Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 13 oktober 2012, houdende regels over de bewapening, de uitrusting en de kleding van de politie en de bijzondere bijstandseenheden alsmede regels over de taakuitvoering door de politie en de eisen aan de bekwaamheid van de ambtenaren van politie en van de bijzondere bijstandseenheden (Besluit bewapening en uitrusting politie)

12 versions · 2025-04-01
2025-04-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 19, 21, 29
2024-01-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 19, 21, 29
2023-01-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 19, 21, 29
2022-07-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 19, 21, 29
2021-10-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 15, 16 y 5 más

Wijzigingen op 2021-10-01

@@ -68,19 +68,263 @@
- c. een gasmasker;
- d. een schild;
- e. hulpmiddelen jegens ingeslotenen, bestaande uit:
- 1°. een gecapitonneerde helm, al dan niet met geïntegreerde bijt- of spuugvoorziening;
- 2°. gecapitonneerde handschoenen;
- 3°. mondafscherming;
- 4°. polsbanden;
- 5°. enkelbanden met tussenstuk.
##### Artikel 3
1. De bewapening van de ambtenaar van de rijksrecherche die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit:
- a. een korte wapenstok;
- b. pepperspray;
- c. het pistool.
2. Het College van procureurs-generaal kan bepalen dat de bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede bestaat uit een lange wapenstok.
3. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
- a. handboeien;
- b. een koppel;
- c. een veiligheidsvest;
- d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
4. Indien het College van procureurs-generaal dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
5. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
- a. een tactisch vest;
- b. een kogelwerende helm;
- c. een gasmasker;
- d. een schild.
##### Artikel 3
1. De bewapening van de ambtenaar van de rijksrecherche die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit:
##### Artikel 4
1. De bewapening van de surveillant van politie bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit:
- a. een korte wapenstok;
- b. pepperspray.
2. De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat mede uit het pistool:
- a. tijdens de uitoefening van de taken ten dienste van de justitie, genoemd in [artikel 1, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=1);
- b. tijdens de uitvoering van een last voor de tenuitvoerlegging van beslissingen als bedoeld in [artikel 6:1:5, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=6:1:5);
- c. tijdens de uitoefening van zijn dienst in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel gg, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=1), indien hij een opleiding volgt op een niveau dat overeenkomt met niveau 3 of hoger als bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2) of op een niveau dat op grond van [artikel 7.10a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10a) of [artikel 7.10b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10b) recht geeft op het voeren van de graad Associate degree, Bachelor of Master.
3. In andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid, is het bewapenen van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid met het pistool alleen toegestaan indien Onze Minister daarvoor, op verzoek van de korpschef, toestemming heeft verleend. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
4. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
- a. handboeien;
- b. een koppel;
- c. een veiligheidsvest;
- d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
5. Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
6. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
- a. een tactisch vest;
- b. een kogelwerende helm;
- c. een gasmasker;
- d. een schild.
##### Artikel 5
1. De bewapening van de aspirant bestaat tijdens de uitoefening van de dienst in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel gg, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=1) uit:
- a. een korte wapenstok;
- b. pepperspray.
2. De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die een opleiding volgt op een niveau dat overeenkomt met niveau 3 of hoger als bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2) of op een niveau dat op grond van [artikel 7.10a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10a) of [artikel 7.10b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10b) recht geeft op het voeren van de graad Associate degree, Bachelor of Master, bestaat tijdens de uitoefening van de dienst in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel gg, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=1) mede uit het pistool.
3. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
- a. handboeien;
- b. een koppel;
- c. een veiligheidsvest;
- d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
4. Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
5. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
- a. een tactisch vest;
- b. een kogelwerende helm;
- c. een gasmasker;
- d. een schild.
6. Het eerste tot en met vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar in opleiding en de ambtenaar die enkel een krachtens [artikel 2c, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=2c) aangewezen politieopleiding heeft voltooid, tijdens de uitoefening van de dienst gedurende de beroepspraktijkvorming, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel gg, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=1).
