Wijzigingsgeschiedenis
Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen
4 versions
· 2023-07-01
2023-07-01
Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen — arts. 13, 16, 17 y 4 más
Wijzigingen op 2023-07-01
@@ -14,51 +14,47 @@
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a. **aan assurance verwante opdracht:** aan assurance verwante opdracht als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033813&artikel=1);
- b. **aanwijzing:** bindende instructie ten aanzien van het herstel van een geconstateerde tekortkoming;
- c. **accountant:** accountant als bedoeld in [artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032573&artikel=1);
- d. **accountantsafdeling:** accountantsafdeling als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033813&artikel=1);
- e. **accountantseenheid:** accountantseenheid als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034652&artikel=1);
- f. **accountantsorganisatie:** accountantsorganisatie als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a van de Wet toezicht accountantsorganisaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019468&artikel=1);
- g. **accountantspraktijk:** accountantspraktijk als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033813&artikel=1);
- h. **AFM:** autoriteit als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht accountantsorganisaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019468&artikel=1);
- i. **assurance-opdracht:** assurance-opdracht als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034652&artikel=1);
- j. vervallen;
- k. vervallen;
- l. **hertoetsing:** toetsing waarbij mede wordt beoordeeld of de accountantseenheid in voldoende mate opvolging heeft gegeven aan het verbeterplan;
- m. **incidentenonderzoek:** onderzoek naar vermeende tekortkomingen in de beroepsuitoefening, met uitzondering van de uitvoering van een wettelijke controle;
- n. **intern accountant:** intern accountant als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033813&artikel=1);
- o. **koepelorganisatie:** organisatie die bevoegd is bindende regels voor kwaliteitsbeheersing op te leggen, te toetsen en de naleving daarvan af te dwingen, aan accountantseenheden die lid of aangesloten zijn;
- p. **kwaliteitsbeleid:** beleid waarin de kwaliteitsambitie van de accountantseenheid wordt vertaald in meetbare doelstellingen. Onder kwaliteitsambitie wordt verstaan de kwaliteit die de accountantseenheid nastreeft;
- q. **kwaliteitssysteem:** kwaliteitsbeleid en stelsel van kwaliteitsbeheersing;
- r. **openbaar accountant:** openbaar accountant als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033813&artikel=1);
- s. **overheidsaccountant:** overheidsaccountant als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033813&artikel=1), met uitzondering van de overheidsaccountant die werkzaam is bij de belastingdienst en belast is met de controle van door belastingplichtigen ingeleverde aangiften en de overheidsaccountant die aan deze controle direct leiding geeft;
- t. **stelsel van kwaliteitsbeheersing:** geheel van maatregelen en procedures gericht op het realiseren van de doelstellingen uit het kwaliteitsbeleid in de werkomgeving van de accountantseenheid;
- u. **systeem van kwaliteitsborging:** door een koepelorganisatie getroffen maatregelen en ingestelde procedures ten aanzien de toetsing van de opzet en de werking van het kwaliteitssysteem van de leden of de bij de organisatie aangesloten accountantseenheden;
- v. **thematisch onderzoek:** onderzoek naar een bepaald aspect van de uitvoering van assurance- of aan assurance verwante opdrachten;
- w. **toetsing:** beoordeling van de opzet en werking van het kwaliteitssysteem van een accountantseenheid.
