Wijzigingsgeschiedenis
Omzetbelasting, margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten
5 versions
· 2025-01-01
2025-01-01
Omzetbelasting, margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, kunstv
2020-01-01
Omzetbelasting, margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, kunstv
2019-01-01
Omzetbelasting, margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, kunstv
2014-07-26
Omzetbelasting, margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, kunstv
Wijzigingen op 2014-07-26
@@ -723,587 +723,3 @@
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 14 december 2018, nr. 2018-30753 (Stcrt. 68655). De wijziging betrof de onderdelen 3.6, 3.7, 4.3,4.10, 4.11, 5.3, 5.7.1 en 7.7. De wijziging hield verband met de verhoging van het verlaagde btw-tarief van 6% naar 9% met ingang van 1 januari 20191Artikel XXIV, onderdeel B, van het Belastingplan 2019, nr. 35 026. Verder zijn aan de voorbeelden in onderdeel 4.3 dvd’s toegevoegd.
### 1.2. Wijzigingen
Dit besluit bevat de volgende (beleidsmatige) wijzigingen ten opzichte van het [besluit van 4 juli 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022234), nr. CPP2007/948M:
### 2. Juridisch kader
De bepalingen in de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629) vinden hun basis in hoofdstuk 4 van Titel XII van de btw-richtlijn.
### 3.1. Inleiding
De kern van de margeregeling staat in [artikel 28b, eerste lid, eerste volzin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28b). Deze volzin luidt: ‘Ingeval een wederverkoper gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten levert, wordt, in afwijking van [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=8), de belasting berekend over de winstmarge.’ De margeregeling heeft dus betrekking op de vaststelling van de maatstaf van heffing. De overige bepalingen van de wet blijven op enkele afwijkingen na dan ook van kracht. Die afwijkingen zijn nodig in verband met de doelstelling van de margeregeling en zijn de volgende:
### 3.2. Voorwaarden voor toepassing van de margeregeling
Aan toepassing van de margeregeling is de voorwaarde verbonden dat de wederverkoper geen factuur uitreikt waarop hij de btw afzonderlijk vermeldt ([artikel 28h, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28h)). Als de wederverkoper een factuur uitreikt met aparte vermelding van btw, maakt hij gebruik van zijn recht om de margeregeling buiten toepassing te laten ([artikel 28f, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28f)). De wederverkoper kiest dan voor het normale btw-regime en is belasting verschuldigd over de hele vergoeding. Zie ook onderdeel 3.8.
### 3.3. Wederverkoper
Goederen die over een veiling worden verhandeld, worden geacht aan en door de veilinghouder te worden geleverd ([artikel 3, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=3)). Dit betekent dat veilinghouders die margegoederen veilen hiervoor zijn aan te merken als wederverkopers in de zin van de wet. Er kan van worden uitgegaan dat zij aan het vereiste voldoen dat meer dan incidenteel sprake is van wederverkoop. Dit geldt ook voor commissionairs en vergelijkbare ondernemers ([artikel 3, zesde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=3)).
### 3.4. Gebruikte goederen
De definitie houdt in dat de goederen, al dan niet na herstel, te gebruiken zijn overeenkomstig de oorspronkelijke bestemming. Goederen die zo versleten zijn dat zij alleen nog kunnen worden gebruikt als grondstof, hulpstof of halffabricaat zijn dus geen gebruikte goederen in de zin van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629). Uit de definitie volgt verder dat goederen die door of in opdracht van de wederverkoper zijn vervaardigd, geen gebruikte goederen zijn.
### 3.5. Levering aan de wederverkoper
Hierna worden de voorwaarden bedoeld onder a t/m e toegelicht.
### 3.5.1. Anderen dan ondernemers ([artikel 28b, tweede lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28b))
Van een levering door een ander dan een ondernemer is allereerst sprake als het goed wordt geleverd door een particulier. Verder is sprake van een ander dan een ondernemer als een publiekrechtelijk lichaam, een andere rechtspersoon of een maatschap of een ander samenwerkingsverband, optreedt in de hoedanigheid van niet-ondernemer.
### 3.5.2. Ondernemers zonder aftrekrecht ([artikel 28b, tweede lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28b))
Een aantal prestaties is vrijgesteld van de heffing van btw ([artikel 11 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=11)). Een ondernemer die goederen gebruikt voor vrijgestelde prestaties kan de op die goederen drukkende btw niet in aftrek brengen ([artikel 15, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=15)). Dat kan ook het geval zijn als een ondernemer goederen aanschaft en die goederen bijvoorbeeld voor personeelsvoorzieningen gebruikt (artikelen 15, zesde lid, en [16 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=16)). Als een ondernemer een roerende zaak levert waarvoor hij de btw niet in aftrek heeft kunnen brengen, is ook die levering vrijgesteld van btw (artikel 11, eerste lid, onderdeel r, van de wet). De leverancier moet dan een factuur uitreiken met de vermelding dat hij het goed levert met toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel r, van de wet.
### 3.5.3. Ontheven kleine ondernemers ([artikel 28b, tweede lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28b))
De (marge)regeling is beperkt tot de levering van bedrijfsmiddelen. De regeling geldt niet voor de handelsvoorraad van ontheven ondernemers, die meestal uit **ongebruikte** goederen bestaat. De margeregeling kan wel worden toegepast als een van zijn administratieve verplichtingen ontheven ondernemer in zijn hoedanigheid van **wederverkoper** handelsgoederen levert aan een andere wederverkoper (zie onderdeel 3.5.4).
### 3.5.4. Wederverkopers ([artikel 28b, tweede lid, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28b))
Een wederverkoper die goederen met toepassing van de margeregeling inkoopt van een andere wederverkoper, kan die goederen met toepassing van de margeregeling (door)leveren.
### 3.5.5. In andere lidstaten gevestigde ondernemers ([artikel 28b, tweede lid, onderdeel e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28b))
Als de ondernemer die het goed levert (hierna: de leverancier) in een andere lidstaat is gevestigd, kan de wederverkoper in de volgende situaties dat goed onder de margeregeling (door)verkopen:
### 3.5.6. Belang van een juiste factuur
De situaties die zijn beschreven in de onderdelen 3.5.1 tot en met 3.5.5 hebben met elkaar gemeen dat aan de wederverkoper goederen worden geleverd zonder een factuur waarop afzonderlijk btw is vermeld. Het is mogelijk dat de leverancier aan de wederverkoper ten onrechte geen factuur of een factuur zonder afzonderlijke vermelding van btw4Hieronder valt ook het ten onrechte achterwege laten van het 0%-tarief bij intracommunautaire transacties (levering door een buitenlandse ondernemer; zie onderdeel 3.5.5). heeft afgegeven. De wederverkoper kan dan voor die goederen de margeregeling niet toepassen als hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zijn leverancier ten onrechte geen factuur of een factuur zonder afzonderlijke vermelding van btw uitreikte. Bij twijfel hierover heeft de wederverkoper een onderzoeksplicht. Daaraan heeft de wederverkoper voldaan als blijkt of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij er niet aan hoefde te twijfelen dat aan hem terecht geen factuur of een factuur zonder afzonderlijke vermelding van btw is uitgereikt. Hetzelfde geldt als de wederverkoper is afgegaan op mededelingen van de leverancier en geen aanleiding had om aan de juistheid van die mededelingen te twijfelen. In beide gevallen geldt dat de wederverkoper de toepassing van de margeregeling niet hoeft te corrigeren als achteraf toch nog een factuur met afzonderlijke vermelding van btw wordt uitgereikt, en hij die btw aan zijn leverancier voldoet. De wederverkoper mag deze nagefactureerde btw dan niet in aftrek brengen, maar kan die btw wel tot de inkoopprijs van het goed rekenen.
