Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 9 februari 2004 houdende de algemene eisen voor de opleiding, registratie en herregistratie van medisch specialisten en voor de erkenning van opleiders, plaatsvervangend opleiders, stageopleiders en opleidingsinrichtingen
4 versions
· 2007-10-20
2007-10-20
Kaderbesluit CCMS — arts. 3, 5, 6 y 26 más
2006-12-06
Kaderbesluit CCMS — arts. 1, 3, 5 y 41 más
2005-01-01
Kaderbesluit CCMS — arts. 1, 2, 3 y 95 más
Wijzigingen op 2005-01-01
@@ -1629,167 +1629,3 @@
4. De uitspraak wordt door de voorzitter en de secretaris van de CvG ondertekend.
5. De indiener van het verzoekschrift en andere betrokken partijen ontvangen een exemplaar van de uitspraak.
##### Artikel A.7. Doorwerking toekomstige wijzigingen EG-regelgeving
Een wijziging van Richtlijn 2005/36/EG gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
### Hoofdstuk B. De opleiding
## Titel I. Opleidingseisen
#### Paragraaf I-A. Algemeen
#### Paragraaf I-B. Bijzondere bepalingen
#### Paragraaf I-C. Opleiding en klinisch wetenschappelijk onderzoek
#### Paragraaf I-D. De stage
#### Paragraaf I-E. Gedeeltelijke opleiding buiten Nederland
## Titel II. Geschillen
### Hoofdstuk C. De erkenning tot opleider en opleidingsinrichting
## Titel I. De opleider, de plaatsvervangend opleider en de stageopleider
#### Paragraaf I-A. Eisen voor erkenning van de medisch specialist tot opleider
#### Paragraaf I-B. Verplichtingen van de opleider
#### Paragraaf I-C. De plaatsvervangend opleider en de waarnemer
#### Paragraaf I-D. De stageopleider
## Titel II. De opleidingsinrichting
#### Paragraaf II-A. Eisen voor de erkenning van de inrichting tot opleidingsinrichting voor de totale opleiding op één locatie
#### Paragraaf II-B. Aanvullende eisen voor de erkenning van de inrichting tot opleidingsinrichting voor de totale opleiding op meerdere locaties
#### Paragraaf II-C. Verplichtingen voor de opleidingsinrichting voor de totale opleiding op één locatie
#### Paragraaf II-D. Aanvullende verplichtingen voor de opleidingsinrichting op meerdere locaties
#### Paragraaf II-E. De opleidingsinrichting voor een gedeelte van de opleiding of een stage
## Titel III. Procedure erkenning opleider, plaatsvervangend opleider, stageopleider en opleidingsinrichting
### Hoofdstuk D. De registratie en herregistratie van medisch specialisten
## Titel I. Inschrijving
## Titel II. Registratie
#### Paragraaf II-A. Aanvraag registratie
#### Paragraaf II-B. Beoordelingsstage
#### Paragraaf II-C. Individueel scholingsprogramma
## Titel III. Herregistratie
### Hoofdstuk E. Overige bepalingen
## Bijlage 1. Aanvullende voorschriften bij [hoofdstuk B, titel II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033520&hoofdstuk=B&titeldeel=II&z=2007-10-20&g=2007-10-20) Geschillen
1. De leden en plaatsvervangend leden worden voor een periode van vier jaar benoemd. Zij zijn aansluitend eenmaal herbenoembaar.
2. Een benoeming van een lid of plaatsvervangend lid op een plaats die vacant komt terwijl de zittingstermijn van het te vervangen lid nog niet verstreken is geschiedt voor de volle, in het eerste lid genoemde termijn.
De benoeming van de leden van de CvG en de plaatsvervangend leden eindigt door:
a. het verstrijken van de benoemingstermijn, overlijden van het lid of het plaatsvervangend lid, onder curatele stelling of onder bewindstelling van het lid of het plaatsvervangend lid telkens een dag nadat een van de voornoemde omstandigheden zich heeft voorgedaan;
b. door schriftelijke opzegging door het lid of het plaatsvervangende lid tegen het einde van een kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van minimaal een maand.
