Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 13 oktober 2012, houdende regels over de bewapening, de uitrusting en de kleding van de politie en de bijzondere bijstandseenheden alsmede regels over de taakuitvoering door de politie en de eisen aan de bekwaamheid van de ambtenaren van politie en van de bijzondere bijstandseenheden (Besluit bewapening en uitrusting politie)
12 versions
· 2025-04-01
2025-04-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 19, 21, 29
2024-01-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 19, 21, 29
2023-01-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 19, 21, 29
2022-07-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 19, 21, 29
2021-10-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 15, 16 y 5 más
2020-09-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 15, 16 y 5 más
Wijzigingen op 2020-09-01
@@ -16,7 +16,7 @@
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. **ambtenaar:** de ambtenaar van politie, bedoeld in [artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2), met de rang hoger dan die van surveillant van politie;
- a. **ambtenaar:** de ambtenaar van politie, bedoeld in [artikel 2, onderdeel a of c, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2), met een rang als bedoeld in [artikel 1, onderdelen a tot en met h, van het Besluit rangen politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006981&artikel=1);
- b. **pistool:** semi-automatisch pistool, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;
@@ -30,7 +30,11 @@
- g. **pepperspray:** spuitbus met Oleoresin Capsicum (OC);
- h. **aanhoudings- en ondersteuningsteam:** een aanhoudings- en ondersteuningsteam als bedoeld in [artikel 11, onder a, van het Besluit beheer politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036705&artikel=11).
- h. **aanhoudings- en ondersteuningsteam:** een aanhoudings- en ondersteuningsteam als bedoeld in [artikel 11, onder a, van het Besluit beheer politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036705&artikel=11);
- i. **aspirant:** de persoon, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdelen b en tt, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=1);
- j. **surveillant van politie:** de ambtenaar van politie, bedoeld in [artikel 2, onderdelen a of c, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2), aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met de rang, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit rangen politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006981&artikel=1).
##### Artikel 2
@@ -108,15 +112,15 @@
- b. pepperspray.
2. De bewapening van de surveillant van politie bestaat mede uit het pistool:
2. De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat mede uit het pistool:
- a. tijdens de uitoefening van de taken ten dienste van de justitie, genoemd in [artikel 1, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=1);
- b. tijdens de uitvoering van een last voor de tenuitvoerlegging van beslissingen als bedoeld in [artikel 6:1:5, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=6:1:5);
- c. voor de duur van het gedeelte van de opleiding dat in het korps wordt doorgebracht tijdens de uitoefening van de dienst, indien de surveillant van politie een opleiding volgt op een niveau dat overeenkomt met niveau 3 of hoger als bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2) of op een niveau dat op grond van [artikel 7.10a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10a) of [artikel 7.10b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10b) recht geeft op het voeren van de graad Associate degree, Bachelor of Master.
3. In andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid, is het bewapenen van de surveillant van politie met het pistool alleen toegestaan indien Onze Minister daarvoor, op verzoek van de korpschef, toestemming heeft verleend. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
- c. tijdens de uitoefening van zijn dienst in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel gg, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=1), indien hij een opleiding volgt op een niveau dat overeenkomt met niveau 3 of hoger als bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2) of op een niveau dat op grond van [artikel 7.10a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10a) of [artikel 7.10b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10b) recht geeft op het voeren van de graad Associate degree, Bachelor of Master.
3. In andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid, is het bewapenen van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid met het pistool alleen toegestaan indien Onze Minister daarvoor, op verzoek van de korpschef, toestemming heeft verleend. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
4. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
@@ -142,15 +146,15 @@
##### Artikel 5
1. De bewapening van de aspirant bestaat in het gedeelte van de opleiding dat in het korps wordt doorgebracht tijdens de uitoefening van de dienst uit:
1. De bewapening van de aspirant bestaat tijdens de uitoefening van de dienst in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel gg, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=1) uit:
- a. een korte wapenstok;
- b. pepperspray.
2. De bewapening van de aspirant die een opleiding volgt op een niveau dat overeenkomt met niveau 3 of hoger als bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2) of op een niveau dat op grond van [artikel 7.10a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10a) of [artikel 7.10b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10b) recht geeft op het voeren van de graad Associate degree, Bachelor of Master, bestaat in het gedeelte van de opleiding dat in het korps wordt doorgebracht tijdens de uitoefening van de dienst mede uit het pistool.
