Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 23 juni 2017, nr. 1214771 tot intrekking van toezichtkaders onder vaststelling van beleidsregels houdende Onderzoekskaders 2017
3.1. De gemeente heeft geregeld dat de GGD de basiskwaliteit van de voorscholen beoordeelt.
3.2. Er is een gemeentelijk vve-subsidiekader
Bijlage 5. Waarderingskader voorschoolse educatie
Ontwikkelingsproces (OP)
Ontwikkelingsresultaten (OR)
Kwaliteitszorg en ambitie (KA)
Bijlage 6. Waarderingskader primair onderwijs in Caribisch Nederland
Onderwijsproces (OP)
Schoolklimaat (SK)
Onderwijsresultaten (OR)
Kwaliteitszorg en ambitie (KA)
Basiskwaliteit
Bijlage II. Onderzoekskader 2017 voor het toezicht op (voortgezet) speciaal onderwijs
1. Inleiding
1.2. Deugdelijkheidseisen en eigen aspecten van kwaliteit
2. Beter onderwijs, goed bestuur, passend toezicht
2.1. Uitgangspunten van het toezicht en rol van de toezichthouder
2.2. Hoofdlijnen van het toezicht
2.2.3. Eenduidig toezicht en toezicht op maat
2.2.4. Aansluiten bij verantwoordelijkheid bestuur
3.1. Wettelijke taken (v)so
3.2. Opbouw van het waarderingskader
3.3. Kwaliteitsgebieden en standaarden
3.3.1. Kwaliteitsgebied Onderwijsproces
Onderwijsproces (OP)
3.3.2. Kwaliteitsgebied Schoolklimaat
Schoolklimaat (SK)
3.3.3. Kwaliteitsgebied Onderwijsresultaten
3.3.4. Kwaliteitsgebied Kwaliteitszorg en ambitie
Kwaliteitszorg en ambitie (KA)
3.3.5. Kwaliteitsgebied Financieel beheer
3.4. Overige wettelijke vereisten
Het waarderingskader omvat niet alle deugdelijkheidseisen zoals die in de sectorwet(ten) en andere onderwijswetten zijn opgenomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Verklaring omtrent het gedrag (VOG) en de vrijwillige ouderbijdrage. De deugdelijkheidseisen die niet aan een standaard in het waarderingskader zijn verbonden, vatten we samen onder de noemer ‘overige wettelijke vereisten’.
4. Normering en oordeelsvorming
4.1. Oordeelsvorming op drie niveaus
We beoordelen de kwaliteit van het onderwijs, de kwaliteitszorg en het financieel beheer primair op het niveau van de standaard. In paragraaf 4.2 beschrijven we de normering op basis van de deugdelijkheidseisen en in paragraaf 4.3 beschrijven we de richtlijn voor de waardering van de eigen aspecten van kwaliteit.
4.7. Oordeelsvorming
4.7.2. Waarderen eigen aspecten van kwaliteit
4.7.3. Omgevingsfactoren
4.7.4. Expertoordeel
5. Werkwijze toezicht op besturen en scholen
5.2. Onderdelen vierjaarlijks onderzoek
5.2.2. Verificatieonderzoek
5.4. Stroomschrema toezichtcyclus
7. Vierjaarlijks onderzoek bestuur en scholen
7.2. Voorbereiding
7.2.2. Startgesprek met het bestuur
7.2.3. Onderzoeksplan
7.4. Afronding
7.4.2. Feedbackgesprek
7.5. Doorlooptijden
8.1.1. Bestuursprofiel
8.1.3. Ontwikkeling kwaliteitszorg en onderwijskwaliteit
8.2. Rapport kwaliteitsonderzoek gericht op risico’s
8.5. De staat van het onderwijs
8.6. Kennis delen
9.1.2. Monitoren van herstel en verbetering
9.2. Onvoldoende: opdracht tot herstel
9.3.3. Escalatieteam ministerie en inspectie
9.4. Toezichtplan bij zeer zwak onderwijs
10. Stelseltoezicht
10.1. Versterking relatie toezicht op instellingen en stelseltoezicht
10.2. Stelselmonitoring
Als voorbeeld noemen we Didactisch handelen. We willen de kwaliteit op deze standaard in alle sectoren onderzoeken. Dit komt dan aan de orde in alle vierjaarlijkse onderzoeken. Er wordt een representatief beeld opgesteld per sector. Zo geldt dit ook voor sectorspecifieke thema’s, zoals de kwaliteit van de beroepspraktijkvorming in het mbo of de samenwerking van besturen in po, vo en (v)so in het kader van passend onderwijs.
