikel 60 (3) toestaan dat visserijproducten aan boord van een vissersvaartuig worden gewogen volgens een door de Commissie goedgekeurd steekproevenplan dat is vastgesteld overeenkomstig de methode die is beschreven in bijlage XX van Uitvoerings[verordening (EU) nr. 404/2011](32011R0404) van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van [Verordening (EG) nr. 1224/2009](32009R1224) van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (hierna: Uitvoeringsverordening).
### 2. Doel
Alle Europese vissersvaartuigen die verse visserijproducten in Nederland aanlanden waarvan de desbetreffende lidstaat heeft toegestaan dat visserijproducten aan boord van het vissersvaartuig mogen worden gewogen kunnen gebruik maken van dit Nederlandse steekproefplan indien voldaan wordt aan de in dit plan gestelde voorschriften.
In Nederland zijn namens de Minister door de RVO 129 ontheffingen verstrekt van artikel 60 (2) van de Controleverordening. Hierdoor hebben deze vaartuigen toestemming om overeenkomstig de daaraan verbonden voorschriften visserij producten te mogen wegen aan boord. Als voldaan wordt aan de in dit plan opgenomen voorschriften mogen deze vaartuigen in afwijking van artikel 60 (2) van de Controleverordening aan boord van het vissersvaartuig blijven wegen, mits ze overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige steekproefplan handelen, waaronder het uitvoeren van een steekproefweging op het moment van de aanlanding. De meeste vissersvaartuigen met een ontheffing van 60 (2) van de Controleverordening vissen met trawlnetten (Bodem- en pelagische trawls5Bijlage XI van de Uitvoerings[verordening (EU) Nr. 404/2011](32011R0404) van de Commissie van 8 april 2011.). Deze vaartuigen voeren geen steekproefwegingen bij aanlanding uit overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige plan, maar wegen in de praktijk alle visserijproducten direct na aanlanding of zullen deze pas na transport gaan wegen, overeenkomstig de voorschriften van het op grond van artikel 61 (1) Controleverordening vastgestelde Controleplan. Naar verwachting zullen alleen de vissersvaartuigen die gebruik maken van vistuigen die tot de categorie ‘Zegen’ behoren, steekproefwegingen bij aanlanding uitvoeren overeenkomstig het onderhavige steekproefplan. Binnen dit visserij type gaat het om 17 vaartuigen die met het vistuig type ‘Schotse zegen’ (SSC)6[Verordening (EG) Nr. 2406/96](31996R2406) VAN DE RAAD van 26 november 1996 houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde visserijproducten. vissen. Het risico dat door deze vissersvaartuigen aangelande, reeds aan boord gewogen vis, afwijkingen vertoont met wegingen aan land wordt beoordeeld als laag. Redenen hiervoor zijn:
Om gebruik te kunnen maken van het Nederlandse steekproefplan gelden voorschriften voor de marktdeelnemers die betrokken zijn bij de weging aan boord, de aanlanding en het uitvoeren van de weging op het moment van die aanlanding. De voorschriften voor de verschillende marktdeelnemers worden hieronder nader toegelicht.
Om gebruik te kunnen maken van het Nederlandse steekproefplan gelden voorschriften voor de marktdeelnemers die betrokken zijn bij de weging aan boord, de aanlanding en het uitvoeren van de weging op het moment van die aanlanding. De voorschriften voor de verschillende marktdeelnemers worden hieronder nader toegelicht.
Voor de betrokken kapitein/eigenaar van een vissersvaartuig en andere betrokken marktdeelnemers geldt tevens dat zij moeten voldoen aan de voorschriften in de Uitvoeringsregeling zeevisserij, in samenhang met de Controleverordening en de Uitvoeringsverordening.
Voor de betrokken kapitein/eigenaar van een vissersvaartuig en andere betrokken marktdeelnemers geldt tevens dat zij moeten voldoen aan de voorschriften in de Uitvoeringsregeling zeevisserij, in samenhang met de Controleverordening en de Uitvoeringsverordening.
### 5.1.2. Voorschriften voor kapiteins met vissersvaartuig afkomstig uit andere EU lidstaat
Een EU vissersvaartuig afkomstig uit een andere lidstaat mag in Nederland aanlanden en gebruik maken van dit Nederlandse steekproefplan mits hij voldoet aan bovengenoemde voorschriften. Daarnaast moet de kapitein voorafgaande aan de aanlanding het volgende aantonen:
## Bijlage 1
### 5.2. Risico beoordeling
## Bijlage 2
### 5.3. Minimale steekproef tijdens de aanlanding
### 3. Wettelijke basis
Artikel 60 (3) van de Controleverordening en artikel 76 (2) in samenhang met bijlage XX van de Uitvoeringsverordening.
### 5.3. Minimale steekproef tijdens de aanlanding
De steekproefweging wordt toegepast per vissoort. Hiervoor wordt per vissoort het aantal te wegen kisten bepaald. Het aantal kisten dat de marktdeelnemer per vissoort moet wegen is opgenomen in onderstaande tabel.
### 5.4. Criteria en condities van de steekproef
### 5.4. Criteria en condities van de steekproef
## Bijlage 3
### C. Havens en lostijden als bedoeld in [artikel 116, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=5&artikel=116&z=2024-04-06&g=2024-04-06), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
De kapitein van het vissersvaartuig registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:
Voor het begrippenkader wordt verwezen naar de definities die zijn opgenomen in artikel 4 van de Controleverordening en artikel 2 van de Uitvoeringsverordening. Een korte opsomming van veelvoorkomende begrippen in dit steekproefplan:
Om gebruik te kunnen maken van het Nederlandse steekproefplan gelden voorschriften voor de marktdeelnemers die betrokken zijn bij de weging aan boord, de aanlanding en het uitvoeren van de weging op het moment van die aanlanding. De voorschriften voor de verschillende marktdeelnemers worden hieronder nader toegelicht.
### 5.1. Voorschriften marktdeelnemers, kapitein en eigenaar vissersvaartuig
Om gebruik te kunnen maken van het Nederlandse steekproefplan gelden voorschriften voor de marktdeelnemers die betrokken zijn bij de weging aan boord, de aanlanding en het uitvoeren van de weging op het moment van die aanlanding. De voorschriften voor de verschillende marktdeelnemers worden hieronder nader toegelicht.
De marktdeelnemer die de steekproefweging uitvoert, registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:
Indien het resultaat van de telling van viskisten, dan wel de steekproefweging, per vissoort afwijkt van de opgave door de kapitein/eigenaar dient er een 100% (her-)weging van die desbetreffende vissoort ter plekke plaats te vinden.
Voor de betrokken kapitein/eigenaar van een vissersvaartuig en andere betrokken marktdeelnemers geldt tevens dat zij moeten voldoen aan de voorschriften in de Uitvoeringsregeling zeevisserij, in samenhang met de Controleverordening en de Uitvoeringsverordening.
De NVWA voert bij de marktdeelnemer die de steekproef uitvoert risico gebaseerde controles uit om te beoordelen of er gewerkt wordt in overeenstemming met het steekproefplan. Daarnaast verricht de NVWA kruiscontroles tussen de weegresultaten van de steekproefweging en de weging aan boord. De uitkomsten hiervan worden ook meegenomen in de risico analyse.
### 5.7. Interventie
De NVWA voert bij de marktdeelnemer die de steekproef uitvoert risico gebaseerde controles uit om te beoordelen of er gewerkt wordt in overeenstemming met het steekproefplan. Daarnaast verricht de NVWA kruiscontroles tussen de weegresultaten van de steekproefweging en de weging aan boord. De uitkomsten hiervan worden ook meegenomen in de risico analyse.
Voor het selecteren van een risico gebaseerde controle worden de volgende parameters meegenomen:
Iedere maand organiseren de betrokken visserij inspecteurs meetings om de monitoringresultaten te bespreken en inspectie prioriteiten te stellen voor de opvolgende maand. Tijdens de meetings worden overtredingen van het GVB meegewogen en daar waar nodig follow up inspecties gepland.
## Bijlage 1
### 5.2. Risico beoordeling
## Bijlage 2
### 5.3. Minimale steekproef tijdens de aanlanding
### 5.4. Criteria en condities van de steekproef
Indien het totaal gewicht van **alle** aangelande soorten minder is dan 50 kg is het niet nodig een steekproef uit te voeren. De aangelande partij wordt in deze situatie in zijn geheel gewogen.
### 5.4. Criteria en condities van de steekproef
### 5.5. Weegresultaten
## Bijlage 3
### C. Havens en lostijden als bedoeld in [artikel 116, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=5&artikel=116&z=2024-04-06&g=2024-04-06), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
De marktdeelnemer die de steekproefweging uitvoert, registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:
Indien het resultaat van de telling van viskisten, dan wel de steekproefweging, per vissoort afwijkt van de opgave door de kapitein/eigenaar dient er een 100% (her-)weging van die desbetreffende vissoort ter plekke plaats te vinden.
Voor het selecteren van een risico gebaseerde controle worden de volgende parameters meegenomen:
De NVWA voert bij de marktdeelnemer die de steekproef uitvoert risico gebaseerde controles uit om te beoordelen of er gewerkt wordt in overeenstemming met het steekproefplan. Daarnaast verricht de NVWA kruiscontroles tussen de weegresultaten van de steekproefweging en de weging aan boord. De uitkomsten hiervan worden ook meegenomen in de risico analyse.
Voor het selecteren van een risico gebaseerde controle worden de volgende parameters meegenomen:
Iedere maand organiseren de betrokken visserij inspecteurs meetings om de monitoringresultaten te bespreken en inspectie prioriteiten te stellen voor de opvolgende maand. Tijdens de meetings worden overtredingen van het GVB meegewogen en daar waar nodig follow up inspecties gepland.
Het maandelijkse overleg selecteert de visserij ondernemingen die de voorschriften van het steekproefplan overtreden. Voor deze ondernemingen wordt een proces gestart om de ontheffing op de verplichting om bij aanlanding een volledige weging uit te voeren en toestemming om visserijproducten te mogen wegen aan boord in te trekken.
Marktdeelnemers die de voorschriften van het steekproefplan overtreden zullen strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk vervolgd worden. In het kader van bestuursrechtelijke sanctionering bestaat tevens de mogelijkheid de ontheffing om te mogen wegen aan boord tijdelijk te schorsen of definitief in te trekken.
Marktdeelnemers die de voorschriften van het steekproefplan overtreden zullen strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk vervolgd worden. In het kader van bestuursrechtelijke sanctionering bestaat tevens de mogelijkheid de ontheffing om te mogen wegen aan boord tijdelijk te schorsen of definitief in te trekken.
Bergen aan Zee (gemeente Bergen)
Egmond aan Zee (gemeente Bergen)
Gelet op [artikel 6 eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-04-01&g=2025-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij is het in de met een * aangeduide havens uitsluitend toegestaan vis aan te landen, over te laden of te lossen door een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT.
Terheide (gemeente Monster)
Gelet op [artikel 6 eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij is het in de met een * aangeduide havens uitsluitend toegestaan vis aan te landen, over te laden of te lossen door een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT.
Gelet op [artikel 6 eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij is het in de met een * aangeduide havens uitsluitend toegestaan vis aan te landen, over te laden of te lossen door een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT.
Stellendam (gemeente Goedereede)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
De Cocksdorp (gemeente Texel)
Oudeschild (gemeente Texel)
Petten (gemeente Zijpe)
Marktdeelnemers die de voorschriften van het steekproefplan overtreden zullen strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk vervolgd worden. In het kader van bestuursrechtelijke sanctionering bestaat tevens de mogelijkheid de ontheffing om te mogen wegen aan boord tijdelijk te schorsen of definitief in te trekken.
Camperduin (gemeente Bergen)
Schoorl (gemeente Bergen)
Bergen aan Zee (gemeente Bergen)
Egmond aan Zee (gemeente Bergen)
Gelet op [artikel 6 eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-04-01&g=2025-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij is het in de met een * aangeduide havens uitsluitend toegestaan vis aan te landen, over te laden of te lossen door een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT.
Terheide (gemeente Monster)
Gelet op [artikel 6 eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij is het in de met een * aangeduide havens uitsluitend toegestaan vis aan te landen, over te laden of te lossen door een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT.