1. Gedurende diens benoemingstermijn kan de benoeming van een lid of plaatsvervangend lid van de CvG ingetrokken of geschorst worden vanwege: a. diens beëindiging van de actieve beroeps- of functie-uitoefening; b. verandering van functie, indien deze functie mede ten grondslag lag aan de voordracht tot benoeming; c. het in diskrediet brengen van de medische stand door of vanwege zijn persoonlijke gedragingen.
2. Intrekking vindt schriftelijk plaats met inachtneming van een termijn van ten minste een maand.
3. Schorsing vindt plaats met onmiddellijke ingang voor een termijn van maximaal een jaar.
1. De CvG houdt zitting met zeven leden.
2. In afwijking van het eerste lid kan de voorzitter, indien de zaak hem daartoe geschikt voorkomt, bepalen dat de zitting wordt gehouden door de voorzitter en twee dan wel vier door hem aan te wijzen leden.
1. Alvorens de partij die een geschil heeft als bedoeld in [artikel B.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033520&hoofdstuk=B&titeldeel=II&artikel=B.28&z=2007-10-20&g=2007-10-20). een verzoek indient bij de CvG legt hij het geschil binnen vier weken na het ontstaan hiervan schriftelijk aan de centrale opleidingscommissie van het betreffende ziekenhuis voor, voorzover het de competentie van de centrale opleidingscommissie, bedoeld in [artikel C.13.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033520&hoofdstuk=C&titeldeel=II¶graaf=II-C&artikel=C.13&z=2007-10-20&g=2007-10-20), betreft . Bij overschrijding van deze termijn neemt de centrale opleidingscommissie het geschil niet in behandeling.
2. De centrale opleidingscommissie kan gebruik maken van een mediator. In dat geval worden de kosten van de mediation gezamenlijk en voor gelijke delen door partijen gedragen, tenzij bij de mediation anders is overeengekomen. De centrale opleidingscommissie tracht het geschil binnen zes weken nadat het geschil aan haar is voorgelegd in der minne te schikken.
3. Het verzoek wordt binnen twee weken na het verstrijken van de termijn van zes weken, bedoeld in het tweede lid, bij de CvG ingediend in de vorm van een verzoekschrift. Bij overschrijding van deze termijn neemt de CvG het verzoekschrift niet in behandeling.
4. Voorzover het geschil betrekking heeft op een genomen besluit, hebben de volgende omstandigheden opschortende werking ten aanzien van dat besluit: a. het voorleggen van het geschil aan de centrale opleidingscommissie, bedoeld in het eerste lid; b. de mediation, bedoeld in het tweede lid; c. het indienen van een verzoekschrift bij de CvG; d. het binnen twee weken na het besluit van de CvG vragen om een voorlopige voorziening aan dan wel starten van een kort geding bij de rechter.
5. Een verzoekschrift kan mondeling worden ingetrokken tijdens een hoorzitting. Totdat de CvG uitspraak doet kan een verzoekschrift schriftelijk worden ingetrokken.
1. Het verzoekschrift wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het geschil waarop het verzoekschrift zich richt; d. de gronden van het verzoek.
2. Bij het verzoekschrift worden voorzover mogelijk alle relevante stukken waarop het geschil betrekking heeft overgelegd.
1. Een verzoekschrift is tijdig ingediend indien het voor de termijn, bedoeld in de artikel 5., derde lid is ontvangen door de CvG.
2. Bij verzending per post is een verzoekschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn per post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De secretaris van de CvG informeert alle betrokken partijen onverwijld omtrent de behandeling van het verzoekschrift verzoekschrift en stuurt aan hen de op het verzoekschrift betrekking hebbende stukken toe.
1. Indien niet is voldaan aan de in dit besluit gestelde eisen voor het in behandeling nemen van het verzoekschrift, kan dit niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe door de CvG gestelde termijn.
2. Ten aanzien van een verzoekschrift dat is ingediend na afloop van de termijn bedoeld in het eerste lid, blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
1. De voorzitter van de CvG bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin partijen in de gelegenheid worden gesteld zich door de CvG te doen horen.