##### Artikel 6
1. De bewapening van de ambtenaar van politie, bedoeld in [artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2) die op grond van [artikel 7, negende lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=7) de bevoegdheid heeft geweld te gebruiken, bestaat, indien Onze Minister daarvoor toestemming heeft gegeven, tijdens de uitoefening van de dienst uit:
- a. een korte wapenstok;
- b. pepperspray;
- c. het pistool.
2. Het College van procureurs-generaal kan bepalen dat de bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede bestaat uit een lange wapenstok.
2. De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die belast is met persoonsbeveiliging, bestaat tevens uit de in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=12&z=2021-10-01&g=2021-10-01) genoemde wapens.
3. De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam, bestaat tevens uit de in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=13&z=2021-10-01&g=2021-10-01), genoemde wapens.
4. Het verzoek voor het bewapenen wordt gedaan door de korpschef.
5. Aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.
6. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
- a. handboeien;
- b. een koppel;
- c. een veiligheidsvest;
- d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
7. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het derde lid, bestaat mede uit explosieven.
8. Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
9. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
- a. een tactisch vest;
- b. een kogelwerende helm;
- c. een gasmasker;
- d. een schild.
##### Artikel 7
Vervallen
##### Artikel 8
De bewapening van de ambtenaar en de surveillant van politie, die dienst doen met een politiesurveillancehond, bestaat mede uit:
- a. een elektrische wapenstok;
- b. een lange wapenstok.
##### Artikel 9
De bewapening van de ambtenaar die behoort tot een bereden onderdeel, kan mede bestaan uit:
- a. een lange wapenstok;
- b. een ceremonieel ruitersabel.
##### Artikel 10
De bewapening van de ambtenaar die is belast met de bewakings- en beveiligingstaak, kan mede bestaan uit het semi-automatisch schoudervuurwapen.
##### Artikel 11
De bewapening van de ambtenaar die behoort tot de mobiele eenheid, bedoeld in [artikel 26 van het Besluit beheer politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036705&artikel=26), kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:
- a. een lange wapenstok;
- b. de granaatwerper en CS-traangasgranaten;
- c. een waterwerper.
##### Artikel 12
De bewapening van de ambtenaar die is belast met persoonsbeveiliging kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:
- a. de granaatwerper en CS-traangasgranaten;
- b. rook- en lawaaigranaten;
- c. het semi-automatisch schoudervuurwapen;
- d. het automatisch schoudervuurwapen.
##### Artikel 13
1. De bewapening van de ambtenaar die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam, kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:
- a. rook- en lawaaigranaten;
- b. een elektrische wapenstok;
- c. de granaatwerper en CS-traangasgranaten;
- d. het semi-automatisch schoudervuurwapen;
- e. het automatisch schoudervuurwapen;
- f. het repeteervuurwapen;
- g. het stroomstootwapen.
2. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat mede uit explosieven.
##### Artikel 14
Onverminderd de [artikelen 2 tot en met 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2021-10-01&g=2021-10-01) kan Onze Minister aan door hem aangewezen ambtenaren andere dan de in dit besluit genoemde wapens en munitie toekennen.
##### Artikel 15
1. Onze Minister bepaalt voor de wapens en de munitie, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2021-10-01&g=2021-10-01), het merk en type.
2. Onze Minister kan voor de wapens, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2021-10-01&g=2021-10-01), het merk en type van het draagmiddel bepalen.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de technische specificaties waaraan de nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray, bedoeld in de [artikelen 2, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2021-10-01&g=2021-10-01), [3, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2021-10-01&g=2021-10-01), [4, vierde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2021-10-01&g=2021-10-01), [5, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2021-10-01&g=2021-10-01), [6, zesde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2021-10-01&g=2021-10-01), en [7, vierde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2021-10-01&g=2021-10-01), voldoen.
