Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 23 april 2019, nr. PO/7456625, houdende de mandatering van de directeur van de Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (Mandaatbesluit Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2019)

3 versions · 2020-01-01
2020-01-01
Mandaatbesluit Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2019 —
2019-05-29
Mandaatbesluit Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2019 —

Wijzigingen op 2019-05-29

@@ -50,11 +50,11 @@
##### Artikel 5. Bedrag en wijze van bevoorschotting
1. De hoogte van het voorschot voor de activiteiten bedoeld in de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042248&artikel=3&z=2019-05-29&g=2018-12-01) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042248&artikel=4&z=2019-05-29&g=2018-12-01) wordt voorafgaand aan het boekjaar aan de hand van de door de stichting ingediende begroting vastgesteld.
1. De hoogte van het voorschot voor de activiteiten bedoeld in de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042248&artikel=3&z=2019-05-29&g=2019-05-29) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042248&artikel=4&z=2019-05-29&g=2019-05-29) wordt voorafgaand aan het boekjaar aan de hand van de door de stichting ingediende begroting vastgesteld.
2. Het voorschot voor de activiteiten bedoeld in de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042248&artikel=3&z=2019-05-29&g=2018-12-01) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042248&artikel=4&z=2019-05-29&g=2018-12-01) wordt in gelijke maandelijkse termijnen betaald.
2. Het voorschot voor de activiteiten bedoeld in de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042248&artikel=3&z=2019-05-29&g=2019-05-29) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042248&artikel=4&z=2019-05-29&g=2019-05-29) wordt in gelijke maandelijkse termijnen betaald.
3. Voor de activiteiten bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042248&artikel=4&z=2019-05-29&g=2018-12-01) is voor de jaren 2019 tot en met 2023 een totaalbedrag beschikbaar van maximaal € 1.500.000,–.
3. Voor de activiteiten bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042248&artikel=4&z=2019-05-29&g=2019-05-29) is voor de jaren 2019 tot en met 2023 een totaalbedrag beschikbaar van maximaal € 1.500.000,–.
4. De berekening van de vergoeding van de kosten voor het jaar 2024 en volgende wordt aan het einde van de periode, bedoeld in het derde lid, nader bepaald.
@@ -68,7 +68,7 @@
##### Artikel 7. Controleverklaring
Het overzicht van de daadwerkelijke kosten bedoeld in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042248&artikel=6&z=2019-05-29&g=2018-12-01), is voorzien van een controleverklaring opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de minister vastgesteld model met inachtneming van het door de minister vastgestelde accountantsprotocol, bekend gemaakt op de website www.rijksoverheid.nl.
Het overzicht van de daadwerkelijke kosten bedoeld in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042248&artikel=6&z=2019-05-29&g=2019-05-29), is voorzien van een controleverklaring opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de minister vastgesteld model met inachtneming van het door de minister vastgestelde accountantsprotocol, bekend gemaakt op de website www.rijksoverheid.nl.
##### Artikel 8. Eindafrekening
2018-12-01
Mandaatbesluit Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2019
original version Tekst op deze datum