Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister voor Medische Zorg en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 17 december 2018, kenmerk 2018-2207875, houdende de vaststelling van beleidsregels inzake het opleggen van bestuurlijke boetes (Beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie VWS 2019)

Type Beleidsregel
Publication 2025-03-01
State In force
Source BWB
artikelen 9
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

‘Niet van toepassing’ wordt ingevuld als het aantal cliënten waar de overtreding betrekking op heeft niet relevant is voor het vaststellen van de ernst van de overtreding.

Stap 4. Verwijtbaarheid

Stap 5. Natuurlijke persoon of onderneming, grootte van de onderneming

Stap 6. Recidive

Bijlage. bij de Boetebeleidsregels Ministerie VWS 2019: Wet ambulancezorgvoorzieningen

Leeswijzer

Stap 1. Vaststelling zwaartecategorie van het overtreden voorschrift

Stap 2. Ernst van de overtreding

In onderstaand schema A zijn diverse factoren genoemd die meegewogen worden bij het bepalen van de ernst van de overtreding.

Ten eerste de omvang van de overtreding. Bestaat de overtreding uit minder dan twee gedragingen/verrichtingen, dan wordt de omvang als klein en verlichtend beoordeeld. Bestaat de overtreding uit twee tot en met vijf gedragingen/verrichtingen, dan wordt uitgegaan van een gemiddelde omvang. Bestaat de overtreding uit meer dan vijf gedragingen/verrichtingen, dan wordt de omvang als groot en verzwarend beoordeeld.

Ten tweede de duur van de overtreding. Voor het bepalen van de omvang van de overtreding geldt dat, als een overtreding langer dan drie maanden heeft voortgeduurd, er sprake is van een lange duur. Indien de overtreding minder dan een maand heeft geduurd, wordt uitgegaan van een korte duur. De duur van de overtreding wordt als gemiddeld vastgesteld, indien deze langer duurde dan drie maanden en korter dan een maand.

Stap 3. Bepalen voorlopig boetebedrag

Met behulp van onderstaand schema B wordt bepaald welk voorlopig boetebedrag van toepassing is op grond van de uitkomsten van stap 1 en 2. Bij het invullen van schema B vallen de verlichtende en verzwarende omstandigheden bij gelijke telling tegen elkaar weg.

Voor het gebruik van schema B geldt het volgende:

Stap 4. Verwijtbaarheid

De boete wordt afgestemd op de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen opzet, grove schuld, normale verwijtbaarheid en verminderde verwijtbaarheid. Als uitgangspunt geldt dat in beginsel sprake is van normale verwijtbaarheid.

De minister moet aantonen dat sprake is van opzet of grove schuld. Onder opzet wordt verstaan het willens en wetens handelen of nalaten in strijd met het bepaalde in de genoemde artikelen.

Grove schuld is aan de orde wanneer de mate van verwijtbaarheid hoger ligt dan de normale verwijtbaarheid, maar er geen sprake is van opzet. Bijvoorbeeld in het geval van een ernstige, aan opzet grenzende, mate van verwijtbaarheid. Hierbij gaat het dan om ernstige nalatigheid, ernstige onzorgvuldigheid of ernstige onachtzaamheid met als gevolg dat de betreffende bepaling niet of niet behoorlijk is nageleefd. Van grove schuld kan ook sprake zijn wanneer er omstandigheden zijn die elk op zich normale verwijtbaarheid opleveren, maar in onderlinge samenhang bezien wel leiden tot grove schuld.

Onder verminderde verwijtbaarheid wordt verstaan situaties waarin het de overtreder niet volledig valt aan te rekenen dat hij de overtreding heeft begaan. Op de overtreder rust de verplichting de daarvoor noodzakelijke feiten en omstandigheden aannemelijk te maken.

Stap 5. Aard van de overtreder

De aard van de overtreder speelt een rol in het bepalen van de hoogte van de boete. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een natuurlijk persoon, een natuurlijk persoon die een onderneming drijft of een rechtspersoon die een onderneming drijft. Dit zorgt ervoor dat natuurlijke personen en rechtspersonen op evenredige wijze worden geraakt door de boete.

De grootte van de onderneming van een natuurlijk persoon en een rechtspersoon wordt berekend aan de hand van het aantal fte binnen de onderneming. Dit wordt bepaald door de hoeveelheid werkzame personen van een onderneming, zoals geregistreerd in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, te vermenigvuldigen met 0,65 (afgeleid van het statistisch gemiddelde van het CBS van werkzame personen per fte volgens CBS).