##### Artikel 16
1. Onze Minister wijst het merk en type van de uitrusting, bedoeld in de [artikelen 2, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2021-10-01&g=2021-10-01), [3, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2021-10-01&g=2021-10-01), [4, vierde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2021-10-01&g=2021-10-01), [5, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2021-10-01&g=2021-10-01), [6, zesde, zevende, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2021-10-01&g=2021-10-01), [7, vierde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2021-10-01&g=2021-10-01), en [17, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2021-10-01&g=2021-10-01), aan.
2. Onverminderd het eerste lid kunnen de korpschef en het College van procureurs-generaal aan de onder hen ressorterende ambtenaren andere dan de in het eerste lid bedoelde uitrusting toekennen.
##### Artikel 17
1. De bewapening van de ambtenaar en van ambtenaren van de Koninklijke marechaussee en andere delen van de krijgsmacht, die behoren tot een bijzondere bijstandseenheid, bestaat uit:
- a. de wapens, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2021-10-01&g=2021-10-01);
- b. andere wapens van de categorieën I, II, III en IV en munitie van de categorieën II en III, zoals bedoeld in [artikel 2 van de Wet wapens en munitie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008804&artikel=2).
2. Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, bepaalt het merk en type van de wapens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en de daarbij behorende munitie.
3. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
@@ -92,7 +336,7 @@
- d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
4. Indien het College van procureurs-generaal dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
4. Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
5. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
@@ -104,251 +348,19 @@
- d. een schild.
##### Artikel 4
1. De bewapening van de surveillant van politie bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit:
- a. een korte wapenstok;
- b. pepperspray.
2. De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat mede uit het pistool:
- a. tijdens de uitoefening van de taken ten dienste van de justitie, genoemd in [artikel 1, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=1);
- b. tijdens de uitvoering van een last voor de tenuitvoerlegging van beslissingen als bedoeld in [artikel 6:1:5, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=6:1:5);
- c. tijdens de uitoefening van zijn dienst in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel gg, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=1), indien hij een opleiding volgt op een niveau dat overeenkomt met niveau 3 of hoger als bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2) of op een niveau dat op grond van [artikel 7.10a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10a) of [artikel 7.10b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10b) recht geeft op het voeren van de graad Associate degree, Bachelor of Master.
3. In andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid, is het bewapenen van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid met het pistool alleen toegestaan indien Onze Minister daarvoor, op verzoek van de korpschef, toestemming heeft verleend. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
4. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
- a. handboeien;
- b. een koppel;
- c. een veiligheidsvest;
- d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
5. Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
6. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
- a. een tactisch vest;
- b. een kogelwerende helm;
- c. een gasmasker;
- d. een schild.
##### Artikel 5
1. De bewapening van de aspirant bestaat tijdens de uitoefening van de dienst in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel gg, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=1) uit:
- a. een korte wapenstok;
- b. pepperspray.
2. De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die een opleiding volgt op een niveau dat overeenkomt met niveau 3 of hoger als bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2) of op een niveau dat op grond van [artikel 7.10a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10a) of [artikel 7.10b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10b) recht geeft op het voeren van de graad Associate degree, Bachelor of Master, bestaat tijdens de uitoefening van de dienst in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel gg, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=1) mede uit het pistool.
3. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
- a. handboeien;
- b. een koppel;
- c. een veiligheidsvest;
- d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
4. Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
5. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
- a. een tactisch vest;
- b. een kogelwerende helm;
- c. een gasmasker;
- d. een schild.
6. Het eerste tot en met vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar in opleiding en de ambtenaar die enkel een krachtens [artikel 2c, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=2c) aangewezen politieopleiding heeft voltooid, tijdens de uitoefening van de dienst gedurende de beroepspraktijkvorming, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel gg, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=1).
##### Artikel 6
1. De bewapening van de ambtenaar van politie, bedoeld in [artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2) die op grond van [artikel 7, negende lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=7) de bevoegdheid heeft geweld te gebruiken, bestaat, indien Onze Minister daarvoor toestemming heeft gegeven, tijdens de uitoefening van de dienst uit:
- a. een korte wapenstok;
- b. pepperspray;
- c. het pistool.