11.2. Waarderingskader swv passend onderwijs
Onderwijsresultaten (OR)
Kwaliteitszorg en ambitie (KA)
Financieel beheer (FB)
11.3. Normering samenwerkingsverbanden
Bijlage III. Onderzoekskader 2017 voor het toezicht op het voortgezet onderwijs
1.1. Wettelijk kader toezicht op voortgezet onderwijs
1.2. Deugdelijkheidseisen en eigen aspecten van kwaliteit
1.3. Object van toezicht en object van onderzoek
1.4. Werking en evaluatie
1.5. Opbouw en leeswijzer
2. Beter onderwijs, goed bestuur, passend toezicht
2.1. Uitgangspunten van het toezicht en rol van de toezichthouder
2.2.1. Waarborg: basiskwaliteit
2.2.2. Stimuleren tot beter: eigen aspecten van kwaliteit
2.2.3. Eenduidig toezicht en toezicht op maat
2.2.4. Aansluiten bij verantwoordelijkheid bestuur
3. Het waarderingskader
3.1. Wettelijke taken voortgezet onderwijs
3.2. Opbouw van het waarderingskader
3.3. Kwaliteitsgebieden en Standaarden
3.3.1. Kwaliteitsgebied Onderwijsproces
Onderwijsproces (OP)
3.3.2. Kwaliteitsgebied Schoolklimaat
Schoolklimaat (SK)
3.3.3. Kwaliteitsgebied Onderwijsresultaten
Onderwijsresultaten (OR)
3.3.4. Kwaliteitsgebied Kwaliteitszorg en Ambitie
Kwaliteitszorg en Ambitie (KA)
3.3.5. Kwaliteitsgebied Financieel beheer
Financieel beheer (FB)
3.4. Overige wettelijke vereisten
4. Normering en Oordeelsvorming
4.1. Oordeelsvorming op drie niveaus
4.2. Normering standaarden
4.3. Waardering eigen aspecten van kwaliteit
4.4. Normering kwaliteitsgebieden
4.5. Normering schoolniveau
4.5.1. Wettelijke norm zeer zwak onderwijs
4.6. Normering bestuursniveau
4.7. Oordeelsvorming
4.7.1. Beoordelen naleving deugdelijkheidseisen
4.7.2. Waarderen eigen aspecten van kwaliteit
4.7.3. Omgevingsfactoren
4.7.4. Expertoordeel
5. Werkwijze toezicht op besturen en scholen
5.1. Jaarlijkse prestatieanalyse en vierjaarlijks onderzoek
5.2. Onderdelen vierjaarlijks onderzoek
5.2.1. Onderzoek naar de kwaliteitszorg en het financieel beheer van het bestuur
5.2.2. Verificatieonderzoek
5.2.3. Kwaliteitsonderzoek bij risico’s
5.2.4. Onderzoek op verzoek bij goede scholen
5.3. Specifiek onderzoek
5.4. Stroomschema toezichtcyclus
6. Monitor bestuur en scholen
6.1. Jaarlijkse prestatieanalyse
6.2. Expertanalyse risico’s
6.3. Bestuursgesprek
6.4. Kwaliteitsonderzoek bij risico’s
7. Vierjaarlijks onderzoek bestuur en scholen
7.1. Doel en onderzoeksvragen
7.2. Voorbereiding
7.2.2. Startgesprek met het bestuur
7.2.3. Onderzoeksplan
7.2.4. Presentatie door scholen
7.3.1. Onderzoek op schoolniveau
7.4.1. Rapport
7.5. Doorlooptijden
8. Rapporteren en communiceren
8.1. Rapport vierjaarlijks onderzoek
8.1.1. Bestuursprofiel
8.1.2. Kwaliteitsprofiel scholen
8.1.4. Afspraken vervolgtoezicht
8.2. Rapport kwaliteitsonderzoek gericht op risico’s
8.3. Openbaarmaking, zienswijze en bezwaar
8.4. Publieksinformatie via de website
8.5. De Staat van het Onderwijs
8.6. Kennis delen
9. Herstel en verbetering
9.1. Vervolgtoezicht na het vierjaarlijks onderzoek
9.1.1. Oordeel kwaliteitszorg bestuur is leidend
9.1.2. Monitoren van herstel en verbetering
9.2. Onvoldoende: opdracht tot herstel
9.2.1. Herstelopdracht en herstelonderzoek
9.2.2. Herstel financieel beheer
9.3. Escalatie bij voortduren niet-naleving