### 3.5.7. Goedkeuring voor forfaitair belaste landbouwers en veehandelaren
Voor toepassing van deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
### 3.6. Winstmarge
**Voorbeeld**
### 3.6.1. Vergoeding
Als een gebruikte auto wordt geleverd met toepassing van de margeregeling, mag de winstmarge niet worden verminderd met de (rest)BPM. Deze (rest)BPM is zowel aanwezig in de inkoopprijs als in de vergoeding.
### 3.6.2. Inkoopprijs
Voor toepassing van deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde:
### 3.6.3. Tijdvak van aangifte
De uitwerking van bovenstaand voorbeeld luidt bij toepassing van het kasstelsel:
### 3.7. Verschuldigde belasting
De wederverkoper is belasting verschuldigd over de bruto winstmarge. De bruto winstmarge bestaat uit het verschil tussen de verkoopprijs inclusief btw en de inkoopprijs, vermenigvuldigd met 21/121 respectievelijk 9/109. Als de winstmarge negatief is, wordt de verschuldigde belasting gesteld op nihil. Een negatieve winstmarge leidt niet tot een recht op teruggaaf en ook niet tot verrekening met de belasting die over andere leveringen of diensten verschuldigd is. Dit is anders als de globalisatieregeling toepassing vindt (zie hoofdstuk 4).
### 3.8. Toepassing van de normale btw-regels
Om cumulatie van belasting te voorkomen kan aan wederverkoper A ook na het verstrijken van de aangiftetermijn een herstelmogelijkheid worden geboden (zie ook Hof Amsterdam, 6 april 2009, nr. 08/00151, ECLI:NL:GHSHE:2009:BI0538). Wederverkoper A kan de toepassing van de margeregeling op zijn levering aan B nog ongedaan maken als:
### 3.9. Intracommunautaire transacties
Op leveringen onder de margeregeling vanuit een andere lidstaat naar Nederland door een wederverkoper die niet in Nederland woont of is gevestigd en hier ook geen vaste inrichting heeft, is de verleggingsregeling niet van toepassing ([artikel 28g van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28g), zie ook onderdeel 7.1).
### 3.10. Intracommunautaire overbrenging
Voor deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde:
### 3.11. In- en uitvoer
De margeregeling is niet van toepassing op goederen die de wederverkoper heeft ingevoerd of die in het kader van de aan hem verrichte levering zijn ingevoerd5Bij invoer van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten gelden afwijkende voorschriften; zie hoofdstuk 5 van dit besluit.. De wederverkoper mag de margeregeling wel toepassen op de levering van margegoederen die hij uitvoert uit de EU of die hij onder het stelsel van douane-entrepots brengt (artikel 98, eerste lid, onderdeel b, van het Communautair douanewetboek). Dit betekent dat de belasting over de winstmarge wordt berekend met toepassing van het nultarief.
### 3.12. Toepassing [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=29)
Als voorbeeld 1, maar nu ontvangt hij slechts 1.500. De bruto winstmarge wordt nu herrekend op 1.500 – 1.896 = 396 negatief. De daarin begrepen belasting is nihil. Hij kan nu aanspraak maken op teruggaaf van 84.
### 3.13. Herstel of restauratie
De margeregeling blijft van toepassing op een margegoed dat wordt hersteld of gerestaureerd. Bij de bepaling van de winstmarge wordt de inkoopprijs niet verhoogd met de kosten van herstel of restauratie. Uiteraard kan de wederverkoper de btw op herstel- en reparatiekosten aftrekken.
### 3.14. Demontage
Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
### 3.15. Samenvoeging van goederen
Een schilderij waarop de margeregeling van toepassing is (inkoopprijs 1.000) wordt voorzien van een nieuw vervaardigde lijst (kostprijs 200 exclusief 42 btw). Het geheel wordt verkocht voor 1.605.
### 3.16. Vervaardiging
Bij een samenvoeging als bedoeld in onderdeel 3.15 is geen sprake van vervaardiging van een nieuw goed. Als na samenvoeging van (gebruikte) goederen wél een nieuw goed ontstaat, is de margeregeling op de levering van dat goed niet van toepassing. Een ‘nieuw’ goed is in dit verband een goed dat als zodanig nog niet eerder bestond. Daarbij is de fysieke toestand van het goed niet van belang.
### 3.17. Splitsing van partijen
Een wederverkoper verkoopt voor 2.300 een partij goederen, bestaande uit A, B en C. A en B komen in aanmerking voor toepassing van de margeregeling (inkoopprijzen respectievelijk 300 en 185), terwijl voor C btw is gefactureerd (inkoopprijs 500 plus 105 btw = 605). De wederverkoper kan de margeregeling als volgt toepassen:
### 3.18. Overdracht of overgang van een onderneming
Bij de overdracht van een (gedeelte van de) onderneming treedt de koper voor de heffing van de btw in de plaats van de verkoper ([artikel 37d van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=37d)). Als tot de overgedragen onderneming margegoederen behoren, kan de koper deze goederen verkopen met toepassing van de margeregeling. Als inkoopprijs geldt dan de inkoopprijs die door de verkoper is voldaan. Hetzelfde geldt voor de wederverkoper die zijn onderneming of een deel daarvan inbrengt in een vennootschap.
### 3.19. Fiscale eenheid
Bij de beëindiging van of uittreding uit een fiscale eenheid treden de uittredende (rechts)personen in de plaats van de fiscale eenheid voor het deel dat tot hun bedrijfsvermogen behoort ([artikel 3a, tweede en derde lid, van de uitvoeringsbeschikking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002634&artikel=3a)). De uittredende (rechts)personen kunnen de margegoederen van de fiscale eenheid verkopen met toepassing van de margeregeling. Bij het bepalen van de winstmarge moet de inkoopprijs worden gesteld op de inkoopprijs die door de fiscale eenheid of door de deelnemers vóór de vorming van de fiscale eenheid is voldaan.