Neeltje Jans (gemeente Schouwen-Duiveland)
Stellendam (gemeente Goedereede)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
De Cocksdorp (gemeente Texel)
Oudeschild (gemeente Texel)
Petten (gemeente Zijpe)
Camperduin (gemeente Bergen)
Schoorl (gemeente Bergen)
Bergen aan Zee (gemeente Bergen)
Egmond aan Zee (gemeente Bergen)
Katwijk aan Zee (gemeente Katwijk)
## Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=10&z=2022-07-01&g=2022-07-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -3622,13 +3200,13 @@
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=104&z=2022-07-01&g=2022-07-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Yerseke (gemeente Reimerswaal)
Wilhelminadorp (gemeente Goes)
Zierikzee (gemeente Schouwen-Duiveland)
Walsoorden (gemeente Hontenisse)
Sint-Annaland (gemeente Tholen)
## Bijlage 11. behorende bij [artikel 140c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7a&artikel=140c&z=2022-07-01&g=2022-07-01) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -3742,13 +3320,13 @@
##### Artikel 30a. Vervallen contingenten
1. Indien een visvergunning wordt ingetrokken ingevolge [artikel 96, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=96&z=2025-07-05&g=2025-07-05), vervallen de contingenten die gelden voor het vissersvaartuig dat is vermeld op die visvergunning.
2. Indien op naam van de houder van de visvergunning, bedoeld in het eerste lid, contingenten zijn aangehouden ingevolge [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=44&z=2025-07-05&g=2025-07-05), vervallen ook deze contingenten.
3. Vangstmogelijkheden van vervallen contingenten blijven gedurende het kalenderjaar waarin de contingenten vervallen, voor zover deze nog niet zijn opgevist, onderdeel van het groepscontingent waaraan ze ingevolge [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-07-05&g=2025-07-05), zijn toegekend.
4. Indien de contingenten niet in beheer zijn gegeven aan een groep of producentenorganisatie en ze ingevolge [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-07-05&g=2025-07-05), geen onderdeel uitmaken van een groepscontingent, worden de vangstmogelijkheden van die vervallen contingenten gedurende het kalenderjaar waarin ze vervallen toegevoegd aan de door de minister gereserveerde vangstmogelijkheden, bedoeld in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=12&z=2025-07-05&g=2025-07-05), voor zover deze contingenten nog niet zijn opgevist.
1. Indien een visvergunning wordt ingetrokken ingevolge [artikel 96, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=96&z=2025-12-31&g=2025-12-31), vervallen de contingenten die gelden voor het vissersvaartuig dat is vermeld op die visvergunning.
2. Indien op naam van de houder van de visvergunning, bedoeld in het eerste lid, contingenten zijn aangehouden ingevolge [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=44&z=2025-12-31&g=2025-12-31), vervallen ook deze contingenten.
3. Vangstmogelijkheden van vervallen contingenten blijven gedurende het kalenderjaar waarin de contingenten vervallen, voor zover deze nog niet zijn opgevist, onderdeel van het groepscontingent waaraan ze ingevolge [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-12-31&g=2025-12-31), zijn toegekend.
4. Indien de contingenten niet in beheer zijn gegeven aan een groep of producentenorganisatie en ze ingevolge [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-12-31&g=2025-12-31), geen onderdeel uitmaken van een groepscontingent, worden de vangstmogelijkheden van die vervallen contingenten gedurende het kalenderjaar waarin ze vervallen toegevoegd aan de door de minister gereserveerde vangstmogelijkheden, bedoeld in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=12&z=2025-12-31&g=2025-12-31), voor zover deze contingenten nog niet zijn opgevist.
5. Indien contingenten vervallen in het kalenderjaar 2022, zijn het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing voor het kalenderjaar 2023.
@@ -3756,19 +3334,19 @@
##### Artikel 32a. Extra hoeveelheid vangstmogelijkheden
1. Indien een groep of producentenorganisatie een verzoek heeft ingediend als bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-07-05&g=2025-07-05), kent de minister aan het groepscontingent van die groep of producentenorganisatie ambtshalve een extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van een vissoort voor een vangstgebied toe.
1. Indien een groep of producentenorganisatie een verzoek heeft ingediend als bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-12-31&g=2025-12-31), kent de minister aan het groepscontingent van die groep of producentenorganisatie ambtshalve een extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van een vissoort voor een vangstgebied toe.
2. De totale hoeveelheid extra vangstmogelijkheden die door de minister op grond van het eerste en derde lid, kan worden toegekend is gelijk aan de totale hoeveelheid van de vangstmogelijkheden van vervallen contingenten.
3. De omvang van de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden per groep of producentenorganisatie wordt bepaald naar evenredigheid van hetgeen is opgevist en aangeland in het voorafgaande kalenderjaar, door de vissersvaartuigen van de leden van de groep of producentenorganisatie in het kalenderjaar waarvoor het groepscontingent wordt toegekend, per vissoort, genoemd in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-07-05&g=2025-07-05), in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied.
4. [Artikel 32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-07-05&g=2025-07-05), is van toepassing op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden.
5. [Artikel 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=46&z=2025-07-05&g=2025-07-05) is niet van toepassing op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden.
3. De omvang van de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden per groep of producentenorganisatie wordt bepaald naar evenredigheid van hetgeen is opgevist en aangeland in het voorafgaande kalenderjaar, door de vissersvaartuigen van de leden van de groep of producentenorganisatie in het kalenderjaar waarvoor het groepscontingent wordt toegekend, per vissoort, genoemd in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2025-12-31&g=2025-12-31), in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied.
4. [Artikel 32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32&z=2025-12-31&g=2025-12-31), is van toepassing op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden.
5. [Artikel 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=5&artikel=46&z=2025-12-31&g=2025-12-31) is niet van toepassing op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden.
##### Artikel 32b. Benutting groepscontingent
De minister draagt er zorg voor dat de aanlandingen van de leden van een groep of producentenorganisatie, waarvoor een groepscontingent geldt waaraan een extra hoeveelheid vangstmogelijkheden is toegekend als bedoeld in [artikel 32a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32a&z=2025-07-05&g=2025-07-05), in mindering worden gebracht op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van het desbetreffende groepscontingent, tenzij de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van het desbetreffende groepscontingent volledig is opgevist.
De minister draagt er zorg voor dat de aanlandingen van de leden van een groep of producentenorganisatie, waarvoor een groepscontingent geldt waaraan een extra hoeveelheid vangstmogelijkheden is toegekend als bedoeld in [artikel 32a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=32a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), in mindering worden gebracht op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van het desbetreffende groepscontingent, tenzij de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van het desbetreffende groepscontingent volledig is opgevist.
#### § 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten
@@ -3802,47 +3380,47 @@
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
### Steekproefplan voor ‘Wegen aan boord’ van verse visserijproducten o.b.v. artikel 60 (3) van Vo 1224/2009
Conform artikel 60 (1 en 2) van [Verordening (EG) nr. 1224/2009](32009R1224) van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) moet garanderen (hierna: Controleverordening) zien lidstaten erop toe dat alle visserijproducten bij aanlanding worden gewogen op door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde systemen.
Nederland maakt gebruik van deze mogelijkheid voor vissersvaartuigen om te wegen aan boord. Naar aanleiding hiervan is onderhavig steekproefplan opgesteld. Voor de doelgroep die toestemming heeft om te mogen wegen aan boord kan na aanlanding volstaan worden met het nemen van een steekproefweging i.p.v. een 100% weging.
Bij wijze van afwijking mogen de lidstaten conform artikel 60 (3) toestaan dat visserijproducten aan boord van een vissersvaartuig worden gewogen volgens een door de Commissie goedgekeurd steekproevenplan dat is vastgesteld overeenkomstig de methode die is beschreven in bijlage XX van Uitvoerings[verordening (EU) nr. 404/2011](32011R0404) van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van [Verordening (EG) nr. 1224/2009](32009R1224) van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (hierna: Uitvoeringsverordening).
### 5.2. Risico beoordeling
De steekproefweging wordt toegepast per vissoort. Hiervoor wordt per vissoort het aantal te wegen kisten bepaald. Het aantal kisten dat de marktdeelnemer per vissoort moet wegen is opgenomen in onderstaande tabel.
Het doel van dit steekproefplan is om te **verifiëren** of de weging die aan boord heeft plaats gevonden voldoende nauwkeurig is. Dit om een juiste weging te garanderen zodat de weegresultaten van de aangelande visserijproducten gebruikt kunnen worden voor het invullen van de aangifte van aanlanding, het vervoersdocument (indien van toepassing), de verkoopdocumenten en de aangifte van overname.
### 4. Begrippen en definities
### 5.1. Voorschriften marktdeelnemers, kapitein en eigenaar vissersvaartuig
### 4. Begrippen en definities
De kapitein van het vissersvaartuig registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:
### 5.1.1. Voorschriften kapitein/eigenaar vissersvaartuig
Een EU vissersvaartuig afkomstig uit een andere lidstaat mag in Nederland aanlanden en gebruik maken van dit Nederlandse steekproefplan mits hij voldoet aan bovengenoemde voorschriften. Daarnaast moet de kapitein voorafgaande aan de aanlanding het volgende aantonen:
Naast de kapitein/eigenaar van het vissersvaartuig, voldoet de opvolgende (geregistreerde) marktdeelnemer zoals geregistreerde kopers, visafslagen of andere marktdeelnemers (EU erkende levensmiddelenbedrijven) verantwoordelijk voor de 1e afzet aan de volgende voorschriften:
In Nederland zijn namens de Minister door de RVO 129 ontheffingen verstrekt van artikel 60 (2) van de Controleverordening. Hierdoor hebben deze vaartuigen toestemming om overeenkomstig de daaraan verbonden voorschriften visserij producten te mogen wegen aan boord. Als voldaan wordt aan de in dit plan opgenomen voorschriften mogen deze vaartuigen in afwijking van artikel 60 (2) van de Controleverordening aan boord van het vissersvaartuig blijven wegen, mits ze overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige steekproefplan handelen, waaronder het uitvoeren van een steekproefweging op het moment van de aanlanding. De meeste vissersvaartuigen met een ontheffing van 60 (2) van de Controleverordening vissen met trawlnetten (Bodem- en pelagische trawls5Bijlage XI van de Uitvoerings[verordening (EU) Nr. 404/2011](32011R0404) van de Commissie van 8 april 2011.). Deze vaartuigen voeren geen steekproefwegingen bij aanlanding uit overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige plan, maar wegen in de praktijk alle visserijproducten direct na aanlanding of zullen deze pas na transport gaan wegen, overeenkomstig de voorschriften van het op grond van artikel 61 (1) Controleverordening vastgestelde Controleplan. Naar verwachting zullen alleen de vissersvaartuigen die gebruik maken van vistuigen die tot de categorie ‘Zegen’ behoren, steekproefwegingen bij aanlanding uitvoeren overeenkomstig het onderhavige steekproefplan. Binnen dit visserij type gaat het om 17 vaartuigen die met het vistuig type ‘Schotse zegen’ (SSC)6[Verordening (EG) Nr. 2406/96](31996R2406) VAN DE RAAD van 26 november 1996 houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde visserijproducten. vissen. Het risico dat door deze vissersvaartuigen aangelande, reeds aan boord gewogen vis, afwijkingen vertoont met wegingen aan land wordt beoordeeld als laag. Redenen hiervoor zijn:
## Bijlage 1
## Bijlage 2
De kapitein is verplicht de weegresultaten die aan boord zijn verzameld te registreren en te bewaren. De marktdeelnemer die de partij in ontvangst heeft genomen op het moment van de aanlanding verzamelt en registreert de resultaten van de steekproefweging. Beide marktdeelnemers bewaren de gegevens voor een periode van 3 jaar en de gegevens worden op verzoek aan de bevoegde autoriteit verstrekt.
