Wijzigingsgeschiedenis

Regeling spoorwegpersoneel 2011

5 versions · 2019-04-01
2019-04-01
Regeling spoorwegpersoneel 2011 — arts. 1, 1, 8 y 64 más
2016-01-23
Regeling spoorwegpersoneel 2011 — arts. 2, 3, 4 y 5 más
2016-01-18
Regeling spoorwegpersoneel 2011 — arts. 2, 2, 3 y 13 más
2011-11-15
Regeling spoorwegpersoneel 2011 — arts. 9, 1, 1 y 20 más

Wijzigingen op 2011-11-15

@@ -1117,545 +1117,3 @@
### Dimensies
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 6a
De volgende baanvakken worden aangewezen als baanvakken voor grensoverschrijdende treindiensten als bedoeld in [artikel 5, derde lid, van het Besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030006&artikel=5):
- a. Bad Nieuweschans – Duitse grens;
- b. Oldenzaal – Duitse grens;
- c. Enschede – Duitse grens;
- d. Zevenaar – Duitse grens;
- e. Valburg – Duitse grens;
- f. Venlo – Duitse grens;
- g. Heerlen – Duitse grens;
- h. Maastricht – Belgische grens, richting Visé;
- i. Roosendaal – Belgische grens;
- j. Terneuzen – Belgische grens; en
- k. Breda – Belgische grens.
#### § 4. Erkenning EU-beroepskwalificaties
#### § 5. Slotbepalingen
## Bijlage 1. behorende bij [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030563&paragraaf=2&artikel=2&z=2019-04-01&g=2019-04-01), van de Regeling spoorwegpersoneel 2011
### Medische eisen veiligheidsfuncties van rangeerder, machinist met volledige bevoegdheid en machinist met beperkte bevoegdheid
Indien bij de onderstaande keuringseisen meerdere niveaus zijn aangegeven, geldt:
### 2. Oogheelkundige eisen
### Algemene opmerkingen
Voor de bepaling van het kleurenonderscheidingsvermogen mag alleen gebruik gemaakt worden van de Ishihara-test, 38 platen-editie; bij de afname van de Ishihara-test is het gebruik van gekleurde glazen of lenzen niet toegestaan.
### Gezichtsscherpte
NB: Indien de vereiste gezichtsscherpte alleen met behulp van een bril of contactlenzen gehaald kan worden dient op de keuringsuitslag vermeld te worden: ‘Geschikt met verplichte bril of contactlenzen’.
### Contrastgevoeligheid
Indien uit de anamnese blijkt dat er sprake is van een verminderd vermogen om details waar te nemen of van de continue aanwezigheid van een grijze waas met een verminderde kleurperceptie dient men bedacht te zijn op het bestaan van een verminderde contrastgevoeligheid.
### Nabijzien en intermediair zien
Geen eisen
**Niveau 2**
### Ongecorrigeerde gezichtsscherpte (bij correctie), maximaal toegestane correctie en gekleurde glazen/lenzen
### Maximaal toegestane sterkte bril/contactlenzen
Hypermetropie: maximaal +5
### Gekleurde glazen/lenzen
**Niveau 2**
### Fotochromatische glazen
Niet toegestaan
Indien tijdens de dienstbetrekking aan deze eisen niet meer kan worden voldaan: nadere beoordeling door de arts-deskundige.
### Refractiechirurgie
### LASIK, LASEK, PRK, RK
De optimale gezichtsscherpte is na ongeveer 1 maand bereikt.
### Intra-oculaire lens (IOL)
Toegestaan bij voldoende gezichtsscherpte en indien er geen klachten zijn.