### 4.1. Inleiding
Wederverkopers die de margeregeling toepassen, zijn belasting verschuldigd over het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs van een margegoed (zie hoofdstuk 3). Voor bepaalde bedrijfstakken is het echter administratief praktisch onmogelijk goederen individueel van inkoop tot verkoop te volgen. Wederverkopers in deze bedrijfstakken kunnen hierdoor de margeregeling zonder nadere voorziening niet toepassen. Daarom is voor deze wederverkopers de globalisatieregeling in het leven geroepen. Deze regeling maakt het mogelijk om de winstmarge per belastingtijdvak vast te stellen in plaats van per individuele transactie. De globalisatieregeling is een variant van de margeregeling die de wederverkoper alleen kan toepassen als hij ook voldoet aan de voorwaarden van de margeregeling (zie onderdeel 3.2). Als de wederverkoper aan deze voorwaarden voldoet, mag hij de globalisatieregeling toepassen op leveringen van margegoederen die in [artikel 4c, eerste lid, onderdeel a, van de uitvoeringsbeschikking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002634&artikel=4c) zijn genoemd. Voor andere goederen kan de inspecteur bij beschikking toestemming verlenen om de globalisatieregeling toe te passen. Een wederverkoper kan afzien van toepassing van de globalisatieregeling. De globalisatieregeling is in de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629) opgenomen in [artikel 28d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28d). Deze bepaling is uitgewerkt in artikel 4c van de uitvoeringsbeschikking.
### 4.2. Werking van de globalisatieregeling
De wederverkoper moet de tijdvakwinstmarge afzonderlijk vaststellen voor goederen waarop het algemene en goederen waarop het verlaagde tarief van toepassing is. Over een positief saldo draagt de wederverkoper btw af naar het betreffende tarief. Als sprake is van een negatief saldo voor een bepaalde tariefgroep (de marge-inkopen overtreffen de margeverkopen), kan de wederverkoper dat saldo verrekenen met een positief saldo voor dezelfde tariefgroep in latere tijdvakken. Verrekening van een negatief saldo van de ene tariefgroep met het positieve saldo van de andere tariefgroep is niet mogelijk. Na afloop van het jaar vindt een herrekening plaats op basis van de totale margeverkopen en de totale marge-inkopen in dat jaar (jaarglobalisatie, zie onderdeel 4.11). Is sprake van een negatief jaarsaldo, dan kan de wederverkoper dat saldo verrekenen met een positief jaarsaldo in volgende jaren (carry-forward, zie onderdeel 4.13). Ook de jaarglobalisatie en de carry-forward gelden voor iedere tariefgroep afzonderlijk. In de volgende onderdelen van dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op verschillende aspecten van de globalisatieregeling.
### 4.3. Wettelijk aangewezen leveringen
Hetzelfde geldt voor de gebruikte onderdelen, toebehoren en benodigdheden van de hiervoor opgesomde goederen ([artikel 4c, eerste lid, onderdeel a, van de uitvoeringsbeschikking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002634&artikel=4c)). De aanwijzing geldt voor alle wederverkopers, met uitzondering van veilinghouders.
### 4.4. Afzien van globalisatie
Bij de levering van wettelijk aangewezen goederen kan de wederverkoper ervoor kiezen de globalisatieregeling buiten toepassing te laten. Hij moet de inspecteur daarvan vooraf schriftelijk in kennis stellen ([artikel 4c, derde lid, van de uitvoeringsbeschikking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002634&artikel=4c)). De kennisgeving ziet op alle wettelijk aangewezen goederen. Het is dus niet mogelijk voor sommige wettelijk aangewezen goederen de globalisatieregeling te blijven toepassen. De kennisgeving heeft tot gevolg dat de wederverkoper de globalisatieregeling met ingang van het eerstvolgende kalenderjaar niet meer mag toepassen. Als de wederverkoper voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van de individuele regeling (zie hoofdstuk 3), kan hij uiteraard die regeling toepassen. De kennisgeving tot het afzien van toepassing van de globalisatieregeling geldt tot wederopzegging, maar voor ten minste vijf kalenderjaren. Ook al is dat wettelijk niet voorgeschreven, het verdient aanbeveling dat de wederverkoper ook de wederopzegging schriftelijk doet. Door de wederopzegging herleeft de globalisatieregeling bij de wederverkoper met ingang van de eerste dag van het kalenderjaar volgend op de wederopzegging. Na het ingaan van de wederopzegging moeten ook weer minimaal vijf kalenderjaren verstrijken voordat de wederverkoper de globalisatieregeling met schriftelijke kennisgeving opnieuw buiten toepassing kan laten.
### 4.5. Individueel aangewezen wederverkopers
Ik keur goed dat wederverkopers van kav-goederen de globalisatieregeling ook toepassen op hun handel in curiosa. Zij hoeven niet te verzoeken om een individuele aanwijzing.
### 4.6. Marge-inkopen en margeverkopen
Bij toepassing van de globalisatieregeling berekent de wederverkoper de maatstaf van heffing door de margeverkopen van dat tijdvak te verminderen met de marge-inkopen van datzelfde tijdvak. Het bedrag van de marge-inkopen is gelijk aan de som van de bedragen die de wederverkoper in het tijdvak heeft voldaan of moet voldoen voor de levering of invoer van (bepaalde) margegoederen. De margeverkopen per tijdvak bestaan uit de som van de vergoedingen in dat tijdvak van alle leveringen van margegoederen die onder de globalisatieregeling vallen.
### 4.7. Relevante transacties
voor zover op deze leveringen de globalisatieregeling van toepassing is.
### 4.8. Demontage
Gebruikte goederen zijn alle roerende lichamelijke zaken die, in de staat waarin zij verkeren of na herstel ervan, opnieuw kunnen worden gebruikt. Onderdelen van gebruikte goederen voldoen niet aan deze definitie. Onder voorwaarden is echter goedgekeurd dat de wederverkoper op gedemonteerde goederen de margeregeling toepast. Bij toepassing van de globalisatieregeling geldt een aanvullende voorwaarde (zie onderdeel 3.14).
### 4.9. Onttrekking voor privé-doeleinden
Ik keur goed dat de wederverkoper die goederen onttrekt voor eigen privédoeleinden of voor privédoeleinden van zijn personeel, de inkoop in mindering brengt op de marge-inkopen van het tijdvak waarin de wederverkoper het goed onttrekt voor privédoeleinden (vergelijk [artikel 4c, vijfde lid, van de uitvoeringsbeschikking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002634&artikel=4c)).
### 4.10. Verschuldigde belasting
Bij toepassing van de globalisatieregeling is de wederverkoper belasting verschuldigd over de bruto winstmarge per tijdvak. Dat is het verschil per tijdvak tussen de margeverkopen inclusief btw en de marge-inkopen, vermenigvuldigd met 21/121 of 9/109. Bij een negatieve tijdvakwinstmarge is de wederverkoper geen belasting verschuldigd. Een negatieve tijdvakwinstmarge leidt niet tot een recht op teruggaaf van btw. Ook kan de wederverkoper de negatieve tijdvakwinstmarge niet verrekenen met de belasting die hij voor leveringen onder het andere tarief of uit andere hoofde verschuldigd is. Wel bestaat de mogelijkheid om een negatieve tijdvakwinstmarge te verrekenen met de winstmarge over het volgende tijdvak (zie onderdeel 4.13).