2. De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die belast is met persoonsbeveiliging, bestaat tevens uit de in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=12&z=2020-09-01&g=2020-09-01) genoemde wapens.
3. De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam, bestaat tevens uit de in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=13&z=2020-09-01&g=2020-09-01), genoemde wapens.
4. Het verzoek voor het bewapenen wordt gedaan door de korpschef.
5. Aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.
6. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
- a. handboeien;
- b. een koppel;
- c. een veiligheidsvest;
- d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
7. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het derde lid, bestaat mede uit explosieven.
8. Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
9. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
- a. een tactisch vest;
- b. een kogelwerende helm;
- c. een gasmasker;
- d. een schild.
##### Artikel 7
Vervallen
##### Artikel 8
De bewapening van de ambtenaar en de surveillant van politie, die dienst doen met een politiesurveillancehond, bestaat mede uit:
- a. een elektrische wapenstok;
- b. een lange wapenstok.
##### Artikel 9
De bewapening van de ambtenaar die behoort tot een bereden onderdeel, kan mede bestaan uit:
- a. een lange wapenstok;
- b. een ceremonieel ruitersabel.
##### Artikel 10
De bewapening van de ambtenaar die is belast met de bewakings- en beveiligingstaak, kan mede bestaan uit het semi-automatisch schoudervuurwapen.
##### Artikel 11
De bewapening van de ambtenaar die behoort tot de mobiele eenheid, bedoeld in [artikel 26 van het Besluit beheer politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036705&artikel=26), kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:
- a. een lange wapenstok;
- b. de granaatwerper en CS-traangasgranaten;
- c. een waterwerper.
##### Artikel 12
De bewapening van de ambtenaar die is belast met persoonsbeveiliging kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:
- a. de granaatwerper en CS-traangasgranaten;
- b. rook- en lawaaigranaten;
- c. het semi-automatisch schoudervuurwapen;
- d. het automatisch schoudervuurwapen.
##### Artikel 13
1. De bewapening van de ambtenaar die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam, kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:
- a. rook- en lawaaigranaten;
- b. een elektrische wapenstok;
- c. de granaatwerper en CS-traangasgranaten;
- d. het semi-automatisch schoudervuurwapen;
- e. het automatisch schoudervuurwapen;
- f. het repeteervuurwapen;
- g. het stroomstootwapen.
2. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat mede uit explosieven.
##### Artikel 14
Onverminderd de [artikelen 2 tot en met 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01) kan Onze Minister aan door hem aangewezen ambtenaren andere dan de in dit besluit genoemde wapens en munitie toekennen.
##### Artikel 15
1. Onze Minister bepaalt voor de wapens en de munitie, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01), het merk en type.
2. Onze Minister kan voor de wapens, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01), het merk en type van het draagmiddel bepalen.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de technische specificaties waaraan de nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray, bedoeld in de [artikelen 2, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [3, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [4, vierde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [5, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [6, zesde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2020-09-01&g=2020-09-01), en [7, vierde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2020-09-01&g=2020-09-01), voldoen.
##### Artikel 16
1. Onze Minister wijst het merk en type van de uitrusting, bedoeld in de [artikelen 2, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [3, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [4, vierde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [5, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [6, zesde, zevende, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [7, vierde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2020-09-01&g=2020-09-01), en [17, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2020-09-01&g=2020-09-01), aan.
2. Onverminderd het eerste lid kunnen de korpschef en het College van procureurs-generaal aan de onder hen ressorterende ambtenaren andere dan de in het eerste lid bedoelde uitrusting toekennen.
##### Artikel 17
1. De bewapening van de ambtenaar en van ambtenaren van de Koninklijke marechaussee en andere delen van de krijgsmacht, die behoren tot een bijzondere bijstandseenheid, bestaat uit:
- a. de wapens, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01);
- b. andere wapens van de categorieën I, II, III en IV en munitie van de categorieën II en III, zoals bedoeld in [artikel 2 van de Wet wapens en munitie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008804&artikel=2).
2. Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, bepaalt het merk en type van de wapens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en de daarbij behorende munitie.
3. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
- a. handboeien;
- b. een koppel;
- c. een veiligheidsvest;
- d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
4. Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
5. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
- a. een tactisch vest;
- b. een kogelwerende helm;
- c. een gasmasker;
- d. een schild.
##### Artikel 18
Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, kan toestemming geven tot beproeving van wapens en munitie door het personeel van een bijzondere bijstandseenheid. Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
##### Artikel 19
1. Onze Minister kan de korpschef toestemming geven tot beproeving van andere wapens en munitie, dan bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01). Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
1. Onze Minister kan de korpschef toestemming geven tot beproeving van andere wapens en munitie, dan bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2021-10-01&g=2021-10-01). Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
2. Ten behoeve van de opleiding en beroepsvaardigheidstrainingen mag de ambtenaar, naast de in dit besluit bedoelde bewapening en munitie, gebruik maken van trainingswapens en trainingsmunitie van een door Onze Minister aangewezen merk en type.
##### Artikel 20
1. De wapens en de munitie, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01), worden door een door de korpschef aangewezen ondersteunende dienst van de politie aangeschaft en afgevoerd, met uitzondering van de afvoer van de pepperspray, de verdekte pepperspray en de munitie, voor zover deze na gebruik geen werkzame bestanddelen meer bevatten.
1. De wapens en de munitie, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2021-10-01&g=2021-10-01), worden door een door de korpschef aangewezen ondersteunende dienst van de politie aangeschaft en afgevoerd, met uitzondering van de afvoer van de pepperspray, de verdekte pepperspray en de munitie, voor zover deze na gebruik geen werkzame bestanddelen meer bevatten.
2. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid. Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaren van de krijgsmacht die behoren tot de unit interventie mariniers van de bijzondere bijstandeenheid Dienst speciale interventies.
@@ -356,9 +368,9 @@
##### Artikel 21
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het dragen, het onderhoud en het in een inbraakvrije ruimte bewaren van de wapens en de munitie, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01) en [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=19&z=2020-09-01&g=2020-09-01), door de ambtenaren van politie, bedoeld in [artikel 2 van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2).
2. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, worden regels gesteld omtrent het dragen, het onderhoud en het in inbraakvrije ruimte bewaren van de wapens en munitie, bedoeld in de [artikelen 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2020-09-01&g=2020-09-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=18&z=2020-09-01&g=2020-09-01), door het personeel van een bijzondere bijstandseenheid.
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het dragen, het onderhoud en het in een inbraakvrije ruimte bewaren van de wapens en de munitie, bedoeld in de [artikelen 2 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2021-10-01&g=2021-10-01) en [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=19&z=2021-10-01&g=2021-10-01), door de ambtenaren van politie, bedoeld in [artikel 2 van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2).
2. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, worden regels gesteld omtrent het dragen, het onderhoud en het in inbraakvrije ruimte bewaren van de wapens en munitie, bedoeld in de [artikelen 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2021-10-01&g=2021-10-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=18&z=2021-10-01&g=2021-10-01), door het personeel van een bijzondere bijstandseenheid.
##### Artikel 22
@@ -374,7 +386,7 @@
- b. **AOT-hond:** hond die uitsluitend wordt ingezet bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningsteam of van een bijzondere bijstandseenheid;
- c. **politiespeurhond:** hond die uitsluitend wordt ingezet voor bij regeling, bedoeld in [artikel 24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=2&artikel=24&z=2020-09-01&g=2020-09-01), vastgestelde taken.
- c. **politiespeurhond:** hond die uitsluitend wordt ingezet voor bij regeling, bedoeld in [artikel 24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=2&artikel=24&z=2021-10-01&g=2021-10-01), vastgestelde taken.
