Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 23 december 2015, houdende identificatie- en rapportagevoorschriften voor rapporterende financiële instellingen met het oog op de automatische uitwisseling van inlichtingen op basis van de Common Reporting Standard (Uitvoeringsbesluit identificatie- en rapportagevoorschriften Common Reporting Standard)

3 versions · 2025-12-12
2025-12-12
Uitvoeringsbesluit identificatie- en rapportagevoorschriften Common Rep
2018-01-01
Uitvoeringsbesluit identificatie- en rapportagevoorschriften Common Rep

Wijzigingen op 2018-01-01

@@ -86,7 +86,7 @@
##### Artikel 6. Bestaande entiteitsrekening
1. Een rapporterende financiële instelling volgt met betrekking tot bestaande entiteitsrekeningen de procedures die zijn opgenomen in bijlage I, sectie V, onderdeel D, van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU om vast te stellen of sprake is van te rapporteren rekeningen. Indien een rapporterende financiële instelling bij de toepassing van de procedure, bedoeld in bijlage I, sectie V, onderdeel D, onder 2, onderdeel a, van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU, de status van de rekeninghouder als actieve NFE, passieve NFE of financiële instelling niet kan vaststellen, merkt deze de rekeninghouder aan als passieve NFE. Indien een rapporterende financiële instelling bij de toepassing van de procedure, bedoeld in bijlage I, sectie V, onderdeel D, onder 2, onderdeel c, onder ii, van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU, geen eigen verklaring van de rekeninghouder of de uiteindelijk belanghebbende verkrijgt, past deze de procedure, bedoeld in bijlage I, sectie III, onderdeel B, onder 2, van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU, toe om vast te stellen of de uiteindelijk belanghebbende een te rapporteren persoon is.
1. Een rapporterende financiële instelling volgt met betrekking tot bestaande entiteitsrekeningen de procedures die zijn opgenomen in bijlage I, sectie V, onderdeel D, van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU om, met inachtneming van bijlage I, sectie VII, onderdeel C, onder 2, van die richtlijn, vast te stellen of sprake is van te rapporteren rekeningen. Indien een rapporterende financiële instelling bij de toepassing van de procedure, bedoeld in bijlage I, sectie V, onderdeel D, onder 2, onderdeel a, van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU, de status van de rekeninghouder als actieve NFE, passieve NFE of financiële instelling niet kan vaststellen, merkt deze de rekeninghouder aan als passieve NFE. Indien een rapporterende financiële instelling bij de toepassing van de procedure, bedoeld in bijlage I, sectie V, onderdeel D, onder 2, onderdeel c, onder ii, van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU, geen eigen verklaring van de rekeninghouder of de uiteindelijk belanghebbende verkrijgt, past deze de procedure, bedoeld in bijlage I, sectie III, onderdeel B, onder 2, van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU, toe om vast te stellen of de uiteindelijk belanghebbende een te rapporteren persoon is.
2. Een rapporterende financiële instelling kan er, in afwijking van het eerste lid, voor kiezen om, hetzij voor alle bestaande entiteitsrekeningen tezamen hetzij voor elke duidelijk omschreven groep van bestaande entiteitsrekeningen afzonderlijk, de procedures, bedoeld in het eerste lid, niet toe te passen op bestaande entiteitsrekeningen met een, met inachtneming van bijlage I, sectie VII, onderdeel C, onder 2, van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU, totaal saldo of een totale waarde op 31 december 2015 van niet meer dan een in euro’s uitgedrukt bedrag dat overeenstemt met USD 250.000. Indien het totale saldo of de totale waarde van een bestaande entiteitsrekening waarop de procedures, bedoeld in het eerste lid, op basis van de eerste volzin niet zijn toegepast, op 31 december van een volgend kalenderjaar, met inachtneming van bijlage I, sectie VII, onderdeel C, onder 2, van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU, hoger is dan een in euro’s uitgedrukt bedrag dat overeenstemt met USD 250.000, volgt een rapporterende financiële instelling uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin het totale saldo of de totale waarde van die rekening hoger is dan een in euro’s uitgedrukt bedrag dat overeenstemt met USD 250.000, met betrekking tot die rekening de procedures, bedoeld in het eerste lid, om vast te stellen of sprake is van een te rapporteren rekening.
@@ -122,7 +122,7 @@
4. Een rapporterende financiële instelling mag de procedures voor het vaststellen of sprake is van een te rapporteren rekening voor nieuwe rekeningen toepassen op bestaande rekeningen en de procedures voor het vaststellen of sprake is van een te rapporteren rekening voor hogewaarderekeningen toepassen op lagewaarderekeningen. Indien van de mogelijkheid gebruik wordt gemaakt om de procedures voor het vaststellen of sprake is van een te rapporteren rekening voor nieuwe rekeningen op bestaande rekeningen toe te passen, blijven de voor het overige voor bestaande rekeningen geldende regels van toepassing.
5. Een rapporterende financiële instelling legt vast welke stappen zij heeft gezet en op welke bewijsmiddelen zij heeft vertrouwd bij de uitvoering van de identificatie- en rapportagevoorschriften die voortvloeien uit de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954) en dit besluit en bewaart deze bewijsmiddelen.
5. Een rapporterende financiële instelling legt vast welke stappen zij heeft gezet en op welke bewijsmiddelen zij heeft vertrouwd bij de uitvoering van de identificatie- en rapportagevoorschriften die voortvloeien uit de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954) en dit besluit en bewaart die bewijsmiddelen. Onze Minister verkrijgt met het oog op de door Onze Minister te verstrekken informatie, bedoeld in de [artikelen 10b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&artikel=10b) en [10c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&artikel=10c), aan rechtsgebieden ten aanzien waarvan het land Nederland een verplichting heeft om die informatie te verstrekken desgevraagd binnen een door hem te stellen termijn en op een door hem te bepalen wijze inzage in die stappen en bewijsmiddelen.
##### Artikel 10. Wijze en tijdstip van gegevensverstrekking
@@ -132,7 +132,7 @@
##### Artikel 11. Aanwijzing rechtsgebieden ten behoeve van eerste identificatie
Een rapporterende financiële instelling stelt bij toepassing van de procedures, bedoeld in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037469&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2016-01-01&g=2016-01-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037469&hoofdstuk=2&artikel=6&z=2016-01-01&g=2016-01-01), ook vast of een rekeninghouder van een bestaande rekening of een uiteindelijk belanghebbende van een passieve NFE met een bestaande rekening fiscaal inwoner is van een of meer van de bij ministeriële regeling aan te wijzen rechtsgebieden.
Een rapporterende financiële instelling stelt bij toepassing van de procedures, bedoeld in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037469&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2018-01-01&g=2018-01-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037469&hoofdstuk=2&artikel=6&z=2018-01-01&g=2018-01-01), ook vast of een rekeninghouder van een bestaande rekening of een uiteindelijk belanghebbende van een passieve NFE met een bestaande rekening fiscaal inwoner is van een of meer van de bij ministeriële regeling aan te wijzen rechtsgebieden.
##### Artikel 12. Tijdstip eerste identificatie
2016-01-01
Uitvoeringsbesluit identificatie- en rapportagevoorschriften Common
original version Tekst op deze datum