- **aan assurance verwante opdracht:** aan assurance verwante opdracht als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033813&artikel=1);
- **aanwijzing:** bindende instructie ten aanzien van het herstel van een geconstateerde tekortkoming;
- **accountant:** accountant als bedoeld in [artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032573&artikel=1);
- **accountantsafdeling:** accountantsafdeling als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033813&artikel=1);
- **accountantseenheid:** accountantseenheid als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034652&artikel=1);
- **accountantsorganisatie:** accountantsorganisatie als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a van de Wet toezicht accountantsorganisaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019468&artikel=1);
- **accountantspraktijk:** accountantspraktijk als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033813&artikel=1);
- **AFM:** autoriteit als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht accountantsorganisaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019468&artikel=1);
- **assurance-opdracht:** assurance-opdracht als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034652&artikel=1);
- **hertoetsing:** toetsing waarbij mede wordt beoordeeld of de accountantseenheid in voldoende mate opvolging heeft gegeven aan het verbeterplan;
- **incidentenonderzoek:** onderzoek naar vermeende tekortkomingen in de beroepsuitoefening, met uitzondering van de uitvoering van een wettelijke controle;
- **intern accountant:** intern accountant als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033813&artikel=1);
- **koepelorganisatie:** organisatie die bevoegd is bindende regels voor kwaliteitsbeheersing op te leggen, te toetsen en de naleving daarvan af te dwingen, aan accountantseenheden die lid of aangesloten zijn;
- **kwaliteitsbeleid:** beleid waarin de kwaliteitsambitie van de accountantseenheid wordt vertaald in meetbare doelstellingen. Onder kwaliteitsambitie wordt verstaan de kwaliteit die de accountantseenheid nastreeft;
- **kwaliteitssysteem:** kwaliteitsbeleid en stelsel van kwaliteitsbeheersing;
- **openbaar accountant:** openbaar accountant als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033813&artikel=1);
- **overheidsaccountant:** overheidsaccountant als bedoeld in [artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033813&artikel=1), met uitzondering van de overheidsaccountant die werkzaam is bij de belastingdienst en belast is met de controle van door belastingplichtigen ingeleverde aangiften en de overheidsaccountant die aan deze controle direct leiding geeft;
- **stelsel van kwaliteitsbeheersing:** geheel van maatregelen en procedures gericht op het realiseren van de doelstellingen uit het kwaliteitsbeleid in de werkomgeving van de accountantseenheid;
- **systeem van kwaliteitsborging:** door een koepelorganisatie getroffen maatregelen en ingestelde procedures ten aanzien de toetsing van de opzet en de werking van het kwaliteitssysteem van de leden of de bij de organisatie aangesloten accountantseenheden;
- **thematisch onderzoek:** onderzoek naar een bepaald aspect van de uitvoering van assurance- of aan assurance verwante opdrachten;
- **toetsing:** beoordeling van de opzet en werking van het kwaliteitssysteem van een accountantseenheid.
##### Artikel 2
@@ -70,17 +66,17 @@
1. Het bestuur beoordeelt de kwaliteit van de beroepsuitoefening van een accountant.
2. Voor een beoordeling van de beroepsuitoefening als bedoeld in het eerste lid, door een openbaar, intern of overheidsaccountant toetst het bestuur ten minste eenmaal in de zes jaar of het kwaliteitssysteem van een accountantseenheid in opzet en werking voldoet aan de verordeningen en nadere voorschriften die krachtens [artikel 19 van de Wet op het accountantsberoep](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032573&artikel=19) zijn vastgesteld.
3. Het bestuur betrekt in een beoordeling als bedoeld in het tweede lid, niet de uitvoering van een wettelijke controle als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel p van de Wet toezicht accountantsorganisaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019468&artikel=1).
4. Onverminderd het tweede lid kan het bestuur een nader onderzoek of thematisch onderzoek verrichten bij een accountantseenheid.
5. Onverminderd het tweede lid kan het bestuur voor een beoordeling van de beroepsuitoefening als bedoeld in het eerste lid, door een openbaar, intern of overheidsaccountant of een accountant in business,
- a. een incidentenonderzoek; of
- b. een onderzoek naar niet-naleving van beroepsnormen die voor accountants gelden verrichten.
2. In het kader van een kwaliteitsbeoordeling:
- a. toetst het bestuur eenmaal in de zes jaar of het kwaliteitssysteem van een accountantseenheid en voor zover van toepassing een of meer daaraan gelieerde entiteiten in opzet en werking voldoet aan wet- en regelgeving;
- b. voert het bestuur drie jaar voorafgaand aan de toetsing een ontwikkelingsgesprek.