9.3.1. Opschorten of inhouden van de bekostiging
9.3.2. Onderzoek bestuurlijk handelen
9.3.3. Escalatieteam ministerie en inspectie
9.3.4. Overige sancties
9.5. Verbeteren boven de basiskwaliteit
10. Stelseltoezicht
10.1. Versterking toezicht op instellingen en stelseltoezicht
10.2. Stelselmonitoring
10.3. Themakeuze en werkwijze
11. Specifieke toepassingen van het onderzoekskader
11.1. Toezicht op praktijkonderwijs
11.1.1. Aanpassing waarderingskader
11.2. Toezicht op eerste opvang anderstaligen
11.2.1. Aanpassing waarderingskader
11.3. Toezicht particuliere zelfstandige exameninstellingen
11.3.1. Aanpassing waarderingskader
11.3.2. Werkwijze
11.4. Toezicht op samenwerkingsverbanden passend onderwijs
11.4.1. Toezicht op orthopedagogisch-didactische centra
11.5. Onderwijs in Caribisch Nederland
11.5.1. Aanpassing waarderingskader
11.5.2. Werkwijze
Bijlage 1. Waarderingskader praktijkonderwijs
Onderwijsproces (OP)
Onderwijsresultaten (OR)
Bijlage 2. Waarderingskader Onderwijs eerste opvang anderstaligen
Bijlage 3. Waarderingskader Particuliere zelfstandige exameninstellingen
Basiskwaliteit
Het bestuur verwerft en besteedt de bekostiging conform wet- en regelgeving.
Schoolklimaat (SK)
Onderwijsresultaten (OR)
Toelichting wettelijke eisen
Bijlage IV. Onderzoekskader 2017 voor het toezicht op het middelbaar beroepsonderwijs
1. Inleiding
1.1. Wettelijk kader middelbaar beroepsonderwijs
1.2. Deugdelijkheidseisen en eigen aspecten van kwaliteit
1.4. Werking en evaluatie
2. Beter onderwijs, goed bestuur, passend toezicht
2.1. Uitgangspunten van het toezicht en rol van de toezichthouder
2.2. Hoofdlijnen van het toezicht
2.2.1. Waarborg: basiskwaliteit
2.2.2. Stimuleren tot beter: eigen aspecten van kwaliteit
2.2.3. Eenduidig toezicht en toezicht op maat
2.2.4. Aansluiten bij verantwoordelijkheid bestuur
2.3.1. Versterking examinering
2.3.2. Samenwerking beroepsonderwijs en bedrijfsleven
3. Het waarderingskader
3.1. Wettelijke taken mbo
3.2. Opbouw van het waarderingskader
3.3. Kwaliteitsgebieden en standaarden
Kwaliteitsgebied Onderwijsproces
Onderwijsproces (OP)
Kwaliteitsgebied Examinering en diplomering
Examinering en diplomering (ED)
Kwaliteitsgebied Schoolklimaat
Schoolklimaat (SK)
Kwaliteitszorg en ambitie (KA)
Financieel beheer (FB)
Basiskwaliteit
4. Normering en Oordeelsvorming
4.4. Normering opleiding
4.5. Normering bestuursniveau
4.6. Beoordeling kwaliteitsgebied Examinering en diplomering
4.7.3. Omgevingsfactoren
4.7.4. Expertoordeel
5.2.3. Kwaliteitsonderzoek bij risico’s
5.3. Specifiek onderzoek
5.4. Stroomschema toezichtcyclus
Als de expertanalyse nog onvoldoende uitsluitsel biedt over de vraag of de geconstateerde risico’s tot kwaliteitsproblemen en/of financiële problemen leiden, dan nodigen we het bestuur uit voor een gesprek. In dit gesprek bespreken we de risico’s bij specifieke opleidingen, gaan we na of het bestuur zelf zicht heeft op de risico’s en tekortkomingen bij de betreffende opleidingen en maken we een inschatting van de mate waarin het bestuur in staat is de kwaliteitsproblemen zelf aan te pakken. Bij financiële risico’s vragen we het bevoegd gezag zo mogelijk een eigen risicoanalyse te maken en daarop aansluitend een plan van aanpak op te stellen.