### Afakie
Geschiktheid afhankelijk van restvisus en daarbij benodigde sterkte van correctie
### Kleurenonderscheidingsvermogen
Geschikt indien maximaal 3 fouten (13/16 goed)
### Gezichtsvelden
Volledig
### Nacht- en schemerzien
Geschikt indien anamnestisch geen klachten m.b.t. donkeradaptatie, verblindingsgevoeligheid en nachtmyopie
### Het binoculaire gezichtsvermogen
Ongeschikt bij het bestaan van dubbelbeelden (diplopie)
### Progressieve oogziekten
Niet toegestaan
Er bestaat een verplichting tot overleg met en/of nadere beoordeling door de arts-deskundige in geval van:
### 3. Auditieve eisen
Om te beoordelen of een persoon voldoet aan de auditieve normen dient er een audiogram te worden gemaakt.
### Wanneer overleg en/of nadere beoordeling door de arts-deskundige?
Bij een somverlies bij 1,2 en 4Khz van het beste oor (met of zonder hoortoestel) dat 120dB overschrijdt. Nader overleg met de arts-deskundige is aangewezen indien er aanwijzingen zijn dat de hoorrevalidatie niet optimaal lijkt (niet optimaal ingesteld hoortoestel, niet optimale medische behandeling).
### 4. Hart en vaataandoeningen
### Basisgegeven bij hartaandoeningen
Voor een goede beoordeling van de veiligheidsgeschiktheid van de persoon met een hartaandoening zijn een aantal basisgegevens nodig.
### Ischemische hartziekten
Ongeschikt indien:
### Hypertensie
Indien na verbetering van bovenstaande situaties de persoon geschikt wordt, dient de bloeddruk halfjaarlijks te worden gecontroleerd.
### Linker Ventrikel Hypertrofie (LVH)
Ongeschikt indien:
### Hartfalen
Indien de persoon op grond van bovenstaande criteria niet ongeschikt is, kan er een evaluatie worden gevraagd aan de arts-deskundige.
### Hypertrofische cardiomyopathie (HOCM)
Ongeschikt
### Gedilateerde cardiomyopathie
Ongeschikt
### Klepaandoening, inclusief klepchirurgie
Ongeschikt indien:
### Ritme en geleidingsstoornissen
De volgende vragen moeten beantwoord en beoordeeld zijn door de arts-deskundige:
### Pacemakers
Ongeschikt bij pacemakerafhankelijkheid
Ongeschikt bij:
### 5. Neurologische aandoeningen
### Algemeen
Dit geldt vooral voor het ‘grijze gebied’ tussen geschikt en twijfel over geschiktheid, maar ook indien de keurend arts en/of werkgever wenst af te wijken van de norm, en ook als er sprake is van een voorgestelde aangepaste functie-inhoud of werktijd.
De machinist met neurologische aandoeningen moet instructies krijgen om bij de eerste tekenen van dreigende oordeels- of handelingsonbekwaamheid de trein stil te zetten. Er moet een zeker ziekte-inzicht c.q. capaciteit om adequaat te handelen aanwezig zijn. Bij neurologische aandoeningen waarbij cognitieve stoornissen kunnen ontstaan zal dit gegeven extra aandacht gegeven moeten worden.
### Epilepsie/insulten
### Na één insult
Indien ondanks genoemde schijnbaar effectieve behandeling toch uit voorzorg anti-epileptische medicatie wordt gegeven, is betrokkene alsnog ongeschikt te achten.
### Cerebrale Aneurysma’s en andere vaatanomalieën
Indien operatief behandeld én direct zonder neurologische restverschijnselen, is hij na 6 maanden weer geschikt.
Indien geopereerd, doch met aanvankelijk wel restverschijnselen die pas later verdwijnen, kan betrokkene indien er 5 jaar geen restverschijnselen meer (geweest) zijn, opnieuw beoordeeld worden. Indien na beoordeling door de arts-deskundige blijkt dat betrokkene vrij is van lichamelijke of geestelijke functiestoornissen en het cardiovasculaire risico kleiner of gelijk is dan 2% per jaar zal er een gericht neuropsychologisch onderzoek verricht moeten worden door een neuropsycholoog, met kennis van spoorwegveiligheid, om tot een oordeel over de geschiktheid te komen.