Indien het aantal werkzame personen niet uit het handelsregister blijkt, of indien er reden is om aan te nemen dat de registratie in het handelsregister onjuist of niet langer actueel is, wordt een inschatting van het aantal werkzame personen gemaakt op basis van constateringen van de inspecteur tijdens een inspectie of gegevens uit het jaarverslag. Het aantal fte wordt indien nodig afgerond in het voordeel van de betrokkene. Een uitkomst van 0,65 of minder wordt afgerond op 1 fte.

Stap 6. Recidive

Indien binnen vier jaar nadat een bestuurlijke boete is opgelegd opnieuw hetzelfde wettelijke voorschrift wordt overtreden, aan te duiden als recidive, wordt het nominale boetebedrag bij een nieuwe bestuurlijke boete verdubbeld. Bij een derde overtreding van hetzelfde wettelijke voorschrift binnen de recidivetermijn wordt het nominale boetebedrag verhoogd met factor 3. Bij volgende overtredingen van hetzelfde wettelijke voorschrift binnen de recidivetermijn wordt het nominale boetebedrag steeds met een extra factor 1 verhoogd ten opzichte van de eerdere verhogingsfactor, tot het maximale in de wet vastgestelde boetebedrag is bereikt. Onherroepelijkheid van een eerdere boete speelt geen rol bij de vraag of de boete verhoogd kan worden wegens recidive.

Het boetebedrag is nu vastgesteld op grond van de Beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie Volksgezondheid Welzijn en Sport 2019.

Bijlage. bij de Boetebeleidsregels Ministerie VWS 2019: Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz)

Boetedifferentiatie

De hoogte van de daadwerkelijk op te leggen bestuurlijke boete wordt per overtreding aan de hand van de stappen uit deze bijlage vastgesteld.

Leeswijzer

Stap 1. Vaststelling zwaartecategorie van het overtreden voorschrift

Stap 2. Ernst van de overtreding

In onderstaand schema A zijn diverse factoren genoemd die meegewogen worden bij het bepalen van de ernst van de overtreding.

Ten eerste de omvang van de overtreding. Voor het bepalen van de omvang van de overtreding geldt dat, als het betreffende product is aangeboden of wordt ondersteund aan minder dan 10 zorgaanbieders, er sprake is van een kleine omvang. Indien sprake is van het aanbieden of ondersteunen aan 10 tot en met 50 zorgaanbieders wordt uitgegaan van een gemiddelde omvang. Van een grote omvang is sprake als er aan meer dan 50 zorgaanbieders is aangeboden of ondersteuning is geboden.

Ten tweede de duur van de overtreding. Voor het bepalen van de omvang van de overtreding geldt dat, als een overtreding een jaar heeft voortgeduurd, er sprake is van een lange duur. Indien de overtreding minder dan een maand heeft geduurd, wordt uitgegaan van een korte duur. De duur van de overtreding wordt als gemiddeld vastgesteld, indien deze langer duurde dan een jaar en korter dan een maand.

Stap 3. Bepaling voorlopig boetebedrag

Met behulp van onderstaand schema B wordt bepaald welk voorlopig boetebedrag van toepassing is op grond van de uitkomsten van stap 1 en 2. Bij het invullen van schema B vallen de verlichtende en verzwarende omstandigheden bij gelijke telling tegen elkaar weg.

Voor het gebruik van schema B geldt het volgende:

Stap 4. Verwijtbaarheid

De boete wordt afgestemd op de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen opzet, grove schuld, normale verwijtbaarheid en verminderde verwijtbaarheid. Als uitgangspunt geldt dat in beginsel sprake is van normale verwijtbaarheid.

De minister moet aantonen dat sprake is van opzet of grove schuld. Onder opzet wordt verstaan het willens en wetens handelen of nalaten in strijd met het bepaalde in de genoemde artikelen.

