Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 11 mei 2020, houdende regels met betrekking tot verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van het versnellen van de bouw van betaalbare woningen in een kwalitatief goede leefomgeving (Besluit Woningbouwimpuls 2020)
7 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Besluit Woningbouwimpuls 2020 — arts. 1, 2, 3 y 6 más
2025-01-01
Besluit Woningbouwimpuls 2020 — arts. 3, 4, 5 y 4 más
Wijzigingen op 2025-01-01
@@ -30,11 +30,11 @@
- 2°. huurwoning voor middenhuur: huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in [artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008659&artikel=13), en in 2020 ten hoogste € 1.000, of, indien er voor een geliberaliseerde woning voor middenhuur als bedoeld in [artikel 1.1.1, onderdeel j, van het Besluit ruimtelijke ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023798&artikel=1.1.1) in de gemeentelijke verordening ten hoogste een aanvangshuurprijs is bepaald die lager is dan € 1.000, ten hoogste dat bedrag. De in de vorige zin bedoelde bovengrens van € 1.000 wordt met ingang van elk kalenderjaar gewijzigd met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag wordt gewijzigd; of
- 3°. betaalbare koopwoning: koopwoning met een koopprijs van ten hoogste € 390.000. De in de vorige zin bedoelde bovengrens van € 390.000 wordt bij ministeriële regeling met ingang van elk kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex;
- 3°. betaalbare koopwoning: koopwoning met een koopprijs van ten hoogste € 405.000. De in de vorige zin bedoelde bovengrens van € 405.000 wordt bij ministeriële regeling met ingang van elk kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex;
- d. **college:** college van burgemeester en wethouders;
- e. **project:** project als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- e. **project:** project als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01);
- f. **Onze Minister:** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
@@ -78,11 +78,11 @@
1. Bij ministeriële regeling wordt het bedrag vastgesteld dat in totaal ten hoogste aan specifieke uitkeringen kan worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de indexering van dit bedrag.
2. Onze Minister stelt het bedrag vast dat ten behoeve van de aanvragen in een aanvraagtijdvak bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), ten hoogste aan specifieke uitkeringen kan worden verstrekt, en maakt dit tegelijk met de bekendmaking van het aanvraagtijdvak bekend.
2. Onze Minister stelt het bedrag vast dat ten behoeve van de aanvragen in een aanvraagtijdvak bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=4&z=2025-01-01&g=2025-01-01), ten hoogste aan specifieke uitkeringen kan worden verstrekt, en maakt dit tegelijk met de bekendmaking van het aanvraagtijdvak bekend.
3. In afwijking van het tweede lid maakt Onze Minister het bedrag dat ten hoogste aan specifieke uitkeringen kan worden verstrekt ten behoeve van de aanvragen die zijn ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), bekend op het tijdstip waarop dat aanvraagtijdvak aanvangt.
3. In afwijking van het tweede lid maakt Onze Minister het bedrag dat ten hoogste aan specifieke uitkeringen kan worden verstrekt ten behoeve van de aanvragen die zijn ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=4&z=2025-01-01&g=2025-01-01), bekend op het tijdstip waarop dat aanvraagtijdvak aanvangt.
4. Specifieke uitkeringen worden per aanvraagtijdvak toegekend op volgorde van de rangschikking, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=5&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
4. Specifieke uitkeringen worden per aanvraagtijdvak toegekend op volgorde van de rangschikking, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=5&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
##### Artikel 4. De aanvraag
@@ -92,23 +92,23 @@
3. Een aanvraag bevat ten minste:
- a. een omschrijving van het project waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en de wijze waarop het project voldoet aan de voorwaarden, gesteld bij of krachtens [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- a. een omschrijving van het project waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en de wijze waarop het project voldoet aan de voorwaarden, gesteld bij of krachtens [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01);
- b. een haalbaarheidsstudie inclusief begroting die gericht is op de financiële haalbaarheid van het project, en waaruit het aantoonbare financiële tekort van een gemeente als bedoeld in [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), blijkt;
- b. een haalbaarheidsstudie inclusief begroting die gericht is op de financiële haalbaarheid van het project, en waaruit het aantoonbare financiële tekort van een gemeente als bedoeld in [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), blijkt;
- c. een omschrijving van de wijze waarop het project uitgevoerd wordt en welke partijen daarbij betrokken zijn; en
- d. de verwachte begin- en einddatum van het project.
4. Onze Minister beslist binnen 13 weken na het sluiten van het aanvraagtijdvak, bedoeld in het eerste lid, over de toekenning van een specifieke uitkering voor een aanvraag. De minister beslist niet op de aanvraag voor een specifieke uitkering, dan nadat advies is ingewonnen van de commissie, genoemd in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=7&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
4. Onze Minister beslist binnen 13 weken na het sluiten van het aanvraagtijdvak, bedoeld in het eerste lid, over de toekenning van een specifieke uitkering voor een aanvraag. De minister beslist niet op de aanvraag voor een specifieke uitkering, dan nadat advies is ingewonnen van de commissie, genoemd in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=7&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de aanvraag, de betaling en bevoorschotting van de specifieke uitkering.
##### Artikel 5. De rangschikking van de aanvragen
1. Onze Minister beoordeelt alle in een aanvraagtijdvak ingediende aanvragen na het sluiten van het aanvraagtijdvak en stelt een rangschikking op van de aanvragen die voldoen aan de vereisten, gesteld bij of krachtens [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en aan de vereisten, gesteld in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en de krachtens artikel 4, vijfde lid, gestelde vereisten.