### 6. Endocrinologische aandoeningen
De machinist met een endocrinologische aandoening moet bij de eerste signalen van een dreigende handelingsongeschiktheid de trein stilzetten. Er moet een zeker ziekte inzicht c.q. capaciteit om adequaat te handelen aanwezig zijn.
### Basisgegeven bij endocrinologische ziekten
Indien er sprak is van een gestoorde glucosetolerantie (een gestoorde nuchtere glucose) moet na 3 maanden de glucosebepaling herhaald worden. Als de diagnose diabetes mellitus niet kan worden gesteld, wordt de werknemer jaarlijks gecontroleerd.
### Diabetes mellitus
### Algemene voorwaarden voor geschiktheid bij Diabetes Mellitus
Er wordt minstens drie keer per jaar een bloedglucose bepaald.
### Diabetes type 2
Ongeschikt
### Onbehandelde diabetes mellitus
Ongeschikt
### Hyperglycemie
Ongeschikt
### Ernstige hypoglycemieën
Het gaat hierbij om plotselinge en/of onverwachte bewustzijnsdaling dan wel bewustzijnsverlies door een hypoglycemie.
### Hypoglycemia unawareness
Ongeschikt
### Diabetes Mellitus type 1
Ongeschikt
### Diabetes complicaties
A Behandeling met orale antidiabetica die **geen** hypo kunnen veroorzaken
### Schildklierstoornis
Bij twijfel over het cognitief functioneren of aanwezigheid van een stemmingsstoornis zal er een gericht neuropsychologisch onderzoek verricht moeten worden door een neuropsycholoog, met kennis van spoorwegveiligheid, om tot een oordeel over de geschiktheid te komen.
### Andere Endocrinologische aandoeningen
Bij andere endocrinologische aandoeningen, zoals Acromegalie, Bijnierschorsinsufficientie, Cushingsyndroom, Diabetes Insipidus, Groeihormoondeficientie, Hypercalciaemie, Hyperprolactinemie, Insulinoom, Hypofyseadenoom, Pheochromocytoom moet de geschiktheid op individuele basis worden beoordeeld.
### 7. Syncope
Indien die is gevonden dient een passende therapie te worden aangeboden.
De machinist met syncopes moet instructies krijgen om bij de eerste signalen van een dreigende handelingsongeschiktheid de trein stil te zetten. Er moet een zeker ziekte inzicht c.q. capaciteit om adequaat te handelen aanwezig zijn.
### Eenmalige syncope:
Bij twijfel kan beoordeling gevraagd worden aan de arts-deskundige.
### 8. Obstructief Slaap Apnoe syndroom (OSA)
### Eigen verantwoordelijkheid
N.B. Na behandeling met CPAP en bij gebleken therapietrouw is de machinist geschikt.
Het is van belang dat de bloeddruk < 140/90 is en de BMI 30 < kg/m2.
### 9. Geneesmiddelen, alcohol en drugs
### Inleiding
Speciale aandacht behoeven combinatie en mogelijke interacties van meerdere geneesmiddelen die elkaar, ook in hun bijwerkingen, kunnen beïnvloeden.
Ook de combinatie van geneesmiddelen en alcohol en/of drugs kan een extra negatief effect op de rijvaardigheid geven.
### De beoordeling van veiligheidsgeschiktheid bij medicijngebruik
### Beoordeling en advies
Bij twijfel is beoordeling noodzakelijk door de arts-deskundige.
### Bij aangetoonde alcoholafhankelijkheid
Ongeschikt
### 10. Psychiatrische aandoeningen
Doorgemaakte psychosen of, meer in het algemeen, perioden met ernstige oordeels- en kritiekstoornissen, al dan niet samenhangend met een bipolaire stoornis of manie in engere zin, maken meestal ongeschikt voor de uitoefening van een veiligheidsfunctie. Overleg met dan wel nader onderzoek door een arts-deskundige is noodzakelijk.