3. De uitrusting van de aspirant bestaat uit:
2. De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die een opleiding volgt op een niveau dat overeenkomt met niveau 3 of hoger als bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2) of op een niveau dat op grond van [artikel 7.10a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10a) of [artikel 7.10b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10b) recht geeft op het voeren van de graad Associate degree, Bachelor of Master, bestaat tijdens de uitoefening van de dienst in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel gg, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=1) mede uit het pistool.
3. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
- a. handboeien;
@@ -162,17 +166,17 @@
4. Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
5. De uitrusting van de aspirant kan mede bestaan uit:
- a. een tactisch vest;
- b. een kogelwerende helm;
- c. een gasmasker;
- d. een schild.
6. Het eerste tot en met vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar in opleiding en de ambtenaar die enkel een krachtens [artikel 2c, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie](onbekend) aangewezen politieopleiding heeft voltooid, tijdens de uitoefening van de dienst gedurende de beroepspraktijkvorming, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel gg, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=1).
5. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
- a. een tactisch vest;
- b. een kogelwerende helm;
- c. een gasmasker;
- d. een schild.
6. Het eerste tot en met vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar in opleiding en de ambtenaar die enkel een krachtens [artikel 2c, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=2c) aangewezen politieopleiding heeft voltooid, tijdens de uitoefening van de dienst gedurende de beroepspraktijkvorming, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel gg, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=1).
##### Artikel 6
@@ -184,9 +188,9 @@
- c. het pistool.
2. De bewapening van de ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, die belast is met persoonsbeveiliging, bestaat tevens uit de in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=12&z=2020-01-01&g=2020-01-01) genoemde wapens.
3. De bewapening van de ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam, bestaat tevens uit de in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=13&z=2020-01-01&g=2020-01-01), genoemde wapens.
2. De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die belast is met persoonsbeveiliging, bestaat tevens uit de in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=12&z=2020-09-01&g=2020-09-01) genoemde wapens.
3. De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam, bestaat tevens uit de in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=13&z=2020-09-01&g=2020-09-01), genoemde wapens.
4. Het verzoek voor het bewapenen wordt gedaan door de korpschef.
@@ -218,41 +222,11 @@
##### Artikel 7
1. De bewapening van de ambtenaar van politie, bedoeld in [artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2), die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit:
- a. een korte wapenstok;
- b. pepperspray.
2. Het bewapenen van de ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, met het pistool is toegestaan indien Onze Minister daarvoor toestemming heeft verleend. Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
3. Het verzoek voor het bewapenen met het pistool wordt gedaan door de korpschef.
4. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
- a. handboeien;
- b. een koppel;
- c. een veiligheidsvest;
- d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
5. Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
6. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
- a. een tactisch vest;
- b. een kogelwerende helm;
- c. een gasmasker;
- d. een schild.
Vervallen
##### Artikel 8
De bewapening van de ambtenaar, met inbegrip van de surveillant van politie, die dienst doet met een politiesurveillancehond, bestaat mede uit:
De bewapening van de ambtenaar en de surveillant van politie, die dienst doen met een politiesurveillancehond, bestaat mede uit:
- a. een elektrische wapenstok;
@@ -314,19 +288,19 @@
##### Artikel 14
Onverminderd de [artikelen 2 tot en met 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01) kan Onze Minister aan door hem aangewezen ambtenaren andere dan de in dit besluit genoemde wapens en munitie toekennen.
Onverminderd de [artikelen 2 tot en met 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01) kan Onze Minister aan door hem aangewezen ambtenaren andere dan de in dit besluit genoemde wapens en munitie toekennen.
##### Artikel 15
1. Onze Minister bepaalt voor de wapens en de munitie, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), het merk en type.
2. Onze Minister kan voor de wapens, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), het merk en type van het draagmiddel bepalen.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de technische specificaties waaraan de nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray, bedoeld in de [artikelen 2, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [3, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [4, vierde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [5, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [6, zesde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en [7, vierde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2020-01-01&g=2020-01-01), voldoen.
1. Onze Minister bepaalt voor de wapens en de munitie, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01), het merk en type.
2. Onze Minister kan voor de wapens, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01), het merk en type van het draagmiddel bepalen.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de technische specificaties waaraan de nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray, bedoeld in de [artikelen 2, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [3, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [4, vierde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [5, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [6, zesde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2020-09-01&g=2020-09-01), en [7, vierde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2020-09-01&g=2020-09-01), voldoen.
##### Artikel 16
1. Onze Minister wijst het merk en type van de uitrusting, bedoeld in de [artikelen 2, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [3, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [4, vierde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [5, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [6, zesde, zevende, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [7, vierde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en [17, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2020-01-01&g=2020-01-01), aan.