### 4.11. Jaarglobalisatie
De negatieve jaarsaldi kan de wederverkoper verrekenen met de positieve jaarsaldi van het volgende kalenderjaar (zie onderdeel 4.13).
### 4.12. Begin- en eindvoorraden
Bij de vaststelling van de winstmarge komen alleen de daadwerkelijk in dat tijdvak gedane inkopen voor aftrek in aanmerking. Met inkopen die vóór dat tijdvak hebben plaatsgevonden, mag de wederverkoper geen rekening houden. Anderzijds brengt de wederverkoper inkopen die betrekking hebben op goederen die pas ná het tijdvak worden verkocht, niet in mindering op de in het tijdvak gedane marge-verkopen. Dit betekent dat de marge-inkopen per tijdvak bepaald worden zonder rekening te houden met (mutaties in) begin- en eindvoorraden. Hetzelfde geldt voor de jaarglobalisatie.
### 4.13. Carry-forward
De wederverkoper kan negatieve winstmarges per belastingtijdvak verrekenen met positieve winstmarges over volgende tijdvakken binnen hetzelfde kalenderjaar (verrekening per tijdvak). Verder kan hij negatieve jaarsaldi verrekenen met positieve jaarsaldi over latere jaren (verrekening per jaar).
### 4.13.1. Verrekening per tijdvak
Aangezien het tijdvak niet het laatste tijdvak van het kalenderjaar is, kan de wederverkoper de negatieve bruto winstmarge van 735 verrekenen met de bruto winstmarge over het volgende tijdvak. Voor de verrekening per tijdvak is geen beschikking vereist.
### 4.13.2. Verrekening per jaar
Alleen negatieve jaarsaldi over het voorafgaande kalenderjaar komen voor verrekening in aanmerking. Dit houdt in dat geen verrekening plaatsvindt als over het voorafgaande kalenderjaar geen negatief jaarsaldo bij beschikking is vastgesteld. In die situatie vindt ook geen verrekening plaats van negatieve jaarsaldi over eerdere jaren, ongeacht of die jaarsaldi bij beschikking zijn vastgesteld. Het ontmoet overigens geen bezwaar dat de inspecteur een te laat ingediend verzoek om vaststelling van een negatief jaarsaldo ambtshalve beoordeelt. Het verzoek moet dan worden ingediend binnen vijf jaren na afloop van het kalenderjaar waarop het betrekking heeft.
### 4.14. Correctie bij toepassing normale btw-regels
Bij de berekening van de forfaitaire brutowinst moet hij uitgaan van de gegevens die betrekking hebben op de tariefgroep waartoe dat goed behoort. Deze gegevens kan de wederverkoper ontlenen aan de berekening die ten grondslag ligt aan de jaarglobalisatie over het voorafgaande kalenderjaar, respectievelijk de aangifte over het voorafgaande belastingtijdvak.
### 4.15. Intracommunautaire transacties
Als een Nederlandse wederverkoper margegoederen aankoopt in een andere lidstaat, vindt in Nederland geen intracommunautaire verwerving plaats ([artikel 1a, eerste lid, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=1a)). Op de doorlevering van deze margegoederen kan de wederverkoper de margeregeling toepassen. De wederverkoper die de globalisatieregeling toepast, rekent ook deze inkopen tot de marge-inkopen in het tijdvak van inkoop.
### 4.16. Intracommunautaire overbrenging
Voor deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde:
### 4.17. In- en uitvoer
De margeregeling is in beginsel niet van toepassing op ingevoerde margegoederen. De wederverkoper kan op deze goederen dus ook de globalisatieregeling niet toepassen. De wederverkoper mag de margeregeling wel toepassen op de verkoop van margegoederen die hij uitvoert uit de EU of die hij onder het stelsel van douane-entrepots brengt (artikel 98, eerste lid, onderdeel b, van het Communautair douanewetboek). De uitvoer is echter onderworpen aan het nultarief. Bij toepassing van de globalisatieregeling moet de wederverkoper daarom de marge-inkopen van het tijdvak van uitvoer verminderen met de inkoopprijs van het uitgevoerde goed ([artikel 4c, vijfde lid, van de uitvoeringsbeschikking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002634&artikel=4c)).
### 4.18. Toepassing [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=29)
Bij de jaarglobalisatie berekent de wederverkoper vervolgens de over het gehele jaar verschuldigde btw op basis van het totaal van de verminderde winstmarges. Voor het verschil tussen dat belastingbedrag en het bedrag dat hij op aangifte heeft voldaan, verleent de inspecteur op verzoek aan de wederverkoper teruggaaf. De inspecteur houdt bij het verlenen van teruggaaf rekening met de bedragen die al op basis van [artikel 29 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=29) zijn teruggegeven.
### 4.19. Stelselwijziging
De wederverkoper heeft in beginsel de keuze om over te gaan van de individuele regeling op de globalisatieregeling en omgekeerd (zie onderdelen 4.4 en 4.5). Deze stelselwijzigingen hebben geen gevolgen voor de toepassing van de globalisatieregeling in de periode waarin deze van toepassing is. Dit betekent dat de wederverkoper in beide gevallen bij de bepaling van de marge-inkopen over de tijdvakken waarin hij de globalisatieregeling toepast, geen rekening houdt met de voorraad op het tijdstip van de stelselwijziging.
### 4.20. Overdracht of overgang van een onderneming
Voor het recht om af te zien van globalisatie en de mogelijkheid om voor globalisatie te worden aangewezen, treedt de koper niet in de plaats van de verkoper ([artikel 8, tweede lid, van de uitvoeringsbeschikking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002634&artikel=8)). De koper is voor het toe te passen stelsel – individuele regeling of globalisatie – dan ook niet gebonden aan de keuze van de verkoper. Dit is in het bijzonder van belang als voor de verkoper de termijn, bedoeld in het derde en vierde lid van [artikel 4c van de uitvoeringsbeschikking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002634&artikel=4c), nog niet is verstreken. De koper hoeft daarmee geen rekening te houden. Hij kan het stelsel van zijn voorkeur toepassen met ingang van de datum waarop hij de onderneming overneemt. Hij moet dan de kennisgeving tot het afzien van de globalisatieregeling bij de inspecteur indienen vóór of binnen een redelijke termijn na de overname van de onderneming. Hetzelfde geldt voor het indienen van het verzoek om de globalisatieregeling toe te passen op niet-wettelijk aangewezen margegoederen. Drijft de koper al een onderneming waarin hij de globalisatiemethode toepast of heeft hij afgezien van die methode, dan is hij verplicht hetzelfde stelsel op de overgenomen onderneming toe te passen. Hetzelfde geldt ook voor de wederverkoper die zijn onderneming of een deel daarvan inbrengt in een vennootschap.
