Besluit van 23 oktober 2017, houdende vaststelling van regels ter bescherming van personen tegen de gevaren van blootstelling aan ioniserende straling (Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming)
Wijzigt het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen.
Artikel 13.6. (wijziging Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet)
Wijzigt het Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet.
Artikel 13.7. (wijziging Besluit vergoedingen Kernenergiewet)
Wijzigt het Besluit vergoedingen Kernenergiewet.
Artikel 13.8. (wijziging Besluit OM afdoening)
Wijzigt het Besluit OM-afdoening.
Artikel 13.9. (wijziging Besluit detectie radioactief besmet schroot)
Wijzigt het Besluit detectie radioactief besmet schroot.
Afdeling 13.2. Overgangsbepalingen overige besluiten
Artikel 13.10. (overgangsbepalingen Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen)
Indien een in afdeling 12.2 opgenomen overgangsrechtelijke bepaling een verwijzing bevat naar een bepaling van dit besluit waarnaar in artikel 13.1 wordt verwezen of die in dat artikel van toepassing of overeenkomstige toepassing wordt verklaard, is de desbetreffende overgangsrechtelijke bepaling van afdeling 12.2 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13.11. (overgangsbepalingen Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen)
Indien een in afdeling 12.2 opgenomen overgangsrechtelijke bepaling een verwijzing bevat naar een bepaling van dit besluit waarnaar in artikel 13.2 wordt verwezen of die in dat artikel van toepassing of overeenkomstige toepassing wordt verklaard, is de desbetreffende overgangsrechtelijke bepaling van afdeling 12.2 van overeenkomstige toepassing.
Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit geldt een melding, respectievelijk globale melding als bedoeld in het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen als een kennisgeving, respectievelijk jaarkennisgeving als bedoeld in dat besluit.
Een jaarkennisgeving als bedoeld in het tweede lid vervalt van rechtswege op het tijdstip waarop de globale kennisgeving, waarvan het de voortzetting is, zou zijn vervallen.
Artikel 13.12. (overgangsbepalingen Besluit in- uit- en doorvoer van radioactieve stoffen en bestraalde splijtstoffen)
Indien een in afdeling 12.2 opgenomen overgangsrechtelijke bepaling een verwijzing bevat naar een bepaling van dit besluit waarnaar in artikel 13.3 wordt verwezen of die in dat artikel van toepassing of overeenkomstige toepassing wordt verklaard, is de desbetreffende overgangsrechtelijke bepaling van afdeling 12.2 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13.13. (overgangsbepalingen Vrijstellingsbesluit defensie Kernenergiewet)
Indien een in afdeling 12.2 opgenomen overgangsrechtelijke bepaling een verwijzing bevat naar een bepaling van dit besluit waarnaar in artikel 13.4 wordt verwezen of die in dat artikel van toepassing of overeenkomstige toepassing wordt verklaard, is de desbetreffende overgangsrechtelijke bepaling van afdeling 12.2 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13.14. (overgangsbepalingen Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen)
Indien een in afdeling 12.2 opgenomen overgangsrechtelijke bepaling een verwijzing bevat naar een bepaling van dit besluit waarnaar in artikel 13.5 wordt verwezen of die in dat artikel van toepassing of van overeenkomstige toepassing wordt verklaard, is de desbetreffende overgangsrechtelijke bepaling van afdeling 12.2 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13.15. (overgangsbepalingen Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet)
Indien een in afdeling 12.2 opgenomen overgangsrechtelijke bepaling een verwijzing bevat naar een bepaling van dit besluit waarnaar in artikel 13.6 wordt verwezen of die in dat artikel van toepassing of van overeenkomstige toepassing wordt verklaard, is de desbetreffende overgangsrechtelijke bepaling van afdeling 12.2 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13.16. (overgangsbepalingen Besluit vergoedingen Kernenergiewet)
Indien een in afdeling 12.2 opgenomen overgangsrechtelijke bepaling een verwijzing bevat naar een bepaling van dit besluit waarnaar in artikel 13.7 wordt verwezen of die in dat artikel van toepassing of overeenkomstige toepassing wordt verklaard, is de desbetreffende overgangsrechtelijke bepaling van afdeling 12.2 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13.17. (overgangsbepalingen Besluit OM afdoening)
Indien een in afdeling 12.2 opgenomen overgangsrechtelijke bepaling een verwijzing bevat naar een bepaling van dit besluit waarnaar in artikel 13.8 wordt verwezen of die in dat artikel van toepassing of overeenkomstige toepassing wordt verklaard, is de desbetreffende overgangsrechtelijke bepaling van afdeling 12.2 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13.18. (overgangsbepalingen Besluit detectie radioactief besmet schroot)
Indien een in afdeling 12.2 opgenomen overgangsrechtelijke bepaling een verwijzing bevat naar een bepaling van dit besluit waarnaar in artikel 13.9 wordt verwezen of die in dat artikel van toepassing of overeenkomstige toepassing wordt verklaard, is de desbetreffende overgangsrechtelijke bepaling van afdeling 12.2 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 14. Slotbepalingen
Artikel 14.1. (tijdelijke regeling)
Indien dit in het belang van de bescherming tegen ioniserende straling naar het oordeel van Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dringend noodzakelijk is en naar hun oordeel een wijziging van dit besluit niet kan worden afgewacht, kunnen bij regeling van Onze genoemde Ministers regels worden gesteld, die van dit besluit afwijken maar met een strekking als bedoeld in dit besluit. Een zodanige regeling vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden, of, indien binnen die termijn een wijziging van de betrokken bepaling van dit besluit in werking is getreden, op het tijdstip waarop die wijziging in werking treedt. Onze genoemde Ministers kunnen de termijn bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.
Artikel 14.2. (wijzigingsbepaling)
Een wijziging van richtlijn 2013/59/Euratom gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Artikel 14.3. (inwerkingtreding)
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 14.4. (citeertitel)
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.