1. Onze Minister wijst het merk en type van de uitrusting, bedoeld in de [artikelen 2, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [3, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [4, vierde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [5, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [6, zesde, zevende, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [7, vierde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2020-09-01&g=2020-09-01), en [17, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2020-09-01&g=2020-09-01), aan.
2. Onverminderd het eerste lid kunnen de korpschef en het College van procureurs-generaal aan de onder hen ressorterende ambtenaren andere dan de in het eerste lid bedoelde uitrusting toekennen.
@@ -334,7 +308,7 @@
1. De bewapening van de ambtenaar en van ambtenaren van de Koninklijke marechaussee en andere delen van de krijgsmacht, die behoren tot een bijzondere bijstandseenheid, bestaat uit:
- a. de wapens, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- a. de wapens, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01);
- b. andere wapens van de categorieën I, II, III en IV en munitie van de categorieën II en III, zoals bedoeld in [artikel 2 van de Wet wapens en munitie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008804&artikel=2).
@@ -368,13 +342,13 @@
##### Artikel 19
1. Onze Minister kan de korpschef toestemming geven tot beproeving van andere wapens en munitie, dan bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01). Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
1. Onze Minister kan de korpschef toestemming geven tot beproeving van andere wapens en munitie, dan bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01). Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
2. Ten behoeve van de opleiding en beroepsvaardigheidstrainingen mag de ambtenaar, naast de in dit besluit bedoelde bewapening en munitie, gebruik maken van trainingswapens en trainingsmunitie van een door Onze Minister aangewezen merk en type.
##### Artikel 20
1. De wapens en de munitie, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), worden door een door de korpschef aangewezen ondersteunende dienst van de politie aangeschaft en afgevoerd, met uitzondering van de afvoer van de pepperspray, de verdekte pepperspray en de munitie, voor zover deze na gebruik geen werkzame bestanddelen meer bevatten.
1. De wapens en de munitie, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01), worden door een door de korpschef aangewezen ondersteunende dienst van de politie aangeschaft en afgevoerd, met uitzondering van de afvoer van de pepperspray, de verdekte pepperspray en de munitie, voor zover deze na gebruik geen werkzame bestanddelen meer bevatten.
2. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid. Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaren van de krijgsmacht die behoren tot de unit interventie mariniers van de bijzondere bijstandeenheid Dienst speciale interventies.
@@ -382,9 +356,9 @@
##### Artikel 21
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het dragen, het onderhoud en het in een inbraakvrije ruimte bewaren van de wapens en de munitie, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=19&z=2020-01-01&g=2020-01-01), door de ambtenaren van politie, bedoeld in [artikel 2 van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2).
2. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, worden regels gesteld omtrent het dragen, het onderhoud en het in inbraakvrije ruimte bewaren van de wapens en munitie, bedoeld in de [artikelen 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=18&z=2020-01-01&g=2020-01-01), door het personeel van een bijzondere bijstandseenheid.
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het dragen, het onderhoud en het in een inbraakvrije ruimte bewaren van de wapens en de munitie, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01) en [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=19&z=2020-09-01&g=2020-09-01), door de ambtenaren van politie, bedoeld in [artikel 2 van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2).
2. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, worden regels gesteld omtrent het dragen, het onderhoud en het in inbraakvrije ruimte bewaren van de wapens en munitie, bedoeld in de [artikelen 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2020-09-01&g=2020-09-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=18&z=2020-09-01&g=2020-09-01), door het personeel van een bijzondere bijstandseenheid.
##### Artikel 22
@@ -400,7 +374,7 @@
- b. **AOT-hond:** hond die uitsluitend wordt ingezet bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningsteam of van een bijzondere bijstandseenheid;
- c. **politiespeurhond:** hond die uitsluitend wordt ingezet voor bij regeling, bedoeld in [artikel 24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=2&artikel=24&z=2020-01-01&g=2020-01-01), vastgestelde taken.
- c. **politiespeurhond:** hond die uitsluitend wordt ingezet voor bij regeling, bedoeld in [artikel 24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=2&artikel=24&z=2020-09-01&g=2020-09-01), vastgestelde taken.
##### Artikel 24
@@ -410,11 +384,13 @@
- b. een ambtenaar van politie als bedoeld in [artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2), die op grond van [artikel 7, negende lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=7) de bevoegdheid heeft geweld te gebruiken, of
- c. de ambtenaar van politie als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2), die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. De ambtenaar, bedoeld in de eerste volzin, beschikt uitsluitend over de hond na toestemming van de korpschef.
2. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, beschikt over een certificaat als bedoeld in het derde lid, onder a.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent:
- c. de ambtenaar van politie als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2), die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak.
2. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, beschikt over de hond uitsluitend na toestemming van de korpschef.
3. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, beschikt over een certificaat als bedoeld in het derde lid, onder a.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent:
- a. een certificaat waaruit blijkt dat de combinatie van hond en de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;
@@ -428,7 +404,7 @@
##### Artikel 25
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de kleding van de ambtenaren van politie, bedoeld in [artikel 56 van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=56) en van de vrijwillige ambtenaar van politie, bedoeld in [artikel 15 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007321&artikel=15).
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de kleding van de ambtenaren van politie, bedoeld in [artikel 56 van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=56).
2. De korpschef draagt er zorg voor dat de aan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, verstrekte kleding niet in handen van onbevoegden terecht komt.
@@ -462,17 +438,17 @@
Na inwerkingtreding van dit besluit berusten de volgende besluiten onderscheidenlijk regelingen op de volgende artikelen van dit besluit:
- a. de krachtens [artikel 4, eerste lid, van de Regeling Dienst speciale interventies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026381&artikel=4) gegeven besluiten inzake de goedkeuring van het merk en type wapens en munitie op [artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- b. de [Regeling meetmiddelen politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008821) op [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=22&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- c. de [Regeling politiehonden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019728) op [artikel 24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=2&artikel=24&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- d. de [Kledingregeling voor de politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006553) op [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=3&artikel=25&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- e. de [Regeling toetsing geweldsbeheersing politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200) op [artikel 26, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=4&artikel=26&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- f. de [Regeling mobiele eenheid 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021328) en de [Regeling infiltratieteams](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011086), voor zover deze berustten op [artikel 48a van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=48a), en de [Regeling aanhoudings- en ondersteuningseenheid en samenwerking speciale eenheden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020933), voor zover deze berustte op [artikel 60, tweede lid, van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=60), op [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=4&artikel=28&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
- a. de krachtens [artikel 4, eerste lid, van de Regeling Dienst speciale interventies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026381&artikel=4) gegeven besluiten inzake de goedkeuring van het merk en type wapens en munitie op [artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2020-09-01&g=2020-09-01);
- b. de [Regeling meetmiddelen politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008821) op [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=22&z=2020-09-01&g=2020-09-01);
- c. de [Regeling politiehonden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019728) op [artikel 24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=2&artikel=24&z=2020-09-01&g=2020-09-01);
- d. de [Kledingregeling voor de politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006553) op [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=3&artikel=25&z=2020-09-01&g=2020-09-01);
- e. de [Regeling toetsing geweldsbeheersing politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200) op [artikel 26, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=4&artikel=26&z=2020-09-01&g=2020-09-01);
- f. de [Regeling mobiele eenheid 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021328) en de [Regeling infiltratieteams](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011086), voor zover deze berustten op [artikel 48a van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=48a), en de [Regeling aanhoudings- en ondersteuningseenheid en samenwerking speciale eenheden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020933), voor zover deze berustte op [artikel 60, tweede lid, van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=60), op [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=4&artikel=28&z=2020-09-01&g=2020-09-01).
##### Artikel 30
@@ -502,11 +478,11 @@
##### Artikel 20a
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat in afwijking van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [5, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [8 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=2&artikel=24&z=2020-01-01&g=2020-01-01) niet bewapend zijn:
- a. een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die enkel een krachtens [artikel 2c, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie](onbekend) aangewezen politieopleiding heeft voltooid, in een van de door Onze Minister aangewezen functies, en
- b. een ambtenaar in opleiding die na het voltooien van een politieopleiding als bedoeld onder a wordt geplaatst in een functie als bedoeld onder a.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat in afwijking van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [5, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [8 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2020-09-01&g=2020-09-01) en [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=2&artikel=24&z=2020-09-01&g=2020-09-01) niet bewapend zijn:
- a. een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak of een vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die enkel een krachtens [artikel 2c, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=2c) aangewezen politieopleiding heeft voltooid, in een van de door Onze Minister aangewezen functies, en
- b. een ambtenaar in opleiding of een vrijwillige ambtenaar in opleiding die na het voltooien van een politieopleiding als bedoeld onder a wordt geplaatst in een functie als bedoeld onder a.
### Hoofdstuk 2. Politiehonden
2020-01-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 15, 16 y 5 más
2018-07-01
Besluit bewapening en uitrusting politie
2017-06-23
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 15, 16 y 5 más
2017-01-01
Besluit bewapening en uitrusting politie
2013-01-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 1, 1, 2 y 33 más
2013-01-01
Besluit bewapening en uitrusting politie
original version
Tekst op deze datum