### 4.21. Fiscale eenheid
Bij toetreding tot een fiscale eenheid geldt het door de fiscale eenheid toegepaste stelsel met ingang van het tijdstip van toetreding ook voor het toetredende onderdeel. Bij uittreding uit een fiscale eenheid zijn de ex-deelnemers niet gebonden aan de keuze van de fiscale eenheid. Hetzelfde geldt bij beëindiging van de fiscale eenheid. De ex-deelnemers hebben een nieuw keuzerecht. Ze kunnen dit keuzerecht uitoefenen met ingang van de datum van uittreding of beëindiging. Ook hier geldt de voorwaarde dat de ex-deelnemers de kennisgeving of het verzoek aan de inspecteur indienen vóór of binnen een redelijke termijn na de uittreding of beëindiging. Zolang de ex-deelnemers van dat recht geen gebruik maken, moeten zij het wettelijk aangewezen stelsel toepassen. Ex-deelnemers die gebruik maken van het keuzerecht, zijn daar gedurende vijf jaar aan gebonden. Deze termijn begint te lopen op het tijdstip waarop de keuze voor de ex-deelnemer van kracht wordt.
### 4.22. Autodemontagebedrijven
Ik keur goed dat autodemontagebedrijven op zowel zelf gedemonteerde als op ingekochte gebruikte auto-onderdelen de globalisatieregeling toepassen, waarbij zij gebruik maken van een forfaitaire berekeningsmethode. Deze methode houdt in dat de wederverkoper de omzet op forfaitaire wijze splitst in een gedeelte dat onder de normale btw-regels valt en een gedeelte waarop de margeregeling van toepassing is (zie onderdeel 4.22.1). De winstmarge op de marge-omzet berekent hij eveneens op forfaitaire wijze (zie onderdeel 4.22.2).
### 4.22.1. Forfaitaire verdeling van de omzet
Van de inkopen heeft 60% betrekking op goederen die onder de normale btw-regels worden doorverkocht. Op basis van het forfait past de wederverkoper dus op 60% van de omzet (= 600) de normale btw-regels toe. Hij heeft echter voor 650 geleverd met toepassing van de normale btw-regels. Dat is meer dan de forfaitair bepaalde omzet van 600. De forfaitaire verdeling van de omzet blijft dus niet in stand. De omzet wordt voor 650 op de normale wijze in de belastingheffing betrokken; het restant (350) valt onder de margeregeling.
### 4.22.2. Forfaitaire winstmarge
Voor de toepassing van deze forfaitaire berekening stelt de wederverkoper de te belasten winstmarge (inclusief btw) vast op een percentage van de berekende marge-omzet. Dit percentage bepaalt hij op forfaitaire wijze door de totale omzet (inclusief btw) te verminderen met de totale inkopen (inclusief btw) en de uitkomst daarvan te delen door de totale omzet. Het percentage kan niet negatief zijn. In de bovenstaande voorbeelden is de winstmarge:
### 4.22.3. Berekening van de verschuldigde belasting
Alle leveringen zijn onderworpen aan het algemene btw-tarief. De in een aangiftetijdvak verschuldigde belasting berekent de wederverkoper door de btw-omzet te splitsen in belaste en verlegde omzet. Over het gedeelte van de belaste omzet is hij 21/121 aan btw verschuldigd. Over het gedeelte van de verlegde omzet is hij geen btw verschuldigd. De marge-omzet belast hij door de daaraan toe te rekenen winstmarge te vermenigvuldigen met 21/121 aan btw.
### 4.22.4. Jaarlijkse herrekening
De wederverkoper past de forfaitaire berekening toe bij elk aangiftetijdvak. Bij de aangifte over het eerste tijdvak van een kalenderjaar herrekent hij de over het voorafgaande kalenderjaar verschuldigde belasting op basis van de jaarcijfers. De hieruit voortvloeiende verschillen, die zowel positief als negatief kunnen zijn, verwerkt hij in rubriek 1a van de aangifte (leveringen/diensten belast met hoog tarief). Het bedrag van de herrekening moet blijken uit de administratie van de wederverkoper.
### 4.22.5. Samenloop autodemontageregeling en margeregeling
De margeomzet wordt niet beïnvloed door het arbeidsloon, de nieuwe onderdelen (inclusief btw) en de onderdelen die geboekt zijn onder de autodemontageregeling.
### 5.1. Inleiding
De regeling voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten is in de wet opgenomen in [artikel 28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28c). Deze bepaling is nader uitgewerkt in [artikel 4b van de uitvoeringsbeschikking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002634&artikel=4b).
### 5.2. Definitie van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten
Onder kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten verstaat de wetgever de bij ministeriële regeling aan te wijzen goederen ([artikel 2a, eerste lid, onderdeel m, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=2a)). De aangewezen goederen zijn opgesomd in [bijlage J van de uitvoeringsbeschikking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002634&bijlage=J) ([artikel 4, tweede lid, van de uitvoeringsbeschikking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002634&artikel=4)).
### 5.3. Margeregeling krachtens vergunning
Voor de aan de wederverkoper geleverde kunstvoorwerpen is niet vereist dat de wederverkoper een factuur met het verlaagde btw-tarief heeft gekregen van de kunstenaar, zijn rechtverkrijgende onder algemene titel of van een aftrekgerechtigde ondernemer. Voldoende is dat de levering voldoet aan de vereisten van de bij de [wet behorende Tabel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=I), post a-29. Zo kan de wederverkoper de margeregeling ook toepassen op kunstvoorwerpen die zijn geleverd door kunstenaars die van hun administratieve verplichtingen zijn ontheven ([artikel 25, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=25)). Als de leverancier geen btw in rekening heeft gebracht, zal de wederverkoper aan de hand van zijn administratie aannemelijk moeten maken dat de leverancier voldoet aan de vereisten van de tabelpost. De wederverkoper mag de margeregeling echter niet toepassen als hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zijn leverancier ten onrechte een factuur met het verlaagde tarief heeft uitgereikt. Bij twijfel hierover heeft de wederverkoper een onderzoeksplicht. Daar heeft de wederverkoper aan voldaan als blijkt of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij niet aan de juistheid van die factuur hoefde te twijfelen.
### 5.3.1. Kav-vergunning
De wederverkoper moet het verzoek voor de kav-vergunning schriftelijk bij de inspecteur indienen. Het verzoek moet alle in [artikel 28c, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28c) bedoelde leveringen omvatten. De vergunning gaat in op de datum van dagtekening van de beschikking van de inspecteur of een andere, in de beschikking opgenomen datum. Aan de vergunning kan de inspecteur terugwerkende kracht verlenen. De vergunning kan echter niet ingaan vóór de dag waarop het verzoek is ingediend. De vergunning geldt tot opzegging door de wederverkoper maar voor ten minste twee kalenderjaren.
