Wijzigingsgeschiedenis
Vreemdelingencirculaire 2000 (D)
10 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (D) — arts. 7, 3, 12 y 4 más
Wijzigingen op 2026-01-01
@@ -14,55 +14,17 @@
### 2.1. De duur van het ononderbroken verblijf in Nederland
De IND beslist conform [artikel 7:10, eerste en derde lid, Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10) binnen zes weken op een bezwaarschrift tegen de afwijzing van een aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Deze beslistermijn kan met maximaal zes weken worden verlengd.
### 2.1. De duur van het ononderbroken verblijf in Nederland
De IND wijst een aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen niet af op grond van [artikel 45b, tweede lid, aanhef en onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45b), als de vreemdeling direct voorafgaande aan het moment van het nemen van het besluit vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf heeft.
### 2.2. De aard van het verblijfsrecht
De IND neemt aan dat sprake is van een verblijfsrecht van tijdelijke aard als bedoeld in [artikel 45b, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45b) als de verblijfsvergunning is verleend onder een beperking als genoemd in [artikel 3.5, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.5), tenzij de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning ongelimiteerd kan worden verlengd.
De IND neemt aan dat sprake is van een verblijfsrecht van tijdelijke aard als bedoeld in [artikel 45b, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45b) als de verblijfsvergunning is verleend onder een beperking als genoemd in [artikel 3.5, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.5), tenzij de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning ongelimiteerd kan worden verlengd.
De IND neemt aan dat sprake is van een formeel beperkt verblijfsrecht van de vreemdeling als bedoeld in [artikel 45b, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45b) als:
### 2.3. Middelen van bestaan
Als de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan ter hoogte van minimaal het normbedrag voor alleenstaanden als bedoeld in [artikel 3.19, eerste lid, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.19), telt de IND het duurzame, zelfstandig verworven inkomen van het gezinslid bij wie hij verblijft mee bij de berekening van de middelen van bestaan. In dat geval geldt het toepasselijke normbedrag voor gezinnen als bedoeld in [artikel 3.74, eerste lid, aanhef en onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.74). Een kind dat feitelijk niet langer bij een gezinslid verblijft omdat hij buitenshuis een volledige dagopleiding volgt (al dan niet met een studiebeurs), wordt geacht nog steeds bij dit gezinslid te verblijven.
### 2.4. Openbare orde of nationale veiligheid
De IND maakt gebruik van de bevoegdheid om een aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen wegens gevaar voor de openbare orde dan wel nationale veiligheid af te wijzen, zoals bedoeld in [artikel 45b, tweede lid, aanhef en onder d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45b) en [artikel 3.125, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.125), tenzij dit in strijd is met internationale verplichtingen.
### 2.5. Inburgeringsvereiste
In aanvulling op [artikel 3.96a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a) geldt dat de IND niet verlangt dat de vreemdeling gedurende acht jaar **ononderbroken** was ingeschreven in de GBA of rechtmatig in Nederland verbleef.
### 2.5.1. Ontheffing vanwege een psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap
De IND verlangt niet dat de vreemdeling gedurende de acht jaren als bedoeld in artikel 3.96a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb ononderbroken was ingeschreven als ingezetene in de BRP of rechtmatig in Nederland verbleef.
### 2.5.2. Ontheffing met een beroep op de hardheidsclausule
Op grond van [artikel 3.96a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a) past de IND in ieder geval de hardheidsclausule toe als de vreemdeling ondanks aantoonbaar geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen te behalen.
De IND ontheft de vreemdeling op grond van [artikel 3.96a, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a) van het inburgeringsvereiste als deze aantoont vanwege zijn psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap niet in staat te zijn om binnen vijf jaren het inburgeringsexamen te behalen. De procedure hiervoor is terug te vinden in [bijlage 4 van de Regeling inburgering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020657&bijlage=4).
(Zie [B12/2.6.1](onbekend))
### 2.5.2. Onbillijkheid van overwegende aard (ook wel: hardheidsclausule)
De IND ontheft de vreemdeling van het inburgeringsvereiste als sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in [artikel 3.96a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a) als de vreemdeling het inburgeringsexamen niet heeft behaald, maar:
### 2.6. Intrekking EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
In tegenstelling tot voornoemde paragraaf past de IND de hardheidsclausule niet toe indien de vreemdeling tegen zijn of haar wil in het land van herkomst is achtergelaten en voldoet aan de voorwaarden van [artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.51).