Bijlage 1. behorend bij artikel 1.2 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming (algemene begripsomschrijvingen)
- aanwijsinstrument: instrument voor tijd- of plaatsbepaling, dan wel voor het meten, bepalen of aangeven van andere grootheden, bestemd voor gebruik op of in de directe omgeving van personen;
- activering: proces waarbij een stabiele nuclide in een radionuclide wordt omgevormd door het materiaal, waarin dat nuclide zich bevindt, met deeltjes of met hoogenergetische gammastralen te bestralen;
- activiteit (A): activiteit als gedefinieerd in bijlage 2;
- activiteitsconcentratie: activiteitsconcentratie als gedefinieerd in bijlage 2;
- afgedankte ingekapselde bron: ingekapselde bron die niet langer wordt gebruikt, noch bestemd is om te worden gebruikt voor de handeling waarvoor autorisatie was verleend maar die veilig beheer blijft vergen;
- apparaten of apparatuur: toestellen, versnellers, ingekapselde bronnen en open bronnen alsmede bijbehorende apparaten zoals ontwikkelmachines, diagnostische monitoren, PET/CT-scanners en gammacamera’s;
- arbodienst: dienst als bedoeld in artikel 14a, tweede en derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;
- autorisatie: registratie of vergunning;
- Autoriteit: Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet;
- A-werknemer: blootgestelde werknemer als bedoeld in artikel 7.11, tweede lid, juncto artikel 7.24;
- beheer van radioactieve afvalstoffen: alle handelingen die te maken hebben met het hanteren, de voorbehandeling, de behandeling, het conditioneren, de opslag of de eindberging van radioactieve afvalstoffen, met uitzondering van het vervoer buiten het terrein van de inrichting of de locatie;
- beheersysteem: systeem dat gegevens en documenten bevat die betrekking hebben op de stralingsbescherming binnen de onderneming;
- bergplaats: ruimte die uitsluitend wordt gebruikt voor de opslag van radioactieve stoffen;
- beroepsmatige blootstelling: blootstelling van werknemers bij de arbeid;
- beroepsmatige blootstelling in radiologische noodsituaties: blootstelling van een hulpverlener in een radiologische noodsituatie;
- beschermingsmaatregelen: maatregelen in een radiologische noodsituatie of bestaande blootstellingsituatie, niet zijnde remediëringsmaatregelen, om doses te vermijden of te verminderen die anders in een radiologische noodsituatie of bestaande blootstellingsituatie zouden worden ontvangen;
- besmet gebied: gebied waar zich een besmetting voordoet, anders dan op of in het menselijk lichaam;
- besmetting: onbedoelde of ongewenste aanwezigheid van radioactieve stoffen op oppervlakken of in vaste stoffen, vloeistoffen en gassen of uitwendig op of inwendig in het menselijk lichaam;
- bestaande blootstellingsituatie: blootstellingsituatie die al bestaat op het ogenblik dat een beslissing over de controle ervan wordt genomen en die niet of niet langer dringende maatregelen vereist;
- bevolkingsonderzoek: procedure waarbij medisch-radiologische installaties worden gebruikt voor een onderzoek als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet op het bevolkingsonderzoek;
- bewaakte zone: zone als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, onder b;
- blootgestelde werknemer: werknemer die bij de arbeid een blootstelling kan ondergaan die kan leiden tot dosis hoger dan een van de dosislimieten genoemd in artikel 7.3;
- blootstelling: handeling van het blootstellen of het blootgesteld zijn aan ioniserende straling, door uitwendige of inwendige blootstelling;
- blootstelling aan radon: blootstelling aan de dochternucliden van radon;
- blootstelling bij niet-medische beeldvorming: elke opzettelijke blootstelling van personen voor beeldvorming waarbij het nut voor de gezondheid van de persoon die de blootstelling ondergaat niet vooropstaat;
- blootstelling bij ongeval: blootstelling van personen, behalve hulpverleners, ten gevolge van een ongeval;
- blootstelling in een radiologische noodsituatie: situatie van blootstelling ten gevolge van een radiologische noodsituatie;
- blootstelling van de bevolking: blootstelling van personen, met uitzondering van beroepsmatige of medische blootstelling;
- blootstellingsroute: wijze waarop ioniserende straling of radionucliden personen kunnen bereiken en blootstelling kunnen veroorzaken;
- bouwmateriaal: voor de bouw bestemd product dat bedoeld is om blijvend te worden verwerkt in een bouwwerk of delen ervan, en waarvan de prestaties gevolgen hebben voor de prestaties van het bouwwerk met betrekking tot de blootstelling van de bewoners aan ioniserende straling;
- bron: toestel, versneller of radioactieve stof;
- broncontainer: samenstel van componenten dat bedoeld is om de insluiting van een ingekapselde bron te garanderen voor zover deze geen geïntegreerd onderdeel van de bron is, maar bedoeld is om de bron te beschermen bij transport en verlading;
- bronhouder: behuizing van een ingekapselde bron, die ter plaatse van het uittredevenster van de bronhouder is voorzien van een voorziening, waarmee de uittredende stralenbundel kan worden onderbroken en waaruit de bron niet zonder hulpgereedschap kan worden verwijderd;
- B-werknemer: blootgestelde werknemer als bedoeld in artikel 7.11;
- complexvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, voor omvangrijke handelingen of handelingen die een uitgebreide bescherming tegen ioniserende straling vereisen;
- consumentenproducten: apparaten of producten waarin doelbewust een of meer radionucliden zijn ingebracht, of die bij activering radionucliden voortbrengen of die ioniserende straling uitzenden, en die zonder toezicht of controle als bedoeld in afdeling 3.2 na verkoop aan leden van de bevolking kunnen worden verkocht of ter beschikking gesteld;
- controlestelsel: stelsel van controle en regulering dat wordt toegepast op menselijke activiteiten met het oog op de stralingsbescherming en handhaving van stralingsbeschermingsvoorschriften;
- deskundige: persoon die een diploma, certificaat of een ander getuigschrift ter afsluiting van een opleiding op het gebied van stralingsbescherming heeft behaald bij een instelling als bedoeld in artikel 5.11;
- diagnostische referentieniveaus: dosisniveaus in de medische radiodiagnostiek of interventieradiologie, of, in het geval van radiofarmaceutica, hoeveelheden activiteit voor karakteristieke onderzoeken voor groepen patiënten van standaardafmetingen of standaardfantomen voor globaal gedefinieerde soorten apparatuur;
- dosisbeperking: waarde die voorafgaand aan een handeling wordt bepaald als verwacht maximum van een individuele effectieve of equivalente dosis en gebruikt wordt voor de bepaling van de mogelijkheden tot optimalisatie van een bepaalde bron in een geplande blootstellingsituatie;
- dosislimiet: waarde van de effectieve dosis (of in voorkomend geval de effectieve volgdosis) of de equivalente dosis in een bedoelde periode die per persoon niet mag worden overschreden;
- effectieve dosis (E): effectieve dosis zoals gedefinieerd in bijlage 2;
- effectieve volgdosis (E(τ)): effectieve volgdosis zoals gedefinieerd in bijlage 2;
- eigen werknemer: blootgestelde werknemer in dienst van de ondernemer dan wel vrijwilliger of zelfstandige die ten behoeve van de ondernemer gehouden is arbeid te verrichten;
- eindberging: de plaatsing van radioactieve afvalstoffen of verbruikte splijtstoffen in een inrichting zonder de bedoeling die afvalstoffen of splijtstoffen terug te halen;
- equivalente dosis (HT): equivalente dosis zoals gedefinieerd in bijlage 2;
- equivalente volgdosis (HT(τ)): equivalente volgdosis zoals gedefinieerd in bijlage 2;
- externe werknemer: blootgestelde werknemer, niet zijnde een eigen werknemer van de ondernemer, ten behoeve van wie hij gehouden is arbeid te verrichten, met inbegrip van leerlingen en studerenden;
- extremiteiten: handen, onderarmen, voeten en enkels;
- geabsorbeerde dosis (D): geabsorbeerde dosis zoals gedefinieerd in bijlage 2;
- gecontroleerde zone: zone als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, onder a;
- geplande blootstellingsituatie: blootstellingsituatie die voortkomt uit het geplande gebruik van een bron of uit een menselijke handeling die wijziging brengt in de blootstellingsroutes zodat zij de blootstelling of potentiële blootstelling van mens of milieu veroorzaken; geplande blootstellingsituaties kunnen zowel reguliere als potentiële blootstellingen van werknemers, leden van de bevolking en patiënten omvatten;
- gezondheidsschade: kortere levensduur en verminderde levenskwaliteit voor personen als gevolg van blootstelling aan ioniserende straling; onder meer weefselreacties, kanker en ernstige genetische effecten;
- handeling: menselijke handeling die de blootstelling van personen aan van een bron afkomstige straling kan doen toenemen, alsmede een menselijke handeling die krachtens artikel 6.17 wordt aangemerkt als een geplande blootstellingsituatie, waaronder het bereiden, voorhanden hebben, bewerken, toepassen of zich ontdoen van een bron;