### 5.3.2. Opzegging
Ook al is dat wettelijk niet voorgeschreven, het verdient aanbeveling dat de wederverkoper de kav-vergunning schriftelijk opzegt. De opzegging gaat in op de bij de opzegging aangegeven datum. Als de wederverkoper geen datum heeft vermeld, geldt de opzegging met ingang van het kalenderjaar volgend op dat van de opzegging. In beide gevallen geldt de voorwaarde dat na de ingangsdatum van de kav-vergunning twee kalenderjaren verstreken moeten zijn. Zo kan de wederverkoper een vergunning die is ingegaan op 1 april 2011 niet eerder opzeggen dan met ingang van 1 januari 2014. Na het ingaan van de opzegging moeten ook ten minste twee kalenderjaren verstrijken voordat de wederverkoper opnieuw om een kav-vergunning kan verzoeken.
### 5.4. Toepassing van de normale btw-regels
Een wederverkoper met een kav-vergunning heeft het recht bij de verkoop van de desbetreffende goederen af te zien van de margeregeling en de normale btw-regels toe te passen. Hij is dan btw verschuldigd over de gehele vergoeding. Op het tijdstip waarop hij de btw over de levering verschuldigd wordt, kan hij de voorbelasting op dat goed/die goederen alsnog in aftrek brengen (zie onderdeel 5.6.1).
### 5.5. Intracommunautaire transacties met kav-goederen
Als een (buitenlandse) kunstenaar een kunstvoorwerp levert aan een wederverkoper in Nederland, is op die levering het nultarief van toepassing. De wederverkoper is in Nederland over de intracommunautaire verwerving btw verschuldigd naar het verlaagde tarief (zie [artikel 17d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=17d) en [artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=9) en post a-29 van [Tabel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=I)).
### 5.6. Intracommunautaire overbrenging van kav-goederen
De (fictieve) intracommunautaire levering vanuit de andere lidstaat is belast naar het nultarief. De wederverkoper is over de (fictieve) intracommunautaire verwerving btw verschuldigd naar het algemene tarief (maar zie goedkeuring in onderdeel 5.6.1).
### 5.6.1. Intracommunautaire verwerving van kunstvoorwerpen
Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
### 5.7. Aftrek van voorbelasting
Ook niet aftrekbaar is de btw op de intracommunautaire verwerving van kunstvoorwerpen als de wederverkoper gebruik maakt van de goedkeuring om de margeregeling toe te passen (zie onderdeel 5.6.1).
### 5.7.1. Herziening bij toepassing van de normale btw-regels
De wederverkoper is de btw over de levering verschuldigd in mei 2013. In dat tijdvak ontstaat ook een recht op aftrek van de btw over de invoer. Per saldo moet de wederverkoper voor deze transactie op de aangifte over mei 2013 voldoen: 2.940 – 900 = 2.040.
### 5.7.2. Herziening bij ingaan en opzeggen van de kav-vergunning
Bij de opzegging van de kav-vergunning geldt het omgekeerde. De wederverkoper kan de onder a t/m c bedoelde btw alsnog aftrekken (bij letter c moet dan in plaats van ‘de opzegging’ worden gelezen ‘het ingaan’)
### 5.8. Globalisatie
Bij toepassing van de globalisatieregeling bestaat de winstmarge per tijdvak uit het verschil tussen de som van de vergoedingen en het totale bedrag dat de wederverkoper in dat tijdvak heeft voldaan of moet voldoen bij inkoop en invoer, inclusief de bij inkoop in rekening gebrachte en de bij invoer verschuldigde btw. Bij de invoer van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten stelt de wederverkoper de marge-inkoop van dat tijdvak vast op de douanewaarde van die goederen op het tijdstip van invoer ([artikel 19, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=19)).
### 6.1. Inleiding
Toepassing van de margeregeling houdt voor de wederverkoper in, dat hij enkele bijzondere administratieve verplichtingen heeft. Deze verplichtingen zien met name op de inrichting van de administratie, het uitreiken van inkoopverklaringen en de manier van factureren. De inrichtingseisen van de administratie zijn voor de wederverkoper die de globalisatieregeling toepast anders dan voor de wederverkoper die de individuele methode toepast.
### 6.2. Administratie
Ondernemers moeten hun administratie op een duidelijke en overzichtelijke wijze voeren, zodat zij in staat zijn de verschuldigde belasting over een bepaald tijdvak op eenvoudige wijze vast te stellen. Voor wederverkopers die de margeregeling toepassen geldt als bijzondere eis, dat zij de in- en verkopen van margegoederen afzonderlijk bijhouden ([artikel 31, vijfde lid, van de uitvoeringsbeschikking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002634&artikel=31)). Dit houdt overigens niet in dat zij twee volledig gescheiden administraties moeten voeren. Het is voldoende als de Belastingdienst de toepassing van de margeregeling op eenvoudige wijze kan controleren. De wederverkoper moet zijn administratie zo inrichten, dat de winstmarge per margegoed (individuele regeling) of per belastingtijdvak (globalisatie) op eenvoudige wijze is vast te stellen.
### 6.3. Inkoopverklaringen
Het uitreiken van een inkoopverklaring is geen voorwaarde voor toepassing van de margeregeling. De inkoopverklaring dient alleen om de bewijslast voor de wederverkoper te verlichten. Het niet uitreiken van een inkoopverklaring betekent niet dat de margeregeling niet van toepassing is. Hetzelfde geldt voor het niet ondertekenen van de inkoopverklaring door de leverancier en het niet bewaren van een dubbel van de inkoopverklaring. Aan het ontbreken van een inkoopverklaring kan echter wel het vermoeden worden ontleend dat het goed niet voor toepassing van de margeregeling in aanmerking komt. De wederverkoper zal dan aan de hand van boeken en (andere) bescheiden moeten aantonen dat hij het goed onder de margeregeling kan leveren. Ook zal uit die boeken en bescheiden moeten blijken voor welke prijs hij het goed verkregen heeft.
### 6.4. Facturering
Voor deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde:
### 7.1. Buitenlandse wederverkopers
Een buitenlandse wederverkoper kan in Nederland aan een Nederlandse wederverkoper margegoederen leveren met toepassing van de margeregeling (zie ook onderdeel 3.9). Hij is dan over zijn winstmarge belasting verschuldigd. Zonder nadere voorziening wordt deze belasting geheven van de afnemer op grond van de verleggingsregeling ([artikel 12, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=12)). Dit betekent dat de buitenlandse wederverkoper de afnemer op de hoogte moet stellen van zijn winstmarge. Vanuit commercieel oogpunt is dit over het algemeen onwenselijk. Daarbij komt dat de afnemer de te verleggen belasting niet kan vaststellen als de buitenlandse wederverkoper de globalisatieregeling toepast. De wederverkoper bepaalt de winstmarge dan immers niet per transactie maar per tijdvak. Om deze problemen te voorkomen, bepaalt de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629) dat de verleggingsregeling niet van toepassing is bij leveringen onder de margeregeling door een wederverkoper die niet in Nederland woont of is gevestigd en hier ook geen vaste inrichting heeft ([artikel 28g van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28g)). De buitenlandse wederverkoper moet de belasting over de winstmarge zelf op aangifte voldoen.