##### Artikel 24
@@ -438,17 +450,17 @@
Na inwerkingtreding van dit besluit berusten de volgende besluiten onderscheidenlijk regelingen op de volgende artikelen van dit besluit:
- a. de krachtens [artikel 4, eerste lid, van de Regeling Dienst speciale interventies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026381&artikel=4) gegeven besluiten inzake de goedkeuring van het merk en type wapens en munitie op [artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2020-09-01&g=2020-09-01);
- b. de [Regeling meetmiddelen politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008821) op [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=22&z=2020-09-01&g=2020-09-01);
- c. de [Regeling politiehonden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019728) op [artikel 24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=2&artikel=24&z=2020-09-01&g=2020-09-01);
- d. de [Kledingregeling voor de politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006553) op [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=3&artikel=25&z=2020-09-01&g=2020-09-01);
- e. de [Regeling toetsing geweldsbeheersing politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200) op [artikel 26, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=4&artikel=26&z=2020-09-01&g=2020-09-01);
- f. de [Regeling mobiele eenheid 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021328) en de [Regeling infiltratieteams](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011086), voor zover deze berustten op [artikel 48a van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=48a), en de [Regeling aanhoudings- en ondersteuningseenheid en samenwerking speciale eenheden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020933), voor zover deze berustte op [artikel 60, tweede lid, van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=60), op [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=4&artikel=28&z=2020-09-01&g=2020-09-01).
- a. de krachtens [artikel 4, eerste lid, van de Regeling Dienst speciale interventies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026381&artikel=4) gegeven besluiten inzake de goedkeuring van het merk en type wapens en munitie op [artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2021-10-01&g=2021-10-01);
- b. de [Regeling meetmiddelen politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008821) op [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=22&z=2021-10-01&g=2021-10-01);
- c. de [Regeling politiehonden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019728) op [artikel 24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=2&artikel=24&z=2021-10-01&g=2021-10-01);
- d. de [Kledingregeling voor de politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006553) op [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=3&artikel=25&z=2021-10-01&g=2021-10-01);
- e. de [Regeling toetsing geweldsbeheersing politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200) op [artikel 26, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=4&artikel=26&z=2021-10-01&g=2021-10-01);
- f. de [Regeling mobiele eenheid 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021328) en de [Regeling infiltratieteams](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011086), voor zover deze berustten op [artikel 48a van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=48a), en de [Regeling aanhoudings- en ondersteuningseenheid en samenwerking speciale eenheden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020933), voor zover deze berustte op [artikel 60, tweede lid, van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=60), op [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=4&artikel=28&z=2021-10-01&g=2021-10-01).
##### Artikel 30
@@ -478,7 +490,7 @@
##### Artikel 20a
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat in afwijking van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [5, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [8 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2020-09-01&g=2020-09-01), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2020-09-01&g=2020-09-01) en [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=2&artikel=24&z=2020-09-01&g=2020-09-01) niet bewapend zijn:
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat in afwijking van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2021-10-01&g=2021-10-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2021-10-01&g=2021-10-01), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2021-10-01&g=2021-10-01), [5, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2021-10-01&g=2021-10-01), [8 tot en met 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2021-10-01&g=2021-10-01), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=1&artikel=17&z=2021-10-01&g=2021-10-01) en [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032136&hoofdstuk=2&artikel=24&z=2021-10-01&g=2021-10-01) niet bewapend zijn:
- a. een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak of een vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die enkel een krachtens [artikel 2c, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=2c) aangewezen politieopleiding heeft voltooid, in een van de door Onze Minister aangewezen functies, en
2020-09-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 15, 16 y 5 más
2020-01-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 15, 16 y 5 más
2018-07-01
Besluit bewapening en uitrusting politie
2017-06-23
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 14, 15, 16 y 5 más
2017-01-01
Besluit bewapening en uitrusting politie
2013-01-01
Besluit bewapening en uitrusting politie — arts. 1, 1, 2 y 33 más
2013-01-01
Besluit bewapening en uitrusting politie
original version Tekst op deze datum