Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 6 december 2019, kenmerk 1617702-199192-J, houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor continuïteit van cruciale jeugdzorg (Subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg)
7 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg — art. 7
2025-01-01
Subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg — art. 7
Wijzigingen op 2025-01-01
@@ -28,15 +28,15 @@
##### Artikel 2
De [Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603) is niet van toepassing, met uitzondering van de [artikelen 4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=4.1), [4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=4.2), [5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=5.1), [5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=5.2), [5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=5.4), [5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=5.6) en [5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=5.7).
De [Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603) is niet van toepassing, met uitzondering van de [artikelen 4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=4.1), [4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=4.2), [5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=5.1), [5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=5.2), [5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=5.4), [5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=5.5), [5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=5.6) en [5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=5.7).
##### Artikel 3
1. De minister kan ten behoeve van het jaar 2022, 2023 en 2024 aan een organisatie een subsidie verstrekken voor activiteiten voor het borgen van de continuïteit van cruciale jeugdzorg, indien:
1. De minister kan ten behoeve van het jaar 2022, 2023, 2024, 2025, 2026, 2027, 2028 en 2029 aan een organisatie een subsidie verstrekken voor activiteiten voor het borgen van de continuïteit van cruciale jeugdzorg, indien:
- a. sprake is van een aantoonbaar liquiditeitsprobleem; en
- b. de subsidie binnen een in het besluit tot subsidieverlening te bepalen termijn, maar uiterlijk binnen één jaar na het besluit tot subsidieverlening wordt terugbetaald, op basis van de liquiditeitsprognose, bedoeld in [artikel 6, derde lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=6&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en het continuïteitsplan, bedoeld in [artikel 6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=6&z=2024-01-01&g=2024-01-01), door de desbetreffende organisatie of door een andere rechtspersoon.
- b. de subsidie binnen een in het besluit tot subsidieverlening te bepalen termijn, maar uiterlijk binnen twee jaar na het besluit tot subsidieverlening wordt terugbetaald, op basis van de liquiditeitsprognose, bedoeld in [artikel 6, derde lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=6&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en het continuïteitsplan, bedoeld in [artikel 6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=6&z=2025-01-01&g=2025-01-01), door de desbetreffende organisatie of door een andere rechtspersoon.
2. Onder cruciale jeugdzorg als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan:
@@ -64,7 +64,7 @@
- a. getracht is het liquiditeitsprobleem op te lossen in samenwerking met de betrokken gemeenten en vervolgens met bemiddeling van de Jeugdautoriteit en het liquiditeitsprobleem desondanks niet is verholpen;
- b. de organisatie voldoende aannemelijk maakt dat en hoe zij met de subsidie op grond van deze regeling in staat is de continuïteit van de cruciale jeugdzorg te borgen, op basis van het continuïteitsplan, bedoeld in [artikel 6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=6&z=2024-01-01&g=2024-01-01); en
- b. de organisatie voldoende aannemelijk maakt dat en hoe zij met de subsidie op grond van deze regeling in staat is de continuïteit van de cruciale jeugdzorg te borgen, op basis van het continuïteitsplan, bedoeld in [artikel 6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=6&z=2025-01-01&g=2025-01-01); en
- c. de organisatie met de Staat een overeenkomst sluit waarbij de Staat haar belast met en zij zich verplicht tot het verrichten van de dienst van algemeen economisch belang, bedoeld in het vierde lid.
@@ -78,21 +78,31 @@
4. Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2024 € 10.000.000.
5. De minister verdeelt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat als de aanvrager krachtens [artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5) de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, geldt als de datum van ontvangst.
5. Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2025 € 20.000.000.
6. Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2026 € 20.000.000.
7. Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2027 € 20.000.000.
8. Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2028 € 20.000.000.
9. Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2029 € 20.000.000.
10. De minister verdeelt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat als de aanvrager krachtens [artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5) de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, geldt als de datum van ontvangst.
##### Artikel 5
1. Een subsidie wordt voor ten hoogste 1 jaar verstrekt.
1. Een subsidie wordt voor ten hoogste twee jaar verstrekt.
2. De subsidie wordt berekend op basis van de liquiditeitsbehoefte, bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en de liquiditeitsprognose, bedoeld in [artikel 6, derde lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=6&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
2. De subsidie wordt berekend op basis van de liquiditeitsbehoefte, bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en de liquiditeitsprognose, bedoeld in [artikel 6, derde lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=6&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
3. De subsidie bedraagt ten hoogste 15% van dat deel van de jaaromzet van de organisatie dat jeugdhulp of de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering betreft, waaronder de vorm van cruciale jeugdzorg ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd.
4. De subsidie wordt terugbetaald binnen een in het besluit tot subsidieverlening te bepalen termijn, op basis van de liquiditeitsprognose, bedoeld in [artikel 6, derde lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=6&z=2024-01-01&g=2024-01-01), maar uiterlijk binnen één jaar na het besluit tot subsidieverlening, door de subsidieontvanger of door een andere rechtspersoon. De subsidie wordt na de volledige terugbetaling van het desbetreffende bedrag ambtshalve op nihil vastgesteld.