6.4. Kwaliteitsonderzoek bij risico’s
7.1. Doel en onderzoeksvragen
7.2. Voorbereiding97Als de instelling deelneemt in een samenwerkingscollege kunnen we ook (de opleidingen van) het samenwerkingscollege in de voorbereiding betrekken (zie paragraaf 11.7).
7.2.2. Startgesprek met het bestuur
7.2.3. Onderzoeksplan
7.3. Uitvoering99Als de instelling deelneemt in een samenwerkingscollege kunnen we ook onderzoek doen op het niveau van het samenwerkingscollege (zie paragraaf 11.7).
7.3.1. Onderzoek op opleidingsniveau
Doel: Oordeelsvorming over de centrale vraag en deelvragen uit het onderzoeksplan op opleidingsniveau.
Resultaat: Een voorlopig oordeel over de stand van de kwaliteitszorg en het financieel beheer.
7.4.1. Rapport
We willen dat onze oordelen en waarderingen zodanig betekenis hebben voor de opleiding en het bestuur dat deze niet alleen worden (h)erkend, maar ook aanzetten tot verbetering. Op basis van het conceptrapport geven we de opleiding en het bestuur feedback over onze bevindingen.
7.4.3. Eindgesprek met het bestuur
8.1. Rapport vierjaarlijks onderzoek
Het rapport van het vierjaarlijks onderzoek is gericht aan het bestuur en geeft een totaalbeeld van de bevindingen op bestuursniveau en de opleidingen waar een verificatieonderzoek, een kwaliteitsonderzoek of een onderzoek naar goede opleidingen is uitgevoerd. In het rapport maken we onderscheid in enerzijds de beoordeling van de naleving van de deugdelijkheidseisen (voldoet het bestuur en zijn opleidingen aan de basiskwaliteit) en anderzijds onze bevindingen over de eigen doelen en ambities van het bestuur en de opleidingen. Door dit in één rapport op te nemen geven we een integraal beeld van de kwaliteit van het bestuur en de onderzochte opleidingen.
8.1.4. Afspraken vervolgtoezicht
8.4. Publieksinformatie via de website
Met De Staat van het Onderwijs richten we ons niet tot het individuele bestuur, maar – namens de Minister – tot de samenleving. Voor besturen en opleidingen biedt De Staat van het Onderwijs echter ook relevante informatie, met name als het gaat om het toetsen van de eigen prestaties aan het landelijk beeld van de prestaties van besturen en opleidingen.
8.6. Kennis delen
Als opleidingen of besturen vragen hebben over de wijze waarop zij aan de deugdelijkheidseisen kunnen voldoen, dan geven wij informatie. Ook verwijzen we naar opleidingen en besturen waar we voorbeelden hebben aangetroffen van goede praktijken.
1. Kwaliteitszorg op orde en geen tekortkomingen: vertrouwen
Als de kwaliteitszorg en het financieel beheer op orde zijn en we tekortkomingen hebben geconstateerd op het niveau van de opleidingen, formuleren we herstelopdrachten en maken we afspraken met het bestuur over wat het bestuur zelf (her)onderzoekt en wat het aandeel van de inspectie is. Bij eventuele risico’s die het bestuur zelf onderzoekt, maken we afspraken over hoe het bestuur zich verantwoordt over de uitkomsten daarvan en de maatregelen die daaruit kunnen voortvloeien.