3. Onverminderd het tweede lid kan het bestuur aanvullend een of meerdere ontwikkelingsgesprekken plannen.
4. In afwijking van de in het tweede lid genoemde termijnen kan het bestuur het voeren van het ontwikkelingsgesprek en de toetsing van het kwaliteitssysteem eerder laten plaatsvinden of uitstellen.
5. Het bestuur betrekt in een beoordeling als bedoeld in het tweede lid, niet de uitvoering van een wettelijke controle als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel p van de Wet toezicht accountantsorganisaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019468&artikel=1).
##### Artikel 4
@@ -94,11 +90,13 @@
- b. de accountant die mede het dagelijks beleid binnen de accountantseenheid bepaalt deze informatie.
4. Indien een accountantseenheid lid is van of aangesloten is bij een geaccrediteerde koepelorganisatie kan informatie die in het kader van dit artikel is verkregen worden gedeeld met de koepelorganisatie.
##### Artikel 5
1. De accountant verleent medewerking aan een beoordeling van de kwaliteit van de beroepsuitoefening als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2022-01-01&g=2022-01-01).
2. De accountant verschaft de inlichtingen als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2022-01-01&g=2022-01-01).
1. De accountant verleent medewerking aan een beoordeling van de kwaliteit van de beroepsuitoefening als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2023-07-01&g=2023-07-01) en een onderzoek als bedoeld in [artikel 4b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=4b&z=2023-07-01&g=2023-07-01).
2. De accountant verschaft de inlichtingen als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2023-07-01&g=2023-07-01).
3. Voor de beoordeling als bedoeld in het eerste lid:
@@ -110,17 +108,21 @@
1. Het bestuur wijst:
- a. toetsers aan voor het verrichten van de toetsing, bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2022-01-01&g=2022-01-01);
- b. personen aan die over de specifieke kwalificaties beschikken om een thematisch of incidentenonderzoek uit te voeren voor het verrichten van deze onderzoeken.
- a. toetsers aan voor het verrichten van de toetsing, bedoeld in [artikel 3, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2023-07-01&g=2023-07-01);
- b. toetsers aan voor het voeren van het ontwikkelingsgesprek, bedoeld in [artikel 3, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2023-07-01&g=2023-07-01);
- c. personen aan voor het verrichten van een nader onderzoek als bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2023-07-01&g=2023-07-01);
- d. personen aan die over de specifieke kwalificaties beschikken om een thematisch of incidentenonderzoek uit te voeren voor het verrichten van deze onderzoeken.
2. Het bestuur is belast met de opleiding van de toetsers.
##### Artikel 7
1. Het bestuur kan de bevindingen naar aanleiding van een beoordeling als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2022-01-01&g=2022-01-01), in de vorm van een klacht ter kennis van de accountantskamer brengen indien hem bij de uitoefening van het toezicht van feiten of omstandigheden blijkt die grond kunnen opleveren tot het opleggen van een tuchtrechtelijke maatregel, althans tot gegrondverklaring van de klacht.
2. Indien meerdere accountants betrokken zijn bij de bedrijfsvoering en opdrachtuitvoering van de accountantseenheid, bepaalt het bestuur aan de hand van de toepasselijke wet- en regelgeving en feitelijke omstandigheden tegen welke accountant of accountants hij een klacht aanhangig maakt.
1. Het bestuur kan de bevindingen naar aanleiding van een beoordeling als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2023-07-01&g=2023-07-01) en een onderzoek als bedoeld in [artikel 4b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=4b&z=2023-07-01&g=2023-07-01), in de vorm van een klacht ter kennis van de accountantskamer brengen indien daarbij feiten of omstandigheden geconstateerd worden die grond kunnen opleveren tot het opleggen van een tuchtrechtelijke maatregel, althans tot gegrondverklaring van de klacht.
2. Indien meerdere accountants betrokken zijn bij de bedrijfsvoering en opdrachtuitvoering van de accountantseenheid, bepaalt het bestuur aan de hand van de toepasselijke wet- en regelgeving en feitelijke omstandigheden tegen welke accountant of accountants een klacht aanhangig wordt gemaakt.