Bij aandoeningen die niet genoemd zijn in de vorige hoofdstukken en waarbij de mogelijkheid bestaat dat deze zouden kunnen leiden tot:
## Bijlage 2. behorende bij [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030563&paragraaf=2&artikel=2&z=2019-04-01&g=2019-04-01), van de Regeling spoorwegpersoneel 2011
### 1. Algemeen
### 2. Oogheelkunde
### Algemene opmerkingen
Voor nacht- en schemerzien, stereoscopisch zien en verblindingsgevoeligheid hoeven geen keuringscriteria worden vastgesteld omdat deze modaliteiten geen rol spelen bij de uitoefening van de functie van treindienstleider, zoals is gebleken uit de werkplekbezoeken en de gesprekken met de treindienstleiders.
NB: Indien de vereiste gezichtsscherpte alleen met behulp van een bril of contactlenzen gehaald kan worden dient op de keuringsuitslag vermeld te worden: ‘Geschikt met verplichte bril of contactlenzen’.
### Gezichtsvelden
In geval van een (vermoeden van een) gezichtsvelddefect of monoculus (bij een in dienst zijnde treindienstleider): perimetrisch onderzoek en nader onderzoek door de arts-deskundige.
### Refractiechirurgie
Anamnestisch bepalen van mogelijke complicaties (verblindingsgevoeligheid, halo’s, contrastgevoeligheid, strooilichteffecten of andere klachten).
### Kleurenzien
Bij > 3 fouten (< 13/16 goed): een praktijktest op de (toekomstige) werkplek; bij twijfel met betrekking tot de veiligheidsgeschiktheid: nader onderzoek door de arts-deskundige.
### Het binoculaire gezichtsvermogen
Indien de storing van het binoculaire zien is ontstaan tijdens de dienstbetrekking: nader onderzoek door de arts-deskundige.
### Progressieve oogziekten
Bij twijfel of indien de progressieve oogziekte is ontstaan tijdens de dienstbetrekking: nader onderzoek door de arts-deskundige.
### Gevoeligheid voor laag contrast
Onderzoek van de gezichtsscherpte en de anamnese. In geval van een voldoende gezichtsscherpte zonder visuele klachten kan ervan worden uitgegaan dat de contrastgevoeligheid goed is.
Indien uit de anamnese bijvoorbeeld blijkt dat er sprake is van een verminderd vermogen om details waar te nemen in de schemering of het donker of van de continue aanwezigheid van een minder contrastrijk beeld met een verminderde kleurperceptie dient men bedacht te zijn op het bestaan van een verminderde contrastgevoeligheid
### Nabij- en intermediair zien
### Algemene opmerkingen
Het onderzoek naar het auditief vermogen zal vooral gericht moeten zijn op het spraakverstaan. Het horen van een signaal is eveneens een eis, maar zal in de praktijk geen probleem opleveren. Richtinghoren is nauwelijks relevant.
### Minimumeisen
Er bestaat twijfel over het auditieve vermogen als bij de frequenties 0.5, 1, 2 en 4kH meer dan 40 dB verlies is. Een praktijkbeoordeling is onlosmakelijk verbonden met deze screening. Is betrokkene in staat te telefoneren? Bij onvoldoende resultaat is overleg aangewezen met arts-deskundige van PMA. Indien betrokkene hoortoesteldrager is moet een expertise plaatsvinden.
Minimumeisen auditief functioneren treindienstleider bij expertiseonderzoek
### 4. Hart- en vaatziekten
### Algemene opmerkingen
### Basaal onderzoek om te screenen
Verder onderzoek als bij initiële keuring.
Harde indicatie voor een neuropsychologisch onderzoek bij:
### Eigen verantwoordelijkheid
Elke treindienstleider met een hart-vaataandoening moet instructies krijgen om bij het optreden van acute klachten het werk direct over te dragen aan collega’s. Hiertoe moet er sprake zijn van een zeker ziekte-inzicht. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat veel hartpatiënten moeite hebben met de voorgeschreven medicatie. Het hoort bij de eigen verantwoordelijkheid van de treindienstleider dat hij therapietrouw is en dit is als een voorwaarde voor veiligheidsgeschiktheid te beschouwen.