9.2. Onvoldoende: opdracht tot herstel
9.2.1. Herstelopdracht en herstelonderzoek
9.2.3. Herstel financieel beheer
9.3.4. Overige sancties
10.2. Stelselmonitoring
11.1.1. Aanpassing waarderingskader
11.2. Voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo)
11.2.1. Aanpassing waarderingskader
11.2.2. Werkwijze
11.3. Overige educatie
11.3.2. Werkwijze
11.4. Onderwijs in Caribisch Nederland
11.4.1. Aanpassing waarderingskader
11.4.2. Werkwijze
11.5. Exameninstellingen
11.5.1. Aanpassing waarderingskader
11.5.2. Werkwijze
11.6. Agrarische opleidingscentra
11.7. Samenwerkingscolleges
Bijlage 1. Normering en beoordeling onderwijsresultaten
1. Standaard Studiesucces in bekostigd onderwijs
2. Standaard Vervolgsucces in bekostigd onderwijs
3. Entreeopleidingen
4. Studiesucces: oordeelsvorming en werkwijze
5. Beschrijving resultaten niet-genormeerde indicatoren
6. Studiesucces bij niet-bekostigde instellingen112Voor niet-bekostigde instellingen beoordelen we de standaard Vervolgsucces niet.
7. Vavo
Bijlage 2. Waarderingskader Niet-bekostigd mbo
Onderwijsproces (OP)115Artikel 7.2.7, eerste lid, WEB geldt niet voor de derde leerweg voor wat betreft de eisen met betrekking tot voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming, maar wel voor wat betreft de eis dat het onderwijsprogramma evenwichtig en zodanig moet zijn ingericht dat de studenten de kwalificatie en de daarbij behorende keuzedelen binnen de vastgestelde studieduur kunnen bereiken. Artikel 7.2.7, vijfde lid, WEB geldt in zijn geheel niet voor de derde leerweg.
Examinering en diplomering (ED)
Onderwijsresultaten (OR)117Artikel 7.2.7, eerste lid, WEB geldt niet voor de derde leerweg voor wat betreft de eisen met betrekking tot voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming, maar wel voor wat betreft de eis dat het onderwijsprogramma evenwichtig en zodanig moet zijn ingericht dat de studenten de kwalificatie en de daarbij behorende keuzedelen binnen de vastgestelde studieduur kunnen bereiken.
Kwaliteitszorg en ambitie (KA)
Bijlage 3. Waarderingskader vavo
Onderwijsproces (OP)
Examinering en diplomering (ED)
Onderwijsresultaten (OR)
Bijlage 4. Waarderingskader overige educatie
Examinering en diplomering (ED)
Kwaliteitszorg en ambitie (KA)
Bijlage 5. Waarderingskader Middelbaar beroepsonderwijs in Caribisch Nederland121Per 1 augustus 2020 zal het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES in werking treden, dat het Tijdelijk besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES vervangt. Het Besluit geeft aan dat de genoemde scholen vallen onder de eisen van de WVO BES, met een aantal uitzonderingen en ontheffingen (waaronder de instructietaal). De betreffende scholen worden vanaf dat moment beoordeeld met de vo-versie van het Waarderingskader onderwijs in Caribisch Nederland. Bij het maken van het voorliggende kader is de precieze strekking van de nieuwe AMvB nog niet bekend. Het is de intentie van de Minister van BVOM om deze per 1 augustus 2020 in werking te laten treden. In het najaar past de IvhO de vo-versie van het Waarderingskader onderwijs in Caribisch Nederland aan op de nieuwe regelgeving; de beoordelingsronde van voorjaar 2021 zal volgens dat aangepaste kader worden uitgevoerd. Er zal tijdig met de scholen worden gecommuniceerd over de aanpassingen.
Onderwijsproces (OP)
Examinering en diplomering (ED)
Schoolklimaat (SK)
Onderwijsresultaten (OR)
Kwaliteitszorg en ambitie (KA)
Financieel beheer (FB)
FB2. Doelmatigheid
Het bestuur maakt efficiënt en effectief gebruik van de onderwijsbekostiging.
Basiskwaliteit
Het bestuur (bevoegd gezag) besteedt de onderwijsbekostiging zo dat deze adequaat ten goede komt aan de in het beleid geformuleerde ambities inzake effectief onderwijs en de ontwikkeling van alle studenten.