### 5.6. Controles ter verificatie van de steekproef op het moment van aanlanding.
Een EU vissersvaartuig afkomstig uit een andere lidstaat mag in Nederland aanlanden en gebruik maken van dit Nederlandse steekproefplan mits hij voldoet aan bovengenoemde voorschriften. Daarnaast moet de kapitein voorafgaande aan de aanlanding het volgende aantonen:
Naast de kapitein/eigenaar van het vissersvaartuig, voldoet de opvolgende (geregistreerde) marktdeelnemer zoals geregistreerde kopers, visafslagen of andere marktdeelnemers (EU erkende levensmiddelenbedrijven) verantwoordelijk voor de 1e afzet aan de volgende voorschriften:
In Nederland zijn namens de Minister door de RVO 129 ontheffingen verstrekt van artikel 60 (2) van de Controleverordening. Hierdoor hebben deze vaartuigen toestemming om overeenkomstig de daaraan verbonden voorschriften visserij producten te mogen wegen aan boord. Als voldaan wordt aan de in dit plan opgenomen voorschriften mogen deze vaartuigen in afwijking van artikel 60 (2) van de Controleverordening aan boord van het vissersvaartuig blijven wegen, mits ze overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige steekproefplan handelen, waaronder het uitvoeren van een steekproefweging op het moment van de aanlanding. De meeste vissersvaartuigen met een ontheffing van 60 (2) van de Controleverordening vissen met trawlnetten (Bodem- en pelagische trawls5Bijlage XI van de Uitvoerings[verordening (EU) Nr. 404/2011](32011R0404) van de Commissie van 8 april 2011.). Deze vaartuigen voeren geen steekproefwegingen bij aanlanding uit overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige plan, maar wegen in de praktijk alle visserijproducten direct na aanlanding of zullen deze pas na transport gaan wegen, overeenkomstig de voorschriften van het op grond van artikel 61 (1) Controleverordening vastgestelde Controleplan. Naar verwachting zullen alleen de vissersvaartuigen die gebruik maken van vistuigen die tot de categorie ‘Zegen’ behoren, steekproefwegingen bij aanlanding uitvoeren overeenkomstig het onderhavige steekproefplan. Binnen dit visserij type gaat het om 17 vaartuigen die met het vistuig type ‘Schotse zegen’ (SSC)6[Verordening (EG) Nr. 2406/96](31996R2406) VAN DE RAAD van 26 november 1996 houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde visserijproducten. vissen. Het risico dat door deze vissersvaartuigen aangelande, reeds aan boord gewogen vis, afwijkingen vertoont met wegingen aan land wordt beoordeeld als laag. Redenen hiervoor zijn:
## Bijlage 1
## Bijlage 2
De kapitein is verplicht de weegresultaten die aan boord zijn verzameld te registreren en te bewaren. De marktdeelnemer die de partij in ontvangst heeft genomen op het moment van de aanlanding verzamelt en registreert de resultaten van de steekproefweging. Beide marktdeelnemers bewaren de gegevens voor een periode van 3 jaar en de gegevens worden op verzoek aan de bevoegde autoriteit verstrekt.
## Bijlage 3
### 5.6. Controles ter verificatie van de steekproef op het moment van aanlanding.
## Bijlage 3
### 5.6. Controles ter verificatie van de steekproef op het moment van aanlanding.
Katwijk aan Zee (gemeente Katwijk)
Terheide (gemeente Monster)
Europoort (gemeente Rotterdam)
Neeltje Jans (gemeente Schouwen-Duiveland)
## Bijlage 8a. Vistuigen met de codes, in voorkomend geval de maaswijdte en bijbehorende vissoorten, behorende bij [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2024-04-06&g=2024-04-06)
@@ -3880,329 +3458,317 @@
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=104&z=2024-04-06&g=2024-04-06), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Sint-Annaland (gemeente Tholen)
Nes (gemeente Ameland)
Loswal (gemeente Schore)
## Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=10&z=2025-04-01&g=2025-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
## Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-04-01&g=2025-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
## Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=10&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone
### Hoofdstuk 6. Controleverordening
#### § 3. IUU en vangstdocumentatieregelingen
### Hoofdstuk 7b. Maatregelen van regionale organisaties voor het visserijbeheer.
##### Artikel 140f. Instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in NAFO-gebied
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste en vijfde lid, 7, eerste en derde lid, 8, eerste lid, 9, tweede en vierde tot en met zesde lid, 10, 11, 12, derde en vijfde lid, 13, tweede en derde lid, 14, 15, eerste tot en met derde lid, 16, eerste en derde lid, 18, 19, derde lid, 21, derde lid, 22, tweede en zevende tot en met achtste lid, 23, vijfde en negende lid, 24, 25, eerste tot en met zesde lid, 26, eerste en zesde tot en met achtste lid, 27, tweede en twaalfde lid, 32, 39, zesde lid, 41, 46, eerste lid, van [verordening 2019/833](32733R2019) en met de door de Europese Commissie op grond van artikel 50 van [verordening 2019/833](32733R2019) vastgestelde gedelegeerde handelingen.
2. Als havens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, en 39, eerste lid, van [verordening 2019/833](32733R2019), worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) B met uitzondering van Den Helder.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel a, en 39, derde lid, van [verordening 2019/833](32733R2019), is de NVWA.
4. Het is verboden met een vaartuig als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van [verordening 2019/833](32733R2019), een Nederlandse haven binnen te varen, dan wel de bemanning van dat vaartuig te vervangen.
##### Artikel 140g. Meerjarig herstelplan blauwvintonijn in Atlantische Oceaan en Middellandse Zee
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, derde lid, 11, 12, eerste lid, 15, eerste lid, 16, tweede lid, 17, 19, tweede tot en met vierde lid, 22, eerste lid, 23, derde lid, 25, 26, eerste tot en met vierde lid, 30, vierde lid, 31, eerste, tweede, zesde en zevende lid, 32, eerste lid, tweede lid en vierde tot en met achtste lid, 33, eerste tot en met vierde lid, 34, tweede lid, 35, eerste lid, 36, tweede lid, 38, 40, eerste, derde en vijfde lid, 41, derde lid, 45, tweede lid, 46, achtste lid, 49, eerste tot en met derde lid, en 56 van [verordening 2016/1627](32016R1627) en met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 26, vijfde lid, 39 en 48 van [verordening 2016/1627](32016R1627) vastgestelde uitvoeringshandelingen.
2. Als havens als bedoeld in de artikel 30, eerste lid, van [verordening 2016/1627](32016R1627) worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-12-31&g=2025-12-31), toegelaten havens mits het aanlanden of overladen plaatsvindt binnen de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) C bij die havens vermelde lostijden.
##### Artikel 140h. Controle- en handhavingregeling in NEAFC-gebied
1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 8, eerste en tweede lid, in samenhang met artikel 4 van uitvoeringsverordening nr. 433/2012, de artikelen 9, eerste en tweede lid, 13, 14, 15, 21, 23, artikel 24, eerste lid, in samenhang met artikel 12 van uitvoeringsverordening nr. 433/2012, en de artikelen 25, tweede lid, 40, eerste lid, 41, eerste lid, en 42 van verordening nr. 1236/2010.
2. De bevoegde instantie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening nr. 1236/2010, is de NVWA.
3. Het is verboden in het gereglementeerd gebied, bedoeld in artikel 3, onderdeel 3, van verordening nr. 1236/2010, vistuig te gebruiken dat niet is gemarkeerd overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van de controleverordening, in samenhang met de artikelen 6 tot en met 17 van de uitvoeringsverordening controleverordening.
4. De minister kan vistuig als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening nr. 1236/2010, verwijderen en vernietigen.
5. Als havens als bedoeld in artikel 23 van verordening nr. 1236/2010, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) B.
6. Het is verboden met vaartuigen als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van verordening nr. 1236/2010, een Nederlandse haven binnen te varen.
7. Het is verboden met vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van verordening nr. 1236/2010, activiteiten als bedoeld in dat lid, onderdeel b, te verrichten in een Nederlandse haven of in de Nederlandse territoriale wateren.
8. Het is verboden voor Nederlandse vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderdeel c, van verordening nr. 1236/2010, om de in dat onderdeel genoemde activiteiten te verrichten met betrekking tot een vaartuig als bedoeld in artikel 44, eerste lid, aanhef van die verordening.
9. Het is verboden voor Nederlandse vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, aanhef, van verordening nr. 1236/2010, voorzieningen, brandstof of andere diensten te verschaffen.
##### Artikel 140i. Over grote afstand trekkende visbestanden in ICCAT-gebied
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11, 14, eerste lid in samenhang met het tweede lid, 15, 19, eerste lid, 30, eerste lid, 31, 32, 34, 35, 36, 38, eerste tot en met vierde lid, 39, 40, eerste lid, 41, eerste tot en met derde lid, 44, vierde lid, 46, 52, eerste en tweede lid, 63, derde lid, en 53 in samenhang met de artikelen 54 tot en met 60, van [verordening 2017/2107](32107R2017).
2. Het is verboden met een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 20 meter dat niet is opgenomen in het ICCAT-register van vaartuigen die gemachtigd zijn om op grootoogtonijn, geelvintonijn en gestreepte tonijn te vissen, deze vissoorten uit de wateren van de Atlantische Oceaan en aangrenzende zeeën te bevissen, aan boord te houden, over te laden, te vervoeren, over te brengen, te verwerken of aan te landen.
3. Vaartuigen die van 1 januari tot en met 28 februari betrokken zijn bij visserijactiviteiten in het gebied dat wordt begrensd door breedtelijn 5° NB, breedtelijn 4° ZB, meridiaan 20° WL en de Afrikaanse grens, hebben een waarnemer als bedoeld in artikel 14, derde lid, van [verordening 2017/2107](32107R2017), aan boord.
4. Indien het quotum voor blauwe marlijn of witte marlijn is opgevist wordt de desbetreffende vissoort niet in de handel gebracht of verkocht.
5. De kapitein van een transportvaartuig dat overlaadt op zee laat een regionale ICCAT-waarnemer als bedoeld in artikel 58, eerste lid, van [verordening 2017/2107](32107R2017) aan boord van zijn vaartuig toe en verleent die overeenkomstig Bijlage VIII, punten 9 en 10, bij die verordening alle medewerking, zodat de waarnemer de in Bijlage VIII, punt 5, bij die verordening genoemde taken aan boord van het transportvaartuig, kan uitvoeren.
6. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 57, derde lid, van [verordening 2017/2107](32107R2017) is de NVWA.
7. Als havens als bedoeld in de artikelen 52, eerste lid, en 65, eerste lid, van [verordening 2017/2107](32107R2017), worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) B met uitzondering van Den Helder.
##### Artikel 140j. Instandhoudings- en controlematregelen in SPRFMO-gebied
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 9, 10, 20, 22, vijfde lid, 23, tweede tot en met vierde lid en 41, eerste en tweede lid, van [verordening 2018/975](32875R2018).
2. Het is niet toegestaan de visserij, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, 13, eerste lid, of 18, eerste lid, van [verordening 2018/975](32875R2018) te verrichten zonder voorafgaande toelating van de regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO).
3. Het is verboden bodemvisserij als bedoeld in artikel 4, punt 7, van [verordening 2018/975](32875R2018) te bedrijven:
- a. binnen vijf zeemijl van een locatie in het SPRFMO-verdragsgebied waar het aantal contacten de op grond van artikel 14, eerste lid, van [verordening 2018/975](32875R2018) vastgestelde maximumniveaus overschrijdt, of
- b. indien het vereiste minimum aan gegevens inzake vissersvaartuigidentificatie zoals beschreven in bijlage V bij [verordening 2018/975](32875R2018) niet is verstrekt.
4. Als havens als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a, van [verordening 2018/975](32875R2018), worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) B met uitzondering van Den Helder.
5. Als contactpunt als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b en c, en artikel 40, eerste lid, van [verordening 2018/975](32875R2018), wordt aangewezen de meldkamer van de NVWA te Echt.
##### Artikel 140k. Beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen in het verdragsgebied van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, derde tot en met vijfde lid, 5, eerste tot en met vierde lid, 6, eerste lid, derde lid, eerste zin, vierde en zesde lid, 7, 8, eerste en tweede lid, 9, eerste tot en met derde lid, 10 tot en met 13, 14, eerste lid, eerste zin, 15, eerste en tweede lid, 16, eerste, derde en vierde lid, 18, tweede en derde lid, 19, tweede, vijfde tot en met zevende, negende, tiende, elfde, dertiende en veertiende lid, 21, eerste en derde tot en met zesde lid, 23, zevende lid, 24, eerste lid, en 27 van [verordening 2021/56](31956R2021).
2. Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van [verordening 2021/56](31956R2021) te vissen met een ringzegen als bedoeld in artikel 3, punt 6, van die verordening tijdens de door de minister bepaalde sluitingsperiode, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van die verordening.
3. Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van [verordening 2021/56](31956R2021) in strijd te handelen met de volgende verplichtingen:
- a. het waarborgen van de aanwezigheid van een wetenschappelijk waarnemer op beugvisserijvaartuigen, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van [verordening 2021/56](31956R2021);
- b. het verstrekken van gegevens, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdelen a tot en met o, van [verordening 2021/56](31956R2021), aan RVO.
- c. het beschikken over een statistisch document of certificaat als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van [verordening 2021/56](31956R2021) in het geval bedoeld in dit lid.
4. Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van [verordening 2021/56](31956R2021) die zijn ingeschreven in beide vaartuigenregisters als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van [verordening 2021/56](31956R2021) in strijd te handelen met de kennisgeving, bedoeld in voornoemd tweede lid.
5. Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 28, eerste lid, van [verordening 2021/56](31956R2021) vastgestelde gedelegeerde handelingen.
