Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 11 december 2013 inzake houdbare financiën van de collectieve sector (Wet houdbare overheidsfinanciën)
6 versions
· 2025-12-31
2025-12-31
Wet houdbare overheidsfinanciën
2019-01-01
Wet houdbare overheidsfinanciën — arts. 3, 4, 7
2018-01-01
Wet houdbare overheidsfinanciën — arts. 3, 4, 7
2015-07-22
Wet houdbare overheidsfinanciën — arts. 3, 4, 7, 8
2013-12-14
Wet houdbare overheidsfinanciën — arts. 1, 2, 3 y 8 más
Wijzigingen op 2013-12-14
@@ -211,41 +211,3 @@
2. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na deze datum, dan treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2a. : Onafhankelijke begrotingsinstellingen
1. De Afdeling advisering van de Raad van State en het CPB zijn de onafhankelijke begrotingsinstellingen belast met het toezicht op de naleving van begrotingsregels als bedoeld in artikel 8 bis van de richtlijn.
2. De Afdeling advisering van de Raad van State wordt over de Miljoenennota en de Voorjaarsnota gehoord.
3. Onze Minister van Financiën maakt voor het berekenen van de raming van het EMU-saldo en van de EMU-schuld gebruik van de meerjarige budgettaire ramingen van de collectieve sector, die gebaseerd zijn op de macro-economische variabelen van het CPB.
##### Artikel 2b. : Taken onafhankelijke begrotingsinstellingen
1. De onafhankelijke begrotingsinstellingen, genoemd in [artikel 2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034360&artikel=2a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), zijn belast met de volgende taken:
- a. het opstellen, beoordelen en bekrachtigen van jaarlijkse en meerjarige macro-economische prognoses;
- b. het monitoren van de naleving van de landspecifieke cijfermatige begrotingsregels als bedoeld in artikel 6 van de richtlijn;
- c. het op verzoek van Onze Minister van Financiën uitbrengen van een advies over de macro-economische prognose en de macro-economische aannames die aan het netto-uitgavenpad ten grondslag liggen;
- d. het op verzoek van Onze Minister van Financiën opstellen van een niet-bindend, afzonderlijk verslag, over de toereikendheid van de genomen en voorgenomen maatregelen ten opzichte van de doelstellingen, in het geval de Raad heeft vastgesteld dat er sprake is van een buitensporig tekort als bedoeld in artikel 126 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en daartoe aanbevelingen heeft gericht tot de staat;
- e. het op verzoek van Onze Minister van Financiën uitbrengen van een beoordeling van de overeenstemming van de in het jaarlijks voortgangsverslag gerapporteerde begrotingsresultaten met het door de Raad van de Europese Unie voor Nederland aanbevolen netto-uitgavenpad. Onze Minister van Financiën kan verzoeken de factoren te analyseren die ten grondslag liggen aan een afwijking van het door de Raad van de Europese Unie voor Nederland aanbevolen netto-uitgavenpad;
- f. het beoordelen van de consistentie, samenhang en doeltreffendheid van het nationale begrotingskader;
- g. op uitnodiging deelnemen aan regelmatige hoorzittingen en debatten in de Tweede Kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal.
2. De onafhankelijke begrotingsinstellingen geven in de context van de taken, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met f, beoordelingen af. Onze Minister van Financiën geeft gevolg aan die beoordelingen of licht toe waarom hij dat niet doet. Deze toelichting is openbaar en wordt binnen twee maanden na afgifte van de beoordelingen ingediend.
3. Onze Minister van Economische Zaken geeft het CPB geen aanwijzingen voor de uitoefening van de taken, bedoeld in dit artikel.
4. Onze Minister van Financiën verschaft aan de onafhankelijke begrotingsinstellingen, bedoeld in [artikel 2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034360&artikel=2a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), adequate en tijdige toegang tot de informatie die nodig is om hun taken uit te voeren.
##### Artikel 2c. : Beschrijving en beoordeling geplande beleidsmaatregelen en publicatie voorwaardelijke verplichtingen
Onze Minister van Financiën draagt zorg voor de naleving van de artikelen 9, tweede lid, onder c en d, en 14, derde lid, van de richtlijn.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2013-12-14
Wet houdbare overheidsfinanciën
original version
Tekst op deze datum