De IND gaat bij te vroeg of te laat ingediende aanvragen uit van de regels zoals die zijn opgenomen voor de behandeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd respectievelijk de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie respectievelijk [paragraaf C5/2 Vc](onbekend) en [paragraaf B12/1.1 Vc](onbekend)).
### 2.1. De duur van het ononderbroken verblijf in Nederland
De IND wijst een aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen niet af op grond van [artikel 45b, tweede lid, aanhef en onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45b), als de vreemdeling direct voorafgaande aan het moment van het nemen van het besluit vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf heeft.
### 2.2. De aard van het verblijfsrecht
Als de IND de verblijfsvergunning vervolgens alsnog verleent, dan beschouwt de IND de periode van verblijf gedurende de bezwaar- of beroepsprocedure (achteraf bezien) niet meer als formeel beperkt verblijfsrecht.
@@ -78,27 +40,65 @@
De vrijstellingen staan genoemd in [artikel 3.96a, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a).
### 2.5.1. Ontheffing vanwege een psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap
### 2.5.2. Ontheffing met een beroep op de hardheidsclausule
(Zie [B12/2.6](onbekend))
### 2.5.1. Medische ontheffing
De IND ontheft de vreemdeling op grond van [artikel 3.96a, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a) van het inburgeringsvereiste als deze aantoont vanwege zijn psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap niet in staat te zijn om binnen vijf jaren het inburgeringsexamen te behalen. De procedure hiervoor is terug te vinden in [bijlage 4 van de Regeling inburgering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020657&bijlage=4).
De IND maakt in ieder geval geen gebruik van de in [artikel 3.96a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a) gegeven bevoegdheid als de vreemdeling stelt dat hij:
De IND ontheft de vreemdeling op grond van [artikel 3.96a, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a) van het inburgeringsvereiste als deze aantoont vanwege zijn psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap niet in staat te zijn om binnen vijf jaren het inburgeringsexamen te behalen. De procedure hiervoor is terug te vinden in [bijlage 4 van de Regeling inburgering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020657&bijlage=4).
### 2.5.3. Bewijsmiddelen
### 2.5.2. Onbillijkheid van overwegende aard (ook wel: hardheidsclausule)
De IND ontheft de vreemdeling van het inburgeringsvereiste als sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in [artikel 3.96a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a) als de vreemdeling het inburgeringsexamen niet heeft behaald, maar:
### 2.6. Intrekking EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
In dit verband wordt verwezen naar [paragraaf B9/8.1.2.3 Vc](onbekend).
De IND gaat bij te vroeg of te laat ingediende aanvragen uit van de regels zoals die zijn opgenomen voor de behandeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd respectievelijk de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie respectievelijk [paragraaf C5/2 Vc](onbekend) en [paragraaf B12/1.1 Vc](onbekend)).
### 2.1. De duur van het ononderbroken verblijf in Nederland
De IND wijst een aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen niet af op grond van [artikel 45b, tweede lid, aanhef en onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45b), als de vreemdeling direct voorafgaande aan het moment van het nemen van het besluit vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf heeft.
### 2.2. De aard van het verblijfsrecht
De IND neemt aan dat sprake is van een formeel beperkt verblijfsrecht van de vreemdeling als bedoeld in [artikel 45b, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45b) als:
### 2.3. Middelen van bestaan
Als de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan ter hoogte van minimaal het normbedrag voor alleenstaanden als bedoeld in [artikel 3.19, eerste lid, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.19), telt de IND het duurzame, zelfstandig verworven inkomen van het gezinslid bij wie hij verblijft mee bij de berekening van de middelen van bestaan. In dat geval geldt het toepasselijke normbedrag voor gezinnen als bedoeld in [artikel 3.74, eerste lid, aanhef en onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.74). Een kind dat feitelijk niet langer bij een gezinslid verblijft omdat hij buitenshuis een volledige dagopleiding volgt (al dan niet met een studiebeurs), wordt geacht nog steeds bij dit gezinslid te verblijven.
### 2.4. Openbare orde of nationale veiligheid
De IND maakt gebruik van de bevoegdheid om een aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen wegens gevaar voor de openbare orde dan wel nationale veiligheid af te wijzen, zoals bedoeld in [artikel 45b, tweede lid, aanhef en onder d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45b) en [artikel 3.125, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.125), tenzij dit in strijd is met internationale verplichtingen.