### Hoofdstuk 2. Toetsingen en hertoetsingen
@@ -188,6 +190,8 @@
- b. het kwaliteitssysteem voldoet in opzet en werking niet aan het bepaalde bij of krachtens [artikel 19 van de Wet op het accountantsberoep](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032573&artikel=19).
4. In het geval een eindoordeel als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, uitsluitend is gebaseerd op het oordeel over de uitvoering van assurance-opdrachten door de accountantseenheid, dan wordt dit vermeld in het eindoordeel.
##### Artikel 13
1. Na afloop van de toetsing of hertoetsing bespreekt de toetser of het toetsingsteam op hoofdlijnen zijn bevindingen en zijn voorgenomen advies voor een eindoordeel met de accountantseenheid.
@@ -196,13 +200,13 @@
- a. een weergave van de bevindingen van de toetsing of hertoetsing;
- b. een gemotiveerd voorstel voor een eindoordeel, als bedoeld in [artikel 12, tweede lid of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2022-01-01&g=2022-01-01).
3. Bij een voorstel voor een eindoordeel als bedoeld in [artikel 12, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2022-01-01&g=2022-01-01) of artikel 12, derde lid, onderdeel a kan een toetser aanwijzingen geven.
4. Bij een voorstel voor een eindoordeel als bedoeld in [artikel 12, tweede lid, onderdeel b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2022-01-01&g=2022-01-01) of artikel 12, derde lid, onderdeel b geeft een toetser aanwijzingen.
5. Onverminderd het voorgaande lid motiveert de toetser de ernst van de tekortkomingen bij een voorstel voor een eindoordeel als bedoeld in [artikel 12, tweede lid, onderdeel b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2022-01-01&g=2022-01-01) of artikel 12, derde lid, onderdeel b.
- b. een gemotiveerd voorstel voor een eindoordeel, als bedoeld in [artikel 12, tweede lid of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2023-07-01&g=2023-07-01).
3. Bij een voorstel voor een eindoordeel als bedoeld in [artikel 12, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2023-07-01&g=2023-07-01) of artikel 12, derde lid, onderdeel a kan een toetser aanwijzingen geven.
4. Bij een voorstel voor een eindoordeel als bedoeld in [artikel 12, tweede lid, onderdeel b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2023-07-01&g=2023-07-01) of artikel 12, derde lid, onderdeel b geeft een toetser aanwijzingen.
5. Onverminderd het voorgaande lid motiveert de toetser de ernst van de tekortkomingen bij een voorstel voor een eindoordeel als bedoeld in [artikel 12, tweede lid, onderdeel b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2023-07-01&g=2023-07-01) of artikel 12, derde lid, onderdeel b.
6. De toetser of toetsingsteam verzendt het concept-toetsingsverslag aan de accountantseenheid en stelt de accountantseenheid in de gelegenheid schriftelijk te reageren op het concept-toetsingsverslag.
@@ -232,19 +236,21 @@
- a. het definitieve toetsingsverslag;
- b. de schriftelijke reactie van de accountantseenheid, bedoeld in [artikel 13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=13&z=2022-01-01&g=2022-01-01); en
- c. de reactie van de toetser of het toetsingsteam, bedoeld in [artikel 13, zevende lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=13&z=2022-01-01&g=2022-01-01).
2. Het bestuur toetst het definitieve toetsingsverslag marginaal en kan gemotiveerd afwijken van het voorgestelde eindoordeel in het definitieve toetsingsverslag.
3. Het bestuur brengt het eindoordeel binnen zes weken na ontvangst van het definitieve toetsingsverslag en de schriftelijke reactie ter kennis van de accountantseenheid.
4. Het bestuur kan de termijn, bedoeld in het voorgaande lid, verlengen en deelt dit mee aan de accountantseenheid.
- b. de schriftelijke reactie van de accountantseenheid, bedoeld in [artikel 13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=13&z=2023-07-01&g=2023-07-01); en
- c. de reactie van de toetser of het toetsingsteam, bedoeld in [artikel 13, zevende lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=13&z=2023-07-01&g=2023-07-01).