Toelichting wettelijke eisen
Uit de jaarrekening dient te blijken dat sprake is van een doelmatige aanwending van de bekostiging (artikel 2.3.1, tweede lid, WEB BES). Hieruit vloeit voort dat de instelling de bekostiging doelmatig dient te besteden (zie ook artikel 2.3.11, tweede lid, WEB BES).
FB3. Rechtmatigheid
Het bestuur verwerft en besteedt de onderwijsbekostiging conform wet- en regelgeving.
Basiskwaliteit
Het bestuur beschikt over de vereiste deskundigheid en handelt integer en transparant met betrekking tot de besteding van de bekostiging. Het legt verantwoording af over de verwerving en besteding van de bekostiging, hetgeen vooral wordt beoordeeld door een deskundige. Deze deskundige opereert volgens beroepsmaatstaven minimaal vergelijkbaar met de beroepsmaatstaven van de NBA en speciaal volgens het Onderwijsaccountantsprotocol BES dat door de inspectie is opgesteld.
Toelichting wettelijke eisen
Uit de jaarrekening dient te blijken dat sprake is van een rechtmatige aanwending van de bekostiging (artikel 2.3.1, tweede lid, WEB BES). Hieruit vloeit voort dat de instelling de bekostiging rechtmatig dient te besteden (zie ook artikel 2.3.11, tweede lid, WEB BES). Titel 9, Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek, artikel 2 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES (RJO BES) en de Richtlijn Jaarverslag Onderwijs alsmede het Onderwijsaccountantsprotocol BES123https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/toezicht-op-financieel-beheer/informatie-onderwijsaccountantsprotocol-ocw-ez-en-bes. bevattten voorts tal van nadere regels ten aanzien van een transparante verantwoording respectievelijk de controle daarop door de accountant.
Een controleverklaring is verplicht op grond van artikel 2.3.1, vierde lid, WEB BES in verbinding met artikel 2 RJO BES. Deze controleverklaring kan worden afgegeven door de instellingsaccountant.
Normering
De inspectie oordeelt in Caribisch Nederland op dezelfde wijze over de standaarden als in Europees Nederland, met uitzondering van de standaarden voor onderwijsresultaten. Voor onderwijsresultaten zijn voor Caribisch Nederland geen normen vastgesteld. Daarnaast geeft de inspectie een eindoordeel op opleidings- of afdelingsniveau. Het eindoordeel Zeer zwak en ook de waardering Goed kan in Caribisch Nederland nog niet worden gegeven. Het eindoordeel Voldoende of Onvoldoende kan wel worden gegeven.
Tekortkomingen op de wettelijke eisen kunnen leiden tot een onvoldoende oordeel op standaarden. Een oordeel Onvoldoende op een standaard leidt tot een herstelopdracht (paragraaf 9.2). Daarbij gelden de herstelprocedures als beschreven. Als standaarden niet zijn gebaseerd op een wettelijke eis, wordt het oordeel Onvoldoende niet gegeven. In plaats daarvan geeft de inspectie bij tekortschietende kwaliteit de waardering Kan beter.
Bijlage 6. Waarderingskader exameninstellingen
In deze bijlage zijn het waarderingskader en de normering voor exameninstellingen opgenomen. De toelichting op de aanpassing van het waarderingskader en/of de normering is te vinden in paragraaf 11.5.
Examinering en diplomering (ED)
ED1. Kwaliteitsborging examinering en diplomering
De examencommissie borgt deugdelijke examinering en diplomering.
Basiskwaliteit
De examencommissie stelt op objectieve en deskundige wijze vast of een student voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een diploma, een certificaat of een instellingsverklaring. De examencommissie bewaakt, monitort en analyseert de kwaliteit van de exameninstrumenten, van de afname en beoordeling en van de diplomering en ziet in voorkomende gevallen toe op de realisatie van verbetermaatregelen. De examencommissie borgt in alle fases van de examinering de deskundigheid van de betrokken personen. Het beroepenveld is betrokken bij de examinering. De examencommissie stelt jaarlijks een verslag op over de examenkwaliteit per opleiding aan de hand van de examenstandaarden en over haar werkzaamheden. Het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie is voldoende gewaarborgd door het bevoegd gezag.