- handeling met een natuurlijke bron: handeling met betrekking tot van nature voorkomend radioactief materiaal als bedoeld in artikel 3.2;
- hoogactieve bron: ingekapselde bron als bedoeld in paragraaf 4.3.3, waarvan de activiteit van de erin vervatte radionuclide gelijk is aan of hoger is dan de relevante waarde voor die activiteit, opgenomen in bijlage 4;
- hulpverlener: persoon met een welomschreven taak in een stralingsincident, radiologische noodsituatie of ongeval die een blootstelling kan ondergaan terwijl hij in het stralingsincident, de radiologische noodsituatie of het ongeval hulp verleent;
- individuele schade: klinisch waarneembare schadelijke gevolgen bij personen of hun nakomelingen die onmiddellijk of vertraagd optreden; in het laatste geval betreft het eerder de waarschijnlijkheid dan de zekerheid dat zij optreden;
- industriële radiografie: het door middel van ioniserende straling vanuit een toestel of apparaat via een stralingsdetector produceren van een visueel waarneembaar beeld door het geproduceerde signaal om te zetten naar een videosignaal, dat wordt weergegeven door een monitor dan wel een methode waarbij de projectie van het te onderzoeken object wordt vastgelegd op filmmateriaal;
- ingekapselde bron: radioactieve bron waarvan het radioactieve materiaal permanent in een omhulsel is ingekapseld, dan wel gebonden is in vaste vorm teneinde onder normale gebruiksomstandigheden iedere verspreiding van radioactieve stoffen te voorkomen;
- inspectie: onderzoek door of namens een bevoegde autoriteit om te controleren of de wettelijke regels en voorschriften in acht worden genomen;
- inname: activiteit van radionucliden die door het lichaam uit het omringende milieu worden opgenomen;
- interventieradiologie: gebruik van beeldvormingstechnieken op basis van röntgenstraling, om het inbrengen en sturen van instrumenten in het lichaam te vergemakkelijken en zo een diagnose te kunnen stellen of een behandeling te kunnen uitvoeren;
- inwendige blootstelling: blootstelling aan ioniserende straling vanuit bronnen binnen het menselijk lichaam;
- ioniserende straling: onverminderd artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de wet, de energie die wordt overgedragen in de vorm van deeltjes of elektromagnetische straling met een golflengte van ten hoogste 100 nanometer of een frequentie van ten minste 3 × 1015 hertz, waardoor rechtstreeks of onrechtstreeks ionen kunnen worden geproduceerd;
- kennisgeving: overlegging krachtens artikel 3.11 aan de Autoriteit van gegevens ter kennisgeving van het voornemen een onder afdeling 3.2 vallende handeling of maatregel te verrichten of van een onder die afdeling vallende blootstellingsituatie;
- klinische audit: stelselmatige analyse of evaluatie van medisch-radiologische procedures ter verbetering van de kwaliteit en de resultaten van de patiëntenzorg via een gestructureerde evaluatie waarbij medisch-radiologische handelingen, procedures en resultaten worden getoetst aan de overeengekomen normen voor goede medisch-radiologische procedures;
- klinische verantwoordelijkheid: verantwoordelijkheid van een medisch deskundige voor individuele medische blootstellingen, met name de rechtvaardiging, de optimalisatie en de klinische evaluatie van het resultaat, als bedoeld in artikel 4, onderdeel 13, van de richtlijn;
- klinisch fysicus: ingevolge het Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied klinisch fysicus bevoegde persoon die over de nodige kennis en ervaring beschikt en de nodige opleiding heeft genoten om op te treden of advies te geven over kwesties betreffende op medische blootstelling toegepaste stralingsfysica;
- kunstmatige bron: bron, niet zijnde een natuurlijke bron en niet zijnde een toestel of een versneller;
- kwaliteitsbeheersing: activiteiten, waaronder het programmeren, coördineren en uitvoeren, die worden verricht teneinde de kwaliteit te handhaven of te verbeteren en die betrekking hebben op de monitoring, evaluatie en bijstelling op het vereiste niveau van alle prestaties van de apparatuur die gedefinieerd, gemeten en beheerst kunnen worden;
- kwaliteitsborging: alle geplande en systematische handelingen die noodzakelijk zijn om voldoende zekerheid te krijgen dat een structuur, systeem, onderdeel of procedure in bedrijf naar behoren en in overeenstemming met overeengekomen normen functioneert, waaronder mede wordt verstaan kwaliteitsbeheersing;
- leerling: persoon die binnen een onderneming wordt opgeleid of geschoold met het oog op het uitoefenen van een specifieke vaardigheid;
- leverancier: natuurlijke of rechtspersoon die een bron of hoogactieve bron levert of ter beschikking stelt;
- lid van de bevolking: persoon uit de bevolking binnen of buiten een locatie, niet zijnde een werknemer gedurende zijn werktijd of een persoon die een medische blootstelling ondergaat;
- locatie: locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht of plaats, waar een handeling wordt verricht;
- lozing: lozing op of in de bodem, in de lucht, in het openbare riool of in het oppervlaktewater;
- lozing op of in de bodem: definitief op of in de bodem brengen of doen brengen van vloeibare of in vloeistof opgeloste radioactieve stoffen dan wel van in een vloeistofstroom meegevoerde deeltjes van radioactieve stoffen, of het op de bodem brengen van deze stoffen indien daarbij vloeistof voor een deel in de bodem treedt, niet zijnde meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet;
- lozing in het openbare riool: in het openbare riool ontsnappen of laten ontsnappen van vloeibare of in vloeistof opgeloste radioactieve stoffen dan wel van in een vloeistofstroom meegevoerde deeltjes van radioactieve stoffen;
- lozing in de lucht: in de lucht ontsnappen van of laten ontsnappen van gasvormige radioactieve stoffen dan wel van in een gasstroom meegevoerde deeltjes van radioactieve stoffen;
- lozing in het oppervlaktewater: in het oppervlaktewater ontsnappen of laten ontsnappen van vloeibare of in vloeistof opgeloste radioactieve stoffen dan wel van in een vloeistofstroom meegevoerde deeltjes van radioactieve stoffen;
- maatregel: remediërende of beschermingsmaatregel;
- medische blootstelling: blootstelling van patiënten of asymptomatische personen ten behoeve van hun eigen medische of tandheelkundige diagnose of behandeling die bedoeld is om hun gezondheid te verbeteren, alsook blootstelling van verzorgers en van proefpersonen tijdens wetenschappelijk onderzoek;
- medisch deskundige: arts, tandarts of andere zorgverlener die bij of krachtens de artikelen 36 of 36a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg bevoegd is klinische verantwoordelijkheid te dragen voor een individuele medische blootstelling;
- medisch-radiologisch: betrekking hebbend op radiodiagnostische en radiotherapeutische procedures, en interventieradiologie of op een andere medische toepassing van ioniserende straling voor planning, besturing en verificatie;
- medisch-radiologische installatie: faciliteit waar medisch-radiologische procedures plaatsvinden;
- medisch-radiologische procedure: elke procedure die aanleiding geeft tot medische blootstelling;
- meet-, regel- of ijkbron: bron die uitsluitend wordt gebruikt in een al dan niet vaste meet-, regel- of ijkopstelling;
- mijnbouw: handelingen in het kader van het verrichten van verkenningsonderzoek, het opsporen of het winnen van delfstoffen of aardwarmte, dan wel het opslaan van stoffen;
- milieumonitoring: meting van de externe dosistempo’s ten gevolge van radioactieve stoffen in het milieu of van concentraties van radionucliden in milieucompartimenten;
- natuurlijke bron: bron van ioniserende straling van natuurlijke, terrestrische of kosmische oorsprong;
- noodplan: nationaal crisisplan als bedoeld in artikel 6.5 of bedrijfsnoodplan als bedoeld in artikel 6.7, bestaande uit voorzorgsmaatregelen bij blootstelling in een radiologische noodsituatie op basis van hypothetische gebeurtenissen en bijbehorende scenario’s;
- omgevingsdosisequivalent: omgevingsdosisequivalent als gedefinieerd in bijlage 2;
- omgevingsdosisequivalenttempo: omgevingsdosisequivalenttempo als gedefinieerd in bijlage 2;
- ondernemer: natuurlijke persoon, rechtspersoon of bestuursorgaan onder wiens verantwoordelijkheid een handeling wordt verricht of maatregel wordt uitgevoerd;
- ongewilde verspreiding: ongewilde verspreiding van een radioactieve stof als gevolg van een handeling die onder verantwoordelijkheid van een ondernemer is verricht en die niet meer onder controle van de betrokken ondernemer is;
- onbedoelde blootstelling: medische blootstelling die aanzienlijk verschilt van medische blootstelling die voor een specifiek doel bestemd is;
- Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- Onze Ministers: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- open bron: bron, niet zijnde een ingekapselde bron en niet zijnde een toestel of versneller;
- oppervlaktebesmetting: oppervlaktebesmetting als gedefinieerd in bijlage 2;
- opslag: voorhanden hebben van radioactief materiaal, waaronder verbruikte splijtstof, een radioactieve bron of radioactief afval in een faciliteit met de bedoeling het terug te halen;
- overmatige blootstelling: blootstelling die plaatsvindt bij een onvoorziene onbedoelde gebeurtenis, of bij een voorziene onbedoelde gebeurtenis die leidt tot een blootstelling die hoger is dan bij benadering is bepaald in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, als bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet;
- potentiële blootstelling van leden van de bevolking: blootstelling die niet met zekerheid verwacht wordt, maar het gevolg kan zijn van een gebeurtenis of een aaneenschakeling van gebeurtenissen van probabilistische aard, met inbegrip van materiaalgebreken en operationele fouten;
- potentiële blootstelling van werknemers: mogelijke blootstelling, niet zijnde reguliere blootstelling van werknemers, als gevolg van voorziene onbedoelde gebeurtenissen, welke voor aanvang van de handelingen bij benadering is bepaald in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet;
- praktische aspecten van medisch-radiologische procedures: uitvoering van een medische blootstelling en de daarmee verband houdende ondersteunende aspecten, waaronder het hanteren en gebruiken van medisch-radiologische apparatuur, het beoordelen van technische en fysische parameters met inbegrip van stralingsdoses, kalibratie en onderhoud van de apparatuur, bereiding en toediening van radiofarmaceutica, en beeldverwerking;
- radioactieve afvalstof: radioactief materiaal in gasvormige, vloeibare of vaste staat die krachtens artikel 10.7 als radioactieve afvalstof wordt aangemerkt;
- radioactief materiaal: materiaal dat radioactieve stoffen bevat;
- radioactieve bron: bron die radioactief materiaal bevat om voor zijn radioactiviteit te worden gebruikt;
- radiodiagnostisch: betrekking hebbend op in vivo diagnostische nucleaire geneeskunde, medische diagnostische radiologie op basis van ioniserende straling en tandheelkundige radiologie;
- radiologische noodsituatie: onverminderd artikel 38, onderdeel e, van de wet, een ongewone situatie of gebeurtenis waarbij een bron is betrokken en die onmiddellijke maatregelen vereist om ernstige negatieve gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van de mens, de levenskwaliteit, het eigendom of het milieu te beperken, dan wel een ernstig gevaar dat deze gevolgen kan meebrengen;
- radiotherapeutisch: betrekking hebbend op radiotherapie, waaronder nucleaire geneeskunde voor therapeutische doeleinden;
- radiotoxiciteitsequivalent: radiotoxiciteitsequivalent zoals gedefinieerd in bijlage 2;
- radon: de isotoop Rn-222 en de dochternucliden van radon, waar passend;
- referentieniveau: waarde voor een effectieve dosis of equivalente dosis of voor een activiteitsconcentratie in een radiologische noodsituatie of in een bestaande blootstellingsituatie waarvan overschrijding zoveel mogelijk wordt voorkomen;
- registratie: in een document door de Autoriteit krachtens artikel 3.9 verleende toestemming om een handeling uit te voeren in overeenstemming met de toepasselijke algemene regels en de door de Autoriteit voor de desbetreffende soort of categorie handelingen specifiek gestelde algemene regels;
- reguliere blootstelling van leden van de bevolking: verwachte blootstelling onder normale bedrijfsomstandigheden van een faciliteit of activiteit, met inbegrip van onderhoud, inspectie en ontmanteling, waaronder kleine incidenten die onder controle kunnen worden gehouden, dat wil zeggen tijdens normale bedrijfsactiviteiten en bij voorzienbare bedrijfsvoorvallen;
- reguliere blootstelling van werknemers: verwachte blootstelling, niet zijnde potentiële blootstelling van werknemers, als gevolg van normale bedrijfsomstandigheden, met inbegrip van onderhoud, inspectie en ontmanteling, welke voor de aanvang van de handelingen bij benadering is bepaald in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet;
- remediëringsmaatregelen: maatregelen in een bestaande blootstellingsituatie zoals de verwijdering van een bron of de beperking van de grootte ervan in termen van activiteit of hoeveelheid, of de onderbreking van blootstellingsroutes of de beperking van het effect ervan met het oog op het vermijden of beperken van de doses die anders zouden worden ontvangen in een bestaande blootstellingsituatie;
- richtlijn: Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad van 5 december 2013 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling en houdende intrekking van de Richtlijnen 89/618/Euratom, 90/641/Euratom, 96/29 Euratom, 97/43/Euratom en 2003/122/Euratom;
- richtlijn 2011/70/Euratom: Richtlijn van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (PbEU 2011, L199);
- ruimtevaartuig: bemand vaartuig dat ontworpen is voor gebruik op een hoogte van meer dan 100 km boven zeeniveau;
- sievert: eenheid als gedefinieerd in bijlage 2;
- standaardwaarden en relaties: waarden en relaties als aanbevolen in de hoofdstukken 4 en 5 van publicatie 116 van de International Commission on Radiological Protection (ICRP) wat betreft de schatting van doses van uitwendige blootstelling, en in hoofdstuk 1 van publicatie 119 van ICRP wat betreft de schatting van inwendige blootstelling, alsmede de door de lidstaten goedgekeurde actualiseringen;
- stralingsarts: persoon, die als stralingsarts is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 7.22, eerste lid;
- stralingsbeschermingsdeskundige: deskundige als bedoeld in artikel 5.4 die over de nodige kennis en ervaring beschikt en de nodige opleiding heeft genoten om stralingsbeschermingsadvies te geven, met het oog op de daadwerkelijk bescherming van personen, en van wie de bevoegdheid op dit gebied is erkend overeenkomstig artikel 5.5 of 5.6;
- stralingsincident: onbedoelde gebeurtenis of situatie of ongewilde verspreiding waarbij gevaar bestaat, dan wel gevaar is opgetreden voor:
- –. een blootstelling aan ioniserende straling van leden van de bevolking van meer dan 0,1 millisievert,
- –. een lozing op of in de bodem, in het riool, in het oppervlaktewater of in de lucht boven een door Onze Minister vastgestelde waarde, of
- –. een blootstelling aan ioniserende straling van werknemers van meer dan 2 millisievert;
- thoron: isotoop Rn-220 en de dochternucliden van thoron, waar passend;
- toezichthoudend medewerker stralingsbescherming: medewerker als bedoeld in artikel 5.7 die technisch bekwaam is op het gebied van stralingsbescherming voor een bepaalde soort handelingen om toezicht te houden op de toepassing van de maatregelen voor stralingsbescherming of om deze maatregelen ten uitvoer te leggen;
- uitwendige blootstelling: blootstelling aan ioniserende straling vanuit bronnen buiten het menselijk lichaam;
- vergunning: door de Autoriteit krachtens artikel 3.5 in een document verleende toestemming om handelingen uit te voeren in overeenstemming met specifieke voorwaarden of beperkingen opgenomen in dat document;
- versneller: toestel of installatie welke deeltjes versnelt en ioniserende straling met een energie van meer dan 1 mega-elektronvolt (MeV) uitzendt;
- verzorger: persoon die zich willens en wetens blootstelt aan ioniserende straling door hulp en bijstand van niet-beroepsmatige aard te verlenen aan een persoon die medische blootstelling ondergaat of heeft ondergaan;
- verwerking: chemische of fysische verrichtingen met radioactief materiaal, met inbegrip van de winning, de omzetting en de verrijking van splijt- en kweekstoffen en de opwerking van bestraalde splijtstof;
- verwijzend persoon: arts, tandarts of andere zorgverlener die bij of krachtens de artikelen 36 of 36a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg bevoegd is personen te verwijzen naar een medisch deskundige voor medische blootstelling;
- voorhanden hebben: in bezit hebben, beheren, bewaren of anderszins feitelijk onder zich hebben, of vervaardigen, bewerken, hanteren of opslaan, met uitzondering van het voorhanden hebben bij de opslag in verband met vervoer;
- vrijstellingswaarde: vrijstellingswaarde als bedoeld in paragraaf 3.3.1;
- vrijgavewaarde: vrijgavewaarde als bedoeld in paragraaf 3.3.2;
- weesbron: radioactieve bron die niet van controle is vrijgesteld of vrijgegeven en waarop niet of niet langer controle wordt uitgeoefend;
- werknemer: persoon die hetzij in dienst hetzij onder gezag van de ondernemer gehouden is tot het verrichten van arbeid ten behoeve van die ondernemer alsmede de zelfstandige en de vrijwilliger die ten behoeve van de ondernemer gehouden is arbeid te verrichten;
- wet: Kernenergiewet.