2. In het geval het bestuur een eindoordeel neemt als bedoeld in [artikel 12, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2023-07-01&g=2023-07-01), en tevens van oordeel is dat in de hertoetsing slechts een gedeelte van de opzet van het kwaliteitssysteem van de accountantseenheid of slechts een gedeelte van de werking van het kwaliteitssysteem van de accountantseenheid moet worden beoordeeld, vergezelt het bestuur het eindoordeel van een indicatie van de tijd die naar verwachting benodigd is voor de uitvoering van de hertoetsing.
3. Het bestuur toetst het definitieve toetsingsverslag marginaal en kan gemotiveerd afwijken van het voorgestelde eindoordeel in het definitieve toetsingsverslag.
4. Het bestuur brengt het eindoordeel binnen zes weken na ontvangst van het definitieve toetsingsverslag en de schriftelijke reactie ter kennis van de accountantseenheid.
5. Het bestuur kan de termijn, bedoeld in het voorgaande lid, verlengen en deelt dit mee aan de accountantseenheid.
##### Artikel 16
1. In geval een eindoordeel luidt als bedoeld in [artikel 12, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2022-01-01&g=2022-01-01), is de accountantseenheid verplicht:
1. In geval een eindoordeel luidt als bedoeld in [artikel 12, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2023-07-01&g=2023-07-01), is de accountantseenheid verplicht:
- a. een verbeterplan op te stellen en in te dienen binnen een door het bestuur te bepalen termijn; en
@@ -260,7 +266,7 @@
- d. op welke wijze de uitvoering van de maatregelen bedoeld in het vorige onderdeel wordt geborgd.
3. Het bestuur deelt bij het bekendmaken van het eindoordeel, bedoeld in [artikel 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=15&z=2022-01-01&g=2022-01-01) de termijn mee voor:
3. Het bestuur deelt bij het bekendmaken van het eindoordeel, bedoeld in [artikel 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=15&z=2023-07-01&g=2023-07-01) de termijn mee voor:
- a. het indienen van het verbeterplan; en
@@ -274,15 +280,15 @@
##### Artikel 17
1. Het bestuur verricht een hertoetsing na een eindoordeel als bedoeld in [artikel 12, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2022-01-01&g=2022-01-01).
2. De hertoetsing vindt plaats na afloop van de termijn waarbinnen het verbeterplan wordt uitgevoerd, bedoeld in [artikel 16, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=16&z=2022-01-01&g=2022-01-01).
3. Onverminderd [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2022-01-01&g=2022-01-01), toetst het bestuur bij een hertoetsing of de accountantseenheid in voldoende mate opvolging heeft gegeven aan het verbeterplan.
1. Het bestuur verricht een hertoetsing na een eindoordeel als bedoeld in [artikel 12, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2023-07-01&g=2023-07-01).
2. De hertoetsing vindt plaats na afloop van de termijn waarbinnen het verbeterplan wordt uitgevoerd, bedoeld in [artikel 16, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=16&z=2023-07-01&g=2023-07-01).
3. Onverminderd [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2023-07-01&g=2023-07-01), toetst het bestuur bij een hertoetsing of de accountantseenheid in voldoende mate opvolging heeft gegeven aan het verbeterplan.
##### Artikel 18
[Artikel 16, derde lid onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=16&z=2022-01-01&g=2022-01-01) en [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=17&z=2022-01-01&g=2022-01-01) worden niet toegepast indien een eindoordeel dat het kwaliteitssysteem verbetering behoeft als bedoeld in [artikel 12, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2022-01-01&g=2022-01-01),
[Artikel 16, derde lid onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=16&z=2023-07-01&g=2023-07-01) en [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=17&z=2023-07-01&g=2023-07-01) worden niet toegepast indien een eindoordeel dat het kwaliteitssysteem verbetering behoeft als bedoeld in [artikel 12, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2023-07-01&g=2023-07-01),
- a. uitsluitend is gebaseerd op het oordeel over de uitvoering van assurance-opdrachten door de accountantseenheid; en
@@ -292,7 +298,7 @@
##### Artikel 19
1. Het bestuur bepaalt voorafgaand aan het verrichten van een thematisch onderzoek als bedoeld in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2022-01-01&g=2022-01-01), in elk geval:
1. Het bestuur bepaalt voorafgaand aan het verrichten van een thematisch onderzoek als bedoeld in [artikel 4b, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=4b&z=2023-07-01&g=2023-07-01), in elk geval:
- a. het onderwerp van het onderzoek;
@@ -314,19 +320,19 @@
##### Artikel 20
1. Het bestuur bepaalt op basis van risico-indicatoren welke accountantseenheden aan een nader onderzoek als bedoeld in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2022-01-01&g=2022-01-01), worden onderworpen.