Eigen aspecten van kwaliteit
Is er aanvullend beleid op de kwaliteit van de examencommissie en (hoe) wordt dit gerealiseerd?
Toelichting wettelijke eisen
De drie standaarden op het gebied van examinering en diplomering en de bijbehorende normering in dit waarderingskader komen overeen met de standaarden en de normering in de Regeling standaarden examenkwaliteit mbo 2017.
ED2. Exameninstrumentarium
Het exameninstrumentarium sluit aan op de uitstroomeisen en voldoet aan de toetstechnische eisen.
Basiskwaliteit
Het exameninstrumentarium dekt de eisen van de kwalificatie. Dit geldt ook voor de eisen van het keuzedeel of de keuzedelen van de opleiding van de betreffende student.124Dit geldt voor opleidingen waarvan het eerste studiejaar is gestart op of na 1 augustus 2016. De examenvormen zijn afgestemd op de exameninhoud. Het exameninstrumentarium heeft een passende taakcomplexiteit. Het instrumentarium maakt evenwichtige waardering mogelijk en doet recht aan de kerntaken, werkprocessen en overige vereisten uit het kwalificatiedossier en die van de keuzedelen. De cesuur ligt op het niveau waarop de student aan de eisen voldoet. Het beoordelingsvoorschrift maakt objectieve beoordeling mogelijk.
Eigen aspecten van kwaliteit
Is er aanvullend beleid op de kwaliteit van het exameninstrumentarium en (hoe) wordt dit gerealiseerd?
Toelichting wettelijke eisen
De drie standaarden op het gebied van examinering en diplomering en de bijbehorende normering in dit waarderingskader komen overeen met de standaarden en de normering in de Regeling standaarden examenkwaliteit mbo 2017.
ED3. Afname en beoordeling
De inrichting en uitvoering van het examenproces van afname en beoordeling zijn deugdelijk.
Basiskwaliteit
De afnamecondities en beoordelingen zijn voor studenten gelijkwaardig. De condities doen recht aan de context van het toekomstig beroep; onderdelen van het examen vinden in de (reële) beroepspraktijk plaats. De beoordeling levert betrouwbare uitkomsten op, vindt deskundig plaats en is gericht op een passende balans in vereiste kennis, houding en vaardigheden. De inrichting van het examen, de planning van de examenperiodes, de beoordelingswijze en de procedure voor beroep en bezwaar zijn tijdig voor studenten beschikbaar en voor alle betrokkenen transparant en eenduidig.
Eigen aspecten van kwaliteit
Is er aanvullend beleid op de kwaliteit van de afname en beoordeling en (hoe) wordt dit gerealiseerd?
Toelichting wettelijke eisen
De drie standaarden op het gebied van examinering en diplomering en de bijbehorende normering in dit waarderingskader komen overeen met de standaarden en de normering in de Regeling standaarden examenkwaliteit mbo 2017.
Kwaliteitszorg en ambitie (KA)
KA1. Kwaliteitszorg
Het bevoegd gezag heeft een stelsel van kwaliteitszorg ingericht en verbetert op basis daarvan de kwaliteit van de examinering.
Basiskwaliteit
Het bevoegd gezag heeft een stelsel van kwaliteitszorg met betrekking tot de examinering. Het bevoegd gezag beoordeelt deze regelmatig en betrekt daarbij onafhankelijke deskundigen en belanghebbenden. Er zijn toetsbare doelen gesteld en er wordt regelmatig geëvalueerd of deze doelen worden gehaald. De uitkomsten zijn op toegankelijke wijze beschikbaar. De oorzaken van eventueel tekortschietende kwaliteit worden geanalyseerd en waar nodig worden verbeteringen doorgevoerd.
Eigen aspecten van kwaliteit
Is er aanvullend beleid op de kwaliteitszorg en (hoe) wordt dit gerealiseerd?