Bijlage 2. behorend bij artikel 1.2 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
Definities van grootheden en eenheden
A. Inleiding
Voor stralingsbeschermingsdoeleinden kunnen verschillende soorten grootheden worden onderscheiden:
B. Fysische grootheden
Het aantal door een stralingsbron uitgezonden deeltjes of de bronsterkte en het aantal uitgezonden deeltjes per tijdseenheid zijn de meest fundamentele radiometrische grootheden.
Fluentie
De fluentie, Ф, is het quotiënt van dN en da, waarin dN het aantal deeltjes is dat een bol met doorsnede da binnendringt:
De eenheid van fluentie is m-2.
Activiteit en becquerel
De activiteit is geen radiometrische grootheid en wordt als volgt gedefinieerd1Zie ook de definitie door de ICRU, ICRU 60: Fundamental Quantities and Units for Ionizing Radiation (1998).:
De activiteit, A, van een hoeveelheid radionuclide in een bepaalde energietoestand op een gegeven tijdstip, is het quotiënt van dN en dt, waarin dN de verwachtingswaarde van het aantal spontane kernovergangen van die energietoestand gedurende de tijd dt voorstelt:
De eenheid van activiteit is s-1 met als speciale naam becquerel (Bq).
Activiteitsconcentratie
De activiteitsconcentratie (de massieke activiteit), is het quotiënt van A en m, waarbij A de activiteit is van een massa-element met massa m.
Oppervlaktebesmetting
De oppervlaktebesmetting is het quotiënt van A en O, waarbij A de activiteit is op of in een oppervlak O.
Dosimetrische grootheden, zoals de kerma en de geabsorbeerde dosis, zijn in essentie het product van radiometrische grootheden en wisselwerkingscoëfficiënten.
Kerma
De grootheid kerma is alleen gedefinieerd voor indirect ioniserende straling, zoals fotonen en neutronen.
De kerma, K, is het quotiënt van dEtr en dm waarbij dEtr de som van de overgedragen kinetische energie aan alle secundaire geladen deeltjes is, welke zijn vrijgemaakt door ongeladen stralingsdeeltjes in een materiaal met massa dm:
De eenheid van kerma is J kg-1 met als speciale naam gray (Gy).
Geabsorbeerde dosis
De geabsorbeerde dosis, D, is het quotiënt van dε̄ en dm, waarbij dε̄ de gemiddelde energie-afgifte van ioniserende straling op materie is in een volume-element met massa dm:
De eenheid van geabsorbeerde dosis is J kg-1 met als speciale naam gray (Gy).
Voor geladen deeltjes is de grootheid lineïeke energie-overdracht ingevoerd. Bij het onbegrensde lineïeke energieverlies2ICRP, 2007. The 2007 Recommendations of the International Commission on Radiological Protection. ICRP Publication 103. Ann. ICRP 37 (2-4)., L∞, geldt geen restrictie voor de grenswaarde van het energie verlies en wordt L∞ ook aangeduid als L, waarin dE de gemiddelde energie is die een deeltje met energie E bij het doorlopen van een afstand dl in een materiaal verliest als gevolg van botsingen met elektronen:
De eenheid van L∞ is J m-1 maar gewoonlijk wordt L∞ uitgedrukt in keV μm-1.
C. Limiterende grootheden
Uitgaande van de beschrijving van een stralingsveld kunnen gemiddelde effectieve doses in organen of weefsel3ICRP, 2010. Conversion Coefficients for Radiological Protection Quantities for External Radiation Exposures. ICRP Publication 116, Ann. ICRP 40(2-5). worden berekend.
Voor stralingsbeschermingsdoeleinden is de orgaandosis,DT, gedefinieerd als quotiënt van de totale energie, εT, afgegeven in een weefsel of orgaan en de massa mT van dit orgaan of weefsel:
De speciale eenheid voor orgaandosis is gray (Gy).
Equivalente dosis en sievert
De equivalente dosis, HT, in een weefsel of orgaan T is de som van de producten van de gemiddelde geabsorbeerde dosis DT,R, in een weefsel of orgaan T ten gevolge van straling R, en de stralingsweegfactor wR:
De eenheid van equivalente dosis is J kg-1 met als speciale naam sievert (Sv).
Equivalente volgdosis
De equivalente volgdosis, HT(τ), is de integraal over tijd τ van het equivalente dosistempo in weefsel of orgaan T dat door een individu ten gevolge van opname van activiteit op het tijdstip t0 zal ontvangen:
waarin ḢT(t) het betreffende equivalente dosistempo in orgaan of weefsel T op het tijdstip t voorstelt, en τ de periode in jaren waarover wordt geïntegreerd. Wanneer τ niet gegeven is, wordt voor volwassenen uitgegaan van een periode van 50 jaar en voor kinderen van een periode tot een leeftijd van 70 jaar. De eenheid van equivalente volgdosis is J kg-1 met als speciale naam sievert (Sv).
Stralingsweegfactor
De stralingsweegfactor (wR) is een dimensieloze factor die wordt gebruikt om de geabsorbeerde dosis DT,R in een weefsel of orgaan T te wegen, teneinde de biologische effectiviteit van stralingssoort R in rekening te brengen bij de bepaling van de equivalente dosis HT in dat orgaan of weefsel.
De waarde van de stralingsweegfactor wR hangt af van de soort en de energie van het uitwendige stralingsveld of van de soort en de energie van de door een radionuclide uitgezonden straling in het organisme.
Wanneer het stralingsveld samengesteld is uit soorten en energieën met verschillende wR waarden, moet de geabsorbeerde dosis worden onderverdeeld in blokken met elk zijn eigen wR waarde, die vervolgens moeten worden gesommeerd om de totale equivalente dosis te verkrijgen. In plaats daarvan kan de geabsorbeerde dosis ook worden uitgedrukt als een continue energieverdeling waarin elk element van de geabsorbeerde dosis uit het energie element tussen E en E + dE vermenigvuldigd wordt met de desbetreffende wR. De stralingsweegfactoren voor verschillende stralingssoorten zijn gegeven in tabel 1.
Voor stralingssoorten en energieën die niet in tabel 1 voorkomen, kan wR worden benaderd door berekening van de gemiddelde kwaliteitsfactor Q op een diepte d van 10 mm in de ICRU bol (zie onderdeel D van deze bijlage).
1 Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad van 5 december 2013 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling, en houdende intrekking van de Richtlijnen 86/618/Euratom, 90/641/Euratom, 96/29/Euratom, 97/43/Euratom en 2033/122/Euratom, Publicatieblad van de Europese Unie L13 (17 januari 2014).
De verschillende weefsels en organen in het lichaam vertonen een stralingsgevoeligheid die voor inductie van stochastische effecten onderling verschillen.