1. Het bestuur bepaalt op basis van risico-indicatoren welke accountantseenheden aan een nader onderzoek als bedoeld in [artikel 4b, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=4b&z=2023-07-01&g=2023-07-01), worden onderworpen.
2. Het bestuur bepaalt de wijze en vorm waarin het nader onderzoek plaatsvindt.
##### Artikel 21
1. Het bestuur verricht een incidentenonderzoek als bedoeld in [artikel 3, vijfde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2022-01-01&g=2022-01-01), naar aanleiding van een redelijk vermoeden van een incident.
1. Het bestuur verricht een incidentenonderzoek als bedoeld in [artikel 4b, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=4b&z=2023-07-01&g=2023-07-01), naar aanleiding van een redelijk vermoeden van een incident.
2. Het bestuur bepaalt de wijze waarop en de vorm waarin het incidentenonderzoek plaatsvindt.
##### Artikel 22
1. Het bestuur verricht een onderzoek naar het niet-naleven van de beroepsnormen als bedoeld in [artikel 3, vijfde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2022-01-01&g=2022-01-01), naar aanleiding van een redelijk vermoeden van het niet-naleven van de beroepsnormen die voor accountantseenheden gelden, door of bij een accountantseenheid.
1. Het bestuur verricht een onderzoek naar het niet-naleven van de beroepsnormen als bedoeld in [artikel 4b, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=4b&z=2023-07-01&g=2023-07-01), naar aanleiding van een redelijk vermoeden van het niet-naleven van de beroepsnormen die voor accountantseenheden gelden, door of bij een accountantseenheid.
2. Het bestuur bepaalt de wijze waarop en de vorm waarin het onderzoek plaatsvindt.
@@ -334,7 +340,7 @@
##### Artikel 23
Indien een accountantspraktijk beschikt over een vergunning als bedoeld in [artikel 6 van de Wet toezicht accountantsorganisaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019468&artikel=6) dan kan het bestuur de AFM informeren over het eindoordeel, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2022-01-01&g=2022-01-01), dat het bestuur over die accountantspraktijk neemt.
Indien een accountantspraktijk beschikt over een vergunning als bedoeld in [artikel 6 van de Wet toezicht accountantsorganisaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019468&artikel=6) dan kan het bestuur de AFM informeren over het eindoordeel, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2023-07-01&g=2023-07-01), dat het bestuur over die accountantspraktijk neemt.
##### Artikel 24
@@ -364,7 +370,7 @@
- –. de accountantseenheid binnen afzienbare termijn ophoudt te bestaan;
- –. de accountantseenheid als partij minder dan een jaar geleden betrokken is geweest, dan wel betrokken is bij een fusie met of een overname van of door een accountantseenheid van vergelijkbare omvang; of
- –. de accountantseenheid of een administratie- of belastingadvieskantoor als partij minder dan een jaar geleden betrokken is geweest, dan wel betrokken is bij een fusie met of een overname van of door een accountantseenheid van vergelijkbare omvang; of
- –. de samenwerking tussen een aanzienlijk deel van de bij een accountantseenheid werkzame accountants of de aan een accountantseenheid verbonden accountants minder dan een jaar geleden is verbroken.