### Ischemische hartziekten
### Hypertensie
**Afkapwaarden hypertensie per meetmethode.** Uit CBO richtlijn Cardiovasculair Risico Management 2010
Bij een lege artis vastgestelde hypertensie met een cardiovasculair risico >10% of bij secundaire orgaanschade moet er overleg plaats vinden met de arts-deskundige om te om te bepalen of verder onderzoek (bijv. een NPO) geïndiceerd is.
### Hartfalen
NYHA klasse III en IV zijn ongeschikt.
### Geopereerde congenitale hartaandoeningen
Meestal zullen geopereerde congenitale aandoeningen een rol spelen bij de initiële keuring en zal er extra aandacht gegeven moeten worden aan het reguliere psychologische onderzoek. Daar deze groep in het verloop van het leven een grotere kans heeft op het optreden van ritmestoornissen zal er, in tegenstelling tot de normale gang van zaken, periodiek ook op jonge leeftijd geëvalueerd moeten worden middels anamnese en ecg.
### Ritme- en geleidingsstoornissen
Overlevers van een hartstilstand moeten worden verwezen naar de arts-deskundige om te evalueren of een NPO geïndiceerd is.
### Pacemakers
Pacemakers die goed functioneren zijn geen belemmering voor de functie van treindienstleider. Wel is het aan te bevelen om communicatieapparatuur (telefoons) op 40 cm van de pacemaker te houden. Dat betekent dat de telefoon niet aan de kant van de geïmplanteerde pacemaker gehouden moet worden. Bij problemen t.g.v. de onderliggende pathologie zullen die mede beoordeeld moeten worden.
### ICD
Het hebben van een ICD is meestal geen belemmering voor de functie van treindienstleider.
Wel is het aan te bevelen om communicatieapparatuur (telefoons) op 40 cm van de ICD te houden. Dat betekent dat de telefoon niet aan de kant van de geïmplanteerde ICD gehouden moet worden. Bij problemen t.g.v. de onderliggende pathologie zullen die mede beoordeeld moeten worden.
### Restgroep
Voor cardiale aandoeningen, hier niet genoemd, zoals bijv. het Brugada-syndroom, lange QT syndroom, pulmonale hypertensie, een status na harttransplantatie enz. zal er overleg moeten plaatsvinden met de arts-deskundige.
### 5. Neurologische aandoeningen
Neurologische aandoeningen kunnen een negatieve invloed uitoefenen op cognitieve functies, in het bijzonder aandacht, concentratie maar ook op fysieke handelingsbekwaamheid.
### Basaal onderzoek om te screenen
Doel van zowel het primaire als het periodieke vervolgonderzoek is het vaststellen of uitsluiten van neurologische aandoeningen die de veiligheidsgeschiktheid negatief kunnen beïnvloeden.
### Basisonderzoek
### Aanvullend onderzoek
Zowel bij de initiële keuring, als na elk grand mal insult, moet er een neuropsychologisch onderzoek plaatsvinden om de cognitieve vaardigheden te laten (her)beoordelen om vast te stellen of betrokkene aan de veiligheidseisen voldoet. Ook minder opvallende epileptische fenomenen zoals ‘absences’ (kortdurende epilepsieaanvallen met bewustzijnsdaling of -verlies zonder trekkingen) zijn riskant omdat ze niet direct opvallen en toch kunnen leiden tot niet tijdig en adequaat waarnemen en reageren op veiligheidskritische signalen, waardoor riskante situaties op het spoor kunnen ontstaan. Omdat absences zich feitelijk altijd al in de jeugd manifesteren zal dit gegeven bekend worden tijdens afname van de anamnese (Wegrakingen gehad?). Het beleid is conform het algemene beleid bij epilepsie.
