Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 1 november 2017, houdende regels inzake de conformiteitsbeoordeling van vaste biomassa voor energietoepassingen door erkende conformiteitsbeoordelingsinstanties (Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen)

4 versions · 2024-01-01
2024-01-01
Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassinge

Wijzigingen op 2024-01-01

@@ -18,7 +18,7 @@
- **accreditatie:** accreditatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 10, juncto artikel 3 van de verordening;
- **beheerseisen:** eisen vastgesteld op grond van [artikel 16, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=3&artikel=16&z=2022-03-26&g=2022-03-26), die een schemabeheerder bij het opstellen of wijzigen van een certificatieschema in acht neemt en die betrekking hebben op de wijze waarop een schema tot stand komt dan wel wordt gewijzigd;
- **beheerseisen:** eisen vastgesteld op grond van [artikel 16, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=3&artikel=16&z=2024-01-01&g=2024-01-01), die een schemabeheerder bij het opstellen of wijzigen van een certificatieschema in acht neemt en die betrekking hebben op de wijze waarop een schema tot stand komt dan wel wordt gewijzigd;
- **certificatie:** conformiteitsbeoordeling, uitgevoerd door een conformiteitsbeoordelingsinstantie overeenkomstig het toepasselijke certificatieschema, resulterend in een certificaat;
@@ -26,7 +26,7 @@
- **conformiteitsbeoordelingsverklaring:** verklaring, afgegeven door een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie, dat een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de daarin gespecificeerde vaste biomassa is geproduceerd op een wijze die voldoet aan de daarop van toepassing zijnde duurzaamheidseisen die in de verklaring zijn gespecificeerd;
- **duurzaamheidseisen:** eisen voor vaste biomassa ten behoeve van energietoepassingen die zijn vastgesteld op grond van [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=3&artikel=16&z=2022-03-26&g=2022-03-26), en die ten grondslag liggen aan het certificatieschema en het verificatieprotocol waaraan bij de werkzaamheid wordt getoetst in het belang van de bescherming van het milieu;
- **duurzaamheidseisen:** eisen voor vaste biomassa ten behoeve van energietoepassingen die zijn vastgesteld op grond van [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=3&artikel=16&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en die ten grondslag liggen aan het certificatieschema en het verificatieprotocol waaraan bij de werkzaamheid wordt getoetst in het belang van de bescherming van het milieu;
- **erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie:** rechtspersoon die door Onze Minister voor Klimaat en Energie is erkend voor het uitvoeren van een werkzaamheid en op basis daarvan is gerechtigd tot het afgeven van een conformiteitsbeoordelingsverklaring;
@@ -44,7 +44,7 @@
- **verificatie:** conformiteitsbeoordeling, uitgevoerd door een conformiteitsbeoordelingsinstantie overeenkomstig het verificatieprotocol, resulterend in een verificatieverklaring;
- **verificatieprotocol:** normdocument voor verificatie dat op grond van [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2022-03-26&g=2022-03-26) is aangewezen, met eisen voor de wijze waarop en op grond waarvan een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie de verificatie verricht;
- **verificatieprotocol:** normdocument voor verificatie dat op grond van [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2024-01-01&g=2024-01-01) is aangewezen, met eisen voor de wijze waarop en op grond waarvan een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie de verificatie verricht;
- **verordening:** verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 339/93 (PbEU 2008, L 218);
@@ -60,7 +60,7 @@
3. De erkenning vermeldt ten minste de naam, adres en de vestigingsplaats van de conformiteitsbeoordelingsinstantie en de werkzaamheid die deze gerechtigd is uit te voeren, alsmede een specificatie van de categorie vaste biomassa waarvoor en de goedgekeurde certificatieschema’s of het verificatieprotocol volgens welke de werkzaamheid mag worden uitgevoerd.
4. Onverminderd [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-03-26&g=2022-03-26) wordt een erkenning voor een werkzaamheid gebaseerd op een accreditatie of een bewijsstuk waaruit ten genoegen van Onze Minister voor Klimaat en Energie blijkt dat de conformiteitsbeoordelingsinstantie in staat is bij de in de aanvraag aangegeven werkzaamheden te voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen.