@@ -428,7 +434,7 @@
1. Accountantseenheden die lid zijn van of aangesloten zijn bij een koepelorganisatie waaraan een accreditatie is verleend, zijn voor de duur van deze accreditatie vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
2. Onverminderd het eerste lid kan het bestuur ten behoeve van de toets als bedoeld in [artikel 27, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=5&artikel=27&z=2022-01-01&g=2022-01-01) bij een accountantseenheid die lid is van of aangesloten is bij een koepelorganisatie waaraan een accreditatie is verleend, een beoordeling uitvoeren van de door de koepelorganisatie uitgevoerde toetsing of hertoetsing.
2. Onverminderd het eerste lid kan het bestuur ten behoeve van de toets als bedoeld in [artikel 27, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=5&artikel=27&z=2023-07-01&g=2023-07-01) bij een accountantseenheid die lid is van of aangesloten is bij een koepelorganisatie waaraan een accreditatie is verleend, een beoordeling uitvoeren van de door de koepelorganisatie uitgevoerde toetsing of hertoetsing.
3. Het bestuur kan de toepassing van het eerste lid buiten toepassing laten indien:
@@ -436,11 +442,11 @@
- b. de koepelorganisatie waarvan de accountantseenheid lid is of waarbij de accountantseenheid is aangesloten, bij een hertoetsing van de accountantseenheid heeft geconstateerd dat het kwaliteitssysteem in opzet of werking niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens [artikel 19 van de Wet op het accountantsberoep](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032573&artikel=19).
4. Accountantseenheden die lid zijn van of aangesloten zijn bij een koepelorganisatie die een verzoek tot accreditatie als bedoeld in [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=5&artikel=27&z=2022-01-01&g=2022-01-01), heeft ingediend, zijn gedurende de periode waarin het bestuur nog geen beslissing op het verzoek heeft genomen, vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
4. Accountantseenheden die lid zijn van of aangesloten zijn bij een koepelorganisatie die een verzoek tot accreditatie als bedoeld in [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=5&artikel=27&z=2023-07-01&g=2023-07-01), heeft ingediend, zijn gedurende de periode waarin het bestuur nog geen beslissing op het verzoek heeft genomen, vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
5. Accountantseenheden die een aanvraag hebben ingediend voor het lidmaatschap van of de aansluiting bij een geaccrediteerde koepelorganisatie zijn, gedurende de periode waarin de koepelorganisatie nog geen beslissing heeft genomen op het verzoek, vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
6. Het vijfde lid is niet van toepassing in het geval de accountantseenheid een aanvraag heeft ingediend voor het lidmaatschap van of de aansluiting bij een geaccrediteerde koepelorganisatie nadat de accountantseenheid is aangewezen voor een toetsing op grond van [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=11&z=2022-01-01&g=2022-01-01).
6. Het vijfde lid is niet van toepassing in het geval de accountantseenheid een aanvraag heeft ingediend voor het lidmaatschap van of de aansluiting bij een geaccrediteerde koepelorganisatie nadat de accountantseenheid is aangewezen voor een toetsing op grond van [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=11&z=2023-07-01&g=2023-07-01).
### Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
@@ -471,3 +477,81 @@
### Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
##### Artikel 3a
Het bestuur stelt vast welke accountantseenheden in een bepaald jaar in aanmerking komen voor een ontwikkelingsgesprek.
##### Artikel 4a
1. Het bestuur kan een risicoanalyse uitvoeren.
2. Het bestuur kan informatie uit interne en externe bronnen betrekken in de risicoanalyse, waaronder in elk geval informatie die verkregen is uit:
- a. uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, voor zover deze betrekking hebben op accountants die werkzaam zijn voor of verbonden zijn aan de accountantseenheid;
- b. uitspraken van de Accountantskamer, voor zover deze betrekking hebben op accountants die werkzaam zijn voor of verbonden zijn aan de accountantseenheid;
- c. beslissingen van de NBA Klachtencommissie, voor zover deze betrekking hebben op accountants die werkzaam zijn voor of verbonden zijn aan de accountantseenheid;
- d. beslissingen van de Raad voor Geschillen.