Grove schuld is aan de orde wanneer de mate van verwijtbaarheid hoger ligt dan de normale verwijtbaarheid, maar er geen sprake is van opzet. Bijvoorbeeld in het geval van een ernstige, aan opzet grenzende, mate van verwijtbaarheid. Hierbij gaat het dan om ernstige nalatigheid, ernstige onzorgvuldigheid of ernstige onachtzaamheid met als gevolg dat de betreffende bepaling niet of niet behoorlijk is nageleefd. Van grove schuld kan ook sprake zijn wanneer er omstandigheden zijn die elk op zich normale verwijtbaarheid opleveren, maar in onderlinge samenhang bezien wel leiden tot grove schuld.

Onder verminderde verwijtbaarheid wordt verstaan situaties waarin het de overtreder niet volledig valt aan te rekenen dat hij de overtreding heeft begaan. Op de overtreder rust de verplichting de daarvoor noodzakelijke feiten en omstandigheden aannemelijk te maken.

Stap 5. Aard van de overtreder

De aard van de overtreder speelt een rol in het bepalen van de hoogte van de boete. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een natuurlijk persoon, een natuurlijk persoon die een onderneming drijft of een rechtspersoon die een onderneming drijft. Dit zorgt ervoor dat natuurlijke personen en rechtspersonen op evenredige wijze worden geraakt door de boete.

De grootte van de onderneming van een natuurlijk persoon en een rechtspersoon wordt berekend aan de hand van het aantal fte binnen de onderneming. Dit wordt bepaald door de hoeveelheid werkzame personen van een onderneming, zoals geregistreerd in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, te vermenigvuldigen met 0,65 (afgeleid van het statistisch gemiddelde van het CBS van werkzame personen per fte volgens CBS).

Indien het aantal werkzame personen niet uit het handelsregister blijkt, of indien er reden is om aan te nemen dat de registratie in het handelsregister onjuist of niet langer actueel is, wordt een inschatting van het aantal werkzame personen gemaakt op basis van constateringen van de inspecteur tijdens een inspectie of gegevens uit het jaarverslag. Het aantal fte wordt indien nodig afgerond in het voordeel van de betrokkene. Een uitkomst van 0,65 of minder wordt afgerond op 1 fte.

Stap 6. Recidive

Indien binnen vier jaar nadat een bestuurlijke boete is opgelegd opnieuw hetzelfde wettelijke voorschrift wordt overtreden, aan te duiden als recidive, wordt het nominale boetebedrag bij een nieuwe bestuurlijke boete verdubbeld. Bij een derde overtreding van hetzelfde wettelijke voorschrift binnen de recidivetermijn wordt het nominale boetebedrag verhoogd met factor 3. Bij volgende overtredingen van hetzelfde wettelijke voorschrift binnen de recidivetermijn wordt het nominale boetebedrag steeds met een extra factor 1 verhoogd ten opzichte van de eerdere verhogingsfactor, tot het maximale in de wet vastgestelde boetebedrag is bereikt. Onherroepelijkheid van een eerdere boete speelt geen rol bij de vraag of de boete verhoogd kan worden wegens recidive.

Het boetebedrag is nu vastgesteld op grond van de Beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie Volksgezondheid Welzijn en Sport 2019.

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage. bij de Boetebeleidsregels Ministerie VWS 2019: Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb)

De hoogte van de daadwerkelijk op te leggen bestuurlijke boete wordt per overtreding aan de hand van de stappen uit deze bijlage vastgesteld.