Weefselweegfactor
De weefselweegfactor (wT) is een factor die wordt gebruikt om de bijdrage te berekenen van de equivalente dosis in een weefsel of orgaan (HT) aan de effectieve dosis(E). De factor hangt samen met de stralingsgevoeligheid van de organen en weefsels voor stochastische effecten.
1 Zie ook verwijzing 1 in tabel 1, hiervoor.
2 De wT voor de overige weefsels (0,12) geldt voor het rekenkundig gemiddelde van de doses van de hierna vermelde 13 organen en weefsels voor elk geslacht. Overig weefsel: bijnieren, extrathoracale gebied, galblaas, hart, nieren, lymfeklieren, spierweefsel, mondslijmvlies, pancreas, prostaat (man), dunne darm, milt, thymus, baarmoeder/baarmoederhals (vrouw).
Effectieve dosis
De effectieve dosis, E, is de som van de gewogen equivalente doses in alle in tabel 2 genoemde weefsels en organen ten gevolge van inwendige en uitwendige bestraling:
waarin HT de equivalente dosis in weefsel of orgaan T is en wT de weefselweegfactor zoals gegeven in tabel 2. De eenheid van effectieve dosis is J kg-1 met als speciale naam sievert (Sv).
De effectieve dosis is een dubbel gewogen orgaandosis die ook kan worden omschreven als:
waarin DT,R de gemiddelde geabsorbeerde dosis in weefsel of orgaan T is tengevolge van stralingssoort R.
Effectieve volgdosis
De effectieve volgdosis E(τ) is de som van de te verwachten equivalente orgaan- of weefselvolgdoses ten gevolge van opname van radionucliden door het lichaam uit het omringende milieu, elk vermenigvuldigd met de desbetreffende weefselweegfactor wT.
In E(τ) en HT(τ) stelt τ het aantal jaren voor waarover de volgdosis wordt geïntegreerd. De eenheid van effectieve volgdosis is J kg-1 met als speciale naam sievert (Sv). Wanneer τ niet gegeven is, wordt voor volwassenen uitgegaan van een periode van 50 jaar en voor kinderen van een periode tot een leeftijd van 70 jaar. De eenheid van de effectieve volgdosis is J kg-1 met als speciale naam sievert (Sv).
D. Operationele grootheden voor externe stralingsbronnen
Dosisequivalent
Het dosisequivalent, H, is het product van de kwaliteitsfactor, Q, en de geabsorbeerde dosis in een punt, D, uitgedrukt in ICRU weefsel:
De eenheid van dosisequivalent is de sievert (Sv).
Het dosisequivalent wordt berekend met behulp van een kwaliteitsfactor Q en niet met de stralingsweegfactor wR, die wordt gebruikt voor de berekening van de equivalente dosis.
Kwaliteitsfactor
De kwaliteitsfactor (Q) is een factor die de geabsorbeerde dosis in een punt in een weefsel of orgaan weegt voor de biologische effectiviteit van de geladen deeltjes waardoor de geabsorbeerde dosis wordt geproduceerd. De kwaliteitsfactor is gedefinieerd als een functie van het onbegrensde lineïeke energieverlies (L∞) in water op het referentiepunt (zie tabel 3)4ICRP, 2007. The 2007 Recommendations of the International Commission on Radiological Protection. ICRP Publication 103. Ann. ICRP 37 (2-4)..
Gemiddelde kwaliteitsfactor
De gemiddelde kwaliteitsfactor, Q̄, is de gemiddelde waarde van de kwaliteitsfactor,Q, op een punt in een weefsel, wanneer de geabsorbeerde dosis wordt afgegeven door deeltjes met verschillende L waarden. Deze factor wordt berekend uit de betrekking:
waarin Q(L∞) de kwaliteitsfactor in het referentiepunt is, L∞ het onbegrensde lineïeke energieverlies; en D(L∞)dL∞ de geabsorbeerde dosis is in het interval tussen de waarden L∞ en L∞ + dL∞. Het verband tussen L∞ en Q(L∞) wordt gegeven in tabel 3.
Bij de definitie van operationele grootheden voor omgevingsdosimetrie en voor kalibratie van persoonsdosismeters wordt een zeer eenvoudig fantoom, de zogenoemde ICRU-bol, gebruikt. Dit is een bol met een diameter van 30 cm en een dichtheid van 1 g cm-3. De bol is samengesteld uit de volgende materialen met tussen haakjes de massafractie: O (76,2%) H(10,1%) C(11,1%) N(2,6%). Deze samenstelling komt overeen met die van zacht weefsel. De ICRU-bol is bedoeld als een model voor de menselijke romp.
Geëxpandeerd veld
Een geëxpandeerd veld is een van het werkelijke stralingsveld afgeleid veld, waarin de fluentie (zie hiervoor onderdeel B) en haar richtings- en energiespreidingen overal in het meetvolume dezelfde waarde hebben als op het referentiepunt in het werkelijke stralingsveld.
Geëxpandeerd en uitgelijnd veld
Een geëxpandeerd en uitgelijnd veld is een stralingsveld waarin de fluentie en haar richtings- en energiespreiding hetzelfde zijn als in het geëxpandeerde veld, maar waarin de fluentie unidirectioneel is.
Zonemonitoring (ruimtemonitoring)
Omgevingsdosisequivalent
Het omgevingsdosisequivalent, H*(d), op een punt in een stralingsveld is het dosisequivalent dat zou worden teweeggebracht in het overeenkomstige, maar uitgeëxpandeerde en uitgelijnde veld in de ICRU bol op diepte d. De eenheid van omgevingsdosisequivalent is de sievert (Sv). Voor doordringende straling wordt voor d een waarde van 10 mm; voor weinig doordringende straling een waarde voor d van 0,07 mm voor de huid en voor het oog een waarde voor d van 3 mm aanbevolen. De factoren die nodig zijn voor de omzetting van omgevingdosisequivalent naar effectieve dosis zijn opgenomen in ICRP-publicatie 1165International Commission on Radiological Protection, 2010. Conversion Coefficients for Radiological Protection Quantities for External Radiation Exposures. ICRP Publication 116, Ann. ICRP 40(2-5)..
Omgevingsdosisequivalenttempo
Het omgevingsdosisequivalenttempo Ḣ*(d) is het omgevingsdosisequivalent per tijdseenheid. De eenheid van omgevingsdosisequivalenttempo is Sv s-1.
Richtingsdosisequivalent
Het richtingsdosisequivalent, H'(d,Ω), is het dosisequivalent op een punt in een stralingsveld dat zou worden teweeggebracht door het overeenkomstige geëxpandeerde veld in de ICRU bol op diepte d, op een straal in een bepaalde richting, waarbij Ω de hoek is tussen de invalsrichting van de straling en een referentierichting; en d de diepte is in mm onder het oppervlak van de ICRU-bol. Voor doordringende straling wordt voor d een waarde van 10 mm aanbevolen; voor weinig doordringende straling wordt een waarde van 0,07 mm voor de huid en 3 mm voor het oog aanbevolen. De eenheid van richtingsdosisequivalent is de sievert (Sv). De factoren die gebruikt kunnen worden voor de berekening van richtingsdosiscoëfficiënt naar effectieve dosis zijn opgenomen in ICRP-publicatie 116.
Individuele monitoring met behulp van persoonlijke controlemiddelen
Persoonsdosisequivalent
Het persoonsdosisequivalent, HP(d), is het dosisequivalent in zacht weefsel, op een diepte d, onder een bepaald punt op het lichaam. De eenheid van persoonsdosisequivalent is de sievert (Sv). Voor doordringende straling wordt voor d een waarde van 10 mm; voor weinig doordringende straling een waarde voor d van 0,07 mm voor de huid en voor het oog een waarde voor d van 3 mm aanbevolen. De voor de berekening benodigde factoren zijn opgenomen in ICRP-publicatie 116.