### CVA/TIA
Veel aneurysma’s zijn symptoomloos (ongeveer 2% van de normale populatie blijkt een aneurysma te hebben) en worden ‘bij toeval’ gevonden. In dat geval is een aneurysma met een diameter van < 5 mm, mits symptoomloos en niet op een riskante plaats, indien het specialistisch onderzoek gunstig is, geen reden betrokkene af te keuren.
De meeste patiënten die lijden aan chronische of progressieve neurologische aandoeningen zullen door duidelijk duidbare beperkingen niet voldoen aan de veiligheidseisen voor de functie van treindienstleider. Patiënten met ernstige stationaire defecttoestanden, zoals hersenletsel na trauma capitis, (traumatische) dwarslaesie, spasticiteit, resttoestanden na hemiplegie, hyperkinetisch syndromen, Parkinson enz. zijn in de regel ongeschikt. Indien de beperkingen gering zijn en inzet wordt overwogen moet altijd de arts-deskundige geraadpleegd worden.
### Migraine
### Algemene opmerkingen
De veiligheidsgeschiktheid van treindienstleiders met Diabetes Mellitus kan door verschillende factoren negatief beïnvloed worden:
**Ongeschikt** indien;
### Algemene voorwaarden voor goedkeuring:
### Basaal onderzoek om te screenen
Glucosemeting nuchter
Informatie van de behandelaar opvragen. Voor een goede beoordeling van de veiligheidsgeschiktheid van de treindienstleider met Diabetes is een aantal basisgegevens nodig:
### Algemeen
Een goede schildklierfunctie is essentieel voor de normale ontwikkeling en behoud van de cognitieve functie gedurende het leven. Een verminderde schildklierfunctie vermindert en verslechtert de cognitie en de stemming. Een bestaande schildklierfunctiestoornis, met name hypothyreoïdie, voorkomt dat het brein adequaat van energie (glucose) wordt voorzien. Energie die nodig is voor essentiële hersenfuncties.
### Gezonde keurling
### Keurling met een bekende schildklierstoornis
### Onderzoeksmethoden bij schildklieraandoeningen
**Ongeschikt** indien:
**Geschikt na overleg** indien:
### 7. Syncope
### Algemene opmerkingen
De aanpak bij een syncope is gericht op het vaststellen of de syncope een gevolg is van afwijkingen die naast het veroorzaken van syncopes ook cognitieve stoornissen kunnen veroorzaken. In ieder geval moet onderzoek gedaan worden naar cardiologische, neurologische en endocriene oorzaken. Bij twijfel kan beoordeling gevraagd worden aan de arts-deskundige.
Als dat niet duidelijk is, maakt de syncope een treindienstleider ongeschikt totdat er wel duidelijkheid is over de oorzaak. Zodra deze is vastgesteld wordt op basis van die oorzaak, de mogelijke invloed daarvan op het cognitief functioneren en de recidiefkans de geschiktheid beoordeeld.
Indien geen medische oorzaak is vast te stellen is overleg met de arts-deskundige gewenst. Een neuropsychologisch onderzoek kan dan worden overwogen, zeker bij frequent optredende syncopes.
### 8. Obstructief Slaap Apnoe syndroom (OSAS)
### Algemene opmerkingen
### Basaal onderzoek om te screenen
Specialistisch onderzoek:
Polysomnografie/ambulante monitoring ter bepaling van AHI’s
### 9. Geneesmiddelen, alcohol en drugs
### Algemeen opmerkingen
Medicatie, alcohol en drugs kunnen acuut of bij voortduring aanleiding geven tot bewustzijns-stoornissen of -verlies, vermindering van de waakzaamheid of het concentratievermogen, handelingsonbekwaamheid, verlies van het evenwichts- of coördinatievermogen en verlies van waarnemingsvermogen. De functie van treindienstleider omvat veel van deze elementen en is dus ‘at risk’ bij medicijn- of drugsgebruik.