  • •. Indien in de derde kolom van de tabel SW (schriftelijke waarschuwing)is aangegeven, is het uitgangspunt dat voor deze overtreding een waarschuwing wordt opgelegd. Indien er sprake is van een bijzondere reden, kan direct een bestuurlijke boete worden opgelegd. Dit zal dan gemotiveerd dienen te worden. Indien na het geven van een waarschuwing opnieuw een overtreding van hetzelfde wettelijke voorschrift wordt geconstateerd, kan een bestuurlijke boete worden opgelegd.
  • •. Indien in derde kolom van de tabel DB (direct beboetbaar) is aangeven, is het uitgangspunt dat deze overtreding direct beboet wordt. Indien er sprake is van een bijzondere reden, kan in plaats van een boete een waarschuwing worden opgelegd.
  • •. Zwaartecategorie: in de vierde kolom is met het aantal sterren de zwaarte van het door de overtreding geschonden belang vastgesteld.
  • •. Boetenormbedrag: in de vijfde kolom is aangegeven welk boetebedrag passend is bij de geconstateerde overtreding. Het boetenormbedrag is het uitgangspunt voor de berekening van het boetebedrag.
Artikel Omschrijving wettelijk voorschrift SW (schriftelijke waarschuwing)/ DB (direct beboetbaar) Zwaartecategorie Boetenormbedrag (=N)
1a, lid 1 a De verrichter van kunstmatige bevruchting beschikt niet over de donorcode van de donor wiens zaadcellen of eicellen de verrichter gebruik wenst te maken. DB *** € 5.150
1a, lid 1 b De verrichter van kunstmatige donorbevruchting beschikt niet over een reservering voor een aan die donorcode gekoppelde moedercode of een aan die donorcode gekoppelde moedercode die reeds aan de te behandelen vrouw is toegekend. DB *** € 5.150
1a, lid 2 De verrichter van kunstmatige donorbevruchting gebruikt voor de te behandelen vrouw dezelfde moedercode als reeds toegekend aan een andere vrouw, terwijl de verrichter niet verifieert of ten tijde van de behandeling sprake is van een huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract tussen deze twee vrouwen. DB *** € 5.150
2, lid 1 a De verrichter van kunstmatige donorbevruchting laat na om binnen een door het College bij reglement te bepalen termijn de donorcode van de donor van wiens zaadcellen de verrichter gebruik heeft gemaakt, aan het College te verstrekken. DB *** € 5.150
2, lid 1 b De verrichter van kunstmatige donorbevruchting laat na om binnen een door het College bij reglement te bepalen termijn de volgende gegevens van de donor aan het College te verstrekken: fysieke kenmerken, opleiding en beroep, alsmede gegevens omtrent de sociale achtergrond en een aantal persoonlijke kenmerken, een en ander zoals bij algemene maatregel van bestuur bepaald. DB *** € 5.150
2, lid 2 a De verrichter van kunstmatige donorbevruchting laat na om binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens aan het College te verstrekken: de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, woonplaats van de vrouw bij wie de kunstmatige donorbevruchting heeft plaatsgevonden, alsmede het burgerservicenummer tenzij aan de vrouw geen burgerservicenummer is toegekend krachtens de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, of de reeds aan deze vrouw toegekende moedercode die gekoppeld is aan de donorcode van de donor, bedoeld in het eerste lid. DB *** € 5.150
2, lid 2 a In de situatie bedoeld in artikel 1a, tweede lid, laat de verrichter van kunstmatige donorbevruchting na zowel de persoonsindentificerende gegevens van de behandelde vrouw als de gebruikte reeds toegekende moedercode te verstrekken. DB *** € 5.150
2, lid 2 b De verrichter van kunstmatige donorbevruchting laat na om binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, het tijdstip waarop de donorbevruchting heeft plaatsgevonden, aan het College te verstrekken. DB *** € 5.150
2, lid 2 c De verrichter van kunstmatige donorbevruchting laat na om binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, de aantekening of de identiteit van de donor, bedoeld in het eerste lid, bekend is aan de vrouw, aan het College te verstrekken. DB *** € 5.150

In onderstaand schema A is één factor genoemd die meegewogen wordt bij het bepalen van de ernst van de overtreding.

De duur van de overtreding.Indien kan worden vastgesteld dat een overtreder gedurende langer dan een half jaar niet aan de wettelijke voorschriften heeft voldaan, wordt de duur als lang en verzwarend beoordeeld. Indien wordt vastgesteld dat het overtreden van de wettelijke voorschriften niet langer dan één maand heeft geduurd, wordt de duur als kort en verlichtend beoordeeld.

Van toepassing Van toepassing Van toepassing Van toepassing
Duur □ kort verlichtend
Duur □ gemiddeld geen
Duur □ lang verzwarend
Duur □ Niet van toepassing geen
Motivering:

Met behulp van onderstaand schema B wordt bepaald welk voorlopig boetebedrag van toepassing is op grond van de uitkomsten van stap 1 en 2.