### 7.2. Nieuwe vervoermiddelen
De wederverkoper moet de belasting in de aankoopprijs aantonen. Hij kan dit doen met bescheiden als een originele factuur, een inkoopverklaring of een betalingsbewijs.
### 7.3.1. Koopovereenkomst
Als voorbeeld 1 maar nu verkoopt A het goed door voor 700. Hij boekt de schuld geheel af en betaalt de particulier 100 terug.
### 7.3.2. Huurkoopovereenkomst of overeenkomst uit financial lease
B wordt gecrediteerd voor de onbetaald gebleven termijnen (6.600).
### 7.4. Levering door verzekeringsmaatschappijen van teruggevonden goederen
Bij een schadeverzekeringsovereenkomst vergoedt een verzekeringsmaatschappij aan de verzekerde onder meer de schade die ontstaat door diefstal van eigendommen. Voorwaarde voor de uitkering is dat de verzekeringsmaatschappij de eigendom van het gestolen goed verkrijgt als dat wordt teruggevonden. De verzekeringsmaatschappij verricht bij doorverkoop van het teruggevonden goed een belaste levering. Als de goederen afkomstig zijn van een verzekerde die geen ondernemer is, kan de verzekeringsmaatschappij op de doorverkoop de margeregeling toepassen. Hetzelfde geldt als de verzekerde een ondernemer is die over de (terug)levering geen btw verschuldigd is. De verzekeringsmaatschappij stelt in die gevallen de winstmarge vast op het verschil tussen de vergoeding bij doorverkoop en de door haar gedane verzekeringsuitkering. De omstandigheid dat de verzekeringsmaatschappij de schade ‘inclusief btw’ vergoedt, vormt een aanwijzing voor het van toepassing zijn van de margeregeling.
### 7.5. Executoriale veilingverkoop
Als het geveilde goed afkomstig is van een ander dan een ondernemer, zal de veilinghouder een inkoopverklaring moeten opmaken en bewaren ([artikel 4a, eerste lid, van de uitvoeringsbeschikking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002634&artikel=4a)). De inkoopverklaring hoeft in dit geval niet de verklaring te bevatten van de leverancier dat hij voor dat goed geen belasting in aftrek heeft gebracht. Voldoende is dat de opdrachtgever van de executoriale verkoop de inkoopverklaring heeft ondertekend.
### 7.6.1. Levering van postzegels door PostNL
Koninklijke PostNL BV (PostNL) levert postzegels die in Nederland kunnen worden gebruikt voor het frankeren van poststukken. Deze leveringen zijn vrijgesteld van btw ([artikel 11, eerste lid, onderdeel m, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=11)). Als handelaar in verzamelvoorwerpen kan een wederverkoper die postzegels koopt van PostNL (rechtstreeks of via een postagentschap) op de wederverkoop van die zegels de margeregeling toepassen.
### 7.6.2. Levering van munten door de Staat en De Nederlandse Munt
De levering tegen de nominale waarde van Nederlandse circulatiemunten door de Staat aan de Koninklijke Nederlandse Munt (KNM) is niet aan heffing van btw onderworpen. Verzamelmunten zijn munten die weliswaar de hoedanigheid van wettig betaalmiddel bezitten, maar worden geslagen in verzamelkwaliteit (‘proof’ of ‘fleur de coin’). KNM verkrijgt de verzamelmunten van een niet-aftrekgerechtigde leverancier. Als handelaar in verzamelvoorwerpen kan KNM deze munten onder de margeregeling doorleveren.
### 7.6.3. Levering van postzegels, munten en bankbiljetten verkregen van aftrekgerechtigde leveranciers
Van deze goedkeuring is uitgesloten de aankoop van postzegels, munten en bankbiljetten door een wederverkoper in niet-EU-landen, die hij vervolgens in Nederland invoert. In die situatie kan de wederverkoper op grond van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629) een verzoek doen om toepassing van de margeregeling ([artikel 28c, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28c); de kav-vergunning).
### 7.6.4. Verwerving van in andere lidstaten geleverde postzegels, munten en bankbiljetten
Autoriteiten of diensten uit andere lidstaten verkopen ook postzegels, munten en bankbiljetten voor officieel gebruik. Lidstaten kunnen deze leveringen vrijstellen van de heffing van btw. In de onderdelen 7.6.4.1 en 7.6.4.2 wordt ingegaan op de vrijgestelde respectievelijk belaste leveringen van postzegels, munten en bankbiljetten in andere lidstaten, gevolgd door de verwerving van die goederen in Nederland.
### 7.6.4.1. Verwerving van in andere lidstaten vrijgesteld geleverde postzegels, munten en bankbiljetten
Ik keur onder voorwaarde goed dat de intracommunautaire verwerving door wederverkopers van postzegels, munten en bankbiljetten buiten de heffing van btw blijft.
### 7.6.4.2. Verwerving van in andere lidstaten belast geleverde postzegels, munten en bankbiljetten
Voor deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde:
### 7.7. Bemiddeling door galeriehouders
Van bemiddeling door een galeriehouder is sprake als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
### 7.8. Groeibriljanten
Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
### 7.9. Verkoop van toegangsbewijzen door ticketbureau’s
Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
### 8. Ingetrokken regeling(en)
De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
### 9. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van [datum], nr. 2019-25271, (Stcrt. [nummer]). De wijziging betrof de onderdelen 3.5., 3.5.3., 5.3., 6.3. en 7.7. De wijziging hield verband met de wijziging van [28b, tweede lid, onderdeel c van de Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28b) vanwege het in werking treden van een nieuwe regeling voor kleine ondernemers met ingang van 1 januari 20201Wet modernisering kleineondernemersregeling, Stb. 2018 511.
### 2. Juridisch kader
De bepalingen in de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629) vinden hun basis in hoofdstuk 4 van Titel XII van de btw-richtlijn.
### 3.2. Voorwaarden voor toepassing van de margeregeling
### 3.3. Wederverkoper
### 3.4. Gebruikte goederen
### 3.5. Levering aan de wederverkoper
### 3.5.3. Vrijgestelde kleine ondernemers ([artikel 28b, tweede lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=28b))
### 3.5.7. Goedkeuring voor forfaitair belaste landbouwers en veehandelaren
### 3.6.2. Inkoopprijs
### 3.6.3. Tijdvak van aangifte
### 3.8. Toepassing van de normale btw-regels
### 3.10. Intracommunautaire overbrenging
### 3.12. Toepassing [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=29)
### 3.14. Demontage
### 3.15. Samenvoeging van goederen
### 3.17. Splitsing van partijen
Bij de vorming van en toetreding tot een fiscale eenheid treedt de fiscale eenheid voor de heffing van btw in de plaats van de deelnemers ([artikel 7, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=7)). De fiscale eenheid kan als wederverkoper de margegoederen van de deelnemers verkopen met toepassing van de margeregeling. Bij het bepalen van de winstmarge moet de fiscale eenheid de inkoopprijs stellen op de inkoopprijs die door de deelnemers is voldaan. Leveringen en diensten tussen de deelnemers van de fiscale eenheid blijven buiten de heffing van btw.