E. Operationele grootheden voor radioactieve stoffen
Radiotoxiciteitsequivalent
Het radiotoxiciteitsequivalent Re van een radionuclide is de activiteit die bij volledige directe inname (ingestie of inhalatie) daarvan een effectieve volgdosis van 1 sievert tot gevolg heeft.
Een Re voor een radionuclide is de inverse effectieve dosiscoëfficiënt voor dat nuclide:
Waarin e(g) de effectieve dosiscoëfficiënt is voor leeftijdsgroep g, volgens de bij verordening van de Autoriteit vastgestelde aanwijzingen voor de bepaling van de effectieve volgdosis. Het radiotoxiciteitsequivalent heeft de eenheid becquerel (Bq).
Bij de berekening van Re wordt, afhankelijk van de blootstellingscategorie die het betreft, gebruik gemaakt van de effectieve dosiscoëfficiënt voor een werknemer of voor een volwassen lid van de bevolking (referentieleeftijd «adult»).
Radiotoxiciteitsequivalent voor ingestie (Reing)
Eén radiotoxiciteitsequivalent voor ingestie (Reing) van een radionuclide is de activiteit die bij ingestie leidt tot een effectieve volgdosis van 1 sievert volgens door de Autoriteit vastgestelde aanwijzingen voor de bepaling van de effectieve volgdosis:
waarin eing de dosiscoëfficiënt voor ingestie is voor de referentieleeftijd «adult» voor het betreffende radionuclide en blootstellingscategorie, volgens door de Autoriteit vastgestelde aanwijzingen voor de bepaling van de effectieve volgdosis.
Het radiotoxiciteitsequivalent heeft als eenheid de becquerel (Bq).
Radiotoxiciteitsequivalent voor inhalatie (Reinh)
Eén radiotoxiciteitsequivalent voor inhalatie (Reinh) van een radionuclide is de activiteit die bij inhalatie leidt tot een effectieve volgdosis van 1 sievert volgens door de Autoriteit vastgestelde aanwijzingen voor de bepaling van de effectieve volgdosis:
waarin einh de dosiscoëfficiënt voor inhalatie is voor de referentieleeftijd «adult» voor het betreffende radionuclide en blootstellingscategorie, volgens door de Autoriteit vastgestelde aanwijzingen voor de bepaling van de effectieve volgdosis.
Het radiotoxiciteitsequivalent heeft als eenheid de becquerel (Bq).
Correctiefactoren voor lozingen uitgedrukt in Re’s
Factoren om een radiotoxiciteitsequivalent van een bepaald radionuclide te corrigeren voor de fysische halveringstijd van het betrokken radionuclide, voor lozingen in lucht en oppervlaktewater en in het openbare riool. De geloosde hoeveelheden uitgedrukt in Re worden vóór toetsing als volgt gecorrigeerd:
waarin:
Rei = de hoeveelheid geloosde radionuclide i is, uitgedrukt in Re, en
CRi = de correctiefactor voor de lozing voor radionuclide i
A/D-waarde
De A/D-waarde is de ratio van de activiteit van een radioactieve stof en de D-waarde (waarbij D staat voor «dangerous») voor die radioactieve stof, en maatgevend voor mogelijke deterministische effecten als gevolg van het gebruik van een radioactieve stof, waarbij:
A = de activiteit van een radioactieve stof, zoals gedefinieerd in onderdeel D van deze bijlage (eenheid becquerel), en,
D = de waarde van de activiteit van een radioactieve stof, die als de radioactieve stof stralingshygiënisch niet goed wordt beheerd, volgens bepaalde blootstellingscenario’s kan leiden tot ernstige deterministische effecten (eenheid becquerel). De D-waarde is opgenomen in tabel 1 van het document «Dangerous Quantities of Radioactive Material (D-Values)», EPR-D-Values 2006, van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA), waarbij voor de radioactieve stof de laagste waarde uit deze tabel 1 wordt genomen.
Bijlage 3. behorend bij afdeling 3.3 (vrijstellings- en vrijgavecriteria) van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
Onderdeel A
1. Vrijstelling
Handelingen kunnen van kennisgeving zijn of worden vrijgesteld, overeenkomstig afdeling 3.3 van het besluit. Dit betreft hetzij een vrijstelling rechtstreeks volgend uit het besluit, op grond van overeenstemming met de krachtens afdeling 3.3 in deze bijlage opgenomen vrijstellingsniveaus (activiteitswaarden (in becquerel (Bq) of activiteitsconcentraties (in kBq per kg)), hetzij een vrijstelling op grond van overeenstemming met bij ministeriële regeling, verordening of beschikking als bedoeld in de desbetreffende artikelen van afdeling 3.3 vastgestelde hogere waarden die voor specifieke toepassingen zijn of worden vastgesteld en die in overeenstemming zijn met de algemene vrijstellings- en vrijgavecriteria van paragraaf 3 van dit onderdeel A.
Handelingen waarvoor een kennisgevingsplicht geldt, kunnen met toepassing van afdeling 3.3 worden vrijgesteld van de registratieplicht of vergunningplicht op basis van de informatie die bij de kennisgeving van de handeling is verstrekt en overeenkomstig de algemene vrijstellingscriteria van paragraaf 3 van dit onderdeel.
2. Vrijstellings- en vrijgavewaarden
3. Algemene vrijstellings- en vrijgavecriteria
Om handelingen vrij te stellen van de registratieplicht of vergunningplicht kunnen krachtens afdeling 3.3 van het besluit minder restrictieve dosiscriteria worden toegepast.
Onderdeel B
Tabel A
Waarden voor de activiteitsconcentratie voor de vrijstelling of vrijgave van materialen die standaard op elke hoeveelheid en op elk type vast materiaal kunnen worden toegepast
Tabel A. Deel 1
1Moeder-radionucliden en hun dochternucliden waarvan de dosisbijdragen in de dosisberekening worden opgenomen (zodat enkel het vrijstellingsniveau van de moeder-radionuclide moet worden beschouwd), worden in de volgende tabel vermeld:
Voor de niet in tabel A, deel 1, van dit onderdeel vermelde radionucliden stelt de bevoegde autoriteit, waar nodig, passende waarden voor de hoeveelheden en activiteitsconcentraties vast. De aldus vastgestelde waarden vormen een aanvulling op die in tabel A, deel 1, van dit onderdeel.
Tabel A,. Deel 2
Van nature voorkomende radionucliden
Waarden voor de vrijstelling of vrijgave van van nature voorkomende radionucliden in vaste materialen in seculair evenwicht met hun dochternucliden:
Tabel B
Vrijstellingswaarden voor de totale activiteit (kolom 3); vrijstellingswaarden voor de activiteitsconcentratie in matige hoeveelheden van elk type materiaal (kolom 2).
1Kaliumzouten in hoeveelheden van minder dan 1.000 kg zijn vrijgesteld.
2Moeder-radionucliden en hun dochternucliden waarvan de dosisbijdragen in de dosisberekening worden opgenomen (zodat enkel het vrijstellingsniveau van de moeder-radionuclide moet worden beschouwd), worden hierna vermeld:
Tabel C
1Radionucliden met het achtervoegsel «+» of «sec» betreffen moedernucliden, die in evenwicht zijn met hun dochternucliden. In dit geval hebben de in de tabel vermelde waarden betrekking op het moedernuclide, maar zijn de dochternucliden die ingroeien daarin reeds verdisconteerd. Dat wil zeggen dat er bij evenwicht uitsluitend getoetst wordt aan de waarde voor het moedernuclide.
Bijlage 4. behorend bij paragraaf 4.3.3 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming en de definitie van «hoogactieve bron» zoals opgenomen in bijlage 1 van dat besluit
Activiteitswaarden die bepalend zijn voor hoogactieve bronnen
Voor radionucliden die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, is de relevante activiteit identiek aan de D-waarde als bepaald in de publicatie «Dangerous quantities of radioactive material (D-values)» van de IAEA, (EPR-D-VALUES 2006).