Voor het gebruik van schema B geldt het volgende:

  • □. A Er is een verlichtende omstandigheid van toepassing
  • □. B Er is geen verlichtende en/of verzwarende omstandigheid van toepassing
  • □. C Er is een verzwarende omstandigheid van toepassing
Van toepassing Van toepassing Van toepassing Van toepassing Van toepassing Van toepassing Van toepassing
Boetenormbedrag uit stap 1 is het uitgangspunt = € Boetenormbedrag uit stap 1 is het uitgangspunt = € Boetenormbedrag uit stap 1 is het uitgangspunt = € Boetenormbedrag uit stap 1 is het uitgangspunt = € Boetenormbedrag uit stap 1 is het uitgangspunt = € Boetenormbedrag uit stap 1 is het uitgangspunt = €
Omstandigheden m.b.t. de ernst van de overtreding (stap 2) Omstandigheden m.b.t. de ernst van de overtreding (stap 2) Omstandigheden m.b.t. de ernst van de overtreding (stap 2) Omstandigheden m.b.t. de ernst van de overtreding (stap 2) ***
A □ 80%N
B □ 90% N
C □ 100% N
Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: €

De boete wordt afgestemd op de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen opzet, grove schuld, normale verwijtbaarheid en verminderde verwijtbaarheid. Als uitgangspunt geldt dat in beginsel sprake is van normale verwijtbaarheid.

De minister moet aantonen dat sprake is van opzet of grove schuld. Onder opzet wordt verstaan het willens en wetens handelen of nalaten in strijd met het bepaalde in de genoemde artikelen.

Grove schuld is aan de orde wanneer de mate van verwijtbaarheid hoger ligt dan de normale verwijtbaarheid, maar er geen sprake is van opzet. Bijvoorbeeld in het geval van een ernstige, aan opzet grenzende, mate van verwijtbaarheid. Hierbij gaat het dan om ernstige nalatigheid, ernstige onzorgvuldigheid of ernstige onachtzaamheid met als gevolg dat de betreffende bepaling niet of niet behoorlijk is nageleefd. Van grove schuld kan ook sprake zijn wanneer er omstandigheden zijn die elk op zich normale verwijtbaarheid opleveren, maar in onderlinge samenhang bezien wel leiden tot grove schuld.

Onder verminderde verwijtbaarheid wordt verstaan situaties waarin het de overtreder niet volledig valt aan te rekenen dat hij de overtreding heeft begaan. Op de overtreder rust de verplichting de daarvoor noodzakelijke feiten en omstandigheden aannemelijk te maken.

Van toepassing Van toepassing
□ Er is sprake van verminderde verwijtbaarheid –25% van het bedrag uit schema B
Motivering: Motivering:
□ Er is sprake van normale verwijtbaarheid Het boetebedrag uit schema B blijft gelijk
Motivering: Motivering:
□ Er is sprake van grove schuld +25% van het bedrag uit schema B
Motivering: Motivering:
□ Er sprake van opzet +50% van het bedrag uit schema B Deze mag het maximale vastgestelde boetebedrag in de wet niet overschrijden
Motivering: Motivering:
Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: €

De aard van de overtreder speelt een rol in het bepalen van de hoogte van de boete. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een natuurlijk persoon, een natuurlijk persoon die een onderneming drijft of een rechtspersoon die een onderneming drijft. Dit zorgt ervoor dat natuurlijke personen en rechtspersonen op evenredige wijze worden geraakt door de boete.

De grootte van de onderneming van een natuurlijk persoon en een rechtspersoon wordt berekend aan de hand van het aantal fte binnen de onderneming. Dit wordt bepaald door de hoeveelheid werkzame personen van een onderneming, zoals geregistreerd in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, te vermenigvuldigen met 0,65 (afgeleid van het statistisch gemiddelde van het CBS van werkzame personen per fte volgens CBS).

Indien het aantal werkzame personen niet uit het handelsregister blijkt, of indien er reden is om aan te nemen dat de registratie in het handelsregister onjuist of niet langer actueel is, wordt een inschatting van het aantal werkzame personen gemaakt op basis van constateringen van de inspecteur tijdens een inspectie of gegevens uit het jaarverslag. Het aantal fte wordt indien nodig afgerond in het voordeel van de betrokkene. Een uitkomst van 0,65 of minder wordt afgerond op 1 fte.