### 2.5. Inburgeringsvereiste
De vrijstellingen staan genoemd in [artikel 3.96a, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a).
### 2.5.1. Ontheffing vanwege een psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap
De IND verlangt niet dat de vreemdeling gedurende de acht jaren als bedoeld in artikel 3.96a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb ononderbroken was ingeschreven als ingezetene in de BRP of rechtmatig in Nederland verbleef.
### 2.5.1. Medische ontheffing
(Zie [B12/2.6.1](onbekend))
### 2.5.2. Onbillijkheid van overwegende aard (ook wel: hardheidsclausule)
De IND ontheft de vreemdeling van het inburgeringsvereiste als sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in [artikel 3.96a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.96a) als de vreemdeling het inburgeringsexamen niet heeft behaald, maar:
### 2.6. Intrekking EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
In tegenstelling tot voornoemde paragraaf past de IND de hardheidsclausule niet toe indien de vreemdeling tegen zijn of haar wil in het land van herkomst is achtergelaten en voldoet aan de voorwaarden van [artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.51).
(Zie [B12/2.6.2](onbekend).)
De IND trekt de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen in wegens verblijf buiten het grondgebied van de EU dan wel buiten Nederland als is voldaan aan het gestelde in artikel 45d, eerste lid, onder a, Vw tenzij artikel 3.127, eerste lid, Vb hierop een uitzondering maakt.
Paragraaf B9/20.1 Vc is van toepassing.
De IND trekt de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen in wegens handelen in strijd met artikel 1, onder F, van het Vluchtelingenverdrag als is voldaan aan het gestelde in artikel 45d, tweede lid, onder a, Vw.
[Paragraaf B9/20.1 Vc](onbekend) is van toepassing.
Voor het aannemen van frauduleuze verkrijging als bedoeld in [artikel 45d, derde lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45d) en [artikel 3.127, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.127) is als regel opzet vereist. Hierbij is niet van belang of de gegevens door de aanvrager persoonlijk zijn verstrekt.
@@ -106,10 +106,20 @@
### 2.6. Intrekking EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
De IND trekt de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen in wegens verblijf buiten het grondgebied van de EU dan wel buiten Nederland als is voldaan aan artikel 45d, eerste lid, onder a, Vw tenzij artikel 3.127, eerste lid, Vb hierop een uitzondering maakt.
Voor het aannemen van frauduleuze verkrijging als bedoeld in [artikel 45d, derde lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45d) en [artikel 3.127, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.127) is als regel opzet vereist. Hierbij is niet van belang of de gegevens door de aanvrager persoonlijk zijn verstrekt.
De IND trekt de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen in wegens gevaar voor de openbare orde dan wel de nationale veiligheid als is voldaan aan het gestelde in artikel 45d, eerste lid onder b, Vw en artikel 3.127, derde lid, Vb.
De IND trekt de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen in wegens verblijf buiten het grondgebied van de EU dan wel buiten Nederland als is voldaan aan [artikel 45d, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45d) tenzij [artikel 3.127, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.127) hierop een uitzondering maakt.
De IND trekt de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen in wegens handelen in strijd met artikel 1 van het Vluchtelingenverdrag als is voldaan aan het gestelde in artikel 45d, tweede lid, onder a, Vw.
De IND trekt de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen in wegens gevaar voor de openbare orde dan wel de nationale veiligheid als is voldaan aan het gestelde in [artikel 45d, eerste lid onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45d) en [artikel 3.127, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.127).
De IND trekt de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen in wegens handelen in strijd met artikel 1 van het Vluchtelingenverdrag als is voldaan aan het gestelde in [artikel 45d, tweede lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45d).
### 2.2. De aard van het verblijfsrecht
### 2.5.1. Medische ontheffing
### 2.5.3. Bewijsmiddelen
### 2.6. Intrekking EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
De IND trekt de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen in wegens het verkeerd weergeven of achterhouden van feiten dan wel het gebruik van valse documenten als is voldaan aan het gestelde in [artikel 45, tweede lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
2023-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (D)
2022-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (D)
2021-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (D)
2019-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (D) — arts. 3, 9, 3, 9
2019-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (D) — arts. 12, 9, 9
2018-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (D) — arts. 3, 12
2017-06-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (D) — art. 9
2014-03-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (D) — arts. 1, 1, 2 y 8 más
2014-03-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (D)
original version
Tekst op deze datum