Voor de beoordeling van veiligheidsgeschiktheid is het van belang te weten of de (aspirant) treindienstleider al dan niet regelmatig gebruik maakt van geneesmiddelen die de veiligheidsgeschiktheid nadelig kunnen beïnvloeden. Het is raadzaam (of bij voorkeur verplicht te stellen) dat geneesmiddelengebruik bij de bedrijfsarts wordt gemeld, zodat deze over de veiligheidsgeschiktheid en dus inzetbaarheid kan adviseren. Vooral medicatie die een dempende of stimulerende werking heeft op het centrale zenuwstelsel, maar ook antihistaminica en andere geneesmiddelen kunnen belemmerend en gevaarlijk zijn. Speciale aandacht behoeft een combinatie en daardoor mogelijke interactie van meerdere geneesmiddelen die elkaar, ook in hun bijwerkingen, kunnen beïnvloeden.
### Basaal onderzoek om te screenen
### Informatiebronnen
Categorie I: Weinig negatieve invloed op de rijvaardigheid. Dit is vergelijkbaar met een bloedalcoholconcentratie van < 0,5 g/l (< 0,5‰).
Categorie III: Ernstige of potentieel gevaarlijke invloed op de rijvaardigheid. Dit is vergelijkbaar met een bloedalcoholconcentratie van > 0,8 g/l (> 0,8‰).
### Beoordeling en advies
### Halfwaardetijd en stapeling
De halfwaardetijd maakt een beoordeling mogelijk van de werkingsduur en een mogelijk stapelingseffect. Inname met een tussentijd van ongeveer de halfwaardetijd leidt tot een feitelijke dosis van 1,5 maal de ingenomen dosis. Inname met een tussentijd van de halve halfwaardetijd leidt tot een feitelijke dosis van 2,5 maal de ingenomen dosis.
dosis inname 1 dd 10 mg met een T1/2 van 15–25 uur > feitelijke dosis is 15 mg
Er kan met enige terughoudendheid rekening worden gehouden met een zekere gewenning aan het geneesmiddel. Hierbij is van belang dat de objectieve beleving van gewenning vooral tot uiting komt in vermindering van sufheid en loom gevoel en toename van het reactievermogen. Subjectief treedt echter slechts weinig gewenning op met betrekking tot vigilantie-taken. Dit gegeven maakt dat een subjectieve gewenning van de patiënt geen garantie biedt voor geschiktheid voor veiligheidstaken! Bij sommige geneesmiddelen (en b.v. alcohol) zal zelfs overschatting optreden van de door betrokkene zelf ervaren (rij)geschiktheid.
### Alcohol/drugs
Aangetoond overmatig alcoholgebruik c.q. misbruik, alsmede druggebruik, leidt tot ongeschiktheid voor veiligheidsdienst. Vermoeden op alcohol/drugafhankelijkheid kan blijken uit de (hetero)anamnese. Indien betrokkene aannemelijk of aantoonbaar is gestopt met misbruik, dient een recidiefvrije periode van een jaar te zijn gepasseerd voordat deze door middel van een herkeuring – op basis van een specialistisch rapport – geschikt kan worden geacht. Een strenge opstelling van de keurend arts is aangewezen, gezien de gevaren die het gebruik van deze middelen opleveren voor de spoorwegveiligheid. Indien betrokkene bij verdenking op alcohol/drugafhankelijkheid ontkent, kan volgens de door het CBR ontwikkelde methodiek een (poli)klinische beoordeling volgen. Deze beoordeling houdt een gestructureerde psychiatrische beoordeling in, alsmede bloedonderzoek naar leverfuncties en CDT.