Van toepassing Van toepassing Van toepassing
□ Overtreder is een natuurlijk persoon of rechtspersoon met minder dan 20 FTE Boetebedrag is 50% van het in schema C vastgestelde bedrag
□ Overtreder is een natuurlijk persoon of rechtspersoon met 20 of meer FTE, maar minder dan 100 FTE Boetebedrag is 75% van het in schema C vastgestelde bedrag
□ Overtreder is een natuurlijk persoon of rechtspersoon met 100 of meer FTE Het in schema C vastgestelde bedrag blijft gelijk
Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: €

Indien binnen vier jaar nadat een bestuurlijke boete is opgelegd opnieuw hetzelfde wettelijke voorschrift wordt overtreden, aan te duiden als recidive, wordt het nominale boetebedrag bij een nieuwe bestuurlijke boete verdubbeld. Bij een derde overtreding van hetzelfde wettelijke voorschrift binnen de recidivetermijn wordt het nominale boetebedrag verhoogd met factor 3. Bij volgende overtredingen van hetzelfde wettelijke voorschrift binnen de recidivetermijn wordt het nominale boetebedrag steeds met een extra factor 1 verhoogd ten opzichte van de eerdere verhogingsfactor, tot het maximale in de wet vastgestelde boetebedrag is bereikt. Onherroepelijkheid van een eerdere boete speelt geen rol bij de vraag of de boete verhoogd kan worden wegens recidive.

Van toepassing Van toepassing
□ Recidive: nee Het in schema D vastgestelde bedrag blijft gelijk
Eind boetebedrag: € Eind boetebedrag: €
□ Recidive: ja Het boetebedrag van schema D dient verdubbeld te worden. Deze mag het maximale vastgestelde boetebedrag in de wet niet overschrijden
Rapportnummer: Datum overtreding: Rapportnummer: Datum overtreding:
Eind boetebedrag: € Eind boetebedrag: €

Het boetebedrag is nu vastgesteld op grond van de Beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie Volksgezondheid Welzijn en Sport 2019.

Bijlage. bij de Boetebeleidsregels Ministerie VWS 2019: Wet publieke gezondheid (Wpg)

De hoogte van de daadwerkelijk op te leggen bestuurlijke boete wordt per overtreding aan de hand van de stappen uit deze bijlage vastgesteld.

  • •. Indien in de derde kolom van de tabel SW (schriftelijke waarschuwing)is aangegeven, is het uitgangspunt dat voor deze overtreding een waarschuwing wordt opgelegd. Indien er sprake is van een bijzondere reden, kan direct een bestuurlijke boete worden opgelegd. Dit zal dan gemotiveerd dienen te worden. Indien na het geven van een waarschuwing opnieuw een overtreding van hetzelfde wettelijke voorschrift wordt geconstateerd, kan een bestuurlijke boete worden opgelegd.
  • •. Indien in derde kolom van de tabel DB (direct beboetbaar) is aangeven, is het uitgangspunt dat deze overtreding direct beboet wordt. Indien er sprake is van een bijzondere reden, kan in plaats van een boete een waarschuwing worden opgelegd.
  • •. Zwaartecategorie: in de vierde kolom is met het aantal sterren de zwaarte van het door de overtreding geschonden belang vastgesteld.
  • •. Boetenormbedrag: in de vijfde kolom is aangegeven welk boetebedrag passend is bij de geconstateerde overtreding. Het boetenormbedrag is het uitgangspunt voor de berekening van het boetebedrag.
Artikel Omschrijving wettelijk voorschrift SW (schriftelijke waarschuwing)/ DB (direct beboetbaar) Zwaartecategorie Boetenormbedrag (=N)
12b, lid 1 Het bewaren, bewerken, gebruiken of anderszins verwerken van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen type poliovirus door eenieder zonder vergunning van Onze Minister. DB *** € 51.500
12b, lid 5 Het niet naleven van een door Onze Minister gegeven bevel om bepaalde handelingen of werkzaamheden, bedoeld in artikel 12, vierde lid, op te schorten indien dat noodzakelijk is ter bescherming van de volksgezondheid. DB *** € 51.500
12e De houder van een vergunning, bedoeld in artikel 12b, eerste lid, voldoet niet aan de krachtens artikel 12b, derde lid, gestelde eisen ter zake van het bewaren, bewerken, gebruiken of anderszins verwerken van poliovirus, alsmede aan de voorwaarden, voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden. SW ** € 51.500
12g, lid 4 De houder van een vergunning bewerkt, gebruikt of anderszins verwerkt het poliovirus gedurende de schorsing van de vergunning. DB *** € 51.500
12h Indien de vergunning is vervallen of ingetrokken, ontdoet degene aan wie de vergunning was verleend zich niet (binnen de gestelde termijn) van het aanwezige poliovirus. DB *** € 51.500
12i, lid 1 Het niet melden aan Onze Minister door eenieder die bij algemene maatregel van bestuur aangewezen handelingen verricht met bij die maatregel aangewezen typen poliovirus. SW ** € 51.500
29a, lid 1 Het niet onverwijld melden van een (potentiële) blootstelling aan poliovirus aan de inspectie en de arts, bedoeld in artikel 17, door eenieder die handelingen met poliovirus verricht of heeft verricht waarvoor de in artikel 12b, eerste lid, bedoelde vergunningplicht geldt. DB *** € 2.575

In onderstaand schema A zijn twee factoren genoemd die meegewogen worden bij het bepalen van de ernst van de overtreding.