##### Artikel 4b
Het bestuur kan besluiten om, onverminderd het bepaalde in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2023-07-01&g=2023-07-01), de volgende onderzoeken te verrichten:
- a. een thematisch onderzoek;
- b. een nader onderzoek;
- c. een incidentenonderzoek; of
- d. een onderzoek naar niet-naleving van beroepsnormen die voor accountants gelden.
### Hoofdstuk 2. Toetsingen en hertoetsingen
##### Artikel 13a
1. Een toetser of een toetsingsteam kan aan het bestuur voorstellen een voortgezette toetsing uit te voeren.
2. Een voorstel als bedoeld in het vorige lid, gaat vergezeld van een indicatie van de tijd welke een toetser of een toetsingsteam verwacht te besteden aan een voortgezette toetsing.
3. Een voortgezette toetsing is uitsluitend aangewezen in het geval een toetser of een toetsingsteam voornemens is met het concept-verslag, bedoeld in [artikel 13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=13&z=2023-07-01&g=2023-07-01), een oordeel voor te stellen als bedoeld in:
- a. [artikel 12, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2023-07-01&g=2023-07-01), en de toetser of het toetsingsteam tevens oordeelt dat er een reële mogelijkheid bestaat om binnen drie maanden tot een voorstel als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a te komen; of
- b. [artikel 12, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=12&z=2023-07-01&g=2023-07-01), en de toetser of het toetsingsteam tevens oordeelt dat er een reële mogelijkheid bestaat om binnen drie maanden tot een voorstel als bedoeld in artikel 12, derde lid, onderdeel a te komen.
4. Bij een voortgezette toetsing wordt de getoetste accountantseenheid een termijn van ten hoogste drie maanden gegund om de tekortkomingen die ten grondslag liggen aan de aanwijzingen te herstellen.
5. Het herstel van de tekortkomingen die ten grondslag liggen aan de aanwijzingen wordt geverifieerd met de afronding van een voortgezette toetsing.
6. De uitkomst van een voortgezette toetsing maakt onderdeel uit van het concept-toetsingsverslag als bedoeld in [artikel 13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=13&z=2023-07-01&g=2023-07-01).
7. De toetser of het toetsingsteam stelt een voortgezette toetsing aan de orde in de bespreking, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=2&artikel=13&z=2023-07-01&g=2023-07-01).
8. Het bestuur wijkt gemotiveerd af van en voorstel als bedoeld in het eerste lid.
### Hoofdstuk 3. Thematisch onderzoek, nader onderzoek, incidentenonderzoek en onderzoek naar niet-naleving beroepsnormen
### Hoofdstuk 4. Informatie-uitwisseling
### Hoofdstuk 5. Vrijstellingen en accreditatie
### Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
##### Artikel 31a
1. Zesjaarscycli als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen (Staatscourant 2021, 50107) die gelden op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening die zijn aangevangen voor de inwerkingtreding van deze verordening worden geacht door te lopen na inwerkingtreding van deze verordening.
2. Artikel 3, tweede lid, van de Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen (Staatscourant 2021, 50107) blijft van toepassing op zesjaarscycli die nog niet zijn afgesloten met een toetsing of hertoetsing.
3. De Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen (Staatscourant 2021, 50107) is van toepassing op de in [artikel 4b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039808&hoofdstuk=1&artikel=4b&z=2023-07-01&g=2023-07-01) bedoelde reeds aangevangen beoordelingen.
4. Vrijstellingsbesluiten als bedoeld in artikelen 25, eerste lid, en 26, eerste lid, van de Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen (Staatscourant 2021, 50107) die gelden op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, worden geacht te zijn genomen op grond van deze verordening, onder dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden.
5. Accreditatiebesluiten als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen (Staatscourant 2021, 50107) die gelden op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, worden geacht te zijn genomen op grond van deze verordening, onder dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden.
6. De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening aanhangige aanvragen zijn aanhangig in de staat, waarin zij zich op dat moment bevinden en worden vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens deze verordening behandeld.
### Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
2022-01-01
Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen — arts. 5, 6, 7 y 9 más
2019-02-21
Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen — arts. 5, 6, 7 y 12 más
2018-01-01
Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen
original version
Tekst op deze datum