## Bijlage 3. behorende bij [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030563&paragraaf=2&artikel=2&z=2019-04-01&g=2019-04-01), van de Regeling spoorwegpersoneel 2011
Treindienstleiders mogen niet lijden aan een medische aandoening en geen medicatie, drugs of stoffen tot zich nemen die zouden kunnen leiden tot:
### 2.1. Algemene opmerkingen
### 2.2. Visusafwijkingen en gezichtsveld
(test volgens Ishihara):
### 2.5. Adaptatie
### 2.6. Nader oordeel aangewezen gespecialiseerde keuringsarts
### 3. Audiologie
Daartussen, alsmede bij sterk éénzijdig gehoorverlies: advies arts-deskundige
Deze afwijzing kan tijdelijk zijn indien het gehoorverlies het gevolg is van een behandelbare afwijking.
### 4. Hart en vaatziekten
Hieronder vallen alle hartafwijkingen die gepaard gaan met een verminderde hartfunctie en/of een verhoogd risico hebben op acute circulatiestoornissen.
### Niet geschikt
### Twijfelachtig geschikt
Ten aanzien van aangeboren hartafwijkingen en (verworven) klepgebreken, moet beoordeeld zijn of er een te objectiveren verstoring is van de haemodynamische toestand (Linker Ventrikel-functie, drukgradiënt c.q. mate van insufficiëntie).
Epilepsie en TIA maken, evenals Migraine, Méniere, wegrakingen e.c.i. en ernstige hyperventilatie, maken twijfelachtig geschikt. Overleg met een aangewezen gespecialiseerde keuringsarts is noodzakelijk.
Met betrekking Epilepsie en TIA moet betrokkene minstens twee jaren **zonder medicatie** en **aanvalsvrij** zijn.
### 6. Orthopaedie
### 7. Endocrinologie
### 7.1. Diabetes Mellitus:
Beoordeling vindt plaats door bepaling van de bloedglucosewaarde.
Complicaties (zoals bijvoorbeeld visus-afname) worden aan de hand van de desbetreffende functie-eisen beoordeeld.
### Geschikt:
Een niet-nuchtere capillaire bloedglucosespiegel ≤ 7,7 mmol/l. Bij eventueel herhalen is een nuchtere bepaling betrouwbaarder; norm hierbij is ≤ 5,5 (in veneus bloed zijn de waarden plus/minus 19% hoger).
### Geschikt onder voorwaarden
Diabetes mellitus die wordt behandeld met orale medicatie is toegestaan, mits:
### Ongeschikt
Een keurling moet (al dan niet behandeld) euthyreotisch zijn. Is iemand anderhalf jaar medicamenteus stabiel ingesteld en zijn er met name geen cardiovasculaire complicaties opgetreden, dan moet hij als sollicitant normaal belastbaar worden geacht, ook voor lichamelijk zwaar werk.
### 9. Psychiatrie
Doorgemaakte psychosen of, meer in het algemeen, perioden met ernstige oordeels- en kritiekstoornissen, al dan niet samenhangend met een bipolaire stoornis of manie in engere zin, maken meestal ongeschikt. Overleg met dan wel nader onderzoek door een arts-deskundige is noodzakelijk.
Medicijngebruik mag geen invloed hebben op de veiligheidsgeschiktheid. Bij twijfel is overleg met een aangewezen gespecialiseerde keuringsarts noodzakelijk. Beoordeling zal dan mede (kunnen) geschieden op basis van vigilantie-tests, uitgevoerd door een psychologische keuringsinstantie.
Aangetoond overmatig alcoholgebruik c.q. misbruik, alsmede druggebruik, leidt altijd tot (tijdelijke) ongeschiktheid. Geschiktverklaring na behandeling vindt plaats na beoordeling van het behandelingsresultaat en het terugvalrisico. Hiertoe kan het oordeel van een psychologische keuringsinstantie worden ingeroepen.
## Bijlage 4. behorende bij [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030563&paragraaf=2&artikel=3&z=2019-04-01&g=2019-04-01) van de Regeling spoorwegpersoneel 2011
### Psychologische eisen veiligheidsfuncties hoofdspoorweginfrastructuur
### Dimensies
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2011-11-15
Regeling spoorwegpersoneel 2011
original version Tekst op deze datum