##### Artikel 140l. Instandhoudings- en beheersmaatregelen in het verdragsgebied van de Commissie voor de visserij in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, 6, eerste en vierde lid, 7, eerste tot en met zesde lid, 8, 9, eerste tot en met derde lid, 10, eerste lid, 11, eerste, derde en vierde lid, 12 tot en met 14, 15, eerste, tweede en vierde lid, 16, 17, eerste tot en met derde lid, 18, 19, 20, eerste tot en met derde lid, 21, eerste zin, 25, 26, 28, zevende lid, 29, tweede en vierde lid, 30, eerste tot en met derde lid, 31, eerste en tweede lid, eerste zin, 35, 37, tweede lid, tweede zin, en 40, derde lid, van [verordening 2022/2056](32056R2022).
2. Het is verboden in strijd te handelen met de regelgeving van de kuststaat in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van [verordening 2022/2056](32056R2022), met betrekking tot het beheer en de opsporing van een visaantrekkende voorziening als bedoeld in artikel 3, punt 9, van [verordening 2022/2056](32056R2022).
3. Het is verboden om in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van [verordening 2022/2056](32056R2022), te bunkeren voor, gebunkerd te worden door of anderszins te worden ondersteund door andere vissersvaartuigen dan genoemd in artikel 24, onderdelen a tot en met c, van [verordening 2022/2056](32056R2022).
4. Bij gebruik op een vissersvaartuig van het volgsysteem, bedoeld in artikel 26, onderdeel b, van [verordening 2022/2056](32056R2022), voldoet het aan de eisen, bedoeld in artikel 26, onderdeel b, onder i, ii en iv tot en met vi, van [verordening 2022/2056](32056R2022).
5. Exploitanten en kapiteins van vissersvaartuigen die vissen in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van [verordening 2022/2056](32056R2022), nemen de nodige maatregelen om de rechten van waarnemers, bedoeld in artikel 28, negende lid, van [verordening 2022/2056](32056R2022), te waarborgen. Daarnaast handelen zij in voorkomend geval in overeenstemming met artikel 30, vijfde en zesde lid, van [verordening 2022/2056](32056R2022).
6. Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 41, eerste lid, van [verordening 2022/2056](32056R2022) vastgestelde gedelegeerde handelingen.
##### Artikel 140m. Instandhoudings- en controlemaatregelen voor tonijnvisserij in de Indische Oceaan
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste en derde lid, 5, eerste en derde tot en met vijfde lid, 6, eerste en tweede lid, 7, eerste lid, 8, eerste lid, eerste en tweede zin, 9, eerste lid, eerste zin, 10, eerste lid, 11, eerste tot en met vierde lid, 12, 13, 14, eerste, derde en vierde lid, 15, eerste en tweede lid, 16, eerste lid, 17, eerste lid, 18, 19, 20, eerste en tweede lid, 21, eerste, tweede en zesde lid, eerste en tweede zin, 22, eerste en tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 28, eerste lid, 30, eerste lid, 35, eerste lid, 39, eerste en tweede lid, 40, eerste lid en 53, laatste zin, van [verordening 2022/2343](32343R2022).
2. Het is verboden met een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, van [verordening 2022/2343](32343R2022) in strijd te handelen met de volgende verplichtingen:
- a. het gebruiken van passende technieken, het hebben van de nodige uitrusting aan boord en het nemen van redelijke maatregelen, bedoeld in artikel 21, derde lid, van [verordening 2022/2343](32343R2022);
- b. het verstrekken van de gegevens, bedoeld in artikel 21, vijfde en zesde lid, van [verordening 2022/2343](32343R2022), aan RVO;
- c. het markeren van het vissersvaartuig in overeenstemming met artikel 23, vierde lid, van [verordening 2022/2343](32343R2022);
- d. geen IOO-antecedenten hebben met een gemachtigd vissersvaartuig of als nieuwe eigenaar van dit vissersvaartuig aantonen dat is voldaan aan de eisen, bedoeld in de subonderdelen van artikel 27, eerste lid, onderdeel d, van [verordening 2022/2343](32343R2022);
- e. waarnemers als bedoeld in artikel 30 van [verordening 2022/2343](32343R2022) hun taken adequaat en veilig laten uitvoeren en hen te voorzien van geschikte voeding en huisvesting als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel c, van die verordening;
- f. indien het vaartuig overeenkomstig artikel 35 van [verordening 2022/2343](32343R2022) met instemming van RVO is gecharterd, het binnen de termijn bedoeld in artikel 36, eerste lid, aanhef, verstrekken van gegevens, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdelen a tot en met f, en vierde lid, en gegevens over de dekking van waarnemers als bedoeld in artikel 36, vijfde lid, aan RVO;
- g. het in voorkomend geval verstrekken van de gegevens aan RVO die Nederland op grond van [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=37&z=2025-12-31&g=2025-12-31) meldt aan de Europese Commissie.
3. Het is verboden met een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van [verordening 2022/2343](32343R2022) te vissen in het gebied, bedoeld in artikel 3, punt 2, van [verordening 2022/2343](32343R2022), voordat aan RVO de gegevens, bedoeld in artikel 24, derde lid, aanhef, onderdelen a en c tot en met p, van die verordening, zijn verstrekt.
4. Het is verboden met een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel e, van [verordening 2022/2343](32343R2022) activiteiten als bedoeld in dat onderdeel te verrichten of betrokken te zijn bij die activiteiten.
5. Vangsten van soorten als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van [verordening 2022/2343](32343R2022) door een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, van die verordening gaan bij de invoer op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij of samenwerkende niet-overeenkomstsluitende partij als bedoeld in artikel 3, punt 5, van [verordening 2022/2343](32343R2022) vergezeld van de statistische documenten, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van die verordening.
6. Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 54, eerste lid, van [verordening 2022/2343](32343R2022) vastgestelde gedelegeerde handelingen.
##### Artikel 140n. Beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen voor instandhouding van de zuidelijke blauwvintonijn
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste zin, 5, tweede lid, 6, eerste tot en met derde lid, 7, eerste en tweede lid en derde lid, eerste zin, 8, eerste lid, 10, eerste lid, 15, eerste lid, 16 en 17 van [verordening 2023/675](32575R2023).
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 11, eerste en tweede lid, en artikel 12, tweede lid, van [verordening 2023/675](32575R2023) is de NVWA.
3. Als havens als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van [verordening 2023/675](32575R2023) worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-12-31&g=2025-12-31) met uitzondering van Den Helder.
4. Als contactpunt als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van [verordening 2023/675](32575R2023), wordt aangewezen de meldkamer van de NVWA te Echt.
5. Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 25, eerste lid, van [verordening 2023/675](32575R2023) vastgestelde gedelegeerde handelingen.
##### Artikel 140o. Maatregelen in het verdragsgebied van de Commissie voor de visserij in het noordelijke deel van de Stille Oceaan
1. De gegevens over vangsten als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden met een vissersvaartuig als bedoeld in dat lid worden verstrekt aan RVO uiterlijk de dinsdag in de week volgend op de week waarin de vangst is gedaan, ongeacht het deel van de vangstbeperking dat gebruikt is.
2. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 51 en 52 van de verordening vangstmogelijkheden.
### Hoofdstuk 7c. Recreatievisserij
##### Artikel 140p. Vangstmogelijkheden
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 10, vijfde lid, 11, vierde lid, 12, eerste lid, 13, tweede lid, 14, zevende lid, van de verordening vangstmogelijkheden, de artikelen 4, zesde lid, 6, vierde en vijfde lid, en 19, tweede en vijfde lid, van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, en de artikelen 10 en 11, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee.
2. Het is verboden op zee, in het zeegebied, in de kustwateren, in de visserijvrije zone of in de onmiddellijke nabijheid van wateren:
- a. in de artikel 10, vijfde lid, onderdeel a, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode zeebaars voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, aanhef, van de verordening vangstmogelijkheden;
- b. in de in artikel 10, vijfde lid, onderdeel b, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode meer dan het in dat artikellid en onderdeel bedoelde aantal zeebaars voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, aanhef, van de verordening vangstmogelijkheden;
- c. meer dan het in artikel 11, vierde lid, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde aantal zeebaars voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de verordening vangstmogelijkheden;
- d. meer dan het in artikel 12, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde aantal witte koolvis voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden;
- e. meer dan het in artikel 13, tweede lid, onderdeel a, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde aantal witte koolvis voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 13, tweede lid, aanhef, van de verordening vangstmogelijkheden;
- f. in de artikel 13, tweede lid, onderdeel b, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode witte koolvis voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 13, tweede lid, aanhef, van de verordening vangstmogelijkheden;
- f. meer dan 25 stuks dan wel meer dan 20 kilogram kabeljauw voorhanden te hebben.
3. Het is verboden kabeljauw of overeenkomstig de artikelen 10, vijfde lid, onderdeel b, of 11, vierde lid, van de verordening vangstmogelijkheden gevangen zeebaars of overeenkomstig de artikelen 12, eerste lid, of 13, tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden gevangen witte koolvis aan te landen die is gefileerd of is ontdaan van de kop.
4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op zeebaars, witte koolvis en kabeljauw die aantoonbaar afkomstig is van een vissersvaartuig.
5. Het tweede en derde lid zijn tevens van toepassing op of in de onmiddellijke nabijheid van met de wateren, genoemd in het tweede lid, in open verbinding staand binnenwater, tot ten hoogste 30 kilometer landinwaarts.
##### Artikel 140q. Minimummaten
De afmeting, bedoeld in [artikel 2a, eerste lid, van de Visserijwet 1963](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002416&artikel=2a), bedraagt:
- a. voor blauwe marlijn een vorklengte van de onderkaak van 251 centimeter;
- b. voor witte marlijn een vorklengte van de onderkaak van 168 centimeter.
##### Artikel 140r. Technische maatregelen
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 7, 10, 11 en 12 van [verordening 2019/1241](33141R2019), voor zover de handelingen worden verricht in het kader van recreatievisserij.
### Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
## Bijlage a1. behorende bij de [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-04-01&g=2025-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### 2. Doel
Het doel van dit steekproefplan is om te **verifiëren** of de weging die aan boord heeft plaats gevonden voldoende nauwkeurig is. Dit om een juiste weging te garanderen zodat de weegresultaten van de aangelande visserijproducten gebruikt kunnen worden voor het invullen van de aangifte van aanlanding, het vervoersdocument (indien van toepassing), de verkoopdocumenten en de aangifte van overname.
### 5.1.1. Voorschriften kapitein/eigenaar vissersvaartuig
### 5.1.2. Voorschriften voor kapiteins met vissersvaartuig afkomstig uit andere EU lidstaat
### 5.1.3. Voorschriften marktdeelnemers verantwoordelijk voor de 1e afzet
In Nederland zijn namens de Minister door de RVO 129 ontheffingen verstrekt van artikel 60 (2) van de Controleverordening. Hierdoor hebben deze vaartuigen toestemming om overeenkomstig de daaraan verbonden voorschriften visserij producten te mogen wegen aan boord. Als voldaan wordt aan de in dit plan opgenomen voorschriften mogen deze vaartuigen in afwijking van artikel 60 (2) van de Controleverordening aan boord van het vissersvaartuig blijven wegen, mits ze overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige steekproefplan handelen, waaronder het uitvoeren van een steekproefweging op het moment van de aanlanding. De meeste vissersvaartuigen met een ontheffing van 60 (2) van de Controleverordening vissen met trawlnetten (Bodem- en pelagische trawls5Bijlage XI van de Uitvoerings[verordening (EU) Nr. 404/2011](32011R0404) van de Commissie van 8 april 2011.). Deze vaartuigen voeren geen steekproefwegingen bij aanlanding uit overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige plan, maar wegen in de praktijk alle visserijproducten direct na aanlanding of zullen deze pas na transport gaan wegen, overeenkomstig de voorschriften van het op grond van artikel 61 (1) Controleverordening vastgestelde Controleplan. Naar verwachting zullen alleen de vissersvaartuigen die gebruik maken van vistuigen die tot de categorie ‘Zegen’ behoren, steekproefwegingen bij aanlanding uitvoeren overeenkomstig het onderhavige steekproefplan. Binnen dit visserij type gaat het om 17 vaartuigen die met het vistuig type ‘Schotse zegen’ (SSC)6[Verordening (EG) Nr. 2406/96](31996R2406) VAN DE RAAD van 26 november 1996 houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde visserijproducten. vissen. Het risico dat door deze vissersvaartuigen aangelande, reeds aan boord gewogen vis, afwijkingen vertoont met wegingen aan land wordt beoordeeld als laag. Redenen hiervoor zijn:
### 5.5. Weegresultaten
Indien het totaal gewicht van **alle** aangelande soorten minder is dan 50 kg is het niet nodig een steekproef uit te voeren. De aangelande partij wordt in deze situatie in zijn geheel gewogen.