1De vastgestelde activiteit is de activiteit van de alfa-emitterende radionuclide.
Bijlage 5. behorend bij artikel 4.18 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
In de dossiers voor hoogactieve bronnen op te nemen informatie
Bijlage 6. behorend bij de artikelen 6.5 en 6.7 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
Onderdeel A. Elementen die in een rampenbestrijdingssysteem moeten worden opgenomen:
Onderdeel B. Elementen die in een noodplan moeten worden opgenomen:
Voor de voorbereiding op radiologische noodsituaties:
Op voorhand worden voorzieningen getroffen om deze elementen zo mogelijk tijdens een blootstelling in een radiologische noodsituatie te herzien, zodat zij voortdurend aan de heersende omstandigheden worden aangepast zoals die tijdens de reactie op de radiologische noodsituatie evolueren.
Voor de reactie op noodsituaties:
De reactie op blootstelling in een radiologische noodsituatie dient de vorm te krijgen van tijdige implementatie van voorzieningen die ter voorbereiding op radiologische noodsituaties zijn opgenomen. Deze omvatten ten minste het volgende:
Bijlage 7. behorend bij artikel 6.15 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
Indicatieve lijst van soorten bestaande blootstellingsituaties
Bijlage 8. behorend bij artikel 6.20 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
Elementen die in aanmerking moeten worden genomen bij de opstelling van het nationale actieplan voor de beheersing van langetermijnrisico’s van blootstelling aan radon
Bijlage 9. behorend bij artikel 6.21, eerste lid van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
Indicatieve lijst van bouwmaterialen die gezien de uitgezonden gammastraling in aanmerking moeten worden genomen, omdat ze kunnen leiden tot een overschrijding van het betreffende referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar en aandacht vragen vanuit het oogpunt van de stralingsbescherming.
-
- Natuurlijke materialen:
- a. Aluinschalie.
- b. Bouwmaterialen of grondstoffen voor bouwmaterialen zoals:
- –. granitoiden (zoals graniet, syeniet en orthogneis);
- –. porfier;
- –. tuf;
- –. puzzolaan;
- –. lava
- –. zirkoonzand.
-
- Grondstoffen op basis van restmateriaal uit industrieën zoals:
- –. vliegas;
- –. fosfo(r)gips;
- –. fosforhoudende slakken;
- –. tinslakken;
- –. koperslakken;
- –. slib van de aluminiumproductie;
- –. restmateriaal van de staalproductie.
Bijlage 10
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen.
Hoofdstuk 2. Rechtvaardiging, optimalisatie, dosislimitering
§ 2.1. Algemene bepalingen
§ 2.2. Rechtvaardiging
§ 2.3. Optimalisatie
§ 2.4. Dosislimitering
Hoofdstuk 3. Controlestelsel
Afd. 3.1. Algemene bepalingen
§ 3.1.1. Algemene verboden
§ 3.1.2. Handelingen met van nature voorkomend radioactieve materialen
Afd. 3.2. Vergunning, registratie en kennisgeving
§ 3.2.1. Algemene bepalingen
§ 3.2.2. Vergunning
§ 3.2.3. Registratie
§ 3.2.4. Kennisgeving
§ 3.2.5. Specifieke regels vergunningen
Afd. 3.3. Vrijstelling en vrijgave controlestelsel
§ 3.3.1. Vrijstelling handelingen en bronnen
§ 3.3.2. Vrijgave bronnen
§ 3.3.3. Categorieën vrijgestelde of vrijgegeven bronnen en handelingen
Hoofdstuk 4. Algemene regels voor bronnen en handelingen in geplande blootstellingsituaties
Afd. 4.1. Algemene regels voor bronnen en handelingen
Afd. 4.2. Toestellen en versnellers
Afd. 4.3. Radioactieve stoffen:
§. 4.3.1. Algemeen
§. 4.3.2. Ingekapselde bronnen
§. 4.3.3. Hoogactieve bronnen
§. 4.3.4. Open bronnen
§. 4.3.5. Handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal
Afd. 4.4. Overige maatregelen:
§. 4.4.1. Consumentenproducten
§. 4.4.2. Aanwijsinstrumenten
§. 4.4.3. Niet-medische beeldvorming
§. 4.4.4. Algemene bepaling tot het stellen van nadere regels
Afd. 4.5. Meet en rekenmethoden
Hoofdstuk 5. Informatie en deskundigheid
§ 5.1. Informatie
§ 5.2. Diensten en deskundigen
§ 5.3. Opleiding, training en voorlichting
Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen inzake blootstelling.
Afd. 6.1. Stralingsincidenten, ongevallen en radiologische noodsituaties
§ 6.1.1. Meldingen en maatregelen
§ 6.1.2. Ongevallenbestrijding en nationale crisisplannen
§ 6.1.3. Bedrijfsnoodplannen en interventies ondernemer
§ 6.1.4. Interventies overheid
Afd. 6.2. Bestaande blootstellingsituaties
§ 6.2.1. Bestaande blootstellingsituaties met blootstelling van leden van de bevolking
§ 6.2.2 Nationaal actieprogramma radon; gammastraling bouwmaterialen
Afd. 6.3. Besmette gebieden
Afd. 6.4. Monitoring
Hoofdstuk 7. Beroepsmatige blootstelling.
Afd. 7.1. Algemene bepalingen voor beroepsmatige blootstelling
§ 7.1.1. Verplichtingen ondernemer
§ 7.1.2. Bepaling van blootstelling
§ 7.1.3. Registreren gegevens blootgestelde werknemer
§ 7.1.4. Gezondheidskundig toezicht op blootgestelde werknemers
§ 7.1.5. Onderricht
§ 7.1.6. Bijzondere situaties
Afd. 7.2. Beroepsmatige blootstelling in geplande blootstellingsituaties
Afd. 7.3. Beroepsmatige blootstelling in radiologische noodsituaties
Afd. 7.4. Beroepsmatige blootstelling in bestaande blootstellingsituaties
Hoofdstuk 8. Medische blootstelling
§ 8.1. Algemene bepalingen
§ 8.2. Algemene bepalingen over bescherming bij medische blootstellingen
§ 8.3. Bijzondere bepalingen over bescherming bij medische blootstellingen
§ 8.4. Eisen aan procedures en apparatuur
Hoofdstuk 9. Blootstelling van leden van de bevolking
Afd. 9.1. Blootstelling van leden van de bevolking in geplande blootstellingsituaties
§ 9.1.1. Dosislimieten
§ 9.1.2. Dosisbeperkingen
§ 9.1.3. Bescherming onder normale omstandigheden
Afd. 9.2. Blootstelling van leden van de bevolking in radiologische noodsituaties
Afd. 9.3. Blootstelling van leden van de bevolking in bestaande blootstellingsituaties
Hoofdstuk 10. Het beheer van en het zich ontdoen van radioactieve afvalstoffen.
§ 10.1. Nationaal programma beheer radioactieve afvalstoffen
§ 10.2. Zich ontdoen van radioactieve afvalstoffen
§ 10.3. Zich ontdoen van bronnen
§ 10.4. Kosten beheer radioactieve afvalstoffen
Hoofdstuk 11. Procedures, nadere eisen en ontheffingen
§ 11.1. Openbare voorbereidingsprocedure
§ 11.2. Reguliere voorbereidingsprocedure
§ 11.3. Geen positieve fictieve beschikking
§ 11.4. Nadere eisen en ontheffingen
Hoofdstuk 12. Intrekking en overgangsbepalingen Besluit stralingsbescherming
Afd. 12.1. Intrekking
Afd. 12.2. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 13. Wijziging en overgangsbepalingen overige besluiten
Afd. 13.1. Wijziging overige besluiten
Afd. 13.2. Overgangsbepalingen overige besluiten
Hoofdstuk 14. Slotbepalingen
Bijlagen 1–10.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)