Wijzigingsgeschiedenis

Vreemdelingencirculaire 2000 (D)

10 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (D) — arts. 7, 3, 12 y 4 más
2023-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (D)
2022-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (D)
2021-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (D)
2019-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (D) — arts. 3, 9, 3, 9
2019-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (D) — arts. 12, 9, 9
2018-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (D) — arts. 3, 12

Wijzigingen op 2018-01-01

@@ -20,7 +20,49 @@
De IND neemt aan dat sprake is van een verblijfsrecht van tijdelijke aard als bedoeld in [artikel 45b, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45b) als de verblijfsvergunning is verleend onder een beperking als genoemd in [artikel 3.5, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.5), tenzij de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning ongelimiteerd kan worden verlengd.
De IND neemt aan dat sprake is van een verblijfsrecht van tijdelijke aard als bedoeld in [artikel 45b, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45b) als de verblijfsvergunning is verleend onder een beperking als genoemd in [artikel 3.5, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.5), tenzij de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning ongelimiteerd kan worden verlengd.
De IND neemt aan dat sprake is van een formeel beperkt verblijfsrecht van de vreemdeling als bedoeld in [artikel 45b, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45b) als:
### 2.3. Middelen van bestaan
Als de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan ter hoogte van minimaal het normbedrag voor alleenstaanden als bedoeld in [artikel 3.19, eerste lid, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.19), telt de IND het duurzame, zelfstandig verworven inkomen van het gezinslid bij wie hij verblijft mee bij de berekening van de middelen van bestaan. In dat geval geldt het toepasselijke normbedrag voor gezinnen als bedoeld in [artikel 3.74, eerste lid, aanhef en onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.74). Een kind dat feitelijk niet langer bij een gezinslid verblijft omdat hij buitenshuis een volledige dagopleiding volgt (al dan niet met een studiebeurs), wordt geacht nog steeds bij dit gezinslid te verblijven.
### 2.4. Openbare orde of nationale veiligheid
De IND maakt gebruik van de bevoegdheid om een aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen wegens gevaar voor de openbare orde dan wel nationale veiligheid af te wijzen, zoals bedoeld in [artikel 45b, tweede lid, aanhef en onder d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45b) en [artikel 3.125, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.125), tenzij dit in strijd is met internationale verplichtingen.
### 2.5. Inburgeringsvereiste
In aanvulling op [artikel 3.96a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a) geldt dat de IND niet verlangt dat de vreemdeling gedurende acht jaar **ononderbroken** was ingeschreven in de GBA of rechtmatig in Nederland verbleef.
### 2.5.1. Ontheffing vanwege een psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap
Op grond van [artikel 3.96a, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a) ontheft de IND de vreemdeling van de wettelijke verplichting het inburgeringsexamen te behalen als hij aantoont dat hij een zodanige psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap heeft, dat hij binnen vijf jaren niet in staat is om het inburgeringsexamen te behalen.
### 2.5.2. Ontheffing met een beroep op de hardheidsclausule
Op grond van [artikel 3.96a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a) past de IND in ieder geval de hardheidsclausule toe als de vreemdeling ondanks aantoonbaar geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen te behalen.
Op grond van [artikel 3.96a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a) past de IND in ieder geval de hardheidsclausule toe als de vreemdeling ondanks aantoonbaar geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen te behalen.
In dit verband wordt verwezen naar [paragraaf B9/8.1, ad 2 Vc](onbekend).
### 2.5.3. Bewijsmiddelen
[Paragraaf B9/18.1 Vc](onbekend) is van toepassing.
### 2.6. Intrekking EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
Voor het aannemen van frauduleuze verkrijging als bedoeld in [artikel 45d, derde lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45d) en [artikel 3.127, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.127) is als regel opzet vereist. Hierbij is niet van belang of de gegevens door de aanvrager persoonlijk zijn verstrekt.
De IND gaat bij te vroeg of te laat ingediende aanvragen uit van de regels zoals die zijn opgenomen voor de behandeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd respectievelijk de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie paragraaf [C2/10.1](onbekend) en [C5/2 Vc](onbekend)).
### 2.1. De duur van het ononderbroken verblijf in Nederland
De IND wijst een aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen niet af op grond van [artikel 45b, tweede lid, aanhef en onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45b), als de vreemdeling direct voorafgaande aan het moment van het nemen van het besluit vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf heeft.
### 2.2. De aard van het verblijfsrecht
Als de IND de verblijfsvergunning vervolgens alsnog verleent, dan beschouwt de IND de periode van verblijf gedurende de bezwaar- of beroepsprocedure (achteraf bezien) niet meer als formeel beperkt verblijfsrecht.
@@ -42,10 +84,6 @@
### 2.5.2. Ontheffing met een beroep op de hardheidsclausule
Op grond van [artikel 3.96a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a) past de IND in ieder geval de hardheidsclausule toe als de vreemdeling ondanks aantoonbaar geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen te behalen.
In dit verband wordt verwezen naar [paragraaf B9/8.1, ad 2 Vc](onbekend).
De IND maakt in ieder geval geen gebruik van de in [artikel 3.96a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a) gegeven bevoegdheid als de vreemdeling stelt dat hij:
### 2.5.3. Bewijsmiddelen
2017-06-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (D) — art. 9
2014-03-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (D) — arts. 1, 1, 2 y 8 más
2014-03-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (D)
original version Tekst op deze datum