De kapitein van het vissersvaartuig registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:
De kapitein is verplicht de weegresultaten die aan boord zijn verzameld te registreren en te bewaren. De marktdeelnemer die de partij in ontvangst heeft genomen op het moment van de aanlanding verzamelt en registreert de resultaten van de steekproefweging. Beide marktdeelnemers bewaren de gegevens voor een periode van 3 jaar en de gegevens worden op verzoek aan de bevoegde autoriteit verstrekt.
### 5.7. Interventie
## Bijlage 1
### 5.7. Interventie
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2025-07-05&g=2025-07-05) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2025-12-31&g=2025-12-31) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### A. Havens als bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-12-31&g=2025-12-31), en losplaatsen als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de [artikelen 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [124, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=7&artikel=124&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [133, tweede en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7¶graaf=3&artikel=133&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [140f, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7b&artikel=140f&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [140h, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7b&artikel=140h&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [140i, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7b&artikel=140i&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [140j, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7b&artikel=140j&z=2025-12-31&g=2025-12-31), en [140n, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7b&artikel=140n&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 3
### C. Havens en lostijden als bedoeld in de [artikelen 116, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=5&artikel=116&z=2025-12-31&g=2025-12-31), en [140g, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7b&artikel=140g&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Neeltje Jans (gemeente Schouwen-Duiveland)
Stellendam (gemeente Goedereede)
Bruinisse (gemeente Schouwen-Duiveland)
Burgsluis (gemeente Schouwen-Duiveland)
Roompotsluis (Colijnsplaat, gemeente Noord-Beveland)
Kats (gemeente Noord-Beveland)
Schelphoek (gemeente Schouwen-Duiveland)
## Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=10&z=2025-04-01&g=2025-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
## Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-04-01&g=2025-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
## Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=10&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone
### Hoofdstuk 6. Controleverordening
#### § 3. IUU en vangstdocumentatieregelingen
### Hoofdstuk 7b. Maatregelen van regionale organisaties voor het visserijbeheer.
##### Artikel 140f. Instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in NAFO-gebied
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste en vijfde lid, 7, eerste en derde lid, 8, eerste lid, 9, tweede en vierde tot en met zesde lid, 10, 11, 12, derde en vijfde lid, 13, tweede en derde lid, 14, 15, eerste tot en met derde lid, 16, eerste en derde lid, 18, 19, derde lid, 21, derde lid, 22, tweede en zevende tot en met achtste lid, 23, vijfde en negende lid, 24, 25, eerste tot en met zesde lid, 26, eerste en zesde tot en met achtste lid, 27, tweede en twaalfde lid, 32, 39, zesde lid, 41, 46, eerste lid, van [verordening 2019/833](32733R2019) en met de door de Europese Commissie op grond van artikel 50 van [verordening 2019/833](32733R2019) vastgestelde gedelegeerde handelingen.
2. Als havens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, en 39, eerste lid, van [verordening 2019/833](32733R2019), worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) B met uitzondering van Den Helder.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel a, en 39, derde lid, van [verordening 2019/833](32733R2019), is de NVWA.
4. Het is verboden met een vaartuig als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van [verordening 2019/833](32733R2019), een Nederlandse haven binnen te varen, dan wel de bemanning van dat vaartuig te vervangen.
##### Artikel 140g. Meerjarig herstelplan blauwvintonijn in Atlantische Oceaan en Middellandse Zee
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, derde lid, 11, 12, eerste lid, 15, eerste lid, 16, tweede lid, 17, 19, tweede tot en met vierde lid, 22, eerste lid, 23, derde lid, 25, 26, eerste tot en met vierde lid, 30, vierde lid, 31, eerste, tweede, zesde en zevende lid, 32, eerste lid, tweede lid en vierde tot en met achtste lid, 33, eerste tot en met vierde lid, 34, tweede lid, 35, eerste lid, 36, tweede lid, 38, 40, eerste, derde en vijfde lid, 41, derde lid, 45, tweede lid, 46, achtste lid, 49, eerste tot en met derde lid, en 56 van [verordening 2016/1627](32016R1627) en met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 26, vijfde lid, 39 en 48 van [verordening 2016/1627](32016R1627) vastgestelde uitvoeringshandelingen.
2. Als havens als bedoeld in de artikel 30, eerste lid, van [verordening 2016/1627](32016R1627) worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-07-05&g=2025-07-05), toegelaten havens mits het aanlanden of overladen plaatsvindt binnen de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) C bij die havens vermelde lostijden.
##### Artikel 140h. Controle- en handhavingregeling in NEAFC-gebied
1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 8, eerste en tweede lid, in samenhang met artikel 4 van uitvoeringsverordening nr. 433/2012, de artikelen 9, eerste en tweede lid, 13, 14, 15, 21, 23, artikel 24, eerste lid, in samenhang met artikel 12 van uitvoeringsverordening nr. 433/2012, en de artikelen 25, tweede lid, 40, eerste lid, 41, eerste lid, en 42 van verordening nr. 1236/2010.
2. De bevoegde instantie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening nr. 1236/2010, is de NVWA.
3. Het is verboden in het gereglementeerd gebied, bedoeld in artikel 3, onderdeel 3, van verordening nr. 1236/2010, vistuig te gebruiken dat niet is gemarkeerd overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van de controleverordening, in samenhang met de artikelen 6 tot en met 17 van de uitvoeringsverordening controleverordening.
4. De minister kan vistuig als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening nr. 1236/2010, verwijderen en vernietigen.
5. Als havens als bedoeld in artikel 23 van verordening nr. 1236/2010, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) B.
6. Het is verboden met vaartuigen als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van verordening nr. 1236/2010, een Nederlandse haven binnen te varen.
7. Het is verboden met vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van verordening nr. 1236/2010, activiteiten als bedoeld in dat lid, onderdeel b, te verrichten in een Nederlandse haven of in de Nederlandse territoriale wateren.
8. Het is verboden voor Nederlandse vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderdeel c, van verordening nr. 1236/2010, om de in dat onderdeel genoemde activiteiten te verrichten met betrekking tot een vaartuig als bedoeld in artikel 44, eerste lid, aanhef van die verordening.
9. Het is verboden voor Nederlandse vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, aanhef, van verordening nr. 1236/2010, voorzieningen, brandstof of andere diensten te verschaffen.
##### Artikel 140i. Over grote afstand trekkende visbestanden in ICCAT-gebied
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11, 14, eerste lid in samenhang met het tweede lid, 15, 19, eerste lid, 30, eerste lid, 31, 32, 34, 35, 36, 38, eerste tot en met vierde lid, 39, 40, eerste lid, 41, eerste tot en met derde lid, 44, vierde lid, 46, 52, eerste en tweede lid, 63, derde lid, en 53 in samenhang met de artikelen 54 tot en met 60, van [verordening 2017/2107](32107R2017).
2. Het is verboden met een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 20 meter dat niet is opgenomen in het ICCAT-register van vaartuigen die gemachtigd zijn om op grootoogtonijn, geelvintonijn en gestreepte tonijn te vissen, deze vissoorten uit de wateren van de Atlantische Oceaan en aangrenzende zeeën te bevissen, aan boord te houden, over te laden, te vervoeren, over te brengen, te verwerken of aan te landen.
3. Vaartuigen die van 1 januari tot en met 28 februari betrokken zijn bij visserijactiviteiten in het gebied dat wordt begrensd door breedtelijn 5° NB, breedtelijn 4° ZB, meridiaan 20° WL en de Afrikaanse grens, hebben een waarnemer als bedoeld in artikel 14, derde lid, van [verordening 2017/2107](32107R2017), aan boord.
4. Indien het quotum voor blauwe marlijn of witte marlijn is opgevist wordt de desbetreffende vissoort niet in de handel gebracht of verkocht.
5. De kapitein van een transportvaartuig dat overlaadt op zee laat een regionale ICCAT-waarnemer als bedoeld in artikel 58, eerste lid, van [verordening 2017/2107](32107R2017) aan boord van zijn vaartuig toe en verleent die overeenkomstig Bijlage VIII, punten 9 en 10, bij die verordening alle medewerking, zodat de waarnemer de in Bijlage VIII, punt 5, bij die verordening genoemde taken aan boord van het transportvaartuig, kan uitvoeren.
6. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 57, derde lid, van [verordening 2017/2107](32107R2017) is de NVWA.
7. Als havens als bedoeld in de artikelen 52, eerste lid, en 65, eerste lid, van [verordening 2017/2107](32107R2017), worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) B met uitzondering van Den Helder.
##### Artikel 140j. Instandhoudings- en controlematregelen in SPRFMO-gebied
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 9, 10, 20, 22, vijfde lid, 23, tweede tot en met vierde lid en 41, eerste en tweede lid, van [verordening 2018/975](32875R2018).
2. Het is niet toegestaan de visserij, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, 13, eerste lid, of 18, eerste lid, van [verordening 2018/975](32875R2018) te verrichten zonder voorafgaande toelating van de regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO).
3. Het is verboden bodemvisserij als bedoeld in artikel 4, punt 7, van [verordening 2018/975](32875R2018) te bedrijven:
- a. binnen vijf zeemijl van een locatie in het SPRFMO-verdragsgebied waar het aantal contacten de op grond van artikel 14, eerste lid, van [verordening 2018/975](32875R2018) vastgestelde maximumniveaus overschrijdt, of
- b. indien het vereiste minimum aan gegevens inzake vissersvaartuigidentificatie zoals beschreven in bijlage V bij [verordening 2018/975](32875R2018) niet is verstrekt.
4. Als havens als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a, van [verordening 2018/975](32875R2018), worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) B met uitzondering van Den Helder.
5. Als contactpunt als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b en c, en artikel 40, eerste lid, van [verordening 2018/975](32875R2018), wordt aangewezen de meldkamer van de NVWA te Echt.
##### Artikel 140k. Beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen in het verdragsgebied van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, derde tot en met vijfde lid, 5, 6, eerste lid, derde lid, eerste zin, vierde en zesde lid, 7, 8, eerste en tweede lid, 9, eerste tot en met derde lid, 10 tot en met 13, 14, eerste lid, eerste zin, 15, eerste en tweede lid, 16, eerste, derde en vierde lid, 18, tweede en derde lid, 19, tweede, vijfde tot en met zevende, negende, tiende, elfde, dertiende en veertiende lid, 21, eerste en derde tot en met zesde lid, 23, zevende lid, 24, eerste lid, en 27 van [verordening 2021/56](31956R2021).
2. Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van [verordening 2021/56](31956R2021) te vissen met een ringzegen als bedoeld in artikel 3, punt 6, van die verordening tijdens de door de minister bepaalde sluitingsperiode, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van die verordening.
3. Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van [verordening 2021/56](31956R2021) in strijd te handelen met de volgende verplichtingen:
- a. het waarborgen van de aanwezigheid van een wetenschappelijk waarnemer op beugvisserijvaartuigen, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van [verordening 2021/56](31956R2021);
- b. het verstrekken van gegevens, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdelen a tot en met o, van [verordening 2021/56](31956R2021), aan RVO.
- c. het beschikken over een statistisch document of certificaat als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van [verordening 2021/56](31956R2021) in het geval bedoeld in dit lid.
4. Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van [verordening 2021/56](31956R2021) die zijn ingeschreven in beide vaartuigenregisters als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van [verordening 2021/56](31956R2021) in strijd te handelen met de kennisgeving, bedoeld in voornoemd tweede lid.
5. Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 28, eerste lid, van [verordening 2021/56](31956R2021) vastgestelde gedelegeerde handelingen.
##### Artikel 140l. Instandhoudings- en beheersmaatregelen in het verdragsgebied van de Commissie voor de visserij in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, 6, eerste en vierde lid, 7, eerste tot en met zesde lid, 8, 9, eerste tot en met derde lid, 10, eerste lid, 11, eerste, derde en vierde lid, 12 tot en met 14, 15, eerste, tweede en vierde lid, 16, 17, eerste tot en met derde lid, 18, 19, 20, eerste tot en met derde lid, 21, eerste zin, 25, 26, 28, zevende lid, 29, tweede en vierde lid, 30, eerste tot en met derde lid, 31, eerste en tweede lid, eerste zin, 35, 37, tweede lid, tweede zin, en 40, derde lid, van [verordening 2022/2056](32056R2022).
2. Het is verboden in strijd te handelen met de regelgeving van de kuststaat in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van [verordening 2022/2056](32056R2022), met betrekking tot het beheer en de opsporing van een visaantrekkende voorziening als bedoeld in artikel 3, punt 9, van [verordening 2022/2056](32056R2022).