### 4.5. Individueel aangewezen wederverkopers
### 4.11. Jaarglobalisatie
### 4.13.1. Verrekening per tijdvak
### 4.13.2. Verrekening per jaar
### 4.14. Correctie bij toepassing normale btw-regels
### 4.16. Intracommunautaire overbrenging
### 4.18. Toepassing [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=29)
### 4.21. Fiscale eenheid
### 4.22. Autodemontagebedrijven
### 4.22.1. Forfaitaire verdeling van de omzet
### 4.22.5. Samenloop autodemontageregeling en margeregeling
Verkoop margeauto voor 20.000. Inkoop van de auto 15.000. De reparatie is gesplitst in 1.000 aan onderdelen waarvan de inkoop is geboekt onder de autodemontageregeling, 1.000 aan speciaal ingekochte margeonderdelen en 2.000 aan btw-onderdelen (inclusief btw). De resterende 1.000 is arbeidsloon.
### 5. Regeling voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten
### 5.5. Intracommunautaire transacties met kav-goederen
### 5.6. Intracommunautaire overbrenging van kav-goederen
### 5.6.1. Intracommunautaire verwerving van kunstvoorwerpen
### 5.7.1. Herziening bij toepassing van de normale btw-regels
### 5.7.2. Herziening bij ingaan en opzeggen van de kav-vergunning
Kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten zijn goederen waarop de globalisatieregeling van toepassing is ([artikel 4c, eerste lid, onderdeel a, onder 9, van de uitvoeringsbeschikking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002634&artikel=4c)). Een wederverkoper met een kav-vergunning moet dus in beginsel de globalisatieregeling toepassen. Hij kan de inspecteur echter melden dat hij gebruik wil maken van de individuele regeling ([artikel 4c, derde lid, van de uitvoeringsbeschikking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002634&artikel=4c)).
### 6.3. Inkoopverklaringen
### 6.4. Facturering
Ik keur onder voorwaarde goed dat een veiling de margeregeling toepast als zij facturen uitreikt en daarop vermeldt dat de prijzen ‘inclusief btw’ of ‘inclusief omzetbelasting’ zijn.
### 7.2. Nieuwe vervoermiddelen
Toepassing van de margeregeling bij intracommunautaire levering van deze vervoermiddelen, zou inhouden dat belasting geheven wordt volgens het oorspronglandbeginsel. Dat is in strijd met de bedoeling van de richtlijngever. Nieuwe maar beperkt gebruikte vervoermiddelen die intracommunautair geleverd worden, worden om die reden dan ook niet aangemerkt als gebruikt goed (artikel 2a, eerste lid, onderdeel l, van de wet). De belasting wordt daardoor geheven volgens het bestemmingslandbeginsel. De Nederlandse wederverkoper verricht dus een (intracommunautaire) levering tegen het nultarief, terwijl de afnemer een belaste intracommunautaire verwerving verricht. Om cumulatie van belasting bij deze leveringen te voorkomen, heeft de wetgever een bijzondere regeling getroffen ([artikel 15, eerste lid, onderdeel d, onder 2, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=15)). De wederverkoper kan de belasting in de aankoopprijs van dat vervoermiddel in aftrek brengen. Niet van belang is dat deze belasting niet op de voorgeschreven wijze is gefactureerd. Het aftrekrecht ontstaat op het tijdstip waarop de wederverkoper het vervoermiddel intracommunautair levert. De belasting is het laagste van de volgende twee bedragen:
### 7.3. Levering van door de leverancier teruggenomen goederen
### 7.3.1. Koopovereenkomst
### 7.3.2. Huurkoopovereenkomst of overeenkomst uit financial lease
### 7.5. Executoriale veilingverkoop
De veilinghouder die gebruik maakt van deze goedkeuring, mag eventueel nagefactureerde btw niet in aftrek brengen. Daarnaast moet hij voldoen aan alle verplichtingen die zijn verbonden aan toepassing van de margeregeling. Dit houdt onder andere in dat hij bij de verkoop geen factuur mag uitreiken waarop hij afzonderlijk btw in rekening brengt.
### 7.6.3. Levering van postzegels, munten en bankbiljetten verkregen van aftrekgerechtigde leveranciers
### 7.6.4.1. Verwerving van in andere lidstaten vrijgesteld geleverde postzegels, munten en bankbiljetten
### 7.6.4.2. Verwerving van in andere lidstaten belast geleverde postzegels, munten en bankbiljetten
### 7.8. Groeibriljanten
### 7.9. Verkoop van toegangsbewijzen door ticketbureau’s
### 9. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.
### 3.2. Voorwaarden voor toepassing van de margeregeling
### 3.3. Wederverkoper
### 3.5.6. Belang van een juiste factuur
### 3.6.2. Inkoopprijs
### 3.6.3. Tijdvak van aangifte
### 3.7. Verschuldigde belasting
### 3.8. Toepassing van de normale btw-regels
### 3.11. In- en uitvoer
### 3.12. Toepassing [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=29)
### 3.13. Herstel of restauratie
### 3.15. Samenvoeging van goederen
### 3.16. Vervaardiging
### 3.17. Splitsing van partijen
### 3.18. Overdracht of overgang van een onderneming
### 4.1. Inleiding
### 4.4. Afzien van globalisatie
### 4.5. Individueel aangewezen wederverkopers
### 4.6. Marge-inkopen en margeverkopen
### 4.8. Demontage
### 4.10. Verschuldigde belasting
### 4.13. Carry-forward
### 4.13.1. Verrekening per tijdvak
### 4.14. Correctie bij toepassing normale btw-regels
### 4.17. In- en uitvoer
### 4.18. Toepassing [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=29)
### 4.19. Stelselwijziging
### 4.21. Fiscale eenheid
### 4.22.1. Forfaitaire verdeling van de omzet
### 4.22.4. Jaarlijkse herrekening
### 5.2. Definitie van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten
### 5.3.2. Opzegging
### 5.5. Intracommunautaire transacties met kav-goederen
### 5.6.1. Maatstaf van heffing bij wederverkoop kunstvoorwerpen na intracommunautaire verwerving
### 5.7.1. Herziening bij toepassing van de normale btw-regels
### 5.8. Globalisatie
### 6.4. Facturering
### 7.1. Buitenlandse wederverkopers
### 7.3.1. Koopovereenkomst
### 7.3.2. Huurkoopovereenkomst of overeenkomst uit financial lease
### 7.4. Levering door verzekeringsmaatschappijen van teruggevonden goederen
### 7.5. Executoriale veilingverkoop
### 7.6.1. Levering van postzegels door PostNL
### 7.6.4.1. Verwerving van in andere lidstaten vrijgesteld geleverde postzegels, munten en bankbiljetten
### 7.7. Bemiddeling door galeriehouders
### 8. Ingetrokken regeling(en)
### 9. Inwerkingtreding
Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.
2014-07-26
Omzetbelasting, margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, kun
original version
Tekst op deze datum