Ten eerste de duur van de overtreding. Bij een overtreding die minder dan een maand heeft geduurd, is er sprake van een ‘korte’ duur. Indien een overtreding langer dan drie maanden heeft geduurd, is er sprake van een ‘lange’ duur.

Ten tweede de omvang van de overtreding. Bestaat de overtreding uit minder dan vijf handelingen, dan wordt de omvang als klein en verlichtend beoordeeld. Bestaat de overtreding uit meer dan tien handelingen dan wordt de omvang als groot en verzwarend beoordeeld.

Van toepassing Van toepassing Van toepassing Van toepassing
1 Duur □ kort verlichtend
1 Duur □ gemiddeld geen
1 Duur □ lang verzwarend
1 Duur □ niet van toepassing geen
1 Motivering: Motivering: Motivering: Motivering:
2 Omvang □ klein verlichtend
2 Omvang □ gemiddeld geen
2 Omvang □ groot verzwarend
2 Omvang □ niet van toepassing geen
Motivering:

Met behulp van onderstaand schema B wordt bepaald welk voorlopig boetebedrag van toepassing is op grond van de uitkomsten van stap 1 en 2. Bij het invullen van schema B vallen de verlichtende en verzwarende omstandigheden bij gelijke telling tegen elkaar weg.

Voor het gebruik van schema B geldt het volgende:

  • □. A Er zijn één of twee verlichtende omstandigheden van toepassing
  • □. B Er zijn geen verlichtende en/of verzwarende omstandigheden van toepassing
  • □. C Er zijn één of twee verzwarende omstandigheden van toepassing
Van toepassing Van toepassing Van toepassing Van toepassing Van toepassing Van toepassing Van toepassing
Boetenormbedrag uit stap 1 is het uitgangspunt = € Boetenormbedrag uit stap 1 is het uitgangspunt = € Boetenormbedrag uit stap 1 is het uitgangspunt = € Boetenormbedrag uit stap 1 is het uitgangspunt = € Boetenormbedrag uit stap 1 is het uitgangspunt = € Boetenormbedrag uit stap 1 is het uitgangspunt = €
Omstandigheden m.b.t. de ernst van de overtreding (stap 2) Omstandigheden m.b.t. de ernst van de overtreding (stap 2) ** ***
A □ 50% N □ 80% N
B □ 60% N □ 90% N
C □ 70% N □ 100% N
Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: €

De boete wordt afgestemd op de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen opzet, grove schuld, normale verwijtbaarheid en verminderde verwijtbaarheid. Als uitgangspunt geldt dat in beginsel sprake is van normale verwijtbaarheid.

De minister moet aantonen dat sprake is van opzet of grove schuld. Onder opzet wordt verstaan het willens en wetens handelen of nalaten in strijd met het bepaalde in de genoemde artikelen.

Grove schuld is aan de orde wanneer de mate van verwijtbaarheid hoger ligt dan de normale verwijtbaarheid, maar er geen sprake is van opzet. Bijvoorbeeld in het geval van een ernstige, aan opzet grenzende, mate van verwijtbaarheid. Hierbij gaat het dan om ernstige nalatigheid, ernstige onzorgvuldigheid of ernstige onachtzaamheid met als gevolg dat de betreffende bepaling niet of niet behoorlijk is nageleefd. Van grove schuld kan ook sprake zijn wanneer er omstandigheden zijn die elk op zich normale verwijtbaarheid opleveren, maar in onderlinge samenhang bezien wel leiden tot grove schuld.

Onder verminderde verwijtbaarheid wordt verstaan situaties waarin het de overtreder niet volledig valt aan te rekenen dat hij de overtreding heeft begaan. Op de overtreder rust de verplichting de daarvoor noodzakelijke feiten en omstandigheden aannemelijk te maken.