3. Het is verboden om in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van [verordening 2022/2056](32056R2022), te bunkeren voor, gebunkerd te worden door of anderszins te worden ondersteund door andere vissersvaartuigen dan genoemd in artikel 24, onderdelen a tot en met c, van [verordening 2022/2056](32056R2022).
4. Bij gebruik op een vissersvaartuig van het volgsysteem, bedoeld in artikel 26, onderdeel b, van [verordening 2022/2056](32056R2022), voldoet het aan de eisen, bedoeld in artikel 26, onderdeel b, onder i, ii en iv tot en met vi, van [verordening 2022/2056](32056R2022).
5. Exploitanten en kapiteins van vissersvaartuigen die vissen in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van [verordening 2022/2056](32056R2022), nemen de nodige maatregelen om de rechten van waarnemers, bedoeld in artikel 28, negende lid, van [verordening 2022/2056](32056R2022), te waarborgen. Daarnaast handelen zij in voorkomend geval in overeenstemming met artikel 30, vijfde en zesde lid, van [verordening 2022/2056](32056R2022).
6. Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 41, eerste lid, van [verordening 2022/2056](32056R2022) vastgestelde gedelegeerde handelingen.
##### Artikel 140m. Instandhoudings- en controlemaatregelen voor tonijnvisserij in de Indische Oceaan
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste en derde lid, 5, eerste en derde tot en met vijfde lid, 6, eerste en tweede lid, 7, eerste lid, 8, eerste lid, eerste en tweede zin, 9, eerste lid, eerste zin, 10, eerste lid, 11, eerste tot en met vierde lid, 12, 13, 14, eerste, derde en vierde lid, 15, eerste en tweede lid, 16, eerste lid, 17, eerste lid, 18, 19, 20, eerste en tweede lid, 21, eerste, tweede en zesde lid, eerste en tweede zin, 22, eerste en tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 28, eerste lid, 30, eerste lid, 35, eerste lid, 39, eerste en tweede lid, 40, eerste lid en 53, laatste zin, van [verordening 2022/2343](32343R2022).
2. Het is verboden met een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, van [verordening 2022/2343](32343R2022) in strijd te handelen met de volgende verplichtingen:
- a. het gebruiken van passende technieken, het hebben van de nodige uitrusting aan boord en het nemen van redelijke maatregelen, bedoeld in artikel 21, derde lid, van [verordening 2022/2343](32343R2022);
- b. het verstrekken van de gegevens, bedoeld in artikel 21, vijfde en zesde lid, van [verordening 2022/2343](32343R2022), aan RVO;
- c. het markeren van het vissersvaartuig in overeenstemming met artikel 23, vierde lid, van [verordening 2022/2343](32343R2022);
- d. geen IOO-antecedenten hebben met een gemachtigd vissersvaartuig of als nieuwe eigenaar van dit vissersvaartuig aantonen dat is voldaan aan de eisen, bedoeld in de subonderdelen van artikel 27, eerste lid, onderdeel d, van [verordening 2022/2343](32343R2022);
- e. waarnemers als bedoeld in artikel 30 van [verordening 2022/2343](32343R2022) hun taken adequaat en veilig laten uitvoeren en hen te voorzien van geschikte voeding en huisvesting als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel c, van die verordening;
- f. indien het vaartuig overeenkomstig artikel 35 van [verordening 2022/2343](32343R2022) met instemming van RVO is gecharterd, het binnen de termijn bedoeld in artikel 36, eerste lid, aanhef, verstrekken van gegevens, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdelen a tot en met f, en vierde lid, en gegevens over de dekking van waarnemers als bedoeld in artikel 36, vijfde lid, aan RVO;
- g. het in voorkomend geval verstrekken van de gegevens aan RVO die Nederland op grond van [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=37&z=2025-07-05&g=2025-07-05) meldt aan de Europese Commissie.
3. Het is verboden met een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van [verordening 2022/2343](32343R2022) te vissen in het gebied, bedoeld in artikel 3, punt 2, van [verordening 2022/2343](32343R2022), voordat aan RVO de gegevens, bedoeld in artikel 24, derde lid, aanhef, onderdelen a en c tot en met p, van die verordening, zijn verstrekt.
4. Het is verboden met een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel e, van [verordening 2022/2343](32343R2022) activiteiten als bedoeld in dat onderdeel te verrichten of betrokken te zijn bij die activiteiten.
5. Vangsten van soorten als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van [verordening 2022/2343](32343R2022) door een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, van die verordening gaan bij de invoer op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij of samenwerkende niet-overeenkomstsluitende partij als bedoeld in artikel 3, punt 5, van [verordening 2022/2343](32343R2022) vergezeld van de statistische documenten, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van die verordening.
6. Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 54, eerste lid, van [verordening 2022/2343](32343R2022) vastgestelde gedelegeerde handelingen.
##### Artikel 140n. Beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen voor instandhouding van de zuidelijke blauwvintonijn
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste zin, 5, tweede lid, 6, eerste tot en met derde lid, 7, eerste en tweede lid en derde lid, eerste zin, 8, eerste lid, 10, eerste lid, 15, eerste lid, 16 en 17 van [verordening 2023/675](32575R2023).
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 11, eerste en tweede lid, en artikel 12, tweede lid, van [verordening 2023/675](32575R2023) is de NVWA.
3. Als havens als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van [verordening 2023/675](32575R2023) worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2025-07-05&g=2025-07-05) met uitzondering van Den Helder.
4. Als contactpunt als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van [verordening 2023/675](32575R2023), wordt aangewezen de meldkamer van de NVWA te Echt.
5. Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 25, eerste lid, van [verordening 2023/675](32575R2023) vastgestelde gedelegeerde handelingen.
##### Artikel 140o. Maatregelen in het verdragsgebied van de Commissie voor de visserij in het noordelijke deel van de Stille Oceaan
1. De gegevens over vangsten als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden met een vissersvaartuig als bedoeld in dat lid worden verstrekt aan RVO uiterlijk de dinsdag in de week volgend op de week waarin de vangst is gedaan, ongeacht het deel van de vangstbeperking dat gebruikt is.
2. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 51 en 52 van de verordening vangstmogelijkheden.
### Hoofdstuk 7c. Recreatievisserij
##### Artikel 140p. Vangstmogelijkheden
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 10, vijfde lid, 11, vierde lid, 12, tweede lid, 13, zevende lid, en artikel 18, vijfde lid, van de verordening vangstmogelijkheden, de artikelen 4, zesde lid, 6, vijfde lid, en 19, vijfde lid, van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, en de artikelen 9 en 10, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee.
2. Het is verboden op zee, in het zeegebied, in de kustwateren, in de visserijvrije zone of in de onmiddellijke nabijheid van wateren:
- a. in de artikel 10, vijfde lid, onderdeel a, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode zeebaars voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, aanhef, van de verordening vangstmogelijkheden;
- b. in de in artikel 10, vijfde lid, onderdeel b, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode meer dan het in dat artikellid en onderdeel bedoelde aantal zeebaars voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, aanhef, van de verordening vangstmogelijkheden;
- c. meer dan het in artikel 11, vierde lid, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde aantal zeebaars voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de verordening vangstmogelijkheden;
- d. meer dan het in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde aantal witte koolvis voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 12, tweede lid, aanhef, van de verordening vangstmogelijkheden;
- e. in de artikel 12, tweede lid, onderdeel b, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode witte koolvis voorhanden te hebben, gevangen in of vanaf de kust van een van de ICES-sectoren, bedoeld in artikel 12, tweede lid, aanhef, van de verordening vangstmogelijkheden;
- f. meer dan 25 stuks dan wel meer dan 20 kilogram kabeljauw voorhanden te hebben.
3. Het is verboden kabeljauw of overeenkomstig de artikelen 10, vijfde lid, onderdeel b, of 11, vierde lid, van de verordening vangstmogelijkheden gevangen zeebaars of overeenkomstig artikel 12, tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden gevangen witte koolvis aan te landen die is gefileerd of is ontdaan van de kop.
4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op zeebaars, witte koolvis en kabeljauw die aantoonbaar afkomstig is van een vissersvaartuig.
5. Het tweede en derde lid zijn tevens van toepassing op of in de onmiddellijke nabijheid van met de wateren, genoemd in het tweede lid, in open verbinding staand binnenwater, tot ten hoogste 30 kilometer landinwaarts.
##### Artikel 140q. Minimummaten
De afmeting, bedoeld in [artikel 2a, eerste lid, van de Visserijwet 1963](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002416&artikel=2a), bedraagt:
- a. voor blauwe marlijn een vorklengte van de onderkaak van 251 centimeter;
- b. voor witte marlijn een vorklengte van de onderkaak van 168 centimeter.
##### Artikel 140r. Technische maatregelen
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 7, 10, 11 en 12 van [verordening 2019/1241](33141R2019), voor zover de handelingen worden verricht in het kader van recreatievisserij.
### Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
## Bijlage a1. behorende bij de [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-04-01&g=2025-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### 2. Doel
Het doel van dit steekproefplan is om te **verifiëren** of de weging die aan boord heeft plaats gevonden voldoende nauwkeurig is. Dit om een juiste weging te garanderen zodat de weegresultaten van de aangelande visserijproducten gebruikt kunnen worden voor het invullen van de aangifte van aanlanding, het vervoersdocument (indien van toepassing), de verkoopdocumenten en de aangifte van overname.
### 5.1.1. Voorschriften kapitein/eigenaar vissersvaartuig
### 5.1.2. Voorschriften voor kapiteins met vissersvaartuig afkomstig uit andere EU lidstaat
### 5.1.3. Voorschriften marktdeelnemers verantwoordelijk voor de 1e afzet
Indien het totaal gewicht van **alle** aangelande soorten minder is dan 50 kg is het niet nodig een steekproef uit te voeren. De aangelande partij wordt in deze situatie in zijn geheel gewogen.
### 5.5. Weegresultaten
De kapitein is verplicht de weegresultaten die aan boord zijn verzameld te registreren en te bewaren. De marktdeelnemer die de partij in ontvangst heeft genomen op het moment van de aanlanding verzamelt en registreert de resultaten van de steekproefweging. Beide marktdeelnemers bewaren de gegevens voor een periode van 3 jaar en de gegevens worden op verzoek aan de bevoegde autoriteit verstrekt.
De kapitein van het vissersvaartuig registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:
De kapitein van het vissersvaartuig registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:
### 5.7. Interventie
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2025-04-01&g=2025-04-01) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2025-07-05&g=2025-07-05) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de [artikelen 14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=14&z=2025-04-01&g=2025-04-01), [75, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=75&z=2025-04-01&g=2025-04-01), [77, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=77&z=2025-04-01&g=2025-04-01), [78, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=78&z=2025-04-01&g=2025-04-01), 78a, vierde lid, [124, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=7&artikel=124&z=2025-04-01&g=2025-04-01), en [133, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7¶graaf=3&artikel=133&z=2025-04-01&g=2025-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de [artikelen 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [124, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=7&artikel=124&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [133, tweede en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7¶graaf=3&artikel=133&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [140f, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7b&artikel=140f&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [140h, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7b&artikel=140h&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [140i, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7b&artikel=140i&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [140j, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7b&artikel=140j&z=2025-07-05&g=2025-07-05), en [140n, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7b&artikel=140n&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### D. Havens voor het verrichten van onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in de [artikel 133, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7¶graaf=3&artikel=133&z=2025-04-01&g=2025-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 3
### D. Havens voor het verrichten van onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in de [artikel 133, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7¶graaf=3&artikel=133&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Stellendam (gemeente Goedereede)
Bruinisse (gemeente Schouwen-Duiveland)
Burgsluis (gemeente Schouwen-Duiveland)
Roompotsluis (Colijnsplaat, gemeente Noord-Beveland)
Kats (gemeente Noord-Beveland)
Yerseke (gemeente Reimerswaal)
Bergse Diepsluis (gemeente Tholen)
## Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
## Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
## Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheerperiode als bedoeld in [artikel 16, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=16&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
## Bijlage 8. behorende bij de [artikelen 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-07-05&g=2025-07-05), en [29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
De vissoorten, bedoeld in [artikel 21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-07-05&g=2025-07-05), de vangstgebieden, bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-07-05&g=2025-07-05), en de percentages, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor het kalenderjaar 2025. Voor de percentages voorzien van een voetnoot is sprake van een situatie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel b.
## Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=10&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
## Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
## Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
## Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheerperiode als bedoeld in [artikel 16, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=16&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
## Bijlage 8. behorende bij de [artikelen 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-12-31&g=2025-12-31), en [29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
De vissoorten, bedoeld in [artikel 21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-12-31&g=2025-12-31), de vangstgebieden, bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2025-12-31&g=2025-12-31), en de percentages, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=29&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor het kalenderjaar 2026.
| Vissoort | Gebied | Percentage |
| --- | --- | --- |
| Blauwe wijting | Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie en internationale wateren van deelsectoren 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8a, 8b, 8d, 8e, 12 en 14 | 85,53015% |
| Grote Zilversmelt | ICES-deelgebieden 6 en 7, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-deelgebied 5 | 107,15409% |
| Haring | Wateren van het Verenigd Koninkrijk, van de Faeröer, van Noorwegen en de internationale wateren van de ICES gebieden 1 en 2 | 103,02590% |
| Haring | Wateren van de Unie, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen van ICES-deelgebied 4 ten noorden van 53° 30' NB | 84,47515% |
| Haring | ICES-sectoren 4c en 7d | 72,58979% |
| Haring | ICES-sectoren 6b en 6a-Noord, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b | 54,40080% |
| Haring | ICES-sectoren 6a-Zuid, 7b en 7c | 57,06806% |
| Blauwe wijting | Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie en internationale wateren van deelsectoren 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8a, 8b, 8d, 8e, 12 en 14 | 58,88114% |
| Grote Zilversmelt | ICES-deelgebieden 6 en 7, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-deelgebied 5 | 97,10264% |
| Haring | Wateren van het Verenigd Koninkrijk, van de Faeröer, van Noorwegen en de internationale wateren van de ICES gebieden 1 en 2 | 133,04207% |
| Haring | Wateren van de Unie, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen van ICES-deelgebied 4 ten noorden van 53° 30' NB | 77,84435% |
| Haring | ICES-sectoren 4c en 7d | 70,73733% |
| Haring | ICES-sectoren 6b en 6a-Noord, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b | 186,76343% |
| Haring | ICES-sectoren 6a-Zuid, 7b en 7c | 258,71468% |
| Haring | ICES-sectoren 7a ten zuiden van 52° 30’NB, 7g, 7h, 7j en 7k | 100,00000% |
| Horsmakreel | Wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sectoren 2a en 4a; ICES-deelgebied 6, ICES-sectoren 7a-c, 7e-k, 8a-b 8d-e; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b; internationale wateren van de ICES-deelgebieden 12 en 14 | 104,26014%1 |
| Horsmakreel | Wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sectoren 2a en 4a; ICES-deelgebied 6, ICES-sectoren 7a-c, 7e-k, 8a-b 8d-e; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b; internationale wateren van de ICES-deelgebieden 12 en 14 | 98,21772% |
| Horsmakreel | Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d | 0,00000% |
| Kabeljauw | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort | 79,30762% |
| Makreel | ICES-deelgebieden 6 en 7, ICES-sectoren 8a, 8b, 8d en 8e; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b; internationale wateren van ICES-sector 2a en de ICES-deelgebieden 12 en 14 | 67,54078% |
| Schol | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort | 118,03480% |
| Tong | Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a | 273,25331% |
| Wijting | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a | 140,20149% |
1 Dit percentage wordt berekend ten opzichte van de hoeveelheid waarvoor een ondernemer voor zijn vissersvaartuig een recht op een contingent had op 31 december 2022 om 24.00 uur.
## Bijlage 8a. Vistuigen met de codes, in voorkomend geval de maaswijdte en bijbehorende vissoorten, behorende bij [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-07-05&g=2025-07-05)
| Vistuig | Code* | Maaswijdte | Vissoort |
| --- | --- | --- | --- |
| Boomkor | TBB | ≥ 120 mm | Schol |
| Boomkor | TBB | 80–119 mm | Tong, schol |
| Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen | OTB, OTT, PTB, SDN, SPR | 70–119 mm | Schol |
| Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen | OTB, OTT, PTB, SDN, SPR | ≥ 120 mm | Schol, kabeljauw |
| Schotse zegen | SSC | 100–119 mm | Schol |
| Schotse zegen | SSC | ≥ 120 mm | Schol, kabeljauw |
| Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten | GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR | 90–109 mm | Tong |
| Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten | GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR | 140–270 mm | Kabeljauw |
| Handlijnen en hengelsnoeren (machinaal) | LHM | | Makreel |
| Handlijnen en hengelsnoeren (met de hand bediend) | LHP | | Kabeljauw |
| Pelagische ottertrawl, pelagische spantrawl | OTM, PTM | 32-69 mm | Blauwe wijting, haring, horsmakreel en makreel |
* Codes genoemd in bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening.
| Kabeljauw | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort | 54,93067% |
| Makreel1 | ICES-deelgebieden 6 en 7, ICES-sectoren 8a, 8b, 8d en 8e; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b; internationale wateren van ICES-sector 2a en de ICES-deelgebieden 12 en 14 | 30,47193% |
| Schol | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort | 101,67025% |
| Tong | Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a | 121,55282% |
| Wijting | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a | 123,86885% |
1 Voorlopige vangstmogelijkheid voor de eerste zes maanden van 2026.
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=104&z=2025-04-01&g=2025-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -4212,7 +3778,7 @@
Bewaarvorm: **bevroren**
Bewaarvorm: **vers**
Bewaarvorm: **bevroren**
## Bijlage 11. behorende bij [artikel 140c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7a&artikel=140c&z=2025-04-01&g=2025-04-01) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -4280,25 +3846,28 @@
| [CSH/GN 3062310] | 1 | | 6,8 mm en meer | 4.000 |
| | 2 | | 6,5 mm en meer | 4.000 |
## Bijlage 12a. behorend bij de [artikelen 87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2025-07-05&g=2025-07-05) en [87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2025-07-05&g=2025-07-05)
Naar aanleiding van elke vermogensmeting wordt een meetrapport opgemaakt met het motorvermogen en toerental in stomende en vissende conditie. De volgende parameters worden, indien van toepassing, opgenomen in het meetrapport:
- a. de regelstand van zowel de gemeenschappelijke aanwijzing als van alle brandstofpompen afzonderlijk, in stomende en vissende conditie, af te lezen ten opzichte van het vaste huis, of, indien het indicatorwijzertje wordt benut, de positie hiervan ten opzichte van het huis in verband met variabele vulringetjes;
- b. de regulateur uitsturing stomend/vissend;
- c. de dikte van de blokkeringsblokjes;
- d. vanuit proefstand en/of (proef)vaart, gegevens van ten minste de temperatuur van uitlaatgassen na de turbo, de temperatuur van de inlaatlucht, het toerental van de hoofdmotor en de turbodruk;
- e. het software nummer van geïnstalleerde softwareversie;
- f. het wijzigingsnummer en datum.
Bij het meetrapport wordt een verklaring van kennisname van het meetrapport gevoegd, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.
Indien een erkend meetbureau tijdens een vermogensmeting geconfronteerd wordt met niet verklaarbare afwijkingen van het motorvermogen, meldt het meetbureau dit terstond aan de minister. Het meetbureau maakt hier tevens een rapport van op.
## Bijlage 11. behorende bij [artikel 140c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7a&artikel=140c&z=2025-12-31&g=2025-12-31) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
| Soort en FAO-/GN-code | Grootte | Benaming | Afmeting | Drempelprijs (EUR/t) |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| Schol | | | | |
| \| per 01-01-2026 | 1 | Groot | 41 cm en groter | 1.750 |
| t/m 30-04-2026 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.300 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.270 |
| | 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 1.130 |
| Schol | | | | |
| \|\| per 01-05-2026 | 1 | Groot | 41 cm en groter | 2.040 |
| t/m 30-11-2026 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.490 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.360 |
| | 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 1.210 |
| Schol | | | | |
| \|\|\| per 01-12-2026 | 1 | Groot | 41 cm en groter | 1.750 |
| t/m 31-12-2026 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.370 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.340 |
| | 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 1.210 |
| Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd of in water gekookt | | | ****Breedte v.h. pantser**** | |
| [CSH/GN 3062310] | 1 | | 6,8 mm en meer | 4.000 |
| | 2 | | 6,5 mm en meer | 4.000 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
@@ -4330,75 +3899,159 @@
### Aanlandingsplaatsen als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bergse Diepsluis (gemeente Tholen)
Haventje van Waarde (gemeente Reimerswaal)
Haven Flauwers (gemeente Zierikzee)
## Bijlage 9. behorende bij [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
De hoeveelheden, bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor het kalenderjaar 2025
## Bijlage 8a. Vistuigen met de codes, in voorkomend geval de maaswijdte en bijbehorende vissoorten, behorende bij [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=21&z=2025-12-31&g=2025-12-31)
| Vistuig | Code* | Maaswijdte | Vissoort |
| --- | --- | --- | --- |
| Boomkor | TBB | ≥ 120 mm | Schol |
| Boomkor | TBB | 80–119 mm | Tong, schol |
| Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen | OTB, OTT, PTB, SDN, SPR | 70–119 mm | Schol |
| Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen | OTB, OTT, PTB, SDN, SPR | ≥ 120 mm | Schol, kabeljauw |
| Schotse zegen | SSC | 100–119 mm | Schol |
| Schotse zegen | SSC | ≥ 120 mm | Schol, kabeljauw |
| Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten | GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR | 90–109 mm | Tong |
| Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten | GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR | 140–270 mm | Kabeljauw |
| Handlijnen en hengelsnoeren (machinaal) | LHM | | Makreel |
| Handlijnen en hengelsnoeren (met de hand bediend) | LHP | | Kabeljauw |
| Pelagische ottertrawl, pelagische spantrawl | OTM, PTM | 32-69 mm | Blauwe wijting, haring, horsmakreel en makreel |
* Codes genoemd in bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening.
## Bijlage 9. behorende bij [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-12-31&g=2025-12-31) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
De hoeveelheden, bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-12-31&g=2025-12-31) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor het kalenderjaar 2026
| Artikel | Vissoort | Gebiedsomschrijving | Hoeveelheid (per vaartuig) |
| --- | --- | --- | --- |
| [Artikel 24, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) | Kabeljauw | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort | 65 kilogram per maand |
| [Artikel 24, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) | Wijting | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a | 219 kilogram per maand |
| [Artikel 24, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) | Makreel | ICES-sector 3a; wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-sector 2a, 3b, 3c; ICES-sector 3d en ICES-deelgebied 4; Noorse wateren van ICES-sectoren 2a en 4a | 142 kilogram per maand |
| [Artikel 24, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) | Kabeljauw | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort | 169 kilogram per jaar |
| [Artikel 24, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) | Wijting | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a | 320 kilogram per jaar |
| [Artikel 24, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) | Makreel | ICES-sector 3a; wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-sector 2a, 3b, 3c; ICES-sector 3d en ICES-deelgebied 4; Noorse wateren van ICES-sectoren 2a en 4a | 29 kilogram per jaar |
| [Artikel 24, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=24&z=2025-07-05&g=2025-07-05) | Horsmakreel | Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d | 0 kilogram per jaar |
| Artikel 24, eerste lid, onderdeel a | Kabeljauw | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort | 34 kilogram per maand |
| Artikel 24, eerste lid, onderdeel a | Wijting | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a | 270 kilogram per maand |
| Artikel 24, eerste lid, onderdeel a | Makreel1 | ICES-sector 3a; wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-sector 2a, 3b, 3c; ICES-sector 3d en ICES-deelgebied 4; Noorse wateren van ICES-sectoren 2a en 4a | 48 kilogram per maand |
| Artikel 24, eerste lid, onderdeel c | Kabeljauw | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort | 100 kilogram per jaar |
| Artikel 24, eerste lid, onderdeel c | Wijting | ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a | 376 kilogram per jaar |
| Artikel 24, eerste lid, onderdeel c | Makreel1 | ICES-sector 3a; wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-sector 2a, 3b, 3c; ICES-sector 3d en ICES-deelgebied 4; Noorse wateren van ICES-sectoren 2a en 4a | 10 kilogram per jaar |
| Artikel 24, eerste lid, onderdeel d | Horsmakreel | Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d | 0 kilogram per jaar |
1 Voorlopige vangstmogelijkheid voor de eerste zes maanden van 2026.
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=104&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bewaarvorm: **vers**
Bewaarvorm: **gekookt**
## Bijlage 12a. behorend bij de [artikelen 87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2025-12-31&g=2025-12-31) en [87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2025-12-31&g=2025-12-31)
Naar aanleiding van elke vermogensmeting wordt een meetrapport opgemaakt met het motorvermogen en toerental in stomende en vissende conditie. De volgende parameters worden, indien van toepassing, opgenomen in het meetrapport:
- a. de regelstand van zowel de gemeenschappelijke aanwijzing als van alle brandstofpompen afzonderlijk, in stomende en vissende conditie, af te lezen ten opzichte van het vaste huis, of, indien het indicatorwijzertje wordt benut, de positie hiervan ten opzichte van het huis in verband met variabele vulringetjes;
- b. de regulateur uitsturing stomend/vissend;
- c. de dikte van de blokkeringsblokjes;
- d. vanuit proefstand en/of (proef)vaart, gegevens van ten minste de temperatuur van uitlaatgassen na de turbo, de temperatuur van de inlaatlucht, het toerental van de hoofdmotor en de turbodruk;
- e. het software nummer van geïnstalleerde softwareversie;
- f. het wijzigingsnummer en datum.