4. Onverminderd [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2024-01-01&g=2024-01-01) wordt een erkenning voor een werkzaamheid gebaseerd op een accreditatie of een bewijsstuk waaruit ten genoegen van Onze Minister voor Klimaat en Energie blijkt dat de conformiteitsbeoordelingsinstantie in staat is bij de in de aanvraag aangegeven werkzaamheden te voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen.
5. Een erkenning wordt voor onbepaalde tijd verleend.
@@ -80,7 +80,7 @@
3. Met een erkenning wordt gelijkgesteld een erkenning of een vergelijkbare beschikking afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van voorwaarden die een beschermingsniveau bieden dat naar het oordeel van Onze Minister voor Klimaat en Energie ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat bij of krachtens dit besluit wordt geboden.
4. [Artikel 2, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2022-03-26&g=2022-03-26), is van overeenkomstige toepassing op de erkenning, bedoeld in het derde lid.
4. [Artikel 2, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), is van overeenkomstige toepassing op de erkenning, bedoeld in het derde lid.
##### Artikel 4. Aanvraag erkenning
@@ -112,9 +112,9 @@
2. Een verzoek wordt in ieder geval ingediend indien de conformiteitsbeoordelingsinstantie erkend wil worden voor het verificatieprotocol of een of meer goedgekeurde certificatieschema’s waarop de erkenning geen betrekking heeft.
3. Een verzoek tot wijziging wordt ingediend bij Onze Minister voor Klimaat en Energie met gebruikmaking van het middel, bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2022-03-26&g=2022-03-26).
4. Op het verzoek zijn de [artikelen 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2022-03-26&g=2022-03-26), en [4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2022-03-26&g=2022-03-26), van overeenkomstige toepassing.
3. Een verzoek tot wijziging wordt ingediend bij Onze Minister voor Klimaat en Energie met gebruikmaking van het middel, bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
4. Op het verzoek zijn de [artikelen 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en [4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 7. Schorsen en intrekken erkenning
@@ -130,7 +130,7 @@
- a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens op het tijdstip van de verlening van de erkenning tot een andere beslissing zou hebben geleid;
- b. de conformiteitsbeoordelingsinstantie bij de aanvraag om erkenning een accreditatie als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2022-03-26&g=2022-03-26), heeft verstrekt en deze accreditatie is vervallen;
- b. de conformiteitsbeoordelingsinstantie bij de aanvraag om erkenning een accreditatie als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), heeft verstrekt en deze accreditatie is vervallen;
- c. de erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie binnen acht weken na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen nieuw bewijsstuk als bedoeld in het eerste lid heeft ingediend;
@@ -140,9 +140,9 @@
- a. op verzoek van de erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie;
- b. indien er aanwijzingen zijn dat sprake is van een overtreding van dit besluit dan wel van een overtreding als bedoeld in [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=5&z=2022-03-26&g=2022-03-26), en de conformiteitsbeoordelingsinstantie niet voldoet aan het verzoek van Onze Minister voor Klimaat en Energie om binnen een redelijke termijn een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in [artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194&artikel=28), die niet ouder is dan twee maanden, te overleggen;
- c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in [artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=3). [Artikel 5, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=5&z=2022-03-26&g=2022-03-26), is van overeenkomstige toepassing;
- b. indien er aanwijzingen zijn dat sprake is van een overtreding van dit besluit dan wel van een overtreding als bedoeld in [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=5&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en de conformiteitsbeoordelingsinstantie niet voldoet aan het verzoek van Onze Minister voor Klimaat en Energie om binnen een redelijke termijn een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in [artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194&artikel=28), die niet ouder is dan twee maanden, te overleggen;
- c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in [artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=3). [Artikel 5, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=5&z=2024-01-01&g=2024-01-01), is van overeenkomstige toepassing;
- d. indien de schorsing, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, niet heeft geleid tot hetgeen daarmee werd beoogd, dan wel er aanwijzingen zijn dat hetgeen met de schorsing werd beoogd niet binnen een redelijke termijn zal zijn gerealiseerd.