4. De subsidie wordt terugbetaald binnen een in het besluit tot subsidieverlening te bepalen termijn, op basis van de liquiditeitsprognose, bedoeld in [artikel 6, derde lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=6&z=2025-01-01&g=2025-01-01), maar uiterlijk binnen twee jaar na het besluit tot subsidieverlening, door de subsidieontvanger of door een andere rechtspersoon. De subsidie wordt na de volledige terugbetaling van het desbetreffende bedrag ambtshalve op nihil vastgesteld.
##### Artikel 6
1. Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt uiterlijk 31 december 2024 ontvangen.
1. Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt uiterlijk 31 december van het betreffende jaar ontvangen.
2. Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
@@ -106,21 +116,21 @@
- d. de meest recente jaarrekening inclusief jaarverslag en controleverklaring, dan wel een concept jaarrekening, indien het jaar is afgerond en nog geen accountantsverklaring is afgegeven;
- e. de begroting van het huidige kalenderjaar en een begroting van het komende kalenderjaar;
- e. de begroting van het huidige kalenderjaar, een begroting van het komende kalenderjaar en een begroting van het daarop volgende kalenderjaar;
- f. een liquiditeitsprognose per maand, voor de periode van achttien maanden na het indienen van de aanvraag, aansluitend bij de jaarrekening of concept jaarrekening, bedoeld onder d;
- f. een liquiditeitsprognose per maand, voor de periode van dertig maanden na het indienen van de aanvraag, aansluitend bij de jaarrekening of concept jaarrekening, bedoeld onder d;
- g. een overzicht van de omzetspreiding per jeugdhulpregio, op basis van de omzet van de jaarrekening of concept jaarrekening, bedoeld onder d;
- h. een overzicht van het aantal jeugdigen per zorgvorm in het huidige en voorgaande kalenderjaar; en
- i. een getekende uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in [artikel 3, vijfde lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=3&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
- i. een getekende uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in [artikel 3, vijfde lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
4. De aanvraag gaat daarnaast vergezeld van een continuïteitsplan van de aanvrager, opgesteld in overleg met de betrokken gemeenten, waaruit blijkt:
- a. dat sprake is van cruciale jeugdzorg als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en een mogelijke discontinuïteit daarvan;
- a. dat sprake is van cruciale jeugdzorg als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en een mogelijke discontinuïteit daarvan;
- b. dat sprake is van een aantoonbaar liquiditeitsprobleem als bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=3&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- b. dat sprake is van een aantoonbaar liquiditeitsprobleem als bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01);
- c. wat de organisatie en de betrokken gemeenten tot nu toe reeds hebben ondernomen om discontinuïteit te voorkomen;
@@ -132,15 +142,15 @@
- g. welk subsidiebedrag gelet op de liquiditeitsprognose en de begroting noodzakelijk is om de continuïteit te borgen; en
- h. dat en hoe de subsidie uiterlijk binnen één jaar na het besluit tot subsidieverlening wordt terugbetaald.
- h. dat en hoe de subsidie uiterlijk binnen twee jaar na het besluit tot subsidieverlening wordt terugbetaald.
##### Artikel 7
De minister kan bij het besluit tot subsidieverlening ambtshalve voorschotten verlenen, op basis van de liquiditeitsprognose, bedoeld in [artikel 6, derde lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=6&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
De minister kan bij het besluit tot subsidieverlening ambtshalve voorschotten verlenen, op basis van de liquiditeitsprognose, bedoeld in [artikel 6, derde lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=6&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
##### Artikel 8
De minister kan verlangen dat de subsidieontvanger periodiek verslag doet van de voortgang van haar continuïteitsplan, bedoeld in [artikel 6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=6&z=2024-01-01&g=2024-01-01), in het bijzonder de aspecten genoemd onder d, e, f, en g. Het besluit tot subsidieverlening vermeldt op welke tijdstippen verslag wordt gedaan en waaruit het verslag bestaat.
De minister kan verlangen dat de subsidieontvanger periodiek verslag doet van de voortgang van haar continuïteitsplan, bedoeld in [artikel 6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042974&artikel=6&z=2025-01-01&g=2025-01-01), in het bijzonder de aspecten genoemd onder d, e, f, en g. Het besluit tot subsidieverlening vermeldt op welke tijdstippen verslag wordt gedaan en waaruit het verslag bestaat.
##### Artikel 9
@@ -150,7 +160,7 @@
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 oktober 2025.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2029.
##### Artikel 11
@@ -160,6 +170,6 @@
##### Artikel 10a
Op aanvragen tot verlening van een subsidie die voor 1 januari 2024 zijn ingediend, blijft de regeling van toepassing zoals deze luidde voor dat tijdstip.
Op aanvragen tot verlening van een subsidie die voor 1 januari 2025 zijn ingediend, blijft de regeling van toepassing zoals deze luidde voor dat tijdstip.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2024-01-01
Subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg — arts. 5, 7
2023-01-01
Subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg — arts. 5, 7
2022-01-01
Subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg
2020-01-01
Subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg — arts. 1, 2, 3 y 8 má
2020-01-01
Subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg
original version
Tekst op deze datum