Bij het meetrapport wordt een verklaring van kennisname van het meetrapport gevoegd, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.
Indien een erkend meetbureau tijdens een vermogensmeting geconfronteerd wordt met niet verklaarbare afwijkingen van het motorvermogen, meldt het meetbureau dit terstond aan de minister. Het meetbureau maakt hier tevens een rapport van op.
## Bijlage 12b. behorend bij de [artikelen 87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2025-12-31&g=2025-12-31), [87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2025-12-31&g=2025-12-31) en [87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2025-12-31&g=2025-12-31)
Naar aanleiding van elke verzegeling wordt een (aanvullend) zegelplan opgemaakt. Zegels worden zodanig aangebracht dat ongeautoriseerde wijziging van de verzegeling wordt voorkomen. Het zegelplan wordt opgemaakt overeenkomstig de door de minister beschikbaar gestelde modellen en de richtlijnen van het motortype. Het zegelplan bevat te minste de volgende gegevens:
- a. indien een vermogensmeting heeft plaatsgevonden, worden het motorvermogen en de volgende parameters, indien van toepassing, opgenomen in het zegelplan:
- i. de regelstand van zowel de gemeenschappelijke aanwijzing als van alle brandstofpompen afzonderlijk, in stomende en vissende conditie, af te lezen ten opzichte van het vaste huis, of, indien het indicatorwijzertje wordt benut, de positie hiervan ten opzichte van het huis vastleggen in verband met variabele vulringetjes;
- ii. de regulateur uitsturing stomend/vissend;
- iii. de dikte van de blokkeringsblokjes;
- iv. indien mogelijk: de temperatuur van de uitlaatgassen, de temperatuur van de inlaatlucht, het toerental van de hoofdmotor en de turbodruk;
- v. het software nummer van geïnstalleerde softwareversie;
- vi. het wijzigingsnummer en datum;
- b. een scherpe foto van elke aangebrachte zegel met een vermelding van het onderdeel van de hoofdmotor of hoofdmotoren, de locatie, het zegelnummer en een geschrift, waaruit blijkt welke onderdelen van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn verzegeld, waar de verzegelingen zijn aangebracht en welk zegelnummer zij hebben;
- c. scherpe foto’s met duidelijk controleerbare meetafstanden (eventueel middels hulpmiddelen, zoals een lineaal) en een schriftelijke vermelding, waaruit blijkt waar en op welke wijze de stelbouten en breekbouten van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn geplaatst en ingesteld;
- d. bij schepen met een verstelbare schroef: de maximale uitsturing van het schroefmechanisme;
- e. een uiteenzetting waarom zegels zijn vervangen, alsmede de nummering van zowel de vervangen als de nieuw geplaatste zegels;
- f. eventuele bijzonderheden.
Bij het zegelplan worden gevoegd:
- a. een verklaring van het zegelbureau dat de feitelijke toestand van de hoofdmotor of hoofdmotoren overeenkomt met de in het zegelplan opgenomen gegevens;
- b. een verklaring van kennisname van het zegelplan, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.
Aan de hand van de onderstaande criteria besluit het zegelbureau of er met het verzegelen een vermogensmeting dient plaats te vinden. De analyse die wordt gemaakt op basis van de hieronder genoemde criteria, wordt doorgegeven aan de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde, en aan de minister.
- a. bij een verbroken verzegeling wordt een analyse gemaakt of de verbroken verzegeling van invloed kan zijn op het motorvermogen;
- b. bij meerdere verbroken zegels worden de parameters, zoals het toerental, de uitlaattemperatuur of de vuldruk vergeleken met de waarden die zijn opgenomen in het oorspronkelijke meetrapport;
- c. naar aanleiding van een verbroken verzegeling kan door een erkend zegelbureau worden besloten dat een nieuwe vermogensmeting noodzakelijk is. Wanneer bijvoorbeeld uit het bepaalde in onderdeel b blijkt dat de parameters dermate afwijken van het oorspronkelijke meetrapport, waardoor het vermoeden bestaat dat het motorvermogen niet meer overeenkomt met het oorspronkelijk vastgestelde vermogen, zal ook een vermogensmeting noodzakelijk zijn.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 102a. Providers voor volgapparatuur
Een provider voor volgapparatuur als bedoeld in artikel 9 van de controleverordening biedt slechts contracten aan nadat hij in staat is gebleken automatische communicatie met het visserijcontrolecentrum tot stand te kunnen brengen.
### Hoofdstuk 7b. Maatregelen van regionale organisaties voor het visserijbeheer.
### Hoofdstuk 7c. Recreatievisserij
### Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
### 6.1.2. Officiële controle na aankomst van ongewogen vis
### 3. Wettelijke basis
### 5.1. Voorschriften marktdeelnemers, kapitein en eigenaar vissersvaartuig
### 5.1.3. Voorschriften marktdeelnemers verantwoordelijk voor de 1e afzet
Naast de kapitein/eigenaar van het vissersvaartuig, voldoet de opvolgende (geregistreerde) marktdeelnemer zoals geregistreerde kopers, visafslagen of andere marktdeelnemers (EU erkende levensmiddelenbedrijven) verantwoordelijk voor de 1e afzet aan de volgende voorschriften:
### 5.2. Risico beoordeling
### 5.5. Weegresultaten
### 5.6. Controles ter verificatie van de steekproef op het moment van aanlanding.
## Bijlage 1
## Bijlage 2
### D. Havens voor het verrichten van onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in de [artikel 133, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7¶graaf=3&artikel=133&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 3
### Aanlandingsplaatsen als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Haven Flauwers (gemeente Zierikzee)
## Bijlage 10
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=104&z=2025-07-05&g=2025-07-05), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bewaarvorm: **gekookt**
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=104&z=2025-12-31&g=2025-12-31), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bewaarvorm: **gezouten**
## Bijlage 12b. behorend bij de [artikelen 87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2025-07-05&g=2025-07-05), [87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2025-07-05&g=2025-07-05) en [87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2025-07-05&g=2025-07-05)
Naar aanleiding van elke verzegeling wordt een (aanvullend) zegelplan opgemaakt. Zegels worden zodanig aangebracht dat ongeautoriseerde wijziging van de verzegeling wordt voorkomen. Het zegelplan wordt opgemaakt overeenkomstig de door de minister beschikbaar gestelde modellen en de richtlijnen van het motortype. Het zegelplan bevat te minste de volgende gegevens:
- a. indien een vermogensmeting heeft plaatsgevonden, worden het motorvermogen en de volgende parameters, indien van toepassing, opgenomen in het zegelplan:
- i. de regelstand van zowel de gemeenschappelijke aanwijzing als van alle brandstofpompen afzonderlijk, in stomende en vissende conditie, af te lezen ten opzichte van het vaste huis, of, indien het indicatorwijzertje wordt benut, de positie hiervan ten opzichte van het huis vastleggen in verband met variabele vulringetjes;
- ii. de regulateur uitsturing stomend/vissend;
- iii. de dikte van de blokkeringsblokjes;
- iv. indien mogelijk: de temperatuur van de uitlaatgassen, de temperatuur van de inlaatlucht, het toerental van de hoofdmotor en de turbodruk;
- v. het software nummer van geïnstalleerde softwareversie;
- vi. het wijzigingsnummer en datum;
- b. een scherpe foto van elke aangebrachte zegel met een vermelding van het onderdeel van de hoofdmotor of hoofdmotoren, de locatie, het zegelnummer en een geschrift, waaruit blijkt welke onderdelen van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn verzegeld, waar de verzegelingen zijn aangebracht en welk zegelnummer zij hebben;
- c. scherpe foto’s met duidelijk controleerbare meetafstanden (eventueel middels hulpmiddelen, zoals een lineaal) en een schriftelijke vermelding, waaruit blijkt waar en op welke wijze de stelbouten en breekbouten van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn geplaatst en ingesteld;
- d. bij schepen met een verstelbare schroef: de maximale uitsturing van het schroefmechanisme;
- e. een uiteenzetting waarom zegels zijn vervangen, alsmede de nummering van zowel de vervangen als de nieuw geplaatste zegels;
- f. eventuele bijzonderheden.
Bij het zegelplan worden gevoegd:
- a. een verklaring van het zegelbureau dat de feitelijke toestand van de hoofdmotor of hoofdmotoren overeenkomt met de in het zegelplan opgenomen gegevens;
- b. een verklaring van kennisname van het zegelplan, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.
Aan de hand van de onderstaande criteria besluit het zegelbureau of er met het verzegelen een vermogensmeting dient plaats te vinden. De analyse die wordt gemaakt op basis van de hieronder genoemde criteria, wordt doorgegeven aan de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde, en aan de minister.
- a. bij een verbroken verzegeling wordt een analyse gemaakt of de verbroken verzegeling van invloed kan zijn op het motorvermogen;
- b. bij meerdere verbroken zegels worden de parameters, zoals het toerental, de uitlaattemperatuur of de vuldruk vergeleken met de waarden die zijn opgenomen in het oorspronkelijke meetrapport;
- c. naar aanleiding van een verbroken verzegeling kan door een erkend zegelbureau worden besloten dat een nieuwe vermogensmeting noodzakelijk is. Wanneer bijvoorbeeld uit het bepaalde in onderdeel b blijkt dat de parameters dermate afwijken van het oorspronkelijke meetrapport, waardoor het vermoeden bestaat dat het motorvermogen niet meer overeenkomt met het oorspronkelijk vastgestelde vermogen, zal ook een vermogensmeting noodzakelijk zijn.
## Bijlage 13. Locaties waar garnalen worden ingedeeld in de versheidsklassen en grootteklassen, behorend bij [artikel 140d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7a&artikel=140d&z=2025-07-05&g=2025-07-05)
## Bijlage 13. Locaties waar garnalen worden ingedeeld in de versheidsklassen en grootteklassen, behorend bij [artikel 140d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7a&artikel=140d&z=2025-12-31&g=2025-12-31)
- 1. 'Zeeuwse Visveilingen B.V.' aan de Binnenhaven 11 te Vlissingen;
2025-07-05
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 6 y 5 más
2025-07-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 6 y 5 más
2025-05-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 61 y 41 más
2025-04-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 6, 5 y 13 más
2025-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 6, 5 y 13 más
2025-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 6, 5 y 13 más
2024-11-26
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 60 y 53 más
2024-04-06
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 4 más
2024-04-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 11 más
2024-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 11 más
2024-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 11 más
2023-11-22
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 4 más
2023-07-13
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 11 más
2023-03-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 18 más
2023-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 18 más
2022-09-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 61 y 44 más
2022-07-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 4 más
2022-04-02
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 4 más
2022-04-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 61 y 58 más
2022-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 4, 4, 5 y 11 más
2021-08-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 4, 5, 1 y 4 más
2021-06-24
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 61, 60, 60 y 11 más
2021-04-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2021-03-25
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2021-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2021-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2020-12-29
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2020-07-28
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2020-04-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2020-02-26
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2020-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 61, 60, 60 y 9 más
2020-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2019-08-14
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 61, 60 y 10 más
2019-05-28
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 5, 1
2019-04-20
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 5, 1
2019-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 5, 1
2018-12-15
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 61, 60 y 13 más
2018-08-05
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 5 y 4 más
2018-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 6, 5 y 5 más
2017-12-08
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 61, 60 y 12 más
2017-04-11
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 5 y 3 más
2017-03-28
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 5 y 3 más
2017-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 61 y 14 más
2016-04-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 14, 6 y 3 más
2016-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 61 y 11 más
2016-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 61 y 10 más
2015-12-22
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 61 y 9 más
2015-04-04
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 6 y 3 más
2015-02-08
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 6 y 3 más
2015-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 6 y 3 más
2015-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 6 y 3 más
2014-06-04
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 6 y 3 más
2014-05-03
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 6 y 3 más
2014-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 6 y 3 más
2014-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 60, 60 y 8 más
2013-07-13
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 5 y 9 más
2013-06-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 5 y 8 más
2013-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 5 y 8 más
2013-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 5 y 13 más
2012-10-03
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 14 y 10 más
2012-07-21
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 14 y 7 más
2012-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 14 y 7 más
2012-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 14 y 13 más
2011-07-23
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 1, 1, 2 y 179 más
2011-07-23
Uitvoeringsregeling zeevisserij
original version
Tekst op deze datum