@@ -150,7 +150,7 @@
5. Indien Onze Minister voor Klimaat en Energie kan aantonen dat de voorafgaand aan de schorsing of intrekking afgegeven conformiteitsbeoordelingsverklaringen onterecht zijn afgegeven, worden die verklaringen niet langer aangemerkt als conformiteitsbeoordelingsverklaringen.
6. Onze Minister voor Klimaat en Energie verwerkt de schorsing en intrekking van erkenningen in de lijst, bedoeld in [artikel 2, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2022-03-26&g=2022-03-26).
6. Onze Minister voor Klimaat en Energie verwerkt de schorsing en intrekking van erkenningen in de lijst, bedoeld in [artikel 2, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
##### Artikel 8. Melding
@@ -160,7 +160,7 @@
- b. van een geschorste of vervallen accreditatie voor een werkzaamheid waarvoor een erkenning is afgegeven;
- c. indien het ingediende bewijsstuk, bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2022-03-26&g=2022-03-26), voor een werkzaamheid waarvoor een erkenning is afgegeven, niet meer kan dienen als bewijs voor het gerechtvaardigde vertrouwen op grond waarvan de erkenning is afgegeven.
- c. indien het ingediende bewijsstuk, bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor een werkzaamheid waarvoor een erkenning is afgegeven, niet meer kan dienen als bewijs voor het gerechtvaardigde vertrouwen op grond waarvan de erkenning is afgegeven.
2. Een melding wordt ingediend bij Onze Minister voor Klimaat en Energie met gebruikmaking van het middel dat door hem beschikbaar wordt gesteld.
@@ -196,11 +196,11 @@
1. Met een certificatieschema als bedoeld bij of krachtens dit besluit wordt gelijkgesteld een document dat is vastgesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en een beschermingsniveau biedt dat naar het oordeel van Onze Minister voor Klimaat en Energie ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met het certificatieschema wordt geboden.
2. [Artikel 10, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=3&artikel=10&z=2022-03-26&g=2022-03-26), is van overeenkomstige toepassing op het document, bedoeld in het eerste lid.
2. [Artikel 10, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=3&artikel=10&z=2024-01-01&g=2024-01-01), is van overeenkomstige toepassing op het document, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 12. Aanvraag goedkeuring
1. Een aanvraag om goedkeuring van een certificatieschema als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=3&artikel=10&z=2022-03-26&g=2022-03-26), wordt door de schemabeheerder ingediend bij Onze Minister voor Klimaat en Energie met gebruikmaking van een door hem vastgesteld middel.
1. Een aanvraag om goedkeuring van een certificatieschema als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=3&artikel=10&z=2024-01-01&g=2024-01-01), wordt door de schemabeheerder ingediend bij Onze Minister voor Klimaat en Energie met gebruikmaking van een door hem vastgesteld middel.
2. Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens verstrekt:
@@ -210,7 +210,7 @@
- c. stukken waaruit blijkt dat het certificatieschema of het deel daarvan waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de beheerseisen en de duurzaamheidseisen waarvoor de goedkeuring wordt aangevraagd.
3. Onverminderd het tweede lid, wordt een aanvraag als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=3&artikel=10&z=2022-03-26&g=2022-03-26), uitsluitend in behandeling genomen indien duidelijk is wat de wijzigingen zijn in de versie waarvoor de goedkeuring wordt aangevraagd ten opzichte van de daaraan voorafgaande versie.
3. Onverminderd het tweede lid, wordt een aanvraag als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040209&hoofdstuk=3&artikel=10&z=2024-01-01&g=2024-01-01), uitsluitend in behandeling genomen indien duidelijk is wat de wijzigingen zijn in de versie waarvoor de goedkeuring wordt aangevraagd ten opzichte van de daaraan voorafgaande versie.
4. Onze Minister voor Klimaat en Energie kan nadere regels stellen met betrekking tot de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
@@ -290,7 +290,7 @@
##### Artikel 1a. Grondslag besluit
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Dit besluit berust mede op [artikel 18.6, eerste lid, van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.6).
### Hoofdstuk 2. Erkenning conformiteitsbeoordelingsinstanties
2022-03-26
Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassinge
2018-01-01
Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassinge
2018-01-01
Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassi
original version Tekst op deze datum