2. Van het horen van partijen kan worden afgezien indien: a. het verzoekschrift kennelijk nietontvankelijk is; b. het verzoekschrift kennelijk ongegrond is; c. partijen hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht om te worden gehoord.
3. De CvG deelt de partijen ten minste drie weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich tijdens de zitting te doen horen.
4. Partijen kunnen zich tijdens de zitting laten bijstaan of vertegenwoordigen. De vertegenwoordiger is bij de behandeling van het verzoekschrift bij de hoorzitting voorzien van een schriftelijke lastgeving, tenzij de advocaat of procureur is ingeschreven dan wel de betreffende partij zelf met hem op de hoorzitting verschijnt.
5. De CvG hoort de partijen binnen vier weken na ontvangst van het verzoekschrift en doet vervolgens binnen zes weken een uitspraak.
6. De CvG kan de uitspraak voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan partijen.
1. Tot tien dagen voor het horen kunnen de bij het geschil betrokken partijen nadere stukken indienen.
2. Partijen worden in elkaars aanwezigheid gehoord, waarbij hoor en wederhoor wordt toegepast.
3. Van het horen wordt een verslag gemaakt.
4. Op verzoek van de bij het geschil betrokken partijen kunnen door hen meegebrachte getuigen en deskundigen worden gehoord. De wederpartij wordt hiervan ten minste vijf dagen voor de zitting op de hoogte gesteld.
5. De voorzitter van de CvG kan uit eigen beweging of op verlangen van de CvG bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en deze zonodig uitnodigen daartoe ter zitting te verschijnen. Partijen worden hiervan ten minste vijf dagen voor de zitting op de hoogte gesteld.
1. De zitting van de CvG is openbaar.
2. Indien de voorzitter van de CvG of één van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een gemotiveerd verzoek doet kan de voorzitter bepalen dat de zitting achter gesloten deuren plaatsvindt.
1. In het verslag, bedoeld in artikel 11., derde lid, worden de namen vermeld van de aanwezigen en hun hoedanigheid.
2. Het verslag houdt een korte beschrijving in van hetgeen over en weer is gezegd en ter zitting is voorgevallen.
3. Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag worden gehecht.
4. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de CvG.
1. Na afloop van de zitting kan de voorzitter van de CvG uit eigen beweging of op verzoek van de CvG nader onderzoek houden.
2. De uit het onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de CvG, aan de indiener van het verzoekschrift en de andere betrokken partijen gezonden.
3. De leden van de CvG, de indiener van het verzoekschrift en de andere partijen kunnen binnen een week na verzending van de informatie, bedoeld in het tweede lid, aan de voorzitter van de CvG een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk verzoek.
4. Op een nieuwe hoorzitting als bedoeld in het derde lid, zijn de artikelen 10. tot en met 13. van overeenkomstige toepassing.
5. Indien de voorzitter een verzoek als bedoeld in het derde lid afwijst, stelt de CvG partijen in de gelegenheid binnen twee weken schriftelijk te reageren op de uit het onderzoek verkregen informatie. De secretaris van de CvG verzendt de schriftelijke reacties in afschrift aan de leden van de CvG en de bij het geschil betrokken partijen.
Wanneer na het horen aan de CvG feiten en omstandigheden bekend worden die voor de uitspraak van aanmerkelijk belang kunnen zijn, wordt dit aan de indiener van het verzoekschrift en de andere betrokken partijen meegedeeld en worden partijen in de gelegenheid gesteld daarover te worden gehoord.
1. De CvG beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren en doet uitspraak.
2. De CvG beslist bij meerderheid van stemmen over de door haar uit te brengen uitspraak.
3. De uitspraak naar aanleiding van het verzoekschrift berust op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de uitspraak wordt vermeld.
4. De uitspraak wordt door de voorzitter en de secretaris van de CvG ondertekend.
5. De indiener van het verzoekschrift en andere betrokken partijen ontvangen een exemplaar van de uitspraak.
2005-01-01
Kaderbesluit CCMS
original version
Tekst op deze datum