Indien aan de orde, geldt dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid wanneer de overtreder niet aan een meldplicht heeft voldaan en hieraan alsnog uit eigen beweging heeft voldaan. Deze vrijwillige melding moet plaatsvinden vóórdat de overtreder moet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de ambtenaren van de inspectie die zijn belast met het toezicht op de naleving van de betreffende bepaling informatie hebben of zullen krijgen dat de overtreder niet aan deze meldplicht heeft voldaan.

Van toepassing Van toepassing
□ Er is sprake van verminderde verwijtbaarheid –25% van het bedrag uit schema B
Motivering: Motivering:
□ Er is sprake van normale verwijtbaarheid Het boetebedrag uit schema B blijft gelijk
Motivering: Motivering:
□ Er is sprake van grove schuld +25% van het bedrag uit schema B
Motivering: Motivering:
□ Er sprake van opzet +50% van het bedrag uit schema B Deze mag het maximale vastgestelde boetebedrag in de wet niet overschrijden
Motivering: Motivering:
Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: €

De aard van de overtreder speelt een rol in het bepalen van de hoogte van de boete. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een natuurlijk persoon, een natuurlijk persoon die een onderneming drijft of een rechtspersoon die een onderneming drijft. Dit zorgt ervoor dat natuurlijke personen en rechtspersonen op evenredige wijze worden geraakt door de boete.

De grootte van de onderneming van een natuurlijk persoon en een rechtspersoon wordt berekend aan de hand van het aantal fte binnen de onderneming. Dit wordt bepaald door de hoeveelheid werkzame personen van een onderneming, zoals geregistreerd in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, te vermenigvuldigen met 0,65 (afgeleid van het statistisch gemiddelde van het CBS van werkzame personen per fte volgens CBS).

Indien het aantal werkzame personen niet uit het handelsregister blijkt, of indien er reden is om aan te nemen dat de registratie in het handelsregister onjuist of niet langer actueel is, wordt een inschatting van het aantal werkzame personen gemaakt op basis van constateringen van de inspecteur tijdens een inspectie of gegevens uit het jaarverslag. Het aantal fte wordt indien nodig afgerond in het voordeel van de betrokkene. Een uitkomst van 0,65 of minder wordt afgerond op 1 fte.

Van toepassing Van toepassing Van toepassing
□ Overtreder is een natuurlijk persoon of rechtspersoon met minder dan 20 FTE Boetebedrag is 50% van het in schema C vastgestelde bedrag
□ Overtreder is een natuurlijk persoon of rechtspersoon met 20 of meer FTE, maar minder dan 100 FTE Boetebedrag is 75% van het in schema C vastgestelde bedrag
□ Overtreder is een natuurlijk persoon of rechtspersoon met 100 of meer FTE Het in schema C vastgestelde bedrag blijft gelijk
Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: € Tussenberekening boetebedrag: €

Indien binnen vier jaar nadat een bestuurlijke boete is opgelegd opnieuw hetzelfde wettelijke voorschrift wordt overtreden, aan te duiden als recidive, wordt het nominale boetebedrag bij een nieuwe bestuurlijke boete verdubbeld. Bij een derde overtreding van hetzelfde wettelijke voorschrift binnen de recidivetermijn wordt het nominale boetebedrag verhoogd met factor 3. Bij volgende overtredingen van hetzelfde wettelijke voorschrift binnen de recidivetermijn wordt het nominale boetebedrag steeds met een extra factor 1 verhoogd ten opzichte van de eerdere verhogingsfactor, tot het maximale in de wet vastgestelde boetebedrag is bereikt. Onherroepelijkheid van een eerdere boete speelt geen rol bij de vraag of de boete verhoogd kan worden wegens recidive.

Van toepassing Van toepassing
□ Recidive: nee Het in schema D vastgestelde bedrag blijft gelijk
Eind boetebedrag: € Eind boetebedrag: €
□ Recidive: ja Het boetebedrag van schema D dient verdubbeld te worden. Deze mag het maximale vastgestelde boetebedrag in de wet niet overschrijden
Rapportnummer: Datum overtreding: Rapportnummer: Datum overtreding:
Eind boetebedrag: € Eind boetebedrag: €

Het boetebedrag is nu vastgesteld op grond van de Beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie Volksgezondheid Welzijn en Sport 2019.

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)