1. Onze Minister beoordeelt alle in een aanvraagtijdvak ingediende aanvragen na het sluiten van het aanvraagtijdvak en stelt een rangschikking op van de aanvragen die voldoen aan de vereisten, gesteld bij of krachtens [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en aan de vereisten, gesteld in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=4&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en de krachtens artikel 4, vijfde lid, gestelde vereisten.
2. De rangschikking vindt plaats op basis van de mate waarin de aanvragen voldoen aan de voorwaarden uit [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), die op grond van de behaalde scores bij een gezamenlijke weging van de volgende criteria wordt bepaald:
2. De rangschikking vindt plaats op basis van de mate waarin de aanvragen voldoen aan de voorwaarden uit [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), die op grond van de behaalde scores bij een gezamenlijke weging van de volgende criteria wordt bepaald:
- 1°. noodzaak;
@@ -124,11 +124,11 @@
1. Onze Minister wijst een aanvraag voor een specifieke uitkering af indien:
- a. het project niet voldoet aan de vereisten gesteld bij of krachtens [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- a. het project niet voldoet aan de vereisten gesteld bij of krachtens [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01);
- b. het project een onvoldoende score behaalt bij de weging, bedoeld in [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=5&z=2024-01-01&g=2024-01-01); of
- b. het project een onvoldoende score behaalt bij de weging, bedoeld in [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=5&z=2025-01-01&g=2025-01-01); of
- c. het bedrag van de aangevraagde uitkering dusdanig hoog is dat de toekenning ervan bij de rangschikking, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=5&z=2024-01-01&g=2024-01-01), leidt tot een overschrijding van het krachtens [artikel 3, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), vastgestelde bedrag.
- c. het bedrag van de aangevraagde uitkering dusdanig hoog is dat de toekenning ervan bij de rangschikking, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=5&z=2025-01-01&g=2025-01-01), leidt tot een overschrijding van het krachtens [artikel 3, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01), vastgestelde bedrag.
2. Onze Minister kan een aanvraag voor een specifieke uitkering tevens afwijzen, indien naar zijn oordeel:
@@ -138,7 +138,7 @@
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
- a. het rangschikken van aanvragen die gelijk scoren bij de weging op grond van [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=5&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en waarbij de toekenning van die aanvragen zou leiden tot overschrijding van het krachtens [artikel 3, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), vastgestelde bedrag en aanvragen die niet volledig kunnen worden toegekend in verband met de overschrijding van dat bedrag;
- a. het rangschikken van aanvragen die gelijk scoren bij de weging op grond van [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=5&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en waarbij de toekenning van die aanvragen zou leiden tot overschrijding van het krachtens [artikel 3, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01), vastgestelde bedrag en aanvragen die niet volledig kunnen worden toegekend in verband met de overschrijding van dat bedrag;
- b. de toepassing van het tweede lid.
@@ -146,9 +146,9 @@
1. Er is een Toetsingscommissie Woningbouwimpuls.
2. De commissie heeft tot taak het adviseren van Onze Minister over de toepassing van [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=5&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
2. De commissie heeft tot taak het adviseren van Onze Minister over de toepassing van [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=5&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
3. De commissie brengt advies uit binnen 8 weken na het sluiten van het in [artikel 4, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), bedoelde aanvraagtijdvak.
3. De commissie brengt advies uit binnen 8 weken na het sluiten van het in [artikel 4, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=4&z=2025-01-01&g=2025-01-01), bedoelde aanvraagtijdvak.
4. De commissie verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
@@ -160,7 +160,7 @@
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast. Dit omvat in ieder geval een protocol omtrent de wijze waarop de commissie voorgelegde aanvragen toetst en weegt. Het protocol wordt opgesteld in overleg met Onze Minister.
2. De commissie kan de indiener van de aanvraag om een specifieke uitkering als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), om nadere informatie verzoeken omtrent de in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), bedoelde gegevens.
2. De commissie kan de indiener van de aanvraag om een specifieke uitkering als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), om nadere informatie verzoeken omtrent de in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=4&z=2025-01-01&g=2025-01-01), bedoelde gegevens.
##### Artikel 9. Informatievoorziening na uitkering
@@ -180,7 +180,7 @@
1. Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2. In het koninklijk besluit kan worden bepaald dat dit besluit terugwerkt tot en met 1 juli 2020. Indien toepassing is gegeven aan de vorige zin, vangt het aanvraagtijdvak, bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), aan op 1 juli 2020.
2. In het koninklijk besluit kan worden bepaald dat dit besluit terugwerkt tot en met 1 juli 2020. Indien toepassing is gegeven aan de vorige zin, vangt het aanvraagtijdvak, bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043540&artikel=4&z=2025-01-01&g=2025-01-01), aan op 1 juli 2020.
##### Artikel 12. Citeertitel
2024-01-01
Besluit Woningbouwimpuls 2020 — arts. 3, 4, 5 y 4 más
2023-07-01
Besluit Woningbouwimpuls 2020 — arts. 3, 4, 5 y 4 más
2023-02-15
Besluit Woningbouwimpuls 2020 — arts. 1, 1, 3 y 13 más
2020-07-18
Besluit Woningbouwimpuls 2020 — arts. 1, 3, 4 y 5 más
2020-07-01
Besluit Woningbouwimpuls 2020
original version
Tekst op deze datum