Toelichting wettelijke eisen
De instelling dient een stelsel van kwaliteitszorg in te richten en in dat verband regelmatig de kwaliteit van de examinering te beoordelen (artikel 1.3.6 WEB). Bij deze beoordeling dient de instelling (het oordeel van) studenten en onafhankelijke deskundigen en belanghebbenden te betrekken (artikel 1.3.6, eerste lid, WEB). Naar aanleiding van de uitkomsten daarvan dient de instelling beleid te formuleren (artikel 1.3.6, tweede lid, onder c, WEB). Het stellen van toetsbare doelen, een regelmatige beoordeling van de realisatie van die doelen en de implementatie van verbetermaatregelen zijn daarbij onmisbare elementen. De uitkomsten van de beoordeling zijn openbaar (artikel 1.3.6 en 2.5.4, eerste lid, WEB).
KA3. Verantwoording en dialoog
Het bevoegd gezag legt intern en extern toegankelijk en betrouwbaar verantwoording af over doelen en resultaten en voeren daarover actief een dialoog.
Basiskwaliteit
Het bevoegd gezag betrekt interne en externe deskundigen en belanghebbenden, met name het bedrijfsleven, bij de ontwikkeling van het beleid, alsmede bij de beoordeling van de kwaliteit van de examinering en staat open voor hun voorstellen. Het bevoegd gezag brengt minimaal jaarlijks verslag uit over de doelen en resultaten die het behaalt. Het bevoegd gezag verantwoordt zich aan de overheid en belanghebbenden op een toegankelijke wijze.
Eigen aspecten van kwaliteit
Is er aanvullend beleid op de kwaliteit van de verantwoording en dialoog en (hoe) wordt dit gerealiseerd?
Toelichting wettelijke eisen
De instelling dient een stelsel van kwaliteitszorg in te richten en in dat verband regelmatig de kwaliteit van de examinering te beoordelen (artikel 1.3.6 WEB). Deze beoordeling dient te geschieden met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen en belanghebbenden (artikel 1.3.6, eerste lid, WEB). De externe deskundigen dienen onder andere afkomstig te zijn uit het bedrijfsleven (artikel 7.4.9, eerste lid, WEB). Het stelsel van kwaliteitszorg kan voorts niet functioneren als de instelling daarbij niet openstaat voor hun input. De instelling maakt de uitkomsten van deze beoordeling en het voorgenomen beleid in het licht van die uitkomsten minimaal jaarlijks openbaar (artikel 1.3.6, tweede lid, WEB).
Normering
Als een kwaliteitsgebied Voldoende is, dan voldoet het gebied aan basiskwaliteit. Het oordeel of de waardering over de kwaliteitsgebieden komt als volgt tot stand:
Toelichting
Bij dit besluit worden de nieuwe onderzoekskaders van de Onderwijsinspectie vastgesteld en de bij besluit van 23 juni 2017 gepubliceerde onderzoekskaders (Stcrt. 2017, 38522), zoals gewijzigd bij Besluit van 6 juni 2019 (Stcrt. 2019, 38026), ingetrokken. Vanuit het oogpunt van toegankelijkheid voor de gebruiker wordt niet volstaan met het slechts publiceren van (een overzicht van) de wijzigingen van de onderzoekskaders, maar worden deze integraal gepubliceerd. Om dezelfde reden is ervoor gekozen om ook de toelichting integraal te publiceren.
De wijzigingen in de onderzoekskaders houden verband met nieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving van na de met ingang van 1 augustus 2019 gewijzigde onderzoekskaders. Deze wetgeving is in de waarderingskaders primair onderwijs, voortgezet onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs verwerkt voor zover dat gelet op de invulling van de standaarden wenselijk was. Daarnaast is een aantal technische verbeteringen aangebracht.
De wijzigingen ten opzichte van de Onderzoekskaders 2017 (versie 1 augustus 2019) zijn niet toegelicht in dit besluit in verband met het grote aantal wijzigingen, die bovendien grotendeels technisch van aard zijn. Een overzicht van (alle) wijzigingen evenals de integrale onderzoekskaders in de versie per 1 augustus 2020 zijn te vinden op www.onderwijsinspectie.nl.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage II. Onderzoekskader 2017 voor het toezicht op (voortgezet) speciaal onderwijs
Vervallen
Bijlage III. Onderzoekskader 2017 voor het toezicht op het voortgezet onderwijs
Vervallen
Bijlage IV. Onderzoekskader 2017 voor het toezicht op het middelbaar beroepsonderwijs
Vervallen
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)